34. Memo Uitkomsten BO MIRT; Afsprakenlijst MIRT - Bestuurlijke Overleggen MIRT 5, 7 en 8 januari 2026
Tekst van het document
€ 8.510.343
735
€ 4.991.940
€ 2.701.575
Laarbeek
Tilburg Binnenstad (locatie Bakertand Goirle) Beekse Akkers N615
593
€ 5.899.170
€ 7.831.439
Maastricht Maastricht
Spoor Zuid Traga-Zinkwit
1.108 1.127
€ 9.466.616 € 11.144.000
€ 8.800.000 € 21.575.000
Maastricht Meierijstad
Stationskwartier Ontwikkelas Veghel
549 2.490
€ 5.452.600 € 28.289.368
€ 3.536.500 € 15.309.283
Oisterwijk
Haarendael
243
€ 711.425
€ 616.000
Oisterwijk
Pannenschuur VI
280
€ 873.113
€ 756.000
Oisterwijk
Moergestel Noord
330
€ 1.358.175
€ 1.176.000
Oosterhout
Oosterhout Wilhelminakanaal Zuid e.o.
565
€ 3.744.683
€ 3.763.500
Roermond
Weerstand Roermond
400
€ 2.670.445
€ 1.445.156
Roermond
Roerdelta Roermond
400
€ 3.505.088
€ 1.912.989
Roosendaal
Spoorzone Roosendaal
2.353
€ 45.255.879
€ 24.491.005
Stadsregio Parkstad Limburg
Stadsregio Parkstad Limburg
2.904
€ 27.896.019
€ 15.096.415
Herinrichting kruisingen, aanleg fietspaden, snelheidsverlagingsmaatregelen Aanleg rotondes, herinrichting ontsluitingswegen, realisaite bushalte Aanleg rotonde, aanleg fiets- en voetgangerstunnel, herinrichting ontsluitingsweg Aanleg fiets- en voetgangerspaden Aanleg fiets- en voetgangersbrug, aanleg ontsluitingsweg Aanleg fiets- en voetgangerspaden Herinrichting ontsluitingswegen, herinrichting kruisingen, aanleg HOV Verbreding ontsluitingsweg; ruimte creëren voor langzaam verkeer Herinrichting kruispunt, aanleg fietsstraat Herinrichting straat voor aanleg auto en fiets- en voetgangers Aanleg ontsluitingswegen, aanleg rotondes, herinrichting ontsluitingswegen, herinrichting erftoegangswegen, aanleg voetgangersvoorzieningen Aanleg ontsluitingsweg, aanleg fiets- en voetgangerspaden Herinrichting erftoegangswegen naar fietsstraat, herinrichting ontsluitingsweg, aanleg fietspad Aanleg fietstunnel, mobiliteitshub, verplaatsen P&R, herinrichting voetgangerspaden, herinrichting spoorwegovergang Verplaatsen bushalte, aanleg ontsluitingsweg, herinrichting
Bergen op Zoom Bernheze
Boekel Boxtel
Dongen Eindhoven
Goirle
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
Maatregelen
Opwaarderen rotonde naar turborotonde Herinrichting erftoegangsweg tot ontsluitingsweg, aanleg mobiliteitshub, herinrichting ontsluitingsweg
21
Tilburg
2.000
€ 18.488.427
€ 10.005.333
Tilburg
Oostflank SRBT Tilburg Noord
2.313
€ 27.317.143
€ 14.783.146
Venlo
Venlo Noord
500
€ 3.533.115
€ 1.912.006
Venlo
MiddengebiedVeilingterrein
940
€ 6.697.373
€ 3.624.401
Venlo
Kazernekwartier
1.352
€ 10.478.704
€ 5.670.733
Waalwijk
Waalwijk Centrum en Landgoed Driessen
2.450
€ 29.335.575
€ 15.875.456
Weert Weert
Drakensteyn Hornekwartier en Spoorzone Weert
350 1.527
€ 2.701.847 € 17.315.205
€ 1.462.152 € 9.370.424
ontsluitingswegen, herinrichting erftoegangswegen, aanleg rotonde, herinrichting kruisingen Aanleg ontsluitingsweg, aanleg fietspaden Aanleg HOV-as, aanleg fietspaden, aanleg fietsbrug Aanleg ontsluitingswegweg, aanleg vrijliggend fietspad, aanleg voetpad. Herinrichting kruising, herinrichting ontsluitingsweg, aanleg fietsroute Aanleg ontsluitingsweg, aanleg erftoegangsweg, aanleg fietspaden Mobiliteitshub, gebiedsontsluitingsweg, aanleg fietsstraat Aanleg fiets- en voetgangerspaden Aanleg fiets- en voetgangerstunnel, aanpassen kruisingen, verbreding ontsluitingsweg, aanleg rotondes, verbeteren fiets- en voetgangerspaden
Grootschalige woningbouw:
2. Eindhoven Internationale Knoop XL en HOV4 In het nationaal grootschalige woningbouwgebied Eindhoven Internationale Knoop XL (gemeenten Eindhoven en Veldhoven) worden tot en met 2030 11.500 woningen gebouwd, zoals afgesproken in het BO MIRT 2022. Aanvullend wordt er in de Eindhoven Internationale Knoop XL tot en met 2034 gestart met de bouw van circa 4.000 extra nieuwe woningen. Circa 3000 woningen worden gebouwd in de gemeente Eindhoven en circa 1000 woningen worden gebouwd in de gemeente Veldhoven. Voor de ontsluiting en bereikbaarheid van deze woningen reserveert het Rijk een bijdrage van circa € 32,5 miljoen voor de gemeente Eindhoven en circa € 28 miljoen voor de gemeente Veldhoven. De middelen zijn bedoeld voor maatregelen ten behoeve van de HOV4, verkeerscirculatieplan binnenstad Eindhoven, interwijkverbindingen, wegaanpassingen, en infra rond stationsgebied Zuid onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert. Het Rijk reserveert voor dit gebied een bijdrage van circa € 6,3 miljoen voor Eindhoven vanuit het Gebiedsbudget voor maatregelen ten behoeve van (her)inrichting openbare ruimte en verwervingen/(bedrijfs)verplaatsingen onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert.
Het Rijk reserveert voor dit gebied een bijdrage van circa € 9,6 miljoen voor Veldhoven vanuit het Gebiedsbudget voor maatregelen ten behoeve van (her)inrichting openbare ruimte en verwervingen/(bedrijfs)verplaatsingen onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert. 3. Brabantse Stedenrij – Breda CrossMark ’t Zoet In het nationaal grootschalige woningbouwgebied Breda CrossMark ‘t Zoet, onderdeel van de Brabantse Stedenrij, worden tot en met 2030 2.900 woningen gebouwd, zoals afgesproken in het BO MIRT 2022. Het Rijk reserveert voor dit gebied een aanvullende bijdrage van circa € 24,5 miljoen vanuit het Gebiedsbudget voor maatregelen ten behoeve van toekomstbestendigheid, (her)inrichting openbare ruimte en verwervingen/(bedrijfs)verplaatsingen onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
22
4. Brabantse Stedenrij – Spoorzone Den Bosch In het nationaal grootschalige woningbouwgebied Spoorzone Den Bosch, onderdeel van de Brabantse Stedenrij, worden tot en met 2030 4.800 woningen gebouwd, zoals afgesproken in het BO MIRT 2022. Aanvullend wordt er in de nabijheid van het station tot en met 2034 gestart met de bouw van circa 1.000 extra nieuwe woningen. Voor de ontsluiting en bereikbaarheid van deze woningen reserveert IenW aanvullend een bijdrage van circa € 61,4 miljoen vanuit de inframiddelen voor Woningbouw en Mobiliteit voor Bosch Centraal. Om tot een sluitende financiering voor het project Bosch Centraal te komen, spreken partijen af: o De scope van het beoogde voorkeursalternatief wordt via optimalisaties zodanig aangepast dat de financieringsopgave op ramingsniveau € 393 miljoen omvat. Het betreft dan de bestaande scope, uitgebreid met de aanleg van een nieuw busstation (inclusief ontsluiting) en verbreding van perron 6/7. o IenW reserveert € 44,5 miljoen uit het Mobiliteitsfonds. o Voor dekking van het voorkeursalternatief is voorzien in een bijdrage van € 20 miljoen van NS en ProRail, waarover deze partijen hebben aangegeven dat zij op basis van een positieve businesscase en toch al noodzakelijke vervangingen mogelijkheden zien. o De regio reserveert aanvullend en verhoogd € 40,5 miljoen voor Bosch Centraal.
