CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

43. Memo VAWOZ, bijlage I; Ontwerpprogramma VAWOZ

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 44)46.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Er zijn op het moment van vaststellen van (ontwerp-)programma VAWOZ geen nieuwe ontwikkelingen of andere inzichten, daarom blijft deze conclusie van kracht. Dat betekent dat de Oude Westereemsroute niet kansrijk is voor het starten van een projectprocedure direct na Programma VAWOZ. De Oude Westereemsroute valt daarmee in categorie 2 ‘overige alternatieven’. Het is echter niet ondenkbaar, tegen de achtergrond van het belang van de energietransitie, de rol van de Eemshaven en de geopolitieke ontwikkelingen, dat in de toekomst de positie tegenover een aanlanding via deze route mogelijk verandert. Tot nu toe is er echter geen aanleiding om de kansrijkheid van deze route te wijzigen.

Figuur 11‑2 Het Eems-Dollard Verdragsgebied (Bron: Rijkswaterstaat)

De Tunnelroute Sinds de vaststelling van PAWOZ – Eemshaven is de realisatieplanning en raming van het bestaande concept nogmaals tegen het licht gehouden met de risico’s en kanttekeningen die in de adviezen en ten tijde van de terinzagelegging zijn aangedragen. De uitkomsten van deze verdieping zijn beschreven in Bijlage – Stand van zaken tunnelroute bij dit programma en de bijlage ‘Aanvulling realisatieplanning en kosten’ van de IEA/plan-MER PAWOZ. De actualisatie van de planning en raming laat zien dat de realisatietermijn langer zal zijn dan in de IEA/plan-MER PAWOZ is beschreven en dat de raming gezien de onzekerheden en risico’s naar boven moet worden bijgesteld. Voor de Tunnelroute komt dat uit op een realisatie tussen 2040 en 2044, als begin 2027 met een projectprocedure kan worden gestart. De kosten voor het tunnelsysteem (drie buizen)

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

67

worden nu geschat op € 2,5 – 4,0 miljard. Per buis en dus per 2GW kabelverbinding komt dat neer op € 0,8 – 1,3 miljard. De actualisatie van de planning en de raming is opgesteld in nauwe samenwerking met (expertise van) Rijkswaterstaat, die vanuit hun civieltechnische expertise hebben meegekeken. Deze raming en planning hoort bij het in PAWOZ-Eemshaven onderzochte Tunnelconcept en moet nog geactualiseerd en geoptimaliseerd worden wanneer de uitkomsten van de vervolgonderzoeken over onder andere het aanlandingspunt, het intredepunt en de maakbaarheid gereed zijn. Voor nu betekent deze actualisatie van planning, kosten en het risicoprofiel dat het niet kansrijk is om direct na Programma VAWOZ te starten met een projectprocedure voor de Tunnelroute. De Tunnelroute valt daarmee in categorie 2 ‘overige alternatieven’.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

68

Deel C – Aanlandingen Waterstof en Grootschalige elektrolyse op land

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

69

12

Aanlandingen waterstof op zee

12.1

Belang van waterstof

Groene waterstof heeft de potentie om zich te ontwikkelen als een belangrijke nieuwe energiedrager en wordt daarom gezien als belangrijk onderdeel van een duurzaam energiesysteem. Bijvoorbeeld voor de verduurzaming van (delen van) de energie-intensieve industrie. Dit kan doordat groene waterstof kan worden ingezet als vervanging van fossiele brandstoffen in productieprocessen. Voor met name de energie-intensieve industrie biedt groene waterstof als energiedrager een alternatief om productieprocessen te verduurzamen. Dit is niet altijd haalbaar met alleen elektrificatie.

Voor de routes die vanaf de demarcatielijn naar Noord-Nederland lopen, is in PAWOZEemshaven geconcludeerd dat ze geschikt zijn voor nieuw aan te leggen waterstofleidingen. Dit betreft twee routes die aan land komen bij Grijpskerk - de Zoutkamperlaag-route (IX) en de Ameland Wantijroute (VIII) – en de Tunnelroute (X) die aan land komt bij de Eemshaven. De routes zijn met groen aangeduid in Figuur 12‑1. Tijdens de NRD-fase van Programma VAWOZ is besloten om geen routes en zoekgebieden voor een waterstofaanlanding naar Voorne Putten en Zeeuws-Vlaanderen te onderzoeken. In deze fase is beoordeeld dat deze routes niet vergunbaar zijn vanwege negatieve ecologische effecten en stremming van de scheepvaart. Daarom zijn deze routes niet verder onderzocht in de IEA/plan-MER van Programma VAWOZ en niet op kaart weergegeven.

Door windenergie en waterstofproductie te verbinden kan niet alleen de CO2-uitstoot verminderen, het zorgt ook voor een stabielere en efficiënte energievoorziening. Waterstof kan op land en zee worden geproduceerd. Hoofdstuk 13 gaat over waterstofproductie (elektrolyse) op land. Dit hoofdstuk gaat over de aanlandingen die nodig zijn voor het transport van waterstof geproduceerd op zee. De ontwikkeling van waterstof geproduceerd op zee gaat echter minder snel dan geambieerd. In de Klimaat en Energienota 2025 is dit verder toegelicht. Dit heeft te maken met dat de kosten voor waterstofproductie in Nederland (zowel op zee als op land) hoger blijven dan verwacht. Mede daardoor blijft de vraag naar groene waterstof achter en is het aandeel in de energiemix lager dan verwacht.38 Doordat de ontwikkeling van waterstofproductie op zee vertraagt is de ontwikkeling van benodigde infrastructuur om waterstof aan land te brengen, minder urgent. Daarom is besloten om de demonstratieprojecten voor het produceren van waterstof op zee de komende vijf jaar te pauzeren.39 In Programma VAWOZ wordt daarom geen beslissing genomen over locaties voor aanlanding van waterstof. De bouw van het landelijke waterstofnetwerk gaat wel door.

In de onderzoeksfase van Programma VAWOZ en PAWOZ-Eemshaven zijn verschillende routes op zee, routes op land en gebieden voor aanlandingsstations voor waterstof op land onderzocht (zie omschrijving onderdelen in paragraaf 1.2). De routes zijn te zien in Figuur 12‑1. Vanuit windenergiegebied 6/7 kunnen waterstofleidingen het gebied verlaten via een zuidelijke en/of een oostelijke uittredezone. Voor beide uittredezones zijn verschillende routes ontwikkeld om de aanlandingsstations te bereiken. Hierbij gaat het om routes voor nieuwe leidingen.

38 Ministerie van Klimaat en Groene Groei (2025), Klimaat- en Energienota 2025, pag. 34. 39 Ministerie van Klimaat en Groene Groei (2025), Klimaat- en Energienota 2025, pag. 8. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

70

Parallel is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en de effecten van het hergebruiken van aardgasleidingen op zee voor het transport van waterstof (HGH2).40 Deze leidingen worden momenteel gebruikt om aardgas van de productieplatforms op zee naar land brengen. Bij een herstart van de ontwikkeling van waterstofproductie op zee, vormen de onderzoeksresultaten van Programma VAWOZ, PAWOZ-Eemshaven en het hergebruikonderzoek de basis voor verdere uitwerking. Bij een keuze voor nieuwbouw, moet duidelijk zijn of hergebruik van bestaande gasleidingen een reële optie is.

12.2

Resultaten onderzoek VAWOZ en PAWOZ-Eemshaven

12.2.1 Kansrijke en niet-kansrijke routes De voor Programma VAWOZ en PAWOZ-Eemshaven onderzochte routes voor nieuwe waterstofaanlandingen naar Noord-Nederland en de Kop van Noord-Holland (Den Helder) zijn, bij een herstart van de ontwikkeling van waterstofproductie op zee, kansrijk om verder te onderzoeken. Ze zijn in Figuur 12‑1 aangeduid in het blauw en groen. De roze routes naar het Noordzeekanaalgebied en de Maasvlakte, zijn niet kansrijk voor verder onderzoek. In de volgende paragrafen wordt dit toegelicht.

