CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Legalance; Gebreken integriteit en rechtsstatelijkheid inzake Theater De Stoep-ophoging molen Nooitgedacht - art. 1 EP EVRM, nadeelcompensatie (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 44)37.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

cm

2 Onderzoek geloofsbrieven van mevrouw V. de heer G.

fa

3 Beëdiging mevrouw V.en heer G. en

(:!ID

4 Spreekrecht inwoners

f:JD

S Vaststelling van het verslag van de openbare vergadering van 8 september 2010

(';m

� raadsnatul.,.n B o:::e;ptember 2010

111 05 Vastste11ing'/ffllag 8,Q9.]Q

Notulen

0.

Û

E@i+Hi:&

@

Û

=

NOTULEN van de openbare vergadering van de raad der gemeente Spijkenisse op woensdag 8 september 2010, des avonds om half acht in het stadhuis van Spijkenisse. Aanwezig: De heren A., A., B., de heren B. (vanaf 20.30 uur), C., D., D., D. en G., de dames H. en H., de heren H.en H., de dames K.en L., de heren M.en M., mevrouw N., de heer O., mevrouw P., de heren P., R. en S., mevrouw S., de heren S., T. en V., mevrouw V.en de heer V. Voorzitter: De heer H., plaatsvervangend voorzitter. Raadsgriffier: De heer L.. Afwezig (met kennisgeving): mevrouw S., burgemeester en de raadsleden mevrouw B. en de heren G., H., Th., T. en T.. Aanwezig zijn de wethouders: De heren D. en H., mevrouw. M. en de heren M. en S.

xxx

xxx

xxx

AGENDA

1

Opening, mededelingen en vaststelling agenda.

2

Spreekrecht inwoners. (blz. 3)

3

Vaststelling van het verslag van de openbare vergadering van: (blz. 4) A. 23 juni 2010 B. 29 juni 2010

1

C. 30 juni 2010 4

Lijst van ingekomen stukken en mededelingen. (blz. 4)

5

Rondvraag. (blz. 5)

6

Diverse benoemingen: (blz. 9) A. Lid en plaatsvervangend lid Algemeen Bestuur Stadsregio Rotterdam B. 2e Lid Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap VPR C. Voorzitter Rekenkamer

7

Hamerstukken: (blz. 10) A. Verordening vergoeding voor werkzaamheden en tegemoetkoming in de kosten voor leden van de Rekenkamer B. Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs 2010. C. Groepsaanpak Beke (34e begrotingswijziging 2010). D. Vaststelling bestemmingsplan ‘De Hoek – Sterrenkwartier 2009’. E. Vaststelling bestemmingsplan ‘Centrum – Uitplein’. F. Vaststelling bestemmingsplan ‘Centrum – Kopspijker’. G. Fractieondersteuning 2009 en de eerste twee maanden 2010.

8

Junicirculaire 2010 (35e begrotingswijziging 2010). (blz. 11)

9

Vaststelling bestemmingsplan ‘Centrum – Stadsplein’. (blz. 11)

10

Aanvullende kredietaanvraag ophoging molen Nooitgedacht (36e begrotingswijziging 2010). (blz. 12)

11

Kredietaanvraag herontwikkeling Zwanenhoek 45. (blz. 23)

12

Uitvoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg (37e begrotingswijziging 2010). (blz. 23)

13

Motie van de VVD inzake cameratoezicht. * Dit punt is van de agenda afgevoerd.

14

38e Algemene begrotingswijziging 2010 (blz. 25) A. Beëindiging herverzekering eigenrisicodragerschap WGA. B. Voortgang sloop opstallen De Haven (Zuid). C. Herverdeling van restant budget voor invoering Wabo. D. Verlenging tijdelijke formatie De Stoep. E. Stopzetting ED subsidies t.b.v. medewerkers ’t Buurtje. xxx

1

xxx

xxx

Opening, mededelingen en vaststelling agenda.

De voorzitter: Ik open de vergadering van de gemeenteraad en heet u allen hartelijk welkom, ook de aanwezigen op de publieke tribune en de vertegenwoordigers van de media, achter de ambtelijke rij. Ik moet u mededeling doen van een aantal berichten van verhindering, waaraan allemaal goede redenen ten grondslag liggen, namelijk van de heren Th, T, T en H, mevrouw B en de heer G, terwijl de heer B heeft laten weten dat hij later ter vergadering zal komen. Ik vraag u vervolgens of u de u toegezonden voorlopige agenda voor deze vergadering kunt vaststellen.

2

komt ook winkelruimte bij die nog niet verhuurd is en met name dat baart ons zorgen. Soms moeten we plannen bijstellen. De heer D.: Een tweede coffeeshop! Mevrouw K.: Dat zou kunnen en daar zou ik wel voor zijn, want op dat terrein zijn er geen problemen met het economisch tij. Wethouder H.: Mijnheer de voorzitter. We doen niets anders dan nu planologisch mogelijk maken wat al in afspraken contractueel is vastgelegd, niets meer en niets minder. Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten, onder aantekening dat mevrouw K wil worden geacht tegen te hebben gestemd.

10

Aanvullende kredietaanvraag ophoging molen Nooitgedacht.

Mevrouw H: Mijnheer de voorzitter. In de commissie hebben wij ten aanzien van dit voorstel onze mening voorbehouden, omdat wij ervan geschrokken zijn dat de wet-houder ons bij de eerste aanvraag van een krediet voor ophoging van de molen niet volledig heeft geïnformeerd. Wij hebben er moeite mee dat wij hierover niet van te voren de juiste informatie hebben gekregen en kunnen nu alleen maar tegen zijn. De heer A: Mijnheer de voorzitter. Bij de vraag om advies over een extra krediet voor de ophoging van molen Nooitgedacht kwam bij Trots op Nederland de vraag op of de wethouder in samenwerking met de molenaar op weg is om de hoogste molen van Neder-land te realiseren. De molen is al verhoogd en nu komt daar deze aanvraag om een extra verhoging bovenop! hilariteit U begrijpt dat wij de formulering van de kredietaanvraag om meerwerk aan de molen te benoemen onjuist vinden. Noem het beestje bij z’n naam! Nu terzake. Graag willen wij van de wethouder weten hoeveel geld hij echt nodig denkt te hebben voor het meerwerk. In de memo aan de leden van de commissie ROB komt de optelsom uit op goed € 211.000,--, maar nu vraagt de wethouder € 174.000,--. Is het bedrag in de memo inclusief BTW en de kredietaanvraag exclusief BTW, dan nog komen de bedragen niet overeen. Verder zou de wethouder ons voor deze vergadering op de hoogte stellen van posten die goedkoper uitkomen.

Graag willen wij schriftelijk het juiste totaalbedrag inclusief BTW en de onderliggende posten, gesorteerd op opbrengsten en uitgaven voor het meerwerk, ontvangen. Mevrouw H: Mijnheer de voorzitter. Onze redenatie is net iets anders dan die van mevrouw H. In de commissievergadering ontbrak inder-daad enige informatie, maar nadat wij die alsnog hebben ontvangen, kunnen wij met dit voorstel akkoord gaan.

12

De heer T: Mijnheer de voorzitter. Toen de eerste plannen om molen Nooitgedacht op te hogen naar buiten kwamen, zou de hele ophoging van de molen ongeveer € 800.000,-kosten. In de periode daarna is om een extra kredietverhoging tot € 990.000,-- gevraagd en nu wordt dat bedrag weer verhoogd met € 174.000,--. Al met al is er sprake van een totale kostenverhoging met zo’n 50% en dat vindt onze fractie wel heel erg veel. Wij vragen ons werkelijk af - wij hebben dat in de commissie ook gezegd - hoe wat dit project betreft met projectbewaking wordt omgegaan. Een kostenverhoging met 50% vinden wij ontzettend hoog en wij vragen ons af of het niet een onsje minder zou kunnen. Wij vinden dit in ieder geval geen goede manier van begroten en daarom kunnen wij dit voorstel niet steunen. Mevrouw K: Mijnheer de voorzitter. Wij hebben in de commissie al negatief over dit voorstel geadviseerd, maar na overleg met onze fractie en het beluisteren van de band van vanmorgen wil ik hier toch nog iets over zeggen. De conclusie van de ChristenUnie-SGP dat uiteindelijk 50% meer moet worden betaald voor de ophoging van de molen, onderschrijven wij. De wethouder heeft in de commissie aangegeven dat het college niet de psychologische grens van € 1 miljoen wilde overschrijden.

