34. Memo Uitkomsten BO MIRT; Afsprakenlijst MIRT - Bestuurlijke Overleggen MIRT 5, 7 en 8 januari 2026
Tekst van het document
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
54
3
€ 57.540,= inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Inclusieve Deelmobiliteit Midden & Noord van de gemeente Zuidplas, (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Zuidplas). De gemeente draagt zelf € 38.360 bij. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 57.540 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Inclusieve Deelmobiliteit Midden & Noord van de gemeente Krimpenerwaard, (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Krimpenerwaard). De gemeente draagt zelf € 38.360 bij. De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarde van: een door de regio en het ministerie van IenW vastgesteld plan van aanpak, ondertekening van de regio van het door het ministerie van IenW vastgesteld afsprakenkader en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 40% van de kosten voor de pilot. 11. NOVEX Startbeslissing Verkenning Rotterdamse Haven Rijk (IenW, VRO, KGG, LVVN), provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam (partijen) spreken af om, op basis van het Startdocument,3 de Verkenning uit te gaan voeren naar verschillende oplossingsrichtingen voor ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en de impuls van de leefomgeving.
Vanwege de nationale belangen die hier spelen wordt gebruik gemaakt van de MIRT-systematiek zodat er een herkenbaar en navolgbaar proces wordt doorlopen. Het betreft hier geen MIRT-project. De scope van de oplossingsrichtingen Ruimtegebrek haven betreft: o Intensivering en optimalisering van het ruimtegebruik in het bestaande havengebied o Herinrichten en herontwikkelen van bestaande bedrijventerreinen in de regio o Mogelijkheden van een zeewaartse uitbreiding De scope van de oplossingsrichtingen Impuls Leefomgeving betreft: o Landschap en recreatie: natuurherstel en -ontwikkeling, benutten kansen voor recreatie, ontwikkelen parklandschap en verbeteren bereikbaarheid per fiets o Woon- en leefomgeving: aanpakken (kwetsbare) wijken, wegnemen belemmeringen in de leefomgeving, zoals door bodemsanering of een aanpak geluid, bij ontwikkelen woongebied Het startdocument geeft richting aan de te onderzoeken oplossingsrichtingen. De definitieve scope van de te onderzoeken oplossingsrichtingen wordt bepaald in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, mede op basis van nog lopend onderzoek. Partijen maken aan het einde van de Verkenning bekostigingsafspraken over de voorkeursbeslissing, waar zowel ‘ruimtegebrek haven’ als ‘impuls’ onderdeel van uit maken. Voor de impuls leefomgeving gaan de partijen een inspanningsverplichting aan om de benodigde financiële middelen bijeen te brengen.
Voor het ‘ruimtegebrek haven is er bij een mogelijke zeewaartse uitbreiding een businesscase die zicht op bekostiging biedt, die door een belangrijk deel gedekt wordt door de grondexploitatie. Rijk en regio spreken af dat voor een mogelijk te nemen Projectbesluit de Minister van IenW, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bevoegd gezag is. Om de uitkomsten van de Verkenning voor de opgave Impuls Leefomgeving ruimtelijk te borgen zal waarschijnlijk ook een wijziging van de omgevingsvisie en/of (onderdelen van) het omgevingsplan van Rotterdam en/of andere gemeenten rondom de haven nodig zijn. Voor die instrumenten zijn de desbetreffende gemeenteraden bevoegd gezag. Als te zijner tijd blijkt dat ook nog andere besluiten van andere bevoegde gezagen nodig zijn, dan kunnen die worden betrokken bij fase 2 van de procedure. De kosten van de verkenning zijn geraamd op € 12 miljoen en worden gedekt volgens de verdeelsleutel 1/3e Rijk, 1/3e Regio (provincie Zuid-Holland en gemeente Rotterdam) en 1/3e Havenbedrijf Rotterdam.
Het startdocument is te vinden op https://www.novexrotterdamsehaven.nl/downloads/startdocument.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
55
Voor de uitvoering van de Verkenning wordt een projectorganisatie ingericht. Deze krijgt een eigen aansturing, als onderdeel van de governance van de NOVEX Rotterdamse haven. In een separaat BO NOVEX Rotterdamse haven in het eerste kwartaal van 2026 worden de volgende onderwerpen besproken: o Een bestuursakkoord, waarin afspraken worden vastgelegd over de scope, governance, organisatie, risico’s en planning van de Verkenning o Een procesconvenant met de omgevingspartijen, inclusief de visserij, waarin afspraken worden gemaakt over de rol en betrokkenheid van de omgevingspartijen o De Kennisgeving voornemen en Kennisgeving participatie De verkenning wordt gestart op grond van de Omgevingswet. De verkenning betreft zoals gesteld zowel de opgave ‘Ruimtegebrek Haven’ als ‘Impuls Leefomgeving’ en zal resulteren in een Voorkeursbeslissing en een voorkeursalternatief. Het streven is om eind 2027 de besluiten te nemen omtrent de ontwerp voorkeursbeslissing en het ontwerp voorkeursalternatief. Voor de opgave ‘Ruimtegebrek haven’ geldt zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt. Zeewaartse uitbreiding is geen doel op zich en geen automatisme, maar één van de te verkennen oplossingsrichtingen voor ruimtegebrek in de haven.
In de verkenning worden aspecten zoals stikstofdepositie, de noodzaak tot natuurcompensatie, de gevolgen voor de visserij en het behoud van een strategische zandvoorraad voor de toekomstige waterveiligheid van Nederland in beschouwing genomen en meegewogen. Natuurcompensatie in geval van een eventuele zeewaartse uitbreiding wordt bij voorkeur kwantitatief benaderd. Daarbij is het streven de gevolgen voor de visserij te minimaliseren.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
56
Regio Noord-Nederland
1. Bereikbaarheid op Peil Noord-Nederland: regionale bereikbaarheidsanalyses De coördinatie voor het opstellen en vaststellen van de regionale bereikbaarheidsanalyses berust bij de inliggende provincies in landsdeel Noord. 2. Spitsspreiden en -Mijden Noord-Nederland Het Rijk investeert € 500.000 inclusief btw in opstartende werkzaamheden en impulsmaatregelen in 2025 (ontvanger: provincie Groningen). Rijk en regio Noord investeren € 7.573.850 inclusief btw voor 2026 en 2027 in het integrale maatregelenpakket van de regio Noord. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 3.756.925 inclusief btw (ontvanger: provincie Groningen). De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een vastgesteld plan van aanpak dat januari 2026 wordt ingediend bij het Rijk. Het plan van aanpak voldoet aan de voorwaarden van de aanpak. Rijk en regio spreken af tenminste elk voorjaar een gesprek te hebben over resultaten en bijsturing. In het najaar spreken de partijen over de voortgang, planning, financiën en inzet. Rijk en regio spreken af de uitvoering van de maatregelen te monitoren en een jaarlijkse bijdrage te leveren aan de gezamenlijke Monitoring & Evaluatie-cyclus. 3.
Rijksbijdrage landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes Rijk en regio treden in overleg om eerdere niet gehonoreerde voorstellen door te nemen, zodat de regio bij de volgende ronde kansrijke voorstellen kan indienen. 4. Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming
Het beschikbare budget van IenW van € 280 miljoen wordt op basis van de door de regio’s
ingediende voorstellen en na beoordeling aan de hand van het vastgestelde beoordelingskader, verdeeld conform onderstaand overzicht. De minister van IenW reserveert eenmalig een maximaal bedrag van € 38.181.000 voor de realisatie van kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming in de regio Noord-Nederland. Dit is als volgt onderverdeeld: o Aanpak Verkeersplein Gieten (N34/N33) - € 17.036.000 o Afrit 36b A7 aanleg tunnel Brailleweg - € 3.025.000 o Afrit 41 A7 Hoogezand - € 1.500.000 o N7 Sneek oost doorstroming optimaliseren - € 6.000.000 o Rotonde Veenoord (A37/N376) - € 750.000 o N359-A7 (nz) Bolsward-west “De Marne” - € 3.500.000 o Veerhaven Schiermonnikoog - € 640.000 o Afrit 34 A7 Leek verbeteren doorstroming - € 4.000.000 o Afrit 47 A7 Winschoten aanpak Rozenbladrotonde - € 530.000 o Rotonde N392/A32 Akkrum-Oost - € 600.000 o Rotonde A31 op-afrit Franeker zuidzijde - € 600.000 De hierboven genoemde rijksbijdragen zijn allen inclusief btw en prijspeil 2025. Zolang deze middelen op het Mobiliteitsfonds staan, is het uitgangspunt dat de rijksbijdrage geïndexeerd wordt op basis van de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI). In het geval IenW zelf geen of een beperkte indexatie ontvangt van het ministerie van Financiën, kan de minister van IenW besluiten om de rijksbijdrage niet te indexeren.
