Zienswijzennota Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Tekst van het document
Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o.
Gemeente Nijmegen Bureau Ruimtelijke Planvorming (SR30) Februari 2023
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
1
2
1. Inleiding Het ontwerp bestemmingsplan Nijmegen bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o. heeft in de periode van donderdag 21 april 2022 tot en met woensdag 1 juni 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Er zijn in totaal 20 zienswijzen binnengekomen, waarvan twee zienswijzen buiten de termijn zijn ingekomen. De zienswijzen die binnen de gestelde termijn zijn ingekomen zijn in deze ‘Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ samengevat en voorzien van een beantwoording door het college van burgemeester en wethouders. Ook is aangegeven of de zienswijze al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan heeft geleid. Voor zover een onderdeel van een zienswijze niet specifiek aan bod zou komen, wil dat niet zeggen dat de zienswijze niet in de beoordeling betrokken is. De reactie op het betreffende onderdeel ligt dan besloten in de weerlegging van de overige onderdelen van de zienswijze. De zienswijzen zijn dus volledig in de beoordeling betrokken. In deze nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn de NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) van bepaalde indieners van zienswijzen weggelaten. Dit weglaten, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn.
Dit geldt niet voor ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (bijvoorbeeld een B.V. of een v.o.f.) en voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure. De NAW-gegevens van de indieners zijn wel bekend bij de gemeente. Wel valt uit de nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ter herleiden op welke locatie de zienswijze betrekking heeft. Dit heeft er mee te maken dat de locatie benodigd is voor een goede beantwoording van de zienswijze en het daarmee samenhangende af te wegen belang. De wijzigingen die (ambtshalve) zijn doorgevoerd aan de toelichting, regels en verbeelding zijn per zienswijze en in een apart hoofdstuk (aan het eind van deze nota) samengevat.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
3
4
2. Overzicht zienswijzen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Reclamant 1, ingekomen op 18 mei 2022. Reclamant 2, ingekomen op 31 mei 2022 en aangevuld op 30 mei 2022. Reclamant 3, ingekomen op 30 mei 2022. Reclamant 4, Fietsersbond, afdeling Overbetuwe , ingekomen op 30 mei 2022. Reclamant 5, ingekomen op 27 mei 2022. Reclamant 6, ingekomen op 30 mei 2022. Reclamant 7, TotalEnergies, Stationsstraat 27 Nijmegen, ingekomen op 1 juni 2022 8. Reclamant 8, ingekomen op 14 juni 2023 en daarmee buiten de zienswijzentermijn. 9. Reclamant 9, Gacon B.V., Groothandelsweg 5 Nijmegen, pro forma ingekomen op 31 mei 2022 en aangevuld op 2 juni 2022. 10. Reclamant 10, Heijting Milieu Service B.V., Groothandelsweg 16 Nijmegen, ingekomen op 31 mei 2022. 11. Reclamant 11, pro forma ingekomen op 31 mei 2022 en aangevuld op 8 juni 2022. 12. Reclamant 12, Aannemers- en Grondverzetbedrijf Van Wijk B.V., Stationsstraat 82 Nijmegen, ingekomen op 31 mei 2022. 13. Reclamant 13, ingekomen op 23 mei 2022. 14. Reclamant 14, Vierboom Trucks B.V., Koopmansweg 1a Nijmegen, ingekomen op 1 juni 2022. 15. Reclamant 15, SCHENKgroep, Koopmansweg 6 en 7 en Groothandelsweg 4 - 8 Nijmegen, ingekomen op 25 mei 2022 16. Reclamant 16, Waterschap Rivierenland, Tiel, ingekomen op 31 mei 2022. 17. Reclamant 17, Resim Vastgoed B.V., Nijmegen sectie D nummers 120, 121 en 122 (bedrijfsgebouwen Rondweg, Halve Weg en Windmolenweg), ingekomen op 31 mei 2022. 18.
Reclamant 18, ingekomen op 1 juni 2022. 19. Reclamant 19, ingekomen op 1 juni 2022. 20. Reclamant 20, ingekomen op 2 juni 2022 en daarmee buiten de zienswijzentermijn.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
5
6
3. Samenvatting en beoordeling zienswijzen 3.1
Reclamant 1
Inhoud zienswijze
Reclamant dient een zienswijze in welke betrekking heeft op de grond naast het restaurant Brasserie 1910, Griftdijk 201 Nijmegen. Reclamant geeft aan dat deze grond de bestemming ‘Groen’ heeft gekregen, terwijl deze grond al ruim 20 jaar dienst doet als parkeerplaats. Voorheen bij restaurant Mona’s en nu al ruim 4 jaar bij restaurant Brasserie 1910. Reclamant geeft aan dat het exploiteren van een restaurant op deze plek niet mogelijk is zonder parkeerplaats en verzoekt daarom de bestemming ‘Groen’ te vervangen voor de bestemming ‘Parkeerplaatsen’, met nadere aanduiding ‘t.b.v. de naastgelegen horecabestemming’.
Beoordeling
Op basis van archiefonderzoek is gebleken dat op 7 oktober 2009 een omgevingsvergunning (met toepassing van artikel 19, lid 2 WRO) is afgegeven voor de uitbreiding van de aanwezige horeca en een parkeerterrein aan de zuidzijde van (nu) Brasserie 1910. De bestemming van het terrein ten zuiden van het restaurant is niet correct en zal daarom worden aangepast. Op de verbeelding wordt binnen de bestemming ‘Groen’ de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ opgenomen. In de regels wordt aan lid 8.1 een nieuw sub b toegevoegd “ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ tevens voor een parkeerterrein, uitsluitend ten behoeve van de aangrenzende horecagelegenheid”. De overige leden worden doorgenummerd.
Conclusie
Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Verbeelding: op de verbeelding wordt binnen de bestemming ‘Groen’ de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ opgenomen. Regels: aan lid 8.1 wordt een nieuw sub b toegevoegd “ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ tevens voor een parkeerterrein, uitsluitend ten behoeve van de aangrenzende horecagelegenheid;”.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
7
3.2
Reclamant 2
Inhoud zienswijze
De zienswijze van reclamant is ingekomen op 25 mei 2022 en op 30 mei 2022 aangevuld. Beide zienswijzen worden in samenhang met elkaar samengevat en beantwoord. Op 18 juli 2022 is nogmaals een aanvulling op de zienswijze ingekomen, ruim buiten de zienswijzentermijn. De overwegingen in deze laatste zienswijze zijn meegenomen in de beantwoording. Reclamant brengt een aantal punten naar voren: Woning Stationsstraat 49 Reclamant merkt op dat in het ontwerpbestemmingsplan aan de woning aan de Stationsstraat 49, conform de verleende omgevingsvergunning, een woonbestemming is toegekend. Reclamant stelt dat hierbij niet de juiste begrenzing van de woonbestemming is opgenomen. De begrenzing wijkt af van de vergunde situatie. Derhalve verzoekt reclamant dit aan te passen conform de begrenzing die destijds is aangevraagd en vergund. Dit in juiste combinatie met de aangrenzend te leggen bedrijfsbestemming. Reclamant merkt op dat de grond voor de wijziging is gelegen in de reeds door de gemeente toegekende gebruiksmogelijkheden voor deze woning. Reclamant heeft op 28 mei 2020 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening. De gemeente heeft besloten om de omgevingsvergunning te verlenen.
