CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

34.Memo Leaderprogramma Zuid-Westelijke Delta 2023-2027, bijlage

Gemeenteraad 6 december 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst Ingekomen stukken en mededelingen22.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

gegeven wat voor soort projecten (pijlers, doelstellingen, publiek/privaat, hoogte subsidie en omvang projecten) ingediend kunnen worden. Tevens wordt het subsidieplafond per pijler aangegeven. Het kan dus zijn dat op een bepaald moment geen aanvragen meer ingediend kunnen worden voor bepaalde pijlers/doelen of dat alleen projecten met private cofinanciering ingediend kunnen worden. • Dit operationele jaarplan dient de LAG jaarlijks uiterlijk 15 december in bij GS en publiceert dit tevens op de eigen website. Na vaststelling zal een publieksversie (max 2 A4tjes) opgesteld worden en via de website en online en andere communicatiekanalen verspreid worden. • De LAG komt tenminste driemaal per jaar bij elkaar om projectplannen te beoordelen en te selecteren en om tijdens de laatste vergadering van het jaar het jaarprogramma te bespreken en vast te stellen. Via de website en sociale media worden de data voor deze deadlines jaarlijks bekend gemaakt. Op de website worden alle noodzakelijk documenten permanent beschikbaar gesteld.

7.3 Beoordeling en selectiecriteria De procedure om te komen tot een beoordeling en selectie van steunaanvragen kan als volgt omschreven worden: • De initiatiefnemer die een concept-projectvoorstel heeft uitgewerkt kan dat tussentijds bespreken met de secretaris en evt. met de ambtelijke werkgroep. De initiatiefnemer werkt vervolgens een volledige aanvraag uit die ingediend wordt voor de eerstvolgende LAGvergadering. • Voorafgaand aan de LAG-vergadering wordt de aanvraag door de secretaris met de Betaal- en Beheerautoriteit (RVO) doorgenomen (ontvankelijkheidstoets) en ter beoordeling voorgelegd aan en voorbesproken met de ambtelijk werkgroep. • Alleen complete projecten worden door de LAG uiteindelijk beoordeeld en in behandeling genomen. De steunaanvragen moeten worden voorzien van een aanvraagformulier en het projectplan moet voldoen aan de Leidraad projectaanvragen LOS ZHE, die op de website wordt gepubliceerd. De LAG beoordeelt de projecten aan de hand van een beoordelingsformulier met daarin de selectiecriteria, voorzien van een wegingsfactor / puntentelling (zie separate bijlage over selectie-/beoordelingscriteria en scores). Besluiten en de werkwijze, criteria, procedures omtrent het programma worden op de website bekend gemaakt.

• Een LAG-lid dat een direct of indirect belang heeft bij een aanvraag, dient bij de behandeling van deze aanvraag in de LAG-vergadering de vergadering te verlaten. Dit wordt door de secretaris opgenomen in het verslag. Het LAG-lid neemt op geen enkele wijze deel aan overleg, bespreking, oordeelsvorming en besluitvorming t.a.v. deze aanvraag • De vraag of een LAG-lid een direct of indirect belang heeft bij de aanvraag, is ter beoordeling van de LAG als geheel, waarbij de voorzitter de beslissende stem heeft. Indien de voorzitter een direct of indirect belang heeft bij een aanvraag, wordt hij/zij bij de behandeling van deze aanvraag tijdelijk als voorzitter vervangen door een ander LAG-lid dat geen direct of indirect belang bij de aanvraag heeft; • Het aantal LAG-leden dat ter vergadering gerechtigd is een oordeel te geven, dat kan en mag worden meegewogen, moet tenminste 51% bedragen van het totaal aantal LAG-leden; • De scores van LAG-leden die niet aanwezig zijn bij de vergadering, maar die wel tijdig en correct het scoreformulier hebben ingediend, worden meegewogen bij de bepaling van de gemiddelde scores; • Ten hoogste 49% van de ter vergadering aanwezige LAG-leden wiens oordeel kan en mag worden meegewogen, mag bestaan uit vertegenwoordigers van overheids- of semioverheidsinstanties.

38

• De secretaris presenteert aan de LAG-leden per aanvraag een overzicht van alle ingediende scores, de gemiddelde scores en het advies van de ambtelijke werkgroep. Aangegeven wordt ook, indien van toepassing, op welke criteria en/of onderdelen een aanvraag onvoldoende punten ten opzichte van het gestelde minimum heeft behaald. Tijdens de vergadering wordt besproken of er gegronde redenen zijn aan te voeren om scores op bepaalde criteria naar boven of naar beneden bij te stellen. Indien LAG-leden in meerderheid het eens zijn om een score naar beneden of naar boven bij te stellen, dan wordt zodoende de definitieve score bepaalt. Vervolgens wordt aan de hand van deze definitieve score bepaald of een aanvraag al dan niet voldoet aan de minimumvereisten. • Voldoet een aanvraag niet aan de minimumvereisten, dan wordt GS Zuid-Holland gevraagd de aanvraag negatief te beschikken. De aanvrager kan op basis van de aanvraag beroep en bezwaar aantekenen. De aanvrager kan er ook voor kiezen om een nieuwe, aangepaste aanvraag in te dienen. • Aanvragen die voldoen aan de minimumvereisten worden doorgestuurd aan GS Zuid-Holland met het verzoek om de aanvraag positief te beschikken onder voorwaarde van de toetsing van de opgegeven projectkosten op rechtmatigheid en redelijkheid door RVO. Een schematisch overzicht van de procedure is hieronder weergegeven.

