1. Legalance; Gebreken integriteit en rechtsstatelijkheid inzake Theater De Stoep-ophoging molen Nooitgedacht - art. 1 EP EVRM, nadeelcompensatie (geanonimiseerd)
Tekst van het document
PERSOONLIJK AFGEGEVEN en PER E-MAIL Gemeente Nissewaard t.a.v. de Gemeenteraad Raadhuislaan 106 3201 EL SPIJKENISSE gemeente@nissewaard.nl, griffie@nissewaard.nl, cc. seccollege@nissewaard.nl
Spijkenisse: 28 april 2026
Contact
Betreft
: Gebreken integriteit en rechtsstatelijkheid inzake Theater De Stoep/ophoging molen Nooitgedacht - art. 1 EP EVRM, nadeelcompensatie (égalitébeginsel)
Geachte Leden van de Gemeenteraad, Zoals degenen onder u die in de vorige periode in de gemeenteraad zaten, bekend, speelt al langere tijd het probleem dat de Gemeente nadeel - waaronder een restbedrag van € 175.451,35 van de ophoging van molen Nooitgedacht te Spijkenisse vanwege de bouw van De Stoep -voor de heer J.K laat. De heer K. is voormalig eigenaar en nog steeds molenaar van deze molen. Vanwege recente ontwikkelingen en de aanstelling van een nieuwe Gemeenteraad met nieuwe raadsleden bericht ik u namens hem (mede-ondertekend) als volgt. Inleiding In de laatste raadsvergadering van de vorige periode d.d. 25 februari 2026 heeft de heer S. W. nog aandacht aan dit probleem besteed1 Zoals in de brief .aan de Provincie d.d. 8 december 2025 al te lezen was2, zijn er gaandeweg bijzonderheden over (bewuste) financiële risico's en onderbudgetering bij de bouw van De Stoep en ophoging van de molen gebleken. Verwezen was ook naar de portefeuillehouder/wethouder H. daarover in de raadsvergadering van 8 september van treurnis of wantrouwen van de Gemeenteraad. De 20103 Er dreigden moties . betalingen aan de heer K. zijn toen halverwege het bouwproces gestopt, met een restant van€ 175.451,35. De Gemeente legde haar geldprobleem bij de molenaar en liet het voortbestaan van de molen, ondanks de status als rijksmonument, aan het lot over.
Toen er in 2024 voornemens waren de molen te verkopen, werd de afwikkeling van de ophoging weer actueel en wilde het College nog€ 333.000,004 ontvangen, omdat haar uitleg van een bepaling in de gebrekkige overeenkomst daartoe 1 Zie https://nissewaard.raadsinformatie.nl/vergadering/1409214 bij 2:34 u. 2 < https://nissewaard.raadsinformatie.nl/document/16462626/1/2_+Legal+Ance%3B+Brief+inzake+Theater+ De+Stoep-Ophoging+molen+Nooitgedacht?connection_type=l&connection_id=9950234 > 3 < https://nissewaard.raadsinformatie.nl/document/4692/1 > De bouwwerkzaamheden liepen toen nog, individueel nadeel dat ten laste van de gemeenschap moest worden gebracht*, liep nog op. * De functie van nadeelcompensatie bij toepassing van het égalité-beginsel is het compenseren van nadeel door dit te spreiden over een collectief HR 8 januari 1991, nr. 14 096, NJ 1992, 638 (Varkensmestersarrest) en ABRvS 6 mei 1997, AB 1997, 229 (Van Vlodrop) alsmede art. 3:4 lid 2 Awb. 4 Art. 7 vaststellingsovereenkomst d.d. 8 april 2009, e-mail van de heer R. B. d.d. 13 november 2024 zonder onderbouwing hoe dit zich verhoudt tot het doel van de overeenkomst (nadeelcompensatie), het niet-gecompenseerde tekort en verdere niet-gecompenseerde benadeling en/of op welke wettelijke grondslag deze vordering zou zijn gebaseerd Legalancec Juridische diensten D 1, e, ene v,,c �a •<1· r, �ö\ lv&<J Ka 111 • van � ,c nh. del nllt!r
121 info@legalance.nl
1ir 06-52455904 e
www.legalance.nl
�,,. v n de a.sn,pr ,1:,,,,.,c,11 c n al emenl' ;oorwaard,,n 11,n ,leO,:pon,01.erd nif dr 1li e I Op.,." ZOt.: word1:n 111 �o�teioos 101-gr-:on<l,·n
2/25
zou leiden. De bouw van De Stoep moest de individuele molenaar dus€ 508.451,35 gaan kosten. Na veel discussie en ing ebrekestelling werkt de Gemeente nog niet mee aan passende financiële en contractuele afwikkelingen van de kwestie. Waar de heer K. vanuit mensenrechtelijk oog punt o.a. juist rechtszekerheid5 en beperking van nadelig e gevolgen6, mocht verwachten, g ebeurt het teg enoverg estelde, ook door aansturing op dure, tijdrovende, langlopende rechtszaken, zoals wethouder H. dat op 25 februari 2026 nog deed, ondanks ook zijn eigen verantwoording7 en ambtseed. Het ligt op de weg van uw Gemeenteraad toe te zien op de gemeentelijke geldstromen en het gemeentelijk handelen en het College zo nodig bij te sturen, zodat (zonder verdere hindernissen jegens de heer K.) tot geschikt rechtsherstel wordt gekomen. Rechtsstaat, democratie en grondrechten De overheid is er voor de burger en de samenleving, zij moet het algemeen belang8 dienen en op een verantwoorde wijze omgaan met macht. Willekeur en behartiging van oneigenlijke belangen moeten worden voorkomen. Voor het goede functioneren van de rechtsstaat zijn rechtsregels, moraal en integriteit van belang. Een en ander in een voorlopig concept-schema door C. Raat9 als volgt weergegeven 10:
en/of hoe de inbreuk op het eigendomsrecht ex art. 1 EP EVRM zou moeten zijn gerechtvaardigd en waarom bouwwerken die naar verkeersopvatting {art. 3:4 lid 1 BW) niet tot de molen behoren c.q. 'losmakelijk' zijn van de molen {lid 2) daar in dit specifieke geval wel onder zouden vallen. Zie ook Hof Den Bosch 6 maart 2018, ECLl:NL:GHSHE:2018:879: Naar eerste en vijfde overweging van de overeenkomst, Haviltex-criterium {HR 13 maart 1981, ECLl:NL:HR:1981:AG4158) of normaal spraakgebruik. 5 EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 {Almeida Garrett c.s./Portugal) 6 Over initiatieven ter beperking van nadelige gevolgen EHRM 23 april 1996, 17869/91 {Phocas/Frankrijk); over rechtsonzekerheid {EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 {Almeida Garrett c.s./Portugal). 7 Conform resultaatverplichting uit art. 1 EVRM. De verantwoordelijkheid van de verdragspartijen strekt zich uit over alle handelingen en omissies van organen, agenten en dienaren, of zij nu behoren tot de wetgever, de uitvoerende macht of de rechtspraak {EHRM 18 februari 2009, 55707/00 {Andrejeva/Letland)), ongeacht rang {EHRM 28 oktober 1999, 28396/95 {Wille/Liechtenstein)).
Decentrale overheden worden zonder uitzondering gerekend tot de verdragspartij waartoe zij behoren {EHRM 23 maart 2010, 50108/06 {Dösemealti Belediyesi/Turkije) en ECieRM 15 september 1998, 41877/98 {The Province of Bari, Sorrentino and Messeni Nemagna/ltalië). 8 Inhoudelijk vormgegeven door volksvertegenwoordigers. Bij de democratie gaat het erom dat allen gezamenlijk in vrijheid gestalte geven aan de inrichting van de samenleving {P.J. Boon e.a., Regelgeving In Nederland', Deventer: Kluwer 2005, p. 2). 9 < https://www.berghauserpontacademy.ni/docentprofiel/caroline-raat/ > 10 < https://www.rechtenraat.ni/rechtsstaat-en-integriteit/ >
Lega��ce·
6/25
zich in het eigendom van de heer K. en begeeft zich binnen de reikwijdte van dat artikel, luidende: "tedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van ziin eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren." (onderstreping AHV) Deze eigendomsbescherming ex art. 1 EP EVRM (Bijlage 135 ) is een minimumwaarborg36, een verantwoording die zich uitstrekt over de gehele overheid37 en een resultaatsverplichting (art. 1 EVRM). De eigendomsbescherming ziet op de rechten en belangen die een vermogenswaarde vertegenwoordigen38. De bescherming werkt via artt. 93 en 94 Gw direct door in de Nederlandse rechtsorde. Als vanzelfsprekend dient de Gemeente (net als iedere overheidsinstelling) haar werk naar de uitgangspunten van de rechtsstaat vormgeven en verantwoord om te gaan met macht, zo ook met de onderhavige inbreuk op het eigendomsrecht van de heer K.
