CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennota

Besluitronde (raadsvergadering) 5 april 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Stationsomgeving -4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium Merleyn) (20/2023)12.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zienswijzennota Bestemmingsplan Poppodium Merleyn 2022

Gemeente Nijmegen Bureau Ruimtelijke Planvorming (SR30) Februari 2023

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

1

2

Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Nijmegen Centrum – Stationsomgeving – 4 (Nieuwe Marktstraat 52, poppodium)’ heeft in de periode van donderdag 7 april 2022 tot en met woensdag 18 mei 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Er zijn in totaal 5 zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen zijn in deze zienswijzennota samengevat en voorzien van een beoordeling. Ook is aangegeven of de zienswijze al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan heeft geleid. Voor zover een onderdeel van een zienswijze niet specifiek aan bod zou komen, wil dat niet zeggen dat de zienswijze niet in de beoordeling betrokken is. De reactie op het betreffende onderdeel ligt dan besloten in de reactie op de overige onderdelen van de zienswijze. De zienswijzen zijn dus volledig in de beoordeling betrokken. In verband met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de namen van de reclamanten weggelaten.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

3

4

Overzicht zienswijzen 1.

Custodian Vesteda Fund I B.V.

2.

ProRail

3.

Vereniging van Eigenaars Hoofdsplitsing Kronenburgersingel

4.

Wibeco Vastgoed B.V.

5.

Omwonenden

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

5

6

Samenvatting en beoordeling zienswijzen 1. Custodian Vesteda Fund I B.V. Inhoud zienswijze Reclamant is eigenaar van (onder meer) 122 woningen en vier commerciële ruimten (aan (onder meer) de Stieltjesstraat, Nieuwe Marktstraat en Kronenburgersingel). Reclamant is van mening dat de raad zich bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet op het standpunt kan stellen dat het ontwerpbestemmingsplan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Reclamant heeft een aanvullende zienswijze ingediend, die als volgt puntsgewijs besproken wordt. 1.

M.e.r.-beoordelingsbesluit ontbreekt Reclamant merkt op dat uit paragraaf 4.1 van de plantoelichting volgt dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Verder volgt uit de plantoelichting ook dat geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten, wat maakt dat het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of het maken van een MER niet zinvol wordt geacht. Reclamant stelt dat hieraan ten onrechte geen expliciet besluit van het college of van de gemeenteraad ten grondslag ligt (als bedoeld in artikel 7.6 van de Wet milieubeheer). Het voorliggende plan voorziet in een activiteit als bedoeld in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, de drempelwaarde in kolom 2 wordt niet overschreden, en het besluit is genoemd in kolom 4. Derhalve dient volgens reclamant wel degelijk een m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. Reclamant merkt op dat volgens vaste rechtspraak een vormvrije m.e.r.-beoordeling die is opgenomen in de plantoelichting niet wordt aangemerkt als een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Een m.e.r.-beoordelingsbesluit ontbreekt, wat maakt dat niet is voldaan aan de in artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit milieueffectrapportage neergelegde verplichting om de daar genoemde artikelen uit de Wet milieubeheer toe te passen.

Reclamant concludeert dat ten onrechte geen m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen en dat verder onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd dat het plan geen aanzienlijke milieugevolgen heeft (artikel 3:46 van de Awb).

2.

Parkeren Reclamant stelt dat niet uit de plantoelichting en onderliggende onderzoeken volgt dat het bestemmingsplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Een expliciete vermelding van het aantal benodigde parkeerplaatsen en een tekening waarop dit staat weergegeven ontbreken. Ter onderbouwing verwijst reclamant naar het deskundigenrapport van Cauberg Huygen van 24 mei 2022 (hierna: het deskundigenrapport) (blz. 2-3). In de planregels staat dat er voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen. Volgens reclamant is echter niet aangetoond dat het voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein mogelijk is, dan wel dat er een ander reëel alternatief voorhanden is. Reclamant benoemt dat in het rapport ‘parkeerberekening + verkeersgeneratie functie poppodium’ wordt aangegeven dat bezoekers terecht kunnen in de openbare parkeergelegenheden. Het zou echter onvoldoende onderbouwd zijn dat die ruimte

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

7

voldoende parkeerplekken ter beschikking heeft. Reclamant stelt dat het in de lijn der verwachting ligt dat bezoekers in de straten rondom het poppodium gaan parkeren, omdat de parkeergarages verder weg en aan de andere kant van het spoor zijn gelegen. Derhalve vreest reclamant voor parkeeroverlast in deze straten. Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan op dit punt in strijd is met artikel 3:46 van de Awb. Reclamant stelt verder dat de Beleidsregels parkeren bekend zijn gemaakt op 7 april 2022. De rapporten (zie bijlagen 1 en 2 bij Bijlagen bij de toelichting) dateren van vóór de inwerkingtreding van de Beleidsregels parkeren 2022, wat zou maken dat het recente parkeerbeleid ten onrechte niet is meegenomen in de onderliggende rapporten van het ontwerpbestemmingsplan. Gelet hierop is volgens reclamant strijd met artikel 3:2 Awb. 3.

Verkeersgeneratie Reclamant stelt dat ten aanzien van de aspecten verkeer en parkeren onvoldoende is onderbouwd waarom de toename van het aantal verkeersbewegingen aanvaardbaar is, omdat dit niet uit de plantoelichting volgt. Volgens reclamant volgt uit de plantoelichting niet dat is gekeken naar de aspecten bereikbaarheid, verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid. Reclamant stelt dat in de ‘Parkeerberekening + verkeersgeneratie functie poppodium’ en ‘Parkeerberekening + verkeersgeneratie functie kantoor’ onvoldoende inzicht is gegeven in de verkeersgeneratie van het te realiseren poppodium (met kantoor). Ter onderbouwing hiervan verwijst reclamant naar het deskundigenrapport (blz. 2-3). Hierin wordt een aantal punten naar voren gebracht: Er wordt niet, althans onvoldoende, duidelijk onderbouwd waarom het betrokken gebied aangemerkt mag worden als ‘sterk stedelijk’. Ook is niet, althans onvoldoende, duidelijk onderbouwd waarom volstaan kan worden met de keuze van de minimale verkeersgeneratie per eenheid. Niet vast is komen te staan dat de gehanteerde uitgangspunten ten aanzien van het aantal m2 bruto vloeroppervlak van zowel het kantoor (1.392 m2) als het poppodium (1.392 m2) afwijken van het aantal m2 bruto vloeroppervlak van het kantoor (1.388 m2) en het poppodium (2.232 m2) in de laddertoets.

Daarbij wijkt het voormelde aantal m2 bruto vloeroppervlak van het kantoor af van de maximaal toelaatbare hoeveelheid zoals opgenomen in artikel 3.1, aanhef en onder b, van de planregels.

4.