Een schematisch overzicht van het verkorte proces voor ‘kleine projecten’ (10.000-25.000) is weergegeven op pagina 40.

Doorlooptijd aanvraag tot toekenning beschikking. Om te zorgen dat de doorlooptijd van projecten beheersbaar blijft is er gekozen voor een snelle procedure voor kleine projecten (tussen € 10.000-€ 25.000). De LAG streeft er naar om voor deze projecten binnen één maand na toekenning in de LAG een beschikking af te geven. Voor de overige aanvragen, waar ook EU-gelden voor worden gereserveerd, geldt dat de definitieve toekenning via het verplicht gestelde Europees Betaalorgaan, RVO zal lopen. De doorlooptijd voor het afgeven van de beschikking van dit type projecten zal naar verwachting ca. 2 maanden zijn. Er is uitgegaan van projecten die compleet en beoordelingsgereed (‘rijpe’ ideeën) zijn. De indiening van een definitieve aanvraag zal ca. 4 weken voor de LAG vergadering zijn waardoor de totale doorlooptijd voor kleinere projecten ca. 8 weken zal zijn en voor de overige projecten ca. 12 weken. In de praktijk kan de doorlooptijd langer worden als aanvragen eerder ingediend worden. In verband met de vergadercyclus van LAG en ambtelijke werkgroep worden deze projectaanvragen dan enige tijd in portefeuille gehouden voordat ze de beoordelingscyclus doorlopen. 39

Selectiecriteria Het doel van selectie is om op een open en transparante wijze de projecten te selecteren met de hoogste meerwaarde van de LEADER werkwijze voor het gebied. Aanvragen die definitief uitgewerkt worden, worden bij de formele beoordeling door de voltallige LAG getoetst aan drie sets van beoordelingscriteria: • Inhoudelijke criteria aan de hand van het LOS ZHE, d.w.z. de concrete bijdrage aan één of meer van de geformuleerde doelstellingen en outputindicatoren; • Toepassing van de LEADER criteria (zoals bv. het Bottom-up gehalte); • De kwaliteit van de aanvraag en de aanvrager. De LAG zal bepaalde criteria een zwaarder gewicht meegeven, b.v. op de onderdelen innovatief/vernieuwend, spin-off effecten, eiland overschrijdende projecten of cross-sectorale projecten en de mate van private cofinanciering.

• De beoordeling van het criterium Innovatief/vernieuwend gebeurt aan de hand van de volgende elementen: • het verschijnen van nieuwe producten en diensten waarin specifieke lokale elementen besloten liggen; • nieuwe methoden waarmee het eigen menselijk, natuurlijk en/of financieel potentieel van het gebied kan worden gebundeld en zodoende beter benut; • combinaties van en verbindingen tussen economische sectoren die van oudsher van elkaar gescheiden zijn; • originele vormen van organisatie en betrokkenheid van de plaatselijke bevolking bij het besluitvormingsproces en bij de uitvoering van het project; • producten of diensten die nieuw zijn voor het betrokken gebied; • methoden om bestaande producten of diensten tot stand te brengen die nieuw zijn voor deze producten of diensten in het betrokken gebied. De volledige set beoordelings- en selectie criteria is opgenomen in een separate bijlage. Voor kleine projecten is een aangepaste set van beoordelings- en selectie criteria opgenomen. Subsidiepercentages. De subsidie vanuit overheidsmiddelen (EU en Provincie) is volgens regels die vanuit het Europese LEADER-programma worden, op programmaniveau gesteld maximaal 60%. De overige 40% 40

cofinanciering zal op programma niveau uit private middelen moeten komen. Binnen deze LOS kan er op projectniveau een subsidie tussen 40%-80% toegekend worden op basis van beoordelingscriteria en/of richtlijnen (bv. Staatssteun of private cofinanciering). Daarnaast kunnen projecten vanuit overheden of die door gemeentelijke overheden extra ondersteund worden, op een hogere publieke cofinanciering uitkomen. Om uiteindelijk op programma niveau de 40% private cofinanciering te halen zal daar op gestuurd gaan worden en wordt in het jaarprogramma kenbaar gemaakt als daar rekening mee gehouden moet worden. De LAG heeft de mogelijkheid om de maximale budgetomvang bij projecten van bijzondere aard te verhogen tot max € 500.000 (en dus ook om de maximale subsidie te verhogen tot maximaal €300.000,-- (60% subsidie). Dit kan alleen bij een excellent project dat 3 of 4 pijlers en doelen bedient én op het gehele Leader-gebied betrekking (met partners en/of actieve deelnemers van alle 3 de eilanden) heeft én waarbij sprake is van samenwerking tussen meerdere sectoren/aandachtsgebieden (bv. natuur-toerisme of recreatie-agrarisch). De LAG zal te allen tijden de definitieve subsidie toekennen op basis van het vastgestelde subsidiepercentage bij de indiening en goedkeuring van het project. De definitieve toekenning gebeurt op basis van daadwerkelijk te verantwoorden kosten.

