43. Memo VAWOZ, bijlage I; Ontwerpprogramma VAWOZ
Tekst van het document
Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
38
7
Noord-Holland Keuzes voor de regio Noord-Holland De staatssecretaris van KGG wijst in Noord-Holland twee voorkeursalternatieven aan: • Voorkeursalternatief naar Kop van Noord-Holland: Een 2GW-verbinding die vanaf de Noordzee ten zuiden van Julianadorp aan land komt en daarna naar een converterstation op bedrijventerrein Agriport loopt en aansluit op het toekomstige hoogspanningsstation NNHN-noord. • Voorkeursalternatief naar A9-Zuid: Een 2GW-verbinding die vanaf de Noordzee bij Velsen-Noord - Heemskerk of Egmond aan Zee aan land komt en daarna naar een converterstation in de haven van Amsterdam aan de Kaapstadweg loopt en aansluit op het toekomstige hoogspanningsstation A9-Zuid. Een tweede 2GW-aanlanding naar NNHN-noord en A9-Zuid, een 700MW-aanlanding naar Velsen of Vijfhuizen en een 2GW-aanlanding naar NNHN-zuid vallen in categorie 2 ‘overige alternatieven’. Deze aanlandingen kunnen met de huidige prognoses van vraagontwikkeling van elektriciteit in de regio niet ingepast worden op het hoogspanningsnet, en/of zijn in grote mate afhankelijk van andere projecten en ontwikkelingen, en/of zijn (milieu)technisch meer uitdagend dan de twee voorkeursalternatieven.
7.1
Vertrekpunt
en twee nog te realiseren hoogspanningsstations (NNHN-noord en NNHN-zuid)28. Voor het voldoen aan de groeiende vraag naar elektriciteit, is de bouw van één enkele mastenrij met twee 380kV-circuits voldoende. In het TenneT Investeringsplan 2026 Net op land is beschreven dat de hoogspanningsstations tussen 2035 en 2038 in gebruik kunnen worden genomen. Om de verduurzaming van de Amsterdamse haven mogelijk te maken, is door TenneT het project 380kV A9-Zuid29 gestart. Dit onderzoekt een nieuw 380/150kV-station bij de bestaande bovengrondse 380kV hoogspanningsverbinding tussen Beverwijk en Vijfhuizen en bij het Westelijk Havengebied. In het TenneT Investeringsplan Net op land 2026 is beschreven dat het hoogspanningsstation tussen 2032 en 2035 in gebruik kan worden genomen. Vanuit dit vertrekpunt is verkend welke hoogspanningsstations in aanmerking komen voor toekomstige aansluitingen van Wind op zee projecten. Daarbij zijn de volgende hoogspanningsstations onderzocht: • Het nog te realiseren noordelijke hoogspanningsstation van het project 380kV NNHN in de Kop van Noord-Holland (NNHN-noord). • Het bestaande 150kV-station Velsen; dit station is alleen geschikt voor aanlanden van 700MW-wisselstroom. • Het nog te realiseren zuidelijke hoogspanningsstation van het project 380kV NNHN (NNHN-zuid). • Het bestaande hoogspanningsstation Vijfhuizen.
• Het nog te realiseren hoogspanningsstation A9-Zuid in de haven van Amsterdam.
Onder de Routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ wordt 2,1GW aan elektrische aanlandingen van Wind op zee gerealiseerd in Noord-Holland op hoogspanningsstation Wijk aan Zee. Deze aanlandingen zijn onvoldoende voor de verwachte (toekomstige) regionale elektriciteitsvraag. De ontwikkelingen van datacentra in de Kop van Noord-Holland en in de Metropoolregio Amsterdam, de ontwikkelingen van de haven en het Noordzeekanaalgebied en de verduurzaming van Tata Steel Nederland (hierna: TSN) hebben invloed op de toename van de vraag in Noord-Holland.
De nog beschikbare transportcapaciteit van het hoogspanningsnet in Noord-Holland naar de rest van Nederland is de voornaamste beperkende factor voor de hoeveelheid elektriciteit die kan worden aangeland in Noord-Holland. Dit betekent dat er één aanlanding van 2GW in de Kop van Noord-Holland en één aanlanding van 2GW in het Noordzeekanaalgebied mogelijk zijn als voorkeursalternatief in het kader van Programma VAWOZ. En dat er daarnaast één aanlanding van 700MW in het Noordzeekanaalgebied mogelijk is.
De transportcapaciteit van het huidige 150kV-hoogspanningsnet ten noorden van het Noordzeekanaal is onvoldoende om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Daarom is een nieuwe bovengrondse 380kV-verbinding nodig die het 150kVstation Middenmeer verbindt met de bestaande 380kV-verbinding tussen Beverwijk en Diemen. Hiervoor is door TenneT het project 380kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord (hierna: 380kV NNHN) gestart. Dit project bestaat uit de realisatie van een nieuwe bovengrondse hoogspanningsverbinding (één mastenrij, twee circuits) door Noord-Holland
28 Voor dit project wordt in de zomer van 2026 een voorkeursbeslissing verwacht. In 2029 is het projectbesluit voorzien dat de scope en de locaties van de mastenrij en hoogspanningsstations voor dit project definitief vastlegt. 29 Voor dit project wordt in mei 2026 een besluit genomen welke locatie verder onderzocht gaat worden. Het projectbesluit staat gepland voor het eerste kwartaal van 2027.
Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
39
7.2
Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ
Voor elke aansluitlocatie zijn mogelijke routes vanaf zee naar de kust richting hoogspanningsstations in beeld gebracht, inclusief zoekgebieden voor converterstations. De routes en de zoekgebieden voor een converterstation staan in Figuur 7‑1 en Figuur 7‑2. De verschillende mogelijkheden zijn beoordeeld in de IEA/plan-MER. Daarnaast hebben provincie, gemeenten, waterschappen en andere regionale partijen hun wensen en aandachtspunten meegegeven in het regioadvies Noord-Holland.
Figuur 7‑2 Routes en zoekgebieden die zijn onderzocht in het Noordzeekanaalgebied
7.3
Figuur 7‑1 Routes en zoekgebieden die zijn onderzocht in de Kop van Noord-Holland
Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Adviespunten uit regioadvies
Het Regioadvies Programma Verbindingen Aanlanding Wind op zee (VAWOZ) & 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland-Noord is op 3 december 2025 door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland vastgesteld. Hierin adviseren de regionale overheden over de wenselijkheid van aanlandingen van Wind op zee in het kader van Programma VAWOZ en stellen hieraan voorwaarden die integraal onderdeel zijn van het advies. In het advies roepen de regionale overheden het Rijk op om enkele overkoepelende acties uit te voeren bij de verdere uitwerking van aanlandingen in Noord-Holland, zoals: • Het toepassen van integrale ruimhartige compensatie daar waar geografisch het zwaartepunt van de lasten landt en op deze locaties te starten met een ontwerpende aanpak. • Flexibiliteit in het proces behouden bij de verdere uitwerking van de voorkeursalternatieven. • Het toepassen van zorgvuldige en transparante communicatie in het vervolgproces.
40
De regio heeft daarnaast advies gegeven over meer specifieke locatiekeuzes. Hier verbindt zij bovengenoemde voorwaarden aan, die onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het advies: • Voor de regio is Den Helder de locatie voor het aanlanden van op zee geproduceerde waterstof. • Een uitbreiding van de 380kV Randstadring met een tweede mastenrij, is vanuit het regionale perspectief een onmogelijke opgave. • Een tweede mastenrij tussen de hoogspanningsstations NNHN-noord en -zuid voor een tweede aanlanding is, enkel om elektriciteitsoverschotten naar het achterland te transporteren, ongewenst. • De regio pleit daarom voor: − Maximaal één aanlanding in de Kop van Noord-Holland op het nog te realiseren hoogspanningsstation NNHN-noord − Eén aanlanding op het nieuw te bouwen hoogspanningsstation A9-Zuid. − Ook ziet de regio de mogelijkheid van één elektrische aanlanding van 700MW (AC) op het bestaande 150kV-station Velsen over het terrein van TSN. • Een aanlanding op het nog te realiseren hoogspanningsstation NNHN-zuid is ongewenst. • De voorkeursroute voor een aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid loopt over het TSN-terrein, onder het Noordzeekanaal en langs de A9. − Om dit mogelijk te maken, roept de regio het Rijk op om hier met TSN nadere afspraken over te maken. De huidige verwachting is dat dit op zijn vroegst pas na 2039 mogelijk is.