Geluid Niet voldaan aan de geldende richtafstanden Uit paragraaf 4.4 van de plantoelichting volgt dat het poppodium mogelijk wordt gemaakt binnen de richtafstand die geldt volgens de brochure van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) “Bedrijven en milieuzonering”. Reclamant stelt, onder verwijzing naar het deskundigenrapport (blz. 3) dat dit niet juist is. De standaard richtafstand voor een poppodium bedraagt namelijk 30 meter, de verkleinde richtafstand – uitgaande van gemengd gebied – bedraagt derhalve 10 meter. Echter, uit de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat de bestemming “gemengd” direct grenst aan de bestemming “wonen” en dat het bouwoppervlak van laatstgenoemde bestemming op 3 meter van de bestemming “gemengd” is gelegen. Volgens reclamant is ten onrechte niet voldaan aan de geldende richtafstand. Derhalve is ook onvoldoende gewaarborgd dat hinder ter hoogte van de woningen van

8

reclamant wordt voorkomen. Reclamant stelt dat de bewoners nu al overlast ervaren van mensen die de laatste trein hebben gemist en voor het complex gaan wachten. Reclamant is van mening dat niet aannemelijk is dat het ontwerpbestemmingsplan met de te betrachten zorgvuldigheid tot stand is gekomen en niet berust op een deugdelijke motivering (artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb). Akoestische rapporten onzorgvuldig Reclamant merkt op dat uit de plantoelichting volgt dat wordt voldaan aan de streefwaarden voor Gemengd gebied uit stap 2 van het stappenplan van de VNGbrochure en dat daarom sprake zou zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Echter, deze conclusie kan volgens reclamant pas getrokken worden als komt vast te staan dat de akoestische rapporten (bijlagen 5 en 6 bij de plantoelichting) zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Reclamant stelt dat dit niet het geval is en verwijst opnieuw naar het deskundigenrapport (blz. 4). In rapport 1 (B.2017.0907.20.P001) is ten onrechte geen inzicht gegeven in de geluidemissie en –immissie vanwege verkeer op de openbare weg van en naar het poppodium. Evenmin is inzicht gegeven in de effecten van het stemgeluid. Deze effecten zijn in rapport 2 (M.2021.0559.00.R001) wel aan de orde gekomen.

Echter, hieruit blijkt dat de bijdrage van het stemgeluid hoger is dan de streefwaarden voor gemengd gebied uit de VNG-brochure én de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast blijkt dat de geluidsbelasting vanwege muziekgeluid ook hoger is dan de streef- cq grenswaarden. Die overschrijding kan blijkens rapport 2 voorkomen worden, maar zijn volgens reclamant ten onrechte niet met een voorwaardelijke verplichting vastgesteld in de planregels. In geen van beide rapporten is inzicht gegeven in de totale geluidbelasting vanwege geluiduitstraling en muziekgeluid, technische installaties, verkeer op eigen terrein en stemgeluid op het eigen terrein en in de directe omgeving. Omdat uit rapport 2 al blijkt dat sprake is van een overschrijding vanwege stemgeluid, bestaat het gerechtvaardigde vermoeden dat de geluidbelasting vanwege alle activiteiten nog hoger zal zijn, zodat van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geen sprake kan zijn. In het deskundigenrapport staat verder dat in de rapporten alle invoergegevens van het rekenmodel ontbreken. Ook ontbreken de volledige rekenresultaten van de berekeningen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, maximaal geluidniveau en equivalente geluidniveau van de verkeersaantrekkende werking.

Er is verkeersonderzoek gedaan naar alternatieve ontsluitingen, waaruit het verkeersonderzoek van 7 juni 2021 is voortgekomen. Vanwege het ontbreken van het onderzoek kan niet met zekerheid worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit het deskundigenrapport volgt dat de onderzoeken onzorgvuldig tot stand zijn gekomen (artikel 3:2 van de Awb) en niet voldoende inzichtelijk gemaakt. Daarnaast had het in de rede gelegen om een voorwaardelijke verplichting op te nemen voor stem- en muziekgeluid, wat niet is gebeurd. Derhalve is volgens reclamant niet inzichtelijk gemaakt dat ten aanzien van het aspect geluid een aanvaardbaar woonen leefklimaat kan worden gegarandeerd.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

9

Bedrijven en milieuzonering Uit de plantoelichting volgt dat in het geluidsonderzoek nog is uitgegaan van een geluidbelasting van 105 dB(A), terwijl de eis is dat dit maximaal 103 dB(A) mag zijn. Echter, uit onderliggende onderzoeken valt niet af te leiden wat hiervan de reden is. Verder is het maximaal geluidsniveau niet gewaarborgd in de planregels. Volgens reclamant is ten onrechte geen voorwaardelijke verplichting voor het maximale geluidsniveau opgenomen in de planregels. Daarnaast is onvoldoende duidelijk welk uitgangspunt gehanteerd is ten aanzien van het geluidspectrum. ‘Luide’ muziek is een breed begrip stelt reclamant. De muziekspectra (pop, dance, house, ultrabas) hebben een groot verschil in geluidemissie. Dit is volgens reclamant ten onrechte onvoldoende duidelijk in de akoestische onderzoeken aangegeven, wat maakt dat sprake is van strijd met artikel 3:46 van de Awb. 5.

Wet natuurbescherming Uit de plantoelichting volgt dat de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ongeveer 0,8 km bedraagt. Ook volgt uit de plantoelichting dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied op voorhand zijn uit te sluiten. De Wnb staat dus gelet op het aspect stikstof niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. Echter, uit de plantoelichting en de onderzoeken volgt niet dat is onderzocht of ook sprake kan zijn van andere verstoringsfactoren (optische verstoring, vernatting, verdroging, geluid en trillingen) die mogelijk kunnen leiden tot significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied. Volgens reclamant kan derhalve niet geconcludeerd worden dat valt uit te sluiten dat het plan geen significante gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’.

6.

Stikstof Reclamant stelt dat het stikstofonderzoek van 14 maart 2022 niet volledig is. Enkel de gebruiksfase is in de AERIUS-berekening in beeld gebracht, terwijl in de aanlegfase ook stikstofdepositie (kan) ontstaan. Ter onderbouwing wordt verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Holland van 18 februari 2020. De bouw (aanlegfase) en het gebruik van het poppodium zijn volgens reclamant onlosmakelijk met elkaar verbonden en kunnen als één project worden aangemerkt. Er moet dus ook gekeken worden naar de aanlegfase. Ter onderbouwing verwijst reclamant naar het deskundigenonderzoek (blz. 5-6). Verder stelt reclamant dat het stikstofonderzoek niet volledig is, omdat niet aan alle geldende criteria is getoetst. Reclamant verwijst hierbij naar het deskundigenrapport (blz. 5). Uit dit onderzoek volgt het volgende: In het rapport stikstofdepositie is de verkeersgeneratie beschreven. Zoals aangegeven, zijn op 7 april 2022 de Beleidsregels parkeren 2022 bekend gemaakt. Daarmee kan de verkeersgeneratie gewijzigd zijn. Nader onderzoek is noodzakelijk. Uit bijlage 1 bij de plantoelichting blijkt niet of de verkeersgeneratie uit het hoofdstuk van het rapport stikstofdepositie op een juiste wijze is ingevoerd. Daardoor kan niet gecontroleerd worden of de berekeningen op een juiste wijze zijn uitgevoerd.

