CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

25,Voorontwerp Bestemmingsplan Korte Schenkeldijk 2; BP - bijlagen toelichting

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen20.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente Nissewaard beschikt binnen de branche ‘plant & dier’ op dit moment over 5.706 m2 wvo, verdeeld over de kernen Heenvliet, Spijkenisse en Zuidland. Logischerwijs bevindt het grootste deel van dit aanbod zich in de grootste kern Spijkenisse met 4.855 m2 wvo. Circa 34% van de winkelmeters in de hoofdbranche ‘plant & dier’ is gevestigd op solitaire locaties (verspreide bewinkeling; tabel 3.2). 21/47

Tabel 3.2 Omvang hoofdbranche ‘plant & dier’ gemeente Nissewaard (in m2 wvo; bron: Locatus, 2021) Centraal winkelgebied

Wijk/buurt centra

Overig winkelgebied

Verspreide bewinkeling

Totaal

Heenvliet

93

0

0

0

93

Spijkenisse

1.599

905

1.131

1.220

4.855

Zuidland gemeente Nissewaard

70

0

0

688

758

1.762

905

1.131

1.908

5.706

Een vergelijkbaar beeld is herkenbaar voor het aantal winkels. Binnen de gemeente Nissewaard zijn in totaal 18 verkooppunten in de hoofdbranche ‘plant & dier’, waarvan er 14 zijn gevestigd in de hoofdkern Spijkenisse (tabel 3.3). Circa 22% van het aanbod is gevestigd op een solitaire locatie. Dit is lager dan het aantal meters. Logische verklaring is dat de relatief grotere winkels buiten de reguliere winkelcentra zijn gelegen. Tabel 3.3 Omvang hoofdbranche ‘plant & dier’ gemeente Nissewaard (in aantal vkp; bron: Locatus, 2021) Centraal winkelgebied

Wijk/buurt centra

Overig winkelgebied

Verspreide bewinkeling

Totaal

Heenvliet

1

0

0

0

1

Spijkenisse

3

8

1

2

14

Zuidland

1

0

0

2

3

gemeente Nissewaard

5

8

1

4

18

De gemeente Nissewaard heeft een horeca aanbod van ruim 15.000 m2 vvo. Ruim 85% van dit aanbod ligt in de hoofdkern Spijkenisse (tabel 3.4). Van het totale horeca aanbod in Spijkenisse ligt circa 50% in het centrumgebied, bijna 20% in de wijk- en buurtcentra, bijna 10% op de woonboulevard en ruim 20% op verspreide solitaire locaties. Tabel 3.4 Omvang hoofdbranche ‘horeca’ gemeente Nissewaard (in m2 vvo; bron: Locatus, 2021) Centraal winkelgebied

Wijk/buurt centra

Overig winkelgebied

Verspreide bewinkeling

Totaal

Abbenbroek

0

0

0

167

167

Geervliet

0

0

0

107

107

Heenvliet

235

0

0

228

463

Hekelingen

0

0

0

200

200

Simonshaven

0

0

0

299

299

Spijkenisse

7.022

2.360

1.105

3.114

13.601

Zuidland

543

0

0

400

943

7.800

2.360

1.105

4.515

15.780

gemeente Nissewaard

In tabel 3.5 is het aanbod gepresenteerd in aantal horeca verkooppunten. In de gemeente zijn 130 horeca verkooppunten, waarvan er 111 zijn gelegen in de hoofdkern Spijkenisse. Ook uit deze analyse is af te leiden dat er relatief veel horeca is gevestigd buiten de reguliere winkelgebieden inclusief het centrum van Spijkenisse. Tabel 3.5 Omvang hoofdbranche ‘horeca’ gemeente Nissewaard (in aantal vkp; bron: Locatus, 2021) Centraal winkelgebied

Wijk/buurt centra

Overig winkelgebied

Verspreide bewinkeling

Totaal

Abbenbroek

0

0

0

1

1

Geervliet

0

0

0

1

1

Heenvliet

3

0

0

1

4

Hekelingen

0

0

0

3

3

Simonshaven

0

0

0

1

1

Spijkenisse

53

25

2

33

113

22/47

Zuidland

7

0

0

1

8

gemeente Nissewaard

63

25

2

41

131

Om de kwantitatieve behoefte aan het tuincentrum aan te tonen is in deze paragraaf een marktanalyse uitgevoerd voor de hoofdbranches ‘plant & dier’ en horeca. Deze analyse is tevens de basis om de ruimtelijk-economische effecten van het beoogde tuincentrumconcept in te schatten.

Om de kwantitatieve behoefte aan te tonen van het tuincentrum aan de Korte Schenkeldijk 2 in Spijkenisse is allereerst een benchmarkanalyse uitgevoerd (figuur 3.5 en 3.6). Hierbij is een vergelijking gemaakt van het aanbod ‘plant & dier’ in Spijkenisse met het aanbod wat men zou verwachten op basis van het landelijke gemiddelde in een vergelijkbare kern (qua inwoneraantal). Deze vergelijking is gemaakt voor de vierkante meters detailhandel en het aantal verkooppunten in de hoofdbranche ‘plant & dier’. Uit beide vergelijkingen wordt geconcludeerd dat het aanbod in Spijkenisse achterblijft bij het landelijke gemiddelde. Dit is een indicatie voor de kwantitatieve behoefte aan uitbreiding van het aanbod ‘plant & dier’. 10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0

9.200

4.855

plant en dier Spijkenisse te verwachten winkelaanbod op basis van het gemiddelde binnen de inwonersklasse 50.000 - 100.000

Figuur 3.5 Vergelijking aanbod ‘plant & dier’ Spijkenisse met het landelijke gemiddelde in kernen met 50.000 tot 100.000 inwoners (in m2 wvo; Locatus, 2021)

23/47

20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

18 14

plant en dier Spijkenisse

te verwachten winkelaanbod op basis van het gemiddelde binnen de inwonersklasse 50.000 - 100.000

Figuur 3.6 Vergelijking aanbod ‘plant & dier’ Spijkenisse met het landelijke gemiddelde in kernen met 50.000 tot 100.000 inwoners (in aantal vkp; Locatus, 2021)

Om het planinitiatief te beoordelen, ook in het kader van de provinciale Omgevingsverordening, is voor de hoofdbranche ‘plant & dier’ een actueel distributieplanologisch marktonderzoek (dpo) uitgevoerd. Hieronder zijn allereerst de uitgangspunten nader toegelicht ten aanzien van het verzorgingsgebied.

Het verzorgingsgebied van een nieuw tuincentrum in Spijkenisse is primair de gemeente Nissewaard. Binnen de niet-dagelijkse goederensector is de koopkrachtbinding berekend op 65% voor de fysieke winkelbestedingen in de gemeente Nissewaard (KSO Randstad 2018, gepubliceerd in 2019). Dit betekent dat 35% van de potentiele bestedingen afvloeit naar de omliggende gemeenten. Het grootste deel gaat logischerwijs naar Rotterdam, dat een sterk regionale verzorgingsfunctie heeft. Voor een dagje shoppen zal de consument uit Nissewaard bijvoorbeeld de binnenstad van Rotterdam bezoeken. Een kleiner deel gaat naar de gemeenten Hellevoetsluis, Albrandswaard en Barendrecht (figuur 3.7).

