39. Toezicht Openbaar Onderwijs; Galilei jaarverslag 2023
Tekst van het document
Vergaderingen Raad van Toezicht Er zijn in 2023 zes reguliere vergaderingen geweest. In de vergaderingen van de RvT werden in 2023 de onderstaande onderwerpen met bestuurder besproken en besloten: Goedkeuring Jaarverslag 2022 en jaarrekening 2022 RvT verleent goedkeuring aan investering t.b.v. aanbrengen brandwerende maatregelen gebouw De Ring van Putten Goedkeuring geactualiseerde Statuten Aanstelling nieuwe accountant 8Elements Goedkeuring begroting 2024-2028 WNT-klasse indeling wordt van goedkeuring voorzien Klokkenluidersregeling wordt, inclusief toelichting, van goedkeuring voorzien. Professionaliseringsbeleid RvT wordt vastgesteld Raamwerk jaarplanning RvT wordt inclusief aanvullingen vastgesteld
Onafhankelijke informatievoorziening Naast de informatie die de RvT vanuit bestuurder verkrijgt, heeft zij ook informatie ontvangen op andere momenten en van andere personen in de organisatie. De RvT was in 2023 te gast bij de 5 Galilei scholen. Bij elk bezoek is met verschillende personen gesproken, waaronder de directeur, teamleider, docenten, stafmedewerkers, leerlingen. Er hebben twee overleggen met de GMR plaatsgevonden. Bovendien is er in samenwerking met de voorzitters van de GMR’en, de voorzitter RvT, bestuurder en (bestuurs)secretaris(sen) een doorkijk naar het komende jaar gemaakt. Daarin zijn onderwerpen geïnventariseerd voor de gezamenlijke overleggen. In februari 2023 heeft een wethoudersoverleg plaatsgevonden. Daar waar mogelijk bezoeken de RvT-leden informele bijeenkomsten als o.a. open dagen en diplomauitreikingen.
24
Conclusie In 2023 heeft een wisseling van bestuurder plaatsgevonden. Er zijn mooie stappen gemaakt in het realiseren van de doelstellingen uit het strategisch plan. Door betrokkenheid van medewerkers kan Onderwijsgroep Galilei haar ambities waarmaken. Uitdagingen in het laatste jaar zijn het tijdig vervullen van vacatures. De formatie is tot op heden steeds rondgekomen. Organisatie breed is er aandacht voor het uitbreiden van bestaande samenwerkingen, als ook het aangaan van nieuwe interne en externe samenwerkingen met onder meer collega’s binnen de onderwijsgroep, wethouders en burgemeesters van de gemeenten Voorne aan Zee en Nissewaard, het samenwerkingsverband en de andere schoolbesturen op Voorne Putten. De RvT is positief over de relatie met huidige bestuurder, de prettige communicatie en het onderling vertrouwen. De Raad van Toezicht, Linda Snippe (voorzitter) Jack Biskop (vice-voorzitter) Nell Hoogzand Agnita Twigt Ruud van Diemen
25
Jaarverslag GMR 2023 Een bestuur met meerdere scholen heeft ook een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR), zo ook Onderwijsgroep Galilei. Deze GMR praat mee over bovenschoolse zaken zoals het bestuursformatieplan. Het gaat dus om onderwerpen die van belang zijn voor alle of een meerderheid van de scholen van een schoolbestuur. De GMR stimuleert en ondersteunt de betrokkenheid en samenwerking tussen de leden van Onderwijsgroep Galilei zodat een sterk, openbaar onderwijs op Voorne-Putten behouden blijft. In dit jaarverslag staan naast de algemene bestuurlijke zaken van de GMR de belangrijkste punten die afgelopen schooljaar behandeld zijn, beknopt weergegeven. Rechten, bevoegdheden, plichten Zowel de bevoegdheden van de GMR als haar geledingen zijn vastgelegd in de wet. Ook de plichten van het schoolbestuur staan hierbij beschreven. De belangrijkste bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) zijn vastgelegd in artikel 10 t/m 14 van de Wet Medezeggenschap op scholen (WMS). Alle artikelen van deze WMS kunt u online vinden op overheid.nl. Op Galilei-niveau betekent dit dat de GMR een rol speelt bij aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle scholen van Galilei of voor de meerderheid van de scholen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen instemmingsbevoegdheid en adviesbevoegdheid.
De GMR heeft bijvoorbeeld instemmingsrecht bij het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een (duurzame) samenwerking met een andere instelling. Ook heeft de GMR instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van het strategisch beleidsplan. Een voorbeeld van een adviesbevoegdheid is de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de desbetreffende scholen. De bevoegdheden van de GMR van Galilei zijn vastgelegd in het Huishoudelijk reglement en het Medezeggenschapsreglement. Dit reglement is te vinden op de website van Galilei (www.galilei.nl). Achterban De medezeggenschapsraden van de Galilei-scholen vormen onze achterban. Zij worden via onze GMRleden op de hoogte gehouden van thema’s die in de overlegvergaderingen met de bestuurder worden besproken. Samenstelling GMR Onze GMR wordt gevormd door een afvaardiging vanuit de vijf scholen die deel uitmaken van de onderwijsgroep. De GMR-leden komen uit de personeels-, ouder- en leerling geleding en worden gekozen door de MR-en van de respectievelijke scholen. Wanneer alle vacatures ingevuld zijn, bestaat de GMR uit 13 personen. Onderstaand wordt een overzicht weergegeven van de bezetting van het afgelopen schooljaar.
In 2023 bestond de GMR uit 11 verschillende leden waarbij overlapping is betreft zittingsperiode: • 7 leden gekozen door de personeelsgeledingen van de medezeggenschapsraden van de onderliggende scholen (op BRIN-niveau) en het centraal bureau. • 0 leden gekozen door de ouder- en leerling geledingen van de medezeggenschapsraden van de onderliggende scholen. • 3 leerlingen. • 1 lid personeel bestuurskantoor. Niet alle vacatures zijn vervuld in 2023: voor de oudergeleding wordt naarstig gezocht naar kandidaten. Ondanks deze vacatures zijn we een GMR waarmee we professioneel en slagvaardig onze rol vervullen.
