4. Bestemmingsplan gemeente Zuidland gemeente Bernisse mei 2013 - bijlage
Tekst van het document
4.8.2
Onderzoek
Het bestemmingsplan is conserverend van aard en voorziet derhalve niet in de bouw van nieuwe woningen of andere functies. Dit bestemmingsplan biedt daarmee niet de mogelijkheid voor verstoringen van de bodem. Indien een locatie binnen het plangebied herontwikkeld wordt op een manier waardoor de bodem verstoord wordt, zal een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden.
4.8.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan niet in de weg staat.
4.9 Ecologie 4.9.1
Wettelijk kader
Vogel- en Habitatrichtlijnen De vogelrichtlijn beschermt vogelsoorten die zijn genoemd in Bijlage I van de richtlijn. De Habitatrichtlijn omvat naast de bescherming van planten en dieren in gebieden die worden aangeduid als Habitatgebied, ook de bescherming van verschillende planten- en diersoorten op zich.
Bestemmingsplan Zuidland
59 - 82
Flora- en faunawet (soortenbescherming) Voorde soortenbescherming is de Flora- en faunawet (Ffw) van belang. Deze wet heeft als doel de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. Dit doel is niet alleen voor de zeldzame soorten, maar ook alle in het wild levende planten en dieren. De Ffw bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voorplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, dan wel van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, dat gelden voor sommige soorten de verbodsbepalingen van de Ffw niet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet. Voor zover deze vrijstelling niet van toepassing is, bestaat de mogelijkheid om van de verbodsbepalingen ontheffing te verkrijgen van het betreffende ministerie.
Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming) Uit het oogpunt van gebiedsbescherming is de Natuurbeschermingswet (Nb-wet) van belang. Deze wet onderscheid drie soorten gebieden, te weten:
Door de minister aangewezen gebieden, zoals bedoeld in de Vogel- en Habitatrichtlijn;
Door de minister aangewezen beschermde natuurmonumenten;
Door gedeputeerde staten aangewezen beschermde landschapsgezichten.
De wet bevat een zwaar beschermingsregime voor de onder de eerste twee punten bedoelde gebieden (in de vorm van verboden voor allerlei handelingen). De bescherming van het laatste punt bedoelde gebieden vindt plaats door middel van het bestemmingsplan. Bij de uitvoering van een plan moet worden onderzocht of de Nb-wet de uitvoering van de ontwikkeling niet inde weg staat. De Nb-wet staat de uitvoering van het project in de weg, wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Nb-wet zal kunnen worden verkregen.
4.9.2
Onderzoek
Soortenbescherming Het onderhavige bestemmingsplan is consoliderend van aard. Middels dit bestemmingsplan worden geen functiewijzigingen beoogd en worden ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Vaststelling van dit bestemmingsplan zal derhalve niet leiden tot verstoring van eventueel beschermde flora en fauna. Indien sprake zal zijn van een ontwikkeling binnen het plangebied, zal de ruimtelijke verandering in een separaat plan worden vastgelegd waarin onderzoek uitgevoerd zal worden naar flora en fauna.
Bestemmingsplan Zuidland
60 - 82
Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals een staats- of beschermd natuurmonument of Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS). Op een afstand van 1,4 km bevindt zich een Natura 2000-gebied. Dit betreft het Haringvliet. Gelet op de afstand en het feit dat het hier een consoliderend bestemmingsplan betreft, is nader onderzoek naar de invloed hierop niet noodzakelijk. Gebiedsbescherming komt derhalve in deze paragraaf niet meer aan de orde. Wel zijn er in de Bernisse en aan de overkant van de Bernisse natuurkundige waarden aanwezig.
Figuur 4.8 Plangebied ten opzichte van de Ecologische Hoofdstructuur. (bron: geo.zuid-holland.nl)
4.9.3
Conclusie
Voorliggend bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die invloed kunnen hebben op de flora en fauna binnen het plangebied. Mocht een locatie binnen het plangebied (her-)ontwikkeld worden, zoals een van de wijzigingsgebieden, zal een flora- en faunaonderzoek moeten plaatsvinden.
4.10 Water 4.10.1
Wettelijk kader
Het is wettelijk verplicht een watertoets uit te voeren. Dit is een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. De watertoets heeft als doel het voorkomen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer.
Bestemmingsplan Zuidland
61 - 82
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta die verantwoordelijk is voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerders over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder zijn verwerkt in deze waterparagraaf.
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Dit betreft op Europees gebied de Kaderrichtlijn Water (KRW). Op nationaal niveau zijn dat het 'Nationaal Waterplan (NW), Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21), Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Waterwet. Provincie ZuidHolland heeft haar visie en regelgeving opgenomen in het Provinciaal Waterplan, Provinciale Structuurvisie en de Verordening Ruimte. De verschillende beleidsnota's zijn verwerkt in het waterschapsbeleid van het Waterschap Hollandse Delta.
Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 2009-2015 (2009) staat hoe Hollandse Delta het waterbeheer in het werkgebied in de komende jaren wil uitvoeren. Daarbij gaat het om betaalbaar waterbeheer met evenwichtige aandacht voor veiligheid, waterkwaliteit, waterkwantiteit, duurzaamheid en om het watersysteem als onderdeel van de ruimtelijke inrichting van ons land. Het Waterbeheerplan beschrijft de uitgangspunten voor het beheer, de ontwikkelingen die de komende jaren verwacht worden en de belangrijkste keuzen die het waterschap moet maken. Daarnaast geeft het Waterbeheerplan een overzicht van maatregelen en kosten. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagd de hydraulische belasting van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi). Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 250 m2 of meer moet voor hemelwater een lozingsvergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur. Als er sprake is van een toename aan verhard oppervlak, dan moet in principe 10% van deze toename worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de toename van verharding plaatsvindt.
De voorkeur gaat hierbij uit naar compensatie binnen het plangebied of het gebied waar de verharding toeneemt. Ook voor overige werkzaamheden welke het belang raken van het Waterschap, moet op grond van de Keur een ontheffing worden aangevraagd bij het waterschap.