o Met deze bijdragen is er een sluitende financiering ontstaan voor in totaal € 393 miljoen. o Rijk en regio ronden de Verkenning af en werken dit uit in een voorkeursbeslissing voor Bosch Centraal, waarna de planuitwerking kan starten. Het Rijk reserveert een bijdrage van circa € 25,3 miljoen vanuit het gebiedsbudget voor maatregelen in de Spoorzone Den Bosch ten behoeve van toekomstbestendigheid en (her)inrichting openbare ruimte in Spoorzone Den Bosch, onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert. 5. Brabantse Stedenrij – Tilburg Kenniskwartier In het nationaal grootschalige woningbouwgebied Tilburg Kenniskwartier, onderdeel van de Brabantse Stedenrij, worden tot en met 2030 5.000 woningen gebouwd, zoals afgesproken in het BO MIRT 2022. Aanvullend wordt er in Tilburg Kenniskwartier tot en met 2034 gestart met de bouw van circa 800 extra nieuwe woningen. Voor de ontsluiting en bereikbaarheid van deze woningen reserveert het Rijk een bijdrage van circa € 31,3 miljoen voor twee HOV-banen en daaraan gekoppelde flankerende maatregelen en de herinrichting van twee straten in het gebied onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert.
Het Rijk reserveert een bijdrage van circa € 67,4 miljoen vanuit het Gebiedsbudget voor maatregelen ten behoeve van toekomstbestendigheid, (her)inrichting openbare ruimte en verwervingen/(bedrijfs)verplaatsingen onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert. Rijk en regio zijn overeengekomen de geografische scope van de nationaal grootschalige woningbouwlocaties Kenniskwartier te optimaliseren. Het Kenniskwartier bestaat daarom uit het gebied dat geografisch begrensd wordt binnen de wijken Het Zand, De Reit, Noordhoek en Spoorzone-Zuid, zodat het beter aansluit bij de opgaven en er een fysieke koppeling wordt gerealiseerd met de Tilburgse binnenstad en Spoorzone. Begin 2026 start de gemeente Tilburg het verdiepend onderzoek (Integraal Handelingsperspectief Stap 3) naar de toekomstige ontwikkeling van station Tilburg Universiteit. In nauwe samenwerking tussen het Rijk (IenW en VRO), de provincie NoordBrabant, ProRail en NS wordt uitgewerkt welke aanpassingen aan het station passend zijn bij een toekomstige groei van de vervoersvraag. Deze groei wordt gebaseerd op de toename aan woningbouw en andere ruimtelijk-economische ontwikkelingen in de regio en het Kenniskwartier zelf.
Dit vervolgonderzoek levert beslisinformatie op om bij het BO Leefomgeving in het voorjaar of het BO MIRT in het najaar van 2026 te bepalen welke stappen passend zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het station.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
23
6. Helmond Centrum+ Helmond Centrum+ is één van de vier nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden die in de ontwerp Nota Ruimte zijn aangewezen en bestaat uit de deelgebieden Centrum, Stationskwartier (inclusief Suytkade) en Houtsdonk. Tot en met 2034 kunnen hier circa 4.900 woningen worden gebouwd. Voor de ontsluiting en bereikbaarheid van deze woningen is een voorstel ingediend voor een rijksbijdrage van circa € 98 miljoen voor een mobiliteitspakket met onder andere kruispuntmaatregelen, aanpassingen aan het onderliggen wegennet en fietsmaatregelen. De mobiliteitsmaatregelen uit dit voorstel zijn grotendeels positief beoordeeld. Het Rijk heeft besloten om de inzet van de schaarse infra-middelen te beperken tot de bestaande 17 nationaal grootschalige woningbouwgebieden om prioriteit te kunnen geven aan het ‘afmaken’ van de al gemaakte bestuurlijke afspraken. Het Rijk reserveert nu een bijdrage van circa € 33,7 miljoen vanuit het Gebiedsbudget voor maatregelen ten behoeve van toekomstbestendigheid, (her)inrichting openbare ruimte en verwervingen/(bedrijfs)verplaatsingen onder voorwaarde dat de regio minimaal eenzelfde bijdrage reserveert. Dit is de eerste stap die het Rijk voor deze gebieden kan nemen ten behoeve van de woningbouw. De inframaatregelen binnen de ingediende aanvraag bieden voor een volgend kabinet een logisch pakket om een vervolgstap op te nemen.
Bereikbaarheid is randvoorwaardelijk voor grootschalige woningbouw. De regio geeft aan dat de ingediende infra-maatregelen onderdeel uitmaken van een integraal pakket dat onlosmakelijk is verbonden met de woningbouwopgave. Rijk en regio onderschrijven het belang om vertraging te voorkomen en het volledig opgevoerde aantal woningen te kunnen bouwen. Het Rijk gaat daarom met de vier nieuwe nationale grootschalige woningbouwgebieden in gesprek over wat binnen de bestaande afspraken en in de toekomst mogelijk is.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
24
Reguliere MIRT-afspraken Nationale afspraken
1. Bereikbaarheid op Peil Rijk en regio hebben in samenspraak een plan van aanpak ontwikkeld voor regionale bereikbaarheidsanalyses. Hiermee geven Rijk en regio invulling aan de opgave om de aandachtspunten voor bereikbaarheid bij verschillende voorzieningen (inclusief wonen en werken) in alle regio’s scherp te krijgen. Het plan van aanpak richt zich uitsluitend op de analysefase: het tot stand brengen van de regionale bereikbaarheidsanalyses. Het Rijk heeft voor alle regio’s met de standaardmethodiek van het nationaal bereikbaarheidspeil regionale data verzameld. Deze data wordt binnen drie maanden door het Rijk gedeeld met de MIRT-landsdelen. De regio’s valideren en verrijken deze informatie in 2026 met hun kennis en inzichten. Op een vergelijkbare wijze zal vervolgens door het Rijk, gevalideerd en verrijkt met de kennis en inzichten van de regio’s, gebiedsspecifieke inzichten worden bijeengebracht over de bereikbaarheidsbarrières onder de inwoners van het gebied, de middellange termijn ontwikkelingen in het gebied en de relevante gebiedsspecifieke informatie over de brede welvaart in het gebied. Op basis van de verzamelde informatie stellen de regio’s regionale bereikbaarheidsanalyses op. Per regio kan er verschil zijn in de inspanningen die geleverd worden om aanvullingen aan te leveren en in de snelheid van de oplevering daarvan.
Gedurende deze fase stelt IenW kennis en kunde beschikbaar om regio’s te ondersteunen. Uiterlijk op het BO MIRT van 2026 zijn deze regionale bereikbaarheidsanalyses gereed om resultaten te bespreken en vervolgafspraken te maken. In de vervolgfase zijn deze bereikbaarheidsanalyses de basis voor een gezamenlijk gesprek tussen diverse overheden over het kwaliteitsprofiel van bereikbaarheid in de regio’s: naar welke bereikbaarheid werken we toe, gegeven de verschillende uitgangsposities, ontwikkelingen en opgaven in de gebieden? Voor de inrichting van deze vervolgfase ontwikkelen Rijk en regio’s komende periode een aanpak. Uitgangspunt daarbij is dat in de toekomst bij voorgenomen nieuw beleid – zoals ruimtelijke ontwikkeling, mobiliteit, voorzieningenbeleid – van Rijk en/of regio met potentieel effect in de bereikbaarheid van voorzieningen en banen inzicht geboden zal worden in die effecten en dat dit inzicht wordt betrokken in de afweging. Daarmee is het tot stand brengen van regionale bereikbaarheidsanalyses niet iets vrijblijvends. 2. Spitsspreiden en -mijden Rijk en regio hebben voor de periode 2025-2026-2027 financiële afspraken gemaakt over de aanpak spitsspreiden en -mijden. Onderdeel van de aanpak zijn landelijke en regionale maatregelen, ontwikkeling en ontsluiting van kennis en data, en communicatie.
