CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlage II; ASD Nissewaard Beschouwing Raadsperiode 2026-2030

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 10)19.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3. Zorg en ondersteuning Voor de inwoners dient passende zorg en ondersteuning in de nabijheid, tijdig en continue beschikbaar te zijn. De vraag naar zorg lijkt alsmaar te groeien, mede vanwege de vergrijzende bevolking en de problematiek waar jongeren mee geconfronteerd worden. Het is noodzakelijk de beschikbaarheid en kwaliteit van en de continuïteit in zorg, ondersteuning en begeleiding, van een ieder die dit nodig heeft, zeker te stellen en waar nodig te verbeteren. Dit geldt voor een breed scala aan zorg zoals eerstelijnszorg (waaronder huisartsenzorg, thuiszorg), spoedeisende zorg, specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, alsmede de verschillende vormen van opvang, beschermd wonen en dagbesteding. Spoedeisende hulp (ambulance en SEH-ziekenhuis) dient gegarandeerd 24/7 in de nabijheid beschikbaar te zijn. De gemeente dient zoveel mogelijk invloed uit te oefenen om een volwaardig ziekenhuis in Spijkenisse te realiseren. De aandacht bij zorg en ondersteuning dient zeker ook gericht te zijn op preventie, vroegtijdige signalering en maatwerk, waarbij de regels zoveel mogelijk ten gunste van de inwoners worden toegepast. Er dient voorkomen te worden dat inwoners in een onmenselijke positie komen te verkeren bij niet passende regels of het (tijdelijk) niet beschikbaar zijn van de vereiste zorg en ondersteuning.

Voor wat betreft de inrichting van de zorg en ondersteuning dient te worden ingezet op samenwerking en samenhang in de zorg en welzijn, laagdrempelig, doelgericht en zo dichtbij als mogelijk, zoals bedoeld volgens het concept van Thuis in Nissewaard. Daardoor kan ook zorgmijding vroegtijdig worden onderkend. Het invoeren van “Triage” als werkwijze bij de gemeente biedt betere waarborgen dat kwetsbare inwoners in urgente situaties zo snel mogelijk de noodzakelijke ondersteuning ontvangen. Het afgeven van indicaties voortaan voor langere tijd zorgt voor meer zekerheid voor inwoners en een lagere administratieve last voor zowel zorgaanbieders als de gemeente. De Wet Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS) heeft tot doel barrières tussen de Wmo, Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz) weg te nemen, zodat zorgkantoren en gemeenten makkelijker gezamenlijke afspraken kunnen maken. De zorg kan worden ingericht over verschillende domeinen heen, zonder rekening te hoeven houden met schotten in de financiering.

Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

22

De Adviesraad gaat er vanuit dat de gemeente de mogelijkheden van deze wet onderzoekt om adequatere zorg te kunnen regelen voor de inwoners.

Kernpunten: Passende zorg en ondersteuning in de nabijheid, tijdig en continue beschikbaar. Geldt voor eerstelijns-, spoedeisende-, specialistische- en geestelijke gezondheidszorg. Alle mogelijke invloed uitoefenen voor een volwaardig ziekenhuis in Spijkenisse. Alsmede de verschillende vormen van opvang, beschermd wonen en dagbesteding. Aandacht vooral ook gericht op preventie, vroegtijdige signalering en maatwerk. Inzetten op samenwerking en samenhang, laagdrempelig, doelgericht en dichtbij Zorgmijding vroegtijdig onderkennen, onder ander via Thuis in Nissewaard concept. Richten op voorlichting, maatwerk, één loket, adequate afhandeling. “Triage” zorgt voor snellere ondersteuning aan kwetsbare inwoners in urgente situaties. Afgeven van indicaties voor langere tijd zorgt voor meer zekerheid voor inwoners. Onderzoeken mogelijkheden van Wet Domeinoverstijgende Samenwerking voor inwoners. 4.3.1.

Beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang/huiselijk geweld

De regionaal georganiseerde voorzieningen in dit kader zijn bestemd voor diverse doelgroepen met zware problematiek, waarvoor enige vorm van tijdelijke opvang noodzakelijk is. Er dienen maatregelen te worden getroffen om alle doelgroepen in beeld te hebben. Voor iedere doelgroep dienen voldoende plaatsen beschikbaar te zijn, opdat deze bij urgentie direct toegewezen kunnen worden dan wel de wachttijden minimaal zijn. Om de aard, de omvang en de spreiding van de voorzieningen afgestemd te houden op hetgeen benodigd is, dient periodiek evaluatie en onderzoek plaats te vinden. Voor alle inwoners waarvoor opvang in dit kader nodig is dienen verzekerd te zijn van een goede ondersteuning in een zeer kwetsbare periode van hun leven. Tevens zullen alle benodigde aanvullende voorzieningen, zoals dagbesteding en vervoer, tijdig en adequaat geregeld moeten worden. Er dient gewerkt te worden aan een perspectief op maatschappelijk herstel. De grote uitdaging is vaak het bewerkstelligen van een (duurzame) uitstroom. Daar ligt een forse inspanningsverplichting voor de gemeente en relevante partijen. Indien opvang niet langer nodig is dan wel doorstroom heeft plaatsgevonden, dient de nazorg een duurzaam resultaat te bestendigen.

De vier gemeenten op de Zuid-Hollandse Eilanden, met de Gemeente Nissewaard als centrumgemeente, werken samen op de terreinen beschermd wonen en maatschappelijke opvang en maken daarover afspraken voor de periode 2026-2036. Er wordt een nieuw zorglandschap vormgegeven en een eenduidige ingang en toegang tot voorzieningen ingericht. Nieuwe zorgvormen worden toegevoegd gericht op preventie van instroom, betere doorstroom en op- en afschaling van zorg en duurzame uitstroom. Met de regiogemeenten en ketenpartners wordt gewerkt aan het versterken van de lokale teams en de inzet van ervaringsdeskundigen. In regionaal verband wordt ten aanzien van huiselijk geweld en kindermishandeling samengewerkt in het kader van Geweld Hoort Nergens Thuis en bestaan er samenwerkingsafspraken met Veilig Thuis samen met centrumgemeenten Rotterdam en Vlaardingen. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

23

Er vinden zowel regionaal overeengekomen als lokaal bepaalde activiteiten plaats. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het compleet en adequaat zijn van de benodigde voorzieningen in het kader van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, ongeacht welke partij daarvoor verantwoordelijk is. Dit vereist een goede afstemming tussen de regionale- en lokale- activiteiten en -partijen, waarbij duidelijk moet zijn wie de regie voert. Het streven dient te zijn de zorg, ondersteuning en begeleiding zoveel mogelijk preventief en dichtbij huis te organiseren. De voorgenomen lokale invulling van beschermd wonen en opvang door de Gemeente Nissewaard is vastgelegd in het Uitvoeringsplan Beschermd thuis in Nissewaard 2025-2027. Daarbij wordt uitgegaan van het versterken van preventie en voorzorg, het versterken van de regievoering en het realiseren van nieuwe opvanglocaties en woonvormen. De omvang van de voorzieningen dient flexibel afgestemd te kunnen worden op de behoefte. Bij het realiseren van (woon-)voorzieningen dient aandacht te zijn voor de schaalgrootte van de voorziening in relatie tot de doelgroep en de omgeving, alsmede de bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Er vindt onderzoek plaats naar preventieve en outreachende interventies om de doelen en resultaten van de activiteiten op een effectievere manier te kunnen bereiken.