Het bij indiening toegekende subsidiebedrag is de maximale subsidie die toegekend kan worden, tenzij er een tussentijdse inhoudelijk en financieel wijzigingsverzoek wordt ingediend en goedgekeurd. Het hanteren van de maximale subsidies van € 20.000 voor kleine projecten (max. 80% gebaseerd op projectomvang van € 25.000) respectievelijk € 160.000 (gebaseerd op projectomvang van € 200.000) voor overige projecten, heeft te maken met de mogelijkheid die in het NSP is geboden om gebruik te maken van het Raamwerk voor Uitvoering van Subsidies (RUS) en het Uniform Subsidiekader (USK) zoals vermeld in het NSP op pagina 163: “Het streven is om, in overleg met de sector, het zo eenvoudig mogelijk te maken voor de aanvragers, door het toepassen van de principes van het RUS/USK. RUS/USK is in Nederland verplicht voor alle subsidies en hebben tot een aantoonbaar vereenvoudigd en doelgericht subsidieproces geleid. Het RUS/USK kent drie uitvoeringsvarianten: • RUS 1: ‘One Touch’ - voor subsidies tot € 25.000 of subsidies met een laag risico. Subsidieverstrekking wordt gekenmerkt door een eenmalig contactmoment tussen de aanvrager en de uitvoering. De beoordeling is licht en vindt bij voorkeur geautomatiseerd plaats. • RUS 2: Prestatie verantwoorden – voor investeringen en projecten van € 25.000 tot € 125.000 waarbij het subsidiebedrag bij subsidieverlening kan worden bepaald.

Bij subsidievaststelling wordt alleen vastgesteld of de prestatie geleverd is. • RUS 3: Presteren & Inzicht in kosten – voor subsidies van 125.000 of meer. Bij deze variant vindt een integrale verantwoording van de prestatie en de kosten plaats. Door voor kleine projecten een maximum van € 20.000 subsidie te hanteren vallen zij binnen de voorwaarden van RUS 1 en kunnen dienovereenkomstig met een lichte toets gelijk worden afgedaan. De LAG stelt wel als verplichting dat de aanvrager de resultaten van het projecten publiek maakt en actief deelt in het gebied. Voor de overige projecten wordt in beginsel een maximum steunbedrag van € 160.000 (80% van € 200.000) aangehouden, waardoor ze vallen binnen het regime van RUS 2 of RUS3. Naast het subsidiebedrag is tevens een risico analyse bepalend voor welke RUS variant van toepassing is. Zo kan bij een subsidieregeling met subsidies tot € 25.000 met een hoog risico RUS variant 2 van toepassing worden verklaard. Bij een subsidieregeling met subsidies van € 125.000 of meer met een laag risico kan RUS variant 2 van toepassing worden verklaard. 41

Met deze systematiek wordt tegemoetgekomen aan de van de grootste bezwaren die door initiatieven is aangedragen tijdens de POP3-periode, namelijk de disproportionele administratieve lastendruk. Ook wordt het nu weer mogelijk om het programma open te stellen voor kleine projecten (minder dan € 25.000 subsidie). Dit in combinatie met de mogelijkheid om bij de start van de uitvoering aanspraak te maken op een voorschot van 50% van de verleende subsidie, zal de uitvoerbaarheid van het programma zeer ten goede komen. Rol van de LAG tijdens de uitvoering van projecten Ook nadat een subsidie verleend is, heeft de LAG nog een rol tijdens de uitvoering. Aan elk project worden een of twee LAG-leden als ambassadeur toegewezen. Zij houden de vinger aan de pols bij de uitvoering door contact met de initiatiefnemer en projectbezoeken. Maar de LAG als geheel heeft gedurende de uitvoering ook een formele rol. Dit is met name het geval wanneer de initiatiefnemer aangeeft dat er (mogelijk) belangrijke wijzigingen gaan optreden in de uitvoering of in de beoogde resultaten. In die gevallen kan de LAG besluiten tot een volledige herbeoordeling van het project op basis van de voorgestelde wijzigingen.

Als de herbeoordeling leidt tot een dusdanig lagere score, dat een of meer van de gestelde minimumscores niet worden behaald, kan de LAG besluiten om GS te verzoeken de subsidieverlening alsnog in te trekken dan wel lager vast te stellen.

7.4 Monitoring Op zowel rijks-, provinciaal als lokaal niveau is er sprake van monitoring en evaluatie. Dit is noodzakelijk om het Plattelandsontwikkelingsprogramma op tijd bij te kunnen sturen. Bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die optreedt als Beheer- en betaalautoriteit, worden beschikte LEADER-aanvragen in het daarvoor ontwikkelde IT-systeem ingevoerd. Het gaat hierbij niet alleen om committering van het budget, maar ook en vooral om het registreren van de in de aanvraag benoemde resultaten en outputindicatoren. Deze indicatoren moeten in het voorafgaande proces van beoordeling en selectie door de LAG aansluiten bij de indicatoren, zoals benoemd in de LOS. Naast de secretaris, heeft ook de ambtelijke werkgroep en LAG een actieve rol in de monitoring: • De voortgang van ieder goedgekeurde aanvraag wordt periodiek in de ambtelijke werkgroep besproken. Dat geldt voor het hele traject van indiening aanvraag tot en met de definitieve vaststelling als het project volledig uitgevoerd is. Het betreft ook verzoeken tot wijziging of stopzetten e.d. Hiertoe heeft de secretaris regelmatig contact met de aanvrager.

