CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bestemmingsplan gemeente Zuidland gemeente Bernisse mei 2013 - bijlage

Gemeenteraad 25 februari 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 47)25.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zuidland is op de welstands-beleidskaart aangegeven als een nederzetting met bijzondere bebouwing. Daarnaast zijn er verschillende (gebiedsgerichte)criteria van toepassing op Zuidland. Bij ontwikkelingen dienen de bouwplannen bij welstand getoetst te worden, dit gebeurt aan de hand van de welstandsnota. Middels dit bestemmingsplannen worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt en is derhalve niet in strijd met het welstandsbeleid van Bernisse.

Conclusie De welstandsnota is ter kennisgeving opgenomen in het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Zuidland

31 - 82

3.4.6

Collegeprogramma 2010: Balancerend Bernisse 'Samen doen we meer'

Een doel van het college voor de bestuursperiode 2010 – 2014 wordt als volgt geformuleerd: "een ondernemende aanpak met ruimte voor vernieuwende initiatieven van inwoners, buurten, verenigingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties". Op het gebied van ruimte wordt het volgende beschreven.

De mogelijkheden tot het plegen van woningbouw binnen de gemeente zijn de laatste jaren verruimd. Bernisse is in het kader van de verstedelijkingsafspraken met de Stadsregio een woningbouwtaakstelling voor de periode 20052010 aangegaan. Nieuwe afspraken worden in het college programma ook beoogd voor de periode 2011-2015. De nadruk wordt hierbij gelegd op kwalitatief hoogwaardige woningbouw. Handhaving en versterking van het dorpse en landelijke karakter van de gemeente, ook bij nieuwbouw, staan hierbij voor ogen. Eveneens wil het college in het ruimtelijk beleid ervoor zorgen dat er binnen de sociale woonvoorraad, maar ook in de vrije sector, voldoende levensloopbestendige woningen zijn om de vergrijzing in de nabije toekomst het hoofd te bieden.

Binnen het collegeprogramma zijn een aantal ambities en aandachtspunten voor Zuidland benoemd. Ten eerste wil de gemeente de bestaande detailhandel behouden en nieuwe detailhandel aantrekken voor de Breedstraat. Zo wil de gemeente het verblijfs- en winkelklimaat verbeteren. Ook faciliteert de gemeente een extra uitbouw van recreatiepark Zuidland-buiten. Daarnaast wordt verkeersveiligheid als aandachtspunt benoemd. Er wordt overlast ervaren van het verkeer dat de doorgaande wegen door de kernen gebruikt als sluiproute, waarbij vaak te hard wordt gereden. Door het aanbrengen van snelheidsremmende maatregelen wordt het gedrag van de verkeersdeelnemer beïnvloed. De gemeente zet in op oplossingen om de overlast terug te dringen.

Conclusie De bovenstaande doelstelling wil het college bereiken in de huidige bestuursperiode. Uitwerkingen op het bestemmingsplan hebben de doelstellingen niet. Wel wordt in dit bestemmingsplan het oprichten van terrassen op de Breedstraat, in overleg met de gemeente, mogelijk gemaakt voor de daar aanwezige Horeca. Het oprichten van terrassen is alleen mogelijk voor horecavestigingen in horeca categorie 2 en 3. Voor de Ring heeft de gemeente op een nota opgesteld om plaatsing van terrassen ook hier mogelijk te maken. De nota is verder uitgewerkt in paragraaf 3.4.10. Daarnaast worden de meeste wegen in dit bestemmingsplan bestemd als Verkeer – Verblijfsgebied

3.4.7

Waterplan gemeente Bernisse 2009

Doel van het waterplan is het creëren van een robuust en veerkrachtig watersysteem in de gemeente Bernisse. Het waterplan richt zich vooral op het oplossen van knelpunten en het benutten van kansen in het watersysteem in en rond de kernen van de gemeente Bernisse. De kern Zuidland is gelegen binnen diverse peilgebieden. In het

Bestemmingsplan Zuidland

32 - 82

waterplan worden per kern enkele knelpunten met bijbehorende oorzaken en maatregelen benoemd. Voor de kern Zuidland zijn dat de volgende:

Knelpunt

Oorzaak

Maatregel

Een slechte doorstroming in de omgeving Oostende, Stationsweg en Gooischelaan. De ecologische waterkwaliteit is hier gewaardeerd als slecht en de oeverecologie als matig.

Door versnipperde peilgebieden en opeenvolging van duikers met een geringe diameter, smalle bruggen en stuwen wordt de doorstroming beperkt. Ook is er een geringe inlaatcapaciteit onder de Stationsweg. Een slechte doorstroming in de De slecht functionerende stuwen watergang langs het noordelijke veroorzaken de slechte deel van de Beeldsweg. doorstroming.

Zeer slechte ecologische oevers in de omgeving van Ganzenhoek en de waterkwaliteit is ook als slecht beoordeeld.

Door beperkte ruimte zijn hier harde oevers aangelegd waardoor goede ecologische kwaliteit nauwelijks mogelijk is.

Een slechte doorstroming in de voormalig kreek gelegen tussen de hoek van het fietspad (Trambaanpad) en de Scheijdelveweg.

Deze watergang is doodlopend. De waterham eindigt bij het fietspad (Trambaanpad) en sluit niet aan op de watergang langs de Kerkweg.

Slechte ecologische oever en Inspectie ter plaatse heeft matige waterkwaliteit in de aangetoond dat er twee duikers omgeving van de Kerkweg. boven het waterpeil liggen en in één dam geen duiker aanwezig is. Slechte ecologische oever en Bladval en schaduw van bomen is de matige waterkwaliteit in de oorzak van de slechte ecologische omgeving van de Schansoever. kwaliteit. Slechte ecologische oever- en De oorzaak is het stelsel van lange matige waterkwaliteit in de duikers en smalle watergangen. omgeving van de molen. Hierdoor is er sprake van een geringe doorstroming en vermoedelijk contact met licht en lucht.

Er wordt een tweede inlaatpunt aangebracht langs de noordzijde van het fietspad (Trambaanpad). De watergang ten oosten van de Stationsweg moet worden verbreed om voldoende aanvoer van water mogelijk maken. Voor dit knelpunt is er in het kader van het woningbouwplan ‘Kreken van Nibbeland’ een plan gemaakt om een klepstuw te plaatsen. Deze komt aan de noordwestzijde van de weg te liggen. Ook komt er aansluitend op deze klepstuw een watergang richting het nieuwbouwplan. Aanleggen van een groen talud is niet mogelijk. De maatregelen bestaan derhalve uit drie duikers onder het fietspad (Trambaanpad) en een pomp waardoor de stroming is vergroot. De doodlopende kreek bij dit knelpunt zal worden verbonden met de watergang langs de Kerkweg, met daaronder een duiker. Ten noorden van het fietspad (Trambaanpad) wordt een klepstuw aangelegd. In drie dammen moeten nieuwe duikers worden aangelegd.

Een schouwstrook langs de watergang moet bladval en schaduw verminderen. Lange duikers zullen geregeld doorgespoten moeten worden.