Bedrijfsgebouw en bedrijfsmatig gebruik Stationsstraat 49 Reclamant merkt ten eerste op dat het zuidelijk deel van het bedrijfsgebouw achter de woning is bestemd als ‘wonen’. Reclamant stelt dat dit, samen met het kadastrale perceel waarop het bedrijf staat, een bedrijfsbestemming dient te krijgen. Daarnaast merkt reclamant op dat het noordelijke deel van het bedrijfsgebouw achter de woning bestemd is als agrarisch, zonder bebouwing. Reclamant stelt dat dit, samen met het kadastrale perceel waarop het bedrijf staat, een bedrijfsbestemming dient te krijgen. De grond van de wijziging is volgens reclamant gelegen in de planologische status van deze bedrijfsbebouwing. Op 5 april 2006 is in een brief aan toenmalig wethouder Depla over het perceel en de bebouwing gezegd dat aannemelijk is dat ten tijde van het verkrijgen van de rechtskracht reeds sprake was van afwijkend gebruik, in casu bestaande uit handel in antiek en bouwmaterialen. Eveneens is in de brief aangegeven dat een passende bedrijfsbestemming zal worden toegekend. Op 6 oktober 2006 heeft de gemeente vrijstelling verleend voor het gebruik aan reclamant voor het gebruik van de bestaande bedrijfsgebouwen ten behoeve van handel in antiek en bouwmaterialen.
Reclamant geeft aan dat in de jaren hierna veelvuldig overleg is geweest met de gemeente om het bedrijfsmatig passende gebruik te gaan bestemmen, waarin de gemeente zich volgens reclamant in beginsel kon vinden. Echter, reclamant geeft aan dat de gemeente gaande dit overleg de Beheersverordening “Nijmegen Bedrijventerrein Oosterhout en Rietgraaf e.o.” onherroepelijk vastgesteld, zonder aan reclamant een beroepsmogelijkheid te bieden. Daarnaast heeft de gemeente naar zeggen van reclamant de bedrijfsloodsen en het bedrijf onder ‘Agrarisch’ geschaard, de in 2006 verleende vrijstelling genegeerd en geen rekening gehouden met de toen bij de gemeente bekende noodzaak om een bedrijfsbestemming toe te kennen. Daarna is op 14 april 2020 de “Gebiedsvisie de Grift” uitgekomen, waarin de loods en het perceel van reclamant aangegeven staat als ‘bestaand bedrijf’. In de Visie De Grift is in paragraaf 8.4 opgenomen dat het proces voor de actualisatie start met een gespreksronde met gevestigde bedrijven. Echter, reclamant geeft aan dat met hem geen overleg is gevoerd over zijn ‘bestaande bedrijf’ en wordt hij naar zeggen
8
geconfronteerd met een ontwerpbestemmingsplan dat op veel punten niet correct is. Reclamant verzoekt derhalve om de bedrijfsbebouwing en het bijbehorende perceel een passende bestemming te geven, zoals deze reeds eerder is voorgelegd aan de gemeente. Zie hiervoor onderstaande kaart:
Actueel inzicht Reclamant merkt vervolgens op dat het recentelijk gerealiseerde zonnepark niet is bestemd in het ontwerpbestemmingsplan en vraagt hiervoor een passende regeling op te nemen. Verder verzoekt reclamant om in het bestemmingsplan een regeling op te nemen waarbij de bij het zonnepark gewenste opslag van elektriciteit in de vorm van grote accu’s/batterijen kan worden gerealiseerd in de bedrijfshal. Stationsstraat 47 en 51 Reclamant geeft aan dat beide woningen naast zijn perceel in het vigerende bestemmingsplan (beheersverordening) verbaal geregeld waren en dat deze nu een bestemmingsvlak toegekend hebben gekregen dat diep in noordelijke richting doorloopt. Volgens reclamant belemmert deze bestemmingswijze de gebruiksrechten op locatie van reclamant voor zover het betreft het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten conform de aangevraagde milieucategorisering. Althans, niet is aangegeven dat deze bestemmingen zondermeer naast elkaar kunnen worden gelegd. Reclamant verzoekt om hier duidelijkheid over te geven bij de vaststelling van het bestemmingsplan, waarbij de eerder aangevraagde bedrijfsactiviteiten aan de Stationsstraat 49 onbelemmerd kunnen worden toegekend.
Reclamant geeft mede daarom in overweging mee om Stationsstraat 51, voor zover het niet de woning betreft, hier ook een bedrijfsbestemming aan toe te kennen in plaats van de aanduiding grondverzetbedrijf binnen de woonbestemming.
Beoordeling Woning Stationsstraat 49 Op 5 augustus 2020 is een omgevingsvergunning (zaaknummer W.Z20.104569.01) verleend voor het omzetten van een (agrarische) bedrijfswoning naar een burgerwoning met bijbehorende tuin. De begrenzing van de woonbestemming is weergegeven in onderstaande afbeelding, die als voorschrift aan de omgevingsvergunning is verbonden. Deze vergunde situatie wordt conform het verzoek van de reclamant overgenomen in het bestemmingsplan. De verbeelding zal op dit punt worden aangepast.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
9
Afbeelding: begrenzing woonbestemming conform verleende vergunning d.d. 5 augustus 2020
In navolging van de zienswijze heeft de reclamant buiten de zienswijzentermijn (d.d. op 18 juli 2022) verzocht de begrenzing van de woonbestemming te verruimen (zie rode contour in navolgende afbeelding, zodat een deel van de aanwezige bedrijfsbebouwing als bijgebouw bij de woning kan dienen en de diepte van de woonbestemming meer in lijn komt te liggen met de buurpercelen. Daarnaast wenst de reclamant de overige bebouwing op het perceel via de achterzijde te ontsluiten. Dat laatste is niet gewenst, omdat deze ontsluitingsweg daar niet op berekend is. Ontsluiting van het perceel Stationsstraat 49 dient nu en in de toekomst plaats te vinden via de Stationsstraat.
Afbeelding: beoogde situatie volgens reclamant (aanvullend verzoek d.d.18 juli 2022)
Resumerend is de gemeente bereid deels tegemoet te komen aan het verzoek van reclamant en zal de bestemming ‘Wonen’ in noordelijke richting uitgebreid worden, waarmee het bestaande bedrijfsgebouw als bijgebouw bij de woning kan dienen. Volledigheidshalve wenst de gemeente daarbij op te merken dat er – gelet op de omvang
10
van het bijgebouw – geen ruimte meer is om vergunningvrij nieuwe aan- of uitbouwen, bijgebouwen of overkappingen te realiseren. Daartoe wordt het erf bij de woning (de bestemming ‘Wonen’ buiten het bouwvlak) voorzien van de bouwaanduiding ‘bijgebouw’. In de regels wordt aan sublid 14.2.2 sub d onder 7 wordt een punt 4 toegevoegd: “in afwijking van punt 3 mag het bebouwde oppervlakte van het erf ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouw’ niet meer bedragen dan 180 m2;”. De bestemming ‘Wonen’ wordt niet in oostelijke richting uitgebreid, zodat ontsluiting van de gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ (zie volgende punt) ook in de toekomst kan plaatsvinden via de Stationsstraat. De verbeelding wordt als volgt gewijzigd:
Bedrijfsgebouw en bedrijfsmatig gebruik Stationsstraat 49 In het voorheen geldende bestemmingsplan Buitengebied Bemmel 1978 – dat bekrachtigd is in de nu geldende beheersverordening – zijn de percelen aan de noordzijde van de Stationsstraat voorzien van een agrarische bestemming. Dat geldt ook voor het perceel van reclamant. In het verleden is er een vergunning verstrekt voor de handel in antiek en bouwmaterialen in de bestaande bedrijfsgebouwen (overeenkomstig de door middel van artikel 15 WRO verleende vrijstelling op 6 oktober 2006). Het is niet wenselijk dat de percelen aan de noordzijde van de Stationsstraat verkleuren naar een bedrijfsbestemming (met milieucategorie 3.2), vanwege nabij gelegen woningen. Bovendien hoort bedrijvigheid in milieucategorie 3.2 in principe thuis op een bedrijventerrein en niet in een (agrarische) bebouwingslint. Daarnaast is een bestemmingswijziging naar ‘Bedrijf’ (met milieucategorie 3.2) in strijd met het de Omgevingsverordening Gelderland. In artikel 2.12 van de verordening is bepaald dat een bestemmingsplan geen nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied mogelijk maakt die naar huidige planologische inzichten en ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. Ook zijn er omtrent het perceel van de reclamant geen afspraken gemaakt in het Regionaal programma werklocaties (Rpw).
