VTH uitvoeringsprogramma 2025-2026 (ODRN);
Tekst van het document
MPG wordt gecontroleerd door te constateren dat de materialen die in de vergunning staan, ook in de uitvoering worden toegepast. En natuur-inclusief bouwen vraagt kennis van dierenverblijfplaatsen voor de huismus, gierzwaluw en vleermuis.
Wat wordt er momenteel al gedaan? We voeren op dit moment al taken uit voor klimaat en energietransitie, binnen onze reguliere taken. Met dit aandachtpunt gaan we deze onderdelen beter positioneren en structureren.
Wat is de scope? Vanuit Vergunningverlening: We geven toets-aspecten die met klimaat en energietransitie te maken hebben een diepgang van
toetsing die ervoor zorgt dat het aannemelijk is dat aan de norm wordt voldaan. We toetsen minder risicovolle aspecten niet of minder uitgebreid. Denk hierbij aan aspecten als daglicht, afmetingen van ruimten, trappen en leuningen, etc. Zie het protocol in bijlage 2.
Onze huidige toezichtprotocollen zijn al teruggebracht naar hetgeen minimaal nodig is om adequaat toezicht te houden. Er zijn dus geen werkzaamheden die we nog weg kunnen strepen om meer uren vrij te maken voor klimaat en energie.
Het sturen op diepgang van toetsing doen we zowel in 2025 als 2026. Aan de hand van de ervaringen in 2025 kunnen we de doelen voor 2026 bijstellen. Ook kan voorlichting in 2026 een nadrukkelijker rol krijgen. Hiermee kunnen we initiatiefnemers stimuleren om meer te doen dan wettelijk vereist. Dit speelt vooral bij de bestaande gebouwenvoorraad, waarvoor de klimaat en energie-eisen in de regelgeving vrij laag zijn. Dit haakt aan bij de aandachtspunten toezicht bestaande bouw en vrije veld toezicht. Vanuit Toezicht en Handhaving: we zorgen dat onze inspecteurs hun kennis op peil houden voor de aspecten die met klimaat en energie te maken hebben. Wij gebruiken een toezichtprotocol waarin de diepgang van de inspecties staat aangegeven. Bij de controle wordt een toezichtformulier gebruikt en in het dossier vastgelegd. Vanuit Vergunningverlening en toezicht milieu: we behandelen aanvragen en meldingen en zien erop toe. We gaan onderzoeken of we bedrijven kunnen bewegen om duurzamere bronnen in te gaan zetten. Door subsidie, preventie, voorschriften of toezicht.
Wat is het doel?
Wat gaan we monitoren?
Om de toets van BENG en MPG te vergemakkelijken hebben we een tool laten ontwikkelen. Daarbij toetsen we de belangrijkste onderdelen van de BENG- en MPG-berekeningen. Vanuit Toezicht en Handhaving: We geven toets-aspecten die met klimaat en energietransitie te maken hebben een diepgang van inspectie die ervoor zorgt dat het aannemelijk is dat er aan de norm wordt voldaan. We houden op minder risicovolle aspecten geen toezicht. Onze toetsprotocollen voor toezicht zijn gebaseerd op het Bouwbesluit en moeten voorafgaand aan 2025 worden bijgewerkt naar het Bbl.
Bijdragen aan de klimaatadaptie van gebouwen en de vermindering van uitstoot van CO2; Het toepassen van het nieuwe toetsingsprotocol tijdens de vergunningverlening.
Hoe gaan we dit bereiken?
Vanuit Vergunningverlening: Wij sturen met een toetsprotocol op de diepgang van de toets aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, onder andere voor isolatiewaarden, BENG, MPG, afkoppeling HWA en gebouwinstallaties. Voor natuur-inclusief bouwen is er een wetsvoorstel om dit op te nemen in het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving). Naar verwachting zal dat in 2025 van kracht zijn. BENG en MPG gelden voor nieuwbouw. Afkoppeling HWA, isolatiewaarden en gebouwinstallaties gelden voor zowel nieuwbouw als verbouw. En natuur-inclusief bouwen gaat gelden voor nieuwbouw en ingrijpende renovaties.
Monitoring vanuit Vergunningverlening: We gaan monitoren of de toets op klimaat en milieu wordt uitgevoerd, en of dit met voldoende kennis en kunde gebeurt. Dit doen we door steekproefsgewijs dossiers te lichten. We gebruiken een toetsprotocol Bbl voor vergunningverlening. Monitoring vanuit Toezicht en Handhaving: We gaan monitoren of de toets op klimaat en milieu wordt uitgevoerd, en of dit met voldoende kennis en kunde gebeurt. Dit doen we door steekproefsgewijs dossiers te lichten. Wij gebruiken toezichtprotocollen voor minimaal en regulier toezicht. Deze zijn gebaseerd op het Bouwbesluit en we gaan die in de loop van 2024 omzetten naar Bbl. We starten 2025 met geactualiseerde protocollen.
27
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
6. Reguliere taken Bij onze reguliere taakuitvoering hanteren we prioriteiten en uitgangspunten uit het VTH-beleid en passen de daarin beschreven aanpak toe. We hebben ervoor gekozen om de externe producten en diensten catalogus (PDC) in te dikken tot een aantal clusters. Deze clusters kunnen direct herleid worden naar de externe PDC, zie daarvoor bijlage 1. De clusters worden hieronder inhoudelijk besproken. Omdat het gaat om een uitvoeringsprogramma, worden hier alleen de directe uren vermeld, dus exclusief 23% voor de indirect productieve uren. In de advieslijst in bijlage 1 staan wel de uren inclusief deze 23%.
28
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
6.1. Vergunningverlening milieu Wat is onze aanpak? Wij beoordelen aanvragen en meldingen die toezien op milieubelastende activiteiten in de gebruiksfase. Met onze taak richten we ons op het voorkomen van risico’s voor de leefomgeving. Het is belangrijk dat men begrijpt waarom bepaalde regels belangrijk zijn en welke belangen daarmee beschermd worden, want dat vergroot het omgevingsbewustzijn en de bereidheid om er meer rekening mee te houden. Daarom richten wij ons vooral op communicatie, participatie en samenwerking. Dit vergroot de bekendheid met regels, acceptatie van regels en verantwoordelijkheid voor naleving van regels. Hierdoor kunnen we vanuit vertrouwen samenwerken met de initiatiefnemer en gaan we uit van het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Dit maakt dat we graag persoonlijk contact hebben, in overleg gaan en aanvragen beoordelen vanuit ‘ja, mits’. Dit stelt ons in staat om onze aandacht in de beoordeling vooral te richten op de meest risicovolle aspecten.
Wat geven we prioriteit? Vanuit VTH-beleid richten we ons op de volgende aspecten met een hoog risico:
afval; bodem; (externe) veiligheid; geluid; luchtkwaliteit.
Op basis van kennis en ervaring en gelet op de huidige ontwikkelingen krijgen de volgende punten in 2025 en 2026 ook prioriteit:
Het verminderen van zeer zorgwekkende stoffen; Indirecte lozingen; Het actueel houden van het veehouderijenbestand; Het verminderen van luchtemissies van bedrijven ter uitvoering van luchtbeleid of het aandachtspunt Schone Lucht; Circulaire economie; Advisering over het omgevingsplan;
Het actualiseren van vergunningen voor de prioritaire thema's.
We hebben geen keuze wat betreft het in behandeling of ontvangst nemen van aanvragen en meldingen. Wel hebben we ruimte om verschil aan te brengen in de diepgang van toetsing. We richten onze aandacht bij de beoordeling van een initiatief vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken. Zo doen we de dingen die er echt toe doen. Het VTH-beleid schrijft voor dat we deze aspecten met een hoog risico grondig toetsen op het voldoen aan de normen, waarbij we details diepgaand beoordelen, narekenen of meten. We hebben een werkwijze om vergunningen actief en tijdig te toetsen op actualiteit en zo nodig te actualiseren. Deze werkwijze passen we komende jaren toe. Naar aanleiding van het OvV rapport ‘Industrie en Omwonenden’ willen we gezondheid centraler stellen bij de uitvoering van onze VTH-taken. In onze reactiebief van begin oktober 2023 hebben we verschillende actiepunten benoemd waar we mee aan de slag willen. Hiervoor is in 2024 een project gestart waarmee we aan de slag gaan. Dit doen we samen met de Omgevingsdienst Regio Arnhem, omdat zij hierin ook een belangrijke rol vervullen voor wat betreft het toezicht op de provinciale bedrijven (niet Seveso).