Conclusie Dit plan bevat geen ontwikkelingen die bijdragen aan het verbeteren of oplossen van knelpunten. Op de verbeelding zijn wel de watergangen en beschermingszones opgenomen.

Bestemmingsplan Zuidland

33 - 82

3.4.8

Gemeentelijk Rioleringsplan planperiode 2007-2011

Bij de afweging van het te voeren rioleringsbeleid binnen de gemeente is het gemeentelijk rioleringsplan een belangrijk hulpmiddel. Hierin wordt beschreven op welke wijze de gemeente invulling geeft aan haar wettelijke plicht voor een doelmatige inzameling en een doelmatig transport van het geproduceerde afvalwater op haar grondgebied. De gemeente streeft de volgende doelen na: 

inzamelen van geproduceerd stedelijk afvalwater binnen het gemeentelijk gebied;

inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en grondwater;

transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt.

Conclusie Bij eventuele ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het gemeentelijk rioleringsplan, waarbij nieuwe locaties goed worden aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem.

3.4.9

Groenstructuurplan

Het Groenstructuurplan heeft momenteel nog de status als ontwerp. Wanneer het Groenstructuurplan vastgesteld zal worden is nog onduidelijk. Zodra het plan is vastgesteld, zal dit worden opgenomen in deze paragraaf. Vanuit een inventarisatie van de huidige situatie, een SWOT analyse en verdere beleidsplannen, is een visie vastgesteld. Deze is per kern vormgegeven in een kaartje. In figuur 3.6 is de visie voor Zuidland weergegeven. De groenstructuur is benoemd in een aantal categorieën, namelijk: Hoofdstructuur, Substructuur, Park/Parel, Natuurlijk groen en Kansen. Voor deze categorieën zijn productpaspoorten gemaakt, waarin de inrichting en beheersaspecten zijn omschreven.

Figuur 3.6 Groenstructuurplan Gemeente Bernisse, visie voor Zuidland

Bestemmingsplan Zuidland

34 - 82

Daaropvolgend is de beheerkwaliteit vastgesteld en vertaald naar werkpakketten om de kosten inzichtelijk te maken voor het gestelde beheer. In het bestemmingsplan is hier rekening mee gehouden door belangrijke groenstructuren ook als Groen te bestemmen. In het groenstructuurplan staat over Zuidland het volgende: Zuidland is de grootste kern van de gemeente Bernisse met een aantal zeer mooie parels. De parel, de Ring in het centrum, ziet er redelijk verzorgd en overzichtelijk uit. Dankzij de lage beplanting is er een duidelijk overzicht over het gehele plein. Een deel van de beplanting is daarentegen aan vervanging toe. De hoofdgroenstructuur langs de Weide Singel ziet er erg verzorgd uit, mooie gezonde bomen in een netjes gemaaide strook gazon langs het water. De substructuur is op diverse plaatsen zeer duidelijk aanwezig en komt op meerdere plaatsen terug. Maar ook in deze kern zijn er diverse plantvakken waar oude en hoge beplanting staat die het overzicht wegnemen, dergelijke plantvakken zouden omgevormd kunnen worden naar gazon en/of de oude beplanting kan vervangen worden voor lage, eenduidige beplanting. Verder is de uitbreiding aan de buitenrand een kans om de groenstructuur te verrijken.

Conclusie De hoofdgroenstructuren zijn daar waar mogelijk opgenomen met de bestemming Groen binnen dit bestemmingsplan. Zodoende kunnen aanwezige waarden worden beschermd.

3.4.10 Nota Terrassen Zuidland Al geruime tijd bestaat de wens om in Zuidland terrassen mogelijk te maken. De toevoeging van terrassen zorgt ervoor dat de kern leefbaar wordt gehouden en wordt de horeca ondersteund in de vraag. Het mogelijk maken van terrassen past ook in de door de raad vastgestelde ‘Beleidsnotitie, Economisch Beleid Bernisse 2012-2016’. De nota is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In opdracht van het college is door SpaceValue is een nota opgesteld voor het plaatsen van terrassen binnen Zuidland. De nota beschrijft de randvoorwaarden ten aanzien van de locaties waar terrassen mogelijk zijn en de eisen die aan de inrichting van de terrassen worden gesteld. Uitgangspunt hierbij is dat horecaondernemers aan de Ring onder bepaalde voorwaarden terrassen mogen gaan exploiteren. Deze locatie leent zich hier goed voor, omdat er al een centrumfunctie aanwezig is en vanwege de historische en groene uitstraling. Zorgvuldigheid is hier wel gevraagd, omdat het gebied deel uitmaakt van het beschermd dorpsgezicht.

Bestemmingsplan Zuidland

35 - 82

Figuur 3.7 Nota Terrassen Zuidland.

Vooralsnog is gekozen voor een oplossing waarbij terrassen seizoensgebonden geëxploiteerd mogen worden. In de toekomst wordt gekeken naar een permanente oplossing, waarbij onderzoek gedaan zal worden om de Ring autoluw te maken.

Het streefbeeld is het behouden van bestaande bomen en het waar mogelijk benutten van bestaande paden. Daarnaast is het de bedoeling om de huidige parkeerplaatsen zoveel mogelijk te behouden. Vanwege de gewenste zicht op de terrassen vanuit de horeca-etablissementen is het noodzakelijk om gedurende het seizoen twee parkeerplaatsen te laten vervallen. Deze worden na het seizoen weer in gebruik genomen. Figuur 3.7 geeft een indruk van de toekomstige situatie van de Ring. In dit bestemmingsplan worden de terrassen toegestaan, middels de aanduiding 'terras' op de plankaart. Voor inrichting, materiaalgebruik en locatie binnen de Ring is de Nota Terrassen Zuidland leidend.

Bestemmingsplan Zuidland

36 - 82

hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

Dit bestemmingsplan is conserverend van karakter en vertaalt de bestaande situatie in een nieuw ruimtelijk plan. Binnen het plangebied worden geen ontwikkelingen opgenomen die in dit bestemmingsplan vertaald moeten worden. Uitvoerig onderzoek naar diverse sectorale aspecten is dan ook niet noodzakelijk. Dit hoofdstuk beschrijft derhalve geen recente onderzoeken. Wel zijn in de diverse paragrafen beleidsstukken beschreven en gebiedsbeschrijvingen opgenomen. Dit vormt de onderlegger van het bestemmingsplan en geldt als toetsingskader voor eventueel toekomstige ontwikkelingen.

4.1

Verkeer en infrastructuur

4.1.1

Wettelijk kader

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De hoofdlijnen met betrekking tot het mobiliteitsysteem van Nederland, waarin de reiziger centraal staat, zijn als volgt. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen is daarbij van belang. Robuustheid en samenhang worden bereikt door de modaliteiten (weg, openbaar vervoer, vaarwegen) ieder voor zich vraaggericht te versterken, beter met elkaar te verknopen en de samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen te vergroten. Een betere benutting van de capaciteit en het in stand houden van het bestaande mobiliteitssystemen van weg, spoor en vaarwegen is daarbij belangrijk. De fiets en het openbaar vervoer moeten in de toekomst een grote rol gaan spelen om de drukte in de stedelijke regio's op te lossen.