De Gemeente had zich als inbreukmaker aan die voorwaarden moeten houden en nadelige gevolgen moeten beperken39 . 'Fair balance' - rechtvaardig evenwicht tussen algemeen belang en fundamentele rechten van de heer K. - is cruciaal40 en omvat aspecten als rechtszekerheid41, schadevergoeding42 en marktwaarde43 . In de vergadering van 23 januari 2003 werd meer inzicht gevraagd over de totale kosten van het Centrumplan en over de wijze van financieren en is het belang van de heer K. onder de aandacht gebracht (Bijlage 3), maar van rechtsstatelijke vormgeving c.q. verdere uitwerking in het licht van het EVRM is niet gebleken. De commissie Centrumplan stond onder voorzitterschap van R. S. en ook (nu demissionaire) wethouder H. zat in deze commissie. Bouw van De Stoep: algemeen belang of integriteitsprobleem? De Gemeente dient het algemeen belang te behartigen, dat destijds in nieuwe gebiedsontwikkelingen voor het centrum van Spijkenisse de bouw van een nieuw theater met toneeltoren nabij molen Nooitgedacht nodig zou maken. Maar dat blijkt nu vooral een wens van ONS was, Bijlagen 2 en 3, de partij van toenmalig wethouder/portefeuillehouder H , commissievoorzitter R. S. en huidige (demissionaire) wethouder H. 35 Toegankelijke uitleg van het Ministerie van Binnenlandse zaken daarover in Bijlage 5 bij brief van 20 maart 2025, Bijlage
23) < https:// ecer. minbuza.nl/docu me nts/20142/1123324/lcer+2007 +staatssteu n+en+nadeelcompensatie +handreiking.pdf/b05fe38b-95d3-d6ab-5069-dd18f4092af3?t=1545270719220 > (laatst geraadpleegd op 13 maart 2025) 36 Artikel 53 EVRM staat verdragspartijen uitdrukkelijk toe een grotere mate van bescherming te bieden. 37 De verantwoordelijkheid van de verdragspartijen strekt zich uit over alle handelingen en ommissies van organen, agenten en dienaren, of zij nu behoren tot de wetgever, de uitvoerende macht of de rechtspraak (EHRM 18 februari 2009, 55707/00 (Andrejeva/Letland)), ongeacht rang (EHRM 28 oktober 1999, 28396/95 (Wille/Liechtenstein)). Decentrale overheden worden zonder uitzondering gerekend tot de verdragspartij waartoe zij behoren (EHRM 23 maart 2010, 50108/06 (Dösemealti Belediyesi/Turkije) en ECieRM 15 september 1998, 41877/98 (The Province of Bari, 5orrentino and Messeni Nemagna/ltalië) 38 Vlg. EHRM 23 februari 1995, NJCM 1995/1084, par. 53 en EHRM 13 december 2000, 33071/96. 39 Over initiatieven ter beperking van nadelige gevolgen EHRM 23 april 1996, 17869/91 (Phocas/Frankrijk); over rechtsonzekerheid (EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal).
40 EHRM 5 januari 2000, 33202/96 (Beyerler/ltalië), EHRM 16 juli 2014, 60642/08 (Alisic cs./Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Servië, Slovenië, voormalig Joegoslavië Republiek van Macedonië) 41 EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal) 42 EHRM 9 december 1994, 13092/87; 13984/88 (The Holy Monastries/Griekenland), EHRM 11 januari 2001, 38460/97 (Platakou/Griekenland) 43 EHRM 21 februari 1986, NJCM 1986/546, EHRM 9 december 1994, NJ 1996/374.
Legal��e
7/25
Molen Nooitgedacht is een korenmolen uit 1840 met rijksmonumentale status, waaraan de Nota Planbeoordeling van de Provincie Zuid-Holland een windrecht had toegekend, vormgegeven middels een molenbiotoop. Na verzoek van de Gemeente Spijkenisse om vrijstelling van de molenbiotoop is een nota 'De molen in de wind' d.d. maart 2004 (Bijlage 444 } opgesteld dat samen met het verzoek is voorgelegd aan de Provinciaal Planologische Commissie (PPC) om het College van Gedeputeerde Staten te adviseren. In de nota is onder meer te lezen dat het cultureel historisch erfgoed integraal deel uitmaakte van de door de Gemeente beoogde 'huiskamer' van Spijkenisse45 en dat de Gemeente met nieuwe voorzieningen (theater, bibliotheek) tevens cultureel waardevolle iconen aan het stadsbeeld wilde toevoegen46. In dit verband zij erop gewezen dat uiterlijk vertoon (zoals gebouwen. Bijlage 547) een voorteken van integriteitsproblemen had kunnen zijn48 en reden voor alertheid op het overheidsfunctioneren en de grenzen van overheidsmacht. Hoe zo'n probleem zich kan ontwikkelen, weten we van nazi-Duitsland. Uw Raad zij geattendeerd op een advies van projectleider S. ten behoeve van vergaderingen in januari 2003 met een scenario waarin inkomsten (budget) na de uitgaven zouden moeten volgen, waarover destijds geen transparantie was.
Wellicht is het College inmiddels bereid dat aan uw Raad beschikbaar te stellen. In de openbare nota 'De molen in de wind' is in elk geval te lezen dat er door de ophoging van de molen woningbouw mogelijk werd dat van wezenlijke betekenis was voor de financiële haalbaarheid van bouwlocaties Haven Noord en Haven Zuid49. De nota bevat een Compensatieplan met aandacht voor de historische context van het ensemble waar de molen deel van uitmaakt en de omgeving50, in lijn met het Verdrag van Granada51 (en nationale regels52 ). Het zou volgens de PPC gewenst zijn 'de molen op een goed in de toekomstige omgeving passende wijze op de huidige plek te handhaven' (Bijlage 4, p. 7). De Provincie heeft op basis van deze nota 'De molen in de wind' (als behorende bij het vastgestelde structuurplan 'Centrumplan Spijkenisse') opeenvolgende verklaringen van geen bezwaar afgegeven, waarbij ook het beeld bestond dat de kosten van de verhoging van de molen voor rekening van de gemeente komen (Bijlage 6). Blijkens de brief van het College aan de Raad d.d. 10 december 2003 waarin de financiën van de bouw van theater De Stoep zijn uiteengezet, was de financiële uitvoerbaarheid van ophoging van de molen en verdere eigendomsinbreuk (toereikende nadeelcompensatie) voorafgaand aan toezicht door de Provincie al niet inzichtelijk.
Er werd nog expliciet de wens uitgesproken te zoeken naar mogelijkheden tot verdere besparingen (Bijlagen 7 en
Volledige document te raadplegen via < https://nissewaard.raadsinformatie.nl/document/4227909/1/De_molen_ in_de_wind_maart_2004?connection_type=l&connection_id=2896591 > 45 Notitie 'De molen in de wind', Gemeente Spijkenisse, maart 2004, p. 29 (Bijlage 4). 46 Notitie 'De molen in de wind', Gemeente Spijkenisse, maart 2004, p. 21 (Bijlage 4). 47 C. Raat, Ethiek en integriteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, p. 50. 48 N.Y.C. Wang, Suppose you own the world and no one knows? Conspicuous consumption, materialism and self, Advances in consumer research, 1997/1 in samenhang met D.L. Paulhus & K.M. Williams, The DarkTriad of personality: Narcissism, Machiavellianism, and psychopathy, Journal of Research in Personality 2002/36, p. 556-563; C. Sedikides e.a., T ' he I that buys: Narcissists as consumers', Journal of Consumer Psychology, 2007/17(4), p. 254-257; M. Becker, Ethiek voor juristen, Amsterdam: Boom uitgevers 2021, p. 111. C. Raat, Ethiek en kwaliteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, p. 50. 49 Alleen al Haven Noord en Haven Zuid zo'n 190 woningen, Rapport 'De molen in de wind', maart 2004, p.
