CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

25,Voorontwerp Bestemmingsplan Korte Schenkeldijk 2; BP - bijlagen toelichting

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen20.374 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

ZOOGDIEREN

In de omgeving van het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en de watervleermuis bekend voor te komen. De bebouwing in het projectgebied heeft een zadeldak dat voorzien is van dakpannen. De bebouwing in het projectgebied biedt mogelijkheden voor verblijfplaatsen van de gebouwbewonende vleermuissoorten de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en de tweekleurige vleermuis. Paarverblijfplaatsen van de tweekleurige vleermuis worden niet verwacht, aangezien paarverblijfplaatsen van de tweekleurige vleermuis zich alleen in hoge gebouwen bevinden. In de bomen in het projectgebied zijn holtes aanwezig (zie afbeelding 2), die mogelijk kunnen dienen als verblijfplaats voor de boombewonende vleermuissoorten de gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis. De groenstructuren en watergangen in het projectgebied kunnen onderdeel uitmaken van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. In de omgeving van het projectgebied is de bever bekend voor te komen. De soort komt voor in overgangsgebieden tussen land en water, zoals moerassen, rivieren en meren en is onder andere bekend voor te komen in de Oude Maas.

In het projectgebied is geen geschikt habitat voor de bever aanwezig, waardoor de soort niet wordt verwacht voor te komen. Op circa 3,5 kilometer ten oosten van het projectgebied is de noordse woelmuis bekend voor te komen op de Beerenplaat. De soort komt voor in overgangszones tussen land en water met riet en hoge vegetaties met vooral grasachtige planten. De noordse woelmuis mijdt door struiken en bomen gedomineerde begroeiingen. Het projectgebied wordt gekenmerkt door bebouwing en intensief beheerd gazon, dat wordt afgewisseld door bomen

9

en struweel. De oevers van de watergangen in het projectgebied lopen stijl af. Door de afwezigheid van geschikt habitat in het projectgebied wordt de noordse woelmuis niet verwacht voor te komen.

3.2.2

VOGELS

Het pannendak van bebouwing bevat potentieel jaarrond beschermde nestlocaties van de huismus (zie afbeelding 3). Onder enkele kantpannen en onder de loodflappen van de schoorstenen zijn ruimtes aanwezig, welke mogelijk geschikt zijn als nestlocatie voor de gierzwaluw (zie afbeelding 4). De groenstructuren rondom de bebouwing in het projectgebied maken mogelijk onderdeel uit van essentieel leefgebied van de huismus. In de bomen in het projectgebied zijn drie potentieel jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig, welke mogelijk geschikt zijn als broedlocatie voor de ransuil en de sperwer (zie afbeelding 5). De bomen, het struweel en de watergang in het projectgebied bieden geschikt broedbiotoop voor algemene soorten vogels, zoals de houtduif, merel, meerkoet en de zwarte kraai.

Afbeelding 2: Boomholte in gewone plataan

Afbeelding 3: Geschikt broedbiotoop huismus

Afbeelding 4: Ruimte onder loodflap

Afbeelding 5: Potentieel jaarrond beschermd nest

3.2.3

AMFIBIEËN

In de omgeving van het projectgebied zijn geen waarnemingen van beschermde soorten amfibieën bekend. In het projectgebied is geschikt overwinteringshabitat voor beschermde amfibieën aanwezig. Gezien de afstand tot geschikt voortplantingswater worden overwinterende beschermde amfibieën echter niet in het projectgebied verwacht. Het projectgebied biedt geschikt habitat voor algemene soorten amfibieën zoals de bruine kikker, gewone pad en de kleine watersalamander.

3.2.4

REPTIELEN

In de omgeving van het projectgebied zijn geen waarnemingen van beschermde soorten reptielen bekend. De ruiger begroeide delen in het projectgebied vormen geschikt overwinteringshabitat beschermde soorten amfibieën. Gezien de afstand tot bekende verspreidingsgebieden, worden overwinterende individuen van beschermde soorten amfibieën echter niet in het projectgebied verwacht.

10

3.2.5

VISSEN

In de omgeving van het projectgebied zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen bekend. De watergang in het projectgebied biedt tevens geen geschikt habitat voor beschermde soorten vissen. Het voorkomen van beschermde soorten vissen wordt derhalve niet verwacht.

