CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

34. Memo Uitkomsten BO MIRT; Afsprakenlijst MIRT - Bestuurlijke Overleggen MIRT 5, 7 en 8 januari 2026

Gemeenteraad 25 februari 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 47)42.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Rijk en regio zetten de volgende stappen: o In een ontwikkelstrategie werken Rijk en regio op basis van het MIRT Onderzoek en de MIRT Verkenning uit hoe aan de voorwaarden voor grootschalige ontwikkeling voldaan kan worden. De ontwikkelstrategie richt zich op de governance en de financiële constructies (publiek/publiek en publiek/privaat) van de gebiedsontwikkeling en de onderliggende inframaatregelen. o In de ontwikkelstrategie worden alle benodigde maatregelen voor bereikbaarheid (OV, weg en fiets), water, bodem, energie, een groen/blauw-netwerk, beperken van milieucontouren en barrièrewerking van infrastructuur en uitplaatsen bedrijven met een hoge milieucategorie bijeengebracht uit afgeronde, lopende en nieuw te starten onderzoeken. o Rijk en regio stellen mede op basis van de ontwikkelstrategie het pakket aan benodigde maatregelen en investeringen voor bereikbaarheid en leefbaarheid op, inclusief de beoogde wijze van bekostiging van de maatregelen en een planning. Hierbij worden ook de benodigde stikstofruimte en capaciteit in ogenschouw genomen. Rijk en regio spreken vooruitlopend op de ontwikkelstrategie en voortbouwend op zowel MIRT Onderzoek als MIRT Verkenning af vervolgonderzoek te doen naar de toekomstige bereikbaarheid van Groot Merwede en Rijnenburg.

Daarom bereiden Rijk en regio een startbeslissing voor een MIRT Verkenning voor naar de OV-bereikbaarheid van Rijnenburg (het doortrekken van de Merwedelijn als ‘Rijnenburglijn’) en organiseren parallel daaraan de bekostiging.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

38

 Rijk en regio voeren vervolgonderzoek uit naar de maatregelen die nodig zijn voor de auto

 

 

ontsluiting van Rijnenburg in samenhang met het functioneren van het hoofdwegennet, met een voldoende ruim onderzoeksgebied en aanvullend op de maatregelen voor de A12 uit het Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht. Om invulling te geven aan de totale bereikbaarheidsopgave, mede als gevolg van de autonome ontwikkeling, is de komende jaren gefaseerd circa € 4 miljard nodig, die nog niet beschikbaar is. Daarbij wordt gestreefd naar maximaal tempo door parallel te plannen. Rijk en regio spreken daarnaast de volgende vervolgonderzoeken en maatregelen af: o Vervolgonderzoek naar het al dan niet verwijderen van de snelwegaansluiting A12 Kanaleneiland en naar het passeren van het Amsterdam-Rijnkanaal via een nieuwe trambrug of de bestaande trambrug. o Vervolgonderzoek naar de auto ontsluiting van Rijnenburg en welke besluitvorming daarvoor nodig is. o Vooruitlopend op bovenstaande onderzoeken een ruimtereservering te maken voor toekomstige capaciteitsuitbreiding van het hoofdwegennet conform de onderzochte combinatievariant in fase 2 van het MIRT-onderzoek, die in vervolgonderzoek naar het functioneren van het hoofdwegennet nader ingevuld kan worden. Rijk en regio stellen voor de MIRT-verkenning OV en Wonen een voorlopig voorkeursalternatief (VKA) vast (alle hieronder genoemde bedragen zijn prijspeil 2025): Een Merwedelijn met een verdiepte ligging (gegraven open-dicht bak).

Hiervoor reserveert het Rijk aanvullend op de eerdere reserveringen een taakstellend budget van € 464 miljoen exclusief btw (€ 562,3 miljoen inclusief btw). De provincie Utrecht reserveert aanvullend € 80 miljoen exclusief btw en de gemeente Utrecht € 80 miljoen exclusief btw. Ten aanzien van het voorlopig VKA gelden de volgende voorwaarden: o Realisatie, vóór 2035, van tenminste 10.000 extra woningen (aanvullend op de 25.500 woningen die zijn afgesproken in het BO MIRT 2022) in Groot Merwede. o De regio spant zich in om vanaf 2035 te starten met de ontwikkeling van Rijnenburg en bekijkt of eerdere placemaking mogelijk is. o Vertrekpunt is dat de bijdrage van partijen taakstellend is. Er is behoefte aan buitengewone aandacht voor de risicobeheersing van het project. Over de exacte risicoverdeling worden in de op te stellen bestuursovereenkomst nadere afspraken gemaakt. o Voorbehoud is de nog uit te voeren zienswijzeprocedure en instemming door betrokken gemeenteraden en provinciale staten. Rijk en regio onderschrijven de noodzaak van de OV-maatregelen (bus- en trammaatregelen) voor het verbeteren van de bereikbaarheid van Utrecht-Oost (USP), onderdeel van de MIRT-verkenning. De kosten van deze maatregelen zijn nog niet gedekt, hiervoor resteert een tekort van € 109 miljoen exclusief btw (€ 132 miljoen inclusief btw).

Rijk en regio spreken af: o In de eerste helft 2026 een keuze te maken of het pakket OV-maatregelen Oost/USP wordt meegenomen in het proces van terinzagelegging van het voorlopig VKA. De regio maakt in afstemming met het Rijk daarvoor inzichtelijk wat de juridische implicaties zijn. o In het BO MIRT 2026 afspraken te maken over het vervolgtraject. Rijk en regio werken toe naar een zo spoedig mogelijk definitief voorkeursbesluit voor de MIRT Verkenning, waarna de MIRT-planning- en studiefase kan starten. Om tot een werkend vervoersysteem te komen en uiteindelijk een bedieningsgarantie te kunnen afgeven voor de Merwedelijn is zicht nodig op dekkende financiële afspraken over de exploitatie van de Merwedelijn. Rijk en regio brengen voor het definitieve VKA (BO MIRT najaar 2026) de financiële opgave en potentiële oplossingsrichtingen in beeld en betrekken dit bij het definitieve VKA. Deze analyses zijn ook input voor een breder onderzoek (deep dive) naar de betaalbaarheid van het OV-systeem om wijzigingen zoals groei van het aantal OVverbindingen en de gevolgen voor de OV-exploitatie inzichtelijk te maken.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

39

 

 

 

9. Programma UNed: GoedopWeg Het Rijk investeert € 500.000, inclusief btw, in monitoring & evaluatie en impulsmaatregelen door GoedopWeg in 2025 (ontvanger provincie Utrecht). Rijk en regio investeren € 350.000, inclusief btw, voor aanvullende impulsmaatregelen door GoedopWeg. Het rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 175.000, inclusief btw, (ontvanger provincie Utrecht), de U10 en gemeente Amersfoort investeren gezamenlijk eenzelfde bedrag. Rijk en regio investeren € 15.837.690, inclusief btw, voor twee jaar uitvoering in het integrale maatregelenpakket van GoedopWeg. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 6.961.000, inclusief btw, (ontvanger provincie Utrecht). Hiermee wordt invulling gegeven aan eerder gemaakte afspraken in het kader van het KTA programmaplan 2025-2030. De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een vastgesteld plan van aanpak dat januari 2026 wordt ingediend bij het Rijk. Het plan van aanpak voldoet aan de voorwaarden van de aanpak. Rijk en regio spreken af tenminste elk voorjaar een gesprek te hebben over resultaten en bijsturing. In het najaar spreken de partijen over de voortgang, planning, financiën en inzet. Rijk en regio spreken af de uitvoering van de maatregelen te monitoren en een jaarlijkse bijdrage te leveren aan de gezamenlijke M&E-cyclus. 10.