• Aan de hand van een vast format voor voortgangsrapportages stellen aanvragers van geselecteerde projecten periodiek (iedere 6 maanden) een voortgangsrapportage op die de basis vormt voor de jaarlijkse programma-rapportage (op te stellen door de secretaris ism ambtelijke werkgroep) welke jaarlijks door de LAG wordt vastgesteld. • Ook na vaststelling van een aanvraag, heeft de secretaris van de LAG nog regelmatig contact met de aanvrager om de duurzaamheid van de projectresultaten en eventuele spin off effecten in kaart te brengen. Resultaten zullen ook in de periodieke programma rapportage opgenomen worden. • Op het niveau van de LOS als geheel heeft de voltallige LAG de taak om er op toe te zien dat het geheel aan geselecteerde aanvragen leidt tot realisatie van de geformuleerde doelstellingen en indicatoren. Op basis van de periodieke programma-rapportages kan de LAG de voortgang van projecten en programma monitoren. In elke vergadering van de LAG zorgt de secretaris voor een overzicht van de geselecteerde aanvragen, de beoogde resultaten en de behaalde resultaten. Deze periodieke rapportages vormen ook weer de basis voor de jaarprogramma’s en eventuele bijstelling van subsidieplafonds per pijler.

42

7.5 Effectmeting en Evaluatie De effectmeting gebeurt in de eerste plaats aan de hand van de monitoring. Initiatiefnemers moeten bij het indienen van een project aangeven welke resultaten behaald zullen worden, welke meetbare effecten het project heeft en welke indicatoren in welke mate ingevuld worden (de secretaris zal de initiatiefnemers hierbij ondersteunen). Ook in de beschikking zullen al deze aspecten beschreven worden. Op basis van deze effecten kan de LAG een goede inschatting maken of het project bijdraagt aan realisatie van de gekozen doelen. Initiatiefnemers wordt gevraagd de behaalde effecten te rapporteren. Deze rapportages helpen de LAG bij het monitoren, evalueren en bijsturen van het gehele LEADER-programma, omdat er een goed beeld ontstaat van welk type project welk effect heeft. De effecten van de individuele projecten worden dus gebruikt om de effectiviteit van het programma als geheel bij te kunnen sturen en te verbeteren. Via het jaarverslag worden effecten jaarlijks gemeten en geëvalueerd, op project- en programmaniveau. Er zal halverwege een grotere evaluatie zijn (midterm) en na afloop van de programmaperiode zal een eindevaluatie worden gehouden. De uitkomsten kunnen worden benut bij het verbeteren van de output en outcome van projecten en voor het opstellen van nieuwe programma’s.

Het jaarverslag wordt in principe door de LAG(secretaris) zelf geschreven, met input van RVO en ambtelijke werkgroep. In tegenstelling tot eerdere periodes, zullen we in deze periode geen eigenstandige externe evaluatie laten uitvoeren, maar sluiten we aan bij de evaluaties die landelijk worden opgezet en uitbesteed. Aan het eind van de periode zullen we aan de hand van de resultaten een interactieve projectenkaart en een infographic laten maken en binnen onze netwerken verspreiden.

43

BIJLAGE 1. Krachtenveldanalyse Actor Provincie Zuid-Holland

Gemeenten: Voorne aan Zee, Nissewaard, GoereeOverflakkee, Hoeksche Waard Waterschap Hollandse Delta

Verscheidene dorpsraden

Verscheidene ondernemersverenigingen, waaronder TOP VoornePutten en VEERO LTO afdelingen VoornePutten, Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee

Natuurmonumenten, ZuidHollands Landschap & Staatsbosbeheer IVN en lokale natuurverenigingen als Hoeksche Waards Landschap, NLGO en Natuurvereniging Hollandse Delta HISWA-Recron en het Watersportverbond Agrarische natuurverenigingen als Natuurlijk VP, Rietgors en Collectief HW, Agrarische Natuurvereniging GO Molenstichtingen in de HW, op VP en op GO Erfgoedlijn Historisch Haringvliet (provincie ZuidHolland)