Alsdan treden Rijk en regio met elkaar in overleg over mogelijke vervolgacties, met inachtneming van de hieronder genoemde verantwoordelijkheden. De regio is verantwoordelijk voor de verdere uitwerking én realisatie van de maatregelen en draagt zorg dat de maatregelen binnen de planning en budget worden gerealiseerd. Daar waar aanpassingen aan het rijkswegennet nodig zijn, voert de regio dit uit conform de daarvoor geldende (RWS-)kaders en richtlijnen die door RWS zullen worden aangeleverd. De regio doet dit op zo’n manier dat de inzet van RWS beperkt blijft tot een toetsende (en waar nodig
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
57
ontheffing verlenende) rol. Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst (tussen regio en RWS). De uitwerking en realisatie vindt plaats voor rekening en risico van de regio, met inachtneming van de gereserveerde eenmalige maximale bijdrage van het Rijk (inclusief btw en prijspeil 2025). Bij een dreigende budgetspanning is het aan de regio om op zoek te gaan naar versoberingen en/of optimalisaties. Indien dit niet mogelijk blijkt, kan de regio een voorstel doen aan het Rijk om een verschuiving/prioritering aan te brengen binnen de bestaande maatregelen per MIRT-regio. De Rijksbijdrage zal via een specifieke uitkering (SPUK) aan de regio (aanbestedende wegbeheerder) worden uitgekeerd. De desbetreffende aanbestedende wegbeheerder dient hiervoor een aanvraag in op het moment dat hij besluit dat de maatregel gerealiseerd zal worden. Hierbij dient de maatregel nog steeds te voldoen aan de in het vastgestelde beoordelingskader opgenomen criteria. 5. Programmatische benadering N33 Rijk en regio spreken af om over de invulling van de programmatische benadering N33 en wijze van samenwerken een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) te maken. De SOK zal in elk geval ingaan op de aspecten: governance, financiën, (risico)beheersing, afspraken over het verkrijgen of realiseren van benodigde vergunningsruimte, maakcapaciteit en communicatie.
Het uitgangspunt is en blijft om de samenhang te borgen in verkeerskundige, planologische, technische, financiële en procesmatige keuzes voor beide tracés. Het streven is om de SOK uiterlijk eind van het derde kwartaal van 2026 te ondertekenen. 6. Start MIRT verkenning N33 Noord Rijk en regio hebben de ambitie om de N33 te ontwikkelen tot een robuuste en toekomstbestendige verbinding tot aan de Eemshaven, passend bij de ambities en ontwikkelingen in/voor het gebied. De afgelopen twee jaar is door Rijk en regio, constructief samengewerkt aan het MIRT onderzoek N33 Noord tussen Appingedam en de Eemshaven. Rijk en regio nemen de uitkomsten van het onderzoeksrapport N33 Noord ter kennisgeving aan en betrekken dit bij de volgende fase. In dit onderzoek worden haalbare oplossingsrichtingen geschetst. Op basis van de uitkomsten van het MIRT onderzoek en aanvullende studie besluiten Rijk en regio tot het starten van een MIRT verkenning. Voor dit project is er door het Rijk € 252,5 miljoen (prijspeil 2025) aan realisatiebudget gereserveerd. Daarnaast heeft het Rijk in totaal € 5 miljoen gealloceerd voor studiekosten. Binnen de MIRT verkenning wordt opnieuw breed onderzocht welke oplossingsrichtingen mogelijk zijn voor zowel de weg als de oeververbinding; passend bij de opgaven, ambities en ontwikkelingen.
De spanning tussen opgaven, ambities en tempo worden meegenomen in de MIRT Verkenning. Ook worden relevante ontwikkelingen zoals militaire mobiliteit betrokken. Onderzoek naar alternatieve bekostiging, value engineering en mogelijkheden voor fasering zullen integraal onderdeel vormen van de verkenning. Daarbij zal nadrukkelijk gekeken worden naar korte en lange termijn oplossingen. De samenhang met de N33 Midden zal nadrukkelijk nader uitgewerkt worden alsook de samenhang met het onderliggend wegennet (OWN) en met de ruimtelijke ontwikkelingen zoals in de Eemshaven, de Oostpolder en Delfzijl. Daarbij wordt rekening gehouden met de verdere ontwikkeling van (o.a. de ruimtelijk economische ontwikkelstrategie en bereikbaarheidsagenda) het NOVEX-gebied Groningen / Masterplan Zeehavens. Inzet is om de MIRT startbeslissing uiterlijk eind Q2 2026 vast te stellen. Het streven is om de verkenning eind 2028 af te ronden met het vaststellen van een voorkeursbeslissing.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
58
4
7. Gefaseerde herstart N33 Midden Rijk en regio stellen vast dat de Bestuursovereenkomst (BOK) Verdubbeling N33 Midden uit 2015 vanwege diverse ontwikkelingen vervallen is. Met het beschikbaar stellen van middelen voor de N33 in Nij Begun, willen Rijk en regio de Verdubbeling N33 Midden opnieuw opstarten. De regio (provincie) is bestuurlijk bereid hier € 39,8 miljoen (prijspeil 2025) bij te dragen aan het project, onder voorwaarde dat Provinciale Staten hiermee instemt (2026/2027). De Provincie is niet risicodragend. Rijk en regio maken nadere afspraken over de wijze en het moment waarop de regionale bijdrage geïndexeerd naar actueel prijspeil wordt geleverd. Ook bij het Rijk is er geen ruimte voor extra financiering. Dit betekent dat eventuele dreigende tekorten, opgelost worden door: het vinden van aanvullende financiering bij derden, het aanpassen van de scope, dan wel het herverdelen van middelen tussen de N33 Noord en Midden. Het totaal taakstellend budget voor de N33 Midden is daarmee € 201,9 miljoen (prijspeil 2025). Van dit taakstellend budget is reeds € 4,3 miljoen besteed aan voorbereidende werkzaamheden. Het uitgangspunt is dat het project binnen het taakstellend budget gerealiseerd wordt. In het kader van (kosten- en risico) beheersing spreken Rijk en regio af om de komende periode aan scenario’s te werken hoe met budgetspanning om te gaan.
De Provincie Groningen neemt het voortouw voor het verwezenlijken van de benodigde (stikstof)vergunningsruimte voor de realisatie van de N33. Rijk en regio zullen hiertoe samen optrekken. Partijen maken afspraken over het verwerven van de benodigde gronden. Hierbij wordt de door de Provincie 4 gedane grondaankopen betrokken. De komende periode wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor de herstart. Inzet is deze uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 vast te stellen. Het borgen van samenhang (procesmatig, verkeerskundig en planologisch) met de N33 Noord alsook ontwikkelingen rond NOVEX-gebied Groningen/ Masterplan Zeehavens vormt onderdeel hiervan. Partijen bezien op welke wijze zij de afspraken over dit project wensen vast te leggen. 8. Ontsluiting Groningen Airport Eelde Tijdens het BO MIRT van 2024 hebben het Rijk en de provincie Drenthe afspraken gemaakt over de gefaseerde realisatie van (infrastructuur)plannen door Groningen Airport Eelde (GAE). Er is op basis van het amendement van de leden Koerhuis en Van der Molen (Kamerstuk 36 200 A nr. 54) door het Rijk taakstellend € 6,5 miljoen inclusief btw beschikbaar gesteld een verkeersveilige ontsluitingsweg voor het nieuwe Business Park Bravo.