De afgelopen jaren is er herhaaldelijk contact geweest met de reclamant over de wijze van bestemmen. In het verleden is reeds aangegeven dat het opnemen van een bedrijfsbestemming op het perceel vanwege geldend provinciaal beleid niet mogelijk is. Dit beleid is thans ongewijzigd. In 2016 heeft de gemeente daarom voorgesteld het perceel van reclamant te voorzien van de bestemming ‘ Gemengd’ en binnen deze bestemming bedrijvigheid in milieucategorie 3.1 mogelijk te maken, alsmede de handel in antiek en bouwmaterialen (reeds vergund). De reclamant kon daar destijds niet mee instemmen.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
11
Reclamant geeft aan dat hij in 2016 niet in de gelegenheid is gesteld om een beroep in te stellen tegen de vaststelling van de beheersverordening. De gemeente wil reclamant erop wijzen dat de Wro geen voorbereidingsprocedure kent voor de beheersverordening. Deze is vergelijkbaar met andere verordeningen die de gemeente kan vaststellen. Er is in het kader van de beheersverordening geen bezwaar bij de gemeenteraad of beroep bij de bestuursrechter mogelijk. Dit is door de wetgever zo bepaald. Wel heeft de (concept)verordening gedurende een periode van 3 weken ter inzage gelegen, met de mogelijkheid om een inspraakreactie in te dienen. Het doel van dit bestemmingsplan is de bestaande (legaal aanwezige c.q. vergunde) situatie juridisch-planologisch vast te leggen en te voorzien van een passende bestemming. In het ontwerpbestemmingsplan is de in 2006 verleende vrijstelling abusievelijk niet verwerkt. Dat geldt ook voor de in het verleden verleende vergunningen voor de aanwezige bedrijfsbebouwing. Het bestemmingsplan zal op dit punt gewijzigd worden. Concreet houdt dit in dat de legaal aanwezige bebouwing wordt voorzien van een bouwvlak met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 7 meter. De bestemming ‘Agrarisch’ wordt gehandhaafd en de begrenzing daarvan wordt afgestemd op de bestemming ‘Wonen’ (zie vorige punt).
De aanwezige bedrijfsbebouwing wordt voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handelsonderneming’. In de regels wordt aan lid 3.1 een nieuw sub b toegevoegd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handelsonderneming tevens voor de handel in antiek en bouwmaterialen;”. De overige subleden worden doorgenummerd. De gemeente is van mening dat de bestaande bedrijfsbebouwing en gebruiksmogelijkheden daarmee passend bestemd worden. De verbeelding komt er als volgt uit te zien:
Actueel inzicht Op 4 april 2019 is een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een zonnepark op de kadastrale percelen bekend als gemeente Nijmegen, sectie E, perceelnummers 17, 1306 en 1307. Het kadastraal perceel bekend als gemeente Nijmegen, sectie D, perceelnummer
12
2486 is tevens in de omgevingsvergunning betrokken. Dit perceel is echter buiten het voorliggende plangebied gelegen. De gronden waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft worden op verzoek van de reclamant voorzien van een passende regeling. Op de verbeelding wordt binnen de bestemming ‘Agrarisch’ een functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zonnepark’ opgenomen. In lid 3.1 van de regels wordt een nieuw sub c toegevoegd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zonnepark’ tevens voor een zonnepark met de daarbij behorende voorzieningen”. De overige leden worden doorgenummerd. Aan het verzoek van de reclamant om een regeling op te nemen voor de opslag van elektriciteit in grote accu’s en/of batterijen wordt niet tegemoet gekomen. Het grootschalig opslaan van energie betreft een bedrijfsmatige activiteit die niet is toegestaan binnen de bestemming ‘Agrarisch’. Indien de reclamant een grote accu of buurtbatterij wenst te realiseren, dient hiervoor een afzonderlijke ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Op dit punt leidt de zienswijze niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Stationsstraat 47 en 51 Voor wat betreft de Stationsstraat 47 geldt dat het gehele kadastrale perceel is voorzien van een woonbestemming. Voor de Stationsstraat 51 is de begrenzing van de woonbestemming (aan de noordzijde) afgestemd op het perceel van reclamant.
Het feit dat de aangrenzende woonbestemmingen in noordelijke richting doorgetrokken zijn, levert niet per definitie een beperking op voor het uitoefenen van de vergunde bedrijfsactiviteiten op het perceel van de reclamant. De afstand tussen hinderveroorzakende activiteiten en woningen wordt immers gemeten vanuit het bouwvlak van de meest nabij gelegen woning. Dit betekent dat niet de bestemming ‘Wonen’ maatgevend is, maar de bouwvlakken van de aangrenzende woningen. Het in noordelijke richting doortrekken van de bestemming ‘Wonen’ heeft dus geen negatieve invloed op de gebruiksmogelijkheden op het perceel van reclamant. Voor wat betreft de wijze van bestemmen van het perceel Stationsstraat 51 wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 6.
Conclusie
Deze zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan: Verbeelding: de bestemming ‘Wonen’ op het perceel Stationsstraat 49 wordt verkleind en in overeenstemming gebracht met de verleende omgevingsvergunning uit 2020. Op verzoek van reclamant wordt het bestaande bijgebouw binnen de bestemming ‘Wonen’ getrokken. Het erf (bestemming ‘Wonen’ buiten het bouwvlak) wordt voorzien van de bouwaanduiding ‘bijgebouw’. Regels: aan sublid 14.2.2 sub d onder 7 wordt een punt 4 toegevoegd: “in afwijking van punt 3 mag het bebouwde oppervlakte van het erf ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouw’ niet meer bedragen dan 180 m2;”. Verbeelding: de legaal aanwezige bebouwing achter de woning aan de Stationsstraat 49 wordt voorzien van een bouwvlak met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 7 meter. De bestemming ‘Agrarisch’ wordt gehandhaafd en de begrenzing daarvan wordt afgestemd op de bestemming ‘Wonen’ (zie vorige punt). De aanwezige bedrijfsbebouwing wordt voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handelsonderneming’. Regels: aan lid 3.1 een nieuw sub b toegevoegd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handelsonderneming tevens voor de handel in antiek en bouwmaterialen;”.
Verbeelding: ten behoeve van het zonnepark wordt binnen de bestemming ‘Agrarisch’ een functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zonnepark’ opgenomen. Regels: in lid 3.1 van de regels wordt een nieuw sub c toegevoegd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zonnepark’ tevens voor een zonnepark met de daarbij behorende voorzieningen”.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
13
3.3
Reclamant 3
Inhoud zienswijze
Reclamanten stellen ten eerste dat het huidige ontwerpbestemmingsplan niet overeenkomt met het in 1991 vastgestelde industrieterrein de Grift door de gemeente en provincie. Reclamanten geven daarnaast aan dat zij in 1992 van de gemeente Bemmel geen boerderij mochten vestigen op perceel E 8 en verwijzen hierbij naar een uitspraak van mei 1996 Raad van State Derksen/Gemeente Bemmel (r.o. 3.92.5333). Vervolgens wordt door reclamanten verwezen naar Land over de Waal, punt 9 van de Raadsvergaderingsstukken van 1997, waarin vermeld staat dat op perceel van reclamanten zwaar vervuilende industrie gepland is. Reclamanten zien wat betreft dit punt graag medewerking voor realisatie. Reclamanten benoemen verder dat de kadasternummers gewijzigd zijn en dat de gemeente diverse malen een voorkeursrecht op het perceel heeft gevestigd. Ten slotte geven reclamanten aan ernstig bezwaar te maken tegen de gelegenheidsplanologie die bij de onderhavige ontwikkeling toegepast wordt, reclamanten bestempelen dit als in strijd met het gelijkheidsbeginsel en daarom strijdig met de goede ruimtelijke ordening.
