44.Raadsinformatiebrief THV beleid fysieke leefomgeving 2023-2026
Tekst van het document
VTH BELEID FYSIEKE LEEFOMGEVING 2023-2026
JULI 2023
9. BIJLAGEN
8. VASTSTELLING
1. INHOUDSOPGAVE 2. WETTELIJK KADER
7. BORGING UITVOERING
4. ONTWIKKELINGEN 3. MISSIE, VISIE & DOEL
6. STRATEGIE EN UITVOERING 5. EVALUATIE, ANALYSE & PRIORITEITEN
2
1. INLEIDING In het VTH-beleid geven wij als gemeente Nissewaard aan hoe wij voor de periode 20232026 uitvoering geven aan onze wettelijke taken op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH). Wij geven uitvoering aan wetten en regels en dragen daarmee bij aan het doel te zorgen dat wij in Nissewaard met elkaar in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Het is echter onmogelijk om alles wat nodig is voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving uit te voeren, te controleren of te handhaven. Wij werken daarom risico gestuurd en maken in de uitvoering van onze taken gebruik van op de risico’s afgestemde prioriteiten. In het VTH-beleid hebben wij op hoofdlijnen kernachtig beschreven wat ons beleid is en hoe wij dit beleid ten uitvoer brengen. Dit meerjarig VTH-beleid dient als basis voor het VTH-uitvoeringsplan. Het huidige toezicht- en handhavingsbeleid, “Integraal toezicht en handhaving 2015 – 2018”, stamt uit 2015 en ziet niet op het aspect vergunningen. Als gevolg van nieuwe ontwikkelingen is het noodzakelijk nieuw beleid vast te stellen. Dat maakt een herijking van het huidige beleid zeer wenselijk. Een andere aanleiding voor het herijken van het beleid is dat in de laatste jaren het aantal aanvragen van vergunningen en handhaving is toegenomen.
Het behandelen van vergunningaanvrage, het houden van toezicht en de handhaving hierop vindt plaats in een opeenvolgende keten en liggen in het verlengde van elkaar. Daarnaast zullen de Omgevingswet (Ow) en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) ervoor zorgen dat inhoud, processen, dienstverlening, ICT, rollen en verantwoordelijkheden en cultuur veranderen. Hoewel de Ow en de Wkb meermaals zijn uitgesteld, treden ze binnen deze beleidsperiode in werking. Dit VTH-beleid beslaat dus een transitie periode.. Daarom wordt flexibiliteit gebracht in dit VTH-beleid om zo nodig te anticiperen op mogelijke andere wettelijke ontwikkelingen, gedurende de beleidsperiode.
3
1.2 LEESWIJZER
1.1.2 WETTELIJK KADER
VTH beleid start met deze inleiding, waarin ook de scope aan de orde komt en vervolgt in hoofdstuk
Het wettelijk kader voor de VTH-taken vloeit enerzijds voort uit landelijke wet- en regelgeving
2 met het wettelijk kader. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de visie, ambitie en het doel
zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Besluit omgevingsrecht, Omgevingswet,
van ons beleid en uitgangspunten daarbij. In hoofdstuk 4 staan de ontwikkelingen die de VTH-
onderliggende Algemene maatregelen van bestuur, omgevingsregeling, de Algemeen Plaatselijke
taken van de gemeente raken. Vervolgens komt in hoofdstuk 5 de evaluatie, risicoanalyse en
Verordening, de Bestemmingsplannen, maar ook uit provinciale regelgeving (Omgevingsvisie Zuid-
aansluitend de prioriteitenanalyse aan de orde. Op basis van deze analyses en doelstellingen komen
Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland) en ook de gemeentelijke wet- en regelgeving
in hoofdstuk 6 de uitvoeringsstrategieën. Als laatste wordt uitgewerkt hoe de kwaliteit van het VTH
is van toepassing. De grondslag voor het VTH-beleid is onder de Wabo gelegen in het Besluit
beleid wordt gewaarborgd in hoofdstuk 7 en hoe een en ander organisatorisch wordt geregeld. Tot
omgevingsrecht afdeling 7.2. Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving over
slot zijn een aantal bijlagen opgenomen ter verduidelijking en verdieping van onderdelen van ons
VTH-Beleid van de Wabo opgenomen in paragraaf 18.3.2 van de Omgevingswet.
VTH beleid. In de verordening Kwaliteit VTH van de gemeente Nissewaard is de door de gemeenteraad het
1.3 SCOPE
commitment en de zorg voor de kwaliteit van de VTH taken verwoord.
De uitvoering van de VTH-taken in dit beleid heeft in de basis betrekking op de fysieke leefomgeving van de gemeente Nissewaard. De definitie van de fysieke leefomgeving ontlenen wij aan de
1.4 DOELSTELLING
Omgevingswet. Dit beleid ziet daarom niet op het domein van Openbare Orde en Veiligheid (OOV),
De gemeente Nissewaard is verplicht om voor vergunningen, toezicht en handhaving op het gebied
waarin gedrag en personen primaire factoren zijn. Binnen de reikwijdte van de fysieke leefomgeving
van het omgevingsrecht beleid vast te stellen en uit te voeren. Met dit VTH-beleid 2023-2026
richten wij ons op de thuistaken die door de gemeente worden uitgevoerd. De thuistaken
voldoet Nissewaard aan de wettelijke vereisten, zoals genoemd in afdeling 7.2 van het Bor. Het
zijn afgebakend door middel van de basistaken in het Besluit omgevingsrecht en onder de
VTH-beleid legt de basis voor een programmatische en risicogerichte uitvoering van de wettelijke
Omgevingswet het Bal. De basistaken zijn immers van (rechtswege) bij de DCMR (omgevingsdienst)
taken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) voor de fysieke leefomgeving. Dit beleid
belegd. Dit alles maakt dat dit VTH beleid ziet op de taakuitvoering van de Wabo (en straks Ow)
geeft de kaders voor het maken operationele keuzes op basis van risico’s en prioriteiten. Het maakt
en delen van de Algemene plaatselijke verordening Nissewaard (APV). In bijlage 1 hebben wij een
een transparante, effectieve en efficiënte inzet van middelen mogelijk, welke in het jaarlijkse
gedetailleerd overzicht van de reikwijdte van dit VTH beleid opgenomen. Dit VTH beleid bevat
uitvoeringsplan VTH worden uitgewerkt. Het VTH-beleid wordt vastgesteld, voorafgaand aan de
publiekrechtelijke bevoegdheden van zowel de Burgemeester, als van het college van burgemeester
inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. Dit beleid bevat de flexibiliteit
en wethouders.
om op deze ontwikkelingen te anticiperen, door middel van nader vast te stellen bijlagen.
Privaatrechtelijke handhaving is geen onderdeel van dit VTH beleid. In dat geval is het eigendomsrecht van de gemeente in het geding en treedt de gemeente op als rechtspersoon.
1.1.1 FLANKEREND BELEID Naast dit VTH beleid, gericht op de fysieke leefomgeving kent de gemeente Nissewaard ander beleid in het fysieke en veiligheidsdomein. Daarbij is te denken aan het Integraal veiligheidsbeleid, VTH beleid, Milieu DCMR en Bibob-beleid. Dit VTH beleid fysieke leefomgeving maakt daar geen onderdeel vanuit en heeft zijn grondslag in paragraaf 7.2 van het Bor.
4
2. WETTELIJK KADER 2.1 BESLUIT OMGEVINGSRECHT De gemeente is verplicht om beleid op te stellen dat voor meerdere jaren geldt. Daarnaast moeten haalbare doelen worden gesteld voor het VTH-werk. Dit staat in artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De wettelijke verplichting voor het jaarlijks opstellen van een uitvoeringsplan staat opgenomen in artikel 7.3 Bor.
