CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

43. Memo VAWOZ, bijlage I; Ontwerpprogramma VAWOZ

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 44)46.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Veel van de lopende contacten met omgevingspartijen rondom Programma VAWOZ worden voortgezet en - waar nodig of gewenst - geïntensiveerd of uitgebreid. Voor het projectbesluit wordt een project-MER (en zo nodig een planMER) opgesteld, voortbouwend op het plan-MER van Programma VAWOZ. In de projectprocedure is er een aantal momenten waarop een reactie of zienswijze kan worden ingediend door iedereen die dit wil. Ook kan beroep worden aangetekend tegen het Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Figuur 15‑1 Standaardstappen in de projectprocedure

15.2.2 Periodiek starten van projectprocedures De staatssecretaris en de minister van KGG besluiten samen welke projectprocedures voor de voorkeursalternatieven gaan starten en wanneer ze starten. Besluitvorming over het starten van projectprocedures vindt plaats in het kader van de uitrol van Wind op zee. Het tempo van de uitrol Wind op zee hangt onder meer af van de vraagontwikkeling naar elektriciteit, de ontwikkeling van de beschikbare transportcapaciteit op het hoogspanningsnet en welke kavels voor nieuw te bouwen windparken op zee gebruikt gaan worden. Dit wordt vastgelegd in de Routekaart Wind op zee.

15.3

Verder uitwerken van de voorkeursalternatieven

Voor Programma VAWOZ is veel uitgezocht en veel kennis vergaard. Toch zijn er, ter voorbereiding van de projectprocedures, onderzoeksacties nodig om enkele voorkeursalternatieven verder te concretiseren. Eventuele keuzes die gemaakt worden aan de hand van dit onderzoek worden in de projectprocedure ter inzage gelegd zodat de omgeving de mogelijkheid heeft om te reageren op deze informatie. Hieronder volgt een opsomming van de acties die lopen of nog kunnen worden gestart. 87

Voorkeursalternatief naar Kop van Noord-Holland Voor de start van de projectprocedure voor het voorkeursalternatief Kop van Noord-Holland op hoogspanningsstation NNHN-noord wordt de locatie voor het converterstation verder uitgewerkt, in samenhang met de locatiekeuze voor het noordelijk hoogspanningsstation van 380kV NNHN. Voorkeursalternatief naar A9-Zuid (Noord-Holland) Voor de start van de projectprocedure voor het voorkeursalternatief hoogspanningsstation A9-Zuid is nader onderzoek nodig naar: • Mogelijkheden voor een route aan de rand van het Tata Steel-terrein. Doel is hierover met Tata Steel Nederland en de regionale overheden tot overeenstemming te komen. • De technische haalbaarheid van het kruisen van bestaande infrastructuur zoals de A9, A2 en het Noordzeekanaal. • Een route-optimalisatie op zee van de route naar Egmond aan Zee zodat deze geen of een zeer gering effect heeft op de hoeveelheid winbaar zand in de reserveringszone voor zandwinning. Voorkeursalternatief naar Moerdijk (Noord-Brabant) In juni 2026 wordt besluitvorming verwacht over Powerport regio Moerdijk. Dit zal gaan over de ontwikkelrichting van het gebied en over de beste locatie voor het 380kV-station Port of Moerdijk (POM). Definitieve keuzes voor POM en VAWOZ zullen in lijn zijn met de uitkomsten van dit bestuurlijk overleg.

Dus op basis van deze besluitvorming kunnen de zoeklocatie voor de converter en de route voor de kabels nader geconcretiseerd gaan worden. Voorkeursalternatief naar Zeeuws-Vlaanderen (Zeeland) Voor de start van de projectprocedure voor het voorkeursalternatief naar ZeeuwsVlaanderen is het monitoren van de vraagontwikkeling naar elektriciteit en de inpassing op het net van een aanlanding van belang. Daarnaast is voor de nadere ruimtelijke uitwerking van het voorkeursalternatief de samenhang met de raakvlakprojecten 380kV Netuitbreiding Zeeuws-Vlaanderen en Nieuwbouw Kerncentrales belangrijk. Hierover vindt al afstemming plaats.