Dit onderzoek en de analyse van de resultaten dient een hoge prioriteit te hebben teneinde de interventies en voorzieningen zo gericht en effectief mogelijk te kunnen inzetten. Gemeentelijke regisseurs dienen snelle interventies te kunnen plegen om een problematische situatie te doorbreken en een duurzame verbetering mogelijk te maken. Bij het bepalen van de prioriteiten aangaande de voorzieningen kunnen volgens de Adviesraad de volgende criteria gelden: - Het meest benodigd. - Het snelst te realiseren. - De grootste (positieve) impact (positief effect voor het grootst aantal personen). - De mogelijkheden van doorstroming vergroten. De grootste prioriteit ligt bij het voorkomen dat mensen op straat moeten leven. De continuïteit van de voorzieningen, waaronder de opvang-locaties, dient derhalve verzekerd te zijn. Uitgangspunt moet zijn om doelgroepen te huisvesten in de woonomgeving met inspraak voor omwonenden, waarbij adequate begeleiding nodig is om overlast voor omwonenden te voorkomen en zo nodig te beëindigen. De wijze waarop wordt met de zorgverlener afgestemd en inzichtelijk vastgelegd.

Kernpunten: Doelgroepen goed in beeld en per doelgroep voldoende plaatsen tijdig beschikbaar. Aanvullende voorzieningen, zoals dagbesteding en vervoer, tijdig en adequaat geregeld. Perspectief op maatschappelijk herstel bieden en bewerkstelligen (duurzame) uitstroom. Nazorg voor bestendigen duurzaam resultaat. Adequaat zorglandschap vormgegeven met een eenduidige ingang en toegang. Nieuwe zorgvormen toevoegen gericht op preventie, doorstroom en duurzame uitstroom. Versterken van lokale teams en het inzetten van ervaringsdeskundigen. Effectieve afstemming en regievoering regionale- en lokale- activiteiten en -partijen. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

24

Zorg, ondersteuning en begeleiding zoveel mogelijk preventief gericht en dichtbij huis. De lokale invulling dient flexibel afgestemd te kunnen worden op de behoefte. Interventies en voorzieningen zo gericht en effectief mogelijk inzetten. Voorkomen dat mensen op straat moeten leven. De continuïteit van de voorzieningen, waaronder de opvang-locaties, garanderen. Huisvesten doelgroepen met inspraak inwoners, begeleiding en afstemming zorgverlener.

4.3.2.

Hulpmiddelen en voorzieningen

Bij de verstrekking van voorzieningen en hulpmiddelen is duidelijke voorlichting en maatwerk op basis van het meest adequate en de wensen van de gebruiker noodzakelijk. Er dient te worden voorkomen dat beperkingen worden doorgevoerd ten aanzien van te verstrekken voorzieningen en hulpmiddelen, die er bijvoorbeeld toe leiden dat huishoudens vervuilen, met gezondheidsrisico’s tot gevolg, en de mobiliteit van inwoners met een beperking wordt beperkt. Het aanvragen van een voorziening of hulpmiddel dient via één en hetzelfde loket te gaan en eenvoudig te zijn voor de inwoners, waarna een correcte en tijdige afhandeling en beheer van de voorziening of hulpmiddel zoveel als mogelijk gegarandeerd moet zijn. De gehandicaptenparkeerplaatsen dienen logisch gesitueerd te worden, waarbij telkens rekening wordt gehouden met de toegankelijkheid en (genormeerde) loopafstand tot een openbare locatie. De positionering van de gehandicaptenparkeerplaatsen dient duidelijk te zijn voor diegenen die daarvan afhankelijk zijn.

Kernpunten: Goede voorlichting en maatwerk bij voorzieningen/hulpmiddelen volgens wens gebruiker. Geen beperkingen in voorzieningen die leiden tot vervuiling en gezondheidsrisico’s. Geen beperkingen in hulpmiddelen die leiden tot beperking van mobiliteit van inwoners. Aanvragen via één loket en correcte en tijdige afhandeling en beheer. Gehandicaptenparkeerplaatsen moeten goed bereikbaar en bekend zijn bij gebruikers. 4.3.3.

Gezondheid en gezonder leven

Gezondheid vormt de basis van het leven en beleven. Het gezond leven is een voorwaarde voor een goede gezondheid en een goede gezondheid zorgt voor een beter en prettiger leven en alle positieve gevolgen daarvan. Een gezonde leefstijl vormt een belangrijke basis daarvoor. Het gezond leven dient gestimuleerd te worden door het aanbieden van voorzieningen die structureel bewegen en bewust eten en drinken bevorderen en daardoor gezondheidsproblemen voorkomen dan wel verminderen. Daarmee kan ook het ontwikkelen van chronische ziektes worden voorkomen of vertraagd. Voor de jongeren is dit zeker essentieel voor hun hele verdere leven en voor de ouderen voor langer prettig ouder worden. Er dienen preventie-programma’s te worden opgezet voor de verschillende leeftijdscategorieën en te onderkennen doelgroepen. Thuis in Nissewaard teams, scholen, (sport-) verenigingen en stichtingen, al dan niet gericht op speciale doelgroepen, kunnen daarbij een rol spelen. Daarnaast speelt een goed aanbod van voorzieningen een belangrijke rol voor de gezondheid en het welbevinden van de inwoners. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

25

De thema’s van het Sport- en -beweegakkoord Nissewaard dienen nader uitgewerkt en concreet ingevuld te worden. Daardoor kunnen alle inwoners gestimuleerd worden en zijn alle inwoners in staat om te sporten en bewegen, ongeacht de situatie waarin ze verkeren en de beperkingen die ze ondervinden. Daarbij is het voor ouderen, mensen met een lichamelijke en verstandelijke beperking en chronisch zieken van belang dat bewegen en sporten in de eigen wijk kan plaatsvinden. De inwoners kunnen worden gewezen op de vergoedingen die vaak mogelijk zijn via zorgverzekeringen om ziekte te voorkomen (preventieve onderzoeken en programma’s en cursussen voor gezonder leven). Het concept Positieve Gezondheid kan als basis fungeren binnen het handelen van de gemeente en uitgedragen worden. Hierbij wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Daarbij wordt aangehaakt op de zes dimensies: het meedoen, het mentaal welbevinden, Het optimaal dagelijks functioneren, de kwaliteit van leven, de optimale lichaamsfuncties en de zingeving. Er kan een campagne in het kader van Positieve Gezondheid in gang gezet worden om individueel en als gemeenschap te werken aan een gezonde leefstijl en meer bewegen.

Het ervaren van gezondheid geeft ook positieve effecten op andere terreinen. De Adviesraad is positief over de inzet van de gemeente op het volgende: • Integraal Zorgakkoord (IZA): Biedt richtlijnen voor het beter organiseren van zorg en het stimuleren van preventieve maatregelen om de gezondheid van de inwoners te bevorderen. • Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ): De samenwerking met zorgaanbieders, zorgverzekeraars op de thema's acute zorg, mentale gezondheid, gezond leven en ouder wordende samenleving. • Landelijk Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Invulling vindt plaats via de ketenaanpakken van Kansrijke Start, Valpreventie bij ouderen en Welzijn op recept. De Adviesraad gaat er vanuit dat deze ontwikkelingen, en de inzet van de gemeente daarbij, gegarandeerd is.

Kernpunten: Aanbieden voorzieningen die structureel bewegen en bewust eten en drinken bevorderen. Preventie-programma’s voor de diverse leeftijds-categorieën en doelgroepen. Goed aanbod van voorzieningen en uitwerken thema’s Sport- en-beweegakkoord. Voor doelgroepen dient bewegen en sporten in de wijk te worden georganiseerd. Bezien concept Positieve Gezondheid als basis voor het handelen van de gemeente. Inzet op IZA, ROAZ en GALA ter verbetering van de gezondheid(szorg) voor inwoners. 4.3.4.

Geestelijke gezondheidszorg

Door goede geestelijke gezondheidszorg moeten schrijnende situaties worden voorkomen, zowel thuis als elders en op straat. Dit vereist nauwe afstemming tussen alle betrokken partners en sluitende afspraken wie wat doet bij welke gebeurtenis en situatie. De gemeente kan daar een initiërende, stimulerende en coördinerende rol in spelen. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

26

Vanaf 2026 is de gemeente verantwoordelijk voor een preventieprogramma op het gebied van zelfmoord. Er zal derhalve een preventieprogramma moeten worden opgesteld. De uitvoering van dit programma dient voortvarend plaats te vinden en niet gehinderd te worden door tekortschietende middelen.