4.1.2

Onderzoek

In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de verkeersstructuur binnen het plangebied. De omschrijving betreft behalve het gemotoriseerde verkeer tevens het openbaar vervoer en het langzaam verkeer. Een omschrijving van het hoofdinfrastructuur is reeds opgenomen in paragraaf 2.3.3.

Gemotoriseerd verkeer Binnen de kern is grotendeels sprake van een maximum snelheid van 30 km/h. De wegen die zorgen voor de ontsluiting van Zuidland en de verbinding leggen met de omgeving, Kerkweg en Stationsweg, geldt een maximale snelheid van 50 km/h. Zodra de woonwijk in wordt gereden geldt een 30 km/h-regime. Hiermee ontstaat een duidelijk onderscheid in stroomwegen en wegen binnen de woonwijken.

Bestemmingsplan Zuidland

37 - 82

Uitzondering is de Drogendijk, als weg buiten de bebouwde kom geldt hier een maximum snelheid van 60 km/h. Ook de belangrijkste verbindingsweg van Zuidland met de voorzieningen en werkgelegenheidscentra in Spijkenisse, de Nieuwe Veerdam, het vervolg van het Oosteinde, heeft een maximum snelheid van 60 km/h. (in de toekomst zal de maximum snelheid van de Nieuwe Veerdam door het waterschap worden verhoogd naar 80 km/h). De Nieuwlandsedijk Zuid, in het verlengde van de Stationsweg, de verbinding met Abbenbroek en Heenvliet heeft daarentegen een maximumsnelheid van 80 km/h. Deze verbindt Zuidland ook met de Groene Kruisweg, de belangrijkste ontsluitingsweg voor de gemeente Bernisse, met Europoort en Rotterdam. Deze ligt voor Zuidland op een redelijke afstand en is daarmee wat minder snel bereikbaar. Voor het vrachtverkeer is een verbod ingesteld voor enkele wegen in de kern Zuidland, deel Beeldseweg, deel Nijverheidstraat en de Verlorenkost en omgeving. Lettende op het voorgaande kan worden gesteld dat de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer redelijk tot goed te noemen is.

Openbaar vervoer Binnen Zuidland of in de directe omgeving hiervan, zijn geen openbaar vervoervoorzieningen per spoor aanwezig. De kern Zuidland wordt enkel bediend door een tweetal buslijnen, namelijk de lijn 106 Spijkenisse Metro Centrum – Hellevoetsluis - Rozenburg Eikenlaan (streekbus) en de lijn 107 Oudenhoorn - Geervliet (belbus). Vanuit Spijkenisse kan gebruik gemaakt worden van de metro in de richting van Rotterdam. De buslijn 106 halteert tweemaal per uur.

Gelet op de regelmatige frequentie van de buslijn 106 en de verbinding richting zowel Spijkenisse, Hellevoetsluis en Rozenburg, en de aanvulling hierop met de belbus richting Geervliet / Heenvliet kan gesteld worden dat sprake is van een redelijke ontsluiting met het openbaar vervoer.

Langzaam verkeer Binnen de gehele kern Zuidland is sprake van een 30 km/h-regime. De wegen dienen te worden gebruikt voor alle wegdeelnemers. Voor voetgangers zijn wel trottoirs aanwezig. Zodra de kern per fiets wordt verlaten zijn verschillende vrijliggende fietspaden aanwezig naar de omliggende kernen of de wat grotere plaatsen. Dwars door het plangebied loopt het fietspad (Trambaanpad), een belangrijke regionale fietsverbinding. Deze sluit net als de vrijliggende fietspaden langs de Nieuwe Veerdam aan op het fietspadennetwerk in het recreatiegebied de Bernisse en zorgt voor een goede recreatieve verbinding naar de andere kernen van de gemeente Bernisse. Het fietspad (Trambaanpad) loopt daarnaast richting het westen naar Hellevoetsluis en het vrijliggende fietspad langs de Nieuwe Veerdam is de fietsverbinding naar Spijkenisse.

Bestemmingsplan Zuidland

38 - 82

Binnen de kern Zuidland is naast het fietspad (Trambaanpad) geen sprake van vrije fietsverbindingen, maar aangezien voor de gehele kern een maximum snelheid voor gemotoriseerd verkeer geldt van 30 km/h is dit ook niet noodzakelijk. Via vrijliggende paden kunnen gemakkelijk omliggende kernen worden bereikt. Derhalve kan gesteld worden dat voor het aspect langzaam verkeer de ontsluiting redelijk tot goed te noemen is.

Conclusie Door de ontsluiting naar zowel Heenvliet als Spijkenisse met directe routes vanuit Zuidland, maar de afstand tot de Groene Kruisweg voor de verbinding naar onder andere Rotterdam, kan de ontsluiting van de kern redelijk tot goed worden genoemd. Door de regelmatige frequentie van de buslijn 106 en de aanvulling van de belbus 107 is de bereikbaarheid met het openbaar vervoer redelijk te noemen. Binnen de kern moeten de wegen gedeeld worden tussen langzaam en gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van het vrijliggende fietspad door de kern, het fietspad (Trambaanpad). Buiten de kern zijn goede fietsverbindingen aangelegd. De ontsluiting voor langzaam verkeer is daarom redelijk tot goed te noemen. Voor bijna alle verkeerswegen binnen het bestemmingsplan is de bestemming Verkeer – Verblijfsgebied opgenomen, met uitzondering van de Kerkweg. Dit heeft onder andere te maken met de inrichtings- en gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte.

4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.2.1

Wettelijk kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: 

ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;

rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies met betrekking tot milieu in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit bestemmingsplan gebruik gemaakt van een milieuzonering. Deze milieuzonering vindt plaats aan de hand van een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). In het plangebied zijn naast woningen nog andere functies (zoals bedrijven, detailhandel en horeca) aanwezig. Deze functies worden in het bestemmingsplan opgenomen. Voor het gehele plangebied wordt de SvB toegepast. Om de toelaatbaarheid van milieubelastende activiteiten te bepalen wordt hier uitgegaan van een afstandstoetsing ten opzichte van een rustige woonwijk. De activiteiten die in het gebied worden toegelaten zijn weergegeven in de SvB die is opgenomen in bijlage 1 van de regels. Voor al deze activiteiten is naar aanleiding van hun milieubelasting een categorie bepaald. Door het opnemen van categorieën op de verbeelding of in de regels worden de maximaal toegestane activiteiten bepaald. Binnen het plangebied worden bedrijven van milieucategorie 2 algemeen toelaatbaar geacht.