Bestemmingsplan Zuidland
62 - 82
Gemeentelijk waterbeleid
Waterplan gemeente Bernisse 2009 Doel van het waterplan is het creëren van een robuust en veerkrachtig watersteem in de gemeente Bernisse. Het waterplan richt zich vooral op het oplossen van knelpunten en het benutten van kansen in het watersysteem in en rond de kernen van de gemeente Bernisse. De kern Zuidland beslaat meerdere peilgebieden. In het waterplan worden per kern enkele knelpunten met bijbehorende oorzaken en maatregelen benoemd. In figuur 4.9 staan deze aangeduid. Knelpunten binnen het plangebeid betreffen de locaties Z1, Z3, Z5 en Z6. Knelpunt
Oorzaak
Maatregel
(Z1) Een slechte doorstroming in de
Door versnipperde peilgebieden en
Een tweede inlaatpunt wordt aangelegd
omgeving Oostende, Stationsweg en
opeenvolging van duikers met een
langs de noordzijde van de Trambaanpad.
Goorschelaan.
ecologische
geringe diameter, smalle bruggen en
De watergang ten oosten van de
waterkwaliteit is hier gewaardeerd
stuwen wordt de doorstroming beperkt.
Stationsweg moet worden verbreed,
als slecht en de oeverecologie als
Ook is er een geringe inlaatcapaciteit
waarbij rekening gehouden moet worden
matig.
onder de Stationsweg.
met het behoud van de schouwstrook.
De
Tevens moeten de duikers onderzocht worden en zo nodig worden vervangen door ruime duikers.
(Z3) Zeer slechte ecologische oevers
Door beperkte ruimte zijn hier harde
Er is onvoldoende ruimte voor een groene
in de omgeving van Ganzenhoek. De
oevers aangelegd. Hierdoor is er geen of
talud. We zijn maatregelen getroffen om
ecologische waterkwaliteit is hier
nauwelijks een oever van goede
de
beoordeeld als slecht.
ecologische kwaliteit.
verbeteren. Die bestaan uit een drietal
ecologische
waterkwaliteit
te
duikers onder het Trambaanpad en een pomp waardoor de doorstroming vergroot. Onder
de
Beeldsweg
wordt
een
stuwduiker aangelegd.
(Z5)
Een
slechte
ecologische
Inspectie ter plaatse heeft aangetoond
In drie dammen moeten nieuwe duikers
waterkwaliteit in de omgeving van
dat er twee duikers boven het waterpeil
worden aangelegd. De hoogteligging moet
de Kerkweg. De oeverecologie is hier
liggen en in één dam geen duiker
worden afgestemd op het polderpeil van
matig.
aanwezig is. Hierdoor vindt er geen
NAP -1,80 meter.
doorstroming plaats.
(Z7)
Een
slechte
ecologische
Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door
De
waterkwaliteit in de omgeving van
het stelsel van lange duikers en smalle
bouwwerkzaamheden
de molen.. De oeverecologie is hier
watergangen. Hierdoor is er sprake van
wordt hersteld. De lange duikers zullen
matig.
een
en
geregeld doorgespoten (en geïnspecteerd)
vermoedelijk weinig contact met licht en
moeten worden om de doorstroming te
lucht.
waarborgen.
geringe
doorstroming
duiker
Bestemmingsplan Zuidland
die
tijdens is
de
beschadigd,
63 - 82
4.10.2
Onderzoek
Huidige situatie Het plangebied is vlak naast de Bernisse en de Stompaardse plas gelegen. Binnen het plangebied worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarnaast worden middels dit bestemmingsplan geen wijzigingen beoogd aan het watersysteem. Het plangebied is grotendeels verhard door bebouwing, door woningen als ook door andere voorzieningen en infrastructuur. Met name langs de randen van de kern bevinden zich groenvoorzieningen en agrarische gronden en ten zuidwesten van het plangebied liggen de bedrijventerreinen Harregat en Kerkweg.
Figuur 4.9 Waterhuishouding en knelpunten Zuidland. (bron:waterplan Bernisse)
Zuidland beslaat meerdere peilgebieden. Het inlaatwater uit de Bernisse wordt via de Bernisse vanuit het oosten aangevoerd. De betreffende watergang (peilgebied 3.19) loopt van het oosten naar het noordwesten met een waterpeil van NAP -0,30 m. In het kleine peilgebied (3.20) met daarin o.a. sporthal Drenkwaard en zwembad ‘t Molengors met waterpeil NAP -0,70 m, wordt het water door middel van twee pompen in- en uitgelaten. De ene pomp zorgt voor inlaat vanuit de aanvoerwatergang, de andere voor de afvoer op de afvoerwatergang. Verderop westwaarts, bij de weg Oosteinde, wordt het water in twee lager gelegen peilgebieden ingelaten. Het peilgebied (3.13) dat het grootste gedeelte van Zuidland bestrijkt, heeft een waterpeil van NAP -1,80. De grens van het peilgebied komt grotendeels overeen met de grens van de bebouwde kom van Zuidland. De hoofdwatergang loopt centraal door Zuidland parallel aan de Prins Bernhardstraat en langs de Weidesingel. Via meerdere (regelbare) stuwen stroom het overtollige water naar de lager gelegen peilgebieden ten westen en ten zuiden van Zuidland. Zoals in het gemeentelijk beleid is aangegeven wordt binnen de gemeente Bernisse een gescheiden stelsel nagestreefd voor afvalwater en het afvloeien van schoon (hemel)water. Bij nieuwe ontwikkelingen is een gescheiden stelsel ook verplicht. Hierdoor wordt de belasting op de RWZI minder groot.
Bestemmingsplan Zuidland
64 - 82
Grondwater De gemiddelde grondwaterstand in Zuidland varieert van -1.50 tot -.190 meter benden maaiveld. In het plangebied komt in beperkte mate kwel voor in het grondwater, de kwalintensiteit ligt tussen de 0,25 en o,50 mm per dag.
Hoofdwatergangen en waterkeringen Binnen het plangebied zijn meerde watergangen gelegen, waarvan de hoofdwatergangen in dit bestemmingsplan als Water zijn bestemd. Langs het fietspad (Trambaanpad) is aan weerszijden een watergang gelegen, waarvan het water aan de noordzijde de grootste waterpartij binnen het plangebied is. Een andere watergang die het plangebied doorsnijdt is de Nieuwe Watering. Daarnaast is op enkele andere plekken ook de bestemming water opgenomen. Binnen het plangebied is een waterkering gelegen over de Stationsweg / de Ring en de Molendijk en nog een aantal kleine stukjes van waterkeringen aan de noordoost grens van het plangebied dat onderdeel uitmaakt van de Boezemkade langs de Bernisse. Binnen dit gebied worden geen ontwikkelingen gerealiseerd. Ter bescherming van de waterkerende functie is de dubbelbestemming Waterstaat – waterkering opgenomen.