12.2.2 Resultaten Noord-Nederland en Kop van Noord-Holland Routes op de Noordzee De kansrijke routes staan in blauw en groen weergegeven in Figuur 12‑2. De routes voor aanlanding in Noord-Nederland en de Kop van Noord-Holland zijn veel korter dan routes die aanlanden in het Noordzeekanaalgebied en Zuid-Holland, waardoor mede de technische complexiteit en milieueffecten kleiner zijn. Als in de toekomst de ontwikkeling van waterstofproductie wordt hervat, kunnen de routes naar de Kop van Noord-Holland en Noord-Nederland als basis dienen voor vervolgonderzoek. Deze dienen dan passend gemaakt te worden aan de meest recente inzichten.

Figuur 12‑1 Onderzochte routes voor aanlanding waterstof

Een belangrijk aandachtspunt is de doorkruising van beschermde natuurgebieden. Een aantal van de routes naar Noord-Nederland en de Kop van Noord-Holland, kruist Natura 2000-gebied Friese Front, tevens ook een gebied onder de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Dit is een belangrijk foerageer-, rui- en rustgebied voor de zeekoet. Een van de uitgangspunten van dit programma is natuurgebieden zoveel als mogelijk te ontwijken/ zo kort mogelijk te doorkruisen. Ook omgevingspartijen dringen hierop aan, waaronder de voorzitter van het Noordzeeoverleg en Rijkswaterstaat. Bij een eventuele herstart van waterstofproductie op zee dient in vervolgonderzoek eerst beschouwd te worden of de 40 De laatste stand van zaken van het HGH2-onderzoek is hier te vinden: Aanlanding windenergie: van zee naar land | RVO.nl

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

71

routes buiten het Friese Front voldoende zicht op een aanlanding(en) bieden, alvorens de routes door het Friese Front in het onderzoek te betrekken. Routes op land in Noord-Holland Vanaf de aanlandingszone loopt de route ten zuiden van Julianadorp parallel aan de huidige buisleidingenstrook. Ter hoogte van de N9 splitst deze zich in twee aparte routes die beide naar een ander aanlandingsstation voor waterstof lopen: route KNH-WNN2-H2 naar de locatie (DHL-AS1) nabij het huidige compressorstation van de Bacton-Balgzand Leiding (BBL) nabij Anna Paulowna en route KNH-WNN1-H2 naar de locatie (DHL-AS2) op of naast het huidige Tenaz-terrein (voorheen NAM). De routes en zoekgebieden zijn te zien in Figuur 12‑2. De verschillen tussen beide routes zijn klein. Een aandachtspunt voor beiden is de verandering van bodemsamenstelling. Zoekgebied DHL-AS1 ligt in een gebied dat vooral bestaat uit zand en klei en is daarmee minder geschikt voor infrastructuur. Een ander aandachtspunt voor DHL-AS1 is ruimtelijke kwaliteit, zoekgebied DHL-AS2 kan na inpassing aansluiten bij het industriële karakter van het gebied. Aandachtspunt is de nabijheid van de Waddenzee (Natura 2000-gebied). Verdere aandachtspunten voor DHL-AS2 zijn waterkeringveiligheid en externe veiligheid.

De overheden in Noord-Holland hebben in het regioadvies aangegeven dat een aanlanding van waterstof nabij Den Helder bijdraagt aan de ontwikkeling van de door hen beoogde waterstofhub. Specifiek hebben zij een voorkeur voor op of nabij het Tenaz-terrein vanwege het industriële karakter van dit terrein. Een aandachtspunt bij een aanlanding van waterstof geproduceerd op zee nabij Den Helder is een tijdige realisatie van een aansluiting van de Kop van Noord-Holland op het landelijke waterstofnetwerk. Deze aansluiting staat nu gepland voor na 2033.

Figuur 12‑2 Routes voor aanlanding waterstof naar Noord-Nederland en Kop van Noord-Holland

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

72

Routes in de Waddenzee en Noord-Nederland De routes die aanlanden bij Grijpskerk (Ameland Wantrijroute en Zoutkamperlaag-route) en de Eemshaven (de Tunnelroute) zijn onderzocht in de IEA/plan-MER van PAWOZEemshaven. In PAWOZ-Eemshaven wordt geconcludeerd dat de Ameland Wantijroute en Zoutkamperlaag-route vergelijkbaar zijn beoordeeld, al zijn de aanlegmethodes van deze twee routes verschillend door het verloop van de route. De Ameland Wantijroute gaat over het wantij, waarbij verschillende gestuurde boringen nodig zijn en met een gestuurde boring op gepaste afstand onder Ameland gegaan wordt. Voor de Zoutkamperlaagroute zijn minder boringen nodig, echter baggerwerkzaamheden zijn een belangrijk aandachtspunt door het leggen in geulen. Aan de Tunnelroute zijn significante technische risico’s verbonden omdat een tunnelproject van deze omvang voor energie-infrastructuur niet eerder is gerealiseerd. Hier wordt nader onderzoek naar gedaan, dit is beschreven in Hoofdstuk 11. Binnen PAWOZ-Eemshaven is geen conclusie getrokken over de routekeuze voor de aanlanding van waterstof via een nieuw aan te leggen leiding. Dat betekent dat zowel de Zoutkamperlaag-route, de Ameland Wantijroute en de Tunnelroute bij een eventuele herstart meegenomen moeten worden in vervolgonderzoek.

12.2.3 Resultaten Noordzeekanaalgebied en de Maasvlakte In de IEA/plan-MER van Programma VAWOZ zijn routes over zee en over land voor waterstofaanlandingen in het Noordzeekanaalgebied en op de Maasvlakte onderzocht. Hieruit blijkt dat deze, bij een herstart van de ontwikkeling van waterstofproductie op zee, niet kansrijk zijn om verder te onderzoeken. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat: • Bij de routes naar het Noordzeekanaalgebied sprake is van kruising met veel kabels en leidingen (op zee en land) en aanwezigheid van obstakels en een verhoogde kans op ontplofbare oorlogsresten (zee), negatieve effecten op natuur (zee), de complexe inpassing van zowel de leiding als het aanlandingsstation op het terrein van Tata Steel (land). • Bij de routes naar de Maasvlakte sprake is van kruising met veel kabels en leidingen (op zee en land), de aanwezigheid van obstakels en een verhoogde kans op ontplofbare oorlogsresten (zee), (zeer) negatieve effecten op natuur (zee), ruimtegebrek (land) en technische complexiteit (zee en land). • Voor beide routes geldt dat ze op de Noordzee langer zijn dan de routes naar NoordNederland en de Kop van Noord-Holland. Deze routes zullen niet betrokken worden bij een vervolgonderzoek naar de aanlanding van waterstof geproduceerd op zee.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

12.3

Resultaten onderzoek hergebruik waterstofleidingen

In het onderzoek naar het hergebruiken van offshore aardgasleidingen voor waterstoftransport (HGH2) zijn drie routescenario’s ontworpen en de effecten ervan beoordeeld. In de beoogde scenario’s wordt gebruik gemaakt van bestaande aardgasleidingen van NOGAT (op zee en land), NGT (op zee) en Gasunie (op land). Omdat aardgasproductie op zee niet gehinderd mag worden door hergebruik, moeten aardgasstromen worden omgeleid. Dit vraagt de aanleg van nieuwe aardgasleidingen op zee. De HGH2-studie gaat niet in op de technische integriteit van bestaande aardgasleidingen. Uit nader technisch onderzoek moet blijken of de onderzochte leidingen daadwerkelijk geschikt zijn voor het transporteren van grote volumes waterstof. De belangrijkste resultaten en conclusies uit het onderzoek zijn (zie ook Brugnotitie HGH2 in Aanvulling IEA Bijlage H Brugnotities raakvlakprojecten): • Het ontwikkelen van routeopties met hergebruik van aardgasleidingen van NOGAT en NGT voor waterstoftransport vraagt de aanleg van significante lengtes nieuwe gasleidingen op zee. Deze zijn nodig voor het verbinden van de offshore elektrolyser met de NOGAT of NGT-leiding en voor het omleiden van bestaande aardgasstromen. De aanleg van deze nieuwe leidingen zorgt voor effecten maar dan vooral verder op zee. • Voor hergebruik van leidingen voor waterstof is het herbegraven van bestaande leidingen nodig.