Inmiddels is de taakstellende rijksbijdrage van € 6,5 miljoen inclusief btw voor de realisatie van een verkeerveilige ontsluitingsweg voor het nieuwe Business Park Bravo overgemaakt aan de Provincie Drenthe. Het Rijk neemt kennis van de voortgang, de start van (voorbereidende) werkzaamheden voor de realisatie van de verkeersveilige ontsluitingsweg is voorzien in 2027. Rijk en regio zijn in overleg getreden n.a.v. het aangenomen amendement van het lid de Groot (Kamerstuk 36 600 A, nr. 11). Hiermee is er aanvullend € 6,5 miljoen inclusief btw taakstellend beschikbaar gesteld. Partijen spreken af dat deze middelen besteed zullen worden aan de reconstructie van het voorterrein van de luchthaven inclusief de realisatie van een rotonde en OV-hub t.b.v. de landzijdige ontsluiting van Groningen Airport Eelde (GAE). Voorts spreken partijen af dat de initiatiefnemer GAE risicodragend is voor de realisatie van de verkeersveilige ontsluitingsweg voor het nieuwe Business Park Bravo, de reconstructie van het
De Provincie Groningen heeft grondaankopen gedaan voor € 4,131 miljoen.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
59
voorterrein van de luchthaven inclusief de realisatie van een OV-hub. Deze maatregelen worden uiterlijk in het vierde kwartaal van 2029 gerealiseerd. De Provincie Drenthe ziet toe op de doelmatige besteding van de middelen. De additionele bijdrage van € 6,5 miljoen inclusief btw, op basis van amendement van het lid de Groot, wordt in 2026 uitgekeerd aan provincie Drenthe. 9. Nedersaksenlijn
Rijk en regio stellen het startdocument voor de verkenning gebiedsontwikkeling
Nedersaksenlijn vast. Deze verkenning stelt de ruimtelijke, economische en sociale uitwerking en impact van de Nedersaksenlijn centraal, met het versterken van de brede welvaart als rode draad. De verkenning gebiedsontwikkeling loopt parallel op met de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn; beide trajecten vullen elkaar wederzijds aan. De regio financiert de verkenning gebiedsontwikkeling en het Rijk financiert de MIRTverkenning. De € 85 miljoen die het Rijk voor Reactivering Veendam-Stadskanaal gereserveerd had vanuit Nij Begun, worden gebruikt voor de Nedersaksenlijn. De provincie Groningen reserveert het resterend provinciale budget van Reactivering Veendam-Stadskanaal, onder voorbehoud van goedkeuring door Provinciale Staten Groningen, ordegrootte € 65,7 miljoen voor de realisatie van de Nedersaksenlijn. IenW en provincie Groningen maken in de verkenning hierover nadere afspraken. De regio heeft tijdens het Bestuurlijk Overleg Deltaplan op 7 oktober 2024 € 50 miljoen aanvullende cofinanciering toegezegd voor de realisatie van de Nedersaksenlijn. De provincie Drenthe neemt vanuit de regio verantwoordelijkheid voor deze bijdrage. IenW en provincie Drenthe maken in de verkenning hierover nadere afspraken. Daarmee is het taakstellend budget voor de Nedersaksenlijn in totaal circa € 2115 miljoen.
Dit bedrag is beschikbaar voor de aanleg voor de Nedersaksenlijn en de studiekosten om tot de aanleg te komen. Voor de realisatie van de elektrificatie Almelo-Mariënberg, onderdeel van het tracé van de Nedersaksenlijn, hebben de provincie Overijssel en de Rijksoverheid eerder respectievelijk € 50 miljoen en € 23 miljoen gereserveerd. 10. Lelylijn
In het NOVEX-gebied Lelylijn werken Rijk en regio samen aan de ontwikkeling van een nieuwe
spoorverbinding tussen het noorden en de Randstad. Naast verbeterde bereikbaarheid werkt de Lelylijn structuurversterkend en biedt kansen voor economische groei, woningbouw en leefbaarheid in Noordelijk Nederland. Daarom is de Lelylijn opgenomen in de Ontwerp-Nota Ruimte 2050, het ontwerp voor de nieuwe Nationale Omgevingsvisie. Rijk en regio werken aan het Masterplan Lelylijn, met als doel de benodigde beslisinformatie te leveren voor de stap naar de MIRT-verkenning, waaronder het noodzakelijke zicht op 75% financiering voor het meest voor de hand liggende alternatief. Rijk en regio hebben de heer Klaas Knot (voormalig president van De Nederlandsche Bank) aangesteld als Lelylijn-gezant. In deze rol zal hij onder meer adviseren over realistische bekostiging en financiering voor de Lelylijn en de kosten daaraan. Hij zal ook kijken naar de geschiktheid van de MIRT-systematiek voor een project van deze omvang. De bevindingen van Klaas Knot zijn een advies aan het volgende kabinet. Het advies van de Lelylijn-gezant en de resultaten van het Masterplan worden op 30 januari gepresenteerd en besproken met bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere betrokkenen op een Lelylijnconferentie. 11. Spoorknooppunt Zwolle-Meppel
Rijk en regio bevestigen dat via 2 amendementen een budget ter hoogte van € 78 miljoen (inclusief btw prijspeil 2025) gereserveerd is voor de aanpak van spoorknooppunt ZwolleMeppel. Aanvullend is bij de VJN 2025 een budget van € 100 miljoen (inclusief btw prijspeil 2025) beschikbaar gesteld door het Kabinet. Hiermee is een totaalbudget van € 178 miljoen beschikbaar. Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
60
Rijk en regio bevestigen dat deze middelen gereserveerd zijn voor de aanpak van
spoorknooppunt Zwolle-Meppel, met als doel het bijdragen aan de robuustheid / snelheidsverhoging en stappen richting frequentieverhoging (zoals een derde en vierde IC van en naar Groningen, meer sneltreinen c.q. stoptreinen). 5 Rijk en regio spreken af voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 concrete afspraken te maken over de besteding van het aanvullende budget van € 100 miljoen voor spoorknooppunt Zwolle-Meppel. 12. Vervanging HRMK-spoorbrug Rijk en regio constateren dat huidige budget ontoereikend is om een MIRT verkenning te starten naar de vervanging van de HRMK-spoorbrug in Leeuwarden door een spooraquaduct. De Regio verkent de mogelijkheden binnen het project ter vervanging van de HRMK-spoorbrug binnen de beschikbare middelen en betrekt daarbij de meerwaarde en urgentie voor de omgeving en de bereikbaarheid. Rijk en regio spreken af met het BO MIRT van 2026 een definitief besluit te nemen over de toekomst van het lopende project ter vervanging van de HRMK-spoorbrug inclusief de hiervoor gereserveerde middelen. 13. Zero emissie treinvervoer Rijk en regio Noord en Oost stellen het plan Emissievrij personenvervoer per trein vast, dat is opgesteld naar aanleiding van de motie van de leden Pierik en De Hoop van 27 mei 2025.
