CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

VTH Opdracht ODRN 2024

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D18 d.d. 12 december 2023 inzake Opdracht ODRN 202410.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VTH-OPDRACHT Omgevingsdienst Regio Nijmegen

2024

2

Inhoud Inleiding

Aandachtspunten

Reguliere taken

3

4

9

Maatwerk opdrachten

Bijlage 1: werkplan

18 20

3

Inleiding Een bewoonbare, duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving

In Nijmegen willen we een bewoonbare, duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Deze wordt gevormd door alles wat je ziet, voelt en ruikt. Ter bescherming, maar ook ter benutting ervan, bestaan regels: het omgevingsrecht. Dit zijn regels op het gebied van ruimte, bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Als college van burgemeester en wethouders hebben wij de taak zorg te dragen voor de uitvoering en handhaving van een groot aantal van deze regels. Hiertoe beschikken wij over bevoegdheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Wat wij met het uitvoeren van deze VTH-taken beogen, wat we daarbij belangrijk vinden, hoe we onze taken uitvoeren en welke keuzes we daarin maken, hebben we samen met onze regiopartners vastgelegd in het VTH-beleid Regio Nijmegen 2023 / 2026. In de uitvoering van dit VTH-beleid is Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) een belangrijke partner. ODRN voert namens ons binnen het omgevingsrecht namelijk regie over de vergunningverlening, houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving en treedt handhavend op bij overtredingen. Ook adviseert ODRN ons op inhoudelijke milieuthema’s en vraagstukken rondom ruimtelijke ordening. Ter uitvoering van het VTH-beleid, stellen we nu voor 2024 voor het eerst een inhoudelijke VTHopdracht voor ODRN vast.

Dit is ontstaan vanuit de behoefte om meer inhoudelijk te gaan sturen op wat we willen bereiken in en voor onze stad.

In deze opdracht vertalen we de meerjarige strategische doelstellingen en prioriteiten uit het VTH-beleid naar concrete aandachtspunten voor onze stad in 2024. Op deze aandachtspunten zetten we extra in. We formuleren dan ook wat we willen bereiken en welke reguliere activiteiten, projecten of maatwerkopdrachten daaraan bijdragen. De VTH-taken die geen aandachtspunt vormen, vallen onder de reguliere taakuitvoering. Daarvoor geldt dat de reguliere taakuitvoering voldoende is om de risico’s te beheersen. Jaarlijks kijken we naar aanleiding van de ontwikkelingen of herijking nodig is. De diepgang van het beoordelen van vergunningsaanvragen, de frequentie en aard van toezicht en de wijze van handhaven, vinden plaats binnen de wettelijke kaders, landelijke afspraken en in lijn met het VTH-beleid. De vertaling van deze opdracht naar producten, capaciteit en financiën, staat in het werkplan ODRN. Deze inhoudelijke VTH-opdracht met bijbehorend werkplan, stellen wij als college vast. Leeswijzer In hoofdstuk 1 geven we aan welke concrete aandachtspunten we voor de taakuitvoering in 2024 hebben en waarom. In hoofdstuk 2 geven we aan welke activiteiten we bij onze reguliere VTHtaak verrichten en hoeveel capaciteit we daarop inzetten. Hoofdstuk 3 bevat de maatwerkopdrachten, vallend buiten de reguliere taakuitvoering, die we met ODRN afspreken.

De concrete werkplanning voor alle betrokken organisatieonderdelen, staat in het werkplan ODRN 2024 dat als bijlage 1 bijgevoegd is.

4

Hoofdstuk 1

Aandachtspunten In het VTH-beleid hebben we opgeschreven welke doelen we willen bereiken en welke prioriteiten we onszelf daartoe stellen. Het belangrijkste vinden we het verbeteren en beschermen van de omgevingskwaliteit, door risico’s voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. De grootste risico’s voor de omgeving zien we ontstaan bij calamiteiten en bij het niet-naleven van regels die gelden voor het opsporen van explosieven, logiesgebouwen, brand-, constructieve en omgevingsveiligheid, gezondheid, afval, bodem, (externe) veiligheid, geluid, lucht(kwaliteit), monumenten en slopen met asbest. Naast de risicobeoordeling uit het VTH-beleid, hebben we als college ook bepaalde bestuurlijke prioriteiten en wordt in de uitvoering kennis opgedaan over verschillende onderwerpen en ontwikkelingen. Alle drie wegen we mee bij het kiezen van onze jaarlijkse aandachtspunten. Welke ontwikkelingen zien we? Gezondheid is zo'n belangrijk thema wat uit de risicobeoordeling volgt én waar we bestuurlijk veel prioriteit aan geven. Er wordt steeds meer bekend over het effect dat activiteiten hebben op onze gezonde leefomgeving. Mede hierom nemen we deel aan het Schone Lucht Akkoord en hebben we de afgelopen jaren veel aandacht gehad voor en geïnvesteerd in de luchtkwaliteit van onze stad.

Om dezelfde reden investeren we veel in een goede kwaliteit van onze bodem, zodat het gezond blijft om deze bijvoorbeeld te gebruiken voor woningbouw of het grondwater te gebruiken als drinkwatervoorraad. Meer en meer wordt bekend dat onze gezonde leefomgeving wordt bedreigd door zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Deze stoffen worden uitgestoten door bedrijven en zijn gevaarlijk voor mens en milieu. Het is daarom belangrijk deze uitstoot in beeld te krijgen en te minimaliseren. Reden waarom het onderwerp ZZS in 2024 in het bijzonder onze aandacht heeft.

Geen nieuw thema, maar wel één van de grootste maatschappelijke opgaves is duurzaamheid. In 2050 moeten we CO2 neutraal zijn om klimaatverandering te remmen. Het verminderen van CO2 kan op veel verschillende manieren: bijvoorbeeld door energiebesparing, gebruik van meer duurzamere energiebronnen of gebruik van herbruikbare grondstoffen (circulaire economie). Als college zien we al enige jaren intensief toe op energiebesparing door bedrijven. Vorig jaar zijn we ook gestart met het controleren van kantoorpanden. Daarbij bevorderen we steeds meer de verduurzaming van andere panden zoals woningen en monumenten. Hoewel dit kansen biedt in het kader van duurzaamheid, levert het in sommige gevallen ook risico's op voor de veiligheid, gezondheid (overlast) en aantrekkelijkheid van ons erfgoed. Reden waarom voor 2024 duurzaamheid onze bijzondere aandacht blijft houden. Nijmegen is een grote stad met allerlei soorten bebouwing: van laagbouw tot hoogbouw, van woningen en monumenten tot aan grote industriële bedrijfspanden. Vanwege de hoeveelheid en diversiteit aan bebouwing, vormt bouw- en sloopveiligheid voor de omgeving in het VTH-beleid een aandachtspunt. Per 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Dit verandert de regelgeving rondom bouwen

deels. Voortaan wordt het toezicht op (ver)bouwen van bouwwerken met gevolgklasse 1 (hoofdzakelijk grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen) niet meer door ons uitgevoerd maar door private kwaliteitsborgers. We komen dus niet meer op elke bouwplaats voor een controle op de bouw. Wel hebben en houden we een rol in het toezicht op de omgevingsveiligheid. Om deze taak te waarborgen, vormt de omgevingsveiligheid van sloop- en bouwplaatsen in 2024 een aandachtspunt. Aanvullend op de bovenstaande ontwikkelingen, richten we ons bij het uitvoeren van de VTH-taken veelal op activiteiten die bij ons bekend zijn doordat initiatiefnemer zich bij ons meldt. Ervaring leert helaas dat er regelmatig ook activiteiten plaatsvinden in strijd met de regels of zonder toereikende toestemming. Dit kan allerlei nadelige gevolgen hebben voor (de veiligheid en gezondheid van) onze leefomgeving. Het is daarom belangrijk om zicht te hebben op wat er in onze stad plaatsvindt en deze (milieu)belastende activiteiten op te sporen. Dit vormt dan ook een speerpunt in het VTH-beleid en geven we in 2024 vanuit toezicht meer aandacht.