Afvalwaterketen De woonkernen van de gemeente Bernisse zijn over het algemeen gemengd gerioleerd. De gemeente heeft een basis rioleringsplan opgesteld waarmee de gemeente probeert de rioleringssystemen te verbeteren, zodat kan worden voldaan aan de zogenaamde 'basisinspanning'. Ook is er een afkoppelplan opgesteld, onder afkoppelen wordt verstaan het scheiden van twee waterstromen: 'schoon' hemelwater en 'vuil' hemelwater. Het doel van het afkoppelen is het verder reduceren van de emissie via de riooloverstorten van de gemengde riolering en het ontlasten van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Hierbij heeft het afkoppelen van Zuidland de prioriteit.
Toekomstige situatie Het bestemmingsplan is consoliderend van aard en hierin worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Vanwege de consoliderende aard biedt het bestemmingsplan weinig of geen mogelijkheden om het watersysteem en het beheer hiervan te verbeteren. Mocht in de toekomst alsnog ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dan is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Hierbij wordt gedacht aan het voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dit kan gedaan worden door het afkoppelen van schoon water van verhard oppervlak naar locaties waar sprake is van open water. Daarnaast is het bij eventuele ruimtelijke ontwikkelingen de bedoeling om de toename van het verharde oppervlak of het dempen van open water te compenseren. Tot slot dient ter voorkoming van diffuse verontreinigingen gebruik gemaakt te worden van duurzame, niet uitloogbare materialen (geen koper, lood, PAK's-houdende materialen en zink).
Bestemmingsplan Zuidland
65 - 82
Aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem is alleen mogelijk nadat bij het Waterschap, op basis van de Keur, een watervergunning is aangevraagd. Ook is in de Keur geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht moet worden genomen. Zonder toestemming van het Waterschap is bouwen en opslag binnen de beschermingszones niet toegestaan.
4.10.3 Conclusie Gelet op het consoliderende karakter van het bestemmingsplan zijn er geen negatieve gevolgen te verwachten voor het waterhuishoudkundige systeem.
4.11 Milieueffectrapportage In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van een ruimtelijke procedure planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag, bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of er sprake kan zijn van nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:
de kenmerken van de projecten;
de plaats van de projecten;
de kenmerken van potentiële effecten.
Conclusie Dit bestemmingsplan betreft een consoliderend plan, waarin geen activiteiten mogelijk worden gemaakt die merplichtig zijn. Er is derhalve geen sprake van potentiële effecten die belangrijke negatieve milieugevolgen kunnen hebben. Voor dit bestemmingsplan is daarom geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure nodig, conform het Besluit m.e.r.
4.12 Duurzaamheid Duurzaamheid Duurzaamheid reikt verder dan milieu alleen. Duurzaamheid is onlosmakelijk verbonden met een combinatie van sociaal-culturele, ecologische en economische waarden. Velen erkennen dat duurzaamheid ook economische winst kan opleveren; duurzaamheid loont! Maar ook sociaal heeft duurzaamheid een belangrijke betekenis.
Bestemmingsplan Zuidland
66 - 82
Een inmiddels breed geaccepteerde indeling van duurzaamheid is de Triple P-Benadering gebaseerd op de pijlers:
People - sociale duurzaamheid;
Planet - fysieke duurzaamheid;
Prosperity - economische duurzaamheid.
Sociale duurzaamheid richt zich op de kwaliteiten, zoals sociale veiligheid, de leefbaarheid van de omgeving, gezondheid en de betrokkenheid van bewoners. Fysieke duurzaamheid heeft een rechtstreeks verband met de milieuproblematiek, zoals geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Naast de klassieke milieuthema's moet er ook aandacht zijn voor thema's als verlies aan biodiversiteit, klimaatsverandering en aantasting van de leefomgeving. Het gaat hier om milieukwaliteiten, zoals energie, ecologie, water en verkeer. Economische duurzaamheid heeft betrekking op de aanwezigheid van voorzieningen, werkgelegenheid en inkomensdifferentiatie. Hierbij wordt bijgedragen aan het functioneren van de leefomgeving. De mogelijkheden voor de vergroting van de duurzaamheid in Zuidland is met dit bestemmingsplan minimaal aangezien dit bestemmingsplan enkel de bestaande situatie bestemd. Toch zijn er ook in dit bestemmingsplan wel mogelijkheden om in te zetten op bovengenoemde kwaliteitsaspecten.
Sociale duurzaamheid
Woonbeleidsplan Het gemeentelijk Woonbeleidsplan is een beleidsdocument waarin de beleidsuitgangspunten voor de woningbouw in de komende jaren wordt geformuleerd. Het Woonbeleidsplan is onder meer gebaseerd op de "Toekomstvisie Bernisse" en is tevens een vervolg op de "Woonvisie Bernisse". Binnen het bestemmingsplan worden de bestaande woningen als zodanig bestemd.
Woon- en leefklimaat Om de kwaliteit van de openbare ruimte en het woon- en leefklimaat binnen het plangebied te verbeteren, zijn de meeste wegen bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied, waarbij naast de verkeersbestemming ook het verblijven centraal staat. Ook is structureel groen als zodanig bestemd, waarmee het behoud hiervan is gegarandeerd.
Bewonersparticipatie Bewoners zijn en worden tijdens de bestemmingsplanprocedure betrokken, waarbij inspraakreacties en zienswijzen ingediend kunnen worden. Reacties die hieruit voortkomen zullen worden meegenomen in de verdere planvorming.
Bestemmingsplan Zuidland
67 - 82
Fysieke duurzaamheid Fysieke duurzaamheid richt zich op de milieuproblematiek. Aangezien er in dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt is verbetering op dit onderdeel niet mogelijk. Bij eventuele ontwikkelingen in de toekomst, bijvoorbeeld die van de locatie Molendijk 15-17 zal er aandacht moeten worden geschonken aan de milieuaspecten. Het gaat hier bijvoorbeeld om Geluid, Luchtkwaliteit, Externe veiligheid, Afvalwater, Verkeer, Energie, Materiaalgebruik op woningniveau en Biodiversiteit. Bij nieuwbouw en/of verbouw zal er wel rekening moeten worden gehouden met het materiaalgebruik. Er dient geen gebruik te worden gemaakt van milieubelastende materialen, zoals koper en zink.