Zo gaan we onder andere aan de slag met het opzetten van een emissieregistratiesysteem, een strategisch meetprogramma, communicatietraining en willen we afspraken maken hoe en wanneer we de GGD kunnen betrekken bij VTH-vraagstukken.
Wat doen we niet? Als je je aandacht meer richt op het één, is er minder tijd voor het ander. Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten beoordelen we op basis van onze kennis en ervaring slechts op hoofdlijnen. Bij gemiddelde prioriteit toetsen we alleen de meest relevante voorschriften inhoudelijk (zoals die voor veiligheid en gezondheid). Onze procedure varen we via de scherp aan de wind-manier aan. Op basis van onze ervaring merken we namelijk dat veel tijd verloren gaat met aanvragen en meldingen die niet compleet
zijn. Dit brengt veel administratieve last, extra afstemming, meer herbeoordelingen, langere doorlooptijden en veel onduidelijkheid met zich mee. Voortaan krijgt een aanvrager in principe éénmaal de gelegenheid tot aanvullen (wettelijk bepaald). Is de aanvraag dan nog niet compleet? Dan laten we de aanvraag buiten behandeling. Daarom adviseren we de aanvrager eerst een conceptaanvraag in te dienen en een eigen adviseur te betrekken. Ook verwijzen we naar het loket voor informatie over het doen van een volledige aanvraag. Vanuit procesefficiëntie kunnen we hier in uitzonderlijke gevallen wel van afwijken.
Hoe borgen we dit? De concrete stappen die we zetten, zitten per procedure in een workflow managementsysteem. Waar we op letten in de behandeling van aanvragen en meldingen, werken we aan de hand van de vaste toets- en beoordelingskaders en de daarbij gewenste diepgang, uit in toetsprotocollen. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toetsing te waarborgen.
Wat hebben we hiervoor te organiseren? In hoeverre we slagen onze taak uit te voeren zoals we nu plannen, hangt samen met de mate waarin we slagen om te organiseren:
Dat de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij uitgewerkt zijn in toetsprotocollen en deze juist worden gebruikt; Onze administratieve last te verlagen; Ruimte te creëren voor leren en verbeteren (denk hierbij aan het eigen maken van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet, toepassen van een 4-ogen principe en ruimte voor standaardisering en procesaanpassingen).
Hoeveel capaciteit zetten we hiervoor in? Voor uitvoering van deze reguliere taken bij vergunningverlening milieu verwachten we 15.373 uur nodig te hebben in 2025. Deze capaciteit verdelen we in de onderstaande clusters. Boven elk cluster staan in een tabel de producten uit de externe PDC vermeld:
29
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Informatieverzoeken milieu: 1.782 uur
Beoordelen aanvragen milieu: 3.609 uur
Beleid en procesadvisering milieu: 1.540 uur
Externe PDC-Producten:
Externe PDC-Producten:
Externe PDC-Producten:
Informatieverzoeken milieu
Omgevingsvergunning milieu
Advies Beleidsontwikkeling milieu
Milieueffectrapportage Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal er bij bedrijven en adviseurs ook in 2025 nog meer behoefte bestaan aan algemene informatie en voorlichting over de regelgeving, processen, systemen en andere VTH-informatie. Voorafgaand aan een vooroverleg informeren wij initiatiefnemers. Ook vallen hieronder de vragen die bij midoffice binnenkomen. Het gaat daarbij om informatieverzoek op gebied van vergunningverlening, juridisch en toezicht. Vooroverleg milieu: 196 uur Externe PDC-Producten: Vooroverleg milieu Als een bedrijf een initiatief heeft en een aanvraag vooraf wil laten toetsen, dan start het bedrijf een vooroverleg. Hier valt ook een omgevingstafel onder. Behandelen van meldingen milieu: 5.152 uur
Besluit Laden en Lossen Gevaarlijke Stoffen Ontheffing Besluit Stortplaatsen Goedkeuringsbesluit Aanvragen die we ontvangen beoordelen we aan de hand van toetsprotocollen waarbij we op inhoud vooral aandacht hebben voor de aspecten met hoge prioriteit. Het aantal aanvragen is een inschatting op basis van ervaringscijfers en kan variëren. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele schil. Het gaat om diverse aanvragen: ambtshalve en op verzoek intrekken/wijzigen, goedkeuringsbesluit, maatwerkvoorschriften, omgevingsvergunning, milieueffectrapportage inclusief het beoordelingsbesluit.
Actualiseren: 960 uur Externe PDC-Producten: Actualisatietoets Vergunningen
Specialistisch advies: 2.134 uur Externe PDC-Producten:
Externe PDC-Producten:
Advies Afval en Circulaire economie
Informatieplicht milieu
Advies Bodem
Melding milieu
Advies Fysieke Leefomgeving Advies Geluid en Trillingen
Onder meldingen vallen meldingen over milieubelastende activiteiten, bodem, festiviteiten, gelijkwaardige maatregelen of mobiel puin breken. Ook valt de informatieplicht en wijziging tenaamstelling hieronder. Ontvangen meldingen toetsen we sec aan de indieningsvereisten. Ook doen we een globale check op andere melding- en/ of vergunningsplichten. We verwachten meer meldingen in het kader van de Omgevingswet dan onder het Activiteitenbesluit omdat er meer activiteiten gemeld moeten worden en we meer inzetten op het in beeld krijgen van onbekende milieubelastende activiteiten (aandachtspunt). Dit blijft een schatting. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele schil. De informatieplicht valt hier ook onder (waaronder wijziging tenaamstellingen).
De uitvoering van vergunningsprocessen levert veel kennis en ervaring op over wat wel en niet werkt of over wat er in onze leefomgeving speelt en/of urgent(er) wordt. Zo kunnen we zien of de regelgeving en onze uitvoering daarvan de gewenste resultaten oplevert en of we moeten bijsturen. Van de uitvoering kunnen we dus leren en de informatie gebruiken om de leefomgeving en onze taakuitvoering steeds verder te verbeteren. We reserveren dan ook uren bij vergunningverlening milieu om te evalueren en te adviseren op plaatselijke wet- en regelgeving, in ruimtelijke procedures/het omgevingsplan en werkprocessen.
Advies Lucht & Geur Advies Omgevingsveiligheid Advies Water Advies HUP We adviseren de gemeente over de milieuaspecten bodem, geluid, trillingen, lucht, geur, omgevingsveiligheid en fysieke leefomgeving buiten de reguliere taken, bijvoorbeeld bij nieuwe initiatieven in het kader omgevingsplannen. Het grootste deel van de uren zal worden ingezet voor advisering over plannen in het omgevingsplan en advisering over het omzetten van het tijdelijke omgevingsplan naar het definitieve plan.