Figuur 3.7 Niet-dagelijkse bestedingen van inwoners uit Nissewaard in omliggende gemeenten (bron: KSO Randstad 2018) De koopkrachttoevloeiing van de fysieke niet-dagelijkse bestedingen is berekend op 25% conform het KSO Randstad 2018. Het grootste deel komt uit de gemeente Rotterdam. Dit zullen hoofdzakelijke bestedingen zijn bij de Woonboulevard van Spijkenisse. De woonboulevard is immers goed bereikbaar voor de zuidelijke wijken van Rotterdam. Verder is omzet afkomstig uit Hellevoetsluis, Brielle en Albrandswaard.

24/47

Figuur 3.8 Omzetherkomst niet-dagelijkse goederensector Nissewaard (bron: KSO Randstad 2018) Uit de KSO-data kunnen ook de gegevens op hoofdbrancheniveau worden herleid. Binnen de gemeente is nog geen modern tuincentrum gevestigd, waardoor de inwoners momenteel uitwijken naar de omliggende gemeenten. Dit beeld wordt bevestigd in het KSO Randstad 2018 (gepubliceerd in 2019). Voor de hoofdbranche ‘plant & dier’ is de koopkrachtbinding berekend op 57% en de koopkrachttoevloeiing op 22% (bron: KSO Randstad 2018, gepubliceerd in 2019). 43% van de potentiele bestedingen van de inwoners uit Nissewaard (voor de hoofdbranche ‘plant & dier’) vloeit af naar omliggende aankoopplaatsen met de relatief grote tuincentra, waaronder tuincentrum van den Berg in Vierpolders (gemeente Brielle) en de Intratuin in Rhoon (gemeente Albrandswaard).

Rekening houdend met de huidige Coronacrisis is het de verwachting dat het marktaandeel van internet nog verder gaat toenemen. Dit gaat ten koste van de fysieke winkels. Het aantal fysieke non-food winkels nam met bijna 15% af in de periode 2010-2019 (bron: CBS, 2019). Er zijn echter grote verschillen per branche. Generieke producten die makkelijk te vergelijken zijn, zijn steeds minder in de fysieke winkel te vinden. Het gaat om: platen en cd’s, boeken en kranten, speelgoed, fotografiebenodigdheden, schoenen en sportartikelen e.d. Ook consumentenelektronica (huishoudelijke apparaten en pc’s/laptops) zijn in mindere mate te koop in een fysieke winkel (figuur 3.9).

25/47

Figuur 3.9 Ontwikkeling fysieke winkelvestigingen non-food (bron: CBS, 2019) Uit het overzicht van figuur 3.9 valt af te leiden dat het aantal warenhuizen, winkels in persoonlijke verzorging, woninginrichting, rijwielzaken en tuincentra is toegenomen. Geconcludeerd wordt dat internetverkoop invloed heeft op het koopgedrag van de consument en daarmee de behoefte aan fysieke winkelmeters. Uit recente cijfers blijkt echter dat internetverkoop vooralsnog weinig invloed heeft op de hoofdbranche ‘plant & dier’ (tuincentra). Dit wordt tevens bevestigd in het KSO 2018. Als rekening wordt gehouden met de actuele trends en ontwikkelingen in de detailhandel én de ontwikkeling van een nieuw modern tuincentrum in de gemeente Nissewaard dat wordt verwacht dat een koopkrachtbinding van 60% haalbaar is voor de hoofdbranche ‘plant & dier’. Voor een aanvullend aanbod zullen nog steeds de grotere tuincentra in de regio bezocht worden (gemeenten Albrandswaard en Brielle), waardoor ook in de toekomstige situatie een groot deel van de potentiele bestedingen zal wegvloeien naar de omliggende gemeenten. De koopkrachttoevloeiing zal iets toenemen naar circa 25%. Met deze koopstroomgegevens is dus nadrukkelijk rekening gehouden met de regionale spreiding van het aanbod aan tuincentra en de trends en ontwikkelingen binnen de hoofdbranche ‘plant & dier’.

Momenteel heeft de gemeente Nissewaard 85.219 inwoners (CBS, 2021; gegevens over 2020). Om de marktruimte in 2030 te berekenen is gebruikt gemaakt van de bevolkingsprognose van ABF Research – Primos prognose (2020). De verwachting is dat het bevolkingsaantal in de gemeente Nissewaard zal toenemen tot circa 88.000 inwoners in 2030.

Het winkelaanbod in de hoofdbranche ‘plant & dier in de gemeente Nissewaard heeft een omvang van 5.706 m2 wvo (Locatus, 2021). Voor de komende planperiode wordt uitgegaan van toevoeging van een tuincentrum van 2.833 m2 wvo.

26/47

De gemiddelde winkelomzet in tuincentra bedraagt in Nederland over 2019 € 74,- per persoon (Notitie Omzetkengetallen 2020; gegevens over 2019). Deze landelijke gemiddelden moeten worden gecorrigeerd op inkomen. Voor de niet-dagelijkse goederensector geldt een inkomenselasticiteit van 0,7. Het gemiddeld inkomen in de gemeente Nissewaard ligt circa 1,2% hoger dan het Nederlands gemiddelde (CBS, 2021; gegevens over 2018). De gemiddelde besteding in tuincentra in Nissewaard is daardoor circa 0,8% hoger dan het Nederlands gemiddelde en bedraagt € 75,-.

De gemiddelde omzet per m2 wvo (vloerproductiviteit) van tuincentra bedraagt in Nederland € 563,-. (Notitie Omzetkengetallen 2020; gegevens over 2019).

Op basis van de uitgangspunten is in tabel 3.6 de actuele distributieplanologische marktruimteberekening weergegeven voor de hoofdbranche ‘plant & dier’ in de gemeente Nissewaard. Tabel 3.6 Distributieplanologische marktanalyse hoofdbranche ‘plant & dier’ gemeente Nissewaard inwonertal marktgebied

2020

2030

85.219

88.000

bron CBS, 2020; ABF Research - Primos prognose 2020

gemiddelde winkelomzet per persoon (excl.

€

75

€

75

BTW) bestedingspotentieel

over 2019 €

6.360.000

€

3.610.000

koopkrachtbinding (%) gebonden bestedingen €

€

6.560.000

€

3.940.000

57%

koopkrachttoevloeiing (%)

60%

22%

25%

koopkrachttoevloeiing €

€

1.000.000

€

1.310.000

totale omzet in marktgebied

€

4.610.000

€

5.250.000

gemiddelde vloerproductiviteit per m² wvo (excl.