Prioriteiten op basis van een probleem- en risico analyse Doelen voor vergunningverlening en handhaving gekoppeld aan indicatoren • Handelen op grond van probleem- en risicoanalyse • Relevant ontwikkelingen • Verantwoording inzet prestaties en resultaten
EVALUATIE EN RAPPORTAGE
STRATEGISCH BELEIDSKADER
STRATEGISCHE CYCLUS
Strategieën en instrumentarium Naleving- toezicht-, (landelijke) sanctie- en gedoogstrategie
OPERATIONEEL BELEIDSKADER
2.2 BELEIDSCYCLUS De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Omgevingswet (OW) bepalen de
PLANNING EN CONTROL
procescriteria voor het VTH dat het college van burgemeester en wethouders vaststelt. Dit beleid vormt de basis van de jaarlijkse uitvoeringsplan’s. Hiervan wordt vervolgens jaarlijks verslag gedaan. Hierin worden de inspanningen op het gebied van het omgevingsrecht weergegeven. Met behulp
Monitoren en rapporteren
van het jaarverslag wordt het beleid geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Op die manier ontstaat een sluitende beleidscyclus, de zogenaamde BIG 8.
2.3 PROCESCRITERIA EN BIG-8 De procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidscyclus bij de taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De procescriteria vormen twee cycli; • een beleidsvormende (strategische) cyclus
VOORBEREIDEN Ondersteunende voorzieningen zoals: protocollen en werkinstructies, en informatiesysteem Communicatie, informatie en afstemming
OPERATIONELE CYCLUS
UITVOEREN Voldoende hulpmiddelen
• een uitvoerende (operationele) cyclus.
MONITOREN Planning en control: • Voldoende benodigde kritieke massa. • Middelen in lijn met doelstellingen en prioriteiten. • Uitvoeringsprogramma • Tijdigheid • Kwaliteitsmanagement • Eventuele wijzigingen in het programma en/of beleid
Op het snijvlak van beide cycli ligt het jaarlijkse uitvoeringsplan. het samenhangende geheel van beide cycli wordt ook wel BIG-8 genoemd. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en control cyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten. Hieronder lichten we de BIG 8 beleidscyclus stap voor stap nader toe.
5
Stap 1: Rapportage & Evaluatie
Stap 4: Planning & Control
De BIG 8 cyclus begint met het rapporteren en evalueren. Hierin geef je aan hoe het staat met het
In deze vierde stap gaat het om de programmering van de activiteiten in de vorm van een VTH-
de bijdrage aan de gestelde doelen en de gestelde prioriteiten. Naar aanleiding van de evaluatie is
uitvoeringsplan. In dit uitvoeringsplan staat wat we het komende jaar gaan doen en met welke
het mogelijk doelstellingen en prioriteiten aan te passen. In het onderdeel ‘rapportage en evaluatie’
capaciteit en middelen. Het uitvoeringsplan omvat een duidelijke verbinding met de gestelde
van de BIG 8 worden minimaal de volgende acties uitgevoerd:
prioriteiten en doelstellingen. Wanneer doelen en de daarvoor beschikbare capaciteit niet overeenkomen, zal door het bestuur een keuze moeten worden gemaakt om al dan niet de doelen
1. Vierjaarlijks worden de risico’s in kaart gebracht met een risicoanalyse en de prioriteiten en
bij te stellen dan wel de capaciteit hierop aan te passen.
doelen geformuleerd (artikel 7.2 Bor). De evaluatie van het voorgaande beleid geeft hierbij ook input. Hiermee is een meerjarig kader voor de uitvoering van de VTH vastgelegd. 2. Jaarlijkse verantwoordingsrapportages worden opgesteld (artikel 7.7 Bor). Ieder jaar wordt er een
Stap 5 Voorbereiding In stap 5 gaat het om de concrete werkwijze bij de uitvoering van de VTH-taken. De VTH-taken
VTH-jaarverslag opgesteld op basis van het uitvoeringsplan. Deze bevat duidelijke conclusies over
worden uitgevoerd aan de hand van vaste procedures, processen en protocollen. Deze zijn verwerkt
de mate van uitvoering van het uitvoeringsplan.
in de strategieën.
3. Vierjaarlijks wordt een beleidsevaluatie uitgevoerd (artikel 7.7 Bor). De beleidsevaluatie gaat in op de bijdrage aan de beleidsdoelen, de beheersing van risico’s en of beleid, prioriteiten en/
Stap 6: Uitvoering
of het VTH-beleid bijgesteld dienen te worden. De resultaten uit de beleidsevaluatie en de
Hier vindt de daadwerkelijke uitvoering van de VTH-taken plaats: behandelen van
jaarrapportages kunnen ertoe leiden dat de risicoanalyse, prioriteiten en doelstellingen bijgesteld
vergunningaanvragen, toezicht controles en de juridische handhaving. Kortom: de uitvoering van de
dient te worden.
dagelijkse werkzaamheden.
Stap 2: Strategisch Beleidskader
Stap 7: Monitoring
De eerste inhoudelijke stap begint met het opstellen van een strategisch beleidskader. Dit wordt
Om na te gaan of de uitvoering de gewenste resultaten oplevert, wordt de voortgang periodiek
verwoord in de vorm van een omgevingsanalyse, probleemanalyse, doelstellingen en prioriteiten.
gemonitord. Daar waar nodig kan bijgestuurd worden. Na afloop van het jaar wordt er een VTH-
De gemeente geeft hierbij aan wat zij belangrijk vindt. Voor de gemeente Nissewaard gaat het
jaarverslag opgesteld. De resultaten uit de monitoring worden weergegeven in het jaarverslag.
onder andere om het coalitie akkoord 2022-2026 . De gemeente werkt op dit moment aan het
Daarnaast kunnen de jaarverslagen gebruikt worden bij de evaluatie van het beleid. Daarmee wordt
opstellen van een omgevingsvisie en een plan van aanpak Omgevingsplan. Uit deze omgevingsvisie
de hele VTH-beleidscyclus doorlopen.
kunnen op termijn doelstellingen en prioriteiten worden gedestilleerd. Deze strategische documenten geven richting aan VTH-beleid. Stap 3: Operationeel Beleidskader Het operationeel beleidskader gaat over het daadwerkelijke VTH-beleid. Er wordt aangegeven met welke strategieën een bijdrage wordt geleverd aan de beoogde doelen en prioriteiten. De vijf strategieën bestaan uit een preventiestrategie, vergunningenstrategie, toezichtstrategie, handhaving / sanctie strategie en een gedoogstrategie. Deze strategieën worden in hoofdstuk 6 nader toegelicht.
6
2.4 BESTUURLIJKE ROLVERDELING
In het uitvoeringsplan VTH wordt onder meer de volgende elementen opgenomen:
Op grond van de Wabo en daarna de Ow dient de gemeenteraad in een verordening de kwaliteit vast te stellen van taken, die gekoppeld zijn aan de uitvoering van taken op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving omgevingsrecht.
1. een inschatting van het soort en aantal vergunningen en meldingen en verzoeken om handhaving / klachtmeldingen; 2. de voorgenomen uit te voeren toezichts- en handhavingsactiviteiten voor dat jaar;
Overeenkomstig artikel 3 van deze model verordening ‘ziet de gemeenteraad toe op de hoofdlijnen
3. de inzet op de concrete doelen uit het VTH beleid in dat jaar;
van het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en
4. een jaarrapportage van het voorgaande uitvoeringsplan;
handhaving van de betrokken wetten’.
5. de relatie met de gestelde ambities en doelen en prioriteiten.
Het college stelt het VTH beleid vast en zend dit ter kennisname toe aan de gemeenteraad.
Gelet op de transitie periode van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging bouw
Ook stelt het college jaarlijks een uitvoeringsplan vast. Na afloop wordt hiervan een jaarverslag
(Wkb) die samenvalt met de beleidsperiode van dit VTH-beleid, is het lastig om op basis van de
gemaakt. Deze documenten worden ter kennisname gezonden aan de gemeenteraad.
historische gegevens voorspellingen te maken en evaluaties te vergelijken. Het wettelijk stelsel
In het kader van het Interbestuurlijk toezicht (IBT) wordt volledigheidshalve het VTH beleid, het
wijzigt bij de inwerkingtreding van de Ow en de Wkb. Na de inwerkingtreding van de Ow zal de
uitvoeringsplan en het jaarverslag naar de Provincie Zuid-Holland verzonden.
overgang van een Omgevingsplan van rechtswege met bruidsschatregels naar een vastgesteld één gebied dekkend Omgevingsplan een stelsel herziening bevatten. De overgang van het begrip ‘milieu inrichting’ naar ‘milieu belastende activiteit’ (hierna: Mba), gecombineerd met bruidsschat regels
2.5 VERORDENING KWALITEIT VTH OMGEVINGSRECHT
en omgevingsplan activiteiten hebben invloed op de inzet van VTH. De Wkb zal aanvankelijk met
Gemeenten zijn verplicht een verordening te hebben, waarin de minimale kwaliteit van de
landelijk geëvalueerd.
betrekking tot gevolg klasse 1 ingevoerd worden. Na drie jaar wordt de werking van het Wkb stelsel
organisatie en de medewerkers op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving, de kwaliteit voor VTH-taken geborgd wordt. De Verordening kwaliteit VTH heeft de artikelen 18.20 en 18.23 van de Ow als grondslag onder de Omgevignswet. De gemeente Nissewaard heeft deze verordening vastgesteld in 2017 gelet op de komst van de omgevingswet wordt deze verordening geactualiseerd naar het model van de VNG.