Zoals hij zei stelde, was het eigenlijk wel duidelijk dat het meer zou worden, wat indertijd ook in de commissie is gezegd, maar omdat de publieke discussie negatief was, is het voorstel voor € 1 miljoen op tafel gekomen. De wethouder had ook een klein beetje de ijdele hoop, zo gaf hij aan, dat het op die manier misschien moest kunnen en dat het anders misschien wel duurder zou zijn geworden, dus dat we eigenlijk geld hebben bespaard. Wellicht is het een idee - ik heb dat op de band ook gehoord van de VVD - om voortaan altijd maar op die manier aan te besteden: eerst zeggen dat het voor de helft kan en uiteindelijk op driekwart uitkomen. Dit is niet netjes, tegenover niemand en zeker niet tegenover de raad. De raad op deze manier voor de gek houden en voor het blok zetten, is geen stijl. Als de meerderheid van de raad tegen dit voorstel zou stemmen - met deze samenstelling zal dat niet gebeuren -, had de wethouder het benodigde bedrag misschien uit eigen zak moeten betalen, want anders had de molenaar met een heel groot probleem gezeten, aangezien die het geld heeft voorgeschoten. Voorlopig wordt een krediet van € 174.000,-- gevraagd. Wat het woord “voorlopig” betreft, wilde de wethouder in de commissie alleen zeggen dat de kans dat het goedkoper wordt groter is dan de kans dat het duurder wordt. Dat is erg cryptisch, zeker als je het lijstje bekijkt.

Er wordt € 211.000,-- gevraagd, maar daar praten we nu toch niet over? Of de BTW terugkomt, moeten we nog afwachten en we weten ook nog niet zeker of de molen wel of niet de status van rijksmonument zal hebben. Zo niet, dan kost dit de gemeente nog meer geld, want we hebben wel toegezegd dat we de daarmee verband houdende gelden aan de molenaar zullen betalen. GroenLinks mocht in de commissie niet zeggen dat we de molenaar miljonair hebben gemaakt. Dat zijn ook niet de woorden die wij zouden willen gebruiken, maar wij vragen ons wel af wie de eigenaar van de molen is. Zijn daar afspraken over gemaakt? Wij vragen ons af of de gemeente nu een verbouwing financiert waarvan we helemaal nooit meer iets terug zullen zien, ook niet bij verkoop van de molen. Wij willen graag weten hoe dat zit. Al met al blijft GroenLinks dit een gekke zaak vinden. Er wordt een molen verhoogd, die daardoor geen monument meer is, waarvoor te weinig is gebudgetteerd, zodat nu meer geld van de raad moet worden gevraagd, omdat er wel moet worden betaald. Ondanks alles blijven wij negatief over dit voorstel.

13

De heer D: Mijnheer de voorzitter. Het ophogen van een molen is geen dagelijks werk, niet in Spijkenisse en, gezien de belangstelling uit molenminnend Nederland, ook niet in Nederland. Dat je bij het begroten van zo’n project af en toe de plank misslaat, kun je je dan ook voorstellen. Er zijn in den lande meer unieke projecten bekend waarbij dit probleem zich voordoet. Er doet zich echter nog een ander probleem voor en dat is wat minder fraai, namelijk dat op het moment van het voorleggen van de begroting van het project aan de gemeenteraad al bekend was dat het gevraagde budget ontoereikend zou zijn. De noord-zuidlijn van de Amsterdamse metro is een heel bekend voorbeeld van dat probleem. Weliswaar gaat het in dat geval over aanvankelijk € 7 miljard en uiteindelijk € 12 miljard, dus niet over € 1 miljoen, maar ook daar bleek achteraf dat het door het bestuur en de organisatie wat lastig werd gevonden om meteen de werkelijke cijfers te presenteren, omdat dat er wel eens toe had kunnen leiden dat het hele project niet was doorgegaan. Bij de ophoging van deze molen is dat kennelijk ook een overweging geweest. De werkelijke kosten komen uiteraard toch altijd boven water.

In Amsterdam is de wethouder na een onderzoek opgestapt, omdat hij verantwoordelijk is geweest voor het niet juist voorlichten van de raad, en ging het project uiteindelijk toch door, waarvan de kosten niet alleen in Amsterdam, maar ook in de rest van Nederland worden opgebracht. Ik kan u wel vertellen dat dat laatste hier niet zal gebeuren en dat de kosten van de ophoging van de molen toch echt door de gemeente Spijkenisse zelf zullen moeten worden betaald. We zitten tenslotte nog met het probleem wat we moeten doen met een wethouder die zo handelt, al gaat het in dit geval niet over miljarden, maar over anderhalve ton. Moeten we dit, bij wijze van spreken, wellicht niet voor het strafrecht gooien, maar zo’n wethouder bijvoorbeeld naar Bureau HALT sturen om ervoor te zorgen dat zoiets echt maar één keer en nooit meer gebeurt? Een motie van wantrouwen gaat misschien wel wat erg ver en een motie van treurnis - dat is geloof ik de volgende stap - is inmiddels zo bezoedeld geraakt door het wat overmoedig indienen daarvan door de fractie van Trots op Nederland, dat we daar ook maar niet mee komen. Het kan echter niet zo zijn dat de wethouder in de toekomst nog met voorstellen aankomt waarbij dit een rol speelt.

Anders gezegd: in de eerstkomende twee jaar zal in elk geval voor deze fractie elk voorstel dat door deze wethouder wordt voorgelegd op z’n minst verdacht zijn, in die zin dat steeds de vraag aan de orde zal zijn of de onderbouwing klopt met de werkelijkheid. Graag hoor ik nu eerst wat hij hier zelf van vindt - dat moet je altijd vragen aan jongens die een standje krijgen - alvorens wellicht in de tweede termijn hier nog iets anders over te zeggen. De heer M: Mijnheer de voorzitter. We hebben de molenbouwer destijds gevraagd zijn begroting nog eens te bekijken, die deze onder het miljoen heeft teruggebracht, maar zoals ik in de commissie al zei, is er dan nog altijd een post onvoorzien. Het verbaast de O.N.S.-fractie echter wel dat er in dit geval schijnbaar sprake is van een openeindregeling, omdat het bedrag aan onvoorziene kosten nu meer bedraagt dan de gebruikelijke 10% waarvan normaal gesproken kan worden uitgegaan, want weliswaar is hier sprake van een uniek project, maar toch ook van een ervaren molenbouwer. Dit unieke project is trouwens een pareltje, dat past in z’n omgeving, maar de O.N.S.-fractie gaat wel tandenknarsend akkoord met deze afrekening.

14

De voorzitter: Toch een afrekening! Mevrouw N: Mijnheer de voorzitter. Er is al veel over dit voorstel gezegd en met heel veel daarvan ben ik het eens. Het gaat feitelijk niet meer om de molen. De ophoging van de molen was noodzakelijk in verband met de afbouw van het centrum, en als iets noodzakelijk is, wil je daar ook meer voor doen. We zijn op een gegeven moment op de stoomtrein naar het nieuwe centrum gestapt en gaandeweg zijn de kolen duurder geworden. Je bent dan afhankelijk van wat de machinist erop gaat gooien. Als die machinist een joviale nonchalante calculator is … De heer D: Een stoker! Mevrouw N: Dat zijn uw woorden. De heer D: Nee, de stoker gooit de kolen erop! Mevrouw N: We zijn afhankelijk van een nonchalante calculator. Ooit hebben we “ja” gezegd tegen het in gang zijnde project, maar er komen steeds weer nieuwe dingen bij waar we ook “ja” tegen moeten zeggen, omdat we zo graag willen dat het centrum er goed uitziet. Zo hebben we vandaag weer kunnen lezen dat de betoncentrale nog moet worden verplaatst en ooit hebben we veel geld betaald voor een disco, die nu ergens anders wordt gesitueerd. Waar is het eind? Wij vinden het een heel nare situatie dat we afhankelijk zijn van de informatie van één persoon dan wel het college, waarop we onze beslissingen moeten baseren.