Particuliere Erfgoedstichtingen en gemeentelijke Commissies Cultureel Erfgoed

Rol De provincie ZH houdt zich bezig met de economische en toeristische ontwikkeling, de bereikbaarheid en de ontwikkeling van natuur en landbouw in het gebied. Dit in samenwerking met betrokkenen in de regio. De verschillende gemeenten in de regio zetten zich in op een breed scala van terreinen voor de ontwikkeling van het gebied dat valt binnen hun gemeentegrenzen. Daarvoor wordt samengewerkt met andere gemeenten en allerlei organisaties. Het Waterschap staat voor de opdracht om de waterkwaliteit en -veiligheid en kwantiteit in het gebied goed op peil te houden. Daarom is zij bezig om de waterbergingscapaciteit te vergroten en de waterkwaliteit te verhogen. Ook verzilting is een aandachtpunt voor het waterschap. De dorpsraden zetten zich in voor de leefbaarheid van de dorpskeren. Punt van zorg zijn de collectieve voorzieningen die onder druk staan. Zij zetten zich ervoor in om het voorzieningenniveau op peil te houden. De ondernemingsverenigingen zetten zich in voor een aantrekkelijk ondernemersklimaat. Een belangrijke rol spelen de toeristisch-recreatieve ondernemersverenigingen. Het gebied kent zowel hele grote als hele kleine bedrijven. De traditionele winkeliers in de kleinere kernen hebben het nu moeilijk, waarvoor steun wordt gevraagd. De LTO zet zich in voor de belangen van agrariërs.

Het uitgangspunt voor de agrarische ondernemers is dat er nu en in de toekomst bestaansrecht moet zijn voor de zowel de primaire als de multifunctionele landbouw. Voedselen sierteelt is wat hen betreft hierbij de kernactiviteit en draagt bij aan de vitaliteit en bedrijvigheid op het platteland. Deze organisaties zetten zich in voor het beheer en de ontwikkeling van natuur. Bovendien trachten zij de natuurgebieden toegankelijk en aantrekkelijk te maken voor recreanten. IVN en de lokaal-regionale natuurverenigingen zetten zich ervoor in dat de natuur in de regio volop beleefd kan worden door haar bewoners en bezoekers. Maar ook zijn de lokale verenigingen actief betrokken bij planvorming en uitvoering van (nieuwe) natuurprojecten Toerisme en recreatie is van groot belang voor het gebied. Hiswa-Recron behartigt de belangen van de hele toeristische sector. Watersportverbond doet dat vooral vanuit het perspectief van waterrecreanten. Deze verenigingen zetten zich in voor natuurbeschermingsactiviteiten op en rond de agrarische bedrijven. Ze entameren daarvoor nieuwe initiatieven, zoals bloemrijke akkerranden, geven uitvoering aan het ANlb en geven voorlichting aan agrariërs die meer willen doen op dit gebied. Deze stichtingen houden zich bezig met restauratie, instandhouding en openstelling van de vele molens in het gebied.

Het verhaal van de erfgoedlijn Historisch Haringvliet gaat over het leven tussen en met het water als vriend en vijand. Er zijn zes thema’s binnen delen van GO, HW en VP: dijken, kreken, Watersnoodramp 1953 en deltawerken Haringvlietdam en Volkerakdam, historische dorpen aan het Haringvliet, Hollands Diep en de Bernisse, havenkanalen en het maritieme verleden, waterlinies incl. de vestingen Brielle en Hellevoetsluis. Samen met een breed netwerk worden projecten geïnitieerd waarvoor jaarlijks subsidie beschikbaar is via een gesloten systeem (€3 miljoen). In de HW en Tiengemeten zijn St. Landelijk Erfgoed, St. Archeologie HW, Molenstichting en Bomenstichting actief naast een viertal musea en enkele historische verenigingen. Waar mogelijk werken zij samen met gemeente HW, op het gebied van beleid, kennis en voorlichting over cultureel erfgoed

44

BIJLAGE 2. Overzicht doelstellingen – indicatoren – streefwaarden 1. Stimuleren innovatie in de landbouw 2. Uitbreiden en vernieuwen toeristischrecreatieve voorzieningen 3. Ontwikkeling duurzaam en biodivers landschap 4. Stimuleren duurzame ontwikkeling mbt leefbaarheid en klimaat

Doel

Doelstelling

Output indicator

Streefwaarde

1.1 Kennisdeling en samenwerking mbt innovaties landbouw

1.1.1 Ondersteuning van initiatieven die leiden tot kennisdeling over innovaties 1.1.2 Ondersteuning van initiatieven die leiden tot samenwerking bij innovaties

Aantal initiatieven kennisdeling

2

Aantal initiatieven samenwerking

1

1.2 Experimenten, proefprojecten voor innovaties landbouw

1.2.1 Ondersteuning van experimenten en proefprojecten rondom innovaties

Aantal betrokken bedrijven Aantal proefprojecten

15 3 6

1.3 Ontwikkeling/versterking korte ketens, incl. streekproducten

1.3.1 Ondersteuning van initiatieven ter bevordering van ontwikkeling korte ketens 1.3.2 Ondersteuning van initiatieven voor ontwikkeling van nieuwe streekproducten

Aantal betrokken bedrijven en organisaties (bv. kennisinstelling) Aantal initiatieven korte ketens Aantal initiatieven voor streekproducten

1

1.4 Verdienmodellen voor medegebruik agrarische gronden en andere functies 2.1 Versterken/verbeteren verbindingen en routestructuren, incl. beleefbaarheid

1.4.1 Ondersteuning van initiatieven voor het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen mbt medegebruik agrarische gronden

