CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

VOORSTEL TOT INTREKKEN Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)_vastgesteld_1_Regels

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: VOORSTEL TOT INTREKKEN Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -1 (Winkelcentrum - Weezenhof Herstelbesluit) (74/2024)25.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

b. c. d.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals: alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 5.1 van de Erfgoedwet; het begeleiden van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend door een daarvoor aangewezen archeologisch deskundige; het doen van nader archeologisch onderzoek.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de in lid 6.1 bedoelde grond zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b. c. d. e. f. g. h. i.

grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en het verwijderen van bestaande funderingen; het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor-en pompputten; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen, het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het omzetten van grasland in bouwland; het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-,of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

6.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden indien aan een van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. b. c.

op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; de werken en werkzaamheden in de bodem niet dieper gaan dan 0,30 meter onder het maaiveld; de oppervlakte van werken en werkzaamheden als bedoeld onder 6.4.1 onder d niet groter

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

39

d.

is dan 100 m2; de werken en werkzaamheden: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; 4. het archeologisch onderzoek betreffen.

6.4.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover op grond van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

6.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast en welke voorschriften, ter bescherming van de archeologische waarden, aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.

6.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a.

b.

40

de bestemming Waarde - Archeologie 2 als bedoeld in lid 6.1 geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn en niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; de bestemming Waarde - Archeologie 3 op te nemen indien op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

41

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Beeldende kunst

Het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, ten behoeve van beeldende kunst en gedenktekens zijn binnen alle bestemmingen toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 10 meter, met dien verstande dat de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.

8.2

(Bouw)werken ten algemenen nutte

Het oprichten van bouwwerken ten algemenen nutte, zoals: transformatorhuisjes, schakelhuisjes, bemalingsinrichtingen, kabels en leidingen, straatmeubilair, infiltratievoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van koude- en warmteopslag, wachthuisjes voor verkeers- en parkeerdiensten en schuilgelegenheden, is binnen alle bestemmingen toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.

8.3

de inhoud van elk gebouw niet meer mag bedragen dan 50 m³; de oppervlakte van elke overkapping niet meer mag bedragen dan 20 m²; de goothoogte van gebouwen niet meer dan 3 meter mag bedragen en de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 5 meter mag bedragen; de bouwhoogte van overkappingen niet meer dan 3 meter mag bedragen; voor de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, de bouwregels van de geldende bestemming van toepassing zijn; de regels van de dubbelbestemmingen en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.

Jongerenontmoetingsplaatsen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de bestemmingen Groen, Verkeer of Maatschappelijk ten behoeve van jongerenontmoetingsplaatsen onder de voorwaarden dat: a. b. c. d. e.

8.4

het gaat om een visueel goed zichtbare locatie; de locatie voldoende (verkeers)veilig is; de locatie bij voorkeur gelegen is nabij een speelvoorziening; de afstand tot omliggende woonbebouwing dusdanig is dat er geen hinder voor omwonenden is te verwachten; de oppervlakte van gebouwen en/of overkappingen ten behoeve van een jongerenontmoetingsplaats per locatie niet meer dan 20 m2 bedraagt. De goothoogte mag maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter bedragen.

Ondergronds bouwen

Bouwen onder peil ten behoeve van de bestemming is toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d.

42

bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van op de begane grond toegestane functies; bouwen onder peil is toegestaan binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen; bouwen onder peil ten behoeve van bouwwerken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 8.2 is toegestaan; bestaande ondergrondse gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan;

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

e.

de regels van de dubbelbestemming en algemene aanduidingsregels onverkort van toepassing zijn.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

43

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1

Aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten

9.1.1

Bouwregels

Ten behoeve van het onder lid 2 toegestane gebruik, mag in afwijking van de betreffende bestemming voor dit gebruik worden gebouwd, met dien verstande dat de daarvoor geldende bouwregels onverminderd van kracht blijven.

9.1.2

Specifieke gebruiksregels

In gebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden als woning (inclusief bijbehorende aan- en uitbouwen) is de uitoefening van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten toegestaan. Tevens is de uitoefening van aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten toegestaan in (vrijstaande of aangebouwde) bijgebouwen bij woningen. Voor aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten gelden de volgende voorwaarden: a.

b. c. d.

e.

maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende aan- en uitbouwen mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- en/of bedrijfsactiviteit. Het totale vloeroppervlak van de woning, aan- en uitbouwen en bijgebouwen tezamen dat wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, mag per woning niet meer dan 50 m2 bedragen; degene die de activiteiten in de woning uitvoert, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteiten dienen qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen horeca of detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en in relatie met een aan huis verbonden beroepsen/of bedrijfsactiviteit; het gebruik mag niet leiden tot beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.

9.2

Bed en breakfast

In hoofdgebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden voor de hoofdfuncties bedrijven, voorzover deze voorkomen in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijvigheid, cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening, kantoren en/of maatschappelijke voorzieningen is op de verdieping(en) een bed en breakfast toegestaan.

9.3

Buitenschoolse opvang en kinderdagverblijven

9.3.1

Bouwregels

Ten behoeve van het onder artikel 9.3.2 toegestane gebruik, mag in afwijking van de betreffende bestemming voor dit gebruik worden gebouwd, met dien verstande dat de daarvoor geldende bouwregels onverminderd van kracht blijven.

44

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

9.3.2

Specifieke gebruiksregels

In hoofdgebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden voor kantoor, recreatie en/of sport is het gebruik als buitenschoolse opvang en/of kinderdagverblijf onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. b. c.

d.

9.4

de activiteiten dienen qua aard, omvang en uitstraling te passen in de omgeving; de activiteiten moeten voldoen aan de door de GGD en de brandweer gestelde eisen; er dient voldaan te worden aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder dan wel op grond van akoestisch onderzoek of anderszins aangetoond te worden dat de betreffende functie ruimtelijk aanvaardbaar is; de activiteiten vinden naast of in combinatie met het volgens de betreffende bestemming toegestane gebruik plaats en mogen daarvoor geen belemmering vormen.

Evenementen

Evenementen zijn binnen alle bestemmingen toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor een vergunningvrij evenement op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.

