34.Memo Leaderprogramma Zuid-Westelijke Delta 2023-2027, bijlage
Tekst van het document
3.1.3 Mate van integraliteit en vernieuwing Zoals is beschreven in de strategie, is op verschillende vlakken sector overschrijdende samenwerking en vernieuwing van belang voor de ontwikkeling van het gebied. In de eerste pijler zien we dat terug in de doelen 1.3 en 1.4 met betrekking tot korte ketens, streekproducten en verdienmodellen voor medegebruik gebruik van agrarische gronden. Activiteiten op dit vlak zijn niet mogelijk zonder samenwerking tussen de agrarische, recreatieve en natuur sectoren. In de tweede pijler is samenwerking en vernieuwing eveneens noodzakelijk. Om op recreatieterreinen invulling te geven aan maatschappelijke noden is samenwerking nodig met de natuur-, water- en energie/klimaatsectoren. Ook voor het realiseren van recreatieve basisvoorzieningen en het bereikbaar/beleefbaar maken van water is samenwerking nodig met andere sectoren, zoals landbouw en water- en terreinbeheerders. Ook in de derde pijler is samenwerking en vernieuwing nodig. Het ontwikkelen van initiatieven ten behoeve van natuurinclusieve landbouw en recreatie en landbouwinclusie natuur vraagt niet alleen per definitie samenwerking tussen die partijen, maar met name creativiteit. Waar en hoe zijn zaken samen te brengen en hoe geven we daar een duurzame invulling aan.
Bij de vierde pijler tenslotte gaan initiatieven en projecten ook niet van de grond komen zonder samenwerking en creativiteit. Voor het in stand houden van de leefbaarheid in kleine kernen en het ontwikkelen en uitvoeren van kleine projecten op het gebied van klimaat en milieu, zijn nieuwe vormen van samenwerking (bv. energie coöperaties) nodig. Precies daarom en om kennislacunes op te lossen zijn er aparte doelen binnen deze pijler benoemd, om daarvoor initiatieven te stimuleren en te entameren. 3.1.4 Aansluiting bij beleidscontext Aansluiting bij de Regiodeal en Strategische agenda Zuid-Hollandse Delta In het Leader-gebied Zuid-Hollandse Eilanden is de afgelopen jaren een programma uitgevoerd in het kader van de Regiodeal. Centrale thema’s daarin waren Duurzaamheid, Agrifood, Landschap & Toerisme en Onderwijs & Arbeidsmarkt. Thans wordt er gewerkt aan een nieuwe strategische agenda, welke ook voorsorteert op onder andere de vijfde tranche van de Regio Deal (eind 2023). In de nieuwe agenda staan verschillende kernambities centraal, zoals op het gebied van onderwijs, duurzame en innovatieve energieverwekking, gezonde volhoudbare landbouw en een kwalitatief hoogwaardig toeristisch-recreatief aanbod. Enkele van deze ambities sluiten goed aan bij dit Leader-programma, met name: de gezonde volhoudbare landbouw en het hoogwaardige toeristisch-recreatieve aanbod.
Ook geldt ook voor de ambitie met betrekking tot duurzame energie, welke in dit programma valt onder de specifieke klimaat- en milieudoelen. Als deze nieuwe strategisch agenda definitief is en ook heeft geleid tot een nieuwe Regio Deal, is het vanwege de overlappende thema’s van belang om goed af te stemmen tussen beide programma’s. Dit zal met name vormgegeven worden met betrekking tot ingediende projectvoorstellen bij beide programma’s. Hierover zullen in het najaar van 2023 nadere afspraken gemaakt worden. Aansluiting bij het NLPG-gebiedsagenda’s Op dit moment (maart-april 2023) is het moeilijk om de aansluiting bij de NPLG-gebiedsagenda’s goed te beschrijven omdat deze nog volop in ontwikkeling zijn. Duidelijk is wel dat er wat betreft thematiek sprake zal zijn van aansluiting. Immers belangrijke pijlers in beide programma’s zijn innovatie in de landbouw en biodiversiteit. Overigens zijn er ook verschillen. Zo is in het Leaderprogramma ‘recreatie’ een belangrijke pijler, maar dit is geen direct doel binnen NPLG. Een ander belangrijk verschil tussen beide programma’s is dat Leader zich meer op de kleinere projecten zal richten, waar NLPG zich meer op de grotere zal richten. Daar ligt dan wel een mooie complementariteit met betrekking tot de gelijklopende pijlers. Hierover kan en zal afstemming zeer nuttig zijn. 19
De procesafspraak die hierover gemaakt is, is de volgende: zodra de gebiedsagenda’s voor de ZuidHollandse Eilanden gereed zijn, zal de LAG (in het najaar van 2023) samen met de uitvoerders van de NLPG-gebiedsagenda’s bekijken hoe de afstemming het beste vorm kan krijgen. De kan enerzijds betekenen dat er regelmatig overleg over waar bepaalde projecten het beste ingediend kunnen worden. Maar het zou anderzijds ook kunnen betekenen dat een of meerdere doelen (binnen de Leader-pijlers) een iets hogere of lagere prioriteit krijgen. Het is niet te verwachten dat de doelen aangepast zullen moeten worden omdat deze nu al erg goed aansluiten bij het NSP en de nationale Leader-thema’s. Aansluiting bij overig Europees beleid De strategie, in de vorm van pijlers en doelen hierboven beschreven, sluit heel goed aan op de doelen van GLB en NSP. Immers stimuleren en uitrollen van innovaties in de landbouw, ontwikkelen en verbeteren van natuur en biodiversiteit en het ondersteunen van brede plattelandsontwikkeling staan in beleidsstukken centraal. Daarnaast sluit deze strategie ook goed aan bij overige Europese fondsen en programma’s, zoals EFRO, ESF en EFMV, waarbij de Green Deal en de EU-Beleidsdoelen 2021-2027 belangrijke uitgangspunten zijn.
In die Europese beleidsstukken gaat het om ‘een slimme Europa’, ‘een groener Europa’, ‘een meer verbonden Europa’, ‘een socialer Europa’ en ‘een Europa dichterbij de burger’. Binnen de eerste prioriteit gaat het over een op kennis en innovatie gebaseerde economie. Deze prioriteit komt terug in diverse doelen, maar vooral in pijler 1. De tweede prioriteit gaat over een groenere, competitieve economie waarin efficiënter met hulpbronnen wordt omgesprongen. Dit komt terug in pijler 3. De 3e en 4e prioriteit is zichtbaar in de strategie, met name in pijler 4, maar ook wel in de pijler 2 en 3. Het laatste EU-beleidsdoel komt niet direct terug in een van de pijlers, maar moet zichtbaar worden door goed kenbaar te maken dat het hele Leader-programma een Europees initiatief is dat ten goede komt aan alle burgers in het gebied. De vijf EU-beleidsdoelen zijn onderverdeeld in een groot aantal specifieke doelstellingen. In de Nederlandse EU-programma’s ligt daarbij steeds sterk de nadruk sterk op de doelstellingen met betrekking tot innovatie, klimaat en efficiënt omgaan met natuurlijke hulpbronnen en de maatschappelijke transities met betrekking energie, landbouw en circulariteit. Uit het voorafgaande is duidelijk geworden dat de strategie voor dit LEADER programma daar goed bij aansluit.
3.2 Meetbare doelstellingen en indicatoren Op basis van de primaire (groen), secundaire (geel) en tertiaire (wit) doelen in de verschillende pijlers van de strategie zijn meetbare doelstellingen, indicatoren en streefwaarden voor dit LEADER programma Zuid-Hollandse Eilanden opgesteld. Deze zijn in de tabel in bijlage 2 benoemd. Individuele steunaanvragen zullen, naast overige criteria die benoemd zijn in hoofdstuk 7, beoordeeld worden op hun prestatie t.a.v. de gestelde outputindicatoren en die daaraan gekoppelde streefwaarden. Voorts worden deze indicatoren en streefwaarden gebruikt ter inspiratie van de LAG in hun rol om projecten aan te jagen en ter evaluatie van deze LOS. Opmerkingen De streefwaarden sluiten aan bij de prioriteiten die gesteld zijn ten aanzien van de doelen (zie opmerking 2 op pagina 19 in relatie tot het schematisch overzicht doelen). Dit betekent dat bijvoorbeeld een doel met hoge prioriteit (groen gekleurd) zoals doel 1.2 ‘experimenten, proefprojecten voor innovaties in de landbouw’ een hogere streefwaarde heeft wat betreft uitgevoerde projecten, dan doel 1.4 ‘verdienmodellen voor medegebruik gebruik agrarische gronden’. Bij doel 1.2 is de streefwaarde 3 en bij doel 1.4 slechts 1. Voorts lijken de streefwaarden per doel misschien laag, maar het totaal komt toch vrij hoog uit, gezien het beperkt beschikbare budget en het verwachte aantal projecten.