Programma UNed: SPUK-afspraak Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 In het BO MIRT 2024 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040. De Minister van IenW heeft € 50 miljoen (inclusief btw) beschikbaar gesteld. De regio heeft eveneens een budget van € 50 miljoen (inclusief btw) beschikbaar gesteld voor het maatregelenpakket. De maatregel(en) bevatten: o Doorfietsroute Amersfoort – Soesterberg – Zeist – Utrecht Science Park; o Doorfietsroute Baarn – Soest – Bilthoven – Utrecht Science Park; o Doorfietsroute Amersfoort – Veenendaal; o Aanpak sluipverkeer rondom knooppunt Hoevelaken (inclusief verkeersmanagement, VRI’s aanpassen).; o Pre-verkenning BRT Amersfoort – Utrecht Science Park; o A1 kunstwerk 500, fietstunnels en aanpassen kruispunten A1 aansluiting 14 / Amersfoortsestraat; o Aansluiting A1 – N199 – Ontsluitingsweg Bovenduist; o A30 – aansluiting Barneveld Zuid. Deze maatregelen zijn in 2025 nader uitgewerkt door de regio, in samenspraak met het Rijk, in de vorm van het UNed Projectenboek Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040. De regio is risicodragend. Het Rijk levert een taakstellende bijdrage. Daar waar aanpassingen aan het rijkswegennet nodig zijn, voert de regio dit uit conform de daarvoor geldende (RWS) kaders en richtlijnen.

De regio doet dit op zo’n manier dat de inzet van RWS beperkt blijft tot een toetsende (en waar nodig ontheffing verlenende) rol. Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst. De Rijksbijdrage wordt via een SPUK aan de regio uitgekeerd op basis van de Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023–2027. De volgende regionale partijen doen hiervoor een aanvraag: o Provincie Utrecht (€ 28.677.000, inclusief btw) o Gemeente Amersfoort (€ 16.425.750, inclusief btw) o Gemeente Nijkerk (€ 2.356.855, inclusief btw) o Gemeente Barneveld (€ 1.058.145, inclusief btw) o Gemeente Leusden (€ 998.250, inclusief btw) o Gemeente Woudenberg (€ 484.000, inclusief btw)

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

40

Het Rijk verleent de beschikkingen in 2026 en gaat hiermee de verplichting aan. De Rijksbijdrage wordt vervolgens in 2026 overgeboekt, mits passend binnen de financiële kaders van het Rijk. 11. Programma UNed: Gebiedsonderzoek Amersfoort Spoorzone en Heuvelrugzone Rijk en regio onderschrijven de uitkomsten van de eindrapportage van het Gebiedsonderzoek Spoorzone Amersfoort en Heuvelrugzone voor de onderzochte gebieden: regiopoort ZeistNoord, Soesterberg, Amersfoort Centraal & Nederberg, Spooremplacement & Wagenwerkplaats, De Hoef-Oost/Midden-Isselt. Zoals omschreven in de eindrapportage zullen Rijk en regio elk vanuit de eigen rol, maar wel met elkaars betrokkenheid de verantwoordelijkheid nemen de vervolgacties verder uit te werken. De uitkomsten hiervan worden in het programma U Ned ingebracht om de samenhang in lijn met de doelstellingen van het NOVEX-ontwikkelperspectief te coördineren. Waar nodig wordt dit geagendeerd binnen de BOL/BO MIRT-cyclus. Rijk en regio spreken af een verdiepend onderzoek naar de versterking van de stations Amersfoort Centraal en Amersfoort Schothorst uit te voeren. Dit in samenhang met de preverkenning bus rapid transit (BRT) Amersfoort–Utrecht Science Park en de uitwerking van het Amersfoortse OV-anker. Het verdiepend onderzoek focust zich op een gezamenlijke probleemanalyse van de stations en directe stationsomgeving.

Daarbij wordt aangesloten bij de bestaande toekomstvisies van beide stations, zodat het onderzoek efficiënt kan worden uitgevoerd met betrokken stakeholders. Rijk en regio spreken af dat op basis van de resultaten van de probleemanalyse in het BO MIRT 2026 de uitkomsten over fasering, prioritering en het beleggen van maatregelen en eventuele benodigde vervolgonderzoeken worden geagendeerd. Rijk en regio spreken af de regie op de Heuvelrugzone voor de integrale opgave te organiseren, met bijzondere aandacht voor Defensie, mobiliteit, natuur, water en recreatie, en de afspraken te verankeren via bestuurlijke afspraken binnen de gebiedssamenwerking AtotZ, in relatie met de NOVEX-uitvoeringsagenda binnen het programma U Ned. De regio neemt het initiatief om de uitwerking van de economische opgave uit het gebiedsonderzoek mee te nemen in de proposities die zullen leiden tot de Ruimtelijke Economische Investeringsagenda. Deze investeringsagenda wordt geagendeerd op het BO Leefomgeving 2026. 12. Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming Het beschikbare budget van IenW van € 280 miljoen wordt op basis van de door de regio’s ingediende voorstellen en na beoordeling aan de hand van het vastgestelde beoordelingskader, verdeeld conform onderstaand overzicht.

De minister van IenW reserveert eenmalig een maximaal bedrag van € 68.578.500 voor de realisatie van kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming in de regio NoordwestNederland. Dit is als volgt onderverdeeld: o A10 (16) - N247 Het Schouw - € 20.850.000 o A4 (3a) - Oostelijke ontsluiting - € 2.444.100 o A7 (10) - Wognum - € 1.034.400 o A6- aansluiting 11 - € 1.400.000 o A6- aansluitingen 14 en 15 - € 3.050.000 o Rondweg Lelystad-Zuid - € 25.000.000 o A28 - Verbinding Energieweg - € 14.000.000 o A27 - Eemnes - € 800.000 De hierboven genoemde rijksbijdragen zijn allen inclusief btw en prijspeil 2025. Zolang deze middelen op het Mobiliteitsfonds staan, is het uitgangspunt dat de rijksbijdrage geïndexeerd wordt op basis van de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI). In het geval IenW zelf geen of een beperkte indexatie ontvangt van het ministerie van Financiën, kan de minister van IenW besluiten om de rijksbijdrage niet te indexeren. Alsdan treden Rijk en regio met elkaar in overleg over mogelijke vervolgacties, met inachtneming van de hieronder genoemde verantwoordelijkheden.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

41

De regio is verantwoordelijk voor de verdere uitwerking én realisatie van de maatregelen en draagt zorg dat de maatregelen binnen de planning en budget worden gerealiseerd. Daar waar aanpassingen aan het rijkswegennet nodig zijn, voert de regio dit uit conform de daarvoor geldende (RWS-)kaders en richtlijnen die door RWS zullen worden aangeleverd. De regio doet dit op zo’n manier dat de inzet van RWS beperkt blijft tot een toetsende (en waar nodig ontheffing verlenende) rol. Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst (tussen regio en RWS). De uitwerking en realisatie vindt plaats voor rekening en risico van de regio, met inachtneming van de gereserveerde eenmalige maximale bijdrage van het Rijk (inclusief btw en prijspeil 2025). Bij een dreigende budgetspanning is het aan de regio om op zoek te gaan naar versoberingen en/of optimalisaties. Indien dit niet mogelijk blijkt, kan de regio een voorstel doen aan het Rijk om een verschuiving/prioritering aan te brengen binnen de bestaande maatregelen per MIRT-regio. De Rijksbijdrage zal via een specifieke uitkering (SPUK) aan de regio (aanbestedende wegbeheerder) worden uitgekeerd. De desbetreffende aanbestedende wegbeheerder dient hiervoor een aanvraag in op het moment dat hij besluit dat de maatregel gerealiseerd zal worden.