9.5

Ondersteunende horeca

In gebouwen die ingevolge deze regels gebruikt mogen worden voor cultuur en ontspanning, detailhandel, perifere detailhandel, dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, recreatie en/of sport, en niet voor horeca, is ondersteunende horeca onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. b. c. d. e. f.

g.

h.

i. j.

de horeca-activiteit is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit; de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; de toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via die van de hoofdactiviteit, er is dus geen aparte ingang; er is in het pand vrij toegankelijke sanitaire ruimte; voor de horeca-activiteit mag geen aparte reclame worden gemaakt; van het totale vloeroppervlak van een food-detailhandelsbedrijf mag maximaal 20 m2 en niet meer dan 25% van het totale verkoopvloeroppervlak aan ondersteunende horeca worden besteed, mits binnen een afstand van 50 meter aan weerszijden van het pand zich geen andere zaak bevindt met ondersteunende of reguliere horeca; van het totale vloeroppervlak van een non-food detailhandelsbedrijf mag maximaal 50 m2 en niet meer dan 25% van het totale verkoopvloeroppervlak aan ondersteunende horeca worden besteed, mits binnen een afstand van 50 meter aan weerszijden van het pand zich geen andere zaak bevindt met ondersteunende of reguliere horeca; van het totale vloeroppervlak van een voorziening gericht op cultuur en ontspanning, een kantoor, maatschappelijke voorziening, een recreatieve- en sportvoorziening (met uitzondering van een sporthal en sportveld) mag maximaal 10% aan ondersteunende horeca worden besteed; van het totale vloeroppervlak van een sporthal mag maximaal 12% aan ondersteunende

horeca worden besteed; voor 1 sportveld mag maximaal 150 m2 aan ondersteunende horeca worden besteed en bij meerdere velden mag voor ieder extra sportveld maximaal 75 m2 worden opgeteld, met dien verstande dat de maximum oppervlakte niet meer mag bedragen dan 375 m2.

De gehanteerde oppervlaktematen betreffen de totale oppervlakte ten dienste van de

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

45

ondersteunende horecafunctie, niet inbegrepen de daarbij behorende ruimten als opslag, keuken- en toiletruimten.

9.6

Productiegebonden en ondergeschikte detailhandel

Productiegebonden detailhandel en ondergeschikte detailhandel bij bedrijven is onder de volgende voorwaarden toegestaan: a.

b. c. d.

e.

de detailhandel staat in directe relatie met de aanwezige bedrijfsvoering. Zo geldt voor productiebedrijven, dat er alleen producten mogen worden verkocht die door het bedrijf zelf zijn geproduceerd; ondergeschikte detailhandel voor groothandelsbedrijven is niet mogelijk voor de zogenaamde foodcategorieën; de detailhandel vindt plaats in een afgeschermde ruimte, de overige bedrijfsruimte is niet toegankelijk voor consumenten; de detailhandelsfunctie is gemaximeerd ten aanzien van de hoofdfunctie en bedraagt maximaal 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte, met dien verstande dat de maximum omvang ervan nooit meer dan 100 m² verkoopvloeroppervlakte bedraagt; voor de detailhandel gelden de openingstijden die ook voor de reguliere detailhandel van toepassing zijn.

9.7

Seksbedrijf

9.7.1

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van: a. b.

9.8

een seksbedrijf voorzover binnen de geldende bestemming geen aanduiding 'seksinrichting' is opgenomen; raam- en straatprostitutie.

Verkoopstandplaatsen

Verkoopstandplaatsen zijn binnen de bestemmingen Groen, Verkeer en Water toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor vergunningvrije standplaatsen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.

46

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

10.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een (bouw)werk of van werkzaamheden Het is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag verboden om innen de gebiedsaanduiding 'beeldbepalende boom' (bouw)werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. Deze bepaling is van toepassing voor werkzaamheden op of aan de bomen, die ter plaatse zijn weergegeven als beeldbepalende boom met de aanduiding 'beb'. Deze bepaling is eveneens van toepassing op het oprichten van bouwwerken binnen deze zone. Daarbij zal moeten worden aangetoond middels een Bomen Effect Analyse (BEA) dat de (bouw)werken en werkzaamheden geen nadelige effecten teweeg brengen voor de als waardevolle boom aangeduide opstanden en evenmin op de duurzame instandhouding ervan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

47

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van dit plan, voor zover het een in beperkte mate afwijking van de maatvoering betreft, noodzakelijk om het bouwwerk zodanig te laten aansluiten op een bestaande, legale situatie dat dit vanuit architectonisch en/of bouwkundig opzicht een verbetering is.

48

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

Artikel 12

Overige regels

12.1

Regels verkamering

12.1.1

Verbod op verkamering

Het is verboden om een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan te verkameren, tenzij: a. b.

het een bestaande situatie betreft; er sprake is van het verkameren door een hospes/hospita.

12.1.2

Afwijken van de regels voor verkamering

Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod op verkamering zoals bedoeld in lid 12.1.1 indien de verkamering niet leidt tot een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregels Kamerverhuur, met dien verstande dat, indien deze beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden.

12.2

Parkeerregels

12.2.1

Algemene parkeerregels

Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen.

12.2.2

Specifieke parkeerregels bij bouwplannen

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen dient te worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeer- en stallingsbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels Parkeren. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels Parkeren wijzigen, gelden de gewijzigde regels.

12.2.3 a.

b.

Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen

Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op de bijbehorende en daartoe bestemde gronden wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen, een en ander volgens de beleidsregels Parkeren van de gemeente Nijmegen zoals vastgesteld op 19 december 2023 en opgenomen in de bijlage bij de planregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels Parkeren wijzigen, gelden de gewijzigde

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

49

regels. 12.2.4

Strijdig gebruik

Ruimte(n) voor het parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

12.2.5

Afwijken van de parkeerregels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2.2 en in lid 12.2.3. Het bevoegd gezag neemt hierbij, conform de beleidsregels Parkeren, in overweging of: a. b. c.

het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; er op andere wijze in de benodigde parkeer- en stallingsbehoefte wordt voorzien; er een financiële voorwaarde dient te worden gesteld.

Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels.

50

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

13.1

Overgangsrecht bouwwerken

13.1.1

Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

13.1.2

Afwijken bij omgevingsvergunning

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 13.1.1 met maximaal 10%.

13.1.3

Uitzonderingen

Artikel 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2

Overgangsrecht gebruik

13.2.1

Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

13.2.2 a.

b.

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

51

13.2.3

Uitzonderingen

Artikel 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

52

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)'.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

53

54

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

Bijlagen bij de regels

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

55

Bijlage 1 Oplegnotitie Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen

56

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

Natuur Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen Winkelcentrum Weezenhof Oplegnotitie

Datum: 7 juni 2023

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

Aanleiding De gemeente Nijmegen hecht grote waarde aan een prettige leefomgeving. Voor haar burgers , maar ook voor de flora en fauna in de omgeving. Uitgangspunten uit de omgevingsvisie (Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040) zijn: We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor ‘natuurinclusief bouwen’. Om natuurinclusief bouwen te implementeren in de bouwplannen, is voor de Waalsprong de “Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong” (verder benoemd als Toolbox Waalsprong) opgesteld. Deze Toolbox Waalsprong is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en gekoppeld aan de Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen van de Provincie Gelderland. Voor de rest van de stad gaat een dergelijke Toolbox ook opgesteld worden. Deze is echter op dit moment nog niet beschikbaar. Deze oplegnotitie is bedoeld om de Toolbox Waalsprong toepasbaar te maken voor het plangebied door een kaart toe te voegen voor de ruimtelijke context. De systematiek en de puntenwaardering zijn ongewijzigd; een eventuele wijziging daarvan vereist tijd en afstemming met diverse interne disciplines. Totdat een nieuwe Toolbox beschikbaar is dient deze oplegnotitie gebruikt te worden zodat kansen die zich op korte termijn voordoen niet onbenut blijven.