In het rapport stikstofdepositie is de lengte van de rijlijn in het rekenprogramma niet, althans onvoldoende onderbouwd. Echter, deze onderbouwing is verplicht

10

volgens paragraaf 2.5.2 van de Instructie gegevensinvoer voor Aerius Calculator. In geval sprake is van verkeer- en vervoersbewegingen van en naar de inrichting moet bepaald worden tot welke afstanden deze moeten worden meegenomen in het onderzoek. Hiervoor gelden twee criteria: o Verkeer moet zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. o De verhouding tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Gelet hierop ligt volgens reclamant een onvolledige beoordeling van de significante gevolgen van stikstof voor het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ten grondslag aan het ontwerpbestemmingsplan. 7.

Schaduwwerking Reclamant stelt dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar de schaduwwerking van het bouwplan voor de omliggende gebouwen. De omvang van het bouwplan neemt toe, waardoor het aannemelijk is dat het woon- en leefklimaat van omliggende gebouwen/bewoners wordt aangetast. Gelet hierop had het volgens reclamant in de rede gelegen om een bezonningsstudie uit te voeren. Gezien dit niet is gebeurd kan volgens reclamant niet worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat van omwonenden niet negatief kan worden beïnvloed door de komst van het bouwplan.

8.

Externe veiligheid Uit de plantoelichting volgt dat het plangebied gelegen is bij het spoor NijmegenArnhem aan de Waal. Verder volgt uit de plantoelichting dat er geen belemmeringen zijn voor de plantontwikkeling (bijlagen 7 en 8 bij de plantoelichting). Reclamant heeft deskundigenbureau Cauberg Huygen een onderzoek laten verrichten naar de externe veiligheid. Daar wordt hierna naar verwezen (blz. 6-7). Uit dit onderzoek volgt het volgende: Het rapport groepsrisico is onvolledig. De volgende onderdelen ontbreken: o Ligging en naam van de transportroutes. o Als het een basisnetroute betreft de naam conform bijlage bij de Rbn. o Verdeling transport over dag/nacht. o Verdeling transport over week/weekend. o Inventarisatie gebied van de bevolking. Waarbij de voor het bepalen van het inventarisatiegebied relevante parameters worden aangegeven: ▪ Lengte traject ▪ Omvang van het invloedgebied op basis van de 1%letaliteitsafstand van de verst reikende vervoerde stofcategorie o Een beschrijving van de bevolkingsverdeling rond de transportroute waar nog dodelijke slachtoffers kunnen vallen, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen en van de voorkomende functies. o Gehanteerde bevolkingsvarianten. o Gehanteerde informatiebronnen.

Vanwege het ontbreken van voormelde gegevens voldoet de rapportage uit bijlage 7 van de toelichting niet aan de vereisten van het HART. In het rapport groepsrisico is geen berekening gemaakt van het huidige groepsrisico. Voorts voldoet het rapport en de toelichting van het

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

11

ontwerpbestemmingsplan niet aan de minimale vereisten uit artikel 8, eerste lid, van het Bevt. In de toelichting is beschreven dat een zware verantwoording van groepsrisico achterwege kan blijven. Dat is in strijd met artikel 7 en 8 van het Bevt. Het advies van VrGZ is niet (geheel) overgenomen. Evenmin is gemotiveerd waarom dit niet is overgenomen, hetgeen in strijd is met artikel 3:50 van de Awb. In het advies staan enkele maatregelen beschreven, teneinde de zelfredzaamheid van de bezoeker van het poppodium te bevorderen. Nergens in de planregels zijn de beschreven maatregelen geborgd. In paragraaf 4.9 van de toelichting is ten onrechte beschreven dat een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem afdoende is om een grote groep gasten binnen het gebouw veilig te houden voor een toxisch scenario. Echter, dit is volgens het onderzoek volstrekt onvoldoende. Hieruit volgt dat het plan niet voldoet aan de eisen op het gebied van externe veiligheid. De aan het plan ten grondslag liggende externe veiligheidsrapporten, zoals opgenomen onder Bijlage 7 en Bijlage 8 bij Bijlagen bij toelichting, vertonen gebreken. Deze onderzoeken mogen dan ook niet ten grondslag worden gelegd aan het (ontwerp)bestemmingsplan. Bovendien is de externe veiligheid niet gewaarborgd in de planregels.

Reclamant voert aan dat ter beperking of voorkoming van externe veiligheid in het plan, door middel van voorwaardelijke verplichtingen, een aantal maatregelen hadden moeten worden geborgd. Dit is ten onrechte niet gedaan.

Beoordeling 1. M.e.r.-beoordelingsbesluit ontbreekt Reclamant voert aan dat er geen (expliciet) m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen. Het (ontwerp)bestemmingsplan is daarom in strijd met artikel 2, vijfde lid en onder b, van het Besluit milieueffectrapportage en de daarin genoemde artikelen uit paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer. Reactie: Het is juist dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit ontbrak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Wij waren/zijn namelijk van oordeel dat geen sprake is van een activiteit als bedoeld in het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject). In dat geval is de verplichting om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen niet aan de orde. Zorgvuldigheidshalve en voor het geval wel sprake zou zijn van een activiteit als bedoeld in het Besluit m.e.r., heeft het college op 28 februari 2023 op basis van de aanmeldnotitie besloten dat geen milieueffectrapport gemaakt hoeft te worden. De aanmeldnotitie hechten wij als bijlage 13 aan de plantoelichting. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Er hoeft dus geen milieueffectrapport gemaakt te worden. 2. Parkeren Reclamant stelt dat niet uit de plantoelichting en onderzoeken volgt dat het bestemmingsplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, dan wel dat er een ander reëel alternatief voorhanden is. Reactie:

12

Op 15 februari 2023 is een aanvullende notitie parkeren en verkeer (hierna: ‘de parkeer- en verkeersnotitie’) opgesteld. Hierin is onderzocht wat de parkeerbehoefte is van het met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte poppodium en het kantoor. Daarnaast is in de notitie uiteengezet wat in een irreëel (worst case)-scenario de verkeersgeneratie als gevolg van de realisatie van het poppodium en de kantoorfunctie is. Verder wordt toegelicht dat de realisatie van de ontwikkeling waarin het bestemmingsplan voorziet, verkeerskundig niet op bezwaren stuit. De notitie is als bijlage 10 toegevoegd aan de plantoelichting. In de parkeer- en verkeersnotitie is getoetst aan de ‘Beleidsregels parkeren 2022’ (hierna: ‘de Beleidsregel 2022’). In de Beleidsregel 2022 wordt per gebiedstype uitgegaan van verschillende parkeer- en verkeercijfers. Het plangebied valt binnen het gebied dat in de Beleidsregel 2022 is aangeduid als ‘binnenstad’. Zie de afbeelding hieronder:

Bron afbeelding: parkeer- en verkeersonderzoek poppodium. Geel: binnenstad.

