1. Legalance; Gebreken integriteit en rechtsstatelijkheid inzake Theater De Stoep-ophoging molen Nooitgedacht - art. 1 EP EVRM, nadeelcompensatie (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Lega��e
20/25
motivatie tot dienstbaarheid en daarmee overeenstemmend functioneren, met kritische (zelf )reflectie)130 Van die rechtsstatelijke waarde, een lerende houding, zelfreinigend vermogen (beginsel .
6, goed bestuur) en ontvankelijkheid voor signalen van problemen (beginsel van openheid en integriteit voor goed bestuur) is geen sprake. Bij brief van 15 april 2025 aan het College (met cc. aan de Gemeenteraad) zijn de rechtsonzekerheid, de wijze van afhandeling, de integriteit en schade/kostenoverzichten naar voren gebracht (Bijlage 26). In de aanloop naar de begroting 2026 is de kwestie op 30 september 2025 middels inspraak in de vergadering van de Commissie Bestuur geweest (Bijlage 27). De wetgever heeft met inspraak (en participatie) beoogd de Gemeenteraad een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van de belangen van individuele burgers131 (in 5 minuten spreektijd 132). De inspraak is te raadplegen via de link< https://nissewaard.raadsinformatie.nl/vergadering/1281189 > met een reactie van wethouder H. in antwoord op een vraag van raadslid W. in de rondvraag, waarin hij met de toegankelijke uitleg over nadeelcompensatie, art. 1 EP EVRM en het égalitébeginsel uit 2007 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken133 tot zijn beschikking voorbij gaat aan o.a. EVRM-rechten en de resultaatverplichting. Hij had de professionaliteit van ambtenaar B. naar waarde kunnen schatten. De afhandeling van de zaak noemt hij desondanks 'zorgvuldig'. Naar de definitie die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hanteert:
"Zorgvuldig betekent dat werknemers steeds opnieuw kritisch en systematisch reflecteren op hun verantwoordelijkheden en zich voortdurend vragen stellen over hun doen en laten. In de huidige tijd kan ook gesproken worden over handelen overeenkomstig de geldende morele waarden en normen." 134 Ook hij zet zijn geloofwaardigheid en het aanzien van de politiek of het bestuur op het spel135, en voorzag niet in het goede voorbeeld dat uit oogpunt van integriteit van hem mocht worden verwacht (beginsel 1 goed bestuur), gebrek aan o.a. doorleefde organisatiewaarden (publieke waarden) en zelfreflectie zijn uit oogpunt van integriteit problematisch (Bijlage 5), evenals onzorgvuldigheid en ongevoeligheid voor anderen136 • Aan de beginselen van legitimiteit en goed contact, zoals t.a.v. integriteit en grondrechten, alsmede aan de eisen van de rechtsstaat is niet voldaan. In vervolg op de inspraak en die rondvraag hebben het College van Burgemeester en wethouders en de Burgemeester de brief van 10 oktober 2025 met bijlagen ontvangen, die tevens voor de vergadering van 15 oktober 2025 was toegezonden aan de Gemeenteraad (Bijlage 28). De brief bevat uitleg over de essentie van de rechtsstaat en het goede functioneren daarvan, alsmede een onderbouwde weerlegging van de reactie van H.
op 30 september 2025, wijst op de grootmoedigheid (eerlijkheid, fouten uit eigen beweging direct herstellen, ruimhartig compenseren) 130 Nederlandse code voor goed openbaar bestuur, p. 17 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl14f934ce872de4f25b0184683f5053aa717064c0/pdf >; 131 Kamerstukken 1 1985/86, 19403, 3, p. 74. 132 Artikel 13 lid 5 Reglement van Orde Gemeenteraad Nissewaard < https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR687059/1 > 133 < https://ecer. minbuza.n 1/docu ments/20142/1123324/I cer+2007 +staatssteu n+en+nadeelco mpe nsatie+han dreiking.pdf /b05fe38b-95d3-d6ab-5069-dd18f4092af3?t=1545270719220 > (laatst geraadpleegd op 13 maart 2025) Deels opgenomen in Bijlage 5 bij brief van 20 maart 2025 (Bijlage 23). Hier Bijlage 1. 134 Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG format integriteitsbeleid, oktober 2021, p. 6. Vergelijkbaar: E. Karssing, De oplossing is het probleem niet! Reflecties op ethiek, integriteit en comp/iance, Capelle aan den IJssel: C.A. Wielenga/Nederlands Compliance Instituut 2011, p. 144, uitgebreider p. 147-148. Bij zorgvuldigheid in de zin van de Algemene wet bestuursrecht bevat het de elementen 'nodige kennis' en 'de relevante feiten en de af te wegen belangen' (art. 3:2 Awb). 135 Vergelijk: E.
Karssing, De oplossing is het probleem niet! Reflecties op ethiek, integriteit en compliance, Capelle aan den IJssel: Nederlands Compliance lnstituut/C.A. Wielenga 2011, p. 99. 136 M. Becker, Ethiek voor juristen, Amsterdam: Boom uitgevers 2021, p. 111.
Lega��e·
21/25
die zijdens de Gemeente vanzelfsprekend zou moeten zijn in de omgang met onrechtmatigheden137 en bevat (kort gezegd) verzoeken aan de burgemeester middels de bevoegdheden in art. 53a Gemw zo spoedig mogelijk tot rechtsherstel te komen en aan het gemeentebestuur dat met de Begroting 2026 of zoveel eerder als mogelijk te doen. In die vergadering is daar geen aandacht aan besteed138 . In de brief van 10 november 2025 is de Gemeenteraad nog van achtergrondinformatie en uitleg over haar verantwoordelijkheid in de resultaatverplichting voorzien (Bijlage 29). In de vergadering van 12 november is de Begroting 2026 behandeld139. In de brief van 5 november 2025 is te lezen dat het maatschappelijk draagvlak niet is onderzocht. Noch in de brief (Bijlage 30a) noch in de vergadering is aandacht besteed aan de toegezonden brieven en de onderhavige kwestie. De Gemeenteraad heeft (zonder reden, art. 94 Gw) haar sturingsinstrument niet ingezet en deze verplichte uitgaven niet opgevoerd (Bijlage 30). Bij brief van 24 november 2025 is de Gemeenteraad wederom van achtergrondinformatie en uitleg over haar verantwoordelijkheid in de resultaatverplichting voorzien (Bijlage 31). Zij had deze informatie in de raadsvergadering van 10 december 2025 kunnen behandelen, maar dat is niet gebeurd.
Bij brief van 8 december 2025 is de Provincie Zuid-Holland (Gedeputeerde Staten) op de hoogte gebracht van deze kwestie ten einde uitvoering te geven aan haar toezichthoudende taken140. De integriteitsproblemen, (bewuste) financiële risico's, onderbudgetering, wensdenken en dreigende moties van treurnis of wantrouwen zijn daarbij aan de orde geweest. Tot op heden is niet gebleken dat zij naar haar taken en verantwoordelijkheden is ingericht en in staat is aan de beginselen van de rechtsstaat (zoals mensenrechten) en goed bestuur te voldoen, of dat de bestuurlijke integriteit ex art. 175 Provw wordt bevorderd. Op 25 februari 2026 heeft de heer W. in de raadsvergadering aandacht aan de afwikkeling van de ophoging van de molen besteed141. Op de integriteitsproblemen, (bewuste) financiële risico's, onderbudgetering, wensdenken en dreigende moties van treurnis of wantrouwen is niet ingegaan. Het respecteren van mensenrechten was inmiddels expliciet als behoorliikheidseis verbonden aan beginsel 3, goed bestuur142. Vanuit de Gemeente als inbreukmaker verzuimt wethouder H. weer verantwoordelijkheid te nemen over het gebrek aan 'fair balance' jegens de burger (zich grootmoedig op te stellen143) en stuurt weer aan op een dure, tijdrovende, langlopende rechtszaak. Wederom wordt niet aan rechtsstatelijke waarden en beginselen van goed bestuur voldaan.