15 (Bijlage 4) 50 De Gemeente zag het als haar bijzondere opdracht binnen de planperiode van het Centrumplan ook tot uitvoering van het in hoofdstuk VII beschreven compensatieplan te komen (Nota 'De molen in de wind', maart 2004, p. 29, Bijlage 4). 51 Verdrag inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa (Verdrag van Granada, Trb. 1985, 163, Trb. 1994, 59). 52 Herbestemmingsmogelijkheden moesten stimuleren dat cultuurhistorische waarden werden beschermd en benut. Dit beleid werkte door in diverse wet- en regelgeving zoals Monumentenwet 1988, het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
44
Lega��ce
8/25
�)53. Bij gebrekkige beeldvorming had de Gemeente zich (bij gebreke van goeder trouw) niet op de verklaring van geen bezwaar mogen baseren54 . Onzorgvuldigheid en ongevoeligheid voor anderen (meer specifiek de burger K. die met een 'individuele en onevenredige last' geconfronteerd werd) hadden ook voortekenen van integriteitsproblemen kunnen zijn55 en reden voor alertheid op het overheidsfunctioneren en de grenzen van overheidsmacht.
De tijd moet uitwijzen of het onbescheiden gebouw, dat onbeholpen in de omgeving staat, een icoon of een 'white elephant' (duur, niet doelmatig, onhandig) wordt. Overeenkomst; een methode zonder controlemechanismen en moties In de behartiging van het algemeen belang door de overheid kan een burger van afgewogen belangen voordeel en nadeel hebben. Waar iemands nadeel uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico ('anormalité') en moeilijk te rechtvaardigen is dat een persoon dat zelf zouden moeten dragen, wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden en moet die persoon ('specialité') daarin door de overheid tegemoet worden gekomen en wordt de schade uit rechtmatig overheidshandelen middels nadeelcompensatie vergoed. Die verplichting vloeit voort uit het 'égalité devant les charges publiques' (égalitébeginsel), oftewel het beginsel van de gelijkheid voor de publieke lasten56. Daarmee komt onevenredig nadeel ten laste van gemeenschapsgeld57 . Het toekennen van toereikende nadeelcompensatie op grond van het égalitébeginsel kon een middel zijn om de doel-middel-evenredigheid van art. 3:4 lid 2 Awb te bereiken in de besluitvorming betreffende de bouw van het theater en had daarin voorafgaand en integraal een onderdeel van de belangenafweging moeten zijn.
Die vorm van schadevergoeding staat centraal in de overeenkomst van 8 april 2009, opgesteld door de Gemeente als professionele partij (Bijlage 9). Bij de overeenkomst ontbreekt het aan een controlemechanisme en moties. De vraag over opeisbaarheid kan vaak worden beantwoord uit de verbintenis zelf. In de gevallen dat de verbintenis zelf onvoldoende aanknooppunten biedt, wordt de opeisbaarheid van de verbintenis bepaald aan de hand van art. 6:38-40 BW. Volgens de overeenkomst als bron van de 53 Het feit dat het motorhuis - tevens in privaat eigendom en onderdeel van het in de Nota genoemde ensemble (Bijlage 4.
p. 29)- moest worden afgebroken om ophoging van de molen (en daarmee breder worden van de romp) mogelijk te maken, viel mogelijk ook buiten het beeld dat Gedeputeerde Staten van de situatie hadden. 54 Vergelijk: Wilsvertrouwensleer in het privaatrecht. Rb. Amsterdam 27 juni 2012, ECLl:NL:RBAMS:2012:BY3845, r.o. 4.18. 55 M. Becker, Ethiek voor juristen, Amsterdam: Boom uitgevers 2021, p. 111. C. Raat, Ethiek en kwaliteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, p. 48. Van onzorgvuldigheid kan bij politiek ambtsdragers worden gesproken als zij niet de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en niet bereid zijn verantwoording af te leggen aan medebestuurders, volksvertegenwoordiging of (vooral) burger. Zie ook beginsel 7 voor goed bestuur. 56 Sinds 1991 door de Hoge Raad als grondslag aangenomen, HR 18 januari 1991, ECLl:NL:PHR:1991:AC4031. 57 De functie van nadeelcompensatie bij toepassing van het égalité-beginsel is het compenseren van nadeel door dit te spreiden over een collectief HR 8 januari 1991, nr. 14 096, NJ 1992, 638 (Varkensmestersarrest) en ABRvS 6 mei 1997. AB 1997, 229 (Van Vlodrop) alsmede art. 3:4 lid 2 Awb
Legal�IM:e
10/25
het gedrang (aangifteplicht: art. 162 Sv, zorgplicht art. 170 lid 2 Gemw) en werd de heer K. niet het inzicht geboden dat behoorlijk, transparant overheidsgedrag vereist68 (art. 9:27 lid 1 Awb). Transparantie en een effectief controlemechanisme hadden reinigend kunnen werken en integriteitsrisico's beperkt kunnen houden. Kort daarop is dat als beginsel van goed openbaar bestuur als volgt uitgewerkt: 6. Lerend en zelfreinigend vermogen Beginsel: Het bestuur verbetert zijn prestaties en die van de organisatie, en richt de organisatie hier op in.
roelichting: Het bestuur verbetert zijn prestaties door te leren van eventuele fouten en andere ervaringen. Het
bestuur laat zich controleren op zijn functioneren en is daar op aanspreekbaar. zo omstaat de nodige 'hygiëne' in de organisatie. Het bestuur schept een klimaat waarin de organisatie leen van eventuele fouten en andere ervaringen, zoals ervaringen van andere (overheids-)organisaties. Ontvankelijkheid voor signalen uit de omgeving draagt bij aan het zelfreinigend en lerend vermogen. Uit: Nederlandse code voor goed openboor bestuur Juni 2009
< https:1/open. overheid.nl/documenten/ronl-14f934ce872de4{25b0184683{5053aa 717064c0/pdf >
De compensatie voor al het door de Gemeente veroorzaakte nadeel is opeisbaar, maar tot op heden ontoereikend c.q. de prestatie ondeugdelijk. Erfgoedeigenaar en molen onderworpen aan ondergebudgeteerd wensdenken wethouder GroenLinks lijkt in 2008 al twijfel te hebben gehad aan de omgang met de eigenaar69 en heeft in 2010 een goede aanzet gegeven op het onderwerp eigendomsrecht. Maar de wetenschap van privaat eigendom70 (Bijlage 10), heeft bij het inbreukmakende gemeentebestuur niet tot toepassing van de daarvoor bestemde beschermingsregimes (verantwoorde omgang met macht, voorkoming van een totalitair regime71) geleid. Bij de heer K. is door de toenmalig wethouder H. vertrouwen gewekt dat aansluit bij het oorspronkelijke idee van nadeelcompensatie 72. Ook het collegeadvies d.d. 30 januari 2009 (Bijlage 11, p. 3 en 4) en het amendement van CDA en PvdA d.d. 4 maart 2009 (Bijlage 12) te plaatsen. Maar het égalitébeginsel 73 is ook in de politieke documenten onvermeld gebleven. De geconstrueerde rechtsverhouding waarin de Gemeente als inbreukmaker de eigenaar ook nog in een afhankelijkheidspositie plaatst (vergunningsaanvraag, kredietaanvragen) is uit rechtsstatelijk oogpunt niet te volgen.
De Gemeente had zich te schikken naar (de rechten van) de heer K, had hem de nadelige gevolgen moeten besparen74 en uit oogpunt van 'fair balance' juist rechtszekerheid75 moeten bieden, dus ook juridische zekerheid (waaraan de overeenkomst van 8 april 2009 juist afbreuk doet76 ) en financiële zekerheid. Dat impliceert een rechtdoen aan de burger (punt 68 < https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/behoorlijkheidswijzer /vereisten/transparantie > 69 Krantenbericht Bijlage 8 bij brief van 10 oktober 2025, Bijlage 28.
70 Bijlage 9 bij brief van 10 oktober 2025, Bijlage 28. 71 In een totalitaire staat is er rechtens geen grens aan overheidsinterventie (C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel recht, Deventer: Kluwer 2005, p. 51). 72 De functie van nadeelcompensatie bij toepassing van het égalité-beginsel is het compenseren van nadeel door dit te spreiden over een collectief HR 8 januari 1991, nr. 14 096, NJ 1992, 638 (Varkensmestersarrest) en ABRvS 6 mei 1997, AB 1997, 229 (Van Vlodrop) alsmede art. 3:4 lid 2 Awb. Vergelijk krantenbericht, Bijlage 8 bij brief d.d. 10 oktober 2025, Bijlage 28. 73 'égalité devant les charges publiques', oftewel het beginsel van de gelijkheid voor de publieke lasten, sinds 1991 door de Hoge Raad als grondslag aangenomen, HR 18 januari 1991, ECLl:NL:PHR:1991:AC4031. 74 Over initiatieven ter beperking van nadelige gevolgen EHRM 23 april 1996, 17869/91 (Phocas/Frankrijk); over rechtsonzekerheid (EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal). 75 EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal) 76 Nu de kwaliteit van de vaststellingsovereenkomst - opgesteld door de Gemeente als professionele partij - te wensen overlaat, komt dat voor rekening van de Gemeente {HR 31 januari 2020, NJ 2020/360)
Lega�1A,Ce
11/25
7, Bijlage 5) en sluit aan bij de rechtsstatelijke waarde van rechtvaardigheid en het beginsel 'legitimiteit' van goed bestuur: s.