15.4

Borgen van locaties

Het Programma VAWOZ is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet (zie paragraaf 1.3). Dit is een instrument dat overheden kunnen inzetten om op vrijwillige basis bepaalde beleidsdoelen te bereiken, zonder dat dit verplichtingen oplegt aan lagere overheden, burgers of bedrijven. Een vrijwillig programma dat is vastgesteld door de staatssecretaris van KGG is zelfbindend voor het Rijk. Voor rechtstreekse (juridische) doorwerking richting Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

andere overheden, burgers of bedrijven moeten aanvullende afspraken gemaakt worden. Dit betekent dat de routes en locaties voor de verschillende voorkeursalternatieven in dit Programma VAWOZ op dit moment geen juridische borging kennen. Op grond van de Omgevingswet moeten medeoverheden wel rekening houden met nationaal beleid in hun plannen en regels. Pas als het projectbesluit in werking is getreden zijn de voorkeursalternatieven juridisch vastgelegd. Het Rijk heeft diverse mogelijkheden om, eerder dan een projectbesluit, locaties wel ruimtelijk vast te leggen, zie onderstaand kader. Publiek- en privaatrechtelijke instrumenten om ruimtelijke reserveringen te borgen 1. Publiekrechtelijke instrumenten zijn onder andere: • Voorbereidingsbesluit: op grond van artikel 4.16 Ow kan een voorbereidingsbesluit genomen worden waardoor ontwikkelingen die het project belemmeren, voorkomen kunnen worden. Een voorbereidingsbesluit heeft een geldigheidstermijn van maximaal 1,5 jaar (of korter als het projectbesluit eerder vastgesteld wordt). Het is niet mogelijk om het voorbereidingsbesluit te verlengen of een nieuw voorbereidingsbesluit te nemen voor hetzelfde project.

• Instructieregels: een instructieregel is een algemene regel waarmee het Rijk (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) of een provincie (in de Omgevingsverordening) aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Instructieregels gaan over de wijze van uitoefening van een taak of over de inhoud of motivering van een instrument uit de Omgevingswet. 2. Regionale overheden kunnen zich ook vrijwillig verbinden aan een Rijksprogramma door afspraken vast te leggen in bestuursakkoorden of convenanten. In deze akkoorden kunnen: • Specifieke doelstellingen van het programma worden opgenomen. • De rol en verantwoordelijkheid van elke betrokken overheid worden vastgelegd. Dit versterkt de gezamenlijke uitvoering van het programma zonder dat er sprake is van een wettelijke verplichting. Op grond hiervan kunnen gemeenten en provincies de doelstellingen van het programma vrijwillig vertalen naar bindende regels in hun eigen omgevingsplannen of omgevingsverordeningen. 3. Daarnaast kan een initiatiefnemer ook een aankoop van een strategische locatie overwegen om vooruitlopend op een projectbesluit te voorkomen dat er op specifieke locaties andere gebruiksfuncties ontwikkeld gaan worden.

88

Door Programma VAWOZ wordt voor de onderstaande voorkeursalternatieven actie ondernomen om voorafgaand aan de start van de projectprocedure en de vaststelling van een projectbesluit de beoogde locaties voor een converterstation concreter uit te werken en ruimtelijk te borgen. Zo wordt voorkomen dat deze terreinen benut gaan worden voor andere functies.

2026 uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken, én de ontwikkeling van de toekomstige uitrol van Wind op zee, vindt op termijn besluitvorming plaats over hoe verdergegaan wordt met de Tunnelroute. Meer informatie over de onderzoeken die worden uitgevoerd is te vinden in Bijlage PAWOZ aanvulling realisatieplanning en kosten (bijlage IEA/plan-MER).

Voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation A9-Zuid Het uitwerken en komen tot bestuurlijke afspraken tussen het ministerie van EZK, de provincie Noord-Holland, het havenbedrijf Amsterdam, de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer en TenneT. Met als doel om de locatie voor het converterstation in de Amsterdamse haven en de kabelroute tussen het converterstation en hoogspanningsstation A9-Zuid verder uit te werken en vast te leggen.