2.6 UITVOERINGPLAN De uitvoering van de VTH taken worden in het jaarlijks uitvoeringsplan inzichtelijk gemaakt. In dit uitvoeringsplan staat wat we het komende jaar gaan doen en met welke capaciteit en middelen. Het uitvoeringsplan omvat een duidelijke verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen en strategieën. Dit uitvoeringsplan wordt vastgesteld door het college en ter informatie aan de gemeenteraad (en de Provincie Zuid-Holland) toegezonden. Aan de hand van de doelen en budgetten uit de programmabegroting, de risicoanalyse, de gestelde prioriteiten, de incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag wordt het jaarlijkse uitvoeringsplan opgesteld.
7
3. MISSIE, VISIE EN DOEL 3.1 VTH-MISSIE De VTH-missie gaat over waar wij als gemeente Nissewaard voor staan en wat voor een gemeente wij willen zijn, gelet op vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving. Vergunningen, Toezicht en Handhaving draagt bij aan de veilige en gezonde fysieke leefomgeving van Nissewaard. Met het oog daarop werken we nauw samen met partners.
3.2 VTH-VISIE In de VTH-visie staat beschreven hoe de gemeente Nissewaard aankijkt tegen de uitvoering van haar VTH-taken. De uitvoering van vergunningen, toezicht en handhaving onderstreept het gezamenlijke belang van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving van de gemeente Nissewaard. Wij geven hieraan uitvoering in een context van ontwikkelend, lerend, verbindend en adaptief werken aan een optimale VTH-organisatie.
3.3 STRATEGISCH DOEL In het strategisch doel staat wat wij met het VTH-beleid willen bereiken. Met de uitvoering van onze wettelijke VTH-taken dragen wij bij aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving voor onze bewoners en bedrijven. Wij willen dat op voorspelbare, duidelijke en consequente wijze doen, vanuit het credo ‘voorkomen is beter dan handhaven’. Wij maken daarbij keuzes op basis van risico’s, prioriteiten en capaciteit. Daarnaast willen wij voldoen aan de wettelijke verplichtingen vanuit afdeling 7.2 van het Bor.
3.4 NADERE DOELSTELLINGEN Naast de strategische doelstelling, hebben wij 10 nadere concrete doelstellingen voor de komende beleidsperiode opgesteld. Deze 10 doelstellingen geven invulling aan onze missie en visie. Deze 10 doelen komen voort uit verschillende onderdelen van dit VTH-beleid. In de uitvoeringsplannen wordt jaarlijks aangegeven op welke wijze aan weke doelen uitvoering wordt gegeven.
8
1
2
Doelstelling
Wat gaan wij daarvoor doen? (2023-2026)
Het VTH-beleidsplan vormt de basis voor de uitvoering van de VTH-taken.
De diepgang van toetsing van aanvragen en het toezicht sluit aan bij de prioriteit.
Het VTH-beleidsplan vormt de basis voor professionele
Wij passen VTH-strategieën correct toe.
vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Wij brengen met een zelfevaluatie in beeld in welke mate wij voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.3.
3 4
5
Het VTH-beleid sluit aan bij de uitvoeringspraktijk.
We betrekken medewerkers en portefeuillehouders bij de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsplan.
Klachten en meldingen worden naar prioriteit afgehandeld.
Klachten en meldingen prioriteren. Afhandeling op basis van prioriteit.
Dienstverlening is snel, transparant en goed, en sluit aan bij de behoeften
Het proces verkennen en begeleiding van initiatief (VBI) zetten wij in om
van onze inwoners.
de dienstverlening in de initiatieffase transparant te laten verlopen. De mogelijkheden van een flitsvergunning worden verkend.
6
Er is sprake van een goede afstemming tussen vergunningen, toezicht en
Warme overdracht van een vergunning naar het toezicht.
handhaving, waarbij de scheiding tussen vergunningverlening en toezicht
Gebiedsgericht werken met afstemming tussen V, T en H.
en handhaving gewaarborgd is. 7
Versterken integrale samenwerking.
Herijken van operationeel-, management- en bestuurlijk (integraal) overleg met DCMR en VRR over de taakuitvoering van VTH.
Borgen van afspraken en processen, zowel intern als extern.
Uitwerken van een top 5 procesbeschrijvingen. Volledigheid van de dossiers in de VTH-applicatie.
8
Continu optimalisatie van de VTH-applicatie. 9 10
Inbedding van WKB en OW in processen en cultuur.
Op basis van praktijkervaring optimaliseren we de werkprocessen continu als basis voor de uitvoering van de WKB en de OW.
Genereren van data voor analyse van risico’s.
Het vastleggen van data over de taakuitvoering. Opzetten van een BI-tool voor analyse.
9
4. ONTWIKKELINGEN
invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Die wet heeft als doel de bouwkwaliteit
Het taakveld VTH fysieke leefomgeving wordt uitgevoerd in een continu bewegende omgeving.
De rol en taak van de gemeente in de uitvoering van de VTH-taken veranderen ten opzichte van
Wij zien de volgende lijnen in de relevante ontwikkelingen die invloed hebben op het VTH werkveld,
de huidige praktijk. De handreiking ‘je bent ervan en je blijft ervan’ van de Vereniging Bouw- en
die nadere worden beschreven:
woningtoezicht Nederland verwoordt de positie die gemeenten als bevoegd gezag blijven houden.
en het bouwtoezicht te verbeteren. Daarnaast wordt de (privaatrechtelijke) aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particulieren en professionele opdrachtgevers uitgebreid.
De gemeente Nissewaard wil ook in het stelsel van de Wkb haar positie nemen om bij te dragen aan • Omgevingswet;
een veilige en gezonde leefomgeving.
• Wet kwaliteitsborging bouw; • Projecten;
Ook deze ontwikkeling zal om de nodige aanpassing in processen, dienstverlening, rollen en
• Zaakgericht werken;
competenties vragen.
• Coalitie programma; • Omgevingsvisie en omgevingsplan.
De Wkb treedt inwerking (1 januari 2024) gedurende de beleidsperiode van dit VTH-beleid, met betrekking tot gevolg klasse 1. Dit beleid bevat de flexibiliteit om specifiek voor de Wkb in het
4.1 OMGEVINGSWET
uitvoeringsplan een nadere beleidsuitwerking op te nemen.
De Omgevingswet staat voor een veilige en gezonde Fysieke leefomgeving, waarin Vergunningen , toezicht en handhaving belangrijke instrumenten zijn naast de omgevingsvisie, het omgevingsplan,
4.3 PROJECTEN
en programma’s. De gemeente Nissewaard implementeert de Omgevingswet vanuit het programma
De gemeente Nissewaard heeft ten aanzien van woningen en scholen verschillende reguliere
Omgevingswet. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is meermaals uitgesteld, maar nu
projecten in voorbereiding. Daarbij wordt aan de Maasboulevard door hoogbouw in woningen
vastgesteld op 1 januari 2024.
voorzien. De projecten vragen voor VTH de juiste expertise. De energietransitie en de duurzaamheidsopgave van de gemeente leiden tot diverse projecten waarbij VTH een rol heeft. Dit
Vanuit de minimale acties van de VNG is de basis gelegd voor de implementatie van de
vraagt om goede beleidsmatige en wettelijke kaders voor een soepele uitvoering van de VTH-taken
Omgevingswet voor de gemeente Nissewaard. Het actualiseren van het VTH beleid is een van de
door de gemeente als bevoegd gezag in samenwerking met ketenpartners.
minimale acties.