€

563

€

563

BTW) 8.190

9.330

omvang winkelaanbod (m² wvo)

5.706

5.706

berekende vloerproductiviteit (excl. BTW)

€

810

€

920

omzetclaim marktgebied

€

3.210.000

€

3.210.000

€

1.400.000

€

2.040.000

omzet ten opzichte van het gemiddelde

44%

ruimte voor ontwikkeling (m² wvo) ontwikkeling tuincentrum Korte Schenkeldijk

KSO, 2018 KSO, 2018

Omzetkengetallen, 2020; gegevens over 2019

te verwachten omvang winkelaanbod (m² wvo)

ruimte voor ontwikkeling in €

Omzetkengetallen, 2020; gegevens

2.480 -

Locatus, 2021

63% 3.620 2.883

Spijkenisse ruimte voor ontwikkeling (m² wvo)

2.480

737

toekomstige omzet ten opzichte van het gemid-

44%

9%

delde

Op basis van de actuele marktruimteberekening wordt het beeld uit figuur 3.5 bevestigd dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte aan een groter aanbod ‘plant & dier’ binnen de gemeente Nissewaard. De actuele marktruimte binnen de hoofdbranche ‘plant & dier’ is berekend op circa 2.500 m2 wvo. Als gevolg van de positieve bevolkingsontwikkeling neemt de ontwikkelruimte de komende jaren toe: circa 3.600 m2 wvo. Deze indicatieve marktruimte is, zowel in de huidige situatie als in 2030, ruim voldoende voor het planinitiatief voor een tuincentrum aan de Korte Schenkeldijk 2 in Spijkenisse. Met de ontwikkeling wordt voorzien in een kwantitatieve behoefte. 27/47

Voor horeca kan geen DPO-berekening worden gemaakt net als voor detailhandel. Hiervoor ontbreken betrouwbare gegevens over de bestedingen en koopstromen. Wel kan een vergelijking worden gemaakt met vergelijkbare kernen (op basis van inwoneraantal). Uit deze vergelijking (figuren 3.10 en 3.11) wordt geconcludeerd dat het horeca-aanbod achterblijft bij het landelijke gemiddelde, zowel in meters als in aantal verkooppunten. Deze vergelijking geeft een indicatie voor de kwantitatieve behoefte aan een groter horeca aanbod in Spijkenisse. 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0

17.400 13.601

horeca Spijkenisse te verwachten winkelaanbod op basis van het gemiddelde binnen de inwonersklasse 50.000 - 100.000

Figuur 3.10 Vergelijking aanbod ‘horeca’ Spijkenisse met het landelijke gemiddelde in kernen met 50.000 tot 100.000 inwoners (in m2 vvo; Locatus, 2021) 180

161

160 140 113

120 100 80 60 40 20

0 horeca

Spijkenisse te verwachten winkelaanbod op basis van het gemiddelde binnen de inwonersklasse 50.000 - 100.000

Figuur 3.11 Vergelijking aanbod ‘horeca’ Spijkenisse met het landelijke gemiddelde in kernen met 50.000 tot 100.000 inwoners (in aantal vkp; Locatus, 2021)

28/47

Voor zowel hoofdbranche ‘plant & dier’ als de horecabranche worden geen onaanvaardbare effecten verwacht op de bestaande winkelgebieden en de horecasector in Spijkenisse als gevolg van de ontwikkeling van het tuincentrum aan de Korte Schenkeldijk 2. In Spijkenisse is nog geen volwaardig tuincentrum gevestigd. De consument wijkt momenteel uit naar alternatieven in de regio, waaronder Rhoon, Rotterdam en Vierpolders. Deze behoefte wordt bevestigd met de actuele marktanalyse. In ruime mate is er uitbreidingsruimte binnen de hoofdbranche ‘plant & dier’ in het verzorgingsgebied van de gemeente Nissewaard als geheel, maar ook Spijkenisse als hoofdkern specifiek. Door de behoefte binnen de eigen gemeente op te vangen zal het aantal verkeersbewegingen naar andere gemeenten afnemen als het gaat om de aankopen van ‘plant & dier’ artikelen. Ook regionaal worden geen onaanvaardbare effecten verwacht op het ondernemersklimaat. De huidige koopstromen zullen maar beperkt veranderen als gevolg van de ontwikkeling van het tuincentrum in Spijkenisse. Nabijgelegen tuincentra zijn (veel) groter en zullen de regionale aantrekkingskracht blijven behouden. De ontwikkeling van het tuincentrum in Spijkenisse is dan ook vooral gericht op de consumentverzorging binnen de eigen gemeente.

Tot slot blijkt uit de marktanalyse van de horecafunctie dat er momenteel relatief weinig horeca is gevestigd in Spijkenisse. Het aanbod blijft achter bij het landelijke gemiddelde van kernen met een vergelijkbaar inwoneraantal. De horecaontwikkeling van het tuincentrum zal niet concurreren met het centrumgebied van Spijkenisse. Het oppervlak is gemaximeerd op 308 m2 vvo, terwijl in het centrumgebied van Spijkenisse ruim 7.000 m2 vvo aan horeca is gevestigd in verschillende segmenten. Ook qua horecasegment zal de ondersteunende horeca bij het tuincentrum niet concurrent zijn met het centrumgebied. Op de projectlocatie is alleen ‘lichte horeca’ voorzien. Het planinitiatief aan de Korte Schenkeldijk is gericht op het combinatiebezoek vanuit andere (doelgerichte) bezoekmotieven: tuincentrum, passanten van de recreatieve fietsroute en de passanten van de Maaswijkweg.

Met de beoogde realisatie van een tuincentrum van 2.945 m2 en horeca van 308 m2 vvo aan de Korte Schenkeldijk 2 in Spijkenisse wordt voorzien in een actuele behoefte aan een modern tuincentrum met een horecagelegenheid. Momenteel is nog geen volwaardig tuincentrum gevestigd binnen het marktgebied gemeente Nissewaard. De behoefte is kwantitatief onderbouwd voor zowel de detailhandelsfunctie als de ondersteunende horecafunctie. Als gevolg van de ontwikkeling worden bij deze marktomstandigheden geen onaanvaardbare effecten verwacht op het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de gemeente Nissewaard.

29/47

De gemeente Nissewaard heeft in haar coalitieakkoord Samen voor elkaar aandacht voor sport en bewegen. Sport en bewegen zijn belangrijke instrumenten in de doelstellingen van het programma Thuis in de Wijk, waarin gestreefd wordt naar meer zorg en aandacht voor elkaar vóór er (gezondheids)problemen ontstaan. Sport en het verenigingsleven zijn belangrijke onderdelen binnen het welzijnsveld die de zorg kunnen ondersteunen. Vanuit het concept High Five is er specifieke aandacht voor beweging, naast de overige pijlers voeding, ontwikkeling, sociaal en maatschappelijk welzijn. Binnen de gemeente Nissewaard is een team van 18 Combinatiefunctionarissen actief in wijken, scholen en verenigingen. De combinatiefunctionarissen zijn actief in de beleidsvelden sport, cultuur, natuur en milieu en sociaal cultureel. Hoofddoelstelling van de Combinatiefunctionarissen is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en ontplooiing van de inwoners en hun omgeving van de gemeente Nissewaard. Binnen het productenaanbod van de Combinatiefunctionarissen is dit vormgegeven met de naam: High Five. High Five draagt bij aan de gezondheid en het geluk van inwoners. High Five is de methodiek waarbij de thema’s: ontwikkeling, duurzaam, beweging, sociaal en maatschappelijk centraal staan.