Hierbij dient de maatregel nog steeds te voldoen aan de in het vastgestelde beoordelingskader opgenomen criteria. 13. A1/A28 Knooppunt Hoevelaken

 Rijk en regio onderkennen nogmaals dat de urgentie van de realisatie van het MIRT-project

A1/A28 Knooppunt Hoevelaken onverminderd groot blijft voor de (nationale) opgaven rondom woningbouw, werkgelegenheid, bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en ontwikkelingen van defensie in de regio. Hierbij zijn de Kamermoties het uitgangspunt. Rijk en regio nemen kennis van het plan van aanpak (routekaart) ‘A1/A28 Knooppunt Hoevelaken-variant 4’ en onderschrijven de daarin opgenomen analyse van de huidige situatie en benodigde vervolgstappen, als eerste fase in de aanpak van knooppunt Hoevelaken en A1A30 Barneveld in lijn met de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken. Rijk en regio concluderen dat voor het starten van een projectprocedure voor de ‘A1/A28 Knooppunt Hoevelaken- variant 4’ het noodzakelijk is dat de daarvoor noodzakelijke randvoorwaarden op orde worden gebracht; (1) een ‘vergunbare’ situatie over stikstof, (2) de beschikbaarheid van financiën en (3) capaciteit. Rijk en regio constateren dat deze randvoorwaarden nog niet op orde zijn waardoor de breed gedeelde ambitie om Knooppunt Hoevelaken versneld (gefaseerd) aan te pakken momenteel niet haalbaar is. Rijk en regio concluderen dat, gegeven de niet ingevulde randvoorwaarden, actieve inspanning van het Rijk nodig is om alle randvoorwaarden op orde te brengen en daarmee te komen tot (gefaseerde) herstart van het project.

Gezien de urgentie van dit project en de wil van Rijk en regio om er de schouders onder te zetten, worden gezamenlijk de mogelijkheden in de aanpak van de stikstofopgave verkend. Daarbij worden de voor de opgave benodigde provincies betrokken. Op het moment dat er voldoende perspectief is op een ‘vergunbare’ situatie over stikstof, nemen Rijk en regio een besluit over de benodigde vervolgstappen voor de ‘A1/A28 Knooppunt Hoevelaken-variant 4’, waarbij het Rijk zich actief inzet om tijdig de bijbehorende financiering en capaciteit te alloceren. Hierbij wordt breed gekeken naar financieringsmogelijkheden. Ook verkent het Rijk welke ontwerpstappen voor de A1/A28 Knooppunt Hoevelaken-variant 4’ er mogelijk zijn, zodat er tijdig een ontwerp ligt dat als basis dient voor het vervolg. 14. A6 Almere Oostvaarders-Lelystad

 Rijk en regio onderkennen het belang van de realisatie van het MIRT-project A6 Almere Oostvaarders-Lelystad. De aanpak van dit deel van de A6 is mede van groot belang voor de ontwikkeling van economie en woningbouw in Lelystad (o.m. Zuiderhage fase 2/3 in 2035) en de bereikbaarheid van Flevoland voor het verkeer tussen de Randstad en het noorden van het land.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

42

 Het Rijk zet zich in om dit MIRT-project op een gepast moment te herstarten, gekoppeld aan

 

 

  

 

2

de woningbouwontwikkeling in Lelystad, onder voorbehoud dat tijdig voldoende capaciteit beschikbaar is binnen RWS. Het Rijk reserveert een bedrag van € 131 miljoen vanuit de resterende WoMo-middelen voor een toekomstige herstart van het MIRT-project. In combinatie met de nog bij RWS aanwezige middelen is een taakstellend planflexibel budget van € 152,8 miljoen (prijspeil 2025) voor het MIRT-project A6 Almere Oostvaarders-Lelystad beschikbaar. Uit de eerdere quickscan stikstof blijkt dat de stikstofopgave niet van dermate omvang is, dat dit een herstart van het project in de weg hoeft te staan. In de vervolgprocedure zal dit nader onderzocht worden, waarbij het Rijk en de provincie Flevoland zich inzetten om de mogelijke stikstofopgave op te lossen en de verbreding van de A6 mogelijk te maken. 15. Zuidasdok Rijk en regio bevestigen nogmaals de scope en het Tracébesluit Zuidasdok. Uitgangspunt is realisatie van de gehele scope. Conform bestuurlijk besluit mei 2024 wordt met beschikbaar budget in ieder geval de zuidelijke tunnel gerealiseerd. Dit betekent dat, als eind 2026 geen positief besluit is genomen over budget/opdracht voor de noordelijke tunnel, met beschikbaar budget opdracht wordt gegeven voor tunnel zuid en KNA 2 zuid (o.b.v.

seriële realisatie, vanuit het uitgangspunt van de bevestigde scope Zuidasdok wordt in 2-5 jaar besloten over budget en opdragen van de noordelijke tunnel). Faseren van tunnel leidt tot meerkosten en een latere openstelling. In ieder geval wordt opdracht gegeven voor de Rozenoordbrug (einde levensduurvervanging brug). In oktober 2025 wordt geen budget toegevoegd aan Zuidasdok. Besluit over fasering en financiering tunnel Noord en KNA-noord wordt uiterlijk eind 2026 genomen (besluit toevoegen tussen oktober 2025 en eind 2026). Er wordt doorgewerkt aan een integraal definitief ontwerp voor realisatie van tunnel zuid en tunnel noord. Knooppunt Amstel is gegund. Na positief gunningsbesluit is gestart met ontwerp KNA Zuid. Er wordt een externe toets uitgevoerd naar de door het programma Zuidasdok toegepaste processen, methoden en technieken voor het ontwerpen en beprijzen van het programma en welke waarborgen daaromheen zijn ingericht. Er wordt een onderzoek uitgevoerd naar de economische meerwaarde Zuidasdok. 16. Multimodale Ring Alkmaar Rijk en regio hebben, conform de afspraak uit het BO MIRT Noordwest 2024, gezamenlijk onderzoek gedaan naar de bereikbaarheids- en verkeersveiligheidsopgaven van de multimodale Ring Alkmaar (waaronder Spoorzone Heerhugowaard – N9 – N242). Rijk en regio stellen het onderzoek vast en onderschrijven de conclusies.

De regio dient begin 2026 bij het ministerie van IenW de SPUK-aanvraag in voor de rijksbijdrage aan het uitgevoerde onderzoek met een maximum van € 60.000, inclusief btw. Rijk en regio spreken als vervolg op het onderzoek het volgende af: o Voor BOL-brug en Spoorviaduct over de N242 worden, onder verantwoordelijkheid van de regio en, waar noodzakelijk, met medewerking van ProRail en IenW, de in het onderzoek beschreven varianten met potentie nader uitgewerkt. De (getoetste) kosten van de varianten en de kansen voor het naar voren halen in de tijd van de uitvoering zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. De resultaten van dit vervolg worden geagendeerd voor het BO MIRT Noordwest 2026. o Rijk en regio constateren dat er voor Alkmaar als nationaal grootschalig woningbouwgebied geen budget is gereserveerd voor het mobiliteitspakket met onder andere kruispuntmaatregelen op de N9 westring Alkmaar. Vanuit de Woningbouw

KNA: project Reconstructie knooppunt Amstel

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

43

Korte Termijn is wel budget gereserveerd voor de realisatie van de aansluiting A9 Heiloo. Rijk en regio spreken af zich primair te richten op de realisatie van de aansluiting A9 Heiloo. Rijk en regio spreken daarnaast af dat de regio zelfstandig verder werkt aan het nader analyseren en uitwerken van de kruispuntmaatregelen N9 westring en N242 met prioriteit voor de kruispunten Kooimeerplein en Kennemerstraatweg. De verkeerskundige relatie/afhankelijkheid met de te realiseren aansluiting op de A9 nabij Heiloo is hierbij een aandachtspunt. De resultaten van dit vervolg worden geagendeerd voor het BO MIRT Noordwest 2026. 17. Lelylijn

 In het NOVEX-gebied Lelylijn werken Rijk en regio samen aan de ontwikkeling van een nieuwe