Economische duurzaamheid Binnen het bestemmingsplan worden bestaande bedrijven als zodanig bestemd en daarmee niet in hun bedrijfsvoering gehinderd. De menging van functies in het plangebied vergroot de economische duurzaamheid van Zuidland. Daarnaast geven de bestemmingen Centrum en Gemengd zijn diverse functies mogelijk, zo kan er een uitwisseling tussen verschillende functies plaatsvinden binnen dit bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Zuidland
68 - 82
hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Plansystematiek
In dit bestemmingsplan wordt gestreefd naar de juridische verankering van de bestaande ruimtelijke situatie binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is opgesteld als een globaal gedetailleerd plan. Er wordt namelijk voorzien in enige mate van flexibiliteit, zodat kleinschalige uitbreidingsmogelijkheden niet meteen tot wijziging van het bestemmingsplan zullen leiden. Hierdoor ontstaat de ruimte om beter in te kunnen spelen op de dan bestaande behoefte. Anderzijds is het plan wel gedetailleerd, in die zin dat vastgelegd is in de verbeelding waar welke functies toegestaan zijn en waar hoofdgebouwen gerealiseerd zijn. In dit bestemmingsplan ‘Zuidland’ wordt gebruikgemaakt van de landelijke richtlijn Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP2008). Hierin zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van de opbouw en presentatie van het bestemmingsplan. De landelijke richtlijn SVBP is opgenomen in de Wro. Daarnaast geldt per 1 oktober 2010 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze wet introduceert nieuwe begrippen voor bestaande instrumenten, zonder deze (ingrijpend) inhoudelijk te wijzigen. Het bestemmingsplan is hiermee in lijn gebracht. De planregels zijn opgedeeld in 4 hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de inleidende regels gegeven. In het tweede hoofdstuk is de bestemmingsregeling gegeven die gelden voor het plangebied.
In hoofdstuk 3 zijn vervolgens de algemene regels opgenomen. Tot slot staan in hoofdstuk 4 de overgangs- en slotregels. In de onderstaande paragrafen wordt per artikel uiteen gezet wat de functie van het artikel is binnen het bestemmingsplan.
5.2 De bestemmingen 5.2.1
Inleidende regels
Begrippen (artikel 1) en Wijze van meten (artikel 2) De begrippen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen, worden in artikel 1 nader gedefinieerd. Bij toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel opgenomen definities van de begrippen. Naast begrippen zijn in het bestemmingsplan hoogte- en andere maten opgenomen die van belang zijn bij het bouwen van bouwwerken. Artikel 2 van de regels geeft een nadere omschrijving hoe de bedoelde maten gemeten moeten worden.
Bestemmingsplan Zuidland
69 - 82
5.2.2
Bestemmingsregels
Artikel 3 – Agrarisch Achter de bebouwing aan de Molendijk bevindt zich nog een gebied met de bestemming Agrarisch. Op deze gronden mag niet worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, zijn toegestaan in de vorm van erf- en terreinafscheidingen tot een maximale bouwhoogte van 1 meter.
Artikel 4 – Bedrijf Op diverse locaties binnen het plangebied komen bedrijfspercelen voor. Deze percelen hebben de bestemming Bedrijf gekregen met de maximale milieucategorie 2. Bij enkele bedrijven is sprake van een afwijkend gebruik. Voor deze locatie is een specifieke aanduiding opgenomen, met de maximale milieucategorie 3.1 of 3.2. Voor het opgenomen bouwvlak geldt dat deze volledig mag worden bebouwd, indien er geen bebouwingspercentage is opgenomen. De maximaal toegestane bouwhoogte zijn op de verbeelding weergegeven.
Artikel 5 – Bedrijf – Nutsvoorziening Nutsvoorzieningen kunnen in principe binnen verschillende bestemmingen vergunningvrij worden gebouwd, met dien verstande dat deze maximaal een omvang van 15 m2 mag hebben met een maximale bouwhoogte van 3 m. Op enkele locaties binnen het plangebied is echter een omvangrijkere nutsvoorzieningen aanwezig. Deze hebben een aparte bestemming opgelegd gekregen. Ander gebruik dan een nutsvoorziening is hier niet toegestaan.
Artikel 6 – Centrum Langs verschillende straten in het historische gedeelte van Zuidland is de bestemming Centrum opgenomen. Dit geldt onder andere voor (delen van) de Breedstraat, Dorpsstraat, Kerkstraat en Ring. Ter plaatse van deze bestemming is meervoudig ruimtegebruik toegestaan en wordt een ruimer scala aan functies toegestaan. Zo is wonen toegestaan, maar ook kantoorruimte en lichte horeca uit categorie 1 (bijvoorbeeld een snackbar of lunchroom). Hogere horecacategorieën zijn aangeduid. Voorts zijn functies zoals detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen alleen op de begane grond toegestaan. Beroepsmatig en kleinschalig bedrijfsmatig gebruik van een woning is eveneens toegestaan, hiervoor zijn wel specifieke regels opgenomen. Voor het bouwen is bepaald dat hoofdgebouwen alleen binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen daar buiten. Wel moet voor deze bouwwerken een afstand worden aangehouden van 3 meter tot de voorgevellijn van het hoofdgebouw. Voorts mogen de gronden buiten het bouwvlak maximaal voor 50% worden bebouwd, met een maximum van 60 m2. Voor overkappingen is een specifieke bouwregeling opgenomen. Per bouwvlak mag hoogstens één overkapping worden gebouwd met een oppervlakte van 30 m2 en waarvan de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt.
Bestemmingsplan Zuidland
70 - 82
Gebouwen die aangemerkt worden als rijks en/of gemeentelijk monument hebben op de verbeelding de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' (cw) gekregen ter bescherming van de cultuurhistorische waarde.
Artikel 7 - Cultuur en ontspanning – Speeltuin Aan de Savornin Lohmanstraat is een grote wijkspeeltuin gevestigd. Hiervoor is de specifieke bestemming Cultuur en Ontspanning – Speeltuin opgenomen. Binnen deze bestemming zijn speeltoestellen tot een hoogte van 6 meter toegestaan en is er voor de bestaande bebouwing een bouwvlak opgenomen.