Het ligt op de weg van de Gemeente (College) haar financieel en professioneel falen zelf (al dan niet met haar verantwoordelijken/personeel) te regelen. Maar de heer K. ondervindt alleen extra benadelingen144 en geen oplossingen. Dit gaat over de grenzen van overheidsmacht jegens de burger, het wezen van de rechtsstaat, en naleving van de ambtseed (art. 41a lid 1 Gemw voor 137 C. Raat, Ethiek en kwaliteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers, p. 140. Tevens als deugd voor goed bestuur: Nederlandse code voor goed openbaar bestuur; Beginselen van deugdelijk overheidsbestuur p. 18. 138< https://nissewaard.raadsinformatie.nl/vergadering/1281202 > 139 Via de link< https://nissewaard.raadsinformatie.nl/vergadering/1281222 > te raadplegen, met de begrotingsstukken onder 7, ook de Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 (bijlage) en Beantwoording vragen programmabegroting 2026 140 artt. 193-195 Gemw, art. 124 Gemw. 141 Zie https://nissewaard.raadsinformatie.nl/vergadering/1409214 bij 2:34 u. 142< https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/behoorlijkheidswijzer/vereisten > (laatst geraadpleegd 22 april 2026 143 Nederlandse code voor goed openbaar bestuur; Beginselen van deugdelijk Overheidsbestuur, p. 18< https://open.overheid.
n 1/documenten/ronl-14f934ce872de4f25b0184683f5053aa 717064c0/pdf > 144 Vergelijk EHRM 2001 (Phocas/Frankrijk) en EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal).
Lega��ce
23/25
doorgaans van belang wanneer de schade geacht moet worden te zijn geleden, waarbij de dag van betaling doorslaggevend kan zijn en concreet berekend kan worden 151 . Het onevenredige nadeel door misgelopen kansen/inkomsten uit ondernemerschap {kansschade) medio 2003-2010, wordt voor de schadevergoedingsvordering buiten beschouwing gelaten. Onderliggende stukken zoals die conform art. 4 lid 3 en 5 overeenkomst (Bijlage 9) in bezit zijn bij de heren H. en zijn bestuurskundige B. kunnen tevens aan de Gemeenteraad beschikbaar worden gesteld. Voor het overige zij verwezen naar de bijlagen bij deze brief. Formatie: geen vertrouwen De heer K. kennisgenomen van de keuze van de heren H.en S.tot informateur van het nieuwe college en het advies d.d. 8 april 2026. In het advies wordt 'het herwinnen van het vertrouwen in de overheid' als gespreksonderwerp genoemd en aangegeven dat de partijen het van het grootste belang achten dat onder andere dit thema voortvarend ter hand wordt genomen (Bijlage 33). Het advies van 8 april 2026 is echter gericht op de oude collegesamenstelling en weinig tegenwicht.
Onder dominantie van partij ONS heeft de oude collegesamenstelling niet het sterke verantwoordelijkheidsgevoel en niet de gewetensvolle invulling van de taken en verantwoordelijkheden (houden aan wet- en regelgeving, intrinsieke motivatie tot dienstbaarheid en daarmee overeenstemmend functioneren, met kritische (zelf-)reflectie152) laten zien die in de publieke sector van belang zijn en waarop de gedragscode ook al sinds 2009 wi;st153. Dat leidt niet tot vertrouwen voor de komende vier jaar. Het gemeenschapsgeld lijkt te worden besteed aan uitbereiding van het aantal wethouders. De heer K. ziet evengoed graag een spoedige afbetaling van nadeelcompensatie c.q. rechtsherstel conform art. 1 EP EVRM tegemoet en medewerking aan contractwijziging. Gemeente Nissewaard niet geslaagd in afronding in fiscaal jaar 2024 of 2025 Om fiscale redenen had de heer Van Kranenburg belang bij rechtsherstel en correcte afronding van deze kwestie uiterlijk in het jaar 2024 of 2025. Door gebrek aan voortvarendheid in het nemen van haar verantwoording {beginselen 3154 en 7, goed bestuur), is de Gemeente Nissewaard daarin niet geslaagd. Eventueel nadeel uit fiscale gevolgen komen ook voor rekening van de Gemeente. Uit het voorgaande (en bijgesloten stukken) blijkt dat de omgang met de heer K.
als benadeelde van gemeentelijk handelen en met de molen als rijksmonument niet zijn zoals die in een rechtsstaat of bij goed openbaar bestuur hadden behoren te zijn. Verwacht mag worden dat het College daarover verantwoording aflegt. Een goede democratische bestuursvoering is gebaat bij openheid over een situatie als deze. Het past bij de Raad kritisch toe te zien - en zo nodig bij te sturen - op de wijze waarop zijdens de Gemeente verantwoordelijkheid wordt genomen, op de mate waarin 151 Afhankelijk van schadebegroting, bijv. per de dag van betaling (HR 30 mei 2015, ECLl:NL:HR:2015:1198) c.q. concrete
berekening waarbij opeisbaarheid eerst sprake is op het moment dat kosten daadwerkelijk gemaakt zijn of abstract uitgaande van ogenblik dat het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan (MvA Il, Pari. Gesch. BW Boek 6 1981, p. 475). 152 Nederlandse code voor goed openbaar bestuur, p. 17 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl14f934ce872de4f25b0184683f5053aa717064c0/pdf >; 153 Nederlandse code voor goed openbaar bestuur, p. 17 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl14f934ce872de4f25b0184683f5053aa717064c0/pdf >; 154 < https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/behoorlijkheidswijzer/vereisten > (laatst geraadpleegd 22 april 2026
Legal��ce
24/25
belastinggeld daadwerkelijk aan de benadeelde burger ten goede komt (en het nadeel minimaal wordt gehouden) en grootmoedig155 rechtsherstel plaatsvindt. Naast controle door de Gemeenteraad en integriteitsbevordering door de burgemeester, kan de commissaris van de koning ook een rol vervullen. Indien er nadere toelichting of informatie nodig is, dan verneem ik dat graag. Het College van Burgemeester en wethouders ontvangt een kopie van deze brief.
, Bijlagen: 1. Screenshots 'Handreiking nadeelcompensatie en staatssteun' (20 0 7) op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken156 2. Besluitenlijst vergadering Commissie Centrumplan d.d. 23 januari 2003 3. Besluitenlijst vergadering Commissie Onderwijs en Welzijn d.d. 14 januari 2003 4. Pagina's uit Nota 'De molen in de wind', Gemeente Spijkenisse d.d. maart 2004 5. Fragmenten over Dirty Dozen voor organisaties uit: C. Raat, Ethiek en integriteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, p. 33, 49-50. 6. Verklaring van geen bezwaar ex art. 19 lid 1 WRO van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland d.d. d.d. 27 januari 2010 (PZH-2010-153920079) + Toelichting 7. Brief van het College aan de Raad betreffende nieuwbouw theater en cultuureducatie d.d. 10 december 2003 8. Besluit Gemeenteraad d.d. 17 december 2003 (2e Begrotingswijziging 2004) 9. Vaststellingsovereenkomst d.d. 8 april 2009 10. Brief van GroenLinks d.d. 7 oktober 2010 met antwoordbrief Gemeente Spijkenisse d.d. 3 november 2010 11. Gemeente Spijkenisse, college-advies d.d. 30 januari 2009 12. Amendement van CDA en PvdA d.d. 4 maart 2009 13. Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. de realisatie van een nieuw theater aan het Theaterplein te Spijkenisse d.d. 31 augustus 20 0 9, p.