Van belang is dat er op grond van de Beleidsregel 2022 in de binnenstad voor alle functies niet hoeft te worden voldaan aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het ‘aandeel bezoekers’. Bezoekers van deze functies kunnen namelijk terecht in de openbare parkeergelegenheden. Bij de parkeernormen wordt daarom per functie aangegeven welk percentage bestaat uit bezoekers. Dat percentage moet in mindering worden gebracht op de parkeernorm. Voor de kencijfers verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW-publicatie 381. Deze kencijfers verkeersgeneratie worden bij de planvorming gebruikt om het aantal motorvoertuigbewegingen per dag te berekenen. De gemeente gaat in beginsel uit van het minimum van de kencijfers van het CROW per functie. Dit past ook bij de locatie van Merleyn nabij het centraal station. Dit sluit aan bij de gemeentelijke mobiliteitsdoelen. De gemeente zet in op het niet verder laten groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s in de stad. Parkeerbehoefte poppodium

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

13

In de parkeer- en verkeersnotitie is uiteengezet dat er op grond van de parkeernorm in de Beleidsregel 2022 voor het poppodium 0,57 parkeerplaatsen nodig zijn. Dit komt omdat er geen rekening hoeft te worden gehouden met de bezoekersaantallen voor de parkeergelegenheid in het plangebied. Afgerond is de parkeerbehoefte voor het poppodium dus 1 parkeerplaats. Daarvoor is ruimte in het plangebied. Daarnaast is in de parkeer- en verkeersnotitie uitgelegd waar de bezoekers aan het poppodium hun auto en fiets kunnen stallen. Voor bezoekers die met de auto komen, heeft de Keizer Karel-parkeergarage (ook in een worst case-scenario) voldoende capaciteit. Bezoekers zullen hierover worden geïnformeerd. Voor bezoekers die met de fiets komen, bevat het plangebied een fietsenstalling met 75 plaatsen. Als deze stalling vol is, kunnen bezoekers hun fiets kwijt bij de fietsenstalling onder Doornroosje. Parkeerbehoefte kantoor Voor het kantoor dat het bestemmingsplan mogelijk maakt, is berekend dat er 11,90 (bij een kantoor zonder baliefunctie) respectievelijk 14,48 (bij een kantoor met baliefunctie) nodig zijn. In de parkeer- en verkeersnotitie is aangegeven dat hier ruimte voor is in het plangebied. Zie onderstaande afbeelding:

Ter plaatse van de oranje omlijning zouden 15 parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Het is bovendien niet vereist dat al bij de vaststelling van het bestemmingsplan exact wordt bepaald waar de parkeerplaatsen in het plangebied worden gerealiseerd. Dit volgt uit rechtspraak van de Afdeling, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 9 juni 2021: “6.1. Niet vereist is dat al bij de vaststelling van het bestemmingsplan exact wordt bepaald waar de parkeerplaatsen in het plangebied worden gerealiseerd. In artikel 11.3 van de planregels is bepaald dat bij de oprichting van een bouwwerk moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voldoende parkeergelegenheid is gedefinieerd in artikel 1.64 van de planregels, waarin is bepaald dat het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan dient te

14

voldoen aan de beleidsregel "Parkeernormering gemeente Westland", zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd - aan die wijziging. Met artikel 11.3 van de planregels is geborgd dat bij de bouw van de nieuwe woningen moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waaraan bij de verlening van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen wordt getoetst. Dan zal aan de hand van het type woning en de in de beleidsregel "Parkeernormering gemeente Westland" opgenomen parkeernormen worden beoordeeld in welk aantal parkeerplaatsen moet worden voorzien. Niet is gebleken dat het plangebied onvoldoende ruimte biedt om hieraan te voldoen. Daarbij wijst de Afdeling erop dat in artikel 5.1, onder c, van de planregels de mogelijkheid is opgenomen voor de realisatie van een parkeergelegenheid onder de gestapelde woningen.”.1

En de uitspraak van de Afdeling van 22 december 2021: “11.2 Naar het oordeel van de Afdeling verzekert artikel 9.2.2 van de planregels dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voldaan moet worden aan de parkeernormen die zijn opgenomen in de "Beleidsregels Parkeren Parkeernormen Auto en Fiets" van 17 december 2020 (Gemeenteblad 2020, nr. 335678) (hierna: de beleidsregels) of, als die beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde regels. Voor "zorgwonen / beschut wonen" geldt een norm van 0,85. Voor "verpleeghuis / beschermd wonen" geldt een norm van 0,5. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het bestemmingsplan vanwege deze normen op voorhand niet uitvoerbaar is. Indien bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning niettemin blijkt dat niet kan worden voldaan aan de normen uit de beleidsregels, kan de vergunning, anders dan [appellant sub 2] aanvoert, worden geweigerd.”.2

In artikel 10.1.1 van de planregels staat verder dat het verboden is om te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de gestelde eisen ten aanzien van het parkeren en stallen van voertuigen. De artikelen 10.1.2 en 10.1.3 van de planregels bevatten specifieke parkeerregels bij bouwplannen en gebruikswijzigingen. Deze regels luiden als volgt:

10.1.2 1.

2.

Specifieke parkeerregels bij bouwplannen

De gronden zoals aangewezen in de verschillende bestemmingen mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de beleidsregels Parkeren van de gemeente Nijmegen bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

10.1.3

Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen

1 AbRS 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1202. 2 AbRS 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2898.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

15

Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de beleidsregels Parkeren van de gemeente Nijmegen zoals vastgesteld op 5 april 2022 en opgenomen in Bijlage 1 bij de planregels. Met deze regeling is voldoende geborgd dat er voor het bouwen op de gronden en bij gebruikswijzigingen moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 3. Verkeer Reclamant stelt dat onvoldoende is onderbouwd waarom de toename van het aantal verkeersbewegingen aanvaardbaar is. Verder is niet gekeken naar de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en doorstroming. Reactie: In de parkeer- en verkeersnotitie is omschreven hoeveel verkeersbewegingen het poppodium zal genereren. Daarbij is uitgegaan van de kencijfers uit de CROW-publicatie 381 (dit volgt ook uit de Beleidsregel 2022). Daarbij wordt uitgegaan van de verkeersgeneratie die hoort bij het minimum kengetal per functie. Op basis van de cijfers uit de CROW-publicatie 381 zal het poppodium 1,59 motorvoertuigbewegingen per etmaal genereren.

Daarbij is uitgegaan van de norm van 3,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal, binnen het centrum in een sterk stedelijk gebied. Op deze verkeersnorm is vervolgens het bezoekersaandeel (97%) in mindering gebracht. Worden bezoekers wel meegerekend, dan komt de verkeersgeneratie neer op 52,90 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het kantoor zal 42,32 (zonder baliefunctie) respectievelijk 43,85 (met baliefunctie) motorvoertuigbewegingen per etmaal genereren. Worden bezoekers meegerekend, dan komt het neer op een verkeersgeneratie van 44,54 (zonder baliefunctie) respectievelijk 87,70 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De maximale verkeersgeneratie bedraagt dus 87,70 motorvoertuigen per etmaal (kantoor met baliefunctie). Deze omliggende wegen kunnen deze verkeersgeneratie goed verwerken. Het merendeel van de bezoekers dat met de auto het poppodium bezoekt, zal de auto parkeren in de Keizer Karel-parkeergarage. De wegen die deze parkeergarage ontsluiten, kunnen deze extra motorvoertuigbewegingen verwerken. Omdat het de vraag is of de CROW-kencijfers helemaal aansluiten op de beoogde realisatie van het poppodium, heeft de gemeente ook beoordeeld wat de verkeersgeneratie is in een irreëel (worst case)-scenario voor de specifieke verplaatsing van het poppodium in Nijmegen. Wij benadrukken dat het om een irreëel (worst case)-scenario gaat.