Dat college moet betrouwbaar zijn, want we kunnen als raad geen beslissingen nemen als iedere keer weer achteraf blijkt dat er geld bij moet, zodat we misschien toch ooit aan de noodrem moeten trekken. Daar hebben wij ontzettend veel moeite mee. De heer M: Mijnheer de voorzitter. Zoals u weet, is de SP al jarenlang voor ophoging van de molen en in het kader van het windrecht kon de molen ook worden opgehoogd. Mijn vraag is wat er gebeurt als deze kredietaanvraag wordt afgestemd. Zitten we dan met het faillissement van de molenaar en wordt de molen dan afgebroken? Dat lijkt mij toch niet de bedoeling. We kunnen de molensteen niet om de nek van de molenaar hangen, dat zou wat mij betreft niet juist zijn. Ik stem dan ook zeer zeker voor dit voorstel. Wethouder H: Mijnheer de voorzitter. Ik zal proberen het vege lijf te redden! Als we in HALT-straffen moeten gaan denken, stel ik voor het resterende schilderwerk als straf op te leggen, al heb ik dan wel een ladder nodig! Echter, ik moet u dan wel verzoeken, al doe ik dat voorzichtig en met enige schroom, ook de toenmalige leden van de commissie Centrum, dus uw vertegenwoordigers in die commissie, een schilderskwastje en een potje verf toe te sturen.

In alle openheid is namelijk in die commissie - als u toch banden naluistert, pak dan ook de band van die commissievergadering erbij-, in de presentatie van de wijze waarop de molen zal worden opgehoogd, de technische aspecten en de financiële aspecten, door de molenbouwer expliciet gezegd, dit ook nog op mijn verzoek, dat zou worden bekeken wat er mogelijk was voor € 990.000,--. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat door mij destijds is gesteld, of dat nu handig was of niet, dat we graag onder de psychologische barrière van

15

€ 1 miljoen wilden blijven. De molenbouwer heeft expliciet gezegd dat zou worden geprobeerd de kosten te beperken tot € 990.000,--, maar dat de kans groot was dat hij het daarvoor niet zou redden. De berekening die hij had gemaakt sloot eigenlijk op een hoger bedrag, maar hij was bereid te bekijken wat er mogelijk was, ook omdat de markt voor aanbestedingen op dat moment gunstig was. Daarbij wees hij er ook op dat je nooit van te voren weet wat je tegenkomt als je aan een monument begint. Een en ander achteraf beluisterend, zeg ik in alle eerlijkheid dat deze aanpak onhandig is geweest en dat we beter meteen het krediet hadden kunnen vragen ter hoogte van de som die de molenbouwer had berekend, want dan hadden we deze soesa niet gehad. Toch wil ik hardop gezegd hebben dat er geen sprake is geweest van achterhouden van informatie noch van bewust te goedkoop voorstellen van de ophoging van de molen. In de commissie Centrum is op verzoek van mij als portefeuillehouder expliciet door de molenbouwer gezegd dat weliswaar een krediet van € 990.000,-- wordt gevraagd, maar dat men er rekening mee moest houden dat het daar eigenlijk niet van zou kunnen. Dit is op de bandopname van die vergadering na te luisteren en wellicht ook terug te vinden in een verslag.

De raad is dus bij de eerste aanvraag wel volledig geïnformeerd, maar de wens is de vader van de gedachte geweest en achteraf moet ik concluderen dat het beter niet zo had kunnen gaan. We hadden beter meteen kunnen uitgaan van € 1,1 tot 1,2 miljoen en daarvoor een krediet aan de raad moeten vragen. Ik trek dat mezelf ook aan. In de commissie hebben we een overzichtje gegeven van de overschrijdingen die het meest significant waren, maar het gaat om een totaalpakket van overschrijdingen, onderschrijdingen en wat andere posten. Morgen heb ik weer een overleg waarin we zullen bekijken hoe de demarcatie precies zit. Wat nu voorligt is een voorlopige eindafrekening, maar de kans is groot dat dit ook de uiteindelijke afrekening zal zijn. Daarover kan ik nu echter nog geen zekerheid geven, gezien het overleg dat ik morgen heb. Dit is dus een voorlopige afrekening; zo staat het ook in het stuk en heb ik het ook in de commissie gezegd. Dit is de consequentie van de constructie waarvoor we destijds hebben gekozen. Naar aanleiding van de opmerking dat een optelsom in het stuk niet klopt, kan ik zeggen dat die optelsom wel klopt, maar een onderdeel is van een geheel.

Ik beloof dat ik, zodra de partijen tot overeenstemming zijn gekomen en we over de definitieve cijfers beschikken, een overzicht zal verstrekken met van linksboven tot rechtsonder alle posten, zoveel mogelijk gedetailleerd en gespecificeerd, opgeteld uitkomend op het bedrag dat de raad uiteindelijk beschikbaar heeft gesteld. Hier zit natuurlijk ook een investering in van de molenaar zelf als het gaat om het restaurant, want dat wordt voor rekening van de molenaar gerealiseerd. De heer T. heeft feitelijk gelijk met zijn constatering over een overschrijding van 50%, maar hij gaat dan wel uit van het allereerste begin, toen we na een quickscan meen-den dat het ophogen van de molen zo’n € 800.000,-- zou kosten. Het proces daarna, dat ik in het voorgaande heb geschetst, stond eigenlijk in het teken van de wens die de vader was van de gedachte. De heer T.heeft gevraagd of ik deze kosten uit eigen zak ga betalen als de meerder-heid van de raad dit voorstel afwijst. Dat was ik niet van plan, maar het zou wel bijzonder zijn als de raad niet met deze kredietverstrekking zou instemmen. Ook in die zin is dit voor-stel lastig, wat ik mij als portefeuillehouder moet aantrekken en waarvoor ik ook de verantwoordelijkheid neem. Eigenlijk kan de raad niet anders meer dan dit krediet verstrekken, omdat de kosten al zijn gemaakt.

De winstwaarschuwing hadden we wat eerder moeten geven, nog voor het zomerreces, zodra daarover bekendheid ontstond, maar er was proce-

16

duretijd mee gemoeid om het voorstel voor te bereiden. De verwachting is echter dat de meerderheid van de raad dit voorstel steunt. Mevrouw K. heeft gevraagd wie de eigenaar van de molen is. Dat is de molenaar, die in zijn molen een pannenkoekenrestaurant wilde beginnen. Wij hebben hem gevraagd even met de daarvoor benodigde dure verbouwing te wachten, omdat we nog een probleem met de windrechten hadden op te lossen. Als wij ons programma voor het Stadsplein, het Kolk-plein, op Haven-zuid en in latere jaren andere wethouders voor Haven-noord willen realise-ren, moest er eerst iets gebeuren in verband met de windrechten van de molen. Vandaar dat wij voordat de molen ten behoeve van een pannenkoekenrestaurant werd verbouwd, eerst tot overeenstemming wilden komen over het ophogen van de molen. Doordat de molen 7 meter is opgehoogd, kunnen we een significant groter programma op de genoemde gebie-den uitvoeren, wat we ook nodig hebben om onze grondexploitatie te halen; dat zit hier allemaal aan verbonden. De vraag wie de eigenaar van de molen is en hoe wat dat betreft de zaken zijn geregeld, is echter op dit moment natuurlijk niet aan de orde, aan de orde is nu de vraag om een extra krediet. Als deze vraag zo belangrijk voor mevrouw K.

is, had ik die graag aan de voorkant van het proces gehoord, toen we discussieerden over ophoging van de molen, wie dat zou betalen en wie de kosten van de bouw van het restaurant voor zijn rekening zou nemen. Toen waren die vragen relevant, maar nu zijn ze dat niet. In elk geval is de gemeente totaal niet de eigenaar van de molen, dat is vooral K., de molenaar van de gemeente Spijkenisse. Mevrouw N. heeft in de krant gelezen dat ook de betonmor-telcentrale nog moet worden verplaatst. Ik weet niet waar zij de afgelopen jaren heeft gebi-vakkeerd, want het is al heel lang bekend dat die betonmortelcentrale een keer moet worden verplaatst. Misschien zou zij er huizen omheen willen bouwen, maar ik denk dat we daarvoor geen vergunning zouden krijgen. Dit is een lastig dossier, want niet veel gemeenten willen deze centrale hebben en ook in de Rotterdamse haven zou die een probleem zijn, maar we gaan er wel ons best voor doen om de betonmortelcentrale te verplaatsen. Het kan echter geen verrassing zijn dat die verplaatst moet worden. Mevrouw H: Mijnheer de voorzitter. Wij handhaven ons standpunt tegen dit voorstel. De heer A: Mijnheer de voorzitter. Wij zouden graag willen dat dit punt naar de volgende raadsvergadering wordt verplaatst, omdat de wethouder nu geen duidelijke cijfers kan overleggen. Hij heeft echter gezegd dat hij wat dat betreft loyaal naar de raad wil zijn.