Dit brengt effecten met zich mee, waaronder effecten op de natuur. • De effecten van het herbegraven van NOGAT- en NGT-leidingen in de Noordzee zijn de overzien. In het geval van de NGT-leiding is dit voor het Waddenzeedeel onzeker. Door het ontbreken van gegevens en normering is er geen effectbeoordeling gedaan voor het deel van de NGT-leiding op de Waddenzee.

12.4

Hoe verder met waterstof geproduceerd op zee

De ontwikkeling van demonstratieprojecten voor waterstofproductie op zee is tot 2030 gepauzeerd. Als in de toekomst besloten wordt weer stappen te zetten voor waterstofproductie op zee, kunnen de onderzoeksresultaten uit Programma VAWOZ en PAWOZ-Eemshaven dienen als basis voor vervolgonderzoek. Daarvoor moeten resultaten uit deze onderzoeken worden geactualiseerd en het onderzoek naar hergebruik van offshore aardgasleidingen worden aangevuld. De zoekgebieden nabij Den Helder, in Grijpskerk en nabij de Eemshaven zijn geïdentificeerd als kansrijke aansluitlocaties. Deze zoekgebieden en de routes op zee en land naar deze gebieden moeten bij de herstart van de ontwikkeling van waterstofproductie op zee opnieuw bekeken worden. Daarna kan er een afweging tussen deze aansluitlocaties gemaakt kan worden. 73

13

Grootschalige elektrolyse op land

13.1

Meerwaarde van grootschalige elektrolyse

Zoals aangegeven in paragraaf 12.1 wordt groene waterstof gezien als belangrijk onderdeel van een toekomstig duurzaam energiesysteem. Groene waterstof is waterstof geproduceerd met duurzame energie. Hoofdstuk 12 gaat over de productie van waterstof op zee. Dit hoofdstuk gaat over de productie van waterstof op land (grootschalige elektrolyse). Door nabij een aanlanding van windenergie op zee grootschalige elektrolyse (0,5 – 1GW) te ontwikkelen kan er een win-win situatie ontstaan. Er is genoeg duurzame elektriciteit beschikbaar voor elektrolyse én de lokaal verbruikte elektriciteit hoeft niet via het hoofdspanningsnet verder getransporteerd te worden. Hierdoor wordt de hoogspanningsinfrastructuur niet belast en zo wordt (extra) netcongestie voorkomen. Een randvoorwaarde hierbij is wel dat de geproduceerde waterstof afgevoerd kan worden via het landelijke waterstofnetwerk. Ook kan grootschalige elektrolyse (afhankelijk van het gekozen productieproces) bijdragen aan het balanceren van vraag en aanbod naar elektriciteit en daarmee aan het oplossen of voorkomen van netcongestie. Echter de verwachte rol die grootschalige elektrolyse op land daarin kan spelen, is kleiner geworden dan bij de start van Programma VAWOZ werd gedacht. Het blijkt (te) duur om grootschalige elektrolyse flexibel in te zetten.

De huidige verwachting is dat netbalancering geregeld gaat worden door een mix van meerdere flexibele bronnen. In de actualisaties van het Nationaal Programma Energiesysteem (NPE) en het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH II), wordt opnieuw naar de rol en meerwaarde gekeken van grootschalige elektrolyse op land, in het landelijke energiesysteem (zie paragraaf 13.5).

13.2

Ruimtelijk beleid voor grootschalige elektrolyse

Het uitgangspunt uit de (ontwerp-) Nota Ruimte is dat grootschalige elektrolyse voor de productie van waterstof primair in en rond de havenclusters wordt gepland. Dit in verband met de nabijheid van industriële vragers, de beschikbaarheid van (zout of brak) water en aanlandingen van Wind op zee. In de Nota Ruimte is daarom vastgelegd dat ruimtelijke functies meer in balans moeten worden gebracht met de veranderende condities van het water- en bodemsysteem, met name door aanpassing van landgebruik en bedrijfsvoering. Dit zorgt ervoor dat locaties van grote industriële watervragers beter zijn afgestemd op de (teruglopende) beschikbaarheid van zoetwater. Grote nieuwe watervragers worden niet gepland op locaties waar op lange termijn de zoetwaterbeschikbaarheid niet kan worden gegarandeerd. Zo worden grote elektrolysers bij voorkeur aan de kust gepland, omdat hier zout en brak water kan worden ontzilt en gebruikt als koel- en proceswater. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Grootschalige elektrolyse voor de productie van waterstof wordt primair gepland in en rond de havenclusters. Het landelijke transportnetwerk voor waterstof (Waterstofnetwerk Nederland) gaat de vijf industrieclusters, de ondergrondse waterstofopslag en Nederland met het buitenland verbinden.

13.3

Rol Programma VAWOZ bij het ontwikkelen van grootschalige elektrolyse

In het Programma Energiehoofdstructuur I (PEH I, 2024) zijn voorkeursgebieden aangewezen voor grootschalige elektrolyse (met een vermogen meer dan 100MW): • Noordzeekanaalgebied • Delfzijl en Eemshaven • Rotterdam en Moerdijk • Borssele en Terneuzen In PEH I is opgenomen dat toekomstige besluitvorming over nieuwe aansluitlocaties kan leiden tot het aanwijzen van aanvullende voorkeursgebieden. Voor Programma VAWOZ is aanvullend onderzoek gedaan naar de geschiktheid van gebieden voor grootschalige elektrolyse, in de buurt van mogelijke toekomstige aanlandingen van Wind op zee (zie Figuur 13-1). In paragraaf 13.4 zijn de onderzochte gebieden beschreven. In Programma VAWOZ worden geen nieuwe voorkeursgebieden aangewezen.

13.4

Overzicht van de onderzoeksresultaten

In de onderzoeksfase van Programma VAWOZ is een drietal deelaspecten van grootschalige elektrolyse verkend: • Waterbeschikbaarheid – waar is voldoende koelwater beschikbaar voor grootschalige elektrolyse en welke bronnen komen hiervoor in aanmerking. • Wat zijn de belangrijkste milieu- en ruimtelijke effecten van grootschalige elektrolyse in de onderzochte (deel)gebieden. • Systeemintegratie – wat is de meerwaarde van grootschalige elektrolyse in combinatie met een aanlanding Wind op zee voor de belasting van het hoogspanningsnet. In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste onderzoeksresultaten toegelicht.

74

13.4.1 Systeemintegratie – meerwaarde van grootschalige elektrolyse bij het aanlanden van Wind op zee In de systeemanalyses voor Programma VAWOZ is gekeken of grootschalige elektrolyse bijdraagt aan het systeemtechnisch inpasbaar maken van een aanlandingen van Wind op zee. Hierbij is gekeken naar grootschalige elektrolyse in de ordegrootte van 0,5 – 1GW. Algemeen kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Grootschalige elektrolysers kunnen aangesloten worden op alle nog nieuw te bouwen hoogspanningsstations. Bij de bestaande hoogspanningsstations is minder aansluitcapaciteit beschikbaar en is een gedetailleerde analyse per station nodig. • Zoals in paragraaf 5.2 is geconcludeerd, draagt vraagontwikkeling bij aan de inpassing van elektrische aanlandingen van 2GW. Dit kan door middel van grootschalige elektrolyse. Als de aangelande elektriciteit binnen het hoogspanningsstation direct doorgezet kan worden naar (groot)verbruikers, dan hoeft de aangelande elektriciteit niet getransporteerd te worden over het hoogspanningsnet. • Sommige methodes van elektrolyse kunnen flexibel ingezet worden en op die manier bijdragen aan netstabilisatie. Hier zijn echter kosten aan verbonden; of grootschalige elektrolyse daadwerkelijk bijdraagt aan netstabilisatie is afhankelijk van de vorm en businesscase van de gerealiseerde marktinitiatieven.