Bestemmingsplan Zuidland

39 - 82

4.2.2

Onderzoek

In paragraaf 2.4 is een beschrijving gegeven van de binnen het plangebied voorkomende (agrarische) bedrijven. Binnen het gebied komen enkele bedrijfslocaties voor. Deze zijn gesitueerd aan de Molendijk, achter het lint en in de omgeving van de Stationsweg / Nijverheidsstraat. Aan de Stationsweg / Nijverheidsstraat betreft het een klein bedrijventerrein met diverse kleinschalige bedrijven, zoals een autodealer, garagebedrijven, aannemersbedrijven en (interieur) bouwbedrijven. Aan de Molendijk ligt een groter bedrijfsperceel met verschillende loodsen. Hier is een bedrijf dat aluminium en kunststof kozijnen, schuifpuien, serres enz. maakt gevestigd. De meeste bedrijven passen binnen de maximaal toegestane milieucategorie 2, met uitzondering van de bedrijven die specifiek aangeduid zijn, deze vallen in categorie 3.1 of 3.2. Deze reeds bestaande bedrijven passen, gelet op het gebruik en de afstand ten opzichte van de nabijgelegen woningen, binnen de huidige bestaande omgeving en vormen daarmee geen belemmering voor de bestaande woonomgeving. Om de huidige kwaliteit van de leefomgeving te behouden, dan wel te verbeteren, is het niet zondermeer mogelijk om zwaardere bedrijvigheden te initiëren.

Agrarische bedrijven zijn gelegen in het buitengebied rondom Zuidland. Doordat geen sprake is van ontwikkelingen binnen het plangebied is verdere toetsing naar mogelijke overlast van agrarische bedrijven hier niet noodzakelijk. Binnen het plangebied is één agrarische perceel opgenomen. Deze grond mag uitsluitend worden gebruikt voor akkerbouw en opengrondse tuinbouw en de huidige bebouwing in de vorm van een kas.

4.2.3

Conclusie

Gelet op het consoliderende karakter van dit bestemmingsplan is uitsluitend de bestaande ruimtelijk situatie vastgelegd. De bestaande bedrijven binnen het plangebied of in de directe omgeving veroorzaken geen knelpunten. In geval er sprake is van zaken die van belang zijn op het gebied van externe veiligheid, dan zal dit nader worden beschreven in paragraaf 4.3. Het aspect bedrijven staat derhalve de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.3 Externe veiligheid 4.3.1

Wettelijk kader

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: 1

Bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

2

Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen.

Bestemmingsplan Zuidland

40 - 82

In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid heeft betrekking op het gebruik, productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen. De overheid stelt grenzen aan de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen. De grenzen zijn vertaald in een norm voor het PR en een oriëntatiewaarde en verantwoordingsplicht voor het GR. Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen is de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Circulaire RNVGS) en de Nota vervoer gevaarlijke stoffen (2006) van toepassing.

Sinds 1 januari 2011 is voor wat betreft buisleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden, wat onderdeel uitmaakt van de structuurvisie Buisleidingen. De gevolgen van eventuele buisleidingen in de omgeving van het plangebied staat nader uitgewerkt in paragraaf 4.4.

Plaatsgebonden risico Het PR kent een grenswaarde van 10-6 per jaar voor nieuwe situaties. Binnen de PR 10-6 contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde en in nieuwe situaties moet in beginsel ook aan deze waarde worden voldaan.

Verantwoordingsplicht groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans, dat door een ramp bij een activiteit met gevaarlijke stoffen of met een vliegtuig, een groep mensen, die niet rechtstreeks bij de activiteit betrokken is, tegelijkertijd omkomt. Deze maat is niet gericht op een bepaalde specifieke locatie of op een individuele persoon. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. De verantwoordingsplicht is erop gericht om een weloverwogen afweging te maken over de risico's in relatie tot de (ruimtelijke) ontwikkelingen in het plangebied.

Voor het groepsrisico zijn geen vaste waarde vastgelegd, alleen oriënterende waarde: de kans op een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers van 10-5 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 dodelijke slachtoffers van 10-7 per jaar, en met de kans op 1.000 of meer dodelijke slachtoffers van 10-9 per jaar. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico ligt voor het transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen echter een factor 10 lager dan voor inrichtingen.

Bestemmingsplan Zuidland

41 - 82

In de verantwoording van het groepsrisico worden onderwerpen behandeld die van belang zijn bij het maken van een afweging over het risico en de ruimtelijke situatie. Het groepsrisico wordt kwantitatief beoordeeld. Daarnaast komen ook planologische aspecten aan de orde en de mogelijkheden tot rampenbestrijding (zie ook Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico voor inrichtingen).

4.3.2

Onderzoek

Consoliderend bestemmingsplan Het voorliggend bestemmingsplan is een consoliderend bestemmingsplan. Dit houdt in dat er geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Het bestemmingsplan voorziet slechts in het positief bestemmen van reeds bestaande (planologische) situaties. Daarnaast zijn er geen voor externe veiligheid relevante bedrijven (Bevi-inrichtingen) binnen het plangebied of in de directe omgeving aanwezig. Een nadere uitwerking van dit aspect is derhalve niet noodzakelijk.

Figuur 4.1 Uitsnede risicokaart externe veiligheid. Bron : http://www. Risicokaart.nl

Transport per weg, water en spoor In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen (spoor)wegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

Vaarwegen Over het Hartelkanaal (noordzijde gemeente Bernisse) en de Haringvliet (zuidzijde) vindt vervoer van gevaarlijke stoffen over het water plaats. Het groepsrisico-aandachtsgebied bedraagt, net zoals bij het vervoer over spoor en weg, 200 m. Zuidland ligt van beide vaarwegen enkele kilometers verwijderd, verdere aandacht is derhalve niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan Zuidland

42 - 82

Inrichtingen binnen het plangebied Binnen het plangebied zijn twee bedrijven gelegen die zijn aangewezen als risicovolle inrichting. In het noordoostelijke deel van het plangebied is zwembad 't Molengors gelegen, die vanwege opslag van gevaarlijk stoffen een risicovolle inrichting is. Het zwembad heeft geen PR. Daarnaast is de op de Stationsweg 5 gevestigde Albers Tweewielers als risicovolle inrichting aangewezen. Dit omdat het een benzine vulpunt is (zonder LPG). Albers Tweewielers heeft geen PR en omdat er geen LPG verkoop plaatsvindt is het geen Bevi-inrichting. Beide bedrijven betreffen geen Bevi-inrichtingen.

Inrichtingen buiten het plangebied In de nabijheid van het plangebied, op het bedrijventerrein Harregat / Kerkweg, zijn 2 locaties aanwezig waar in relatie tot veiligheid rekening mee moet worden gehouden. Dit betreft een verkooppunt voor motorbrandstoffen aan de Scheijdelveweg 1. Hier vindt geen verkoop van LPG plaats, waardoor dit geen Bevi-inrichting is en heeft derhalve geen PR. De andere locatie betreft Plascoat Europe B.V. een kunststofverwerkend bedrijf aan de Meeuwenoordlaan 19 waar sprake is van opslag van meer dan 200 ton aan brandbare vaste stoffen. Dit bedrijf is eveneens geen Beviinrichting. Desalniettemin wordt voor deze locatie geadviseerd om een afstand aan te houden in relatie tot veiligheid van minstens 50 m tot milieugevoelige functies. Er liggen geen milieugevoelige functies binnen deze 50 m.