Legitimiteit
Beginsel: Het besruur neemt de beslissingen en maatregelen die het mag nemen en die in overeenstemming e
zijn met geldende wet- en rgelgeving. De beslissingen zijn te rechtvaardigen. e
1oelichting: Het bestuur neemt beslissingen en maatregelen die in overenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving en waanoe het bestuur bevoegd is. Het bestuur zorgt ook voor rechtmatige inning, beheer en besteding van de middelen. Elke beslissing vraagt haar eigen afweging. De beslissingen en maatregelen zijn inhoudelijk en procedureel te rechtvaardigen. Dit dient ter legitimiteit van het gevoerde beleid, ook voor degenen die het ermee oneens zijn. Uit: Nederlandse code vaar goed openbaar bestuur Juni 2009 < https://apen.averheid.nl/dacumenten/ranl-14[934ce872de4f2Sb0184683f5053aa717064c0/adf >
Van feitenonderzoek voor de juiste toepassing van het ruimtelijke ordeningsrecht is niet gebleken77. Uit de notulen van de vergadering van 8 september 2010 kan worden afgeleid dat wethouder/portefeuillehouder H. bewust - bij wijze van wensdenken - van de kostenberaming van de molenadviseur was afgeweken. Met de kanttekening dat het daarvan eigenlijk niet zou kunnen, zou de Gemeenteraad aanvankelijk een krediet van € 990.000,00 zijn gevraagd (Bijlage 14, p. 16)78, het bedrag dat ook in de overeenkomst met de heer K. is opgenomen (Bijlage 9). H.gaf toe beter meteen uit te kunnen gaan van€ 1,1 tot 1,2 miljoen (Bijlage 14); hij nam in elk geval niet de voorwaarden voor inbreuken op het eigendomsrecht naar art. 1 EP EVRM tot uitgangspunt. De constructie met scherpe calculatie en kredietaanvragen zou afkomstig zijn van de Gemeenteraad (Bijlage 14, p. 23), maar dat laat de plichten van de Gemeente uit het EVRM onverlet. Uit oogpunt van het doel van de overeenkomst, nl. garantie van windrecht 79 door ophoging van de molen d.m.v. nadeelcompensatie (Bijlage 9, tweede overweging) en verdere bronnen van de verbintenis heeft de Gemeente ten onrechte te weinig schade vergoed. De Gemeente heeft nagelaten 'fair balance' - rechtvaardig evenwicht tussen de eisen van algemeen belang en bescherming van fundamentele rechten van de heer K. - te realiseren in de inbreuk op het eigendomsrecht. H.
zei verantwoordelijkheid over zijn handelen te nemen (Bijlage H, p. 16, vergelijk punt 6, Bijlage 5 en beginsel 7 goed bestuur).
77 Een schaderisicoanalyse en garanties voor compensatie van schade, beide relevant voor economische uitvoerbaarheid, art. 9 lid 2 Bro 1985. En enerzijds het in de samenleving erkend belang van de molen, o.a. blijkens de bescherming daarvan als rijksmonument en anderzijds de risico's voor het voortbestaan daarvan door de onderbudgetering, beiden relevant voor maatschappelijke uitvoerbaarheid. Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. de realisatie van een nieuw theater aan het Theaterplein te Spijkenisse d.d. 31 augustus 2009, p. 17 en 18 (onderwerpen molenbiotoop, economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid) {Bijlage 13). De Ruimtelijke onderbouwing van 31 augustus 2009 ging slechts in op de terinzagelegging waarop geen zienswijzen zouden zijn ingediend (bijgesloten bij brief van 10 november 2025, Bijlage 29) 78 < https:/In issewaard. raadsinformatie.nl/ document/4692/ 1/raadsnotulen_8_september_2010 ?connection_type=1& connection_id=l77551 > 79 Vlg. Nota Planbeoordeling van Provincie Zuid-Holland. Het windrecht wordt vertaald in een molenbiotoop.
Legal��ce
12/25
7. Verancwoording
Beginsel: Het bestuur is bereid zich regelmatig en ruimhartig jegens de omgeving te verantwoorden.
lbelichting: Het afleggen van verantwoording door besturen is essentieel voor het functioneren van de democratische rechtSStaat. Het dragen van verantwoordelijkheden vraagt om het afleggen van verantwoording. Om de (democratische) controle mogelijk te maken heeft het bestuur de bereidheid ruimhanig verantwoording af te leggen hoe het zijn verantwoordelijkheden draagt en invult. Uit: Nederlandse code voor goed openbaar bestuur Juni 2009 < https://open. overheid. nl/documenten/ronl-14f934ce872de4f25b0184683f5053oo 717064c0/odf >
De toenmalige gemeenteraad kon toezien op het hanteren van de beginselen in de gedragscode en zo nodig moties uitspreken. Maar wethouder H. telde zijn zegeningen na dreigende moties van treurnis en wantrouwen (p. 21, 18, 19) en legde - nadat de bouwwerkzaamheden nog hadden voortgeduurd en er weer geld van de Gemeente nodig was, het probleem bij de molenaar (p. 23, Bijlage 15). De wethouder wenste geen kosten uit eigen zak te betalen (Bijlage 14, p. 16). Het recht is er echter niet om geschonden te worden. Ook is het eigen belang van wethouder H. om moties van wantrouwen of treurnis te vermijden, geen belang dat de overheid behoort te dienen; die instrumenten van de Gemeenteraad bevorderen juist de kwaliteit van het overheidsfunctioneren en de rechtsstatelijkheid. Bij de inzet van die instrumenten had de toenmalige gemeenteraad haar vraagtekens kunnen hebben bij de gewetensvolle invulling van de taken en verantwoordelijkheden (houden aan wet- en regelgeving, intrinsieke motivatie tot dienstbaarheid en daarmee overeenstemmend functioneren, met kritische (zelf-)reflectie80). Het ging hier om nadeelcompensatie (Bijlage 9) waarmee onevenredig nadeel van de heer K .ten laste van de gemeenschap moest worden gebracht81, maar wat uiteindelijk nog steeds voor een deel op zijn schouders rust. Van belang is dat de molenadviseur sprak van een tekort van € 175.451,35 (berekening W. H. d.d.
15 november 2010, hier in Bijlage 15, kosten t.l.v. K. verrekend) waarin nooit is voorzien, waarvoor contractueel evenwicht en schending van art. 1 EP EVRM niet zijn hersteld82 . De Gemeente liet het voortbestaan van het beschermde rijksmonument aan het lot over. Met de bedragen die de Gemeente ter nadeelcompensatie beschikbaar had gesteld, was de molen na ophoging nog niet winden waterdicht te maken - van belang vanwege de monumentale status83 - lagen vloeren nog los, ontbraken trappen etc.; full market value84 ontbrak. Dit, terwijl de Gemeente (College van Burgemeester en wethouders) juist een rol heeft om rijksmonumenten voor gevaren te behoeden, ongeacht financiële argumenten85 Bovendien. zou de Gemeente in 2004 waarde hechten aan de beeldbepalendheid bij de oude dijkenstructuur en de rijksmonumentale status van de molen (Bijlage 4, p. 29). Ook de communicatie met de Gemeente, de noodzaak met behulp van een advocaat betalingsregelingen te treffen, de noodzaak een hypotheek af te sluiten om de werkzaamheden af te ronden, het moeten hebben opofferen/slopen van bouwwerken ten behoeve van de ophoging, etc. droegen reeds bij aan onevenredigheid van de last 86 die in het kader van nadeelcompensatie en Nederlandse code voor goed openbaar bestuur, p.