26
Samenstelling GMR in 2023 Dhr. E.J. Vreeling Mw. J.C. Kreuger
PMR Helinium (voorzitter t/m 26 juni 2023) PMR Maerlant (plv voorzitter en secretaris t/m 26 juni 2023 en voorzitter en secretaris per 27 juni 2023)
Dhr. S. Vellinga Eline Nobel Vacature Vacature
PRM Helinium per 4 december 2023 LMR Helinium tot 26 juni 2023 LMR Helinium per 26 juni 2023 OMR Helinium
Dhr. R. Bal Vacature Vacature
PMR MY College per 7 maart 2022 LMR MY College vanaf 31 augustus 2021 OMR MY College
Tim Vernet Tess Veldheer Vacature
LMR Maerlant tot 26 juni 2023 LMR Maerlant per 4 september 2023 OMR Maerlant
Dhr. D. Waasdorp Dhr. J. Houtman Vacature Vacature
PMR Praktijk College tot 26 juni 2023 PMR Praktijk College per 6 november 2023 LMR Praktijk College OMR Praktijk College per 31 augustus 2021
Dhr. E. Naber Vacature Vacature
PMR De Ring van Putten LMR De Ring van Putten OMR De Ring van Putten
Mw. van der Tuin
Personeel Bestuurskantoor
De GMR is een belangrijke gesprekspartner van de bestuurder als het gaat om beleid dat voor alle Galilei-scholen geldt. Eenmaal per maand vindt er overleg plaats tussen bestuurder en GMR op de eerste maandagavond van de maand of een week later indien dit beter aansluit op het directeurenberaad. Voorafgaand aan dit moment heeft er een vooroverleg plaatsgevonden tussen bestuurder, voorzitter en secretaris. Formeel geeft de GMR advies/instemming op voorgenomen besluiten van de bestuurder. Vergaderingen GMR in 2023 • 8 reguliere vergaderingen: 16 januari, 13 februari, 13 maart, 15 mei, 12 juni, • 4 september, 9 oktober en 4 december; • 2 reguliere gezamenlijke vergadering met de Raad van Toezicht op 27 maart en 6 november. Het jaar is op 26 juni 2023 afgesloten met een etentje waarbij voorzitter Eldert Vreeling het stokje heeft overdragen aan de nieuwe voorzitter Judith Kreuger. De agenda loopt parallel met de onderwerpen op de beleidsagenda van het bestuur. In het maandelijkse vooroverleg tussen de bestuurder en twee van de GMR-leden (voorzitter en secretaris) wordt de agenda voor de desbetreffende GMR-vergadering opgesteld. Onderwerpen en resultaten GMR • Werkdrukvermindering personeel • Duurzame inzetbaarheid personeel • Aanpassing Statuten Onderwijsgroep
27
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Verzuimbeleid en verzuimprotocol Wervingsprocedure nieuwe bestuurder met K+V Wervingsprocedure nieuwe leden RvT met K+V Voorlichtingsfilm ARBO-LEV Klokkenluidersregeling geactualiseerde versie Verdeling van de structurele werkdrukmiddelen Begroting 2024-2028 versie 8-1 Strategisch HRM-beleid 2023 Vakantierooster 2024-2025 Inspectiebezoeken 2023 Werving nieuwe leden GMR Cursussen GMR leden Ontwikkelingen Helinium Individuele werkdrukmiddelen Thema’s en behoeften gezamenlijke vergaderingen RvT/GMR Beoordeling afdelingsleiders LD/LE Functiemixverdeling Arbodienstverlening LEV ARBO LEV ARBO (evaluatie) Bestuursrapportage examenresultaten 2023
Besluiten GMR 2023 13-03-2023-1 Jaarverslag GMR 2022 is door de GMR vastgesteld 15-05-2023-1 GMR is akkoord met het vergaderschema 2023-2024 15-05-2023-2 GMR geeft positief advies over de aangepaste Statuten Onderwijsgroep Galilei 15-05-2023-3 GMR stemt, na aanpassing van de tekst, in met het ‘Verzuimbeleid en verzuimprotocol’ 15-05-2023-4 GMR is akkoord met de voorlichtingsfilm ARBO-LEV 04-09-2023-1 GMR stemt in met de geactualiseerde Klokkenluidersregeling 09-10-2023-1 GMR stemt in met de verdeling van de structurele werkdrukmiddelen 04-12-2023-1 GMR geeft positief advies aan de ‘Begroting 2024-2028 versie 8-1’ 04-12-2023-2 GMR geeft positief advies aan ‘Strategisch HRM-beleid 2023’ 04-12-2023-3 GMR geeft positief advies aan ‘Vakantieschema 2024-2025- concept’ Financieel overzicht Personele kosten Vacatiegelden GMR-ouder-/leerlingleden Overige kosten (vergadering, jaarlijks etentje, attenties) Reiskosten cursuskosten (Im)materiële kosten Servicepakket AOB Diensten Contributie Vereniging Openbaar Onderwijs Totale kosten Budget Restant 2023
€ 360,00 € 889,52 € 288,15 € 1712,00 € 598,95 € 273,30 € 4121,72 € 4000,00 € -121,72
Ontwikkelingen De ouders, leerlingen en personeelsleden die gezamenlijk de GMR vormen hebben allemaal iets gemeen: zij willen bijdragen aan de kwaliteit van de onderwijsgroep en haar scholen. Het doel is om de leerlingen van de vijf scholen niet alleen een prettige schooltijd te bezorgen, maar hen ook optimaal voor te bereiden op de toekomst. Dit wordt gerealiseerd d.m.v. gepersonaliseerd leren, waarbij elke school binnen Galilei hier zelf invulling aan geeft. Wij zullen als GMR, met veel enthousiasme, een positieve en opbouwende bijdrage blijven leveren aan de onderwijskwaliteit binnen Onderwijsgroep Galilei.
28
De start van 2023 kenmerkt zich door (toekomstige) vernieuwingen. Zo start LEV als nieuwe Arbo dienstverlener, waarbij beter wordt ingespeeld op het speerpunt duurzame inzetbaarheid. Dit vraagt een grote verandering van de organisatie en afdelingsleiders zullen moeten worden getraind om zodoende hun vernieuwde rol goed te kunnen uitoefenen. Daarnaast starten de eerste gesprekken met de kandidaten voor de rol van nieuwe bestuurder Galilei. Hierbij is goed met alle geledingen van de organisatie gekeken naar het functieprofiel. Ook wordt landelijk bekend gemaakt dat alle versoepelende regelingen omtrent het centraal eindexamen voor de eindexamen kandidaten definitief niet meer worden verleend in 2023. Belangrijke ontwikkelingen welke ook doorwerking hebben op 2024. In 2024 zal de GMR zich focussen op het doelmatig inzetten op subsidies. Hierbij zullen controllers aantal keer per jaar inzicht geven in de gelden van subsidies en waar dit naartoe is gegaan. Zo wil de GMR kijken of o.a. de gelden omtrent NPO optimaal voor de leerlingen kan worden ingezet om zodoende ze goed voor te bereiden op het centraal eindexamen welke weer terug is naar de eisen van voor de Corona periode. Ook zal de GMR de evaluatie van LEV volgen om zodoende nog meer te werken aan het terugdringen van verzuim ondanks de werkdruk welke landelijk bekend is in het onderwijs.
Daarnaast zal de ontwikkeling van het strategisch beleidsplan 2025-2029 worden gevolgd en daar waar mogelijk worden meegedacht. Tot slot zal de werving van nieuwe leden GMR onze aandacht blijven houden. Hierbij is het interessant om samen met bestuurskantoor te onderzoeken waar het ‘merk’ Galilei voor staat en welke voor- en nadelen dit heeft wanneer dit meer naar buiten wordt uitgedragen. Wederom zal de GMR actief luisteren naar de achterban, naar de bestuurder en de Raad van Toezicht en frequent met elkaar over onderwerpen in gesprek gaan. We zullen ons als GMR in 2024 met enthousiasme en nimmer aflatende zorg blijven inzetten en ons focussen op een aantal speerpunten binnen de Onderwijsgroep. Zo willen wij er bijvoorbeeld voor zorgen dat leerlingen van elke Galilei-school van goed, passend en gepersonaliseerd onderwijs worden voorzien. Daarnaast zullen we erop blijven toezien dat leerlingen en het personeel leren en werken in een veilige schoolomgeving, alles vanuit een financieel gezonde uitgangspositie. Meer weten? Meer informatie over de diverse medezeggenschapsorganen, hun rechten en bevoegdheden en hun verhouding tot schoolbesturen, is te vinden op de website https://www.infowms.nl of in de WMS. GMR Onderwijsgroep Galilei J.C. Kreuger, voorzitter
29
Afhandeling klachten, bezwaar- en beroepschriften -
Door de Commissie bezwaar- en beroepschriften: Er zijn 2 beroepschriften in het kader van het Eindexamenbesluit behandeld, waarvan er 1 gegrond en 1 ongegrond is verklaard. De gegronde klachten hebben geen verdere consequenties voor Galilei.
-
Door de bestuurder: Er zijn 5 bezwaarschriften behandeld tegen weigering, toelating of schorsing van een leerling. Van deze bezwaarschriften zijn er 4 ongegrond verklaard.
-
Klachten scholen: In 2023 zijn in totaal 23 klachten bij de scholen ingediend, deze zijn intern opgelost.