Het Rijk streeft ernaar om aanvullende afspraken te maken met de regio voor de periode 2028-2029. 3. Toekomstperspectief Hoofdwegennet
Het Toekomstperspectief Hoofdwegennet is het langetermijnbeleidskader van IenW voor het
beheren en ontwikkelen van het hoofdwegennet, in samenhang met de ruimtelijke ontwikkeling en met andere netwerken en vervoerswijzen. Als onderdeel van de Mobiliteitsvisie. Rijk en regio hebben in 2025 verkend hoe het Toekomstperspectief met de functionele benadering van het wegennet kan helpen samen efficiënte, toekomstbestendige keuzes te maken. De functionele benadering is vervolgens opgenomen in de Ontwerp Nota Ruimte, met de aankondiging deze samen uit te werken. Rijk en regio spreken af het Toekomstperspectief Hoofdwegen in 2026 en 2027 gebiedsgericht uit te werken. Doel is in het BO MIRT 2026 een gezamenlijk beeld van de gewenste functie van
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
25
de hoofdwegen vast te stellen en een eerste beeld van de belangrijkste opgaven (bereikbaarheid, betrouwbaarheid/robuustheid, veiligheid en leefomgeving) richting 2050 en hoe deze samen aan te pakken te bepalen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van bestaande Rijkregio (gebieds)agenda’s, afspraken en samenwerking; inclusief rond Bereikbaarheid op Peil en onderzoek naar kansen en voorwaarden voor Bus Rapid Transit in Noord-Nederland, te beginnen bij de regio Groningen-Assen. De werkzaamheden en resultaten worden tevens benut voor de Rijk-regio inbreng in de Uitvoeringsagenda Nota Ruimte en de gezamenlijke programmering in de MIRT-gebiedsagenda’s.
4. Vrachtwagenheffing De afgelopen jaren hebben Regio en Rijk op een goede manier samengewerkt en afspraken gemaakt rondom de vrachtwagenheffing. Allereerst om te komen tot een heffingsnetwerk waarbij naar verwachting geen uitwijkverkeer ontstaat op wegen waar de heffing niet geldt. Hierbij is de expertise van wegbeheerders betrokken. Hoewel ongewenst uitwijkverkeer naar verwachting wordt voorkomen, is het belangrijk om goed voorbereid te zijn als het zich toch voordoet. Daarom is in overleg met de wegbeheerders een monitoringsnetwerk vastgesteld. De afgesproken nulmeting is in inmiddels gestart. Ook heeft het Rijk na samenwerking met regionale wegbeheerders een plan van aanpak vastgesteld voor de inrichting van het monitoring- en evaluatieproces. Als uit het monitoring- en evaluatieproces blijkt dat er ongewenst uitwijkverkeer optreedt, kan de wegbeheerder een maatregel nemen. Het Rijk heeft een rapport laten opstellen met kansrijke maatregelen om uitwijkverkeer tegen te gaan (het rapport van Sweco). Als er structureel ongewenst uitwijkverkeer ontstaat door de vrachtwagenheffing, kan een weg toegevoegd worden aan het heffingsnetwerk van de vrachtwagenheffing. Er is ook een eventuele spoedregeling voorzien, waarmee het heffingsnetwerk versneld aangepast kan worden.
Het Rijk draagt de kosten van eventuele (tijdelijke) maatregelen, vooruitlopend op een toevoeging aan het heffingsnetwerk, als er ongewenst uitwijkverkeer ontstaat door de vrachtwagenheffing. In het geval dat opname van wegen in het heffingsnetwerk geen efficiënte of logische oplossing is gaan Rijk en regio nader met elkaar in overleg over alternatieve maatregelen. De te bekostigen maatregelen zijn doelmatig, dragen bij aan het tegengaan van uitwijkend vrachtverkeer als gevolg van de vrachtwagenheffing en de kosten blijven binnen redelijke en proportionele marges. 5. Rijksbijdrage landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes In het BO MIRT van 2024 zijn afspraken gemaakt over de eerste tranche van in totaal € 18 miljoen rijksbijdrage aan het landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes. Het Rijk bereidt het vervolgtraject voor ter waarde van € 24 miljoen om vanaf 2027 te investeren in de cofinanciering in doorfietsroutes. Rijk en regio streven naar besluitvorming in het BO MIRT van het najaar van 2026. 6. Gezamenlijke uitvoeringsagenda Nationaal Toekomstbeeld Fiets In het voorjaar van 2025 hebben Rijk en regio in de landelijke fietstafel afgesproken een gezamenlijke uitvoeringsagenda Nationaal Toekomstbeeld Fiets op te stellen.
Het streven is de uitvoeringsagenda NTF in de landelijke fietstafel in het voorjaar van 2026 te bespreken en zo mogelijk in de BO MIRT's in het najaar van 2026 vast te stellen. Het opstellen van de Uitvoeringsagenda NTF gebeurt in Tour de Force verband. Tour de Force is het nationale samenwerkingsverband van overheden, marktpartijen, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten en platforms op het gebied van fietsen in Nederland. Hiermee geven Rijk en regio invulling aan een nadere uitwerking van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
26
Regio Oost-Nederland
1. Bereikbaarheidspeil Oost-Nederland: regionale bereikbaarheidsanalyses De coördinatie voor het opstellen en vaststellen van de regionale bereikbaarheidsanalyses binnen landsdeel Oost berust bij de inliggende provincies in landsdeel Oost. 2. Spitsspreiden en -mijden Oost-Nederland Het Rijk investeert € 300.000 inclusief btw in monitoring & evaluatie (M&E) en impulsmaatregelen in 2025 (ontvanger provincie Gelderland). Rijk en provincie Gelderland investeren € 12.942.700 inclusief btw voor 2026 en 2027 in het integrale maatregelenpakket van de provincie Gelderland. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 6.471.350 inclusief btw (ontvanger: provincie Gelderland). Het Rijk investeert € 200.000 inclusief btw in monitoring & evaluatie en impulsmaatregelen in 2025 (ontvanger provincie Overijssel). Rijk en de provincie Overijssel investeren € 3.751.000 inclusief btw voor 2026 en 2027 in het integrale maatregelenpakket van de provincie Overijssel. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 1.875.500 inclusief btw (ontvanger: provincie Overijssel). De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een vastgesteld plan van aanpak dat januari 2026 wordt ingediend bij het Rijk. Het plan van aanpak voldoet aan de voorwaarden van de aanpak.
Rijk en regio spreken af tenminste elk voorjaar een gesprek te hebben over resultaten en bijsturing. In het najaar spreken de partijen over de voortgang, planning, financiën en inzet. Rijk en regio spreken af de uitvoering van de maatregelen te monitoren en een jaarlijkse bijdrage te leveren aan de gezamenlijke M&E-cyclus. 3. Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming Het beschikbare budget van IenW van € 280 miljoen wordt op basis van de door de regio’s ingediende voorstellen en na beoordeling aan de hand van het vastgestelde beoordelingskader, verdeeld conform onderstaand overzicht. De minister van IenW reserveert eenmalig een maximaal bedrag van € 54.881.500 voor de realisatie van kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming in de regio Oost-Nederland.