17 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl14f934ce872de4f25b0184683f5053aa717064c0/pdf >; 81 De functie van nadeelcompensatie bij toepassing van het égalité-beginsel is het compenseren van nadeel door dit te spreiden over een collectief HR 8 januari 1991, nr. 14 096, NJ 1992, 638 {Varkensmestersarrest) en ABRvS 6 mei 1997, AB 1997, 229 (Van Vlodrop) alsmede art. 3:4 lid 2 Awb 82 Welk bedrag niet in de e-mail d.d. 27 januari 2025 (i.t.t. gesprek d.d. 24 januari 2025) is opgenomen. 83 ABRvS 1 februari 2012, ECLl:NL:RVS:2012:BV2414, r.o. 2.12.1. 84 EHRM 21 februari 1986, NJCM 1986/546, EHRM 9 december 1994, NJ 1996/374. 85 O.a. ABRvS 24 december 2008, ECLl:NL:RVS:2008:BG8259. Het uitgangspunt is dat handhaving het algemeen belang dient. 86 Over initiatieven ter beperking van nadelige gevolgen EHRM 23 april 1996, 17869/91, 2001 {Phocas/Frankrijk); over rechtsonzekerheid {EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 {Almeida Garrett c.s./Portugal). 80
Lega�ll\,Ce
13/25
eigendomsbescherming ex art. 1 EP EVRM juist voorkomen moest worden, die voor compensatie in aanmerking komt, terstond opeisbaar (art. 6:38 BW) en een verplichte uitgave (art. 193 Gemw) is. Als verplichte uitgave valt het onder de sturingsmogelijkheden van de Gemeenteraad. H. toonde zich bewust van de onbetrouwbaarheid van de Gemeente en juridische risico's als hij het probleem bij de molenaar zou leggen (Bijlage 14, p. 23). Toch heeft hij dat (onder ambtseed) gedaan. De integriteitsrisico's van onzorgvuldigheid en ongevoeligheid voor anderen87 hebben zich verwezenlijkt en de Gemeente heeft€ 175.451,35 onbetaald gelaten en het nadeel verder laten oplopen. De uitlating van H. verantwoordelijkheid over zijn handelen te nemen (Bijlage 14. p. 16), is slecht te rijmen met het ontlopen van betalingen (nalaten recht te doen aan de burger) en moties. Dit raakt de gewetensvolheid van de invulling van publieke taken en verantwoordelijkheden, waar de gedragscode toen al over sprak88 . Hij had uit oogpunt van integriteit een voorbeeldrol (beginsel 1 goed bestuur), maar zette zijn geloofwaardigheid en het aanzien van de politiek of het bestuur 89 op het spel. 1. Openheid en integriteit
Beginsel: Het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat. Het bestuur geeft in
zijn gedrag het goede voorbeeld, zowel binnen de organisatie als daarbuiten.
loelichting: Het bestuur- ook en vooral de individuele leden daarvan - geeft het goede voorbeeld en maakt medewerkers bewust van integriteit. Alleen op die manier kunnen de organisatie en de mensen die voor de organisatie werken geloofwaardig zijn. Openheid betekent in ieder geval dat het bestuur open is over procedures en besluiten. Ook maakt het bestuur relevante informatie toegankelijk. Openheid vraagt om een ontvankelijke houding; dat wil zeggen dat het bestuur ontvankelijk is voor signalen uit de omgeving en dat het laat zien wat het met die signalen doet. Die ontvankelijke houding is ook nodig als het gaat om signalen uit de eigen organisatie. Het bestuur schept een veilig klimaat in de organisatie waarin die signalen kunnen worden afgegeven en geeft ook overigens invulling aan goed werkgeverschap. Het is vanzelfsprekend dat het besruur wet- en regelgeving naleeft, juist als (mede-)wetgever. Integriteit betekent ook gewetensvol handelen. Wat dat voor de specifieke organisatie betekent, maakt het bestuur duidelijk in een integriteitbeleid. Uit: Nederlandse code voor goed openbaar bestuur Juni 2009
< https://open.overheid.nl/documenten/ronl-14{934ce872de4f25b0184683[5053aa717064c0/pdf >
Er is sprake van een gebrek aan doorleefde organisatiewaarden, genoemd onder 6 in Bijlage 5. De map met aan dat bedrag onderliggende stukken is conform art. 4 lid 3 en 5 overeenkomst (Bijlage 9) in bezit, bij de heren H. en zijn bestuurskundige B.. Wethouder H. is het gesprek met de heer K. op 18 september 2024 met erkenning van dat bedrag aan niet-betaalde nadeelcompensatie begonnen. Het zou hem gesierd hebben als hij de problemen die zijn eerdere voorganger heeft veroorzaakt, had opgelost, als medeverantwoordelijke90 aan de resultaatsverplichting (art. 1 EVRM) had voldaan, zich grootmoedig M. Becker, Ethiek voor juristen, Amsterdam: Boom uitgevers 2021, p. 111. C. Raat, Ethiek en kwaliteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers 2022, p. 48. Van onzorgvuldigheid kan bij politiek ambtsdragers worden gesproken als zij niet de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en niet bereid zijn verantwoording af te leggen aan medebestuurders, volksvertegenwoordiging of (vooral) burger. Zie ook beginsel 7 voor goed bestuur. 88 Nederlandse code voor goed openbaar bestuur, p. 17 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl14f934ce872de4f25b0184683f5053aa 717064c0/pdf >; 89 Vergelijk: E.
Karssing, De oplossing is het probleem niet! Reflecties op ethiek, integriteit en compliance, Capelle aan den IJssel: Nederlands Compliance lnstituut/C.A. Wielenga 2011, p. 99. 90 De verantwoordelijkheid van de verdragspartijen strekt zich uit over alle handelingen en ommissies van organen, agenten en dienaren, of zij nu behoren tot de wetgever, de uitvoerende macht of de rechtspraak (EHRM 18 februari 2009, 55707/00 (Andrejeva/Letland)), ongeacht rang (EHRM 28 oktober 1999, 28396/95 (Wille/Liechtenstein)). Decentrale overheden worden zonder uitzondering gerekend tot de verdragspartij waartoe zij behoren (EHRM 23 maart 2010, 50108/06 87
Lega�V\,Ce
14/25
had opgesteld91 (en derhalve aan waarden van rechtsstatelijkheid92 en goed bestuur te voldoen), maar dat is niet gebeurd. Uit het voorgaande volgt dat er ook geen behoorlijk contact conform beginsel 3 voor goed bestuur heeft plaatsgevonden. 3.
Behoorlijke contacten met burgers
Beginsel: Het bestuur zorgt ervoor dat hijzelf en de organisatie zich behoorlijk gedragen in contaaen met burgers. Toelichting: Een overheidsorganisatie kan verschillende rollen hebben. Soms treedt een overheidsorganisatie op als handhaver, soms als partner, soms als dienstverlener. In elke rol staat behoorlijk contact met burgets voorop. Het bestuur geeft daarbij zelf het goede voorbeeld. In de rol van de organisatie als dienstverlener zorgt het bestuur voor een goede kwaliteit van dienstverlening. Het bestuur maakt duidelijk wat de burger mag veiwachten. Uit: Nederlandse code voor goed openbaar bestuur Juni 2009 < https://apen. overheid.nl/documenten/ronl-14f934ce872de4(25b0184683fS053aa 717064c0/odf >
Het beginsel verwijst naar de behoorlijkheidsvereisten van de Nationale Ombudsman, ingevolge art. 9:27 lid 1 Awb. Tot en met december 2025: A. OPEN EN DUIDELIJK: 1. Transparant 2. Goede informatieverstrekking 3. Luisteren naar de burger 4. Goede motivering 8. RESPECTVOL: 5. Respecteren van grondrechten 6. Bevorderen van actieve deelname door de burger 7. Fatsoenlijke bejegening 8. Fair play 9. Evenredigheid 10. Bijzondere zorg C. BETROKKEN EN OPLOSSINGSGERICHT: 11. Maatwerk 12. Samenwerking 13. Coulante opstelling 14. Voortvarendheid 15. De-escalatie D. EERLIJK EN BETROUWBAAR 16. Integriteit 17. Betrouwbaarheid 18. Onpartijdigheid 19. Redelijkheid 20. Goede voorbereiding 21. Goede organisatie 22. Professionaliteit. Sinds januari 2026: • Betrouwbaarheid • Bijzondere zorg • Burgers betrekken • Coulante opstelling • De-escalatie•Eerlijke proceskansen•Evenredigheid•Goede informatieverstrekking•Goede motivering •Goede voorbereiding•Integriteit•Luisteren naar de burger•Maatwerk•Mensenrechten respecteren •Onpartijdigheid•Regierol•Respectvol•Toegankelijkheid •Transparantie•Voortvarendheid 93.