Waar doen we het voor Het doel van het natuurinclusief ontwikkelen en bouwen is het versterken van de stedelijke biodiversiteit en het vergroten van de belevingswaarde voor de bewoners. Biodiversiteit is de verscheidenheid aan soorten die er zijn. Voor de mens is biodiversiteit van groot belang; voor ons welzijn, een goede ontwikkeling van gewassen en het voorkomen van ziekten en plagen. Variatie is belangrijk voor evenwicht in de natuur en maakt haar minder kwetsbaar. Tevens willen we met de groene maatregelen uit de toolbox een bijdrage leveren aan het tegengaan van hittestress, wateroverlast en droogte. Klimaatadaptieve maatregelen moeten bijdragen aan het terugdringen of tenminste beheersbaar houden van de effecten van klimaatverandering. De Nijmeegse klimaatadaptieve ambities zijn opgenomen in de omgevingsvisie.

Stap 1 – bepalen aantal potentiele verblijfplaatsen Gebouwbewonende soorten hebben hun broed- en verblijfsplaatsen in of tegen gebouwen. Huismussen leven al eeuwenlang in de omgeving van mensen, gierzwaluwen zijn in West-Europa sterk geassocieerd met mensen en ook de gewone dwergvleermuis is een echte cultuurvolger en is dan ook veel in de bebouwde omgeving te vinden. Door moderne bouwtechnieken zijn gebouwen echter vaak ontoegankelijk geworden en blijven weinig spontane spleten en gaten over die gebruikt kunnen worden door deze gebouwbewonende dieren. De nieuwe bebouwing in het plangebied kan echter ook in potentie veel nest- en verblijfplaatsen bieden wanneer daarin bewust ruimte wordt gecreëerd. Deze kans willen we benutten. Het ambitieniveau van de aantallen te realiseren potentiele verblijfplaatsen is gebaseerd op de van oudsher ruim aanwezige spontane kieren en gaten in gebouwen en gewenste variatie in microklimaat en omgeving. Voor de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis kan het plangebied dan in relatie met de groene omgeving geschikte huisvesting bieden. Vanwege de noodzakelijke ecologische keuzes en uitwerkingen moet u zich tijdens dit proces laten adviseren door een (eigen) ecologisch adviseur. De gemeente heeft een toetsende rol.

1

Stap 1a rekenkundige bepaling Het onderstaande rekenmodel dient gebruikt te worden om de aantallen te realiseren potentiele verblijfplaatsen te bepalen. Dit komt overeen met stap 1 uit de Toolbox Waalsprong.

Definities - Een kopgevel is de eerste en laatste gevel aan weerszijden van een huizenrij, huizenblok, tweekappers of (appartementen-)gebouw. Bij samengestelde hoogbouw en bouwcomplexen is een kopgevel ook herkenbaar doordat deze tussen de eerste en laatste gevel in de hoogte uitsteekt. Dit uitsteken wordt gekwantificeerd in een verschil in goothoogte van minimaal 20% ten opzichte van de daarnaast lager gelegen gevel.

Stap 1b plaatsing binnen plangebied De aantallen die voortkomen uit stap 1a dienen binnen het plangebied gerealiseerd te worden. Het is niet noodzakelijk dat de verdeling naar gevels uit het rekenmodel wordt aangehouden. Binnen de invloedsfeer van het plangebied dient gezocht te worden naar de beste locaties voor de potentiele verblijfplaatsen. Oftewel, binnen het plangebied dient geschoven te worden met de nestvoorzieningen.

Stap 1c ecologische potenties De aantallen die voortkomen uit stap 1a dienen binnen het plangebied gerealiseerd te worden. Binnen de invloedsfeer van het plangebied dient gezocht te worden naar de beste locaties voor de potentiele verblijfplaatsen. De uiteindelijke locatiebepaling van de verblijfplaatsen is afhankelijk van ecologische potenties. Daarbij zijn onder andere van belang de situering van de bouwblokken (bezonning) en de aanwezigheid van belemmerende elementen in de in- en uitvliegzone en verlichting. Deze factoren dienen in het ontwerpproces meegenomen te worden zodat er “bijgeschaafd” kan worden. Uitgangspunt is in een vroegtijdig stadium de opgave voor potentiele verblijfplaatsen mee te nemen, zodat er rekening kan worden gehouden met ecologische eisen. Het is weinig doelmatig om aan een voltooid ontwerp als laatste de verblijfplaatsen toe te voegen. Het is noodzakelijk dat er een (eigen) ecoloog betrokken wordt die deze factoren in het ontwerpproces meeneemt, zodat er geen voorzieningen gesitueerd worden op gevels die niet kansrijk zijn. Er kan alleen worden afgeweken van de aantallen uit stap 1a wanneer uit een ecologische onderbouwing blijkt dat dit niet leidt tot potentieel geschikte nest- en verblijfplaatsen voor de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Om tot duurzame vestiging van deze soorten te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg.

Wanneer zij geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen beperkt. Voor écht natuurinclusief bouwen en ontwikkelen is meer nodig.

Stap 2 – groen-stedelijke zone Om de bepalen binnen welke ruimtelijke context de natuurinclusieve maatregelen genomen worden is in de Toolbox Waalsprong het plangebied ingedeeld in vier zones (stap 2 uit de Toolbox Waalsprong). Aansluitend op deze indeling en karakterisering is het plangebied Winkelcentrum Weezenhof benoemt als groen-stedelijke zone. Dat betekent dat de aanwezigheid van (aangrenzend) groen het noodzakelijke leefgebied van de gebouwbewonende soorten moet garanderen. Ook andere soorten zullen hier van profiteren. De realisatie van groene maatregelen voor de opstalwikkelaar is in deze zone niet verplicht, echter wel zeer gewenst.

