CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

43. Memo VAWOZ, bijlage I; Ontwerpprogramma VAWOZ

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 44)46.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Simonshaven (SMH) Uit de IEA/plan-MER komt naar voren dat de landroute naar hoogspanningsstation Simonshaven relatief kort is en een logische koppeling met het Botlek-/havencluster biedt. Dat is gunstig vanuit techniek en systeemintegratie. Tegelijk vraagt het om een zorgvuldige inpassing in kwetsbare water- en natuurgebieden (Haringvliet/Voordelta) en is vergunbaarheid nog onzeker. Het regioadvies onderschrijft Simonshaven als alternatief voor een aanlanding in de Europoort, maar stelt daar nadrukkelijk randvoorwaarden aan: Simonshaven is het meest kansrijk als er in het Botlekgebied (zoekgebied SMH-C2, zie Figuur 8‑1) een locatie wordt gevonden voor een converterstation, maar ruimte daarvoor wordt pas na 2035 verwacht. Het zoekgebied in de directe omgeving van het 380kV-station Simonshaven (zoekgebied SMH-C2, zie Figuur 8‑1) wijst de regio af vanwege aantasting van open landschap en ruimtelijke kwaliteit. Specifieke aandachtspunten voor de kabelroute zijn onder andere risico op verdere landinwaartse verplaatsing van de zouttong en effecten op scheepsarcheologie in het Haringvliet. Ook de bevaarbaarheid van het Slijkgat moet zijn geborgd. Daarnaast wil de regio zeeklei-landbouwgronden zoveel mogelijk ontzien. Conclusie: Een route naar Simonshaven is kansrijk onder voorwaarden.

Als bundeling met de haven (Botlek) daadwerkelijk kan, moeten milieu- en ruimtecondities (zowel voor een converterstation als de kabelroute ernaartoe) in meer detail worden onderzocht in een eventuele projectprojectprocedure. Op basis hiervan moet de werkelijke haalbaarheid blijken. Wateringen (WTR) Aansluiting op hoogspanningsstation Wateringen lijkt op het eerste gezicht kansrijk omdat de route vanaf de aanlanding relatief rechttoe-rechtaan is en de afstand naar het hoogspanningsstation relatief kort. Maar zowel de IEA/plan-MER als het regioadvies laten een stapeling van aandachtspunten zien. Volgens de IEA/plan-MER is aansluiting op hoogspanningsstation Wateringen technisch mogelijk, maar de landroute is zeer complex. Er zijn risico’s voor de uitvoerbaarheid en hinder tijdens aanleg. Dit komt omdat de route door de dichtbebouwde Westland- en Haaglanden-omgeving loopt met veel kruisingen, veel boringen en beperkte ruimte voor aanleg langs wegen, keringen en kassen. De slappe veen- en kleigronden met hoge grondwaterstand vergroten uitvoeringsrisico's en bemoeilijken herstel. De inpassing van een converterstation schuurt ook met het glastuinbouwkarakter: de zoekgebieden liggen midden in het glastuinbouwgebied en vragen om omvangrijke transformatie met een blijvende ruimtelijke impact. In het regioadvies zijn daarnaast de volgende aandachtspunten opgenomen: 52

• De omgeving is zeer dichtbebouwd en de ondergrond is vol, waardoor tracering en uitvoerbaarheid lastig zijn. • Zoekgebied WTR-C2 (zie Figuur 8‑1) ligt in of nabij de kasteelbiotoop van het Hof van Wateringen (archeologisch monument). De Broekpolder is aangewezen als nieuw ontwikkelgebied voor duurzame glastuinbouw. • Zoekgebied WTR-C3 (zie Figuur 8‑1) grenst aan een belangrijk weidevogel- en ganzenrustgebied en het provinciaal landschap Midden-Delfland (waardevol cultuurhistorisch landschap). Bovendien is het door de lage ligging minder wenselijk vanuit water en bodem als richtinggevend principe. Wateringen is minder goed beoordeeld dan Europoort, waar de inpassing in het havengebied beter aansluit bij de omgeving en de regionale doelstellingen. Daarom wordt aansluiting op hoogspanningsstation Wateringen als minder kansrijk gezien en daarmee in categorie 2 ‘overige alternatieven’ geplaatst. Bleiswijk (BLW) Uit de IEA/plan-MER komt aansluiting op hoogspanningsstation Bleiswijk naar voren als een lange, complexe landroute. Vanaf de aanlandingszones (Noordwijk of Wassenaar) zijn er relatief veel kruisingen met infrastructuur nodig, waarvan een deel is voorzien onder verkeersknooppunten. Hier is ook kruisende infrastructuur aanwezig, zoals tunnels, viaducten en onderdoorgangen. Er zijn boringen nodig om deze knooppunten te kruisen.

Aanpassingen aan de hoofdinfra en/of de bijbehorende knooppunten zijn in de toekomst echter niet uit te sluiten. Daarnaast bevinden zich op de route passages door zettingsgevoelige veengebieden en zones met hoge archeologische en cultuurhistorische waarden. Uitvoeringsrisico's en kosten zijn hoger dan bij de relatief korte route via Hoek van Holland naar Europoort. De zoekgebieden voor een converterstation hebben ruimtelijke effecten: BLW-C1 ligt in een groene buffer, terwijl de gebieden BLW-C2/C3 vragen om transformatie van beschermd glastuinbouwareaal.

Om bovengenoemde redenen wordt aansluiting op hoogspanningsstation Bleiswijk beschouwd als minder kansrijk en daarmee in categorie 2 ‘overige alternatieven’ geplaatst. Samenvatting keuze voorkeursalternatief Europoort De keuze voor Europoort als voorkeursalternatief in Zuid-Holland is gebaseerd op een combinatie van: • De resultaten uit de IEA/plan-MER, waaruit blijkt dat Europoort systeemtechnisch kansrijk is, met beschikbare ruimte voor een aanlanding, dicht bij de vraag naar elektriciteit en de mogelijkheid van koppeling met grootschalige elektrolyse op land. • Het regioadvies Zuid-Holland, waarin de regio een duidelijke voorkeur uitspreekt voor het concentreren van nieuwe energie-infrastructuur in het havenindustrieel complex en voor het beschermen van open (landbouw)gebieden. • De constatering dat de alternatieven Simonshaven, Bleiswijk en Wateringen ruimtelijk veel zwaarder drukken op kwetsbare en schaarse open ruimte. Met Europoort wordt in Zuid-Holland een voorkeursalternatief gekozen dat: • Goed past bij de schaal en functie van het havengebied. • De schaarse open ruimte in Zuid-Holland zoveel mogelijk ontziet. • Toekomstbestendig is voor verdere elektrificatie en de ontwikkeling van een waterstofeconomie.

Het regioadvies benadrukt de lagere kansrijkheid en specificeert aandachtspunten: • Op de route Wassenaar-Bleiswijk ligt een beschermd drinkwaterwingebied bij Wassenaar (niet vergunbaar) en tijdens de aanleg zijn effecten op Natura 2000 te verwachten. • Er is doorsnijding van de Limes/Kanaal van Corbulo (werelderfgoed), landgoederenzone en kroonjuwelen, molenbiotopen en beschermde gezichten (o.a. Warmond). • Verder wordt de gebiedsontwikkeling Bleizo West geraakt. Dit is door het Rijk aangewezen als één van de doorbraaklocaties voor woningbouw en gebiedsontwikkeling • Bovendien is het door de lage ligging minder wenselijk vanuit water en bodem als richtinggevend principe. • Zoekgebied BLW-C1 is niet passend (groene buffer) en BLW-C2/C3 zijn beschermd glastuinbouwareaal. Bij keuze voor deze locaties is transformatie en compensatie nodig. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

53

8.4

Voorkeursalternatief naar Europoort

8.4.1 Beschrijving voorkeursalternatief Het voorkeursalternatief naar Europoort bestaat uit één 2GW-verbinding die vanaf windenergie-gebied 6/7 over de Noordzee naar Hoek van Holland loopt (zie Figuur 8-2). In hoofdstuk 6 is de route op de Noordzee beschreven. De route komt aan land bij Hoek van Holland over land loopt en via boringen onder de Nieuwe Waterweg en het Calandkanaal waar het aansluit op het nieuw te bouwen hoogspanningsstation Europoort.