Bestaande vergunningen worden regelmatig getoetst op actualiteit. Dit budget betreft alleen de toetsen. De actualisaties zelf zitten in het cluster ‘behandelen aanvragen’. De Omgevingswet (artikel 5.38) schrijft voor dat het bevoegd gezag regelmatig beziet of de voorschriften van de vergunning nog actueel zijn. Redenen voor actualisatie zijn bijvoorbeeld: wijzigingen in wet- en regelgeving, nieuwe Best Beschikbare Technieken (BBT)- conclusies en handhavings- of incidentbevindingen. Ook implementatie van lokale of regionale beleidsdoelstellingen kunnen reden zijn voor actualisatie. Daarnaast hebben verschillende gemeenten het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend, waarin is opgenomen dat provincies en gemeenten zich inzetten om scherp te vergunnen, hun vergunningenbestand tijdig te actualiseren en waar nodig toezicht te optimaliseren. De ODRN geeft hier invulling aan door vergunningen regelmatig te toetsen op actualiteit aan de hand van de landelijke systematiek 'programmatisch actualiseren', die gebaseerd is op wettelijke kaders en landelijke afspraken. We gebruiken hiervoor de zogenaamde ‘actualisatietoets’. Afhankelijk van de risicoindeling van het bedrijf wordt deze toets eens in de 5, 7 of 10
30
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
jaar uitgevoerd. We richten ons op activiteiten (MBA’s) en IPPCinstallaties die volgens de Omgevingswet vergunningplichtig zijn en waar de gemeente het bevoegd gezag is. De uitkomst van de actualisatietoets van de ODRN kent een drietal mogelijkheden, conform de landelijke systematiek:
De vergunning is nog actueel en actualisatie is niet nodig. Een volgende actualisatietoets wordt over 5, 7 of 10 jaar uitgevoerd. De vergunning is op onderdelen niet actueel, maar de ‘tekortkomingen’ zijn niet dusdanig dat actualisatie op korte termijn noodzakelijk is. De vergunning is op onderdelen niet actueel en de ‘tekortkomingen’ zijn dusdanig dat actualisatie op korte termijn gewenst is. Daarbij kan het ook gaan om wettelijke termijnen die gelden voor implementatie van nieuwe weten regelgeving, bijvoorbeeld de termijn van 4 jaar die geldt voor het implementeren van nieuwe BBT-conclusies. Maar ook andere dwingende redenen of beleidsprioriteiten kunnen aanleiding zijn om te komen tot actualisatie op korte termijn. Afhankelijk van de urgentie zal de actualisatie hetzelfde jaar of het jaar daarop worden opgepakt. Na actualisatie wordt een nieuwe actualisatietoets ingepland over 7 of 10 jaar.
Daarnaast voert de ODRN een frequente screening uit op actuele ontwikkelingen rondom wet- en regelgeving. Ook hieruit kan een conclusie volgen dat een vergunning of bepaalde vergunningen niet (meer) actueel zijn of binnen afzienbare tijd niet meer actueel zijn, tenzij tijdig tot actualisatie wordt overgegaan. Deze screening kan dus leiden tot het actualiseren van vergunningen, vóór de reguliere vijfjaarlijkse uitgebreide toets. Ook thematische actualisaties, bijv. t.a.v. indirecte lozingen kunnen op verzoek worden ingezet.
31
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
6.2. Toezicht en handhaving milieu Wat is onze aanpak? We houden toezicht op milieubelastende activiteiten en handhaven als de kwaliteit van de leefomgeving in het geding is. We zijn in ons toezicht gericht op het beschermen van een goede kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van risico’s en het stimuleren van goed naleefgedrag. We zijn ons bewust van de preventieve werking die uitgaat van toezicht, waardoor een deel van de overtredingen wordt voorkomen. In ons toezicht richten we ons ook op onbekende milieubelastende activiteiten, omdat die ongemerkt tot nadelige gevolgen kunnen leiden voor de fysieke leefomgeving of zelfs ondermijnend zijn. We werken informatie gestuurd en risicogericht, zijn zichtbaar in het gebied en handelen oplossingsgericht naar de bedoeling van de regels. Als er ruimte toe is, bieden we bij overtredingen eerst informeel de mogelijkheid deze te herstellen. Als het nodig is pakken we door en zetten we een passende sanctie in. Ook bij overtredingen met acuut gevaar of andere spoedeisende belangen, zullen we direct optreden om de omgeving te beschermen. Hierbij hanteren we vanaf 2024 de landelijke handhaving strategie omgevingsrecht (LHSO). Klachten en meldingen pakken we risicogericht op waarbij we rekening houden met de prioriteiten van ons VTH-beleid.
Wat geven we prioriteit? Ons VTH-beleid bevat aspecten die vanwege het hoge risico de grootste prioriteit hebben:
afval; bodem; (externe) veiligheid; geluid; lucht(kwaliteit).
Gelet op de huidige ontwikkelingen en aandachtspunten, krijgen de volgende punten ook prioriteit:
Het verminderen van zeer zorgwekkende stoffen; Het verminderen van de CO2-uitstoot bij bedrijven; Beter zicht op onbekende activiteiten; Het toezicht op luchtemissies van bedrijven;
Het uitvoeren van milieumetingen (prioriteit luchtkwaliteit); De aanpak van aandachtbedrijven (Top X); Gemeentelijk complexe bedrijven. Deze bedrijven worden vanuit het Gelderse programma; gemeentelijk complex toezicht gecontroleerd; Indirecte lozingen.
Wat doen we niet? Activiteiten met een lage prioriteit controleren we niet actief. Alleen bij klachten of meldingen kijken we of toezicht en handhaving nodig is (piepsysteem). Bij activiteiten met een gemiddelde prioriteit controleren we alleen de meest relevante voorschriften, zoals die voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Bedrijven met een laag milieurisico worden minder vaak gecontroleerd om capaciteit en budget vrij te maken voor aspecten met een hogere prioriteit.
Hoe borgen we dit? Alle VTH-objecten hebben een bepaalde risicoscore. Die is gebaseerd op de milieubelastende activiteiten, de omvang per activiteit en het naleefgedrag. Daar komt per bedrijf een risicogetal uit. Hoe hoger dit getal, hoe groter het verwachte milieurisico. Hoe hoger de risicoscore, hoe intensiever het toezicht. Bij iedere controle wordt het risicogetal van het bedrijf opnieuw bepaald, zodat dit actueel blijft. Jaarlijks wordt ook een klein deel van de controles uitgevoerd bij bedrijven waarbij geen informatie bekend is (risicoscore 0), maar waar een milieucontrole wel nuttig lijkt. Voor het toezicht bij bedrijven wordt gebruik gemaakt van digitale checklijsten. Middels deze checklijsten wordt een verslag gemaakt van de milieucontrole, waar het milieurisico in vastgelegd wordt. Omdat per bedrijf de verschillende MBA’s worden vastgelegd, kan er eenvoudig een overzicht worden gemaakt van alle bedrijven die een bepaalde milieubelastende activiteit uitvoeren. Zo kunnen we gericht op een bepaald milieuaspect controleren.
Sommige activiteiten lenen zich meer voor een projectmatige uitvoering. Voor die activiteiten zorgen we voor een concrete projectopdracht en een goede projectorganisatie om de taken juist, tijdig en binnen budget uit te voeren.
Wat hebben we hiervoor te organiseren? In hoeverre we slagen onze taak uit te voeren zoals we nu plannen, hangt samen met de mate waarin we slagen om te organiseren:
Dat de toezichtaspecten en de gewenste diepgang daarbij uitgewerkt zijn in digitale checklijsten en deze juist worden gebruikt; Ruimte te creëren voor leren en verbeteren (denk hierbij aan het eigen maken van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet, toepassen van een 4-ogen principe en ruimte voor standaardisering en procesaanpassingen); Dat we voldoende capaciteit hebben om het werk uit te voeren. Daarvoor moeten we op tijd zorgen dat we nieuwe milieutoezichthouders binnenhalen om het gat van vertrekkende collega’s op te vullen. Het opleiden van nieuwe milieutoezichthouders is daarbij een belangrijk aandachtspunt, omdat het lastig is om nieuwe ervaren milieutoezichthouders binnen te halen.
Hoeveel capaciteit zetten we hiervoor in? Voor uitvoering van deze reguliere taken bij toezicht en handhaving milieu verwachten we 19.017 uur nodig te hebben in 2025. Deze capaciteit verdelen we in de onderstaande clusters. Boven elk cluster staan in een tabel de producten uit de externe PDC vermeld:
32
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Toezicht vergunningen en meldingen milieu: 15.684 uur Externe PDC-Producten: Behandeling Ongewoon Voorval Milieucontrole Hercontrole milieu Seveso Inspectie Toezicht integraal HAT
veel mogelijk geautomatiseerd. Tijdens de reguliere uitvoering van het toezicht wordt dit gecheckt. Binnen de regio Nijmegen zijn er 17 gemeentelijk complexe bedrijven aanwezig. Het toezicht op deze bedrijven wordt uitgevoerd aan de hand van het Gelders programma gemeentelijk complexe handhaving. Er is binnen deze opdracht voldoende budgettaire ruimte aanwezig om op een goede wijze uitvoering te geven aan dit Gelders programma. Zo nodig wordt hier een deel van de vrije ruimte en van het budget voor aandachtsbedrijven voor aangewend.