Beoordeling
Insteek van het bestemmingsplan Nijmegen Bedrijventerrein De Grift en Rietgraaf e.o. is geweest om enerzijds meer mogelijkheden c.q. flexibiliteit te bieden door de eerder geldende beheersverordening te vervangen door een actueel en uniform bestemmingsplan, en anderzijds met name de bestaande situatie vast te leggen. Het bestemmingsplan maakt dus geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De eigendommen van reclamanten in het plangebied hebben een agrarische functie en zijn zodoende ook met deze bestemming opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. In het Voorkeursmodel Waalsprong uit 2003, het Ontwikkelingsbeeld Waalsprong uit 2013 en de gemeentelijke structuurvisie van 2013 is er geen sprake van het ontwikkelen van de Grift voor zwaar vervuilende industrie. Ook in de latere gebiedsvisie voor de Grift is hier geen sprake van. Daarnaast geldt dat de woningbouw die in Zuiderveld deels gerealiseerd en in ontwikkeling is leidt tot andere hindercontouren. Gelet op regionale afspraken in het RPW, de ruimtelijke uitstraling en milieueffecten is uitbreiding met zwaar vervuilende industrie niet aan de orde.
Conclusie
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
14
3.4
Reclamant 4
Inhoud zienswijze
Reclamant heeft een zienswijze ingediend welke betrekking heeft op de ontwikkeling rond afslag 38, de aanpassingen aan het fietspad langs de Griftdijk en de rotonde aan de Stationsstraat.
Beoordeling
Uw zienswijze heeft betrekking op verkeerskundige en infrastructurele gronden gelegen buiten de begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan. Vanuit juridisch oogpunt kan uw zienswijze daarom niet inhoudelijk beoordeeld worden en wordt het bestemmingsplan ook niet aangepast. Recentelijk heeft de gemeente Nijmegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Chwbestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’ in procedure gebracht. Dit bestemmingsplan ziet toe op de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift, waaronder ook de aanpassingen aan de bestaande verkeersinfrastructuur (o.a. Griftdijk en Stationsstraat). Wij onderschrijven de samenhang tussen de ontsluiting van het bestaande en het nieuwe bedrijventerrein en hebben dit op elkaar afgestemd. In het kader van het thans voorliggende bestemmingsplan nemen wij uw zienswijze voor kennisgeving aan. Indien gewenst kun u uw zienswijze inbrengen in het kader van het ontwerpbestemmingsplan ‘Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’.
Conclusie
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
15
3.5
Reclamant 5
Inhoud zienswijze
Reclamanten stellen dat het gebied, dat ligt tussen het Total tankstation “de Rietgraaf” en restaurant Brasserie 1910, al langer dan 20 jaar een parkeerplaats is. Volgens hen is dit dus geen ‘groen’ terrein. Zij zien graag dat dit wordt aangepast in het bestemmingsplan. Daarnaast geven reclamanten aan dat zij de verkeersafwikkeling op de Griftdijk hen moeilijk te verwezenlijken lijkt. Voor hen is de toegang naar het tankstation een zeer zwaarwegend punt. De realisatie van een snelfietspad in twee richtingen voor de toegang van het tankstation is volgens hen geen optie. Zij vrezen dat het onveilig wordt om met grote voertuigen bij het bedrijf te komen en weer te verlaten.
Beoordeling
Voor wat betreft het eerste deel van de zienswijze over de parkeerplaats wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 1 (paragraaf 3.1). Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast. Het tweede deel van uw zienswijze heeft betrekking op verkeerskundige en infrastructurele gronden gelegen buiten de begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan. Vanuit juridisch oogpunt kan uw zienswijze daarom niet inhoudelijk beoordeeld worden en wordt het bestemmingsplan ook niet aangepast. Recentelijk heeft de gemeente Nijmegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Chwbestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’ in procedure gebracht. Dit bestemmingsplan ziet toe op de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift, waaronder ook de aanpassingen aan de bestaande verkeersinfrastructuur (o.a. Griftdijk en Stationsstraat). Wij onderschrijven de samenhang tussen de ontsluiting van het bestaande en het nieuwe bedrijventerrein en hebben dit op elkaar afgestemd. In het kader van het thans voorliggende bestemmingsplan nemen wij uw zienswijze voor kennisgeving aan. Indien gewenst kun u uw zienswijze inbrengen in het kader van het ontwerpbestemmingsplan ‘Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’.
Conclusie
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
16
3.6
Reclamant 6
Inhoud zienswijze
Reclamant stelt dat de woon- en bedrijfslocatie van Stationsstraat 51 en 51A te Ressen/Nijmegen niet juist bestemd zijn. Derhalve verzoekt reclamant om voor deze adressen de bestemming aan te passen. Hierna volgt een toelichting. Bestaande situatie Aan de Stationsstraat 51 staat een burgerwoning en aan de Stationsstraat 51A een grondverzetbedrijf, betreffende de kadastrale percelen 176 en 202. Op de locatie staat een burgerwoning met bijgebouwen. Op het oostelijke perceel is een toerit gemaakt naar de achterzijde. Hier zijn ten behoeve van het bedrijf een verhard terrein, parkeerplaatsen en een bedrijfshal aangelegd. Reclamant geeft aan dat voor de bedrijfshal door de gemeente, na toetsing aan de toen geldende regels, een bouwvergunning is verleend (toegevoegd als bijlage). Daarnaast is door de gemeente een uitritvergunning verleend voor de toerit naar het bedrijf. Bestemde situatie Reclamant merkt op dat deze locaties in het ontwerpbestemmingsplan geheel of gedeeltelijk bestemd zijn als ‘Wonen’. Daarnaast is op een deel van de locaties de aanduiding ‘grondverzetbedrijf’ van toepassing. Verder is een deel van de percelen bestemd als ‘Agrarisch’, waarbij geen bouwvlak of bedrijfsbestemming is opgenomen.
Indien het bestemmingsplan op deze manier wordt vastgesteld betekent dit volgens reclamant dat voor dat deel het gebruik als ‘grondverzetbedrijf’ en ook de daar aanwezige bebouwing/verharding onder het overgangsrecht komen te vallen. Hier maakt reclamant bezwaar tegen, alsmede tegen de begrenzing van de woonbestemming en van de aanduiding ‘grondverzetbedrijf’, omdat deze volgens reclamant beide verkeerd begrensd zijn. Gewenste situatie Het verzoek van reclamant is om aan het grondverzetbedrijf een bedrijfsbestemming toe te kennen, eventueel met de aanduiding ‘grondverzetbedrijf’ en daarbinnen de bebouwing op het achterterrein ook positief te bestemmen. Op de inrit naast de woonbestemming wenst reclamant de aanduiding ‘inrit’, zodat daar alleen een inrit is toegestaan die de woning niet zal hinderen. Daarnaast is een tekening bijgevoegd waarin reclamant aangeeft hoe de bedrijfsbestemming gelegd dient te worden en waaruit ook blijkt hoe de woonbestemming begrensd dient te worden. Daarnaast dient volgens reclamant de te verkleinen woonbestemming niet de aanduiding ‘grondverzetbedrijf’ te hebben, maar uitsluitend de woonbestemming. Tot slot is het verzoek om binnen de bedrijfsbestemming niet alleen het bedrijf toe te staan, maar ook ‘tuin’ behorende bij de aangrenzende woning.