Locatie converterstation Programma VAWOZ neemt de onderzochte zoekgebieden Europoort en de Hoekse Baan op als mogelijke voorkeurslocatie voor een converterstation. Vanuit de IEA/plan-MER is één kansrijke locatie binnen het havenindustrieel complex in beeld, maar er is nog onzekerheid over de beschikbare ruimte. Het regioadvies geeft aan dat er na 2035 zicht is op beschikbare ruimte binnen het haventerrein. Hier is samenhang met de verkenning ‘Ruimtegebrek en impuls leefomgeving in het Rotterdamse havengebied’. Het zoekgebied Hoekse Baan blijft in beeld voor de projectprocedure, ook al geeft de regio in het regioadvies de voorkeur aan een locatie binnen het havenindustrieel complex. Routes van Hoek van Holland naar het converterstation De route komt aan land ter hoogte van de parkeerplaats aan de Schelpweg en loopt vanaf daar parallel aan de Schelpweg en de Nieuwlandsedijk direct ten noorden van het dorp Hoek van Holland naar de Haakweg. Via de Haakweg en de Dwarshaak buigt de route af naar de Nieuwe Waterweg. De route kruist de Nieuwe Waterweg op een locatie waar de kabel buiten de beschermingszone van de Maeslantkering blijft. Vervolgens wordt het Calandkanaal gekruist naar een punt op Europoort nabij het toekomstige hoogspanningsstation Europoort.

8.4.2 Ingebruikname hoogspanningsstation Europoort In het TenneT Investeringsplan 2026 Net op land staat dat hoogspanningsstation Europoort tussen 2032-2035 in gebruik genomen kan worden. In 2026 wordt gestart met (de voorbereidende werkzaamheden voor) de realisatie.

8.4.3 Afhankelijkheden van het voorkeursalternatief met andere projecten In de Projectprocedure Nieuwbouw Kerncentrales (NKC) wordt momenteel onderzoek gedaan naar de nieuwbouw van twee conventionele kerncentrales op locaties in het Sloegebied, nabij Terneuzen, de Tweede Maasvlakte en in de Eemshaven. Als de Tweede Maasvlakte gekozen wordt als locatie voor de nieuwbouw van twee kerncentrales, dan is het systeemtechnisch niet mogelijk om ook een 2GW-aanlanding aan te sluiten op hoogspanningsstation Europoort.

Figuur 8‑2 Overzichtskaart voorkeursalternatief Europoort

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Vanuit de ontwikkeling van NOVEX-gebied Rotterdamse haven worden verkenningen gedaan naar oplossingen voor het ruimtegebrek in de haven en tegelijkertijd verbetering voor de leefomgeving rond de haven. Dit heeft een raakvlak met de wens uit het regioadvies voor het plaatsen van het converterstation in de haven en de ruimtelijke-planologische borging daarvan.

54

9

Noord-Brabant Keuze voor de regio Noord-Brabant De staatssecretaris van KGG wijst in Noord-Brabant één voorkeursalternatief aan: • Voorkeursalternatief naar Moerdijk: een 2GW-verbinding die vanaf de Noordzee via de Voordelta, het Haringvliet en het Hollands Diep loopt en aan land komt nabij het havengebied van Moerdijk. Daarna loopt de route richting een converterstation en wordt aangesloten op het toekomstige hoogspanningsstation Port of Moerdijk (POM).

9.1

Vertrekpunt

Op dit moment sluiten er nog geen aanlandingen van Wind op zee aan in Noord-Brabant. In de lopende projectprocedure heeft de minister van KGG in januari 2025 het voorkeursalternatief voor de 2GW-aanlanding Net op zee Nederwiek 3 vastgesteld.32 Dit betreft de aansluitlocatie Geertruidenberg met de route via het Haringvliet en het Hollands Diep. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van Programma VAWOZ is, naast de provincie Noord-Brabant, ook de provincie Limburg meegenomen. In die fase zijn Moerdijk en/of Geertruidenberg, Tilburg, Maasbracht en Graetheide onderzocht als mogelijke aansluitlocaties. Voor de ‘diepe aanlandingen’ op de hoogspanningsstations Tilburg, Maasbracht en Graetheide zouden gelijkstroomkabels in de gereserveerde buisleidingstrook komen. Het project Delta Rhine Corridor zou hiervoor de mogelijkheden onderzoeken. De minister van KGG heeft begin december 2024 echter besloten dat de aanleg van deze kabels niet langer deel uitmaakt van de scope van het project DRC. Hiermee is een belangrijke voorwaarde voor het meenemen van de aanlandingen naar Tilburg, Maasbracht en Graetheide in Programma VAWOZ weggevallen en worden deze locaties niet verder meegenomen binnen het programma.

Omdat deze diepe elektrische aanlandingen belangrijk blijven, is het ministerie van EZK met TenneT een apart traject gestart voor het onderzoeken van mogelijke diepe aanlandingen van windenergie geproduceerd op zee in de vorm van de voorverkenning diepe aanlandingen.

9.2

Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ en afweging voorkeursalternatief

De informatie over de aanlanding naar aansluitlocatie Moerdijk en over de zoekgebieden voor een converterstation rond het nog te bouwen hoogspanningsstation Port of Moerdijk (POM), is door Programma VAWOZ overgenomen uit het onderzoek voor Net op Zee Nederwiek 3. Vanuit dit vertrekpunt is de IEA/plan-MER voor het Programma VAWOZ opgesteld, onder meer met behulp van twee brugnotities waarin de samenhang tussen het programma en de projectprocedures van POM en Nederwiek 3 wordt uitgelegd (zie Aanvulling IEA Bijlage H Raakvlakprojecten Brugnotities). Routes naar de aansluitlocatie in Moerdijk In MER fase 1 van Net op zee Nederwiek 3 zijn vanaf de Voordelta vier routes onderzocht (zie Figuur 9-1) naar Moerdijk (en Geertruidenberg, dat als voorkeursalternatief voor Nederwiek 3 is gekozen): 1. (BLS) Buisleidingenstrook: route via Maasvlakte naar de buisleidingenstrook uit Programma Energie Hoofdstructuur (opvolger Structuurvisie Buisleidingen) door voornamelijk agrarische gronden (gelijk aan de DRC-route). 2. (VHW) Voorne Hoeksche Waard: route via Voorne aan Zee en Hoeksche Waard en gebied tussen Moerdijk en Geertruidenberg door voornamelijk agrarische gronden. 3. (BWA) Binnenwateren: route via de Haringvlietdam door Haringvliet, Hollands Diep en Amer. 4.

(GOF): Goeree-Overflakkee: route via Goeree-Overflakkee, regio Moerdijk en gebied tussen Moerdijk en Geertruidenberg door voornamelijk agrarische gronden.

De aansluitlocatie Geertruidenberg wordt niet verder onderzocht binnen het Programma VAWOZ. Daar is namelijk slechts aansluitcapaciteit voor één aansluiting van windenergie op zee, en die gaat benut worden voor Net op zee Nederwiek 3. Dat betekent dat de aansluitlocatie Port of Moerdijk (POM) als enige aansluitoptie in Noord-Brabant overblijft voor Programma VAWOZ. Figuur 9‑1 Alternatieven Net op Zee Nederwiek 3 32 Net op zee - Nederwiek 3 | RVO.nl Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

55

9.3

Afweging voorkeursalternatief

Eén aanlanding op Port of Moerdijk In het onderzoek voor Programma VAWOZ zijn steeds één tot twee aanlandingen op Port in of Moerdijk onderzocht. Vanwege systeemtechnische beperkingen op het hoogspanningsnet rond Moerdijk is er één 2GW-aanlanding inpasbaar. Daarom wordt in het VKA naar Moerdijk uitgegaan van één aanlanding op Port of Moerdijk. In het geval dat er nieuwe kerncentrales in Zeeland komen is er aanvullende flexibele vraagontwikkeling in de regio nodig. Een eventuele tweede verbinding naar Moerdijk is opgenomen in de categorie 2 ‘overige alternatieven’ (zie hoofdstuk 14).

In fase 2 van het milieueffectrapport (MER) voor Nederwiek 3 is extra onderzoek gedaan naar de ruimtelijke en milieueffecten van het voorkeursalternatief. De volgende drie varianten door de Voordelta zijn verder onderzocht (zie Figuur 9-2): • Variant 1 loopt grotendeels door de vaargeul van het Slijkgat. Deze route komt in hoofdlijnen overeen met het routealternatief Binnenwateren uit MER fase 1. • Variant 2 wijkt af van Variant 1, doordat de scherpe bocht die Variant 1 bij het duingebied de Kwade Hoek maakt, wordt afgesneden. • Variant 3 loopt aan de noordzijde volledig parallel aan Variant 1, grenzend aan de zuidzijde van de Hinderplaat.