Laten we daarom dit punt nu aanhouden. Het bevreemdt Trots dat in de vorige raadsperiode, waarin onze partij niet in de raad vertegenwoordigd was, de aanvraag van de molenaar en zijn financieel adviseur niet ter harte is genomen. Toen werd duidelijk om € 1,2 miljoen in plaats van € 1 miljoen gevraagd, zo lezen we in de stukken van ROB, maar het college en de afdeling Fiscale en Economische Zaken meenden de ophoging van de molen met minder te kunnen financieren. Omdat het college toen niet met de molenaar wilde meegaan, kunnen wij nu helaas niet meegaan met het collegevoorstel om een extra krediet voor meerwerk beschikbaar te stellen. Het zou wellicht een idee zijn geweest om de molen nog wat verder te verhogen, om zodoende een nationaal record te vestigen met de hoogste molen in Nederland. Dat zou meer positieve citymarke-

17

ting hebben opgeleverd en meer toeristen kunnen aantrekken. Dan hadden wij deze kredietaanvraag misschien wel kunnen steunen, maar nu kunnen wij dat niet. In reactie op de opmerking van de heer D. over een eerder door ons inge-diende motie van treurnis, wijs ik erop dat wij die motie hebben ingetrokken nadat de betrokken wethouder zijn excuses had aangeboden. Mevrouw H: Mijnheer de voorzitter. Ik heb in eerste termijn al gezegd dat wij positief tegenover dit voorstel staan. De heer T: Mijnheer de voorzitter. De wethouder heeft in zijn antwoord verteld dat toen de kredietaanvraag voor € 990.000,-- manifest was, is meegedeeld dat dit bedrag gebaseerd was op de wens om onder het miljoen te blijven. We moeten nu concluderen dat dat niet is gelukt. Kijken we naar het bedrag dat op basis van de quickscan naar voren kwam en naar het kredietvoorstel dat nu voorligt, dan moeten we inderdaad constateren dat het oorspronkelijke bedrag met bijna 50% is toegenomen en dat kunnen wij helaas niet ondersteunen. Mevrouw K: Mijnheer de voorzitter. Een voordeel is dat mevrouw G., die in de vorige periode in de commissie Centrum zat, niet hoeft te gaan ver-ven. Onze fractie heeft toen al tegen de ophoging van de molen gestemd, ook omdat wij een verhoogde molen niet mooi vinden. Wij vinden dit geen pareltje en geen uniek proces, zoals O.N.S.

het ziet, wij zien een molen die geen monument en geen echte molen meer is, om geen andere woorden te gebruiken, maar gelukkig mogen smaken verschillen. De wethouder heeft het over een psychologische barrière van € 1 miljoen en erkent dat het beter anders had kunnen gaan, maar wij hebben de indruk dat iets te vaak het argument van een psychologische barrière wordt gehanteerd en dat iets te veel projecten worden overschreven. Het komt bijna nooit voor dat we uiteindelijk minder geld kwijt zijn … De heer D: De Wmo uitgaven! Mevrouw K: Inderdaad blijven er wel eens Wmo gelden en armoe-degelden over, die dan overigens direct naar de algemene reserve worden doorgesluisd, maar dat gebeurt niet in de portefeuille centrum. De wethouder merkte op een gegeven moment op dat de ophoging van de molen ook voor de grondexploitatie noodzakelijk was, maar dan wijs ik nog eens op het huidige economische tij, dat bij een eerder punt ook ter sprake kwam. Misschien moet de heer H. ook daar eens naar kijken. Morgen vindt weer overleg plaats, vertelde de wethouder. Daarom is er nu sprake van een voorlopige eindafrekening en is er nog geen zekerheid. Ik vind het jammer dat dat overleg pas morgen plaatsvindt en niet vandaag is gepland, maar misschien is dat ook wel bewust zo geregeld. Ik wil niet gemeen zijn, maar eigenlijk heb ik wel een beetje dat gevoel.

De wethouder stelde dat de investering in het pannenkoekenrestaurant voor rekening van de molenaar gebeurt, maar op de band heb ik de wethouder horen zeggen dat er wat dat betreft discutabele posten kunnen zijn. Al met al mogen we van de wethouder nu niet de vraag stellen wie nu eigenlijk de eigenaar van de molen is, maar ik neem toch wel aan dat de gemeente indertijd heeft gekeken naar de eigendomsrechten in relatie tot de kosten van

18

de ophoging en de vraag wat er gebeurt bij eventuele verkoop. Het pannenkoekenrestaurant is wel van de molenaar … De heer D.: De molen ook. Mevrouw K: Maar de ophoging van € 1,2 miljoen hebben we als gemeente betaald. De heer D: Daar heeft de molenaar ook niet om gevraagd! Mevrouw K: De molenaar is lang tegen de ophoging geweest, totdat hij nog eens goed met de gemeente had gesproken en er een pannenkoekenrestaurant in kon komen. Toen kon de molen worden opgehoogd. Al met al krijgen wij van deze gang van zaken een vieze smaak in de mond. Wij hebben overwogen een motie van wantrouwen in te dienen, maar dat middel willen wij toch niet inzetten wanneer we weten dat daar geen steun voor is. Wel vinden wij dat de wethouder nu eerlijk tegen ons moet zijn. Het gaat niet meer over een krediet van € 174.000,-- voor het ophogen van de molen, dit is een extra krediet en ik vraag me zelfs af of de molenaar al niet is betaald, waarvoor de wethouder in de commissie toestemming heeft gevraagd. Kortom, waar zitten we hier eigenlijk nog over te praten. Wij blijven in elk geval tegen, zodat in de toekomst nooit kan worden gezegd dat GroenLinks debet is aan een fiasco van € 1,2 miljoen. De heer D: Mijnheer de voorzitter.

Bij molens ga je al snel aan Don Quijote denken en ik zal niet zeggen dat ik ook aan Don Quijote denk als het over GroenLinks gaat, maar in feite is men er wel als een Don Quijote mee bezig om iets te bestrijden dat allang overeind staat. Het gaat in dezen om vertrouwen. De wethouder heeft duidelijk erkend dat hij zich op het randje heeft begeven en heeft beloofd de verfkwast te zullen hanteren, naar ik aanneem nadat hij zelf de verfpotten heeft aangeschaft. Een ladder hoeft hij niet te kopen, want hij mag de mijne lenen, die hij voor de komende twee maanden voor niks beschikbaar kan krijgen. Uit één van zijn laatste opmerkingen heb ik begrepen dat de heer H. kennelijk voorne-mens is de komende acht jaar nog de portefeuille centrum tot zich te nemen, omdat hij slechts de ontwikkeling van Haven-noord aan de volgende wethouder wil laten en de ontwik-keling van Haven-zuid naar alle waarschijnlijk toch wel ruim acht jaar zal kosten, alleen al gezien de problemen met de verplaatsing van De Boo. “No Boo no go”, zeiden we overigens in de tachtiger jaren. Ik denk dat we hierover nu genoeg hebben gesproken.

De molenaar en alle andere betrokkenen zullen er absoluut mee akkoord moeten gaan dat dit ook echt het matje is, want de wethouder, die nog gesprekken over de eindafrekening moet voeren, zal het toch niet op zijn hals willen halen om over een paar maanden nog een keer bij de raad te komen om nog een extra krediet, want dan kan hij hier beter een keer in zijn onderbroek komen zitten. In het vertrouwen dat hij dat zichzelf niet zal willen aandoen, wil ik ditmaal het voorstel accorderen, maar daar is dus een aantal opmerkingen aan voorafgegaan.