4.4 ZAAKGERICHT WERKEN Gedurende de beleidsperiode van dit VTH beleid worden de overige VTH gerelateerde minimale
Ter ondersteuning en borging van de VTH-werkprocessen wordt de nieuwe VTH-Software
acties vanuit het programma overgedragen naar de lijnorganisatie.
geïmplementeerd. Dit is aangeschaft voor de Omgevingswet, maar vanwege het uitstel daarvan zijn de Wabo-processen nu operationeel in dit systeem. Dit zal nog verder worden uitgebreid
De invoering van de omgevingswet brengt bestuursorganen in de regio Rijnmond samen voor een
met bijvoorbeeld de behandeling van APV-processen. Op basis van de operationele ervaringen
optimalisatie van de ketensamenwerking. Dit beleid bevat de flexibiliteit om specifiek voor de Ow in
is nog inpassing op een doorontwikkeling nodig. De Omgevingswet en de Wkb processen komen
het uitvoeringsplan een nadere beleidsuitwerking op te nemen.
in hetzelfde systeem. Het werken met VTH software legt de basis voor zaakgericht werken en is te koppelen aan het nog in te voeren gemeente breed Document Management Systeem, ter
4.2 WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN
archivering.
Parallel aan het programma voor de invoering van de Omgevingswet loopt het traject voor de
10
4.5 COALITIEAKKOORD 2022-2026 Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 is bij de vorming van het college van burgemeester en wethouders het coalitieakkoord tot stand gekomen. Ten aanzien van VTH staat daarin het volgende:
Bruidsschat
Transitie
Omgevingsplan nieuwe stijl
Dienstverlening Onze dienstverlening is snel, transparant en goed en sluit aan bij de behoeften van onze inwoners. Wat digitaal kan, doen we digitaal. Maar er is ook oog voor de mens: persoonlijk geholpen worden,
Transitie
blijft altijd mogelijk. … Vergunningen moet zo snel en simpel mogelijk zijn. De beleving van de klant speelt een belangrijke rol bij de (her)inrichting van processen, zodat de klant centraal staat.
Bestemmings plannen
Transitie
Deze dienstverlening raakt de processen van VTH en vraagt om aan nadere uitwerking. Daarbij wordt gedacht aan het verkennen van de mogelijkheden van een flitsvergunning onder de omgevingswet, maar ook de procesoptimalisatie bij de ‘buitenplanse omgevingsplan activiteit’(Bopa). Dit wordt gedragen door een goed proces voor verkennen en begeleiden Initiatief (VBI) met één ingang.
Plaatselijke verordeningen
4.6 OMGEVINGSVISIE EN OMGEVINGSPLAN De Ow kent de instrumenten omgevingsvisie en omgevingsplan. Op dit moment is de opstelling van de omgevingsvisie in uitvoering. Dit strategisch instrument geeft richting aan het omgevingsplan voor de gemeente Nissewaard. Beiden geven richting en inhoudelijke kaders voor de uitvoering van het VTH taakveld. Echter, bij invoering van de Omgevingswet ontstaat een overgangssituatie van landelijke regelgeving naar lokale regelgeving in het (tijdelijke) omgevingsplan. Ook brengt dit verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, na besluitvorming onder het omgevingsplan. Dit kan leiden tot een gewijzigd stelsel van vergunningplicht en meldingsplicht. Dit vraagt een zorgvuldige en integrale afweging van effecten om de VTH-doelstellingen te behalen.
11
4.7 OVERIGE ONTWIKKELINGEN 4.7.1 LANDELIJK HANDHAVINGSSTRATEGIE OMGEVINGSRECHT De Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO) van oktober 2022 bevat een brede reikwijdte. Deze strategie is dan ook met name bij de integrale handhaving een goed handelingskader. De gemeente Nissewaard onderschrijft de LHSO en zal de implementatie ervan verkennen en waar nodig verwerken.
4.7.2 BASIS REGISTRATIES De basis registraties zoals de Bag en de Bro worden vanuit de VTH-keten gevoed. Goede data kwaliteit van deze registraties wordt in belangrijke mate bepaald door de data en processen in de VTH-keten. De Omgevingswet en de Wkb hebben invloed op deze data en processen.
4.7.3 REGIONALE SAMENWERKING Samenwerken doen wij in beginsel via twee cirkels: Voorne-Putten en Rotterdam-Rijnmond. Daarbij sluiten wij aan op de schaalgrootte van enerzijds de GR Syntrophos en anderzijds op die van de VRR, DCMR en GGD.
4.7.4 VERSTERKEN VTH STELSEL Het rapport “Om de leefomgeving” van de Commissie Van Aartsen doet verslag van het onderzoek naar het landelijke stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De commissie was gevraagd welke mogelijkheden er zijn om het VTH stelsel, en daarmee milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening, te versterken. Dit ziet op de uitvoering van de Basis taken door de omgevingsdiensten in Nederland. Vanuit het interbestuurlijk programma ‘versterking VTH-stelsel’ wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen van de sommisse van Aartsen. Deze aanbevelingen hebben een primaire werking op de basis taken en vallen daarmee buiten de scope van dit VTH beleid. Tegelijk is wel de landelijke strategie handhaving Omgevingsrecht uit 2022 uit dit interbestuurlijk programma voortgekomen en heeft en plek gekregen in dit VTH- beleid.
12
5. EVALUATIE, ANALYSE & PRIORITEITEN
In de afgelopen jaren zijn naar aanleiding van incidenten elders, onderzoeken uitgevoerd in Nissewaard naar breedplaatvloeren en brandveiligheid van gevels. Dit heeft geen situaties in beeld gebracht waarbij ingrijpen noodzakelijk was. Het nieuwe VTH-beleid is opgesteld in samenspraak en verbinding met de organisatie en het bestuur.
5.1 EVALUATIE VOORGAANDE BELEID Het voorgaande toezicht- en handhavingsbeleid word gevormd door het “Integraal toezicht
5.2 ANALYSE
en handhaving 2015 – 2018”, (uit 2015) en de ‘meerjarennota Toezicht integraal toezicht en
Met een drietal analyse wordt een beeld verkregen van wat er speelt op het gebied van VTH binnen
handhaving fysieke leefomgeving Nissewaard 2019-2022’ (uit 2019). Deze documenten zijn
de gemeente Nissewaard. De analyse bestaat uit een gebiedsanalyse, een probleemanalyse en een
opgesteld vanuit de context van destijds, en bevatten slechts de aspecten Toezicht en Handhaving.
risicoanalyse.
Het aspect Vergunningen ontbreekt. In de periode 2016 tot en met 2020 zijn jaarplannen voor Toezicht en Handhaving opgesteld. Dit beleid en jaarplannen hebben bestuurlijk en ambtelijk
Bij de gebiedsanalyse gaat het om de omgeving in brede zin, dat wil zeggen dat wij kijken naar het
(te) weinig aandacht gekregen. Het is een beschrijving van de praktijk, zonder concrete keuzes
gehele grondgebied (fysieke leefomgeving) met haar kenmerken en bijzonderheden (gebouwen,
op basis van risico’s en prioriteit. De ontwikkelingen op het omgevingsrecht zijn nadien verder
inwoners en bedrijven/instellingen, natuur etc.). Hierbij kijken wij zowel naar algemene kenmerken
gegaan, ook is de organisatie gewijzigd met de vorming van het team VTH in 2020. Het VTH pakket
en bijzonderheden die voor het hele gebied van toepassing zijn, als ook naar gebied specifieke. Zo
Centric leefomgeving (CLO) is geïmplementeerd en processen zijn aangepast in 2022. Wetende dat
heeft bijvoorbeeld het landelijk gebied andere kenmerken dan het centrum van Spijkenisse.
voorheen in Excel een werkvoorraad werd bijgehouden, is het zaaksgewijswerken in een VTHapplicatie een forse cultuur omslag. Aanhaking bij het huidige coalitieakkoord ontbreekt .