17 en 18 (onderwerpen molenbiotoop, economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid). 14. Pagina's betreffende 'aanvullende kredietaanvraag ophoging molen Nooitgedacht' uit raadsnotulen d.d. 8 september 2010 15. E-mail van H. met berekening d.d. 15 november 2010 16. Krantenbericht Groot Nissewaard 'Goud voor H. d.d. 22 januari 2013 17. Raadsinformatiebrief van wethouder H. d.d. 11 februari 2025 18. E-mail van Gemeente Nissewaard, B. d.d. 13 november 2024 19. Krantenbericht Algemeen Dagblad 'Miljoenendans rond ophoging molen' d.d. 30 mei 2008 155 C. Raat, Ethiek en kwaliteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers, p. 140. Tevens als deugd voor goed bestuur: Nederlandse code voor goed openbaar bestuur; Beginselen van deugdelijk overheidsbestuur p. 18 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl-14f934ce872de4f25b0184683f5053aa717064c0/pdf >. 15 6 < https://ecer. minbuza. n1/documents/20142/1123324/lcer+2007+staatssteun+en+nadeelcom pensatie+ha ndreiking. pdf/b05fe38b-95d3-d6ab-5069-dd18f4092af3?t=1545270719220 > (laatst geraadpleegd op 13 april 2026)
Lega��ce
25/25
20. Krantenbericht Groot Nissewaard 'Het derde culturele icoon in Spijkenisse' d.d. 25 april 2025 21. Diverse e-mailcorrespondentie aan en van Gemeente Nissewaard, periode december 2024maart 2025 22. Pagina's uit besluitenlijst gemeenteraadsvergadering d.d. 12 maart 2025 23. Brief aan Gemeente Nissewaard, College van B & W (cc. Gemeenteraad) d.d. 20 maart 2025 (excl. Bijlagen) 24. Brief van Gemeente Nissewaard d.d. 8 april 2025 met bestandsinformatie 25. E-mailcorrespondentie aan/van H. april 2025 26. Brief aan Gemeente Nissewaard, College van B & W (cc. Gemeenteraad) d.d. 15 april 2025 + Bijlage 4 (Kosten/schade/nadeel) 27. Inspraaknotitie en pagina's uit besluitenlijst vergadering Commissie Bestuur d.d. 30 september 2025 28. Brief aan Gemeente Nissewaard, College van B & W (cc. Gemeenteraad) d.d. 10 oktober 2025 (excl. Bijlagen) 29. Brief aan Gemeente Nissewaard, Gemeenteraad (cc. College van B & W) d.d. 10 november 2025 (excl. Bijlagen) 30. a. Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029: raadsvoorstel b. Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029: raadsbesluit c. lnfografic d.d. 18 november 2025 31. Brief aan Gemeente Nissewaard, Gemeenteraad (cc. College van B & W) d.d. 24 november 2025 (excl. Bijlagen) 32. Overzicht kosten/schade/nadeel 18 september 2024 t/m 30 april 2026 33. Brief van S. en H. aan lijsttrekkers/fractievoorzitters d.d. 8 april 2026
Legal�IM:e
Bijlage 1
hops://P(;f':f tninbuza.nl/i;focurnents1;:>014�1 I f 233:!4 lcer+2007 +staatss:teun 1,n" nadeel:ornpen,c1t1e ht1nclre1king.pdf/b05,e3fil.;-!l� .
+
80%
V
------------�------,oe�enne1r varrnauewc0111PWISill1'f01>0ercea1 van -narIoeu11g 1e ma,ernn ue p1a�Iu,rv,oru nadeelcompensalle nogat eens v01mgegeven ais subSidie�ellng of (ee11matlge) SllbS•dle. 1.2 Grondslaue11 nadeelcompensane Hel recht 011 I1adeelcompensatle vloe� voort ud enkele algemene g1Q11dSlagen Dil betreffen Europeesreehteli]lle en nalfonaatreçl\telljl(e algemene oront!stagen met een sIe11te l<oppellng aan hel reclll van eigendom. De Delangrijksle zijn hel eigendomsredll volgens het Europees VerdraQ van de Rech!en van de Meos en hel daatbij behocende protocol, arukel 14 van de Grondwet en het zogeheten égalï!él>eginsel Hef is van belang om zich al bö de vormgeving van een we!tellJke regeling, beleids1egel of buitenwellelijk selladebe..<ltltt voldoende rekenschap ie geven van deze Eu1ope.8Sfechle1Jjlle en nafionaalredlteliJ,le grondslagen Specifieke wette[jjke 1egelingen die 21Jn opgesteld ter vergoeá11g van sdlade als gevolg van reohtmatrg overheiäshandelen of beslUilvocming (paragraaf 3) Zin vaal< gebaseerd op deze algemene grondslagen. Om behulpzaam te zijn bij het opstellen van een nadeelcompensatil!l'egeffng of beslult wordt hierna ingegaan op deZe gron�agen
r
1.2.1. �chrtjving eigendomsrecht volgens het EVRM (art. 1 en 1e protocoQ Hef eigendomsreclli ts als fundamenteel recht neergelegd fn artikel 1 van hef Eeiste Protocol bij hel Europese Verdrag VOOf de Rechten van oe Mens (hierna: art 1 EP) Binnen arbl<el 1 EP !runnen drie hoofdregels worden ondeisdleiden: • het uitgangspunt van ongesloold e,gendomsgenot ('pe90?{u/ e,v())'mentl: • bescherming tegen 'lfflllemlng van eigendom; • ere mogelijkheid van regulenng van het gebf\Jllt van eigendom over de toepassing ven erbl<el t EP is een Uitgeblelde }Urîsprudl!llUe voomanden waartn deze hoofdregels hader Worden o,tgewefllt Het Europese Hof voor de rec!Jten van de Mens maakt bij de toel}assing van art 1 EJ' een onóersdleld IUSsen vergaande en ,,,.-,der vergaande Inbreuken op eigendom (respectfevelUk •ontneming' en ·,egUtenng' van eigendom) In aanstu1Hng op dit onderscheid ken een recht op sehadeloosstenlng dan Ylel een gedéellehji(e sehadevergoedlng bestaan, Hoewel net ei9endomsbeD1tP van srtMiel I Ef' II09 niet geJ1eel � 1111gekr1s!alliseerd, Is wel duJdeJUk dal de relkwjjdte van deze besd1emi111111>11ZOnde1 rutm is.
waa,door daarop In zeer uiteenlopende gevallen een beIoep kan wonlen gedaan In be9111Sel WO(den alle op gold waardeerbare rectiten on oeIa11gen l)eSCl!e1rnd De rechter loelSI or de be1rolQlen overhmdomaat19llel te c,esc:houwen IS als een Inbreuk op eigendom 111 de llll van anll<.el I EP, llet recht of belang moet met YOlöoende zekerheid vaststaa,, lndler1 daa,yan soralle ts, toetst de Iecll!J!f l)e maallegel aan artikel IEP Hel Europese. Hof gaat n;1 ol de lng1eep l<an worden geredltvaardlgd Oaart>� IS van Delan9 dat artikel ! EP duidelljJ( maak! dal de Staal de mogelijl\/leld behoud! van regulenng van eigendom Regulering is dus in beginsel geoOIIOold De inbreuk op het 0119es1oord genot moe! de eis lamnen do01Staan van het Clilerium van dil proponionatttelt oftewel faJt bB/arr..E- De ets van een fair oa1ance hOudl In dal er een redelijke balans moet zun tussen het atçerrreen belatl!tdat de ovemeicl nastreeit en het fndIviduele befang 11
van de bur9er wiens rechten wo1den gesdlonden, Het ovemeid5optreden mag niet leiden tot een disproportionele lasl De balans wordtvef'Stoord indien op de betrokken burger een 'individual and excessiYe bUrden' wordt gelegd. Dil doel denk-en aan de ailerla 'speciale en abnormale last' van het êgafllê-beginsel (Zie hiema) maar e1 lS nog geen ul!Spraak of deze criteria precies hetzelfde inhouden
Bijlage 4
De molen in de wind
Maart 2004
I.
Inleiding
I.1.
Inleiding
De gemeente Spijkenisse is bezig met de realisering van een ambitieus plan: het “Centrumplan”. Het plan omvat verschillende projecten in het centrumgebied. Doel is het creëren van een levendig kerncentrumgebied door het invullen van beschikbare locaties met woningen, winkelvoorzieningen, culturele voorzieningen in combinatie met een kwalitatieve invulling van de straten en pleinen. In het centrumgebied van Spijkenisse bevindt zich sinds 1840 de korenmolen Nooitgedacht. De molen is rijksmonument. De Nota Planbeoordeling van de provincie Zuid Holland kent aan de molen zogenaamd windrecht toe. Dit windrecht wordt vertaald in een zogenaamde “molenbiotoop”. De in het Centrumplan voorziene stedenbouwkundige invulling raakt in enkele deelprojecten de molenbiotoop van de “Nooitgedacht”. (zie overzichtskaart 1 “ontwikkelingslocaties centrumplan”)
I.2.
Doel notitie
In deze notitie wordt de totstandkoming van het Centrumplan getoetst aan de wettelijke kaders die van toepassing zijn op de “Nooitgedacht” enerzijds en de onderscheiden (deel-) projecten. Aangegeven wordt vervolgens welke modellen en mogelijkheden er zijn om de belangen van de stad versus de “Nooitgedacht” te kunnen wegen. De notitie dient tot het verkrijgen van draagvlak bij de eigenaar, de rijksdienst voor de monumentenzorg (RDMZ), de provincie Zuid - Holland, de Provinciaal Planologische Commissie en de gemeenteraad van Spijkenisse.
I.3.