  

spoorverbinding tussen het noorden en de Randstad. Naast verbeterde bereikbaarheid werkt de Lelylijn structuurversterkend en biedt kansen voor economische groei, woningbouw en leefbaarheid in Noordelijk Nederland. Daarom is de Lelylijn opgenomen in de Ontwerp-Nota Ruimte 2050, het ontwerp voor de nieuwe Nationale Omgevingsvisie. Rijk en regio werken aan het Masterplan Lelylijn, met als doel de benodigde beslisinformatie te leveren voor de stap naar de MIRT-verkenning, waaronder het noodzakelijke zicht op 75% financiering voor het meest voor de hand liggende alternatief. Rijk en regio hebben de heer Klaas Knot (voormalig president van De Nederlandsche Bank) aangesteld als Lelylijn-gezant. In deze rol zal hij onder meer adviseren over realistische bekostiging en financiering voor de Lelylijn en de kosten daaraan. Hij zal ook kijken naar de geschiktheid van de MIRT-systematiek voor een project van deze omvang. De bevindingen van Klaas Knot zijn een advies aan het volgende kabinet. Het advies van de Lelylijn-gezant en de resultaten van het Masterplan worden op 30 januari gepresenteerd en besproken met bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere betrokkenen op een Lelylijnconferentie. 18. OV Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (OV SAAL) De haalbaarheid van de beoogde dienstregeling op de SAAL-corridor komt onder druk te staan door diverse knelpunten en uitdagingen.

Vanuit dit inzicht spreken Rijk en regio MRA de intentie uit om samen voortgang te blijven boeken op de SAAL-corridor en hier proactief op in te spelen. Daarom starten Rijk, in samenwerking met de regio en spoorpartners, een gezamenlijk proces voor een verdiepende analyse voor de SAAL-corridor. Deze analyse richt zich op: • Een gezamenlijk beeld en aanpak van SAAL • Een gefaseerde tussenoplossing en bijbehorende logistieke stappen • Reizigersontwikkeling en verstedelijking Rijk en regio streven ernaar deze analyse en uitwerking van de mogelijkheden in het voorjaar van 2026 in een Bestuurlijk Overleg (BO) voor te leggen, ter voorbereiding op besluitvorming over de strategische keuzevorming SAAL. 19. Spoorruit Amsterdam Voor het tijdig kunnen uitbreiden van de dienstregeling volgens de PHS-afspraken en de hoofdrailnetconcessie van IenW en NS (meer IC’s en meer sprinters) zijn er drie punten die bestuurlijke aandacht vragen: o Aandachtspunt 1. Risico dat productstappen later plaatsvinden en/of de scope van projecten moet worden bijgesteld vanwege beperkte financiële middelen bij opdrachtgevers, beschikbaarheid van personeel, materiaal en materieel (in de gehele keten), marktwerking en niet tijdige aanleg ERTMS.

Als dit risico optreedt, dan kunnen productstappen op de corridor Alkmaar – Amsterdam, Haarlem – Amsterdam en SAAL vertragen en/of worden stationsprojecten niet (volledig) gerealiseerd, met een mindere kwaliteit tot gevolg. o Aandachtspunt 2. Risico op significante extra reizigershinder de komende jaren door de grote hoeveelheid complexe werkzaamheden en buitendienststellingen in de Ruit van Amsterdam. Met ook het risico dat hierdoor mensen niet het OV nemen en ze er

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

44

later niet meer instappen. Hierbij is het van groot belang om zowel op landelijk als regionaal niveau de gedragsaanpak ‘spreiden en mijden’ uit te dragen, bijvoorbeeld in het bereikbaarheidsprogramma SBaB en hierbij is door de VRA gestart met het initiatief ‘Overheden geven het goede voorbeeld’. Daarnaast gaat het Rijk samen met de regio's aan de slag met de uitwerking van de aanpak "Spreiden en Mijden" om het mobiliteitsgedrag landelijk en regionaal structureel te verduurzamen door het verkeer slimmer en bewuster te organiseren. Het hoofddoel is het verminderen van de drukte in de spitsuren, zowel op de weg als in het openbaar vervoer, door te stimuleren dat mensen minder reizen (mijden) en hun reis op andere tijden of dagen plannen (spreiden). Het bereikbaar houden van de regio blijft urgent door de combinatie van de spoorse buitendienststellingen met de grote hoeveelheid wegwerkzaamheden. o Aandachtspunt 3. Risico dat als gevolg van huidige achterblijvende reizigersaantallen besluitvorming en/of projecten worden uitgesteld dan wel afbesteld met tot gevolg dat projecten en daarmee productstappen alsnog te laat worden opgeleverd. De extra infrastructuurcapaciteit die nu met de infrastructuurprojecten wordt gerealiseerd is in de toekomst sowieso noodzakelijk voor een robuust en betrouwbaar landelijk treinsysteem.

Resumerend: houd vast aan de scope van de projecten in de spoorruit van Amsterdam, zorg voor voldoende financiën, beperk de overlast van de werkzaamheden voor de reizigers en voorkom dat projecten te veel worden uitgesteld of mogelijk zelfs worden afbesteld. De projecten zijn sowieso nodig voor een robuust en betrouwbaar spoorsysteem. 20. Spoorknoop Haarlem Rijk en regio constateren dat er thans geen mogelijkheden zijn om het lopende instandhoudingsproject Haarlem, dat uitgaat van 1 op 1 vervanging, uit te breiden met de aanleg van infrastructuur die mogelijk nodig is om de productstap Haarlem-Amsterdam met 2 treinen per uur te faciliteren. Rijk en regio spreken af deze productstap Haarlem te betrekken bij de MidTerm Review met de NS in 2029, waarbij alle vanuit de HRN-concessie verplichte frequentieverhogingen, de vervoervraag en de benodigde infrastructuurinvesteringen landelijk en integraal tegen elkaar worden afgewogen. De regio geeft aan het niet combineren van de productstap met het instandhoudingsproject een gemiste kans te vinden om werk met werk te maken. Daarnaast wordt door de regio gewezen op het risico voor de realisatie van de woningbouwplannen en verwerken reizigersgroei. Het rijk begrijpt het signaal van de regio, echter middelen in het Mobiliteitsfonds zijn beperkt.

Dat betekent dat er voortdurend ingewikkelde keuzes moeten worden gemaakt, zoals ook in dit geval. 21. Programma Toekomstige Marktordening Spoor De regio heeft tijdens het BO MIRT Noordwest aandacht gevraagd voor de regionale betrokkenheid bij het Programma Toekomstige Marktordening Spoor. Rijk en regio hebben afgesproken om bestuurlijk het gesprek aan te gaan over de gevolgen voor regionale overheden van de besluitvorming over dit dossier. 22. Dom-tot-Dam doorfietsroute Zoals toegezegd in het Commissiedebat MIRT (CD MIRT) van 5 juli 2023 is gewerkt aan beslisinformatie voor het al dan niet realiseren van de van Dom-tot-Dam doorfietsroute. Rijk en regio stellen deze informatie vast en zetten zich in om in het BO MIRT najaar 2026 afspraken te maken over financiering en realisatie van de Dom-tot-Dam doorfietsroute. Daarnaast maken beide partijen nadere procesafspraken over de brug over het AmsterdamRijnkanaal.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

45

23. Overdracht Merwedekanaal Gemeente Utrecht en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) hebben het voornemen tot het overnemen van het eigendom en beheer van het Merwedekanaal van het Rijk met als uitgangspunten: o Overdracht van Rijkseigendommen aan de gemeente Utrecht in en langs het Merwedekanaal; o Overdracht van de wettelijke taken van Rijk naar gemeente Utrecht rond het waterstaatkundig beheer van Rijk naar gemeente Utrecht voor het Merwedekanaal, de Vaartsche Rijn en het zuidelijk deel van de Catharijnesingel; o Overdracht van de wettelijke taken van Rijk naar HDSR rond het waterkwantiteitsbeheer voor het Merwedekanaal, de Vaartsche Rijn en het zuidelijk deel van de Catharijnesingel; o Het Rijk stelt een overdrachtsvergoeding van € 136,6 miljoen, inclusief btw, beschikbaar. De exacte verdeling van de overdrachtsvergoeding tussen gemeente en waterschap volgt in de bestuursovereenkomst; o Onderdeel van de overdracht is: Een nader uit te werken afspraak over de benodigde maatregelen voor de realisatie van de KRW waterkwaliteitsdoelstellingen in het waterlichaam Merwedekanaal.  De afspraak om de vaarklasse van het Merwedekanaal te verlagen van beroepsvaart klasse 1 (klasse CEMT 1) naar recreatievaart (Am) met bijbehorende dieptes en inrichting.