30
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Sinds 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De AVG legt de verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de privacywet volledig bij Onderwijsgroep Galilei. Dit betekent dat van Onderwijsgroep Galilei wordt verwacht dat ze de juiste technische en organisatorische maatregelen toepast om de verwerkte persoonsgegevens te beschermen en te voldoen aan de verplichtingen die vanuit de AVG worden opgelegd. Op verzoek moet Onderwijsgroep Galilei kunnen aantonen dat zij voldoet aan haar verantwoordingsplicht (accountability) en daarmee een wezenlijke bijdrage levert aan de bescherming van de privacy van haar medewerkers, leerlingen, ouders/verzorgers en externen. Om bovenstaande verplichting te managen heeft Onderwijsgroep Galilei een overeenkomst afgesloten met Flynth/Privaty BV voor de ondersteuning bij de implementatie van haar AVGverantwoordelijkheid en is er conform artikel 37 van de AVG een Functionaris Gegevensbescherming aangesteld. Voor de administratieve inrichting en accountability maakt men gebruik van het GRCbeheersysteem Privacy Control Center (PCC). Hierin wordt alles vastgelegd met betrekking tot de AVG-huishouding van Onderwijsgroep Galilei. Onderwijsgroep Galilei heeft wederom een stap verder gezet in het implementatietraject en het vergroten van de bewustwording binnen haar muren.
Door de inbreng van de Privacy Officer, de externe Functionaris Gegevensbescherming en het pakket van doorgevoerde ICT-aanpassingen en verbeteringen is een enorme bijdrage geleverde aan de huidige stand van zaken. In 2023 zijn diverse vervolgstappen doorlopen in het implementatietraject van de AVG. De dienstverleningsovereenkomst met de ICT-provider heeft ervoor gezorgd dat er op enkele onderdelen/processen het informatiebeveiligingsbeleid is bijgesteld. Door deze aanpak worden de organisatorische en technische beheersmaatregelen (onder andere de netwerkconfiguratie en toegangsbeveiliging) continu gemonitord. Naast vorenstaande is er ook gewerkt aan het vergroten van de bewustwording op de werkvloer door alle beschikbare AVG-informatie toegankelijk te maken via SharePoint en website. In 2023 zijn de zes onderstaande AVG-domeinen verder ingericht in het GRC-beheersysteem: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Management en beleid Personeel en bewustwording Ruimtes en apparatuur Continuïteit Gegevensbeveiliging Monitoren en handhaven
In lijn met het GRC-beheersysteem is gaandeweg 2023 gericht gewerkt aan het verhogen van het volwassenheidsniveau (Capability Maturity Model - schaal 1 tot met 5) zoals van toepassing is in het IBP-toetsingskader voor de sector onderwijs. De afspraak is dat een gemiddelde score van 3.0 een voldoende oplevert. Aan het einde van 2022 was de gemiddelde score al een 3.0 en inmiddels is eind 2023 een gemiddelde score van 3.3 gerealiseerd. Dat betekent dat Onderwijsgroep Galilei wederom de benodigde beheersmaatregelen heeft kunnen doorvoeren en in control is op haar AVG-processen. De ingeslagen weg wordt verder gecontinueerd met onder andere het vergroten van de bewustwording op de verschillende locaties, de overgang naar het Normenkader Funderend Onderwijs, het verder inrichten van het dashboard van het GRC-beheersysteem, het inregelen van het cameratoezicht en het inrichten van evaluatiemomenten.
31
Financiële paragraaf Financiële kengetallen Signaleringswaarden Ministerie van OCW Kengetal
2023
2022
2021
Norm OCW Norm Galilei
Solvabiliteit 1
56 %
52,4%
43,7%
Solvabiliteit 2
75 %
74,5%
70,3%
Rentabiliteit
3,6 %
9,0%
3
2,83
2,45
> 0,75
0,75-1,5
Weerstandsvermogen
32,6
28,9%
21,3%
> 5%
18%
Huisvestingsratio
9,3%
7,7%
8,5%
< 10%
< 10%
Liquiditeit
> 30%
> 30% 3-jarig > 0% 2-jarig > 5% 1-jarig > 10,4% -10%
> 35% > 35%
0% - 1,5%
De kengetallen hebben een signaleringsfunctie en worden intern en extern gebruikt om een goede indruk te krijgen van de financiële positie van de instelling. Zo gebruikt de Inspectie van het Onderwijs kengetallen voor het financieel toezicht en beoordeelt hiermee hoe het is gesteld met de financiële continuïteit en doelmatigheid van de instelling. Galilei gebruikt de kengetallen onder andere als kaders bij de jaarlijks begrotingscyclus. Conclusie ratio’s De ratio’s voldoen ruimschoots aan de OCW-norm en de interne norm die door Galilei wordt gehanteerd. Als wij de ratio’s voor 2023 vergelijken met voorgaande jaren hebben de ontvangen NPO gelden invloed op de ontwikkeling van een aantal ratio’s. Vandaar dat het weerstandvermogen onderstaand ook is berekend vanuit het genormaliseerde resultaat. Gesignaleerd wordt dat net als in voorgaand jaar de solvabiliteit, rentabiliteit, liquiditeit en het weerstandsvermogen als gevolg van het positieve resultaat over 2023 hoog blijven. Dit hoge resultaat wordt ook in 2023 nog veroorzaakt door de ontvangen NPO gelden van € 2.945.000. Daarnaast is er vanuit het samenwerkingsverband VPR een positief resultaat van € 370.896 behaald dat wij in een bestemmingsreserve voor het samenwerkingsverband VPR hebben verwerkt.
De verwachting is dat het weerstandsvermogen door verdere uitputting van NPO gelden en de begrote daling van leerlingen de komende jaren zal dalen tot een normaal niveau van 18%. Solvabiliteit 1 / 2 Met het oog op de kredietwaardigheid van een onderwijsinstelling is het wenselijk dat het Eigen Vermogen toereikend is om de normale financiële risico’s op te vangen zonder dat direct extra kosten ontstaan voor kredietopslagen, toezicht en monitoring door kapitaalverschaffers. Voor het beoordelen van de solvabiliteit wordt de verhouding in het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen als uitgangspunt gehanteerd. Solvabiliteit 1 is het Eigen Vermogen/Totaal Vermogen Solvabiliteit 2 is het (Eigen vermogen + Voorzieningen)/Totaal Vermogen Rentabiliteit Voor het beoordelen van de rentabiliteit hanteert OCW de verhouding tussen het exploitatieresultaat en de totale baten. De Inspectie van het Onderwijs toetst hierbij of er over 3 jaren minimaal een positief resultaat is geboekt.
32
Liquiditeit De liquiditeitsratio (current ratio = vlottende activa/kortlopende schulden) geeft inzicht in hoeverre Galilei op korte termijn (<1 jaar) aan haar verplichtingen kan voldoen. De meerjarenbegroting 2020-2023 laat zien dat dit ook de komende jaren nog ruim boven de 1,0 zal blijven. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft, door middel van de benoemde signaleringsgrenzen van het Ministerie van OCW, weer welke instellingen als financieel zwak (<10%) en rijk (>40%) kunnen worden betiteld. Galilei hanteert al enkele jaren een bandbreedte van 13%-15% voor de meerjarenbegroting, waarbij het einddoel een (over de scholen) evenwichtig verdeeld weerstandsvermogen van 15% is. Volgens de laatste meerjarenbegroting 2022-2025 wordt dit ruim gerealiseerd. De interne norm voor het weerstandsvermogen ligt hoger dan de OCW norm. Dit wordt veroorzaakt doordat het benodigde weerstandsvermogen gekoppeld is aan het ons inziens benodigde weerstandsvermogen opgebouwd vanuit de risicoanalyse (pag. 46). Aangezien er in 2024 een stelselwijziging plaatsvindt ten aanzien van de voorziening groot onderhoud is het interne streefpercentage voor het weerstandsvermogen bijgesteld van 15% naar 18%. Het weerstandsvermogen wordt als volgt berekend: eigen vermogen/totale baten (inclusief rentebaten).