Dat aantal is ca. 30 en het totaal van streefwaarden op dit punt is: 40.
20
3.2.1 De outcome Met het realiseren van de doelen en de doelstellingen wordt een duurzaam versterkt platteland in de breedte beoogd. De outcome die hierbij past is er op gericht dat er een duurzame samenwerking tussen partijen en belanghebbenden op het platteland ontstaat ten behoeve van een duurzame ontwikkeling van het Leader-gebied. In concreto betekent dit dat voor het gebeid de outcomes er op hoofdlijnen als volgt uitziet: • De ZH-eilanden gelden als proeftuin voor innovaties op het gebied van landbouw. Allerlei pilotprojecten worden uitgevoerd, waardoor er steeds meer verbanden bestaan tussen ‘oude’ bedrijven en nieuwe technologieën (streefwaarde: 2 proeftuin-projecten mbt samenwerken/kennisdeling en 1 voor nieuwe producten). • Boeren maken meer gebruik van technische innovaties en nieuwe verdienmodellen en weten hierdoor een rendabele bedrijfsvoering te handhaven (streefwaarde: 3 projecten innovaties; en 1 project over verdienmodellen) • Steeds meer recreanten worden verrast worden door nieuwe, verbeterde verbindingen, belevingselementen, creatieve informatievoorziening en de beleefbaarheid van het water (in totaal: 7 projecten op dit gebied). • De schoonheid en de natuurwaarde van het landschap is vergroot.
Agrariërs, recreatieondernemers, natuurorganisaties en andere plattelandsgroepen werken hiervoor samen ten behoeve van zowel de ontwikkeling als het beheer van natuur (in totaal 8 projecten op dit gebied). • De leefbaarheid in kleine kernen is toegenomen door meer samenwerking, nieuwe initiatieven en meer kennis van zaken. Ook klimaat en milieu profiteren hiervan (in totaal 8 projecten).
21
Hoofdstuk 4. Activiteitenplan 4.1 Uitvoering van projecten Projecten worden in principe door de projectindieners (en/of samenwerkingsverbanden) zelf uitgevoerd. De LAG kan daarbij voor enige ondersteuning zorgen, bv. in het verantwoordingsproces, het bij elkaar brengen (en houden) van partijen e.d. De LAG zorgt wel dat de uitvoering van projecten gemonitord wordt, zowel met betrekking tot de voortgang, de inhoud als de financiën. Daarnaast zal de LAG zelf enkele aanjaagactiviteiten initiëren die als randvoorwaardelijk (voor de ontwikkeling van andere projecten) beschouwd kunnen worden (zie hiervoor par. 4.3). Pas als gewenste projecten echt niet vanuit de regio zelf op gang gebracht worden, zal de LAG initiatief nemen om dergelijke projecten opgestart te krijgen (bijvoorbeeld door partijen bij elkaar te brengen, aanvragers te prikkelen en advies te geven aan potentiële indieners). Echter in eerste instantie wordt het initiatief zoveel mogelijk bij lokale partijen in de regio gelaten.
Bij de ontwikkeling, beoordeling, goedkeuring en uitvoering van projecten dient er rekening gehouden te worden met: • de doelen waaraan LEADER bij moet dragen zoals beschreven in artikel 2 van deze oproep; • de beschrijving van gewenste/verwachte omvang van projecten en de wijze van subsidiëring; • de beschrijving van subsidiepercentages per type activiteit, zoals beschikbaar binnen de kaders van EU VO 2021/2115; • de beschrijving van de mogelijkheid voor aanvragers om een voorschot aan te vragen (maximaal 50% van verleende subsidie); • de beschrijving van de voorwaarden waaronder geen steun zal worden verstrekt. Hieronder wordt beschreven hoe aan deze punten wordt voldaan. De doelen waaraan LEADER bij moet dragen, zoals beschreven in artikel 2 van deze oproep, zijn: • Doel D (SO4) Klimaatverandering en duurzame energie: Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en meer koolstof vast te leggen, duurzame energie te bevorderen en de ontwikkeling van weerbare teeltsystemen. • Doel E (SO5) Efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen: Bevordering van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen.
• Doel F (SO6) Bescherming van de biodiversiteit: Bijdragen aan tot het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en tot de instandhouding van habitats en landschappen. • Doel H (SO8) Ontwikkeling in plattelandsgebieden: Bevorderen van de werkgelegenheid, groei, gendergelijkheid, sociale inclusie en lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden, met inbegrip van bio-economie en duurzame bosbouw Dit Leader-programma voor de ZH-eilanden zal bijdragen aan deze (Leader- en NSP-) doelen omdat deze doelen ook onderdeel uitmaken van de 4 pijlers van de strategie van deze LOS en ook als onderwerp aandacht (kunnen) krijgen in de doelen binnen elke pijler (zie hoofdstuk 3, par 3.1 en 3.2). Zo is Doel D terug te vinden in de doelen 3.1 en 4.2, maar in zekere mate ook 1.3, 1.4, 2.2, 3.1 en 3.2. Doel E is letterlijk verwoord in doel 3.2 en 4.2, maar kan ook vorm krijgen binnen de doelen 1.3, 1.4, 2.2 en 3.3. Doel F zien we eveneens in verschillende doelen terugkomen, in concreto binnen 3.1 en 3.3, maar ook binnen 1.3, 2.2 en 4.2. Doel H tenslotte krijgt vorm in praktisch alle doelen van deze LOS.
22
Dat al deze doelen ook zeker vorm krijgen binnen 1 of meerdere projecten, wordt gegarandeerd middels de verdeling van het totale budget: voor elke pijler en elk doel wordt een bepaald budget gereserveerd. Deze verdeling is weergegeven in de begroting (zie hoofdstuk 6, par. 6.1). Beschrijving van gewenste/verwachte omvang van projecten en de wijze van subsidiëring Financiële omvang projecten: De gewenste omvang van projecten waarop subsidie wordt toegekend is ca € 100.000,=. Daarbij zal de LAG een minimum hanteren van € 10.000,= en een maximum van € 200.000,=. De projecten mogen een hogere financiële omvang hebben dan € 200.000, echter de subsidie vanuit EU- en provinciale middelen wordt gebaseerd op het maximum van € 200.000. De LAG heeft de mogelijkheid om de maximale budgetomvang bij projecten van bijzondere aard te verhogen tot max € 500.000 (en dus ook om de maximale subsidie te verhogen tot maximaal €300.000,-- (60% subsidie). Dit kan alleen bij een excellent project dat meerdere prioritaire doelen uit meerdere pijlers bedient én op het gehele Leader-gebied betrekking (met partners en/of actieve deelnemers van alle 3 de eilanden) heeft én waarbij sprake is van samenwerking tussen meerdere sectoren/aandachtsgebieden (Natuur-Toerisme/recreatie-Agrarisch).