Beoordeling Bestemde situatie De bedrijfsbebouwing aan de noordzijde van het perceel is abusievelijk onder het overgangsrecht gebracht. Ook is dit gedeelte van het perceel niet voorzien van de aanduiding ‘grondverzetbedrijf’. Dit zal bij de vaststelling hersteld worden. In de beantwoording onder ‘gewenste situatie’ wordt hier nader op ingegaan. Gewenste situatie Het is niet wenselijk dat de percelen aan de noordzijde van de Stationsstraat verkleuren naar een bedrijfsbestemming, vanwege de aanwezigheid van woningen. In het voorheen geldende bestemmingsplan Buitengebied Bemmel 1978 – dat bekrachtigd is in de nu geldende beheersverordening – zijn de percelen aan de noordzijde van de Stationsstraat voorzien van een agrarische bestemming. Dat geldt ook voor het perceel van reclamant. Met het voorliggend bestemmingsplan wordt de bestaande (legaal aanwezige) situatie
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
17
juridisch-planologisch vastgelegd en voorzien van een passende bestemming. Dit betekent dat de begrenzing van de bestemming ‘Wonen’ wordt aangepast conform het voorstel van reclamant. Het overige gedeelte van het perceel wordt overeenkomstig het bestemmingsplan Buitengebied Bemmel 1978 bestemd als ‘Agrarisch’. Om de huidige bedrijfsactiviteiten voort te kunnen zetten wordt maatwerk toegepast. Dit betekent dat binnen de bestemming ‘Agrarisch’ een functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzetbedrijf’ wordt opgenomen. Daarmee komt de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – grondverzetbedrijf’ op de verbeelding te vervallen. Deze wordt vervangen door de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzetsbedrijf’, die wordt opgenomen voor het noordelijke deel van het perceel gemeente Nijmegen Sectie E perceelnummer 176 en voor het perceel gemeente Nijmegen Sectie E perceelnummer 202.
Aan lid 3.1 (bestemmingsomschrijving ‘Agrarisch’) wordt een nieuw sub b toegevoegd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzetbedrijf’ tevens voor het bestaande grondverzetbedrijf en de daarbij behorende voorzieningen, zoals in- en uitritten, verhardingen, parkeervoorzieningen en tuinen.” De bestaande legaal aanwezige bebouwing ten behoeve van het grondverzetbedrijf wordt voorzien van een bouwvlak en maatvoeringsaanduiding die recht doet aan de bestaande situatie (goothoogte 5 meter, bouwhoogte 7 meter). Een en ander betekent dat de verbeelding er als volgt uit komt te zien:
Conclusie
Deze zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan: Verbeelding: de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de Stationsstraat 51 wordt verkleind conform het voorstel van reclamant. De overige gronden worden voorzien van de bestemming ‘Agrarisch’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzetsbedrijf’. Regels: aan lid 3.1 wordt een nieuw sub d toegevoegd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – grondverzetbedrijf’ tevens voor het bestaande grondverzetbedrijf en de daarbij behorende voorzieningen, zoals in- en uitritten, verhardingen, parkeervoorzieningen en tuinen.”. De overige subleden worden doorgenummerd. Regels: lid 14.1 sub c komt te vervallen. De overige subleden worden hernummerd.
18
3.7
Reclamant 7
Inhoud zienswijze
Reclamant heeft een zienswijze ingediend welke betrekking heeft op infrastructurele wijzigingen die negatieve gevolgen hebben voor de bereikbaarheid en ontsluiting van het tankstation en wasstraat.
Beoordeling
Uw zienswijze heeft betrekking op verkeerskundige en infrastructurele gronden gelegen buiten de begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan. Vanuit juridisch oogpunt kan uw zienswijze daarom niet inhoudelijk beoordeeld worden en wordt het bestemmingsplan ook niet aangepast. Recentelijk heeft de gemeente Nijmegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Chwbestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’ in procedure gebracht. Dit bestemmingsplan ziet toe op de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift, waaronder ook de aanpassingen aan de bestaande verkeersinfrastructuur (o.a. Griftdijk en Stationsstraat). Wij onderschrijven de samenhang tussen de ontsluiting van het bestaande en het nieuwe bedrijventerrein en hebben dit op elkaar afgestemd. In het kader van het thans voorliggende bestemmingsplan nemen wij uw zienswijze voor kennisgeving aan. Indien gewenst kun u uw zienswijze inbrengen in het kader van het ontwerpbestemmingsplan ‘Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’.
Conclusie
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
19
3.8
Reclamant 8
Inhoud zienswijze
Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 21 april tot en met 1 juni 2022. De zienswijze van reclamant is ingekomen op 14 juni 2022 en daarmee niet binnen de gestelde termijn ingediend.
Beoordeling
De zienswijzen is buiten de gestelde termijn van zes weken ingekomen. Er zijn geen gegronde redenen om aan te nemen dat de reclamant niet is staat is geweest binnen de gestelde termijn te reageren. Bovendien heeft de zienswijze hoofdzakelijk betrekking op de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Voor deze ontwikkeling wordt een separate procedure doorlopen. Om voornoemde redenen is de zienswijze niet in behandeling genomen.
Conclusie
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.
20
3.9
Reclamant 9
Inhoud zienswijze
De oorspronkelijke zienswijze is pro forma ingediend. Op 2 juni 2022 is de zienswijze inhoudelijk aangevuld. Milieucategorie Voor het perceel Groothandelsweg 5, waar Gacon is gevestigd, geldt de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’. Deze bestemming beperkt zich tot bedrijvigheid in milieucategorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. De huidige en toekomstige activiteiten van Gacon zijn echter niet terug te vinden in deze Staat van bedrijfsactiviteiten. In de toelichting is bovendien beschreven dat de activiteiten van Gacon vallen onder categorie 4.1. Met het huidige ontwerpbestemmingsplan worden de activiteiten van Gacon niet positief bestemd hetgeen onwenselijk wordt geacht. Gacon is een bedrijf dat is gespecialiseerd in het renoveren en verduurzamen van metalen en betonnen ondergronden, waaronder het reinigen, stralen en coaten van metalen en betonnen objecten, applicatie van kunststofvloeren en het uitvoeren van betonreparaties. Daarnaast worden ook metalen geschoopeerd. Dat is een activiteit die niet valt onder het conserveren van metalen, maar wel valt onder categorie 3.2. Ook andere metaalverwerkende, -bewerkende technieken en methoden inclusief de voorbehandeling van metalen wil Gacon in de toekomst kunnen uitvoeren. Reclamant stelt voor om op het perceel van Gacon bedrijven toe te staan tot en met categorie 4.1.
Functieaanduiding In het ontwerpbestemmingsplan is een functieaanduiding opgenomen die voor Gacon bedoeld lijkt te zijn. Deze is echter op een deel van het perceel van Groothandelsweg 3 gelegd (dat niet in bezit is van Gacon) en niet op het perceel van Groothandelsweg 5. Buitenterrein In artikel 7.3.8 is opgenomen dat het opslaan van goederen dient plaats te vinden binnen het bouwvlak. Het buitenterrein van Gacon wordt ook buiten het bouwvlak gebruikt voor de opslag van o.a. containers, metalen en andere roerende goederen. Dit zou met artikel 7.3.8 niet meer toegestaan zijn en daarmee wordt Gacon fors in haar bedrijfsvoering beperkt. Voorgesteld wordt dit deel van het voorschrift te schrappen of het bouwvlak zodanig te verleggen dat deze parallel loopt aan de erfafscheiding aan de voorzijde (oostzijde) van het perceel Groothandelsweg 5.