2

Figuur 1 Ruimtelijke context

Stap 3 – inwisselbaarheid van verblijfplaatsen In de Groen stedelijke zone zijn conform de systematiek groene maatregelen niet verplicht. In de Groen stedelijke zone mag 25% van het aantal verblijfplaatsen worden ingewisseld voor groene maatregelen. Het treffen van (extra) groene maatregelen is uiteraard mogelijk en zeer gewenst. In de Toolbox worden de groene maatregelen gewaardeerd met punten. Elke groene maatregel heeft een ecologische waarde van 1 tot 6 punten, zie bijlage A van de Toolbox Waalsprong. Bij de inwisseling van 25% nestvoorzieningen dienen er tenminste 6 punten gerealiseerd te worden.

Stap 4 – bepalen van type maatregelen Uit oogpunt voor natuur is een combinatie van verblijfplaatsen, foerageergebied én dekking gewenst. In bijlage A van de toolbox en in bijlage E ‘Mitigatiecatalogus’ vindt u een praktische handleiding voor natuurinclusief bouwen met uitgewerkte voorbeelden. Voor alle maatregelen geldt dat ze aantoonbaar: - gedurende de levensduur van de gebouwen in goede staat moeten blijven; - realiseerbaar zijn binnen de invloedsfeer van de uitvoerende partij; - beantwoorden aan het doel. Bij twijfel moeten de maatregelen worden goedgekeurd door de opdrachtgever om mee te kunnen wegen in de beoordeling.

Stap 5 – uitleg en verantwoording U verantwoordt in een toelichting hoe de beste locaties voor de potentiele verblijfplaatsen zijn bepaald, wat de groenmaatregelen inhouden en waar het komt. In de fase van het Voorlopig Ontwerp (VO) stuurt u naar de gemeente de volgende documenten ter toetsing: - een tekening met legenda waarop de potentiele verblijfplaatsen en groenvoorzieningen staan ingetekend; - de schriftelijke toelichting en verantwoording van de gemaakte keuzes (ecologisch advies).

Erratum

In de Toolbox Waalsprong zijn nog enkele onderwerpen genoemd. Hierover het volgende:

3

-

De maatregelen zoals benoemd in tabel B en C dienen in verhouding te staan tot de opgave en te beantwoorden aan het doel. Bij twijfel moeten de maatregelen worden goedgekeurd door de gemeente Nijmegen om te kunnen meewegen in de beoordeling.

4

Bijlage 2 Beleidsregels parkeren

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 - 1 (Winkelcentrum- Weezenhof Herstelbesluit)

63

Beleidsregels parkeren 2024 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Gelet op artikel 3.1.2 van het besluit ruimtelijke ordening en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Besluit vast te stellen de:

Beleidsregels Parkeren 2024

Hoofdstuk 1– Inleiding Met deze nota beoogt de gemeente Nijmegen te sturen op de leefbaarheid, bereikbaarheid en

mobiliteit van Nijmegen. Nieuwe ontwikkelingen (nieuwbouw, functieverandering of uitbouw) kunnen gepaard gaan met een parkeerbehoefte, een parkeervraag en een toenemend parkeerdruk in de

openbare ruimte. Een te hoge parkeerdruk leidt tot ongewenst zoekverkeer en bereikbaarheids- en

leefbaarheidsprobleem. En een te grote en te eenvoudige beschikbaarheid aan parkeerplekken leidt tot ongewenste mobiliteitskeuzes. De gemeente Nijmegen tracht dit probleem - zo veel mogelijk - te

voorkomen door bij de initiatiefnemer de verantwoordelijkheid neer te leggen om te voorzien in de

parkeerbehoefte bij een ontwikkeling. Bij deze verantwoordelijkheidsstelling is het hoofdmotief dat een parkeervraag bij een ontwikkeling niet mag worden afgewenteld naar de openbare weg. In een

tegenovergestelde situatie zou de parkeerdruk op de openbare weg onder alle omstandigheden

ongunstig worden belast. Deze belasting is onwenselijk, bezien vanuit de hoofddoelstellingen van deze nota.

In de nota Parkeren 2020-2030 staat dat Nijmegen is een stad in ontwikkeling is waar op verschillende locaties ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Dit betreft inbreidingslocaties of hoog-stedelijke uitbreidingen die om een andere mobiliteitsaanpak vragen: minder ruimte voor de auto. De oude

parkeernormen dragen enerzijds niet bij aan de gewenste mobiliteitstransitie en zorgen anderzijds tot de realisatie van parkeerplaatsen die in de praktijk niet worden gebruikt en hoge kosten voor een initiatiefnemer. Er is behoefte aan nieuwe normen die ons de komende jaren bij ruimtelijke

ontwikkelingen de mogelijkheid biedt om flexibiliteit en maatwerk toe te passen. Dit vormt de basis voor de voorgestelde beleidsregels in deze nota. Deze versie is een doorontwikkeling van de versie 2022.

Om de stad leefbaar, aantrekkelijk en duurzaam bereikbaar te houden wil de stad er voor zorgen dat

mensen hun mobiliteitsgedrag gaan veranderen. Want als er niets verandert, dan slibt de stad dicht en ontstaan structurele verkeersinfarcten. Deze verandering over langere termijn noemen we de

mobiliteitstransitie. Hoe Nijmegen dat gaat doen, dat staat beschreven in de Agenda versnelling

mobiliteitstransitie. De gemeenteraad heeft op 7 juni 2023 de Agenda Versnelling Mobiliteitstransitie vastgesteld.

De wijze waarop bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning de parkeereis voor auto en fiets

berekend en onderbouwd moeten worden, staat in de beleidsregels parkeren. Hiernaast dient rekening te worden gehouden met onder andere de vigerende Spelregels invoering betaald parkeren gemeente Nijmegen, het Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren, de parkeerverordening, de

1/58

beleidsregels deelmobiliteit, de Huisvestingsverordening, het Facetbestemmingsplan Kamerverhuur of een opvolger van deze stukken.

Hoofdstuk 2 – Uitgangspunten parkeernormen Waarom parkeernormen voor auto en fiets? De gebruikelijke wijze om de parkeerbehoefte bij (sloop)nieuwbouw, functieverandering (transformatie) of uitbouw (verder samengevat met: ontwikkelingen) te bepalen is om gebruik te maken van

parkeernormen. Voor een duurzame bereikbaarheid en leefbaarheid van een gebied of locatie is het essentieel dat wordt gewaarborgd dat geen sprake is van te hoge autoparkeerdruk, ongewenst

zoekverkeer of onnodige automobiliteit. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot overlast in de nabije omgeving.

Parkeerkencijfers, parkeernormen en parkeerbehoefte Met een parkeernorm wordt een berekening gemaakt van het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij een ontwikkeling. Het CROW heeft in publicatie 381 kencijfers opgenomen die als handvat kunnen dienen voor een gemeente om parkeernormen vast te stellen.