Bovenop de overdrachtsvergoeding van 136,6 miljoen euro biedt het Rijk de gemeente een garantstelling voor mogelijke bodemverontreiniging van maximaal 10 miljoen euro voor de eerste 10 jaar na overdracht; Streven is een overdracht in 2027. 

o o 

Partijen werken bovengenoemde uitgangspunten in 2026 verder uit tot een bestuursovereenkomst en een koopovereenkomst. 24. Sluis Kornwerderzand Op 25 september jl. hebben de gedeputeerden van de provincies Flevoland, Overijssel en Fryslân overleg gehad met de minister van IenW over het project Verruiming Sluiscomplex Kornwerderzand. In dit overleg zijn afspraken gemaakt over de stappen die gezet moeten worden om nieuwe afspraken te maken over de realisatie van dit project. Het gaat dan over de bruggen, oplossingen voor de verzilting in relatie tot de sluis, verdiepen van de vaargeulen en actuele kostenramingen. In het komend half jaar werken Rijk en regio dit gezamenlijk uit. Parallel hieraan maken Rijk en regio afspraken over de governance, financiële consequenties, risicoverdeling en consequenties voor de huidige Bestuursovereenkomst. 25. Samenvoegen Stuurgroep Markermeer-IJmeer (SMIJ) en Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied (BPIJ) Betrokken partijen hebben besloten de Stuurgroep Markermeer-IJmeer (SMIJ) op te laten gaan in het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied (BPIJ). Het BPIJ heeft de bestuurlijke verantwoordelijkheden opgenomen, zoals die voor de SMIJ in de bestuursovereenkomst Rijkregioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM) zijn afgesproken. De gemeente Almere wordt toegevoegd aan het BPIJ. 26.

Publieke Mobiliteit Utrecht In het BO MIRT van 2024 heeft IenW € 5 miljoen gereserveerd voor de cofinanciering van regionale initiatieven van publieke mobiliteit. Concreet is er afgesproken om samen met koploperregio’s plannen voor publieke mobiliteit per regio uit te werken. Daartoe heeft IenW een leidraad opgesteld met voorwaarden waar regio’s aan dienen te voldoen voor cofinanciering vanuit het Rijk. Het plan van aanpak van de regio Midden-Nederland heeft de

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

46

 

 

 

focus op bereikbaarheid van bedrijventerreinen en ziekenhuizen door vraag gestuurd en flexibel vervoer en voldoet aan de uitgangspunten van de IenW leidraad publieke mobiliteit. Ten behoeve van de realisatie van dit plan reserveert IenW € 650.000, inclusief btw, om, met een minimale regionale cofinanciering van 50% (exclusief btw), te investeren in deze transitie. De reservering van IenW wordt omgezet in een definitieve rijksbijdrage op basis van de financiële (verdelings) afspraken in het plan van aanpak. De uiteindelijke cofinanciering wordt gebaseerd op de werkelijke kosten Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Uitkering zal plaatsvinden aan de provincie Utrecht welke optreedt als regiokassier. 27. Publieke Mobiliteit Flevoland In het BO MIRT van 2024 heeft IenW € 5 miljoen gereserveerd voor de cofinanciering van regionale initiatieven publieke mobiliteit. Concreet is er afgesproken om samen met koploperregio’s plannen voor publieke mobiliteit per regio uit te werken. Daartoe heeft IenW een leidraad opgesteld met voorwaarden waar regio’s aan dienen te voldoen.

Het plan van aanpak van Flevoland heeft de focus op integratie van het ziekenvervoer en dagbestedingsvervoer in FlexRRReis, de ontwikkeling van een hybride vervoersindicatie en opzetten van scootmobielpools. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de IenW leidraad publieke mobiliteit. Ten behoeve van de realisatie van dit plan reserveert IenW € 525.000, inclusief btw, om, met een minimale regionale cofinanciering van 50% (exclusief btw), te investeren in deze transitie. De reservering van IenW wordt omgezet in een definitieve rijksbijdrage op basis van de financiële (verdelings) afspraken in het plan van aanpak. De uiteindelijke cofinanciering wordt gebaseerd op de werkelijke kosten Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Uitkering zal plaatsvinden aan de provincie Flevoland welke optreedt als regiokassier. 28. Inclusieve deelmobiliteit In december 2022 is in de Tweede kamer een amendement van de leden Van Ginniken en Van der Molen aangenomen om € 3 miljoen beschikbaar te stellen voor pilots inclusieve deelmobiliteit (Kamerstuk II 2022-2023, 36200 A, nr. 51).

Rijk en regio beogen met het uitvoeren van de pilots om in verschillende contexten de effecten te toetsen van het stimuleren van deelvoertuigen bij mensen met een laag inkomen. Door regio’s zijn hiervoor voorstellen voor pilots ingediend die lopen in 2026 en 2027. Het Rijk draagt voor maximaal 60% bij aan de kosten van deze pilots met een minimum van € 50.000 en een maximum van € 500.000. Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Het rijksdeel van de financiering kan over de jaren 2026-2027 worden verdeeld, mits dit gelijk oploopt met de regionale cofinanciering. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 87.120 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel RochDEELT van gemeente Amsterdam (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Amsterdam). De regio draagt zelf € 58.080 bij. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 108.900 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Inclusieve deelmobiliteit voor stadspashouders (minima) van gemeente Amsterdam (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Amsterdam). De regio draagt zelf € 72.000 bij. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

47

 

€ 138.000 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel GedeeldOpWeg in de gemeente Utrecht. Ontvanger van de rijksbijdrage is gemeente Utrecht. De gemeenten draagt zelf € 92.000 bij. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 97.500 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel GedeeldOpWeg in de gemeente Veenendaal. Ontvanger van de rijksbijdrage is gemeente Veenendaal. De gemeente draagt zelf € 65.000 bij. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 230.000 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel GedeeldOpWeg in de gemeente Amersfoort. Ontvanger van de rijksbijdrage is gemeente Amersfoort. De gemeente draagt zelf € 150.000 bij. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 57.540 inclusief btw voor de realisatie van pilotvoorstel Inclusieve Deelmobiliteit Midden&Noord in de gemeente Nieuwegein. Ontvanger van de rijksbijdrage is gemeente Nieuwegein. De gemeente draagt zelf € 38.360 bij.

De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarde van een door de regio en het ministerie van IenW vastgesteld plan van aanpak, ondertekening van de regio van het door het ministerie van IenW vastgesteld afsprakenkader en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 40% van de kosten voor de pilot. 29. NOVEX-gebied MRA: Op weg naar Uitvoeringsagenda 2.0 en Regionale Investeringsagenda Rijk en regio hebben de voortgang van de verdere uitwerking van de Uitvoeringsagenda (op naar een versie 2.0) en de opzet van de eerste Regionale Investeringsagenda (RIA) besproken. In de volgende versie van de UA maken Rijk en regio de 95 maatregelen gebied specifiek en concreet. Deze maatregelen zijn gericht op beleid, onderzoek, ruimtelijke reserveringen of ruimtelijke ontwikkelingen. Per gebied maken we daartoe een duidelijk verhaal vanuit de opgaven en gewenste richting met de benodigde maatregelen uitgezet in tijd (faseren en prioriteren). Rijk en regio maken een RIA met een overzicht van de benodigde investeringen en bekostigingsmogelijkheden voor de uitvoering van de maatregelen op de drie hoofdopgaven van het Ontwikkelperspectief. Een voorbeeld van een opgave die in de gebieden concreet wordt gemaakt en in de tijd wordt gezet, is de wateroverlastopgave.