Kernpunten: Afstemming partners en sluitende afspraken wie wat doet bij welke gebeurtenis / situatie. Initiërende, stimulerende en coördinerende rol gemeente. Voortvarend opstellen en uitvoeren van een preventieprogramma inzake zelfmoord. 4.3.5.

Personen met dementie

Bij dementie is vroegtijdige signalering en acceptatie belangrijk omdat betrokkenen zich kunnen instellen op de emotionele en praktische veranderingen die gaan komen. Voor een inwoner met (beginnende) dementie en de omgeving is het nodig begeleiding te organiseren voor het acceptatie- en verwerkingsproces en de inzet van de benodigde zorg en ondersteuning. De gemeente dient de benoeming tot dementievriendelijke gemeente bij voortduring waar te maken en te actualiseren. Belangrijke aspecten daarbij zijn geschikte woonvormen en woning-aanpassingen, voldoende dagbestedings-, samenkomst- en vervoers-mogelijkheden, alsmede goede ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. Daarnaast dient crisis-opvang geregeld te zijn en goed te functioneren. Deze voorzieningen en ondersteuning dient afgestemd te kunnen worden op de vele fasen van het dementie-proces. Daarbij moet aandacht zijn voor het ontwikkelen van nieuwe geschikte woon- en ondersteunings-vormen. Het is van groot belang dat er binnen afzienbare termijn ontmoetingscentra worden ingericht, die afgestemd zijn op inwoners met dementie, hun mantelzorgers en eenzame inwoners. Inwoners met dementie en hun mantelzorgers dienen naar vermogen onderdeel uit te kunnen blijven maken van de samenleving en, als zij dat wensen, langer thuis blijven wonen.

Daarbij dient rekening te worden gehouden dat mantelzorgers niet altijd in de woning wonen van een inwoner met dementie, waardoor het langer thuis laten wonen minder realistisch is. Er dient te worden gestreefd naar een betere ondersteuning en vermindering van de belasting van de mantelzorger, waarbij aangetekend kan worden dat deze ook nodig kan blijven na opname van de inwoner met dementie in een verpleeginstelling. Consulenten dienen de dementerende en hun mantelzorgers en vrijwilligers gedurende alle fases te begeleiden bij het zoeken naar de juiste woonvorm, zorg en ondersteuning. Voorlichting aan inwoners over (het onderkennen van) dementie en het benaderen van en de omgang met personen met dementie is belangrijk.

Kernpunten: Begeleiding organiseren voor acceptatie- / verwerkingsproces bij (beginnende) dementie. Bij voortduring waar maken benoeming tot dementievriendelijke gemeente. Geschikte woonvormen en woning-aanpassingen realiseren. Zorg dragen voor voldoende dagbestedings-, samenkomst- en vervoers-mogelijkheden. Goed geregelde en functionerende crisis-opvang. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

27

Voorzieningen en ondersteuning afstemmen op de vele fasen van het dementie-proces. Inrichten ontmoetingscentra inwoners met dementie, hun mantelzorgers en eenzamen. Begeleiding en ondersteuning dementerende, mantelzorgers en vrijwilligers.

4.3.6.

Personen met verward gedrag

De keten rondom hulpverlening aan personen met verward gedrag en hun naasten dient sluitend te zijn en aan te sluiten bij andere vormen van ondersteuning en hulpverlening. De preventie en vroegsignalering, en ook de zorg en begeleiding, zal doorgaans in eerste instantie plaatsvinden in de leefomgeving van de persoon Het inschakelen van professionele hulp moet echter snel mogelijk zijn. Verward gedrag dient snel en eenvoudig gemeld te kunnen worden en er dienen korte lijnen te zijn naar de juiste professionals voor beoordeling, toeleiding en het bieden van hulp en ondersteuning. Zeker bij crisis-situaties is 24/7 melding en inzet van professionals noodzakelijk, maar ook in alle gevallen is adequaat melden en handelen een noodzaak. Gebruik van een crisiskaart door personen met verward gedrag dient gestimuleerd te worden. Personen die verward gedrag vertonen moeten vaak vervoerd worden voor nadere beoordeling. Daarvoor is passend vervoer nodig om het vervoer voor betrokkene en de vervoerders zeker, veilig en zo min mogelijk beangstigend te laten plaatsvinden. Bij personen met verward gedrag spelen vaak meerdere problemen tegelijkertijd. Om een duurzame oplossing te vinden, is het van belang dat de verschillende betrokken domeinen (medisch, sociaal, financieel) en hulpverleners hun werk goed op elkaar afstemmen.

Daarvoor is het noodzakelijk dat casus-regisseurs worden aangesteld met afdoende bevoegdheden richting alle partijen. Voorlichting aan inwoners over (het onderkennen van) verwardheid en het benaderen van en de omgang met personen met verward gedrag is belangrijk.

Kernpunten: Sluitende keten rondom hulpverlening aan personen met verward gedrag en hun naasten. Inzet op preventie en vroeg-signalering en inschakelen professionele hulp snel mogelijk. Stimuleren gebruik crisiskaart. Snelle melding (24/7) en snelle inzet juiste professionals voor beoordeling en toeleiding. Passend en veilig vervoer beschikbaar. Inzet casus-regisseur voor afstemmen hulp op alle betrokken domeinen. 4.3.7.

Jeugd(zorg) / Gezin(szorg)

Jongeren moeten gezond en veilig op kunnen groeien waardoor ze hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen. Iedere jongere gaat naar school, werkt of heeft een andere zinvolle dagbesteding. Indien daarbij problemen ontstaan dan zullen deze in eerste instantie door de ouders en hun netwerk opgepakt moeten worden, waarbij informatie en advies mogelijk is vanuit het Centrum voor jeugd en gezin (CJG), dat laagdrempelig en toegankelijk moet zijn. Alle instanties en functionarissen die betrokken zijn bij jongeren dienen in te zetten op preventie en vroegsignalering. Directe adequate interventie bij problemen, dan wel ter voorkoming van (toenemende) problemen, moet voortdurend mogelijk zijn. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

28

Belangrijk daarbij is dat afhankelijk van de problemen de juiste zorg naar aard en omvang wordt gegeven. De specialistische zorg dient altijd tijdig en continue beschikbaar te zijn voor diegenen die niet buiten deze zorg kunnen. Wachtlijsten dienen onbestaanbaar te zijn, zeker indien er geen overbruggingszorg mogelijk is. Bij het ontstaan van problemen bij een jongere speelt de omgeving niet zelden een belangrijke rol en ervaart de omgeving in ieder geval de gevolgen. Derhalve dient invulling te worden gegeven aan het uitgangspunt één gezin – één plan – één regisseur. Er dient een nauwe samenwerking te zijn tussen jeugdzorg, jeugdhulpverlening, huisarts (praktijkondersteuners GGZ Jeugd) en de scholen, waarbij de hulp zoveel mogelijk in de directe omgeving wordt georganiseerd. De gemeente zal zorgdragen voor de aanstelling van een casus-regisseur en de continuïteit in de casus-regie. Een grote uitdaging bij de jeugdzorg vormt het beheersen van de kosten, waar de gemeente beperkte invloed op heeft, ,mede door de verwijzingen door andere partijen. De landelijke Hervormingsagenda Jeugd heeft tot doel de continuïteit van de hulp aan de meest kwetsbare kinderen te garanderen en de kosten te beperken. Regionaal wordt daar invulling aan gegeven via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) ofwel Jeugdregio Rijnmond en lokaal is daarvoor de Taskforce Jeugd.