De in deze nota opgenomen Nijmeegse parkeernormen zijn afgeleid van deze CROW-

parkeerkencijfers. De basis voor de Nijmeegse parkeernormen is het minimum van de kencijfers van het CROW per functie. Alleen in de ‘2de schil / overloop” is, ten behoeve van een stapsgewijze

overgang, uitgegaan van het kengetal tussen minimum en gemiddeld. Deze keuze sluit aan bij de

gemeentelijke mobiliteitsdoelen. In het Ambitiedocument Mobiliteit (2019) wordt immers ingezet op het niet verder laten groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s binnen de stad.

Toepassing van parkeernormen Bij het beoordelen van een ontwikkeling toetst de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Om interpretatieverschil en willekeur bij toepassing van parkeernormen te

voorkomen, is het noodzakelijk dat de gemeente een eenduidige beleidslijn hanteert. Dit doet tevens recht aan rechtszekerheid en het rechtsgelijkheidsbeginsel waardoor de juridische houdbaarheid

verbetert. Er kunnen zich specifieke omstandigheden voordoen die aanleiding zijn om van de normen

in deze nota af te wijken. Een goede motivering is daarvoor essentieel. Dit wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt.

Parkeren oplossen op eigen terrein Iedere initiatiefnemer van een plan is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende

parkeerruimte. Een nieuwe ontwikkeling mag geen parkeerproblemen veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat de initiatiefnemer ervoor zorgdraagt dat er voldoende parkeerruimte ten behoeve van de

ontwikkeling wordt gerealiseerd. Dit dient op eigen terrein te worden opgelost. Bij ontwikkelingen waar ook de openbare ruimte wordt mee ontwikkeld, is het mogelijk om het plangebied geheel te zien als tijdelijk eigen terrein.

Eigen terrein betekent niet per definitie fysiek op eigen terrein. Een parkeervoorziening die ten

behoeve van een ontwikkeling is gerealiseerd, maar niet op het terrein van die ontwikkeling ligt, kan

ook worden beschouwd als ‘eigen terrein’. Dit is bijvoorbeeld het geval als een aantal parkeerplaatsen wordt geclusterd op een pleintje dat alleen toegankelijk is voor bewoners, of als een parkeergarage

wordt gerealiseerd die bedoeld is als gemeenschappelijke parkeervoorziening voor meerdere functies.

2/58

Zie artikel 3 tabel 10 voor de maximale loopafstanden die worden gebruikt tussen bouwobject en parkeerplaats.

In Nijmegen wordt volop gebouwd. Als we de stad bereikbaar willen houden voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer én auto’s, blijft er minder ruimte over voor parkeren op straat. Daarom is een

belangrijk uitgangspunt van voorliggende beleidsregels dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers géén parkeervergunning krijgen (zie beleidsregel 5). Parkeerplekken komen in of onder het nieuwe

gebouw, op eigen terrein, of worden gereserveerd in bestaande, nabijgelegen parkeergarages. Hiermee creëren we vooraf duidelijkheid naar projectontwikkelaars en potentiële bewoners (of bedrijven) die zich oriënteren op een nieuwbouwproject. Voor bezoek wordt per ontwikkeling maatwerk geleverd. De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor communicatie van het al dan niet beschikbaar zijn van parkeerplaatsen op eigen terrein richting toekomstige bewoners en gebruikers, alsmede het

beschikbaar stellen van parkeerplaatsen aan de beoogde doelgroepen zoals opgenomen in de parkeerbalans.

Uitsluiting van nieuwbouw vindt plaats door instellen van een zogenoemd nulplafond in het ‘Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren’. De gemeente kan afwijken van de regel om geen

parkeervergunningen te verstrekken als bij nieuwbouw wordt voldaan aan tenminste één van de in dit artikel 3 beschreven afwijkingscriteria / vrijstellingen.

Hoofdstuk 3 - Algemene bepalingen A.

Definities

•

Acceptabele loopafstand: de kortste looproute over de openbare weg van ingang van het pand

•

Autoparkeereis: het aantal na saldering te realiseren autoparkeerplaatsen ten behoeve van een

•

Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen voor een bepaalde

•

Autoparkeerplaats: de minimaal benodigde ruimte om een auto te parkeren conform NEN 2443

•

Bestaande functie: de laatst (legaal) vergunde situatie

•

Binnenstad: het deel van het historische centrum, inclusief stationsgebied, zoals weergegeven

.

Bijzonder gemeentelijk belang: een project van grote betekenis voor de stad waarbij de

•

BVO / bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van één of meerdere ruimten van een

•

CROW: onafhankelijk kennisinstituut op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en

tot aan de parkeerplaats of ingang van de parkeervoorzieningen. ontwikkeling.

functie nodig zijn.

(parkeergarages en parkeerterreinen).

in kaart 1.

leefbaarheid van de stad, het klimaat en werkgelegenheid een doelstelling is

vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek overeenkomstig NEN 2580.

verkeer en vervoer. CROW ontwikkelt onder andere kencijfers op het gebied van verkeersgeneratie en fietsparkeren. •

Dubbelgebruik: bij dubbelgebruik wordt dezelfde autoparkeerplaats gebruikt voor

verschillende functies. De autoparkeerplaats moet dan altijd vrij toegankelijk zijn voor de gebruikers

3/58

van deze functies. Volledig dubbelgebruik is alleen mogelijk als het maatgevende moment waarop de parkeerbehoefte het grootst is, niet samenvalt voor de verschillende functies. •

Eigen terrein: het bouwoppervlak waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd, daaronder

•

Fietsparkeerbalans: in een fietsparkeerbalans wordt de fietsparkeereis berekend en

begrepen het daarbij behorende terrein dat als parkeerterrein is bestemd.

onderbouwd of en in welke mate dubbelgebruik van fietsvoorzieningen door verschillende functies mogelijk is. Hierbij wordt op verschillende tijdsmomenten gekeken naar het gebruik door de verschillende functies. •

Fietsparkeereis: het aantal na saldering te realiseren fietsparkeerplaatsen ten behoeve van een

•

Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen voor een bepaalde

•

Fietsparkeerplaats: de ruimte die nodig is om een gangbare fiets te kunnen stallen, conform

•

Fietsparkeur: toetsing en certificatie van fietsparkeersystemen op basis van eisen zoals te

•

Gereguleerd parkeergebied: een gebied waar een vorm van parkeerregulering is ingevoerd,

•

Maatgevende moment: het moment waarop de parkeerbehoefte van verschillende functies

•

Mobility-as-a-Service: een mobiliteitsconcept, waarbij de consument gebruik maakt van

•

Openbare parkeercapaciteit: de voor alle parkeerders vanaf de openbare weg toegankelijke

•

Parkeerkencijfer: een pp de praktijk gebaseerd cijfer van de verwachte parkeerbehoefte.