Artikel 8 - Detailhandel Hoewel op meerdere locaties sprake is van detailhandel binnen de kern Zuidland, is slechts voor één locatie de bestemming Detailhandel opgenomen. De overige locaties zijn opgenomen binnen de bestemming Centrum of Gemengd. Deze locatie betreft een kledingwinkel. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen het hoofdgebouw gebouwd dient te worden. Daarbij is ook een maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Het volledige bouwvlak mag worden bebouwd.
Artikel 9 - Gemengd Naast de bestemmingen centrum en detailhandel komen er in de woongebieden nog enkele aanvullende voorzieningen voor, zoals bedrijfjes, een kantoor en wat kleinschalige detailhandel in combinatie met wonen. Deze zijn opgenomen binnen de bestemming Gemengd, waarbinnen een variatie aan functies mogelijk wordt gemaakt. De sportschool in specifiek aangeduid. Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen het hoofdgebouw gebouwd dient te worden. Daarbij is ook een maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Het volledige bouwvlak mag worden bebouwd. Binnen de bestemming is sprake van cultuurhistorische waarden. Deze elementen zijn nader aangeduid met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'.
Artikel 10 – Groen Binnen het plangebied zijn structuurbepalende groengebieden opgenomen. Deze gronden zijn bestemd als Groen. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Om enige flexibiliteit in het bestemmingsplan te houden is de mogelijkheid opgenomen om binnen de bestemming eveneens nutsvoorzieningen, water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden aan te leggen. Het hekwerk bij de begraafplaats aan de Raadhuislaan en de pomp aan de Ring hebben op de verbeelding de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' (cw) gekregen ter bescherming van de cultuurhistorische waarde.
Bestemmingsplan Zuidland
71 - 82
Artikel 11 – Horeca Op één locatie is sprake van een horecavoorziening. Deze is bestemd als Horeca. Anders dan bij de bestemming Centrum is hier een hogere categorie van horeca-activiteiten toegestaan, namelijk tot en met horeca categorie 4. Deze categorie is in hoofdzaak gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen, al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, zoals een dancing of discotheek. De boerderij aan de Nieuwe Veerdam die aangemerkt is als monument heeft op de verbeelding de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' (cw) gekregen ter bescherming van de cultuurhistorische waarde.
Artikel 12 – Maatschappelijk De gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' zijn bestemd voor maatschappelijke en culturele voorzieningen. In Zuidland zijn enkele maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Deze zijn met name gelegen in het westelijk deel van Zuidland. Binnen deze bestemming zijn diverse maatschappelijk voorzieningen toegestaan. Daarnaast mogen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats’ uitsluitend gebruikt worden als begraafplaats. Op diverse locaties zijn ook onderwijsinstellingen aanwezig. Daarnaast zijn er ook andere voorzieningen aanwezig binnen het plangebied, zoals een bibliotheek en de kerken.. Aan de Molendijk bevindt zich een sporthal die tevens gebruikt wordt voor maatschappelijke doeleinden. Het hoofdgebouw moet hierbij binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij geldt dat het volledige vlak bebouwd mag worden. Binnen de bestemming is sprake van cultuurhistorische waarden. Deze elementen zijn nader aangeduid met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'.
Artikel 13 – Recreatie Binnen Zuidland bevinden zich een aantal recreatieve functies. Alle functies zijn specifiek aangeduid, namelijk een ijsbaan, volkstuinen en een duiven- en schietvereniging. De verschillende functies kennen verschillende bouwregels. Zo zijn er bij de volkstuinen uitsluitend vrijstaande bergingen en hobbykassen toegestaan. Per volkstuin mag ten hoogste één vrijstaande berging worden gebouwd met een bouwhoogte van 3 m en een maximum oppervlakte van 6 m2. Daarnaast is één hobbykas toegestaan met een bouwhoogte van 3 m en een maximum oppervlakte van 20 m2. Voor de duiven- en schietvereniging is een bouwvlak opgenomen voor de gebouwen en overkappingen, met een goot-, bouwhoogte en bebouwingspercentage. Bij de ijsbaan zijn als uitzondering lichtmasten tot 10 meter toegestaan. De gronden mogen ook worden gebruikt voor onder andere parkeervoorzieningen, water en watershuishoudkundige voorzieningen.
Bestemmingsplan Zuidland
72 - 82
Artikel 14 - Sport Aan de Molendijk zijn diverse sportvoorzieningen gelegen. Om de diverse gebruiksmogelijkheden in deze gebieden aan te geven zijn deze specifiek aangeduid. Ter plaatse van de aanduiding 'sportveld' zijn sportvelden toegestaan, in de huidige situatie is dit een tennisvereniging. Ter plaatse van de aanduiding ‘zwembad’ is een openluchtzwembad toegestaan. Op deze twee locaties is het toegestaan om tot een maximum bebouwingspercentage gebouwen te realiseren, aangezien er geen bouwvlak is ingetekend. Hierbij is wel een maximale goot- en bouwhoogte aangegeven.
Artikel 15 – Tuin De voortuinen en enkele zijerven bij grondgebonden woningen worden bestemd als Tuin. Binnen deze bestemming is maar een beperkte hoeveelheid aan bouwwerken toegestaan. Voor erkers, balkons en luifels zijn specifieke bouwregels opgenomen om binnen de bestemming Tuin te mogen bouwen. Bij een aantal woningen met de achterkant langs het water is een deel van de achtertuin bestemd als Tuin. Dit moet ervoor zorgen dat er minder makkelijk bijgebouwen en erfscheidingen aan de waterkant worden opgericht. In de tuin van Stationsweg 7 staat een theekoepel die nader is aangeduid met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'.
Artikel 16 – Verkeer De Kerkweg is een doorgaande weg aan de rand van de kern en is daarom als Verkeer bestemd in aansluiting op het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Zuidland’. De bestemming is bedoeld voor voorzieningen zoals wegen, maar ook voor openbaar vervoervoorzieningen, parkeerplaatsen, groen en water. Ten behoeve van een goede waterhuishouding zijn binnen de bestemming ook voorzieningen zoals duikers toegestaan..