Vanuit het totale budget zal max € 250.000 subsidie gereserveerd worden voor kleinere projecten (tussen de € 10.000 en € 25.000). Dit is enerzijds om te voorkomen dat door indiening van een aantal grootschalige projecten het budget binnen afzienbare tijd uitgeput raakt en anderzijds om de administratieve ballast van te veel kleine project te groot wordt. Hoogte Leader subsidie: De subsidie vanuit een Leader-programma in Zuid-Holland kan, in overeenstemming met de regels die vanuit het Europese LEADER-programma worden gesteld, in principe 100% zijn (waarbij de EU-bijdrage maximaal 50% is; de andere 50% komt dan uit de provinciale bijdrage aan het Leader-programma). De LAG ZH-eilanden streeft echter naar een gemiddelde van 60% Leader-financiering op programmaniveau (dus uit de Europese en Provinciale middelen), waarbij de minimale Leaderbijdrage in principe 40% is en de maximale 80% (met inachtneming van de staatssteunregels) bedraagt. Projecten die bijdragen aan 2 of meer pijlers kunnen 10% extra krijgen. Hetzelfde geldt voor projecten die uitgevoerd worden op 2 of 3 eilanden (dus eilandoverstijgend zijn). Projecten die aan beide eisen voldoen kunnen dus 20% extra (oftewel maximaal 80%) subsidie krijgen. Projectindieners moeten dit zowel bij indiening goed onderbouwen als bij de verantwoording na afloop van het project.
Indien na afloop blijkt dat aan een van deze voorwaarden (voor extra subsidie) niet voldaan is, kan de LAG alsnog besluiten het subsidiepercentage te verlagen. De resterende bijdrage dienen initiatiefnemers zelf in te brengen. In specifieke gevallen zou deze bijdrage deels ook uit gemeentelijke middelen kunnen komen, indien het een project met een duidelijk publiek belang betreft. Dit zal echter per project en in overleg met de gemeente waar het project wordt uitgevoerd besproken dienen te worden. Op programmaniveau zal rekening gehouden moeten worden met het streven dat er 40% aan private cofinanciering heeft plaats gevonden. De LAG zal hierop toezien en de LAG-secretaris zal dit continu monitoren. Voor het overige zullen initiatiefnemers de resterende bijdrage uit eigen financiële middelen dienen te financieren (of middels crowdfunding, sponsoring etc.). Voorts is het mogelijk om de eigen cofinanciering in te brengen middels vrijwilligersuren (zie subsidiereglement in hoofdstuk 7).
23
Pas indien er in het ingediende projectvoorstel sprake is van een sluitende begroting, zal een project in behandeling genomen worden en kan er een LEADER bijdrage toegekend en uitgekeerd worden. Een nadere specificering en verduidelijking van deze percentages is weergegeven in het subsidiereglement (zie hoofdstuk 7). Samengevat: Op projectniveau: • Uitgangspunt 60% subsidie voor projecten met een publiek belang en 40% voor projecten met een privaat belang (met inachtneming Staatssteunregels). Overige cofinanciering (publiek-privaat) zelf regelen. o 10% extra voor projecten die bijdragen aan 2 of meer pijlers o 10% extra voor projecten die uitgevoerd worden op 2 of 3 eilanden • Minimale projectomvang: € 10.000,-• Gemiddelde projectomvang: € 100.000,-• Maximale projectomvang waarop subsidie wordt gebaseerd: € 200.000,-• Maximale subsidie bedrag: € 160.000 (max. 80% obv begroting € 200.000,-- én indien voldaan wordt 2 extra criteria (zie onderstaand) • Bij een excellent project kan de projectomvang hoger zijn (tot max € 500.000) en dus ook de maximale subsidie (max 60% met een max € 300.000) Op programmaniveau: • Minimaal 40% private cofinanciering De EU-systematiek schrijft voor dat Europese financiering pas dan door de Europese Commissie wordt verstrekt indien er voor tenminste eenzelfde bedrag aan nationale cofinanciering beschikbaar is.
Door de toegezegde Provinciale bijdrage is dit in principe geregeld en dit komt vast te staan zodra de LOS door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland is goedgekeurd. Dit staat beschreven in het Openstellingsbesluit LEADER, dat op 23-03-2023 door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland is gepubliceerd. Het is onmogelijk om op programmaniveau vooraf helderheid te geven over de totale private bijdragen, maar op basis van bovengenoemde percentages zal dit minimaal 40% komen te liggen. Op projectniveau wordt bij het beoordelen van het project meegewogen hoe hoog de private bijdrage is die met zekerheid ingebracht zal worden. Zoals boven aangegeven is een sluitende begroting en financieringsplan, voorwaarde voor toekenning van subsidie.
Beschrijving van subsidiepercentages per type activiteit (zoals beschikbaar binnen de kaders van EU VO 2021/2115) Indien in het kader van een project onder de LOS (mede) investering(en) worden gedaan, dan worden het subsidiepercentage en de subsidievoorwaarden conform de interventietypes voor Investeringen toegepast (Artikel 68(4b) SPR) zoals voor investeringen (art 73): • Maximum subsidiepercentage voor productieve investeringen is 40% van de subsidiabele kosten • Voor investeringen, die een bijdrage leveren aan milieu- en klimaatdoelstellingen en dierenwelzijn geldt een mogelijkheid voor verhoogd subsidiepercentage tot maximaal 80%; Deze percentages zijn gekozen omdat de eerstgenoemde (productieve) investeringen een sterk privaat belang hebben en die bij de tweede een sterk publiek belang (dienen te) hebben. Voor specifieke groepen en jonge landbouwers onder de 40 jaar is geen verhoogd subsidiepercentage vastgesteld. Projecten van deze groepen worden beoordeeld en subsidiepercentages worden vastgesteld zoals bij alle overige projecten. 24
Beschrijving overige aspecten: Subsidiëring kan plaatsvinden op basis van vergoeding van gemaakte kosten of vereenvoudigde kostenopties, te weten: vaste (vooraf bepaalde) bedragen of vaste (vooraf vastgelegde) percentages. Deze zaken zijn nader bepaald en vastgelegd in het subsidiereglement (zie hoofdstuk 7). Datzelfde geldt voor de mogelijkheid om een voorschot (en het maximum daarvan) aan te vragen en andere mogelijke sub-maatregelen conform de EU-spelregels. Subsidie wordt niet toegekend indien: - aan dezelfde activiteiten die reeds andere EU-, nationale of provinciale subsidie is verstrek; - er geen zicht is op noodzakelijke vergunningen - de financiering niet rond is of niet aannemelijk kan worden gemaakt.
4.2 Samenwerking Bij de realisatie van dit LEADER programma zal de LAG intensief samenwerken met alle betrokken partijen in het gebied. Het betreft dan vooral de lokaal-regionale (ondernemers-)organisaties (zoals TOP Voorne-Putten, VEERO, Molenstichting, Watersportverbond, HISWA/RECRON, Hoeksche Waards Landschap, Natuurlijk Voorne-Putten, Stichting Rietgors, ed.), maar ook organisaties als de LTO (afdelingen Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard), Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Recreatieschap Voorne-Putten en het Waterschap. Voorts zullen gemeenten een belangrijke rol vervullen bij het stimuleren en ondersteunen van projecten van lokale groepen. Dus ook met hen zal intensieve samenwerking plaatsvinden. Dat geldt uiteraard ook voor de Provincie Zuid-Holland die als gedelegeerd beheer autoriteit voor dit LEADER-gebied de eindverantwoordelijkheid heeft over de subsidieverlening. Er wordt ook samengewerkt en voortgebouwd op eerdere/andere samenwerkingsverbanden in het gebied, zoals met de Landschapstafels (Voorne-Putten en Haringvliet) en de Regiodeal ZH-eilanden. Daarbij worden ook de evaluaties van die samenwerkingen betrokken. Een van de belangrijkste aandachtspunten uit die evaluaties was/is: ‘zorg ervoor dat het bottom-up proces goed geaccommodeerd wordt in nieuwe processen’.
In het procesplan wordt dat geborgd met de directe instelling van de LAG en met de instelling van een ambtelijke werkgroep een brede stakeholdersgroep. Deze groep komt voort uit de samenvoeging van de Landschapstafels, waarin alle partijen een plaats hebben en die regelmatig geraadpleegd wordt en input kan leveren.