15.6

Voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation Europoort In het regioadvies Zuid-Holland is aangegeven dat dat de ontwikkeling naar een fossielvrije Rotterdamse haven (in lijn met de Havenvisie Rotterdam 2050) naar verwachting zorgt dat er mogelijk ruimte beschikbaar komt voor een converterstation vanaf 2035. Om Europoort als voorkeursalternatief mogelijk te maken zal via bestuurlijke afspraken geborgd worden dat er ook daadwerkelijk en tijdig ruimte beschikbaar komt en dit planologisch vastgelegd kan worden. Dit om te voorkomen dat een alternatieve locatie buiten Europoort impact heeft op de fysieke leefomgeving van Hoek van Holland. Het ministerie van EZK zal samen met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, het havenbedrijf en TenneT een proces opstarten om tot deze borging te komen en daarmee invulling te geven aan deze wens uit het regioadvies. Hierbij is mogelijk samenhang met de ontwikkeling van NOVEXgebied Rotterdamse haven en verkenningen die in dit kader worden uitgevoerd.

15.5

Vervolg voor waterstof op zee en grootschalige elektrolyse op land

Zoals in hoofdstuk 12 is beschreven kunnen de onderzoeksresultaten van Programma VAWOZ voor de aanlanding van waterstof geproduceerd op zee benut worden bij een herstart van de ontwikkeling van waterstof geproduceerd op zee. In hoofdstuk 13 is beschreven dat in het kader van de actualisering van het Programma Energiehoofdstructuur (PEH II, 2028) opnieuw gekeken wordt naar de rol en functie van grootschalige elektrolyse op land in relatie tot aanlandingen van Wind op zee en in het hele energiesysteem. De onderzoeksresultaten van Programma VAWOZ voor grootschalige elektrolyse op land worden hierbij benut.

Verder uitwerken van overige alternatieven

Er lopen er nog enkele acties voor het nader onderzoeken en het verder uitwerken van enkele overige alternatieven. Deze acties lopen parallel aan het afronden van Programma VAWOZ. Alternatief 700 MW-aanlanding vanuit windenergiegebied HKW8 Om de mogelijkheid open te houden om windenergiegebied HKW8 eerder aan te sluiten dan 2040, wordt onderzocht of de 700MW-aanlanding ook op een ander hoogspanningsstation kan worden aangesloten dan op 150kV-station Velsen. Alternatief Tunnelroute in Noord-Nederland De Tunnelroute is technisch complex en daarom zijn aanvullende onderzoeken voor meer inzicht nodig in de technische haalbaarheid en de kosten. Deze onderzoeken worden in Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

89

Bijlage – Stand van zaken Tunnelroute Inleiding en leeswijzer In PAWOZ – Eemshaven is door de minister van KGG toegezegd dat er vervolgonderzoek plaatsvindt voor de Tunnelroute om een beter beeld te krijgen van de technische en organisatorische haalbaarheid. Dit op basis van meerdere adviezen die tijdens PAWOZEemshaven zijn gegeven, door onder andere Rijkswaterstaat en de regio. In deze bijlage wordt ingegaan op de onderzoeksopgave voor de Tunnelroute en voorlopige conclusies uit de actualisatie van de realisatieplanning en raming. Onderzoeksopgave Tunnelroute uit PAWOZ - Eemshaven De Tunnelroute kent verschillende bijzonderheden ten opzichte van de andere routes die onderzocht zijn voor Programma VAWOZ. De route gaat uit van het ontzien van de Waddenzee door er met een tunnelsysteem onderdoor te gaan. Voor het concept van het tunnelsysteem moet een permanent kunstmatig eiland gerealiseerd worden op de Ballonplaat (een zandplaat in de Noordzee). Per 2GW elektrische aanlanding, of andere modaliteit (waterstof, CO2), moet een aparte tunnelbuis gemaakt worden. Ook moet een aanlandingspunt op land gerealiseerd worden. Er zijn in PAWOZ - Eemshaven drie zoekgebieden onderzocht voor het aanlandingspunt van de tunnel: de Eemshaven, de Oostpolder en ten westen van de Eemshaven (zie Figuur A).