Aantal betrokken bedrijven/org. Aantal initiatieven voor verdienmodellen

8 1

Aantal betrokken bedrijven/org. Aantal initiatieven verbetering routestructuren/verbindingen Aantal km nieuwe/verbeterde routestructuren Aantal initiatieven ter verbetering beleefbaarheid routes Aantal initiatieven klimaat Aantal initiatieven biodiversiteit Aantal initiatieven milieu

4 2

Aantal betrokken bedrijven

6

Aantal initiatieven voorzieningen

1

Aantal initiatieven klein erfgoed

1

Aantal initiatieven

1

Aantal initiatieven

1

Aantal agrarische bedrijven

5

Aantal kleine groenstructuren

3

Aantal initiatieven

1

Aantal initiatieven

1

Aantal initiatieven

1

Aantal initiatieven

1

Aantal initiatieven

1

Aantal initiatieven

1

Aantal natuurverbindingen

1

Aantal toegankelijkheidsmaatregelen Aantal initiatieven

1

Aantal betrokken burgers/inwoners Aantal initiatieven

50

Aantal initiatieven Aantal betrokken inwoners

1 30

Aantal nieuw ontwikkelde educatie-activiteiten Aantal uitgevoerde activiteiten Aantal deelnemers Aantal initiatieven

2

Aantal betrokken organisaties

5

2.2 Stimuleren mee invulling geven aan maatschappelijke noden (w.o. klimaat) door toeristisch-recreatieve bedrijven 2.3 Verbeteren basisvoorzieningen recreatie en klein erfgoed op platteland 2.4 Beleefbaarheid en bereikbaarheid water versterken 3.1 Stimuleren aanleg/aanplant streekeigen, kleine groenstructuren 3.2 stimuleren nieuwe initiatieven ter verbetering water en bodemkaliteit en waterkwantiteit

3.3 Stimuleren natuurinclusieve landbouw, natuurinclusieve recreatie en landbouwinclusieve natuur 3.4 Creëren verbindingen tussen natuurgebieden + toegankelijkheid verbeteren 4.1 Stimuleren kleinschalige initiatieven om leefbaarheid dorpen te verbeteren 4.2 Ondersteunen initiatieven op het gebied van klimaat en milieu op het platteland

2.1.1 Ondersteuning van initiatieven ter verbetering verbindingen en routestructuren

2.1.2 Ondersteuning van initiatieven die de beleefbaarheid van routestructuren versterken 2.2.1 Ondersteuning van kleinschalige initiatieven in de toeristisch-recreatieve sector tbv klimaat, milieu en biodiversiteit

2.3.1 Ondersteuning van initiatieven ter verbetering basisvoorzieningen en klein erfgoed 2.4.1 Ondersteuning initiatieven ter verbetering van de beleefbaarheid van het water 2.4.2 Ondersteuning initiatieven ter verbetering van de bereikbaarheid van water 3.1.1 Ondersteuning van agrariërs bij realisatie erfbeplanting 3.1.2 Ondersteuning van gebiedspartijen bij aanleg kleine groenstructuren in het buitengebied 3.2.1 Ondersteuning initiatieven verbetering bodemkwaliteit 3.2.2 Ondersteuning initiatieven verbetering waterkwaliteit 3.2.3 Ondersteuning initiatieven verbetering waterkwantiteit 3.3.1 Ondersteuning initiatieven natuurinclusieve landbouw 3.3.2 Ondersteuning initiatieven natuurinclusieve recreatie 3.3.3 Ondersteuning initiatieven landbouwinclusieve natuur 3.4.1 Ondersteuning initiatieven voor verbindingen tussen natuurgebieden 3.4.2 Ondersteuning initiatieven die toegankelijkheid natuurgebieden verbeteren 4.1.1 Ondersteuning initiatieven ter verbetering leefbaarheid dorpen

4.2.1 Ondersteuning initiatieven op het gebied van klimaat (adaptatie en mitigatie) 4.2.2 Ondersteuning initiatieven op het gebied van milieu op het platteland

4.3 Stimuleren &ontwikkelen van diverse educatie-activiteiten

4.3.1 Ondersteuning en ontwikkeling van educatieactiviteiten 4.3.2 Uitvoering van nieuwe educatie-activiteiten

4.4 Ondersteuning initiatieven voor nieuwe samenwerkingsverbanden

4.4.1 Ondersteuning initiatieven voor nieuwe samenwerkingsverbanden op het platteland

1

30 2 1 1 1

3

2

1 40 1

45

BIJLAGE 3. Aanjaagactiviteiten -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Algemene aanjaagactie 1. Aftrapbijeenkomsten: Per eiland één aftrapbijeenkomst om verenigingen en andere lokale organisaties te informeren over mogelijkheden binnen LEADER programma. Dit is een bijeenkomst waarbij LAG, maatschappelijke partijen, ondernemers en inwoners bij elkaar komen met hun wensen en ideeën. Op deze manier worden enerzijds netwerken opgebouwd en is er anderzijds een plek waarbij wensen, behoeften en ideeën worden samengebracht en een stap verder kunnen komen. Algemene aanjaagactie 2. Maandelijks spreekuur: De LEADER-secretaris zal 1 ochtend of middag per maand in het gebied (op een van de gemeentehuizen) aanwezig zijn en spreekuur houden over leader, mogelijke projecten, ondersteuning etc. Algemene aanjaagactie 3. Ambassadeurs/makelaars: In de regio worden personen gezocht en benoemd die initiatieven uit de regio ophalen. Zij vormen een ambassadeurs- of makelaarsgroep die samen met de LAG secretaris projecten entameert en verder brengt middels huiskamersessies, informatiebijeenkomsten e.d. Algemene aanjaagactie 4. Organisatie thematische workshops: De LAG zal samen met maatschappelijke partijen en ondernemersorganisaties een aantal workshops organiseren over onderwerpen die zorgen voor betere projecten en een goede samenwerking. Enkele mogelijke thema’s zijn: het schrijven van goede projectvoorstellen, subsidiemogelijkheden, crowdfunding, lobbyen en PR.