19

De heer M: Zoals ik al heb gezegd, voorzitter, gaan wij tandenknarsend met dit voorstel akkoord. Mevrouw N: Mijnheer de voorzitter. Ik moet nog even iets rechtzetten. Ik wist natuur-lijk wel dat de betoncentrale nog moet worden verplaatst; zo achterlijk ben ik nu ook weer niet. Ik noemde de verplaatsing van de betoncentrale natuurlijk in de context van mijn ver-haal over de manier waarop je dingen begroot en dan met name met welk bedrag je begint en waarop je uiteindelijk uitkomt. Ik merkte op dat ook met de disco op een wat hoger bedrag is uitgekomen dan we eigenlijk wilden en dat dit misschien met nog wel meer dingen zal gebeuren die met het centrum te maken hebben. In dat verband heb ik de betoncentrale genoemd. Terugkomend op het voorstel waar we het nu over hebben: er is gecalculeerd op een wijze die we normaal gesproken niet toepassen. De wethouder heeft dat erkend en hij heeft daar ook een beetje spijt van, maar dat beetje spijt is voor ons niet voldoende. Zo ver over het oorspronkelijke bedrag heengaan en eigenlijk nog steeds uitgaan van een open einde, terwijl we nu moeten beslissen, kan wat ons betreft niet. We hebben geen complete afrekening gehad en de cijfers die we hebben gekregen zullen op zich wel juist zijn, maar we missen nog een deel.

Een onvolledig stuk aan de raad presenteren, gaat er bij ons niet in, evenmin als calculeren op de manier waarop dat in dit geval is gebeurd. Bovendien vrezen wij dat we hiermee in de toekomst nog meer problemen zullen krijgen. Daarom geven wij deze keer de zwartepiet en stemmen wij niet met het voorstel in. De heer M: Mijnheer de voorzitter. Met de kennis van nu blijkt het gemakkelijk te zijn om een oordeel te vellen over het hele proces zoals dat toentertijd is ingezet. De SP was daar als partij niet bij betrokken en daardoor weet ik hier niet veel van. We zitten nu in elk geval met een budgetoverschrijding, maar het college is denk ik best creatief genoeg om ergens wat geld vandaan te halen, al is het bijvoorbeeld - een hint! - door het cameratoe-zicht niet uit te breiden. Ik heb van de wethouder nog geen antwoord gehoord op mijn vraag wat er gebeurt als deze kredietaanvraag niet wordt gehonoreerd. Gaat de molenaar dan failliet en wordt de molen dan afgebroken? Als dat laatste zou gebeuren, zou het enige gezichtbepalende element in Spijkenisse weg zijn en dat zou volgens mij toch wel heel treurig zijn voor de citymarketing. Ik neem aan dat we dan op achterstand ten opzichte van Emmen zouden komen! De heer S: Mijnheer de voorzitter. Onze fractie heeft in eerste termijn niet het woord gevraagd, maar in tweede termijn wil ik alsnog iets zeggen.

Dit voorstel heeft wat ons betreft heel duidelijk te maken met verantwoordelijkheid nemen. Zoals de heer H. aangaf, hebben we destijds als commissie Centrum met elkaar het besluit genomen om een krediet van € 990.000,-- beschikbaar te stellen, met de wetenschap dat het hoogstwaar-schijnlijk meer zou worden. Als dan de uiteindelijke rekening inderdaad hoger blijkt uit te vallen, moet je ook niet gaan zeuren. Over de procedure kan het een en ander worden gezegd en ik heb dat in de commissie ook gedaan, wat ik nu niet wil herhalen, want voor ons gaat het vooral om het nemen van verantwoordelijkheid. Vandaar dat wij in eerste termijn niet het woord hebben gevoerd en akkoord gaan met dit voorstel. Mevrouw K. vertelde dat zij de band van de commissiebespreking heeft nageluisterd, maar dat heeft zij toch niet helemaal goed gedaan, gehoord haar opmerking over het aanbe-

20

stedingsbeleid van de VVD. Mijn collega V. wees er al op dat haar redenering over aanbesteding van het cameratoezicht helemaal scheef was, maar dat laat ik nog even liggen. Wel wil ik haar erop wijzen dat zij een bepaalde redenering over aanbestedingsbeleid ten onrechte toeschreef aan de VVD, omdat die redenering afkomstig was van de heer M. Hij kwam met het idee om de helft van de vermoedelijke kosten te budgetteren, om vervol-gens ergens rond driekwart daarvan uit te komen, maar dat was niet het voorstel van de VVD. De heer M: Ik kan mij die woorden helemaal niet herinneren, mijnheer S., en ik ben ook niet van plan de band na te luisteren. Zoals u het nu stelt, heb ik het helemaal niet gezegd. Dit zijn uw woorden, of die van iemand anders, maar in ieder geval niet van mij. Mevrouw K: Ik zal vanavond de band nog een keer naluisteren en wat ik dan hoor, zet ik op onze site! De voorzitter: Ik zou er gewoon een persbericht van maken! hilariteit Wethouder H.: Mijnheer de voorzitter. Ik heb goed geluisterd en tel mijn zegeningen en mijn knopen … De voorzitter: Voordat u hier in uw onderbroek zit! Wethouder H.: Dat zou toch wel een spektakel zijn, stel ik me voor … De heer D: Dat weet ik niet! hilariteit Wethouder H: De heer A.

doet de suggestie om uit het oogpunt van citymar-keting van onze molen de hoogste molen in Nederland te maken, maar ik ben bang dat we dan vervolgens de vraag van hem zouden krijgen hoeveel extra bezoekers dat trekt en dat we dat niet zouden kunnen aangeven. Mevrouw K. moet ervan uitgaan dat wij hier gewoon integer opereren. Dat ik morgen een afspraak heb om verder in de cijfers van de ophoging van de molen te duiken, heeft niets te maken met het feit dat hier vanavond een kredietaanvraag voor een voorlopige afrekening voorligt. Zij moet dat ook maar niet suggereren, want dat is niet prettig. Het werk is trouwens ook nog niet afgerond; er wordt nog steeds gewerkt. Mevrouw B: Dan hebben we nog een BTW voordeel. Wethouder H: Omdat er nog wordt gewerkt?

21

Mevrouw B: Als er nog moet worden afgerekend, hoeft over de loonkosten nog maar 6% BTW in plaats van 19% te worden berekend. De voorzitter: Daar komt dan een begrotingswijziging over. Wethouder H: Verder moet ik mevrouw K. erop wijzen dat als de ophoging van de molen € 1,2 miljoen kost, dit nog niet wil zeggen dat ook de waarde van de molen met € 1,2 miljoen stijgt. Mevrouw K: Misschien zelfs met € 1,5 miljoen, maar dat weten we nog niet. Wethouder H: En wat als de molen juist minder waard wordt? U vindt de opgehoogde molen helemaal niet mooi en niet meer in z’n setting passen, dus in uw beleving is de molen juist minder waard geworden. Mevrouw K: Ik denk dat de wethouder best weet wat ik in dezen bedoel … Wethouder H: Eerlijk gezegd niet. Mevrouw K: … en ik vind dat de gemeente hierover van te voren moet hebben nagedacht. Wethouder H: Ik heb dus aan mevrouw K. gevraagd wat er volgens haar moet gebeuren als de molen juist minder waard blijkt te zijn geworden. Naar aanleiding van de veronderstelling van de heer D. dat we nog ruim acht jaar bezig zullen zijn met de ontwikkeling van Haven-zuid, kan ik meedelen dat we als col-lege de ambitie hebben om de raad nog dit jaar een stedenbouwkundig plan voor Haven-zuid voor te leggen. Daar zijn we druk mee in de weer, want in de grondexploitatie van Spijke-nisse staat voor 2014 de oplevering van woningen in dat gebied gepland.

De heer D: Ik heb nog een fles wijn staan op het openen van het theater in 2010 - die staat er overigens al sinds 2002 - en die denk ik binnenkort te kunnen ophalen, omdat ik aanneem dat dit niet zal worden gehaald, maar hier wil ik ook nog wel een kratje op zetten, want dat gaan wij niet meemaken in 2014! hilariteit Wethouder H: Dat wordt dan bier op wijn en dat geeft venijn, dus laten we het omdraaien! De heer D: De wijn komt in 2010 en het bier in 2014. Dat valt wel te combi-neren!