Samen met het Deltaprogramma Centraal Holland kijken Rijk en regio naar hoe de gebiedsoverstijgende vraagstukken zoals waterberging en verandering in ruimtegebruik door zoetwatertekort een plek krijgen. 30. NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort: Voortgang Uitvoeringsagenda en Regionale Investeringsagenda In het BOL 2025 hebben Rijk en Regio de Uitvoeringsagenda NOVEX-gebied UtrechtAmersfoort vastgesteld, als belangrijk instrument voor het adaptief programmeren. De uitvoeringsagenda geeft een overzicht van de maatregelen die nodig zijn om de ambities zoals aangegeven in het NOVEX-Ontwikkelperspectief te realiseren. Rijk en Regio werken aan een Regionale Investeringsagenda (RIA), als uitbreiding op de Uitvoeringsagenda om bij te dragen aan een compleet beeld van de opgaven. In dit BO MIRT zijn er belangrijke besluiten geagendeerd t.a.v. de ontwikkeling van Utrecht Groot Merwede en Rijnenburg en t.a.v. het vervolg op het Gebiedsonderzoek Amersfoort Spoorzone en Heuvelrugzone. In het BOL 2026 wordt de Regionale Investeringsagenda (RIA) voor NOVEX- UtrechtAmersfoort geagendeerd. Daarin wordt de koppeling gelegd met de (benodigde) investeringen in het vestigingsklimaat en investeringsvermogen uit de Ruimtelijk Economische Investeringsagenda (REIA). 31. Weerbaarheid en veerkracht mobiliteitssysteem Noord-Holland Noord

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

48

Het maritiem cluster en Defensie in Den Helder staan, mede door de geopolitieke ontwikkelingen, de komende jaren voor een groeiopgave. Dit leidt mogelijk tot een aanvullende regionale bereikbaarheidsopgave, die de nationale netwerken kan raken. De regio neemt het initiatief deze opgave in beeld te brengen en legt daarbij de relatie met de weerbaarheid en veerkracht van het regionale mobiliteitssysteem (naast de maritieme sector en Defensie onder andere voor de energie- en voedselvoorziening) in het geval van een eventueel voorval of crisis. Het Rijk stelt kennis en kunde beschikbaar om de regio’s hierin te ondersteunen.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

49

Regio Zuidwest-Nederland 1. Bereikbaarheid op Peil Zuidwest-Nederland: regionale bereikbaarheidsanalyses  De coördinatie voor het opstellen en vaststellen van de regionale bereikbaarheidsanalyse voor Zeeland berust bij provincie Zeeland; voor het gebied van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag bij de metropoolregio Rotterdam – Den Haag; voor de rest van Zuid-Holland bij provincie Zuid-Holland.

2. Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming Het beschikbare budget van IenW van € 280 miljoen wordt op basis van de door de regio’s ingediende voorstellen en na beoordeling aan de hand van het vastgestelde beoordelingskader, verdeeld conform onderstaand overzicht. De minister van IenW reserveert eenmalig een maximaal bedrag van € 65.650.000 voor de realisatie van kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming in de regio Zuidwest. Dit is als volgt onderverdeeld: o N57-Nieuweweg Voorne-Putten - € 17.900.000 o Deltaweg (A58)-A256-N256 zuid - € 20.000.000 o Aansluiting A4-N223 - € 18.200.000 o Bypass Rotonde N57-N497 - € 600.000 o Rotonde Serooskerke - € 5.000.000 o A20 Coldenhovelaan - € 2.100.000 o Aansluiting A29-N217 - € 1.850.000 De hierboven genoemde rijksbijdragen zijn allen inclusief btw en prijspeil 2025. Zolang deze middelen op het Mobiliteitsfonds staan, is het uitgangspunt dat de rijksbijdrage geïndexeerd wordt op basis van de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI). In het geval IenW zelf geen of een beperkte indexatie ontvangt van het ministerie van Financiën, kan de minister van IenW besluiten om de rijksbijdrage niet te indexeren. Alsdan treden Rijk en regio met elkaar in overleg over mogelijke vervolgacties, met inachtneming van de hieronder genoemde verantwoordelijkheden.

De regio is verantwoordelijk voor de verdere uitwerking én realisatie van de maatregelen en draagt zorg dat de maatregelen binnen de planning en budget worden gerealiseerd. Daar waar aanpassingen aan het rijkswegennet nodig zijn, voert de regio dit uit conform de daarvoor geldende (RWS-)kaders en richtlijnen die door RWS zullen worden aangeleverd. De regio doet dit op zo’n manier dat de inzet van RWS beperkt blijft tot een toetsende (en waar nodig ontheffing verlenende) rol. Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst (tussen regio en RWS). De uitwerking en realisatie vindt plaats voor rekening en risico van de regio, met inachtneming van de gereserveerde eenmalige maximale bijdrage van het Rijk (inclusief btw en prijspeil 2025). Bij een dreigende budgetspanning is het aan de regio om op zoek te gaan naar versoberingen en/of optimalisaties. Indien dit niet mogelijk blijkt, kan de regio een voorstel doen aan het Rijk om een verschuiving/prioritering aan te brengen binnen de bestaande maatregelen per MIRT-regio. Voor de maatregel ‘N57-Nieuweweg Voorne-Putten’ geldt dat Rijk en regio gezamenlijk naar rato risicodragend (op basis van wegbeheerschap) zijn, omdat dit een maatregel betreft waarbij grotendeels sprake is van aanpassingen aan het Rijkswegennet (hoofdwegennet).

Voor de maatregelen ‘Aansluiting A4-N223’ en ‘Bypass Rotonde N57-N497’ geldt dat het Rijk geheel risicodragend is conform eerdere bestuurlijke afspraken Rijk-regio. Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst. De Rijksbijdrage zal via een specifieke uitkering (SPUK) aan de regio (aanbestedende wegbeheerder) worden uitgekeerd. De desbetreffende aanbestedende wegbeheerder dient hiervoor een aanvraag in op het moment dat hij besluit dat de maatregel gerealiseerd zal worden. Hierbij dient de maatregel nog steeds te voldoen aan de in het vastgestelde beoordelingskader opgenomen criteria.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

50

 

3. Middellange Termijn Aanpak (MTA) A4 Haaglanden-N14 2026-2035 Tijdens het BO MIRT Zuidwest najaar 2024 heeft de Minister van IenW besloten om € 8,5 miljoen te reserveren voor een Middellange Termijn Aanpak (MTA) van 10 jaar (periode 20262035) en € 7,5 miljoen voor ondersteunende maatregelen (fietsinfrastructuur, hubs, Park & Ride en logistiek) voor de A4 Haaglanden-N14. Dit met als doel om zoveel mogelijk rit- en/of spitsvermijdingen te realiseren. Partijen – de MRDH, de PZH en de Minister van IenW – zijn nadien overeengekomen om dit besluit te wijzigen. Naar aanleiding van consultatie van het samenwerkingsverband ZuidHolland Bereikbaar (ZHB) en overleg met de MRDH en de PZH zal de Minister ZHB opdracht geven voor de aanpak ter waarde van € 4 miljoen in plaats van € 8,5 miljoen voor de periode 2026-2035. De Minister zal daarnaast € 12 miljoen reserveren voor kleine ondersteunende infrastructurele maatregelen voor Openbaar Vervoer, fiets en hubs in plaats van € 7,5 miljoen. De daarbij behorende afspraken zullen zo spoedig mogelijk door middel van een brief van de MRDH en de PZH aan de Minister worden vastgelegd. Partijen komen overeen dat de MRDH op grond van deze BO MIRT afspraak en de hierboven bedoelde brief een SPUK-subsidie zal aanvragen voor deze € 12 miljoen inclusief btw. De intentie is dat deze SPUK in het eerste kwartaal van 2026 door de regio wordt aangevraagd.