4.3 Aanjaagactiviteiten in het gebied Ter ondersteuning van (potentiële) aanvragers - zodat zij in staat zijn kwalitatief hoogwaardige projecten in te dienen - wordt er een aantal voorlichtingsactiviteiten georganiseerd (zie deskundigheidsbevordering, par. 4.4). Tevens is de secretaris beschikbaar voor het geven procesmatige ondersteuning aan aanvragers, zowel in de voorbereiding van een aanvraag als tijdens de uitvoering van een goed gekeurd project. In individuele gevallen kan de LAG besluiten op passende wijze extra ondersteuning aan te bieden. Ten behoeve van de realisatie van een aantal doelstellingen zullen extra aanjaagactiviteiten plaatsvinden. In bijlage 3 zijn een tiental aanjaagacties (als voorbeeld) benoemd. Dit is geen limitatieve opsomming. Afhankelijk van de omstandigheden en de initiatieven uit het gebied zelf zullen er meer (of minder) aanjaagactiviteiten plaatsvinden. Datzelfde geldt voor deskundigheidsbevordering van aanvragers (par. 4.4).
25
4.4 Deskundigheidsbevordering De deskundigheidsbevordering richt zich op 2 doelgroepen: (potentiële) initiatiefnemers van projecten en leden van de LAG. Voor de eerste doelgroep wordt tenminste 1 keer per jaar op elk eiland een interactieve werksessie over LEADER, goede projecten en wijze van voorbereiding (het schrijven van een goed projectplan) georganiseerd. Lokale groepen kunnen uiteraard ook zelf met dergelijke initiatieven komen. Daarnaast zal de LAG voor de initiatiefnemers van goedgekeurde projecten voorlichtingsbijeenkomsten houden voor uitvoeringszaken als: hoe een project subsidie technisch gezien het beste uitgevoerd kan worden (hoe verantwoord je de gemaakte kosten), hoe communiceer je over je projectresultaten, aan welke regels moet je je houden, ed.. Ter bevordering van de eigen deskundigheid zal de LAG tenminste 1 keer per jaar op excursie gaan. In het eerste jaar zal die excursie gaan naar een ander, ervaren LEADER-gebied in Nederland. Hierbij kan de LAG zien wat succesvolle Leader-projecten zijn, in gesprek gaan met leden van de lokale LAG en zich laten informeren over faal- en succesfactoren van Leader-projecten. In het tweede jaar zal een naastgelegen LEADER-gebied (bv. Zeeland) bezocht worden. Ook daar wordt gekeken naar leaderprojecten, gesproken met de lokale LAG en besproken of en hoe er eventueel samenwerking mogelijk is.
In het derde jaar zal de LAG in eigen gebied op excursie gaan om lokale Leader-projecten te bezoeken en met initiatiefnemers te spreken. Het excursie-programma voor het vierde en laatste jaar is nog open. Voorts zal de LAG deelnemen aan het Landelijk Netwerk Platteland. De leden van de LAG raken hierdoor vertrouwt met dit netwerk en kunnen dit gebruiken voor het opbouwen en onderhouden van een eigen regionaal netwerk voor plattelandsontwikkeling.
4.5 Communicatie Zoals in het takenpakket van de LAG beschreven staat (zie hoofdstuk 5), heeft de LAG een aantal taken met betrekking tot het informeren over en stimuleren van het indienen van projectvoorstellen, alsmede het uitdragen van de bereikte resultaten. Hieronder staat uitgewerkt op welke wijze invulling zal worden gegeven aan deze communicatieve taken. Voor de uitvoering van deze taken kan er gebruik gemaakt worden van bestaande organisatorische structuren (zoals die van gemeenten, Landschapstafels, Regiodeal en andere partijen binnen de LAG). Dit heeft als voordeel dat de uitvoeringskosten van het communicatieplan beperkt kunnen worden. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van de communicatie-activiteiten die in ieder geval uitgevoerd gaan worden.
4.6 Administratie De administratie van het gehele LEADER-programma wordt uitgevoerd door de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), in opdracht van de Provincie Zuid-Holland. Het gaat daarbij zowel om de financiële administratie als om het beheer van dossiers. Formeel is de Provincie Zuid-Holland eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van het LEADER-programma. De uitvoering van het programma vindt uiteraard decentraal plaats. De secretaris van de LAG heeft hierin een belangrijke rol. Daarnaast heeft de aanvrager van een project, na goedkeuring, een belangrijke administratieve rol als projectverantwoordelijke organisatie. Deze verschillende rollen met betrekking tot de administratie worden hieronder kort toegelicht.
26
Betaalorgaan RVO: - doet een subsidie technische check op subsidieaanvragen; - geeft namens de provincie beschikkingen af; - verzorgt de betaling van subsidie aan subsidieontvangers. Dat geldt niet alleen voor de bijdrage van de EU, maar eventueel ook voor de bijdragen van de Nederlandse overheden (bv. provincie, en gemeente) en RVO declareert die bijdragen vervolgens weer bij de financierende overheden. - verzamelt alle relevante gegevens die nodig zijn om naar de relevante partijen te kunnen rapporteren en signaleert daarbij mogelijke knelpunten in de voortgang; - levert conform te maken afspraken gegevens ten behoeve van de rapportages van de LAG en de provincie en de LAG baseert zich bij rapportages op deze systematiek om dubbel werk te voorkomen; - voert de voorgeschreven controles uit waarmee zij als betaalorgaan kan garanderen dat de subsidie rechtmatig wordt toegekend. De secretaris van de LAG: - verzorgt de voorbereiding en verslaglegging van de vergaderingen van de LAG inclusief de besluitvorming over de afhandeling van ingediende projecten en jaarprogramma’s. - fungeert als vraagbaak voor potentiële aanvragers bij het indienen van een subsidieverzoek - begeleidt projecten procesmatig vanaf het traject van subsidieaanvraag tot de subsidietoekenning of –afwijzing. - ondersteunt de voorzitter bij het handhaven van het reglement van orde.
- coördineert de opdrachtverlening voor communicatieactiviteiten (inzet secretaris zelf, inhuur van capaciteit of via inzet deelnemers LAG) - bewaakt de financiën die zijn begroot voor het functioneren van de LAG. - adviseert en controleert projecten voorafgaand aan financiële verantwoording bij RVO. - Verzorgt de voorbereiding en verslaglegging van de ambtelijke werkgroep, inclusief voorstellen advisering ingediende projecten en jaarplannen en -programma’s. De aanvrager van een project: - is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project conform de goedgekeurde aanvraag; - is verantwoordelijk voor het onderhouden van een deugdelijke administratie van het project; - is verantwoordelijk voor het correct indienen van declaratieverzoeken; - is verantwoordelijk voor het tijdig afronden van het project conform het ingediende subsidieverzoek en vraagt eventueel tijdig bij RVO uitstel aan als de oorspronkelijke planning niet kan worden gehaald; - zorgt voor het tijdig opleveren van voortgangsrapportages.
4.7 Meerjarenplanning In bijlage 5 is een tabel opgenomen met de planning van de verschillende hoofdactiviteiten, zoals communicatie, LAG-vergaderingen en verantwoording.
27
5. Organisatie LAG De Zuid-Hollandse Eilanden zijn een nieuw aangewezen LEADER gebied. Dit betekent dat de er nog geen bestaande LEADER-organisatie is waarop voortgebouwd kan worden. Er zal daarom aangesloten worden bij de Landschapstafels Haringvliet en Voorne-Putten die in 2016 zijn ontstaan en een soortgelijke werkwijze (bottom-up) hebben (gehad) als het Leader-programma. Vanuit de beide tafels tezamen wordt een brede Stakeholdersgroep samengesteld en vanuit die groep wordt een LAG samengesteld. In de verschillende sessies met de stakeholdersgroep is gekozen voor een LAG bestaande uit 11 leden, waarvan er 4 uit de publieke sector (gemeenten, waterschap en recreatieschap) afkomstig zijn en 7 uit private organisaties (zoals natuurorganisaties, landbouworganisaties, agrarische natuurorganisaties, recreatieorganisaties en molenstichtingen) De LAG heeft echter wel een zelfstandige bevoegdheid en heeft ook een eigen, onafhankelijke secretaris.