Route door de binnenwateren In januari 2025 heeft de minister van KGG de route door de binnenwateren (BWA) aangewezen als voorkeursalternatief voor Nederwiek 3. De belangrijkste reden is dat deze route de minste invloed heeft op de leefomgeving. Het neemt minder ruimte in op land dan de andere onderzochte routes. Daardoor heeft het minder gevolgen voor andere functies, zoals de landbouw. Een tweede reden is dat de verwachting is dat de BWA-route sneller kan worden aangelegd dan de alternatieven over land, omdat het minder grond van particuliere eigenaren raakt. Tot slot past de keuze voor deze route bij de wensen uit de omgeving en het advies van de regionale overheden. Aandachtspunten routes Een belangrijk knelpunt bij de route door de Voordelta en de binnenwateren is het mogelijke permanente effect op de migratie van trekvissen. Dit komt door het elektromagnetisch veld dat de kabels die door de zeebodem lopen opwekken. Er bestaat een kennisleemte met betrekking tot de effecten die elektromagnetische velden (EMV) kunnen hebben op het succes van populaties en met name op dieren die de (aard)magnetische velden direct kunnen waarnemen of hierop navigeren. Dit aandachtspunt ten aanzien van de mogelijke effecten van EMV is mede van belang omdat in 2000 door de minister van Infrastructuur en Waterstaat het zogenoemde Kierbesluit is genomen.

Dit houdt in, dat de sluizen in de Haringvlietdam vaker opengaan om de migratie van en naar de Noordzee te bevorderen. Dit is een maatregel (in internationaal verband genomen) om de instandhouding van de natuur en in het bijzonder trekvissen als belangrijk onderdeel van het totale ecosysteem te bevorderen. Een ander aandachtspunt is de technische complexiteit van het kruisen van de Haringvlietdam.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Figuur 9‑2 Varianten in de Voordelta (Bron: Nederwiek 3) Bij Net op zee Nederwiek 3 zal een keuze gemaakt worden voor een toekomstvaste route door de Voordelta naar Geertruidenberg. Daarbij wordt rekening gehouden met het bundelen van deze route met één of twee toekomstige verbindingen voor aanlandingen. Spreiding van kabels via verschillende routes door de Voordelta - en daarmee het mogelijk vergroten van het effect van EMV op trekvissen – wordt hiermee voorkomen. Het voorkeursalternatief voor een aanlanding in Moerdijk bestaat uit één 2GW-verbinding door de Voordelta en de binnenwateren, parallel aan de kabelverbinding van Nederwiek 3. Deze keuze sluit aan bij het advies van de regio's Noord-Brabant en Zuid-Holland en de resultaten van de IEA/plan-MER van Net op zee Nederwiek 3 om negatieve (tijdelijke) effecten op de leefomgeving en ruimtelijke functies zoveel mogelijk te voorkomen door de route via het water. Ook past dit bij de uitgangspunten van Programma VAWOZ: kabels 56

zoveel mogelijk samen leggen voor ruimtelijke efficiëntie en met oog voor toekomstige ontwikkelingen. Er bestaat een risico dat een route door de Voordelta en de binnenwateren voor toekomstige aanlandingen (naast Nederwiek 3) niet vergunbaar is, vanwege mogelijke negatieve milieueffecten (bijvoorbeeld habitataantasting, stikstofdepositie, morfologie of het mogelijke effect van EMV op trekvissen waar in het advies van Rijkswaterstaat op gewezen wordt). In dat geval moet in de projectprocedure voor een aanlanding in Moerdijk worden teruggevallen op een route over land. De landroutes die eerder zijn onderzocht in fase 1 van het MER voor Nederwiek 3 vormen dan het vertrekpunt. Deze moeten echter nog wel verder worden onderzocht, want op basis van de huidige beschikbare onderzoeksinformatie kan nog geen keuze gemaakt worden voor één van deze routes. Met een aanlanding in Moerdijk via de binnenwateren, ontstaat de mogelijkheid om de haven van Moerdijk aan de noordkant te passeren. De kabel komt dan aan de oostkant van het havengebied het water uit. Wanneer het converterstation aan de oostkant of zuidoostkant van het haventerrein wordt geplaatst (aansluitend bij de ontwikkelrichtingen vanuit ontwerptafel Powerport Moerdijk, zie hieronder), en de route aan de westkant van de haven uit het water komt, is er sprake van een ruimtelijk complexe route over land.

Dat kan worden voorkomen door een route die in het Hollands Diep verder door het water loopt en pas aan de oostkant van de haven aan land komt. De effecten hiervan moeten in een projectprocedure verder worden onderzocht. Zoekgebieden voor een converterstation Om de elektriciteit van zee aan te sluiten op het hoogspanningsnet op land, is een converterstation nodig. Het onderzoek naar mogelijke locaties voor een converterstation in de buurt van het hoogspanningsstation is, net als bij de routes, gestart op basis van de resultaten uit fase 1 van het MER voor Net op zee Nederwiek 3. Daarna is gekeken naar de overlap tussen de zoekgebieden voor het hoogspanningsstation Port of Moerdijk (POM) en de zoekgebieden voor een converterstation uit Net op zee Nederwiek 3. Het uitgangspunt is om de ruimte in en rond het haven- en industrieterrein van Moerdijk zo efficiënt mogelijk te gebruiken met zo kort mogelijke kabelroutes. Het is logisch om de onderdelen van POM en van de aanlanding van Programma VAWOZ dicht bij elkaar te plaatsen.

hoogspanningsstation (380kV, 150kV en 20kV). • Ruimte voor alle benodigde kabelverbindingen: zowel de gelijkstroom- als de wisselstroomkabels. • De lengte van de gelijkstroomkabels tussen het converterstation en het hoogspanningsstation mag maximaal 6 kilometer zijn. De logische combinatie van zoekgebieden moet aansluiten bij de bestuurlijke afspraken over de uitbreiding van het haven- en industriegebied Moerdijk. Het Rijk en de regio hebben samen afgesproken om ongeveer 700 hectare ruimte te reserveren voor nieuwe energie-infrastructuur, kabelverbindingen en de groei en verduurzaming van de haven en de industrie. Voor de gemeente Moerdijk betekent dit een ruimtevraag van ongeveer 400 tot 500 hectare. Het streven is om de bestaande ruimte in het haven- en industrieterrein zo goed mogelijk te benutten, maar er is ook vastgesteld dat een uitbreiding van het terrein nodig zal zijn. Hiervoor zijn twee mogelijke richtingen: oostelijk of zuidoostelijk van het huidige haventerrein. De brugnotitie Port of Moerdijk laat zien dat er – op basis van de genoemde uitgangspunten – enkele kansrijke locaties zijn voor de plaatsing van een converterstation in combinatie met het hoogspanningsstation van POM. Deze locaties sluiten goed aan bij de ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Het gaat om de volgende mogelijkheden: • POM-stations en VAWOZ-converterstation in het zoekgebied Krukweg.

• POM-stations in het zoekgebied Krukweg en VAWOZ-converterstation in het zoekgebied Gorsdijk • POM-stations en VAWOZ-converterstation in het zoekgebied Gorsdijk. Deze locaties worden verder onderzocht in de projectprocedure. Hierbij is ook aandacht voor mogelijke effecten en eventuele maatregelen t.a.v. wateroverlast en overstromingsbescherming. Het is belangrijk om te benadrukken dat de verdere uitwerking van het ontwerp pas in die fase plaatsvindt. In dat stadium is er ook ruimte om nieuwe inzichten mee te nemen. Zo kan het zijn dat er binnen de ontwikkelrichting die wordt gekozen voor uitbreiding van het haven- en industrieterrein nog nieuwe zoekgebieden ontstaan naast de nu bekende kansrijke locaties.