Rijk en regio werken ernaar toe om tijdig, voor de eerstvolgende aanbestedingen in de regio, afspraken te maken over ZE op de Noordelijke lijnen. Rijk en regio zullen hierover in februari nader in overleg gaan. De regio heeft de systeemkeuze gemaakt voor (partiële) elektrificatie (i.c.m. batterijtreinen) ter verduurzaming van het reizigersvervoer van de Noordelijke spoorlijnen. Rijk en regio doen aankomend jaar gezamenlijk onderzoek (naar o.a. de samenhang met bijvoorbeeld TEN-T) om met het BO MIRT 2026 een definitieve systeemkeuze te kunnen maken voor de noordelijke lijnen. Waar behulpzaam worden in dit onderzoek scenario’s voor een uitwerking van de definitieve systeemkeuze in beeld gebracht. Een logische vervolgstap op de definitieve systeemkeuze is de start van een verkenning. Hiervoor is zicht nodig op de benodigde financiële middelen conform de MIRT-spelregels. Rijk en regio zien dat er hiervoor nu geen financiële middelen beschikbaar zijn. 14. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Bruggen Prinses Margriet Kanaal
Het Rijk komt in 2026 met een concreet uitgewerkte planning voor de vervanging van de
betreffende bruggen. Wel stellen Rijk en regio daarbij vast dat de conditie van de huidige bruggen een zorgpunt blijft (en dan met name bij Spannenburg en Oude Schouw), totdat deze bruggen ook daadwerkelijk vervangen zijn. Rijk en regio spreken daarom af dat het Rijk in ieder geval voor Oude Schouw en Spannenburg in 2026 een aantal scenario’s op zal stellen. Deze scenario’s gaan in ieder geval in op preventieve maatregelen om een verdere afschaling van de functie te voorkomen, alsmede hoe een afschaling er uit kan komen te zien. Een en ander vooruitlopend op de vervanging. Deze scenario’s worden afgestemd met de regio en besproken met de omgeving. 15. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Schuilenburg
Rijk en regio constateren dat met het vaststellen van de voorkeursbeslissing voor het
5
vervangen van de bruggen bij Spannenburg, Oude Schouw, Uitwellingerga en Kootstertille, het zicht op een concrete oplossing voor de vijfde Friese brug bij Schuilenburg nog ontbreekt. Het Rijk komt daarom in 2026 versneld tot een beslissing voor de brug bij Schuilenburg, waarbij de regio nadrukkelijk betrokken blijft.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 984, nr. 1176
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
61
16. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Gerrit Krolbrug Rijk heeft toegelicht waarom wordt afgezien van een tijdelijke voorziening via de Busbaanbrug. Rijk en regio spreken af om in gesprek te blijven over het uitwerken van de minder hinder maatregelen die nodig zijn als de nieuwe Gerrit Krolbrug wordt gerealiseerd. Hierbij worden de maatregelen die genomen moeten worden voor fietsers, voetgangers en minder mobiele gebruikers vooropgesteld. 17. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Zeesluis Farmsum Rijk en Regio hebben in het BO MIRT van 6 november 2023 afgesproken dat in het proces van vervanging en renovatie (VenR) van de zeesluis Farmsum gezamenlijk zowel naar de korte als lange termijn opgaven gekeken wordt: o Reguliere planfase VenR - uitvoering van groot onderhoud waarbij ook onderzoeken worden uitgezet voor de toekomst en gekeken wordt naar de doorwerking van de omgevingscontext en eventuele eenvoudige koppelkansen worden meegenomen; o Toekomstperspectief zeesluis Farmsum - onderzoek met stakeholders naar toekomstige ontwikkelingen, nieuw toekomstbeeld en koppelkansen. Waarin samenwerking met de regionale partners van belang is. Mocht hieruit voortkomen dat het wenselijk is de zeesluis eerder te vervangen wordt hier samen actie op ondernomen. Dit proces is gestart in mei 2024, maar heeft, door diverse oorzaken, enige tijd stilgelegen.
Inmiddels hebben Rijkswaterstaat en de Provincie Groningen afspraken gemaakt over het vervolg. In het BO Leefomgeving van dit voorjaar, is een vooraankondiging gedaan om in het BO MIRT van november 2025 de vervolgstappen vast te leggen. Het Rijk en de regio (de provincie Groningen, de gemeente Eemsdelta, Gronings Sea Ports (GSP) en het waterschap Hunze en Aa’s), hebben hierna intensief overleg gevoerd over het toekomstperspectief van de zeesluis Farmsum. Alle partijen onderschrijven de gezamenlijke ambitie om te komen tot een toekomstbestendige oplossing die zowel de kwaliteit en betrouwbaarheid van het hoofdwegennet als de toegankelijkheid van het regionale vaarwegennet en de leefomgeving versterkt. Het Rijk benoemt in zowel de Nota Ruimte als in de Havennota 2020-2030 de Eemshaven en de haven van Delfzijl als zeehavens van nationaal belang. In de Provinciale Omgevingsvisie van de Provincie Groningen is het knelpunt van de zeesluis Farmsum benoemd. De Zeesluis Farmsum is momenteel geen IMA-knelpunt (Integrale Mobiliteits Analyse). De opgave voor de Zeesluis Farmsum hangt samen met NOVEX Groningen/ Masterplan Zeehavens. Rijkswaterstaat start de Vervanging en Renovatie-planstudie in 2025 met een verwachte doorlooptijd van 4 jaar.
In de planfase onderzoeken worden aspecten zoals klimaatadaptatie en scheepvaartontwikkelingen die mogelijk van invloed kunnen zijn op de vervanging in de toekomst meegenomen. De regio hecht belang aan een toekomstbestendige situatie voor de zeesluis Farmsum, zodat de doorgaande route voor beroepsvaart (CEMT Va) en recreatievaart gewaarborgd blijft. De regio is gecommitteerd om deze opgave gezamenlijk met het Rijk op te pakken en vorm te geven, om hiermee richting te geven aan een robuuste, duurzame en toekomstbestendige inrichting van het sluizencomplex; De regio neemt het initiatief om een plan van aanpak op te stellen met daarbij behorende ontwikkelscenario’s, waarbij de regio onder andere onderzoek doet naar de verwachte goederenstromen per modaliteit en de effecten hiervan op de zeesluis Farmsum, maar waaruit ook gezamenlijke acties kunnen ontstaan. Hiermee werken Rijk en regio toe naar een gezamenlijk besluit voor een robuuste, duurzame en toekomstbestendige sluis Farmsum. Dit plan van aanpak met ontwikkelscenario’s is in het voorjaar van 2026 gereed. Rijk en regio zullen in overleg treden over de resultaten en ontwikkelscenario’s die voortvloeien uit het plan van aanpak. Eventuele afspraken hierover leggen we vast in het BO MIRT.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
62
18. Brug Westerwoldse Aa
Rijk en de regio hebben intensief overleg gevoerd over vervanging van de Westerwoldse Aa-
brug in de A7 ter hoogte van Bad Nieuweschans. De huidige beweegbare brug over de Westerwoldse Aa bereikt in 2047 het einde van haar technische levensduur. Rijkswaterstaat adviseert op basis van de resultaten van de uitgevoerde planfase een vaste brug, vanuit de overweging dat deze variant de beste invulling geeft aan de projectdoelstellingen: het op een kosteneffectieve wijze borgen van de constructieve veiligheid, het behalen van de technische levensduur en het reduceren van de geluidsoverlast. De regio hecht belang aan behoud van een beweegbare brug, zodat de doorgaande route voor beroepsvaart (CEMT I) en recreatievaart met staande mast behouden blijft en de economische en recreatieve ontwikkelingskansen in Oost-Groningen worden geborgd. Daarnaast wordt met een nieuwe brug de geluidsoverlast gereduceerd. Hiertoe heeft de regio een plan van aanpak opgesteld. De regio neemt het initiatief om het opgestelde plan van aanpak voor het gebied nader te concretiseren tot een investeringsprogramma inclusief voorgenomen financiële dekking voor de maatregelen in dat programma. Het Rijk neemt het investeringsprogramma in overweging en toetst of de keuze voor een beweegbare brug daarmee voldoende kan worden onderbouwd en verantwoord. Indien het investeringsprogramma voldoende onderbouwing en verantwoording biedt, dan stellen Rijk en regio een bestuursovereenkomst op.
Deze bestuursovereenkomst is uiterlijk in februari 2026 gereed. Indien het investeringsprogramma onvoldoende onderbouwing en verantwoording biedt voor een beweegbare brug, dan is het aan het Rijk om een definitieve keuze te maken, maar niet voordat bestuurlijk overleg tussen partijen heeft plaatsgevonden. 19. Sluis Kornwerderzand Op 25 september 2025 hebben de gedeputeerden van de provincies Flevoland, Overijssel en Fryslân overleg gehad met de minister van IenW over het project Verruiming Sluiscomplex Kornwerderzand. In dit overleg zijn afspraken gemaakt over de stappen die gezet moeten worden om nieuwe afspraken te maken over de realisatie van dit project. Het gaat dan over de bruggen, oplossingen voor de verzilting in relatie tot de sluis, verdiepen van de vaargeulen en actuele kostenramingen. In het komend half jaar werken Rijk en regio dit gezamenlijk uit. Parallel hieraan maken Rijk en regio afspraken over de governance, financiële consequenties, risicoverdeling en consequenties voor de huidige Bestuursovereenkomst. 20. Ruimtelijk Arrangement Rijk – Groningen
Rijk en provincie Groningen stellen het Ruimtelijk Arrangement Rijk – Groningen 2025 vast. 21. NOVEX-gebied Regio Groningen-Assen (RGA)
Rijk en regio stellen de NOVEX-RGA Uitvoeringsagenda 2.0 vast en nemen kennis van de contouren van de Regionale Investeringsagenda.