Om dit te versnellen adviseert de regio aanvullende inzet vanuit het Rijk. − Voor het converterstation adviseert de regio een locatie binnen de contouren of in de directe nabijheid van Westpoort, ten oosten van de Machineweg, afhankelijk van de locatiekeuze voor hoogspanningsstation A9-Zuid. • Een aanlanding via Castricum en IJmuiden richting A9-Zuid heeft geen draagvlak van de regionale overheden. De route vanuit Egmond naar hoogspanningsstation A9-Zuid is als meest kansrijke alternatief voor de route VNH-A9Z-2 aangeduid. • Als voor het project 380kV NNHN voor het noordelijk hoogspanningsstation wordt gekozen voor; − locatie NO4 bij Agriport A7, dan valt deze zoeklocatie samen met het zoekgebied NNHNn-C5b voor een converter. Dit geeft de mogelijkheid voor het bundelen van het hoogspanningsstation met het converterstation. − locatie NO5 (geen steun van gemeenten in Kop van Noord-Holland), dan past het converterstation het beste binnen locatie NO730. • Met het oog op de waterveiligheid, roept de regio op de norm van de dijk rondom de Wieringermeer te verhogen. Er is een toekomstbestendige klimaat-robuuste inrichting en
ruimhartige compensatie noodzakelijk. • De onzekerheid in de vraagontwikkeling legt beperkingen op aan de mogelijkheden voor aanlandingen in Noord-Holland. Pas wanneer een adequate oplossing is gevonden voor het knelpunt 380KV Randstadring óf wanneer de regionale elektriciteitsvraag zodanig toeneemt dat grote elektriciteitstransporten kunnen worden voorkomen, komt een eventuele vierde of vijfde aanlanding in beeld, wat de regionale overheden betreft. De volgende overheden in Noord-Holland hebben besloten het regioadvies niet te onderschrijven; De gemeenten Alkmaar, Beverwijk, Heemskerk en Zaanstad en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum, Heiloo en Dijk en Waard hebben het regioadvies wel ondertekend maar hebben aanvullende overwegingen. Hun overwegingen om het regioadvies niet te onderschrijven of voor aanvullende overwegingen hebben deels betrekking op adviezen voor het project 380kV NNHN en deels op Programma VAWOZ. Voor Programma VAWOZ worden de volgende overwegingen gegeven: • Voor het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is de geadviseerde locatie op Agriport A7 voor een hoogspanningsstation en een converterstation, vanuit het oogpunt van overstromingsdiepte, de hoofdreden om het regioadvies niet te onderschrijven.
• Voor gemeente Heemskerk zijn de routes vanuit Egmond en de cumulatie van hoogspanningsinfrastructuur in de IJmond, de redenen om het regioadvies niet te onderschrijven. • Gemeente Zaanstad vindt een cumulatie van nieuwe grootschalige energie infrastructuur (hoogspanningsstations, ondergrondse kabels etc.) nabij Assendelft zeer ongewenst. Omdat de kwaliteit van de leefomgeving, het landschap en de gezondheid van de inwoners in dit gebied al onder druk staan. Door de realisatie van nieuwe energie infrastructuur worden deze negatieve effecten versterkt. Deze overwegingen neemt de staatssecretaris van KGG mee in zijn afwegingen.
30 De locatie NO7 is een zoeklocatie voor een nieuw hoogspanningsstation binnen het project 380kVNNHN. Deze zoeklocatie valt binnen het grotere zoekgebied NNHNn-C5a van Programma VAWOZ. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
41
7.4
Afweging voorkeursalternatieven
Samenhang VKA’s VAWOZ met de besluiten voor 380kV Netuitbreiding NoordHolland Noord en 380kV A9 Zuid. De keuzes voor locaties voor converterstations en routes in de voorkeursbeslissingen naar Kop van Noord-Holland en naar A9-Zuid hangen sterk samen met de locatiekeuzes die gemaakt gaan worden in de projecten 380kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord en A9-Zuid. De voorkeursbeslissing (VKB) voor het project 380kV-NNHN staat gepland voor zomer 2026. De besluitvorming over dit project heeft bij de publicatie van het ontwerpprogramma VAWOZ nog niet plaatsgevonden. Onderstaande beschrijving en afweging is gemaakt aan de hand van het ingediende regioadvies en de te verwachte uitkomst. Als de besluiten over 380kV-NNHN anders uitpakken dan nu ingeschat zal onderstaand voorkeursalternatief aangepast moeten worden voor de vaststelling van Programma VAWOZ. Dit geldt ook voor de locatiekeuze voor A9-Zuid, waarvoor het projectbesluit gepland staat voor het eerste kwartaal van 2027.
Uit het systeemintegratie-onderzoek blijkt dat het mogelijk is om één 2GW-aanlanding in de Kop van Noord-Holland te realiseren. In Noord-Holland-Zuid kan één 2GW-aanlanding gerealiseerd worden in combinatie met een 700MW-aanlanding op 150kV-station Velsen. Uit de combinatie van de resultaten van de IEA/plan-MER en het regioadvies komt het hoogspanningsstation NNHN-noord bij Agriport A7, onder voorwaarden, als geschikte aansluitlocatie naar voren voor één 2GW-aanlanding. Een andere kansrijke aansluitlocatie is hoogspanningsstation A9-Zuid. De routes in de provincie Noord-Holland hebben ten opzichte van de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland de kortste lengte tot windenergiegebied 6/7. Op basis van bovenstaande overwegingen benoemt de staatssecretaris van KGG zowel de routes naar hoogspanningsstations NNHN-noord (Agriport A7) als A9-Zuid als voorkeursalternatieven waarvoor projectprocedures kunnen starten. Voor de 700MW-aanlanding (wisselstroom) vanuit windenergiegebied HKW8 verschilt het regioadvies van het besluit van de staatssecretaris van KGG. Het regioadvies ziet 150kVstation Velsen als voorkeurslocatie voor de aansluiting van 700MW. Naar aanleiding van gewijzigde inzichten wil de staatssecretaris van KGG naast 150kV-station Velsen nog kijken naar mogelijke andere aansluitlocaties voor aanlanding van 700MW.
Dit vraagt nader onderzoek, in afstemming met de regio. Dit betekent dat na het afronden van Programma VAWOZ pas vastgesteld kan worden hoe het voorkeursalternatief voor de 700MWaanlanding er uit zal zien. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Eén aanlanding op Agriport A7 in de Kop van Noord-Holland Het nieuwe noordelijke hoogspanningsstation van project 380kV NNHN op Agriport A7 in combinatie met een 2GW-aanlanding van Wind op zee wordt in het regioadvies beschreven als een structurerend knooppunt in het energienetwerk van de Kop van Noord-Holland. Uit het systeemintegratie onderzoek uit de IEA/plan-MER blijkt dat één aanlanding in de Kop van Noord-Holland past op één enkele mastenrij met twee circuits van het project 380 kV NNHN. Bij meer dan één aanlanding is een tweede rij hoogspanningsmasten en een substantiële vraagontwikkeling in de regio noodzakelijk. De energie die bij meer dan één aanlanding in de Kop van Noord-Holland moet worden afgevoerd, loopt daarnaast bij de Randstadring tegen beperkingen aan. Eén aanlanding is volgens huidige inzichten echter de komende decennia voldoende om aan de vraag naar elektriciteit van de regio tegemoet te komen. Het bedrijventerrein Agriport A7 is door de samenwerkende gemeenten in de Kop van Noord-Holland en door de provincie Noord-Holland in het regioadvies aangedragen als de meest geschikte locatie voor een aanlanding in de Kop van Noord-Holland. Zij geven hier de volgende argumenten bij: • Vraag en aanbod naar elektriciteit komen zo bij elkaar. • Er zijn naar verwachting weinig effecten op gezondheid.