Veiligheidsadvies Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Door de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond wordt geadviseerd om bij (her)ontwikkelingen voorzieningen te treffen ten behoeve van zelfredzaamheid en de mogelijkheden voor de hulpverlening te vergroten. Dit geldt voor een zone van 340 meter tot Plascoat Europe B.V. Binnen deze zone worden met dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen voorzien. Voorts wordt geadviseerd om binnen 35 meter van het tankstation de (noord)uitgang(en) zo te situeren dat aanwezige personen veilig in tegengestelde richting van de risicobron kunnen vluchten. Hierdoor verbetert de zelfredzaamheid.

4.3.3

Conclusie

In het plangebied vinden geen overschrijdingen plaats van de grenswaarde voor het PR. Binnen de PR 10-6risicocontouren van de relevante inrichtingen liggen in het plangebied geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Voor wat betreft het groepsrisico kan worden gesteld dat het bestemmingsplan geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt, waardoor het GR geen belemmering vormt. Mochten er nieuwe

Bestemmingsplan Zuidland

43 - 82

kwetsbare objecten worden ontwikkeld in de nabijheid van de risicovolle inrichtingen dient een GR verantwoording plaats te vinden. Het aspect externe veiligheid staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen middels buisleidingen wordt onderstaand in paragraaf 4.4 behandeld.

4.4 Kabels en leidingen 4.4.1

Wettelijk kader

Besluit Externe veiligheid Buisleidingen (Bevb) Het Bevb bevat regels voor de exploitant, regels voor gemeenten over het opnemen van buisleidingen in bestemmingsplannen en regels voor het melden van ongewone voorvallen. De afweging van de externe veiligheidssituatie van buisleidingen heeft op deze manier een grondslag in de Wet milieubeheer (Wm) en in de Wro. Het Bevb vervangt de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie (1991).

In het Bevb is geen sprake meer van veiligheids- / bebouwings- en toetsingsafstanden zoals deze werden voorgeschreven in de circulaires. Het Bevb gaat uit van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). De regeling voor buisleidingen is hiermee vergelijkbaar met de regeling voor inrichtingen zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

Het Bevb zal van toepassing zijn op: 

hogedruk aardgasleidingen (vanaf de 16 bar);

brandstofleidingen voor de categorieën K1, K2 en K3 (inclusief brandstofleidingen van Defensie);

overige leidingen met gevaarlijke stoffen zoals aangewezen bij ministeriële regeling. Het betreft onder meer CO2, buteen en chloor.

Overige ruimtelijk relevante leidingen en kabels Andere mogelijk planologisch relevante leidingen die in een bestemmingsplan opgenomen kunnen worden zijn leidingen zoals elektriciteits-, afvalwater- en rioolwaterleidingen. Deze vallen niet onder het Bevb. Binnen het plangebeid is één planologisch relevante buisleiding aanwezig. Dit betreft een rioolpersleiding. Ter bescherming van deze buisleiding is een belemmeringenstrook opgenomen van 3 m ter weerszijden van de leiding. Dit is in beginsel de minimale afstand die aangehouden moet worden voor het uitvoeren van werken. De ligging van de leiding, samen met de belemmeringenstrook is op de verbeelding opgenomen middels de bestemming Leiding – Riool. In de regels is geregeld onder welke voorwaarden werken uitgevoerd mogen worden.

Bestemmingsplan Zuidland

44 - 82

4.4.2

Onderzoek

Ten noordoosten van het plangebied zijn enkele buisleidingen gelegen waardoor gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Deze buisleidingen liggen op enkele kilometers van de kern af. Voor het onderhavige bestemmingsplan zijn deze buisleidingen vanwege de conserverende aard en de afstand van het plan niet relevant.

4.4.3

Conclusie

In het plangebied bevinden zich één rioolpersleiding die een planologische bescherming behoeft. Deze is als zodanig op de verbeelding en in de regels bestemd.

4.5 Geluidshinder 4.5.1

Wettelijk kader

Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader van het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woonomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis.

Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder in werking getreden. Hierin is de bevoegdheid voor het verlenen van een hogere waarde gedecentraliseerd naar Burgemeester en Wethouders. Dat betekent dat het 'hogere waardebesluit' niet langer ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten hoeft te worden voorgelegd. Voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai stapt de wetgever nu over op de Europese dosismaat Lden (staat voor dayevening- night). In de wet wordt Lden aangegeven in decibel (dB). Voor geluidgevoelige functies zoals woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer. De maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer bedraagt 63 dB. Bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden bekeken of de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Is dit het geval, dan moeten hogere waarden voor de ontwikkeling worden aangevraagd, met een maximale ontheffingswaarde van 63 dB.

Onderzoek moet plaatsvinden in geval de nieuwe ontwikkeling zich bevindt binnen een bepaalde zone van weg waar 50 km/h of meer gereden mag worden. De breedte van de zones, gemeten uit de as van de weg bedraagt:

Bestemmingsplan Zuidland

45 - 82

in stedelijk gebied:

voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken genoemde geval: 200 meter.

in buitenstedelijk gebied:

voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit één of twee rijstroken: 250 meter.

Industrielawaai De kern Zuidland is niet gelegen binnen een geluidszone van een industrieterrein in de omgeving.

Stiltegebied Op grond van de wet milieubeheer kunnen provincies gebieden aanwijzen waarin de kwaliteit van het milieu bijzondere bescherming behoeft. Hieronder valt ook het stiltegebied. Binnen stiltegebieden wordt een streefwaarde van 40 dB(A) gehanteerd. De stiltegebieden zijn verankerd in de verordening van de provincie, waarbij de vertaling hiervan moet plaatsvinden binnen bestemmingsplannen. Binnen stiltegebieden worden bestemmingen uitgesloten of op een afstand gehouden, bijvoorbeeld luidruchtige bedrijvigheid, recreatiebedrijven, kartingbanen, motorcrossing, et cetera.

4.5.2

Onderzoek

Spoor- en Wegverkeerslawaai Het bestemmingsplan is conserverend van aard en voorziet niet in de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige functies. Ook worden middels dit plan geen nieuwe wegen aangelegd. Een onderzoek naar wegverkeerslawaai of spoorweglawaai is dan ook niet verplicht. Wel wordt een korte beschrijving gegeven van de geluidscontouren, waarmee bij eventuele ontwikkelingen in de toekomst rekening gehouden moet worden. Deze informatie komt voort uit de "Nota Hogere waardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Bernisse". De nota is door DCMR opgesteld en wordt naar verwachting binnen afzienbare tijd vastgesteld door het college van B&W van Bernisse.

Binnen en in de nabijheid van het plangebied zijn enkele wegen gelegen met een 50, 60 of 80 km/h regime. Dit zijn de Oosteinde, de Nieuwe Veerdam, de Stationsweg, de Beeldsweg, de Drogendijk, de Krommedijk en een gedeelte van de Kerkweg. In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen. Bij ontwikkelingen binnen de geluidszone van deze wegen dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden.

Bestemmingsplan Zuidland

46 - 82

Stiltegebieden In de nabijheid van het plangebied, ten zuiden van het bedrijventerrein, bevindt zich een stiltegebied. Het stiltegebied is gelegen op een afstand van circa 750 meter van de kern. Gelet op de afstand tot dit gebied en het feit dat middels dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt, is een nadere afweging naar dit aspect niet noodzakelijk.