Gemeenschapsgeld naar erepenning H. i.p.v. naar de benadeelde heer K.? De zuiveringseed moet voorkomen dat geschenken het ambtelijk functioneren van de wethouder beïnvloeden. Waarde hechten aan awards en publiciteit ('mora/ boasting') wordt genoemd als signaal voor integriteitsproblemen in een organisatie (Bijlage 5). In dat verband zij gewezen op de publicatie 'Goud voor H.' in Groot Nissewaard d.d. 22 januari 2022 (Bijlage 1694). H. zou een erepenning ontvangen hebben van burgemeester S . voor zijn verdiensten aan de gemeente. Er zou zijn stilgestaan bij 'zijn bestuurlijke kwaliteiten' die zouden zijn afgeleid uit "zijn grote aan deel in de totstan dkomin g van het vern ieuwde stadshart en de wijze waarop hij zijn partij On afhan kelijk Nieuw Spijken isse {ONS) leidde in een tijd dat de partij een stormachtige groei doormaakte." Dat H. niet de bestuurlijke kwaliteiten bezat om (1) rechtsstaatconform met de heer K. en (2) in lijn met de status van molen Nooitgedacht als rijksmonument met de molen om te gaan, bleef in het krantenbericht buiten beschouwing. (Dösemealti Belediyesi/Turkije) en ECieRM 15 september 1998, 41877/98 (The Province of Bari, Sorrentino and Messeni Nemagna/ltalië) 91 Nederlandse code voor goed openbaar bestuur; Beginselen van deugdelijk Overheidsbestuur, p. 18 < https://open.overhe id.
nl/documenten/ronl-14f934ce872de4f25b0184683f5053aa 717064c0/pdf > 92 Als preventie van schending onmogelijk is, heeft de burger recht op 'adequate redress', dat wil zeggen een geschikt rechtsherstel (EHRM 6 september 1978, 5029/71, par. 64 (Klass e.a./Duitsland); EHRM 15 januari 2009, 33509/04, par. 97 (Burdov2 / Rusland)). Voor preventie is het al jaren te laat, maar rechtsherstel door het latere College (en controle en evt. bijsturing door de Gemeenteraad) liggen voor de hand; het gaat over de grenzen van overheidsmacht jegens de burger, het wezen van de rechtsstaat. 93 < https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/behoorlijkheidswijzer/vereisten > (laatst geraadpleegd 22 april 2026 9 4 < https://www.grootnissewaard.nl/nieuws/actueel/20978/goud-voor-gert-jan-t-hart > (laatst geraadpleegd 16 april 2026)
Lega��ce
15/25
Het gemeenschapsgeld werd nog niet besteed aan rechtsherstel dat in een rechtsstaat vereist is. De prioriteit van de Gemeente lijkt te hebben gelegen bij een erepenning voor een wethouder en niet bij de burger die nog nadeel ondervindt van het gemeentelijk handelen (mede door deze wethouder) en die op betaling van de verdere nadeelcompensatie wachtte. De toenmalige gemeenteraad zou hier wellicht vragen over hebben willen stellen. Nadeel eigenaar door terugbetalingsbepaling (voor besparingsdoeleinden) In 2003 bestond de wens bij het College te zoeken naar mogelijkheden tot verdere besparingen rondom de bouw van theater De Stoep en de ophoging van de molen (Bijlage 7). Medio november 2024 toen er voornemens waren de molen te verkopen, kwam de Gemeente met een benadelende interpretatie van de volgende bepaling uit de gebrekkig opgestelde overeenkomst (Bijlage 9):
"Artikel 7
taxatie
1. Partijen zullen de molen voor ophoging laten taxeren en na de ophoging. Het verschil wordt bij verkoop van de molen (geïndexeerd} terugbetaald aan de gemeente Spijkenisse. 2. De indexering, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is gebaseerd op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek te publiceren CBS-index prijzen bouw, op basis van het meest recent vastgestelde prijspeil." (onderstreping AHV) Die molen is een korenmolen, bestaand uit een romp, kap, molenkruis, roede, wieken, halslager, bovenwiel, bovenas, schijfloop, vang, kruiwerk, wipstok, luiwerk, spil, spoorwiel, steenspil, maalwerk, meelpijp, stelling die toegankelijk is via de stellingdeur, staart, schoor, kruiwiel, schoor en een invaartdeur op 1 ; de begane grond. Met deze molen kan van 1 il ➔ graan meel gemaakt worden. In de wetenschap dat molens redelijk waardevast zijn, zag de heer K. deze bepaling niet als problematisch. De wijze waarop de Gemeente de bepaling van artikel 7 van de vaststellingsovereenkomst hanteert -zich niet beperkend tot 'de molen', maar ten onrechte oprekkende tot het onroerend goed Noordeinde 99 - kwam medio november 2024 aan het licht. In de e-mail van de heer B. d.d.
13 november 2024 werd een vermeende vordering gesteld op € 333.000,00, zonder onderbouwing hoe dit zich verhoudt tot het doel van de overeenkomst (nadeelcompen satie), het niet-gecompenseerde tekort en verdere niet-gecompenseerde benadeling Korenmolen Spijkenisse I verticale snede; verhoging 7,0 m Nico en/of op welke wettelijke grondslag deze Jurgens - Hoorn 23 september 2008 vordering zou zijn gebaseerd en/of hoe de
Legal�vu:e
16/25
inbreuk op het eigendomsrecht ex art. 1 EP EVRM zou moeten zijn gerechtvaardigd en waarom bouwwerken die naar verkeersopvatting (art. 3:4 lid 1 BW) niet tot de molen behoren c.q. 'losmakelijk' zijn van de molen (lid 2) daar in dit specifieke geval95 wel onder zouden vallen96 (Bijlage 18). Mede van belang is wat er volgens het Haviltex-criterium9 7 en in het normale spraakgebruik98 onder 'molen' moet worden verstaan. De molen wordt ook voor de monumentale bescherming afgebakend, als ook in het Compensatieplan in de nota separaat genoemd als onderdeel van het ensemble met de molenaarswoning, het motorhuis en het benedendijkse aanwezige oude gemaal (Bijlage 4, p. 29). De wijze waarop de Gemeente die bepaling hanteert (al dan niet in combinatie met het taxatierapport van Ooms Makelaars Taxaties B.V. d.d. 4 januari 2010 betreffende Noordeinde 99 te Spijkenisse) en het woord 'molen' uitlegt, volgt niet uit het recht, de aanduiding van het ensemble of de overeenkomst en de aard daarvan (art. 6:248 lid 1 BW, bepalingen over de vaststellingsovereenkomst zijn opgenomen in art. 7:900 e.v. BW) die volgens de eerste en vijfde overweging gaat over molen Nooitgedacht. De Gemeente kan ook niet uitleggen hoe de door haar gewenste toepassing tot evenwichtigheid of een juiste rechtsverhouding99 zou leiden.
Uit oogpunt van beginsel 3 goed bestuur en (in elk geval) de goede motivering voor behoorlijkheid, was zij die uitleg wel verschuldigd. Vanwege de ernst en ondoorgrondelijkheid mocht transparantie worden verwacht100 . Verder is een rechtshandeling tot terugbetaling in een overeenkomst voor kosten die de Gemeente in het algemeen belang gemaakt heeft (zonder wettelijke grondslag, art. 132 lid 6 Gw) in strijd met de openbare orde en daarom nietig101 (art. 3:40 BW, art. 7:902 BW). Dat geldt ook bij schending van het verbod van détournement de pouvoir (art. 3:3 Awb/6 EVRM)102, gebruik van bevoegdheden voor oneigenlijke doelen/belangen (bijv. besparing conform de brief van 10 december 2003, Bijlage 7). Dat alles bleek al uit jurisprudentie van voorafgaand aan de overeenkomst d.d. 8 april 2009 en had onderwerp van een schaderisicoanalyse kunnen zijn103. Terwijl de Gemeente de heer K. uit oogpunt van 'fair balance' juist rechtszekerheid104 moest bieden en nadelige gevolgen had moeten besparen105, veroorzaakte zij met haar terugbetalingsbetaling juist rechtsonzekerheid (tevens onrechtmatigheid, art. 6:162 BW) en veel nadeel, ook door tijdrovende discussies daarover vanaf najaar 2024106. Ook dat nadeel en de kosten voor juridische hulp (art. 6:96 lid 2 b en c BW) komen voor compensatie in aanmerking (art. 1 EP EVRM/égalitébeginsel) die terstond opeisbaar (art.