3.2.6

ONGEWERVELDEN

In de omgeving van het projectgebied is de platte schijfhoren bekend voor te komen. De soort komt voor in zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing en wordt onder andere aangetroffen in draadalg-vegetaties en wateren met krabbescheer. Op de bodem van de watergang is een laag bladafval aanwezig als gevolg van de overhangende houtopstanden boven de watergang. Dit habitat is ongeschikt voor de ontwikkeling van waterplanten. Door het ontbreken van watervegetaties wordt het voorkomen van de platte schijfhoren in de watergang in het projectgebied niet verwacht.

3.2.7

VAATPLANTEN

Circa 3,3 kilometer ten westen van het projectgebied is een waarneming van de tonghaarmuts bekend. De soort komt met name voor in jonge wilgenbossen langs de rivieren en groeit op horizontale takken van jonge aanplant van katwilg, populier, schietwilg, vlier en zomereik. In het projectgebied is geen geschikt habitat voor de tonghaarmuts aanwezig, waardoor de soort niet verwacht wordt voor te komen in het projectgebied.

3.2.8

MOGELIJK AANWEZIGE BESCHERMDE SOORTEN EN FUNCTIES

Het projectgebied herbergt mogelijk meerdere functies voor beschermde diersoorten. In het projectgebied kunnen op basis van het aanwezige habitat de volgende soorten en functies niet op voorhand worden uitgesloten voor te komen. Tabel 1: Te verwachten beschermde soorten en functies Soort / soortgroep

Functies

Bescherming Wnb

Mogelijk aanwezig in:

Algemene broedvogels

Nesten

Artikel 3.1 (VR)

Bebouwing, bomen, struweel en

Broedvogels cat. 1 t/m 4

Jaarrond beschermde nesten

Artikel 3.1 (VR)

Bomen en struweel

Gierzwaluw

Jaarrond beschermde nesten

Artikel 3.1 (VR)

Openingen bij dakrand en onder

watergang

loodflappen Huismus

Jaarrond beschermde nesten

Artikel 3.1 (VR)

Functioneel leefgebied Vleermuizen

Verblijfplaats(en)

Ruimtes onder pannendak Groen rond woning

Artikel 3.5 (HR, bijlage IV)

Bebouwing dakrand, boomholtes

Foerageergebied

Bomen, struweel en watergangen

Vliegroutes

Bomenrijen, watergangen

3.3

EFFECTEN Indien beschermde soorten in het projectgebied of binnen de invloedssfeer hiervan kunnen voorkomen, wordt onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling effect heeft op deze soorten. Indien er effecten op deze soorten worden verwacht, zal worden gezocht naar compenserende of mitigerende maatregelen welke genomen kunnen worden tijdens de ontwikkeling om zo te voorkomen dat de Wet natuurbescherming wordt overtreden. Mochten deze maatregelen niet afdoende zijn, of praktisch niet in te passen in de plannen, zal mogelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. 3.3.1

EFFECTEN ONTWIKKELINGEN

De te verwachten effecten op soorten en functies zijn opgedeeld in tijdelijke en permanente effecten. Deze zijn schematisch weergegeven in tabel 2. Tijdelijke effecten De geplande werkzaamheden zullen mogelijk gepaard gaan met effecten van tijdelijke invloed door geluid en trillingen. Dit verstoort mogelijk de algemene soorten (broed)vogels en broedvogels met jaarrond beschermde nesten in en direct buiten het projectgebied. De geplande werkzaamheden zullen gepaard gaan met effecten van tijdelijke invloed door geluid en trillingen. Dit kan leiden tot verstoring van vleermuizen in de bebouwing en boomholtes in het projectgebied.

11

Indien er in de actieve periode van vleermuizen (globaal maart – november) gebruik wordt gemaakt van nachtelijke diffuse lichtbronnen, kunnen er mogelijk negatieve effecten optreden op foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. Permanente effecten Als gevolg van de geplande werkzaamheden kunnen jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus verloren gaan en kunnen individuen van de gierzwaluw en de huismus worden gedood. Bij het verwijderen van groenstructuren rondom de bebouwing in het projectgebied, kunnen delen van essentieel leefgebied van de huismus worden vernietigd. Als gevolg van de geplande werkzaamheden kunnen jaarrond beschermde nestlocaties van vogels in bomen verloren gaan en kunnen broedvogels worden gedood. Tijdens het uitvoeren van de geplande werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan en kunnen vleermuizen worden gedood. Om de plannen voor het projectgebied te realiseren zal groen en struweel worden verwijderd. Indien dit plaatsvindt tijdens het broedseizoen van vogels (globaal 15 maart – 31 augustus), kunnen algemene soorten broedvogels worden gedood. Bij grondverzet kunnen algemene soorten amfibieën, vissen en grondgebonden zoogdieren worden gedood. Deze soorten zijn in de provincie Zuid-Holland vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wel blijft de zorgplicht van kracht.