met het advies op Programma VAWOZ voor Noord-Nederland vanuit Rijkswaterstaat, bijvoorbeeld over de aandachtspunten bij het Tunneleiland op verschillende aspecten en beleidsdoelstellingen op het gebied van water en kust. Op basis van de adviezen is er een technische onderzoeksopgave voor de Tunnelroute opgesteld die ingaat op de volgende zaken: 1. Het aanlandpunt van de Tunnelroute (verfijning van zoekgebieden naar kansrijke locaties). 2. Het nader onderzoeken van de maakbaarheid van het intredepunt op de Ballonplaat. 3. Behorende bij 2 – met Rijkswaterstaat en het ministerie van IenW de afweging maken met nog niet onderzochte alternatieve intredepunten. 4. De maakbaarheid van de tunnel: bouwlogistiek, vergunningen en risicodossier. Parallel aan het technische onderzoek, is er een initiatief gestart om enkele geschikte organisatiemodellen met bijbehorende financieringsconcepten uit te werken. De resultaten van al deze onderzoeken worden in de loop van 2026 verwacht en moeten een beter beeld geven van de haalbaarheid van deze route. Daarnaast is sinds vaststelling van PAWOZ-Eemshaven de realisatieplanning en raming van het bestaande concept nogmaals tegen het licht gehouden met de risico’s en kanttekeningen die in de adviezen en ten tijde van de terinzagelegging zijn aangedragen.

Stand van zaken aanvullend onderzoek Tunnelroute Voorlopige conclusies actualisatie realisatieplanning en raming De actualisatie van de realisatieplanning en raming van het bestaande concept laat zien dat de realisatietermijn langer is dan in de IEA van PAWOZ-Eemshaven beschreven en dat de raming gezien de onzekerheden en risico’s ook naar boven moet worden bijgesteld.

Figuur A Zoekgebieden voor toekomstige aanlanding Tunnelroute

Voor de Tunnelroute komt dat uit op een realisatie tussen 2040 en 2044, als begin 2027 met een projectprocedure kan worden gestart. De kosten voor het tunnelsysteem (drie buizen) worden nu geschat op € 2,5 – 4,0 miljard. Per buis en dus per 2GW kabelverbinding komt dat neer op € 0,8 – 1,3 miljard. De actualisatie van de planning en de raming is opgesteld in nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat, die vanuit hun civieltechnische expertise hebben meegekeken.

De minister van KGG heeft bij de vaststelling van PAWOZ-Eemshaven toegezegd vervolgonderzoek te gaan doen naar de Tunnelroute voor een beter beeld van de technische en organisatorische haalbaarheid. Dit op basis van meerdere adviezen die tijdens PAWOZ – Eemshaven zijn gegeven, o.a. door Rijkswaterstaat. De inhoud van dat advies komt overeen

Onderbouwing actualisatie realisatieplanning Samen met experts van Rijkswaterstaat en ingenieurscombinatie Haskoning/ Witteveen+Bos (en tunnelexpertisebureau TEC) is er ingezoomd op de planning, volgens het ontwerp in PAWOZ-Eemshaven. Dit is vooral gedaan om een realistisch beeld te schetsen.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

90

Hieruit bleek dat een aantal risico’s een realistischere appreciatie vragen die passen bij deze fase. Dat komt onder andere door: 1. De op dit moment ingewikkelde marktsituatie in Nederland. Bouwprojecten voor Rijkswaterstaat en waterschappen en voor de energietransitie en defensie etc. vragen veel van bouwend Nederland. Dat zorgt voor een groter risico dat de benodigde voor een project van deze omvang beschikbaar is, bijv. het aantal tunnelboormachines voor de meerdere buizen. Ook zal het benodigde (elektrische) materieel om dit project te realiseren binnen de huidige stikstofsituatie schaarser of nog niet beschikbaar zijn. 2. Dat de aangenomen aanbestedingsvorm mede door de grote omvang grote risico’s kent. Zie het voorbeeld van de teruggetrokken aanbesteding van de van Brienenoordbrug in Rotterdam. Rijkswaterstaat werkt nu met opgeknipte aanbestedingen om werk uitvoerbaar te houden. Voor een tunnelproject van dergelijke omvang -2 tot 3 maal groter dan de grootste infrastructurele projecten in uitvoering van Rijkswaterstaat op dit moment- is een geknipte aanbesteding realistischer om te hanteren. Dit resulteert in een langere doorlooptijd. 3. De Ballonplaat, waar voor het huidige tunnelconcept uit PAWOZ-Eemshaven het kunstmatige eiland is bedacht, is op basis van de gegevens van Rijkswaterstaat een morfologisch dynamischer gebied dan voorzien.