Rijk en regio gebruiken de nu voorliggende UA 2.0 als basis voor de jaarlijkse herijking richting BO’s in 2026 en verder.
Rijk en Regio concretiseren de Regionale Investeringsagenda en agenderen op het BOL 2026 een volgende versie.
22. NOVEX-gebied Regio Zwolle (uit BO MIRT Oost) Rijk en Regio nemen kennis van de inhoudelijke voortgang van NOVEX-gebied Regio Zwolle. Rijk en Regio spreken af op het BO-Leefomgeving van 2026 de verdere uitwerking van de verstedelijkingsafspraken van NOVEX-gebied Regio Zwolle te bespreken aan de hand van de eerste Regionale Investeringsagenda (RIA).
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
63
Regio Zuid-Nederland
1. Bereikbaarheidspeil Zuid-Nederland: regionale bereikbaarheidsanalyses De coördinatie voor het opstellen van de regionale bereikbaarheidsanalyses is door de provincies Noord-Brabant en Limburg gemandateerd aan SmartwayZ.NL. 2. Spitsspreiden en -mijden Zuid-Nederland Het Rijk investeert € 500.000 inclusief btw in monitoring en evaluatie en impulsmaatregelen in 2025 (ontvangers provincie Noord-Brabant € 411.000 en Provincie Limburg € 89.000). Rijk en regio Noord-Brabant investeren € 3,7 miljoen inclusief btw voor 2026 en 2027 in het integrale maatregelenpakket van de regio Noord-Brabant. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 1,85 miljoen inclusief btw (ontvanger: provincie Noord-Brabant). Rijk en regio Limburg investeren (aanvullend) € 8,082 miljoen inclusief btw voor 2026 en 2027 in het integrale maatregelenpakket van de regio Limburg. Het Rijk financiert maximaal 50% van de totale kosten, tot een maximum van € 3.757.050 inclusief btw (ontvanger: provincie Limburg). De resterende rijksbijdrage wordt gedekt uit onbestede restmiddelen uit 2024 en 2025 en op basis van 50% cofinanciering ingezet voor het integrale maatregelenpakket. De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een vastgesteld plan van aanpak dat januari 2026 wordt ingediend bij het Rijk. Het plan van aanpak voldoet aan de voorwaarden van de aanpak.
Rijk en regio spreken af tenminste elk voorjaar een gesprek te hebben over resultaten en bijsturing. In het najaar spreken de partijen over de voortgang, planning, financiën en inzet. Rijk en regio spreken af de uitvoering van de maatregelen te monitoren en een jaarlijkse bijdrage te leveren aan de gezamenlijke M&E-cyclus, gecoördineerd binnen SmartwayZ.NL. Rijk en regio spreken om voor Brainport Bereikbaar, Brabant Bereikbaar en voor landsdeel Zuid een passende samenwerking met de betrokken overheden te organiseren, waarbij SmartwayZ.NL dit als verbindend programma ondersteunt. 3. Multimodale Agenda SmartwayZ.NL Rijk en regio hebben kennisgenomen van het proces om te komen tot een meerjarige multimodale agenda (MMA) voor Zuid-Nederland. Hierover vindt dit voorjaar bestuurlijke afstemming en besluitvorming plaats in de Programmaraad SmartwayZ.NL om zo uiterlijk voorafgaand aan het BO Leefomgeving 2026 de MMA te kunnen afronden. 4. Brainport: A58 Eindhoven – Tilburg Het gezamenlijk doel van Rijk en regio blijft het vlot tot realisatie komen van de verbreding van de A58 Eindhoven – Tilburg. De doorstart van de planuitwerking met een projectteam is gepland voor 2027. Onduidelijk is of het eerder vastgestelde ontwerp daadwerkelijk nog gerealiseerd kan worden. De beslisinformatie die daaraan ten grondslag lag is mogelijk gedateerd.
Daarom wordt in 2026 een juridisch planologische toets uitgevoerd. Deze toets brengt in beeld of, en zo ja op welke manier, de planuitwerking A58 Eindhoven – Tilburg versneld uitgevoerd kan worden. Daarbij wordt ook de mogelijkheid voor een gefaseerde aanpak onderzocht. Deze toets wordt gevolgd door: o Een inhoudelijke toets/gevoeligheidsanalyse van de verkeerscijfers op (deel)tracés. o Inzicht in de stikstofopgaven en het commitment van partijen (m.n. provincie en Rijk) om hier stappen in te zetten is van belang. De brug bij Oirschot (onderdeel van de verbreding van de A58 Eindhoven – Tilburg) wordt in twee stappen door Rijkswaterstaat verbreed. De huidige brug wordt uiterlijk vóór 2030 vervangen, omdat deze einde levensduur is. Een tweede brug wordt vervolgens bij de realisatie van de verbreding ernaast gelegd. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid gegarandeerd is en dat een toekomstige verbreding naar drie of vier rijstroken mogelijk is.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
64
5. MIRT-verkenning A2/N2, Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting In mei 2025 is de startbeslissing voor de integrale MIRT-verkenning A2/N2, Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting genomen. Voor alle drie de verkenningen zijn middelen beschikbaar gesteld, waarvoor in het BO MIRT 2024 een onderverdeling is gemaakt. De verkenningen zijn gestart en de eerste participatiebijeenkomsten hebben plaatsgevonden. Voor de A2/N2 wordt gewerkt aan het uitwerken van kansrijke oplossingsrichtingen. Belangrijk daarbij is de vraag of een tracé voor de Brainportlijn over de A2/N2 loopt. De bestuurlijke kerngroep voert daar begin 2026 het gesprek over. De Noordwestelijke ontsluiting wordt vanwege de voorziene opening van een kantoor en fabriek op BIC-Noord (fase 1 van de totale ontwikkeling van BIC-Noord) op begin 2028 versneld uitgevoerd. De middelen die voor de Noordwestelijke ontsluiting zijn gereserveerd worden aangewend voor de ontwikkeling van de wegenstructuur om BIC-Noord te ontsluiten: o € 55 miljoen plus € 4 miljoen voor de uitbreiding van de onderdoorgang Erica en de ontsluiting van de Spottersweg. o € 6 miljoen voor maatregelen aan het onderliggend wegennet in Best en Oirschot. De vervolgafspraken over de financiën worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst. 6.
Brainport: Korte Termijn Maatregelenpakket 1 en Korte Termijn Maatregelenpakket 2 (KTM1 en 2) In lijn met de afspraken uit het Beethovenconvenant en het BO MIRT 2024 heeft de regio in 2025 de maatregelen van het Korte Termijn Maatregelpakket 2 (KTM2) nader uitgewerkt. Deze maatregelen dragen bij aan het versnellen van de mobiliteitstransitie in de regio, het ontlasten van het nationale en regionale wegennet en het faciliteren van de verstedelijkingsopgave. De Rijksbijdrage aan KTM2 (van € 72.173.000 inclusief btw, prijspeil 2025) wordt als volgt uitgekeerd: o € 7.319.000 aan Rijkswaterstaat voor Bus op Vluchtstrook projecten A67 EerselVeldhoven noordelijke rijbaan en A2-zuid tranche 2. o € 44.524.000 aan het Regionaal Mobiliteitsfonds MRE voor de maatregelen die door de regio worden uitgevoerd. o Voor de resterende € 20.330.000 werken Rijk en regio nog uit welk bedrag aan ProRail, NS en/of Regionaal Mobiliteitsfonds MRE wordt uitgekeerd. Besluitvorming hierover wordt gemandateerd aan de BAG Mobiliteit Brainport. Voor KTM1 uit de Brainportdeal van 2022 resteert nog een Rijksbijdrage van € 21.034.000 (inclusief btw, prijspeil 2025). De gemeente Eindhoven zal de aanvragen voor KTM1 en KTM2 namens de Metropoolregio Eindhoven indienen. Het Rijk verleent de beschikking voor KTM1 (€ 21.034.000) en KTM2 (€ 44.523.000) in 2026 en gaat hiermee de verplichting aan.