Bij de probleemanalyse inventariseren wij of en in hoeverre sprake is van actuele problemen/ aandachtspunten. Daarbij is te denken aan de impact van de wettelijke ontwikkelingen, toename
Ten aanzien van omgevingsvergunning heeft zich een toename van het aantal aanvragen
werkaanbod en de krapte op de arbeidsmarkt en maatschappelijke ontwikkelingen zoals gedrag en
voorgedaan. Tegelijkertijd was er sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Met de inzet van extra
duurzaamheid.
capaciteit is vanaf midden 2021 op dit punt bijgestuurd. De corona pandemie heeft grote invloed gehad op de horeca, ondernemers en evenementen. Het effect hiervan is zichtbaar in de aantallen
Op basis van de gebieds- en de probleemanalyse inventariseren wij vervolgens de risico’s en/of
zaken.
risicovolle activiteiten. Deze wegen wij aan de hand van de landelijke systematiek (risicoanalyse).
Overziend kan gezegd worden dat het voorgaande VTH-beleid aanhaking bij de huidige context
Het resultaat vertaalt zich door naar onze strategieën voor de komende beleidsperiode om onze
mist, onvolledig is met betrekking tot vergunningen, wettelijk niet actueel is, scherpte mist op
VTH-taken uit te voeren. Tenslotte hebben wij projecten en ontwikkelingen opgenomen in het
risico’s en prioriteiten en dat het ontbreekt aan ambtelijke en bestuurlijke aandacht. Dat wil
VTH-beleid die nu of in de nabije toekomst op de gemeente Nissewaard afkomen waar wij bij de
niet zeggen dat de organisatie heeft stil gezeten. Er is namelijk geanticipeerd op ontwikkelingen,
uitvoering van onze VTH-taken in de komende beleidsperiode rekening mee moeten houden.
benodigde capaciteit en middelen. Handhaving op het Wabo deel is voornamelijk reactief op basis van klachten geweest.
13
5.2.1 OMGEVINGSANALYSE De gemeente Nissewaard kent een groot landelijk gebied met de kernen Hekelingen, Simonshaven, Zuidland, Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet en buurtschap Biert. Daarnaast is er het stedelijk gebied van Spijkenisse. Het gebied wordt begrensd door hoofdzakelijk water, van het Spui, Voornse kanaal, Hartelkanaal en de Oude Maas. De Bernisse doorkruist het landelijk gebied met verschillende vormen van recreatie. De gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Hoeksche Waard en Voorne aan Zee vormen de buurgemeenten. Nissewaard ligt in het zuidelijke centrum van de Rotterdam-Rijnmond regio. Rond Nissewaard is met name aan de noordkant een zone met (zware) industrie. Hoewel buiten de gemeentegrens, heeft dit invloed (zoals geluid en externe veiligheid) op het aangrenzend landelijk en stedelijk grondgebied. Het landelijke gebied kent een combinatie van de agrarische sector, lokale bedrijvigheid, wonen, sport en recreatie. Spijkenisse is een stedelijk gebied, met een combinatie van stedelijk groen, hoogbouw, woonwijken, horeca, winkelcentra en lokale bedrijven. Als groeikern heeft Spijkenisse een relatief groot aandeel van bebouwing van na 1970 In zowel de kernen als Spijkenisse is het afgelopen decennia nieuwe bebouwing bijgekomen. Verspreid over de gemeente zijn 189 monumenten, waarvan 96 rijksmonumenten.
De historische kernen van Abbenbroek, Geervliet, Heenvliet en Zuidland zijn aangewezen als Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. De (gekende) bewoningsgeschiedenis van Nissewaard gaat terug tot circa 2900 voor Christus. In de grond zijn hier verschillende sporen en resten van terug te vinden. Bij archeologische onderzoeken zijn in Nissewaard vindplaatsen uit de Steentijd, IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen teruggevonden. Water is zowel rond als in het gebied van Nissewaard een factor van betekenis, waarbij het Waterschap Hollandse Delta als bevoegd gezag haar rol heeft.
14
5.2.2 PROBLEEMANALYSE Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving is gebaat bij een goede toebedeling van functies. De huidige wetgeving van het rijk, provincie gemeente en het waterschap geven op inhoud invulling aan deze toebedeling van functies. Zonder beoordeling in de VTH-keten van activiteiten van bewoners en bedrijven aan deze wetgeving kan de gezonde en fysieke leefomgeving in Nissewaard in gevaar komen. Hoewel ‘een ieder geacht wordt de wet te kennen’, kan onvoldoende en onjuiste informatie verstrekking door de gemeente leiden tot verkeerde interpretaties van inwoners en bedrijven. Zonder (regionale) samenwerking in de uitvoering van de VTH-taken is geen verbinding met de omgeving waarin dit plaats vindt. De uitvoering van de VTH-taken kan op gespannen voet staan met verwachtingen uit de samenleving en de juridische realiteit. De verwachtingen van inwoners en bedrijven van toezicht en handhaving kan afwijken van de uitkomst van het proces. De huidige arbeidsmarkt heeft een krapte voor het VTH-domein. Dit terwijl zich in de jaren 2020, 2021 en 2022 een aanzienlijke toename van vergunningaanvragen heeft voorgedaan. Dit tegelijk met inzet van dezelfde medewerkers voor het invoeren van de Ow en Wkb, gelijktijdig met een Corona crisis.
Handhaving op het gebied van bouwen en ruimtelijke ordening heeft in voorgaande jaren vooral reactief plaatsgevonden op basis van meldingen. Daar was dan ook slechts de capaciteit voor beschikbaar. Dit heeft een stuwmeer aan situaties opgeleverd, waarbij de feitelijke situatie afwijkt van de gewenste situatie, op basis van onderliggend inhoudelijk beleid. Deze situaties (zoals schuttingen zonder vergunning, airco’s aan de gevel, aanbouwen in zijerven, paardenbakken in buitengebied) zijn voorbeelden waar naar verwezen wordt bij de inhoudelijke behandeling van een vergunningaanvraag ‘maar daar mag het wel!?’. Ook leidt een stuwmeer aan potentiële illegale situaties tot verwijzen als wel wordt gehandhaafd op basis van een melding. ‘Als jullie bij mij handhaven, dan meld ik de 25 gevallen om mij heen ook!’. Dergelijke kwesties kunnen een aanzienlijk beslag leggen op de beperkte capaciteit. Het uitblijven van proactief handelen door de gemeente vormt dus een bedreiging voor het inhoudelijk beleid, zoals welstand, bestemmingsplan, stedenbouw. Tegelijkertijd zijn situaties denkbaar die oplosbaar zijn met een beleidswijziging.
Waarom regels stellen voor zaken waar behoefte aan is, en maatschappelijke acceptatie bestaat? Het Omgevingsplan gaat de gemeente Nissewaard ruimte geven om op basis van een integrale afweging de (lokale) vergunningplicht te verruimen, waar nu op basis van de Wabo nog geen mogelijkheid is.
15
5.2.3 RISICO ANALYSE
5.2.4 RISICO’S VERGUNNINGEN
De gemeentelijke taken zijn zeer divers en omvangrijk. Het is niet mogelijk om al deze taken zonder
Onder vergunningen wordt in brede zin het begeleiden van initiatiefnemers en betrokkenen
meer uit te voeren. Daarom zullen er keuzes gemaakt moeten worden met betrekking tot de wijze
van idee naar besluit verstaan. Dit kan zijn het voorlichten over vergunningsvrije dan wel
waarop en met welke intensiteit de taken worden uitgevoerd. Voor het opstellen van dit VTH-
vergunningsplichtige activiteiten, procedures, beoordelingskaders, het behandelen en beoordelen
beleid zijn diverse VTH-taken geanalyseerd. Dit heeft geleid tot een uitwerking in niveaus voor
van aanvragen en meldingen en ook het verlenen, buiten behandeling stellen, en weigeren van
verschillende activiteiten, zoals bouwen, slopen, monumenten, milieu, brandveilig gebruik, kappen
aanvragen. Deze risico’s lenen zich in minder maten dan toezicht en handhaving zaken om in een
maar ook evenementen en alcohol schenken.
matrix te vatten en zien ook op procesmatige onderwerpen.