De zoekgebieden van POM en VAWOZ kunnen op verschillende manieren worden gecombineerd (zie Aanvulling IEA Bijlage H Brugnotities raakvlakprojecten). De belangrijkste uitgangspunten hierbij zijn: • Voldoende fysieke ruimte voor een converterstation en voor de drie onderdelen van het Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

57

9.4

Voorkeursalternatief naar Moerdijk

9.4.1 Beschrijving voorkeursalternatief Het voorkeursalternatief naar Moerdijk bestaat uit één 2GW-verbinding die vanaf windenergiegebied 6/7 via de Noordzee en de Voordelta de Haringvlietdam kruisen. In hoofdstuk 6 is de route op de Noordzee beschreven. De kabels worden met gestuurde boringen onder de Haringvlietdam getrokken, waarna de route parallel aan de zuidzijde van Net op zee Nederwiek 3 in het Haringvliet en het Hollands Diep ligt. De kabels komen oostelijk van het havengebied Moerdijk aan land en lopen naar het zoekgebied voor het converterstation. Daarna worden ze aangesloten op het toekomstige hoogspanningsstation Port of Moerdijk. Het voorkeursalternatief is te zien in Figuur 9‑3.

9.4.3 Afhankelijkheden van het voorkeursalternatief met andere projecten Het is belangrijk dat de locatiekeuze voor het converterstation aansluit bij de besluiten die genomen worden in het kader van de ontwikkelrichtingen van de Ontwerptafel Powerport Moerdijk en de locatiekeuze van het hoogspanningsstation Port of Moerdijk (POM). Op basis van de IEA/plan-MER en de brugnotitie POM zijn kansrijke locaties in beeld voor het converterstation die in lijn zijn met beide ontwikkelingen (ontwerptafel en hoogspanningsstation). Omdat het gebied zich nog verder ontwikkelt, kunnen er in de toekomst nieuwe kansrijke locaties ontstaan. Daarom is in Programma VAWOZ het zoekgebied voor het converterstation ruimer aangeduid dan de nu kansrijke locaties. Zo kan in de projectprocedure goed worden aangesloten bij de verdere ontwikkelingen van Powerport regio Moerdijk en kan de ruimte optimaal worden ingericht.

9.4.2 Ingebruikname hoogspanningsstation Port of Moerdijk Hoogspanningsstation Port of Moerdijk moet nog gerealiseerd worden. De ingebruikname van dit hoogspanningsstation is volgens het TenneT Investeringsplan net op land 2026 gepland tussen 2033 en 2036.

Figuur 9‑3 Overzichtskaart voorkeursalternatief Moerdijk

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

58

10

Zeeland

Keuzes voor de regio Zeeland De staatssecretaris van KGG wijst in Zeeland één voorkeursalternatief aan: • Voorkeursalternatief naar Terneuzen: een 2GW-gelijkstroomkabelroute die die vanaf de Noordzee aan land komt bij Nieuwvliet-Bad en vervolgens naar een converterstation op de Mosselbanken of in de Paulinapolder loopt en daarna aansluit op het toekomstige hoogspanningsstation nabij Terneuzen. Aanlandingen door het Veerse Meer naar hoogspanningsstation Omgeving Sloegebied en een tweede aanlanding naar het toekomstige hoogspanningsstation nabij Terneuzen vallen in categorie 2 ‘overige alternatieven’. Deze aanlandingen kunnen met de huidige prognoses van vraagontwikkeling van elektriciteit in de regio niet ingepast worden op het hoogspanningsnet en de aanlanding in het Sloegebied is ruimtelijk meer uitdagend dan het voorkeursalternatief naar Terneuzen.

10.1

Vanuit dit vertrekpunt is verkend welke hoogspanningsstations in aanmerking komen voor aansluiting van toekomstige net-op-zee projecten. Daarbij zijn de volgende twee onderzocht: • Het nog te realiseren hoogspanningsstation Omgeving Sloegebied (gereed in 2029-2030). • Het nog te realiseren hoogspanningsstation nabij Terneuzen (gereed in de periode 20332037). De nog beschikbare transportcapaciteit van het hoogspanningsnet in Zeeland naar de rest van Nederland is de voornaamste beperkende factor bij de hoeveelheid elektriciteit die kan worden aangeland in Zeeland (zie ook paragraaf 5.3.3). Dit betekent dat er maximaal één aanlanding van 2GW in Zeeland mogelijk is als voorkeursalternatief in het kader van Programma VAWOZ. Als gekozen wordt voor de nieuwbouw van twee kerncentrales dan is het niet mogelijk om ook een 2GW-aanlanding aan te sluiten in Zeeland.

Vertrekpunt

Onder de Routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ wordt 5,5GW aan elektrische aanlandingen van Wind op zee aangesloten in het Sloegebied. Zeeland is een aanlandingsregio voor Wind op zee vanwege de gunstige ligging aan de kust en het industriecluster Schelde-Deltaregio. Voor de verduurzaming van het landelijke energiesysteem wordt ook naar andere oplossingen gekeken in Zeeland. Momenteel wordt onderzocht of er twee kerncentrales ingepast kunnen worden. Ook wordt het landelijke waterstofnetwerk ontwikkeld en zijn er initiatieven voor elektrolyse. De ontwikkeling van de elektriciteitsvraag, de ontwikkeling van elektrolysers en de eventuele ontwikkeling van kernenergie hebben invloed op hoeveel elektriciteit van de aanlandingen vanuit Programma VAWOZ direct in de regio gebruikt kan worden en hoeveel er verder vervoerd moet worden naar de rest van Nederland. In Zeeland groeit de vraag naar en het aanbod van elektriciteit hard in de periode tot en met 2040. Daarom wordt het landelijke hoogspanningsnet in Zeeland verder uitgebreid de komende jaren. In het Sloegebied wordt een nieuw hoogspanningsstation gerealiseerd (Nieuwdorp-Liechtensteinweg). Het 380kV-hoogspanningsnet naar Zeeuws-Vlaanderen wordt uitgebreid en een onderdeel hiervan is een nieuw hoogspanningsstation in de omgeving van Terneuzen.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

59

10.2

Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ

Voor elke aansluitlocatie zijn mogelijke routes vanaf zee naar de kust richting hoogspanningsstations in beeld gebracht, inclusief zoekgebieden voor converterstations. De routes en de zoekgebieden voor een converterstation staan in Figuur 10‑1. De routes en zoekgebied zijn beoordeeld in de IEA/plan-MER. Daarnaast hebben provincie, gemeenten en het waterschap hun wensen en aandachtspunten meegegeven in het regioadvies Zeeland. De lokale overheden en diverse omgevingspartijen zijn betrokken geweest bij de IEA/plan-MER. Gelet op de Vlaamse belangen in de Westerschelde zijn ook de Vlaamse partijen betrokken bij het onderzoek van de routes in de Westerschelde.

gebied Mosselbanken of Paulinapolder te gaan. De regio heeft de voorkeur voor een converterstation in het gebied Mosselbanken of Paulinapolder. De regio staat negatief tegenover extra aanlandingen van windenergie geproduceerd op zee naar het Sloegebied.

10.4 Afweging voorkeursalternatief De staatssecretaris van KGG kiest, in lijn met het advies van de regio, het volgende voorkeursalternatief voor de regio Zeeland: een aanlanding bij Nieuwvliet-Bad, en daarna de noordelijke route over land naar de Mosselbanken of Paulinapolder. Dit is ook het zoekgebied voor een converterstation. De routes naar Zeeland hebben ten opzichte van de andere regio’s de langste lengte vanuit windenergiegebied 6/7. Waarom niet Midden-Zeeland? De routes die zijn onderzocht in Midden-Zeeland lopen naar het Sloegebied. De routes komen aan land bij de Veerse Gatdam en lopen daarna door het Veerse Meer. Ten zuiden van het Veerse Meer zijn drie routes over land onderzocht die naar het Sloegebied lopen: VM-SLG1-E, VM-SLG2-E en VM-SLG3-E. De routes sluiten aan op het nieuw te bouwen hoogspanningsstation Omgeving Sloegebied (Nieuwdorp-Liechtensteinweg). De routes zijn te zien in Figuur 10‑1. In het Sloegebied is de ruimte beperkt. Naast de bestaande aanlanding vanuit windpark Borssele worden hier rond 2030 ook de aanlandingen vanuit de windparken IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1 gerealiseerd, bij elkaar 5,5GW. De converterstations van de 2GWverbindingen komen in het Sloegebied te staan. De haven heeft in de toekomst extra ruimte nodig voor diepzeehaven-activiteiten en voor de transitie naar een circulaire economie.