Proces
De notitie zal worden voorgelegd aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland naar aanleiding van haar verzoek van 28 november 2001 en de nadien gevoerde diverse ambtelijke en bestuurlijke overleggen in het kader van het verzoek om vrijstelling van de molenbiotoop. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland zullen, voorafgaand aan hun besluitvorming, het verzoek van het gemeentebestuur van Spijkenisse en deze notitie om advies voorleggen aan de Provinciaal Planologische Commissie. In deze commissie is ook de RDMZ vertegenwoordigd. Het uiteindelijk door Gedeputeerde Staten van ZuidHolland te nemen besluit is de basis voor de verdere ontwikkeling van de deelgebieden uit het Centrumplan en kader voor de daartoe op te stellen planologische regelingen (bestemmingsplannen).
I.4.
Probleemstelling
Kern van het probleem is dat als de gemeente voldoet aan de Nota Planbeoordeling (en dus de molenbiotoop in enigerlei vorm respecteert) de mogelijkheid groot is dat de RDMZ de minister zal voorstellen De Nooitgedacht ambtshalve uit het register van beschermde monumenten te schrappen. Voldoet de gemeente aan de wens van de RDMZ dan blijft de strijdigheid met de Nota Planbeoordeling bestaan en daarmee de mogelijkheid tot het niet goedkeuren van bestemmingsplannen.
5
De molen in de wind
II.
Geschiedenis
II.1.
Centrumplan - groeikern
Het Centrumplan is op 1 december 1999 vastgesteld door de gemeenteraad van Spijkenisse. De gemeente Spijkenisse heeft op verzoek van de Rijksoverheid geruime tijd een taak als groeikern vervuld. In die periode is vooral het aantal woningen fors toegenomen. Voor eigen rekening en risico wil de gemeente met de uitvoering van het Centrumplan komen tot het maken van de “huiskamer” van de stad. Uit diverse distributie planologische onderzoeken blijkt dat sprake is van een grote mate van onderbewinkeling in het centrum van de stad. Het Centrumplan voorziet in het weer in evenwicht brengen van het voorzieningenniveau in relatie tot het huidige inwonertal van Spijkenisse. Tevens vervult Spijkenisse een regiofunctie voor het eiland Voorne Putten. Onder voorzieningenniveau moet in dit geval niet alleen aan winkels worden gedacht maar ook aan sociaal culturele voorzieningen die bij een stad van deze omvang horen. Spijkenisse telt momenteel ruim 75.000 inwoners en zal de komende jaren doorgroeien tot circa 80.000 inwoners. Het Centrumplan voorziet ook in de aanbieding van stedelijke woonvormen die horen bij een centrumgebied. Het Centrumplan is behandeld in de vergadering van de Provinciaal Planologische Commissie van 6 juli 2000 en leidde tot de schriftelijke reactie de dato 17 juli 2000.
Bij de PPC bestaat waardering voor het Centrumplan dat een belangrijke basis kan bieden voor de nog te maken bestemmingsplannen. De gevraagde nadere onderbouwing op enkele onderdelen zal in het bijzonder in die onderscheiden bestemmingsplannen worden gegeven. De PPC wijst op de richtlijn uit de Nota Planbeoordeling 1998 betreffende het bouwen rond traditionele windmolens. De PPC is van mening dat het gewenst is “de molen op een goed in de toekomstige omgeving passende wijze op de huidige plek te handhaven”.
7
IV.4.
De molen in de wind
Haven Noord en Haven Zuid
Het gebied Haven Noord is thans in gebruik als bedrijfsterrein. Het Centrumplan geeft aan dat de havenzone voor de toekomst ultieme kansen biedt om een stads woonmilieu te realiseren met wonen aan en in de typische sfeer rond een getijde haven waar aanlegsteigers, een bruine vloot, pleziervaart, zeilen, salonboten, afgeleide ambachtelijke werkplaatsen en activiteiten het beeld bepalen. Uitgegaan wordt van niet woonfuncties in de plint van met name stedelijke woonblokken direct aan de openbare kade langs de haven, meerdere woonlagen erboven met afgewisseld met grondgebonden wonen in hoge dichtheden in beschutte binnenhoven en tussenstraten en –stegen. De ontwikkeling van de locatie Haven Zuid hangt nauw samen met die van het Stadsplein enerzijds en de Dijkzone en de Barislocatie aan de overzijde van de Schenkelweg. Het voor Haven Noord aangegeven bebouwingstype is ook hier van toepassing. Het stedenbouwkundig programma kan voor beide gebieden uit van 5 tot en met 7 bouwlagen op een onderbouw op beide locaties. Uitgaande van 5 bouwlagen op een onderbouw ontstaat een bouwhoogte van circa 20 meter; bij 7 woonlagen op een onderbouw bedraagt de bouwhoogte circa 26 meter. De molenbiotoop oefent invloed uit op een gebied van circa 3 en 5 hectare van Haven Noord c.q. Haven Zuid.
Uitgaande van een gemiddelde bebouwingsdichtheid van 60 woningen per hectare betekent dit een verlies van circa 40% van de bebouwingscapaciteit, in casu circa 190 woningen. Een dergelijk verlies is van wezenlijke betekenis voor de exploitatie annex financiële haalbaarheid van de integrale transformatie van beide locaties. De ook door de hogere overheden noodzakelijk geachte transformatie van deze gebieden moet leiden tot het stimuleren van stedelijk wonen. Daardoor ontstaat een directe relatie met de “huiskamer” van de gemeente. Door het bouwen in het centrumgebied realiseert de gemeente Spijkenisse tevens de wens van de hogere overheden tot het openhouden van de groene randen rondom de stad. Ter uitvoering van deze op eigen kracht door de gemeente te realiseren transformatie zijn, anticiperend op de uitvoering ervan, reeds meerdere aankopen van de thans gevestigde bedrijven gerealiseerd.
15
De molen in de wind
VI.2.
Verlengen van de molen
Het bouwkundig verhogen van de molen met 6 meter is in 2001 onderzocht door De Haan Consult uit Hoofddorp. Het plan voorziet in het aanbrengen van een nieuwe fundering, het optillen van het bestaande corpus en ertussenin conische vorm aanhelen van de ontstane ruimte. De voor een dergelijke ingreep benodigde ruimte is, zo blijkt uit het onderzoek, aanwezig. Anders dan bij het op een terp plaatsen van de molen is de invloed voor de omgeving minimaal. (zie tekening 8 & foto’s 1 t/m 3) Voornoemd bureau is van mening dat het aanbrengen van een nieuwe fundering en het optillen van het bestaande corpus technisch en constructief voor de bestaande molen en het maalwerk geen nadelige consequenties hoeft te hebben. Van een verlenging van de interne constructies is geen sprake: het houten maal- en draaiwerk en het touwwerk blijft door de integrale verhoging op de zelfde plaats gehandhaafd. Bureau De Haan geeft aan dat ook het huidige bouwkundige lichaam voldoende stijfheid garandeert in de nieuwe situatie om de krachten van de windvang en een draaiende molen op te vangen. Wel adviseert het bureau nog - als voor dit alternatief zou worden gekozen - ter zake aanvullende berekeningen te doen uitvoeren die kunnen leiden tot aanpassingen in het plan zoals dat nu door hen is gepresenteerd.
Het verlengen van de molen is een suggestie die door de provincie Zuid-Holland als mogelijke oplossing naar voren is gebracht. Ook de eigenaar van de molen ziet in verlenging op de in deze alinea omschreven manier een oplossing van de problematiek. Overigens in relatie tot het tegelijkertijd 6 meter verdiept (beneden maaiveld) realiseren van het nieuwe theater. Een mogelijkheid die ook aan de orde kwam in de PPC vergadering van 28 november 2001. Het verdiept bouwen van het theater werd toen gezien in combinatie met een (aangrenzend) te realiseren twee laagse parkeergarage onder maaiveld. Thans wordt ook de mogelijkheid onderzocht om elders in het plangebied een bovengrondse parkeergarage te realiseren. Mede in verband met de hoge kosten die een ondergrondse parkeergarage met zich meebrengt. Ten aanzien van het (circa 6 meter) verdiept bouwen kan nog het volgende worden opgemerkt. Er is een directe relatie tussen het toneel, de toren en de zitplaatsen in de zaal. Het alleen laten zakken van de toren is dus geen optie. Het integraal verdiepen van het theater tot het onderste niveau van een ondergrondse parkeergarage in twee lagen leidt allereerst tot een aanzienlijk verlies van geplande - en hoogst noodzakelijke - parkeervoorzieningen. Elders in het plangebied kan het verlies van deze parkeerplaatsen, door het al geïntensiveerde ruimtegebruik, niet worden teruggewonnen.