Voor de regiogemeenten behandelen de juristen van de ODRN zelf het bezwaar en (hoger) beroep bij handhavingszaken. Hieronder vallen BSBM (Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu), strafrechtelijk optreden of een proces verbaal en verzoeken tot handhaving. Zij vertegenwoordigen de colleges van burgemeester en wethouders in die procedures. Bij gemeente Nijmegen geeft de jurist van de ODRN uitleg in het bezwaar over het primaire besluit. Het beroep en Hoger beroep wordt door de juristen van gemeente Nijmegen zelf gedaan.
Energietoezicht Toezicht Bodem Toezicht natuur - Seveso Toezicht festiviteiten We houden milieutoezicht op milieubelastende activiteiten met een hoog en gemiddeld milieurisico. Verder worden er risicogerichte controles uitgevoerd. Zo’n controle kan uitgevoerd worden naar aanleiding van een nieuwe melding/vergunning of naar aanleiding van klachten. Binnen het reguliere toezicht op milieubelastende activiteiten is er in 2024 extra aandacht aan het aspect luchtkwaliteit. Wanneer binnen een bedrijf het aspect plastic zwerfafval een hoog risico heeft wordt hier tijdens de reguliere controle extra aandacht aan besteed. Daar waar dit het geval is wordt dat afzonderlijk geregistreerd en gerapporteerd aan de gemeente. Voor het aspect indirecte lozingen wordt binnen het budget van de regulier geplande controles een gebiedsgericht project opgezet. Dit wordt afgestemd met de gemeente en gekoppeld aan één of meer bekende probleemsituaties met betrekking tot het doelmatig beheer van het gemeentelijk riool. Daar waar de omzetting van inrichting naar MBA's, voor wat betreft de complexe bedrijven, nog niet in 2024 handmatig heeft plaats gevonden, zal dit alsnog zo snel mogelijk in 2025 plaatsvinden. Omzetting van alle andere bedrijven gebeurt zo
Hieronder valt behandeling ongewoon voorval, beoordeling EPTR (emissierapportage) energietoezicht, gedoogverklaring, hercontrole, opleggen bestuurlijke boete, toezicht bodem, festiviteiten, integraal HAT (Horeca Actie Team), vuurwerkcontrole
Piket milieu: 190 uur
Behandelen van klachten milieu: 2.782 uur
Calamiteiten zijn onverwachte gebeurtenissen die ernstige gevolgen kunnen veroorzaken. Om deze reden wordt er bij toezicht capaciteit gereserveerd die we kunnen inzetten bij calamiteiten en die gericht is op het beperken van acute onveilige en ongevaarlijke situaties. De piketdienst is 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar.
Externe PDC-Producten: Behandeling klachten milieu Klachten en meldingen van milieuoverlast pakken we actief risicogericht op. We communiceren altijd duidelijk met de klager over de uitkomst daarvan. We analyseren klacht(patronen) om daarmee informatie te verzamelen die kan bijdragen aan het voorkomen van milieuklachten in de toekomst en bespreken dit regelmatig met de gemeente. Handhaving milieu: 241 uur Externe PDC-Producten: Bestraffende handhaving milieu Bij overtredingen treden we passend en uniform op, in lijn met ons VTH-beleid en conform de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). We kunnen hierbij inzetten op herstel en/of bestraffing. Dit doen we vanuit eigen constatering of op verzoek.
Externe PDC-Producten: Piket milieu
Specialistisch advies milieu: 120 uur Externe PDC-Producten: Beoordeling (verplichte) rapportages We adviseren de gemeente over milieuaspecten buiten de reguliere taken. Dit zijn adviezen over afval, circulaire economie en het handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP).
33
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
6.3. Juridische taken milieu Een aantal juridische producten staan hieronder genoemd. Hiervoor is een inzet nodig van 2954 uur, maar een groot deel van de juridische werkzaamheden zitten verweven in producten van zowel vergunningverlening milieu als toezicht en handhaving. Hieronder worden deze specifieke juridische werkzaamheden nader toegelicht. Externe PDC-Producten Verzoek tot handhaving milieu Herstellende handhaving milieu Rechtsbescherming milieu Juridisch advies milieu We adviseren in de breedte op de juridische aspecten van vergunningverlening. Gelet op de overgang naar de Omgevingswet besteden we hier de juiste aandacht aan. Ook vallen de binnenkomende informatieverzoeken, Woo-verzoeken en aansprakelijkheidsstelling hieronder, met aandacht voor de gestelde prioriteiten. Jurisprudentie nemen we hierin mee. We verwachten naar aanleiding van de inventarisatie op het gebied van ZZS, input te gaan leveren op het gebied van het aanpassen van vergunningen. Omdat we achter aan dit proces zitten, verwachten we de eerste aanpassingen te gaan doen na afronding van de inventarisatie. Als het gaat over indirecte lozingen, zijn we onze kennis aan het uitbreiden door aan te sluiten bij de provincie. De kennis die we hier nu al in opdoen, kunnen we ook gaan benutten in onze dienstverlening richting gemeenten.
Daar waar bezwaar, (hoger)beroep of verzoek om voorlopige voorziening wordt ingesteld tegen een besluit, behandelen we deze voor de regiogemeenten. Voor de gemeente Nijmegen geven we uitleg over het primaire besluit tijdens hoorzittingen.
Ook kan er een bezwaar tegen een Woo-besluit worden ingediend. Daarnaast gaan we nog actiever aan de slag met slapende vergunningen. Met name op het gebied van veehouderijen kan dit leiden tot een terugdringing van de ammoniakuitstoot. Door tijdig te reageren op klachten en meldingen proberen wij handhavingsverzoeken voor te zijn. Belanghebbenden hebben echter het recht om een handhavingsverzoek in te dienen en dit kan niet geheel worden voorkomen. Ook handhavingsverzoeken, voortkomend uit de gestelde prioriteiten, nemen we mee in het reguliere werk. Dit doen we op basis van de daarvoor gestelde kaders in de wet en het geldende beleid. Last onder dwangsom en last onder bestuursdwang kunnen voortkomen uit klachten, handhavingsverzoeken en ook uit ambtshalve controles. Ook dit valt onder ons reguliere werk.
34
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
6.4. Vergunningverlening BRIKS Wat is onze aanpak? We beoordelen aanvragen en meldingen voor de activiteiten bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen, aanleggen, gebruik in strijd met het bestemmingsplan, monumenten, leegstand en huisvesting. Onze taak voeren we risicogericht uit. We vergroten omgevingsbewustzijn en de bereidheid om met de omgeving rekening te houden door duidelijk te maken waarom bepaalde regels belangrijk zijn en welke belangen daarmee beschermd worden. Daarom richten wij ons vooral op communicatie, betrokkenheid en samenwerking en doen we een beroep op de eigen verantwoordelijkheid voor de naleving. Hierdoor kunnen we vanuit vertrouwen samenwerken met de initiatiefnemer. We bevorderen persoonlijk contact en overleg en beoordelen initiatieven vanuit de ‘ja, mits’-houding die de Omgevingswet vraagt. Dit stelt ons in staat om onze aandacht in de beoordeling vooral te richten op de meest risicovolle aspecten.
Wat geven we prioriteit? De activiteiten en aspecten die in het VTH-beleid de hoogste risico’s en de grootste prioriteit hebben, zijn:
het opsporen van explosieven; gebouwen met een logiesfunctie; brandveiligheid; constructieve veiligheid; omgevingsveiligheid; gezondheid; slopen van asbest; slopen, verbouwen, wijzigen of gebruiken van monumenten.
Op basis van kennis en ervaring en gelet op de huidige ontwikkelingen, krijgen de volgende punten in 2025 en 2026 ook prioriteit:
verduurzaming van bouwwerken (zie 5.3.); riolering / lozen van afvalwater.