• Er wordt efficiënt omgegaan met onder- en bovengrondse ruimte en de ontwikkeling sluit het beste aan bij de landschappelijke karakteristieken. • Er is weinig tot geen aantasting van natuur-en recreatiewaarden. • Het is een robuuste keuze richting de toekomst. • De locatie heeft als aandachtspunt om voldoende rekening te houden met de water- en bodemcondities, nu en in de toekomst. Dit geldt specifiek voor het garanderen van de waterveiligheid. Een uitgangspunt van Programma VAWOZ is dat, voor de keuze van een locatie voor het converterstation, de locatiekeuze van het hoogspanningsstation 380kV NNHN wordt gevolgd. Daarom zijn er twee zoeklocaties voor het converterstation opgenomen in het voorkeursalternatief: NNHN-C5a en NNHN-C5b. De gemeenten in de Kop van Noord-Holland willen dat het converterstation binnen de contouren van Agriport komt. In het ontwerpend onderzoek, dat voor het uitwerken van de locatie voor het hoogspanningsstation en het converterstation gaat worden uitgevoerd, wordt de exacte locatie verder uitgewerkt. Uit de effectbeoordeling van de routes en zoekgebieden voor Programma VAWOZ blijkt dat met name op de onderdelen geluidseffecten tijdens de gebruiksfase, ruimtelijke kwaliteit, cultuurhistorie en archeologie, de effecten van een converter op Agriport A7 minder groot zijn dan van aanlandingen elders in de Kop van Noord-Holland. Bedrijventerrein Agriport 42
A7, waar zoeklocaties NNHN-C5a en NNHN-C5b liggen, scoort negatiever op de ambitie van Defensie voor het ontwikkelen van laagvliegroutes voor helikopters dan andere locaties buiten de Wieringermeerpolder. Defensie heeft aangegeven geen bezwaar te hebben bij het ontwikkelen van energie infrastructuur op Agriport A7. Ook is de overstromingsdiepte op Agriport groter dan op de onderzochte locaties buiten de Wieringermeerpolder. In dat verband, en vanwege de toegenomen economische waarde in het gebied, is in het regioadvies opgeroepen de veiligheidsnorm van de Wieringermeerdijk (die thans een A-beoordeling heeft en een veiligheidsniveau van 1 op de 3000) te gaan evalueren en hierbij gebruik te maken van het onderzoek verricht door Deltares (2025)31. Het Rijk heeft de noodzaak tot aanpassing van de dijknorm bekeken. Hieruit is naar voren gekomen dat de norm van de kering nu voldoet aan de geldende kaders voor waterveiligheidsrisico’s. Hierbij is ook gekeken naar de (nu bekende) economische ontwikkelingen tot 2050. Het Rijk ziet vooralsnog geen aanleiding om de norm aan te passen. Het hoogheemraadschap en de provincie zien dit anders. Daarnaast zien provincie en hoogheemraadschap nog andere risico’s voor het doorzetten van het huidige ruimtelijke beleid voor de waterveiligheid.
In het regioadvies is een nadere studie naar de overstromingsrisico’s, inclusief cascade-effecten en het daarbij behorend handelingsperspectief, als voorwaarde gesteld voor het kunnen instemmen met een voorkeurslocatie in de Wieringermeerpolder. Ook is in het regioadvies de voorwaarde gesteld dat de aanlanding (en het nieuwe hoogspanningsstation) klimaatbestendig wordt ingericht. Over al deze punten vindt nog afstemming plaats tussen Rijk en regio. Door TenneT en het ministerie van EZK is reeds aangeven dat er gekeken gaat worden naar de cascade-effecten en dat er aanvullende maatregelen onderzocht moeten worden om de overstromingsrisico’s te mitigeren. Dit kan onderdeel worden van een ontwerpend onderzoek. Het hoogheemraadschap is kritisch of deze aanvullende ontwerpmaatregelen voldoende zijn om de consequenties van een hogere overstromingsdiepte volledig te kunnen ondervangen. Ze vreest daarnaast dat deze maatregelen ook andere nadelen en aanvullende kosten met zich mee zullen brengen die vervolgens afgewenteld worden op het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap heeft aangegeven dat het rijksbeleid uit de kamerbrieven over water en bodem en de meerlaagsveiligheidsbenadering maken dat al bij de afweging van de voorkeurslocatie gekozen had moeten worden voor een locatie waar de waterveiligheiden wateroverlasteffecten zich niet of in significant mindere mate voordoen.
Het hoogheemraadschap heeft het regioadvies mede daarom niet ondertekend.
31 Quickscan waterveiligheid netwerkuitbreiding NNHN en VAWOZ | Deltares 2025 Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
De staatssecretaris van KGG weegt dit bezwaar mee in zijn besluitvorming. Op dit moment en met de huidige kennis van zaken en de andere overheden en omgevingspartijen gehoord hebbend, zet de staatssecretaris van KGG in op het verder uitwerken van een locatie voor het converterstation op de zoeklocaties NNHN-C5a en NNHN-C5b. Wel zullen het ministerie van EZK en TenneT voor de start van de projectprocedure bekijken hoe aan de aandachtpunten voor waterveiligheid invulling gegeven kan worden. Routes over land naar Agriport A7 Voor de route vanuit Julianadorp aan Zee naar Agriport A7 zijn er twee opties; KNHNNHNn1-E en KNH-NNHNn2-E. KNH-NNHNn1-E volgt de 150kV-kabel van TenneT en kruist met een boring de Lage Oude Veer. KNH-NNHNn2-E volgt de buisleidingenstrook en komt door weidevogel- en ganzenrustgebieden. Dit is te mitigeren door de werkzaamheden in het juiste seizoen uit te voeren. Beide routes kruisen lijnopstellingen van windturbines. Bij het beoordelen van beide routes zijn er op het abstractieniveau van een programma geen doorslaggevende voor- of nadelen van één van beide routes geconstateerd. Daarom wordt er nu geen keuze gemaakt voor één van beide routes. Op basis van gedetailleerder vervolgonderzoek in de projectprocedure wordt er een keuze gemaakt voor één van beide routes.
De belangrijkste overwegingen voor een aansluiting op Agriport A7 zijn: • Vanaf windenergiegebied 6/7 is de afstand op zee tot de aanlandingszone JulianadorpZuid kleiner dan bij de andere onderzochte alternatieven. • Er is een aanzienlijke lokale vraag in het noorden van Noord-Holland. Deze neemt verder toe, o.a. als gevolg van verbruik door datacenters en de glastuinbouw. Het overschot van de aangelande windenergie kan naar de rest van Noord-Holland getransporteerd worden via de nieuwe 380kV-verbindingen. • De routes van Julianadorp-Zuid naar Agriport A7 zijn technisch maakbaar en hebben relatief weinig negatieve effecten op andere gebruiksfuncties, natuur, landschappelijke of cultuurhistorische waarden. • Het converterstation kan waarschijnlijk gerealiseerd worden in de buurt van het nieuw te bouwen hoogspanningsstation op Agriport A7. Hiermee kan de overlast voor de omgeving worden beperkt. • De (ontwerp-)Nota Ruimte gaat uit van het principe van het realiseren van aanlandingen in en rond de grote industrieclusters. Dit voorkeursalternatief wijkt hiervan af vanwege de vanuit het energiesysteem noodzakelijke spreiding van aanlandingen over Nederland.
Gezien het industriële karakter met een hoge energievraag, die bovendien verder gaat toenemen, van het grootschalige bedrijventerrein Agriport A7, wordt bovendien het principe van bundeling met grootschalige bedrijvigheid (grote datacenters en grootschalige glastuinbouw) wel toegepast op het schaalniveau van de Kop van NoordHolland. 43
• Uit het regioadvies blijkt dat, met uitzondering van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de regionale overheden zich onder voorwaarden kunnen vinden in één aanlanding van Wind op zee op Agriport A7. Een aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid Naar verwachting past een aanlanding van 2GW aan windenergie samen met de al aangelande windenergie van 2,1GW goed bij de verwachte groei van energie in het Noordzeekanaalgebied. Op basis van capaciteitsberekeningen van TenneT is duidelijk geworden dat, vanwege de beschikbare transportcapaciteit op het achterliggende hoogspanningsnet, slechts één 2GW-aanlanding mogelijk is in het zuiden van NoordHolland. Aansluitlocatie Vijfhuizen of A9 Zuid? Er zijn twee aanlandingsopties in dit gebied: een aanlanding op het bestaande hoogspanningsstation Vijfhuizen of een aanlanding op het nog te realiseren hoogspanningsstation A9-Zuid. Een aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid heeft een aantal voordelen ten opzichte van een aanlanding op Vijfhuizen: • Het nog te realiseren hoogspanningsstation A9-Zuid is bedoeld om de netcongestie in het Noordzeekanaalgebied op te lossen. Het hoogspanningsstation faciliteert de verduurzaming van de Amsterdamse haven. Naar verwachting worden er vooral grootverbruikers uit de haven aangesloten op het station.