Het integraal verdiepen leidt tot aanzienlijk hogere bouwkosten voor het theater. Deze zijn in de centrumexploitatie niet voorzien en kunnen, omdat een verdere intensivering niet mogelijk is, ook niet meer binnen het exploitatiegebied van het centrum worden teruggewonnen via ophoging van het programma en/of anderszins. Spijkenisse wil met de bouw van nieuwe voorzieningen als bibliotheek en theater, naast de voorzieningen op zich, ook cultureel waardevolle iconen aan het stadsbeeld toevoegen. Geheel in lijn met de uitkomst van het onderzoek door het Sociaal Cultureel Planbureau naar groeikernen. Daarin is aangegeven dat voorzieningen als een theater een wezenlijke bijdrage kunnen betekenen voor de gewenste identiteit van de stad. Cultuur, zoals het theater, stop je niet onder de grond maar wil het gemeentebestuur juist zichtbaar maken. Nog los van het feit wat een verstopte ligging door gemis aan herkenbaarheid voor effect op de exploitatie van het theater zal hebben. Daarbij moet worden gedacht aan zowel het niet kunnen boeken van beoogde voorstellingen als de gewenste kaartverkoop.
21
De molen in de wind
VII. Compensatieplan In variant 5 blijft de molen in zijn bestaande historische context gehandhaafd. De molen draagt tevens bij aan het ook in het Centrumplan voorziene beeld van de integratie van de nieuwe stad met de oude dijkenstructuur waar de molen een beeldbepalend onderdeel van is. De molen blijft ook gehandhaafd in het ensemble waarvan hij nu deel uitmaakt, samen met de molenaarswoning, het motorhuis en het benedendijks aanwezige oude gemaal. Dit ensemble is onderdeel van een cultuur historische setting tussen enerzijds de molen en anderzijds de Oude Kerk. Middelen en maatregelen om deze setting te versterken zijn: -
Het verplaatsen van het benzineverkooppunt op de kop van het Noordeinde Invullen van vrije c.q.leegkomende panden met functies passend bij het voorgestane karakter Het historiserend inrichten en revitaliseren van het gebied tussen Noordeinde en Binnenhaven inclusief het openbaar gebied van de oude dijkenstructuur Het karakter van het gebied vastleggen door het opnemen van relevante panden in een lijst beeldbepalende panden Het plan van toepassing laten zijn voor het gebied tussen de Oude Kerk en De Nooitgedacht, in casu het Noordeinde en de Voorstraat inclusief de daartussen gelegen dwarsverbindingen en aanliggende bebouwing
De uitvoering van het plan zal binnen de periode van de centrumplanexploitatie dienen te worden gerealiseerd.
VIII. Conclusie De gemeente Spijkenisse opteert voor handhaving van de molen in zijn huidige context. Ten behoeve van het realiseren van het Centrumplan is daarom volledige vrijstelling van de provinciale molenbiotoop noodzakelijk. Daarmee wordt bewerkstelligd dat de status van de molen als rijksmonument blijft gehandhaafd. De gemeente Spijkenisse ziet het als haar bijzondere opdracht binnen de planperiode van het Centrumplan ook tot uitvoering van het in hoofdstuk VII beschreven compensatieplan te komen. Argumenten voor deze keuze zijn gelegen in: de verhouding tussen enerzijds de te maken kosten voor verhogen van de molen en verdiept bouwen versus de door de provincie te verstrekken subsidie voor het aantal omwentelingen; het gegeven dat de gemeente Spijkenisse het niet verantwoord vindt een dergelijke investering te doen gezien de op andere beleidsterreinen in de stad noodzakelijkere investeringen (herstructurering) bestaande wijken; de stad na het beëindigen van de groeikern taak dringend behoefte heeft aan de realisering van de “ huiskamer” waarvan het cultureel historisch erfgoed integraal deel uitmaakt; daartoe de gewenste ruimte en te realiseren programma vereist is; het gegeven dat de notitie alleszins aannemelijk maakt dat de molen altijd kan blijven draaien, zelfs binnen de kaders van de provinciale subsidieverordening.
29
De molen in de wind
Bijlage 5
Fragmenten over Dirty Dozen voor organisaties uit: C. Raat, Ethiek en integriteitszorg: Handboek voor de
overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, p. 33, 49-50.
Zoals wel vaker bij complexe begrippen het geval is, blijkt het gemakkelijker om uit te leggen wat integriteit niet is. Vandaar dat we eerst 'bedorven' persoonskenmerken en organisaties zullen schetsen. De Dirty Dozen, die al bestaat voor personen uit de dark triad, beschrijven we hier ook voor bedorven organisaties. Je wilt er niet werken, en in meerdere of mindere mate zullen deze organisatiekenmerken iedereen bekend voorkomen. Pas daarna beschrijven we wat een integere organisatie wel is en introduceren de Bright Dozen.
3.2
Integriteit in filosofie en organisatiekunde
3.2.1
Houding ten opzichte van moraal
Integriteit heeft te maken met moraal, maar is niet hetzelfde. Integriteit gaat - afhanke lijk van het vakgebied of ethische stroming - over de houding van een actor (persoon of anderszins) ten opzichte van of handelen volgens morele normen. Het kan dus een deugd, waarde of plicht zijn. In dit boek zijn morele overheidsnormen - ontleend aan rechtssta telijke waarden - relevant voor integriteit.
Medew� klanten en � z:ijo met m!evant voor bel doei vu de oipllli§tle. ten zij deze in het� van de ledei: medewetbr of Of;!?itnisatle te pa komen. SfflJl zij în de -.... dan wordem zij zol.!lder � m op harde wijze 'W�en.t: ln en bedoJVen o!plliatle is een hcoa risi.m op mtht�k in de vorm VlU\ fl\voritisme of �tti tlq. Ûletwerr)corruptie e fmude. Hoo de mpnisatie da�jk functioHett is vaak lutis te l.m1Cudelen omdat ffll9 t!fl hmnarijt wmdt pvimden en erweillii wordt ge meld. �en om de orpnisatie te v� woerden ulteriijk wei in;evoeld. mur niet edit belelmt. De iwl�raktiik van een bedomm Of;!?itnisatie volaf: armen á met. strohn ml!'! �• waardn en wivfflil!le beiz!nmen. 3-4-S
Dirty Dozen voor orpmsaöes
De Oin;y omen is ook toe te pusen op bedorven orpni!aties m die !iffei'l wij in dit boelt weer als: l. Ma� om het oqianisatiehmJ!i zoals datword! iJJi,\ffllld door de leiding te behartigen; dit is dooqzaans de eigen�- die van 11�tif'!. � sefd en mms; 2. !!iedriegen of liegf!D om eigen bei&J!i te behartigen atm� en fouten teverhmlen en andem11 de scmdd te geven. tntmnspamnt n. �uten. J lNTEGiffi:ITO� 419 1
3. vleämj. waiffllndentmt� aCIW?li en ildmid beiJdHI; netwerllmmip; '4. Medewerltem en de Gtl!iffllli llithaiten voor eigen sewm;ziiwoohm niá pidt lqrul teziµi un orpnisatiewaafflell, maaraan de �ding en bMrdoeim. Zij worden �n gen om tezwijgen mzam te verhullen; s. oebmtua berouw en daadw'emtijlt doorvoeide ze!fretlectie, lftll mededogen; 6. Gebrek au doorleefde orpnisatiewaarden. ookalsdievoor devmmwcrden� pud. Gi!Voelig voor fraude en mad!tsmimuik; 7:. Hard en an.,,oefig aur medewerkers en omemmg; dit uit zich onder meer in beve len, onmosetijb opdmthten. om!\'oremae sanctM!!i, wmmumt en 'Wllen w'irmeir in pluts van -recht doeir; a. C)'Jlisdi;. dlt kan zich umm in gewettm!om.fi'amm van al.!lderen als quemlant of frau dem em stra.tegisth p�cdrag. Pesten en rancune oomi ruerook, bij;, 9. Veel illlffi!adttvoor ilnQO. mputatie ffl uit:etfijkhedu zo.ais �u en auto's; m. velwaarde gehecht aan scores en bmtd!morb. ook.als die inhoudelijk niet ftl!l zet, gen; lt v� wul'd! -edit n!!I u.rd! n pûidtm (mnm bil� 12. Beroep op pasitiemad'lt (�. pe�sklyaüteit en respect, privileges. !lfflmÎiJ voor amuptie. Nm duldm van tegenspfl1.ak of kritiek en ranameu � https://www. resea rchgate. net/publicatie n/369173403_Ethiek_en_i ntegriteitszo rg
Bijlage 7
College van burgemeester en wethouders
Aan de raad
toestelnummer
(0181) 696 529 faxnummer
(0181) 696 319 e-mail
griffie@spijkenisse.nl datum
10 december 2003
ons kenmerk
W6/2003/102/HvD
bijlage(n)
1
betreft
nieuwbouw theater en cultuureducatie
De afgelopen anderhalf jaar zijn vele werkzaamheden verricht en onderzoeksrapporten uitgebracht teneinde een nieuw theater en een voorziening voor cultuureducatie in Spijkenisse mogelijk te maken. Het gevolgde traject, waarin een groot aantal discussiepunten en dilemma's moest worden opgelost, bleek ingewikkeld en veelomvattend. Dit is ook alleszins begrijpelijk want dergelijke belangrijke culturele voorzieningen zijn tot in lengte van jaren bepalend voor het leefklimaat (cultuurparticipatie van de gehele bevolking), de identiteit en het imago van Spijkenisse. In het onderstaande zullen de meest relevante resultaten van de geleverde inspanningen worden besproken en van conclusies worden voorzien. Achtergronden Met de vaststelling van het Centrumplan in december 1999 heeft de raad besloten het leefklimaat in het centrum van Spijkenisse ingrijpend te verbeteren. Hiermee is voor de komende jaren de ontwikkeling gestart van een integraal en omvangrijk project. De leidende principes van het Centrumplan zijn: kwaliteitsverbetering, versterking van de identiteit en verhoging van de sfeer, zodanig dat het centrum wordt beschouwd en ervaren als de "huiskamer van de stad". Culturele voorzieningen kunnen aan dit streven een belangrijke bijdrage leveren.