Een risico analyse geeft een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. De vereenvoudiging is
De volgende risico’s worden gezien ten aanzien van vergunningen;
nodig om gestructureerd tot een gerichte weging te komen. Er zullen risico’s en situaties blijven die niet zijn meegenomen in de risico analyse. Zo nodig kan gekozen worden om op casus /onderwerp
• Vermijden contact en overleg met de gemeente;
niveau een risico analyse te maken.
• Onduidelijke vraagstelling en informatie verstrekking aan de gemeente; • Geen zicht op proces van de gemeente;
Voor de risicoanalyse en prioriteitenstelling voor diverse onderwerpen is een matrix opgesteld, zie
• Onjuiste administraiteve verwerking door de gemeente;
bijlage 2. Daarbij zijn we aan de hand van effecten en de kans gekomen tot een risico bepaling. Hoe
• Onjuiste en onvolledige beoordeling door de gemeente;
groter het gevolg en hoe groter de kans des te diepgaander het uitvoeringsniveau zal zijn.
• Lange doorlooptijd van het proces door de gemeente; • Verschil in verwachtingen tussen de gemeente, iniatiefnemer en betrokkenen;
Per onderdeel wordt de kans bepaald, op basis van het voorvallen in een strategie. Op grond
• Verschuiven van onderwerpen naar achterzijde van het proces;
van een risicoanalyse kan worden vastgesteld welk risico wij als gemeentebestuur bereid zijn te
• Onvoldoende (digitale) proces ondersteuning bij de gemeente;
accepteren en wat de prioriteiten moeten zijn. De bestuurlijke prioriteit heeft in een formule voor
• Overheidsaansprakelijkheid;
de uitvoeringsniveaus een duidelijke plaats gekregen.
• Kwaliteit beoordelingen in relatie tot de kwaliteitscriteria 2.3.
Doelstelling
In de vergunningen strategie worden de beheersmaatreglen bij deze risico’s nader utigewerkt.
De resultaten van deze risicoanalyse leveren een uitgangspunt op hoofdlijn op. Dit vormt dan het
Voorbeeld: bij een aanvraag bouw mag de de constructieve berekening uiterlijk 3 weken voor
kader voor de nadere uitwerking van onderwerpen voor het toezicht en toets niveau en kan de
aanvang werkzaamheden (van dat onderdeel) worden ingediend. Dit heeft tot gevolg dat pas in
inzet van toezicht vormen.
de uitvoeringsfase deze informatie op tafel komt. Door deze gegevens, naar redelijkheid, al in de vergunningsfase te vragen en te beoordelen, heeft de bouwende partij nog gelegeheid tot het
Beoogd resultaat
realiseren van aanpassingen uit de beoordeling en kan een relatie gelegd worden ten aanzien van
Het vaststellen van de protocollen beoogt een verantwoorde wijze van de afhandeling van
bouwmethoden bouw- en omgevingsveiligheid.
vergunningaanvragen en het houden van toezicht daarop. Naast een transparante werkwijze voor onze klanten, derde-belanghebbenden en politiek bestuur, kunnen de medewerkers afgewogen en expliciete keuzes maken bij uitvoeren van hun werk.
16
5.2.5 RISICO’S TOEZICHT EN HANDHAVEN Illegaal handelen van burgers en bedrijven wordt in de hand gewerkt als de gemeente niet handhaaft. Dit heeft een negatief effect op de veiligheid en gezondheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ook blijkt uit constante jurisprudentie dat de gemeente onrechtmatig handelen kan worden verweten, indien blijkt dat zij onzorgvuldig/nalatig heeft gehandeld op het gebied van toezicht en handhaving van veiligheid in de fysieke leefomgeving. De gemeente kan hierdoor aansprakelijk worden gesteld voor de geleden (letsel-)schade, hetgeen voor haar ook de nodige financiële consequenties kan hebben. Een ander risico is dat de gemeente door niet te handhaven haar eigen beleid ondermijnt. Het niet naleven van voorschriften kan leiden tot onomkeerbare situaties met alle gevolgen van dien. Het langdurig hanteren van toezicht op basis van klachten en meldingen creëert een stuwmeer aan potentieel illegale situaties. Bij deze situaties is de kans groot dat niet wordt voldaan aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen. Wanneer toezicht en handhaving op een juiste manier wordt uitgeoefend, heeft dit een preventieve werking. Ongewenste situaties kunnen hiermee voorkomen worden. Omgekeerd geeft het uitblijven van preventief toezicht en risico op toename van ongewenste situaties (pakkans).
Toezicht op alleen geprioriteerde locaties en gevallen, brengt met zich mee dat overige locaties langdurig buiten beeld zijn. Toezicht in de uitvoeringsfase van werkzaamheden kan nooit 100 %. Hierbij zit het risico dat bepaalde onderwerpen niet worden gecontroleerd door de gemeente. Prioriteiten van inwoners en bedrijven kunnen afwijken van de prioriteiten in het beleid van de gemeente, in het geval van klachten en meldingen.
5.2.6 PRIORITEITENANALYSE Bestuurlijke aandacht wordt in belangrijke mate bepaald door de interne en externe risico’s die de gemeente loopt. In een interactieve sessie met de raadswerpgroep Omgevingswet zijn op 11 mei 2023 de prioriteiten in beeld gebracht die de raadswerkgroep ziet bij onderwerpen. Op basis van ervaring en de input uit de raadswerkgroep zijn vervolgens accenten aangebracht in de prioriteiten voor zowel vergunningen als toezicht en handhaving.
17
5.3 PRIORITEITEN
Tijdens de gespreken over de aangegeven onderwerpen werd duidelijk dat voor de onderwerpen
Bestuurlijke aandacht wordt in belangrijke mate bepaald door de interne en externe risico’s die
bouwen, evenementen, horeca en brandveiligheid ervan wordt uitgegaan dat de gemeente hierop
de gemeente loopt. Daarnaast kunnen er thema’s zijn die bestuurlijke prioriteit hebben en tegelijk
correct en naar de wet handelt. Vanuit dit vertrouwen is voor onderwerpen, die door bewoners als
een laag risico. De bestuurlijke prioriteiten zijn ontleend aan het coalitieakkoord en sessie met
overlast gevend worden ervaren, prioriteit gevraagd. De risico’s worden hierbij onderschreven, dit
de raadswerkgroep omgevingswet over dit onderwerp. Aan de hand van 16 onderwerpen en 4
vertaald zich ook in de score van thema’s.
thema’s zijn de prioriteiten opgehaald. In de bijlage is het resultaat verwerkt. Schaarste in capaciteit vertaalde zich naar de 8 stikkers die bij de 16 onderwerpen konden worden geplakt. En bij de
De prioriteiten zijn verwerkt in het toets- en toezichtniveau. Daarbij is rekening gehouden met
thema’s kon 1 (gouden) stikker worden geplakt. Deze thema’s komen terug in de risico matrix en de
het risico en de prioriteit die is gegeven. Een laag risico, maar wel een hoge prioriteit krijgt dan
prioriteiten matrix. De top vijf prioriteiten uit deze sessie met de raadswerkgroep is onderstaande
bijvoorbeeld een verhoogde toezicht niveau.
weergegeven. De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit.
Hoogste 5 prioriteiten Wabo / OW
Er valt te denken aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag, de bezoekfrequentie
• Brandveiligheid (8)
van toezicht en de wijze waarop klachten, meldingen en handhavingsverzoeken in behandeling
• Kappen houtopstand (8)
worden genomen (nu doen of later inplannen).