Dit is als volgt onderverdeeld: o A35 Almelo Zuid - reconstructie kruispunt en extra rechtsafstrook - € 4.985.000 o A1-N342 Oldenzaal - bochtverruiming - € 850.000 o N36 Wierden Noord - rotonde en ovatonde - € 1.650.000 o A28- N377 De Lichtmis - ovatonde en extra rechtsafstrook - € 1.355.000 o A28 Zwolle Centrum - realisatie 2x rotonde - € 1.167.000 o A28 Zwolle Noord - VRI optimalisatie - € 187.500 o A35 Enschede Zuid - VRI optimalisatie - € 100.000 o A35 – N739 Hengelo Zuid - VRI optimalisatie - € 110.000 o N36- N341 Westerhaar - 2x rotonde - € 1.250.000 o N36 Aadorp - 2x rotonde - € 900.000 o A1 Epse N348 - € 10.810.000 o A50 aansluiting 23 Loenen N786 - € 2.420.000 o A50 aansluiting 25 Apeldoorn Noord - € 1.452.000 o N35 Enschede Oost - ongelijkvloerse aansluiting - € 16.150.000 o A2 aansluiting 12 Culemborg - € 2.420.000 o A73 knooppunt Ewijk N322 - € 9.075.000 De hierboven genoemde rijksbijdragen zijn allen inclusief btw en prijspeil 2025. Zolang deze middelen op het Mobiliteitsfonds staan, is het uitgangspunt dat de rijksbijdrage geïndexeerd wordt op basis van de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI). In het geval IenW zelf geen of een beperkte indexatie ontvangt van het ministerie van Financiën, kan de minister van IenW afspraken om de rijksbijdrage niet te indexeren. Alsdan treden Rijk en regio met elkaar in
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
27
overleg over mogelijke vervolgacties, met inachtneming van de hieronder genoemde verantwoordelijkheden. De regio is verantwoordelijk voor de verdere uitwerking én realisatie van de maatregelen en draagt zorg dat de maatregelen binnen de planning en budget worden gerealiseerd. Daar waar aanpassingen aan het rijkswegennet nodig zijn, voert de regio dit uit conform de daarvoor geldende (RWS-)kaders en richtlijnen die door RWS zullen worden aangeleverd. De regio doet dit op zo’n manier dat de inzet van RWS beperkt blijft tot een toetsende (en waar nodig ontheffing verlenende) rol. Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst (tussen regio en RWS). De uitwerking en realisatie vindt plaats voor rekening en risico van de regio, met inachtneming van de gereserveerde eenmalige maximale bijdrage van het Rijk (inclusief btw en prijspeil 2025). Bij een dreigende budgetspanning is het aan de regio om op zoek te gaan naar versoberingen en/of optimalisaties. Indien dit niet mogelijk blijkt, kan de regio een voorstel doen aan het Rijk om een verschuiving/prioritering aan te brengen binnen de bestaande maatregelen per MIRT-regio.
Voor de maatregel ‘N35 Enschede Oost- ongelijkvloerse aansluiting’ geldt dat Rijk en regio gezamenlijk naar rato risicodragend (op basis van wegbeheerschap) zijn, omdat dit een maatregel betreft waarbij grotendeels sprake is van aanpassingen aan het Rijkswegennet (hoofdwegennet). Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst. De Rijksbijdrage zal via een specifieke uitkering (SPUK) aan de regio (aanbestedende wegbeheerder) worden uitgekeerd. De desbetreffende aanbestedende wegbeheerder dient hiervoor een aanvraag in op het moment dat hij besluit dat de maatregel gerealiseerd zal worden. Hierbij dient de maatregel nog steeds te voldoen aan de in het vastgestelde beoordelingskader opgenomen criteria. 4. A1/A28 Knooppunt Hoevelaken (uit BO MIRT Noordwest) Rijk en regio onderkennen nogmaals dat de urgentie van de realisatie van het MIRT-project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken onverminderd groot blijft voor de (nationale) opgaven rondom woningbouw, werkgelegenheid, bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en ontwikkelingen van defensie in de regio. Hierbij zijn de Kamermoties het uitgangspunt.
Rijk en regio nemen kennis van het plan van aanpak (routekaart) ‘A1/A28 Knooppunt Hoevelaken-variant 4’ en onderschrijven de daarin opgenomen analyse van de huidige situatie en benodigde vervolgstappen, als eerste fase in de aanpak van knooppunt Hoevelaken en A1A30 Barneveld in lijn met de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken. Rijk en regio concluderen dat voor het starten van een projectprocedure voor de ‘A1/A28 Knooppunt Hoevelaken- variant 4’ het noodzakelijk is dat de daarvoor noodzakelijke randvoorwaarden op orde worden gebracht; (1) een ‘vergunbare’ situatie over stikstof, (2) de beschikbaarheid van financiën en (3) capaciteit. Rijk en regio constateren dat deze randvoorwaarden nog niet op orde zijn waardoor de breed gedeelde ambitie om Knooppunt Hoevelaken versneld (gefaseerd) aan te pakken momenteel niet haalbaar is. Rijk en regio concluderen dat, gegeven de niet ingevulde randvoorwaarden, actieve inspanning van het Rijk nodig is om alle randvoorwaarden op orde te brengen en daarmee te komen tot (gefaseerde) herstart van het project. Gezien de urgentie van dit project en de wil van Rijk en regio om er de schouders onder te zetten, worden gezamenlijk de mogelijkheden in de aanpak van de stikstofopgave verkend. Daarbij worden de voor de opgave benodigde provincies betrokken.
Op het moment dat er voldoende perspectief is op een ‘vergunbare’ situatie over stikstof, nemen Rijk en regio een besluit over de benodigde vervolgstappen voor de ‘A1/A28 Knooppunt Hoevelaken-variant 4’, waarbij het Rijk zich actief inzet om tijdig de bijbehorende financiering en capaciteit te alloceren. Hierbij wordt breed gekeken naar financieringsmogelijkheden. Ook verkent het Rijk welke ontwerpstappen voor de A1/A28 Knooppunt Hoevelaken-variant 4’ er mogelijk zijn, zodat er tijdig een ontwerp ligt dat als basis dient voor het vervolg.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
28
5. A2 Deil – Vught In het BO MIRT 2024 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over de gezamenlijke aanpak van het adaptieve Breed Mobiliteitspakket (BMP). Dit pakket met mitigerende maatregelen als gevolg van het pauzeren van de wegverbreding A2 Deil – Vught vertegenwoordigt een waarde van € 108 miljoen, waaronder een Rijksbijdrage van € 54 miljoen inclusief btw (50%). De samenwerkingsovereenkomst wordt aangevuld op basis van de ervaringen uit de samenwerking tot nu toe en met oog op de eisen van het BMP. Dit gebeurt in de vorm van een addendum op de Bestuursovereenkomst die in het eerste kwartaal van 2026 door alle partijen wordt ondertekend. In het eerste kwartaal van 2026 start de regio met de uitvoering van de projecten, welke naar huidig inzicht in 2031 worden afgerond. De regio is risicodragend. Het Rijk levert een taakstellende bijdrage van € 54 miljoen inclusief btw. Budgetspanning kan leiden tot het prioriteren of schrappen van maatregelen. De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd. De volgende regionale partijen doen hiervoor een aanvraag: Provincie Brabant € 32 miljoen inclusief btw en Provincie Gelderland € 22 miljoen inclusief btw. Het Rijk verleent de beschikking in 2026 en gaat hiermee de verplichting aan. De Rijksbijdrage wordt vervolgens in 2026 overgeboekt, mits passend binnen de financiële kaders van het Rijk.
Beide provincies beschikken zelf door naar de betrokken gemeenten binnen hun provincie.
Quick Win pakket A2 Deil – Vught: In het BO MIRT 2017 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over een korte termijn maatregelenpakket voor de A2 Deil Vught die in de periode 2020-2025 zou worden uitgevoerd. Het Quick Win pakket loopt nog door tot eind 2026 omdat nog niet alle maatregelen zijn gerealiseerd. Er is scheefgroei in de bijdragen per partner ontstaan die verrekend moet worden. Op basis van de laatste voortgangsrapportage is het huidige te verrekenen bedrag met IenW tussen de onderlinge partijen circa € 12,6 miljoen inclusief btw. De definitieve onderlinge verrekening zal plaatsvinden bij de eindafrekening. In het eerste kwartaal van 2026 zullen partijen bepalen hoe de eindafrekening, onderlinge verrekening en verantwoording na afronding van het Quick Win project zal plaatsvinden. Het uitgangspunt hierbij is dat partijen zoeken naar een pragmatische oplossing met een geringe administratieve last voor de deelnemende partijen. Een voorstel zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de stuurgroep van het programma A2 Deil-Vught. Onderzoek naar gefaseerde aanpak verbreding A2 Deil – Vught: Naar aanleiding van de Tweede Kamermotie van de leden Grinwis en Vedder (Kamerstuk 31 305, nr.