5.1 Positie, taken en bevoegdheden LAG 5.1.1 De taken die aan de LAG zijn toebedeeld • • • • •
het opstellen van het ontwikkelingsplan voor het programmagebied; het opstellen van subsidievoorwaarden (beoordelingsformulier steunaanvragen); het opstellen en vaststellen van een Reglement van Orde; goedgekeurde indienen bij Gedeputeerde Staten het stimuleren en ondersteunen van projectontwikkeling en het genereren van nieuwe projecten; • het tussentijds evalueren van de LOS en indien nodig bijstellen; • het verzorgen van inhoudelijke en financiële rapportages; • het voeren van financieel en inhoudelijk beheer van het ontwikkelingsplan, incl. de monitoring van de projectuitvoering; • het nakomen van verplichtingen inzake voorlichting en publiciteit. Voor de uitvoering van deze taken zal de LAG gebruik maken van de ondersteuning die wordt geboden door secretaris van de LAG (Zie 5.3.1). Deze secretaris zal weer ondersteund worden door een ambtelijke werkgroep waarin vanuit alle gemeenten een ambtelijke vertegenwoordiger zit, eventueel aangevuld met enkele experts vanuit de recreatie-, natuur-, landbouw- en watersector.
5.1.2 De relatie van de LAG tot het college van Gedeputeerde Staten De LAG wordt geacht onafhankelijk advies te kunnen geven op voldoende afstand van het College van GS. De samenstelling van de LAG wordt door het Leader-gebied zelf bepaald (GS ziet alleen toe op de samenstelling van de LAG, of deze aan de Leader-criteria voldoet; GS wordt dus wel geïnformeerd over de samenstelling van de LAG; ook bij wijzigingen in die samenstelling wordt GS geïnformeerd, zodat zij kan toetsen of de samenstelling aan de Leader-eisen voldoet). Conform de Europese richtlijnen heeft de Lokale Actie Groep (LAG) de bevoegdheid om projecten goed te keuren en voor definitieve vaststelling in te dienen bij het College van GS. Het uitgangspunt is dat het College van GS deze projecten dan definitief goedkeurt, tenzij zwaarwegende belangen zich hiertegen verzetten.
5.1.3 De rechtsvorm van de LAG De LAG wordt ingesteld voor de periode waarin de uitvoering van het Lokale Ontwikkelingsstrategie loopt. Voor de LAG wordt geen aparte rechtspersoon, zoals een stichting, opgericht. Dit is niet nodig en wenselijk. Omdat RVO de beheersautoriteit is, zijn de LAG en de leden van de LAG nooit (hoofdelijk) aansprakelijk met betrekking tot de subsidieverstrekking. 28
5.1.4 De betaal- en beheersautoriteit De provincie Zuid-Holland is de beheersautoriteit. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is de formele uitvoeringsorganisatie en betaalautoriteit. RVO voert de correspondentie omtrent toe- of afwijzing van subsidieverzoeken, beoordeelt betalingsverzoeken en geeft opdracht tot uitbetaling. 5.1.5 Penvoerder De gemeente Nissewaard is penvoerder en draagt in die hoedanigheid zorg voor het betalen en declareren van de reguliere beheerkosten ter uitvoering van het Leaderprogramma. Dit betreft kosten voor de LAG-secretaris, communicatiekosten, kosten voor bijeenkomsten ed.
5.2 Profiel en samenstelling van de LAG 5.2.1 Criteria, proces en toekomstige samenstelling LAG Zoals al eerder aangegeven is deze LOS ontstaan uit de levendige dynamiek tussen bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en lokale overheden die allen betrokken zijn bij allerhande ontwikkelingen op de 3 eilanden en betrokken zijn geweest bij de Landschapstafels in de afgelopen 6 jaar. Vanuit die Landschapstafels worden 2 bestuurders en 2 vertegenwoordigers van andere publieke organen betrokken, waardoor de bestuurskracht optimaal geborgd is. Daarnaast worden vanuit die Landschapstafels een aantal vertegenwoordigers van private organisaties betrokken waardoor afstemmingsverliezen worden voorkomen en de burger wordt op een eenduidige manier geïnformeerd over het geheel. Omdat er geen aparte, nieuwe uitvoeringsorganisatie wordt opgezet kunnen ook de uitvoeringskosten beperkt worden. In de reeds bestaande Landschapstafels waren/zijn vertegenwoordigd: de gemeenten Nissewaard, Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee en de nieuwe gemeente Voorne aan Zee (sinds 1 januari 2023 een samenvoeging van de gemeenten Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne).
Daarnaast nemen/namen Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, LTO Noord afdeling Voorne-Putten, HiswaRecron, Waterschap Hollandse Delta, TOP Voorne-Putten, Watersportverbond, WereldNatuurFonds, Natuurlijk Voorne-Putten en Vogelbescherming daar aan deel. Deze tafels werken/werkten nauw samen met bewoners en ondernemers uit gebied. Daarom zal ook vanuit bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties participatie in de LAG plaatsvinden. Bij het samenstellen van de LAG is gelet op de aanwezigheid van de volgende aspecten: • •
• •
Kennis van het gebied o Kennis van bestaande en geplande projecten in het gebied o Kennis van geografische kenmerken van het gebied Uitgebreid netwerk in het LEADER gebied, in het bijzonder gericht op de volgende sectoren o Agrarische sector o Recreatie sector o Natuur sector o Overige maatschappelijke sectoren Kennis van de samenleving tot in de haarvaten o Kennis over wat er speelt onder kleine ondernemers o Kennis over wat er speelt bij burgers Gevoel voor bestuurlijke verhoudingen o Kennis en gevoel voor de bestuurlijke verhoudingen tussen de provincie gemeenten en andere stakeholders in het gebied
29
5.2.2 De samenstelling van de LAG LAG-voorzitter Martijn Hamerslag en de overige leden staan hieronder weergeven.
1 2 3 4 5
Naam Martijn Hamerslag voorzitter Daan Markwat vice-voorzitter Robert van der Kooi Dorenda Gerts Thijs Jasperse
Achtergrond Wethouder Gemeente Nissewaard
Publiek / Privaat Publiek
Wethouder Gemeente Goeree-Overflakkee
Publiek
Voorzitter Recreatieschap Voorne-Putten Publiek Heemraad Waterschap Hollandse Delta Publiek Namens Hoeksche Waards Landschap, NLGO Privaat en Natuurvereniging Hollandse Delta 6 Mellany Klompe Namens Stichting Rietgors, Natuurlijk Voorne Privaat Putten en Collectief HW 7 Bjorn Schutz Regiomanager Zuid-Holland & Zeeland Privaat Hiswa/Recron 8 Wim Sjoukes Namens TOP Voorne-Putten & VEERO Privaat 9 Gee Rooimans Namens Molenstichtingen HW/VP/GO Privaat 10 Simone van Adrichem Namens LTO Noord afdelingen HW/VP/GO Privaat 11 Marlies Mulder Namens Federatie Ondernemers GoereePrivaat Overflakkee (FOGO) -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Bijna 64 procent van de LAG bestaat uit leden die gerelateerd zijn aan organisaties uit het maatschappelijke middenveld. In bijlage 6 is een lijst met plaatsvervangende (reserve) leden per organisatie/deelnemer opgenomen. Deze leden kunnen bij tijdelijke of langere afwezigheid van een lid van de LAG de positie in de LAG overnemen.
5.2.3 Bestuurskracht en commitment Om de bestuurskracht van de LAG te borgen, is bij de selectie van leden voor de LAG rekening gehouden met voldoende diversiteit en deskundigheid binnen de totale groep op grond van de krachtenveldanalyse. Indien nodig zal er via deskundigheidsbevordering voor gezorgd worden dat de leden van de LAG voldoende kennis en kunde verkrijgen. Daarnaast krijgt de LAG op verschillende manieren ondersteuning bij het uitoefenen van hun taken (zie 5.3.1). Om naast de borging van de aanwezigheid van voldoende kennis binnen de LAG ook voldoende commitment te bewaken, zal aan alle leden van de LAG gevraagd worden een intentieverklaring te tekenen waarin zij verklaren zich in te zetten voor de LAG en de uitvoering van de LOS.