Huisvestingsratio Met het huisvestingsratio geven we aan welk deel van de totale lasten gaat over huisvesting. De norm OCW is hiervoor op <10% gesteld. De huisvestingsratio voldoet aan de OCW- signaleringswaarden. Bovenmatig vermogen Publiek onderwijsgeld moet optimaal aan onderwijs worden besteed en niet onnodig in reserves gaan zitten. Hoeveel eigen vermogen heeft een onderwijsinstelling (school of samenwerkingsverband passend onderwijs) redelijkerwijs nodig voor een gezonde bedrijfsvoering en wanneer is het mogelijk te veel? Om daar een indicatie voor te hebben hanteert de Inspectie van het Onderwijs vanaf 2020 de ‘signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen’. De signaleringswaarde gaat over het publieke deel van het eigen vermogen, dus exclusief privaat vermogen. De formule om dit te berekenen luidt: Normatief Eigen vermogen = • 0,5 * (aanschafwaarde gebouw * 1,27) • + boekwaarde resterende materiële vaste activa • + 0,05 * alle baten (onder 12 miljoen oplopend naar 0,1 bij 3 miljoen daaronder 300.000) Uit de toepassing van dit kengetal op de jaarrekeningcijfers 2023 blijkt dat Onderwijsgroep Galilei de komende jaren het eigen vermogen moet af bouwen richting het normatief eigen vermogen. Onderdelen normatief eigen vermogen Normatief publiek eigen vermogen: Publiek eigen vermogen inclusief bestemmingsreserves Bovenmatig eigen vermogen Ratio
bedrag in € 1.000,€ 9.601 € 18.595 € 8.994 1,94
33
De afbouw van dit bovenmatige eigen vermogen zal geleidelijk gebeuren in de periode 2024 tot en met 2028. Cumulatief wordt over deze periode een negatief cumulatief resultaat begroot van € 12.555.409. Deze negatieve resultaten wordt grotendeels veroorzaakt door dalende leerlingenaantallen, het wegvallen van de compensatie voor de vereenvoudigde bekostiging, het wegvallen van de Nationaal Programma Onderwijs bekostiging en de nieuwbouw van MY college. Ondanks dat dit begrote cumulatieve negatieve exploitatieresultaat zijn wij vanuit het hoge weerstandsvermogen voldoende in staat dit begrotingstekort op te vangen.
34
Balans (bedragen in € 1.000,-) Activa 1.1
31-12-2023
31-12-2022
Materiële vaste activa
9.288
8.749
Totaal vaste activa
9.288
8.749
Vorderingen Liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal activa
1.672 22.726 24.398 33.686
1.709 21.125 22.834 31.583
Passiva 2.1 2.2 2.4
18.595 6.567 8.524
16.429 6.975 8.179
33.686
31.583
1.2.2 1.2.4
Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden
Totaal passiva
35
Exploitatieresultaat (bedragen in € 1.000,-)
2023
Begroting 2023
2022
Baten 3.1
55.215
50.815
55.200
3.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Totaal baten
522 1.006 56.743
1.307 706 52.828
638 1.403 57.241
Lasten 4.1 Personele lasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige instellingslasten Totaal lasten
41.923 1.679 4.906 6.781 55.289
39.725 1.643 4.551 6.093 52.012
40.528 1.519 3.688 6.500 52.235
1.454
816
5.006
713
-18
50
2.167
798
5.056
Rijksbijdragen OCW
Saldo baten en lasten Saldo financiële 5.0 lasten Exploitatieresultaat
baten
en
Analyse resultaat t.o.v. de begroting De staat van baten en lasten over 2023 sluit met een positief jaarresultaat van € 2.166.608 tegenover een positief begroot resultaat van € 798.000. Het genormaliseerde resultaat na NPO voor 2023 bedraagt € 385.000 positief. Boekjaar Resultaat 2023 bedragen in € 1.000,Resultaat 2.167 Nationaal Programma Onderwijs (NPO) -1.782 bijdrage in resultaat Genormaliseerd resultaat
385
36
De belangrijkste verklaringen voor de afwijking van het resultaat over 2023 ten opzichte van de begroting 2023 zijn onderstaand weergegeven: Positief/Negatief Positief
Positief Positief Positief Positief Negatief
Negatief Positief Totaal
Bedrag in € 1.000,- Verklaring € 1.400 In de begroting voor 2023 is gerekend met een leerlingen aantal van 4.367 leerlingen. Aantal: het aantal leerlingen op peildatum 1 oktober 2022 4.526. Dit resulteert in grofweg 1,4 mio hogere baten. € 813 De functiemix randstad gelden van 0,8 mio zou oorspronkelijk eindigen per eind 2022. Uiteindelijk is deze regeling voor 2023 gecontinueerd. € 413 De toekenning van de subsidie basisvaardigheden voor 2023 was niet in de begroting over 2023 verwerkt. € 298 De overige baten vallen hoger uit door hogere bijdrage dan begroot voor reisjes en excursies, ook de kantine opbrengsten zijn hoger uitgevallen. € 188 De baten van Sterk Techniek Onderwijs zijn door hogere uitputting van de subsidie 0,2 mio hoger dan vooraf begroot. € -2.197 De personele lasten vallen 2,2 mio hoger uit dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door een CAO-stijging van 10% vanaf 1 juli 2023. Daarnaast valt ook de inhuur van personeel 0,3 mio hoger uit. € -355 De huisvestingslasten vallen hoger uit, dit wordt veroorzaakt door hogere kosten bij contract onderhoud en schoonmaak van 0,4 mio ten opzichte van begroting € 713 De gestegen rente zorgt vanaf 2023 voor een positief rente effect. Dit was in de begroting 2023 nog niet meegenomen. € 1.032 Totaal verklaarde resultaat mutatie tussen begroting 2023 en realisatie 2023.
37
Ontwikkeling balansposities Uit de mutaties in de balansposities blijkt dat er in 2023 minder is geïnvesteerd (2,2 mio) ten opzichte van 2022 (3,2 mio). De vorderingen en overige schulden hebben een wat grilliger verloop en zijn afhankelijk van moment van factuurontvangst en -betaling. Tot slot zien we dat de balansmutatie aan de activazijde voor een groot deel is terug te vinden in de gestegen liquiditeitspositie van 1,6 mio ten opzichte van voorgaand jaar. Vermogensontwikkeling Het positieve jaarresultaat van 2023 is in de balans ultimo 2023 toegevoegd aan het eigen vermogen conform het voorstel resultaatbestemming. Resultaat bestemming ( x 1.000,-)
2023
2022
Algemene reserve
385
1.279
0
1.800
Bestemmingsreserve Nieuwbouw Bestemmingsreserve NPO
1.782
600
Bestemmingsreserve collectieve werkdrukmiddelen
0
735
Bestemmingsreserve samenwerkingsverband VPR
0
636
Bestemmingsreserve spaarbapo
0
-4
2.167
5.046
Resultaat boekjaar
Loonsverhoging nieuwe CAO VO per 1-5-2023 Met betrekking tot de loonontwikkeling zijn de volgende afspraken gemaakt: • •
De salarissen en salarisschalen zijn per 1 juli 2023 verhoogd met 10%; Alle medewerkers ontvangen een eenmalige uitkering die afhankelijk is van de loonschaal.
Dit leidt binnen Galilei tot een kostenstijging over 2023 van 5% ten opzichte van begroting. In de begroting is rekening gehouden met een stijging van 1,5%.