Beoordeling
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is met name het vastleggen van de bestaande situatie op het bedrijventerrein, alsmede de wens om te komen tot een uniforme en actuele bestemmingsregeling. Milieucategorie In het ontwerpbestemmingsplan worden in algemene zin bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Voortschrijdend inzicht heeft ertoe geleid op het bedrijventerrein De Grift bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toe te staan. Daarmee wordt meer recht gedaan aan het karakter van de bedrijven op het bestaande bedrijventerrein De Grift. Bovendien sluit dit beter aan bij de toegestane milieucategorieën op de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast. Wat betreft de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt opgemerkt dat dit een algemene lijst betreft die sinds 2009 niet meer geüpdatet is door de VNG. Dat de (specifieke) bedrijfsactiviteiten van een bedrijf niet worden genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten is niet uitzonderlijk. Om deze reden is in de bestemming
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
21
‘Bedrijventerrein’ een afwijking (van de gebruiksregels) opgenomen die het mogelijk maakt bedrijven (of bedrijfsactiviteiten) toe te laten die niet zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar naar aard en invloed op de omgeving wel passend wordt geacht binnen de toegestane milieucategorieën. Functieaanduiding Los van het voorgaande zijn de bedrijfsactiviteiten van Gacon abusievelijk niet correct bestemd in het ontwerpbestemmingsplan. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – renovatie- en verduurzamingsbedrijf’ is abusievelijk opgenomen voor het perceel Groothandelsweg 3. Dit wordt gerepareerd door de situering aan te passen en deze functieaanduiding op te nemen voor het perceel Groothandelsweg 5, dat in eigendom is van Gacon Beheer. Ter plaatse van deze bestemming zijn de gronden mede bestemd voor een bedrijf gespecialiseerd in het realiseren van kunststofvloeren, metaalconservering en het uitvoeren van betonreparaties. Daarmee wordt recht gedaan aan de bestaande bedrijfsvoering van het bedrijf. Buitenterrein Het ontwerpbestemmingsplan staat toe het onbebouwde deel van het perceel te gebruiken voor buitenopslag, voor zover dit is gelegen binnen het bouwvlak. Daarmee wordt getracht verrommeling voor de voorgevel van het bedrijfsgebouw te voorkomen.
Deze regeling wordt op alle bedrijventerreinen in Nijmegen toegepast en is om deze reden ook in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Het bouwvlak op het perceel van reclamant is overgenomen uit de geldende beheersverordening. Op grond van deze beheersverordening wordt buitenopslag binnen een afstand van 5 meter tot de bestemming ‘Verkeer’ niet toegestaan. Het huidige bouwvlak is echter gelegen op 10 meter uit de bestemmingsgrens, waardoor onbedoeld de bestaande rechten zijn ingeperkt. Om deze reden wordt de regeling voor buitenopslag (voor het hele bedrijventerrein) aangepast. Buitenopslag wordt zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, behoudens ter plaatse van de aanduiding ‘opslag uitgesloten.’ Deze aanduiding wordt opgenomen voor de gronden gelegen op minder dan 5 meter van de bestemming ‘Verkeer’. Daarmee wordt de regeling in overeenstemming gebracht met de bestaande rechten. Dit neemt niet weg dat een deel van de huidige buitenopslag van reclamant binnen de (nog op te nemen) aanduiding ‘opslag uitgesloten’ komt te vallen en dus in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan. Dit gebruik is onder het huidige juridisch-planologisch regime echter ook al in strijd met de bestemming. De gemeente is zich ervan bewust dat hier sprake van een bestaande situatie die door de jaren heen is ontstaan, maar wenst dit gebruik niet te legaliseren.
Voor een nadere toelichting met betrekking tot buitenopslag wordt verwezen naar paragraaf 4.4.
Conclusie
Deze zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan: Verbeelding: de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – renovatieen verduurzamingsbedrijf’ is abusievelijk opgenomen voor het perceel Groothandelsweg 3. Dit wordt gerepareerd door de situering aan te passen en deze functieaanduiding op te nemen voor het perceel Groothandelsweg 5. Verbeelding/regels: voor de wijzigingen met betrekking tot buitenopslag wordt verwezen naar paragraaf 4.4.
22
3.10 Reclamant 10 Inhoud zienswijze
Reclamant exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met het inzamelen en verwerken van grove afvalstoffen. Hiertoe worden containers verhuurd en vindt op de locatie opslag, sortering en verdere verwerking plaats. Reclamant beschikt hiertoe over de benodigde omgevingsvergunning. Reclamant geeft aan dat op grond van het huidige, vigerende bestemmingsplanregime sprake is van zeer ruime toegestane bedrijfsactiviteiten tot categorie 4.1. Echter, in het ontwerpbestemmingsplan worden de toegestane functies afgeschaald tot categorie 3.1, waarbij de puinbreker tot het maximum conform omgevingsvergunning is toegestaan. Reclamant stelt dat het onduidelijk is op welke grond de toegelaten bedrijfsactiviteiten worden afgeschaald ten opzichte van hetgeen tot dusverre was toegestaan. Reclamant is van mening dat dit niet gedaan lijkt te zijn met het oog op de belangen van het bedrijventerrein, maar vanwege de (oprukkende) woningbouw in de omgeving. Reclamant wenst een lans te breken voor het behoud van de toegelaten categorie (tot 4.1), zodat toekomstige ontwikkelingen op het bedrijventerrein niet worden belemmerd.
Ook wordt aangegeven dat met een hogere categorie automatisch sprake is van een grotere bufferzone tussen de bedrijvigheid en woningen, waarmee wordt bevorderd dat toekomstige omwonenden geen hinder zullen ondervinden van de toegelaten bedrijfsactiviteiten, wat naar zeggen van reclamant ook in het belang van toekomstige woningbouwontwikkelingen is.
Beoordeling
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is met name het vastleggen van de bestaande situatie op het bedrijventerrein, alsmede de wens om te komen tot een uniforme en actuele bestemmingsregeling. De geldende beheersverordening staat inderdaad bedrijvigheid in milieucategorie 4.1 toe. In veel gevallen is deze milieucategorie echter niet gerealiseerd, waardoor het bedrijventerrein onnodig veel milieugebruiksruimte heeft. Zodoende is in eerste instantie besloten de toegestane milieucategorieën in algemene zin terug te brengen tot milieucategorie 3.1. Voortschrijdend inzicht heeft ertoe geleid op het bedrijventerrein De Grift bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.2 toe te staan. Daarmee wordt meer recht gedaan aan het karakter van de bedrijven op het bestaande bedrijventerrein De Grift. Bovendien sluit dit beter aan bij de toegestane milieucategorieën op de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. Het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast. Daar waar wel een hogere categorie dan milieucategorie 3.2 noodzakelijk is, is/wordt dit via een specifieke functieaanduiding mogelijk gemaakt. Uit nader onderzoek volgt dat de vergunde bedrijfsactiviteiten van Heijting Milieu Service niet geheel binnen milieucategorie 3.2 passen.