Tabel 2: Mogelijke effecten op beschermde soorten Soort / soortgroep

Effect

Verbodsbepaling

Algemene broedvogels

Opzettelijk doden

Artikel 3.1 (VR) Lid 1

Opzettelijk vernielen / beschadigen nest

Artikel 3.1 (VR) Lid 2

Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Algemene amfibieën*

Doden

Artikel 1.11

Algemene vissen*

Doden

Artikel 1.11

Algemene zoogdieren*

Doden

Artikel 1.11

Broedvogels cat. 1 t/m 4

Opzettelijk doden

Artikel 3.1 (VR) Lid 1

Opzettelijk vernielen / beschadigen nest

Artikel 3.1 (VR) Lid 2

Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Opzettelijk doden

Artikel 3.1 (VR) Lid 1

Opzettelijk vernielen / beschadigen nest

Artikel 3.1 (VR) Lid 2

Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Opzettelijk doden

Artikel 3.1 (VR) Lid 1

Opzettelijk vernielen / beschadigen nest

Artikel 3.1 (VR) Lid 2

Opzettelijk verstoren

Artikel 3.1 (VR) Lid 4

Opzettelijk doden

Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 1

Opzettelijk verstoren

Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 2

Opzettelijk vernielen / beschadigen verblijfplaats

Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 4

Gierzwaluw

Huismus

Vleermuizen

*Vrijgesteld van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wel blijft de zorgplicht van kracht.

3.4

AANBEVELINGEN TEN AANZIEN VAN DE WET NATUURBESCHERMING

3.4.1

AANVULLENDE INVENTARISATIES PROJECTGEBIED

Het projectgebied herbergt mogelijk functies voor beschermde vleermuizen en jaarrond beschermde broedvogels. Of en waar deze zich in het projectgebied bevinden is nog onbekend. Het is aan te bevelen nader onderzoek uit te laten voeren naar foerageergebieden, vliegroutes en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen evenals de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van broedvogels. Het onderzoek naar vleermuizen dient afgestemd te zijn op de verwachte aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en de watervleermuis. Het onderzoek

12

naar jaarrond beschermde nesten dient afgestemd te zijn op de mogelijke aanwezigheid van de gierzwaluw, huismus, ransuil en de sperwer.

3.4.2

MITIGERENDE MAATREGELEN

Om overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de volgende maatregelen te worden genomen. -

Er zijn mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus aanwezig in de bebouwing van het projectgebied. De groenstructuren rond de bebouwing van het projectgebied maken mogelijk onderdeel uit van functioneel leefgebied van de huismus. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde functies zullen (indien beschermde functies aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden.

-

Er zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten aanwezig in bomen die worden gekapt of die zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten zullen (indien jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden.

-

Er zijn mogelijk foerageergebieden, vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig binnen het projectgebied. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde functies zullen (indien beschermde functies aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden.

-

Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, dient het gebruik van nachtelijk diffuus licht in de actieve periode van vleermuizen (globaal maart – november) te worden vermeden.

-

Om de plannen voor het projectgebied te realiseren zullen bomen en struweel worden verwijderd. Het is aan te bevelen het verwijderen van bomen en struweel buiten het broedseizoen van vogels (globaal 15 maart – 31 augustus) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen.

-

Bij het dempen van de watergang in het projectgebied kunnen algemene soorten amfibieën en vissen gedood worden. Om aan de zorgplicht te voldoen, is ecologische begeleiding (het wegvangen van amfibieën en vissen) tijdens de werkzaamheden noodzakelijk.

-

De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten.

3.4.3

ONTHEFFING W ET NATUURBESCHERMING

De noodzaak voor een ontheffing van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming kan op voorhand niet worden uitgesloten. Uit aanvullende onderzoeken zal moeten blijken of er beschermde functies of dieren in het projectgebied voorkomen en welke negatieve effecten er mogelijk met de werkzaamheden gepaard gaan. Indien aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies bevat voor beschermde soorten en het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming niet voorkomen kan worden, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hier kunnen voorwaarden in de vorm van mitigerende maatregelen aan verbonden zijn.