6:38 BW) zijn en als uitgaven verplicht. Ook op dit punt is er geen rechtdoen aan de burger (punt 7, Bijlage 5), rechtsstatelijkheid (rechtvaardigheid) en geen goed bestuur (beginsel 3 legitimiteit, beginsel 5 behoorlijk contact burger, zoals t.a.v. professionaliteit, voortvarendheid, fatsoenlijke bejegening). Voor zover die houding werd ingegeven door loyaliteit aan (het oneigenlijke belang van) H. mocht juist een kritische houding
Hof Den Bosch 6 maart, 2018: ECLl:NL:GHSHE:2018:879: Naar eerste en vijfde overweging van de overeenkomst, Haviltex criterium (HR 13 maart 1981, ECLl:NL:HR:1981:AG4158) of normaal spraakgebruik. 96 Bijlage 2 bij brief d.d. 20 maart 2025 (Bijlage 23) 97 HR 13 maart 1981, ECLl:NL:HR:1981:AG4158. Kortgezegd wordt er op basis van dit criterium van de Hoge Raad bij de uitleg van overeenkomsten niet alleen gekeken naar de letterlijk of taalkundige betekenis van de tekst, maar ook naar de betekenis die partijen er in de gegeven omstandigheden en verwachtingen aan mogen toekennen. 98 Hof Den Bosch 6 maart, 2018: ECLl:NL:GHSHE:2018:879. 99 De overeenkomst bevat geen bepaling die uitsluitend de Gemeente het recht heeft gegeven de rechtsverhouding bindend vast te stellen. Vergelijk: HR 14 november 2003, ECLl:NL:HR:2003:AJ0513. 100 < https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/behoorlijkheidswijzer/vereisten/transparantie > 101 Vergelijk: HR 6 januari 2006, ECLl:NL:HR:2006:AT9056, HR 2 mei 2003, ECLl:NL:PHR:2003:AF2848. 102 HR 3 april 1998, ECLl:NL:HR:1998:AN5655. 103 Samen met garanties voor compensatie van schade relevant voor economische uitvoerbaarheid, art. 9 lid 2 Bro 1985.
104 EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal) 105 Over initiatieven ter beperking van nadelige gevolgen EHRM 23 april 1996, 17869/91 (Phocas/Frankrijk); over rechtsonzekerheid (EHRM 10 april 2001, 29813/96 en 30229/96 (Almeida Garrett c.s./Portugal). 106 O.a. Bijlage 3 bij brief van 20 maart 2025 (Bijlage 23) en Bijlage 7 bij brief van 10 oktober 2025 (Bijlage 28). 95
Legal��ce
17/25
'
worden verwacht, uitgaande van de rechtsstatelijke waarden ('organisatiewaarden', Bijlage 5), ook bij de heren H.107 en B.108.
"Als de politieke gezagsdragers zich niet aan de democratische waarden en normen houden en zich schuldig maken aan onwettig of ondemocratisch gedrag, werkt de loyale ambtelijke uitvoering van politieke opdrachten in de verkeerde richting. Dat is de Jes van de Tweede Wereldoorlog." 109 Hoe overheidsverantwoording uitblijft en waar het gemeenschapsgeld verder naar toe gaat In het College van Burgemeester en wethouders periode 2022-2026 was partij ONS met 3 van de 5 wethouders vertegenwoordigd, te weten H., M. en P. In de publieke sector is ingroup-empathie uit oogpunt van integriteit problematisch110, zodat beroepsethiek en juridische toetsing voldoende tegenwicht moeten bieden om het rechtsstatelijk functioneren te waarborgen. Achteraf kan de Raad pas controleren en moties indienen111. Door de ophoging van de molen is woningbouw112 mogelijk geworden (o.a. Bijlage 4, p. 15 en Bijlage 14, p. 17) waar de Gemeente al jaren miljoenen aan belastinggeld113 uit ontvangt (Bijlage 19). Maar het gemeenschapsgeld wordt niet besteed aan rechtsherstel dat in een rechtsstaat vereist is. De prioriteit van de Gemeente ligt nu bij nieuw uiterlijk vertoon - het iconiseren van Centrum voor de Kunsten en de aanleg van twee trappen (Bijlage 20) - en weer niet bij de burger die nog nadeel ondervindt van een eerder uiterlijk vertoon en op betaling van de verdere nadeelcompensatie wacht.
Met de begroting kan de Gemeenteraad sturen en prioriteiten stellen. Vanaf 9 december 2024 zijn diverse knelpunten van de vaststellingsovereenkomst naar voren gebracht114 (Bijlage 21). De Gemeente heeft vanaf najaar 2024 tot heden mogelijkheden tot herstel en voorkoming van verder nadeel aan zich voorbij laten gaan en is nog niet juridisch-inhoudelijk op de materie ingegaan. Van behoorlijk contact met de burger (beginsel 3. goed bestuur), een lerende houding en zelfreinigend vermogen (beginsel 6, goed bestuur) en een voor signalen ontvankelijk bestuur dat laat zien wat het met die signalen doet (beginsel van openheid en integriteit voor goed bestuur) is derhalve geen sprake. Terwijl de Gemeente zelf de juistheid van haar handelen met juridische grond en bronnen inzichtelijk moet kunnen maken (motiveren conform beginsel 3 goed bestuur), blijven die onder betrokkenheid van 'organen, agenten en dienaren' op wie een verantwoording voor de resultaatverplichting van art. 1 EVRM rust115, achterwege. 107 De Nederlandse code voor goed openbaar bestuur wijst op het belang voor bestuurders scherp te blijven op het eigen functioneren. "Omdat het dienen van het publieke belang een dusdanige verantwoordelijkheid is, dat het continue kritische (ze/f-)reflectie vraagt.", p. 17 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl-4f934ce872de4f2Sb0184683f5053aa717064c0/pdf >; 108 Hierover M.A.P.
Bovens e.a., Openbaar bestuur, beleid, organisatie en politiek, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2001, p. 249 waar de context met oorlogsmisdaden wordt geschetst. De kritische houding had vanuit bestuurskundig oogpunt gericht geweest op het tegengaan van integriteitsschendingen door de gemeentelijke organisatie (L.W.J.C. Huberts, Moraal en macht, Integriteit en kwaliteit van besturen in theorie en praktijk, VU, Amsterdam 2019, p. 13). 109 M.A.P. Bovens e.a., Openbaar bestuur, beleid, organisatie en politiek, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2001, p. 249. 110 C. Raat, Ethiek en integriteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers, p. 112. Over publieke en private moraal: J. Jacobs, Systems of Survival, A Dialogue on the Moral Foundations of Commerce and Polities, Random House, 1992, en over de gevolgen van vermenging van deze moralen in de publieke sector: The Problem of Monstrous Hybrids). 111 Moties van treurnis, afkeuring (waarschuwing) of wantrouwen, deze laatste al dan niet gevolgd door ontslag van de wethouder ex art. 49 Gemw. 112 Alleen al Haven Noord en Haven Zuid zo'n 190 woningen, Rapport 'De molen in de wind', maart 2004, p.
15 (Bijlage 4) 113 AD van 30 mei 2008 114 Bijlage 3 bij brief van 20 maart 2025 (Bijlage 23) 115 De verantwoordelijkheid van de verdragspartijen strekt zich uit over alle handelingen en omissies van organen, agenten en dienaren, of zij nu behoren tot de wetgever, de uitvoerende macht of de rechtspraak (EHRM 18 februari 2009, 55707/00 (Andrejeva/Letland)), ongeacht rang (EHRM 28 oktober 1999, 28396/95 (Wille/Liechtenstein)). Decentrale overheden
Legal�V\..ce
18/25
Van ambtenaren wordt naast ambtelijke loyaliteit ook een kritische houding verwacht, ze moeten zelf blijven nadenken; grote loyaliteit kan tot grote misstanden leiden116. Zo had met betrokkenheid van B. moeten kunnen worden gekomen. Hij presenteert zich als vastgoedjurist. Ethiek en integriteit zijn intrinsieke aspecten van de juridische beroepsuitoefening117 . Een integere overheidsjurist bezit die eigenschappen die hem in staat stellen om uit zichzelf volgens de overheidsmoraal en juridische moraal het juiste te doen en het onjuiste na te laten. constituerende elementen zijn: eerlijkheid en rechtsstatelljkheict
118
Bij een vastgoedjurist mag juist grondige kennis van en vaardigheden met het mensenrechtelijk eigendomsrecht en égalitébeginsel worden verwacht. Maar in plaats van alle voor dit dossier relevante leerstukken te hanteren, communiceert hij in misplaatste verwijten zoals '(blijven) ontkennen van een geldige afspraak' of eenzijdig te bepalen dat de afspraak niet geldig zou zijn ('/ramen', Bijlage 5). Hij wierp een schriftelijke verklaring op als reparatiemogelijkheid voor strijd met openbare orde/goede zeden (e-mails d.d. 17 en 27 januari 2025119). Er werden (voor besparingsdoeleinden) niet-juridisch en feitelijk onderbouwde stellingnames over 'verrekenbaar voordeel' en 'investeringen in de molen' 120 ingenomen waar sprake is van schadevergoeding. De gemeenteadvocaat O. zou zich vanwege onzorgvuldigheid en omgang met de heer K. tuchtrechtelijk op glad ijs (kunnen) 1 21 . begeven De Gemeente vertoont symptomen van wat wordt gekwalificeerd als 'toernooigedrag' om een zaak tegen de burger te winnen (in plaats van recht te doen, vergelijk Bijlage S), ook als de burger daaraan mentaal of materieel ten onder gaat. Bij die taakopvatting is 'alles geoorloofd' zolang er niemand kijkt of het net binnen de regels valt122. De teksten vertonen ook kenmerken van Al hallucinaties (incl.