Onderdeel van de bedrijfsactiviteiten is immers het overslaan of bewerken van afval, dat is aan te merken als een bedrijfsactiviteit in milieucategorie 4.2. Onder meer in de beschikking van 23 april 2018 voor het mogelijk maken van de puinbreker is uitgegaan van een categorie 4.2 bedrijf. Het voorgaande leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het bedrijfsperceel wordt voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – milieustraat’. Binnen deze aanduiding zijn de gronden bestemd voor ‘het overslaan en bewerken van afval, alsmede het breken van puin met een mobiele puinbreker met een maximum capaciteit van 20.000 ton per jaar’. Lid 7.1 sub h wordt hier tekstueel op aangepast. De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – puinbreker’ komt op de verbeelding en in de regels te vervallen.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
23
Conclusie
Deze zienswijze heeft geleid tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan: Verbeelding: het perceel Groothandelsweg 16 wordt voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – milieustraat’. De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – puinbreker’ komt te vervallen. Regels: in lid 7.1 wordt sub h als volgt gewijzigd: “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – milieustraat’ tevens voor het overslaan en bewerken van afval, alsmede het breken van puin met een mobiele puinbreker met een maximum capaciteit van 20.000 ton per jaar”.
24
3.11 Reclamant 11 Inhoud zienswijze
Reclamanten zijn eigenaar van een perceel direct grenzend aan het plangebied. Op 31 mei 2022 is er een pro forma zienswijze ingediend. De zienswijze is op 8 juni inhoudelijk aangevuld. Samenhang In de toelichting wordt melding gemaakt van de reden om het ontwerpbestemmingsplan tot het thans gekozen plangebied te beperken: de gemeente wil de ontwikkeling van de overige gronden voor nieuwe bedrijfskavels via een separaat bestemmingsplan mogelijk maken. Een volwaardig ruimtelijk motief voor het afzonderlijk in procedure brengen met betrekking tot bedrijventerrein De Grift wordt echter niet gegeven. Volgens reclamant is het op onderdelen (ruimtelijk) onwenselijk is om separate bestemmingsplannen in procedure te brengen. Ontsluiting De Gebiedsvisie De Grift geeft geen uitsluitsel maar uit afbeeldingen in de visie is wel af te leiden dat de hoofdontsluiting van de uitbreiding langs de westelijke perceelsgrens van reclamanten zal lopen. Het ontwerpbestemmingsplan dient afgestemd te worden op een nadrukkelijk gekozen en onderbouwde ontsluiting. Dat blijkt nu niet uit het ontwerpbestemmingsplan, nu met een groenzone tussen het bestaande bedrijventerrein en het perceel van reclamanten de mogelijkheid van het doortrekken van een ontsluiting onmogelijk wordt gemaakt. Ontsluiting van het perceel van reclamanten of de Grift Noord kan ook via de zuidelijk lopende Koopmansweg.
Het doortrekken van de Koopmansweg naar de gronden van reclamanten en aanpalende gronden ligt voor de hand omdat deze doortrekking eenvoudig kan worden gerealiseerd. Dit is ook van belang in verband met de exploitatie van de Grift Noord, alsmede om te komen tot een marktconforme en optimale verkaveling. Een invulling van de Grift Noord met distributiecentra zal niet leiden tot de grootste toename van verkeersbewegingen, maar tot en relatief beperkte toename, die (in ieder geval deels) middels de bestaande infrastructuur kan worden opgevangen. Dat is niet alleen in verband met de investeringen die moeten worden gepleegd een te overwegen optie, maar ook in verband met een efficiënte verkaveling is het wenselijk dat het plangebied de Grift Noord niet wordt voorzien van overbodige infrastructuur die leidt tot kleinere dan wel incourante dan wel slecht gevormde kavels. Van onderzoeken of studies die tot een andere conclusie leiden is niet gebleken, zodat het niet wenselijk is dit bestemmingsplan vast te stellen alvorens studies en onderzoeken zijn gedaan en daaruit voortvloeiende ruimtelijke keuzes zijn gemaakt.
Groenstrook De aanwezige groenstroken aan de oost- en zuidzijde van het perceel van reclamanten zijn onderdeel van het ontwerpbestemmingsplan, waardoor met name ontsluitings- maar ook afwaterings- en waterbergingsmogelijkheden en een goede aansluiting op het plangebied de Grift Noord beperkt worden. Waarom moet midden op het toekomstige bedrijventerrein De Grift tussen het noordelijk en zuidelijk deel een groenstrook bestaan? In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is over een visie op dit groen niets te vinden. Het is niet wenselijk het bestemmingsplan vast te stellen alvorens onderzoeken zijn gedaan en daaruit vloeiende ruimtelijke keuzes zijn gemaakt. Economische uitvoerbaarheid In paragraaf 9.1 van de toelichting wordt vermeld dat het bestemmingsplan een consoliderend karakter heeft en dat onderzoek naar de financieel economische uitvoerbaarheid daarom niet nodig is. Er zou ook geen exploitatieplan op grond van artikel 6.12 Wro behoeven te worden vastgesteld. Uit de hoofdstukken 6 en 8 van de toelichting
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
25
blijkt echter dat het bestemmingsplan wel degelijk ontwikkelingen mogelijk maakt. Een gedegen vergelijking tussen hetgeen de beheersverordening en hetgeen het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt ontbreekt. Daar komt bij dat onduidelijk is te zijner tijd in het bestemmingsplan voor de grond van de Grift Noord voorzieningen zullen (moeten worden opgenomen, waarvan ook de huidige onderdelen van het bedrijventerrein, die nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen, profiteren. Dat betekent dat een eventueel exploitatieplan voor de Grift Noord kan leiden tot onevenredig kostenverhaal, doordat met dat plan dan geen kosten meer kunnen worden vertaald voor zover de gronden in het ontwerpbestemmingsplan van de voorzieningen profiteren. m.e.r.-beoordeling Om dezelfde reden dient zich de vraag aan of een m.e.r.-beoordeling wel achterwege kan worden gelaten, zoals in paragraaf 5.8 van de toelichting wordt betoogd. Ook daarvoor moet worden vastgesteld of het bestemmingsplan daadwerkelijk geen (relevante) ontwikkelingen toestaat. Water In de plantoelichting (paragraaf 4.5) wordt aandacht gevraagd voor waterhuishoudkundige opgaven, maar dit heeft geen vertaling gevonden in de planregels.
Het is gebruikelijk dat ook in consoliderende bestemmingsplannen, waar immers herontwikkeling, uitbreiding en/of vervanging van bebouwing kan plaatsvinden, een norm in de planregels wordt opgenomen om te verzekeren dat in die gevallen voldoende waterberging wordt gerealiseerd. Gebeurt dat niet, dan worden de waterbergingsproblemen de facto afgewenteld op omliggende gronden, waaronder de grond van de Grift Noord. Verkeer Het onderdeel verkeer is een belangrijk aspect als het gaat om de (toekomstige) ontsluiting van de Grift Noord en om de consequenties van plannen rond knooppunt 38. De wijze van uitvoering van knooppunt 38 is mogelijk van grote invloed op de verkeersafwikkeling van de deelgebieden die nu in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Niet valt uit te sluiten dat in deze deelgebieden ingrepen moeten plaatsvinden om de uiteindelijk gewenste verkeerssituatie te creëren. In onderdeel 4.3 van de toelichting wordt ingegaan op de verkeersaspecten. Wat ontbreekt is de vaststelling of al dan niet in de verbeelding en regels voldoende ruimte is ingeruimd om de ontwikkelingen mogelijk te maken. Bouwhoogte De gronden grenzend aan het perceel van reclamanten worden voorzien van de bestemming Bedrijventerrein met een maximale bouwhoogte van 12 meter. Voor de ontwikkeling van de Grift Noord is het van belang dat grotere hoogten kunnen worden gerealiseerd.