13

4

GEBIEDSBESCHERMING

Binnen het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ligt op circa 575 meter ten noorden van het projectgebied en betreft Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ (zie afbeelding 6). Dit gebied maakt tevens onderdeel uit van het NNN (zie afbeelding 7). Op circa 5 kilometer ten zuidwesten van het projectgebied is Natura 2000-gebied ‘Haringvliet’ gelegen.

Afbeelding 6: Projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (geocontent.rvo.nl)

Afbeelding 7: Projectgebied ten opzichte van NNN (pzh.maps.arcgis.com)

14

4.1

EFFECTEN In het projectgebied zijn geen zones van het NNN aanwezig. Derhalve zijn er geen negatieve effecten te verwachten op het NNN. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een toename in stikstofemissie tot gevolg hebben. Met de geplande ontwikkeling in het projectgebied is een toename in emissie van stikstof te verwachten. De emissie van stikstof is onder te verdelen in de emissie tijdens de bouwfase en de emissie in de gebruiksfase. Tijdens de bouwfase is een tijdelijke toename van stikstofemissies te verwachten. Dit wordt veroorzaakt door een toename van het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het projectgebied en de inzet van mobiele werktuigen. De gebruiksfase zal naar verwachting een verhoging van stikstofemissies teweegbrengen. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden niet boven de waarde van 0,00 mol/ha/jaar uit zal komen. Er is een berekening van de stikstofdepositie met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd om uitsluitsel te geven of de werkzaamheden een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden.

15

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

5.1

CONCLUSIES De bebouwing en de boomholtes in het projectgebied bieden geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. De bomen, het struweel en de watergang in het projectgebied kunnen door vleermuizen als foerageergebieden en als vliegroutes worden gebruikt. Onder het pannendak van de bebouwing zijn mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus aanwezig. De groenstructuren rondom de bebouwing in het projectgebied kunnen deel uitmaken van essentieel leefgebied van de huismus. In de bomen in het projectgebied zijn meerdere potentieel jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig. De bomen, het struweel en de watergang in het projectgebied bieden geschikt broedbiotoop voor algemene soorten vogels Tijdens grondverzet kunnen er mogelijk individuen van algemene amfibieën, vissen en zoogdieren worden gedood. Hoewel deze in de provincie Zuid-Holland zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen, blijft de zorgplicht van toepassing. In het projectgebied zijn geen zones van het NNN aanwezig. Derhalve zijn er geen negatieve effecten te verwachten op het NNN. Nadelige effecten als gevolg van de geplande ontwikkeling op Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand niet worden uitgesloten.

Doordat de geplande ontwikkeling kunnen leiden tot een (tijdelijke) toename in stikstofemissie, is er een berekening van de stikstofdepositie met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd om uitsluitsel te geven of de werkzaamheden een effect hebben op Natura 2000-gebieden. Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van de gemeente Nissewaard. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.

5.2

AANBEVELINGEN Onderzoek naar foerageergebieden, vliegroutes en verblijfplaatsen van vleermuizen wordt noodzakelijk geacht alvorens men met de geplande werkzaamheden in het projectgebied kan beginnen. Het onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen dient gericht te zijn op de verwachte aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis en de watervleermuis. In tabel 3 is een overzicht gegeven van de te verwachte beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties. Tabel 3: Te verwachte beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties Soort / soortgroep

Aanvullend onderzoek

Onderzoeksperiode

Algemene broedvogels

Nesten, indien niet buiten het broedseizoen

15 maart – 31 augustus

gewerkt wordt Broedvogels cat. 1 t/m 4

Jaarrond beschermde nesten

15 maart – 31 augustus

Gierzwaluw

Nesten

1 juni – 15 juli

Huismus

Nesten en functioneel leefgebied

1 april – 15 mei

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

15 mei – 15 juli

Vleermuizen

Paarverblijfplaats(en) en zwermplaatsen

15 augustus – 1 oktober

Vleermuizen

Winterverblijfplaatsen

1 december – 28 februari

Vleermuizen

Foerageergebieden en vliegroutes

15 april – 1 oktober

Onder het pannendak van de bebouwing in het projectgebied zijn mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus aanwezig. De groenstructuren rondom de bebouwing maken mogelijk onderdeel uit van essentieel leefgebied van de huismus. Onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus en onderdelen van essentieel leefgebied van de huismus wordt noodzakelijk geacht alvorens de werkzaamheden plaats kunnen vinden. In de te kappen bomen en in de bomen die zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden, zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig. Alvorens de werkzaamheden plaats kunnen vinden,