De per 01-01-2026 in werking getreden Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg dwingt af dat bepaalde werkzaamheden rond de zorg voor passend aanbod in een formeel regionaal samenwerkingsverband worden belegd. Dit betreft vooral de beschikbaarheid van de specialistische jeugdhulp, het afstemmen van inkoopprocedures en het beperken van uitvoeringslasten. In de Kadernota van de Jeugdregio Rijnmond 2027 zijn de financiële en inhoudelijke uitgangspunten bepaald voor de regiobegroting in het licht van de in gang gezette en verwachte ontwikkelingen. Daarbij wordt steviger ingezet op instrumenten die bijdragen aan financiële beheersing. Dit geldt mede bij de voorgenomen afbouw van de residentiële en gesloten jeugdhulp en het investeren in alternatieve zorgvormen die doorgaans meer kosten. Het beperken van de kosten voor de regio en de gemeente door een betere samenwerking, het anders organiseren dan wel kosten te laten dragen door andere partijen is positief, maar mag er niet toe leiden dat de noodzakelijk zorg onvoldoende of niet tijdig geleverd. Het document “Regiovisie Jeugdhulp Rijnmond” bevat de gezamenlijke Regiovisie voor de jaren 2026 tot en met 2030. Het document betreft een visie en de inhoud heeft derhalve een hoog abstractie-niveau en is vooral richtinggevend voor een verdere invulling.

De visie is een eerste stap in de ontwikkeling en inrichting van de jeugdhulp de komende jaren. Uit de visie blijkt enerzijds de intentie om het beste resultaat te bereiken voor de betreffende jongeren en hun verwanten, met streven naar preventie en passend en nabij, en anderzijds de noodzaak om de kosten draagbaar en de inzet haalbaar te houden voor de gemeenten en de betrokken dienst- en zorgverleners. Waar het uiteindelijk om gaat is echter het effectief zijn van de jeugdhulp zodat dit het gewenste resultaat oplevert in de beleving van diegenen voor wie de jeugdhulp wordt ingezet. In iedere casus moet het kind en het gezin centraal staan. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

29

De organisatie en de aard, omvang en tijdigheid van de inzet van zorg en ondersteuning dient daarop te worden afgestemd. Dit overeenkomstig de ambitie passend en nabij. Het streven moet zijn om kinderen zoveel als mogelijk in een gezins-omgeving te laten opgroeien en dat het plaatsen in een instelling een uitzondering zou moeten zijn. Dit kan echter niet altijd strikt worden toegepast . Er zijn kinderen voor wie een pleeggezin of een uithuisplaatsing een verlichting van hun situatie betekenen. De visie geeft aan dat de problemen waar kinderen tegenaan lopen vaak niet alleen in het kind liggen, maar ook in de omgeving. Daardoor is het juist de omgeving die zich moet aanpassen (bijvoorbeeld door aanpassingen in de klas) in plaats van het kind te verplaatsen naar een andere school of ander gezin. De gegeven constatering en het laatste streven zijn op zich terecht, maar de vraag is in hoeverre het mogelijk en wenselijk is de omgeving af te stemmen op het betreffende kind. Het mag de ontwikkeling van de andere leerlingen en (het gevoel van) veiligheid van leerlingen en personeel niet verstoren. Een goede balans in de afwegingen is noodzakelijk.

In de Regiovisie wordt aangegeven dat de opgave vraagt om een gezamenlijke verantwoordelijkheid, alsmede dat gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijs en maatschappelijke partners ieder een cruciale rol hebben en domeinoverstijgend zullen samenwerken. Een forse uitdaging gezien het grote aantal betrokken organisaties, de diverse wijzen waarop deze georganiseerd zijn, de regionale en gemeentelijke invulling en de verschillende (financiële) belangen. Dit geeft een aanmerkelijk risico voor het bereiken van de gestelde doelen, de continuïteit van de zorg en ondersteuning. Er is derhalve veel aandacht, sturing en bewaking nodig om het vereiste samenwerken, gericht op het verlenen van de benodigde zorg en ondersteuning, te bewerkstelligen en de gezamenlijke verantwoordelijkheid waar te maken. De wil om samen te werken is essentieel en dient niet afhankelijk te zijn van wie welke kosten dient te betalen. Voor het bereiken van dit doel en het welslagen van de samenwerking zal de gemeente strak de regie moeten pakken en derhalve de ontwikkelingen vanaf het begin duidelijk moeten sturen en bewaken.

Kernpunten: Informatie en advies vanuit laagdrempelig Centrum voor jeugd en gezin (CJG). Alle instanties en functionarissen inzetten op: preventie, vroegsignalering, passend, nabij. Directe adequate interventie bij (verwachte) problemen moet voortdurend mogelijk zijn. Wachtlijsten dienen onbestaanbaar te zijn, zeker indien er geen overbruggingszorg is. Opgroeien zoveel mogelijk in gezins-omgeving en omgeving afstemmen op het kind. Nauwe samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid alle betrokken instanties. Aanstellen casus-regisseur voor afstemming en regie op maatwerk. Gemeente draagt zorg voor casus-regisseur en de continuïteit in de casus-regie. Continuïteit van de hulp aan de meest kwetsbare dient te zijn gegarandeerd.

4.4.

Werk en inkomen

Werk biedt de grootste kans op een afdoende inkomen, structuur in het leven, een sociaal netwerk en een volwaardige deelname aan de samenleving.

Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

30

Indien een inwoner (tijdelijk) niet zelfstandig in staat is om te werken dan wel werk te vinden, dan ligt daar nadrukkelijk een taak voor de gemeente om de inwoner te stimuleren en te ondersteunen bij het vinden van werk. De juiste re-integratie-instrumenten dienen daarbij toegepast te worden om duurzame uitstroom te realiseren uit de Participatiewet. Indien de inwoner tijdelijk of niet volledig een minimum-inkomen kan verwerven uit werk, zal de gemeente daarvoor zorg moeten dragen, als er geen voorliggende voorzieningen zijn. Het aanvragen van een uitkering dient eenvoudig te zijn voor de inwoners, waarna een correcte en tijdige afhandeling en beheer van de uitkering zoveel als mogelijk gegarandeerd moet zijn. Van de inwoners die aangewezen zijn op een uitkering, mag worden verwacht dat deze een tegenprestatie naar vermogen leveren. Deze tegenprestatie, ook wel aangeduid als maatschappelijke participatie, dient zoveel mogelijk van meerwaarde te zijn voor de inwoner zelf alsmede (opdoen van kennis en vaardigheden) en de samenleving, zoals activiteiten bij onder meer verenigingen en maatschappelijke organisaties. Daarnaast dient vrijwilligerswerk en mantelzorg mogelijk te zijn als tegenprestatie. De uitkeringsgerechtigde mag met de tegenprestatie geen regulier (betaald) werk uitvoeren en geen werk tegen een lagere vergoeding dan gebruikelijk voor de functie.

In dat geval dient de uitkeringsgerechtigde geplaatst te worden in de betreffende functie tegen een volwaardig salaris. Bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het zinvol een extra inspanning te plegen om minder plaatsbare uitkeringsgerechtigden toe te leiden naar (bestendig) betaald werk. Daarvoor kan worden overwogen gebruik te maken van de producten die door de Ministeries van SZW en VWS met Divosa en andere partners zijn ontwikkeld in het kader van “Simpel Switchen in de Participatieketen”. Daarbij zijn kennis en inzicht bij elkaar gebracht om partijen te inspireren overgangen zoals tussen uitkering en werk te versoepelen en mensen naar vermogen mee te laten doen. Vanaf 2026 treedt de Wet Participatiewet in balans gefaseerd in werking. Doel van de wet is het herstellen van de balans: meer balans tussen bestaanszekerheid, reintegratie en handhaving, hanteren van de menselijke maat, meer vertrouwen en ondersteuning op maat in plaats van focus op rechtmatigheid. In deze wet staan ruim twintig maatregelen om de Participatiewet te wijzigen voor het verbeteren van de balans tussen rechten en plichten en om regels en procedures te vereenvoudigen. Gemeenten krijgen meer ruimte voor het bieden van maatwerk.