Wat worden onze aandachtspunten? Samengevat kennen we voor 2024 de volgende aandachtspunten: • Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) • Duurzaamheid • Omgevingsveiligheid sloop- en bouwplaatsen • Onbekende (milieu)belastende activiteiten In de volgende paragrafen werken we per aandachtspunt uit wat we op deze onderwerpen willen gaan doen.

5

Aandachtspunt 1: Het verminderen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Waarom een aandachtspunt? Een zeer zorgwekkende stof is een stof die gevaarlijk is voor mens of milieu omdat deze bijvoorbeeld kanker kunnen veroorzaken, onze genen kunnen beschadigen, schadelijk zijn voor het nageslacht of zich in de voedselketen ophoopt. Het voorkomen van verspreiding van deze stoffen naar lucht, bodem, afvalwater en via afval(verwerking) is dus belangrijk voor het behouden van een gezonde leefomgeving. ZZS kunnen in de bodem terechtkomen door lekkages, onzorgvuldig handelen, calamiteiten, neerslag uit de lucht en door lozingen in het gronden oppervlaktewater. Door verplaatsing van grond, baggerspecie en bouwstoffen kunnen deze ZZS zich (ongemerkt) verspreiden.

•

Waar treffen we dit aan? We treffen dit aan bij alle bedrijven die ZZS emitteren. We kunnen alleen direct invloed uitoefenen op de bedrijven waarvoor wij bevoegd gezag zijn. Op andere bedrijven kunnen we indirect invloed uitoefenen door met partners, zoals Provincie Gelderland af te stemmen. We richten ons op alle stoffen die aan ZZS criteria voldoen of de potentie hebben daaraan te voldoen (pZZS). Bedrijven moeten zoveel mogelijk verspreiding voorkomen. Dat wil zeggen dat een bedrijf moet streven naar een ZZS-emissie van 0. Als dat niet kan dan treffen ze reductiemaatregelen. In 2024 ligt de prioriteit bij bedrijventerrein TPN-West aangezien daar naar verwachting de meeste ZZS worden gebruikt en geëmitteerd.

•

Wat willen we bereiken? We willen uiteindelijk zicht krijgen en behouden op alle (p)ZZS zodat we in kunnen zetten op het zoveel mogelijk verminderen daarvan. Dit doen we in stappen. Voor eind 2024: • Brengen we in beeld waar binnen bedrijventerrein TPN-West ZZS wordt geëmitteerd. • Organiseren we dat we hierop nadien blijvend zicht houden.

Brengen we in beeld welke bedrijven zich ontdoen van afval met ZZS en welke bedrijven dergelijk afval verwerken. Stimuleren we bedrijven om uitstoot en lozing van ZZS naar lucht, bodem, afvalwater en via afval(verwerking) te vermijden en als dat niet mogelijk blijkt, te minimaliseren.

•

Wat doen we daarvoor in 2024? Om beeld te krijgen, moeten bedrijven aangeven welke (p)ZZSemissies en indirecte lozingen plaatsvinden. In onze beoordeling van milieuactiviteiten, houden we ook extra rekening met ZZS. Daarnaast zetten we in op voorlichting.

•

•

Binnen vergunningverlening: • • •

Geven we informatie en voorlichting aan bedrijven om hen bewust te maken van het gebruik van (p)ZZS. Zo nodig actualiseren we vergunningen op de emissie van ZZS of leggen maatwerkvoorschriften op. Bij (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging bij bedrijven die ZZS hebben gebruikt verlangen we altijd een eindsituatieonderzoek van de bodem. Bij Bbk meldingen (toepassen grond, baggerspecie en bouwstoffen), houden we extra rekening met (p)ZZS.

Binnen toezicht en handhaving: •

• •

Houden we toezicht op het tijdig indienen van vermijdings- en reductieprogramma's voor milieubelastende activiteiten waarvoor dit verplicht is en zien er op toe dat bedrijven de daarin opgenomen maatregelen tijdig en juist treffen. Controleren we of er onbekende milieubelastende activiteiten met (p)ZZS plaatsvinden op bedrijventerrein TPN-West. Inventariseren we het gebruik van (p)ZZS van alle milieubelastende activiteiten op bedrijventerrein TPNWest.

• •

Onderzoeken we de emissies van (p)ZZS van alle milieubelastende activiteiten op bedrijventerrein TPN-West. Voeren we vaker metingen uit om de emissiegrenswaarden van ZZS te controleren. Zetten we ketentoezicht in om een beter beeld te krijgen van ZZS in de afvalketen. Besteden we aandacht aan de mogelijke aanwezigheid van ZZS. Hiertoe vragen we eerder en vaker productinformatiebladen op en beoordelen deze op de aanwezigheid van ZZS.

Wat monitoren we hierbij? • We houden actueel overzicht van bedrijven op bedrijventerrein TPN-west die ZZS gebruiken / emitteren / lozen en om welke (p)ZZS het gaat. • Het aantal uitgevoerde (inventariserende) controles naar gebruik en/of emissie van (p)ZZS. • Aantal uitgevoerde emissiemetingen naar (p)ZZS. • Aantal bedrijven dat door ons is geïnformeerd over regels, mogelijkheden en geleerde lessen met betrekking tot (p)ZZS. • Het aantal bedrijven dat in hun acceptatie en verwerkingsbeleid de voorschriften op afvalstoffen doorgevoerd heeft. Wat hebben we hiervoor te organiseren? • Verbeteren van onze kennis en expertise over het gebruik, de emissie en het vermijden en verminderen van ZZS. • Actieve deelname aan het project ‘Try-out ZZS’ dat RIVM samen met de omgevingsdiensten heeft opgezet om bestaande kennis optimaal te benutten • Ontwikkelen van een aanpak voor het informeren en voorlichten van de bedrijven.

6

Aandachtspunt 2: Het verminderen van de CO2 uitstoot Waarom een aandachtspunt? Om klimaatverandering tegen te gaan, is vermindering van de CO2 uitstoot noodzakelijk. Dit kan door energiebesparing en door het benutten van hernieuwbare bronnen zoals zon, wind of geothermie. Zowel bedrijven als particulieren hebben hierin een verantwoordelijkheid. Bedrijven kennen vanuit de wet een informatieplicht energiebesparing. Ze moeten rapporteren over het energiegebruik en de (te nemen) energiemaatregelen. Nog lang niet alle bedrijven doen dit. Ook ligt er bij bedrijven nog een groot potentieel als het gaat om het benutten van restwarmte en hernieuwbare bronnen zoals zon en wind. Daarnaast is het verduurzamen van de woningvoorraad een belangrijke opgave. Dit kan door het besparen van energie (bijvoorbeeld isolatie) of door het benutten van hernieuwbare bronnen. Naast verduurzaming van de bestaande woningvoorraad is het belangrijk dat nieuwbouw voldoet aan de eisen voor energieprestatie. Bij de vergunningverlening en tijdens het bouwtoezicht moet hier aandacht voor zijn. Waar treffen we dit aan? We richten ons op alle midden- en grootverbruikende bedrijven en op nieuwbouw van gevolgklasse 2 en 3 binnen onze gemeente. Daarnaast is het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en monumenten belangrijk.

Grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfspanden (gevolgklasse 1) vallen per 1 januari 2024 onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Hierom moeten we kijken of dit onderdeel bij de private kwaliteitsborgers voldoende aandacht krijgt. Als blijkt dat dat niet zo is, bekijken we hoe we dit kunnen bevorderen. Wat willen we bereiken? Voorgaande jaren hebben we via inzet van VTH al flink geïnvesteerd in het verminderen van de CO2 uitstoot. Zo zijn van

alle type C bedrijven de energievoorschriften geactualiseerd en heeft toezicht daarop plaatsgevonden. Ook zijn we gestart met toezicht op de energielabels van kantoren, is geïnvesteerd in verduurzaming van woningen en monumenten en brengen we de CO2 uitstoot van onze eigen organisatie steeds verder terug. Het is nodig om dit door te zetten. Daarom willen we: • Voor eind 2024 een energiecontrole uitvoeren bij alle andere energie intensieve bedrijven in ons werkgebied. • Bij die bedrijven toezien en zo nodig handhaven op het treffen van alle verplichte energiebesparende maatregelen, zodat eind 2028 90% dat ook heeft gerealiseerd. • Voorkomen dat als gevolg van verduurzaming van woningen of bedrijven geluidhinder, bodemverontreiniging of een onveilige situatie ontstaat. • Voorkomen dat als gevolg van verduurzaming van woningen of bedrijven monumenten worden aangetast. Wat doen we daarvoor in 2024? Door het geven van informatie, advies en voorlichting stimuleren we energiebesparing, duurzaam bouwen en de verduurzaming van bestaande gebouwen. Dit doen we zowel voor als tijdens vergunningsprocedures en bij het houden van toezicht.

Binnen vergunningverlening: • • •

Letten we op het toepassen van Best Beschikbare Technieken ter besparing van energie bij bedrijven. Controleren we diepgaand op het voldoen aan regels voor duurzaam bouwen. We voorkomen of beperken negatieve effecten (zoals gevaar, geluidhinder, bodemverontreiniging of aantasting) van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen.

Binnen Toezicht en Handhaving: • • • •

Voeren we energiecontroles bij bedrijven en kantoren uit. Handhaven we op het juist en tijdig treffen van de verplichte energiebesparende maatregelen. Controleren en handhaven we bij kantoren op het voldoen aan energielabel C. Hebben we in ons toezicht bij (ver)bouw van gevolgklasse 2 en 3 aandacht voor isolatie en duurzaam bouwen.

Wat monitoren we hierbij? • % bij ons bekende midden- en grootverbruikers waar een energiecontrole is uitgevoerd. • % bij ons bekende bedrijven dat alle verplichte energiebesparende maatregelen heeft genomen. • % bij ons bekende kantoren dat voldoet aan energielabel C. • Aantal gebouwen en monumenten dat met een melding of vergunning is verduurzaamd of duurzaam is verbouwd. Wat hebben we hiervoor te organiseren? • We ontwikkelen kennis en expertise bij onze medewerkers over energiebesparing en benutten hernieuwbare bronnen • We ontwikkelen kennis en expertise ten aanzien van relevante (milieu)risico’s, verbonden aan de energietransitie en het toepassen daarvan binnen het VTH-instrumentarium.

7

Aandachtspunt 3: Het beschermen van de omgevingsveiligheid bij sloop- en bouwplaatsen Waarom een aandachtspunt? Wettelijk geldt de plicht dat ter voorkoming van onveilige situaties of hinder tijdens bouw- of sloopwerkzaamheden maatregelen moeten worden genomen. De manier waarop hier in de praktijk invulling aan wordt gegeven, is afhankelijk van de locatie en de aanwezigheid van bebouwing en mensen in de omgeving daarvan. Dit biedt ruimte voor maatwerk en legt de verantwoordelijkheid neer bij diegene die de werkzaamheden uitvoert. Omdat hierbij grote (veiligheids)risico's kunnen ontstaan is het belangrijk om er toezicht op te houden dat deze verantwoordelijkheid ook wordt genomen. Hoewel per 1 januari 2024 de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking treedt, verandert onze toezichthoudende taak op dit onderwerp niet. Wel brengt deze wet mee dat we niet meer op elke bouwplaats komen voor toezicht op de bouw. Het is daarom nodig dat we in 2024 expliciet tijd nemen om onze toezichtstaak op de omgevingsveiligheid bij sloop- en bouwplaatsen te waarborgen. Aanvullend daarop heeft onze samenwerkingspartner Rijkswaterstaat verzocht om meer aandacht te hebben voor het voorkomen van verwaaiing van (plastic) bouwafval, omdat dergelijke stoffen steeds vaker aangetroffen worden in het water en in de openbare ruimte. Dit is schadelijk voor mens, dier en milieu.

Wat willen we bereiken? • We willen zware incidenten zoveel mogelijk voorkomen en de gevolgen daarvan voor mens, dier en milieu zoveel mogelijk beperken. • We willen verwaaiing van sloop- en bouwafval zoveel mogelijk voorkomen door een goede voorlichting over schone bouwplaatsen te geven aan initiatiefnemers.

Waar treffen we dit aan? De omgevingsveiligheid is bij alle sloop- en bouwplaatsen in ons werkgebied relevant. Het zwaartepunt ligt wel bij de druk bebouwde gebieden zoals de binnenstad, grote bouwprojecten en alle sloop- en bouwwerkzaamheden waarop wij geen toezicht meer houden bij het in werking treden van de Wkb. Op die locaties komen we immers niet meer automatisch. Het juist opslaan van (plastic) bouwafval is ook op elke sloop- of bouwplaats relevant, maar het meest urgent bij werkzaamheden langs de rivieren.

Binnen toezicht en handhaving:

Wat doen we daarvoor in 2024? Aan de bescherming van de omgevingsveiligheid bij sloop- en bouwplaatsen kunnen we vooral bijdragen door goede voorlichting en advisering. Daarnaast door het controleren op het daadwerkelijk nemen van verantwoordelijkheid hiervoor door initiatiefnemers.

Binnen vergunningverlening: •

•

•

•

We verstrekken bij elke sloopmelding, bouwmelding of bouwvergunning de informatiefolder van Rijkswaterstaat over schone bouwplaatsen. Bij melding of aanvraag wordt bekeken welke maatregelen getroffen worden ter bescherming van de omgevingsveiligheid. We stellen nadere voorwaarden als dit nodig is. Op basis van onze kennis en ervaring bezoeken we risicogericht sloop- en bouwplaatsen en houden toezicht op de maatregelen die getroffen worden ter voorkoming van onveilige situaties, hinder en verwaaiing van bouwafval. Bij constatering van onvoldoende getroffen maatregelen, treden we in gesprek met initiatiefnemer en adviseren we het treffen van aanvullende maatregelen.

•

Bij grote risico's voor de omgevingsveiligheid of wanneer initiatiefnemer niet tot aanvullende maatregelen overgaat, treden we direct handhavend op. Dit kan leiden tot stillegging van de werkzaamheden.

Wat monitoren we hierbij? • Het aantal toezichtcontroles dat we uitvoeren op sloop- en bouwplaatsen en het percentage inspecties waarbij geconstateerd wordt dat er bepaalde relevante maatregelen niet of onvoldoende zijn getroffen. • Een overzicht van de niet genomen (relevante) maatregelen naar hun soort. • Of er (maatwerk)regels voor de omgevingsveiligheid voor sloop- en bouwplaatsen worden gemist die plek moeten krijgen in het Omgevingsplan. • Het aantal (zware) incidenten dat zich in een omgeving voorgedaan heeft als gevolg van sloop- of bouwwerkzaamheden. Wat hebben we hiervoor te organiseren? • Dat we in ons vergunningenproces opnemen dat we de informatiefolder meezenden. • Bepalen in welke gebieden we de grootste risico's voor omgevingsveiligheid verwachten en organiseren dat we overzicht hebben en houden van de werkzaamheden daarbinnen. • Het opstellen van een toezichtsprotocol voor het controleren van de omgevingsveiligheid bij sloop- en bouwplaatsen,

8

Aandachtspunt 4: Een beter zicht op onbekende activiteiten Waarom een aandachtspunt? Bij het uitvoeren van de VTH-taken richten we ons van oudsher vooral op activiteiten die bij ons bekend zijn doordat deze door de initiatiefnemer worden gemeld of aangevraagd. Het komt helaas ook regelmatig voor dat een activiteit niet wordt gemeld of aangevraagd. Hierdoor onttrekken deze activiteiten zich aan de toetsing en het toezicht, met alle mogelijk nadelige gevolgen van dien. Het blijvend in beeld hebben van alle relevante activiteiten is dan ook een speerpunt van het VTH-beleid. We willen meer ruimte creëren in onze toezichthoudende taak om dergelijke onbekende activiteiten op te sporen . Hiermee vergroten we de pakkans en geven we het signaal af dat overtreden niet loont. Hier gaat een preventieve werking van uit om je aan de regels te houden. Waar treffen we dit aan? Onbekende activiteiten kunnen zich overal binnen de gemeente Nijmegen voordoen. Bij onbekende milieubelastende activiteiten ligt het zwaartepunt bij de bedrijventerreinen en andere concentratiegebieden van bedrijven. Daarnaast kennen we niet bedrijfsgebonden onbekende activiteiten zoals illegale (ver)bouw, sloop of strijdig gebruik. Deze doen zich overal in Nijmegen voor. In 2024 ligt de prioriteit voor wat betreft de onbekende milieubelastende activiteiten op de bedrijventerreinen TPN-West en Winkelsteeg.