Met High Five worden inwoners, scholen, verenigingen en vrijetijdsaanbieders van Nissewaard maatschappelijk in beweging gebracht om met elkaar een sociaal netwerk te creëren zodat iedere inwoner zich kan ontwikkelen en zich gezond en veilig voelt in een steeds veranderende samenleving. Zowel de inwoners als vrijetijdsaanbieders weten elkaar te vinden, te stimuleren, te motiveren en zelfstandigheid te ontwikkelen. In 2020 heeft de gemeente Nissewaard een akkoord sport en bewegen opgesteld. Beweging maakt gezond. Fysiek, mentaal en sociaal. Mensen worden fitter en gelukkiger, verenigingen worden sterker, wijken worden aantrekkelijker, schoolprestaties worden beter, de sfeer op straat wordt gezelliger. Kortom: Nissewaard wordt nog leuker. Het beweegakkoord is van de samenleving zelf. Sportaanbieders, het onderwijs, sporters, zorg, welzijn, woningcorporaties, het bedrijfsleven en de gemeente trekken samen op. Gelet op het Nationale Sportakkoord, zijn de volgende thema’s voor Nissewaard van belang: ● Armoede & bewegen: geld mag voor niemand een drempel zijn om te bewegen. ● Onderwijs & bewegen: we willen een doorlopende sportieve ontwikkellijn van 0 tot 18 jaar waarbij ruime aandacht is voor plezier, motorische vaardigheden, een brede sportoriëntatie en de rol en betrokkenheid van ouders.

● Inclusief sporten: het moet vanzelfsprekend zijn dat iedereen kan en mag sporten, al dan niet met ondersteuning, zonder rekening te houden met de verschillen op welk gebied dan ook. Kortom: iedereen doet mee! ● Vitaal aanbod: zorgen voor een breed aanbod waar we samen verantwoordelijk voor zijn. We maken optimaal gebruik van de beschikbare ruimte. ● Veilig sportklimaat: een veilige omgeving rondom de vereniging betekent een veilige cultuur. Verantwoord lesgeven. Fysieke veiligheid. En voorkomt ongewenst gedrag. ● Topsport: we faciliteren talentontwikkeling. De fitnessmarkt bevindt zich momenteel in bijzondere tijden; nog nooit is de behoefte bij de consument zo groot geweest. Enerzijds heeft dit te maken met een maatschappelijke druk. Gemiddeld genomen beweegt een mens te weinig, leven te ongezond en is er dus behoefte om meer te gaan sporten. Anderzijds is er ook een sociale druk. De consument wil er goed uit blijven zien en sport wordt steeds meer een belangrijk onderdeel van een levensstijl. Deze vorm van sport blijft populair in Nederland (Rabobank, 2017).

Op hoofdlijnen zijn de volgende trends waarneembaar: ● toenemende vraag naar persoonlijke begeleiding en training in kleine groepjes; ● flexibele abonnementen en contracten; ● toenemende behoefte aan een gezonde levensstijl met voedingsadvies; ● opkomst outdoor fitness; ● groei van het aantal sportevents; ● meer aandacht voor duurzaamheid in het bedrijfsleven; ● ketenvorming en als reactie hierop de opkomst van kleinschalige zelfstandige formules; ● integratie fitness, wellness en gezondheidscentra; 30/47

● • opkomst van digitale clubs door inzet van apps. Uit bovenstaande blijkt dat fitnesscentra steeds meer ‘leisure’ concepten gericht op spel, beleving en ontspanning aan het voorzieningenaanbod toevoegen en dus ook als zodanig benaderd kunnen worden.

In Spijkenisse zijn verschillende fitnesscentra gevestigd (figuur 4.1). Fit For Free en Basic Fit zijn een van de goedkopere fitness-formules van Spijkenisse. Deze sportscholen hebben een uniforme formule door heel Nederland. Daarnaast zijn er verschillende lokale sportscholen aanwezig, met zowel fitness-aanbod als groepslessen. De sportscholen Sporting Club Aad de Hoog en sportschool-fitnesscentrum Richard de Bijl & Chita Gross bieden als onderdeel ook judo aan.

Figuur 4.1 Aanbod fitnesscentra Spijkenisse (ondergrond: TomTom Drive) Uit onderzoek blijkt dat in Nederland 1.950 fitnesscentra zijn (Rabobank, 2018). Deze fitnesscentra hebben ruim 2,8 miljoen leden. Het gemiddeld aantal leden per fitnessclub betreft circa 1.500. Op een totale Nederlandse bevolking omvat de fitnessparticipatie 16,7%. Het primaire verzorgingsgebied gemeente Nissewaard heeft circa 85.000 inwoners. Dit betekent een potentieel van circa 14.000 leden. Gelet op het aantal leden per club levert dit een potentieel op van circa 9 fitnessclubs op. Op basis van het huidige aanbod en het richtinggevende gemiddelde sportaanbod is er nog ruimte voor toevoeging van een sportschool. Ook wordt met de ontwikkeling een bijdrage geleverd aan een betere spreiding van het sportaanbod. Het meeste aanbod is in het noordelijk deel van Spijkenisse gevestigd.

31/47

Gelet op het belang van gezondheid en beweging voor de gemeente en de noodzakelijk bijdrage aan een gezond woon, werk en leefklimaat, wordt met de ontwikkeling ruimte geboden voor een sportschool, en judoschool. Dit sluit goed aan bij de ambities van de gemeente ten aanzien van sport en bewegen. Met het toevoegen van sportfaciliteiten in het oosten van Spijkenisse kunnen meer mensen op aanvaardbare afstand sporten.

32/47

In dit hoofdstuk is de locatiekeuze voor de Korte Schenkeldijk 2 nader gemotiveerd. Hierbij komen de volgende aspecten aanbod: ● uitgangspunten en ruimtebehoefte tuincentrum; ● mogelijkheden voor inpassing of aansluiting op bestaande winkelgebieden; ● inpassing binnen huidige leegstand; ● ruimtelijke onderbouwing van de beoogde alternatieve locatie.

In het voorgaande hoofdstuk is het beoogde concept voor het tuincentrum nader onderbouwd. Het beoogde tuincentrum aan de Korte Schenkeldijk heeft een omvang van 3.153 m2 bvo (2.943 m2 wvo) met daarbij 376 m2 bvo aan horeca. Doorgaans beschikt een tuincentrum over een eigen parkeerterrein. Uitgaande van de beoogde locatie is de parkeerbehoefte 2,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (matig stedelijk/rest bebouwde kom; CROW-kengetallen 381, 2019). De parkeerbehoefte van een tuincentrum is daarmee 82 parkeerplaatsen. Het ruimtebeslag van een parkeerplaats is gemiddeld 25 m2 (incl. manoeuvreerruimte en ruimtelijke inpassing). Uitgaande van minimaal 82 parkeerplaatsen is 2.050 m2 benodigd voor het parkeren. Het totale ruimtebeslag voor een tuincentrum (winkel + parkeren) komt daarmee op minimaal 5.170 m2.