Dit is een positieve ontwikkeling en de Adviesraad gaat er vanuit dat de gemeente voortvarend de mogelijkheden gaat benutten om de aanvraag-procedure te vereenvoudigen en de mogelijkheden tot maatwerk maximaal door te voeren. De per 01 januari 2026 in werking tredende Wet Van school naar duurzaam werk heeft tot doel voortijdig schoolverlaten te voorkomen en jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven, zodat zij uiteindelijk economisch zelfstandig kunnen zijn. Eén van de voorgestelde maatregelen is dat scholen al gedurende de opleiding van een jongere de gemeente kunnen betrekken voor het bieden van aanvullende ondersteuning. Deze wet biedt de gemeente mogelijkheden om scholen actief te benaderen teneinde tijdig ondersteuning in te zetten voor leerlingen die dit behoeven.

Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

31

Het Werkcentrum Rijnmond vormt een goede faciliteit voor advies en hulp bij alle vragen over werk: werk vinden, werk behouden, loopbaanontwikkeling en omscholing of bijscholing. Het werkcentrum is er voor werknemers, werkzoekenden en werkgevers. Gemeente Nissewaard is onderdeel van deze regionale samenwerking en heeft een dependance in het Stadhuis. Voorne-Putten Werkt is een werk- en ontwikkelbedrijf voor het begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar passend werk en helpt mensen bij het doorgroeien en ontwikkelen van talenten en vaardigheden.

Kernpunten: Taak gemeente stimuleren en ondersteunen inwoner bij het vinden van werk. Inzet re-integratie-instrumenten voor duurzame uitstroom uit de Participatiewet. Gemeente draagt zorg voor minimum-inkomen indien geen voorliggende voorziening. Eenvoudige aanvraag-procedure en correcte en tijdige afhandeling en beheer uitkering. Tegenprestatie meerwaarde voor samenleving (ook vrijwilligerswerk en mantelzorg). Krapte arbeidsmarkt reden extra inspanning toeleiding naar (bestendig) betaald werk. Benutten mogelijkheden Participatiewet in balans voor aanvraag-procedure en maatwerk. Benaderen scholen voor ondersteunen leerlingen (Wet Van school naar duurzaam werk). Werkcentrum Rijnmond is adviespunt voor werknemers, werkzoekenden en werkgevers. Voorne-Putten Werkt: werk-/ontwikkel-bedrijf voor mensen met afstand tot arbeidsmarkt.

4.5.

Armoedebestrijding / Minimabeleid

Er dient zoveel mogelijk worden voorkomen dat inwoners in armoede terecht komen, zeker als kinderen daarvan de gevolgen ervaren. Armoede zorgt voor allerlei sociaal-emotionele problemen, als uitsluiting en eenzaamheid. Inwoners in die positie moet een perspectief worden geboden en deelname aan de samenleving dient te worden bevorderd. Iedereen moet kunnen mee doen en zich kunnen ontwikkelen. Dit geldt zeker voor kinderen, mede om te voorkomen dat deze in een uitzichtloze positie komen te verkeren die hun verdere leven gaat bepalen. Daartoe dienen voor de inwoners met een gering inkomen goede inkomens-ondersteunende voorzieningen beschikbaar te zijn die zoveel mogelijk aansluiten op de persoonlijke situatie. Dit geldt voor zowel inwoners met een uitkering als werkzaam in loondienst en ZZP-ers. De voorzieningen vanuit de door de gemeente geregelde zorgverzekering, alsmede de bijdrage van de gemeente voor de premie, zijn versoberd. De inwoners met een bescheiden inkomen kunnen daardoor af gaan zien van een aanvullende verzekering en / of zorg gaan mijden. Dit levert dit niet alleen risico’s op voor de gezondheid en kwaliteit van leven, maar de daaruit voortvloeiende gezondheidsklachten leiden uiteindelijk ook tot hogere uitgaven. Het loont derhalve om de versobering terug te draaien. Verwaarloosde mondzorg kan leiden tot ernstige medische problemen.

De gemeente wordt aangemoedigd, gelijk andere gemeenten, naar mogelijkheden te zoeken om afdoende mondzorg beschikbaar te stellen aan inwoners met een laag inkomen. Zie daarvoor de Leidraad voor gemeenten: “Vermindering mijding van mondzorg om financiële redenen” (Ministerie van VWS). Het aangeboden zorgpakket dient voldoende mogelijkheden te bieden op behandelingen waar chronisch zieken en mensen met een beperking baat bij hebben. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

32

Het kunnen aanschaffen van de Rotterdampas (tegen gereduceerd tarief) heeft positieve effecten, met name voor de diverse doelgroepen voor wie dit een stimulans is om (meer) mee te doen in de samenleving. Er zijn echter een substantieel aantal inwoners, met name de ouderen, die niet of nauwelijks van de Rotterdampas gebruik maken, maar waarvoor de inkomensvoorzieningen van de gemeente cruciaal zijn. De inzet van de Rotterdampas mag niet leiden tot vermindering van inkomens-voorzieningen ter compensatie van de kosten van de Rotterdampas. Volgens de regels van de Participatiewet dienen giften als inkomsten te worden beschouwd die worden verrekend met de uitkering. Vanuit de menselijke maat gezien zouden giften in geld dan wel in natura tot een bepaalde waarde per jaar vrijgesteld moeten worden. Bij giften met grotere waarden dient dan maatwerk te worden toegepast, waarbij niet het gehele bedrag zal worden verrekend. Er dient te worden ingezet op het voorkomen dat inwoners in armoede geraken en (herhaald) met problematische schulden te maken krijgen. Dit vereist een systeem waarbij vroeg-signalering mogelijk wordt in samenwerking met de instanties en partners die daarbij een rol kunnen hebben, binnen de privacy-regels.

Daar waar inwoners in een armoede- en problematische schulden-positie terecht zijn gekomen, dient de ondersteuning en begeleiding adequaat te zijn en de regelingen en voorzieningen afdoende om de situatie draaglijk te maken. De menselijke maat dient daarbij voorop te staan. Inwoners kunnen terecht bij het Preventieteam armoede voor een financieel adviesgesprek en het team verzorgt voorlichtingen voor verschillende doelgroepen. Het team werkt integraal aan preventie, vroegsignalering en netwerkvorming, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als met externe partners. Dit draagt bij aan het vroegtijdig voorkomen van schulden en armoede. Op de gemeentelijke website Hulp-bij-geldzorgen is veel informatie te vinden over vele financiële aangelegenheden voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Indien de gemeente zich genoodzaakt ziet een vordering op een inwoner te incasseren via een extern incassobureau, dan zou een z.g. “sociaal incassobureau” moeten worden ingeschakeld. Daarbij kunnen nadere regels worden gegeven, teneinde onmenselijke situaties te voorkomen. In het verleden bestond de z.g. “witgoedregeling”, zijnde een vergoeding bij een laag inkomen voor huishoudelijke apparaten zoals een koelkast, wasmachine, of fornuis.

De gemeente zou in overweging moeten nemen deze regeling weer te introduceren voor de aanschaf van noodzakelijke huishoudelijke apparaten, omdat sparen daarvoor met een laag inkomen vrijwel onmogelijk is. De bijzondere bijstand, zoals die in het kader van de inrichting van een woning, wordt doorgaans als lening verstrekt. Dit betekent dat inwoners die in een schuldsanerings-traject zitten, geen bijzondere bijstand kunnen krijgen omdat er geen nieuwe schulden gemaakt mogen worden. Daarnaast zijn er inwoners die dringend huisraad nodig hebben nadat een schuldsaneringstraject is afgerond en die daarvoor niet hebben kunnen reserveren, omdat het inkomen gedurende een aantal jaren bestond uit leefgeld. Deze inwoners worden door de gemeente dan gedwongen om weer een schuld-positie aan te gaan, aangezien de benodigde bijzondere bijstand als lening vertrekt wordt. De gemeente zou meer oog voor deze situaties moeten hebben en daarin meer compassie kunnen tonen en kunnen overwegen het beleid dienaangaande aan te passen.

Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

33

De gemeente is gehouden aan de landelijk geldende wet- en regelgeving. De gemeente zou de daarbij gegeven beleidsvrijheden optimaal moeten benutten om de inwoners die dit nodig hebben zoveel mogelijk (geldelijk) te ondersteunen en de vereiste zorg te verlenen. Daarbij is extra aandacht nodig voor de (financiële) positie van alleenwonenden die een zeer grote groep inwoners vormen. Er dient afgestemde voorlichting te worden gegeven over hoe problematische situaties kunnen worden voorkomen, welke ondersteuning en begeleiding mogelijk is en welke regelingen en voorzieningen bestaan om een problematische situatie te verlichten. Deze voorlichting is ook belangrijk voor de medewerkers bij contacten met de inwoners om de situaties te onderkennen en daarnaar adequaat te kunnen handelen. In diverse gemeentelijke documenten wordt het belang benadrukt van toegankelijke ondersteuning, stress-sensitieve dienstverlening en een integrale, wijkgerichte aanpak waarin de leefwereld van de inwoner centraal staat. De afgelopen jaren zijn de mogelijkheden voor inwoners tot persoonlijke contact verminderd, zoals afbouwen van fysieke loketten. Deze keuzes lijken haaks te staan op de beleidsmatige focus op nabijheid en preventie. De Adviesraad is van mening dat de mogelijkheden tot persoonlijk contact (in de wijken en kernen) weer moeten worden uitgebreid.

De gemeente zal de organisaties ondersteunen die zich inzetten om armoede en schulden tegen te gaan en de bekendheid en toegang tot de regelingen en voorzieningen bevorderen. De partijen die zich bezig houden met het bestrijden van armoede dienen de activiteiten op elkaar af te stemmen. Tevens zouden aanvragen van een inwoner in relatie tot armoedebestrijding gecoördineerd en ondersteund dienen te worden. De samenwerking met Stichting Urgente Noden Nissewaard (SUNN) vormt een belangrijk aanvullend vangnet voor situaties waarin gemeentelijk beleid tekortschiet. De structurele afstemming tussen SUNN en de gemeente draagt bij aan signalering van beleidsmatige knelpunten en het verbeteren van aansluiting op acute of niet-standaard hulpvragen. Voor het Functioneren is het belangrijk deze stichting financieel blijvend te ondersteunen. De Voedselbank heeft een belangrijke functie bij het bestrijden van armoede door tijdelijk gratis voedselpakketten te verstrekken aan mensen die het financieel zwaar hebben. Een belangrijke verantwoordelijkheid van de gemeente is het zorgdragen dat de Voedselbank op een geschikte en goed bereikbare locatie kan blijven functioneren.

Kernpunten: Voorkomen dat inwoners in armoede terecht komen, zeker als kinderen betrokken zijn. Iedereen moet kunnen mee doen en zich kunnen ontwikkelen. Goede inkomens-ondersteunende voorzieningen die aansluiten op persoonlijke situatie. Specifieke aandacht financiële positie van ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Zorgpakket afgestemd op behandelingen chronisch zieken en mensen met een beperking. Rotterdampas niet ten koste van voorzieningen voor inwoners met een minimum-inkomen. Vrijstellen giften tot een bepaald bedrag per jaar en bij het meerdere maatwerk toepassen. Systeem vroeg-signalering in samenwerking met de instanties en partners. Voorkomen problematische schuld-posities door verstrekken bijzondere bijstand als lening. Extra aandacht is nodig voor de (financiële) positie van de grote groep alleenwonenden. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

34

Het Preventieteam armoede is er voor een financieel adviesgesprek en verwijzing. Website Hulp-bij-geldzorgen biedt informatie voor inwoners, ondernemers, organisaties. Bij noodzaak invordering door inschakeling incassobureau, dan een “sociaal incassobureau”. Overwegen her-introduceren van de z.g. “witgoedregeling” voor minima. Optimaal benutten beleidsvrijheden om inwoners zoveel mogelijk te ondersteunen. Buiten toepassing laten van de Kostendelersnorm bij inwonende kinderen tot 27 jaar. Menselijke maat bij (handhaving) regelingen, voorzieningen, ondersteuning en begeleiding. Mogelijkheden tot persoonlijk contact moeten weer worden uitgebreid. Gemeente ondersteunt organisaties die toegang tot regelingen/voorzieningen bevorderen. Partijen stemmen activiteiten aangaande armoedebestrijding op elkaar af. Partijen coördineren en ondersteunen aanvragen van inwoners. SUNN dient door de gemeente in staat te worden gesteld blijvend te functioneren. De gemeente zal zorgdragen voor een geschikte en bereikbare locatie voor de Voedselbank.

4.6.

Wonen (en zorg)

De groep ouderen binnen de gemeente wordt voortdurend groter, waarbij de gemiddelde leeftijd eveneens stijgt. De woonwensen van mensen die ouder worden veranderen, waarop het woning-aanbod dient te worden afgestemd. De ouderen wonen langer thuis, voornamelijk omdat zij dit willen, maar soms ook min of meer gedwongen. Dit laatste omdat doorstroming naar een meer geschikte woning nauwelijks nog mogelijk is vanwege het beperkte aanbod daarvan. Daarnaast is de weg naar een verzorgingshuis praktisch afgesloten. Indien passende appartementen voor ouderen beschikbaar zijn is een samenhangende aanpak nodig voor het stimuleren van doorstroom daarnaar van senioren (55+) die nu een eengezinswoning bewonen. Met het ouder worden neemt de behoefte aan zorg, ondersteuning en begeleiding vaak toe. Er ontstaat derhalve meer vraag naar woonvormen in combinatie met zorg-mogelijkheden, die ook betaalbaar zijn. Om daarin te voorzien dienen gevarieerde passende woonconcepten te worden ontwikkeld. Dit kunnen woonzorg-complexen in diverse vormen en schalen zijn maar ook verzorgingshuis achtige constructies. Daarbij dient een veilige omgeving te worden gecreëerd die voldoende mogelijkheden biedt op sociale contacten en activerend werkt. Dit bevordert het welzijn en gaat eenzaamheid tegen.

Gedacht kan worden aan van cirkels van ouderen voor activiteiten, sociaal contact en waar ouderen elkaar hulp en steun bieden, zoals een z.g. Knarrenhof. De gemeente zou hier een initiërende, en op zijn minst een faciliterende en ondersteunende, rol moeten nemen. Voor inwoners met een lichamelijke en/of mentale beperking dienen passende overeenkomstige woonconcepten en omgevingen te worden gerealiseerd. Leidend daarbij is de Woonzorgvisie Nissewaard 2023-2040 aangaande woonvormen in combinatie met zorg, voor ouderen en mensen met een lichamelijke en/of mentale beperking. De Woonzorgvisie kent een hoog ambitie-niveau. Gezien de huidige woningmarkt en de (dreigende) personeels-tekorten zal veel inzet nodig zijn om dit niveau te bewerkstelligen. Eind 2025 is het Uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie Nissewaard opgesteld waarin per benoemd project de gewenste situatie en oplossingsrichting is geformuleerd. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

35

Bij ieder project dient er een afweging te worden gemaakt welke woonzorg-vorm het meest geschikt is voor welke doelgroep. Dit mede afhankelijk van de locatie en de prioriteiten. De gemeente streeft met de woonzorgvisie naar maximale zelfregie van de betrokken inwoners. Om regie te kunnen voeren over het eigen leven dienen er voldoende keuze-mogelijkheden in woon(zorg)-vorm en voorzieningen te zijn. Voor ieder te realiseren woon(zorg)-voorziening dient te worden vastgesteld wie van de doelgroep daarvoor in aanmerking komt en dienen criteria te worden bepaald voor het feitelijk toewijzen van een plaats. Daarvoor is permanent inzicht in het aantal inwoners per doelgroep in relatie tot de geschikte woonzorg-vorm nodig en een inschatting te worden gemaakt van de behoefte per woonzorgvorm en voorziening per periode. Daarnaast zijn er andere doelgroepen, zoals jongeren en inburgeraars, voor wie passende woonconcepten en omgevingen dringend nodig zijn en die gebaat zijn bij doorstroming van ouderen naar de voor hun passende woningen, al dan niet met zorg. In het kader van Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang is de doorstroming van personen vanuit (dreigende) opvang naar een woning, al dan niet met (intensieve) begeleiding, een belangrijke succesfactor.