In een worst case-scenario zullen er maximaal 100 extra motorvoertuigbewegingen in één uur op de Nieuwe Marktstraat zijn. Een erftoegangsweg (zoals de Nieuwe Marktstraat) kan deze extra vervoersbewegingen aan. Mogelijk zullen enkele wachtende auto’s die bezoekers komen ophalen, de parkeerplaatsen in de Stieltjesstraat gebruiken. De gemeenteraad vindt dat

16

aanvaardbaar. Deze situatie zou namelijk te vergelijken zijn met de huidige situatie in de Hertogstraat (waar het huidige poppodium is gevestigd), zij het dat de Hertogstraat een aanzienlijk hoger aantal motorvoertuigbewegingen heeft te verwerken. Reclamant stelt dat onduidelijk is waarom het gebied moet worden aangemerkt als ‘sterk stedelijk’. Daarnaast is onduidelijk waarom is uitgegaan van de minimale verkeersgeneratie, en niet de maximale. De raad wijst erop dat in de Beleidsregel 2022 staat dat in de gemeente is gekozen voor een lagere parkeernorm, zodat het ook voor de hand ligt om bij initiatieven van een lagere verkeersgeneratie uit te gaan. In de Beleidsregel 2022 staat dat de binnenstad moet worden aangemerkt als ‘sterk stedelijk’ en dat hierbij moet worden uitgegaan van het minimum kengetal centrum. Als gezegd, ligt het plangebied in de binnenstad. Voor dit bestemmingsplan moet daarom worden uitgegaan van de kencijfers voor het centrum, in een sterk stedelijk gebied. Daar komt bij dat de gemeente in de Beleidsregel 2022 heeft vermeld dat zij inzet op het niet verder laten groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s binnen de stad.

De uitwerking is dat er geen capaciteit wordt geboden voor een hogere verkeersgeneratie.3 De locatie ligt bovendien vlakbij het centraal station, zodat de verwachting is dat er ook veel mensen gebruik zullen maken van het openbaar vervoer. In de plantoelichting (paragraaf 4.3) is verder ingegaan op de bereikbaarheid van het plangebied. In de plantoelichting staat dat het gemotoriseerd verkeer via de Nieuwe Marktstraat aan de Stieltjesstraat wordt ontsloten. De Nieuwe Marktstraat functioneert als een erftoegangsweg binnen een 30 km/u-zone. De Stieltjesstraat is een gebiedsontsluitingsweg. Voor langzaam verkeer is het poppodium/kantoor bereikbaar via de Nieuwe Marktstraat. Daarnaast bevindt het centraal station zich op een loopafstand van 350 meter. Het plangebied is dus goed bereikbaar. Over de verkeersveiligheid wordt het volgende opgemerkt. Het merendeel van de bezoekers aan Merleyn komt uit Nijmegen (zie voor de bezoekersaandelen de parkeer- en verkeersnotitie). Zij zullen lopend of met de fiets naar Merleyn komen. In het ‘Onderzoek verkeersstromen poppodium Merleyn’ van 12 juli 2021 (bijlage 14 bij de plantoelichting) is uitgelegd dat de huidige inrichting van de Nieuwe Marktstraat grotendeels voldoet aan de verwachte bezoekersstromen per voet. Hierbij is uitgegaan van een worst case-scenario van 250 bezoekers te voet.

De verkeersveiligheid wordt, zo volgt uit de plantoelichting, gewaarborgd door in de Nieuwe Marktstraat een maximumsnelheid van 30 km/u te hanteren. Bovendien zal er maar een beperkt aantal auto’s daadwerkelijk naar het plangebied rijden. Hiervoor verwijst de gemeente naar de parkeer- en verkeersnotitie. Tot slot merkt reclamant op dat het bruto vloeroppervlak van het kantoor (1.392 m2) en het poppodium (1.392 m2) afwijkt van het aantal m2 bruto vloeroppervlak van het kantoor (1.388 m2) en het poppodium (2.232 m2) in de laddertoets. Deze aantallen wijken ook af van het in de planregels opgenomen maximale bruto vloeroppervlak voor kantoren (1.400 m2). De raad heeft dit hersteld door in de planregels uit te gaan van een maximum van 1.392 m2. 4.

Geluid

3 Beleidsregels parkeren, p. 26.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

17

Toets VNG-brochure Reclamant stelt dat niet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’ ligt namelijk maar op drie meter afstand van de bestemming ‘Gemengd’, op grond waarvan het poppodium en de kantoren zijn toegestaan. Reactie: De raad heeft verschillende geluidsonderzoeken laten uitvoeren voor de realisatie van het poppodium. Daaruit blijkt dat de ontwikkelingen waarin het bestemmingsplan voorziet in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening. Deze onderzoeken worden hierna toegelicht. Geluidsnormen Activiteitenbesluit DGMR heeft allereerst in een afzonderlijk onderzoek bepaalde aspecten van bouwfysica, akoestiek en brandveiligheid onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport ‘Merleyn – Nieuwe Marktstraat. Definitief Ontwerp’ (rapportnummer B.2017.0907.20.P001), opgesteld op 12 juli 2018 (hierna aangeduid als: ‘Geluidsonderzoek 2018’). Zie Bijlage 3 bij de plantoelichting. Hierbij is onderzoek gedaan naar: (-) geluidsuitstraling naar de omgeving; (-) interne geluidsisolatie; (-) ruimteakoestiek; (-) thermisch comfort; (-) brandcompartimentering; en (-) veilig vluchten. Het wettelijk kader waaraan is getoetst bestaat uit het Bouwbesluit 2012, Regeling Bouwbesluit 2012 en het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Uit het onderzoek blijkt dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de nachtperiode op de gevels van de omliggende periode kunnen voldoen aan het Activiteitenbesluit. Er kunnen geluidreducerende maatregelen worden getroffen in de vorm van een zogeheten doos-in-doosconstructie, waarmee kan worden voldaan aan de geluidniveaus in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit.4 Reclamant stelt dat in het Geluidsonderzoek 2018 ten onrechte geen inzicht is geboden in de emissie en immissie van verkeer van de openbare weg naar het poppodium en in de effecten van stemgeluid. De raad merkt op dat in het Geluidsonderzoek 2018 alleen is getoetst aan de geluidsnormen (als bedoeld in artikel 2.17) van het Activiteitenbesluit. Op grond van artikel 2.18, eerste lid, onder a, van het Activiteitenbesluit moet het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting (tenzij sprake is van een binnenterrein), buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van die geluidsniveaus. Hier is geen sprake van een binnenterrein, zodat het stemgeluid van personen op het terrein van de inrichting buiten beschouwing moet worden gelaten bij de vraag of is voldaan aan de geluidniveaus als bedoeld in het Activiteitenbesluit.

Daarnaast wordt, bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden buiten beschouwing gelaten (artikel 2.18, derde lid, onder a, van het Activiteitenbesluit). Bij het poppodium zal in hoofdzaak sprake zijn van recreatieactiviteiten. De raad merkt verder op dat in het Geluidsonderzoek 2018 wel 4 Vgl. AbRS 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3621.