13.4.2 Waterbeschikbaarheid en belangrijkste milieu- en ruimtelijke effecten per locatie Hieronder staan per regio en per locatie de belangrijkste onderzoeksresultaten voor waterbeschikbaarheid en milieu- en ruimtelijke effecten. Deze zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Water voor Waterstof, onderzoek naar de relatie tussen waterbeschikbaarheid en grootschalige elektrolyse’ (RHDHV, 2024)41 en de ‘Beoordeling Elektrolysers op land’ (bijlage H van het plan-MER voor Programma VAWOZ).

seizoensafhankelijk is. Deze koelsystemen hebben een hoger energieverbruik ten opzichte van watergekoelde koelsystemen. Voor de productie van waterstof zijn veel kleinere hoeveelheden water nodig dan voor het koelen. Het water voor het productieproces moet daarentegen wel van een veel hogere kwaliteit zijn. Milieu- en ruimtelijke effecten Voor het bepalen van de milieu- en ruimtelijke effecten van grootschalige elektrolyse is uitgegaan van een elektrolyser van 1GW. Deze heeft een oppervlakte van 10 tot 20 hectare en een maximale hoogte tussen de 18 en 40 meter. Het verschil in benodigd oppervlak komt voort uit de gekozen elektrolysemethode en/of omdat aanvullende modules nodig zijn zoals een ontzilter. Lozing van koel- en afvalwater De lozing van het effluent van elektrolysers (combinatie van koelwater, proceswater en/of warmtelast) kan invloed hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit en dus op de natuur en kan zo gevolgen hebben voor het voldoen aan de normen van de Kaderrichtlijn Water. Dit kan betrekking hebben op diverse aspecten zoals het overschrijden van de maximumtempratuur van het oppervlaktewater, of de (toegevoegde) chemicaliën in het afvalwater. In Programma VAWOZ is niet geconcludeerd of het lozen van effluent op de locaties vergunbaar is. In het Rapport Water voor Waterstof (RHDHV, 2024) zijn hier wel generieke uitspraken over gedaan.

Geconcludeerd wordt dat als zeewater wordt gekozen als waterbron dan kan het effluent normaliter weer worden geloosd op zee. Het effluent zal waarschijnlijk niet geloosd kunnen worden op een zoet oppervlaktewaterlichaam onder andere vanwege de verzilting van het zoete oppervlaktewater. Voor meer locatiespecifieke conclusies is vervolgonderzoek nodig.

Waterbeschikbaarheid Waterbeschikbaarheid gaat over de beschikbaarheid van waterbronnen voor de inname van koelwater en/of proceswater. Dit kan zeewater, of zoet of brak oppervlaktewater of effluent van een RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) zijn. Er zijn verschillende vormen van koeling mogelijk bij elektrolyse. Koeling met water is het meest gangbaar. Voor doorstroomkoeling zijn grote volumes water nodig. Met een gesloten koelsysteem wordt een groot deel van het koelwater weer teruggebracht in het watersysteem, maar de waterbron moet van hogere kwaliteit zijn. Als de waterbeschikbaarheid op een locatie beperkt is, kan ook gebruik gemaakt worden van luchtkoeling of een hybride systeem. Luchtkoeling heeft geen watervraag en hybride koelsystemen hebben een beperkte watervraag die vooral 41  Water voor waterstof: Onderzoek naar de relatie tussen waterbeschikbaarheid en grootschalige elektrolyse Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

75

Figuur 13‑2 Zoekgebieden voor elektrolysers in en nabij Agriport A7

Figuur 13‑1 De in Programma VAWOZ onderzochte locaties voor grootschalige elektrolyse

Een belangrijk aandachtspunt bij de zoekgebieden in en nabij Agriport A7 is de beschikbaarheid van voldoende koelwater. Voor een omvang van 0,5 -1GW aan elektrolyse is in de zomerperiode onvoldoende koelwater beschikbaar uitgaande van doorstroomkoeling. Daarom sluit dit gebied op dit moment niet goed aan bij het uitgangspunt dat grote nieuwe watervragers niet worden gepland op locaties waar op lange termijn de zoetwaterbeschikbaarheid niet kan worden gegarandeerd, conform de Nota Ruimte. Of er mitigerende maatregelen zijn om de koelwaterbehoefte te verminderen en/of er wel genoeg koelwater beschikbaar is voor kleinere initiatieven is niet onderzocht.

Noord-Holland Agriport De zoekgebieden in en nabij Agriport liggen in de buurt van de verwachte locatie voor het nieuwe noordelijke hoogspanningsstation 380kV-NNHN. De zoekgebieden staan in Figuur 13‑2.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

De lozing van het effluent (combinatie van koelwater, proceswater en warmtelast) heeft zonder aanvullende mitigerende maatregelen een negatief effect op de waterkwaliteit en daarmee op natuur. De overstromingsdiepte en de slappe bodem (klei-/veengronden) zijn aandachtpunten. Grootschalige elektrolyse past beter bij de industriële aard van dit gebied dan elders in de Kop van Noord-Holland. De invloed op de ruimtelijk kwaliteit en externe veiligheid is afhankelijk de locatie binnen Agriport A7.

76

Den Helder Nabij Den Helder is er zout water beschikbaar als koelwater. In het kader van Programma VAWOZ zijn er nabij Den Helder geen milieueffecten voor concrete locaties onderzocht vanwege de grote afstand (veel meer dan zes kilometer) van deze locaties tot het nieuwe noordelijke hoogspanningsstation 380kV-NNHN. Dit wil niet zeggen dat er geen grootschalige elektrolyse nabij Den Helder mogelijk is. Het is alleen niet onderzocht in Programma VAWOZ. Als er nabij Den Helder grootschalige elektrolyse ontwikkeld gaat worden, dan moet ook onderzocht worden op welk hoogspanningsstation dit initiatief aangesloten kan worden. Terrein Tata Steel Nederland (TSN) Op dit moment is er op terrein van TSN geen fysieke of geluidsruimte beschikbaar voor grootschalige elektrolyse. Wellicht dat er na het afronden van de verduurzaming van TSN (rond 2040) er wel een locatie gevonden kan worden. Het terrein van TSN ligt aan de Noordzee en aan het Noordzeekanaal. Daardoor is er voldoende zout en brak koelwater aanwezig. Het effluent (combinatie van koelwaterspui, afvalwater en warmtelast) kan (met name in de zomer) waarschijnlijk niet zonder meer geloosd worden op het Noordzeekanaal vanwege de mogelijke overschrijding van de maximumtemperatuur van het oppervlaktewater en de negatieve effecten die dit heeft op de natuurwaarden.

Amsterdams havengebied en Hoogtij Ruimte is schaars in het Amsterdams Havengebied en op Hoogtij. Zowel de fysieke ruimte als de milieu- en geluidsruimte en de ruimte buiten de contouren voor externe veiligheid. Wel gaan er de komende decennia, mede als gevolg van de energietransitie, de nodige (ruimtelijke) verschuivingen in de haven plaats vinden. Dit kan kansen geven voor de vestiging van grootschalige elektrolyse. Op dit moment werkt HYCC aan plannen voor een waterstoffabriek van 500MW (project H2era). De Amsterdamse haven en Hoogtij liggen aan het Noordzeekanaal. Daardoor is er voldoende brak koelwater aanwezig.. Echter het effluent (combinatie van koelwater, afvalwater en warmtelast) kan (met name in de zomer) waarschijnlijk niet zonder meer geloosd worden op het Noordzeekanaal. Vanwege de verwachte overschrijding van de maximumtemperatuur van het oppervlaktewater en de negatieve effecten die dit heeft op de natuurwaarden. In het regioadvies voor Noord-Holland roepen de regionale overheden het Rijk op om aan te sluiten bij de in Noord-Holland in ontwikkeling zijnde initiatieven voordat er aanvullende initiatieven ontplooid gaan worden. Hierbij wordt verwezen naar het project van HyCC voor de realisatie van een 500 MW elektrolyser in Westpoort, de plannen van Vattenfall bij de Hemwegcentrale en de ontwikkelingen van Statkraft in de omgeving van Den Helder.