•

Parkeernorm: het aantal auto-/ fietsparkeerplaatsen dat voor een functie gerealiseerd moet

ontwikkeling.

functie nodig zijn. Fietsparkeur.

vinden op www.fietsparkeur.nl.

zoals betaald parkeren, vergunninghoudersparkeren of een blauwe zone. binnen een ontwikkeling het hoogst is.

verschillende transportmiddelen via één abonnement. parkeercapaciteit.

worden, uitgedrukt in een aantal auto-/ fietsparkeerplaatsen per eenheid, bijvoorbeeld een oppervlakte-eenheid. •

Salderen: het berekenen van de parkeereis op basis van het verschil tussen de parkeervraag in

de nieuwe situatie en de parkeervraag in de oude situatie (voor en na het realiseren van een

ontwikkeling, rekening houdend met aanwezigheidspercentages van de oude en nieuwe functie). •

Sociale huur: woningen waar bij het aangaan van de huurovereenkomst de huur niet hoger is

•

WVO: winkelvloeroppervlak

B.

Grondslag

dan de sociale huurgrens. In 2023 ligt deze grens op €808,06 per maand.

Voorheen was toetsing van de parkeernormen geregeld in de Bouwverordening. Met ingang van 1 juli 2018 dienen parkeernormen echter opgenomen te worden in het bestemmingsplan.

In 2017 is een paraplubestemmingsplan vastgesteld, waarmee de beleidsregels parkeren van

toepassing is verklaard op alle bestemmingsplannen waarin de parkeernormen nog niet waren

opgenomen. Voor alle nieuwe bestemmingsplannen geldt de verplichting om een parkeernorm voor te schrijven, dan wel te verwijzen naar de Nota Parkeernormen.

4/58

In het facetbestemmingsplan is een dynamische verwijzing naar de beleidsregels parkeren opgenomen. Dit houdt in dat wanneer gedurende de planperiode de beleidsregels parkeren wijzigen, de gewijzigde regels gelden. De bestemmingsplannen en beheersverordeningen hoeven daardoor niet opnieuw te worden herzien wanneer de beleidsregels parkeren wijzigen.

In alle nieuwe bestemmingsplannen is / wordt een parkeerregeling opgenomen met een dynamische verwijzing naar de beleidsregels parkeren. In deze regels is sprake van het parkeren en stallen van voertuigen - hieronder vallen ook fietsen.

C.

Vaststelling en inwerkingtreding

De beleidsregel worden vastgesteld in de collegevergadering van 19 december 2023 en treden één dag na publicatie in het Gemeenteblad inwerking.FF

D.

Overgangsbepaling

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die is ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit, wordt afgedaan op grond van de tot de inwerkingtreding van dit besluit geldende regels. Dit tenzij

toepassing van de nieuwe beleidsregels gunstiger voor de aanvrager van de omgevingsvergunning is. In dat geval zijn onderhavige beleidsregels van toepassing.

Bijlagen De bijlage 1 maakt onverkort en integraal onderdeel uit van de beleidsregels.

5/58

Hoofdstuk 4– Artikelen Artikel 1 Onderbouwing parkeernormen Nijmegen BELEIDSREGEL 1: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals weergegeven in kaart 1.

Parkeernormen zijn maatwerk Bij het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen is het de kunst om deze zo vast te stellen dat ze zo veel mogelijk recht doen aan de situatie ter plaatse. Dit betekent ook dat binnen een gemeente

verschillende parkeernormen voor eenzelfde functie kunnen gelden afhankelijk van de locatie van de functie (verschillende gebieden). Zaken als bereikbaarheid met het openbaar vervoer, fiets en het autobezit spelen daarbij een rol. De hoogte van de parkeernormen verandert in de tijd.

Nijmegen is in ontwikkeling: het aantal inwoners en de werkgelegenheid blijft de komende jaren

toenemen. Om deze groei te kunnen faciliteren vinden diverse ruimtelijke ontwikkelingen plaats. De

parkeernormen die tot 2020 werden gehanteerd droegen niet bij aan de gewenste mobiliteitstransitie

(minder automobiliteit) en zorgden tot de realisatie van onnodig veel parkeerplaatsen en hoge kosten voor een initiatiefnemer.

In het parkeerbeleid zoals op 25 november 2020 vastgesteld door de gemeente (ParkeernotaNijmegen2020-2030.pdf) is daarom opgenomen dat de parkeernormen zouden worden geactualiseerd. De in deze beleidsregels opgenomen parkeernormen bieden ons handvatten om de komende jaren bij ruimtelijke ontwikkelingen flexibiliteit en maatwerk toe te passen. Hiermee sluit de

parkeernormsystematiek aan op onze ambitie om de auto een minder dominante positie in het straatbeeld te geven en duurzaam vervoer te stimuleren

Gebiedstypen De basis voor de zone-indeling wordt gevormd door centrumzones met daar omheen verschillende ringen: binnenstad (stadscentrum + stationsgebied), centrum, schil 1e ring, schil 2de ring, rest bebouwde kom en buitengebied.

Bij het bepalen van deze zones is uitgegaan van logisch afgebakende gebieden met duidelijke grenzen. Daarbij is rekening gehouden met de ruimtelijke ontwikkelingen zoals op dit moment bekend.

Voor de gebieden rondom de treinstations is niet de stedelijkheidsgraad, maar de aanwezigheid van

een OV-knooppunt en daarmee goede alternatieven voor het gebruik en parkeren van de auto leidend

geweest (stations Lent, Dukenburg, Heijendaal Campus, station Goffert/NTC). Deze worden gezien als zijnde onderdeel van het gebied ‘centrum’.

De gebiedsindeling is te vinden op KaartViewer - Mobiliteit (nijmegen.nl), onder ‘Thema – Beleid – stedelijkezones tbv parkeernormering’. Deze indeling is ook weergegeven in kaart 1.

6/58

Kaart 1. Stedelijkheidszones t.b.v. parkeernormering

7/58

8/58

Artikel 2. De parkeernormen BELEIDSREGEL 2: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.

De in dit artikel opgenomen autoparkeernormen zijn vaste normen (er mogen niet meer of minder

autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd bij een ontwikkeling). Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.

Per functie zijn de parkeernormen in bijgaande tabellen verwoord. Er is een indeling gemaakt in de volgende categorieën: 1.

Woningen

2.

Werken

3.

Winkelen en boodschappen

4.

Sport, cultuur en ontspanning

5.

Horeca en (verblijfs-)recreatie

6.

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

7.

Onderwijsvoorzieningen

De toe te passen parkeernormen zijn per functie onderverdeeld naar de in artikel 1 beschreven gebiedstypen.