Het aanbod van grootschalige windenergie geproduceerd op zee sluit naar verwachting aan bij de elektriciteitsvraag. • Er zijn voor een aanlanding aansluitmogelijkheden beschikbaar op het nog te realiseren hoogspanningsstation A9-Zuid. • Ruimte is schaars in de Metropoolregio Amsterdam en het Noordzeekanaalgebied. Er is in de regio Noord-Holland Zuid draagvlak voor een aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid met een converterstation in de Amsterdamse haven. • Bij een 2GW-aanlanding op Vijfhuizen heeft het de regionale voorkeur om het converterstation in de haven van Amsterdam te plaatsen. Echter binnen de maximale afstand van 6 kilometer tot hoogspanningsstation Vijfhuizen zijn de zoeklocaties voor een converterstation in de haven van Amsterdam beperkt. • De routes vanuit de aanlandingszones richting hoogspanningsstation A9-Zuid zijn enkele kilometers korter dan naar hoogspanningsstation Vijfhuizen. Zo wordt een langere route parallel langs de A9 en langs knooppunt Rottepolderplein vermeden. Ook gezien de negatieve effecten van een ondergrondse kabel op de bodemgesteldheid in dit gebied, heeft een kortere route voordelen.
Converterstation in de Amsterdamse haven Een aanlanding in of naast de haven van Amsterdam is technisch complex: de kabels en het converterstation moeten ingepast worden tussen bestaande kabels, leidingen, (vaar)wegen Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
en bestaande bedrijvigheid. Daar staat tegenover dat een aanlanding van Wind op zee landschappelijk beter inpasbaar is in de haven van Amsterdam dan in andere, meer open landschappen in het zuiden van Noord-Holland. Voor het converterstation voor aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid zijn daarom verschillende zoekgebieden bekeken: bedrijventerrein Hoogtij in Zaanstad (NNHNz-C4) en de haven van Amsterdam ten westen van de Westhaven (A9Z-C1 en A9Z-C2). In het Bestuurlijk Overleg Houtrakpolder is advies uitgebracht over de gewenste locatie voor het hoogspanningsstation A9-Zuid en een voorkeurslocatie voor een converterstation op een perceel in de haven van Amsterdam in de bocht van de S102 aan de Kaapstadweg. Deze locatie komt overeen met de voorwaarde (locatie ten oosten van de Machineweg) die in het regioadvies wordt uitgesproken voor een aanlanding op hoogspanningsstation A9-Zuid. Het perceel lijkt aan de ruimtelijke en technische eisen voor een converterstation te voldoen. Naar verwachting wordt medio 2026 een definitief besluit genomen door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland over de locatie van het hoogspanningsstation A9-Zuid.
Op basis van bovenstaande overwegingen zet de staatssecretaris van KGG, volgens de regionale voorkeur, in op één aanlanding op het nog te realiseren hoogspanningsstation A9Zuid met een locatie voor het converterstation in het Amsterdamse havengebied. Routes over land naar hoogspanningsstation A9-Zuid In de IEA/plan-MER voor Programma VAWOZ zijn diverse routes naar hoogspanningsstation A9-Zuid onderzocht. Aanlandingszones voor deze routes zijn van noord naar zuid: Egmond aan Zee, Castricum, Velsen-Noord - Heemskerk en IJmuiden. Uit de IEA/plan-MER volgt dat een route vanaf de aanlandingszone bij IJmuiden zeer complex wordt. De route door Driehuis is technisch moeilijk te realiseren en de route door de Kennemerduinen loopt door Natura 2000-gebied en is daarom juridisch niet vergunbaar. Een aanlanding vanuit Velsen-Noord - Heemskerk (route VNH-A9Z-2-E) heeft vanuit het regioadvies de voorkeur. Aangezien deze route niet van invloed is op de zandvoorraad op de Noordzee, die nodig is voor het uitvoeren van kustsuppleties ter bescherming van de kust van Noord-Holland, geeft ook Rijkswaterstaat de voorkeur aan deze aanlandingszone. Uit de IEA/plan-MER blijkt dat, in verband met de aanwezigheid van andere kabels, scheepswrakken en onontplofte oorlogsresten, deze locatie complexer is om aan te landen dan de noordelijker gelegen aanlandingszones.
Ook is de kabelroute over land complexer door de ligging nabij tunnelbakken, druk gebouwd gebied, zowel ondergronds als bovengronds en tenslotte veiligheidscontouren. Bij verdere uitwerking kan blijken dat deze route toch niet haalbaar of te risicovol is. Vanuit dat oogpunt is het verstandig om ook een andere route uit te werken (vanuit Egmond aan Zee). 44
Een kabelroute over het terrein van Tata Steel Nederland (TSN) heeft de voorkeur vanuit veel belangen op zee en op land en kan ook rekenen op steun van de decentrale overheden. De route is kort en gaat niet door N2000-gebied. De staatssecretaris van KGG ziet de voordelen van deze route ook en wijst deze daarom aan als de meest wenselijke route. Echter een route over het terrein van TSN is op dit moment niet mogelijk. Pas wanneer de verduurzamingstransitie van TSN gereed is, ontstaat er mogelijk ruimte voor een route over het terrein van TSN. Op basis van de huidige planning van TSN is de verwachting dat dat de verduurzaming richting 2040 gereed zal zijn. De mogelijkheid een aanlanding op Velsen-Noord - Heemskerk is daarmee afhankelijk van de verduurzamingssnelheid van TSN en van de instemming van TSN met een kabelroute over haar terrein. Daarom gaat het ministerie nader onderzoeken welke optimalisaties mogelijk zijn en wil het ministerie afspraken maken met TSN over hoe en wanneer een route ingepast kan worden op het terrein. Daarnaast gaat het ministerie samen met TenneT en Rijkswaterstaat nog uitgebreider de technische haalbaarheid van de kruising van een kabel met de tunnel van de spoorlijn Haarlem-Alkmaar, de tunnel van de A22 en de tunnel van de A9 en zijkanaal A nader onderzoeken.
Om niet van de route vanuit Velsen-Noord – Heemskerk naar A9-Zuid afhankelijk te zijn, wordt ook de route via Egmond aan Zee naar A9-Zuid opgenomen in het voorkeursalternatief. De terugvaloptie via Egmond aan Zee komt alleen in beeld als het ministerie van EZK concludeert, in samenspraak met de regionale overheden, dat de route vanuit Velsen-Noord – Heemskerk naar A9-Zuid qua tijdspad of qua techniek niet mogelijk is.
Kruisen en bundelen met bestaande infrastructuur De regio adviseert om routes zoveel mogelijk met bestaande infrastructuur te bundelen. De route vanuit Velsen-Noord - Heemskerk passeert via complexe boringen eerst de spoorlijn, de A22 Zijkanaal A en komt dan na het kruisen van de A9 uit in de Wijkermeerpolder. De regio adviseert bij deze route de A9 te volgen. Rijkswaterstaat heeft in haar advies aangegeven dat bij deze bundeling de in de Omgevingswet vastgelegde ruimtelijke reservering voor de uitbreiding van de A9 vrijgehouden moet worden voor de toekomstige uitbreiding van de A9. Omdat het ruimtebeslag voor de uitbreiding van het Rottepolderplein nog onzeker is, wordt Rijkswaterstaat vroegtijdig betrokken bij het verdere ontwerpproces van de routes.