Specifieke aanjaagactie 5. Gericht op doel 1.1 – Kennisdeling en samenwerking: samen met alle landbouworganisaties wordt een bijeenkomst gehouden om onderwerpen voor kennisdeling en samenwerking met betrekking tot innovaties te benoemen en te prioriteren. Van daaruit wordt bekeken hoe dit in een potentieel Leader-project vorm zou kunnen krijgen. Specifieke aanjaagactie6. Gericht op doel 1.4 – Verdienmodellen voor medegebruik agrarische gronden: er wordt een workshop over dit thema georganiseerd waarbij (ervarings-)deskundigen uit andere gebieden worden uitgenodigd. De workshop is bedoeld voor agrariërs, agrarische organisaties, recreatieve en andere organisaties. De mogelijke verdienmodellen worden bediscussieerd en bekeken wordt hoe in een potentieel leaderproject hieraan vormgegeven kan worden. Specifieke aanjaagactiviteit 7. Gericht op doel 2.1 – Verbeteren routes en verbindingen: met recreatieve organisaties, natuurorganisaties, gemeenten en andere partijen wordt een bijeenkomst gehouden over welke routes en verbindingen verbeterd moeten worden. Er wordt een prioriteitenlijstje opgesteld en besproken wie initiatiefnemer zou kunnen zijn voor een potentieel leaderproject(en) rondom dit thema.

Specifieke aanjaagactiviteit 8: Gericht op doel 2.3 – Voorzieningen en klein erfgoed: met recreatieve organisaties, erfgoedorganisaties, gemeenten en andere partijen wordt een bijeenkomst gehouden over welke voorzieningen en klein erfgoed op het platteland gemist worden c.q. voor verbetering vatbaar zijn. Er wordt een prioriteitenlijstje opgesteld en besproken wie initiatiefnemer zou kunnen zijn voor een potentieel leaderproject(en) rondom dit thema. Specifieke aanjaagactiviteit 9. Gericht op doel 4.4 – Nieuwe samenwerkingsverbanden: met alle partijen binnen het Leader-gebied wordt een workshop gehouden over de vraag aan welke (nieuwe) samenwerkingsverbanden behoefte is. Er wordt een prioriteitenlijstje opgesteld en besproken wie initiatiefnemer zou kunnen zijn voor een potentieel leaderproject(en) rondom dit thema. Specifieke aanjaagactiviteit 10. Gericht op doel 4.3 – Educatie-activiteiten: met alle plattelandsorganisaties binnen het Leader-gebied wordt een workshop gehouden over de vraag aan welke educatie-activiteiten behoefte is. Er wordt een prioriteitenlijstje opgesteld en besproken wie initiatiefnemer zou kunnen zijn voor een potentieel leaderproject(en) rondom dit thema. 46

Bijlage 4. Communicatie activiteiten - Website Er zal een website worden gemaakt die de basis vormt voor alle communicatie. Alle informatie die benodigd is om een projectvoorstel in te kunnen dienen zal via deze site beschikbaar worden gesteld. Daarnaast zullen op de site de voortgang en de definitieve resultaten van projecten worden getoond. Op de site zal een database worden aangelegd om projectideeën te verzamelen en te verspreiden. Tevens wordt een interactieve digitale kaart gemaakt, waarin de ontwikkelingen in het gebied worden weergegeven. Hiermee wordt beoogd verslag te leggen van wat er gebeurt aan projecten, alsmede enthousiasme los te maken voor het starten van nieuwe projecten. - Programmabrochure Om het LEADER programma voor de Zuid-Hollandse Eilanden op een overzichtelijke en toegankelijke wijze onder de aandacht van een breed publiek te brengen, zal een publieksvriendelijke brochure gemaakt worden. - Social media en filmpjes Om bekendheid te geven aan het programma en de projecten in uitvoering zal regelmatig via social media gecommuniceerd worden en zal er per project tenminste 1x een filmpje gemaakt worden over dat project. Dit filmpje wordt via social media en de website verspreid.