Figuur 13‑3 Z oekgebieden voor elektrolysers in het Noordzeekanaalgebied (terrein Tata Steel Nederland, bedrijventerrein Hoogtij en de Amsterdamse haven) Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

77

Zuid-Holland De zoekgebieden voor elektrolyse die zijn onderzocht in Zuid-Holland liggen in het Rotterdamse havengebied en in de omgeving van Bleiswijk. De zoekgebieden zijn te zien in Figuur 13‑4 en Figuur 13‑5. Europoort In regio-advies Zuid-Holland wordt gepleit voor de elektrolyselocaties zo dicht mogelijk bij een converterstation en bij locaties met een grote energievraag te realiseren. De grootte van bebouwing van grootschalige elektrolyse heeft meer impact dan een converterstation en past primair bij het industriële karakter van het Haven industrieel Complex. Europoort ligt aan de Noordzee en aan de Nieuwe Waterweg. Daardoor is er voldoende zout en brak oppervlaktewater beschikbaar als koelwater. Het lozen van het effluent (combinatie van koelwater, afvalwater en warmtelast) op de Nieuwe Waterweg heeft mogelijk een negatief effect op de waterkwaliteit en daarmee op de natuur. Op Europoort is weinig fysieke ruimte beschikbaar. Wel gaan er de komende decennia, mede als gevolg van de energietransitie, de nodige (ruimtelijke) verschuivingen in de haven plaats vinden. Dit kan kansen bieden voor de vestiging van grootschalige elektrolyse. Momenteel lopen er in de Rotterdamse haven al diverse initiatieven voor het ontwikkelen van grootschalige elektrolyse.

Vanwege de vele industriële activiteiten blijft het vinden van ruimte buiten de contouren voor externe veiligheid een aandachtspunt.

Bleiswijk Voor alle zoekgebieden geldt dat er geen bron met voldoende koelwater aanwezig is, zowel niet voor een open- als voor een gesloten koelsysteem. Daarnaast is er voor de zoekgebieden BLW-E2 en E3 geen fysieke ruimte, geen milieu- en geluidsruimte en geen ruimte buiten de contouren voor externe veiligheid beschikbaar. Deze aandachtspunten spelen minder voor zoekgebied BLW-E1. Op het hoogspanningsstation Bleiswijk het onzeker of er aansluitmogelijkheden zijn voor grootschalige elektrolyse omdat er weinig vrije velden beschikbaar zijn.

Figuur 13‑5 Zoekgebieden voor elektrolysers nabij Bleiswijk

Figuur 13‑4 Zoekgebied voor elektrolysers op Europoort

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

78

Noord-Brabant De zoekgebieden voor elektrolyse die zijn onderzocht in Noord-Brabant liggen in de omgeving van Moerdijk en Geertruidenberg. De zoekgebieden zijn te zien in Figuur 13‑6 en Figuur 13‑7. Moerdijk De waterbeschikbaarheid voor koelwater is voor het zoekgebied Moerdijk een aandachtspunt. Zeker in de zomer is het niet mogelijk om voldoende koelwater uit het Hollands Diep te onttrekken. Voor een gesloten koelsysteem zou het Hollands Diep wellicht voldoende koelwater kunnen leveren. Ook de grote rioolwaterzuivering Nieuwveer op tien kilometer afstand heeft voldoende afvoer voor een gesloten koelsysteem. Echter het is nu niet bekend of op termijn dit effluent ook daadwerkelijk beschikbaar kan komen als koelwater voor elektrolyse. Het effluent (combinatie van koelwaterspui, afvalwater en warmtelast), kan zonder aanvullende mitigerende maatregelen waarschijnlijk niet geloosd worden op het Hollands Diep vanwege de verwachte negatieve effecten op de waterkwaliteit en daarmee op de natuurwaarden. Het industrieterrein Moerdijk grenst aan het Natura 2000-gebied Hollands Diep. Het hele zoekgebied valt binnen de geluidverstoringsafstand van het Natura 2000-gebied. De activiteit sluit goed aan bij het karakter en de functie van het industrieterrein Moerdijk, maar de fysieke ruime is zeer beperkt.

Externe Veiligheid is ook een belangrijk aandachtspunt, vanwege de aanwezigheid van veel kwetsbare gebouwen en risicobronnen.

Geertruidenberg Zoekgebied GTB-E1 ligt grotendeels binnen een industriegebied (Amercentrale) waarbij een elektrolyser aansluit bij de bestaande gebruiks- en belevingswaarde, waardoor inpassing goed mogelijk is. Aan de randen van dit gebied ligt enerzijds de bebouwing van Geertruidenberg en anderzijds open gebied met water. Het goed inpassen van een elektrolyser is hier lastiger. Op dit moment is er vanwege de Amercentrale geen geluidsruimte beschikbaar. In zoekgebied GTB-E2 is fysieke- en geluidsruimte beschikbaar, maar dit gebied ligt in een open polderlandschap met cultuurhistorische elementen zoals historische verkaveling en oude dijken met beplanting. De uitstraling en schaal van een elektrolyser contrasteren met deze landschappelijke kenmerken. Op het hoogspanningsstation Geertruidenberg zijn weinige vrije velden beschikbaar en is de kans aanwezig dat deze velden voor andere klantaanvragen of voor netuitbreidingen nodig zijn. Dat betekent dat het momenteel onzeker is of het aansluiten van grootschalige elektrolyse mogelijk is.

Figuur 13‑7 Zoekgebied voor elektrolysers nabij Geertruidenberg

Figuur 13‑6 Zoekgebied voor elektrolysers op het industrieterrein Moerdijk

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

79

De waterbeschikbaarheid voor koelwater is een aandachtspunt. Zeker in de zomer is het niet mogelijk om voldoende koelwater uit de Maas of de Amer te onttrekken. De grote rioolwaterzuivering (RWZI) Dongemond heeft voldoende afvoer voor een gesloten koelsysteem. Echter het is nu niet bekend of op termijn dit effluent ook daadwerkelijk beschikbaar kan komen. Het effluent (combinatie van koelwaterspui, afvalwater en warmtelast) kan zonder aanvullende mitigerende maatregelen waarschijnlijk niet geloosd worden op de Maas of de Amer vanwege de verwachte negatieve effecten op de waterkwaliteit en daarmee op de natuurwaarden. Zeeland De zoekgebieden voor elektrolyse die zijn onderzocht in Zeeland liggen in het havenen industriegebied Sloegebied en de omgeving van de haven- en industriegebied van Terneuzen. De zoekgebieden zijn te zien in Figuur 13‑8 en Figuur 13‑9. Sloegebied Zoekgebied SLG-C1 volgt de begrenzing van het Sloegebied. Het Sloegebied is een havenen industrieterrein met milieucategorie 5. Er zijn al meerdere initiatieven voor elektrolyse in dit gebied. Beschikbare ruimte is echter zeer schaars en de risicobronnen in het gebied zijn een aandachtspunt. Het Sloegebied grenst aan de Westerschelde waardoor er voldoende koelwater beschikbaar is, ook voor een doorstroomkoelsysteem.

Daarbij moet worden opgemerkt dat een elektrolyser in dat geval vlak bij de Westerschelde gebouwd moet worden, omdat voor doorstroomkoelsystemen de debieten zo groot zijn dat transport over grote afstand niet haalbaar is. Het is nog niet onderzocht of het effluent (combinatie van koelwaterspui, afvalwater en warmtelast) op de Westerschelde geloosd kan worden. Naar verwachting zijn de mogelijkheden hiervoor groter dan op andere locaties grenzend aan open water vanwege de aanwezige getijdenslag en de open verbinding van de Westerschelde met de Noordzee. Wel wordt er nu al vanuit diverse bronnen (o.a. kerncentrale Borssele) koelwater op de Westerschelde geloosd. Dit beperkt de mogelijkheden voor aanvullende lozingen.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Figuur 13‑8 Zoekgebied voor elektrolysers in het Sloegebied Terneuzen De zoekgebieden TNZ-E1 (Mosselbanken) en TNZ-E2 (Paulinapolder) liggen aan de Westerschelde. Daarom is er voldoende water beschikbaar voor koelwater, zowel voor een open als een gesloten koelsysteem. Hierbij gelden dezelfde kanttekeningen die zijn benoemd bij het Sloegebied. De zoekgebieden TNZ-E3, TNZ-E4 en TNZ-E5 liggen verder van de Westerschelde waardoor dit geen toereikende bron is. Er is ook geen beschikbaar oppervlaktewater of effluent in de buurt van deze zoekgebieden. De Mosselbanken is zeehaventerrein dat deel uitmaakt van het gezoneerde industrieterrein Dow, Mosselbanken en Logistiek Park. De Paulinapolder bestaat grotendeels uit agrarisch gebied. De Mosselbanken en Paulinapolder grenzen aan Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. Het is waarschijnlijk niet mogelijk om een elektrolyser volledig buiten de geluidsverstoringscontour te plaatsen, maar met maatregelen kunnen verstoringseffecten waarschijnlijk gemitigeerd worden. De Mosselbanken ligt in een deels geïndustrialiseerd landschap. Er zijn mogelijkheden voor inpassing vanwege de bestaande industriële bebouwing en afgeschermde ligging. In de Paulinapolder liggen oude polders, kreken en dijk- en dijkbeplantingen, die van cultuurhistorische en landschappelijke waarde zijn.