Artikel 17 – Verkeer – Verblijfsgebied Alle andere wegen die gelegen zijn binnen het plangebied zijn opgenomen binnen de bestemming Verkeer Verblijfsgebied. De bestemming is erop gericht om ook bijvoorbeeld speelvoorzieningen binnen de woonstraten te kunnen realiseren. Binnen deze bestemming wordt eveneens ruimte geboden voor parkeergelegenheden. Ter plaatse van de aanduiding 'garage' zijn garages toegestaan. Voor zover het openbaar gebied geen onderdeel uitmaakt van het structureel groen, zijn de openbare ruimte en de groenvoorzieningen opgenomen binnen deze bestemming. Op de Breedstraat is op deze bestemming een aanduiding opgenomen voor de wekelijkse markt, één standplaats en om de oprichting van terrassen mogelijk te maken.
Artikel 18 – Water Het open water binnen het plangebied is opgenomen binnen de bestemming Water. Binnen deze bestemming zijn bruggen, duikers, oeververbindingen en steigers mogelijk. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen
Bestemmingsplan Zuidland
73 - 82
zijnde, worden opgericht. Op grond van de Keur van het Waterschap is langs hoofdwatergangen, wegsloten en overige watergangen beschermingszones aanwezig. Eventuele waterkeringen zijn op de kaart weergegeven. Dit staat nader uitgewerkt in artikel 24 Waterstaat – Waterkering.
Artikel 19 – Wonen Het grootste gedeelte van het plangebied is bestemd als Wonen. Voor diverse woningen is sprake van cultuurhistorische waarden. Het betreft hier gebouwen die zijn aangemerkt als rijks- en/of gemeentelijke monument. Deze gebouwen hebben de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' (cw) gekregen ter bescherming van de cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn onder voorwaarden beroeps- en kleinschalige bedrijfsactiviteiten toegestaan. De voorwaarden zijn opgenomen onder de specifieke gebruiksregels.
Om de ruimtelijke situatie binnen de kern te reguleren, zijn verschillende bouwaanduidingen opgenomen voor de verschillende typen woningen. Zo mag ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' uitsluitend aaneengebouwde woningen worden gebouwd. Ter plaatse van 'twee-aaneen' is uitsluitend dit type toegestaan. Vrijstaande hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'. Tot slot zijn gestapelde woningen enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld’. Binnen de bestemmingsregeling zijn bouwregels opgenomen voor wat betreft hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Ook is een ruime bouwregeling opgenomen voor bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde.
Artikel 20 - Leiding – Riool Binnen het plangebied is de rioolpersleiding als dubbelbestemming opgenomen. Binnen deze bestemming is het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet toegestaan zonder dat er een omgevingsvergunning voor wordt verleend door het bevoegd gezag.
Artikel 21 en 22 – Waarde – Archeologie – 1 en – 2 In Zuidland is sprake van afwisselend lage en middelhoge verwachtingswaarden voor archeologische resten. Bij de ruimtelijke inrichting en ontwikkelingen moet daarom gezocht worden naar eventueel voorkomende archeologische waarden. De dubbelbestemming Waarde - Archeologie is daarom opgenomen om het gebied aan te geven waar in ieder geval onderzoek benodigd is. Hierbij is een onderverdeling gemaakt naar twee waarden opgenomen in twee verschillende artikelen. Het verschil tussen de twee bestemmingen betreft de diepte en het oppervlakte die vrijgesteld zijn van onderzoeks- en omgevingsvergunningsplicht, namelijk bij werkzaamheden binnen:
Bestemmingsplan Zuidland
74 - 82
1.
Waarde – Archeologie – 1, met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm;
2.
Waarde – Archeologie – 2, met een oppervlakte groter dan 200 m2 en dieper dan 80 cm;
In artikel 29 van dit bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming Waarde Archeologie (1 en 2) te wijzigen, danwel geheel of gedeeltelijk te verwijderen. Dit is mogelijk indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen sprake meer is van archeologische waarden. Uit het nader archeologisch onderzoek moet blijken dat het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden voorziet.
Artikel 23 – Waarde – Beschermd dorpsgezicht Gelet op de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied en het beschermd dorpsgezicht is de dubbelbestemming Waarde – Beschermd dorpsgezicht opgenomen. Deze dubbelbestemming regelt dat de aan deze gronden gegeven bestemmingen primair bestemd zijn voor de bescherming en onderhoud van het beschermde dorpsgezicht. Met dit artikel wordt bepaald dat er geen veranderingen mogen worden aangebracht aan de situering, goot- en bouwhoogten van gebouwen, bebouwingspercentage, bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, etc. De bestaande situatie wordt als ware bevroren. Met een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag hiervan worden afgeweken. Op deze wijze kan het beschermde dorpsgezicht in stand worden gehouden. Omgevingsvergunning kan worden verleend indien de karakteristiek en de kenmerken van het dorpsgezicht niet onevenredig worden aangetast. Voordat omgevingsvergunning kan worden afgegeven, dient eerst door het bevoegd gezag advies ingewonnen te worden bij de monumentencommissie van de gemeente Bernisse. In dit artikel wordt opgesomd welke sloop, werken en werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning.
Artikel 24 – Waterstaat – Waterkering Over de Stationsweg / Molendijk en enkele kleine gebieden aan de noordoostgrens van het plangebied hebben een waterkerende functie. Derhalve is de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering opgenomen. Door middel van deze bestemming is geregeld dat slechts beperkte bouwmogelijkheden zijn toegestaan op deze gronden. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale hoogte van 3 m zijn hier toegestaan.
5.2.3
Algemene Regels
Artikel 25 – Antidubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog
Bestemmingsplan Zuidland
75 - 82
eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kortweg komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren.
Artikel 26 – Algemene bouwregels Naast de bouwregels die opgenomen zijn in hoofdstuk 2 van de planregels, gelden er aanvullende algemene bouwregels. De algemene bouwregels hebben betrekking op alle bestemmingen die binnen dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Binnen lid 1 en 2 van dit artikel geldt dat de bestaande goot- en bouwhoogte, oppervlakte van bouwwerken en bebouwingspercentage ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan als maximum gelden. In lid 3 zijn regels opgenomen voor wat betreft ondergronds bouwen. Dit is namelijk alleen toegestaan op alle plaatsen waar boven de grond ook gebouwd mag worden. Daarbij bedraagt de ondergrondse bouwdiepte ten hoogste 3 m onder het peil.