De Rijksbijdrage aan KTM 1 en KTM2 worden vervolgens in 2026 overgeboekt, mits passend binnen de financiële kaders van het Rijk. De resterende Rijksbijdrage van € 20.330.000 uit KTM2 (prijspeil 2025) wordt zo spoedig mogelijk uitgekeerd nadat de verdeling duidelijk is. De regio zal, naar huidig inzicht, de maatregelen uiterlijk in 2034 uitvoeren. De programmabeheersing van KTM1 en KTM2 vindt plaats conform de afspraken zoals Rijk en Regio hebben gemaakt in de Stuurgroep Verstedelijking & Mobiliteit Brainport en onder regie van Metropoolregio Eindhoven. Rijk neemt deel in het vervolgonderzoek van de provincie Noord-Brabant en MRE naar eigendom, beheer en exploitatie van de Brainporthubs (Rijksterm: corridorhubs), waarin ook een (mede)rol voor het Rijk wordt verkend. Conform eerdere BO MIRT afspraak wordt hierbij gebruik gemaakt van de gezamenlijk ontwikkelde kennis, uitgangspunten en methodieken van het Nationaal Programma Mobiliteitshubs (waaronder voor fysieke herkenbaarheid, digitale ontsluiting, M&E en nader uit te werken beleidskader)
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
65
7. Brainport: Bus op Vluchtstrook Rijk en regio stellen vast dat het project Bus op Vluchtstrook A67 Eersel-Veldhoven zuidelijke rijbaan in de zomer 2025 gereed is gekomen. Rijk en regio spreken af dat Rijkswaterstaat aansluitend hierop met prioriteit verder gaat met de uitwerking, contractvoorbereiding en uitvoering van de projecten Bus op Vluchtstrook A2 Zuid tranche 1 (bij Leende, richting het zuiden) en A50 (tussen Nistelrode en Son, diverse wegvakken richting het noorden en het zuiden). Vanuit KTM2-maatregelenpakket wordt geld gereserveerd voor A2-zuid tranche 2 (diverse wegvakken tussen Maarheeze en Eindhoven, richting het noorden) en A67 Veldhoven-Eersel noordelijke rijbaan. 8. Brainport: A67 Leenderheide – Geldrop De Minister van IenW stelt een taakstellend budget van € 20,7 miljoen (inclusief btw) beschikbaar voor een mitigerend maatregelenpakket A67. Regio investeert minimaal een gelijke of eventueel hogere bijdrage dan de Rijksbijdrage in het maatregelenpakket. De regio is risicodragend. Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader ‘toedeling resterende projectbudgetten’. De maatregelen worden uitgevoerd door de regio.
Het maatregelenpakket bevat onder andere: o Investeringen in (snel)fietsinfrastructuur o Ongelijkvloerse voet- en fietsverbindingen o Verbeteren verkeersdoorstroming onderliggend wegennet o Versterken regionale mobiliteitshubs (treinstations) Het Rijk baseert de financiering op de ingebrachte projectvoorstellen. De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd. De gemeente Eindhoven doet namens de Metropoolregio Eindhoven hiervoor een aanvraag. Het Rijk verleent de beschikking in 2026 en gaat hiermee de verplichting aan. De Rijksbijdrage wordt vervolgens in 2026 overgeboekt, mits passend binnen de financiële kaders van het Rijk. 9. Brainport: Grondfaciliteit Fellenoord Bij het BO Leefomgeving hebben het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en de regio afgesproken om een 50% risicodragende participatie van VRO in de recent (2024 en 2025) gerealiseerde en beoogde (grond)verwervingen Fellenoord onderdeel te laten zijn van een pilot ten behoeve van het opstellen van een grondfaciliteit. Doel is dat dit leidt tot versnelde realisatie van woningen in het plangebied en het delen van het financiële risico dat optreedt op het moment dat door de gemeente verworven gronden/panden in de gebiedsontwikkeling worden gebracht.
Uit de pilot is gebleken dat de nog op te richten grondfaciliteit (op korte termijn) geen soelaas biedt voor het doen van de gewenste grondaankopen dan wel het afdekken van de risico’s ten behoeve van een versnelde inbreng in de grondexploitatie. Hierop hebben VRO en Regio samen alternatieven verkend en is de inzet van het Gebiedsbudget (voor de periode tot en met 2030 korte termijn) het meest geschikte instrument gebleken om te voorzien in de gedane en beoogde verwervingen en risicoafdekking. De gemeente heeft deze beoogde verwervingen opgenomen in de aanvraag voor het Gebiedsbudget. Deze aanvraag is eind 2025 gehonoreerd en beschikt, voor een totale bijdrage van € 6.253.908. Voor aankopen door de gemeente ten behoeve van versnelling van de woningbouw in deze gebiedsontwikkeling blijven partijen met elkaar in gesprek in lijn met de gemaakt afspraken uit het Beethoven Convenant. VRO en regio hebben tevens afspraken gemaakt over het toetreden van het Ministerie van VRO als vast agenda lid tot het structurele overleg tussen de directie van de Ontwikkelingsmaatschappij om geïnformeerd te zijn over de voortgang van de gebiedsontwikkeling alsmede de (versnelde) realisatie van woningen in het plangebied. Hiermee is voldaan aan de gemaakte afspraken uit het Beethoven convenant om de uitvoeringskracht te versterken.
VRO en de regio blijven continu in gesprek om kansen te benutten ten behoeve van de (versnelde) realisatie van woningen en blijven nauw
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
66
samenwerken binnen de nationaal grootschalige woningbouwlocaties in de regio (Knoop XL, Zuidwest-As en Helmond Centrum+).
10. Brainport: MIRT-verkenning OV-knoop (Multimodale Knoop en Spoorknoop) Rijk en regio constateren dat de voorbereidingen voor de MIRT Verkenningen voor de Multimodale Knoop Eindhoven (MMK) en de Spoorknoop Eindhoven (SKE) nieuwe inzichten hebben opgeleverd op basis waarvan partijen een voorkeursbeslissing kunnen nemen. De gemeente Eindhoven stelt de voorkeursvariant voor de MMK vast en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat volgt met een voorkeursbeslissing voor de SKE. De MIRT Verkenningen voor de Multimodale Knoop Eindhoven en de Spoorknoop Eindhoven zijn randvoorwaardelijk om de mobiliteitsgroei van Brainport regio Eindhoven mogelijk te maken en sluiten daarmee naadloos aan op de brede, regionale bereikbaarheidsstrategie. Rijk en regio constateren op basis van de onderzoeksresultaten dat het voorkeursalternatief B voor de MMK, inclusief een opgave voor ontwerpaanpassingen die nodig zijn om binnen het beschikbare budget te blijven, de meest kansrijke oplossing is. Partijen pakken deze opgave op als onderdeel van de planning- en studiefase. Het voorkeursalternatief voor de MMK draagt bij aan een leefbare, bereikbare en veilige gebiedsontwikkeling in het hart van Eindhoven en maakt het mede mogelijk te voldoen aan de gemaakte afspraken met het Rijk om voor 2030 5.000 woningen te realiseren (en ca. 5.000 na 2030).