Geconstateerd kan worden dat het gebrek aan geschikte woningen binnen de gemeente en de omgeving de beoogde doorstroming ernstig bemoeilijkt. Deze situatie binnen de gemeente lijkt te verslechteren vanwege een negatief saldo van het aantal volgens planning te bouwen woningen en de door renovatie en sloop binnen de gemeente te onttrekken woningen in de sociale sector. Dit terwijl de behoefte aan woningen in de sociale sector alleen maar toe neemt, mede vanwege de diverse aangewezen doelgroepen en urgentie-regelingen. Het aantal beschikbare woningen in de sociale sector dient op zo’n kort mogelijke termijn op niveau gebracht te worden zodat invulling kan worden gegeven aan de behoefte daaraan.

Kernpunten: Woning-aanbod dient te worden afgestemd op woon(-zorg) wensen van de inwoners. Voorzien in passende woonconcepten (met zorg) voor ouderen. Doorstroming bevorderen van ouderen ten gunste van andere doelgroepen. Veilige omgeving creëren met voldoende mogelijkheden op sociale contacten en activatie. Initiërende, faciliterende en ondersteunende rol gemeente bij cirkels van ouderen. Passende woonconcepten en omgevingen voor lichamelijk en mentaal beperkte inwoners. Invulling geven aan het hoge ambitie-niveau volgens de Woonzorgvisie. Maximale zelfregie van inwoners mogelijk maken door voldoende keuze-mogelijkheden. Doorstroming realiseren vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Beschikbare woningen sociale sector op niveau brengen voor invulling behoefte daaraan.

4.7.

Verkeer en vervoer

Verkeer en vervoer gaat over mobiliteit, bereikbaarheid, beschikbaarheid en veiligheid. Er dient een fijnmazig, kwalitatief hoogwaardig en efficiënt vervoers-netwerk te zijn dat alle doelgroepen integraal bedient, zowel binnen Spijkenisse als binnen en tussen de kernen. Dit is ook een voorwaarde om te kunnen komen tot een inclusieve samenleving en voor de onafhankelijkheid en zelfstandigheid van vooral ouderen en mindervaliden.

Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

36

Een goede afstemming en samenwerking tussen regulier openbaar vervoer en doelgroepenvervoer is noodzakelijk om inwoners op een snelle en veilige wijze naar de plaats van bestemming te brengen zonder extreme en onvoorspelbare wachttijden. De infrastructuur binnen de gemeente dient op orde te zijn, waaronder wegen en paden, oversteekplaatsen en (een goede werking van) verkeerslichten. Er dienen zo min mogelijk belemmeringen te zijn waar mindervaliden tegen aan lopen: stoepranden, losse en scheve tegels, verkeerd afgestelde verkeerslichten, (tijdelijke) doorgang versperrende objecten als (fout) geparkeerde auto en overwoekerend groen. De verkeersveiligheid moet worden gewaarborgd; voor iedereen maar vooral voor de meer kwetsbaren is de samenleving en met name kinderen, ouderen en gehandicapten. De (mogelijk) onveilige verkeerssituaties binnen de gehele gemeente, ongeacht wie daar verantwoordelijk voor is, dienen daartoe te worden geïnventariseerd en adequaat aangepakt. De Gehandicaptenparkeerkaart is een goed middel om inwoners die fysiek minder mobiel zijn de mogelijkheid te geven dicht(er)bij hun bestemming te parkeren. De gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zodanig gesitueerd te zijn dat de afstand tot openbare voorzieningen zo kort mogelijk is en deze veilig bereikbaar zijn.

Het aantal parkeerplaatsen specifiek voor gehandicapten dient afgestemd te zijn en blijven op het aantal uitgegeven Gehandicaptenparkeerkaarten. Het gratis aanbieden van openbaar vervoer aan ouderen en inwoners met een minimuminkomen geeft een goede stimulans om meer te participeren in de samenleving en vereenzaming tegen te gaan.

Kernpunten: Fijnmazig, kwalitatief en efficiënt vervoers-netwerk die doelgroepen integraal bedient. Voorwaarde voor een inclusieve samenleving. Voorwaarde voor onafhankelijkheid en zelfstandigheid van ouderen en mindervaliden. Actief vermijden van belemmeringen voor begaanbaarheid mindervaliden. Verkeersveiligheid waarborgen met name voor kinderen, ouderen en gehandicapten. Gehandicaptenparkeerplaatsen afstemmen op aantal Gehandicaptenparkeerkaarten. Gratis openbaar vervoer voor ouderen en inwoners met een minimum-inkomen.

4.8.

Onderwijs (en zorg)

Ieder kind heeft recht om kansrijk, veilig, gezond en ongestoord te kunnen opgroeien, ontwikkelen en onderwijs te volgen. Dit zeker ook om later goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Indien het kind daarbij problemen ervaart, individueel dan wel binnen het gezin, dient dit vroegtijdig te worden gesignaleerd en moet daar adequaat op worden gereageerd, waar mogelijk nog voordat de problemen zich manifesteren. De scholen dienen toegankelijk te zijn voor leerlingen met een lichamelijke- en / of verstandelijke beperking ten behoeve van passend onderwijs. Een integrale benadering ten aanzien van jeugd- en gezins-hulp en (passend) onderwijs is dan nodig om efficiënt en effectief de problemen aan te pakken. De gemeente dient te regelen dat de inzet van alle partijen daarbij op een resultaatgerichte wijze wordt geregisseerd. Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

37

Taal- en leerachterstanden en laaggeletterdheid belemmeren de zelfredzaamheid en de participatie in de maatschappij. De gemeente dient zich actief op te stellen om dit te voorkomen dan wel tegen te gaan. De gemeente is aangesloten bij de Gelijke Kansen Alliantie voor het verbeteren van kansengelijkheid in het onderwijs met aandacht voor thuis, school en de leefomgeving. Een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt vergroot de kans op het verkrijgen van passend werk. Daarom dient ingezet te worden op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en dienen jongvolwassenen langer ondersteund te worden richting duurzaam werk. Voor leerlingen die zijn aangewezen op vervoer buiten hun directe omgeving dient een passende vervoersvoorziening te worden ingezet, afhankelijk van medische- en sociale omstandigheden, waarbij emotionele aspecten worden betrokken bij de beoordeling voor toekenning.

Kernpunten: Vroegtijdig signaleren en preventief handelen mogelijk maken bij problemen kind/gezin. Integrale benadering jeugd- en gezins-hulp en (passend) onderwijs nodig. Gemeente regelt inzet van alle partijen en regisseert resultaatgericht. Actieve inzet gemeente ter voorkoming leerachterstanden en laaggeletterdheid. Inzet ter voorkoming voortijdig schoolverlaten en ondersteuning naar duurzaam werk. Passend vervoer voor leerlingen die daarop aangewezen zijn.

4.9.