Deze kenmerkende elementen van het historische landschap kunnen worden aangetast als er een elek80

trolyser wordt gevestigd in het zoekgebied. In het regioadvies wordt de voorkeur gegeven aan een elektrolyser op de Mosselbanken of in de Paulinapolder als het nieuwe hoogspanningsstation hier komt te staan. Hierbij moet rekening gehouden worden ook met de zeehaven- en industriegebonden activiteiten en de algemene schaarste van deze gronden.

Nationaal plan energiesysteem (NPE) Het ministerie van EZK is voorjaar 2026 gestart met de actualisatie van het NPE (2023). Het NPE zet de ontwikkelrichting voor het energiesysteem neer. Met het NPE maakt het kabinet richtinggevende keuzes die de basis leggen voor de ontwikkeling van het energiesysteem. In het NPE wordt voorzien in het stimuleren van flexibiliteitsbronnen zoals grootschalige elektrolysers dicht bij de aansluitlocaties van Wind op zee. Programma Energiehoofdstructuur (PEH) Het ministerie van EZK is in 2025 gestart met het de actualisering van het PEH. Eind 2025 heeft de concept-NRD ter inzage gelegen42. Dit resulteert in 2028 in het Programma Energie Hoofdstructuur II (PEH II). In PEH II wordt de rol en functie van grootschalige elektrolyse in relatie tot aanlandingen van Wind op zee en ten opzichte van het gehele energiesysteem, opnieuw tegen het licht gehouden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten van Programma VAWOZ. Nieuwe energiewet Op 1 januari 2026 is de nieuwe Energiewet in werking getreden. Hierin is geregeld dat de minister van KGG (nu: de staatssecretaris van KGG) het bevoegd gezag is voor private initiatieven voor grootschalige elektrolyse.

Grootschalige elektrolyse in de Energiewet Figuur 13‑9 Zoekgebied voor elektrolysers in de omgeving van Terneuzen Eemshaven Nabij Eemshaven is er zout en brak water beschikbaar als koelwater. In het kader van Programma VAWOZ zijn er nabij Eemshaven geen milieueffecten voor concrete locaties onderzocht. De provincie Groningen en de gemeente Het Hogeland hebben in 2025 het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) voor de Oostpolder vastgesteld. Hiermee maken zij ruimte voor een bedrijventerrein naast de Eemshaven, waarvan een deel bestemd is voor onder andere elektrolyse. De effecten van elektrolysers zijn onderzocht in het milieueffectrapport voor dit plan.

13.5

In de nieuwe Energiewet (die per 1 januari 2026 in werking is getreden) en onderliggende regelgeving is grootschalige elektrolyse ondergebracht als een project met een nationaal belang waarvoor de minister van KGG een projectbesluit vaststelt. Naar verwachting zal per 1 juli 2026 gaan gelden (Energieregeling) dat wanneer er een initiatiefnemer is voor grootschalige elektrolyseprojecten (meer dan 100MW), de minister van KGG de projectprocedure zal toepassen (zoals bedoeld in afdeling 5.2 van de Omgevingswet) op het project inclusief bijbehorende infrastructuur. Daarbij gelden Programma VAWOZ en PEH en het daarin opgenomen voorkeursbeleid als beleidskader. Een uitzondering op de bevoegdheid gaan de in PEH I benoemde voorkeursgebieden vormen. Binnen deze voorkeursgebieden zijn in beginsel provinciale of gemeentelijke overheden bevoegd gezag.

Hoe verder met grootschalige elektrolyse?

In Programma VAWOZ worden geen besluiten genomen over grootschalige elektrolyse op land, en worden geen nieuwe voorkeursgebieden aangewezen. In andere beleidstrajecten worden wel stappen gezet. Hieronder volgen de belangrijkste. 42 Concept-NRD - Programma Energiehoofdstructuur II Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

81

Deel D – Gemaakte keuzes en vervolgstappen

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

82

14

Keuzes voor elektrische aanlandingen

14.1

Landelijk beeld van de voorkeursalternatieven, overige alternatieven en niet haalbare onderzoeksopties

Op basis van de onderzoeksresultaten van de IEA/plan-MER, het eerst mogelijke aansluitmoment van de aanlandingen, de (regio)adviezen en inbreng van omgevingspartijen is een indeling gemaakt: categorie 1 ‘voorkeursalternatieven’, categorie 2 ‘overige alternatieven’ en categorie 3 onderzoeksopties die niet haalbaar zijn. De besluitvorming over de verdere ontwikkeling van windparken op zee bepaalt of en wanneer er voor de voorkeursalternatieven (categorie 1) een projectprocedure start.

Voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation POM in Moerdijk (Noord-Brabant): één 2GW-verbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor naar de Voordelta gaan en daarna door het Haringvliet en het Hollands Diep lopen. De route komt aan land nabij het havengebied van Moerdijk en sluit daar via een converterstation aan op het toekomstige hoogspanningsstation Port of Moerdijk. Voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen (Zeeland): één 2GW-verbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor naar Nieuwvliet-Bad en vervolgens met de kortste route over land naar een converterstation op de Mosselbanken of in de Paulinapolder loopt. Daarna wordt de route aangesloten op het toekomstige hoogspanningsstation nabij Terneuzen.

14.1.1 Categorie 1 Voorkeursalternatieven Op basis van de onderzoeksresultaten van Programma VAWOZ en de (regio)adviezen concludeert de staatssecretaris van KGG dat de hierna opgesomde vijf alternatieven het meest kansrijk zijn. Daarom worden deze als voorkeursalternatief benoemd. Hierbij hoort de nuance dat deze voorkeursalternatieven ruimtelijke, ecologische en/of systeemtechnische uitdagingen kennen die opgelost moeten worden voor de start van de realisatie. De voorkeursalternatieven staan in Figuur 14‑1. De voorkeursalternatieven, de bijbehorende afwegingen en uitdagingen zijn uitgebreid beschreven in deel B. Voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation NNHN-noord (Noord-Holland): één 2GW-verbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor naar de Kop van Noord-Holland loopt. De route komt ten zuiden van Julianadorp aan land en loopt daarna naar een converterstation op bedrijventerrein Agriport A7 en sluit aan op het toekomstige hoogspanningsstation NNHN-noord. Voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation A9-Zuid (Noord-Holland): één 2GWverbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor naar de kust loopt naar Velsen-Noord-Heemskerk óf Egmond aan Zee. Daarna loopt de route op land naar een converterstation in de haven van Amsterdam aan de Kaapstadweg en sluit aan op het toekomstige hoogspanningsstation A9-Zuid.

Voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation Europoort (Zuid-Holland): één 2GWverbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor loopt. De route komt aan land bij Hoek van Holland en loopt daarna naar een converterstation op het industrieterrein Europoort óf de Hoekse Baan en sluit aan op het toekomstige hoogspanningsstation Europoort op het industrieterrein Europoort.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

83

Deze voorkeursalternatieven kennen alle nog hun uitdagingen die vragen om verdere keuzes en uitwerking. Deze uitwerking gebeurt deels voor de start van de projectprocedure (zie hoofdstuk 15) en deels gedurende de projectprocedure. De staatssecretaris en minister van KGG besluiten voor welke van de voorkeursalternatieven en wanneer de projectprocedures voor de aanlandingen van wind op zee worden gestart.