- Doelgroepgerichte aanpak Communicatieactiviteiten om het indienen van projectvoorstellen te stimuleren worden gericht op specifieke doelgroepen, zoals: (1) agrariërs, (2) natuur en milieugroepen, (3) de sector toerisme en recreatie, (4) bewonersgroepen, (5) verenigingen, (6) lokale bedrijfssectoren. Die activiteiten betreffen bijeenkomsten, persberichten, interviews ed. rond een bepaald thema en/of met een bepaald doel. - Nieuwsbrief Via een nieuwsbrief zullen de lezers op de hoogte gebracht worden van actualiteiten en achtergronden omtrent het LEADER programma. Uitgangspunt is dat de nieuwsbrief 2 keer per jaar digitaal verschijnt. - Persactiviteiten Om de mogelijkheden en resultaten van het LEADER programma zo breed onder de aandacht te brengen, zal een actief persbeleid gevoerd worden gericht op de lokale media. Via persberichten en persbijeenkomsten zal de pers benaderd worden. - Populair jaarverslag Een populair jaarverslag, bijvoorbeeld in de vorm van een extra digitale nieuwsbrief, zal verschijnen om de voortgang van het LEADER programma kenbaar te maken.

Middels het communicatieplan, dat hierboven globaal weergegeven is maar later meer in detail uitgewerkt zal worden, zal dit LEADER programma ook voldoen aan de onderstaande EU voorwaarden: - Uitdragen van de ontwikkelingsstrategie in de regio (bijvoorbeeld door seminars, voorlichtingsbijeenkomsten, promotiemateriaal, internet, persberichten) - Informeren potentiële begunstigden/geïnteresseerden over voortgang ontwikkelingsstrategie via jaarverslagen, tussentijdse resultaten, evaluatie projecten - Toezien op een correcte toepassing van de EU regels omtrent promotie en publiciteit door de projectaanvragers, zoals: • Het plaatsen van (tijdelijke) borden bij fysieke werken (incl. EU en Leader-logo’s); • Het plaatsen van permanente gedenkplaten bij fysieke voorzieningen (incl. EU- en Leaderlogo’s); • Bij communicatiemiddelen gericht op externe contacten (werving afnemers, pers e.d.) aangeven dat EU medefinancier is. 47

Bijlage 5. Meerjarenplanning Algemeen

Communicatie

Verantwoording

Q2 2023 Q3 2023 Q4 2023 Q4 2023

Subsidie-overeenkomst Provincie en/of RVO met ZH-eilanden Formele instelling LAG Formele vaststelling LOS Openstelling LEADER ZHE

Q1 2024 Q2 2024

Q4 2024

Vergadering LAG Vergadering LAG

Aanjaagacties Website online Nieuwsbrief Brochure gereed Excursie LAG-leden Aanjaagacties Nieuwsbrief Aanjaagacties Goedkeuring 1e projecten Nieuwsbrief Aanjaagacties Goedkeuring projecten

Q1 2025 Q2 2025

Nieuwsbrief Goedkeuring projecten Excursie LAG Aanjaagacties Nieuwsbrief Goedkeuring projecten

Q3 2025 Q4 2025

Q1 2026 Q2 2026

Nieuwsbrief Goedkeuring projecten Presentaties projecten Nieuwsbrief Goedkeuring laatste projecten Presentaties projecten Nieuwsbrief

Q3 2026 Q4 2026

Q1 2027 Q2 2027 Q3 2027 Q4 2027 Q1 2028 Q2-Q3 Q4 2028

Einde LEADER

Vergaderingen

Jaarplan 2024

Vergadering LAG

Jaarverslag 2023

Vergadering LAG Vergadering LAG

Jaarplan 2025

Vergadering LAG

Jaarverslag 2024

Vergadering LAG Vergadering LAG

Mid-term verslag Jaarplan 2026

Vergadering LAG

Jaarverslag 2025

Vergadering LAG Vergadering LAG

Jaarplan 2027

Vergadering LAG

Jaarverslag 2026

Vergadering LAG Vergadering LAG

Presentaties projecten Nieuwsbrief Afronding laatste projecten Slotmanifestatie

Jaarverslag 2027 Eindrapportage

Vergadering LAG Vergadering LAG

48

Bijlage 6. Reserveleden LAG In de tabel hieronder zijn de reserveleden opgesomd, die de plaats van een ander lid kunnen overnemen indien dat lid enige tijd niet in staat is de LAG-vergaderingen (of andere activiteiten bij te wonen). Naam LAG-lid Martijn Hamerslag voorzitter Daan Markwat vice-voorzitter Robert van der Kooi

Reserveleden Publiek / Privaat 1 Jan Willem Mijnans Publiek Wethouder Nissewaard 2 Henk van Putten Publiek Wethouder Goeree-Overflakkee 3 Aart Jan Spoon, Publiek Bestuurslid Recreatieschap 4 Dorenda Gerts Francisca Jimmink Publiek Strategisch Adviseur WSHD 5 Roy Ackema Cees Mesker Privaat Vertegenwoordiger Hoeksche Waards Landschap 6 Mellany Klompe Lena Zevebergen Privaat 7 Bjorn Schutz Wilbert Moerkerk Privaat bestuurslid Veero 8 Wim Sjoukes Arda Riedijk Privaat secretaris TOP VP 9 Gee Rooimans John van den Berg Privaat Bestuurslid Molenstichting 10 Simone van Adrichem Jan de Jong Privaat akkerbouwer in Ouddorp, LTO 11 Marlies Mulder Hans Juch Privaat Vertegenwoordiger FOGO --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13530642/1