Dit vanwege de omvang en toekomstige ontwikkeling van deze bedrijventerreinen. Wat willen we bereiken? • Eind juli 2024 willen we een volledig en actueel beeld hebben van alle relevante milieubelastende activiteiten op bedrijventerreinen TPN-West en Winkelsteeg. • Eind 2024 willen we dat voor alle relevante onbekende milieubelastende activiteiten op bedrijventerreinen TPN-West en Winkelsteeg een vergunning is aangevraagd, melding is ingediend of dat deze zijn gestopt.

•

•

Eind 2024 willen een werkwijze ontwikkeld en ingevoerd hebben om informatie gestuurd en risicogericht blijvend zicht te hebben op de meeste relevante (milieubelastende) activiteiten. In 2024 houden we toezicht binnen ons werkgebied op overige illegale activiteiten en treden we handhavend op tegen alle in ons VTH-beleid hoog geprioriteerde activiteiten.

Wat doen we daarvoor in 2024? Door een combinatie van voorlichting, advies, toezicht en handha-ving en het slim gebruik maken en combineren van bestaande informatie willen we ervoor zorgen dat we blijvend zicht hebben op alle relevante (milieubelastende) activiteiten binnen gemeente Nijmegen. Overtredingen pakken we aan. We richten ons daarbij ook op het verminderen van het aantal onbekende activiteiten. Dit doen we door actief te communiceren over onze inzet om het zicht op onbekende activiteiten te verbeteren en door betrokken partijen te informeren over het belang van vooraf en tijdig melden of aanvragen van activiteiten.

Binnen Toezicht en Handhaving: • •

•

Voeren we een inventarisatie uit naar alle relevante milieubelastende activiteiten op bedrijventerrein TPN-West en Winkelsteeg. Handhaven we op de niet gemelde of vergunde milieubelastende activiteiten op bedrijventerrein TPN-West en Winkelsteeg. Dit kan door gelegenheid te bieden alsnog een melding of vergunningsaanvraag in te laten dienen of door de activiteiten te laten beëindigen. Op basis van onze kennis en ervaring ten aanzien van (locaties van) overtredingen sporen we gericht een aantal niet bedrijfsgebonden onbekende activiteiten op waarbij we de prioriteit leggen bij activiteiten met potentieel gevaar voor de veiligheid en/of volksgezondheid.

Wat monitoren we hierbij? • Het aantal en soort geconstateerde onbekende (milieubelastende) activiteiten per jaar en de jaartrend (procentuele toe- of afname). • De reden/oorzaak van overtreden en met name of dit komt door onduidelijke (lokale) regels of meer in gedrag is gelegen. • Aantal gelegaliseerde en beëindigde onbekende (milieubelastende) activiteiten en de jaartrend (procentuele toe- of afname. • De mate waarin gevolg wordt gegeven aan de ingezette handhavingsprocedure en de noodzaak tot hercontroles. Wat hebben we hiervoor te organiseren? • Bepalen wat voor onze taakuitvoering relevante (milieubelastende) activiteiten zijn die we willen opsporen. • Ontwikkelen van een werkwijze om het overzicht van relevante (milieubelastende) activiteiten actief te beheren. • Ontwikkelen van kennis en het vergroten van de capaciteit voor data-analyse, informatie gestuurd en risicogericht werken. • Verbeteren van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de verschillende teams en ketens (bouw en milieu) binnen ODRN. • Verbeteren van de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen ODRN en de verschillende partners zoals gemeente, waterschap en veiligheidsregio.

9

Hoofdstuk 2

Reguliere taken Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels is geen doel op zich. We voeren deze taken uit voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving in onze stad. Bij onze reguliere taakuitvoering hanteren we prioriteiten en uitgangspunten uit het VTH-beleid en passen de daarin omschreven aanpak toe. We vinden dit voldoende om de risico’s te beheersen die worden beschermd door de regels die ervoor zijn gesteld. We gaan in de uitvoering van al onze VTH-taken uit van: Handelen naar bedoeling We doen wat nodig is, maar laten wat kan aan de maatschappij. Daarom handelen we naar de bedoeling achter de regel. Verantwoordelijkheid en vertrouwen We gaan uit van een eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners en bedrijven in het naleven van het omgevingsrecht. We werken daarom vanuit vertrouwen met hen samen. We stimuleren het bewustzijn over deze verantwoordelijkheid via voorlichting, meedenken en advisering.

Informatie gestuurd en risicogericht We kunnen niet overal tegelijk zijn. Daarom analyseren we data en komen tot informatie die in beeld brengt waar onze inzet nodig is. We zijn daarbij het meest gericht op de risicovolle activiteiten en de prioriteiten die we onszelf hebben gesteld. Afspraak is afspraak We zijn betrouwbaar, bieden rechtszekerheid en zijn duidelijk over wat van ons verwacht mag worden. Daarom is afspraak bij ons afspraak. Omgekeerd verwachten we dit ook van onze inwoners en bedrijven.

Integraal en duidelijk We kijken integraal en samen met onze partners naar alle betrokken belangen. We creëren daarmee overzicht en duidelijkheid voor onze inwoners en bedrijven en voorkomen het ‘van-het-kastje-naar-de-muur-effect’.

Benaderbaar en transparant We zijn zichtbaar en bereikbaar voor onze inwoners en bedrijven. We handelen deskundig, transparant en duidelijk. Zo is onze communicatie niet voor meerdere uitleg vatbaar en begrijpen onze inwoners en bedrijven wat concreet van hen verwacht wordt.

Preventief en proactief We vinden voorkomen beter dan genezen. Daarom heeft preventie onze voorkeur boven controleren. Toch sprake van een overtreding? Dan handelen we proactief en daadkrachtig.

Vlot en gelijk We doorlopen procedures op eenzelfde wijze en binnen de daarvoor gestelde termijnen. We bewaken daarbij een gelijke behandeling.

Op de volgende pagina's geven we aan wat we komend jaar aan taken verwachten, wat we daarbinnen prioriteit geven en welke capaciteit (inclusief indirecte uren) we daarop inzetten. In bijlage 1 is het werkplan van ODRN opgenomen waarin een meer gedetailleerde raming is opgenomen van alle taken. Hierin leggen we per organisatieonderdeel concreet vast welke producten we verwachten, de capaciteit die dit vraagt en de financiën die daarvoor nodig zijn. Bij de aandachtspunten hebben we vermeld wat we meten om te kunnen monitoren of we slagen in wat we willen bereiken. Onze wens is om uiteindelijk van al onze taken de outcome in beeld te hebben. Dit vraagt echter eerst een doorontwikkeling van de processen. Daarom wordt de reguliere taakuitvoering voorlopig vooral op output gemonitord door ODRN. Zo houden we wel bij of het aantal meldingen, vergunningen, klachten, overtredingen, e.d. toenemen. Ook kunnen we daarbij monitoren waaraan we onze capaciteit besteden. En zien we welke aspecten onze aandacht vragen. Zo kunnen we trends analyseren, waaruit nieuwe aandachtspunten kunnen volgen. ODRN rapporteert drie keer per jaar op de realisatie van het werkplan: via een bestuursrapportage na Q1 en Q2 en een jaarverslag na afloop van het boekjaar. Tussentijds bespreken en evalueren we of we moeten bijsturen in de taakuitvoering.