Onderdeel van de verbetering van het leefklimaat in Spijkenisse en logisch samenhangend met de andere plannen in het kader van het Centrumplan is dan ook de realisering van een nieuw theater. Met een nieuw theater op het Stadsplein krijgt Spijkenisse een voorziening waarmee haar culturele infrastructuur op een hoogstaand peil wordt gebracht. Door tevens de cultuureducatie onder te brengen in een andere en aan de eisen van deze tijd aangepaste accommodatie, zal deze gaan fungeren als een verrijking van het centrumgebied.
bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse telefoon (0181) 69 69 69 fax (0181) 69 63 95 internet www.spijkenisse.nl
datum
ons kenmerk
pagina
10 december 2003
W6/2003/102/HvD
2 van 7
Ontwikkeling programma van eisen Bij de ontwikkeling van het nieuwe theater stonden enkele uitgangspunten centraal. In de eerste plaats moest de omvang van het theater in overeenstemming zijn met het aantal inwoners van Spijkenisse en de deels regionale functie van de instelling. Daarom zijn de mogelijkheden onderzocht om een nieuw theater te bouwen met één grote zaal van 750 stoelen en een kleine zaal van 250 stoelen. Voorts diende de reguliere programmering zodanig van opzet te zijn dat een groot en breed publiek kan worden bereikt. Bovendien moesten in het theater mogelijkheden komen voor het organiseren van grote feesten en representatieve bijeenkomsten en het programmeren van popmuziek. Op basis van deze uitgangspunten is in nauw overleg tussen de gebruikers en externe deskundigen het kader geformuleerd voor het opstellen van het programma van eisen voor het theater. Ten aanzien van de cultuureducatie werd uitvoerig stil gestaan bij het kwalitatieve en kwantitatieve niveau dat is vereist om een verantwoord cursusaanbod te kunnen doen. Dit diende in de nieuwe voorziening hetzelfde te zijn als in de huidige voorziening ("1 op 1 overgang" d.w.z. evenveel aanbod en evenveel cursisten), maar wel rekening houdend met enige groei in de toekomst. Bovendien moesten popoefenruimtes, als integraal onderdeel van het cursusaanbod, kunnen worden ondergebracht in het muziekgedeelte.
Dit vormde de basis van het programma van eisen voor de cultuureducatie. Ingenieursbureau Prinssen en Bus uit Uden kreeg vervolgens de opdracht een volledig programma van eisen te maken, alsmede een nauwkeurige berekening van het daarbij behorende investeringsbudget, voor beide voorzieningen. Nadrukkelijk werd daarbij meegegeven dat de kosten zoveel mogelijk beperkt moesten worden. Een onafhankelijk bouwkundig en financieel adviesbureau (de Brinkgroep) heeft dit programma van eisen van Prinssen en Bus ten aanzien van de bouwkundige en financiële aspecten nog eens zeer grondig doorgerekend en van een contra-expertise voorzien. Niets is derhalve nagelaten om, onder handhaving van het volledige programma van eisen, de kosten toch tot een minimum te beperken. Dit alles heeft tenslotte geresulteerd in een voorstel van Prinssen en Bus voor een optimale variant voor een nieuw theater en een adequaat programma van eisen voor de herhuisvesting van de cultuureducatie. Variantenonderzoek van Buys Culturele Profielen In het kader van de vereiste maximale zorgvuldigheid kreeg Buys Culturele Profielen de opdracht het ontwikkelde programma van eisen in relatie tot het financiële kader kritisch tegen het licht te houden.
In het bijzonder bestond er behoefte om de exploitatieoverzichten van theater en cultuureducatie te toetsen aan kengetallen op basis van ervaringscijfers afkomstig van vergelijkbare instellingen elders in het land. Hetzelfde bureau kreeg tevens de opdracht om de door Prinssen en Bus optimaal geachte variant te vergelijken met twee andere varianten. Bij deze vergelijkende studie werden behalve de financiële aspecten nog enkele wezenlijke inhoudelijke aspecten betrokken.
datum
ons kenmerk
pagina
10 december 2003
W6/2003/102/HvD
3 van 7
a.
Scheiding theater en cultuureducatie?
Op basis van cultuurinhoudelijke gronden kwam Buys tot de conclusie dat er geen zwaarwegende argumenten zijn die pleiten voor het integreren van beide instellingen in één accommodatie. Samenwerking kan weliswaar in sommige opzichten voordelen opleveren, maar het is niet nodig beide functies daarvoor in elkaars directe nabijheid te huisvesten. Gezamenlijke huisvesting vergt organisatorisch en logistiek veel afstemming. Omdat de "kosten" hiervan hoger zijn dan de "opbrengsten" verdient gescheiden huisvesting in dit opzicht zelfs de voorkeur. Verder vallen de stichtingskosten van een nieuwe integrale instelling ± € 2 miljoen duurder uit dan wanneer gekozen wordt voor gescheiden huisvesting. Bovendien komt gezamenlijke bedrijfsvoering de transparantie niet ten goede. Als de gemeente wil sturen op prestaties en productafspraken en de financiële gevolgen van haar beleid goed wil bewaken, is een strikte splitsing van baten en lasten van de beide instellingen onmisbaar. b.
Waar gescheiden cultuureducatie huisvesten?
Beantwoording van de vraag of gescheiden huisvesting in Spijkenisse ook daadwerkelijk valt te realiseren is natuurlijk ook afhankelijk van de concrete mogelijkheden daartoe. Hiervoor waren enkele aanvullende randvoorwaarden van belang. Het gebouw diende zo dicht mogelijk bij de huidige instelling te liggen; goed bereikbaar te zijn met openbaar vervoer en per fiets; uitnodigend en met een lage drempel; gebruiksvriendelijk en praktisch ingedeeld; met vergelijkbare huisvestingslasten; en als een echte stedelijke voorziening bij voorkeur in of in de buurt van het centrum. Op basis hiervan kwam de voormalige bioscoop aan de Nieuwstraat in aanmerking. Het gebouw is prima bereikbaar en kan gezien de ligging voor een verrijking van het centrum zorgen. Het programma van eisen van de instelling voor cultuureducatie kan hierin na een grondige verbouwing volledig worden gerealiseerd, zodat wordt voldaan aan de huidige vraag naar cultuureducatie. Het aldus herhuisvesten vergt een eenmalige verbouwingsinvestering van € 1,8 miljoen (incl. BTW). c.