5.2.4 Overige kenmerken LAG Hoewel alle LAG-leden afkomstig zijn uit organisaties, zitten zij wel op persoonlijke titel in de LAG. Zij zijn geen verantwoording verschuldigd aan die organisaties waaruit zij afkomstig zijn of die hen hebben voorgedragen. Wel zullen zij regelmatig een terugkoppeling doen, die vooral via de brede stakeholdersgroep zal verlopen (zie hieronder). De LAG is een goede weerspiegeling van de bevolking in het gebied en in die zin dus inclusief. Er zijn geen kwetsbare groepen direct in de LAG vertegenwoordigd, maar de LAG is door haar samenstelling wel goed in staat hen te vertegenwoordigen. Door de samenstelling is er ruim voldoende deskundigheid in de LAG om aan de gekozen thema’s en prioriteiten invulling te kunnen geven en voorgestelde projecten op dat gebied te kunnen beoordelen. 30
Daarnaast zal deze LAG heel goed in staat zijn om samenwerking te zoeken met andere partnerschappen. Dit wordt nog versterkt door de brede stakeholdersgroep die ingesteld is. Waar nodig werkt de LAG ook aan professionalisering, in het activiteitenplan (hoofdstuk 4) zijn daartoe een aantal acties op voorhand benoemd. Indien nodig zullen daar extra acties aan toegevoegd worden.
5.3 Organisatie van de uitvoering 5.3.1 Algemene werkwijze Door de samenstelling van de LAG, het uitgewerkte activiteitenplan, het aantrekken van een ervaren externe secretaris/programmamanager, de uitvoeringsorganisatie hieronder beschreven en het reglement van orde van de LAG (zie separate bijlage), zal de werkwijze van de LAG professioneel, actief en aanjagend zijn. Een vergelijkbare organisatie, nl. die van de Landschapstafel Voorne-Putten, heeft dat in de afgelopen 6 jaar bewezen.
5.3.2 Ondersteuning Ter ondersteuning van de LAG in de uitvoering van de ontwikkelingsstrategie kan er beroep gedaan worden op de volgende functionarissen en groepen: 1. De secretaris biedt secretariële ondersteuning voor de LAG en vervult tevens een ondersteunende taak bij het oefenen van de loketfunctie. • Secretariële ondersteuning o Ondersteuning van de vergaderingen van de LAG: voorbereiding, vergaderingen bijwonen, verslaglegging, procesbewaking, advisering; o Voorlichting en PR: verantwoordelijk voor de organisatie van informatiebijeenkomsten, het opstellen en verspreiden van de nieuwsbrief en het beheer van de website. Verder zorgt de secretaris er voor dat er regelmatig artikelen in de lokale en regionale pers verschijnen over de activiteiten in het kader van het programma; o De secretaris koppelt tijdens elke vergadering van de LAG terug over de voortgang van de uitvoering van de projecten. o Rapportage: de secretaris stelt jaarlijks een jaarplan en een jaarverslag op, waarin verslag wordt gedaan van de geplande c.q.
uitgevoerde activiteiten en projecten en eventueel voorstellen worden gedaan voor bijstelling van het programma; o De secretaris treedt op als aanspreekpunt voor de provinciale coördinator en de beheer- en betaalautoriteit; • Vervullen van loketfunctie: o Loketfunctie: De secretaris is het aanspreekpunt namens de LAG voor Lokale Initiatiefnemers om projectideeën en projectvoorstellen te bespreken en initiatiefnemers te ondersteunen bij de administratieve zaken rond de uitvoering en afronding; o Procedurebegeleiding en –bewaking: de secretaris begeleidt lokale initiatiefnemers bij het correct en zorgvuldig indienen van projectvoorstellen. 2. Ambtelijke werkgroep (advies/klankbordgroep) De LAG en de secretaris worden ondersteund door een ambtelijke werkgroep. De leden helpen mee bij diverse activiteiten als: organisatie van informatiebijeenkomsten, uitbrengen nieuwsbrieven, bijhouden website(s), loketfunctie voor lokale initiatiefnemers ed. Voorts ondersteunen zij bij de voorbeoordeling van projecten en rapportages.
31
3. Brede Stakeholdersgroep De beide Landschapstafels (Haringvliet en Voorne-Putten gaan op in een brede stakeholdersgroep. Vanuit deze groep is de LAG samengesteld. De LAG kan deze groep om advies vragen in voorkomende gevallen, maar omgekeerd kan deze groep de LAG ook ongevraagd advies geven. Voorts ondersteunt deze groep de LAG bij informatiebijeenkomsten, leidt zij initiatiefnemers met vragen toe naar de secretaris en de LAG en vervult zij een brede PR-rol. De LAG zal deze brede stakeholdersgroep tenminste 1 keer per jaar bijpraten over de voortgang van de LOS. Ook zal de LAG deze groep betrekken bij thematische en andere relevante bijeenkomsten. 4. Provinciale POP/LEADER coördinator Op provinciaal niveau is er een POP/LEADER coördinator. Deze provinciaal coördinator werkt nauw samen met de LAG ZH-eilanden en RVO.nl bij de afhandeling van subsidieverzoeken (zie par. 4.7). 5. Het Nationaal Netwerk Plattelandsontwikkeling. Het nationaal netwerk plattelandsontwikkeling zal ook in de komende programmaperiode ondersteuning bieden aan de LEADER groepen. De ondersteuning bestaat uit deskundigheidsbevordering bij de leden van de LAG om hen in staat te stellen de uitvoering van het programma adequaat ter hand te nemen.
Verder bevordert het netwerk de uitwisseling van ervaringen en informatie tussen LEADER gebieden en kan ondersteuning bieden bij het opzetten van samenwerkingsprojecten. De LAG wenst actief te participeren in dit netwerk met als doel het overdragen van behaalde resultaten en het opdoen van inspiratie voor de uitvoering van de Lokale Ontwikkelingsstrategie.
5.3.3 Standplaats Voor de standplaats van de LAG en de secretaris wordt gebruik gemaakt van het reeds bestaande infopunten bij gemeenten. Om kosten uit te sparen is er voor gekozen om geen eigen kantoor of infopunt in te richten.
5.3.4 Werkwijze openstelling Leader-subsidie en plafond De openstelling voor projecten wordt centraal geregeld vanuit de Provincie Zuid-Holland, in overleg met de 4 Leader-gebieden. In principe is er sprake van een permanente openstelling. Gekoppeld aan de vergaderingen van de LAG krijgen partijen tot 6 weken voor de eerstvolgende LAG-vergadering de tijd om een projectvoorstel in te dienen. Dit wordt via de website en media gecommuniceerd. Hiertoe wordt ook een standaard format projectplan beschikbaar gesteld. Partijen zullen bij het schrijven van het projectplan advies/ondersteuning krijgen van de LAG-secretaris en van de ambtelijke werkgroep. De beoordeling van projectvoorstellen en de besluitvorming door de LAG is beschreven in een separate bijlage over selectie- en beoordelingscriteria/scores voor projecten. De maximale subsidie per project bedraagt in principe € 160.000. In hoofdstuk 4 is aangegeven dat projecten een maximale hoogte mogen hebben van € 200.000 en dat de maximale subsidie 80% bedraagt. Overigens gaan we uit van een gemiddeld subsidiepercentage van 60% en van een gemiddelde projectomvang van € 100.000 (afgezien van de categorie ‘kleine projecten’ waarvoor een totaal subsidiebedrag van € 250.000 is gereserveerd. In uitzonderingsgevallen is steun tot 100%, met een max van € 200.0000 mogelijk.
5.3.5 Regeling beheer, monitoring en evaluatie Beheer, monitoring en evaluatie worden beschreven in hoofdstuk 7.
32
6. Financiering. 6.1 Begroting Voor het LEADER-programma Zuid-Hollands Eilanden is € 1,1 miljoen euro aan EU-middelen beschikbaar. De Provincie Zuid-Holland legt daar eenzelfde bedrag bij, waardoor er voor het LEADER gebied ZHE in totaal € 2,2 miljoen aan publieke middelen beschikbaar is. Op programma niveau is de eis dat EU en publieke financiering samen maximaal op 60% uitkomt en dat daarnaast minimaal 40% private cofinanciering wordt ingebracht. Uitgaande van de reeds toegekende € 2,2 miljoen aan publieke middelen (EU en Provincie Zuid-Holland), zal er dus minimaal € 1,47 miljoen aan private cofinanciering moeten worden ingebracht. De totale begroting komt daardoor minimaal uit op € 3,67 miljoen euro. Voorts is in de EU-verordening 2021/1060 bepaald dat maximaal 25% van de publieke middelen besteed mag worden aan kosten voor beheer, communicatie, monitoring en evaluatie van het Leader-programma (oftewel max € 550.000). Binnen dit Leader-programma is er € 200.000 gereserveerd voor beheer en communicatie, hetgeen ruim binnen de marge is. Dit bedrag lijkt laag, maar dit komt omdat het grootste deel van de kosten voor secretaris (ca € 300.000,=) voor rekening van de 4 deelnemende gemeenten komt. Zoals in hoofdstuk 4 is aangegeven en in hoofdstuk 7 verder uitgewerkt zal worden, wordt een deel (nl.