4.5.3

Conclusie

Het bestemmingsplan staat geen nieuwe geluidsgevoelige functies toe en er worden ook geen nieuwe wegen aangelegd. Onderzoek naar spoorweg-, wegverkeers- en industrielawaai is dan ook niet noodzakelijk. Deze aspecten staan de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.6 Luchtkwaliteit 4.6.1

Wettelijk kader

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen 2007 (ook wel Wet Luchtkwaliteit, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan, uitoefenen indien: 

de bevoegdheden / ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a);

de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheid per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1);

bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2);

de bevoegdheden / ontwikkelingen niet in betekende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c);

het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

Bestemmingsplan Zuidland

47 - 82

Besluit niet in betekende mate (NIBM) In het besluit NIBM en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10.

4.6.2

Onderzoek

Het bestemmingsplan is conserverend van aard en voorziet derhalve niet in de bouw van nieuwe woningen of andere functies met een verkeersaantrekkende werking. Een onderzoek naar de luchtkwaliteit is dan ook niet verplicht. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen zal wel specifiek onderzocht moeten worden of onder de grenswaarden van het NSL wordt gebleven.

4.6.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan niet in de weg staat.

4.7 Archeologie en cultuurhistorie 4.7.1

Wettelijk kader

Verdrag van Malta Als gevolg van het Verdrag van Malta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Cultuurnota 2005-2008, de Nota Belvedère, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Structuurschema Groene Ruimte 2.

Modernisering Monumentenzorg Eén van de pijlers van de Modernisering Monumentenzorg is het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening. De uitwerking hiervan is de wijziging van het Bro per 1 januari 2012.

Bestemmingsplan Zuidland

48 - 82

Artikel 3.1.6 lid 2 onder a van het Bro bepaalt dat in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving dient te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hiermee maakt cultureel erfgoed expliciet onderdeel uit van de ruimtelijke afweging in het kader van het bestemmingsplan. In de Nota van Toelichting op de wijziging van het Bro staat dat het ingaan op cultuurhistorische waarden in de toelichting betekent dat de gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. De analyse kan plaatsvinden door middel van het uitvoeren van een cultuurhistorische inventarisatie. In het kader van deze nieuwe verplichting vanuit het Bro om cultuurhistorische waarden van de gemeente vast te leggen en te verankeren in bestemmingsplannen is de gemeente Bernisse voornemens om een cultuurhistorische waardenkaart te laten maken. In dit bestemmingsplan zijn de gemeentelijke- en rijksmonumenten vastgelegd, tevens is het beschermd dorpsgezicht aangegeven.

Visie Erfgoed en Ruimte In de 'Visie Erfgoed en Ruimte' is door het rijk een visie gegeven over op de wijze waarop met de cultuurhistorische kwaliteiten van gebieden en objecten in de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in Nederland kan worden omgegaan. Het behoud en de benutting van het cultureel erfgoed is van grote betekenis, omdat het kwaliteit toevoegt aan de culturele dimensie van de ruimtelijke inrichting. De voornaamste opgave is dan ook het vinden van een verantwoord evenwicht tussen de diverse ruimtelijke opgaven en de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten. Naast de verantwoording ten behoeve van ontwikkelingen dient er met ingang van 2012 in ieder bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarde, ook in conserverende bestemmingsplannen. Dit is sinds 1 januari 2012 in het Bro opgenomen.

Provinciaal beleid De provincie Zuid-Holland hanteert het uitgangspunt dat op terreinen die voorkomen op de Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland en in gebieden die op de kaart archeologische waarden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS-kaart) ten minste een redelijke tot grote kans op archeologische sporen hebben, archeologisch vooronderzoek in het kader van de planvoorbereiding dient plaats te vinden. Voor zover er onzekerheid bestaat over de precieze aanwezigheid van archeologische waarden, dient in het bestemmingsplan voor het bouwrijp maken een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden te worden gehanteerd. Het verlenen van een omgevingsvergunning wordt daarbij afhankelijk gesteld van de uitkomsten van nader archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan.

Bestemmingsplan Zuidland

49 - 82

Gemeentelijk beleid De gemeente Bernisse onderschrijft de uitwerking van het “Verdrag van Malta”: behoud van het archeologisch erfgoed waar mogelijk en documentatie van vindplaatsen waar nodig. Hierbij wordt aangesloten op het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het “Verdrag van Malta” is ontwikkeld en dat zijn neerslag heeft gevonden in de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007). Bernisse heeft in 2008 een gemeentelijk archeologisch beleid vastgesteld, waarvan de Archeologische Waarden- en Beleidskaart een belangrijk instrument vormt. De kaart toont de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied en geeft aan hoe de gemeente Bernisse daarmee wenst om te gaan. In bestemmingsplannen wordt voor de verschillende plangebieden het archeologisch beleid nader uitgewerkt. Binnen het grondgebied van de gemeente zijn enkele tientallen vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen vanaf circa 1000 bekend. Vermoedelijk gaat het in werkelijkheid om een veelvoud van dergelijke vindplaatsen. Daarnaast is er het in de Late Middeleeuwen (na circa 1300) ontgonnen landschap met bijbehorende vaarten, sloten, wegen en dijken en de woonkernen Heenvliet, Geervliet, Abbenbroek, Zuidland, Simonshaven en Biert.

Het doel van het gemeentelijk archeologisch beleid is om (1) te zorgen voor het ongeschonden behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden.

4.7.2

Onderzoek archeologie

Archeologische waarden Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden binnen een te ontwikkelen plangebied vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

Bestemmingsplan Zuidland

50 - 82

Figuur 4.2 Archeologische waarden. (bron: BOOR)

Archeologische verwachting Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Bernisse (2008) gelden voor dit gebied verschillende archeologische verwachtingen, van redelijk tot zeer hoog, met hieraan gekoppeld archeologisch beleid. Dit beleid wordt in voorliggend bestemmingsplan omgezet in een tweetal archeologische regimes (zie ook de Aanbevelingen).

Eventuele bewoningssporen uit de periode Neolithicum-Bronstijd bevinden zich op de oeverwallen van een, nu fossiele, zoetwatergetijdengeul, die zich door het toenmalige veenlandschap slingerde. Resten uit de IJzertijd en Romeinse tijd zijn potentieel te vinden langs jongere waterlopen in het op natuurlijke wijze ontwaterde veen- / kleigebied. Sporen uit de middeleeuwen kunnen samenhangen met de ontginning van het gebied (rond 1000) en de (her)inpoldering na de 12e-eeuwse overstromingen, waarbij vooral de dijken belangrijke bewoningslinten zijn. De dijken en stroken grond ter weerszijden ervan zijn daarom zeer kansrijk op het aantreffen van archeologische sporen uit deze periode. In het plangebied ligt een deel van de vermoede loop van de dijk rondom de polder Drencwaard (Repelstraat-Mr. P.J. Oudweg-Stationsweg).

De middeleeuwse dorpskern van Zuidland is op de provinciale CHS en op de gemeentelijke AWK aangegeven als een terrein met een zeer grote kans op archeologische sporen.