Welzijn

Welzijn staat voor zich goed voelen en voor welbevinden voor kwaliteit van leven. Welzijn gaat uit van de eigen kracht van mensen: behoeften kunnen bevredigen, sociale contacten, een zinvolle dagbesteding, actieve deelname aan de samenleving en, kunnen rekenen op hulp en steun als het moeilijk gaat. Welzijn betekent dat elk individu zich kan ontplooien en zich omringd weet als burger, oudere, nieuwkomer of persoon met een handicap. Bestaanszekerheid en bestaansperspectief vormen daarbij eveneens belangrijke elementen. Hoe groter het welzijn, hoe minder behoefte aan zorg, ondersteuning en begeleiding. Daar waar welzijn niet uit eigen kracht dan wel met hulp vanuit de directe omgeving kan worden bewerkstelligd, is men afhankelijk van externe impulsen en stimulansen. Het invulling geven daaraan en het versterken van de sociale binding tussen inwoners.is het belangrijkste doel van welzijnswerk. De organisaties die zich daarop richten dienen daarom ondersteund en gefaciliteerd te worden. Het betreft onder andere wijkverenigingen, bewonersorganisaties, organisaties die zich richten op integratie en activiteiten aanbieden aan (doel)groepen. De Thuis in de Wijk teams kunnen daarbij een rol spelen. Een mogelijkheid om invulling te geven aan het versterken van de sociale binding en het bestrijden van eenzaamheid is een Buurtcirkel.

Een Buurtcirkel richt zich op mensen in een kwetsbare positie met een ondersteuningsvraag en bestaat in basis uit een gemengde groep mensen die hun eigen talenten mee brengen en leren van elkaar.

Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

38

Buurtcirkelactiviteiten wordt ingezet op talenten en vaardigheden, het opbouwen van een netwerk, hulp vragen, hulp bieden en meedoen in de wijk. De gemeente kan de oprichting van Buurtcirkels initiëren, faciliteren en ondersteunen onder andere door het zorgdragen van een Buurtcirkelcoach. Het welzijnswerk dient laagdrempelig, doelgericht en dichtbij de inwoners georganiseerd, te worden, waardoor eenzaamheid, of een andere status van niet-welbevinden, kan worden voorkomen dan wel vroegtijdig gesignaleerd. Daardoor kan ook zorgmijding eerder worden onderkend. De betrokken partijen dienen het welzijnswerk in samenwerking en samenhang te verrichten om een groter effect te bereiken. Het welzijnswerk zal steeds belangrijker worden vanwege de groei van het aantal ouderen en hetgeen beoogd wordt met het Programma Toekomstbestendig Domein, zijnde het realiseren van een verschuiving van geïndiceerd aanbod naar welzijnsvoorzieningen. Daarbij dient beseft te worden dat de inzet van vrijwilligers niet onbeperkt is en dat ook de vrijwilligers ouder worden en daardoor minder belast kunnen worden.

Kernpunten: Hulp en ondersteuning als welzijn niet zelf met omgeving kan worden bewerkstelligd. Welzijnswerk voor het versterken van de sociale binding tussen inwoners. Initiëren oprichting Buurtcirkels en zorgdragen voor Buurtcirkelcoach. Ondersteunen en faciliteren organisaties die zicht richten op welzijnswerk . Welzijnswerk dient laagdrempelig, doelgericht en dichtbij te worden georganiseerd. Welzijnswerk in samenwerking en samenhang verrichten voor een groter effect. Inzet van vrijwilligers niet onbeperkt en oudere vrijwilligers vaak minder belastbaar. 4.9.1.

Senioren(beleid) / Ouderen(zorg)

De meeste ouderen functioneren prima in de samenleving en weten hun weg zelfstandig of met hulp van familie en netwerken te vinden. Vrijwilligerswerk en mantelzorg vindt ook steeds meer plaats door ouderen, die zich daardoor ook meer gewaardeerd voelen. Voor ouderen die zich niet (meer) in deze positie bevinden dient aandacht en steun te zijn en voldoende voorzieningen aanwezig te zijn om deel te blijven nemen aan de maatschappij. Zeker ouderen met lichamelijke of geestelijke klachten kennen vaak een verminderde mobiliteit, hetgeen het risico op eenzaamheid en problemen vergroot. Ook de groeiende complexiteit van en tempo in de samenleving kan voor ouderen moeilijkheden (gaan) opleveren. Om de ouderen betrokken te houden bij de samenleving dienen wijkcentra en andere ontmoetings-plaatsen in stand te worden gehouden. Er moet een voldoende en een divers aanbod zijn van dagactiviteiten voor ouderen. De ouderen mogen niet worden beperkt in hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Daarvoor is het belangrijk dat er geschikte vervoers-voorzieningen zijn, zowel algemeen toegankelijk openbaar vervoer, als vraagafhankelijk vervoer. De gemeente dient (vrijwilligers)organisaties die zich inzetten voor een beter bestaan van ouderen (financieel) te ondersteunen, alsmede actief bij te dragen in het vergroten van de bekendheid en toegankelijkheid daarvan.

Het sociaal domein gedurende de Raadsperiode 2026-2030

39

Kernpunten: Steun en voorzieningen voor ouderen die minder functioneren in de samenleving. Wijk- en dagactiviteiten-centra en andere ontmoetings-plaatsen voor ouderen. Geschikte vervoers-voorzieningen beschikbaar (openbaar- en vraagafhankelijk vervoer). Ondersteunen en faciliteren organisaties die zich richten op welzijnswerk ouderen. 4.9.2.

Inwoners met een (licht) (verstandelijke) beperking en chronisch zieken

Naast het doel om inwoners met een (verstandelijke en/of fysieke) beperking en chronisch zieken volwaardig deel te laten nemen aan de samenleving, dient het (gevoel van) welzijn van deze inwoners te worden bevorderd. Om de inwoners met een beperking en chronisch zieken betrokken te laten zijn bij de samenleving dienen wijkcentra en andere ontmoetings-plaatsen aanwezig te zijn. Daarnaast moet er een voldoende en een divers aanbod zijn van dagactiviteiten. De inwoners met een beperking en chronisch zieken dienen zo min mogelijk beperkt te worden in hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Daarvoor is het belangrijk dat er geschikte vervoers-voorzieningen zijn, zowel algemeen toegankelijk openbaar vervoer, als vraagafhankelijk vervoer. De voorzieningen dienen op zo’n manier ingericht te zijn dat mensen met een beperking en chronisch zieken zich thuis voelen in de gemeente en zich er zoveel als mogelijk zelfstandig kunnen redden. De gemeente dient (vrijwilligers)organisaties die zich inzetten voor een beter bestaan van inwoners met een beperking en chronisch zieken (financieel) te ondersteunen, alsmede actief bij te dragen in het vergroten van de bekendheid en toegankelijkheid daarvan.

Kernpunten: Steun en voorzieningen voor inwoners met beperking om deel te nemen aan samenleving. Wijk- en dagactiviteiten-centra en andere ontmoetings-plaatsen voor deze inwoners. Geschikte vervoers-voorzieningen beschikbaar (openbaar- en vraagafhankelijk vervoer). Ondersteunen en faciliteren organisaties gericht op welzijn inwoners met beperking. 4.9.3.

Eenzaamheid

Het bestaan van eenzaamheid onder een belangrijk deel van de inwoners vormt al langer een probleem. Het groeiend aantal ouderen en het (gedwongen) langer thuis door ouderen zorgt voor steeds meer eenzamen. Ook onder jongere inwoners neemt (het gevoel van) eenzaamheid toe. Langdurige eenzaamheid is zeer schadelijk voor de gezondheid, vergelijkbaar met zwaar roken en obesitas. Opheffen van eenzaamheid vereist maatwerk en is vaak lastig, mede omdat mensen doorgaans niet kunnen aangeven wat nodig is om zich niet-eenzaam te voelen. Er dient onder regie van de gemeente een actieplan te worden opgezet waarmee eenzaamheid en (verborgen) problemen actief en preventief wordt gesignaleerd en bestreden. Alle mogelijke partners dienen daarbij een rol te spelen, zoals Thuis in Nissewaard teams, huisartsen, thuiszorg-instellingen e.d. Door huisbezoeken en voorlichting en training over het onderkennen van signalen van eenzaamheid, kan meer (preventief) actie worden ondernomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17155885/1