€ 250.000) van de Leadersubsidie gereserveerd voor ‘kleine projecten’ (met maximaal € 25.000 projectomvang). Het overige budget (van € 1,75 miljoen subsidie) wordt verdeeld over de 4 pijlers van de strategie. Daarbij wordt gestreefd naar een min of meer gelijke verdeling van subsidiemiddelen over die 4 pijlers (is ca 20% per pijler). De LAG zal middels haar jaarlijkse voortgangsevaluatie en jaarplan hierop gaan sturen. Echter omdat met het bottom-up principe en doorlopende openstelling voor projectindiening gewerkt gaat worden, zal dat nooit 100% kunnen lukken. Dat ook niet nodig want het betreft een streven, het is geen doel op zich. Daarom zal er gewerkt worden met een bandbreedte van minimaal 10% tot maximaal 30% per pijler. Doordat onderdelen (bv. beheer en communicatie) en projecten (in uitzonderlijke gevallen) binnen dit programma (zie 4.1.) een steunintensiteit tot 100% publiek hebben of kunnen krijgen, zal op projectniveau de gemiddelde private bijdrage hoger zijn dan 40%. Omdat de overige cofinanciering van overheden (bv. gemeenten en waterschap) in projecten nu nog niet bekend is, is ook niet precies aan te geven wat de uiteindelijke begroting van het programma zal worden. Wel is aan te geven wat de minimale begroting zal worden (zie onderstaande tabel).
Er kan van uitgegaan worden dat voor de komende periode (2024-2028) er in het kader van het LEADER programma Zuid-Hollandse Eilanden in totaal minimaal € 3,67 miljoen aan investeringen gepleegd gaat worden. Echter de verwachting is dat dit in de praktijk aanzienlijk hoger zal worden (vanwege de minimum eis van 40% private cofinanciering). In feite geldt dat hoe meer publieke cofinanciering (gemeenten, Waterschap of Recreatieschap bv) ingebracht wordt er ook meer private cofinanciering ingebracht moet gaan worden. Via het jaarlijks op te stellen jaarprogramma zullen de (co-)financieringsrichtlijnen gevolgd worden. In paragraaf 4.1 is uitgelegd welke subsidiepercentages (met inachtneming van de Staatssteunregels) per project mogelijk zijn.
33
Onderdelen/
Kosten/Investeringen
Verwacht subsidiebedrag
%
%
maatregelen Budget voor kleine projecten Uitvoeringsbudget projecten binnen 4 pijlers
€ 350.000
9,5%
€ 250.000
11,4%
4x € 780.000 = € 3.120.000
85,0%
€ 1.750.000
79,5%
€ 200.000
5,5%
€ 200.000
9,1%
€ 3.670.000
100%
€ 2.200.000
100%
Uitvoeringskosten LOS * Beheer & Communicatie
Totaal (in Euros)
* Hieronder vallen onder meer de vergoedingen voor, communicatie, secretariaatskosten, kosten voor beheer, monitoring & evaluatie en opleiding & training. De 4 betrokken gemeenten staan garant voor de financiering van de LAG-secretaris/coördinator. Deze kosten zijn daarom buiten de begroting gehouden
6.2 Dekkingsplan Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven, draagt de provincie in gelijke mate bij als er vanuit EU aan middelen beschikbaar is gesteld. Voor alle projecten geldt dat het steunpercentage gemiddeld 60% is, maar in de praktijk kan variëren tussen de 40 en 80%. In uitzonderlijke gevallen, hetgeen vooral bij kleine projecten zal zijn, kan het steunpercentage oplopen tot 100%. De maximale subsidie is gebaseerd op een projectomvang van € 200.000 en bedraagt € 160.000. Dat geldt ook voor projecten die (bij uitzondering) 100% subsidie ontvangen. Een project kan een hogere begroting hebben maar de subsidie zal nooit hoger zijn dan maximale toezegging van € 160.000 (zie hoofdstuk 4.1). Aan de hand van deze uitgangspunten ziet het dekkingsplan (zonder aanvullende publieke cofinanciering) er als volgt uit: EU-middelen
PZH
Privaat
Totaal
Kleine projecten
€ 125.000
€ 125.000
€ 100.000
€ 350.000
Projecten binnen pijlers
€ 875.000
€ 875.000
€ 1.370.000
€ 3.120.000
Beheer en Communicatie
€ 100.000
€ 100.000
0
€ 200.000
€ 1.100.000
€ 1.100.000
€ 1.470.000
€ 3.670.000
30%
30%
40%
100%
Totaal %
We stellen verder nadrukkelijk voor dat alle geselecteerde aanvragers gebruik mogen maken van de voorschotregeling waarbij maximaal 50% van de toegekende publieke steun bij aanvang van de uitvoering van het project beschikbaar kan worden gesteld aan de aanvraag.
34
7. Beheer- en toezichtregeling (Reglement LAG) 7.1 Werkwijze en verantwoording LAG Vergaderingen De LAG komt tenminste drie keer per jaar in vergadering bijeen en verder zo vaak de voorzitter dit nodig acht. De secretaris van de LAG bereidt deze vergaderingen, in overleg met de voorzitter, voor en stuurt uiterlijk één week voorafgaande aan de vergadering de vergaderstukken door aan de LAGleden. Elk LAG-lid mag ook onderwerpen aandragen voor de agenda. De secretaris is tevens belast met opmaken van de notulen die na goedkeuring van de voorzitter binnen twee weken na de vergadering aan de leden van de LAG worden verstrekt. De notulen worden definitief vastgesteld bij de eerstvolgende vergadering. Het definitieve verslag van de vergadering is openbaar en zal via de website beschikbaar zijn. De vergadering beslist over te nemen besluiten (dat kunnen projecten zijn maar bv. ook zaken aangaande beheer en communicatie) op basis van meerderheid van stemmen. De secretaris heeft geen stemrecht. Vergaderingen van de LAG zijn openbaar en kunnen derhalve door iedereen worden bijgewoond, tenzij de voorzitter of ten minste twee leden van de LAG verzoeken om een besloten vergadering te houden. Belangstellenden dienen hiertoe wel een verzoek in te dienen bij de voorzitter en secretaris. Deze zullen hier binnen 1 week op reageren.
Indien de vergadering van de LAG daartoe aanleiding geeft kan de voorzitter externe deskundigen vragen om aan de vergadering deel te nemen. Zij hebben echter geen stemrecht. Indien leden van de LAG verhinderd zijn om bij de vergadering aanwezig te zijn, kunnen zij een vervangende vertegenwoordiger afvaardigen. Minimaal 60% van de LAG-leden dient aanwezig te zijn om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen, waarbij altijd geldt dat een meerderheid van de aanwezige LAG-deelnemers uit private partijen bestaat. Indien minder dan 60% aanwezig is, kunnen besluiten via een schriftelijke ronde (per email) alsnog rechtsgeldig worden gemaakt. De LAG bespreekt projectaanvragen die op dat moment (1 maand voor de LAG-vergadering) compleet en voldoende ontwikkeld¹ en bij RVO ingediend zijn en daarmee zijn gereed voor beoordeling. Naast deze projectaanvragen kunnen ook ontwikkelingen en trends, mogelijke nieuwe projecten, projecten in ontwikkeling en andere onderwerpen worden behandeld in de vergadering. De LAG-vergadering wordt voorbereid door de secretaris, in overleg met de voorzitter en in samenwerking met een ambtelijke werkgroep. De ambtelijk werkgroep bestaat uit ambtelijk vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten aangevuld met deskundigen op het gebied van o.a. natuur, landbouw, water en recreatie.