• Bouwtechnisch (7) • Gebouwd erfgoed (7) • Ruimtelijk (6)
Hoogste 5 prioriteiten Apv taken • (Bedrijfs)afval (14) • Hinderlijke of ontsierende voertuigen (14) • Voorwerpen op of bij de weg (10) • Evenementen (2) • Standplaatsen (2)
Hoogte 5 Thema’s • Ruimtelijke kwaliteit (4) • Fysieke veiligheid (2) • Gezondheid en milieu (2) • Bestuurlijk imago (2) • Effect merkbaar in de omgeving (1) • Maatschappelijk welbevinden (0)
18
6. STRATEGIE EN UITVOERING Wij geven uitvoering aan de doelen, prioriteiten door risicogericht te werken binnen de VTH-keten met vijf strategieën. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weer gegeven. De inzet per strategie is in de hierna volgende paragrafen nader uitgewerkt. De rode draad is dat deze strategieën invloed hebben op elkaar. De rode draad is dat wij als bevoegd gezag staan voor onze missie en doelen en daarbij risicogericht handelen. Daarvoor zetten wij in op goede dienstverlening, duidelijke informatie over wat wel en niet kan, processen met heldere taken en verantwoordelijkheden, toepassen van risicogerichte protocollen, aansluiting bij landelijke en regionale werkwijzen en strategieën. Dit houdt in dat wij voor geprioriteerde zaken verhoogde aandacht hebben en risico accepteren bij lagere prioriteiten. De Ow en de Wkb hebben invloed op de wijze waarop wij hier uitvoering aan geven. De strategieën kunnen daarom ook wijzigen gedurende de beleidsperiode. In het jaarlijkse VTH uitvoeringsplan kan worden aangegeven op welke punten van het VTH beleid en de strategieën wordt afgeweken. VOORKOMEN
REGULEREN
MONITOREN
CORRIGEREN
MAATWERK
Preventie
Vergunningen
Toezicht
Handhaving
Gedogen
Voorlichting
Casemanagement
Toezicht op
Constateren
Zicht op legalisatie
Informatie
processen
vergunningen
overtredingen
Tijdelijke gedogen
VBI
toets protocol
Processen
Handhaving
maatwerk
doorwerking
Toezicht protocol
reactief en actief
Landelijke gedoog
prioriteiten
doorwerking
doorwerking
strategie
dienstverlening
prioriteiten
prioriteiten LHSO
19
6.1.1 UITGANGSPUNTEN
Ad 2 Risico, wettelijke voorschriften en bestuurlijke prioriteit
Voor het ten uitvoering brengen van de opvolgende keten van vergunningen, toezicht en
Een uitwerking van de wettelijke uitvoeringstaken van gemeenten is het bestuurlijk vastleggen
handhaving hanteren wij de volgende vijf uitgangspunten. De uitgangspunten bepalen onze
van de wijze waarop taken worden uitgevoerd. Dit VTH-beleid gaat hier verderop in dit document
houding en verwachtingen ten aanzien de voorkomende casussen.
concreet op in.
VTH uitgangspunten
Ad 3 Voldoende aannemelijk
1. De primaire verantwoordelijkheid voor activiteiten in de fysieke leefomgeving ligt bij de burgers,
Het is voor gemeenten niet mogelijk alle wettelijke aspecten integraal te toetsen en hierop toezicht
bedrijven en instanties dan wel de partijen die namens hen optreden. 2. De gemeente ziet toe of de verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen en onderneemt
te houden. Bij de taakuitoefening geldt het uitgangspunt dat altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. Het is niet de bedoeling om het werk van
acties op basis van geschat risico, wettelijke voorschriften en bestuurlijke prioriteit. De
deskundigen (ondernemers, adviseurs, bouwers) over te doen. Afhankelijk van het risico is een
bemoeienis van de gemeente beperkt zich tot een minimum afgesproken niveau.
keuze gemaakt in het niveau van taakuitoefening.
3. Altijd moet voldoende aannemelijk zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. 4. De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis en een professionele organisatie op de
Ad 4 Voldoende kennis en een professionele organisatie
diverse disciplines bezit, zodat de gemeente zich er altijd van vergewissen of derden voldoen aan
De uitvoering van de taken moet op een adequaat niveau gebeuren. Wat het adequate niveau is,
de regelgeving. Dit vergt een basis kennisniveau.
is vastgelegd in landelijke kwaliteitscriteria, verankerd in de gemeentelijke Verordening Kwaliteit
5. De gemeente heeft een vangnetfunctie voor de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke omgeving.
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht. VTH zal inzichtelijk maken op welke wijze aan de kwaliteitscriteria is voldaan. In hoofdstuk 5 is reeds ingegaan op de kwaliteitscriteria en borging van kwaliteit.
Ad 1 Verantwoordelijkheid Door ontwikkelingen in wet- en regelgeving, jurisprudentie en evaluaties na calamiteiten, wordt steeds meer een scheiding duidelijk tussen de bestuurlijke en privaatrechtelijke verantwoordelijkheid. De bestuurlijke verantwoordelijkheid richt zich meer op het beperken van risico’s en houden van toezicht hierop. Enerzijds door toetsing van vergunningen en anderzijds het toezien op de naleving van algemene regels en voorschriften uit de vergunningen. Bedrijven en burgers hebben hierin een grote verantwoordelijkheid. Dit geldt voor vergunning plichtige en melding plichtige, maar ook voor vergunning vrije activiteiten binnen de fysieke leefomgeving. Daarom worden initiatiefnemers gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid. Indien nodig worden zij op hun verantwoordelijkheid aangesproken. Bij verwijtbare overtredingen worden zij ook privaatrechtelijk aangesproken voor de gevolgen na bijvoorbeeld overtredingen en calamiteiten.
20
Ad 5 Vangnetfunctie De vangnetfunctie heeft vooral een publiekrechtelijk en geen privaatrechtelijk karakter. Ook speelt hierbij de eigen verantwoordelijkheid een rol. Als de eigen verantwoordelijkheid van een burger of bedrijf onvoldoende of niet wordt genomen, zal de gemeente zorg dragen voor het naleven van de voorschriften, vaak met als gevolg het voeren van handhaving procedures. De gemeente hanteert hierbij de zogenaamde “aanpak aan de voorkant”. Dat wil zeggen dat burgers, bedrijven en instanties direct worden aangesproken op de geleverde kwaliteit. Communicatie met de betrokkene speelt daarbij een centrale rol. De gemeente voelt zich niet geroepen om in private kwesties via het publiekrecht te acteren . Bij de inzet van capaciteit blijft de focus op de door gemeente gestelde prioriteiten. Ad 6 Toezicht en handhaving bij overheidsorganen Handhaving van voorschriften bij een object van een andere overheid of van een onderdeel van de eigen organisatie is niet anders dan handhaving van voorschriften bij derden. Als er sprake is van een incident, ongewoon voorval of overtreding door de eigen organisatie, dan heeft dit echter in principe altijd prioriteit. Afhankelijk van de aard en de effecten kan er worden besloten kortere termijnen of hogere dwangsombedragen te hanteren. Ook kan er voor spoed of super spoed bestuursdwang gekozen worden.
Als er matige spoed is, kan ook worden gekozen voor een last onder dwangsom met een korte termijn met het achterwege laten van de constateringsbrief. Voor meer informatie over de incidenten, ongewone voorvallen en overtredingen door de eigen organisatie wordt verwezen naar die protocollen.
21
6.1.2 TOEPASSING WET BIBOB
Een zorgvuldige, transparante en volledige analyse van bepalende aspecten door betrokken
De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is een
partijen heeft invloed op het proces en eindresultaat. Dit illustreert het belang van de gemeente en
belangrijk instrument in de aanpak naar georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Bij de
initiatiefnemers bij preventie in alle fasen van de uitvoering van de VTH-taken.
uitvoering van de VTH-taken wordt aan het gemeentelijk beleid getoetst of de Wet Bibob van toepassing is. Correspondentie wordt voor alle aspecten integraal, inclusief de Wet Bibob, via de
6.1.3.2 Onderlinge afstemming
procedures van de VTH-taken gevoerd.
Communicatie en afstemming tussen initiatiefnemers en de omgeving heeft een bijdrage aan wederzijds begrip van ontwikkelingen. De beoordeling van het initiatief aan de kaders van de
6.1.3 PREVENTIESTRATEGIE
gemeente komt in beginsel na deze participatie. Wij stimuleren dit onderlinge gesprek tussen de
Vanuit het credo voorkomen is beter dan handhaven, zien wij het belang van goede
partijen voorafgaande aan vraagstelling aan de gemeente.
communicatie van gemeente, burgers, bedrijven en belanghebbenden, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Wij verwachten dat voorafgaande aan de uitvoering van activiteiten
6.1.3.3 Oriëntatie initiatiefnemer
georiënteerd wordt op de van toepassing zijnde regelgeving en de benodigde toestemmingen.
Burgers en bedrijven oriënteren op verschillende wijzen over de haalbaarheid van initiatieven.