16

is onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestlocaties noodzakelijk. Het onderzoek dient te zijn afgestemd op de mogelijke aanwezigheid van de ransuil en de sperwer. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, dient het gebruik van nachtelijk diffuus licht in de actieve periode van vleermuizen (globaal maart – november) te worden vermeden. Indien de geplande werkzaamheden plaatsvinden in het broedseizoen van vogels (globaal 15 maart – 31 augustus), dient een aanvullende inspectie op nesten van algemene broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Bij het dempen van de watergang in het projectgebied kunnen algemene soorten amfibieën en vissen gedood worden. Om aan de zorgplicht te voldoen, is ecologische begeleiding (het wegvangen van amfibieën en vissen) tijdens de werkzaamheden noodzakelijk. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten.

17

6

LITERATUUR

BIJ12 2017, Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 2017, Kennisdocument gierzwaluw, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 2017, Kennisdocument huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011, Vleermuizen, Tirion Natuur uitgevers BV, Baarn. Netwerk Groene Bureaus, Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, juli 2017. RVO, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020). Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020. Internet NDFF geocontent.rvo.nl/Natura2000/Overzichtskaart/ pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/ www.gbif.org www.piscaria.nl www.provinciaalgeoregister.nl/georegister/ www.ravon.nl www.stowa.nl (limnodata neerlandica) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl

18

Bijlage 1: Foto-impressie

19

Bijlage 2: Tabel mogelijk aanwezige soorten Tabel 1: Overzicht beschermde soorten in kilometerhok 83/428 Soortgroep Naam

Bescherming

Afstand

Amfibieën

bruine kikker1

Wnb A

< 1km

Amfibieën

1

Wnb A

< 5km

gewone pad

1

Amfibieën

kleine watersalamander

Wnb A

< 5km

Mossen

tonghaarmuts

Bern I

< 5km

Ongewervelden

platte schijfhoren

HR IV

< 5km

Vleermuizen

gewone dwergvleermuis

HR IV

< 1km

Vleermuizen

gewone grootoorvleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

laatvlieger

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

rosse vleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

ruige dwergvleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

tweekleurige vleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

watervleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vogels

boerenzwaluw

Cat. 5

< 5km

Vogels

boomkruiper

Cat. 5

< 5km

Vogels

boomvalk

Cat. 4

< 5km

Vogels

buizerd

Cat. 4

< 5km

Vogels

ekster

Cat. 5

< 5km

Vogels

huismus

Cat. 2

< 5km

Vogels

huiszwaluw

Cat. 5

< 5km

Vogels

koolmees

Cat. 5

< 5km

Vogels

pimpelmees

Cat. 5

< 5km

Vogels

ransuil

Cat. 4

< 5km

Vogels

sperwer

Cat. 4

< 5km

Vogels

spreeuw

Cat. 5

< 5km

Vogels

torenvalk

Cat. 5

< 5km

Vogels

zwarte kraai

Cat. 5

< 5km

Zoogdieren

bever

HR IV

< 5km

Zoogdieren

bosmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

1

bunzing

Wnb A

< 1km

Zoogdieren

dwergmuis1

Wnb A

< 5km

1

Zoogdieren

egel

Wnb A

< 1km

Zoogdieren

gewone bosspitsmuis1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

haas

1

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

hermelijn1

Wnb A

< 5km

Wnb A

< 5km < 5km

1

Zoogdieren

huisspitsmuis

Zoogdieren

1

konijn

Wnb A

Zoogdieren

noordse woelmuis

HR IV

< 5km

Zoogdieren

ree1

Wnb A

< 1km

Wnb A

< 5km

Wnb A

< 5km

Wnb A

< 5km

Zoogdieren

rosse woelmuis

Zoogdieren

veldmuis1

Zoogdieren

1

wezel

1

Wnb A woelrat1 * = op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. 1 = Vrijstelling Zoogdieren

< 5km

20

16

Bijlage 5 Aerius memo

Rho adviseurs voor leefruimte

20201725

17

Rho adviseurs voor leefruimte

20201725

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10295098/1