Aanlanden via Egmond aan Zee of via Castricum? Van de twee noordelijk gelegen aanlandingszones Castricum en Egmond aan Zee heeft Egmond aan Zee de voorkeur. De aanlandingszone Castricum kenmerkt zich door een brede duinenrij dat ook Natura 2000-gebied is. Dit zou in principe overbrugbaar zijn met boringen naar naastgelegen terreinen die nét niet in het Natura 2000-gebied liggen, zoals parkeerplaatsen of de camping Bakkum. Echter, hier bevindt zich ook de strategische zoetwatervoorraad van drinkwaterbedrijf PWN. De provincie Noord-Holland, de regio en PWN ontraden daarom een aanlanding via Castricum. Bij aanlandingszone Egmond aan Zee is sprake van een smallere duinenrij waarbij het Natura 2000-gebied met één enkele boring gepasseerd kan worden. Echter deze route (EAZ-A9Z-E) loopt langer over land en loopt via de binnenduinrand (met o.a. veel natuurwaarden). In het regioadvies wordt deze route daarom aangeduid als terugvaloptie in het geval de aanlanding via VelsenNoord - Heemskerk met route VNH-A9Z-2-E niet mogelijk is. Rijkswaterstaat geeft in haar advies aan dat de onderzochte route naar Egmond aan Zee impact heeft op de daar aanwezige zandvoorraad. Deze zandvoorraad is nodig om kustsuppleties uit te voeren om Noord-Holland tegen overstroming te beschermen.
Rijkswaterstaat adviseert daarom om in de vervolgfase een aangepaste route in de reserveringszone voor zandwinning te gaan ontwerpen, met als uitgangspunt dat er geen/ een zo gering mogelijke impact op de aanwezige zandvoorraad is.
De conclusie is dat het gaan realiseren van een aanlanding op hoogspanningsstation A9Zuid uitdagend is, maar haalbaar lijkt.
Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Vervolgonderzoek Voor de start van de projectprocedure zal nader onderzoek gedaan worden en gesprekken gevoerd worden om zo de haalbaarheid van de diverse routeopties en zoekgebieden beter in kaart te brengen en vast te leggen; • Gesprekken met TSN om de diverse routeopties over het terrein van TSN en de mogelijkheden om deze te gaan benutten, nader te verkennen. • Bestuurlijke afspraken over de locatie van het converterstation in de Amsterdamse Haven. • Een nadere analyse naar de technische haalbaarheid van het kruisen van bestaande infrastructuur. • Een verder uitgewerkte route langs/door de (beoogde) zandwinlocaties.
Aanlanding van 700MW wisselstroom in het Noordzeekanaalgebied In Programma VAWOZ is een aanlanding van 700MW wisselstroom van windenergiegebied Hollandse Kust West 8 (HKW8) op het 150kV-hoogspanningsstation Velsen onderzocht. Deze aanlanding heeft een aantal voordelen, zoals een korte route over zee en over land. Echter deze aanlanding is afhankelijk van de snelheid en aanpak van de verduurzamingstrategie van Tata Steel Nederland (TSN), omdat: • Het terrein van TSN dusdanig gesaneerd moet zijn dat er een route kan lopen vanaf de aanlandingszone op het strand Velsen-Noord - Heemskerk (deels) via het TSN-terrein richting hoogspanningsstation 150kV-station Velsen. • De restgascentrales in Velsen-Noord en IJmuiden en de windparken Amalia en Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ) afgekoppeld moeten zijn van het 150kV-station Velsen, zodat er voldoende aansluitcapaciteit ontstaat voor een 700MW-wisselstroomaansluiting. • TSN voldoende elektriciteit (bij voorkeur het windprofiel volgend) van 150kV-station Velsen moet afnemen, zodat overbelasting wordt voorkomen en er geen storingen ontstaan op het hoogspanningsnet. 45
Om de mogelijkheid open te houden om het windenergiegebied HKW8 eerder te ontsluiten dan 2040, wordt bekeken of de 700MW vanuit HKW8 ook op een ander hoogspanningsstation kan worden aangesloten dan op 150kV-station Velsen. Het hoogspanningsstation Vijfhuizen is hiervoor één van de opties. Wel zijn de in Programma VAWOZ onderzochte routes naar Vijfhuizen technisch complex en het regionaal draagvlak ontbreekt op onderdelen van deze routes.
hoogspanningsstation NNHN-zuid. • De route vanaf aanlandingszone Zandvoort via Haarlem naar de aansluitlocaties hoogspanningsstation Vijfhuizen en hoogspanningsstation A9-Zuid. Daarom is besloten om deze routes niet langer als mogelijke opties te beschouwen voor een aanlanding van windenergie op zee. Ook niet voor een eventueel vervolg op Programma VAWOZ.
Overige aansluitlocaties voor Noord-Holland Naast de bovengenoemde voorkeursalternatieven en het vervolgonderzoek naar een 700MW- aanlanding zijn er in Noord-Holland nog enkele ‘overige alternatieven’ (categorie 2) gedefinieerd. Deze alternatieven zijn nu niet kansrijk en zullen niet benut worden om de ambitie van 30GW Wind op zee te realiseren. Wellicht komen deze alternatieven op termijn wel weer in beeld. • Een 2GW-aansluiting op hoogspanningsstation Vijfhuizen. Afhankelijk van de vraagontwikkeling in de regio en op hoogspanningsstation Vijfhuizen, de ontwikkelingen op het hoogspanningsnet, de snelheid van de verduurzaming van TSN en de noodzaak om windenergiegebied HKW8 wel of niet versneld te ontsluiten, is een 2GW-aansluiting op Vijfhuizen op termijn een alternatief voor een tweede aanlanding in het zuidelijk deel van Noord-Holland. • Een 2GW-aansluiting op het nog te realiseren hoogspanningsstation NNHN-zuid is nu geen kansrijk alternatief. In vergelijking met andere voorkeursalternatieven in NoordHolland heeft dit alternatief veel meer negatieve effecten. Zowel qua systeemintegratie als ruimtelijk. De gezamenlijke overheden spreken in het regioadvies uit geen draagvlak te zien voor een aanlanding op NNHN-zuid vanwege het gebrek aan (toekomstige) elektriciteitsvraag in de omgeving en de wens om het gebied open te houden.
Ook zijn er binnen een straal van 6km van het nog te realiseren hoogspanningsstation geen geschikte locaties voor een convertersstation aanwezig. Pas wanneer er zicht is op vraagontwikkeling en op een oplossing voor de beperkte transportcapaciteit op Randstadring, kan een aanlanding op dit station in de verdere toekomst opnieuw overwogen worden. • Een tweede 2GW-aansluiting op het hoogspanningsstation NNHN-noord is pas mogelijk in geval van grootschalige vraagontwikkeling in de Kop van Noord-Holland. In dat geval moet er een tweede mastenrij door Noord-Holland worden aangelegd. Daar is geen draagvlak voor bij zowel overheden, belangenorganisaties als bewoners. Niet haalbare routes door Noord-Holland Op basis van het IEA/plan-MER zijn technische of juridische belemmeringen geconstateerd voor de volgende routes in Noord-Holland: • Routes vanaf aanlandingszones Castricum en Egmond aan Zee via Koog aan de Zaan naar de oostelijke zoekgebieden en het zoekgebied in de Wormer voor de aansluitlocatie Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
46
7.5
Voorkeursalternatief naar Kop van Noord-Holland
7.5.1
Beschrijving voorkeursalternatief
worden in samenwerking met Programma VAWOZ. Afgesproken is om in het ontwerpend onderzoek voor het hoogspanningsstation ook de locatie voor de converter uit te werken. Na afronding van dit onderzoek worden de locaties van het hoogspannings- en converterstation via eigen projectprocedures en projectbesluiten vastgelegd.
Het voorkeursalternatief naar de Kop van Noord-Holland bestaat uit één 2GW-verbinding die vanuit windenergiegebied 6/7 over de Noordzee richting het noorden van NoordHolland loopt. In hoofdstuk 6 is de route op de Noordzee beschreven. De route komt aan land ten zuiden van Julianadorp. Vanaf hier zijn er twee opties voor een kabelroute over land richting Agriport A7 (zie Figuur 7-3). De route eindigt in het zoekgebied voor het toekomstige hoogspanningsstation NNHN-noord. De zoeklocatie voor het converterstation ligt op bedrijventerrein Agriport A7. In de IEA/plan-MER heet de noordelijke route KNHNNHNn1-E. De zuidelijke route heet KNH-NNHNn2-E.