In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland (2019) is aangegeven dat nieuwe detailhandel primair binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd. Uit de toetsing aan het provinciaal – en regionaal detailhandelsbeleid blijkt dat een tuincentrum behoort tot de uitzonderingen van detailhandel die buiten de reguliere winkelgebieden zijn toegestaan (zie hoofdstuk 2). Een tuincentrum past qua aard en omvang vaak niet in het centrum en mag zich daardoor buiten de bestaande winkelcentra vestigen. Conform het regionale beleid moet aangetoond worden dat een ontwikkeling niet binnen of aangrenzend op de reguliere winkelstructuur kan worden ingepast. In deze paragraaf zijn de mogelijkheden per winkelgebied in Spijkenisse verkend. Er wordt een onderscheid gemaakt in de volgende winkelgebieden (figuur 5.1): ● Hoofdwinkelgebied (recreatief winkelen): stadscentrum. ● Wijk- en buurtcentra (boodschappen doen): Akkerhof, Groenewoud, Maaswijk, ’t Plateau, Rozemarijndonk, Sterrenhof en Waterland. ● PDV (doelgerichte aankopen): Woonboulevard Spijkenisse (concentratiegebied), Oberonweg, Iepenlaan en verspreide bewinkeling.

33/47

Figuur 5.1 Winkelgebieden Spijkenisse (bron: Locatus, 2020) De gemeente Nissewaard heeft in haar Detailhandelsvisie (2016) een aantal beleidsuitgangspunten geformuleerd. Voor het streven naar een evenwichtige, duurzame en toekomstbestendige detailhandelsstructuur stelt de gemeente de volgende uitgangspunten ten aanzien van detailhandelslocaties: 1. Juiste aanbod op de juiste plaats: a. Balans tussen type winkelgebied (verzorgingsfunctie) en winkelaanbod, afgestemd op de verzorgingsreikwijdte (centrum, wijk, kern, lokaal, regionaal, bovenregionaal). b. Aanbod moet aansluiten bij consumentengedrag en verwachtingspatroon (complementariteit en samenhang). 2. Prioriteit recreatief winkelaanbod en functiemix ligt bij het stadscentrum Spijkenisse. 3. Prioriteit dagelijks winkelaanbod ligt bij de wijk-, buurt- en dorpscentra. 4. Prioriteit laagfrequent, doelgerichte aankopen ligt bij de woonboulevard. Op basis van deze beleidsuitgangspunten zijn de vestigingsmogelijkheden voor een tuincentrum onderzocht in het stadscentrum en de PDV-locaties in Spijkenisse, omdat de hoofdbranche ‘plant & dier’ wordt aangemerkt als niet-dagelijkse detailhandel.

34/47

Binnen Spijkenisse is het stadscentrum het hoofdwinkelgebied. Hier wordt ingezet op het bezoekmotief recreatief winkelen. Binnen het centrum zijn een aantal deelgebieden te onderscheiden. Winkelcentrum De Kopspijker is het grootste winkelcentrum. Daarnaast is er ook nog winkelaanbod gevestigd aan het Kolkplein. Het Kolkplein is door de provincie aangewezen als perifeer detailhandelscluster. Omdat in het centrum momenteel veel leegstand is heeft de gemeente de ambitie om het winkelgebied kleiner te maken. Daarom werkt de gemeente Nissewaard samen met de provincie Zuid-Holland aan het kleiner maken van winkelgebied Kolkplein. Een deel van het Kolkplein zal worden getransformeerd naar woningbouw, waardoor een deel van het gevestigde aanbod zal moeten verhuizen binnen Spijkenisse. Met de sloop van de winkelpanden verdwijnt er 7.700 m2 detailhandel. Action en Big Bazaar verhuizen bijvoorbeeld naar winkelcentrum De Kopspijker. Voor Franc’s Dierenshop XL is nog geen passende locatie gevonden.

Tuincentra zijn van oudsher in de periferie gevestigd, vanwege de verkoop van goederen die in overwegende mate volumineus zijn, en vanwege de aard van de goederen (verkoop van planten in de open lucht en kassen). De provincie geeft daardoor ook aan dan tuincentra een uitzondering vormen op het concentratiebeleid. Wel zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening de mogelijkheden voor een tuincentrum in het stadscentrum in beeld gebracht. In figuur 5.2 is het benodigde ruimtegebruik voor een tuincentrum geprojecteerd op het centrumgebied van Spijkenisse. Het benodigde oppervlak komt overeen met het oppervlak van het gemeentehuis. Een dergelijk oppervlak is momenteel niet voor handen binnen het centrum. Het centrum van Spijkenisse wordt gekenmerkt door de hoge dichtheden aan bebouwing. Aan de rand van het centrum ligt De Haven als potentiele ontwikkelingslocatie. Hier is echter al een woningbouw voorzien. Daarnaast wordt juist gewerkt aan het verkleinen van het hoofdwinkelgebied, niet aan de uitbreiding van het winkelgebied. De beoogde transformatie van het Kolkplein is hier een voorbeeld van.

Figuur 5.2 Inschatting benodigd ruimtegebruik tuincentrum i.r.t. stadscentrum Tevens is gekeken of een tuincentrum binnen het centrumgebied kan worden ingepast. In het centrum staan momenteel 63 panden leeg met een gezamenlijk oppervlak van 18.542 m2 wvo (Locatus, 2021). De leegstand is echter versnipperd, zoals is te zien in figuur 5.3. 35/47

Figuur 5.3 Aangeboden winkelpanden centrum Spijkenisse (bron: Funda in Business, per 10 februari 2021) De gemiddelde omvang per leegstaande winkelruimte is 286 m2 bvo (Funda in Business, 2021). Het grootste winkelpand wat momenteel beschikbaar is heeft een omvang van 900 m2 bvo (winkelcentrum Kopspijker). Dit is te klein voor een tuincentrum. De locatie kan ook niet worden uitgebreid omdat deze midden in een winkelcentrum ligt. Herontwikkeling van een (deel) van het centrumgebied is bijzonder complex, vanwege de stedenbouwkundige context (hoge bebouwingsdichtheid en versnipperd eigendom). Tot slot kan op veel locaties in het centrum niet worden voldaan aan de eis van een tuincentrum ten aanzien van parkeren voor de deur. Voor de bedrijfsvoering is het essentieel dat de parkeerplaats nabij de winkel is, vanwege de verkoop van het (deels) volumineuze assortiment. Geconcludeerd wordt dat het centrumgebied geen ontwikkelingsruimte biedt voor een tuincentrum.

In de detailhandelsvisie van de gemeente Nissewaard wordt de behoefte onderkend dat er een toenemende vraag is naar perifere locaties. Traditionele winkellocaties kunnen slechts tot een bepaalde grens schaalvergroting accommoderen, wat bijvoorbeeld blijkt uit de voorgaande locatiestudie. Het perifere detailhandelsaanbod in de gemeente Nissewaard bevindt zich voornamelijk bij woonboulevard Spijkenisse. In de detailhandelsvisie Nissewaard wordt voor het koopgedrag onderscheid gemaakt in de categorieën boodschappen doen, recreatief winkelen en doelgerichte (laagfrequente) aankopen. Dit is vervolgens gebonden aan het locatietype (verzorgingscategorie) van de winkelgebieden. Het beoogde tuincentrum behoort tot de categorie ‘doelgerichte aankopen’, binnen de branchering ‘plant en dier’. Een aantal gebieden in Nissewaard zijn aangewezen als kleinschalige geclusterde perifere detailhandelslocaties (o.a. Iepenlaan, Oberonweg). Daarnaast zijn er een klein aantal solitaire bouwmarkten en tuincentra (o.a. plantenhal Zuidland, Praxis; tabel 5.1). Voor dit type detailhandel zijn eerder uitzonderingen gemaakt op solitaire locaties in de gemeente . 36/47