Artikel 27 – Algemene gebruiksregels In dit artikel staat omschreven wat binnen de bestemmingsregeling, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, onder strijdig gebruik wordt verstaan. Het gaat hier bijvoorbeeld om het gebruik van gronden voor het opslaan van goederen voor bedrijfsdoeleinden, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden. Deze bepaling regelt dat het opslaan van goederen voor bedrijfsmatig gebruik niet is toegestaan, tenzij de opslag past en noodzakelijk is voor de bedrijfmatige activiteiten waarvoor de gronden ook zijn bestemd. Daarnaast wordt in dit artikel vastgelegd dat ondergeschikte functies bij een bestemming ten hoogste 30% van de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte mag bedragen.
Artikel 28 – Algemene aanduidingsregels Als algemene aanduiding binnen het plangebied is als eerste de vrijwaringszone van de molenbiotoop opgenomen. Om vrije windvang te garanderen en het zicht op de betrokken molen veilig te stellen, gelden binnen een zone van 400 m rondom de molen beperkende bouwmaatregelen. Binnen een afstand van 100 m vanaf het middelpunt van de molen mag geen bebouwing worden gebouwd dat hoger is dan het onderste punt van de verticaal staande wiek. Voorts tot een afstand van 400 m is op glijdende schaal hogere bebouwing toegestaan. Hierbij geldt een verhouding dat de bouwhoogte een honderdste deel van de horizontale afstand mag bedragen, gerekend vanaf het onderste punt van de verticaal staande wiek. Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken met een omgevingsvergunning onder voorwaarde dat de vrije windvang en/of het zicht niet onevenredig wordt beperkt of aangetast.
Bestemmingsplan Zuidland
76 - 82
Als tweede algemene aanduiding binnen het plangebied zijn er drie wro-zones – wijzigingsgebied opgenomen. Wro-zone – wijzigingsgebied 1 maakt wijziging naar de bestemming Maatschappelijk met de aanduiding 'begraafplaats' mogelijk, met inachtneming van de bijbehorende regels. Wro-zone – wijzigingsgebied 2 maakt het mogelijk om de bestemming Wonen te wijzigen naar de bestemming Centrum en Verkeer - Verblijfsgebied. Hierbij zijn als eisen gesteld dat het gebouw uit maximaal 1 bouwlaag mag bestaan en dat de uitbreiding van de centrumvoorzieningen met ten hoogste 500 m2 bvo mag worden uitgebreid. Wro-zone – wijzigingsgebied 3 biedt de sportschool binnen de bestemming gemengd de mogelijkheid om te wijzigen in de bestemming detailhandel en de bestemming wonen (1 woning) of naar de bestemming wonen in de vorm van of twee grondgebonden woningen of vier appartementen, onder de daarvoor gestelde voorwaarden.
Artikel 29 – Algemene afwijkingsregels Dit artikel is opgenomen om ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan met een algemene bevoegdheid mogelijk te maken. De regeling voorziet in een duidelijke begrenzing van het toepasbaar bereik van de afwijking.
Artikel 30 – Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarmee door middel van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 Wro het mogelijk is enige flexibiliteit in het plan aan te brengen. Het gaat hierbij om een bevoegdheid en houdt geen verplichting in. Deze bevoegdheid mag nadrukkelijk niet worden gebruikt om zodanig aanzienlijke wijzigingen van bestemmingen te bewerkstelligen, dat daarmee de essentie van het plan wezenlijk wordt veranderd. Daarnaast is een wijzigingsmogelijkheid opgenomen, om, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen sprake is van archeologische waarden, de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie - 1 en – 2 in zijn geheel of gedeeltelijk te verwijderen.
Artikel 31 – Overige regels
Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening Bij globale bestemmingsplannen bestaat de kans dat bij toetsing van bouwaanvragen sprake is van aanvullende werking van de bouwverordening, omdat het bestemmingsplan ter zake van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (zoals rooilijnen) niets regelt. Deze aanvullende werking kan ongewenst zijn, omdat het bestemmingsplan met opzet globaal is gehouden ten aanzien van deze onderwerpen. Lid 1 voorkomt dat bepalingen uit de bouwverordening alsnog van toepassing kunnen zijn.
Bestemmingsplan Zuidland
77 - 82
Werking wettelijke regelingen In dit artikel is bepaald dat wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) mag een bestemmingsplan enkel en alleen worden gewijzigd volgens de vereiste procedure van de Wro. De Afdeling heeft er bezwaar tegen dat een plan impliciet gewijzigd kan worden. Met dit artikel wordt dit voorkomen.
5.2.4
Overgangs- en slotregels
Artikel 32 – Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van het bouwen staat verwoord in artikel 21.1 Wro. Dit artikel is, rekening houdend met de terminologie uit de Wabo, één op één overgenomen in dit bestemmingsplan. Een bouwwerk dat op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt aanwezig is, dan wel planologisch mogelijk is en afwijkt van het plan, mag gedeeltelijk worden vernieuwd, veranderd of in het geval van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De aard van het gebouw mag hierbij niet veranderen en ook mag de omvang niet worden vergroot. Eventuele uitbreiding is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. Het voorgaande geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het moment van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het hiervoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan. Het tweede lid gaat in op het gebruik van (on)bebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Ander strijdig gebruik is niet toegestaan.
Artikel 33 – Slotregel Het laatste artikel van het bestemmingsplan betreft de slotregel, waarin de naam, zoals de regels aangehaald kunnen worden, is opgenomen.
Bestemmingsplan Zuidland
78 - 82
hoofdstuk 6 6.1
Handhaving
Algemeen
Het handhavingsbeleid van de gemeente Bernisse is vastgelegd in het “Beleidsplan Integrale handhaving Fysieke leefomgeving”. Het college van burgemeester en wethouders heeft hiertoe op 6 maart 2012 besloten.
In dit document wordt een beschrijving gegeven van het gemeentelijk kader omtrent toezicht en handhaving zoals dat onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), de Wro en delen van de Algemene plaatselijke verordening (APV) geldt. Het beleidsmatig kader, de afwegingsaspecten en de prioriteiten worden beschreven. Verder worden taken en verantwoordelijkheden benoemd en vastgelegd. Toezicht en handhaving is georganiseerd vanuit een drietal uitgangspunten: effectief, efficiënt en eenduidig.
Naast het beleidsmatig deel is als onderdeel van de handhavingkader ook een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma opgenomen waarin het beleid (de “wat-vraag”) is vertaald naar concrete prioriteringen en waarbij inzichtelijk is gemaakt welke keuzen worden gemaakt en met welke middelen die keuzen kunnen worden uitgevoerd (“hoe”, en “waarmee”-vraag). Het beleid en uitvoeringsprogramma vormen een basisdocument waarop toezicht en handhaving binnen de gemeente is georganiseerd. Deze basis vormt samen met de bijbehorende communicatie, werkprocessen, werkinstructies, protocollen en monitoring het geheel.