Het aantal zalen en de grootte daarvan
Louter bezien vanuit financiële overwegingen is een concept waarbij slechts één zaal wordt gebouwd een aantrekkelijke optie. Cultuurinhoudelijk zijn er echter verschillende argumenten die pleiten voor een ruimer theater met zowel een grote als een kleine zaal Doel van het Centrumplan is tenslotte Spijkenisse een belangrijke kwaliteitsimpuls te geven. De sfeer moet zodanig veranderen dat het centrum door een ieder wordt beschouwd als de "huiskamer" van de stad en de identiteit van de stad wordt versterkt. Culturele voorzieningen leveren hieraan een wezenlijke bijdrage. Een goede culturele infrastructuur kan, zeker wanneer dit wordt ondersteund door een verruiming van het uitgaansleven, in Spijkenisse een bruisend cultureel leven doen ontstaan. Een nieuw theater met twee zalen past in een dergelijk stimulerend beleidskader. In het bijzonder is een dergelijk theaterconcept van belang voor de cultuureducatie van de jeugd. Kinder- en jeugdvoorstellingen en het kunsteducatieve theateraanbod kunnen eenvoudig niet zonder een kleine zaal. Verder kan in een kleine zaal een schuiftribune komen, zodat de programmeringsmogelijkheden, waaronder die van popconcerten, aanzienlijk toenemen.
datum
ons kenmerk
pagina
10 december 2003
W6/2003/102/HvD
4 van 7
d.
Personele en financiële consequenties
Bij een keuze voor de optimale variant stijgt het ten laste van de gemeentebegroting komende exploitatiesaldo voor zowel theater als cultuureducatie. Buys acht dit echter onvermijdelijk. Enige uitbreiding van het theaterpersoneel kan niet achterwege blijven. De extra formatieplaatsen zijn vereist om de groei van de horeca-activiteiten en de stijgende vraag naar publieksservice op te vangen. Voorts is dit nodig vanwege de toename van het aantal voorstellingen en de uitbreiding met een kleine zaal. Het theater wordt flink groter dan het huidige: het aantal voorstellingen neemt toe, er moet veel meer tijd worden gestoken in het binnenhalen van hoogwaardige voorstellingen en de promotieactiviteiten groeien. Als gevolg van de stijging van het aantal voorstellingen zal bovendien meer worden uitgegeven aan uitkoopsommen en honoraria. Bij de cultuureducatie wordt door Buys een stijging van de personele kosten eveneens onvermijdelijk geacht. e.
Horecafunctie theater
Tijdens de besprekingen rond het programma van eisen bleek dat de horecafunctie in het theater primair activiteitengebonden is. Tijdens de pauzes, voorafgaand aan de voorstellingen en vlak daarna, moet het publiek worden voorzien van de gebruikelijke drankjes en toebehoren. Het gaat om de zogenaamde "pauzehoreca", gekoppeld aan de programmering- en verhuuractiviteiten, in overeenstemming met hetgeen in Nederland gebruikelijk is. Het verdient, aldus het betreffende advies van Buys, uit kostenoverwegingen en omwille van de klantvriendelijkheid aanbeveling deze "pauzehoreca" op te nemen als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering. Alle uitgaven voor horeca en publieksservice kunnen overigens volledig worden gedekt. Molenbiotoop Voor een theater dat breed en commercieel wil programmeren is een toneeltoren van ± 25 meter onmisbaar. Op het Stadsplein echter is een toneeltoren van deze lengte in principe strijdig met de eisen in verband met de handhaving van de molenbiotoop. Daarom zijn de afgelopen jaren verschillende besprekingen gevoerd teneinde voor deze problematiek een oplossing te vinden. Bestuurlijk overleg is nog gaande om te komen tot een besluit dat kan rekenen op draagvlak bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, de provincie ZuidHolland, de eigenaar van de molen en het gemeentebestuur van Spijkenisse.
In onderlinge samenspraak wordt thans invulling gegeven aan de bouwstenen voor het traject. Dit zal ertoe leiden dat een document beschikbaar komt op basis waarvan advies kan worden uitgebracht aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Naar verwachting kan in het eerste kwartaal van 2004 een besluit dienaangaande worden genomen. Financiën De totale investering voor het nieuwe theater en de verbouwingskosten voor het centrum voor kunsteducatie (CKE) bedraagt € 24.173.412. Dit betreft € 1.806.750 ten behoeve van het CKE. Dit bedrag zal de gemeente als investeringskrediet beschikbaar moeten stellen. Voor de bouw van het theater is een bedrag nodig van € 22.366.662. Dit bedrag dient de gemeente in eerste instantie te reserveren. Zodra een begin wordt gemaakt met de selectie van een architect voor een nieuw theater zal dit bedrag, vanuit de gevormde
datum
ons kenmerk
pagina
10 december 2003
W6/2003/102/HvD
5 van 7
reserve, via een apart raadsbesluit als investeringskrediet beschikbaar moeten komen. Naast genoemde bedragen dient in de tweede helft van 2004 de resterende boekwaarde van gebouw en installaties e.d. van de huidige "de Stoep" ad € 2.544.064 te worden afgewaardeerd in verband met de sloop van het complex. De lasten theater en CKE worden onderverdeeld in kapitaallasten, overige huisvestingslasten en lasten voortvloeiend uit de exploitatie van het theater en het CKE. Dekking hiervan zal voor een deel plaatsvinden door middel van onttrekking uit de algemene reserve. Het onttrokken bedrag zal in de voor dit doel te vormen bestemmingsreserve nieuwbouw theater en herhuisvesting CKE worden gestort. De bijdrage aan het theater vanuit de latente reserves van de grondexploitatie ad € 12.761.026 zal op het moment dat deze resultaten daadwerkelijk zijn gerealiseerd weer worden toegevoegd aan de algemene reserve. Daarnaast is dekking aanwezig in de meerjarenbegroting 2004-2007. Deze dekking bestaat uit de reguliere begroting van "de Stoep" en een extra bedrag dat is opgenomen voor het nieuwe theater en kunsteducatie. Met de huidige dekkingsmogelijkheden, zoals deze binnen de begroting 2004-2007 zijn vermeld, is vanaf 2005 sprake van een sluitende begroting. Alleen in 2004 is eenmalig sprake van een dekkingstekort van € 60.696.
Dit bedrag kan worden onttrokken aan de egalisatiereserve exploitatie "de Stoep". Gedurende de ontwikkeling van het theater is het gewenst te zoeken naar mogelijkheden tot verdere besparingen door middel van aanbestedingsresultaat, sponsoring en verlaging van de investeringslast. Hiertoe zal een begeleidingscommissie, waarin de raad is vertegenwoordigd, worden ingesteld. Zoals bij de besluitvorming omtrent de bibliotheek tot uitgangspunt is genomen ligt het in de rede voor deze 'stadsicoon' eveneens een rekenrente van 5% te hanteren. Daarnaast is het wenselijk een annuïtaire afschrijvingsmethodiek te volgen. Conclusie Het vorengaande overziend kan worden gesteld dat er alles aan is gedaan om te komen tot een verantwoorde besluitvorming over de nieuwbouw van het theater en de herhuisvesting van de cultuureducatie. Alle relevante aspecten zijn diepgaand onderzocht, met vele deskundigen en alle betrokkenen is zeer uitvoerig gesproken. Steeds werden daarbij cultuurinhoudelijke argumenten aan de ene kant en financiële argumenten aan de andere kant zorgvuldig tegen elkaar afgewogen. Waar nodig is door externe en op het onderhavige beleidsterrein ervaren bureaus gedegen advies uitgebracht.