Allocatie van middelen Allocatiemodel Binnen de Onderwijsgroep wordt het allocatiemodel vanaf 1 januari 2018 gehanteerd. Hierbij wordt van de structurele subsidies per Brinnummer - die bestaan uit de lumpsum personeel en materieel, de leermiddelen en de functiemix Randstad, maar exclusief het ondersteuningsbudget LWOO en PRO - 7,2% afgedragen voor de bovenschoolse en bestuurskosten. Algemene subsidies die voor de gehele onderwijsgroep gelden zoals NPO worden ook in de allocatie meegenomen. Subsidies die niet overkoepelend zijn zoals doorstroomsubsidies, Sterk Techniek etc. worden volledig, dus zonder afdracht aan de school toegerekend. Besluitvormingsproces Vanaf 2022 is het percentage van de allocatie herzien. De voorziening voor groot onderhoud wordt sinds 2021 per school opgebouwd in plaats van volledig bij het bestuurskantoor.
38
Verdeling van middelen (bedragen in € 1.000,-)
2023
Begroting 2023
2022
Bestuurskantoor
samengevoegd
samengevoegd
1.349
Bovenschools
samengevoegd
samengevoegd
1.521
Subtotaal Scholen Totaal Rijksbijdragen
2.953 52.262
3.023 47.792
2.870 52.331
55.215
50.815
58.071
Allocatie Rijksbijdrage OCW (3.1)
De kosten Bestuurskantoor bestaan uit personeelskosten van de diverse afdelingen zoals HRM, Financiën, Personeels- en salarisadministratie, de huisvestingskosten en de kosten voor organisatie. De bovenschoolse kosten betreffen kosten die voor alle scholen gemaakt worden. Denk hierbij aan ICT, accountantskosten, verzekeringen en inkoop.
Vavo-regeling
In het kader van de VAVO-regeling is er een samenwerkingsovereenkomst met het Zadkine College en het Albeda College. In het schooljaar 2023-2024 zijn er 19 leerlingen (2021-2022 11 leerlingen) die gebruik maken van deze regeling. De financiële afwikkeling hiervan vindt plaats in 2024.
Treasurybeleid
Er wordt binnen Stichting Galilei voldaan aan de regeling beleggen, belenen en derivaten OCW 2016 (gewijzigd d.d. 17 juni 2019). In 2019 is de nieuwe versie van het Beleggings- en financieringsstatuut door de Raad van Toezicht goedgekeurd. Het treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, houdende regels voor beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek (Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek). Bij het aantrekken respectievelijk uitzetten van alle benodigde respectievelijk overtollige middelen wordt gehandeld overeenkomstig de in deze regeling gestelde verplichtingen. De doelstellingen behelzen het volgende: • het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde geldmiddelen tegen acceptabele condities (beschikbaarheid); • het minimaliseren van de kosten van leningen (kostenminimalisatie); • het optimaliseren van het rendement van de overtollige liquide middelen binnen de kaders van het treasurystatuut (rentemaximalisatie); • het beheersen en bewaken van financiële risico’s die aan de financiële posities en geldstromen van de instelling zijn verbonden (risicominimalisatie); • het bestuur treedt niet als bankier op.
39
Richtlijnen en limieten t.a.v. uitzettingen Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij: 1. Nederlandse overheden en andere publieksrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%. 2. EU/EER lidstaten met een rating die voldoet aan de eisen als gesteld in de Regeling Beleggen en Belenen. 3. Financiële instellingen met een rating die ten minste voldoet aan de eisen als gesteld in de Regeling Beleggen en Belenen. 4. Het reguliere bancaire betalingsverkeer zal plaatsvinden bij een bank met minimaal een Arating. Alle spaar- en betaalrekeningen zijn afgesloten bij de Rabobank. De middelen zijn te allen tijde vrij beschikbaar zonder boete. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Kostenminimalisatie De meest recente liquiditeitsplanningen laten zien dat op korte en middellange termijn geen beroep hoeft te worden gedaan op externe financiering. Rentemaximalisatie De bandbreedte tussen de totale liquide positie en het saldo op de spaarrekeningen is vrij beperkt, met uitzondering van de pieken die plaatsvinden rond de uitbetaling van de bekostiging (de 23ste van de maand). Dit betekent dat er gedurende het jaar goed gestuurd is op het efficiënt wegzetten van de overtollige liquide middelen. Risico uitgangspunten Het treasurybeleid is gericht op het uitsluiten dan wel minimaliseren van het debiteurenrisico, het renterisico en het interne liquiditeitsrisico.
Schatkistbankieren: Sinds juli 2020 zijn wij overgegaan tot schatkistbankieren en houden wij onze publieke middelen aan bij het Ministerie van Financiën. Onze hoofdrekening bij de Rabobank is gekoppeld aan de schatkistrekening. Interne liquiditeitenrisico Op dit moment is hier binnen de Onderwijsgroep geen sprake van. Prognose van de financieringsbehoefte op middellange termijn In de begrotingscyclus wordt standaard een meerjaren liquiditeitsbegroting opgesteld. Uit de meerjarenbegroting 2024-2028 blijkt vooralsnog niet dat er behoefte is aan externe financiering.
40
Continuïteitsparagraaf De meerjarenbegroting 2023 tot en met 2026 is gebaseerd op een doorrekening van de cijfers 2022, rekening houdend met de ontwikkeling van het leerlingaantal en de in de (interne) kaderbrief 2023 vastgestelde maatregelen en indexeringen. Dit betreffen onder meer de volgende uitgangspunten: •
Het kalenderjaar 2023 wordt beleidsrijk begroot. Dat wil zeggen dat de financiële consequenties van de schoolplannen verwerkt worden in de begroting.
Formatieplan 2023 – 2026 • Basis voor het formatieplan is de leerlingenprognose. • Het percentage ziektevervanging voor 2023 is 2% van de brutoloonsom. Dit percentage is bepaald op basis van evaluatie van de gerealiseerde kosten voor ziektevervanging; dit percentage bedroeg in 2021 1.7 %. • Formatie voor NPO en STO worden apart vermeld. Jaarplan schooljaar 2023 – 2024 • De kaders voor de activiteiten in het jaarplan komen voort uit het strategisch visie document 2021-2025 ‘Geef ruimte de ruimte’, en de bestaande schoolplannen. • Het jaarplan, opgesteld per school, dient als basis voor de activiteiten in de komende beleidsperiode, het kalenderjaar 2023. • De kosten van de schooljaarplannen verwerken wij lineair (7/12) in de begroting voor kalender jaar 2023 voor zover het personele kosten betreft. • De overige kosten dienen te worden opgenomen in het jaar waarin ze plaatsvinden. Begroting • In de exploitatiebegroting 2023-2026 moet zichtbaar tot uiting komen dat de nog niet bestede NPO-middelen worden besteed. Vandaar dat de exploitatiebegroting de komende jaren een negatief resultaat zal laten zien. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen in de komende jaren weer daalt richting de norm van 15%. Op 31 december 2021 was het weerstandsvermogen 20,5%. Het resultaat effect per school zal de afdeling financial control in overleg met de school vaststellen.
• Uitgaven vinden alleen plaats binnen het vastgestelde resultaat in de begroting. Uitgaven die het resultaat van de begroting negatief beïnvloeden dienen vooraf te worden goedgekeurd door het bestuur. Het afgelopen jaar zijn er veel additionele investeringsaanvragen gedaan die niet begroot waren. Vanuit control oogpunt is het van belang dat alle investeringen in de meerjarenbegroting worden meegenomen. • De bepaling voor de allocatie van de bovenschoolse kosten en het bestuurskantoor is in het verleden vastgesteld op een vast afdrachtspercentage van 7,2% van de lumpsum en de algemene doelsubsidies.