De MRDH zal optreden als subsidieverstrekker voor de kleine ondersteunende infrastructurele maatregelen aan de betreffende wegbeheerder (MRDH gemeente of provincie) die deze maatregelen zullen uitvoeren. De MRDH zal zich daarbij inspannen om de voortgang van de realisatie van de maatregelen te bewaken, zodat deze maatregelen uiterlijk in 2030 gereed zijn voor gebruik. De Minister van IenW zal de SPUK-subsidie zo spoedig mogelijk verlenen. De genoemde bedragen worden, zolang ze op het Mobiliteitsfonds staan, door het Rijk jaarlijks geïndexeerd met de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI). In het geval IenW zelf geen of een beperkte indexatie ontvangt van het ministerie van Financiën, kan de minister van IenW besluiten om de rijksbijdrage niet te indexeren. 4. Mitigerende maatregelen A15 Papendrecht-Gorinchem Tijdens het BO MIRT ZWN najaar 2024 heeft de Minister van IenW besloten om € 8,5 miljoen te reserveren voor het verlengen van de lopende Korte Termijn Aanpak A15 voor de A15 Papendrecht-Gorinchem met 10 jaar tot een Middellange Termijn Aanpak (MTA) 2026-2035 en € 7,5 miljoen te reserveren voor kleine ondersteunende maatregelen (fietsinfrastructuur, hubs, Park & Ride en logistiek) voor deze MTA. Dit met als doel om zoveel mogelijk rit- en/of spitsvermijdingen te realiseren.

De Minister van IenW heeft het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar (ZHB) eerder dit jaar opdracht gegeven voor de aanpak ter waarde van € 8,5 miljoen voor de periode 20262035. De Minister heeft daarnaast € 7,5 miljoen gereserveerd voor kleine ondersteunende infrastructurele maatregelen voor Openbaar Vervoer, fiets, hubs en logistiek. Partijen, de gemeenten Dordrecht, Gorinchem en Molenlanden, de Provincie Zuid-Holland, het Waterschap Rivierenland en de Minister van IenW, komen overeen dat zij zo spoedig mogelijk een bestuurlijke overeenkomst zullen sluiten ten aanzien van deze € 7,5 miljoen. Partijen komen overeen dat de gemeente Dordrecht op grond van deze overeenkomst een SPUK-subsidie zal aanvragen voor deze € 7,5 miljoen inclusief btw en zal optreden als opdrachtgever voor de kleine ondersteunende infrastructurele maatregelen. De intentie is dat deze SPUK in het eerste kwartaal van 2026 door de regio wordt aangevraagd. De Minister van IenW zal de SPUK-subsidie zo spoedig mogelijk verlenen. 5. Toekomstbeeld Midden Zeelandroute en Zeelandbrug De Provincie Zeeland stelt aan het Rijk een rapportage beschikbaar over de instandhouding en maximale levensduur (huidige functie) van de Zeelandbrug. Het ministerie van IenW laat een toets uit te voeren naar de uitkomsten en geeft de bevindingen terug aan de Provincie Zeeland.

De Provincie Zeeland en het ministerie van IenW starten gezamenlijk en als beoogd onderdeel van de strategische agenda Zeeland 2050, een variantenonderzoek naar de Oeververbinding

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

51

Oosterschelde. In dit onderzoek wordt naast de twee varianten voor vernieuwing (één-op-één vernieuwing versus vernieuwing met 2x1 rijstrook conform de huidige kaders en richtlijnen, zoals voor nieuwbouw) ook beschreven welke onderzoeken noodzakelijk zijn voor een nieuwe oeververbinding met 2x2 rijstroken. De kosten van het onderzoek worden 50/50 tussen Provincie Zeeland en ministerie van IenW gedeeld. De instandhoudingskosten van de Zeelandbrug dan wel de investeringskosten van een nieuwe oeververbinding worden niet op voorhand 50/50 gedragen. Hierover dienen te zijner tijd afspraken te worden gemaakt op basis van de onderzoeksresultaten en de financiële situatie bij Rijk en regio. Voor de uitwerking en de opvolging van het variantenonderzoek richten Provincie Zeeland en het Rijk een gezamenlijke governance in, waarvan een gezamenlijk expertteam onderdeel wordt. Over de inzet van Rijkswaterstaat vindt overleg plaats. In het BO MIRT eind 2026 nemen Rijk en regio, op basis van de dan voorliggende uitgewerkte strategische agenda Zeeland 2050 en de resultaten van het variantenonderzoek, een besluit over het vervolgtraject. De voorziene technische restlevensduur van de Zeelandbrug is daarbij een belangrijke factor. Rijk en regio gaan hiermee voortvarend aan de slag gezien de complexiteit van de opgave. 6.

MIRT-Verkenning Oude Lijn Rijk en Regio constateren op basis van de onderzoeken in de MIRT-Verkenning dat de schaalsprong op de Oude Lijn een belangrijke randvoorwaarde is om de verstedelijkingsopgave mogelijk te maken, de regio bereikbaar te houden en de agglomeratiekracht te versterken, de kansen voor mensen te vergroten, de sociale veiligheid te verbeteren en duurzame mobiliteit te stimuleren in de Zuidelijke Randstad. Uit de verkenning blijkt dat dit samenhangend pakket aan infrastructurele maatregelen een ongekend hoge maatschappelijke kosten-baten score kent. Rijk en regio houden vast aan de eindbeelden van de Verkenning, passend bij het verstedelijkingsakkoord. Rijk en regio werken door aan alle hiervoor benodigde onderdelen, starten de planning- en studiefase waar dat kan en werken parallel de verkenning verder uit voor de andere onderdelen. Om de eindbeelden van de Oude Lijn te realiseren is aanvullend circa 2 miljard nodig. Rijk en regio hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid hiervoor financiering te vinden en sluiten hiervoor een pact. Rijk en regio stellen vast dat voor wat betreft de knooppunten waar de verkenningstudie is afgerond, zo snel mogelijk gestart kan worden met de planning- en studiefase. Voor het onderdeel citysprinter en nieuwe stations zal de verkenning afgerond worden in 2026, na vaststelling van de Voorkeursbeslissing.

Rijk en regio spreken af te starten met de onderdelen waar begonnen kan worden, zodat de huidige beschikbare middelen zo snel mogelijk maatschappelijk renderen. De capaciteit en sociale en fysieke veiligheid op de bestaande knooppunten vormen knelpunten die de verstedelijking en reizigersgroei op termijn belemmeren. Partijen starten voor de knooppunten Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI en Schiedam Centrum met de planning- en studiefase. Voor knooppunt Dordrecht zijn partijen het eens over de benodigde maatregelen, maar moeten nadere afspraken worden gemaakt over de daarbij behorende kostenverdeling. Rijk en regio zetten gelijktijdig in op een frequentieverhoging naar 8 sprinters per uur. Deze frequentieverhoging levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen. Dit versterkt het effect van de andere onderdelen van de schaalsprong en vergroot de impact. Het Rijk werkt in 2026 nader uit welke maatregelen op het spoor hiervoor binnen en buiten de Zuidelijke Randstad nodig zijn. Daarbij vinden partijen van belang dat ook ruimte blijft voor verdere groeimogelijkheden op het spoor conform de doorgroeireferentie uit het Toekomstbeeld OV. Rijk en regio spreken af vanuit de beschikbare middelen voor de Oude Lijn budget te reserveren voor de benodigde maatregelen binnen het Oude Lijn-gebied.