Vraagt iets incidenteel meer tijd dan verwacht? Dan moeten we herprioriteren binnen de taken. Vraagt iets structureel meer aandacht? Dan programmeren we die taak als aandachtspunt voor het komende jaar.

10

Vergunningverlening milieu Wat is onze aanpak? Wij beoordelen aanvragen en meldingen die zien op milieubelastende activiteiten in de gebruiksfase. In onze taak richten we ons op het voorkomen van risico’s voor de leefomgeving. Het is belangrijk dat men begrijpt waarom bepaalde regels belangrijk zijn en welke belangen daarmee beschermd worden, want dat vergroot het omgevingsbewustzijn en de bereidheid om er meer rekening mee te houden. Daarom richten wij ons vooral op communicatie, participatie en samenwerking. Dit vergroot de bekendheid met regels, acceptatie van regels en verantwoordelijkheid voor naleving van regels. Hierdoor kunnen we vanuit vertrouwen samenwerken met de initiatiefnemer en gaan uit van het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Dit maakt dat we graag persoonlijk contact hebben, in overleg treden en aanvragen beoordelen vanuit ‘ja, mits’. Dit stelt ons in staat om onze aandacht in de beoordeling vooral te richten op de meest risicovolle aspecten.

Wat geven we prioriteit? Ons VTH-beleid bevat aspecten die vanwege het hoge risico de grootste prioriteit hebben: • Afval • Bodem • (Externe) veiligheid • Geluid • Lucht(kwaliteit) Op basis van kennis en ervaring en gelet op de huidige ontwikkelingen, krijgen in 2024 ook prioriteit: • Het verminderen van de emissie van zeer zorgwekkende stoffen (aandachtpunt 1 en prioriteit lucht, bodem en afval) • Het actualiseren van vergunningen

•

Het zoveel mogelijk minimaliseren van luchtemissies van bedrijven ter uitvoering van het Schone Lucht Akkoord (SLA)

We hebben geen keuze in het in behandeling of ontvangst nemen van aanvragen en meldingen. Wel hebben we ruimte om verschil aan te brengen in de diepgang van toetsing. We richten onze aandacht bij de beoordeling van een initiatief vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken. Zo doen we de dingen die er echt toe doen. Het VTH-beleid schrijft voor dat we deze aspecten met een hoog risico grondig toetsen op het voldoen aan de normen, waarbij we details diepgaand beoordelen, narekenen of meten. In 2023 hebben we een werkwijze opgesteld om vergunningen actief en tijdig te toetsen op actualiteit en zo nodig te actualiseren. In 2024 hanteren we deze werkwijze. Bij grootschalige bedrijventerreinen zoals TPN-west en Winkelsteeg voeren we de procesregie over de diverse procedures in dit gebied. We adviseren over, monitoren de verschillende procedures en stemmen deze (aan de voorkant) af met de gemeente en andere stakeholders. Voor omwonenden organiseren we een aantal keer per jaar wijkoverleggen. Wat doen we niet? Als je je aandacht meer richt op het één, is er minder tijd voor het ander. Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten beoordelen we op basis van onze kennis en ervaring slechts op hoofdlijn.

Bij gemiddelde prioriteit toetsen we alleen de meest relevante voorschriften inhoudelijk (zoals die voor veiligheid en gezondheid). Onze procedure passen we voor 2024 ook aan. Op basis van onze ervaring merken we namelijk dat veel tijd verloren gaat met

aanvragen en meldingen die niet compleet zijn. Dit brengt veel administratieve last, extra afstemming, meer herbeoordelingen, langere doorlooptijden en veel onduidelijkheid met zich mee. Voortaan krijgt een aanvrager éénmaal de gelegenheid tot aanvullen (wettelijk bepaald). Is de aanvraag dan nog niet compleet? Dan laten we de aanvraag buiten behandeling. In dergelijke gevallen adviseren we de aanvrager eerst een conceptaanvraag in te dienen, een eigen adviseur te betrekken en/of verwijzen we naar het loket voor informatie over het doen van een volledige aanvraag. Vanuit procesefficiëntie kunnen we hier in uitzonderlijke gevallen wel van afwijken. Hoe borgen we dit? De concrete stappen die we zetten, werken we per procedure nader uit in een workflow managementsysteem. Waar we op letten in de behandeling van aanvragen en meldingen, werken we aan de hand van de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij, uit in toetsprotocollen. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toetsing te waarborgen.

Wat hebben we hiervoor te organiseren? In hoeverre we slagen onze taak uit te voeren zoals we nu plannen, hangt samen met de mate waarin we slagen om te organiseren: • Dat de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij uitgewerkt zijn in toetsprotocollen en deze juist worden gebruikt; • Onze administratieve last te verlagen; • Ruimte te creëren voor leren en verbeteren (denk hierbij aan het eigen maken van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet, toepassen van een 4-ogen principe en ruimte voor standaardisering en procesaanpassingen).

11

Hoeveel capaciteit zetten we daarvoor in? Voor uitvoering van deze reguliere taken bij vergunningverlening milieu verwachten we in 2024 7,147 uur nodig te hebben. Deze capaciteit verdelen we op hoofdlijn als volgt: • Informeren en voorlichten: 439 uur Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 zal er bij bedrijven en adviseurs meer behoefte bestaan aan algemene informatie en voorlichting over de regelgeving, processen, systemen en andere VTH-informatie. Naast deze informatievoorziening op verzoek, is de wens om ook op eigen initiatief informatie en voorlichting te geven over de gevolgen van activiteiten voor de leefomgeving aan initiatiefnemers. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie over de afstemming met andere procedures, indieningsvereisten en het belang van een juiste en volledige aanvraag. • Behandelen van meldingen: 2040 uur Meldingen die we ontvangen, toetsen we sec aan de indieningsvereisten. Ook doen we een globale check op andere melding- en/ of vergunningsplichten. We verwachten in 2024 meer meldingen dan voorheen omdat we meer inzetten op het in beeld krijgen van onbekende milieubelastende activiteiten (aandachtspunt 4). Dit blijft een schatting. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele schil.

Meldingen voor milieubelastende activiteiten die een relatie hebben met de bodem zijn opgenomen in de maatwerkopdracht bodem. • Beoordelen aanvragen/actualiseren vergunningen: 2.246 uur Aanvragen die we ontvangen beoordelen we aan de hand van toetsprotocollen waarbij we op inhoud vooral aandacht hebben voor de aspecten met hoge prioriteit. Het aantal aanvragen is een inschatting op basis van ervaringscijfers en kan variëren. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele

schil. Bestaande vergunningen worden regelmatig getoetst op actualiteit. Vergunningen worden zo nodig actief door geactualiseerd. • Specialistisch advies fysieke leefomgeving: 979 uur We adviseren de gemeente over milieuaspecten in het ruimtelijk spoor zoals bij het opstellen van omgevingsplannen. • Procesregie en overleg omwonenden: 625 uur Voor de grootschalige bedrijventerreinen zoals TPN-west en Winkelsteeg voeren we de procesregie over de diverse procedures in dit gebied. We adviseren en informeren daarbij over de verschillende procedures en relevante ontwikkelingen. We monitoren de voortgang van procedures en sturen zo nodig bij. We stemmen de verschillende procedures (aan de voorkant) af met de gemeente en andere stakeholders en informeren op gezette tijden de omwonenden en het gemeentebestuur hierover. • Beleid- en procesadvisering: 100 uur De uitvoering van vergunningsprocessen levert veel kennis en ervaring op over wat werkt en wat juist niet of over wat er in onze leefomgeving speelt en/of urgent(er) wordt. Zo kunnen we zien of regelgeving en onze uitvoering daarvan de gewenste resultaten oplevert of dat we moeten bijsturen. Van de uitvoering kunnen we dus leren en de informatie gebruiken om de leefomgeving en onze taakuitvoering steeds verder te verbeteren.