18

aandacht is besteed aan de vervoersbewegingen. Op pagina 4 van het Geluidsonderzoek 2018 staat namelijk dat bezoekers de locatie alleen per voet of met de fiets kunnen benaderen. Bezoekers zullen daarnaast gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden in de directe omgeving. Reclamant stelt dat bij de geluidsonderzoeken is uitgegaan van een geluidsbelasting van 105 dB(A), terwijl de eis is dat dit maximaal 103 dB(A) mag zijn. Volgens reclamant is ten onrechte geen voorwaardelijke verplichting voor het maximale geluidsniveau opgenomen in de planregels. De gemeenteraad wijst erop dat in de geluidsonderzoeken is uitgegaan van het Standaard spectrum voor housemuziek. Dit is in lijn met een deel van de verwachten programmering. Het gebruik van het standaard spectrum voor housemuziek stelt hogere eisen aan de gebouwschil. Bij het ontwerp van de akoestische voorzieningen is daarom uitgegaan van de zwaarste belasting. De richtlijn van 103 dB(A) komt uit de NSG-brochure ‘Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven’ van maart 2015. Dit betreft slechts een afspraak/convenant tussen de evenementenbranche, poppodia en de staatssecretaris van VWS. Poppodia kunnen dus van dit maximaal gemiddelde geluidniveau afwijken. Daarbij wordt opgemerkt dat het niveau van 105 dB(A) zeer waarschijnlijk niet altijd zal worden gehaald.

Gelet op het voorgaande kan de inrichting nabij de woningen aan de Stieltjesstraat aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit voldoen en het plan leidt daarom niet tot onaanvaardbare geluidsoverlast. Gelet hierop bestaat er ook geen grond voor het oordeel dat het plan in het licht van het Activiteitenbesluit niet uitvoerbaar zou zijn. Geluidsonderzoek participatieproces Daarnaast heeft de raad, in het kader van het participatieproces, akoestisch onderzoek laten uitvoeren. Dit heeft geresulteerd in het rapport ‘Akoestisch onderzoek voor het participatietraject rondom de ontwikkeling van Merleyn’ van 23 februari 2022 (hierna: ‘het Geluidsonderzoek 2022’). Voor de bepaling van het geluidniveau vanwege Merleyn is gebruik gemaakt van het geluidmodel opgesteld door DGMR in juni 2018. In het Geluidsonderzoek 2022 is (onder meer) onderzoek gedaan naar het geluid veroorzaakt door aankomende en vertrekkende bezoekers. Uit het onderzoek volgt dat het maximale geluidniveau, dat wordt veroorzaakt door een piek in het geluid, in alle periodes en varianten varieert tussen de 66 en 79 dB(A). Er kunnen schrikreacties ontstaan, maar alleen als bezoekers luid schreeuwen. De andere spraakniveaus (normaal spreken en luid spreken) leiden niet tot schrikreacties of slaapverstoring.

Er worden diverse maatregelen getroffen om luid schreeuwende bezoekers zo veel mogelijk te voorkomen (zie ook verderop in deze zienswijzennota). Reclamant geeft aan dat hij inzicht wil in de invoergegevens van het rekenmodel en de rekenresultaten van de berekeningen. Op dit punt wijst de gemeenteraad erop dat de invoergegevens alleen prettig leesbaar kunnen worden gemaakt met het softwareprogramma Geomilieu. Een export op papier kan ook, maar dit levert een PDF op met heel veel lange tabellen over tientallen pagina’s. Op 6 december 2022 heeft de gemeente reclamant, middels een voortgangsbericht, uitgenodigd om deze stukken in te zien. Reclamant heeft de betreffende stukken vervolgens ook ontvangen.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

19

Reclamant stelt dat er in het Geluidsonderzoek 2022 alternatieve maatregelen worden genoemd waarmee de geluidsoverlast kan worden beperkt. Deze maatregelen zijn ten onrechte niet als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels, aldus reclamant. De raad wijst erop dat in het Geluidsonderzoek 2022 enkele maatregelen worden genoemd waarmee het geluid als gevolg van aankomende en vertrekkende bezoekers wordt beperkt. Dit betreft in de eerste plaats gedragsmaatregelen. Over de overige maatregelen (verlengen van de entreesluis, overkapping aan de voorzijde, schermen) vermeldt het onderzoek dat deze slechts op een beperkt deel van de omgeving effect hebben. Ook geldt dat het effect van de maatregelen op die locaties beperkt is. Om het geluid te beperken, zouden hoge schermen langs de oostzijde van de Nieuwe Marktstraat nodig zijn. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt en qua veiligheid is dat echter niet wenselijk. Daarom is er niet voor gekozen deze maatregelen op te nemen als voorwaardelijke verplichting. Geluidsonderzoek VNG-brochure 2023 Tot slot is zorgvuldigheidshalve aanvullend een geluidnotitie opgesteld naar de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Zie het ‘Geluidsonderzoek Merleyn. Akoestisch onderzoek conform VNG-richtlijn Bedrijven en milieuzonering’ van 14 februari 2023, opgesteld door DGMR (hierna: ‘de Geluidsnotitie 2023’).

In deze notitie wordt aangesloten bij het stappenplan in de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: ‘de VNGbrochure’). De VNG-brochure maakt voor de te hanteren toetswaarden een onderscheid tussen een ‘rustige woonwijk’ en een ‘gemengd gebied’. Hier is sprake van gemengd gebied. In de nabije omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig. In de omgeving van het plangebied bevinden zich (studenten)woningen, verschillende bedrijven, een middelbare school, een kinderopvang, een park, een politiebureau, een ander poppodium (Doornroosje), het doorgaand spoor, een spoorwegemplacement en een busstation. Het poppodium kwalificeert (ook volgens Cauberg) als ‘Discotheken, muziekcafés’ in de zin van de VNG-brochure. Voor deze milieucategorie wordt in de VNG-brochure een richtafstand van 30 meter aanbevolen. Deze richtafstand geldt ten opzichte van een rustige woonwijk of een rustig buitengebied. Als het plangebied tot het omgevingstype ‘gemengd gebied’ behoort (wat hier het geval is), kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Daarmee geldt in dit geval een richtafstand van 10 meter.

In paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure is de toetsingssystematiek opgenomen waaraan de raad heeft getoetst bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (met betrekking tot geluid). De toetsingssystematiek bestaat uit vier stappen, waarbij per stap een hogere geluidbelasting aanvaardbaar wordt geacht en telkens hogere eisen worden gesteld aan het benodigde onderzoek en de motivering van het besluit waarmee planologische inpassing mogelijk wordt gemaakt. De stappen zijn als volgt:

20

-

-

-

-

Indien voldaan wordt aan de toepasselijke richtafstand uit de VNG-brochure, is volgens de toetsingssystematiek in beginsel sprake van een aanvaardbare geluidbelasting (stap 1). Indien stap 1 niet toereikend is, dient de raad volgens de toetsingssystematiek met akoestisch onderzoek aan te tonen dat de geluidbelasting op de gevel van de woningen voldoet aan de geluidwaarden als opgenomen in paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure. Deze geluidwaarden bedragen – in een gemengd gebied - 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau en 50 dB(A) ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking (stap 2). Bij overschrijding van deze waarden is planologische inpassing nog steeds mogelijk, bij een geluidwaarde van - eveneens in een gemengd gebied - maximaal 55 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau en 65 dB(A) ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking. De raad dient dan te motiveren waarom hij deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht (stap 3). Indien ook laatstgenoemde waarden worden overschreden is planologische inpassing doorgaans niet mogelijk. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren (stap 4).