492) heeft het Ministerie van IenW het initiatief genomen samen met de regionale partijen onderzoek uit te voeren naar een gefaseerde aanpak en mogelijke maatregelen die de doorstroming van de A2 Deil – Vught bevorderen. Via de methode van Value Engineering wordt stapsgewijs door Rijk en regio onderzoek uitgevoerd. De resultaten worden aan het eind van het eerste kwartaal van 2026 verwacht.
6. A50 Ewijk – Bankhoef – Paalgraven In de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2025 zijn mede door financiële problematiek op het Mobiliteitsfonds vijf wegenprojecten gepauzeerd, waaronder de A50 Ewijk – Bankhoef – Paalgraven. De vrijgekomen middelen zijn volledig ingezet voor het dekken van tekorten op het Mobiliteitsfonds, zoals de ViA15, de A27 Houten – Hooipolder en projectbeheersing op het programma Woningbouw en Mobiliteit, zodat andere projecten door konden gaan. Rijk en regio hebben gesproken over de gevolgen van het pauzeren. De regio heeft voorstellen gedaan voor mitigerende maatregelen. De maatregelen zijn door het Rijk beoordeeld met het afweegkader uit de Programmabeheersing Woningbouw en Mobiliteit uit 2023. Op basis hiervan is er voor IenW geen basis middelen toe te kennen voor de maatregelen.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
29
Rijk en regio gaan in gesprek over de afweging die bij beoordeling van maatregelen en bij de pauzering is gemaakt, mede in het licht van de in 2025 toegekende maatregelen voor woningbouw en mobiliteit, en waarbij in ogenschouw wordt genomen welke keuzen een nieuw kabinet betreffende infrastructuur en mobiliteit zal maken. 7. Voortgang kleine kansrijke projecten Rijks-N-wegen Overijssel Rijk en regio delen de zorgen over de voortgang bij de projecten N50 Kampen-Kampen Zuid en de N35 Nijverdal-Wierden. Met name vanwege personele capaciteit kunnen geen stappen worden gezet bij deze projecten. Ook voor het project N35 Wijthmen-Nijverdal, waarvan de verkenning in 2026 wordt afgerond, is op korte termijn geen capaciteit beschikbaar voor de planuitwerking. Rijk en regio erkennen dat prioriteit geven aan een van deze projecten ten koste gaat van projecten elders. Het is belangrijk om duidelijkheid te scheppen op welke termijn de genoemde projecten hervat kunnen worden en welke projecten de komende jaren niet hervat kunnen worden. Rijk en regio spreken daarom af in het eerste en tweede kwartaal van 2026 bestuurlijk in gesprek te gaan over op welke termijn deze projecten weer opgepakt kunnen worden. Daarbij wordt ook bekeken of de regio zelf capaciteit kan leveren.
Voor de zomer zijn deze inzichten gereed, zodat op het BO MIRT van 2026 afspraken gemaakt kunnen worden over de prioritering en de planning van deze projecten in Overijssel. 8. Aanpak verkeersveiligheid N36
Rijk en regio vinden het belangrijk dat het gehele traject van de N36 van Almelo tot Ommen veilig wordt ingericht.
Rijk en regio constateerden in 2023 dat het beschikbare budget van € 125 miljoen
onvoldoende is om de gehele N36 te voorzien van fysieke rijbaanscheiding. Ook met de ophoging van het budget met € 115 miljoen in de Voorjaarnota 2025 blijft het beschikbare budget onvoldoende voor de fysieke rijbaanscheiding op de gehele N36 conform de richtlijnen. Momenteel wordt onderzocht op welke manier de N36 verkeersveiliger gemaakt kan worden binnen het beschikbare budget en de huidige opdracht. Daarnaast wordt gekeken naar manieren om het project te versoberen die buiten de scope van de huidige opdracht vallen. Onderzocht wordt of op onderdelen andere, goedkopere oplossingsrichtingen kunnen worden gerealiseerd zodat in totaal de verkeersveiligheid kan toenemen. De effecten op de verkeersveiligheid en eventueel de bereikbaarheid van de regio maken onderdeel uit van de analyse. In het eerste kwartaal van 2026 zullen de resultaten hiervan bestuurlijk besproken worden met de regionale partners. Op dit bestuurlijk overleg zullen de regionale partners hun inzichten over de geïnventariseerde versoberingsopties kunnen delen, waarna een besluit wordt genomen over het vervolg van de planuitwerking. 9. Aanpak verkeersveiligheid N50 Kampen-Ramspol
Rijk en regio vinden het belangrijk dat het gehele traject van de N50 van Kampen tot Ramspol veilig wordt ingericht.
Rijk en regio constateerden begin 2025 dat het beschikbare budget van € 21 miljoen
onvoldoende is om dit gehele wegvak te voorzien van fysieke rijbaanscheiding, en dat er op dit moment nog geen zicht is op verdere financiering. Rijk en regio spreken af om door te gaan met de voorbereidingen voor de aanleg van een fysieke rijbaanscheiding binnen de huidige opdracht. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar mogelijke versoberingen. De effecten op de verkeersveiligheid en de eventuele bereikbaarheid van de regio maken onderdeel uit van de analyse. Het uitgangspunt blijft een substantiële verbetering van de verkeersveiligheid. Rijk en regio spreken af in het eerste kwartaal van 2026 bestuurlijk in overleg te gaan over het nadere onderzoek naar versoberingen en de gevolgen voor de verkeersveiligheid. Op dit bestuurlijk overleg zullen de regionale partners hun inzichten over de geïnventariseerde
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
30
versoberingsopties kunnen delen, waarna een besluit wordt genomen over het vervolg van de planuitwerking. 10. Nedersaksenlijn (uit BO MIRT Noord)
Rijk en regio stellen het startdocument voor de verkenning gebiedsontwikkeling
Nedersaksenlijn vast. Deze verkenning stelt de ruimtelijke, economische en sociale uitwerking en impact van de Nedersaksenlijn centraal, met het versterken van de brede welvaart als rode draad. De verkenning gebiedsontwikkeling loopt parallel op met de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn; beide trajecten vullen elkaar wederzijds aan. De regio financiert de verkenning gebiedsontwikkeling en het Rijk financiert de MIRTverkenning. De € 85 miljoen die het Rijk voor Reactivering Veendam-Stadskanaal gereserveerd had vanuit Nij Begun, worden gebruikt voor de Nedersaksenlijn. De provincie Groningen reserveert het resterend provinciale budget van Reactivering Veendam-Stadskanaal, onder voorbehoud van goedkeuring door Provinciale Staten Groningen, ordegrootte € 65,7 miljoen voor de realisatie van de Nedersaksenlijn. IenW en provincie Groningen maken in de verkenning hierover nadere afspraken. De regio heeft tijdens het Bestuurlijk Overleg Deltaplan op 7 oktober 2024 € 50 miljoen aanvullende cofinanciering toegezegd voor de realisatie van de Nedersaksenlijn. De provincie Drenthe neemt vanuit de regio verantwoordelijkheid voor deze bijdrage. IenW en provincie Drenthe maken in de verkenning hierover nadere afspraken. Daarmee is het taakstellend budget voor de Nedersaksenlijn in totaal circa € 2115 miljoen.