Routes van Julianadorp naar Agriport A7 Met een enkele boring worden de duinen ter hoogte van Julianadorp gekruist. De route vervolgt daarna tot het BBL-gascompressiestation de buisleidingenstrook. Vervolgens zijn er twee routeopties, die beiden gedeeltelijk door bollengebied lopen: • Route KNH-NNHNn1-E loopt vanaf het BBL-gascompressiestation parallel aan de noordzijde van de Molenvaart langs Anna Paulowna. De route bundelt met de bestaande ondergrondse 150kV-verbinding via de Wieringerwaard richting Middenmeer. Na het passeren van Anna Paulowna kruist de route de N249 en een deel van het Bijzondere Provinciale Landschap Lage Oude Veer. Met een boring is dit bijzondere landschap te kruisen. De route volgt haar weg in zuidoostelijke richting door gebied met voornamelijk grootschalige landbouw. Er worden lijnopstellingen met windturbines gepasseerd. De route eindigt in het zoekgebied op bedrijventerrein Agriport A7. • Route KNH-NNHNn2-E loopt vanaf het BBL-station parallel langs de N9 en het Noordhollandsch Kanaal en buigt dan af naar het zuiden richting Schagen. Deze route loopt parallel met de bestaande gasleiding via Oudesluis langs Kolhorn en volgt dan de N248 naar Middenmeer. Deze route loopt door agrarisch gebied dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor grootschalige landbouw. Ter hoogte van Middenmeer komen beide routes weer samen.
Beide routes zijn ongeveer even lang en op basis van de huidige onderzoeksresultaten kan er geen voorkeur bepaald worden voor één van beide routes. Beide routes worden daarom verder onderzocht in de projectprocedure.
7.5.2 Ingebruikname hoogspanningsstation NNHN-Noord In het TenneT Investeringsplan 2026 Net op land is beschreven dat hoogspanningsstation NNHN-noord bij Agriport A7 tussen 2035 en 2038 in gebruik genomen kan worden. Figuur 7‑3 Overzicht voorkeursalternatief Kop van Noord-Holland.
7.5.3 Afhankelijkheden van het voorkeursalternatief met andere projecten
Locatie converterstation Programma VAWOZ neemt de onderzochte zoekgebieden NNHNn-C5a en NNHNn-C5b op als mogelijke voorkeurslocatie voor een converterstation. In het regioadvies wordt verzocht om een ontwerpend onderzoek te starten voor o.a. het hoogspanningsstation en converterstation. Er wordt op dit moment binnen de procedure van 380kV NNHN gekeken naar hoe in de volgende fase van het project een ontwerpend onderzoek uitgevoerd kan
Er is een aantal afhankelijkheden met het project 380kV-NNHN. Pas als het hoogspanningsstation op Agriport A7 is gerealiseerd, kan het converterstation worden aangesloten. In de brugnotitie Programma VAWOZ- 380kV-NNHN (zie Aanvulling IEA Bijlage H Brugnotities raakvlakprojecten) is beschreven dat een converterstation in combinatie met een hoogspanningsstation op Agriport A7, ten opzichte van andere alternatieven, de minste cumulatieve effecten heeft. In het regioadvies is verzocht om een gezamenlijk ontwerpend onderzoek voor de locaties van het hoogspannings- en converterstation.
Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
47
7.6
Voorkeursalternatief naar A9-Zuid
7.6.1
Beschrijving voorkeursalternatief
De Provincie Noord-Holland heeft als bevoegd gezag voor het project A9-Zuid in mei 2026 één onderzoekslocatie vastgesteld voor het nieuwe hoogspanningsstation A9-Zuid. Naar verwachting wordt in de winter van 2027 zoekgebied A9Z-C2 vastgelegd in het projectbesluit (VKB) voor het project A9-Zuid. Het voorkeursalternatief van Programma VAWOZ naar A9-Zuid anticipeert op deze besluitvorming. Mocht de besluitvorming over de voorkeurslocatie voor het nieuwe hoogspanningsstation A9-Zuid anders uitpakken, dan zal het voorkeursalternatief naar A9-Zuid van Programma VAWOZ ook herzien moeten worden. Het voorkeursalternatief naar hoogspanningsstation A9-Zuid bestaat uit één 2GWverbinding die vanuit windenergiegebied 6/7 over de Noordzeebodem richting NoordHolland loopt. In hoofdstuk 6 is de route op de Noordzee beschreven. Afhankelijk van de gekozen aanlandingszone, komt de route aan land bij Egmond aan Zee of VelsenNoord - Heemskerk. Voor het zeedeel naar de aanlandingszone Egmond aan Zee moet routeoptimalisatie plaatsvinden, zodat de impact op de aanwezige zandvoorraad voor onder andere kustsuppleties wordt geminimaliseerd. Bij de aanlandingszone VelsenNoord - Heemskerk is de aanname dat de verduurzaming van TataSteel Nederland (TSN) is voltrokken en dat er daardoor ter hoogte van het terrein van TSN kan worden aangeland.
Vanuit beide aanlandingszones zijn twee ondergrondse routes mogelijk naar het nog te bouwen hoogspanningsstation A9-Zuid. Voor een converterstation is in het Bestuurlijk Overleg Houtrakpolder de voorkeur uitgesproken voor een locatie in het Amsterdams havengebied binnen het zoekgebied A9Z-C2. De routes en het zoekgebied voor het voorkeursalternatief zijn te zien in Figuur 7-4.
Figuur 7‑4 Overzicht voorkeursalternatief A9-Zuid
Locatie converterstation Parallel aan de locatiekeuze voor het nog te realiseren hoogspanningsstation A9-Zuid is gezocht naar een locatie voor een converterstation. De regio stelt in het regioadvies de voorwaarde om het converterstation te realiseren in de Amsterdamse haven ten oosten van de Machineweg, zie Figuur 7-4). Momenteel wordt de geschiktheid van een terrein aan de zuidzijde van de bocht in de Westpoortweg (S102) aan de Kaapstadweg, nader onderzocht. Mocht het bevoegd gezag in 2026, in afwijking van het advies van het Bestuurlijk Overleg Houtrakpolder, besluiten tot een andere locatie voor het hoogspanningsstation, dan zijn er alternatieven voor een converterstationslocatie beschikbaar in de haven van Amsterdam. In dat geval zullen deze alternatieve converterstationslocaties op dat moment in de projectprocedure worden onderzocht. Beschrijving routeopties Er zijn voor de route van windenergiegebied 6/7 naar hoogspanningsstation A9-Zuid vier routeopties die verder onderzocht en tegen elkaar afgewogen moeten worden; • 1a. Een aanlanding bij Velsen-Noord - Heemskerk en via het terrein van Tatasteel Nederland en Velsen-Noord langs de A9 naar hoogspanningsstation A9-Zuid (in IEA/planMER aangeduid als route VNH-A9Z2).
Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
48
• 1b. Een aanlanding bij Velsen-Noord - Heemskerk en via het terrein van Tatasteel Nederland en Velsen-Noord aan de noordzijde langs het Noordzeekanaal met een oversteek ter hoogte van Buitenhuizen naar hoogspanningsstation A9-Zuid (in IEA/planMER aangeduid als route VNH-A9Z1). • 2a. Een aanlanding via Egmond aan zee langs de A9 naar hoogspanningsstation A9-Zuid. • 2b. Een aanlanding via Egmond aan zee langs Assendelft naar hoogspanningsstation A9Zuid (in IEA/plan-MER aangeduid als route EAZ-A9Z). Routeoptie 1a: een aanlanding bij Velsen-Noord – Heemskerk langs de A9 naar A9-Zuid Bij de aanlandingszone bij Velsen-Noord - Heemskerk wordt ter hoogte van TataSteel Nederland (TSN) aangeland. Daarna loopt de route over het zuidelijke deel van het fabrieksterrein richting 150kV-station Velsen. Vanaf dit station loopt de route via de Concordiastraat naar de A22. Via diepe gestuurde boringen moeten bijvoorbeeld de tunnelbakken van de spoorlijn, de A22, Zijkanaal A en de A9 worden gepasseerd. Het passeren van deze infrastructuur is technisch gezien een complexe opgave en de haalbaarheid hiervan wordt voor de start van de projectprocedure verder onderzocht. Vervolgens loopt de kabel aan de oostkant van de A9 onder het Noordzeekanaal door en volgt een route langs knooppunt Velsen, de A9 tot een locatie ter hoogte van Spaarndam en de Spaarndammerdijk.