We reserveren dan ook uren binnen vergunningverlening milieu om te evalueren en te adviseren op plaatselijke wet- en regelgeving, in ruimtelijke procedures/het omgevingsplan en werkprocessen. Dit biedt ook ruimte om eventuele nieuwe regelgeving of werkwijzen te implementeren en te organiseren wat nodig is om de opdracht goed uit te voeren.

• Beheren van emissiegegevens (inclusief geur): 100 uur Het is belangrijk dat er een volledig, actueel en betrouwbaar beeld is van alle emissies van bedrijven. In 2024 zetten we in overleg met de gemeente Nijmegen een systeem op waarmee we deze emissiegegevens gaan beheren (onderdeel van het actieplan OvV). Het beheren van dit systeem is een reguliere taak die vanaf 2024 door de ODRN wordt uitgevoerd. Hiermee geven we invulling aan één van de aanbeveling die de Onderzoeksraad voor Veiligheid geeft in haar rapport Industrie en Omwonenden • Advisering in bezwaar en beroep 618: uur Daar waar bezwaar en/of beroep wordt ingesteld tegen een besluit adviseren we de gemeente bij het behandelen daarvan.

12

Toezicht en handhaving milieu Wat is onze aanpak? We houden toezicht op milieubelastende activiteiten en handhaven als de kwaliteit van de leefomgeving in het geding is. We zijn in ons toezicht gericht op het beschermen van een goede kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van risico’s en het stimuleren van goed naleefgedrag. We zijn ons bewust van de preventieve werking die uitgaat van toezicht, waardoor een deel van de overtredingen wordt voorkomen. In ons toezicht richten we ons ook op onbekende milieubelastende activiteiten omdat die ongemerkt tot nadelige gevolgen kunnen leiden voor de fysieke leefomgeving omgeving of zelfs ondermijnend zijn. We werken informatie gestuurd en risicogericht, zijn zichtbaar in het gebied en handelen oplossingsgericht naar de bedoeling van de regels. Als er ruimte toe is, bieden we bij overtredingen eerst informeel de mogelijkheid deze te herstellen. Als het nodig is pakken we door en zetten we een passende sanctie in. Ook bij overtredingen met acuut gevaar of andere spoedeisende belangen zullen we direct optreden om de omgeving te beschermen. Hierbij hanteren we vanaf 2024 de landelijke handhaving strategie omgevingsrecht (LHSO). Klachten en meldingen pakken we risicogericht op waarbij we rekening houden met de prioriteiten van ons VTH-beleid.

Wat geven we prioriteit? Ons VTH-beleid bevat aspecten die vanwege het hoge risico de grootste prioriteit hebben: • Afval • Bodem • (Externe) veiligheid • Geluid • Lucht(kwaliteit)

Gelet op de huidige ontwikkelingen en aandachtspunten, krijgt in 2024 ook prioriteit: • Het verminderen van zeer zorgwekkende stoffen (aandachtpunt 1 en prioriteit lucht, bodem en afval) • Het verminderen van de CO2-uitstoot bij bedrijven (aandachtspunt 2) • Beter zicht op onbekende activiteiten (aandachtspunt 4) • Het toezicht op luchtemissies van bedrijven (SLA) • Het uitvoeren van milieumetingen (prioriteit luchtkwaliteit) • De aanpak van aandachtbedrijven (Top X) • We verhogen de controlefrequentie van complexe melding plichtige bedrijven (type B4) naar minimaal 1 keer per 2 jaar (was 1 keer per 5 jaar) • Indirecte lozingen • Plastic (zwerf)afval (prioriteit afval en aandachtpunt 3) Wat doen we niet? Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Activiteiten met een lage prioriteiten controleren we niet actief. Alleen bij klachten of meldingen kijken we of toezicht en handhaving nodig is (piepsysteem). Bij activiteiten met een gemiddelde prioriteit controleren we alleen de meest relevante voorschriften zoals die voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Ook gaan we in 2024: • Geen programmatisch toezicht meer houden bij bedrijven met een relatief kleine milieubelasting (categorie B1). Hier hanteren we net als voor de A1 bedrijven het piepsysteem.

• De controlefrequentie bij bedrijven met gemiddelde milieubelasting (B2 en B3) verlagen naar gemiddeld 1 keer per 7 jaar (was 1 keer per 5 jaar). • De controlefrequentie bij LPG-tankstations verlagen naar minimaal 1 keer per 2 jaar (was 1 keer per jaar) nu het naleefgedrag daar veelal goed is.

Op die manier creëren we ruimte om meer in te zetten op ontwikkelingen en aandachtspunten die prioriteit hebben. Hoe borgen we dit? Voor het programmatisch toezicht bij bedrijven wordt gebruik gemaakt van digitale checklijsten. Middels deze checklijsten wordt geborgd waar en met welke diepgang het toezicht wordt uitgevoerd. Op die manier wordt ook geborgd dat er bij het toezicht voldoende aandacht is voor de gestelde prioriteiten. Sommige activiteiten lenen zich meer voor een projectmatige uitvoering. Voor die activiteiten zorgen voor een concrete projectopdracht en een goede projectorganisatie om de taken juist, tijdig en binnen budget uit te voeren. Wat hebben we hiervoor te organiseren? In hoeverre we slagen onze taak uit te voeren zoals we nu plannen, hangt samen met de mate waarin we slagen om te organiseren: • Dat de toezichtaspecten en de gewenste diepgang daarbij uitgewerkt zijn in digitale checklijsten en deze juist worden gebruikt; • Onze administratieve last te verlagen; • Ruimte te creëren voor leren en verbeteren (denk hierbij aan het eigen maken van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet, toepassen van een 4-ogen principe en ruimte voor standaardisering en procesaanpassingen). Energie- en bodemtoezicht zijn in deze opdracht als maatwerkopdracht opgenomen.

Deze taken zijn grotendeels regulier maar om te veel versnippering en onduidelijkheid in de opdracht te voorkomen is er voor gekozen om het geheel als maatwerkopdracht in te brengen.

13

Hoeveel capaciteit zetten we daarvoor in? Voor uitvoering van deze reguliere taken bij toezicht en handhaving milieu verwachten we in 2024 zo’n 13.270 uur + € 58.000 nodig te hebben. Deze middelen verdelen we op hoofdlijn als volgt:

• • •

• Informatie verstrekken toezicht en handhaving milieu: 558 uur Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 zal er bij bedrijven en adviseurs meer behoefte bestaan aan algemene informatie en voorlichting over de regelgeving, processen, systemen en andere VTH-informatie. Naast deze informatievoorziening op verzoek, is de wens om ook op eigen initiatief informatie en voorlichting te geven over de gevolgen van activiteiten voor de leefomgeving aan bedrijven.

Binnen het reguliere toezicht op milieubelastende activiteiten wordt in 2024 extra aandacht aan het aspect luchtkwaliteit, Wanneer binnen een bedrijf het aspect plastic zwerfafval een hoog risico heeft wordt hier tijdens de reguliere controle extra aandacht aan besteed. Daar waar dit het geval is wordt dat afzonderlijk geregistreerd en gerapporteerd aan de gemeente.