Onze middelen zijn begrensd en moeten effectief ingezet worden. Wij kunnen en hoeven niet alles te toetsen. Om de beschikbare capaciteit af te stemmen op de risico’s, brengen we verschil aan in de diepgang van toetsing. Dit is landelijk ook gebruikelijk. Het VTH-beleid geeft aan welke activiteiten laag, gemiddeld en hoog geprioriteerd zijn. Lage prioriteiten beoordelen we op basis van onze kennis en ervaring niet of slechts op hoofdlijnen. Bij gemiddelde prioriteit toetsen we alleen de meest relevante voorschriften inhoudelijk. Hoge prioriteiten toetsen we integraler aan de regelgeving. Dit doen we zowel bij vergunningverlening als bij toezicht. We richten onze aandacht daardoor vooral op de meest risicovolle en geprioriteerde zaken. Onze inzet heeft daardoor een groter effect. De uitwerking van de diepgang van toetsing van vergunningen staat in bijlage 2.
Wat doen we niet? Wij concentreren ons op de wettelijke taken. Bij meldingen (sloopmeldingen zonder asbest en bouwmeldingen gevolgklasse 1) toetsen we slechts of voldaan is aan indieningsvereisten, of er geen andere vergunningsplichten gelden en kijken we naar de bouw- en sloopveiligheid. Bij vergunningen houden we rekening met losgekoppelde activiteiten volgens de Omgevingswet. Flora en Fauna en Natura 2000 spelen daardoor geen rol bij de beoordeling en worden niet getoetst (behalve bij evenwichtige toedeling van functies aan locaties) . Hoe lager de prioriteit van technische voorschriften, hoe minder diepgaand we die toetsen. Wij gaan uit van de juistheid van adviezen en nemen die van de adviseurs van onze partners over zonder verdere toetsing, behalve bij hoge prioriteiten en risico’s. We geven duidelijk aan welke stukken in ontvankelijkheid ontbreken, welke na toetsing nog aangepast moeten worden en wat wij van initiatiefnemers verwachten. Een aanvrager krijgt in principe éénmaal de gelegenheid tot aanvullen, wat wettelijk zo is bepaald. Is de aanvraag dan nog niet compleet? Dan laten we de aanvraag buiten behandeling, tenzij het vanuit proces efficiëntie beter is om alsnog een aanvulling te vragen (bijvoorbeeld bij heel kleine onvolkomenheden). Wij helpen de
aanvrager verder door aan te geven of een conceptverzoek meer voor de hand ligt, advies te geven een eigen adviseur te betrekken en/of verwijzen we naar het loket voor informatie over het doen van een volledige aanvraag. We overleggen met aanvragers over ‘lege’ aanvragen (zonder tekeningen), kennelijk verkeerd gekozen activiteiten en aanvragen waarvan wij vermoeden dat een vooroverleg nodig is. Wij doen dit voordat de aanvraag in behandeling is genomen, zodat aanvragers hun aanvraag direct kunnen intrekken, indien nodig, zonder dat daar werk aan is verricht.
Hoe borgen we dit? Wij maken gebruik van een workflow managementsysteem waar de procedures en termijn bewaking in zijn verwerkt. Werkafspraken worden vastgelegd en beheerd in een documentsysteem. Waar we op letten in de behandeling van aanvragen en meldingen, leggen we vast in toets- en beoordelingskaders met de gewenste diepgang in toetsprotocollen. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toetsing te borgen. We werken in 2025 met een nieuwe diepgang voor toetsing, gebaseerd op het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze ontwikkelen we in 2024. Aan de hand van de ervaringen die we daarmee opdoen, kunnen we de diepgang in 2026 bijstellen om beter aan te sluiten bij risico’s en aandachtspunten. We houden het aantal meldingen, vergunningen, klachten, overtredingen, e.d. bij. Ook kunnen we daarbij monitoren waaraan we onze capaciteit besteden en zien we welke aspecten onze aandacht vragen. Zo kunnen we trends analyseren, waaruit aandachtspunten kunnen volgen die boven de reguliere taken uitstijgen. Vraagt iets incidenteel meer tijd dan verwacht? Dan moeten we herprioriteren binnen de taken. Vraagt iets structureel meer aandacht? Dan programmeren we die taak als aandachtspunt voor het komende jaar.
Wat hebben we hiervoor te organiseren? We moeten de taken uitvoeren binnen de beschikbare capaciteit welke volgt uit het werkplan. Daarvoor hanteren we de vaste
35
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang, zoals uitgewerkt in toetsprotocollen. We hebben aandacht voor het verlagen van onze administratieve last en dragen suggesties aan bij onze opdrachtgevers. We zijn een organisatie die bouwt aan kennis om de taken robuust uit te kunnen voeren. Het is daarom noodzakelijk om voldoende ruimte in te bouwen voor opleidingen en kennisdeling. Dit valt binnen de bestaande beschikbare indirect productieve uren. Verder worden medewerkers die nieuw in het vak zijn, opgeleid om net als alle vergunningverleners te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2 (regels die gelden voor VTH-taken uitvoeren). Daarmee leren ze ook de technische regels uit het Bbl toe te passen. We gaan in 2025 aan de slag met het toepassen van een 4-ogen principe en ruimte voor standaardisering en procesaanpassingen. Daarmee willen we de consistentie in ons werk bevorderen, en leren van elkaars ervaring.
Hoeveel capaciteit zetten we hiervoor in? Het werven en behouden van gekwalificeerd personeel is een uitdaging. In de aanloop naar 2025 bereiden we het terugnemen van taken door gemeente Nijmegen voor. Daarbij is er een risico dat medewerkers voortijds vertrekken door onzekerheid over hun toekomst en ook dat het personeelsbestand na de overdracht van taken niet geheel past op de werkzaamheden. Eind 2024 maken we de balans op en zetten we acties uit om in 2025 voldoende personeel te hebben. Voor uitvoering van deze reguliere taken bij vergunningverlening BRIKS verwachten we 21.404 uur nodig te hebben in 2025. Deze capaciteit verdelen we in de onderstaande clusters. Boven elk cluster staan in een tabel de producten uit de externe PDC vermeld: Informatieverzoeken BRIKS: 2.968 uur Externe PDC-Producten Informatieverzoeken BRIKS Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal er bij bedrijven en adviseurs nog steeds meer behoefte bestaan aan
algemene informatie en voorlichting over de regelgeving, processen, systemen en andere VTH-informatie. Voorafgaand aan een vooroverleg informeren wij initiatiefnemers. Ook vallen hieronder de vragen die bij midoffice binnenkomen. Het gaat daarbij om informatieverzoeken op het gebied van vergunningverlening, juridisch en toezicht. Naast de informatievoorziening op verzoek, is de wens om ook op eigen initiatief informatie en voorlichting te geven over de gevolgen van activiteiten voor de leefomgeving aan initiatiefnemers. Wij beantwoorden ook vragen van burgers die per mail en telefoon binnenkomen. Tevens is er de mogelijkheid om vragen te stellen bij het loket. Vooroverleg BRIKS: 2.690 uur Externe PDC-Producten Vooroverleg BRIKS Als een initiatiefnemer een aanvraag vooraf wil laten toetsen, dan kan de initiatiefnemer vooraf een verzoek voor een vooroverleg indienen. Ook de Omgevingstafel valt onder het vooroverleg.
Beoordelen van aanvragen BRIKS: 10.358 uur Externe PDC-Producten Omgevingsvergunning BRIKS APV Besluit Vergunning Leegstandswet Vergunning Huisvestingswet Aanvragen die we ontvangen, moeten we beoordelen aan de hand van vaste wettelijke procedures, waarbij we op inhoud vooral aandacht hebben voor de aspecten met hoge prioriteit. Hoeveel aanvragen we ontvangen is erg afhankelijk van 'de markt', oftewel: hoeveel aanvragen er worden ingediend. Ontwikkelingen, zoals corona, nieuwe wet- of regelgeving, inflatie, de energiecrisis en schaarste in grondstoffen en bouwmaterialen, hebben grote invloed op het aantal aanvragen dat wordt gedaan. Hierom blijft de capaciteit die we verwachten in te zetten een schatting van het aantal, op basis van trends maal de gemiddelde tijd die we doorgaans aan een bepaalde aanvraag besteden. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele schil.