Ook spelen er andere ontwikkelingen, zoals ruimte voor de import, opslag en productie van waterstof. Dit leidt tot concurrerende ruimteclaims zowel tussen de havenindustrie en energiesector, als tussen verschillende vormen van energie-infrastructuur. De regio geeft aan in en rondom het Sloegebied geen ruimte te zien voor een nieuwe aanlanding. Er worden veel grote projecten tegelijk ontwikkeld en dit vraagt veel van omwonenden. Wel staat de regio welwillend tegenover aanlanding(en) van Wind op zee nabij Terneuzen.

Figuur 10‑1 Routes en zoekgebieden die zijn onderzocht in Zeeland

10.3

Adviespunten uit de regio

Op 21 oktober 2025 heeft Gedeputeerde Staten Zeeland het regioadvies vastgesteld. In het advies onderschrijft de regio nut en noodzaak voor nieuwe aanlandingen in Zeeland. De regio adviseert om vanaf de Noordzee aan te landen op de kust van Zeeuws-Vlaanderen ter hoogte van Nieuwvliet-Bad om vervolgens met de kortste route over land naar het Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Uit het IEA/plan-MER-onderzoek blijkt dat de routes naar Midden-Zeeland haalbaar lijken, maar dat er belangrijke aandachtspunten zijn. De grootste effecten treden op in het Veerse Meer en bij de aanlanding bij de Veerse Gatdam. In het Veerse Meer worden al twee 2GW-verbindingen aangelegd: Net op zee IJmuiden Ver Alpha en Nederwiek 1. Uit het onderzoek blijkt dat voor een derde verbinding meer gebaggerd moet worden en mogelijk kunnen er daarbij historische bodemverontreinigingen vrijkomen. Dit kan leiden tot tijdelijke achteruitgang van deelmaatlatten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Ook is er bij de aanlanding bij de Veerse Gatdam directe, permanente aantasting van Natuurnetwerk 60

Nederland voorzien voor het werkterrein van de boring. In het advies van Rijkswaterstaat zijn de mogelijke invloed op de stabiliteit van de primaire waterkering Veerse Gatdam en de KRW ook als belangrijke aandachtspunten benoemd. Gelet op deze aandachtspunten en het gebrek aan draagvlak in de regio, is een aanlanding naar het Sloegebied niet gekozen als voorkeursalternatief. Er is ook geen transportcapaciteit op het hoogspanningsnet voor twee toekomstige aanlandingen in Zeeland. Daarom is er op dit moment geen noodzaak voor de verbinding naar het Sloegebied. Een aanlanding in het Sloegebied kan mogelijk later alsnog ontwikkeld worden omdat er bij dit alternatief geen sprake is van wettelijke belemmeringen en omdat het alternatief op basis van het huidige onderzoek technisch haalbaar is. Aandachtspunten daarbij zijn de impact op de stabiliteit van de Veerse Gatdam, de beperkte ruimte in het Sloegebied en onderzoek naar de tijdelijke achteruitgang van KRW-deelmaatlatten. Daarom is een aanlanding in het Sloegebied opgenomen in categorie 2 Overige alternatieven. Waarom Zeeuws-Vlaanderen en Terneuzen? In Zeeland zijn ook routes onderzocht richting Zeeuws-Vlaanderen. De routes sluiten aan op een nieuw te bouwen hoogspanningsstation in de omgeving van Terneuzen. Bij de publicatie van Programma VAWOZ zijn nog meerdere locaties in onderzoek voor het hoogspanningsstation.

Sommige routes lopen langer door de Westerschelde, anderen hebben een langere route over land. De volgende routes en zoekgebieden zijn onderzocht: • Een aanlanding bij Cadzand, Nieuwvliet-Bad of Breskens (in de IEA/plan-MER en op Figuur 10‑1 aangeduid als CAD-TNZ-E, NVL-TNZ-E en BRK-TNZ-E). Verder de Westerschelde op, zijn aanlandingen bij Deltahoek en Mosselbanken onderzocht (aangeduid als TNZ-3-E en TNZ-4-E). • Drie hoofdroutes over land richting Terneuzen: een route in de middenberm van de N61, een route naast de N61 en een route via de landbouwgrond ten noorden van de N61 (in de IEA/plan-MER en op Figuur 10‑1 aangeduid als TNZ-1-E en TNZ-2-E). • Vijf zoekgebieden voor een converterstation: Mosselbanken (TNZ-C1), Paulinapolder (TNZ-C2), Westenrijkdijk (TNZ-C3), Lovenpolder/Paradijs (TNZ-C4) en Kopje van Kanada (TNZ-C5). In vergelijking met het hoogspanningsstation in het Sloegebied, zijn in Zeeuws-Vlaanderen nog geen aanlandingen van Wind op zee gepland. Omgevingspartijen geven aan dat een aanlanding in de regio Terneuzen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de vergroening van de energie-intensieve industrie en het havengebied. Ook is er bestuurlijk draagvlak voor een aanlanding in Terneuzen. Uit het IEA/plan-MER onderzoek blijkt dat er haalbare routes zijn naar de zoekgebieden voor een converterstation. Daarom kiest de minister voor een aanlanding in Terneuzen.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Waarom een aanlanding bij Nieuwvliet-Bad? Uit de IEA/plan-MER blijkt dat het aanlanden op Zeeuws-Vlaanderen niet overal kan plaatsvinden. De routes naar de Mosselbanken en Deltahoek, die relatief lang door de Westerschelde lopen, zijn door een optelsom van redenen niet haalbaar: • Morfologische dynamiek en kabelschade. De routes lopen ten zuiden van de Hooge Platen door een morfologisch zeer dynamisch gebied, waar de bodem veel beweegt. De kabels moeten hier een permanente gronddekking van 3 meter hebben om te voorkomen dat ze blootspoelen en er schade optreedt. De kabels kunnen hier niet zodanig diep begraven worden dat continue aan deze vergunningseis kan worden voldaan. • Ankeren en kabelschade. De route naar de Mosselbanken loopt door een gebied waar schepen ankeren om zand van de Noordzee over te slaan op kleinere schepen. Dit zand is van strategisch belang voor kustonderhoud en de bouw. De kans op beschadiging van de kabelverbinding door ankers is hier onaanvaardbaar hoog. • Natuur. Om de kabels diep te begraven, moet op een ponton met ankers gewerkt worden. Dit moet plaatsvinden bij zeer beperkte golfslag, waardoor alleen de zomerperiode geschikt is voor de aanleg. Deze periode overlapt met de kwetsbare periode voor zeehonden.

Daarnaast moet er zo veel meer gebaggerd worden, waardoor de hoge aantallen beschermde vogelsoorten rond de Hooge Platen tijdens de aanleg mogelijk minder goed kunnen foerageren. • Scheepvaart. Vanwege de aanlegmethode met ankers moet de scheepvaartroute langs de kust van Zeeuws-Vlaanderen volledig gestremd worden gedurende de aanlegperiode. Rijkswaterstaat concludeert ook in haar advies dat er geen vergunning kan worden afgegeven voor de aanlandingen bij Deltahoek en Mosselbanken. Deze routes vallen daarom in categorie 3 niet haalbare alternatieven. Er zijn nog drie aanlandingszones onderzocht die verder westelijker liggen in ZeeuwsVlaanderen: Cadzand, Nieuwvliet-Bad en de Veerhaven van Breskens. De aanlanding bij Breskens heeft belangrijk aandachtspunten. Voor de aanlanding is een lange, complexe boring nodig onder de brede primaire kering. Er is daarna een tweede complexe boring nodig om weg te komen uit de haven en de primaire waterkering te kruisen. Op zee heeft de route meer interactie met scheepvaart en loopt het dicht langs twee ankergebieden voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Er is maatwerk nodig om één aanlanding in te passen. Ook is de zeebodem veel dynamischer in de Westerschelde dan bij de Kop van Zeeuws-Vlaanderen. De aanlanding bij Breskens is daarom negatiever beoordeeld dan de aanlanding bij Nieuwvliet-Bad en Cadzand.