Kengetallen (A.1.) 2023
2024
2025
2026
Directie/management
16
15
14
14
Onderwijzend
283
260
254
252
Ondersteunend
119
109
106
104
Totaal
417
384
375
370
Leerlingenaantal (1 oktober j-1) 4.367 4.212 4.109 De hierboven vermelde bezetting is exclusief ziektevervanging en is voor de meerjarenbegroting gekoppeld aan de leerlingenaantallen. Hierbij zijn voorzienbare mutaties, zoals natuurlijke
4.075
Personele bezetting in FTE
41
uitstroom, in de raming meegenomen. De leerlingenprognose uit de meerjarenbegroting wordt geraamd op basis van de volgende uitgangspunten: • Doorstroomcijfers en slagingspercentages; • Bestaande leerlingenaantallen per 1-10-2022; • Geraamde aanmeldingen 1e-jaars leerlingen op basis van marktaandeel, basisgeneratie voedingsgebied en aanvullende demografische en andere relevante informatie m.b.t de ruimtelijke ordening.
Balans (A.2.) Realisatie 2023
2024
2025
Begroting 2026
9.288
8.734
9.512
8.928
8.482
8.358
1.672
1.397
1.551
1.751
1.746
851
22.726
25.155
19.709
16.984
14.546
12.744
33.686
35.286
30.772
27.663
24.774
21.953
Algemene reserve
10.420
11.696
8.466
5.152
5.051
4.614
Bestemmingsreserve publiek
8.175
9.878
9.857
9.282
4.641
2.303
Totaal eigen vermogen
18.595
21.574
18.323
14.434
9.692
6.917
Voorzieningen
6.567
3.615
3.349
3.449
3.449
3.449
Kortlopende schulden
8.524
10.097
9.100
9.780
11.633
12.938
Totaal passiva
33.686
35.286
30.772
27.663
24.774
23.304
( x 1.000,-) Balans
2027
2028
Activa Vaste activa Materiele vaste activa Vlottende Activa Vorderingen en overlopende activa Liquide middelen Totaal activa Passiva Eigen vermogen
42
De begroting is opgesteld in november 2022 en goedgekeurd in december 2022. Besluitvorming en/of wijzigingen in relevante regelgeving die na november 2023 hebben plaats gevonden en betrekking hebben op het jaar 2023 zijn financieel wel verwerkt in de jaarrekening, maar uiteraard niet in de begroting. De materiële vaste activa zijn afgeleid van de meerjaren investeringsbegroting en de liquide middelen uit de meerjaren liquiditeitsbegroting. Op basis van de verwachte resultaten over de jaren 2024 tot en met 2028 kan een prognose worden gemaakt van de ontwikkeling van ons weerstandsvermogen. De kaders voor het weerstandsvermogen zijn als volgt: •
De school draagt naar evenredigheid bij aan het weerstandsvermogen van de Onderwijsgroep. Het streefpercentage voor het weerstandsvermogen bedraagt vanaf 2024 18%. De bijstelling van dit percentage van 15% naar 18% komt voort uit een stelstelwijziging die in 2024 plaatsvindt voor de verwerking van de voorziening groot onderhoud.
Onze inschatting vanuit risicobeheersingsperspectief is dat Onderwijsgroep Galilei met dit weerstandspercentage voldoende in staat is om onzekerheden (zoals dalende leerlingenaantallen) en grote investeringen (nieuwbouw MY college) die afwijken van onze inschattingen in de begroting op te vangen. De Onderwijsgroep zal met onderstaande meerjarenbegroting 2024 - 2028 ultimo 2028 op het weerstand streefpercentage van 18% zitten.
43
Exploitatie (A.2.) Exploitatierekening
Realisatie
Begroting
( x 1.000,-)
2023
3 3.1 3.2 3.5
Baten Rijksbijdragen OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten
55.215 522 1.006
Totaal baten 4 4.1 4.2 4.3 4.4
5 5.1 5.2
2025
2026
2027
2028
50.662 1.328 775
47.737 947 771
45.426 946 771
44.850 946 771
45.514 946 771
56.743
52.765
49.455
47.143
46.567
47.231
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten
41.923 1.679 4.906 6.781
43.125 1.825 3.432 5.757
41.745 1.938 3.295 5.317
40.447 2.074 3.204 5.140
40.107 1.978 3.159 5.105
40.135 1.750 3.154 5.115
Totaal lasten
55.289
54.139
52.295
50.865
50.349
50.154
Saldo baten en lasten
1.454
-1.374
-2.840
-3.722
-3.782
-2.923
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Saldo financiële baten en lasten
730 -17 713
498 -18
480
521 -18
425 -18
385 -18
345 -18
Resultaat gewone bedrijfsvoering
2.167
-894
-2.337
-3.315
-3.415
-2.596
Exploitatieresultaat
2.167
-894
-2.337
-3.315
-3.415
-2.596
2024
503
407
367
327
De ontwikkeling van de baten is gebaseerd op de door de scholen verwachte ontwikkeling van leerlingaantallen en de verwachte ontwikkeling van de (extra) rijksbijdragen. In de meerjarenbegroting 2024- 2028 is geen aanvullende bekostiging vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) meer opgenomen. In de periode 2024 – 2028 zal de bestemmingsreserve NPO als onderdeel van het eigen vermogen geleidelijk worden overgeheveld naar de algemene reserve van het eigen vermogen. Daarnaast zorgt deze bestemmingsreserve ervoor dat wij voor de begrotingsperiode 2024 – 2028 verantwoord negatieve exploitatieresultaten hebben opgenomen in de meerjaren begroting. Bij de raming van de personele lasten is rekening gehouden met benodigde investeringen in onderwijskwaliteit en zijn voorzienbare mutaties, zoals natuurlijke uitstroom, in de raming meegenomen. Voor wat betreft de materiële kosten is per school een reële inschatting gemaakt, waarbij rekening is gehouden met lopende contracten en verwachte prijsmutaties. Tevens is rekening gehouden met de mutaties (dotaties en onttrekkingen via de voorziening onderhoud) die volgen uit het meerjarenonderhoudsplan. Daarnaast zijn ook de financiële gevolgen verwerkt die volgen uit de meerjaren investeringsbegroting.
44
Ontwikkelingen CAO / Pensioenpremies In deze begroting is de doorwerking opgenomen van de bestaande CAO-VO. De CAO-VO wijzigingen voor toekomstige jaren zijn zowel in de baten als in de lasten nog niet verwerkt. Tevens is een inschatting gemaakt dat er geen stijging van de pensioenpremies per 1 januari 2024 zal plaatsvinden, aangezien de dekkingsgraad ruim voldoende is.
Risicobeheersing- en controlesysteem (B.1.) Het risicobeheersing- en controlesysteem is opgezet met als doel om inzicht te krijgen in de mate waarin de strategische en operationele doelstellingen worden gerealiseerd, dat de financiële rapportages betrouwbaar zijn en dat relevante wet- en regelgeving wordt gevolgd. Het interne risicobeheersingssyteem bestaat onder andere uit: Planning- en control cyclus Meerjarenbegroting (exploitatie, liquiditeit en investeringen) die is opgebouwd vanuit de formatieplanning, voorafgaand aan het schooljaar, en opgesteld binnen de door het bestuur gestelde kaders. Verantwoording middels drie rapportages per verslagjaar en afgerond met de jaarrekening. Alle rapportages zijn opgesteld volgens een standaard rapportagestructuur en de handleiding voor de inrichting van de financiële verslaggeving. Interne controle – en beheersmaatregelen In de administratieve organisatie en de interne beheersmaatregelen is geborgd dat relevante wet- en regelgeving wordt nageleefd, risico’s worden onderkend en daar waar mogelijk geminimaliseerd.