22

Wethouder H: Dan is er nog de vraag van de heer M. wat er gebeurt als de raad dit krediet niet beschikbaar stelt. Dat ligt in principe niet zo ingewikkeld. Wij betalen de ophoging, maar de molenaar is de opdrachtgever, dus als de raad vanavond uitspreekt dat het geld er niet komt, heeft de molenaar een probleem, want hij heeft de opdracht aan de aannemers en aanverwante instanties gegeven voor de verbouwing, maar dan zou de gemeente zich niet van haar betrouwbare kant laten zien en ik vraag me ook af of we dat juridisch overeind zouden houden. Overigens ligt het primaat bij de raad als het gaat om het beschikbaar stellen van het geld, laten we daar helder over zijn. Tenslotte wil ik de raad het volgende voorhouden. Lang geleden, in de voorvoorlaatste periode, is een Rekenkameronderzoek uitgevoerd naar de calculatie van grote werken. Toen heeft de raad van de gemeente Spijkenisse expliciet de uitspraak gedaan, die nog steeds geldt - als de raad daarvan af wil, moet hij dat zelf overwegen -, om in de calculatie van dergelijke werken geen post onvoorzien mee te nemen en scherp te calculeren. Blijkt het werk later toch duurder te zijn, dan is de raad aan bod om alsnog aanvullend krediet te verstrekken. Met die raadsuitspraak werken wij nog steeds, wat de kans heeft vergroot dat we extra krediet moeten vragen.

De heer D: Niet voor een potje linzen, maar voor een potje verf heb ik mij verkocht, voorzitter, dus ik ben voor dit voorstel. Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten, onder aantekening dat de heren A. en A., de dames B. en H., de heer H., de dames K., N. en S. en de heren S. en T. willen worden geacht tegen te heb-ben gestemd.

11

Kredietaanvraag herontwikkeling Zwanenhoek 45.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

12

Uitvoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg.

Mevrouw H: Mijnheer de voorzitter. Wij hebben in de commissie een voorbehoud gemaakt, vooral omdat wij het niet wenselijk vonden het vrijgevallen subsidie-geld te gebruiken voor het uitvoeren van een wet, maar omdat ons met dit voorstel alleen wordt gevraagd de verordening vast te stellen, los van het financiële verhaal, kunnen wij met het voorstel akkoord gaan. Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

23

Bijlage 15

l'agina 1 van 1

K. Van: Aan: Verzonden: Bijlage: Onderwerp:

"w.h." "K. maandag 15 november 201 0 10: 08 AA overzicht totaal te maken kosten en afrekening ophogen molen.nov 2010.xls overzicht afronden werk7��mhµ,rl,=in

Ik ga hem voorstellen dat de gemeente nog€ 175000,00 bijdraag. Als ik wat weet laat ik het je horen. MVRGR. W.

16-11-2010

Bijlage 18

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

woensdag 13 november 2024 09:25 RE: Molen Nooit Gedacht Spijkenisse

Beste heer K., Hierbij de globale berek�ning zoals de1e 1oju1st is besproken. VanzcltsprekPnrl ,s dit een ei:,rste inschatting en nadrukkelijk geen definitieve berekening. Berekening afdracht bij verkoop: Waarde voor ophoging= € 385.000,-­ Waarde na ophoging= € 660.000,-lndexatie Verschil is€ 275.000,--; peildatum 16 juni 2009 CBS Bouw (https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80444ned/table?fromstatweb) (volgens artikel 7 lid 2) Juni 2009 = 130,3 Augustus 2024 = 196,1

Vordering op basis van contractuele afspraak: 196,1/ 130,3 * 275.000 = € 413.871,83 Vordering op basis van marktwaarde: € 800.000/ € 660.000 * 275.000 = € 333.333,33 Uitgaande van de laagste vordering komt de berekening er als volgt uit te zien: VerkooppnJs Aflossing hypotheek Vordering Nsw MKl:S afdracht Door u te ontvangen

€ 800.000 ( 200.000 € 333.000 ( 90.000-/­ € 177.000

De juridische consequenties van uw melding dat het restaurant ten tijde van de ophoging niet van u, maar van uw zus was, laat ik verder uitzoeken. Hier kom ik z.s.m. op terug. Met vriendelijke groet,

RD Mijn werkdagen zijn maandag t/m vrijdag.

T Raadhuislaan 106, 3201 El Spijkenisse www.nissewaard.nl

Bijlage 23

Dossier molen 'Nooitgedacht' - URGENT 1 bericht

20 maart 2025 om 19:05

Aan: Geacht College, geachte heer H, geachte heer B,

Bijgaand treft u de brief van heden namens de heer K, zoals tevens per aangetekende en reguliere post toegezonden. Met urgentie verwijs ik u naar de inhoud. Een kopie van deze brief wordt toegezonden aan de Gemeenteraad, hier in cc.. Met vriendelijke groet, A.V. Legalance I Juridische diensten - www.legalance.nl i

De Inhoud van deze email en eventuele bijlagen Is vertrouweljk en uitsluitend beslemd voor de geadresseerde. De algemene voorwaarden van Legalance zijn van toepassing. Deze bevatten een beperking van de aansprakelijkheid. Deze algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 50957716 en kunnen worden geraadpleegd en gedownload op https://Www.legalance.nl/algemenevoorwaarden. Op verzoek worden zij kosteloos toegezonden. Het privacybeleid kan worden geraadpleegd op https://Www.legalance.nVprlvacy.

Virusvrij.www.avast.com

1rJ Brief aan College BW 20 03 2025 + Bijlagen 1 tm 6rz.pdf 9467K

Lega l�tA,Ce·· AANGETEKEND, PER REGULIERE POST EN PERSOONLIJK AFGEGEVEN

Gemeente Nissewaard t.a.v. College van Burgemeester en Wethouders, wethouder H, behandelaar ,B Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE Raadhuislaan 106 3201 EL SPIJKENISSE Tevens per e-mail: seccollege@nissewaard.nl, Gemeenteraad (gemeente@nissewaard.nl),

URGENT R Gsm e�nte Nissawaard ecept,e

2 0 /.fAA. 2025 Tijd Paraaf

)bZ.L �

Spijkenisse: 20 maart 2025

Contact

:

Betreft

: Vaststellingsovereenkomst ophoging molen "Nooitgedacht" d.d. 8 april 2009, aansprakelijkheidsstelling, ingebrekestelling

Geacht College, geachte heer H, geachte heer B, Namens client, de heer K (mede-ondertekend), informeer ik u in bovengenoemde zaak als volgt. Inleiding: bouw van theater als icoon in stadsbeeld ten laste van individu? Molen Nooitgedacht te Spijkenisse maakt deel uit van het cultureel erfgoed, van algemeen belang1 en van betekenis voor de goede omgevingskwaliteit (menselijke beleving, intrinsieke waarde2). Voor het voortbestaan van de molen moeten de wieken en het mechanisme in beweging blijven (stilstand is achteruitgang) en dat stelt eisen aan de omgeving (windrecht c.q. molenbiotoop, windvang en zichtbaarheid3). In maart 2004 heeft de toenmalige Gemeente Spijkenisse de Notitie 'De molen in de wind' opgesteld waarin het belang van de molen voor de omgeving (p. 29) en van het molenbiotoop voor het voortbestaan van de molen (p. 25) zijn omschreven. Op 8 april 2009 heeft de Gemeente Spijkenisse met de heer K een vaststellings­overeenkomst gesloten. Dit hield verband met de bouw van een nieuw (iconisch) theater in het Stadspleingebied te Spijkenisse en de toneeltoren daarop waardoor inbreuk op het windrecht van de molen "Nooitgedacht" gemaakt zou worden. In het collegebesluit d.d.

3 februari 2009 is besloten Óm "de ophoging van de molen met zeven meter om het ongehinderde windrecht van de molen opnieuw te kunnen garanderen in de vorm van nadeelcompensatie voor de geconstateerde inbreuk op het windrecht een bijdrage in de kosten te leveren" (onderstreping AHV).

-+ N.B. Ondertussen was de molenbiotoop ook van invloed voor de woningbouw(mogelijkheden) van Stadsplein, Cityplaza en Haven Noord c.q. Haven Zuid4 . 1 Kamerstukken Il 2013/14, 33962, 3, p. 312. Zie ook Kamerstukken Il 2014/15 34109, 3, p. 3. 2 Kamerstukken Il 2013/14, 33962, 3, p. 63. 3 < https://www .erfgoedhu is-zh .nl/media/kqooqjqy/folder-draaiende-molens-molennetwerk-erfgoed huis-zuid-holland.pdf > 4 Notitie 'De molen in de wind', Gemeente Spijkenisse, maart 2004, p. 13, 15. Bouwhoogte resp. vrijstelling resp. aantal (ca. 190 woningen).

legalance® Juridische diensten

www.legalance.nl

Oe alge111p11(! voorwaarden van Legalance 7.ljn van toepassing. Deze bevauen een beperking viln de aansprakelijkheid. Deze algemene voorw;iarden zijn gedepo,wr,rcl bij �C' -m1r1 v,111 Koophandel te Amsterdam ondrr dossiernum,ner 50957716 en kunn en worden geraadpleegd op www.legalance.nl. Op verzoek worden zij kosteloos lO•!r,cwnden.