Het voorkeursalternatief voor de MMK betreft (met name maar niet uitputtend) een volledig verdiept busstation met drie platforms, inpandige fietsenstalling, een nieuw stationsgebouw noordzijde met interne overstapmogelijkheid naar het busstation, vastgoedontwikkeling en ondergrondse toeleidende bustunnels met 5 uitgangen. De scope van de planning- en studiefase van beide projecten wordt uitgewerkt in plannen van aanpak voor de planning- en studiefase en vastgelegd in een Bestuursovereenkomst (BOK) Planning- en Studiefase die partijen uiterlijk eerste helft van 2026 of op het BO Leefomgeving 2026 willen vaststellen. De regio treedt in de planning- en studiefase op als opdrachtgever voor het vervolgonderzoek voor de Multimodale Knoop Eindhoven, het ministerie van IenW is opdrachtgever voor de spoorknoop Eindhoven. Ten behoeve van de bekostiging van stap 1 (emplacement West) reserveert IenW aanvullend € 10 miljoen, teneinde de vervolgopgave in de planning en studiefase op te kunnen pakken. Rijk en regio constateren dat de fysieke raakvlakken tussen de MMK en stap 3 van de SKE maken dat het wenselijk is dat ook het noordelijk perron gelijk met de MMK verder wordt uitgewerkt. Tegelijk constateren Rijk en Regio dat hier nu geen budget voor is, terwijl zicht op financiering daarvoor wel nodig is.
Rijk en regio willen gelijktijdige uitvoering van de bouw van de MMK en stap 3 mogelijk maken. Daarom spreken Rijk en regio af dat het Rijk de voorbereiding voor opdrachtverlening aan ProRail voor stap 3 per direct opstart. Zodat, wanneer er zicht is op aanvullende financiering, er direct tot definitieve opdrachtverlening overgegaan kan worden. Hiertoe wordt op uiterlijk bij het BO Leefomgeving 2026 dan wel het BO MIRT een voorstel ter besluitvorming voorgelegd. Rijk en regio constateren dat er een oplossing gevonden moet worden voor de achterblijvende indexering, in relatie tot de reële stijging van bouwkosten, en treden daartoe spoedig over in overleg zodat dit een concrete uitwerking krijgt in de BOK. 11. Brainport: Actualisatie MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport De actualisatie van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport is afgerond. Rijk en Regio constateren dat de actualisatie de ingezette koers van het onderzoek van 2020 bevestigt en verbreedt en dat de actualisatie voor de lange termijn leidt tot een aantal toegevoegde ontwikkelopgaven. Rijk en Regio onderschrijven hierbij deze stappen in verschillende stadia van uitwerking:
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
67
1. De (her)bevestiging van nut, noodzaak en urgentie van het uitvoeren van verstedelijkings- en mobiliteitsmaatregelen die reeds in gang gezet zijn. 2. Daarbij gaat het om het aanpassen van de infrastructuur voor de ontwikkeling van de eerste fase van BIC-Noord, de daarmee samenhangende integrale MIRT-verkenning naar de A2/N2, Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting, de geplande doorstart van de A58 Eindhoven – Tilburg, de mobiliteits- en gebiedsontwikkelingen van NOVEX Eindhoven (KnoopXL en HOV4), de regionale korte termijn maatregelenpakketten 1 en 2 en het aanwijzen van Helmond als grootschalige woningbouwlocatie. 3. Het belang om de zaken die hiervan op dit moment nog niet (volledig) zijn gefinancierd tijdig te realiseren. Daarbij gaat het nu met name om stap 2 en 3 van de MIRT-verkenning Spoorknoop Eindhoven, de gepauzeerde A67 Leenderheide – Geldrop en de in het Beethoven Convenant genoemde te onderzoeken opgaven in bereikbaarheid waaronder de regionale gebiedsontwikkeling (o.a. Helmond / zuidelijke ontsluiting) en de regionale OV-knoop Best. 4. Het belang om in aanvulling hierop de gezamenlijk vastgestelde opgaven aan het hoofdwegennet tot uitwerking te brengen, zoals opgenomen in de geactualiseerde netwerkstrategie HWN/OWN. 5. De noodzaak om een aantal randvoorwaarden voor de verstedelijkings- en mobiliteitsopgaven tijdig te realiseren.
Daarbij gaat het met name om netcongestie, stikstof, voorzieningen, groen-blauwe structuren, schaalsprong OV en voldoende ruimte voor werklocaties. Dit heeft deels opvolging gekregen op het BO Brainport op 3 november 2025. 6. De wens om onderdelen nader uit te werken voor de lange termijn en hiertoe te werken met gebiedsgerichte ontwikkelpaden. Waarbij Rijk en Regio gezamenlijk een integrale gebiedsvisie Eindhoven Noordwest – Best – Veldhoven en een uitwerking van het Brainportbaan-concept Best – Helmond – Deurne uitwerken. Daarnaast zal onder leiding van de Regio een uitwerking plaatsvinden van regionale knopen en ontwikkelassen en de bovenregionale samenwerking met gemeenten en regio’s buiten Brainport. Rijk en Regio borgen gezamenlijk de samenhang en regie op de uitwerking en voortgang (bijvoorbeeld in de vorm van een geactualiseerd verstedelijkingsakkoord). Rijk en Regio werken daartoe eerst een gezamenlijk plan van aanpak en opdrachtformulering uit. De vervolgopgaven op het gebied van mobiliteit en verstedelijking worden in overleg tussen de regio en IenW en VRO en indien nodig, geagendeerd op het BO Leefomgeving of BO MIRT. Rijk en Regio spreken af dat daarnaast het brede(re) gesprek over het geactualiseerde MIRTonderzoek op het BO Brainport gevoerd wordt. In het BO Brainport kan afgesproken worden om bepaalde onderwerpen op andere tafels te agenderen. 12.
Brainport: OV-exploitatie Zuidoost Brabant Om tot een passende uitvraag voor de OV-concessie in Zuidoost-Brabant te komen heeft de provincie Noord-Brabant zicht nodig op de exacte scope en een dekkende financiële exploitatie van deze scope. Hiertoe brengt de regio uiterlijk voor het BO Leefomgeving voorjaar 2026 de financiële opgave rond de exploitatie van de Brainportlijn en de potentiële oplossingsrichtingen binnen en buiten de scope van dit project in beeld. Daarbij wordt nadrukkelijk ook bezien hoe bij de uitvraag voor de OV-concessie Zuidoost-Brabant in meer flexibiliteit kan voorzien waar het gaat om de (stapsgewijze) ingroei van de Brainportlijn. Deze analyses zijn ook input voor een breder onderzoek (deep dive) van Rijk en regio naar de betaalbaarheid van het OV-systeem om wijzigingen zoals groei van het aantal OVverbindingen en de gevolgen voor de OV-exploitatie inzichtelijk te maken. Deze deep dive vindt ook plaats voor het BO Leefomgeving voorjaar 2026. 13. Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming Het beschikbare budget van IenW van € 280 miljoen wordt op basis van de door de regio’s ingediende voorstellen en na beoordeling aan de hand van het vastgestelde beoordelingskader, verdeeld conform onderstaand overzicht.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
68
De minister van IenW reserveert eenmalig een maximaal bedrag van € 50.747.500 voor de realisatie van kleine verbeteringen autonetwerk of doorstroming in de regio Zuid-Nederland. Dit is als volgt onderverdeeld: o Multi Modale Corridor (MMC) Haven Stein - € 5.400.000 o Aansluiting 49 A2 gate 7 - € 1.500.000 o Afrit 55 A2 Oeslingerbaan Maastricht - € 19.000.000 o Kleine infra A50 aansluiting 13 - € 770.000 o Project Entree + afrit 26 A17 Port of Moerdijk - € 3.327.500 o A59 Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL) - € 20.750.000
De hierboven genoemde rijksbijdragen zijn allen inclusief btw en prijspeil 2025. Zolang deze middelen op het Mobiliteitsfonds staan, is het uitgangspunt dat de rijksbijdrage geïndexeerd wordt op basis van de Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI). In het geval IenW zelf geen of een beperkte indexatie ontvangt van het ministerie van Financiën, kan de minister van IenW besluiten om de rijksbijdrage niet te indexeren. Alsdan treden Rijk en regio met elkaar in overleg over mogelijke vervolgacties, met inachtneming van de hieronder genoemde verantwoordelijkheden. De regio is verantwoordelijk voor de verdere uitwerking én realisatie van de maatregelen en draagt zorg dat de maatregelen binnen de planning en budget worden gerealiseerd. Daar waar aanpassingen aan het rijkswegennet nodig zijn, voert de regio dit uit conform de daarvoor geldende (RWS-)kaders en richtlijnen die door RWS zullen worden aangeleverd. De regio doet dit op zo’n manier dat de inzet van RWS beperkt blijft tot een toetsende (en waar nodig ontheffing verlenende) rol. Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst (tussen regio en RWS). De uitwerking en realisatie vindt plaats voor rekening en risico van de regio, met inachtneming van de gereserveerde eenmalige maximale bijdrage van het Rijk (inclusief btw en prijspeil 2025).