Bestemmingsplan Zuidland

51 - 82

In het bestemmingsplangebied zijn zowel grote landschappelijke fenomenen (slootstructuren, akkercomplexen) te verwachten, als kleinere structuren die in een booronderzoek traceerbaar zijn, zoals huisplaatsen uit de prehistorie of de Romeinse tijd. Dergelijke structuren hebben een gemiddelde oppervlakte van 100-200 vierkante meter. Archeologische indicatoren van dit type en/of uit deze periode, aangetroffen in een klein plangebied (kleiner dan 200 vierkante meter), leveren doorgaans een beperkte wetenschappelijke waarde op en de archeologische informatie is gefragmenteerd. De kosten en administratieve handelingen die een dergelijk onderzoek met zich meebrengt staan niet in verhouding tot de relatief kleine (en dus minder kostbare) bodemingreep, die vaak door een particulier wordt uitgevoerd en betaald. Het verlies aan archeologische informatie als in dergelijke gevallen geen onderzoek wordt uitgevoerd is relatief gering. Uiteindelijk is de diepte van de bodemverstoring (in combinatie met de specifieke bodemopbouw) belangrijker dan de oppervlakte; die bepaalt of archeologische waarden bedreigd worden of niet. Het registreren van een enkel spoor of een enkele vondst die bij dergelijke bodemingrepen wordt aangetroffen kan wel zinvol zijn.

Daarom wijst de gemeente, wanneer (nader) archeologisch onderzoek niet verplicht is, altijd op de meldingsplicht in geval van ‘toevalsvondsten’, zoals verwoord in artikel 53 van de Monumentenwet 1988.

Voor de middeleeuwse dorpskern van Zuidland, evenals voor de oorspronkelijke polderdijk en de vermoede loop van de dijk rondom de polder Drencwaard (Waarde Archeologie - 1), geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 100 m² en die tevens dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld. Waar deze regeling van toepassing is, is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 opgenomen.

Voor de rest van het bestemmingsplangebied (Waarde Archeologie - 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 200 m² en die tevens dieper reiken dan 80 cm beneden maaiveld. Waar deze regeling van toepassing is, is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 opgenomen.

4.7.3

Onderzoek cultuurhistorie

Beschermd dorpsgezicht In 2007 is de oude kern van Zuidland aangewezen als ‘beschermd dorpsgezicht’. De Monumentenwet geeft als definitie voor een stads- en dorpsgezicht: “groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in en welke groepen zich één of meer monumenten bevinden”. De aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht hoeft niet te betekenen dat de huidige situatie ‘bevroren wordt’. “Het uit de aanwijzing

Bestemmingsplan Zuidland

52 - 82

voortvloeiende bestemmingsplan kan iedere ontwikkeling, die de historische behandeling van de ruimte niet verstoort, mogelijk maken”.

In de Monumentenwet is geregeld dat de karakteristieke elementen van het beschermde dorpsgezicht, die om bescherming vragen door midden van een bestemmingsplan, worden omschreven in de toelichting die behoort bij enkel de aanwijzing van een gebied tot ‘beschermd dorpsgezicht’. Deze omschrijving dient als toetsingsinstrument voor het vervaardigde bestemmingsplan. Vanwege het belang hiervan is hieronder een samenvatting gegeven van de toelichting van de aanwijzing van Zuidland tot ‘beschermd dorpsgezicht’. De gehele toelichting van de aanwijzing van Zuidland tot ‘beschermd dorpsgezicht’ is opgenomen in de bijlage.

Figuur 4.3 Beschermd dorpsgezicht.

In de toelichting bij de aanwijzing zijn de volgende elementen benoemd als te beschermen waarden:

Meest waardevolle hoofdkenmerken 

De Ring als aanvankelijk driezijdig bebouwde lus van de dijk ronde havenkom;

Zeer goed herkenbare agrarische oriëntatie van de bewoners van de Kerkstraat en de Breedstraat, die zich manifesteert door de aanwezigheid van een vrij groot aantal dorpsboerderijen en schuren.

Bestemmingsplan Zuidland

53 - 82

Hoofdstructuur 

De Ring rondom de Havenkom;

De polderdijk (Gooidijk (Stationsweg) en Molendijk);

De haaks op de polderdijk liggende Hoofd;

De Nieuwe Watering, die de dorpskern omzoomt en zorgt voor de waterhuishouding;

In de as van de Breedstraat – Raadhuisstraat komt de centrale rol van Zuidland in de totale polder tot uiting.

Verkavelingsstructuur 

De verkaveling is in hoofdzaak op de wegen gericht;

Langs de as Gooijdijk – Molendijk zijn ook de kappen van de bebouwing haaks op de wegen gericht;

Aan de zuidzijde van de Kerkstraat liggen wat ruimere kavels dan elders;

Opmerkelijk zijn de steegjes die de Dorpsstraat en de Kerkstraat verbinden.

Openbare ruimte en groenvoorzieningen 

Deze zijn vooral gericht op de voormalige Havenkom, belangrijk zijn de kade aan de oostzijde en het talud en de hierin opgenomen bomenbeplanting;

Het voormalige kerkhof met het ruime gazon en een aantal opgaande bomen, samen vormen ze een ondersteuning van het zicht op de kerk.

Bebouwing 

Zuidland wordt gedomineerd door woningen uit de 17e tot en met de vroege 20e eeuw en voormalige boerderijen uit de 18e, 19e en 20e eeuw. Over het algemeen is de bebouwing kleinschalig van karakter;

De woningen hebben meestal één of twee woonlagen en een verdieping onder de kap, in veel gevallen werd in de 20e eeuw de begane grond ingericht als winkelruimte;

De boerderijen zijn meestal eenlaags met een verdieping onder de kap. Bij de boerderijen horen meestal bakstenen schuren of stallen;

De hervormde kerk domineert het dorpssilhouet door zijn toren en door het hoge steile zadeldak;

Het café is een uitzondering op het bebouwingsbeeld aan de Ring. Het café is niet alleen veel jonger maar heeft ook een kap die evenwijdig staat aan de straat.

Functionele waarden 

De belangrijkste functionele waarden binnen het plangebied zijn de werkende en de voormalige boerderijen, en de bijbehorende schuren en opstallen;

Bestemmingsplan Zuidland

54 - 82

Aan de Ring ligt een eenvoudige gietijzeren dorpspomp en vormt (mede) het relatief schaarse cultuurgoed;

Er zijn verscheidene voorzieningen zoals kerken, scholen een raadshuis en een café.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een bescherming van de ruimtelijke en functionele waarden van het ‘beschermd dorpsgezicht’. Enerzijds wordt dit bewerkstelligd doordat de bestaande bebouwing relatief strak bestemd is, waardoor het bestemmingsplan geen grote uitbreidingsmogelijkheden biedt. Anderzijds is de dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ opgenomen, waarin algemene regels voor bouwen in het ‘beschermd dorpsgezicht’ en een aanlegvergunningenstelsel zijn opgenomen. In deze regels is onder andere opgenomen dat er geen verandering mag plaatsvinden aan de situering van gebouwen, de gevelindeling van de gebouwen en de kaprichting van de gebouwen. De laatst genoemde staat hieronder weergegeven.