Reclamant stelt dat niet aan de richtafstanden (stap 1) wordt voldaan. Dat is juist en staat ook in de plantoelichting. In de plantoelichting staat immers dat: ‘Het poppodium wordt mogelijk gemaakt binnen de richtafstand die geldt volgens de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering.’ Daarmee wordt, anders dan Cauberg stelt, niet verondersteld dat aan de richtafstand is voldaan. Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling en de VNG-brochure gelden de richtafstanden van de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.5 In dit geval geldt er een afstand van ongeveer drie meter tussen de grens van de bestemming die het poppodium/kantoren mogelijk maakt en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. Aan de eerste stap van de toetsingssystematiek van de VNG-brochure is dus niet voldaan. De raad moet daarom met akoestisch onderzoek aantonen dat de geluidsbelasting voldoet aan de geluidwaarden in stap 2 of 3. Zo niet, dan moet er worden uitgeweken naar stap 4. In de Geluidsnotitie 2023 zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, de maximale geluidsniveaus en de verkeersaantrekkende werking beoordeeld.

Voor de verkeersaantrekkende werking is zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau berekend. De resultaten worden hierna kort toegelicht.

5 VNG-brochure, p. 77; AbRS 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1408; AbRS 10 februari 2021,

ECLI:NL:RVS:2021:255; AbRS 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1173.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

21

Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau geldt dat niet wordt voldaan aan stap 2 van de VNG-brochure, maar wel aan stap 3. De oorzaak van het niet voldoen aan stap 2 is het stemgeluid van bezoekers buiten. Bij normale gespreksniveaus tot luid roepen wordt voor het maximaal geluidsniveau voldaan aan de grenswaarden uit stap 2. Alleen in het geval van schreeuwende bezoekers nabij de entree wordt niet voldaan aan stap 2 en 3. Bij normale gespreksniveaus tot luid roepen doen die overschrijdingen zich echter niet voor. Het equivalente geluidsniveau als gevolg van de verkeersaantrekkende werking voldoet niet aan stap 2, maar wel aan stap 3. De oorzaak is het in een worst case-situatie met personenwagens vlak langs de gevels rijden van woningen. Die situatie zal zich nauwelijks voordoen, omdat men vooral zal parkeren in de parkeergarages in de omgeving of op een andere manier naar Merleyn zal reizen. De maximale geluidsniveaus van de verkeersaantrekkende werking voldoen (bij normaal spreken tot luid roepen) ook aan stap 2. Alleen bij schreeuwen wordt niet voldaan aan stap 2 en 3. Voorgaande komt erop neer dat er bij normaal gedrag van bezoekers sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dan wordt namelijk voldaan aan stap 2, dan wel stap 3 van de VNG-brochure.

Alleen in het niet vaak voorkomende geval van schreeuwende bezoekers wordt niet voldaan aan stappen 2 en 3 van de VNG-brochure. De gemeenteraad vindt dit op deze locatie aanvaardbaar. Zie daarover ook paragraaf 6 van de Geluidsnotitie 2023. Het betreft een locatie in de binnenstad van Nijmegen. Bovendien blijkt uit praktijkervaring bij de huidige locatie van Merleyn en Doornroosje dat er geen meldingen bekend zijn van overlast door schreeuwende bezoekers. Daarnaast zullen de gemeente en Merleyn beheersmaatregelen treffen om de hinder zoveel mogelijk te beperken. Tot slot blijkt uit de Geluidsnotitie 2023 dat de cumulatieve geluidsbelasting door het toevoegen van Merleyn aanvaardbaar is. 5. Wet natuurbescherming Reclamant stelt dat ten onrechte niet is onderzocht of er sprake is van andere verstoringsfactoren dan stikstof (zoals optische verstoring, vernatting, verdroging, geluid en trillingen) die mogelijk kunnen leiden tot significante gevolgen voor het Natura 2000gebied ‘Rijntakken’. Gelet op de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en de afstand tot het dichtsbijgelegen Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ zijn andere verstoringsfactoren uitgesloten. 6.

Stikstof

Aanleg- en gebruiksfase Reclamant stelt dat de aanlegfase ten onrechte niet is betrokken bij het stikstofonderzoek. Reactie: Voor een bestemmingsplan moet in beginsel de plantoets worden doorlopen. De plantoets is neergelegd in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: ‘de Wnb’) en artikel 2.8 van de Wnb. Uit artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb volgt dat de raad een bestemmingsplan ‘dat significante gevolgen kan hebben’ voor een Natura 2000-gebied uitsluitend mag vaststellen, indien voldaan wordt aan artikel 2.8 van de Wnb. Beoordeeld moet dus worden of het bestemmingsplan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. En daarmee of er in zoverre sprake is van een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb. Die

22

toetsing vindt plaats in de zogenaamde voortoets. Daarin worden de gevolgen van het bestemmingsplan - gelet op de maximale mogelijkheden (inclusief flexibiliteitsbepalingen) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Uit vaste rechtspraak volgt dat in de plantoets als hoofdregel voor de referentiesituatie geldt de “feitelijk bestaande, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan”.6 Als het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied ten opzichte van de referentiesituatie, zullen significante gevolgen doorgaans niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. In dat geval moet een passende beoordeling voor het bestemmingsplan opgesteld worden (artikel 2.8, eerste lid, van de Wnb). Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan is het rapport ‘Nieuwbouw poppodium Merleyn, Nijmegen. Onderzoek stikstofdepositie’ van 8 februari 2023 (hierna: ‘het Stikstofrapport’) opgesteld. De daarin vastgelegde stikstofberekening is met behulp van het rekeninstrument AERIUS Calculator 2022 uitgevoerd. De uitkomst hiervan is dat de stikstofdepositie voor zowel de gebruiks- als de aanlegfase voldoet aan de grenswaarde van afgerond 0,00 mol/ha/jaar. Significant negatieve effecten zijn uitgesloten.

Stikstof en verkeer Reclamant stelt dat bij het Stikstofrapport ten onrechte niet is uitgegaan van de Beleidsregel parkeren 2022. Hierover merkt de raad op dat in het Stikstofrapport van 8 februari 2023 is uitgegaan van de recente parkeer- en verkeersnotitie. In die notitie is uitgegaan van de Beleidsregel parkeren 2022. 7. Schaduwwerking Reclamant stelt dat ten onrechte geen bezonningsstudie is gedaan. Reactie: De raad merkt hierover op dat er geen bezonningsstudie is gedaan omdat de te verwachten schaduwwerking op de omliggende woningen beperkt zal zijn. Het nieuwe bestemmingsplan laat namelijk geen hogere bouw- en goothoogte toe dan het voorheen geldende bestemmingsplan. De gronden van het plangebied hadden in het voorgaande plan de bestemming ‘Bedrijf – nutsvoorzieningen’. Er gold een maximum bouw- en goothoogte van 8 meter. In het nieuwe bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming ‘Gemengd’ en blijven de maximale bouw- en goothoogte hetzelfde. Het bouwvlak is wel iets groter geworden. Achter het bestaande bouwvlak is nu een kleiner bouwvlak opgenomen met een maximale bouw- en goothoogte van 4,5 meter. De appartementencomplexen achter het plangebied zijn een stuk hoger dan het nieuwe poppodium (toegestane bouw- en goothoogte van 24 meter).