juridische misslagen en ontbreken van bronnen/verwijzingen) die in teksten van de Gemeente juist moeten worden voorkomen123 . Het tegenwicht aan integriteitsproblemen en risico's voor erfgoed ontbreekt. Het College heeft geen verantwoordelijkheid genomen over de professionaliteit (althans het gebrek daaraan) van haar ambtenaren jegens de burger (al dan niet voor ambtenaars rekening wegens opzet of bewuste roekeloosheid). Van rechtvaardigheid (waarden voor rechtsstatelijkheid en goed bestuur) en een behoorlijk contact met de burger (beginsel voor goed bestuur) is derhalve ook geen sprake. Voor de heer K. is nadeel/schade ook door die taakopvatting en dat onbehoorlijk contact opgelopen. Ook dat komt, met de kosten voor juridische hulp (art. 6:96 lid 2 b en c BW), voor compensatie in aanmerking (art. 1 EP EVRM/égalitébeginsel), is terstond opeisbaar (art. 6:38 BW) en als uitgave verplicht (art. 193 Gemw). De Gemeente verzuimt verantwoordelijkheid te nemen en zich grootmoedig op te stellen124 (en derhalve aan waarden van rechtsstatelijkheid en goed bestuur te voldoen). worden zonder uitzondering gerekend tot de verdragspartij waartoe zij behoren (EHRM 23 maart 2010, 50108/06 (Dösemealti Belediyesi/Turkije) en ECieRM 15 september 1998, 41877/98 (The Province of Bari, Sorrentino and Messeni Nemagna/ltalië) 116 Hierover M.A.P.
Bovens e.a., Openbaar bestuur, beleid, organisatie en politiek, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2001, p. 249 waar de context met oorlogsmisdaden wordt geschetst. 117 Over beroepsethiek als intrinsiek onderdeel van het vak: H. Kaptein, Kwade zaken. De moraal van het juridische beroep, Nijmegen: Ars Aequi 2006, p. 16. 118 C. Raat, Ethiek en kwaliteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers, p. 35. 119 Bijlage 3 bij brief van 20 maart 2025 (Bijlage 23) 120 Hierover Brief van 20 maart 2025, p. 7 (Bijlage 23) 121 O.a. Gedragsdregels over onafhankelijkheid, art. 10a lid 1 Advocatenwet, Hof van Discipline 4 november 2019, ECLl:NL:NL:TAHVD:2019:181. 122 C. Raat, Ethiek en kwaliteitszorg: Handboek voor de overheidsjurist, Amsterdam: Berghauser Pont Publishers, p. 99. 123 Hallucinaties van Al-robots kunnen (ook in teksten van de gemeente) een eigen leven gaan leiden, ons recht verstoren en problemen in de rechtsontwikkeling en rechtszekerheid van burgers geven. Over verantwoordelijkheidsverdeling, SC Gwinnett County 19 mei 2025 (Walters/OpenAI) 124 Nederlandse code voor goed openbaar bestuur; Beginselen van deugdelijk Overheidsbestuur, p. 18 < https://open.overheid.nl/documenten/ronl-14f934ce872de4f2Sb0184683f5053aa717064c0/pdf >
Legal��ce
19/25
In de gemeenteraadsvergadering van 12 maart 2025 heeft raadslid M. de afwikkeling van de ophoging van de molen aan de orde gesteld, waarop wethouder H. reageerde met de mededeling dat het om een complexe casus gaat, dat die nog ter juridische beoordeling ligt, dat hij niet op details kon ingaan en dat toezeggingen niet relevant zouden zijn125 (Bijlage 22}. Op 20 maart 2025 is zijdens de heer K. een brief aan het College, tevens aan de Raad gezonden waarin alle juridische aspecten voorzien van grondslagen, bronvermeldingen etc. nog eens uiteengezet zijn met bewijsstukken in de bijlagen met onder meer toegankelijke uitleg over nadeelcompensatie, art. 1 EP EVRM en het égalitébeginsel 126, waarin de vermeende complexiteit genuanceerd is, erop is gewezen dat de juridische beoordeling en het innemen van een standpunt allang had moeten plaatsvinden, waarin ten aanzien van toezeggingen is gewezen op het vertrouwensbeginsel, waarin de impact op privéleven en ondernemerschap aan de orde kwam, alsook de nodige aansprakelijkheidsstellingen. De Gemeente is hierbij (voor zover nodig) in gebreke gesteld ten einde uiterlijk 10 april 2025 aan haar verplichtingen te voldoen (Bijlage 23). Op 1 april 2025 is de kwestie in een gesloten collegevergadering behandeld. Bij een dergelijke vergadering brengen de genoemde ingroup-empathie, alsmede o.a.
de geheimhoudingsconstructies en het isolement integriteitsrisico's met zich mee127. Wederom hadden beroepsethiek en juridische toetsing tegenwicht moeten bieden. Openheid over en toegankelijkheid van voor hem persoonlijk relevante informatie (beginsel van openheid en integriteit van goed bestuur} had tot behoorlijk contact met de heer K. (beginsel 3, goed bestuur) kunnen leiden, bijvoorbeeld op punten van transparantie en goede informatieverstrekking, maar aan deze eisen van goed bestuur werd niet voldaan. Met de op die vergadering volgende brief d.d. 8 april 2025 (opgesteld door B., Bijlage 24) werd de inbreuk op het eigendomsrecht nog steeds niet op geschikte wijze hersteld. Er werden wederom ondeugdelijke argumenten en feitelijke en juridische onjuistheden naar voren gebracht. Zo zijn er geen onderbouwingen voor concreet (niet-fictief) voordeel128 dat verrekend kan worden met een correcte compensatie van nadeel. De vermeende 'coulance' is nog niet contractueel geregeld. zoals dat in die overeenkomst staat (art. 11), Bijlage 24) en de reden hiervan werd de heer K. wederom niet conform behoorlijk, transparant overheidsgedrag inzichtelijk gemaakt 129 (art. 9:27 lid 1 Awb). Transparantie en een effectief controlemechanisme hadden reinigend kunnen werken. Het College zou volgens de brief onderbouwingen en bewijs missen, terwijl conform art.
4 lid 3 en 5 overeenkomst (Bijlage 9) de map met facturen e.d. van de ophoging en berekeningen van de molenspecialist in het bezit is bij wethouder H. en B. en de feiten ook blijken uit de brief van 20 maart 2025, met inhoud en bijlagen (Bijlage 23, vergelijk o.a. punt 2, Bijlage 5. Het is wederom een brief met symptomen van toernooigedrag en Al-hallucinaties, wederom zonder tegenwicht aan integriteitsproblemen (vergelijk Bijlage 5) en risico's voor erfgoed. Verzuim is (in elk geval) ingetreden per 11 april 2025. Van rechtsstatelijkheid en behoorlijk contact, zoals ook op het punt van voortvarendheid (beginsel 3, goed bestuur) is wederom geen sprake. Dat is evengoed de wijze waarop onder betrokkenheid van wethouder H. de zaak als 'afgehandeld' wordt beschouwd (Bijlage 25). De heer H. is op zijn verantwoordelijkheid voor integriteit en het functioneren van de rechtsstaat gewezen, maar gaf geen blijk van de gewetensvolle taakopvatting zoals de gedragscode die omschrijft (houden aan wet- en regelgeving, intrinsieke
125 < https://nissewaard.raadsinformatie.nl/vergadering/1281108 > 1:55 (laatst geraadpleegd 13 maart 2025)
126 < https://ecer.minbu za. n 1/docu ments/20142/1123324/lcer+ 2007+staatssteu n+en+nadeelcompe nsatie+ha ndreiking.pdf
/b05fe38b-95d3-d6ab-5069-dd18f4092af3?t=1545270719220 > (laatst geraadpleegd op 13 maart 2025) Hier in Bijlage 1) 127 A . Straathof e.a., 7 red flags: verhoogde kans op fraude en corruptie, TvOO 2016/4, p. 65-71. Andere red flags zijn machtsafstand, ring of silence, verkeerd voorbeeldgedrag, zwakke bedrijfsvoering en resultaatgedrevenheid. 128 HR 1 februari 2002, ECLl:NL:HR:2002:AD6627. 129 < https://www.nationaleombudsman.nl/professionals/behoorlijkheidswijzer/vereisten/transparantie >