In onderstaande tabellen staat een paar keer de afkorting ‘n.v.t.’. Dit betekent dat het CROW voor de

betreffende functie en gebied geen parkeerkencijfer heeft. Wanneer bij een functie ‘n.v.t.’ staat en een parkeernorm toch nodig is bij een ontwikkeling, dan wordt gekeken of voor de betreffende functie de parkeernorm van het meest vergelijkbare gebied kan worden gebruikt of voor de betreffende functie

een parkeernorm van een vergelijkbare functie kan worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is, dan dient de aanvrager -op basis van ervaringen bij vergelijkbare ontwikkelingen aan te tonen welke

parkeernorm toepasbaar, De gemeente beoordeelt de onderbouwing en bepaalt of deze toereikend is. Ten aanzien van de binnenstad (zoals begrensd in geel op kaart 1), geldt voor alle functies dat er niet voldaan hoeft te worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bezoekers van deze functies kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden.

1.

Woningen

Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. Er is hierbij gekozen om aan te sluiten op de type woningen en de kengetallen zoals gehanteerd door het CROW en niet meer te kiezen voor onze eigen differentiatiecriteria gebaseerd op grootte van de woning. De parkeervraag van een appartement is immers anders dan die van een vrijstaande woning.

Voor de categorieën ‘Koop, 2-onder-een-kap’, ‘Koop, rij’, ‘Koop, appartement duur’ en ‘Koop,

appartement gemiddeld’ wordt voor wat betreft het centrum en Schil 1e ring afgeweken van de CROWkencijfers. Hier is, vanwege de ontwikkelingen in deze zones zoals onder andere Hof van Holland, gekozen voor een parkeernorm van 1,3 per woning, zodat iedere woning over een parkeerplaats

beschikt. De CROW-kencijfers gaan hieruit van 0,9 tot 1,3 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 bezoek).

Onderstaande parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor

bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt (voor studentenkamers is dit minder). De parkeerplaatsen voor zover deze

9/58

voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel bezoekers” in onderstaande tabel) moeten altijd toegankelijk en beschikbaar zijn voor bezoekers. Het is dus niet noodzakelijk dat de

parkeercapaciteit voor bezoekers altijd op gemeentelijk terrein moet worden gerealiseerd. Dit kan ook op eigen terrein, al dan niet voorzien van een slagboom. De parkeercapaciteit voor bezoekers kan

echter niet in bijvoorbeeld een afgesloten parkeerkelder worden gerealiseerd die van buitenaf niet vrij toegankelijk voor bezoekers is.

In vrijwel de hele gemeente passen we een bezoekersnorm van 0,25 per woning toe (dit was voorheen 0,30 – deze verlaging betekent dat in onderstaande tabel de meeste parkeernormen met 0,05 zijn

verlaagd). In de zone Binnenstad zoals weergeven in kaart 1 geldt echter een bezoekersnorm van 0,00

per woning. Bezoeker kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages).

Binnen -stad

Centrum

Schil 1e

Schil 2e

Rest

Buiten-

ring

ring

BBK

gebied

Bezoek

Koop, vrijstaand

1,15

1,25

1,35

1,55

1,65

2,00

0,25

Koop, 2-onder-een-kap

1,05

1,25

1,25

1,45

1,55

1,75

0,25

Koop, rij

0,95

1,25

1,25

1,35

1,35

1,55

0,25

Koop, appartement duur

0,95

1,25

1,25

1,35

1,45

1,65

0,25

0,85

1,25

1,25

1,25

1,25

1,45

0,25

0,95

0,75

0,85

1,05

1,05

1,15

0,25

Huur, huis, (middel)duur

0,95

0,95

1,15

1,35

1,35

1,55

0,25

Huur, huis, sociale huur

0,75

0,75

0,85

1,05

1,05

1,15

0,25

midden/goedkoop incl.

0,55

0,55

0,65

0,85

0,85

1,00

0,25

Huur appartement, duur

0,85

0,85

1,05

1,25

1,25

1,50

0,25

Kamerverhuur (per kamer)

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,05

Studentenwoning

0,20

0,20

0,20

0,20

0,20

0,20

0,05

Kleine eenkamerwoning

0,50

0,50

0,50

0,50

0,60

0,60

0,2

0,70

0,70

0,70

0,70

0,70

n.v.t.

Koop, appartement middelduur

Koop, appartement goedkoop

Huur, appartement, sociale huur

Zorgwonen / beschut wonen (per kamer)

0,25 (incl

personeel)

Tabel 1: Autoparkeernormen woningen (parkeernorm geldt per zelfstandige woning of waar vermeld per kamer)

10/58

Toelichting: •

Prijscategorieën Nijmegen conform Uitvoeringsagenda Wonen (prijspeil 2023): o

o

Huur

Koop

sociaal

≤ € 808,06

Middelduur

€ 808,06 - € 1.116,85

Duur

> € 1.116,85

Goedkoop

< € 220.000

Middelduur

€ 220.000 - € 280.000

Duur

> € 280.000

De huurgrenzen voor sociale huur worden jaarlijks geactualiseerd op basis van landelijke

huurregelgeving. De laatst geldende huurregelgeving is van toepassing op deze beleidsregels. De maximale huurprijs voor middeldure huur is de huurprijs die gekoppeld is aan 185 punten in het

woningwaarderingsstelsel. De laatste aanpassing van het woningwaarderingsstelsel is van toepassing op deze beleidsregels. De koopgrenzen zijn gebaseerd op het woonbehoefteonderzoek uit 2019.

Indien nodig worden deze koopgrenzen geactualiseerd op basis van de lokale doorrekening van het driejaarlijkse Woon Onderzoek Nederland (WoON).

In gebieden waar de Verordening doelgroepen woningbouw Nijmegen (link) van toepassing is, is het niet mogelijk om in de categorie middeldure huur en de koopsector woningen te realiseren met een minimummetrages onder de 50m2. •

Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw (zoals een flat) of een

•

Zorgwonen is een woonvorm die valt onder de bestemming Wonen, maar waarbij specifiek is

woning met één woonlaag die is ontstaan na een woningsplitsing.

aangegeven dat de bewoners met ondersteuning wonen en er een gemeenschappelijke ruimte

aanwezig is. Er is geen 24 uurs zorg of begeleiding aanwezig. Deze woonvorm wordt ook wel beschut wonen genoemd. •

Voor de functie kamerverhuur geldt in heel Nijmegen een parkeernorm van 0,5 parkeerplaats

per kamer. Deze parkeernorm geldt alleen voor (delen van) complexen bestaande uit niet-zelfstandige eenheden. Kamerverhuur is in de definitie van wonen namelijk altijd onzelfstandig. •