De aanlandingen bij Nieuwvliet-Bad en Cadzand zijn veel minder complex omdat ze op het strand aan land komen. Beide routes hebben minder interactie met scheepvaart en lopen door een stabielere zeebodem. De twee aanlandingen zijn beperkt onderscheidend. 61

De aanlanding bij Nieuwvliet-Bad is ongeveer 5 km korter dan de aanlanding bij Cadzand. De route loopt korter door landbouwgrond en ligt verder van woonkernen dan de aanlanding bij Cadzand. Omdat de aanlanding bij Nieuwvliet-Bad korter is, beperkt minder milieueffecten heeft en omdat deze de voorkeur heeft in de regio, is deze aanlandlocatie gekozen als voorkeursalternatief. Aandachtspunt hierbij is dat in een projectprocedure aanvullend onderzoek gedaan moet worden naar de kruising met de vaargeul en de ligging van de kabels ten opzichte van de ankergebieden Wielingen-Noord en -Zuid tot aan het strand. Daarnaast geeft Rijkswaterstaat in haar advies aan dat er goede afstemming nodig is met Vlaanderen over het kruisen van de hoofdvaargeul. Welke route over land? Vanaf de aanlandingszones Nieuwvliet-Bad, Cadzand en Breskens zijn drie hoofdroutes over land onderzocht: een route in de middenberm van de N61, een route parallel aan de N61 en een noordelijke route die door agrarisch gebied loopt. Uit het IEA/plan-MER onderzoek blijkt dat de route in de middenberm van de N61 in Zeeuws-Vlaanderen niet mogelijk is vanwege de grote verkeershinder bij de aanleg, waarbij de N61 op delen volledig afgesloten moet worden. De N61 is de enige doorgaande oost-westverbinding.

Rijkswaterstaat geeft in haar advies aan dat langdurige afsluiting van deze weg zorgt voor verkeersproblemen en verkeersonveiligheid. Daarom is dit voor zowel de provincie Zeeland als Rijkswaterstaat geen haalbare route. De route valt daarom in categorie 3 niet haalbare alternatieven. Een route naast de N61 is wel haalbaar. Deze route veroorzaakt minder verkeershinder en is technisch minder complex, maar de route heeft meer impact op landbouwgrond dan de route in de middenberm. De route parallel aan de N61 (zuidelijke route) is beperkt onderscheidend van de route door agrarisch gebied ten noorden van de N61. De zuidelijke route parallel aan de N61 is ongeveer 2,2 km langer. De kortste, noordelijke route heeft de voorkeur omdat de impact op het gebied hierdoor het kleinst blijft. Vanuit de regio is ook meer draagvlak voor de kortere route. Waarom Mosselbanken/Paulinapolder? In de regio Terneuzen zijn meerdere zoekgebieden voor een converterstation onderzocht. Vanuit ruimtelijke inpassing heeft het de voorkeur om het converterstation in de directe nabijheid van het nieuwe 380kV hoogspanningsstation te situeren. De voorkeur gaat uit naar een converterstation op de Mosselbanken of in de Paulinapolder. De routes vanaf Nieuwvliet-Bad hier naartoe zijn het kortst.

Voor de andere, verder oostelijk gelegen zoekgebieden is meer kabellengte nodig om aan te sluiten op het hoogspanningsstation. De Mosselbanken is een industrie- en havengebied en ook in beeld als zoekgebied voor een nieuw hoogspanningsstation. De Paulinapolder is een aangrenzend agrarisch gebied dat ook in beeld is als zoekgebied voor twee nieuwe kerncentrales. Hiermee wordt de mogelijke toekomstige infrastructuur geclusterd op één plek, in plaats van verspreid over meerdere gebieden. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Deze voorkeursgebieden zijn in lijn met het regioadvies. Een belangrijk aandachtspunt van de regio is dat de Mosselbanken een planologisch bestemd watergebonden industriegebied is waar bedrijvigheid in een hoge milieucategorie is toegestaan. Gronden met deze bestemming zijn zeer schaars in Nederland. Het gebied is inzet voor de ontwikkeling van zeehavengebonden activiteiten en de circulaire industrie. Een 2GW-aanlanding en het hoogspanningsstation dragen bij aan de verduurzaming van de industrie. Uit het onderzoek blijkt dat voor de drie verder oostelijk gelegen zoekgebieden een complexe kruising van natuurgebied de Braakman nodig is, waarbij een werkterrein in het natuurgebied nodig is en waar de werkruimte heel beperkt is. Ook de toegankelijkheid van het gebied met materieel voor het uitvoeren van het werk is complex. Het zoekgebied Lovenpolder/Paradijs bevat daarnaast ook cultuurhistorische waardevolle kreekjes en dijkjes en natuurgebieden. Het zoekgebied Westenrijkdijk ligt verder zuidelijk waardoor er meer kabellengte nodig is. Het ligt in open gebied waar geen andere grootschalige industrie is gevestigd. Het zoekgebied Kopje van Kanada heeft wel een industrieel karakter, maar voor dit gebied is ook extra kabellengte nodig en het ligt gedeeltelijk in een beschermingszone van de primaire kering en dicht bij de Noordzeesluizen.

De impact op toekomstige waterveiligheid is daarom een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast geeft Rijkswaterstaat in haar advies aan dat dit gebied in de toekomst wellicht nodig is voor aanpassingen aan de kanaalmonding Kanaal Gent-Terneuzen. De staatssecretaris van KGG heeft daarom besloten om de aanlanding bij NieuwvlietBad, de kortste route over land en het zoekgebied voor converterstation Mosselbanken/ Paulinapolder aan te wijzen als voorkeursalternatief. Dit voorkeursalternatief sluit aan bij het regio-advies van de lokale overheden en het advies van Rijkswaterstaat. Wat gebeurt er met de alternatieven die niet als voorkeursalternatief zijn gekozen? Als in de toekomst een tweede aanlanding in Zeeland nodig is, dan zijn er twee mogelijke alternatieven: een tweede aanlanding naar Terneuzen of een aanlanding naar het Sloegebied. Deze alternatieven zijn opgenomen in categorie 2. De routes die niet haalbaar zijn (categorie 3) worden in de toekomst niet opnieuw onderzocht. In hoofdstuk 14 wordt dit nader toegelicht.

62

10.5

Voorkeursalternatief naar Zeeuws-Vlaanderen

10.5.1

Beschrijving voorkeursalternatief

Het voorkeursalternatief voor aanlandingen in Zeeland is te zien in Figuur 10‑2. De route voor de kabels en het zoekgebied voor het converterstation zijn hierna beschreven.

Locatie Converterstation Programma VAWOZ neemt de onderzochte zoekgebieden in de Paulinapolder of de Mosselbanken op als mogelijke voorkeurslocatie voor een converterstation. De exacte locatie van het converterstation wordt in de projectprocedure bepaald en is mede afhankelijk van de situering van het nog te realiseren hoogspanningsstation. Als het nog te realiseren hoogspanningsstation niet bij de Mosselbanken of Paulinapolder komt, dan moet in de projectprocedure worden beoordeeld wat dit betekent voor de locatie van het converterstation. Route vanaf Nieuwvliet-Bad naar het converterstation Eenmaal aan land gekomen bij het strand van Nieuwvliet-Bad kruist de route de primaire waterkering om het achterland te bereiken. Vanaf daar gaat de route via agrarische gronden richting het oosten naar Terneuzen. Dit gebeurt door de kortste route over land aan te houden naar de Paulinapolder en Mosselbanken. Verdere afstemming met de omgeving, waaronder perceeleigenaren, over de exacte ligging van de kabelroute over land vindt plaats in de projectprocedure.

10.5.2 Ingebruikname hoogspanningsstation omgeving Terneuzen In het TenneT Investeringsplan 2026 Net op land staat dat het hoogspanningsstation in de omgeving van Terneuzen tussen 2033 en 2037 in gebruik genomen kan worden.