2/12

De Gemeente heeft nagelaten voor het nadeel toereikende compensatie te verstrekken (de molenadviseur sprak van een tekort van € 175.451,35, Bijlage 1, kosten t.l.v. K. verrekend) en de heer K. achtergelaten met een molen die zelfs nog niet wind- en waterdicht was (van belang vanwege de monumentale status5), waarvan vloeren nog loslagen, trappen ontbraken, etc" met alle gevolgen van dien (zie ook hierna en e-mail d.d. 4 februari 2025). Naast haar ontoereikende compensatie kwam de Gemeente medio november 2024 met een benadelende interpretatie van de volgende bepaling uit de vaststellingsovereenkomst: "Artikel 7 taxatie 1. Partijen zullen de molen voor ophoging laten taxeren en na de ophoging. Het verschil wordt bij verkoop van de molen (geïndexeerd) terugbetaald aan de gemeente Spijkenisse. 2. De indexering, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is gebaseerd op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek te publiceren CBS-index prijzen bouw, op basis van het meest recent vastgestelde prijspeil." (onderstreping AHV) Die molen is een korenmolen, bestaand uit een romp, kap, molenkruis, roede, wieken, halslager, bovenwiel, bovenas, schijfloop, vang, kruiwerk, wipstok, luiwerk, spil, spoorwiel, steenspil, maalwerk, meelpijp, stelling die toegankelijk is via de stellingdeur, staart, schoor, kruiwiel, schoor en een invaartdeur op de begane grond.

Met deze molen kan van ➔ graan meel gemaakt worden. In de wetenschap dat molens redelijk waardevast zijn, zag de heer K. deze bepaling niet als problematisch. De wijze waarop de ! --· Gemeente de bepaling van artikel 7 van de vaststellingsovereenkomst hanteert - zich niet beperkend tot 'de molen', maar ten f onrechte oprekkende tot het onroerend goed Noordeinde 99 - kwam medio november 2024 ·-· __ ,... □. -- -.:.::==�·�---:::,---,-==-. aan het licht toen de heer K. voornemens was de molen te verkopen. In de e-mail van de heer B. d.d. 13 november 2024 werd een vermeende vordering gesteld op € 330.000,00, zonder .onderbouwing hoe --... �., --dit zich verhoudt tot het doel van de --------overeenkomst (nadeelcompen­satie), het niet-gecompenseerde tekort en verdere niet-gecompenseerde benadeling en/of op welke wettelijke grondslag deze vordering Korenmolen Spijkenisse I verticale snede; verhoging 7,0 m Nico zou zijn gebaseerd en/of hoe de Jurgens - Hoorn 23 september 2008

l I

,�-)i, --

5 ABRvS 1 februari 2012, ECLl:NL:RVS:2012:BV2414, r.o. 2.12.1.

Lega �11\,Ce

3/12

inbreuk op het eigendomsrecht ex art. 1 EP EVRM zou moeten zijn gerechtvaardigd en waarom bouwwerken die naar verkeersopvatting (art. 3:4 lid 1 BW) niet tot de molen behoren c.q. 'losmakelijk' zijn van de molen (lid 2) daar in dit specifieke geval6 wel onder zouden vallen (Bijlage 2). De wijze waarop de Gemeente die bepaling hanteert (al dan niet in combinatie met het taxatierapport van Ooms Makelaars Taxaties B.V. d.d. 4 januari 2010 betreffende Noordeinde 99 te Spijkenisse), volgt niet uit de overeenkomst en de aard daarvan (art. 6:248 lid 1 BW, bepalingen over de vaststellingsovereenkomst zijn opgenomen in art. 7:900 e.v. BW) die volgens de eerste en vijfde overweging gaat over molen Nooitgedacht en is slecht te rijmen met het rechtszekerheidsbeginsel (daarmee onrechtmatig, art. 6:162 BW). De bepaling tot terugbetaling kan vanwege gebrek aan wettelijke grondslag voor terugbetaling en/of omzeiling van bescherming van eigendom ex art. 1 EP EVRM nietig zijn (art. 3:40 BW, art. 7:902 BW). Vanaf 9 december 2024 zijn diverse knelpunten van deze vaststellingsovereenkomst naar voren gebracht (Bijlage 3). Met het theater werd een cultureel waardevol icoon in het stadsbeeld7 van Spijkenisse geambieerd, maar het kan niet zo zijn dat het College de bouw daarvan voor een bedrag van minimaal € 505.451,35 ten laste van de heer K. laat.

Na met het oog op de verkoop van de molen circa drie maanden schriftelijke correspondentie en overleg te hebben gevoerd, is de Gemeente nog niet juridisch-inhoudelijk op de materie ingegaan. Gemeente als professionele contractspartij In art. 6:248 lid 1 BW is bepaald: "Een overeenkomst heeft niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien." Bij (de invulling van) redelijkheid en billijkheid moet worden gedacht aan algemeen erkende rechtsbeginselen, de in Nederland levende rechtsovertuigingen en maatschappelijke en persoonlijke belangen (art. 3:12 BW). Met de raadsinformatiebrief van wethouder M. Hamerslag d.d. 11 februari 2025 waarin staat dat in de destijds opgestelde vaststellingsovereenkomst de rechten en plichten van de molenaar en de gemeente zijn vastgelegd, wordt een onjuiste rechtsopvatting gehánteerd, althans een onvolledig beeld geschetst. De overheid heeft zich aan de wet te houden, zo ook aan Boek 3 en 6 van het Burgerlijk wetboek en de bijzondere (deels dwingendrechtelijke) bepalingen voor de vaststellingsovereenkomst in art. 7:900 e.v. BW.

Verder hebben de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en andere normen van publiekrechtelijke herkomst reeds plaats gewonnen in het privaatrechtelijk overheidshandelen8, alsmede bronnen van internationaal en nationaal recht. Machtsmisbruik en willekeur moeten worden voorkomen. Bovendien zijn overheidslichamen - zoals de Gemeente - als professionele en welingelichte deelnemers aan het rechtsverkeer te beschouwen9 . Aan die hoedanigheid wordt voor de toepassing van de wet en uitleg van overeenkomst gewicht toegekend. Onduidelijkheden in een door zo'n professionele partij opgesteld beding of contract worden door rechters in het algemeen in het voordeel van de (ondeskundige) wederpartij uitgelegd. Bij de uitleg kunnen omstandigheden rondom de vaststellingsovereenkomst èn die betreffende verhouding overheid/burger een rol spelen10. Hierover was in o.a. in de e-mails d.d. 9 december 2024 en 4 februari 2025 reeds een en ander naar voren gebracht (Bijlage 3).

6 Hof Den Bosch 6 maart, 2018: ECLl:NL:GHSHE:2018:879: Naar eerste en vijfde overweging van de overeenkomst, Haviltex-criterium (HR 13 maart 1981, ECLl:NL:HR:1981:AG4158) of normaal spraakgebruik. 7 Notitie 'De molen in de wind', Gemeente Spijkenisse, maart 2004, p. 21. 8 HR 27 maart 1987, HR 27 maart 1987, ECLl:NL:HR:1987:AG5565, HR 8 juli 1991, ECLl:NL:HR:1991:ZC0315. Ook art. 3:12 en 3:14 BW, art. 3:1 lid 2 Awb 9 O.a. J. Hijma e.a. Rechtshandeling en overeenkomst, Devemter: Kluwer 2010, p. 18. ,o Vergelijk: HR 2 juni 2023, ECLl:NL:HR:2023:822, r.o. 3.2.