• Uitvoeren milieutoezicht: 9.426 uur + € 58.000,We houden programmatisch milieutoezicht op milieubelastende activiteiten met een hoog en gemiddeld milieurisico en we gaan actief op zoek naar onbekende milieubelastende activiteiten. Dit doen we risico- en prioriteitgericht. De capaciteit voor dit milieutoezicht wordt in 2024 als volgt verdeeld: • 1.550 uur controles categorie C/D/B4 (hoog milieurisico) • 3.100 uur controles categorie B2/B3 (gemiddeld milieurisico) • 200 uur controles categorie A1/B1 (laag milieurisico) • 2.200 uur uitvoeren van hercontroles • 300 uur aandachtsbedrijven (Top X) • 100 uur opzetten 25 toezichtplannen bij complexe bedrijven • 695 uur vrije ruimte (inschieters) • 300 uur controles Horeca Actie Team (HAT) • 40 uur vuurwerkcontroles • 400 uur inventarisatie onbekende MBA's (TPN-West en Winkelsteeg)

•

310 uur inventarisatie emissie ZZS (NWW) 150 uur ketentoezicht € 58.000,- out of pocketkosten voor uitvoeren controlemetingen (met name lucht en geluid) en ZZS inventarisatie 81 uur beoordelen (verplichte) rapportages

Voor het aspect indirecte lozingen wordt binnen het budget van de regulier geplande controles een gebiedsgericht project opgezet. Dit wordt afgestemd met de gemeente en gekoppeld aan één of meer bekende probleemsituaties met betrekking tot het doelmatig beheer van het gemeentelijk riool. Daar waar de omzetting van inrichting naar MBA's voor wat betreft de complexe bedrijven nog niet in 2023 handmatig heeft plaats gevonden zal dit alsnog zo snel mogelijk in 2024 plaats vinden. Omzetting van alle andere bedrijven gebeurt zo veel mogelijk geautomatiseerd. Tijdens de reguliere uitvoering van het toezicht wordt dit gecheckt. Binnen de gemeente Nijmegen zijn er 7 gemeentelijk complexe bedrijven aanwezig. Het toezicht op deze bedrijven wordt vanaf 2024 uitgevoerd aan de hand van het Gelders programma gemeentelijk complexe handhaving. Er is binnen deze opdracht voldoende budgettaire ruimte aanwezig om op een goede wijze uitvoering te geven aan dit Gelders programma. Zo nodig wordt hier een deel van de vrije ruimte en van het budget aandachtsbedrijven voor aangewend.

• Behandelen van klachten en meldingen milieu: 1.230 uur Klachten en meldingen van milieuoverlast pakken we actief risicogericht op. We communiceren altijd duidelijk met de klager over de uitkomst daarvan. We analyseren klacht(patronen) om daarmee informatie te verzamelen die kan bijdragen aan het voorkomen van milieuklachten in de toekomst en bespreken dit regelmatig met de gemeente. • Handhaving milieu: 2.056 Bij overtredingen treden we passend en uniform op, in lijn met ons VTH-beleid en conform de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). We kunnen hierbij inzetten op herstel en/of bestraffing. Dit doen we vanuit eigen constatering of op verzoek. Wanneer bezwaar of beroep wordt ingesteld tegen besluiten om te handhaving dan worden deze afgehandeld door de gemeente zelf. Juristen van ODRN adviseren de gemeente daarin.

14

Vergunningverlening BRIKS Wat is onze aanpak? Wij beoordelen aanvragen en meldingen die zien op de activiteiten bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen, aanleggen, gebruik in strijd met het bestemmingsplan, monumenten, leegstand en huisvesting. In onze taak richten we ons op het voorkomen van risico’s voor de leefomgeving. Het is belangrijk dat men begrijpt waarom bepaalde regels belangrijk zijn en welke belangen daarmee beschermd worden, want dat vergroot het omgevingsbewustzijn en de bereidheid om er meer rekening mee te houden. Daarom richten wij ons vooral op communicatie, betrokkenheid en samenwerking. Dit vergroot de bekendheid met regels, acceptatie van regels en de verantwoordelijkheid voor naleving ervan. Hierdoor kunnen we vanuit vertrouwen samenwerken met de initiatiefnemer en gaan uit van het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Dit maakt dat we graag persoonlijk contact hebben, in overleg treden en aanvragen beoordelen vanuit ‘ja, mits’. Dit stelt ons in staat om onze aandacht in de beoordeling vooral te richten op de meest risicovolle aspecten.

Wat geven we prioriteit? Ons VTH-beleid bevat de activiteiten en aspecten die vanwege het hoge risico de grootste prioriteit hebben: • Het opsporen van explosieven • Gebouwen met een logiesfunctie • De brandveiligheid • De constructieve veiligheid • De omgevingsveiligheid • De gezondheid • Het slopen van asbest • Het slopen, verbouwen, wijzigen of gebruiken van monumenten

Op basis van kennis en ervaring en gelet op de huidige ontwikkelingen, krijgen in 2024 ook prioriteit: • Verduurzaming van bouwwerken (aandachtspunt 2) • Voorlichting plastic afval bouwplaatsen (aandachtspunt 3) • Riolering / lozen van afvalwater We hebben geen keuze in het in behandeling of ontvangst nemen van aanvragen en meldingen. Wel hebben we de ruimte om verschil aan te brengen in de diepgang van toetsing. We richten onze aandacht bij de beoordeling van een initiatief vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken. Zo doen we de dingen die er echt toe doen. Het VTH-beleid schrijft voor dat we deze aspecten met een hoog risico grondig toetsen op het voldoen aan de normen, waarbij we details diepgaand beoordelen, narekenen of meten. Wat doen we niet? Als je je aandacht meer richt op het één, is er minder tijd voor het ander. Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten beoordelen we op basis van onze kennis en ervaring slechts op hoofdlijn. Bij gemiddelde prioriteit toetsen we alleen de meest relevante voorschriften inhoudelijk (zoals die voor veiligheid en gezondheid).

Om in 2024 ruimte in de capaciteit te creëren voor de hoger geprioriteerde zaken, neemt de vergunningverlener het advies van gemeentelijk adviseurs bij lager geprioriteerde zaken één op één over zonder verdere toetsing (bijvoorbeeld rondom inritten en parkeren). Dit geldt ook wanneer er een conceptverzoek is behandeld waarbij adviezen uitgebracht zijn. Bij meldingen (sloopmeldingen zonder asbest en bouwmeldingen gevolgklasse 1) toetsen we slechts of voldaan is aan indieningsvereisten, of er geen andere vergunningsplichten gelden en kijken we naar de bouw- en sloopveiligheid.

Onze vergunningsprocedure stellen we voor 2024 ook bij. Op basis van onze ervaring merken we namelijk dat veel tijd verloren gaat met aanvragen en meldingen die niet compleet zijn. Dit brengt veel administratieve last, extra afstemming, meer herbeoordelingen, langere doorlooptijden en veel onduidelijkheid met zich mee. Voortaan krijgt een aanvrager éénmaal de gelegenheid tot aanvullen (wettelijk bepaald). Is de aanvraag dan nog niet compleet? Dan laten we de aanvraag buiten behandeling. In dergelijke gevallen adviseren we de aanvrager eerst een conceptverzoek in te dienen, een eigen adviseur te betrekken en/of verwijzen we naar het loket voor informatie over het doen van een volledige aanvraag. Vanuit procesefficiëntie kunnen we hier in uitzonderlijke gevallen wel van afwijken. Hoe borgen we dit? De concrete stappen die we zetten, werken we per procedure uit in een workflow managementsysteem. Waar we op letten in de behandeling van aanvragen en meldingen, werken we aan de hand van de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij, uit in toetsprotocollen. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toetsing te borgen.

Wat hebben we hiervoor te organiseren? In hoeverre we slagen onze taak uit te voeren zoals we nu plannen, hangt samen met de mate waarin we slagen om te organiseren: • Dat de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij uitgewerkt zijn in toetsprotocollen en deze juist worden gebruikt; • Onze administratieve last te verlagen; • Ruimte te creëren voor leren en verbeteren (denk hierbij aan het eigen maken van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet, toepassen van een 4-ogen principe en ruimte voor standaardisering en procesaanpassingen).