Voor de nieuwe stations en spoorverdubbeling start de planning- en studiefase na de afronding van de verkenning en het nemen van een voorkeursbeslissing, voorzien in 2026. Partijen houden hiervoor een substantieel deel van het budget gereserveerd. Partijen zetten zich in om de nieuwe stations en de spoorverdubbeling in 2040 gerealiseerd te hebben.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

52

  

Partijen hebben daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid het totale budget hiervoor aan te vullen. Partijen constateren dat voor de stations Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle de spoorverdubbeling tussen Delft en Schiedam randvoorwaardelijk is. Dat geldt niet voor de nieuwe stations Dordrecht Leerpark en Rijswijk Buiten. Rijk en regio behouden een reservering voor de spoorverdubbeling binnen het huidig budget. Daarnaast maken Rijk en regio binnen het huidig budget een reservering voor het station Rijswijk Buiten, en, afhankelijk van de afspraak over station Dordrecht, ook een reservering voor Dordrecht Leerpark. Bij de voorkeursbeslissing maken Rijk en regio definitieve financiële afspraken over de spoorverdubbeling en alle nieuwe stations. Aanvullend op de startbeslissing wordt door Rijk en regio samen circa € 275 miljoen inclusief btw in het kader van WoMo beschikbaar gesteld. Daarbovenop stelt de regio nog circa € 37 miljoen inclusief btw beschikbaar. Met ProRail en NS worden afspraken gemaakt over een aanvullende bijdrage. De MRDH stelt € 25 miljoen inclusief btw beschikbaar als startbudget voor de landschapsversterking van het Bijzonder Provinciaal Landschap, in relatie tot de spoorverdubbeling. Partijen stellen een bestuursovereenkomst op met concrete afspraken over de vervolgstappen voor de realisatie van de gehele schaalsprong op de Oude Lijn.

Dit betreft onder andere de inrichting en governance van de planning- en studiefase en afspraken over budgetverdeling, indexatie, risicoverdeling en flankerend mobiliteitsbeleid langs de Oude Lijn. 7. Bus Rapid Transit Leiden Zoetermeer Rijk en regio bevestigen de meerwaarde van de realisatie van het project Bus Rapid Transit Leiden Zoetermeer (BRT LeiZo) voor de ontwikkeling van het gebied tussen Leiden en Zoetermeer en voor de ontsluiting van woongebieden. Rijk en regio hebben gezamenlijk € 74 miljoen (prijspeil 2024 inclusief btw) gereserveerd om de realisatie van het project BRT LeiZo mogelijk te maken. Het Rijk en de regio nemen daartoe ieder 50% voor hun rekening, waarbij de bijdrage van het Rijk taakstellend is. Het bedrag wordt door Rijk en regio jaarlijks geïndexeerd met de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI) of wat jaarlijks qua index wordt verstrekt door het Ministerie van Financiën. De provincie Zuid Holland is verantwoordelijk voor het realiseren van het project. Zij doet dat in samenwerking met de betrokken gemeenten Leiden, Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg en Zoeterwoude en met de MRDH. De provincie Zuid Holland zal, indien een (deel) project in uitvoering gaat, aan het Rijk schriftelijk een verzoek indienen voor een Rijksbijdrage aan dat onderdeel.

Het verzoek zal in ieder geval informatie bevatten over planning, opleverdatum en een gewenste kasritme m.b.t. de Rijksbijdrage. Daarnaast zal als onderdeel van het verzoek de tot dan gemaakte kosten voor de verkennings- dan wel de voorbereidingsfase inzichtelijk worden gemaakt. Het Rijk zal haar bijdrage uitkeren door middel van een specifieke uitkering (SPUK) conform de Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten. Rijk en regio spreken af dat -eventuele- meerkosten voor de BRT LeiZo voor rekening komen van de regionale partijen. De voorbereidingskosten voor de vervolgfases BRT LeiZo en de realisatiefases BRT LeiZo worden gedekt uit de hierboven beschreven budgetten. 8. Publieke Mobiliteit MRDH In het BO MIRT van 2024 heeft IenW € 5 miljoen gereserveerd voor de cofinanciering van regionale initiatieven publieke mobiliteit. Concreet is er afgesproken om samen met koploperregio’s plannen voor publieke mobiliteit per regio uit te werken. Daartoe heeft IenW een leidraad opgesteld met voorwaarden waar regio’s aan dienen te voldoen. Het plan van aanpak van MRDH heeft de focus op de introductie van vraaggestuurd OV, integratie van reizigersgroepen (doelgroepen en ov) en voldoet aan de uitgangspunten van de IenW leidraad publieke mobiliteit.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

53

 

 

 

 

Ten behoeve van de realisatie van dit plan reserveert IenW aanvullend € 800.000 inclusief btw om, met een minimale regionale cofinanciering van 50% (exclusief btw), te investeren in deze transitie. De reservering van IenW wordt omgezet in een definitieve rijksbijdrage op basis van de financiële (verdelings) afspraken in het plan van aanpak. De uiteindelijke cofinanciering wordt gebaseerd op de werkelijke kosten Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Uitkering zal plaatsvinden aan de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag welke optreedt als regiokassier. 9. Spitsspreiden en -mijden en Zuid-Holland Bereikbaar Het Rijk investeert € 500.000 inclusief btw in monitoring en evaluatie en impulsmaatregelen van Zuid-Holland Bereikbaar (ZHB) in 2025 (ontvanger MRDH). Rijk en regio investeren € 2.684.000 inclusief btw voor aanvullende impulsmaatregelen. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 643.500 inclusief btw (ontvanger gemeente Rotterdam) en een maximum van € 698.500 inclusief btw (ontvanger gemeente Den Haag). De gemeenten Rotterdam en Den Haag investeren dezelfde bedragen.

Rijk en regio investeren € 18.876.000 inclusief btw voor 2026 en 2027 in het integrale maatregelenpakket van het samenwerkingsverband ZHB. Het Rijk financiert maximaal 50% van dit programmabudget, tot een maximum van € 9.438.000 inclusief btw (ontvanger: MRDH). Hiermee wordt invulling gegeven aan eerder gemaakte afspraken in het kader van het Strategische Koersdocument 2026-2030 van ZHB. De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een vastgesteld plan van aanpak dat januari 2026 door ZHB wordt ingediend bij het Rijk. Het plan van aanpak voldoet aan de voorwaarden van de aanpak Spitsspreiden en mijden. Rijk en regio spreken af tenminste elk voorjaar een gesprek te hebben over resultaten en bijsturing. In het najaar spreken de partijen over de voortgang, planning, financiën en inzet. 10. Pilots Inclusieve deelmobiliteit In december 2022 is in de Tweede kamer een amendement van de leden Van Ginniken en Van der Molen aangenomen om € 3 miljoen beschikbaar te stellen voor pilots inclusieve deelmobiliteit (Kamerstuk II 2022-2023, 36200 A, nr. 51). Rijk en regio beogen met het uitvoeren van de pilots om in verschillende contexten de effecten te toetsen van het stimuleren van deelvoertuigen bij mensen met een laag inkomen. Door regio’s zijn hiervoor voorstellen voor pilots ingediend die lopen in 2026 en 2027.

Het Rijk draagt voor maximaal 60% bij aan de kosten van deze pilots met een minimum van € 50.000 en een maximum van € 500.000. Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Het rijksdeel van de financiering kan over de jaren 2026-2027 worden verdeeld, mits dit gelijk oploopt met de regionale cofinanciering. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 300.000 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Inclusieve deelmobiliteit Den Haag: toegankelijke en betaalbare mobiliteit voor iedereen van gemeente Den Haag (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Den Haag). De regio draagt zelf bij € 200.000. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 57.540,= inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Inclusieve Deelmobiliteit Midden & Noord van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Bodegraven-Reeuwijk). De gemeente draagt zelf € 38.360 bij. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16606823/1