De implicaties hiervan zijn tweeledig: 3.1 Er is meer tijd nodig (ca. 1 jaar) om de effecten op (de stabiliteit van) het eilandontwerp te bepalen, inclusief een alternatievenstudie naar andere mogelijke intredepunten op zee. 3.2 De constructie van een eiland op de Ballonplaat is ingewikkeld. Bovendien kan het niet in één seizoen worden geconstrueerd. Dit heeft effect op de start van het boren vanaf het eiland richting de regio Eemshaven en voor de andere alternatieven. 4. In PAWOZ-Eemshaven is uitgegaan van starten van de bouw vóór het nemen van het onherroepelijk besluit. Dit is voor dit project niet realistisch gezien veelvuldig ingezette beroepsmogelijkheden en de onzekerheden rondom stikstof. Rijkswaterstaat werkt voor civiele projecten over het algemeen ook met een onherroepelijk besluit alvorens gebouwd wordt. Dit betekent dat de start van de bouw na het moment van onherroepelijk zal plaatsvinden en dit zorgt voor een langere doorlooptijd dan eerder aangenomen.

Daarnaast benadrukt de huidige marktsituatie van Wind op zee het belang van realistisch en betrouwbaar beleid. Zo wordt er nu anders omgegaan met de tenders van windparken. Dat geldt voor het gehele Rijksbeleid, en beslaat meerdere projecten. Dit geldt ook hoe er gekeken wordt naar (aannames voor) de planning van de Tunnelroute. De maatregelen die het Rijk neemt staan beschreven in het Actieplan Windenergie op zee (september 2025).43 Met de gemaakte actualisatieslag kan de Tunnelroute tussen de 2040 en 2044 operationeel zijn. Dat is minstens vier jaar later t.o.v. de planning in PAWOZ-Eemshaven (2036). In de IEA Bijlage PAWOZ ‘aanvulling realisatieplanning en kosten’, is het rapport opgenomen van de actualisatie van de planning van de Tunnelroute. De aanname dat de projectprocedure na Programma VAWOZ start (+ 1 jaar), de extra tijd die benodigd is voor het kunstmatige eiland (+1 jaar), de tijd die nodig is om de werkzaamheden nader te specificeren en kennisleemtes op te lossen (+1 jaar) en het inbouwen van extra tijd voor de projectprocedure zelf door het verhoogde risicoprofiel (+1 jaar), leiden tot minimaal vier extra jaren. Onderbouwing actualisatie raming Voor de kosten is in samenwerking met Rijkswaterstaat gewerkt aan een realistischere bandbreedte, als doorvertaling van de geactualiseerde planning. De afgegeven raming in PAWOZ was 2,4 miljard euro (incl.

BTW) en de daarbij behorende probabilistische raming had een range tussen de 1,8 en 2,9 miljard euro (incl. BTW). Door het (gedeeltelijk) toepassen van de door Rijkswaterstaat gehanteerde opslagpercentages ontstaat een bredere range. In de actualisatie is deze range tussen de 2,5 miljard euro en 4,0 miljard euro (incl. BTW). Een exact bedrag kan in deze fase niet goed worden afgegeven vanwege het hoge risicoprofiel en het feit dat een dergelijk project uniek is voor Nederland en Europa. De hogere range komt voornamelijk omdat Rijkswaterstaat in de fase waarin de Tunnelroute zich nu bevindt, hogere onzekerheidsmarges gebruikt dan in PAWOZ-Eemshaven toegepast. In de IEA Bijlage PAWOZ ‘Aanvulling realisatieplanning en kosten’, is het rapport opgenomen van de actualisatie van de kostenraming van de Tunnelroute.

Bovenstaande actualisaties komen voort uit het belang om een zo realistisch mogelijke en daarmee betrouwbare planning af te geven. Dit geeft partijen die afhankelijk zijn van de aansluiting van Wind op zee helderheid over de verwachtingen. Denk aan kabelaanleggers, aanbieders en afnemers van windenergie en partijen die de randvoorwaardelijke energieinfrastructuur op land realiseren. 43 Actieplan windenergie op zee | Rapport | Rijksoverheid.nl Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17072383/1