45
Risico-inventarisatie (B.2.) Risicoanalyse: De onderwijsgroep heeft de strategische risico’s onderverdeeld in, operationele-, financiële- en verslaggevingsrisico’s. In de laatste risicoanalyse van maart november 2023 zijn de volgende risico inschattingen gemaakt: Opbouw weerstandsvermogen
soort risico
2023
2022
Negatieve ontwikkeling leerlingen aantallen
financieel
3.441.000
2.295.634
Toename aantal zorgleerlingen (en hogere kosten)
wetgeving
369.000
351.806
Onderwijs resultaten en kwaliteit blijft achter
operationeel
536.000
520.793
Risico op te veel verkregen subsidie gelden
verslaggeving
129.000
120.547
Personele risico's (ziekte verzuim, stijging loonkosten)
operationeel
1.225.000
997.911
Begrotingstekort risico samenwerkingsverband VPR
financieel
100.000
0
Huisvestingsrisico's (brand, onvoorziene uitgaven)
operationeel
3.768.000
1.969.027
ICT risico's (hack van gegevens o.i.d.)
operationeel
200.000
200.000
Totaal
9.768.000
6.457.740
Totale opbrengsten 2023
55.601.000 50.448.129
Percentage van de rijksbijdrage Afgerond
17,6%
12,8%
18%
13%
In de begroting is een financiële inschatting gemaakt van onder andere de dalende leerlingenaantallen, de toename van het aantal zorgleerlingen en de personele risico’s. Desalniettemin zien wij ons door de onzekerheid van de inschattingen van deze risico’s ons genoodzaakt een stuk van het benodigde weerstandsvermogen aan bovenstaande risico’s toe te schrijven. Vanuit het weerstandvermogen kunnen vervolgens extra middelen beschikbaar worden gesteld indien onze financiële inschatting in de meerjarenbegroting ontoereikend blijkt te zijn. Daarnaast zijn er bovenstaand enkele risico’s geïdentificeerd die wij door controlemaatregelen proberen te ondervangen. Denk bijvoorbeeld aan goede inrichting van de ICT infrastructuur. Echter geldt hiervoor dat er ondanks de mitigerende controlemaatregelen het risico bestaat dat de controlemaatregelen niet afdoende zijn waardoor er extra kosten gemaakt moeten worden ter afdekking van de onvoorziene situatie. Ook voor het risico huisvesting zijn mitigerende controlemaatregelen geïmplementeerd. Echter ook hier blijft een restrisico over waarvoor wij een bedrag in de risico analyse reserveren. Vooralsnog is ons eigen vermogen ruim hoger dan het minimaal benodigde weerstandsvermogen en is er ruimschoots voldoende reserve om eventuele onvoorziene omstandigheden op te vangen.
Tot slot dient vermeld te worden dat met een weerstandsvermogen van 18% onze inschatting is dat er voldoende ruimte is om risico’s te ondervangen.
46
Rapportage Raad van Toezicht (B.3.) Zie jaarverslag Raad van Toezicht.
47
Maatschappelijke thema’s & verantwoording XBRL Verantwoording toetsing en examinering Voortgezet Onderwijs
48
Bijlage De schoolgegevens
Stichting Onderwijsgroep Galilei Postbus 5 3230 AA Brielle www.galilei.nl Bestuursnummer 41594 Bezoekadres Hossenbosdijk 14-16 3232 PX Brielle Tel: 0181-650955 contact@galilei.nl
Bestuurder mr. drs. P.R. Slier Drs. J.J. Bouw (vanaf 1 juni 2023)
Samenstelling Raad van Toezicht Dhr. F.W.M. Kevenaar, voorzitter tot 1 augustus 2023 Mw. M. Martijn, vice-voorzitter tot 1 augustus 2023 Mw. L.M.B. Snippe-van de Velde, voorzitter m.i.v. 1 augustus 2023 Dhr. J. Biskop, vice-voorzitter m.i.v. 1 augustus 2023 Mw. P.A. Hoogzand, lid Mw. A. Twigt, lid Dhr. R. van Diemen, lid m.i.v. 1 augustus 2023
49
SG Helinium (brin: 12RB) Gymnasium, vwo, havo, mavo-plus, vmbo-bk/vakcolleges Rector dhr. B. Hamans Rector mw. C. de Bruin Fazantenlaan 1 3222 AM Hellevoetsluis Tel: 0181-316488 www.helinium.nl
Praktijk College Spijkenisse (brin: 18VA) Praktijk onderwijs & ISK Directeur mw. Y. Hartensveld-Israël E. van Dintelstraat 11 3201 KX Spijkenisse Tel: 0181- 613187 www.praktijk-college.nl
Maerlant (brin: 11ZH) Vmbo, havo, atheneum, gymnasium Rector dhr. M. Scheffers Hossenbosdijk 14-16 3232 PX Brielle Tel: 0181-412210 www.maerlant.eu
Praktijk College Brielle (brin: 14AP) Praktijk onderwijs & ISK Directeur mw. Y. Hartensveld-Israël Hossenbosdijk 14-16 3232 PX Brielle Tel: 0181- 613187 www.praktijk-college.nl
De Ring van Putten (brin: 19DH) Mavo, havo, atheneum, tweetalig atheneum Rector J. Werleman Groenewoudlaan 25 3201 LP Spijkenisse Tel: 0181-457144 www.deringvanputten.nl
MY college (brin: 23AP) Mavo, vmbo Directeur mw. M. Scholten Zinkseweg 2 3201 KZ Spijkenisse Tel: 0181-622033 Fax: 0181-625922 www.my-college.nl
50
JAARREKENING 2023
Stichting Onderwijsgroep Galilei
BEVOEGD GEZAG: Onderwijsgroep Galilei (41594)
Stichting Onderwijsgroep Galilei 41594- jaarverslag 2023
Inhoudsopgave blz.
B1
Grondslagen
1
B2
Balans per 31 december
5
B3
Staat van Baten en Lasten
6
B4
Kasstroomoverzicht
7
B5
Toelichting op de onderscheiden posten van de balans
8
Model G overzicht geoormerkte doelsubsidies OCW
14
B6
Niet in balans opgenomen rechten en verplichtingen
15
B7
Overzicht verbonden partijen (Model E)
17
B8
Toelichting op de onderscheiden posten van de exploitatierekening
18
B9
Wet normering Topinkomens
25
C1
Gebeurtenissen na balansdatum
27
C2
Voorstel bestemming exploitatieresultaat
28
D1
Gegevens rechtspersoon
29
E1
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
30
Vaststelling jaarverslag 2023
31
Stichting Onderwijsgroep Galilei 41594- jaarverslag 2023 KvK nummer: 24391113
B1
Grondslagen
Algemeen: Grondslagen voor de jaarrekening Bij het opstellen van de jaarrekening zijn de inrichtingsvereisten van boek 2, titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de adviezen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, die worden gepubliceerd in de zogeheten RJ-bundel, toegepast. Hierbij zijn de specifieke bepalingen en modellen voor onderwijsinstellingen (RJ 660) leidend. Kernactiviteiten Het verzorgen van (openbaar)voortgezet onderwijs binnen de kaders gesteld door de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Continuiteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling Bepaling reële waarde Een aantal grondslagen en toelichtingen in de jaarrekening vereist de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Voor waarderings- en informatieverschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de volgende methoden bepaald. Indien van toepassing wordt nadere informatie over de uitgangspunten voor de bepaling van de reële waarde vermeld bij het onderdeel van deze toelichting dat specifiek op het betreffende actief of de betreffende verplichting van toepassing is.
De reële waarde van financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. Grondslagen voor resultaatbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Positieve resultaten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en verplichtingen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. levensduur. Vergelijking met voorgaande jaren De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van de resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het college van bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en passiva en van baten en lasten. De belangrijkste schattingen hebben betrekking op: - de waardering van materiële vaste activa, waaronder de gehanteerde afschrijvingstermijnen; - de verwachte onderhoudsuitgaven bij bepaling van de voorziening voor groot onderhoud; - de bepaling van personele voorzieningen.