14.1.2 Categorie 2 Overige alternatieven Naast de kansrijke alternatieven uit categorie 1, zijn er diverse alternatieven geïdentificeerd die (op dit moment) minder kansrijk zijn. De kansrijkheid van de alternatieven in deze categorie verschilt aanzienlijk. Hieronder is per alternatief kort beschreven waarom deze minder kansrijk zijn. De afweging waarom deze minder kansrijk zijn, wordt uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 6 t/m 11. Als er in de toekomst meer aanlandingen nodig zijn dan de huidige voorkeursalternatieven uit categorie 1, of wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn die hier aanleiding toe geven, kunnen de alternatieven uit categorie 2 verder onderzocht en opnieuw beoordeeld worden. Alternatief: 700MW-wisselstroomverbinding vanuit windenergiegebied HKW8 naar 150kV-station Velsen in Noord-Holland Deze aanlanding heeft een aantal voordelen, zoals een korte route over zee en over land. Echter deze aanlanding is afhankelijk van de snelheid en aanpak van de verduurzamingstrategie van Tata Steel Nederland (TSN). Waarschijnlijk is dit alternatief pas mogelijk vanaf 2040. Alternatief: route voor 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation Vijfhuizen in Noord-Holland Technisch en ruimtelijk gezien is dit alternatief te realiseren, maar een aanlanding op het nabijgelegen toekomstige hoogspanningsstation A9-Zuid heeft de voorkeur.

Dit komt omdat de route hiernaar toe korter is dan een route naar Vijfhuizen en het converterstation in de Amsterdamse haven gerealiseerd kan worden. Vanwege de beperkte beschikbare transportcapaciteit op het achterliggende hoogspanningsnet is er ruimte voor één 2GW-verbinding in het zuidelijk deel van Noord-Holland en is gekozen om A9-Zuid als voorkeursalternatief te benoemen.

Figuur 14‑1 Aangewezen voorkeursalternatieven in Programma VAWOZ

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Alternatief: route voor tweede 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation A9-Zuid in Noord-Holland Een eerste aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid is een voorkeursalternatief. Als een tweede aanlanding op dit hoogspanningsstation gewenst is, moet het station uitgebreid worden. Ook moet er dan bepaald worden of er voldoende vraag naar elektriciteit en er transportcapaciteit is om de aangelande elektriciteit van twee keer 2GW te kunnen verwerken. Daarnaast is het vinden van een locatie voor een tweede converterstation complex gezien de beperkte ruimte in de omgeving. 84

Alternatief: route voor tweede 2GW-aanlanding naar toekomstig hoogspanningsstation Port of Moerdijk Een eerste aanlanding op het toekomstige hoogspanningsstation Port of Moerdijk (POM) is een voorkeursalternatief. Op dit station is capaciteit voor een tweede aanlanding. Echter volgens de huidige inzichten is de transportcapaciteit en de voorziene regionale vraagontwikkeling tot 2040 onvoldoende om een tweede 2GW-aanlanding op dit hoogspanningsstation te kunnen verwerken. Alternatief: route voor tweede 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation NNHNnoord in Noord-Holland Een eerste aanlanding in de Kop van Noord-Holland op hoogspanningsstation 380kV NNHN-noord is benoemd als voorkeursalternatief. De transportcapaciteit van de nieuwe hoogspanningsverbinding 380kV NNHN en de regionale vraagontwikkeling zijn onvoldoende om het vermogen van twee 2GW-aanlandingen te kunnen verwerken. Daarvoor is de aanleg van een extra hoogspanningsverbinding noodzakelijk. Deze verbinding heeft een grote negatieve impact of de landschappelijke, ruimtelijke en natuurlijke waarden in Noord-Holland. Ook zijn veel overheden, belangenverenigingen en omwonenden zeer negatief over een tweede hoogspanningsverbinding. Daarom wordt de kans dat voor dit alternatief een projectprocedure zal worden gestart, als klein ingeschat.

Alternatief: route voor 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation 380kV NNHN-zuid Binnen een straal van zes kilometer van het hoogspanningsstation NNHN-zuid is geen geschikte locatie voor een converterstation. De regionale overheden willen het gebied waar het zuidelijke hoogspanningsstation van 380kV NNHN beoogd is, open houden en dus geen verdere ontwikkelingen toestaan. Ook is er te weinig vraag naar elektriciteit op dit station, waardoor alle aangelande elektriciteit direct getransporteerd moet worden via het hoogspanningsnet. Daarmee is dit alternatief op diverse punten slechter beoordeeld dan de in de buurt liggende hoogspanningsstations A9-Zuid en Vijfhuizen. De kans dat het alternatief naar NNHN-zuid gerealiseerd kan worden, wordt als klein ingeschat. Alternatief: route voor 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation Simonshaven in Zuid-Holland Simonshaven wordt in de IEA/plan-MER als reële optie gezien omdat de landroute relatief kort is en een logische koppeling met het Botlek-/havencluster biedt. Dat is gunstig vanuit techniek en systeemintegratie. Tegelijk vraagt deze variant, om zorgvuldige inpassing in kwetsbare water- en natuurgebieden (Voordelta, Haringvliet) en is vergunbaarheid nog onzeker. Er zijn diverse routes door de Voordelta richting Simonshaven mogelijk. Daarbij is er een afhankelijkheid met de mogelijke route(s) richting Moerdijk.

Het regioadvies voor Zuid-Holland onderschrijft Simonshaven als alternatief voor een aanlanding in de Europoort maar stelt daarbij aanvullend de volgende randvoorwaarden: Het Botlekgebied Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

is het meest kansrijke zoekgebied voor een locatie voor een converterstation; ruimte daarvoor wordt pas na 2035 verwacht. Het zoekgebied voor een converterstation nabij Simonshaven wijst de regio af vanwege aantasting van open landschap en ruimtelijke kwaliteit. Alternatief: route voor 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation Bleiswijk in Zuid-Holland Uit de IEA/plan-MER blijkt dat aansluiting op hoogspanningsstation Bleiswijk een lange en technisch zeer complexe (mogelijk niet-vergunbare) landroute kent, met veel kruisingen, boringen en passages door infrastructuur, zettingsgevoelige veengebieden, waterwingebieden, Natura 2000-gebieden en gebieden met hoge archeologische en cultuurhistorische waarden. Daarnaast botsen de zoekgebieden voor een converterstation ruimtelijk met een groene buffer, glastuinbouwareaal en andere gebiedsontwikkelingen. Alternatief: route voor 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation Wateringen in ZuidHolland Hoewel aansluiting op het hoogspanningsstation Wateringen op het eerste gezicht logisch lijkt door de relatief korte route, blijkt uit de IEA/plan-MER en het regioadvies een duidelijke stapeling van knelpunten. De landroute is technisch zeer complex door de dichtbebouwde omgeving, volle ondergrond, slappe bodem en beperkte ruimte, wat leidt tot hoge uitvoeringsrisico’s, veel hinder en lastige herstelbaarheid.