Legal�ll\,Ce

4/12

Juist van een overheid die als professionele partij een contract opstelt, mag worden verwacht dat kwaliteit, eenduidigheid11 en rechtszekerheid wordt geboden12 (i.c. ook over evenredigheid van publieke lasten voor de bouw van het theater) en dat haar inbreuken op eigendom en opleggen van lasten conform de wet gebeurt (art. 1 EP EVRM, art. 132 lid 6 Gw). Willekeur behoort achterwege te blijven, ook over begrippen en het doel van art. 7 van de vaststellingsovereenkomst. Anders dan de heren H., B. en O. wensen, kan er (zoals gezegd) onder 'molen' in artikel 7 van de vaststellingsovereehkomst d.d. 8 april 2009 niet iets anders worden verstaan dan molen "Nooitgedacht" in de eerste en vijfde overweging van de overeenkomst en - voor zover nodig - wat er volgens het Haviltex-criterium 13 en in het normale spraakgebruik14 onder 'molen' moet worden verstaan. In de e-mail van 9 december 2024 gaf ik al enkele knelpunten betreffende de implementatie in de overeenkomst (Bijlage 3). Nu de kwaliteit van de vaststellingsovereenkomst- opgesteld door de Gemeente als professionele partij - te wensen overlaat, komt dat voor rekening van de Gemeente15. Ook is de integriteit in het gedrang (aangifteplicht: art. 162 Sv).

In mijn e-mail van 6 december 2024 gaf ik al aan welke juridische expertise er nodig is (specifiek juridisch-technische aspecten van de vaststellingsovereenkomst, bescherming van eigendom op grond van art. 1 EP EVRM en erfgoedrecht), maar die heeft de Gemeente achterwege gelaten. Na met het oog op de verkoop van de molen circa drie maanden schriftelijke correspondentie en overleg te hebben gevoerd, heeft de Gemeente zich nog niet, althans niet behoorlijk, juridisch-inhoudelijk met de zaak bezig gehouden, heeft de Gemeente - ondanks erkenning dat de overeenkomst ondeugdelijk is (H. 20 februari 2025) - nog geen verantwoording willen nemen over de ondermaatse kwaliteit van de door haar opgestelde vaststellingsovereenkomst, nog geen bereidheid getoond de (aangegeven!) knelpunten op te lossen en de vaststellingsovereenkomst in overeenstemming te brengen met het recht en/of art. 7 van de vaststellingsovereenkomst ex art. 6:248 lid 2 BW buiten toepassing te laten16 (over contractswijziging e-mail d.d. 4 februari 2025, Bijlage 3). In plaats daarvan omzeilt de Gemeente toetsing aan het recht (met een relaas aan juridische misslagen en verwijten), beroept de Gemeente zich ten onrechte op de wilsvertrouwensleer (Bijlage 3), verschuilt zij zich ten onrechte achter onwetendheid en laat de heer K. onnodig lang in onzekerheid en kosten maken.

Het gedrag van de Gemeente en gebrek aan voortvarendheid vallen slecht te rijmen met de eisen van redelijkheid en billijkheid (schending art. 6:2 BW). De stellingname van de heer H. in zijn raadsinformatiebrief d.d. 11 februari 2025 dat het College hoopt 'op een minnelijke wijze tot een passende oplossing te komen' is moeilijk serieus nemen. Voorlopig maakt de Gemeente de onevenredigheid van zijn individuele last vanwege de ophoging van de molen alleen maar groter17, meest recent met de wens tot mediation. De schade van de heer K. loopt op en er dreigen fiscale gevolgen.

u HR 4 juni 2010, NJ 2010/312. Bij gebreke waarvan het beroep op de wilsvertrouwensleer (e-mail Blokpoel d.d. 17 januari 2025) ongepast is (zoals gezegd, d.d. 24 januari 2025). is HR 13 maart 198i, ECLl:NL:HR:1981:AG4158. Kortgezegd wordt er op basis van dit criterium van de Hoge Raad bij de uitleg van overeenkomsten niet alleen gekeken naar de letterlijk of taalkundige betekenis van de tekst, maar ook naar de betekenis die partijen er in de gegeven omstandigheden en verwachtingen aan mogen toekennen. 14 Hof Den Bosch 6 maart, 2018: ECLl:NL:GHSHE:2018:879. 15 HR 31 januari 2020, NJ 2020/360 16 Schending van verplichtingen uit redelijkheid en billijkheid kunnen een toerekenbare niet-nakoming (wanprestatie) opleveren Toelichting-Meijers, Parlementaire Geschiedenis van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek, Deventer 1981 (vaststellingswet) 6, p. 258, p. 266), op grond waarvan de Gemeente verplicht is tot schadevergoeding (art. 6:74 BW). Zie ook HR 23 februari 1923, ECLl:NL:HR:1923:224. 17 Over initiatieven ter beperking van nadelige gevolgen EHRM 23 april 1996, 17869/91 (Phocas/Frankrijk); over rechtsonzekerheid (EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal). 11

Legal��e

5/12

Bescherming van eigendom (art. 1 EP EVRM) is een mensenrecht De Gemeente heeft de menselijke waardigheid en vrijheid van burgers te respecteren. Die aspecten vormen de essentie van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Zelfbeschikking en persoonlijke autonomie dienen als grondslagen voor de invulling van de waarborgen (alle waarborgen) van dit verdrag 18, zoals bescherming van eigendom in art. 1 Van het Eerste Protocol bij het EVRM (EP EVRM). De Gemeente mengt zich in het eigendom van de heer Van Kranenburg en begeeft zich binnen de reikwijdte van dat artikel, luidende: Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van ziin eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren." (onderstreping AHV) Deze eigendomsbescherming ex art. 1 EP EVRM is een resultaatsverplichting (art.

1 EVRM) en ziet op de rechten en belangen die een vermogenswaarde vertegenwoordigen19 . De Gemeente dient haar regelgeving en bestuurspraktijk binnen de grenzen van dergelijke Europese regelgeving vorm te geven en zich actief in te zetten om daaraan uitvoering te geven of die te handhaven. In de praktijk wordt het mensenrecht van ongestoord genot van eigendom stelselmatig genegeerd. Noch in de vaststellingsovereenkomst noch in schriftelijke correspondentie en overleg in de afgelopen maanden (waarin het artikel herhaaldelijk aan de orde is geweest) heeft de Gemeente onderbouwd hoe zij aan die voorwaarden zou voldoen, aan welke voorwaarden voorzien in welke wet zij zou hebben voldaan en hoe zij een 'individuele en onevenredige last' zou hebben voorkomen ('égalité devant les charges publiques'-beginsel). Zoals in de e-mail van 9 december 2024 al naar voren gebracht, kan omzeiling van die bescherming tot ni�tigheid leiden (art. 3:40 W, art. 7:902 BW). De vaststellingsovereenko.mst geeft geen blijk van (actieve inzet ter} waarborg van dit EVRM-recht en gaat niet in op evenredigheid van of na terugbetaling. Uit oogpunt van het doel van de vaststellingsovereenkomst, nl. garantie van windrecht20 door ophoging van de molen d.m.v.

nadeelcompensatie (tweede overweging), heeft de Gemeente ten onrechte te weinig schade vergoed en nagelaten 'fair balance' -rechtvaardig evenwicht tussen de eisen van algemeen belang en bescherming van fundamentele rechten van de heer K. - te realiseren in de inbreuk op het eigendomsrecht. Hierbij is van belang dat de molenadviseur sprak van een tekort van€ 175.451,35 (berekening W. H. d.d. 15 november 2010, Bijlage 1, kosten t.l.v. K. verrekend) waarin nooit is voorzien, waarvoor contractueel evenwicht en schending van . die de Gemeente ter art. 1 EP EVRM niet zijn hersteld21 Met de bedragen nadeelcompensatie beschikbaar had gesteld, was de molen na ophoging nog niet wind- en waterdicht te maken -van belang vanwege de monumentale status22 - lagen vloeren nog los, ontbraken trappen etc.; full market value23 ontbrak. Dit terwijl de Gemeente in 2004 waarde hechtte aan de beeldbepalendheid bij de oude dijkenstructuur en de rijksmonumentale status van de molen 24 . 0-ok de communicatie met de gemeente, de noodzaak met behulp van een advocaat betalingsregelingen te treffen, de noodzaak een hypotheek af te sluiten om de werkzaamheden af te ronden, het moeten hebben opofferen/slopen van bouwwerken ten behoeve van de ophoging, etc. droegen reeds bij aan 11

18 EHRM 10 juni 2010, 302/02 (Jehova h's Witnesses of Moscou/Rusland)

19 Vlg. EHRM 23 februari 1995, NJCM 1995/1084, par. 53 en EHRM 13 december 2000, 33071/96.

20 Vlg. Nota Planbeoordeling van Provincie Zuid-Holland. Het windrecht wordt vertaald in een molenbiotoop. 21 Welk bedrag niet in de e-mail d.d. 27 januari 2025 (i.t.t. gesprek d.d. 24 januari 2025) is opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17072384/1