Derhalve dient reeds in dit stadium duidelijkheid te komen of het stedenbouwkundig aanvaardbaar is dat bij toekomstige ontwikkelingen om het huidige plangebied sprake zal zijn van een hogere bebouwing dan 12 meter. Functieaanduidingen Het is immers in strijd met het gemeentelijke beleid om met dit bestemmingsplan belemmeringen op te werpen voor de verdere ontwikkeling van de Grift (Grift Noord). De vraag is of de specifieke functie-aanduidingen, zoals de aanduiding recyclingbedrijf machines en de puinbreker, zijn te verenigen met de gemeentelijke visie op de Grift en de toekomstige ontwikkelingen?
Beoordeling Samenhang De voorbereiding van dit bestemmingsplan is eerder gestart dan de voorbereiding van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. De ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein was destijds nog onvoldoende uitgekristalliseerd. Inmiddels is ook het ontwerpbestemmingsplan voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift in
26
procedure gebracht. Dit plan heeft echter een wezenlijk ander karakter. Het bevat grootschalige ontwikkelingen en heeft een verbrede reikwijdte (Chw-status). Dit in tegenstelling tot het voorliggende bestemmingsplan voor De Grift en Rietgraaf, dat hoofdzakelijk conserverend is en uitsluitend de bestaande situatie vastlegt. Door beide plannen samen te voegen, ontstaat het risico dat het bestaande bedrijventerrein onderdeel worden van een eventuele beroepszaak tegen de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift. De gemeente vindt dat niet wenselijk en heeft er om die reden voor gekozen beide plannen separaat in procedure te brengen. Dit neemt niet weg dat het gebied als geheel wordt beschouwd. Beide bestemmingsplannen zijn dan ook in samenhang met elkaar vormgegeven en inhoudelijk op elkaar afgestemd. De ruimtelijke samenhang tussen beide gebieden komt niet in gevaar door de keuze voor twee bestemmingsplannen. Ontsluiting Uw zienswijze heeft deels betrekking op verkeerskundige en infrastructurele gronden, gelegen buiten de begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan. Vanuit juridisch oogpunt kan uw zienswijze daarom niet inhoudelijk beoordeeld worden en wordt het bestemmingsplan op dit punt ook niet aangepast. Recentelijk heeft de gemeente Nijmegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Chwbestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’ in procedure gebracht.
Dit bestemmingsplan ziet toe op de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift, waaronder ook de aanpassingen aan de bestaande verkeersinfrastructuur (o.a. Griftdijk en Stationsstraat). Wij onderschrijven de samenhang tussen de ontsluiting van het bestaande en het nieuwe bedrijventerrein en hebben dit zorgvuldig op elkaar afgestemd. Voor de uitbreiding is onder meer een plan-MER opgesteld, waarin ook de samenhang met omgeving is beschouwd. Uit de plan-MER blijkt onder meer dat de toename van verkeer als gevolg van autonome ontwikkelingen groot is. De toename van verkeersbewegingen in het gebied als gevolg van de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift is daardoor relatief. De verkeersafwikkeling van verkeer blijft op peil. Dat komt omdat er in het bestemmingsplan voor de uitbreiding van De Grift infrastructurele maatregelen voorzien zijn, die zorgen voor een voldoende afwikkeling van het verkeer. Eén van deze maatregelen betreft het aanpassen van het kruispunt van de Griftdijk met de Stationsstraat van een rotonde naar een kruising met verkeerslichten. Dit heeft ook een positief effect op de verkeersafwikkeling van het bestaande bedrijventerrein De Grift en de rest van de Waalsprong. Ook voor het perceel van reclamanten en de ontsluiting daarvan geldt dat dit niet is gelegen binnen het voorliggende plangebied.
In het ontwerpbestemmingsplan voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift is het perceel van de reclamanten voorzien van een bedrijfsbestemming met een (voorlopig) bouwverbod. Dit bouwverbod wordt opgeheven wanneer er een exploitatieplan is vastgesteld of anterieure overeenkomst is gesloten. De ontsluiting van het perceel van de reclamanten is voorzien via een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg in De Grift Noord, die het bedrijventerrein rechtstreeks ontsluit op de Griftdijk en A15. Ontsluiting van het perceel van reclamanten of De Grift Noord via de Koopmansweg is niet gewenst, omdat deze weg daar niet op berekend is en het verkeer een langere route naar de A15 moet afleggen. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, geluid en luchtkwaliteit is dat niet wenselijk. Aanpassing van dit bestemmingsplan wordt niet nodig geacht, omdat het perceel van de reclamanten momenteel (nog) een agrarische bestemming heeft. De ontsluiting daarvan zou vanwege de beperkte verkeersgeneratie in principe wel kunnen plaatsvinden via de Koopmansweg. In het kader van het thans voorliggende bestemmingsplan nemen wij uw zienswijze voor kennisgeving aan. Indien gewenst kun u uw zienswijze inbrengen in het kader van het ontwerpbestemmingsplan ‘Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift’.
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
27
Groenstrook De aanwezige groenstroken direct ten oosten en zuiden van het perceel van de reclamanten is in de geldende beheersverordening – die de voorheen geldende bestemmingsplannen ‘Oosterhout – Bedrijfsterrein 1990’ en ‘Oosterhout – Bedrijfsterrein 1995’ bekrachtigd – zijn de groenstroken voorzien van de bestemming ‘Groen’. Met dit bestemmingsplan wordt deze bestemming voortgezet. Het aanwezige bestaande groen is bovendien van ecologisch van belang, aangezien deze groenstroken de enige van maat zijn op dit bedrijventerrein. Daarnaast liggen er binnen deze groenbestemming ook bestaande watergangen, die van belang zijn voor de afwatering van het bestaande bedrijventerrein. Om deze reden wordt de bestemming ‘Groen’ gehandhaafd. Er bestaat geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Economische uitvoerbaarheid Een beheersverordening is erop gericht de bestaande situatie en rechten vast te leggen, maar staat geen nieuwe ontwikkelingen toe. De afgelopen jaren is voor een aantal bedrijven een separate planologische procedure doorlopen, omdat de beoogde wensen en concrete ontwikkelingen niet mogelijk waren op grond van de geldende beheersverordening. De verleende omgevingsvergunning worden nu vertaald naar het bestemmingsplan. Het betreffen in feite geen nieuwe ontwikkelingen.
Daarnaast zijn er in hoofdstuk 8 een aantal ‘strijdigheden’ geconstateerd, waarbij het huidige gebruik in strijd blijkt met de geldende beheersverordening. Daarbij is per situatie beoordeeld op welke wijze hiermee wordt omgegaan. In een aantal gevallen is sprake van een historische gegroeide situatie die met dit bestemmingsplan gelegaliseerd wordt middels persoonsgebonden overgangsrecht. De enige ‘echte’ ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt betreft de bestemmingswijziging aan de Stationsstraat 53. Het gaat hier slechts om een gebruikswijziging. Er worden geen nieuwe gebouwen of andere bouwwerken toegestaan. De toelichting zal op dit punt worden aangescherpt. Artikel 6.2.1 Bro bepaalt dat een exploitatieplan dient te worden opgesteld indien een bestemmingsplan de bouw van één of meer hoofdgebouwen mogelijk maakt, dan wel de uitbreiding van een gebouw met tenminste 1.000 m2 brutovloeroppervlak. Voor de Stationsstraat 53 wordt geen nieuwe bebouwing voorzien, het betreft slechts een beperkte gebruikswijziging van maximaal 500 m2 brutovloeroppervlak. Om deze reden is het opstellen van een exploitatieplan niet benodigd. Voor de ontwikkelingen die zijn beoogd in De Grift Noord is een afzonderlijk bestemmingsplan in procedure gebracht. In dat bestemmingsplan wordt ook de aanpassing van de bestaande infrastructuur van de Griftdijk en Stationsstraat meegenomen.