Tabel 5.1 Structuur ‘Doelgerichte aankopen’ detailhandel gemeente Nissewaard (bron: Detailhandelsvisie Nissewaard, 2016) Type winkelaanbod Branchering Aanbod behoort primair tot verzorgingscategorie: Doelgerichte aankopen Plant en dier Perifere detailhandel concentratie:  Woonboulevard Spijkenisse Bruin en witgoed Perifeer aanbod: Auto en fiets  Iepenlaan en Oberonweg, solitaire bouwmarkDoe-het-zelf ten en overig Wonen Detailhandel overig

Voor perifere detailhandel wordt gestreefd naar clustering op de woonboulevard. Op de woonboulevard staan momenteel geen panden leeg. Op het bedrijventerrein Halfweg aan de westzijde van de woonboulevard staat wel een winkelpand te huur aangeboden. Dit betreft een autoshowroom met een oppervlakte van 1.655 m2. Dit is niet groot genoeg voor het tuincentrum. Op het eigen terrein is ook niet voldoende ruimte voor parkeren. Ruimtelijk zijn er wel mogelijkheden om naastgelegen percelen erbij te betrekken, maar beleidsmatig is hier echter geen detailhandel toegestaan. Als wordt gekeken naar de overige PDV-locaties, Iepenlaan en Oberonweg, dan wordt geconcludeerd dat er enerzijds geen leegstand wordt geregistreerd en anderzijds onvoldoende ruimte is voor een tuincentrum mét voldoende parkeren (figuren 5.4 en 5.5). Beide winkelgebieden bieden geen ontwikkelruimte voor een tuincentrum. Herontwikkeling van de locaties Iepenlaan en Oberonweg is geen haalbare casus omdat boven de winkelruimten wordt gewoond. Op basis van de locatiestudie wordt geconcludeerd dat er momenteel geen ruimte is binnen de reguliere PDV-gebieden in Spijkenisse voor een tuincentrum.

Figuur 5.4 Inschatting benodigd ruimtegebruik tuincentrum i.r.t. PDV-locatie Iepenlaan 37/47

Figuur 5.5 Inschatting benodigd ruimtegebruik tuincentrum i.r.t. PDV-locatie Oberonweg

In hoofdstuk 3 is onderbouwd dat er ruim voldoende marktruimte is voor een tuincentrum in Spijkenisse. Conform het vigerende provinciale -, regionale – en gemeentelijke detailhandelsbeleid zijn in paragraaf 5.2 allereerst de mogelijkheden onderzocht om een tuincentrum in te passen binnen de hoofdwinkelstructuur van Spijkenisse. Omdat een tuincentrum binnen de afwijkingsregels van de provinciale Omgevingsverordening valt, kan het tuincentrum zich buiten het bestaande winkelstructuur van Spijkenisse vestigen. Vanuit ruimtelijk – en functioneel opzicht is de Korte Schenkeldijk 2 een geschikte alternatieve vestigingslocatie voor een tuincentrum, zonder afbreuk te doen aan de reguliere winkelgebieden. Op de locatie is voldoende ruimte voor het totaalconcept.

Wegens de aard en omvang van de goederen die verkocht worden in een tuincentrum moet een dergelijke functie goed bereikbaar zijn voor automobilisten. Daarnaast moet het parkeerterrein ruim genoeg zijn voor eventuele bezoekers met een aanhanger of bus. Deze automobilisten kunnen het tuincentrum via de Maaswijkweg bereiken en hebben aan de zuidzijde van het beoogde pand voldoende parkeervoorzieningen. In totaal worden er 208 parkeerplaatsen voorzien op het terrein, waardoor wordt voldaan aan de CROW-parkeernorm. Naast een goede bereikbaarheid per auto, biedt de locatie ook mogelijkheden voor fietsverkeer. Fietsers kunnen het projectgebied aan de noord-/westzijde bereiken, ter plaatse van fietsknooppunt 20. Hiermee komen fietsbezoekers het terrein altijd binnen via de horecavoorziening. De combinatie van het tuincentrum en horeca met een terras zorgt voor een hoger bezoekpotentieel. Fietsknooppunt 20 is een start- en eindpunt van verschillende fietsroutes. Met de beoogde ontwikkeling van een tuincentrum aan de Korte Schenkeldijk 2 in Spijkenisse wordt verwacht dat het aantal verkeerbewegingen afneemt naar tuincentra buiten de gemeente. Nu rijden auto’s met aanhangwagens (bijv. met planten) over de Groene Kruisweg naar andere locaties buiten de gemeente. Gelet op de verkeersproblematiek op het eiland 38/47

Voorne-Putten is dat niet gewenst i.v.m. de bruggen en de wachttijden. Binnen het verzorgingsgebied heeft de projectlocatie en gunstige ligging aan de Maaswijkweg, ook voor de wijken in Spijkenisse met de relatief grotere tuinen.

Zoals in figuur 3.1 te zien is, heeft het beoogde pand door de materialisering en het gebruik van kassen een landelijke uitstraling heeft en past het daarmee binnen het open en landelijke karakter van de beoogde locatie aan de rand van de bebouwde kom in Spijkenisse.

De locatie Korte Schenkeldijk 2 in Spijkenisse is een geschikte alternatieve vestigingslocatie voor een tuincentrum.

Rekening houdend met de vigerende beleidskaders (hoofdstuk 2) zijn in dit hoofdstuk de mogelijkheden onderzocht om een tuincentrum in te passen binnen de reguliere winkelstructuur. Uit de analyse blijkt dat dit geen haalbare zaak is. Een tuincentrum heeft een groot ruimtebeslag en een grote parkeerbehoefte. Daarom geldt voor tuincentra een uitzonderingsregel, waardoor dit soort winkels zich solitair kunnen vestigen. Vanuit ruimtelijk oogpunt is de locatie Korte Schenkeldijk 2 een geschikt alternatief. De combinatie van een tuincentrum met horeca is kansrijk vanuit het doelgerichte bezoekmotief, maar ook vanuit ruimtelijk oogpunt op de locatie Korte Schenkeldijk 2 vanwege de goede bereikbaarheid. Het ontwerp sluit aan op de landschappelijke omgeving van de projectlocatie.

39/47

In deze rapportage is de beoogde ontwikkeling van het tuincentrum en de sportfunctie aan de Korte Schenkeldijk 2 in Spijkenisse beoordeeld in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. Uit de toetsing aan het provinciaal beleid blijkt dat een tuincentrum behoort tot de uitzonderingen van detailhandel die buiten de reguliere winkelgebieden zijn toegestaan. Een tuincentrum past qua aard en omvang niet in het centrum en mag zich daardoor buiten de bestaande centra vestigen. De gemeente Nissewaard noemt in haar detailhandelsvisie dat de ontwikkeling van nieuwe winkelmeters in het algemeen ongewenst is wegens het gebrek aan marktruimte in de niet-dagelijkse goederensector. Dit geldt echter niet voor de branches ‘plant & dier’ en horeca. Momenteel is nog geen volwaardig tuincentrum gevestigd binnen het marktgebied gemeente Nissewaard. De behoefte is kwantitatief onderbouwd in hoofdstuk 3 voor zowel de detailhandelsfunctie als de ondersteunende horecafunctie. Als gevolg van de ontwikkeling worden bij deze marktomstandigheden geen onaanvaardbare effecten verwacht op het woon-, leef- en ondernemersklimaat in de gemeente Nissewaard. Ook is er zowel kwalitatief als kwantitatief behoefte aan uitbreiding van het sportaanbod in de gemeente.