De effecten van schaduwwerking zullen zodanig beperkt zijn dat niet is te verwachten dat om deze reden geen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit staat ook in het Geluidsonderzoek 2018: “Aspecten als windhinder, bezonning/beschaduwing […]

6 Zie AbRS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:212 (Bergeijk); AbRS 4 maart 2020,

ECLI:NL:RVS:2020:683 (Beverwijk) en AbRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960 (Heiloo).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

23

brengen door de ligging, de relatief geringe hoogte en de functie van het nieuwe Merleyn geen aandachtspunten met zich mee.” Bovendien is de ontwikkeling voorzien in de binnenstad van Nijmegen. De binnenstad kenmerkt zich door een hoge bebouwingsdichtheid en hogere gebouwen. Eventuele schaduwwerking acht de raad op deze locatie aanvaardbaar. 8. Externe veiligheid Reclamant stelt dat in de ‘Rapportage Merleyn. Groepsrisico spoor’, opgesteld op 9 april 2020 (hierna: ‘Rapport groepsrisico’) niet wordt voldaan aan de vereisten van de ‘Handleiding Risicoanalyse Transport’ van het RIVM (hierna: ‘HART’), omdat er bepaalde gegevens ontbreken. Verder zou het Rapport groepsrisico niet voldoen aan de artikelen 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (hierna: ‘het Bevt’). Reactie: Plaatsgebonden risico Voor het transport van gevaarlijke stoffen via het spoor zijn regels vastgelegd in het Bevt. Op grond van artikel 4, eerste lid, van het Bevt neemt het bevoegd gezag bij de vaststelling van een bestemmingsplan (zie artikel 2, onder a, van het Bevt) dat betrekking heeft op gronden in de buurt van een transportroute, niet zijnde een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten de grenswaarde 10-6 per jaar in acht en houdt het ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten rekening met de richtwaarde 10-6 per jaar.

Een transportroute is een basisnetroute of weg (niet zijnde een basisnetroute) in beheer bij de gemeente, provincie of waterschap, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied ligt vrijwel direct aan het spoor, zodat is beoordeeld of wordt voldaan aan artikel 4, eerste lid, van het Bevt. In de plantoelichting staat dat over het plangebied geen PR 10-6 contouren liggen. Om die reden wordt voldaan aan artikel 4, eerste lid, van het Bevt. Groepsrisico Op grond van artikel 7 van het Bevt moet verder in de toelichting bij een bestemmingsplan, voor zover het gebied waarop het plan betrekking heeft valt binnen het invloedsgebied van een spoorweg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, ingegaan op: “a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.”.

In de plantoelichting staat dat de scenario’s die in het plangebied kunnen optreden een plasbrand, de BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) en een toxisch scenario zijn. Om een beeld te krijgen van het groepsrisico is een berekening uitgevoerd met het voorgeschreven rekenprogramma RBM II. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het Rapport groepsrisico. Het resultaat laat zien dat het groepsrisico ver onder de oriëntatiewaarde blijft. Verder is in de plantoelichting beschreven dat een centraal

24

afsluitbaar ventilatiesysteem afdoende is om de grote groep gasten binnen in het gebouw veilig te houden voor het toxische scenario. Reclamant stelt dat er ten onrechte geen zware verantwoording is gegeven als bedoeld in artikel 8 van het Bevt. De raad wijst erop dat deze verantwoording niet hoeft te worden gegeven als wordt aangetoond dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden en het groepsrisico met niet meer dan tien procent toeneemt (artikel 8, tweede lid, van het Bevt). Daarvan is in dit geval sprake. De oriëntatiewaarde wordt namelijk niet overschreden en het groepsrisico neemt maar drie procent toe. Het Rapport groepsrisico voldoet dus aan de eisen van het Bevt en kan ten grondslag worden gelegd aan het bestemmingsplan. Het rapport is automatisch gegenereerd uit het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma RBM II. Bij het Rapport groepsrisico is uitgegaan van de vereisten uit de HART. Op grond van artikel 9 van het Bevt moet het bestuur van de veiligheidsregio bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen. In dit geval is de veiligheidsregio om advies gevraagd en dit advies is vastgelegd in een document van 15 april 2020 (hierna: ‘Advies veiligheidsregio’). In het Advies veiligheidsregio is ingegaan op de bereikbaarheid in het geval één van de scenario’s zich voordoet.

Daarnaast zijn mogelijkheden voor zelfredzaamheid beschreven. De aanbevelingen over zelfredzaamheid van bezoekers zullen worden meegenomen bij de inrichting van het terrein en de omgeving. Het Advies veiligheidsregio wordt dus, anders dan reclamant stelt, wel betrokken bij het bestemmingsplan.

Conclusie Deze zienswijze heeft geleid tot twee aanpassingen van het bestemmingsplan: -

Gewijzigde planregels over parkeren (artikel 10.1 van de planregels); Gewijzigde planregel over het maximum bruto vloeroppervlak van het poppodium en kantoor (artikel 3.1 van de planregels).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

25

2. ProRail Inhoud zienswijze Reclamant stelt dat de in het ontwerpbestemmingsplan beoogde nieuwe woningen/gebouwen dichtbij het spoor zijn gepland, waardoor trillinghinder kan worden veroorzaakt als gevolg van het treinverkeer. Er bestaan weliswaar geen wettelijke normen voor trillinghinder, maar het aspect trillingen moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel worden afgewogen als een trillingsbron aanwezig is. Daarom verzoekt reclamant om het aspect trillinghinder te onderzoeken en af te wegen. In dit verband wordt verwezen naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. Reclamant geeft aan dat in deze handreiking is beschreven op welke wijze gemeenten het aspect trillinghinder kunnen onderzoeken en afwegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Reclamant adviseert tot slot om de conclusies uit het trilling onderzoek uitgebreid op te nemen in de conclusie van een afzonderlijke paragraaf ‘Trillingen’ in de toelichting van het bestemmingsplan en (indien nodig) door te laten werken in de planregels.

Beoordeling De gemeenteraad heeft in de zienswijze van reclamant aanleiding gezien om trillingsonderzoek te laten uitvoeren naar de gevolgen van de trillingen van treinen voor het poppodium en de kantoorfunctie. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het ‘Trillingsonderzoek poppodium Merleyn’ van 10 oktober 2022, uitgevoerd door DGMR (hierna: ‘het Trillingsonderzoek’). Uit het Trillingsonderzoek blijkt dat trillingen van treinen geen belemmering vormen voor het realiseren van een kantoor in het poppodium en dat er ook geen belemmering is voor het in ruimere zin bestemmen van de nieuwbouw als kantoorfunctie. Bij het uitvoeren van het onderzoek naar trilling is DGMR uitgegaan van de normen die zijn genoemd in de ‘Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen’. De gemeten trilniveaus komen niet uit boven de streefwaarden in die Handreiking.

Conclusie Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=5f9eebba-e8f2-40fb-a591-931c7f1d46d7