10.5.3 Afhankelijkheden van het voorkeursalternatief met andere projecten

Figuur 10‑2 Voorkeursalternatief Zeeland

Het voorkeursalternatief naar de Zeeland bestaat uit één 2GW-verbinding die vanuit windenergiegebied 6/7 in zuidelijke richting over de Noordzee naar Zeeland loopt. Voordat de route aan land komt, passeert het de ankergebieden Wielingen Noord en Wielingen Zuid. Na ankergebied Wielingen Noord buigt de route af naar het strand van Nieuwvliet-Bad en komt daar aan land. In een projectprocedure moet in overleg met de autoriteiten en betrokken omgevingspartijen in detail bekeken worden hoe de route langs de ankergebieden komt te liggen. Belangrijk hierbij zijn de mogelijke impact op scheepvaart en benodigde begraafdiepte. In hoofdstuk 6 is de route op de Noordzee en de afweging over dit deel van de route beschreven.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Het voorkeursalternatief heeft belangrijke samenhang met twee projecten: • 380kV Netuitbreiding Zeeuws-Vlaanderen.33 Onderdeel van dit project is een nieuw hoogspanningsstation waar het voorkeursalternatief op moet worden aangesloten. Een voorwaarde voor de aanlanding van Wind op zee in Zeeuws-Vlaanderen is dat het hoogspanningsstation operationeel is. De ontwerp-voorkeursbeslissing over de locatie van het station valt na de publicatie van het ontwerpprogramma VAWOZ. • Nieuwbouw kerncentrales.34 In dit project wordt onderzoek gedaan naar locaties voor twee kerncentrales in de Paulinapolder, in het Sloegebied, op de Maasvlakte of in de Eemshaven. Een voorwaarde voor de aansluiting van twee kerncentrales in ZeeuwsVlaanderen is dat het hoogspanningsstation operationeel is. Het voorkeursalternatief van Programma VAWOZ en de kerncentrales kijken naar dezelfde zoekgebieden in Zeeland. Ze leveren beide elektriciteit op het hoogspanningsnet, wat maar een beperkte hoeveelheid toevoer van elektriciteit kan vervoeren. De ontwerp-voorkeursbeslissing over de locatie van de kerncentrales valt na de publicatie van het ontwerpprogramma VAWOZ. 33 Voor informatie over de ruimtelijke procedure, zie: 380 kV Netuitbreiding Zeeuws-Vlaanderen | RVO.nl 34 Voor informatie over de ruimtelijke procedure, zie: Nieuwbouw Kerncentrales | RVO.nl 63

Omdat Programma VAWOZ, 380kV Netuitbreiding Zeeuws-Vlaanderen en Nieuwbouw Kerncentrales mogelijk in dezelfde gebieden plaatsvinden en op hetzelfde net worden aangesloten, heeft het ministerie een integrale aanpak ontwikkeld om de besluitvorming op elkaar af te stemmen. Er is gekeken hoe de keuzes van de drie projecten elkaar kunnen beïnvloeden en wat de gezamenlijk impact is van de projecten op de regio. Zo kan er per project een keuze gemaakt worden die rekening houdt met de andere projecten.

kerncentrales en het hoogspanningsstation. Dan moet opnieuw gekeken worden of de aanlanding past op het hoogspanningsnet.

Op basis van deze integrale analyse en de lopende onderzoeken per procedure, ontstaat een goed beeld over de ruimtelijke samenhang voor de projecten in Zeeland. Ten tijde van de publicatie van het ontwerpprogramma VAWOZ is het gebied Mosselbanken/ Paulinapolder in beeld voor zowel de aanlandingen van Wind op zee als de kerncentrales en een hoogspanningsstation. Er lijkt ruimte te zijn voor het hoogspanningsstation, de aanlanding van Wind op zee en de kerncentrales. De keuze van de locatie voor het hoogspanningsstation en kerncentrales is ten tijde van de publicatie nog niet gemaakt. Het voorkeursalternatief uit Programma VAWOZ dat over land naar de Paulinapolder en de Mosselbanken loopt, lijkt geen grote ruimtelijke belemmeringen te veroorzaken voor de andere projecten. Daarnaast is er in de Paulinapolder en op de Mosselbanken (meer) ruimte ten opzichte van het Sloegebied en is hier meer bestuurlijk draagvlak voor. Het Sloegebied is door de regio aangewezen voor diepzeehaven-activiteiten. De Mosselbanken behoren, net als het Sloegebied, tot het havengebied. Daarom vergt de aanleg van energie-infrastructuur afstemming met de belangen rondom havenontwikkeling. De Paulinapolder en de Mosselbanken zijn daarom vanuit ruimtelijk en bestuurlijk oogpunt een robuuste keuze voor het voorkeursalternatief.

Als er een projectprocedure start voor het voorkeursalternatief wordt de exacte locatie van het converterstation bepaald mede op basis van de voorkeursbeslissingen voor het hoogspanningsstation en de kerncentrales. Naast de ruimtelijke overlap is ook onderzocht of er voldoende elektriciteitsvraag wordt ontwikkeld in de regio om zowel het aanbod van een extra aanlanding van Wind op zee als van kerncentrales te absorberen, of dat er voldoende afvoercapaciteit is op het hoogspanningsnet. Op basis van de huidige inzichten worden er knelpunten op het net verwacht als beide projecten doorgaan. Dit sluit ook aan bij het regionale beeld. In de modellen waar dit op gebaseerd is, worden aannames gedaan over de verwachte groei van de vraag en toelevering van elektriciteit. De inschattingen zijn zo realistisch mogelijk, maar ze kunnen anders uitpakken in de loop der tijd. Voor de nieuwe kerncentrales wordt momenteel breed onderzoek gedaan naar onder andere de milieueffecten, technische haalbaarheid en kosten voor verschillende locaties. Bij de start van een projectprocedure voor de aanlanding in Zeeuws-Vlaanderen zal er een integrale afweging plaatsvinden in relatie tot de beslissing over de locaties van de Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

64

11

Noord-Nederland Keuze voor de regio Noord-Nederland De staatssecretaris van KGG wijst geen voorkeursalternatief aan voor de regio NoordNederland. Aanlandingen via een Tunnelroute onder de Waddenzee en/of via de Oude Westereems naar het toekomstige hoogspanningsstation Oostpolder vallen in categorie 2 ‘overige alternatieven’.

11.1

Vertrekpunt

In Noord-Nederland is 600 MW windenergie op zee aangesloten op het hoogspanningsstation Oudeschip in de Eemshaven. In juli 2025 is het Programma Aansluiting Wind op zee (PAWOZ)-Eemshaven vastgesteld door de minister van KGG. Er wordt 4 GW aangeland in de Eemshaven vanuit windenergiegebied Doordewind. Dit gebeurt door middel van twee aanlandingen van 2GW. In oktober 2025 is hiervoor de projectprocedure voor Net op zee Doordewind gestart.35 In PAWOZ-Eemshaven zijn ook routes opgenomen voor de onderzochte aanlandingen in Programma VAWOZ. Dit zijn route II (hierna: de Oude Westereemsroute) en route X (hierna: de Tunnelroute), zie Figuur 11‑1. Het al geplande aanbod van 4,6GW windenergie op zee is voldoende om in de huidige vraag naar elektriciteit in Noord-Nederland te voorzien. In de toekomst wordt een groei van elektriciteitsvraag in Noord-Nederland verwacht, al lopen de scenario’s daarvoor uiteen. Naast de autonome groei van de elektriciteitsvraag door het bedrijfsleven en huishoudens in heel Noord-Nederland zijn de volgende ontwikkelingen belangrijk: de productie van waterstof (elektrolyse), innovatieve elektriciteits-intensieve industrie op het gebied van hightech maakindustrie, bedrijven ten behoeve van de productie van batterijen en -onder voorwaarden- hyperscale datacenters (Bron CES 3.0).

Bovenstaande vindt plaats binnen de afspraken in Nij Begun (de kabinetsreactie op de parlementaire enquête Groningen) die tussen Rijk en Regio zijn gemaakt over de aanlandingen van Wind op zee. Hierbij is het initiatief genomen een Economische Agenda Groningen te ontwikkelen, waarbij Wind op zee als katalysator kan dienen voor verdere ontwikkeling op economisch vlak in de regio.

Figuur 11‑1 Paarse routes voor toekomstige aanlandingen Wind op zee uit PAWOZ Eemshaven: route X is de Tunnelroute en route II is de Oude Westereemsroute

Voor de aanlanding van elektriciteit van Wind op zee, is zowel aansluitcapaciteit op een hoogspanningsstation als transportcapaciteit op het achterliggende hoogspanningsnet nodig. Op het nog te realiseren hoogspanningsstation Oostpolder (gereed 2034-2037) zijn nog drie aanlandingen van 2GW mogelijk, aanvullend op de 2GW-aanlanding Net op zee Doordewind Beta. De bestaande en geplande transportcapaciteit is waarschijnlijk voldoende voor het faciliteren van tenminste één aanlanding van 2GW (aanvullend op Doordewind Beta). Dit beeld verandert waarschijnlijk als er nog andere vormen van grootschalige energieproductie zoals kerncentrales op het hoogspanningsnet aangesloten zouden worden.