Behandelen van meldingen BRIKS: 5.308 uur Externe PDC-Producten Informatieplicht BRIKS Melding BRIKS Meldingen die we ontvangen, toetsen we sec aan de indieningsvereisten. Ook doen we een globale check op andere meldingen of vergunningsplichten en de omgevingsveiligheid. We verwachten meer meldingen dan voorheen aangezien de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in werking treedt. In de raming gaan we uit van onze ervaring met de hoeveelheid aan bouwaanvragen, vallend onder gevolgklasse 1 in de afgelopen jaren. Dit blijft een schatting. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele schil. Het gaat hierbij om bouwmeldingen, gebruiksmeldingen, gereedmeldingen bouwwerk, informatieplicht, melding gelijkwaardige maatregelen, melding omgevingsplan, handelsreclame, sloop overige en sloop alleen asbestverwijdering.
Hieronder vallen het afwijken van regels uit het omgevingsplan, ambtshalve of op verzoek intrekken of wijzigen vergunning, APV (Algemeen Plaatselijke Verordening) besluit, besluit gelijkwaardige maatregel, bouwactiviteit, maatwerkvoorschrift, kappen, slopen, omgevingsplanactiviteiten gemeentelijke monument, handelsreclame, roerende zaken opslaan, (uit)weg maken, een werk, rijksmonument, leegstandswet en woningonttrekking. Specialistisch advies BRIKS: 80 uur Externe PDC-Producten Advies monumenten We adviseren over monumenten aan de gemeente Berg, Dal, Beuningen en Heumen.
36
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
6.5. Toezicht en handhaving BRIKS Wat is onze aanpak? We zien toe op een juiste uitvoering van de activiteiten bouwen, reclame, slopen, aanleggen, monumenten en welstand. We beschermen een goede kwaliteit van de leefomgeving, beperken risico's en stimuleren goed naleefgedrag. Van zichtbaar toezicht gaat een preventieve werking uit, waardoor een deel van de overtredingen wordt voorkomen. Ook komt zo in beeld wat buiten ons zicht plaatsvindt en wat ongemerkt tot nadelige gevolgen leidt voor de omgeving of zelfs ondermijnend is. Hiervoor werken we risicogericht, zijn we zichtbaar in het gebied en handelen we oplossingsgericht naar de bedoeling van regels. Indien nodig, treden we handhavend op tegen overtredingen. Dit doen we, waar mogelijk, op informele wijze door het gesprek aan te gaan en afspraken te maken over herstel van een overtreding. Wordt daarmee niet vlot een oplossing bereikt of is sprake van een overtreding met acuut gevaar of ander spoedeisend belang, dan treden we daadkrachtig op om de omgeving te beschermen. Hierbij hanteren we de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).
Wat geven we prioriteit? De activiteiten en aspecten die in het VTH-beleid de hoogste risico’s en de grootste prioriteit hebben, zijn:
calamiteiten met acuut gevaar; gebouwen met een logiesfunctie; brandveiligheid; constructieve veiligheid; omgevingsveiligheid; gezondheid; verwijderen van asbest;
monumenten.
Op basis van kennis en ervaring en gelet op de huidige ontwikkelingen, krijgen de volgende punten in 2025 ook prioriteit:
verduurzaming van gevolgklasse 2 en 3; opsporing van onbekende activiteiten; riolering/lozen van afvalwater;
intrekkingen van vergunde, maar niet uitgevoerde activiteiten.
Omdat we onze aandacht in het toezicht vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken richten, doen we de dingen die er echt toe doen. In het VTH-beleid is opgenomen dat we deze aspecten met een hoog risico, grondig controleren op alle kritische details. Hiervoor houden we onze toezichtprotocollen aan die per technisch onderdeel aangeven in hoeverre we er toezicht op houden. De zwaarte van de toets is afhankelijk van de optredende risico’s voor gebouw of omgeving. Voor de laagste risico’s zoals dakkapellen, schuren en aanbouwen, houden we veelal steekproefsgewijs toezicht. Voor iets hogere risico’s houden we het minimale toezichtprotocol aan, die vooral focust op brandveiligheid en constructieve veiligheid. Voor de hogere risico’s houden we het reguliere toezichtniveau aan. Voor het bepalen van de benodigde diepgang van toetsingen hebben we een middel ontwikkeld waarmee we risico’s afwegen. Daardoor kunnen we onze capaciteit inzetten op de risico’s met de meeste impact. Ook kunnen we op deze manier verantwoorden waarom we voor veel bouwwerken geen of weinig toezicht houden. Het algehele niveau van toezicht kan niet verder verlaagd worden, zonder de toezichttaak te verzaken.
Wat doen we niet? We zetten onze capaciteit niet in voor klachten over laag geprioriteerde activiteiten of gemiddeld geprioriteerde activiteiten zonder relevante risico's. In degelijke gevallen raden wij de betrokkenen aan met elkaar in overleg te gaan om tot overeenstemming te komen. Maar als er een verzoek om handhaving wordt ingediend moeten we wettelijk optreden en dat doen wij dan ook. In onze handhavingsprocedure beperken we ons legalisatieonderzoek tot de kans op concreet zicht op legalisatie (ligt er een ontwerp-omgevingsplan ter inzage of ligt er een aanvraag omgevingsvergunning welke het college voornemens is te vergunnen). Het staat de overtreder altijd vrij om legalisatie via een aanvraag zelf te onderzoeken. Dan betaalt deze net als
niet-overtredende initiatiefnemers leges voor de planbeoordeling
Hoe borgen we dit? We hebben de diepgang van toezicht vastgelegd in toezicht- en beoordelingskaders en in toezichtsprotocollen. Op deze manier borgen we dat toezicht zoveel mogelijk uniform plaatsvindt en er bij het toezicht voldoende aandacht is voor de prioriteiten. Dit is echter niet in beton gegoten en op basis van onze kennis en ervaring kijken we steeds wat het meest nodig en effectief is. Dit kan ook betekenen dat we goed naleefgedrag belonen met minder toezicht. Ook reserveren we tijd om 'vrij in het veld' aanwezig te zijn, zodat we ruimte hebben om onbekende activiteiten op te sporen.
Wat hebben we hiervoor te organiseren? We moeten de taken uitvoeren binnen de beschikbare capaciteit. Daarvoor hanteren we vaste toezicht- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang zoals uitgewerkt in toezichtprotocollen. We hebben aandacht voor het verlagen van onze administratieve last en dragen suggesties aan bij onze opdrachtgevers. We zijn een organisatie die bouwt aan kennis om de taken robuust uit te kunnen voeren. Het is daarom noodzakelijk om voldoende ruimte in te bouwen voor opleidingen en kennisdeling. We gaan in 2025 aan de slag met verbetering van de ICTondersteuning in het veld. Hiermee kunnen we ook effectiever het vrije veld toezicht uitvoeren.
Hoeveel capaciteit zetten we hiervoor in? Het werven en behouden van gekwalificeerd personeel is een uitdaging. In de aanloop naar 2025 bereiden we het terugnemen van taken door gemeente Nijmegen voor. Daarbij is er een risico dat medewerkers voortijds vertrekken door onzekerheid over hun toekomst en ook dat het personeelsbestand na de overdracht van taken niet geheel past op de werkzaamheden.