Met de ontwikkeling van een sportschool en een judoschool kan hier een bijdrage aan geleverd worden. Hiertoe is een uitgebreide locatieafweging gemaakt. De beoogde ontwikkeling kan momenteel niet worden ingepast binnen de reguliere winkelstructuur of de woonboulevard in Spijkenisse. In hoofdstuk 5 zijn de mogelijkheden onderzocht voor de inpassing van een tuincentrum in de reguliere winkelstructuur. Geconcludeerd wordt dat deze ruimte niet beschikbaar is. Vanuit ruimtelijk oogpunt is de Korte Schenkeldijk een geschikt alternatief. De locatie is groot genoeg voor het gewenste programma, is goed bereikbaar voor meerdere verkeermodaliteiten en biedt ruimte aan voldoende parkeerplaatsen. Ook is de ligging strategisch binnen het verzorgingsgebied. De locatie maakt onderdeel uit van het hoofdwegennet, maar ook van de beleidsmatig gewenste recreatieve verbindingsroutes. De ruimtelijke – en landschappelijke inpassing is passend bij de omgeving. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling van het tuincentrum en sportfunctie op de locatie Korte Schenkeldijk 2 in Spijkenisse voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Met de ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

40/47

41/47

42/47

43/47

44/47

45/47

46/47

47/47

14

Bijlage 4 Quickscan ecologie

Rho adviseurs voor leefruimte

20201725

15

Rho adviseurs voor leefruimte

20201725

QUICKSCAN KORTE SCHENKELDIJK 2 TE SPIJKENISSE Conceptrapport

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 5-2-2021

VERANTWOORDING

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:

Uitvoering: Adres:

Rho Adviseurs Mw. I. Penning Adviseur planvorming Weena 505 3013 AL Rotterdam 010 2018536 iris.penning@rho.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 64 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Projectleider:

ing. J. Koorevaar

Auteur: Kwaliteitscontrole:

ing. P.J. Schep ing. J. Koorevaar

Projectcode: Status: Datum:

RANA2102 Concept 5-2-2021

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland. 2

SAMENVATTING

De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw te realiseren in projectgebied ‘Korte Schenkeldijk 2’ te Spijkenisse. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Onderzocht is of deze ontwikkeling in het projectgebied niet strijdig is met de Wet natuurbescherming. In de bebouwing en in de boomholtes in het projectgebied zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. De bomenrijen en de watergangen maken mogelijk onderdeel uit van foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. Onder de dakpannen van de bebouwing zijn mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus aanwezig. De groenstructuren rondom de bebouwing maken mogelijk onderdeel uit van functioneel leefgebied van de huismus. Er zijn potentieel jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig in bomen die worden gekapt of die zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden. De groenstructuren en de watergangen in het projectgebied maken onderdeel uit van geschikt broedbiotoop voor algemene soorten broedvogels. Als gevolg van de geplande werkzaamheden kunnen vleermuizen worden verstoord en gedood en kunnen foerageergebieden, verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen verloren gaan. Tevens kunnen algemene broedvogels en broedvogels met jaarrond beschermde nesten worden verstoord en gedood en kunnen jaarrond beschermde nestlocaties van vogels verloren gaan.

Ten slotte kunnen delen van functioneel leefgebied van de huismus worden vernietigd. In het projectgebied zijn geen zones van het NNN aanwezig. Derhalve zijn er geen negatieve effecten te verwachten op het NNN. Nadelige effecten als gevolg van de geplande ontwikkeling op Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Doordat de geplande ontwikkeling kunnen leiden tot een toename in stikstofemissie, is er een berekening van de stikstofdepositie met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd om uitsluitsel te geven of de werkzaamheden een effect hebben op Natura 2000-gebieden. Het wordt noodzakelijk geacht aanvullend onderzoek uit te laten voeren naar de aanwezigheid van foerageergebieden, verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen in het projectgebied. Het onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen dient te zijn afgestemd op de mogelijke aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en de watervleermuis. Alvorens de werkzaamheden worden uitgevoerd, is onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogels noodzakelijk. Het onderzoek dient te zijn afgestemd op de mogelijke aanwezigheid van de gierzwaluw, huismus, ransuil en de sperwer.

Onderzoek naar delen van functioneel leefgebied van de huismus is tevens noodzakelijk. Indien de werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels (globaal 15 maart – 31 augustus), dient een aanvullende inspectie op algemene broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, dient het gebruik van nachtelijk diffuus licht in de actieve periode van vleermuizen (globaal maart – november) te worden vermeden. Bij het dempen van de watergang in het projectgebied kunnen algemene soorten amfibieën en vissen gedood worden. Om aan de zorgplicht te voldoen, is ecologische begeleiding (het wegvangen van amfibieën en vissen) tijdens de werkzaamheden noodzakelijk. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten. Het projectgebied is gelegen binnen de bebouwde kom van de gemeente Nissewaard. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.

3

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding ...................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel .................................................................................................................... 5 1.2 Natuurbeschermingswetgeving ................................................................................................. 5 1.2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 5 1.2.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 6 1.2.3 Ontheffing en gedragscode ................................................................................................... 7 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................ 7 2 2.1 2.2

Projectgebied en ontwikkelingen ............................................................................................... 8 Projectgebied ........................................................................................................................... 8 Ontwikkelingen......................................................................................................................... 8

3 Soortbescherming ...................................................................................................................... 9 3.1 Bronnenonderzoek ................................................................................................................... 9 3.2 Habitatscan.............................................................................................................................. 9 3.2.1 Zoogdieren ........................................................................................................................... 9 3.2.2 Vogels ................................................................................................................................ 10 3.2.3 Amfibieën ........................................................................................................................... 10 3.2.4 Reptielen ............................................................................................................................ 10 3.2.5 Vissen ................................................................................................................................ 11 3.2.6 Ongewervelden ...................................................................................................................

11 3.2.7 Vaatplanten ........................................................................................................................ 11 3.2.8 Mogelijk aanwezige beschermde soorten en functies ........................................................... 11 3.3 Effecten ................................................................................................................................. 11 3.3.1 Effecten ontwikkelingen ....................................................................................................... 11 3.4 Aanbevelingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming .................................................... 12 3.4.1 Aanvullende inventarisaties projectgebied............................................................................ 12 3.4.2 Mitigerende maatregelen ..................................................................................................... 13 3.4.3 Ontheffing Wet natuurbescherming...................................................................................... 13 4 4.1

Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 14 Effecten ................................................................................................................................. 15

5 5.1 5.2

Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................. 16 Conclusies ............................................................................................................................. 16 Aanbevelingen ....................................................................................................................... 16

6

Literatuur .................................................................................................................................. 18

Bijlage 1: Foto-impressie .................................................................................................................... 19 Bijlage 2: Tabel mogelijk aanwezige soorten ....................................................................................... 20

4

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL Men is voornemens nieuwbouw te ontwikkelen in projectgebied ‘Korte Schenkeldijk 2’ te Spijkenisse. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling dient er zorg voor te dragen dat de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden. Om deze reden is een toetsing van de geplande ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Hiervoor dient te worden onderbouwd of er door de beoogde ontwikkeling geen beschermde soorten of natuurgebieden negatief worden beïnvloed. Indien overtreding niet zonder meer kan worden uitgesloten is mogelijk aanvullend onderzoek en/of een ontheffing noodzakelijk. In deze quickscan wordt geadviseerd over de vervolgstappen en of de ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is. Het projectgebied is gelegen binnen de bebouwde kom. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.