15

Hoeveel capaciteit zetten we daarvoor in? Voor uitvoering van deze reguliere taken bij vergunningverlening BRIKS verwachten we in 2024 zo'n 37.679 uur nodig te hebben. Deze capaciteit verdelen we op hoofdlijn als volgt: • Informeren en voorlichten: 992 uur Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 start gemeente Nijmegen met een (fysiek) loket waar inwoners en ondernemers terecht kunnen met algemene vragen aangaande de regelgeving, processen, systemen en andere VTH-informatie. De inhoudelijke kennis rondom vergunningverlening BRIKS is echter aanwezig bij ODRN. Het loket zal dan ook nauw samenwerken met vergunningverlening BRIKS om de klant van de juiste informatie te voorzien. Naast deze informatievoorziening op verzoek, is de wens om ook op eigen initiatief informatie en voorlichting te geven over de gevolgen van activiteiten voor de leefomgeving aan initiatiefnemers. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie(folders) over de wijze van opslaan van plastic afval op bouwplaatsen of aan informatie over meer duurzaam bouwen. Zeker wanneer een initiatiefnemer zich niet eerder via loket of omgevingsoverleg heeft gemeld, blijft dergelijke voorlichting relevant. • Behandelen van meldingen: 4.076 uur Meldingen die we ontvangen, toetsen we sec aan de indieningsvereisten.

Ook doen we een globale check op andere meldingen/of vergunningsplichten en de omgevingsveiligheid. We verwachten in 2024 meer meldingen dan voorheen, nu de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking treedt. In de raming gaan we uit van onze ervaring met de hoeveelheid aan bouwaanvragen vallend onder gevolgklasse 1 in de afgelopen jaren. Dit blijft een schatting. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele schil.

• Beoordelen van aanvragen: 30.466 uur Aanvragen die we ontvangen, moeten we beoordelen aan de hand van vaste wettelijke procedures, waarbij we op inhoud vooral aandacht hebben voor de aspecten met hoge prioriteit. Hoeveel aanvragen we ontvangen is erg afhankelijk van 'de markt', oftewel: hoeveel aanvragen er worden ingediend. Ontwikkelingen zoals Corona, nieuwe wet- of regelgeving, inflatie, energiecrisis, schaarste in grondstoffen en bouwmaterialen hebben grote invloed op het aantal aanvragen dat wordt gedaan. Hierom blijft de capaciteit die we verwachten in te zetten een schatting van het aantal op basis van trends maal de gemiddelde tijd die we doorgaans aan een bepaalde aanvraag besteden. Meer of minder benodigde capaciteit vangen we op met onze flexibele schil. • Beleid- en procesadvisering: 308 uur De uitvoering van vergunningsprocessen levert veel kennis en ervaring op over wat werkt en wat juist niet of over wat er in onze leefomgeving speelt en/of urgent(er) wordt. Zo kunnen we zien of regelgeving en onze uitvoering daarvan de gewenste resultaten oplevert of dat we moeten bijsturen. Van de uitvoering kunnen we dus leren en de informatie gebruiken om de leefomgeving en onze taakuitvoering steeds verder te verbeteren.

We reserveren dan ook uren binnen vergunningverlening BRIKS om te evalueren en te adviseren op plaatselijke wet- en regelgeving, in ruimtelijke procedures/het omgevingsplan en werkprocessen. Dit biedt ook ruimte om eventuele nieuwe regelgeving of werkwijzen te implementeren en te organiseren wat nodig is om de opdracht goed uit te voeren. • Juridische advisering: 1.837 uur Juridische advisering aan en ondersteuning door ODRN bij (complexe) juridische zaken, in de bezwaarfase of bij beroepsprocedures.

16

Toezicht en handhaving BRIKS Wat is onze aanpak? We zien toe op een juiste uitvoering van de activiteiten bouwen (ook bij evenementen), reclame, slopen, aanleggen, monumenten, welstand, leegstand en huisvesting. We zijn in ons toezicht gericht op het beschermen van een goede kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van risico's en het stimuleren van goed naleefgedrag. We zijn bewust van de preventieve werking die uitgaat van toezicht, waardoor een deel van de overtredingen wordt voorkomen. Ook komt zo in beeld wat buiten ons zicht plaatsvindt en wat ongemerkt tot nadelige gevolgen leidt voor de omgeving of zelfs ondermijnend is. Hiervoor werken we risicogericht, zijn we zichtbaar in het gebied en handelen we oplossingsgericht naar de bedoeling van regels. Indien nodig, treden we handhavend op tegen overtredingen. Dit doen we zoveel mogelijk door op informele wijze het gesprek aan te gaan en afspraken te maken over herstel van de overtreding. Wordt daarmee niet vlot een oplossing bereikt, of is sprake van een overtreding met acuut gevaar of ander spoedeisend belang, dan treden we daadkrachtig op om de omgeving te beschermen. Hierbij hanteren we vanaf 2024 de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO).

Wat geven we prioriteit? Ons VTH-beleid bevat de activiteiten en aspecten die vanwege het hoge risico de grootste prioriteit hebben: • Calamiteiten met acuut gevaar • Gebouwen met een logiesfunctie • De brandveiligheid • De constructieve veiligheid • De omgevingsveiligheid (zie ook aandachtspunt 3) • De gezondheid • Het verwijderen van asbest • Monumenten

Op basis van kennis en ervaring en gelet op de huidige ontwikkelingen, krijgen in 2024 ook prioriteit: • Verduurzaming van gevolgklasse 2 en 3 (aandachtspunt 2) • Voorlichting plastic afval bouwplaatsen (aandachtspunt 3) • Opsporing van onbekende activiteiten (aandachtspunt 4) • Riolering / lozen van afvalwater • Intrekkingen van vergunde maar niet uitgevoerde activiteiten • Grote evenementen (type A) zoals de vierdaagse Omdat we onze aandacht in het toezicht vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken richten, doen we de dingen die er echt toe doen. In het VTH-beleid is opgenomen dat we deze aspecten met een hoog risico grondig controleren op alle kritische details. Wat doen we niet? Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten controleren we niet actief. Activiteiten of aspecten met een gemiddelde prioriteit controleren we op basis van onze kennis en ervaring alleen op de meest relevante voorschriften (zoals die voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid). Ook controleren we in 2024 niet meer: • Klachten over laag geprioriteerde activiteiten. • Klachten over gemiddeld geprioriteerde activiteiten zonder relevante risico's. • Gereedmeldingen bouwwerken gevolgklasse 1, tenzij de kwaliteitsborger relevante risico's meldt.

• Controle op technische bouweisen bestaande horecapanden, tenzij we relevante risico's verwachten. • Sloopmeldingen zonder asbest, tenzij we relevante (omgevings)risico's verwachten. • Niet risicovolle aspecten bij hoog geprioriteerde bouwwerken (vb vervangen van ramen in een ziekenhuis).

Naar melders communiceren we duidelijk over waar we van zijn en waarvan niet en waarom we al dan niet overgaan tot toezicht. In onze handhavingsprocedure beperken we ons legalisatieonderzoek tot of er concreet zicht op legalisatie bestaat (ligt er een ontwerp-omgevingsplan ter inzage of ligt er een aanvraag omgevingsvergunning welke het college voornemens is te vergunnen). Het staat de overtreder altijd vrij om legalisatie via een aanvraag zelf te onderzoeken. Dan betaalt deze net als nietovertredende initiatiefnemers leges voor de planbeoordeling. Hoe borgen we dit? Waar we op letten bij onze controles werken we aan de hand van de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij, uit in toezichtsprotocollen. Op deze manier borgen we dat toezicht zoveel mogelijk uniform plaatsvindt en er bij het toezicht voldoende aandacht is voor de prioriteiten. Dit is echter niet in beton gegoten: op basis van onze kennis en ervaring kijken we steeds wat (het meest) nodig en effectief is. Dit kan ook betekenen dat we goed naleefgedrag belonen met minder toezicht. Ook reserveren we tijd om 'vrij in het veld' aanwezig te zijn, zodat we ruimte hebben om onbekende activiteiten op te sporen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=23ae5a2d-3608-4d2d-a1f6-d7f884076990