Dit bedrag is beschikbaar voor de aanleg voor de Nedersaksenlijn en de studiekosten om tot de aanleg te komen. Voor de realisatie van de elektrificatie Almelo-Mariënberg, onderdeel van het tracé van de Nedersaksenlijn, hebben de provincie Overijssel en de Rijksoverheid eerder respectievelijk € 50 miljoen en € 23 miljoen gereserveerd. 11. Aanpak spoor Zwolle – Meppel (uit BO MIRT Noord)
Rijk en regio bevestigen dat via 2 amendementen een budget ter hoogte van € 78 miljoen
(inclusief btw prijspeil 2025) gereserveerd is voor de aanpak van spoorknooppunt ZwolleMeppel. Aanvullend is bij de VJN 2025 een budget van € 100 miljoen (inclusief btw prijspeil 2025) beschikbaar gesteld door het Kabinet. Hiermee is een totaalbudget van € 178 miljoen beschikbaar. Rijk en regio bevestigen dat deze middelen gereserveerd zijn voor de aanpak van spoorknooppunt Zwolle-Meppel, met als doel het bijdragen aan de robuustheid / snelheidsverhoging en stappen richting frequentieverhoging (zoals een derde en vierde IC van en naar Groningen, meer sneltreinen c.q. stoptreinen) 1. Rijk en regio spreken af voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 concrete afspraken te maken over de besteding van het aanvullende budget van € 100 miljoen voor spoorknooppunt Zwolle-Meppel. 12. Station Nijmegen centrumzijde
Vanwege het grote belang voor mobiliteit en woningbouwopgave in de regio hebben Regio en
1
Rijk in het BO MIRT 2020 budget gereserveerd voor vernieuwing in Nijmegen van de stationshal, fietsenstalling, busstation en voorplein aan de Centrumzijde. Als vervolg op de afspraken uit het BO MIRT 2024 hebben partijen (Regio, Rijk, NS Stations) benodigde aanpassingen aan scope en budget verkend. Dit met de ambitie medio 2025 een voorkeursbesluit te kunnen nemen zodat de planuitwerking onverwijld kan starten. Regio en Rijk stemmen in met het opgestelde voorkeursalternatief waarbij geraamde kosten passen binnen het door partijen beschikbaar gestelde taakstellend budget. NS Stations levert
Kamerstuk 29 984, nr. 1176
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
31
een financiële bijdrage aan het project (te weten stationshal) waardoor sprake is van een dekkende begroting. De samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd in een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst. De daarin gemaakte afspraken betekenen concreet dat als blijkt dat een risicoreservering binnen het Projectbudget overschreden dreigt te worden, er op projectonderdelen wordt versoberd of gefaseerd tenzij de regio aanvullende financiering ter beschikking stelt. De bijdrage van het Rijk is en blijft echter taakstellend. Daarmee kan de planuitwerking starten. 13. Station Deventer vierde perron
Rijk en regio onderkennen het belang van een 4e perron met bijbehorende aanpassingen aan
het station en de stationsomgeving van Deventer ten behoeve van de doorgroei en betrouwbaarheid van het spoorvervoer, zowel voor Oost-Nederland als (inter)nationaal. In navolging op de afspraken uit 2023 werken Rijk en regio verder aan een masterplan voor het stationsgebied Deventer, waarvoor de regio de kosten draagt. Het Rijk geeft opdracht aan en draagt de kosten voor het vervolg op de integrale verkenning naar de robuuste inpassing van de versnelde Berlijntrein waarbij tot een voorkeursvariant wordt gekomen voor het station van Deventer. De samenhang tussen het masterplan en de voortgezette verkenning wordt geborgd in een gezamenlijke project- en stuurgroep. De resultaten en mogelijke vervolgstappen worden besproken in het BO MIRT 2026. 14. Emissievrij personenvervoer per trein
Rijk en regio’s noord en oost stellen het plan Emissievrij personenvervoer per trein vast, dat is opgesteld naar aanleiding van de motie van de leden Pierik en De Hoop van 27 mei 2025.
Op basis van dit plan onderzoeken Rijk en regio’s noord en oost de integrale aanpak van verduurzaming van het spoor als input voor verdere afspraken.
15. Sluiscomplex Kornwerderzand (uit BO MIRT Noord) Op 25 september jl. hebben de gedeputeerden van de provincies Flevoland, Overijssel en Fryslân overleg gehad met de minister van IenW over het project Verruiming Sluiscomplex Kornwerderzand. In dit overleg zijn afspraken gemaakt over de stappen die gezet moeten worden om nieuwe afspraken te maken over de realisatie van dit project. Het gaat dan over de bruggen, oplossingen voor de verzilting in relatie tot de sluis, verdiepen van de vaargeulen en actuele kostenramingen. In het komend half jaar werken Rijk en regio dit gezamenlijk uit. Parallel hieraan maken Rijk en regio afspraken over de governance, financiële consequenties, risicoverdeling en consequenties voor de huidige Bestuursovereenkomst. 16. Publieke mobiliteit regio Achterhoek In het BO MIRT van 2024 heeft IenW € 5 miljoen gereserveerd voor de cofinanciering van regionale initiatieven van publieke mobiliteit. Concreet is er afgesproken om samen met koploperregio’s plannen voor publieke mobiliteit per regio uit te werken. Daartoe heeft IenW een leidraad opgesteld met voorwaarden waar regio’s aan dienen te voldoen voor cofinanciering vanuit het Rijk. Het plan van aanpak van de Achterhoek heeft de focus op het opzetten van het “agile” busconcept (combineren van vaste en flexibele busroutes) en voldoet aan de uitgangspunten van de IenW leidraad publieke mobiliteit.
Ten behoeve van de realisatie van dit plan reserveert IenW € 300.000 inclusief btw om, met een minimale regionale cofinanciering van 50% (exclusief btw), te investeren in deze transitie. De reservering van IenW wordt omgezet in een definitieve rijksbijdrage op basis van de financiële (verdelings)afspraken in het plan van aanpak. De uiteindelijke cofinanciering wordt gebaseerd op de werkelijke kosten. Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Uitkering zal plaatsvinden aan de gemeente Winterswijk welke optreedt als regiokassier.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
32
17. Publieke Mobiliteit Overijssel In het BO MIRT van 2024 heeft IenW € 5 miljoen gereserveerd voor de cofinanciering van regionale initiatieven van publieke mobiliteit. Concreet is er afgesproken om samen met koploperregio’s plannen voor publieke mobiliteit per regio uit te werken. Daartoe heeft IenW een leidraad opgesteld met voorwaarden waar regio’s aan dienen te voldoen voor cofinanciering vanuit het Rijk. Het plan van aanpak van de provincie Overijssel heeft de focus op het opzetten van een mobiliteitscentrale, flexibiliseren van buurtbuslijnen en bundelen van leerlingenvervoer. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van de IenW leidraad publieke mobiliteit. Ten behoeve van de realisatie van dit plan reserveert IenW € 500.000 inclusief btw om, met een minimale regionale cofinanciering van 50% (exclusief btw), te investeren in deze transitie. De reservering van IenW wordt omgezet in een definitieve rijksbijdrage op basis van de financiële (verdelings)afspraken in het plan van aanpak. De uiteindelijke cofinanciering wordt gebaseerd op de werkelijke kosten. Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Uitkering zal plaatsvinden aan de provincie Overijssel welke optreedt als regiokassier. 18.
Inclusieve deelmobiliteit Zwolle In december 2022 is in de Tweede kamer een amendement van de leden Van Ginniken en Van der Molen aangenomen om € 3 miljoen beschikbaar te stellen voor pilots inclusieve deelmobiliteit (Kamerstuk II 2022-2023, 36200 A, nr. 51). Rijk en regio beogen met het uitvoeren van de pilots om in verschillende contexten de effecten te toetsen van het stimuleren van deelvoertuigen bij mensen met een laag inkomen. Door regio’s zijn hiervoor voorstellen voor pilots ingediend die lopen in 2026 en 2027. Het Rijk draagt voor maximaal 60% bij aan de kosten van deze pilots met een minimum van € 50.000 en een maximum van € 500.000. Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Het rijksdeel van de financiering kan over de jaren 2026-2027 worden verdeeld, mits dit gelijk oploopt met de regionale cofinanciering. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 65.400 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Deelmobiliteitsmakelaar Zwolle van gemeente Zwolle (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Zwolle). De regio draagt € 43.600 zelf bij.
De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarde van: een door de regio en het ministerie van IenW vastgesteld plan van aanpak, ondertekening van de regio van het door het ministerie van IenW vastgesteld afsprakenkader en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 40% van de kosten voor de pilot. 19. Ruimte voor de Rivier 2.0
Het rijk bereidt in samenwerking met de regio besluitvorming voor over beleidskeuzes Rivierbodem, en Ruimte en Afvoer.