35 Net op zee - Doordewind | RVO.nl Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

65

11.2

Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ

Programma VAWOZ maakt gebruik van de onderzoeksresultaten uit PAWOZ-Eemshaven over de Oude Westereemsroute en de Tunnelroute. Daarnaast zijn in de IEA/plan-MER van Programma VAWOZ de effecten van de routes vanaf windenergiegebied 6/7 op de Noordzee onderzocht. De Tunnelroute is een innovatieve manier om het Waddengebied te kruisen. Daarom is door de minister van KGG in PAWOZ-Eemshaven, toegezegd dat er vervolgonderzoek plaatsvindt om de haalbaarheid van dit concept nader te onderzoeken. Een deel hiervan is intussen uitgevoerd en wordt nader toegelicht in de bijlage ‘Stand van zaken Tunnelroute’. Deze informatie is meegenomen in de afweging over de alternatieven van Programma VAWOZ. Alle onderzoeken worden in de loop van 2026 verwacht en moeten een beter beeld geven van de haalbaarheid van de Tunnelroute.

11.3

Adviespunten uit regioadvies

In het onderzoek en besluitvormingsproces van PAWOZ-Eemshaven naar mogelijke routes door het Waddengebied voor de aansluiting van windparken op zee in Noord-Nederland, is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Hierbij is nauw samengewerkt met de betrokken regionale en lokale overheden. Vanaf de aankondiging van het programma in 2021 heeft er op regelmatige basis contact en afstemming plaatsgevonden. Ook hebben de regionale en lokale overheden op verschillende momenten hun voorkeuren en standpunten overhandigd in de vorm van adviezen en zienswijzen. Het standpunt en het advies van de regio is toegelicht in de brief ‘Advies regio routekeuze Programma Aansluiting Wind op zee (d.d. 9 december 2024)36. Het standpunt staat ook in de zienswijze op het ontwerpprogramma van de regionale overheden (d.d. 9 april 2025)37 en van de provincie Groningen (d.d. 9 april 2025). In het kader van het regioadvies van Noord-Nederland voor het Programma VAWOZ zijn deze adviezen en zienswijzen herijkt en nogmaals gedeeld door de betrokken regionale en lokale overheden. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze advieslijn. 1. De regionale overheden zijn voorstander van de energietransitie en de aanlanding van Wind op zee in Noord-Nederland, ook voor haar regionale ambities.

Daarbij is het van 36 De brief is – naast enkele NGO's en belangenverenigingen – ondertekend door de volgende overheden: provincie Groningen, provincie Friesland, gemeente Ameland, Wetterskip Fryslân, gemeente Groningen, gemeente Het Hogeland, Waterschap Noorderzijlvest, gemeente Noardeast-Fryslân en gemeente Westerkwartier. 37 De zienswijze is ondertekend door de volgende overheden: provincie Groningen, provincie Friesland, Waterschap Noorderzijlvest, Wetterskip Fryslân, gemeente Het Hogeland, gemeente Schiermonnikoog, gemeente Westerkwartier, Gemeente Noardeast-Fryslân, gemeente Groningen en gemeente Ameland. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

belang om zorgvuldig om te gaan met de aanleg van de windenergiegebieden en de aanlandingen. 2. Tijdens PAWOZ-Eemshaven heeft de regio meermaals aangegeven een sterke voorkeur te hebben voor de oostelijke routes (Tunnelroute en Oude Westereemsroute). Dit zijn de meest toekomstbestendige routes en sluiten goed aan bij de regionale economische ambities. 3. Als reactie op het (ontwerp)programma van PAWOZ-Eemshaven heeft de regio de minister van KGG meermaals verzocht om te kiezen voor de Tunnelroute en deze route op te nemen als variant in de project-MER voor de aansluiting van windenergiegebied Doordewind. De regionale overheden vrezen risico's t.a.v. de vergunbaarheid van de Schiermonnikoog Wantijroute en roepen daarom op beide routes (nogmaals) tegen elkaar af te wegen. 4. De regionale overheden geven daarnaast aan het goed te vinden dat na afronding van PAWOZ-Eemshaven er door het ministerie van EZK forse inspanning wordt gezet op de verdere uitwerking van de Tunnelroute. Dit is volgens het besluit van PAWOZEemshaven en toegezegd tijdens de bestuurlijke overleggen van 13 juni en 6 oktober 2025. 5. De actualisatie van de planning en raming van de Tunnelroute (zie Bijlage stand van zaken Tunnelroute) is met de regionale overheden besproken.

De regionale bestuurders hebben begrip voor de complexiteit van de Tunnelroute en kunnen de redenering, die onderbouwd is door de geactualiseerde planning, volgen. Daarbij worden echter wel de zorgen genoemd over toekomstige aanlandingsmogelijkheden in Noord-Nederland. Hierbij wordt de koppeling gemaakt met de afspraken in Nij Begun, waarin staat dat 33% van de aanlandingen van Wind op zee moet plaatsvinden in de provincie Groningen. 6. Ondanks de pauzering van de voorbereidingen voor waterstofproductie en –transport op zee, geven de regionale overheden aan aanlanding van waterstof in NoordNederland te ondersteunen. Deze komt overeen met de regionale economische ambities en de afspraken die er met provincie Groningen liggen vanuit Nij Begun. 7. Voor de aanlanding van waterstof geeft de regio voorkeur aan het hergebruik van bestaande aardgasleidingen als dit mogelijk blijkt. De regio vindt het essentieel nader te worden geïnformeerd en betrokken in het vervolgproces voor de routes die in beeld zijn voor de aanlanding van waterstof. Overige adviezen Door verschillende partijen zijn adviezen gegeven over de Tunnelroute. Rijkswaterstaat adviseert bij de doorontwikkeling van de Tunnelroute de complexiteit van onder andere het kunstmatige eiland nader te onderzoeken.

Ook het Noordzee-overleg vraagt aandacht voor de complexiteit van de Tunnelroute, zeker in het licht van de huidige marktsituatie van Wind op zee.

66

11.4

Afweging alternatieven

Voor Noord-Nederland zijn twee routes in beeld voor toekomstige aansluitingen van Wind op zee: de Tunnelroute en de Oude Westereemsroute. Beiden kennen een hoge mate van complexiteit en voor beide kan nog geen projectprocedure starten. Ook kan het huidige beeld over de haalbaarheid van beide routes nog veranderen. Oude Westereemsroute De Oude Westereemsroute loopt door het Eems-Dollard Verdragsgebied (EDV). In EemsDollardverdrag zijn afspraken gemaakt over het gezamenlijk beheer van het EDV. Voor waterbouwkundige activiteiten in het EDV is een Duitse scheepvaartveiligheidsvergunning (Strom- und Schifffahrtspolizeiliche Genehmigung, SSG) vereist. Het EDV is geïllustreerd in Figuur 11‑2.

Gebaseerd op de informatie is binnen PAWOZ - Eemshaven is de Oude Westereemsroute voor kabels beoordeeld als technisch haalbaar en vergunbaar. Echter dient er nog nauwkeurig vervolgonderzoek plaats te vinden op nautische thema’s en de morfologische situatie, zoals Rijkswaterstaat ook in haar advies aangeeft. Er dient rekening gehouden te worden met scheepvaart in het gebied en de morfologische dynamiek van de Waddenzee, waardoor de kabels voldoende diep moeten worden gelegd om de stabiliteit te waarborgen. De Duitse autoriteiten hebben echter in een vroeg stadium aangegeven dat zij maritieme bezwaren hebben voor het gebruik van de vaargeul voor kabels. De Duitse autoriteiten geven aan de Oude Westereems niet vergunbaar te achten vanwege aanzienlijke risico’s voor de scheepvaartveiligheid. Dit komt voornamelijk door de morfologische dynamiek die kan zorgen voor de blootspoeling van de kabels en daarmee de kans op ongelukken onacceptabel groot maakt. Deze conclusie is ook op politiek niveau bevestigd door de Duitse minister die verantwoordelijk is voor scheepvaart aan de Nederlandse minister van KGG. Daarmee was de Oude Westereemsroute geen reëel alternatief voor PAWOZ-Eemshaven, zoals ook in de bijlage bij het programma PAWOZ-Eemshaven ‘Inspanningen voor routes door het EemsDollard Verdragsgebied’ inzichtelijk is gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17072383/1