Het door het college vastgesteld beleid voldoet aan de bepalingen uit de Wabo (hoofdstuk 5) en het gestelde in het besluit omgevingsrecht (Bor: artikel 7.2 tot en met 7.7). Het kader vormt daarbij tevens een basis voor de uitvoeringsprogramma’s van de uitvoeringsorganisaties voor wat betreft het aspect Milieu (DCMR / RUD) en brandpreventieve taken (Veiligheidsregio / regionale brandweer). Tot slot kan hiermee invulling worden gegeven aan de ketensamenwerking met de andere handhavingpartners en de politie / Openbaar Ministerie (strafrechtelijk deel).
6.2 Doelstelling Handhaving Het handhavingbeleidsplan heeft de volgende doelstelling: “Langs de werkwijze van integraal en programmatisch handhaven komen tot een effectieve en efficiënte inzet van middelen, met als doel de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving te bereiken en/of te bevorderen. Daarbij wordt de inzet transparant weergegeven en wordt hierover jaarlijks gerapporteerd”.
Bestemmingsplan Zuidland
79 - 82
Met de uitvoering van het beleid wordt ingezet op het bereiken van een gezond en economisch vitaal woon-, werken leefklimaat voor inwoners en ondernemers, waarbij er oog is voor:
gezondheid en veiligheid;
behoud van cultureel erfgoed;
duurzaamheid en natuurontwikkeling; en
behoud en verbetering van het woon- en leefklimaat in de kernen en buitengebied.
Integraal toezicht en handhaving zijn gericht op een zo groot mogelijk nalevinggedrag om de gestelde doelen te bereiken. Daarbij krijgen preventie en handhaving aandacht. Bij overtredingen handhaaft de gemeente op een integrale en transparante wijze met oog voor zowel het algemeen als individuele belangen van inwoners en ondernemers.
Het actualiseren van bestemmingsplannen is op zichzelf reeds een vorm van handhaving. Handhaving is namelijk niet alleen het daadwerkelijk repressief optreden tegen overtreders, maar ook voor een belangrijk deel het maken van heldere en hanteerbare regels en het verschaffen van inzicht daarin, zodat eenieder het vanzelfsprekend acht zich aan de gestelde norm te houden.
Bijzondere aandacht dient besteed te worden aan zogenaamde 'oude' gevallen. Bij de opstelling van bestemmingsplannen dient nagegaan te worden welke situaties uitdrukkelijk gehandhaafd moeten worden, welke zaken onder de werking van het overgangsrecht kunnen worden gebracht en welke zaken positief bestemd kunnen worden. In het kader van de actualisering van het bestemmingsplan wordt hier daarom uitdrukkelijk bij stil gestaan. Zo nodig zal wraking van de illegale situatie plaats moeten vinden, zodat in principe handhaving mogelijk blijft.
6.3 Uitvoering handhaving Daar waar een overtreding wordt geconstateerd en legalisatie niet mogelijk is, moet in eerste instantie toepassing worden gegeven aan de bestuursrechterlijke handhaving. Het proces van bestuursrechtelijke handhaving is vastgelegd in het beleid en uitgewerkt in een stappenplan, waarin de verschillende stadia van de besluitvorming en procedures tot uitdrukking komen. Naast de bestuursrechtelijke mogelijkheden van handhaving wordt een duidelijke taak gezien voor de strafrechtelijke handhaving. In die zin biedt de aankondiging dat een overtreding van het bestemmingsplan tevens een overtreding is op grond van de Wet Economische Delicten, perspectief. De uitvoering en voortgang van de handhaving wordt jaarlijks vastgelegd in een verslag, dat bestuurlijk dient te worden vastgesteld.
Bestemmingsplan Zuidland
80 - 82
hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij ontwikkelingen die middels het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in afdeling 6.4 Wro bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien de plankosten anderzijds zijn verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst. Het onderhavige bestemmingsplan betreft een consoliderend plan. Hierin worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt en is er derhalve geen sprake van een bouwplan. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet vereist. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2.1
Inspraak
Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Zuidland’ heeft in het kader van de inspraakprocedure vanaf 14 juni 2012 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan was eveneens via de gemeentelijke website in te zien en is toegelicht in een inspraak- / informatieavond, welke op 25 juni 2012 heeft plaatsgevonden. Gedurende de periode van terinzagelegging kon een ieder een inspraakreactie tegen het voorontwerpbestemmingsplan indienen. Gedurende deze termijn zijn 9 inspraakreacties ingediend. De inspraakreacties zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in de als bijlage 3 opgenomen ‘Nota van beantwoording vooroverleg en inspraak bestemmingsplan Zuidland’. De inspraakreacties hebben geleid tot een beperkte aanpassing van het bestemmingsplan.
7.2.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Zuidland’ is in het kader van artikel 3.1.1 Bro opgestuurd naar verschillende overleginstanties. De overlegreacties zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in de als bijlage 3 opgenomen ‘Nota van beantwoording vooroverleg en inspraak bestemmingsplan Zuidland’. De overlegreacties hebben geleid tot een beperkte aanpassing van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Zuidland
81 - 82
7.2.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan Zuidland heeft vanaf 8 november 2012 gedurende een periode van zes weken in het gemeentehuis van Bernisse ter inzage gelegen. De stukken waren eveneens via de gemeentelijke website in te zien en waren daarnaast digitaal gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze periode was het voor inwoners van Bernisse en andere belanghebbenden mogelijk zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Tijdens de ter inzage legging heeft de gemeente een negental schriftelijke zienswijzen ontvangen. De zienswijze van indiener 9 is binnengekomen na sluiting van de inzagentermijn en is derhalve niet ontvankelijk, maar is in de nota nog wel opgenomen. In de 'Nota van beantwoording zienswijzen' zijn alle zienswijzen samengevat en voorzien van een antwoord. Tevens is aangegeven of de zienswijze heef geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De 'Nota van beantwoording zienswijzen' is als separaat bestand bij dit bestemmingsplan gevoegd. In de 'Nota van beantwoording zienswijzen' is tevens een overzicht opgenomen van de ambtelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd van het ontwerpbestemmingsplan richting het vast te stellen bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Zuidland
82 - 82