Op basis hiervan zal het rijk in de tweede helft van 2026 een besluit nemen over de beleidskeuzes. Dit besluit gaat onder andere over de huidige binnendijkse ruimtereserveringen (Bkl-reserveringen) en mogelijk nieuwe ruimtereserveringen.
20. Verstedelijkingsstrategie Twente Rijk en regio spreken af de zeven ontwikkelprincipes te onderschrijven aan de hand waarvan de verstedelijkingsstrategie verder wordt uitgewerkt en waarop de te maken keuzes worden gebaseerd:
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
33
1. Bloeiende regio rondom levendige steden: toonaangevende regio gedragen door de Twentse stedenrij; 2. Benut de kracht van het landschap: stad en land profiteren samen van de kwaliteit van het Twentse landschap; 3. Creëer nabijheid: levendige dynamische steden en vitale kernen behouden voorzieningen en zorgen voor minder mobiliteit; 4. Koester Twentse kwaliteiten en versterk het bestaande: gebruik de schaalsprong om het bestaande te versterken; 5. Verstedelijking en economie gaan hand in hand: de schaalsprong en economie zijn elkaars randvoorwaarden voor succes; 6. Neem verantwoordelijkheid: opgaven nu aanpakken, niet afwentelen naar toekomstige generaties of naar de buren; 7. Pak opgaven aan bij de bron: geen symptoombestrijding, we pakken het probleem aan bij de oorzaak. We positioneren de ontwikkelprincipes als een eerste aanzet, waarbij de verdere ontwikkeling van de verstedelijkingsstrategie kan leiden tot aanscherping. We nemen de in de ontwerp Nota Ruimte benoemde grootschalige woningbouwlocatie Spoorzone Hengelo Enschede (SHE) op in de nog op te stellen verstedelijkingsstrategie. 21. Verstedelijkingsstrategie Stedendriehoek Rijk en regio zijn momenteel goed op dreef met de verstedelijkingsstrategie. Er wordt voortvarend samengewerkt in een zorgvuldig proces.
De te onderzoeken varianten om te komen tot de verstedelijkingsstrategie zijn nu gereed: een variant gebaseerd op de bestaande plannen, een variant met een hogere groeiambitie in de verschillende kernen van de regio en een variant met grotere stedelijke schaalsprong. Rijk en regio spreken af de verschillende varianten van verstedelijking verder uit te werken, de mogelijke effecten te bepalen door middel van het Dashboard verstedelijking en het Afwegingskader regionale welvaart voor de regio Stedendriehoek. De tussentijdse resultaten van de concept verstedelijkingsstrategie worden op het BO Leefomgeving 2026 en het BO MIRT 2026 besproken. Daarin zullen de ontwikkelingen rondom het 4e perron, zoals eveneens in dit BO MIRT Oost afgesproken, en de grootschalige woningbouwlocatie Apeldoorn worden opgenomen. 22. NOVEX-gebied Regio Arnhem Nijmegen Foodvalley In april 2025 is een netwerkanalyse 2030-2040 Arnhem-Nijmegen-Foodvalley gestart, die mobiliteitseffecten van verstedelijking, de mobiliteitsopgaven 2030-2040 en mobiliteitspakketten in beeld brengt. Eind maart 2026 worden de resultaten van dit onderzoek verwacht.
Het concept “groene scheggen” (dat invulling geeft aan de gezamenlijke ambitie om uiteindelijk 5000 ha stedelijk uitloopgebied te realiseren) is besproken in het BO NOVEX ANF en wordt uitgewerkt in een uitvoeringsstrategie, die concreet invulling geeft aan het motto van het ontwikkelperspectief ‘Meer landschap, meer stad’. Binnen de NOVEX ANF samenwerking wordt de relatie gelegd met de rivierenprogramma’s, bijvoorbeeld in het Regionaal Perspectief Rijngebied, waar we de inpassing van rivieropgaven in het kader van Ruimte voor de Rivier 2.0 in samenhang met de opgaven van NOVEX ANF beschouwen en hier de kansen en schuurpunten voor identificeren. Op het BO Leefomgeving van 2026 brengen we de resultaten van het onderzoek naar de ruimtelijke consequenties van de stroken/zones rondom de Veluwe in het kader van stikstofreductie en hoe die de opgaven van NOVEX ANF beïnvloeden, mits de nodige besluitvorming over de strokenaanpak Provincie Gelderland en Aanpak Veluwe heeft plaatsgevonden. In een uitvoerings- en regionale investeringsagenda spreken Rijk en regio gezamenlijk af hoe we werken aan het realiseren van de ambities en doelen uit het ontwikkelperspectief. Het komend jaar wordt de uitvoeringsagenda verder uitgewerkt en bepalen de betrokken partijen gezamenlijk op welke manier gewerkt kan worden naar aan regionale investeringsagenda
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
34
(RIA). Het bestaande proces van samenwerking rijk-regio rond spoorzone Arnhem-Oost willen we verder benutten en betrekken bij het verkennen van een RIA.
23. NOVEX-gebied Regio Zwolle Rijk en Regio nemen kennis van de inhoudelijke voortgang van NOVEX-gebied Regio Zwolle. Rijk en Regio spreken af op het BO-Leefomgeving van 2026 de verdere uitwerking van de verstedelijkingsafspraken van NOVEX-gebied Regio Zwolle te bespreken aan de hand van de eerste Regionale Investeringsagenda (RIA).
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
35
Regio Noordwest-Nederland
1. Bereikbaarheid op peil Noordwest-Nederland: regionale bereikbaarheidsanalyses De coördinatie voor het opstellen en vaststellen van de regionale bereikbaarheidsanalyse voor Utrecht berust bij de provincie Utrecht. De coördinatie voor het gebied MRA via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid MRA; voor het gebied Noord-Holland-Noord bij de provincie Noord-Holland (platform Mobiliteit Noord-Holland-Noord); en voor Zeewolde-Urk-Noordoostpolder-Dronten bij de provincie Flevoland. Bespreking van de analyse van de drie gebieden vindt centraal plaats, via de overlegstructuren van SBaB. 2. Programma SBaB: A27 Zeewolde-Eemnes Partijen constateren dat; o in het kader van programma Ruimte voor Defensie Zeewolde een voorkeurslocatie is voor het ontwikkelen van een Defensiekazerne en Lelystad Airport een voorkeurslocatie voor het gebruik en stationeren van jachtvliegtuigen; o er bij het BO MIRT Noordwest 2024 is afgesproken om meer woningen in hogere dichtheden toe te voegen in fase 2 van Almere/Zeewolde Oosterwold; o er in toenemende mate filevorming plaatsvindt op de A27 en de A27 vanaf 2030 een oplopend mobiliteitsknelpunt vormt; o Rijk en Regio wederom erkennen dat goede doorstroming op de A27 van vitaal belang is voor een betere bereikbaarheid van de zuidoostflank van Flevoland en regio Gooi- en Vechtstreek.
Partijen spreken af dat; o Het Rijk een budget van € 200 miljoen beschikbaar stelt, dat wordt toegevoegd aan het projectbudget van de MIRT-verkenning naar het verbeteren van de doorstroming op de A27 Zeewolde-Eemnes. o Het Rijk, in afstemming met de regio (MRA en MRU), begin 2026 toewerkt naar een gedragen startdocument en in 2026 start met een MIRT-verkenning A27 ZeewoldeEemnes. De uitkomsten van de MIRT-verkenning worden geagendeerd op het BO MIRT Noordwest. o Een onderzoek naar alternatieve bekostiging, value engineering en mogelijkheden voor fasering integraal onderdeel van de MIRT-verkenning vormt. Daarbij zal nadrukkelijk gekeken worden naar korte en lange termijn oplossingen. 3. Programma SBaB: OV Amsterdam-Haarlemmermeer Op 7 oktober 2025 heeft een Bestuurlijk Overleg over de Verkenning OV-verbinding Amsterdam Haarlemmermeer (OVAH) plaatsgevonden. De opdrachtgevers (Vervoerregio Amsterdam, Schiphol, SADC, gemeentes Amsterdam, Haarlemmermeer, Provincie N-Holland, NS en ministerie van IenW) hebben met elkaar gesproken over de tussenresultaten die het Projectteam heeft voorgelegd. Doel van het BO, en tevens afspraak van het BO MIRT 2024, was om met elkaar te komen tot een richtinggevend conceptbesluit voor een voorlopig voorkeursalternatief. Dit is geen formeel besluit in de MIRT spelregels.