1.2

NATUURBESCHERMINGSWETGEVING De Wet natuurbescherming beslaat soortbescherming, gebiedsbescherming en in specifieke gevallen de bescherming van houtopstanden. Daarnaast is gebiedsbescherming in Nederland geregeld via beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. 1.2.1

GEBIEDSBESCHERMING

Natura 2000-gebieden Het is conform artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De regels omtrent NNN-gebieden zijn door het Rijk en de provincies met elkaar afgesproken. De afspraken zijn vastgelegd in het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ en zijn uitgewerkt in de provinciale verordeningen. Het ruimtelijke beleid voor de NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. In het NNN geldt daarom het ‘nee, tenzij’-regime. Of een ingreep mag worden uitgevoerd in de NNN, hangt naast de instandhouding van de omvang van het NNN, in eerste instantie af van de mate van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied.

5

1.2.2

SOORTBESCHERMING

Zorgplicht De zorgplicht is opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Artikel 1.11 Wnb (zorgplicht) 1. Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of; c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Europees beschermde soorten - Vogels De verbodsbepalingen voor wat betreft vogels zijn opgenomen in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Artikel 3.1 Wnb. 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2.

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen De verbodsbepalingen voor wat betreft Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Artikel 3.5 Wnb. 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten De verbodsbepalingen voor wat betreft nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Artikel 3.10 Wnb. 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

6

1.2.3

ONTHEFFING EN GEDRAGSCODE

Voor het overtreden van de verboden uit de bovengenoemde artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming kan een ontheffing worden aangevraagd. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Ook kan er mogelijk middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten.

1.3

LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het projectgebied gegeven, met huidige ecologische waarden. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het bronnenonderzoek en de habitatscan weergegeven waarbij de effectanalyse ten aanzien van de onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten is opgenomen. Hoofdstuk 4 geeft weer welke middels de Wet natuurbescherming beschermde gebieden in de omgeving van de projectgebieden voorkomen. Tevens zal hier worden aangegeven in welke mate de geplande ontwikkeling van invloed zal zijn op deze gebieden.

7

2

PROJECTGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

2.1

PROJECTGEBIED Het projectgebied is gelegen in de gemeente Nissewaard in kilometerhok: X: (Rijksdriehoekscoördinaten). Afbeelding 1 geeft de globale ligging van het projectgebied weer.

83

/

Y:

428

Afbeelding 1: Ligging projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de Korte Schenkeldijk 2 te Spijkenisse en betreft het opslagterrein voor het beheer van de openbare ruimte van de gemeente Nissewaard. In het noordwesten van projectgebied is een uit baksteen opgetrokken boerderij gesitueerd. De boerderij heeft een zadeldak dat is voorzien van dakpannen. Ten zuidoosten van de boerderij is een parkeerplaats gelegen. Op de parkeerplaats zijn voorzieningen voor de openbare ruimte opgeslagen, zoals prullenbakken, speeltoestellen en verkeersborden. In het westen van het projectgebied is een bomenrij gesitueerd, welke hoofdzakelijk bestaat uit zwarte els. Tussen de bomenrij en de parkeerplaats is een kleine boomgaard met fruitbomen aanwezig. Langs de noordgrens en de oostgrens van het projectgebied is een watergang gelegen, waarlangs een bomenrij van schietwilg in knotvorm is aangeplant. De oevers van de watergang lopen stijl af. Ten zuiden van de parkeerplaats grenst een bomenrij van gewone plataan, waarlangs een watergang is gelegen. Het grasveld in het zuiden van het projectgebied bestaat uit intensief beheerd gazon. Langs de toegangsweg van het terrein is aan de westzijde een bomenrij van gewone plataan gesitueerd. In bijlage 1 is een sfeerimpressie van het projectgebied weergegeven.

2.2

ONTWIKKELINGEN De geplande ontwikkelingen bestaan uit het realiseren van nieuwbouw in het projectgebied, zoals een tuincentrum, sportschool en een horecagelegenheid. Hiertoe zal een deel van projectgebied bouwrijp worden gemaakt. De watergang ten zuiden van de parkeerplaats zal worden gedempt. De boerderij blijft behouden, maar mogelijk wordt de nieuwe bebouwing direct tegen de boerderij aangebouwd.

8

3

SOORTBESCHERMING

3.1

BRONNENONDERZOEK Om een goede inschatting te kunnen maken welke beschermde soorten mogelijk gebruik maken van het projectgebied heeft een literatuurstudie plaatsgevonden. Hierbij zijn diverse bronnen met verspreidingsgegevens geraadpleegd. De geraadpleegde bronnen zijn onder andere: verspreidingsatlassen van de verschillende soortgroepen, eerder in de regio uitgevoerde onderzoeken, in de regio actieve werkgroepen en PGO’s, databanken met verspreidingsgegevens (waaronder de NDFF) en het aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebieden. Daarnaast zijn alle beschermde natuurgebieden in de omgeving van het projectgebied in kaart gebracht. Uit het bronnenonderzoek volgt een lijst met beschermde soorten welke mogelijk in het projectgebied voor kunnen komen. De geraadpleegde bronnen zijn doorgaans op uurhokniveau, waardoor ook soorten welke bekend zijn uit de wijdere omgeving van het projectgebied zijn inbegrepen. Deze soorten hoeven niet direct in het projectgebied te worden verwacht. In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van alle beschermde soorten die bekend zijn voor te komen in de omgeving van het projectgebied. Provinciale vrijstelling De ‘Verordening vrijstellingen soorten’ betreft een vrijstelling van het verbod op doden en verstoren bij bestendig beheer en gebruik en ruimtelijke ingrepen.

Voor de provincie Zuid-Holland zijn middels artikel 8.1 van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland soorten vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Dit is geen vrijbrief, de zorgplicht blijft van toepassing voor de vrijgestelde soorten.

3.2

HABITATSCAN Tijdens de habitatscan is het projectgebied bezocht om te kijken of de uit de omgeving bekende soorten ook daadwerkelijk in het gebied voor kunnen komen, rekening houdend met het aanwezige habitat, de habitateisen en de verspreidingsgegevens van de betreffende soorten. Daarnaast kunnen er tijdens het veldbezoek nog soorten worden toegevoegd als het habitat geschikt lijkt voor de betreffende soort. De habitatscan heeft plaatsgevonden op 26 januari 2021 en is uitgevoerd door P.J. Schep. Het weer tijdens de habitatscan was deels bewolkt, met een temperatuur van 5 °C en een windkracht van 2 Beaufort. 3.2.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10295098/1