Dit bevorderen wij met informatieverschaffing en een laagdrempelig proces om vragen te
Het gaat daarbij om vragen als; ’heb ik een toestemming nodig? Mag dat wel? Met welke regels
beantwoorden.
moet ik rekening houden?’ Deze oriëntatie kan tweedelijns zijn, via een architect, leverancier van overkappingen, een familielid of een herinnering uit het verleden. Wij zien dat wij met name
De gemeente zet in op goede informatieverstrekking, het laagdrempelig beantwoorden van
invloed hebben op de eerstelijns communicatie met de gemeente in de oriëntatie fase. Dit kan via
eenvoudige vragen en het met een goed proces oppakken van meer complexe onderwerpen. Dit
de website van de gemeente, informatie bij de provincie, waterschap, rijksoverheid, GGD, DCMR,
vraagt investering aan de voorzijde van alle partijen. Het goede gesprek van een toezichthouder kan
en VRR.
herhaling van overtredingen voorkomen en heeft daarmee een preventieve werking. De website van de gemeente zien wij als een belangrijk portaal waar een wegwijzer staat voor de 6.1.3.1 Voorzijde
oriëntatie fase. Via de website willen wij informatie verschaffen over waar nadere informatie is te
Aan de voorzijde van initiatieven is flexibiliteit nodig om soepel tot afstemming te komen.
krijgen (DSO), wat de processen zijn en op welke wijze en waar vragen gesteld kunnen worden.
Onderstaande schema geeft aan hoe de invloed aan de beginfase zich verhoudt tot hoge kosten en ongemak in de eindfase.
Er zijn grenzen aan wat digitaal via vragenbomen kan worden opgepakt. Via een gesprek met de gemeente kan in veel gevallen een antwoord worden gegeven.
Mate van invloed op het bouwproces
Kosten van wijzigingen
Wij staan open voor laagdrempelige en toegankelijke informatie verstrekking. Per telefoon zijn wij bereikbaar om vragen te beantwoorden en initiatiefnemers verder te helpen. Informatie verstrekking en het met een toegankelijk proces beoordelen van initiatieven heeft een preventieve werking op handhavingszaken. Daarnaast heeft communicatie overtreden ook een preventieve werking.
Initiatief
Ingebruikname
22
6.1.3.4 Initiatieven beoordelen Voor vragen die per telefoon niet eenvoudig zijn te beantwoorden, zetten wij in op het proces van ‘verkennen en begeleiden initiatief’, naar het model van de VNG. Initiatieven die eenvoudig of complex zijn kunnen wij met dit proces snel en adequaat beoordelen. Dit laagdrempelig proces is nadrukkelijk geschikt voor zowel eenvoudige als complexe initiatieven. Ook vragen over bijvoorbeeld vergunningsplicht en haalbaarheid ervan beantwoorden wij via dit proces. Het onderscheid tussen eenvoudige en complexe initiatieven maakt dit mogelijk. De initiatieven ontvangen wij digitaal en brengen wij naar 1 ingang en worden geprioriteerd. Complexe plannen worden nader beoordeeld op wenselijkheid op de intaketafel. De haalbaarheid wordt beoordeeld aan de multidisciplinaire omgevingstafel. Hierbij kunnen meerdere interne en externe adviseurs (waaronder ketenpartners, zoals de VRR en de DCMR) aanhaken. De adviezen kunnen met het oog op een veilige en gezonde fysieke ook mogelijke koppelkansen bevatten. De uitkomst kan zijn dat een concept vergunning moet worden aangevraagd. Het kan ook zijn dat een wenselijk initiatief niet haalbaar blijkt. Eenvoudige plannen behandelen wij schriftelijk in korte termijnen. Wij werken continu aan de optimalisatie en verbreding van dit proces naar 1 ingang.
Het behandelen van initiatieven heeft daarom een hoge prioriteit bij de inzet van capaciteit. Met de komst van de Ow en de Wkb is inzet op informatieverstrekking en kennis belangrijk. Ook onze ketenpartners werken mee aan het optimaliseren van het proces en het aan de voorzijde mee denken met initiatiefnemers. Dit bevordert de kans op goed naleef gedrag. Wij gaan ervanuit dat aanvragen vooraf door de initiatiefnemers zijn besproken met omwonenden en/of belanghebbenden. Wij kunnen aan initiatiefnemers vragen dit nog te doen, als blijkt dat dit niet is gebeurd.
23
24
6.1.4 VERGUNNINGENSTRATEGIE
6.1.4.2 Ontvankelijkheid
Vergunningen voor de Wabo, Ow, APV en Bijzondere wetten hebben uitlopende inhoudelijke
Uitgangpunt bij vergunningen is dat burgers en bedrijven verantwoordelijk zijn voor het indienen
beoordelingskaders. De (reguliere) procedures hebben ook verschillende grondslagen. Toch zijn de
van goede en volledige aanvragen, conform de Mor als het een aanvraag omgevingsvergunning
volgende basis stappen van toepassing.
betreft. Indien nodig zullen wij nadere gegevens opvragen die, naar ons oordeel, nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De aanvraag vormt immers de basis voor de beoordeling en het
• Er is een aanvraag.
besluit. Een goede aanvraag duidt op een goed plan en verhoogde de kans op een snelle procedure
• De aanvraag moet voldoende gegevens bevatten voor de beoordeling ervan.
en goede uitvoeringskwaliteit. Wij willen zo vroeg mogelijk volledige informatie ontvangen.
• De beoordeling vindt plaats op basis van het van toepassing zijnde beoordelingskader. • Voor de beoordeling worden (indien nodig) interne en externe adviezen uitgebracht.
Burgers en bedrijven kunnen professionele partijen inschakelen om te helpen bij het opstellen van
• Het besluit wordt genomen met in achtneming van de (verlengde) beslistermijn.
een goede en ontvankelijke aanvraag. Als gegevens naar oordeel van de gemeente ontbreken bij
• Het besluit wordt toegezonden en gepubliceerd.
de aanvraag, dan geven wij schriftelijk gelegenheid om binnen een redelijke termijn de aanvraag
• Het besluit heeft rechtsgevolgen en is appellabel.
aan te vullen, onder opschorting van de beslistermijn. Bij het uitblijven van een volledige aanvulling kunnen wij op grond van de Awb de aanvraag buiten behadeling stellen.
6.1.4.1 De aanvraag De Algemene wet bestuursrecht (Awb) duidt wanneer sprake is van een aanvraag. Wij hanteren de landelijke formulieren (DSO of OLO) als basis voor aanvragen omgevingsvergunning. Als dit landelijk niet beschikbaar is werken wij met een lokaal formulier dat wij beschikbaar stellen. Wij gaan ervan uit dat aanvragen vooraf door de initiatiefnemers zijn besproken met omwonenden en/ of belanghebbenden. Wij vragen aanvragers om dit alsnog te doen als blijkt dat dit niet is gebeurd. Als een gemachtigde is betrokken bij de procedure , dan communiceren wij met de gemachtigde over de aanvraag. Wij gaan ervan uit dat de gemachtigde zelf over de aanvraag met de aanvrager communiceert. Wij volgen de van toepassing zijnde wettelijke procedures van de aanvraag. Indien wij niet bevoegd zijn op de aanvraag te beslissen, dan zenden de aanvraag door naar het, voorover wij weten, juiste bevoegd gezag. Het ontvangst van een aanvraag en het doorzenden ervan bevestigen wij schriftelijk aan de aanvragen dan wel de gemachtigde ervan. Ontvangen aanvragen publiceren wij overeenkomstig de wettelijke wijze.
25
6.1.4.3 Beoordeling
Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift bijvoorbeeld gebruiken voor onvoorziene
De beoordeling van aanvragen doen wij op basis van de gestelde kaders van het gevraagde besluit.
situaties, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit
Wij informeren aanvragers over eventuele mogelijkheden om de aanvraag aan te passen als dat
van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op
kan leiden tot een positief besluit. De boordeling van de aanvraag doen wij risicogericht. Voor
verzoek.
beoordeling kunnen wij interne en externe adviseurs inschakelen indien dat nodig is. Aan het risicogericht beoordelen geven wij invulling door het toetsniveau van beoordelingen te bepalen.