De ambtelijke werkgroep biedt ook ondersteuning bij het voorbereiden van het jaarprogramma en bij het (voor-)beoordelen en adviseren rondom de ingediende steunaanvragen. Minstens een maand voor iedere LAG komt de ambtelijke werkgroep bijeen om alles voor te bereiden en te bespreken. De secretaris van de LAG bereidt deze vergaderingen voor en zit deze voor.
1- Voldoende ontwikkeld: alle benodigde cofinanciering, vergunningen etc. zijn voor aanvang van het project – of binnen afzienbare tijd – gereed, afstemming met betrokken partijen heeft plaatsgevonden, er is een aanvraagformulier ingediend en een projectplan voorzien van begroting. De aanvragen moeten voldoen aan de criteria zoals in de LOS beschreven.
35
Naast formele vergaderingen zal de LAG jaarlijks ook diverse andere bijeenkomsten organiseren, zoals aftrapbijeenkomsten, spreekuren, thematische workshops en specifieke aanjaagacties gericht op het entameren van projecten rondom specifieke doelen (zie hoofdstuk 4.3). Daarnaast voert de LAG een aantal deskundigheidsactiviteiten (zie hoofdstuk 4.4) en communicatie-acties (zie hoofdstuk 4.5) uit. Transparantie en verantwoording Om zo goed mogelijk verantwoording af te kunnen leggen streeft de LAG naar een zo transparant mogelijke werkwijze. Ten behoeve hiervan wordt/worden: • er jaarlijks een jaarverslag opgesteld; • het jaarverslag op de website openbaar gemaakt; • beoordelingen van aanvragen op de website openbaar gemaakt; • reglementen m.b.t. de werkwijze van de LAG en eventuele wijzigingen op de website bekend gemaakt; • procedures en criteria m.b.t. het indienen van een aanvraag en eventuele wijzigingen hiervan op de website bekend gemaakt; • vergaderingen van de LAG ten minste één week van tevoren op de website aangekondigd; • notulen uiterlijk twee weken na definitieve vaststelling via de website openbaar gemaakt. Indien nodig worden ook andere communicatiemiddelen benut. Voorkomen van belangenverstrengeling Leden van de LAG mogen aanvragen indienen.
Om belangenverstrengeling door leden van de LAG te allen tijde voorkomen is als volgt besloten: • Leden van de LAG moeten kenbaar maken welke zakelijke belangen zij hebben. Dit wordt samengebracht in een register dat openbaar wordt gemaakt op de website. • Indien leden van de LAG een belang hebben bij een aanvraag moeten zij dit kenbaar maken, waarop zij worden uitgesloten van stemming, discussie en advisering bij de beoordeling hiervan. Tussentijdse vervanging Indien leden van de LAG tussentijds vervangen moeten worden, zal de LAG de organisatie die het vertrekkend lid vertegenwoordigd verzoeken om een nieuwe vertegenwoordiger voor te dragen. Na goedkeuring van die nieuwe vertegenwoordiger door de LAG, zal deze wijziging worden doorgegeven aan de Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland (die toets of de complete samenstelling van de LAG nog steeds voldoet aan de Leader-criteria). Werkwijze LAG inzake projectindiening Op het moment dat een initiatiefnemer voornemens is een projectaanvraag in te dienen, dan is de werkwijze van de LAG als volgt: • Een initiatiefnemer meldt zich, al dan niet via een LAG-lid, bij de secretaris van de LAG; • De secretaris maakt met de initiatiefnemer een afspraak voor een oriënterend gesprek.
Hierin wordt het projectidee (op basis van een ingevuld projectideeënformulier) besproken en gekeken of er een match is te maken met de thema’s en doelen uit de LOS. Ook kan de secretaris aanvullende adviezen geven mbt de inhoud en/of samenwerking met andere partijen. Daarnaast geeft de secretaris tekst en uitleg over de aanvraagprocedure; • Als het idee kansrijk lijkt, dan legt de secretaris het idee voor aan de ambtelijke werkgroep (of leden van die werkgroep) en de LAG (of leden van de LAG) voor een eerste reactie en met de vraag of een of twee LAG-leden betrokken willen zijn bij het verdere traject. Als in dit stadium al duidelijk wordt dat het initiatief niet of niet voldoende aansluit bij de LEADERcriteria en/of de doelen en thema’s van de LOS, dan wordt samen met de initiatiefnemer(s) 36
• • • • •
• •
gekeken naar alternatieven, b.v. andere maatregelen binnen het NSP of andere provinciale en landelijke regelingen; Er wordt een vervolggesprek georganiseerd met de initiatiefnemer, waarbij ook de betrokken LAG- of ambtelijke werkgroepleden bij aanwezig zijn; De initiatiefnemer presenteert het projectidee in een vergadering van de LAG; Op basis van de feedback uit de LAG bereidt de initiatiefnemer een aanvraag voor en bespreekt deze in concept met de secretaris. Indien nodig houdt deze nog ruggespraak met de verantwoordelijk ambtelijk medewerkers bij de provincie en/of gemeenten; De initiatiefnemer dient (eventueel namens een partnerschap) de aanvraag in; Partners in een aanvraag die een beroep doen op subsidie dienen een vestigingsadres in het programmagebied te hebben. Uitzonderingen zijn: o Als de resultaten van activiteiten van de partner van buiten het programmagebied ‘neerdalen’ in het programmagebied (Zuid-Hollandse Eilanden) o Als in het programmagebied geen partner (bedrijf-organisatie) beschikbaar is die voldoet aan de eisen of kwaliteiten die nodig zijn om het project (of een essentieel onderdeel binnen het project) te kunnen realiseren.
De secretaris doet samen met de ambtelijke werkgroep een voorbeoordeling van het project en stelt een advies op richting de LAG; De LAG maakt een definitieve beoordeling van het project en de secretaris stelt de initiatiefnemer hiervan op de hoogte.
7.2 Wijze van Openstelling Inzake de openstelling en de te hanteren werkwijze wil de LAG als volgt te werk gaan: • Vanaf de start van het programma wordt er gekozen voor een doorlopende openstelling. Dit houdt in dat subsidieaanvragen doorlopend kunnen worden ingediend. Om in de eerstvolgende LAG vergadering door de LAG beoordeeld te worden, moeten aanvragen tenminste 1 maand voor de eerstvolgende en vastgestelde vergaderdatum van de LAG worden ingediend. Dit wordt in het openstellingsbesluit vastgelegd. • Aanvragen die bij de beoordeling door de LAG het minimum aantal punten behalen, worden door de LAG geselecteerd voor een bijdrage. De beoordelingscriteria zijn in paragraaf 7.3 kort beschreven en worden nader uitgewerkt door de LAG na vaststelling van de LOS. • Een doorlopende openstelling houdt ook in dat het subsidieplafond bestaat uit het totale budget dat voor de hele periode (tot en met 31 december 2027) beschikbaar is voor projecten. Wel worden er 5 deelplafonds aangehouden: een voor de kleine projecten en 4 voor pijlers van de strategie (zie hoofdstuk 6). Jaarlijks (in het jaarplan) wordt een update gegeven van de stand van zaken binnen die deelplafonds (hoeveel budget er nog beschikbaar is per deelbudget).
• De LAG gaat onmiddellijk na indiening van de LOS aan de slag om in overleg met de Provincie Zuid-Holland en RVO de tekst van het Openstellingsbesluit voor te bereiden. Zodra de LOS is goedgekeurd en de LAG formeel is ingesteld door GS Zuid-Holland, belegt de LAG een besluitvormende vergadering om het Openstellingsbesluit vast te stellen. Vervolgens wordt de provincie verzocht om het Openstellingsbesluit te publiceren in het Provinciaal Blad. • Tijdens de jaarlijkse evaluatie van het programma, bekijkt de LAG of er aanleiding is om het Openstellingsbesluit op onderdelen aan te passen. In het jaarprogramma wordt op basis van de voortgang van het programma en de reeds toegekende subsidies (incl. verdeling per pijler, hoogte van private en publieke cofinanciering) een jaarprogramma vastgesteld waarin aangegeven wordt 37