Getoetst aan de uitgangspunten die aan het begin van het traject zijn geformuleerd, alsmede aan het collegeprogramma 2002-2005 en het Centrumplan, kan worden geconcludeerd dat de meest wezenlijke elementen kunnen worden gerealiseerd. De bereikte resultaten zijn voor Spijkenisse en haar bevolking optimaal. Er kan een nieuw theater worden gebouwd met twee zalen van 750 resp. 250 stoelen. De bouwkosten bedragen vooralsnog € 22,4 miljoen. In het programma van eisen is er rekening mee gehouden dat grote feesten en representatieve bijeenkomsten kunnen worden
datum
ons kenmerk
pagina
10 december 2003
W6/2003/102/HvD
6 van 7
georganiseerd. Bovendien is het mogelijk popconcerten te houden, dit zal vast onderdeel uitmaken van de programmering. Met dit nieuwe theater krijgt Spijkenisse een voorziening waarmee haar culturele infrastructuur op een hoogstaand niveau wordt gebracht en waarvan vele generaties kunnen profiteren. De cultuureducatie wordt ondergebracht in een bestaande accommodatie in het centrum van Spijkenisse. Het betreffende gebouw (de voormalige bioscoop aan de Nieuwstraat) is na een grondige verbouwing uitstekend voor dit doel geschikt. Alle functies die in de huidige accommodatie worden aangeboden krijgen ook een plek in het nieuwe pand. Bovendien kunnen in het muziekgedeelte van de instelling oefenruimtes voor popmuziek worden geïntegreerd. Het pand is prima bereikbaar, uitnodigend en laagdrempelig. Het kan gezien de ligging, gerelateerd aan haar belangrijke culturele functie, gaan fungeren als een verrijking van het centrumgebied. De eenmalige investering van € 1,8 miljoen die moet worden gedaan om het pand te verbouwen, is gelet op het resultaat dat daarmee wordt bereikt voor Spijkenisse naar verhouding gering. Juist omdat de cultuureducatie, na verbouwing, in een bestaand pand kan worden ondergebracht is de continuïteit van deze voor de jeugd zo belangrijke voorziening gewaarborgd.
Advies commissie In de gecombineerde vergadering van de commissie Onderwijs en Welzijn en de commissie Centrum van 27 november 2003 adviseerde de meerderheid van de aanwezige leden positief. De leden van de fracties van D66, Spijkenisse Leeft en GroenLinks adviseerden negatief. Voorstel Wij stellen u voor: a.
te besluiten tot de bouw van een theater met twee zalen van 750 resp. 250 stoelen op het Stadsplein; hierin de activiteitengebonden "pauzehoreca" als integraal onderdeel van de bedrijfsvoering op te nemen;
b.
te besluiten tot het instellen van een bestemmingsreserve "nieuwbouw theater en CKE";
c.
deze bestemmingsreserve te voeden door onttrekking aan de algemene reserve ad € 12.761.026;
d.
deze bijdrage uit de algemene reserve vanaf 1 januari 2004 jaarlijks met het percentage voor loon- en prijsstijging te indexeren (€ 454.992 in 2004 op basis van 5,41%) om eventuele prijsstijgingen in de bouwkosten op te vangen en vanaf het moment van ingebruikname van het theater en CKE hier de gehanteerde rekenrente aan toe te voegen;
e.
de geraamde storting in de algemene reserve vanuit het treasuryresultaat met eenzelfde bedrag te verlagen;
f.
ten behoeve van het nieuwe theater vooralsnog een investeringsbudget vast te stellen van maximaal € 22.366.662;
datum
ons kenmerk
pagina
10 december 2003
W6/2003/102/HvD
7 van 7
g.
de restant boekwaarde van "de Stoep" ten tijde van de sloop hiervan per ultimo 2004 ad € 2.544.064 af te waarderen en dit te dekken door onttrekking aan de bestemmingsreserve "nieuwbouw theater en CKE";
h.
ten behoeve van de financiering van het theater, inclusief kunsteducatie een rekenrente te hanteren van 5% en de betreffende investeringen annuïtair af te schrijven;
i.
een bedrag ad € 60.696 in 2004 te onttrekken aan de egalisatiereserve exploitatie "de Stoep" ten behoeve van het gecalculeerde dekkingstekort;
j.
een begeleidingscommissie in te stellen, die tijdens de ontwikkeling en bouw van het nieuwe theater zal laten zoeken naar besparingen door middel van aanbestedingsresultaat, sponsoring en overige verlagingen van de investeringslast;
k.
bovengenoemde eventuele besparingen te vertalen in een verlaging van de benodigde bestemmingsreserve en derhalve in een verminderde bijdrage vanuit de algemene reserve;
l.
de bouw van het nieuwe theater plaats te laten vinden overeenkomstig het programma van eisen van bureau Prinssen en Bus van 3 september 2003, kenmerk G.73.CB006.R01.2;
m.
te besluiten tot herhuisvesting van de instelling voor cultuureducatie in de voormalige bioscoop aan de Nieuwstraat; het pand te huren voor een bedrag van € 65 per m² als aanvangshuur;
n.
de gemeente het pand voor eigen rekening te laten verbouwen en ten behoeve hiervan eenmalig een investeringskrediet beschikbaar te stellen van € 1.806.750 (inclusief BTW consequenties); de dekking van de kapitaallasten te laten geschieden door onttrekking hiervan aan de bestemmingsreserve "nieuwbouw theater en CKE";
o.
de verbouwing te laten geschieden overeenkomstig het hiervoor genoemde programma van eisen van bureau Prinssen en Bus
overeenkomstig bijgevoegd ontwerpbesluit.
Burgemeester en wethouders van Spijkenisse, de secretaris,
de burgemeester,
Bijlage 9
1
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
gemeente
�
Spijltenissé � VASTSTELUNGSOVEREENKOMST
De gemeente Spijkenisse, gevestigd en kantoorhoudende aan de Raadhuislaan 106 te 3201 EL Spijkenisse, te dezen ingevolge artikel 171 der Gemeentewet vertegenwoordigd door haar (loco-)burgemeester de heer H., hierna te noemen: "de gemeente" en De Commanditaire Vennootschap PANNENKOEK "De Molen", daartoe rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar beherend vennoot, de heer K. molenaar van de molen "Nooitgedacht", gevestigd aan de Noordeinde 99, te 3201 AK Spijkenisse, hierna te noemen: "de molenaar". de gemeente en de molenaar hierna tezamen te noemen: "partijen" overwegende: dat door de voorgenomen bouw van een nieuw theater in het Stadspleingebied te Spijkenisse is komen vast te staan dat er ten opzichte van de molen "Nooitgedacht" (hierna: "de molen") door de noodzakelijke bouw van een zogenaamde toneeltoren op het theater, Inbreuk gemaakt zal ·worden op het windrecht van de molen; dat door het college van burgemeester en wethouders in hun vergadering van 3 februari 2009 besloten is om de ophoging van de molen met zeven meter om het ongehinderde windrecht van de molen opnieuw te kunnen garanderen in de vorm van nadeelcompensatie voor de geconstateerde inbreuk op het windrecht een bijdrage in de kosten te leveren; dat door de molenaar ter zake van het voorgaande reeds een aanvraag voor een bouwvergunning onder vrijstelling van het bestemmingplêin (onder de Wet op de Ruimtelijke
Ordening) is ingediend, welke thans in behandeling is bij het college van burgemeester en wethouders; dat door de ophoging van de molen de onderhoudslasten voor de molenaar w�arschijnlijk hoger zullen worden; dat de molen "Nooitgedacht" thans een provinciale- en rijksmonumentale status heeft; dat uit deze status voor de molenaar subsidies voortvloeien; dat deze wellicht door het verhogen van de molen kunnen wegvallen of tot een ander, lager bedrag worden vastgesteld,
verklaren te zijn overeengekomen als volgt: Artikel 1
bijdrage ophogen molen
1.
De gemeente zal de molenaar teneinde de inbreuk op het windrecht van de molen te (doen) opheffen een bijdrage van maximaal€ 990.000,-- (zegge: negenhonderd en negentigduizend euro) exclusief BTW betalen als bijdrage voor de noodzakelijke te verrichten werkzaamheden voor het ophogen van de molen, bij wijze van schadevergoeding.
2.
dat de bijdrage exclusief BTW zal worden verstrekt, gezien het feit dat de mol�naar de BTW ter zake van de ophoging van de molen als voorbelastingplichtige van de belastingdienst kan terugvorderen. pagina l van 5
1
/,
De volledige overeenkomst is opgenomen in de geprinte versie van deze brief, ingediend bij de balie van het gemeentehuis.
Bijlage 14
C
O 8
raadsinformatie.nl
67%
, ,, ,
GEMEENTE
Zoeken
NISSEWAARD overzicht
Uve
Oe raad
Meer interesse
Documenten v
U bevindt zich op: OVerzÎcht • Vergadering gemeenteraad Spijkenisse 06-10-2010
El
Vergadering 06-10-2010
..
Export�] Datum:
woensdag 06 oktober 2010
Starttijd:
19:30
Cl Toevo�g�n ëiari Outlook
Voorzitter: Agendadocumenten
Agend11
CID
Besluitenlijst 6 oktober 2010
Al.gemeen
1 Opening, mededelingen en vaststelling agenda