Het belang en de urgentie van het project OVAH voor het (spoor)netwerk als geheel en voor de bereikbaarheid van Nederland staat niet ter discussie. Sterker nog, het project OVAH is noodzakelijk voor een goede bereikbaarheid van nieuwe woon- en werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), voor een toekomst vast spoornetwerk voor Nederland inclusief veilige transfer op de stations Schiphol en Amsterdam-Zuid en een verdere air/rail substitutie. Partijen zijn het eens dat van de vijf alternatieven, zoals beschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, ingezet wordt op het alternatief ‘bovengrondse metro’. Tot op dit moment zijn alleen ondergrondse alternatieven tot aan Hoofddorp onderzocht. Een quick scan laat zien dat een bovengrondse metroverbinding tot Hoofddorp kansrijk is. Daarom
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
36
zal dit de komende periode verder worden uitgewerkt, zodat dit kan worden meegewogen in het voorkeursalternatief. De huidige inschatting komt erop neer dat er in totaal € 4 tot 7 miljard nodig is voor de OVverbinding, afhankelijk van de lengte van het tracé en nadere uitwerking. Partijen hebben geconstateerd dat het een uitdaging is om voldoende financiële middelen gezamenlijk beschikbaar te hebben ter dekking van het voorlopig voorkeursalternatief en gaan de komende periode er gezamenlijk aan werken om de financiering, inclusief alternatieve financiering/bekostiging, rond te krijgen om daarna de Voorkeursbeslissing te kunnen nemen. Dit richtinggevende besluit is een belangrijke stap die wordt gezet richting de afronding van de MIRT-Verkenning, die volgens de huidige planning eind 2026 is voorzien. Partijen blijven zich samen inzetten om te komen tot een Voorkeursbeslissing. 4. Programma SBaB: Bereikbaarheid Lelystad Zuiderhage Rijk en regio hebben met de Bestuursovereenkomst Zuiderhage afgesproken om een planologisch en financieel haalbare gebiedsontwikkeling met passende multimodale ontsluiting conform de Mastervisie te ontwikkelen. Het is van essentieel belang dat de duurzame ontwikkeling van de bereikbaarheid evenwichtig oploopt met de verstedelijking, wat aansluit bij onder meer de MRA Verstedelijkingsstrategie 2050 en het Multimodaal Toekomstbeeld (SBaB).
Dit geldt voor de ontwikkeling op de nationale netwerken (A6, A27, PHS-SAAL) als ook voor de ontsluiting van het nieuwe stadsdeel Zuiderhage (en de bestaande stad). Rijk en regio hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van de bereikbaarheid. Rijk en regio stellen het Bereikbaarheidsonderzoek Lelystad Zuid vast en onderschrijven de daarin opgenomen conclusies en aanbevelingen. Het verstedelijkingsconcept uit de Mastervisie maakt een gefaseerde ontwikkeling van Zuiderhage met verschillende buurtschappen mogelijk, waarbij in drie fasen de verschillende buurtschappen worden ontwikkeld tot een volledig stadsdeel. Met het besluit in dit BO MIRT Noordwest om vanuit de € 2,5 miljard voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw in totaal € 8.457.500 inclusief btw beschikbaar te stellen als rijksbijdrage voor de realisatie van een HOV tussen Lelystad Zuiderhage en station Lelystad Centrum (€ 5.970.000 inclusief btw) en aanpassing van twee rotondes naar VRI’s op de Larserdreef (€ 2.487.000 inclusief btw) wordt de ontwikkeling van circa 4.000 nieuwe woningen met start bouw tot en met 2034 in Zuiderhage gefaciliteerd. Rijk en regio blijven in gesprek over de verdere ontwikkeling van de multimodale bereikbaarheid in relatie tot het tempo van de gefaseerde woningbouw in Lelystad Zuiderhage.
Realisatie van een station Lelystad zuid is nodig om de centrumontwikkeling in Zuiderhage met de beoogde woningbouwaantallen mogelijk te maken. Daarnaast zijn in dit BO MIRT afspraken gemaakt over het vervolg van het project A6 Almere Oostvaarders-Lelystad en over een rijksbijdrage van € 25 miljoen (inclusief btw, prijspeil 2025) aan de Rondweg Lelystad-Zuid. 5. Programma SBaB: Impactstudie A1/A27 Rijk en regio herkennen de conclusies vanuit de impactstudie A1/A27 en achten het wenselijk met elkaar in gesprek te gaan over deze uitkomsten, waaronder de corridor A1 en belang daarvan voor de Metropoolregio Amsterdam Rijk en regio spreken af dat deze inzichten gebruikt worden in de update van het Multimodaal Toekomstbeeld via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid SBaB), waarbij bekeken zal worden op welke manier de regionale én bovenregionale bereikbaarheid verbeterd kan worden. Het opstarten van de verkenning A27 Zeewolde-Eemnes is hierbij een belangrijke stap. 6. Programma SBaB: Spitsspreiden en -mijden MRA
Het Rijk investeert € 500.000 inclusief btw in monitoring en evaluatie en impulsmaatregelen in 2025 (ontvanger Vervoerregio Amsterdam).
Rijk en regio investeren € 7.780.000 inclusief btw voor 2026 en 2027 in het integrale maatregelenpakket van de Metropoolregio Amsterdam gericht op werkgevers, bewoners en Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
37
hinder. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 3.890.000 inclusief btw (ontvanger: Vervoerregio Amsterdam). De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een vastgesteld plan van aanpak dat januari 2026 wordt ingediend bij het Rijk. Het plan van aanpak voldoet aan de voorwaarden van de aanpak. Rijk en regio spreken af tenminste elk voorjaar een gesprek te hebben over resultaten en bijsturing. In het najaar spreken de partijen over de voortgang, planning, financiën en inzet. Rijk en regio spreken af de uitvoering van de maatregelen te monitoren en een jaarlijkse bijdrage te leveren aan de gezamenlijke M&E-cyclus. 7. Programma SBaB: Prognose-onderzoek Multimodaal Toekomstbeeld 2040 Rijk en regio onderschrijven de resultaten van het Prognose-onderzoek naar het Multimodaal Toekomstbeeld 2040 (MTB) en spreken af deze te gebruiken voor de Update van het MTB en het lopende programma SBaB door ervaring op te doen met het Trendmatig scenario naast de huidige scenario’s die komende jaren worden herzien. Daarnaast worden de resultaten ingebracht bij de modelontwikkeling van: o de regio (VENOM); o het Rijk (NRM, LMS) en bij de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) in 2026.
Rijk en regio onderzoeken in het programma SBaB hoe effectieve combinaties van maatregelen uit het Trendmatig scenario uit het Prognose-onderzoek kunnen bijdragen aan het draaiend houden van het ringsysteem van autosnelwegen rond Amsterdam. Daarbij worden de multimodale benadering van het MTB en recente inzichten van het nationale Toekomstperspectief Hoofdwegennet meegenomen. Daarnaast onderzoeken Rijk en Regio in het programma SBAB, in afstemming met het NOVEXgebied MRA, de verdelingseffecten van de beleidsscenario’s uit het Prognose-onderzoek op de Brede Welvaart van verschillende doelgroepen. Dit met als doel om inzicht te krijgen in de vraag of bereikbaarheid en betaalbaarheid voor iedereen mogelijk is in het MTB met een samenhangend woon, werk en bereikbaarheidsbeleid. 8. Programma UNed: MIRT-verkenning OV en Wonen Regio Utrecht en MIRTonderzoek A12-zone in samenhang met Rijnenburg Rijk en regio zetten in op grootschalige ontwikkeling van in totaal 63.000 tot 75.000 woningen en 30.000 tot 41.000 arbeidsplaatsen in Groot Merwede (inclusief de A12-zone) en Rijnenburg. Grootschalige ontwikkeling is afhankelijk van voorwaarden en van benodigde maatregelen en investeringen voor bereikbaarheid en leefbaarheid.