Bij een dreigende budgetspanning is het aan de regio om op zoek te gaan naar versoberingen en/of optimalisaties. Indien dit niet mogelijk blijkt, kan de regio een voorstel doen aan het Rijk om een verschuiving/prioritering aan te brengen binnen de bestaande maatregelen per MIRT-regio. Voor de maatregel ‘Afrit 55 A2 Oeslingerbaan Maastricht’ geldt dat Rijk en regio gezamenlijk naar rato risicodragend (op basis van wegbeheerschap) zijn, omdat dit een maatregel betreft waarbij grotendeels sprake is van aanpassingen aan het Rijkswegennet (hoofdwegennet). Indien nodig worden nadere afspraken tussen Rijk en regio vastgelegd in een brief en/of overeenkomst. De Rijksbijdrage zal via een specifieke uitkering (SPUK) aan de regio (aanbestedende wegbeheerder) worden uitgekeerd. De desbetreffende aanbestedende wegbeheerder dient hiervoor een aanvraag in op het moment dat hij besluit dat de maatregel gerealiseerd zal worden. Hierbij dient de maatregel nog steeds te voldoen aan de in het vastgestelde beoordelingskader opgenomen criteria.
14. A2 Deil – Vught In het BO MIRT 2024 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over de gezamenlijke aanpak van het adaptieve Breed Mobiliteitspakket (BMP). Dit pakket met mitigerende maatregelen als gevolg van het pauzeren van de wegverbreding A2 Deil – Vught vertegenwoordigt een waarde van € 108 miljoen, waaronder een Rijksbijdrage van € 54 miljoen inclusief btw (50%). De samenwerkingsovereenkomst wordt aangevuld op basis van de ervaringen uit de samenwerking tot nu toe en met oog op de eisen van het BMP. Dit gebeurt in de vorm van een addendum op de Bestuursovereenkomst die in het eerste kwartaal van 2026 door alle partijen wordt ondertekend. In het eerste kwartaal van 2026 start de regio met de uitvoering van de projecten, welke naar huidig inzicht in 2031 worden afgerond. De regio is risicodragend. Het Rijk levert een taakstellende bijdrage van € 54 miljoen inclusief btw. Budgetspanning kan leiden tot het prioriteren of schrappen van maatregelen.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
69
De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd. De volgende regionale partijen doen hiervoor een aanvraag: Provincie Brabant €32 miljoen inclusief btw en Provincie Gelderland €22 miljoen inclusief btw. Het Rijk verleent de beschikking in 2026 en gaat hiermee de verplichting aan. De Rijksbijdrage wordt vervolgens in 2026 overgeboekt, mits passend binnen de financiële kaders van het Rijk. Beide provincies beschikken zelf door naar de betrokken gemeenten binnen hun provincie.
Quick Win pakket A2 Deil – Vught In het BO MIRT 2017 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over een korte termijn maatregelenpakket voor de A2 Deil Vught die in de periode 2020-2025 zou worden uitgevoerd. Het Quick Win pakket loopt nog door tot eind 2026 omdat nog niet alle maatregelen zijn gerealiseerd. Er is scheefgroei in de bijdragen per partner ontstaan die verrekend moet worden. Op basis van de laatste voortgangsrapportage is het huidige te verrekenen bedrag met IenW tussen de onderlinge partijen circa € 12,6 miljoen inclusief btw. De definitieve onderlinge verrekening zal plaatsvinden bij de eindafrekening. In het eerste kwartaal van 2026 zullen partijen bepalen hoe de eindafrekening, onderlinge verrekening en verantwoording na afronding van het Quick Win project zal plaatsvinden. Het uitgangspunt hierbij is dat partijen zoeken naar een pragmatische oplossing met een geringe administratieve last voor de deelnemende partijen. Een voorstel zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de stuurgroep van het programma A2 Deil-Vught. Onderzoek naar gefaseerde aanpak verbreding A2 Deil – Vught Naar aanleiding van de Tweede Kamermotie van de leden Grinwis en Vedder (Kamerstuk 31 305, nr.
492) heeft het Ministerie van IenW het initiatief genomen samen met de regionale partijen onderzoek uit te voeren naar een gefaseerde aanpak en mogelijke maatregelen die de doorstroming van de A2 Deil – Vught bevorderen. Via de methode van Value Engineering wordt stapsgewijs door Rijk en regio onderzoek uitgevoerd. De resultaten worden aan het eind van het eerste kwartaal van 2026 verwacht.
15. A50 Ewijk – Bankhoef – Paalgraven In de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2025 zijn mede door financiële problematiek op het Mobiliteitsfonds vijf wegenprojecten gepauzeerd, waaronder de A50 Ewijk – Bankhoef – Paalgraven. De vrijgekomen middelen zijn volledig ingezet voor het dekken van tekorten op het Mobiliteitsfonds, zoals de ViA15, de A27 Houten – Hooipolder en projectbeheersing op het programma Woningbouw en Mobiliteit, zodat andere projecten door konden gaan. Rijk en regio hebben gesproken over de gevolgen van het pauzeren. De regio heeft voorstellen gedaan voor mitigerende maatregelen. De maatregelen zijn door het Rijk beoordeeld met het afweegkader uit de Programmabeheersing Woningbouw en Mobiliteit uit 2023. Op basis hiervan is er voor IenW geen basis middelen toe te kennen voor de maatregelen. Rijk en regio gaan in gesprek over de afweging die bij beoordeling van maatregelen en bij de pauzering is gemaakt, mede in het licht van de in 2025 toegekende maatregelen voor woningbouw en mobiliteit, en waarbij in ogenschouw wordt genomen welke keuzen een nieuw kabinet betreffende infrastructuur en mobiliteit zal maken. 16. A58 Breda – Tilburg en InnovA58 Sint-Annabosch – Galder In het BO MIRT 2024 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over het zogenoemde ‘No regret pakket A58’.
Dit pakket met mitigerende maatregelen als gevolg van het pauzeren van de wegverbreding A58 Breda – Tilburg en InnovA58 Sint-Annabosch - Galder vertegenwoordigt een waarde van € 46 miljoen, waaronder een Rijksbijdrage van € 23 miljoen (inclusief btw). Het ‘No regret pakket A58’ bevat geen maatregelen waarvoor RWS-capaciteit of stikstof(ruimte) benodigd is. De regio is risicodragend. Het Rijk levert een taakstellende bijdrage van € 23 miljoen (inclusief btw). Budgetspanning kan leiden tot het prioriteren of schrappen van maatregelen.
Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026
70
De beslissingsbevoegdheid voor het prioriteren of schrappen van maatregelen ligt hiervoor bij de regio. De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd, waarvoor de Provincie Noord-Brabant een aanvraag ter waarde van € 23 miljoen (inclusief btw) in zal dienen. In 2026 wordt door de provincie Noord-Brabant een SPUK-aanvraag voor het ‘No regret pakket A58’ ingediend. Het Rijk verleent de beschikking in 2026 en gaat hiermee de verplichting aan. De Rijksbijdrage wordt vervolgens in 2026 overgeboekt, mits passend binnen de financiële kaders van het Rijk. Zodra het Rijk de beschikking heeft afgegeven start de regio met de uitvoering van de projecten, welke naar huidig inzicht in 2031 worden afgerond. De Provincie Noord-Brabant beschikt zelf door naar de betrokken gemeenten binnen de provincie. 17. A67 / A73 Zaarderheiken Rijk en regio hebben elkaar gesproken over de actualisatie van de verkeersgegevens en de stikstofberekeningen voor A67/A73 Zaarderheiken. Het Rijk acht de stikstofopgave voor het project overkomelijk en zet de nodige stappen om tot een Tracébesluit/Projectbesluit te komen. Daartoe spreken Rijk en regio af het project zo spoedig mogelijk te realiseren om de problematiek (geluidshinder/doorstroming) te verminderen. 18.