Daarnaast veroorzaakt de inpassing van een converterstation ingrijpende en blijvende aantasting van glastuinbouw, cultuurhistorische waarden, natuur- en ontwikkelgebieden, en past slecht bij water en bodem als richtinggevend principe. Alternatief: route voor tweede 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation bij Terneuzen in Zeeland Een eerste aanlanding op hoogspanningsstation bij Terneuzen is benoemd als voorkeursalternatief. Voor een tweede aanlanding zijn er meerdere routes mogelijk richting Terneuzen. In het gebied Paulinapolder - Mosselbanken is voldoende ruimte voor een tweede converterstation. Er is echter volgens huidige inzichten onvoldoende elektriciteitsvraag en transportcapaciteit beschikbaar op het hoogspanningsnet in Zeeland voor een tweede 2GW aanlanding op dit hoogspanningsstation. Alternatief: route voor 2GW-aanlanding naar hoogspanningsstation Omgeving Sloegebied in Zeeland Technisch gezien is dit alternatief realiseerbaar, al zijn er uitdagingen bij de aanleg van de route in het Veerse Meer, waarbij de KRW specifiek een aandachtspunt is. De kruising van de Veerse Gatdam en de schaarse ruimte in het Sloegebied zijn ook aandachtspunten. Er is regionaal geen draagvlak voor dit alternatief. Op dit moment is er onvoldoende 85

elektriciteitsvraag en transportcapaciteit beschikbaar op het hoogspanningsnet in Zeeland voor een tweede aanlanding in Zeeland. Alternatief: Westereemsroute voor 2GW-aanlanding in Noord-Nederland De Duitse autoriteiten hebben aangegeven dat de Oude Westereemsroute niet vergund kan worden. Er zijn op het moment van vaststellen van dit (ontwerp) programma geen nieuwe ontwikkelingen of andere inzichten. Echter, tegen de achtergrond van het belang van de energietransitie, de rol van de Eemshaven en de (geo)politieke ontwikkelingen, bestaat er een kans dat in de toekomst de Duitse autoriteiten zich anders opstellen richting een gezamenlijk onderzoek naar de mogelijkheden van deze route. Alternatief: Tunnelroute voor 2GW-aanlanding in Noord-Nederland De Tunnelroute is technisch complex en erg kostbaar. De ingebruikname van deze route is pas op zijn vroegst vanaf 2040 haalbaar met grote kans op uitloop vanwege de voorgenoemde complexiteit. De complexiteit en de bijbehorende onderzoeken worden in de Bijlage – Stand van zaken tunnelroute nader geduid. Zolang Duitsland de Westereemsroute als niet vergunbaar beoordeeld, is de Tunnelroute de enige optie voor een of meerdere aanlandingen in de Eemshaven na Net op zee Doordewind.

Routes op de Noordzee Voor de Noordzee blijkt dat er in de midden en oost corridor nog ruimte is om aanvullend op de voorkeursalternatieven nog nieuwe aanlandingen te realiseren. Vanaf de corridors naar de aanlandzone is de hoeveelheid beschikbare ruimte wisselend per aanlandzone. Daarnaast zijn de uitdagingen per aanlandzone wisselend van omvang en aard. Paragraaf 6.4 gaat in op de aandachtspunten die spelen bij verdere ontwikkeling.

14.1.3

Categorie 3 Niet haalbare (onderdelen van) alternatieven

In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is de scope van het IEA/plan-MER-onderzoek bepaald (zie IEA Bijlage A Alternatievendocument). Op basis van de onderzoeksresultaten uit de IEA/plan-MER kan geconcludeerd worden dat diverse opties (alternatieven, routes of zoekgebieden) niet haalbaar zijn vanwege technische of wettelijke belemmeringen. Dit zijn: • Route vanaf aanlandingszone Zandvoort naar Vijfhuizen. • Routedeel ter hoogte van Koog aan de Zaan voor het kruisen van de Zaan. • Route door de Westerschelde met aanlandingszone Mosselbanken. • Route door de Westerschelde met aanlandingszone Deltahoek. • Route in de middenberm van de N61 in Zeeuws-Vlaanderen.

14.2

Bijdrage aan de ambitie voor windenergie op zee

In Programma VAWOZ zijn vijf voorkeursalternatieven benoemd. Met deze vijf voorkeursalternatieven kunnen verspreid over Nederland vijf aanlandingen van 2GW aangesloten worden op het landelijke hoogspanningsnet. Rekening houdend met de inpassing van kernenergie in Zeeland zouden er maximaal vier van deze vijf voorkeursalternatieven gerealiseerd kunnen worden. In totaal is het dan mogelijk om 8 GW aan Wind op zee te gaan realiseren op basis van Programma VAWOZ. Aanvullend op de huidige Routekaart die voorziet in een opgesteld vermogen van Wind op zee van 23GW, voorziet Programma VAWOZ in voldoende aanlandingsopties om in totaal 30GW aan opgesteld vermogen van Wind op zee te realiseren. Hierbij hoort de nuance dat alle voorkeursalternatieven nog ruimtelijke, ecologische of systeemtechnische uitdagingen kennen die opgelost moeten worden voor dat de realisatie kan starten. Daarnaast zijn er in Programma VAWOZ dertien overige alternatieven (categorie 2) benoemd Vooralsnog worden voor deze overige alternatieven geen projectprocedures gestart. Wel is het mogelijk dat het op termijn nodig is om één of meerdere van deze overige alternatieven uit categorie 2 te benutten. Dit kan nodig zijn om de ambitie voor Wind op zee van 40 GW te gaan realiseren of als blijkt dat een voorkeursalternatief toch niet haalbaar is, bijvoorbeeld vanwege de locatiekeuze voor kerncentrales.

Voor het zoeken naar meer aanlandmogelijkheden is ook de Voorverkenning Diepe Aanlandingen gestart. Om alternatieven uit categorie 2 als voorkeursalternatief te kunnen vaststellen, zijn eerst aanvullende (onderzoeks)acties nodig. Voor de 700MW-aanlanding uit windenergiegebied HKW8 gaat onderzocht worden of een aanlanding op een ander hoogspanningsstation dan 150kV-station Velsen mogelijk is. Ook de tunnelvariant wordt al nader onderzocht. De wenselijkheid en kansrijkheid om overige categorie-2 alternatieven te benutten moet te zijner tijd afgewogen worden, onder andere met de onderzoeksresultaten uit de Voorverkenning Diepe Aanlandingen. Uit deze studie komen mogelijk kansrijke aanlandopties in Gelderland, Flevoland, Overijssel, Noord-Brabant of Limburg. Een belangrijke randvoorwaarde voor het aanlanden van meer Wind op zee is extra grootschalige vraagontwikkeling van elektriciteit, boven op de vraagontwikkeling die al nodig is voor het aanlanden van de voorkeursalternatieven.

Dit betekent dat deze onderzoeksopties ook niet opnieuw in (mogelijke) vervolgonderzoeken na Programma VAWOZ onderzocht gaan worden.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

86

15

Vervolgproces Programma VAWOZ

vastgestelde projectbesluit. De standaardstappen in de projectprocedure voor een concreet voorkeursalternatief zijn te zien in Figuur 15‑1.

De onderzoeksfase van Programma VAWOZ is afgerond. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vervolg.

15.1

Keuzeproces voorafgaand aan projectprocedure

Bij vaststelling van de Routekaart Wind op zee bepalen de staatssecretaris en minister van KGG op welk hoogspanningsstation en via welke routes nieuwe windparken worden aangesloten op het hoogspanningsnet. Hiervoor kan gekozen worden uit de vijf vastgestelde voorkeursalternatieven. Zodra de keuze gemaakt is, krijgt TenneT door middel van een aanpassing van het Ontwikkelkader Wind op zee, de opdracht om dit voorkeursalternatief verder uit te gaan werken in een projectprocedure.

15.2

Projectprocedure

15.2.1 Uitleg projectprocedure Voor het ontwikkelen van de aanlanding Wind op zee (een Net op zee project) wordt de projectprocedure toegepast. De projectprocedure is de procedure binnen de Omgevingswet die wordt gebruikt door het Rijk om projecten met een nationaal belang uit te werken. Met een projectbesluit kan het Rijk ruimtelijke keuzes juridisch vastleggen en zo complexe (infrastructurele) projecten van nationaal belang mogelijk maken. In een projectbesluit voor een aanlanding van Wind op zee wordt een concrete route van een windenergiegebied op zee naar land, de route op land, de locatie van het converterstation en de aansluiting op het landelijke hoogspanningsnet in detail vastgelegd. TenneT is, als netbeheerder voor het Nederlandse hoogspanningsnet, de initiatiefnemer van de Net op zee-projecten. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de verdere uitwerking van het project en bijbehorende onderzoeken en voor het doorlopen van de projectprocedure. De staatssecretaris van KGG is voor deze projecten bevoegd gezag. De staatssecretaris van KGG neemt, in samenspraak met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), de bindende beslissingen over het project en de benodigde maatregelen. Een projectprocedure start met de publicatie van ‘een kennisgeving voornemen’ en ‘kennisgeving participatie’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17072383/1