37
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
Eind 2024 maken we de balans op en zetten we acties uit om in 2025 voldoende personeel te hebben. Voor uitvoering van deze reguliere taken bij toezicht en handhaving BRIKS verwachten we 14.025 uur nodig te hebben in 2025. Deze capaciteit verdelen we in de onderstaande clusters. Boven elk cluster staan in een tabel de producten uit de externe PDC vermeld: Behandeling van klachten BRIKS: 1.172 uur
gevolgen kunnen veroorzaken. Hierom wordt bij toezicht capaciteit gereserveerd voor de gemeente Berg en Dal, Beuningen en Heumen, die ingezet kan worden bij calamiteiten en gericht is op het beperken van acute onveilige en ongevaarlijke situaties. De piketdienst is 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar. Toezicht vergunningen en meldingen BRIKS: 4.984 uur Externe PDC-Producten
Externe PDC-Producten
Toezicht Verleende Omgevingsvergunning BRIKS
Behandeling van klachten BRIKS
Toezicht APV besluit + evenementen Toezicht Huisvestingswet
Vanuit burgers worden er klachten ingediend via het klachtenregistratiesysteem. We beoordelen alle klachten die binnenkomen en handelen deze volgens prioriteitsniveau af. We gaan, indien nodig, ter plaatse kijken of de klacht gegrond is en informeren de klagers en eventuele overtreders. Met een toenemende mondigheid, een stijging van klachten en een beperkte capaciteit is 100% controle niet (meer) mogelijk. Dat hoeft ook niet, want men heeft een eigen verantwoordelijkheid in het oplossen van onderlinge problemen. Toch zien we steeds vaker dat naar de gemeente wordt gekeken voor een oplossing. We werken echter steeds meer risicogericht. Klachten pakken we voortaan dan ook risico- en prioriteitgericht op. Dat betekent dat we geen controle meer uitvoeren als zich geen relevante risico’s voordoen of dat we pas later een controle uitvoeren omdat het risico zich niet direct voordoet. Aan de hand van het risico en de prioriteit bepalen we of ,en zo ja: wanneer en hoe, een melding in behandeling wordt genomen. We communiceren altijd duidelijk over waarom we wel of niet overgaan tot toezicht en op welke termijn. Hierin wegen we ook mee of een melder zelf eerder al actie heeft ondernomen. Het gaat hierbij om monumenten, geaccepteerde gebruiksmelding, gelijkwaardige maatregel, illegale sloop en overige illegaliteit. Piket bouwen: 30 uur
Controle inrichtingseisen aanvraag Alcoholwetvergunning We houden toezicht op een juiste uitvoering van de activiteit. Vindt er geen uitvoering plaats, dan nemen we initiatief tot intrekking van de vergunning. Vindt er wel uitvoering plaats, dan houden we risicogericht toezicht. Dit betekent dat we onze controle-frequentie en de diepgang van het toezicht afstemmen op het risico dat betrekking heeft op de activiteit, de prioriteit die we aan het onderwerp hebben gegeven, het type bouwwerk of soort evenement dat het betreft en onze ervaring met (het gedrag van) de uitvoerder. Sloopmeldingen zonder asbest controleren we alleen als we relevante risico's verwachten. Gereed meldingen van gevolgklasse 1 controleren we alleen als de kwaliteitsborger relevante risico's meldt. Overige niet relevante gebreken laten we over aan private partijen onderling. Het gaat hierbij om alcoholwetvergunningen, afwijken regels omgevingsplan, instandhoudingstermijn, kappen, bouwen, slopen, handelsreclame, roerende zaken opslaan, (uit)weg maken, een werk, monumenten, APV besluit en evenementen, huisvestingswet en maatwerkvoorschriften. Toezicht bestaande bouw, asbest, en vrije veld toezicht BRIKS: 6.190 uur
Externe PDC-Producten
Externe PDC-Producten
Piket bouwen BRIKS
Toezicht Bestaande Bouw BRIKS
Calamiteiten zijn onverwachte gebeurtenissen die ernstige
Toezicht sloop/asbest
Toezicht Overige Illegaliteit We zien ook toe op het naleven van regels van activiteiten die niet bij ons gemeld of aangevraagd (hoeven) worden. Zo houden we ook toezicht op algemeen geldende regels zoals zorgplichten, regels voor omgevingsveiligheid en regels die gelden voor bestaande bouw. Hierbij richten we ons ook op het opsporen van onbekende activiteiten, zoals illegale (ver)bouw en ad hoc controles met partners (zoals met de Veiligheidsregio of de afdeling veiligheid van de gemeente). Bij deze toezichtstaak letten we met name op de aspecten met een hoog risico en hoge prioriteit. Meldingen behandelen we als er asbest wordt gesaneerd. Dit geldt voor zowel particuliere meldingen als voor bedrijfsmatige meldingen. Alle meldingen worden inhoudelijk beoordeeld. We houden ook toezicht op de asbestsanering en sloop. Hier passen we het VTH-beleid toe en komen we niet controleren bij elke sloop. We houden risicogericht toezicht en beoordelen of we gaan controleren bij risicovolle saneringen of saneerders die structureel hun werkzaamheden niet juist uitvoeren. Handhaving BRIKS: 1.589 uur Externe PDC-Producten Bestraffende handhaving BRIKS Bij overtredingen treden we passend en uniform op, in lijn met ons VTH-beleid en conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). We kunnen hierbij inzetten op herstellen of bestraffing.
Dit doen we vanuit eigen constatering of op verzoek. Hieronder valt: bestuurlijke strafbeschikking, bestuurlijke boete, strafrechtelijke optreden en verzoek tot handhaving. Specialistisch advies HH BRIKS: 60 uur Externe PDC-Producten Advies Evenementen We adviseren over evenementen aan de gemeente Beuningen en Heumen.
38
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
6.6. Juridische taken BRIKS Een aantal juridische producten staan hierboven genoemd. Hiervoor is een inzet nodig van 3.162 uur, maar een groot deel van de juridische werkzaamheden zitten verweven in producten van zowel vergunningverlening BRIKS als toezicht en handhaving. Hieronder worden deze specifieke juridische werkzaamheden nader toegelicht. Externe PDC-producten Verzoek tot handhaving BRIKS Herstellende handhaving BRIKS Rechtsbescherming BRIKS Juridisch advies BRIKS We adviseren in de breedte op de juridische aspecten van vergunningverlening. Gelet op de overgang naar de Omgevingswet besteden we hier de juiste aandacht aan. Ook vallen de binnenkomende informatieverzoeken, Woo-verzoeken en aansprakelijkheidsstelling hieronder, met aandacht voor de gestelde prioriteiten. Jurisprudentie hierin meenemend. Daar waar bezwaar, (hoger)beroep of verzoek om voorlopige voorziening wordt ingesteld tegen een besluit behandelen we deze voor de regiogemeenten. Voor de gemeente Nijmegen geven we uitleg over het primaire besluit tijdens hoorzittingen. Ook kan er een bezwaar tegen een Woo-besluit worden ingediend. We hebben als juridische afdeling een belangrijke taak als het gaat om kennis deling en ontwikkeling. De Omgevingswet kent een weerbarstige praktijk en onze juristen halen kennis over hoe hiermee om te gaan en borgen dit binnen al onze afdelingen.
Bovendien krijgen ze doorlopend vragen binnen vanuit onze opdrachtgevers over hoe er om gegaan kan worden met complexe vragen. Dit vraagt de nodige tijd en ook een investering in blijven opleiden van onze juristen.
Door tijdig te reageren op klachten en meldingen proberen wij handhavingsverzoeken voor te zijn. Belanghebbenden hebben echter het recht om een handhavingsverzoek in te dienen en dit kan niet geheel worden voorkomen. Ook handhavingsverzoeken, voortkomend uit de gestelde prioriteiten, nemen we mee in het reguliere werk. Dit doen we op basis van de daarvoor gestelde kaders in de wet en het geldende beleid. Last onder dwangsom en last onder bestuursdwang kunnen voortkomen uit klachten, handhavingsverzoeken en ook uit ambtshalve controles. Ook dit valt onder ons reguliere werk.