Een studentenwoning is een woonruimte (maximaal 50 vierkante meter GO) voor studenten in

een gebouw of deel van een gebouw, al dan niet met een eigen (door de het college toegekend)

huisnummer, eigen toilet en douche en keuken (zie ook de vigerende Huisvestingsverordening). Bovenstaande parkeernorm geldt voor (delen van) complexen bestaande uit kleinere

eenkamerwoningen die alleen aan studenten worden verhuurd. De verhuurder van de betreffende studentenwoningen moet als zodanig ingericht zijn op de verhuur aan studenten en het daarop toezien. De bewijslast / onderbouwing hiervan ligt altijd bij de initiatiefnemer. •

Kleine eenkamerwoning: een zelfstandige sociale huurwoning (dus geen vrije sector of koop) -

(een studio of tiny house) met een eigen adres en een vloeroppervlak van maximaal 50 vierkante meter GO. •

In het geval van een hospita/hospes situatie, waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers

worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het grondoppervlak van de woning wordt gerekend). •

Het realiseren van één parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan indien dit ten koste

gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het verharden van

voortuinen t.b.v. van parkeren. Er wordt hiervoor geen inritvergunning verleend. Voor meerdere

11/58

parkeerplaatsen op eigen terrein kan wel een openbare parkeerplaats worden opgeheven. In dat geval dient dit positief bij te dragen aan de parkeerbalans. Hierbij wordt een openbare parkeerplaats als 1 gerekend en een particuliere parkeerplaats als 0,6. Dit verschil ontstaat doordat een openbare

parkeerplaats inwisselbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. Deze regeling geldt echter niet in gebieden waar parkeerregulering is ingevoerd.

2.

Werken Binnen

Centru

Schil

Schil

Rest

Buiten-

0,9

0,9

1,3

1,4

1,4

2,3

1,3

1,3

1,6

1,7

2,0

3,3

1,1

1,1

1,5

1,6

1,9

2,1

0,4

0,4

0,5

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

1,1

1,2

1,3

1,7

-stad Kantoor zonder baliefunctie

Commerciële

dienstverlening Bedrijf

arbeidsintensief /

bezoekersextensief Bedrijf

arbeidsextensief /

bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebo uw

Opslagbedrijf

n.v.t.

m

0,07

1e ring

0,07

2e ring

0,07

BBK

0,07

gebied

0,07

Eenheid

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

unit

Bezoe k

5%

20%

5%

5%

5% 95%

(min 2 pp)

Tabel 2:Autoparkeernormen Werken

Toelichting: •

Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.

•

Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie

•

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een

•

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf

•

Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te

werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers). (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers). huisvesten.

12/58

Aan-huisgebonden beroepen In de bestemmingsplannen zijn regels opgenomen voor de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep in samenhang met wonen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis.

Voor wat betreft parkeren geldt dat op eigen erf / terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat wanneer: •

parkeren op eigen erf verkeerskundig niet mogelijk is, c.q.

•

stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is, of

•

om een andere reden niet mogelijk is,

het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten mag betreffen dat daardoor extra

verkeersmaatregelen -waaronder parkeervoorzieningen- noodzakelijk worden in het openbaar gebied. De aanvrager van omgevingsvergunning moet aantonen dus dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie ook bijlage 1).

13/58

3.

Winkelen en boodschappen Binnen-

Centrum Schil 1e

Schil 2e

Centrumfuncties

3,1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

100 m2

99%

Mandjessupermarkt

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

n.v.t.

100 m2

89%

Buurtsupermarkt

0,9

0,9

1,7

2,2

2,4

n.v.t.

100 m2

89%

Full-service

2,1

2,1

3,0

3,7

3,9

n.v.t.

100 m2

93%

Grote supermarkt

4,9

4,9

5,8

6,3

6,7

n.v.t.

100 m2

84%

Groothandel

n.v.t.

n.v.t.

4,9

4,9

4,9

n.v.t.

100 m2

80%

Groothandel

n.v.t.

n.v.t.

5,4

5,4

5,4

n.v.t.

100 m2

80%

Buurtcentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,1

2,6

2,7

n.v.t.

100 m2

72%

Wijkcentrum

n.v.t.

3,1

3,3

3,8

4,1

n.v.t.

100 m2

79%

Stadsdeelcentrum

n.v.t.

3,7

4,2

4,7

5,3

n.v.t.

100 m2

85%

kleinschalige

1,3

1,3

1,6

1,7

2,0

3,3

Weekmarkt

0,15

0,15

0,15

0,15

0,15

0,15

100 m2

85%

Kringloopwinkel

n.v.t.

n.v.t.

0,9

1,0

1,4

2,0

100 m2

89%

Bruin- en

2,9

2,9

4,8

5,2

6,6

8,5

100 m2

92%

Woonwarenhuis /

0,9

0,9

1,3

1,4

1,4

1,7

100 m2

91%

stad

supermarkt

(XL)

specialist

algemeen

(gemiddeld)

Solitaire

detailhandel

witgoedzaak

woonwinkel

ring

ring

Rest BBK

Buitengebied

Eenheid

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

100m2 BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

bezoek

80%

14/58

Woonwarenhuis

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4,0

4,4

100 m2

95%

Meubelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

1,6

1,7

2,0

n.v.t.

100 m2

93%

Winkelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

3,2

3,3

3,7

n.v.t.

100 m2

94%

Outletcentrum

n.v.t.

n.v.t.

7,8

8,3

8,6

9,4

100 m2

94%

Bouwmarkt

n.v.t.

n.v.t.

1,5

1,6

2,0

2,2

100 m2

87%

Tuincentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,0

2,1

2,3

2,6

100 m2

89%

Groencentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,0

2,1

2,3

2,6

100 m2

89%

Showroom

n.v.t.

0,7

0,9

0,9

1,3

1,3

100 m2

35%

(zeer groot)

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

Tabel 3. Autoparkeernormen Winkelen en Boodschappen

Toelichting: •

Centrumfuncties: De autoparkeereis voor de binnenstad (zie kaart 1) wordt voor horeca en

detailhandel / funshoppen) berekend middels een algemene parkeernormen van 3,1 parkeerplaats per 100 m2 BVO. •

Er worden vier typen supermarkten onderscheiden -

Mandjessupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2

winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft waarbij het gebruik van winkelwagens is uitgesloten in de

omgevingsvergunning. De winkel leent zich daarom niet voor het grootschalig inslaan van boodschappen. -

Buurtsupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2

winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft. -

Fullservice supermarkt - dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor

-

Grote supermarkt (XL) – hebben een (zeer) uitgebreid assortiment met een oppervlakte

groente, vlees, kaas en brood. De oppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 WVO. groter dan 2.500 m2 WVO (en vaak kleiner dan 4.000 m2 WVO). Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=cc49f432-b247-472e-bfc5-dce7e869549c