De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige periode waarvoor de herziening gevolgen heeft. Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waar (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien de instrumenten bij de vervolgwaardering niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst en verliesrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. Valuta Alle vermelde bedragen zijn in Euro. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij deze methode wordt het resultaat aangepast voor posten van de Staat van baten en lasten, die geen invloed hebben op ontvangsten en uitgaven in het verslagjaar, mutaties in balansposten en posten van de Staat van baten en lasten, waarvan de ontvangsten en uitgaven niet worden beschouwd als behorende tot de operationele activiteiten.
In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financierings- activiteiten. Verbonden partijen Als verbonden partij wordt aangemekrt alle rechtspersonene waarover overheersende zeggenschap, of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersoneen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden aprtijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn gedaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
1
Stichting Onderwijsgroep Galilei 41594- jaarverslag 2023 KvK nummer: 24391113
B1
Grondslagen
Balans Waardering van de activa en passiva De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs minus afschrijvingen. De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders is vermeld. Materiële vaste activa Het schoolbestuur is juridisch eigenaar van de schoolgebouwen terwijl het economische eigendom daarentegen per 1 januari 1997 van de rijksoverheid naar de lokale overheid is overgegaan. De waardering van de gebouwen waarover het schoolbestuur niet vrijelijk kan beschikken, leidt niet tot een mutatie van het eigen vermogen van de stichting en wordt dan ook als nihil opgenomen. De activa die onder "Gebouwen en terreinen" zijn opgenomen betreffen dan ook grotendeels verstrekte middelen, t.b.v. het onderhoud c.q. renovatie van de gebouwen. Het betreft hier middelen waarvoor rijksgeld in de sfeer van de exploitatie in vorige dienstjaren is gereserveerd. Voor de activeringsgrenzen worden de volgende regels gehanteerd: Verbouwingen: hiervan is sprake indien er nieuwe ruimten aan het gebouw worden toegevoegd. Interne verbouwingen: hiervan is sprake indien er intern herschikking van ruimten plaatsvindt, dan wel ingrijpende wijzigingen aan bestaande ruimten worden uitgevoerd. Hierbij blijft het uitgangspunt dat verbouwingen een duurzame waardevermeerdering van de gebouwen tot stand moeten brengen.
I n andere gevallen dienen verbouwingen ten laste van de onderhoudsvoorziening te worden gebracht.
Soort actief Terreinen Gebouwen Verbouwingen Inventaris en apparatuur Inventaris en apparatuur Machines Leermiddelen
Afschrijvingstermijn geen 40 jaar 15 jaar 10 jaar 5 jaar 15 jaar 5 jaar
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd.
Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord.’ Vorderingen Onder de vlottende activa opgenomen vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus benodigde voorziening voor oninbaarheid. Liquide middelen De liquide middelen bestaan uit kas en tegoeden op bankrekeningen met een looptijd korter dan twaalf maanden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Algemene reserve De algemene reserves is vrij besteedbaar en bedoelt om het voortbestaan van de onderwijsgroep te garanderen.
Het geld moet besteed worden aan onderwijs maar het bestuur heeft besloten dat het wenselijk is om een weerstandsvermogen van 18% te hebben. Hogere reserves dienen te worden afgebouwd. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves worden gevormd voor toekomstige uitgaven die uit de huidige beschikbare middelen gedekt moeten worden. Voor de besteding van deze gelden zijn door het bestuur beperkingen opgelegd. Voorzieningen Op de balans worden voorzieningen opgenomen tegen naar hun aard duidelijk omschreven verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of als vaststaand worden beschouwd, maar waarvan niet bekend is in welke omvang of wanneer zij zullen ontstaan. Tevens kunnen voorzieningen worden opgenomen tegen uitgaven die in een volgend boekjaar zullen worden gedaan, voor zover het doen van die uitgaven zijn oorsprong mede vindt voor het einde van het boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal boekjaren. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij anders vermeld.
2
Stichting Onderwijsgroep Galilei 41594- jaarverslag 2023 KvK nummer: 24391113
B1
Grondslagen
Onderhoudsvoorzieningen Deze voorziening ten behoeve van een gelijkmatige verdeling van lasten voor groot onderhoud van gebouwen wordt bepaald op basis van de te verwachten uitgaven voor groot onderhoud over een reeks jaren. De voorziening wordt lineair opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. Overgangsregeling voorziening groot onderhoud Onderwijsgroep Galilei hanteert voor de voorziening groot onderhoud een methodiek waarbij de kosten over het gehele onderhoudsplan van de onderwijspanden worden bepaald en deze vervolgens wordt gedeeld door de looptijd van het onderhoudsplan. Deze systematiek leidt ertoe dat er jaarlijks weliswaar een min of meer gelijkblijvende dotatie aan de voorziening groot onderhoud wordt gedaan, maar dat deze te laag of te hoog van omvang kan zijn in vergelijking met de RJ methodiek. Er wordt namelijk beperkt rekening gehouden met individuele onderhoudscomponenten met onderhoudscycli die doorlopen tot na de periode van de huidige onderhoudsplanning. Onderwijsgroep Galilei maakt gebruik van de overgangsregeling. De tijdelijke regeling in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is van toepassing op besturen die voor verslagjaar 2017 een methode van kostenegalisatie voor groot onderhoud hanteerden zoals hierboven beschreven.
Personele voorzieningen De toekomstige verplichtingen zijn berekend en opgenomen tegen contante waarde tenzij anders vermeld. De voorziening personele verplichtingen heeft betrekking op spaarverlof uit het verleden. Daarnaast zijn hierin de verwachte kosten opgenomen welke hoogstwaarschijnlijk voortvloeien uit een lopend arbeidsconflict. De voorziening levensfasebewust verlof is samengesteld op basis van de uren voor die werknemers die de keuze hebben gemaakt om de uren te sparen. Vanuit de Cao is er geen limiet meer op het aantal jaren dat opgebouwd mag worden. De voorziening WGA/ZW eigenrisico (er) is vastgesteld voor toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit toegekende WGA, WGA flex en ZW flex -uitkeringen. Het bestuur is sinds 1-1-2017 volledig eigen risicodrager voor de WGA en ZW. Verplichtingen ZW flex worden toegevoegd aan de voorziening op basis van de beschikking die toegekend wordt aan de ex-werknemer die na een tijdelijk contract ziek uit dienst gaat. Verplichtingen WGA, WGA flex worden aan de voorziening toegevoegd op basis van de beschikking en op basis van de de inschatting die wordt gemaakt van de zieke werknemers waarvan op 31-12-2022 de 42weeks melding heeft plaats gevonden en waarvan de inschatting op instroom in de WGA hoog is.
De voorziening langdurig zieke werknemers wordt gevormd door de verwachte salariskosten van langdurig zieke werknemers die waarschijnlijk niet meer zullen terugkeren in het arbeidsproces. De voorziening Jubilea is vastgesteld voor personeel met een vast dienstverband in dienst op 31-12-2023. De voorziening WW/WW+ is vastgesteld voor toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit toegekende WW en bovenwettelijke WW (WW+). Het bestuur is financieel zelf verantwoordelijk voor 25% van deze kosten. De andere 75% wordt omgeslagen over alle besturen in het VO. Kortlopende schulden Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde. Overlopende passiva Hieronder zijn opgenomen de geoormerkte en niet-geoormerkte subsidies van het ministerie van OCenW. Vrijval vindt plaats afhankelijk van de activiteiten en besteding in het verslagjaar. Het nog niet bestede saldo is opgenomen onder deze post. Dit geldt voor niet-geoormerkte subsidies alleen waarbij een causaal verband bestaat tussen de beschikbaar gestelde subsidie en de besteding. Op grond van RJ 640.415 en RJ 274.108 worden deze subsidies als exploitatiesubsidies aangemerkt.