39
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
7. Ondermijning en ketentoezicht
40
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
7.1. Ondermijning Dit onderwerp behoort binnen de gemeente Nijmegen toe aan Bureau Veiligheid en de andere vijf regiogemeenten werken in een samenwerkingsverband, genaamd: het Ondermijningsteam Tweestromenland (OTSL). Controles vinden zowel voor de gemeente Nijmegen als de Tweestromenland-gemeenten plaats op verzoek van de gemeenten. De ODRN werkt dus vraag gestuurd. Dat gebeurt op basis van signalen of meldingen die bij de ODRN, gemeenten of partners (zoals o.a. de politie) binnenkomen of naar aanleiding van een onderzoek door één van de partners. Controles kunnen ook ontdekkend van aard zijn. Uit ervaring blijkt bijvoorbeeld dat verhuurde opslagboxen vaak gebruikt worden voor criminele doeleinden, zoals de opslag van illegaal vuurwerk of wapens, grondstoffen voor de productie van synthetische drugs of het ‘koudzetten’ van gestolen voertuigen. Controles worden gecoördineerd door de ondermijningscoördinator van Tweestromenland en vinden plaats door leden van het team Ondermijning van de ODRN, vaak in samenwerking met collega’s van de politie, douane of de NLA (Nederlandse Arbeidsinspectie). De leden zijn speciaal getraind en opgeleid om ondermijningscontroles, in bepaalde gevallen in samenwerking met de genoemde partners, uit te voeren. De werkzaamheden vinden volgens een door de ODRN opgesteld werk- en veiligheidsprotocol plaats.
Signalen en meldingen komen voor een deel ad hoc binnen, dus het team moet zo nodig snel informatie kunnen verrijken met de gegevens die bij de ODRN bekend zijn en snel mensen kunnen leveren. Voorbeelden van resultaten van ondermijningscontroles door de ODRN zijn de ontdekking van drugslabs, wietkwekerijen, gestolen voertuigen, vervalste merkkleding, lachgasflessen, illegale huisvesting van arbeidsmigranten, illegale bewoning en illegale sigarettenproductie en –opslag.
Naast ondermijningscontroles levert het ondermijningsteam ook een zeer actieve en waardevolle bijdrage aan de binnen de Tweestromenlandgemeenten opgestarte programma’s Veilig buitengebied binnen het platform Veilig Ondernemen (PVO). Iedere gemeente bepaalt zelf jaarlijks de budgettaire ruimte waarbinnen het Team Ondermijning van de ODRN kan worden ingezet
41
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
7.2. Ketentoezicht Regionale organisatie en bijdrage vanuit de ODRN Ketentoezicht is als stelseltaak belegd bij de ODR (Omgevingsdienst Rivierenland). Alle Gelderse diensten worden betrokken bij het bedenken van ketentoezicht-projecten. Ze leveren een bijdrage aan de projectplannen en leveren toezichthouders voor het uitvoeren van ketentoezicht-controles. De manager ketentoezicht maakt regelmatig een rondje bij de omgevingsdiensten en haalt daarbij informatie op over thema’s die een onderwerp kunnen worden voor een onderzoek. Dat gebeurt ook feitelijk. Iedere Gelderse omgevingsdienst, dus ook de ODRN, moet dus een bijdrage leveren, zowel financieel t.b.v. dit team als voor wat betreft het leveren van menskracht.
Thema's voor 2025 en 2026 De ketens die zijn opgestart in 2024 lopen door, waaronder asbest, metaalrecycling, accu’s, katalysatoren en co-vergisting;
Het project synthetische drugs; Omgevings-risicobeeld Oost NL; Fenomeenbeelden Ondermijningscentrum milieu; De samenwerking met de MMA (Meld Misdaad Anoniem).
Doelen De deelnemende omgevingsdiensten hebben het gezamenlijke doel om zicht en grip op (afval)stoffenketens en (milieu)criminaliteit te krijgen. Hiervoor zijn in 2012 vijf doelstellingen geformuleerd voor Ketentoezicht:
Zicht krijgen en houden op risicovolle ketens en malafide actoren; Maken van risicoanalyses en het stellen van prioriteiten: is er een vermoeden van malafide gedrag?; Gericht nader onderzoek doen (bijv. gerichte toezichtacties, verscherpt toezicht, diepgaand administratief toezicht (DAT), interventie);
Optreden bij gegrond vermoeden (feitelijke handhaving); N.a.v. de risicoanalyses adviseren over (preventieve) maatregelen.
Deze doelstellingen worden sinds 2012 concreet gemaakt in het jaarprogramma dat elk jaar wordt opgesteld door de programmamanager.
42
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
8. Maatwerk en projecten Hieronder een overzicht van alle maatwerk- en projectopdrachten. Omdat het hier gaat om een uitvoeringsprogramma, worden alleen de directe uren vermeld, dus exclusief 23% voor de indirect productieve uren. In de advieslijst in bijlage 1 staan wel de uren incl. de 23%.
43
ODRN VTH-uitvoeringsprogramma 2025-2026
8.1 Maatwerk milieu VV A. B. C. D. E. F.
Algemene advisering en overleggen Bodembeleid – 158 uur – alle gemeenten; Zonebeheer Schoenaker – 20 uur - gemeente Beuningen; Basis geluidemissie gemeentelijke wegen – 145 uur - gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Wijchen; Geluidproductieplafonds industrieterreinen – 100 uur -gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Wijchen; Inventarisatie stortplaatsen – 104 uur – gemeenten Beuningen en Heumen; Kosten VTH bodemtaken – 0 uur (betreft externe kosten) – alle gemeenten.
8.2 Projecten milieu VV A. B. C. D. E. F. G. H.
Uitwerking aanbevelingen OVV-rapport – 385 uur – alle gemeenten; Updaten veehouderijgegevens in IGO –200 uur – alle gemeenten; Omgevingsplan - 583 uur – alle gemeenten; Effectgericht werken – 806 uur – alle gemeenten; Wijkoverleg Nijmegen West en Weurt – 53 uur – gemeente Beuningen; Zonebeheer gemeente Heumen – 20 uur – gemeente Heumen; Projectleider scherper vergunnen – 100 uur – gemeente Nijmegen. Uitvoeren ODRN VTH bodemtaken – 0 uur (betreft externe kosten) – gemeente Nijmegen.
8.3 Maatwerk milieu TZH A. B. C. D. E. F. G. H. I. J. K.
Aandachtsbedrijven en bijzonder toezicht – 670 uur - gemeente Nijmegen; Aanpak ondermijning – 798 uur – gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Wijchen; Gelderse milieu samenwerking - 328 uur – alle gemeenten; Geluidmeting Emporium – 49 uur – gemeente Wijchen; Inventarisatie onbekende MBA's – 664 uur – alle gemeenten; Inventarisatie ZSS-emissie – 653 uur – alle gemeenten; Ketentoezicht – 263 uur -alle gemeenten; Uitvoeren emissiemetingen – 0 uur(betreft externe kosten) – gemeente Berg en Dal, Druten, Wijchen; Out of pocket kosten milieutoezicht – 0 uur (betreft externe kosten) – gemeente Nijmegen. Vierdaagsekamp Heumesoord – 36 uur – gemeente Heumen; Zandwinning Geertjesgolf – 0 uur (streven is alle inzet in 2024 af te ronden)- gemeente Beuningen.
8.4 Projecten milieu TZH A. B. C. D. E.
Communicatiecampagne vetafscheiders – 198 uur – alle gemeenten; CO2 prestatieladder – 15 uur – gemeente Nijmegen; CO2-reductie Werkgebonden Personenmobiliteit – 84 uur – alle gemeenten; Energiecontroles – 403 uur – gemeente Nijmegen; Pilot circulaire economie – 375 uur – alle gemeenten.
8.5 Maatwerk BRIKS VV Niet van toepassing.
8.6 Project BRIKS VV Niet van toepassing.
8.7 Maatwerk BRIKS TZH A. B. C. D. E. F. G. H.
Toezicht en handhaving Label C-kantoren – 45 uur - gemeente Heumen; Integrale controle inclusief brandveiligheid – 175 uur – gemeente Berg en Dal; Permanente bewoning – 132 uur – gemeente Berg en Dal; Toezicht stuwwal – 178 uur – gemeente Berg en Dal; Vitalisering vakantieparken – 120 uur – gemeente Berg en Dal; Handhaving illegale huisvesting arbeidsmigranten buiten de vakantieparken – 45 uur – gemeente Berg en Dal; Onderzoeksplicht gebouweigenaren breedtplaatvloeren – 150 uur – gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen; Project natuur en handhaving 219 uur – gemeente Berg en Dal.