Figuur 4.4 Kappenkaart Zuidland

Monumenten Binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan bevindt zich een groot aantal rijks- en gemeentelijke monumenten. De monumenten zijn op de verbeelding aangeduid met ‘cw’. De gronden met deze aanduiding zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de aanwezige monumenten. Bescherming van de monumenten is verder gewaarborgd door de regelingen in de Monumentenwet 1988 (rijksmonumenten) dan wel de gemeentelijke monumentenverordening (gemeentelijke monumenten). Het betreft de volgende objecten:

Bestemmingsplan Zuidland

55 - 82

Rijksmonumenten

Gemeentelijke monumenten

Hoofd 1

Breedstraat 7

Hoofd 3

Breedstraat 10

Hoofd 5

Breedstraat 16

Kerkstraat 8

Dam 2

Kerkstraat 10

Dorpsstraat 9

Kerkstraat 12 – 14

Dorpsstraat 11

Molendijk 35 (molen ‘De Arend’ )

Joodse begraafplaats Kerkweg

Nieuwe Veerdam 3

Molendijk 2

Ring 3

Molendijk 26

Ring 7

Nieuwe Veerdam 2

Ring 13

Houten schuur Nijverheidstraat / Dorpsstraat

Ring 22

Smeedijzeren toegangshek begraafplaats aan de Raadhuisstraat

Stationsweg 7 (theekoepel)

Raadhuisstraat 1

Stationsweg 7 (woonhuis)

Raadhuisstraat 8 Raadhuisstraat 31 Raadhuisstraat 46 Gietijzeren pomp aan de Ring Ring 1 Ring 2 Ring 5 Ring 8 Ring 15 Ring 17 Stationsweg 11

Molen 'De Arend' ‘De Arend’ is een korenmolen uit 1844 gelegen in het meest oostelijke puntje van Zuidland. De molen werd in opdracht van Pieter de Gilde gebouwd als vervanger van een afgebrande houten molen. Een gedenksteen boven de deur naar de stelling vermeldt dat de eerste steen is gelegd door Cornelia Jannetje de Gilde P.D. en de tweede steen door Jannetje Johanna de Gilde A.D. Daarna werd ‘De Arend’ een aantal malen doorverkocht. Hij bleef in bedrijf tot 1954, om daarna langzaam maar zeker in verval te raken. In 1969 kocht de gemeente de molen, om hem

Bestemmingsplan Zuidland

56 - 82

na twee restauraties in 1972 en in 1976-1977 weer maalvaardig te laten restaureren. Sindsdien wordt hij door vrijwilligers in bedrijf gehouden. De vlucht van de molen bedraagt 22,30 m. In de molen bevinden zich twee koppels maalstenen en een mengketel. De molen is doorgaans op vrijdag en zaterdag geopend en tijdens de openingsuren worden er molenproducten verkocht.

Figuur 4.5 Molen 'De Arend'

Figuur 4.6 Hervormde kerk van Zuidland.

Kerk Het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente, de huidige Dorpskerk, dateert uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. De toren is omstreeks 1470 gebouwd. Kort daarop verrees, parallel aan het bestaande gebouw, een tweede beuk. In de zuidelijke muur werden daartoe ronde gewelven uitgehakt. De bevolking sprak indertijd van ‘de oude’ en ‘de nieuwe’ kerk, al vormden beide delen één geheel. Begin 20e eeuw werd de kerk getroffen door een blikseminslag en stond een deel van de kerk in brand. De kerk is toen gerestaureerd. Doordat alleen nog een gedeelte van de muren was blijven staan, werd de kerk eigenlijk opnieuw opgetrokken tot de staat waarin de kerk nu is, zie figuur 4.6.

Overige cultuurhistorische waarden Zuidland ligt in het Belvedèregebied Voorne-Bernisse. In de gebiedsomschrijving zijn de kernen Abbenbroek, Geervliet, Heenvliet, Oudenhoorn en Zuidland benoemd als welvarende haven- annex Voorstraat nederzettingen langs de Bernisse, die de voornaamste vaarroute tussen Holland en Vlaanderen vormde. Het gebied rond de kernen wordt gekarakteriseerd als kleipolderlandschap, met min of meer ronde ringpolders. Kenmerkend zijn verder de kreekruggensystemen uit de voor-Romeinse tijd die langs de Bernisse liggen.

Bestemmingsplan Zuidland

57 - 82

Naast de rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in Zuidland diverse elementen met een cultuurhistorische betekenis aanwezig. De Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Zuid-Holland geeft meerdere wegen als historisch dijklint aan, waaronder de Stationsweg, de Kerkweg en de Molendijk. Daarnaast is het beschermde dorpsgezicht en enkele andere gedeeltes van het plangebied aangeduid als nederzetting met zeer hoge waarde. Ook de molenbiotoop van molen ‘De Arend’ is op de cultuurhistorische kaart aangegeven. Om de windvang van de molen te beschermen, is in het bestemmingsplan een molenbeschermingszone opgenomen. Binnen deze beschermingszone gelden beperkingen aan de hoogte van bebouwing. Bovendien is een aanleg vergunningenstelsel opgenomen voor het aanbrengen van bovengrondse constructies en de aanplant van bomen.

Figuur 4.7 Uitsnede cultuurhistorische kaart. (bron: geo.zuid-holland.nl)

4.7.4

Conclusie

Zuidland ligt in het Belvedèregebied Voorne-Bernisse. In de gebiedsomschrijving zijn de kernen Abbenbroek, Heenvliet, Geervliet, Simonshaven en Zuidland benoemd als welvarende haven- annex Voorstraat nederzettingen langs de Bernisse, die de voornaamste vaarroute tussen Holland en Vlaanderen vormde. Het gebied rond de kernen wordt gekarakteriseerd als kleipolderlandschap, met min of meer ronde ringpolders. Kenmerkend zijn verder de kreekruggensystemen uit de voor-Romeinse tijd die langs de Bernisse liggen. Ter bescherming van de bestaande uitstraling van het dorpsgezicht is de oude kern van Zuidland aangewezen als ‘beschermd dorpsgezicht’. In de bestemmingsregeling bij dit bestemmingsplan is geregeld dat uitsluitend het bestaande beeld van de bebouwing teruggebouwd mag worden. Voor de middeleeuwse dorpskern van Zuidland, (Waarde Archeologie - 1), geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 100 m² en die tevens dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld.

Bestemmingsplan Zuidland

58 - 82

Voor de rest van het plangebied (Waarde Archeologie - 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 200 m² en die tevens dieper reiken dan 80 cm beneden maaiveld.

4.8 Bodem 4.8.1

Wettelijk kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang om de bodemkwaliteit te onderzoeken. Bij functiewijzigingen moet gekeken worden of de bodemkwaliteit voldoende is ten dienste van de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. De provincie hanteert als richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen in ieder geval het eerste deel van een verkennend bodemonderzoek moet worden verricht. Dit is het historisch onderzoek. Als uit dit onderzoek blijkt dat binnen de nieuwe bestemmingen sprake is geweest van een activiteit met een verhoogd risico op verontreiniging, dan is een volledig verkennend bodemonderzoek noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16606827/1