Daar volgt de route de buisleidingenstrook langs en door de golfbanen tot het converterstation. Routeoptie 1b: een aanlanding bij Velsen-Noord - Heemskerk langs het Noordzeekanaal naar hoogspanningsstation A9-Zuid Deze route volgt routeoptie 1a tot de oostzijde van de A9. De Vuurlinie wordt ter hoogte van de Kagerweg gepasseerd en volgt de noordzijde van de Zeedijk tot Buitenhuizen. Hier wordt het Noordzeekanaal gepasseerd, waarbij rekening gehouden wordt met de mogelijkheid om dit deel van het Noordzeekanaal in de toekomst te kunnen verbreden. Bij het vakantiepark Buitenhuizen wordt Zijkanaal C gepasseerd. Via de Houtrakpolder wordt de locatie voor het converterstation bereikt.
hoge natuurwaarden te vermijden. Vanaf hier loopt de route parallel aan de A9 naar het zuiden. Hierbij wordt in verband met de ruimtereservering voor een mogelijke toekomstige verbreding, afstand gehouden van de A9. Vervolgens loopt de kabel onder het Noordzeekanaal door en volgt route langs knooppunt Velsen, de A9 tot een locatie ter hoogte van Spaarndam en de Spaarndammerdijk. Daar volgt de route de buisleidingenstrook langs en door de golfbanen tot het converterstation. Routeoptie 2b: een aanlanding via Egmond aan zee langs Assendelft naar A9-Zuid Deze route is tot aan de A9 hetzelfde als optie 2a. Daarna loopt deze route langs de golfbaan parallel aan de Communicatieweg West tot de Zuiderweg door de polders bij Assendelft. Ter hoogte van Akere wordt de Dorpsstraat van Assendelft gekruist om via de N246 naar het zuiden af te buigen en bij Afvalzorg Nauerna het Noordzeekanaal over te steken. Via de Houtrakpolder wordt de locatie voor het converterstation bereikt.
7.6.2 Ingebruikname hoogspanningsstation A9-Zuid In het TenneT Investeringsplan Net op land 2026 van TenneT is beschreven dat het hoogspanningsstation A9-Zuid tussen 2032 en 2035 in gebruik kan worden genomen.
7.6.3 Afhankelijkheden van het voorkeursalternatief met andere projecten Natuurbeheerorganisaties, lokale overheden en de provincie Noord-Holland hebben aangegeven dat in de binnenduinrand tussen Egmond en Castricum diverse ecologische herinrichtingsprojecten op stapel staan om de waterkwaliteit en -kwantiteit te verbeteren. Voor de gebiedsprocessen Castricum en Limmen wordt gezocht naar financiering voor de aankoop van gronden voor de realisatie van NNN-gebieden.
Routeoptie 2a: een aanlanding via Egmond aan Zee langs de A9 naar hoogspanningsstation A9-Zuid De route landt zuidelijk van Egmond aan Zee aan en kruist hier Natura 2000-gebied NoordHollands Duinreservaat met één gestuurde boring. Na het kruisen van de duinen loopt de route door het bollengebied ten zuiden van Egmond aan Zee/Egmond aan de Hoef. De route buigt naar het zuiden af bij de Hogedijk en volgt deze ten oosten van de woonkern Egmond-Binnen langs de NAM-locatie Egmond-Binnen-1 via de polders en dijken tot het punt dat de provinciale wegen de N513 en de N203 elkaar kruisen. Hierna volgt de route de buisleidingenstrook van Gasunie tot aan de A9. In de binnenduinrand liggen diverse waardevolle natuur- en vogelweidegebieden met hoge natuurwaarden. Omgevingspartijen hebben gevraagd deze gebieden met Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
49
8
Zuid-Holland Keuzes voor de regio Zuid-Holland De staatssecretaris van KGG wijst in Zuid-Holland één voorkeursalternatief aan: • Voorkeursalternatief naar Europoort: een 2GW-verbinding die vanaf de Noordzee aan land komt bij Hoek van Holland en vervolgens naar een converterstation op het industrieterrein Europoort of bij bedrijventerrein de Hoekse Baan loopt en daarna aansluit op het toekomstige hoogspanningsstation Europoort.
8.2
Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ
Voor elke aansluitlocatie zijn mogelijke routes vanaf zee naar de kust en verder over land richting de hoogspanningsstations in beeld gebracht, inclusief zoekgebieden voor converterstations. De routes en de zoekgebieden voor een converterstation staan in Figuur 8‑1. De verschillende mogelijkheden zijn beoordeeld in de IEA/plan-MER. Daarnaast hebben provincie, gemeenten, waterschappen en andere regionale partijen hun wensen en aandachtspunten meegegeven in het regioadvies Zuid-Holland.
Aanlandingen van 2GW naar de hoogspanningsstations Wateringen, Bleiswijk en Simonshaven vallen in categorie 2 ‘overige alternatieven’. Deze opties leggen ruimtelijk en (milieu)technisch een grotere druk op kwetsbare en schaarse open ruimte dan het voorkeursalternatief Europoort.
8.1
Vertrekpunt
Onder de Routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ wordt 7,5GW aan elektrische aanlandingen van Wind op zee gerealiseerd in Zuid-Holland op de Maasvlakte bij hoogspanningsstations Maasvlakte en Amaliahaven. De ontwikkeling van de elektriciteitsvraag van de Rotterdamse haven, de ontwikkeling van elektrolysers en de eventuele ontwikkeling van kernenergie hebben invloed op hoeveel elektriciteit van de aanlandingen vanuit Programma VAWOZ direct in de regio gebruikt kan worden en hoeveel verder vervoerd wordt naar de rest van Nederland. De nog beschikbare transportcapaciteit van het hoogspanningsnet in ZuidHolland naar de rest van Nederland is de voornaamste beperkende factor bij de hoeveelheid elektriciteit die kan worden aangeland in Zuid-Holland. Dit betekent dat er één aanlanding van 2GW in Zuid-Holland mogelijk is indien er voldoende (flexibele) vraagontwikkeling is in Zuid-Holland. Als de Rotterdamse haven gekozen wordt als locatie voor de nieuwbouw van twee kerncentrales dan is het niet mogelijk om ook een 2GW-aanlanding aan te sluiten in Zuid-Holland. Figuur 8‑1 Routes en zoekgebieden die zijn onderzocht in Zuid-Holland Vanuit dit vertrekpunt is verkend welke hoogspanningsstations in aanmerking komen voor aansluiting van toekomstige net-op-zee projecten. Daarbij zijn de volgende vier onderzocht: • Het bestaande hoogspanningsstation Bleiswijk.
• Het bestaande hoogspanningsstation Wateringen. • Het bestaande hoogspanningsstation Simonshaven. • Het nog te realiseren hoogspanningsstation Europoort (gereed 2032-2035).
Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
8.3
Afweging voorkeursalternatief
Uit de IEA/plan-MER komt Europoort naar voren als meest passende locatie als voorkeursalternatief voor Zuid-Holland. De regio ondersteunt in het regioadvies het belang van een aansluiting in Europoort. De andere drie hoogspanningsstations blijven relevant als mogelijke alternatieven voor de lange termijn (categorie 2, overige alternatieven, zie paragraaf 4.3) maar vormen niet het voorkeursalternatief. 50
Waarom Europoort als voorkeursalternatief? Ontwikkeling gebied/haven en zuinig omgaan met schaarse ruimte
windenergiegebied 6/7 richting de Maasvlakte onderzocht, maar dit heeft niet geleid tot het uitwerken en opnemen van een alternatief in Programma VAWOZ.
Zuid-Holland is een drukke en grotendeels volgebouwde provincie. In het regioadvies wordt benadrukt dat open, groene en landschappelijk waardevolle gebieden zo veel mogelijk moeten worden ontzien. Nieuwe energie-infrastructuur moet, waar mogelijk, worden geconcentreerd in bestaande economische clusters, zoals het havenindustrieel complex en de glastuinbouwgebieden. Het nog te realiseren hoogspanningsstation in Europoort ligt midden in het havengebied. Dit is een gebied dat al een duidelijk industrieel karakter heeft, met veel zware energiegebruikers en waar ook grootschalige elektrolyse op land en andere energieprojecten zijn voorzien.
Waarom de route via Hoek van Holland? In Zuid-Holland zijn voor aansluiting op hoogspanningsstation Europoort verschillende routes onderzocht: • Zuidelijke route: via de Haringvlietmonding over land via Voorne-Putten naar Europoort. • Noordelijke route: via Hoek van Holland over land naar Europoort.
Door de aansluiting bij Europoort te concentreren: • Wordt nieuwe infrastructuur zoveel mogelijk gebundeld in het havengebied. • Blijft de druk op open landschappen en landbouwgebieden elders in de provincie beperkt. • Ontstaat een logische koppeling tussen aanlanding van Wind op zee, de vraag naar elektriciteit in de haven en toekomstige waterstofproductie. De keuze voor Europoort sluit daarmee goed aan op het ruimtelijk beleid van de provincie en op de wens van de regio om zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte. Ruimtelijk en technisch haalbaar, met relatief korte route over land Een belangrijk voordeel van Europoort is dat het nieuwe hoogspanningsstation vanaf zee via met relatief korte routes over land kan worden bereikt. Vanuit Hoek van Holland is de afstand tot Europoort beperkt. En dat betekent een kortere route over land, minder kruisingen met bestaande infrastructuur en minder ingrepen in kwetsbare bodems en gebieden. Daarnaast biedt het nog te realiseren hoogspanningsstation Europoort voldoende capaciteit en technische mogelijkheden om meerdere aanlandingen en grootschalige elektrolyse aan te sluiten, zonder dat direct grote nieuwe netverzwaringen nodig zijn. Dat maakt de oplossing toekomstvast en efficiënt.
In het havengebied zijn er twee hoogspanningsstations (het in aanbouw zijnde hoogspanningsstation Amaliahaven en het bestaande hoogspanningsstation Maasvlakte) voor de drie aanlandingen die worden gerealiseerd in het kader van de Routekaart 21GW. Hierdoor is er op deze stations geen beschikbare aansluitcapaciteit voor de toekomstige verbindingen uit Programma VAWOZ. Om in te spelen op mogelijke toekomstige ontwikkelingen van de Rotterdamse haven is in de IEA/plan-MER wel een route op zee van Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
De zuidelijke route loopt deels door of langs kwetsbare natuurgebieden in en rond het Haringvliet en de Voordelta, hierdoor is vergunbaarheid nog onzeker. Er is kans op negatieve effecten op water, bodem en ecologie. Daarnaast kruisen de landroutes over Voorne-Putten veen- en kleigronden met kans op zetting en andere bodemeffecten. De noordelijke route via Hoek van Holland is relatief kort en goed inpasbaar op land. De route kent minder doorsnijding van kwetsbare natuurgebieden en minder risico's op bodemdaling dan de zuidelijke route. Verder heeft de noordelijke route een technisch haalbare doorkruising van de Nieuwe Waterweg en het Calandkanaal. Omdat de milieueffecten van de noordelijke route naar verwachting beperkter zijn dan van de zuidelijke route, en omdat de aanleg technisch haalbaar is, is de noordelijke route via Hoek van Holland opgenomen in het voorkeursalternatief. Verschillende routes via Hoek van Holland Om aan te landen vanaf het strand van Hoek van Holland zijn samen met de regio en samenwerkingspartners verschillende routevarianten bedacht en onderzocht in de IEA/plan-MER: • Routevariant via de Maasdijk. Zowel boven- als ondergronds is er te weinig ruimte beschikbaar voor kabels parallel aan de ventwegen. Er is ook onvoldoende ruimte voor de uitvoering van horizontaal gestuurde boringen door de ligging van gebouwen en het talud van de Maasdijk.
Deze route wordt hierdoor technisch niet haalbaar geacht. • De tweede onderzochte variant is technisch wel haalbaar. Hierbij komt de kabel aan land komt ter hoogte van de parkeerplaats aan de Schelpweg en loopt vanaf daar parallel aan de Schelpweg en de Nieuwlandsedijk naar de Haakweg. Er is voldoende ruimte voor de in- en uittredepunten van boringen. Voor ligging naast de Haakweg en kruisingen van de Nieuwe Waterweg en het Calandkanaal is er beperkte ruimte. De situatie is complex, maar technisch uitvoerbaar. Zoekgebieden voor een converterstation Voor het converterstation zijn in en rond Europoort verschillende zoekgebieden onderzocht. Het oorspronkelijke zoekgebied (in de IEA/plan-MER aangeduid met EUP-C1, zie Figuur 8‑1) komt niet meer in aanmerking: daar wordt nu hoogspanningsstation Europoort gebouwd 51
en er zijn andere bedrijven gepland. Hierdoor is er op die locatie geen ruimte meer voor een converterstation. De voorkeur in het regioadvies gaat uit naar een zoekgebied binnen het havenindustrieel complex, vlak bij het hoogspanningsstation Europoort. Dit wordt als passend gezien omdat de schaal van een converterstation aansluit bij de bestaande industrie. Hierbij wordt opgemerkt dat ruimte voor een converterstation in Europoort niet vanzelfsprekend beschikbaar is. In de IEA/plan-MER is een kansrijk zoekgebied opgenomen binnen het havenindustrieel complex (in de IEA/plan-MER aangeduid als EUP-C3). Dit zoekgebied ligt gunstig ten opzichte van het nog te realiseren hoogspanningsstation. Echter havenbedrijf Rotterdam geeft aan dat de beschikbare ruimte beperkt is door bestaande kabels en leidingen en door plannen voor nieuwe bedrijvigheid rond de circulaire economie. Ruimte vinden binnen dit zoekgebied is afhankelijk van de keuzes die Rijk en regio maken in de gebiedsontwikkeling en van de benodigde ruimte voor de kabels. Het regioadvies geeft aan dat de ontwikkeling naar een fossielvrije Rotterdamse haven naar verwachting vanaf 2035 zorgt voor het mogelijk beschikbaar komen van ruimte voor een converterstation.
Om een concrete locatie hiervoor te vinden binnen het havenindustrieel complex , moet met bestuurlijke afspraken geborgd worden dat er daadwerkelijk ruimte beschikbaar komt en dit planologisch vastgelegd wordt. In (aanloop naar) de projectprocedure wordt dit verder opgepakt. Naast het havengebied is in de IEA/plan-MER ook onderzoek gedaan naar een zoekgebied bij het bedrijventerrein in ontwikkeling Hoekse Baan bij Hoek van Holland (in de IEA/ plan-MER aangeduid als EUP-C2). Dit zoekgebied lijkt op het eerste gezicht gunstig, omdat een converterstation daar ‘op de route ligt’ naar het hoogspanningsstation. Daarmee worden extra kabels en de daarvoor benodigde ruimte tussen converterstation en hoogspanningsstation voorkomen. Maar het is ook een gebied met een meer open karakter dat deels recreatief gebruikt wordt. Vanuit omgevingspartijen en in het regioadvies, is nadrukkelijk gevraagd om haven-gerelateerde activiteiten niet af te wentelen op de omgeving van Hoek van Holland. Een keuze voor de locatie bij Hoekse Baan betekent meer blijvende effecten op zicht en leefomgeving voor bewoners en recreanten, dan bij een locatie binnen het havenindustrieel complex. Het zoekgebied Hoekse Baan blijft in beeld voor verder onderzoek, mocht er niet tijdig een geschikte locatie worden gevonden binnen het havenindustrieel complex.
Simonshaven, Wateringen en Bleiswijk blijven in beeld als overige alternatieven (categorie 2) Aansluiting op de hoogspanningsstations in Simonshaven, Wateringen en Bleiswijk vallen in categorie 2 ‘overige alternatieven’. Wellicht zijn één of meerdere van deze alternatieven te zijner tijd nodig om te kunnen voldoen aan de ambitie voor windenergie op zee. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat