CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsagenda Circulaire Stad

Besluitronde (raadsvergadering) 10 september 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Brief Uitvoeringsagenda Circulaire Stad Nijmegen 2025-20309.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsagenda Circulaire Stad Nijmegen 2025 - 2030 nijmegen.nl

Voorwoord Onze huidige omgang met grondstoffen is onhoudbaar. Door de groeiende wereldbevolking stijgt de vraag naar producten, waardoor we veel grondstoffen verbruiken. Voorraden raken uitgeput en de winning en productie van nieuwe materialen dragen bij aan klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en vervuiling. Onze manier van produceren en consumeren legt een enorme druk op schaarse grondstoffen. We verspillen ongeveer een derde van ons voedsel. Daarnaast veroorzaken consumptiegoederen een flinke milieubelasting. In onze huidige economie verbranden we afgedankte producten met waardevolle grondstoffen als afval. Als we zo doorgaan, putten we de aarde uit en zijn er niet genoeg grondstoffen voor de volgende generaties. Door materialen en grondstoffen slim en hoogwaardig te hergebruiken, sluiten we kringlopen en voorkomen we verspilling. We moeten bewuster en efficiënter omgaan met grondstoffen, materialen en producten. Zo blijft Nijmegen een gezonde en prettige plek om te wonen en werken. Ons doel is een goed leven voor iedereen, binnen de grenzen van onze aarde. Daarom streven we naar een volledig circulaire stad in 2050, waarin geen grondstoffen verloren gaan. Dit komt niet alleen de economie en natuur ten goede, maar ook de inwoners en toekomstige generaties van Nijmegen.

Wanneer ik denk aan een volledig circulaire stad, stel ik me een plek voor waar we grondstoffen alleen gebruiken wanneer dat echt nodig is. Dit vraagt om een systeemverandering, waarbij we de waarde van grondstoffen behouden in plaats van verspillen. Circulariteit is haalbaar als we samenwerken. Als gemeente nemen we hierin het voortouw en willen we een inspirerend voorbeeld zijn voor onze inwoners en bedrijven. In deze agenda beschrijven we de maatregelen waarmee we de grootste impact kunnen maken. Denk aan aanpassingen in de openbare ruimte zoals onderhoud van wegen en bruggen, de gebouwde omgeving, zoals (gemeentelijke) panden en een duurzaam eigen inkoopbeleid. Zo zetten we concrete stappen richting een circulaire toekomst. De Uitvoeringsagenda Circulaire Stad 2030 biedt richting voor de plannen en acties die we als gemeente de komende jaren uitvoeren. Hierin staan onze ambities centraal. We stellen concrete doelen en sturen waar nodig bij. Dit geeft houvast en vormt een sterke basis voor onze circulaire transitie. Ons doel is ambitieus: in 2030 willen we het grondstoffenverbruik al gehalveerd hebben. Dit kunnen we alleen bereiken als iedereen – inwoners, bedrijven en de gemeente – samenwerkt. Zo bouwen we gezamenlijk aan een duurzame toekomst.

2

2

Inhoud Inhoudsopgave

3

1. Inleiding

4

1.1

Doelstelling

6

1.2

R-ladder

6

1.3

Context

7

1.4

Rol van de gemeente

9

1.5

Prioriteiten

10

1.6

Monitoring

14

2. Doelen en aanpak

15

2.1

3

Bouw en Openbare ruimte

15

2.1.1 Circulair werken in de fysieke ruimte

17

2.1.2 Circulaire bouw

18

2.1.3 Circulaire Openbare ruimte

21

2.2

Zorg

24

2.3

Maakindustrie

25

2.4

Voeding en voedsel

26

2.5

Afval

30

3. Circulaire overheid

34

4. Communicatie

37

3

1

Inleiding De gemeente Nijmegen heeft de ambitie om in 2050 een circulaire stad te zijn, waar geen grondstoffen verloren gaan. Dit betekent dat we producten zo lang en hoogwaardig mogelijk gebruiken en grondstoffen zoveel mogelijk behouden. Wereldwijd worden er op dit moment acht keer zoveel grondstoffen gebruikt als een eeuw geleden. Ook in Nederland neemt het grondstoffengebruik de afgelopen decennia geleidelijk toe. Dit heeft enorme gevolgen voor het milieu, het klimaat en de leveringszekerheid van goederen. We gebruiken jaarlijks veel meer grondstoffen dan de aarde voortbrengt (zie kader Overshoot Day). Daarnaast zijn we voor veel kritieke grondstoffen afhankelijk van landen buiten de EU. Dit leidt onherroepelijk tot nieuwe grondstoffencrises. We moeten daarom anders naar grondstoffen gaan kijken. De materialen die we nu gebruiken in producten, zijn de grondstoffen die we morgen nodig hebben. Als we in 2050 geen primaire grondstoffen meer willen gebruiken, moeten we nú gaan nadenken over hergebruik en zo gaan ontwerpen dat we alle materialen weer kunnen hergebruiken in nieuwe producten. Circulair werken moet de nieuwe norm worden. Dit vraagt om radicale veranderingen in onze manier van denken en werken.

Earth Overshoot Day De dag in het jaar waarop de mensheid de hoeveelheid grondstoffen heeft gebruikt die de aarde in een heel jaar kan regenereren wordt Earth Overshoot Day genoemd. In Nederland valt deze dag in 2025 al op 5 mei. Dat betekent, dat als iedereen nu zou leven zoals wij, we 3,6 keer de aarde nodig hebben om uit te komen met het grondstoffengebruik. Nederland gebruikt van 1 januari tot 5 mei alle grondstoffen die de aarde ons een heel jaar kan voortbrengen. Wij verbruiken deze grondstoffen van de komende generaties. Als we onze aarde voor toekomstige generaties leefbaar willen houden, moeten we beter omgaan met de beschikbare grondstoffen.

4

44

De gemeente staat niet alleen in haar ambitie om een circulaire stad te zijn. Partijen binnen de gemeente Nijmegen nemen ook het voortouw in een circulaire transitie. Denk hierbij aan circulaire zorg in het Radboud UMC, de Sint Maartenskliniek en het CWZ, circulaire bedrijfsvoering bij de Radboud Universiteit en de HAN, projecten en samenwerkingsverbanden in Lifeport@, (een innovatienetwerk rondom Arnhem en Nijmegen, gespecialiseerd in Health, Hightech en Energy), succesvolle circulaire projecten binnen de bouw en infra, samenwerking binnen de Groene Metropoolregio, The Economic Board, hoogwaardige afvalverwerking bij de ARN, VIA-T en vele andere. In deze uitvoeringsagenda laten we zien welke verdere stappen we zetten in onze ambitie naar een circulair Nijmegen.

55

5

1.1 Doelstelling Gemeente Nijmegen heeft in de Omgevingsvisie 2020-2040 de ambitie vastgesteld om in 2050 een volledig circulaire stad te zijn, waarin geen grondstoffen verloren gaan. Met deze ambitie sluiten we aan bij de doelstellingen van de EU, het Rijk en de provincie Gelderland. Het Rijk streeft ernaar om in 2030 halverwege te zijn. Dit is vertaald in de richtinggevende doelstelling van 50 procent minder gebruik van primaire, abiotische grondstoffen ten opzichte van 2016. Als gemeente sluiten we aan bij deze tussenstap van het Rijk om ons einddoel voor 2050 binnen handbereik te houden. De ambitie ‘Gemeente Nijmegen in 2050 volledig circulair’ is ambitieus. Hoewel er al belangrijke stappen zijn gezet, lijkt het onwaarschijnlijk dat we het doel van 100% circulariteit zullen halen zonder extra versnellingen en veranderingen. Het behalen van het doel hangt af van de snelheid waarmee innovaties worden geïmplementeerd, de mate van gedragsverandering bij consumenten en producenten en de effectiviteit van beleidsmaatregelen. We zien als gemeente Nijmegen een grote verantwoordelijkheid om deze achterstand in te halen. Nijmegen heeft als doel om de brede welvaart te vergroten. Hiermee gaat het om het welzijn van de inwoners in alle opzichten. Brede welvaart gaat om de kwaliteit van leven in het hier en nu én de latere generaties en mensen elders op de wereld.

Hoe wij nu met onze grondstoffen omgaan, gaat ten koste van mensen in andere landen en generaties na ons. Als gemeente voelen we de verantwoordelijkheid om een toekomstbestendige en eerlijke economie aan te jagen en hierin het voortouw te nemen.

1.2 R-ladder Circulariteit is een breed begrip. Om inzichtelijk te maken wat de meest circulaire maatregelen zijn, is de R-ladder ontworpen. Strategieën hoger op de ladder besparen meer grondstoffen. Dus, hoe hoger op de R-ladder, hoe meer circulair je bezig bent. Hergebruiken of repareren van elektronische apparaten (R6 en R7) is bijvoorbeeld beter dan het recyclen van de materialen om daarna nieuwe producten te maken (R2). Materialen kunnen - binnen de R-ladder - ook worden omgetoverd tot iets wat weer waardevol is en soms zelfs meer waarde heeft dan voorheen (“Upcycling”). De gemeente Nijmegen wil activiteiten uitvoeren die zo hoog mogelijk op de R-ladder staan. Ons doel is om grondstoffen hoogwaardiger te gebruiken en wij richten onze inspanningen daarom op R10 tot en met R2. Daarnaast maken we zoveel mogelijk gebruik van hernieuwbare en biobased materialen als er toch nieuwe materialen nodig zijn.

6

6

Afbeelding: Groene Metropoolregio. Met een circulaire economie dragen we niet alleen bij aan het doel om klimaatneutraal te worden, we kunnen er ook waarde mee toevoegen aan de natuur en de leefomgeving. We streven zoveel mogelijk naar regeneratieve doelen. Dit betekent dat we systemen en processen willen herstellen, zodat natuur en samenleving beter samenwerken. Met onze acties willen we bijdragen aan een gezondere planeet.

1.3 Context De overgang van een lineaire naar een circulaire economie is een complexe, brede en overkoepelende opgave. Deze transitie vraagt om samenwerking en transparantie in, vaak internationale, productieketens. De gemeente Nijmegen sluit aan bij Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen. Circulaire economie rijkt verder dan alleen gemeentegrenzen. Input voor ons uitvoeringsprogramma komt vanuit de verschillende beleidskaders: •

Mondiaal: Circulaire Economie Actieagenda (VN)

•

Europees: Klimaatakkoord Parijs, de Europese Green Deal

•

Landelijk: Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE)

•

Provinciaal: Coalitieakkoord

•

Regionaal: Groene Metropoolregio, opgave Circulaire Regio.

De transitie naar een circulaire economie vraagt ingrijpende veranderingen en raakt aan vrijwel alle sectoren in de huidige economie. Het Rijk heeft in 2018 transitieagenda’s opgesteld voor

7

7

8

8

de vijf productketens met de meeste negatieve (milieu-)impact. In het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 zijn concrete doelen geformuleerd en is specifiek beleid ontwikkeld voor de meest impactvolle productgroepen binnen deze ketens, te weten: •

Consumptiegoederen: elektrische en elektronische apparaten; verpakkingen en wegwerpproducten; textiel; meubels.

•

Kunststoffen: plastic verpakkingen; plastic in de bouw; landbouwplastic.

•

Bouw: woningen; kantoren en bedrijfshallen; betonnen viaducten en bruggen; wegverharding.

•

Maakindustrie: Capital Equipment; windparken; zon-PV-systemen; klimaatinstallaties.

•

Biomassa en voedsel valt binnen transitie naar kringlooplandbouw

Als maatschappij moeten we geleidelijk afscheid nemen van oude gewoontes en moeten we nieuwe gebruiken omarmen. Deze ontwikkeling gaat niet vanzelf en dient in samenwerking te gaan met instellingen, bedrijven en inwoners. Daarom halen wij naast deze beleidskaders ook input uit de stad. We hebben meerdere stakeholders gesproken om informatie uit de stad op te halen en kaders te stellen voor onze ambitie. We willen dat de gemeente circulair wordt, maar zetten daarbij geen oogkleppen op. Circulaire economie staat soms op gespannen voet met andere duurzaamheidsdoelen. De productie van zonnepanelen en batterijen vraagt bijvoorbeeld om schaarse grondstoffen. Daarnaast hebben we ook oog voor overlast die circulaire bedrijvigheid kan veroorzaken. We streven ernaar om hinder door bijvoorbeeld geluid en de uitstoot van zorgwekkende stoffen zoveel mogelijk te beperken.

1.4 Rol van de gemeente Als gemeente willen we bijdragen aan de gestelde circulaire ambities van het rijk en de provincie. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat we als gemeente Nijmegen niet alles zelf in de hand hebben. Om de doelen te bereiken moeten we samenwerken met andere overheden, bedrijven, organisaties en inwoners. In de uitvoeringsagenda worden een aantal rollen beschreven waarmee de gemeente Nijmegen kan sturen op het inrichten en bevorderen van een circulaire economie. Onze invloed verschilt sterk per sector. Als eigenaar en opdrachtgever, bijvoorbeeld in de openbare ruimte, hebben we veelal een sturende rol. In andere gevallen hebben we als gemeente minder directe invloed. Wel kunnen we andere partijen verder helpen in een circulaire transitie.

9

9

Voor de gestelde doelen van een circulair Nijmegen, kunnen we inzetten op de volgende rollen: •

De rechtmatige overheid stuurt vooral door het uitvoeren van wet- en regelgeving en door handhaving en vergunningverlening. Denk bijvoorbeeld aan de rol van de omgevingsdienst regio Nijmegen (ODRN) bij het toetsen van wetgeving over afvalstatus en handhaving op regelgeving over gebruik van grondstoffen.

•

De presterende overheid richt zich op het realiseren van doelen door als opdrachtgever de prestaties te omschrijven en werkprocessen in te richten. Deze rol zetten we bijvoorbeeld in als opdrachtgever voor de openbare ruimte en ontwikkelprojecten, ons eigen vastgoed en andere inkooptrajecten.

•

De netwerkende overheid werkt samen met andere organisaties om publieke doelen te realiseren. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs in de Circulaire Raad.

•

De responsieve overheid herkent beweging in de samenleving, ondersteunt initiatieven en sluit aan bij wensen uit de samenleving. Hieronder valt bijvoorbeeld het verstrekken van subsidie en het leggen van verbindingen tussen partijen.

In deze uitvoeringsagenda ligt de nadruk op onze rol als presterende overheid. Hiermee kunnen we het meest direct impact maken, resultaten behalen en de markt in beweging brengen. Dit geldt vooral voor onze rol in de bouw, de openbare ruimte en als aanbestedende dienst. De andere rollen zetten we voornamelijk in om partijen uit de stad te faciliteren in hun circulaire transitie.

1.5 Prioriteiten Met deze circulaire agenda werken we toe naar de doelstelling om in 2050 volledig circulair te zijn. De strategische doelstellingen en thema’s waar wij onze focus op leggen zijn in de stukken hieronder beschreven. De thema’s dragen bij aan de doelstellingen waaraan we werken: een 50% circulaire economie in 2030 (met 55% minder CO2-uitstoot) en een 100% circulaire economie in 2050.

De keuze voor de focusthema’s Bij het bepalen van de sectoren waar wij ons in de circulaire agenda op willen richten, hebben we rekening gehouden met de impact van de sectoren, het economisch belang voor de regio en de mate van invloed die wij als gemeente kunnen uitoefenen. Daarnaast sluiten wij aan bij de belangrijke focussectoren die door het Rijk en de EU zijn benoemd. In de onderstaande paragrafen worden de focusthema’s verder toegelicht. In 2017 heeft adviesbureau Metabolic onderzoek gedaan naar de materiaalstromen in vier sectoren waar het Rijk van Nijmegen sterk in is en heeft een actieplan opgesteld om de circulaire economie in deze sectoren te versnellen. Het gaat om de zorg, de bouwnijverheid, de maakindustrie (inclusief reparatie en installatietechniek) en afvalinzameling en -verwerking. We bouwen voort op de kennis en ervaringen die uit het rapport voortkomen. Om Nijmegen geheel circulair te maken, richten we ons op de sectoren waar onze impact het groots is. We zetten in op vijf specifieke focusthema’s: Bouw en Openbare Ruimte, Afval, Zorg, Maakindustrie en Voeding/voedsel. Het thema voeding hebben we toegevoegd naast de vier sectoren voortkomend uit het onderzoek van Metabolic. In de omgevingsvisie Nijmegen Stad in beweging 2020-2040 wordt het streven naar

10

circulaire landschapsontwikkeling en kringlooplandbouw

Focusthema 1: Bouw en Openbare ruimte

benoemd. Binnen de gemeente is de inzet voor een duurzaam

De bouw bepaalt in grote mate hoe ons land eruitziet.

en circulair voedselsysteem nog niet belegd. Daarom nemen

Daarmee kan de bouw een essentiële rol vervullen in de

we het thema voeding mee in de uitvoeringsagenda Circulaire

verduurzaming van onze leefomgeving en economie, en de

stad. Daarnaast geven we binnen onze eigen organisatie

transitie naar een circulaire regio.

het goede voorbeeld en zetten we in op het versnellen van de transitie via coördinerende taken die de focusthema’s

De gebouwde omgeving in Nijmegen bestaat uit bijna 76.000

doorsnijden, zoals inkoop, kennisdeling en monitoring.

woningen. Daarnaast heeft Nijmegen een grote bouwopgave. Er zijn het afgelopen jaar al ongeveer 800 woningen

Er zijn behalve deze focusthema’s meer thema’s die van

bijgebouwd. Het bouwen van deze woningen, verduurzamen

groot belangrijk zijn voor de transitie naar een circulaire

en renoveren heeft een grote materiaal- en CO2 impact.

economie, bijvoorbeeld mobiliteit, water en energie of

Circulair bouwen zorgt ervoor dat we de woningbouwopgaves

landbouw. Hoewel deze thema’s geen onderdeel zijn van ons

halen waarbij we de milieu-impact zo laag mogelijk houden.

programma circulaire economie, wil dat niet zeggen dat er

Nijmegen werkt hierbij samen met de GMR, VIA-T, de provincie

niets rondom deze thema’s gebeurt. We blijven op de hoogte

Gelderland, de Radboud Universiteit en de woningcorporaties.

van ontwikkelingen binnen deze domeinen en zullen, indien

Op circulair bouwen heeft de gemeente soms directe invloed,

wenselijk en nodig, herprioriteren.

vooral bij bouwontwikkelingen op de grond in onze eigendom.

In hoofdstuk 3 worden de doelen en bijbehorende activiteiten

Op de openbare ruimte heeft de gemeente Nijmegen een

verder uitgewerkt.

relatief grote invloed. Bij aanleg, beheer en onderhoud van

11

11

de openbare ruimte worden grote hoeveelheden materialen gebruikt met een significante milieu-impact. De komende jaren staan we voor een vervangingsgolf in de openbare ruimte. Dit biedt kansen om materialen die kwalitatief nog goed zijn weer opnieuw te gebruiken: denk aan bijvoorbeeld hergebruik van grond, gebakken klinkers, betonstraatstenen en verkeersborden. De gemeente Nijmegen wil de impact van het materiaalgebruik op het milieu zo klein mogelijk houden.

Focusthema 2: Zorg De Nederlandse zorgsector is verantwoordelijk voor 7% van de nationale voetafdruk in CO2-emissie-equivalenten. De zorg is samen met het onderwijs en de kenniseconomie, een van de belangrijkste motoren van de regionale economie van Nijmegen en omgeving. De sterke combinatie van geneeskunde en medische technologie geeft Nijmegen een unieke uitgangspositie. In de zorg zijn een aantal stofstromen die in het bijzonder interessant zijn als het gaat om circulaire verdienmodellen: restafval, medische apparatuur, schoonmaakmiddelen, textiel, disposables en ziekenhuis specifiek afval.

Focusthema 3: Maakindustrie De maakindustrie speelt een belangrijke economische rol in het Rijk van Nijmegen en het Stedelijk Netwerk Arnhem-Nijmegen. Het is een gevarieerde industrie met een scala aan producten. Van kleine elektrische subcomponenten tot voertuigen en industriële schaal transformatoren. De maakindustrie is één van de grootste werkgevers in de regio. Daarnaast heeft de industriesector in de regio ook een internationale kracht. Wat grondstoffen betreft gaat het hier voornamelijk om metalen, mineralen en chemische basisproducten, halffabricaten, en verpakkingsmaterialen. Deze sector is ook nog voor het overgrote deel afhankelijk van de fossiele brandstoffen voor hun energievoorziening. In totaal gebruikt de maakindustrie in het Rijk van Nijmegen 500 terra joule aan energie per jaar. Dit gaat gepaard met ruim 43 ton CO2-emissies per jaar. Daarnaast produceert de maakindustrie ruim 5350 ton afval.

Focusthema 4: Voeding/voedsel Onze dagelijkse voedingskeuzes hebben een grote impact op het milieu, klimaat, volksgezondheid, leefomgeving en dierenwelzijn. De milieudruk zit vooral in broeikasgasemissies, vermesting van zoet- en zoutwater, verzuring van de bodem, landgebruik en waterverbruik (irrigatiewater). De keuze voor plantaardige in plaats van dierlijke eiwitten heeft een positief effect op alle thema’s van milieubelasting. Transport en glastuinbouw zorgen voor een relatief grote CO-voetafdruk. Lokale producten van het seizoen zijn een gezonde keuze en hebben een veel kleinere impact op het klimaat. Daarnaast kunnen we met een keuze voor eerlijk

12

voedsel mensen en ecosystemen in andere landen ondersteunen. We maken een onderscheid tussen voeding en voedsel. Voeding heeft betrekking op de consumptie van voedingsmiddelen en de gevolgen voor onze gezondheid. Bij voedsel hebben we het over de productie en verwerking van voedingsmiddelen.

Focusthema 5: Afval Met de stijging van de welvaart en de bevolkingsgroei is het grondstoffenverbruik in de afgelopen decennia toegenomen en daarmee ook de hoeveelheid aan reststromen; vooral vanuit de industrie maar ook vanuit huishoudens. Door nationaal en Europees beleid en wetgeving is al jaren een trend te zien in scheiding en recycling van afval in Nederland. Dit neemt structureel toe, waarmee de noodzaak tot het verbranden van restafval vermindert. Zo werd in Nijmegen in 2023 in totaal ca. 66.000 ton aan diverse huishoudelijke afvalstromen aangeboden door onze inwoners. Daarvan is 75% gescheiden ingezameld, waardoor ca. 41.000 ton (i.e. 62%) is verwerkt tot herbruikbare secundaire grondstoffen. Binnen de scope van het nieuwe afvalbeleid is de inzet om de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstromen zo in te gaan richten dat we nog meer grondstoffen kunnen terugwinnen uit het huishoudelijk afval om te worden hergebruikt. Daartoe werken we samen met Dar en afvalverwerkers (waaronder ARN). Binnen de uitvoeringsagenda zijn de inspanningen in dit focusgebied gericht op het hoogwaardiger hergebruiken van reststromen en het sluiten van verschillende materiaalkringlopen. We focussen ons op het reduceren, hergebruiken en repareren van spullen. Daarnaast kunnen we inwoners mogelijkheden bieden en stimuleren om meer circulair te consumeren.

Circulaire overheid Als ‘circulaire overheid’ geven we zelf het goede voorbeeld. Het doel is dat in 2030 circulariteit standaard onderdeel is in onze ruimtelijke projecten en inkoopprocessen. Daarom zetten we de komende jaren in om circulariteit binnen de organisatie te vergroten. Een van onze speerpunten is het versterken van interne connecties en het waarborgen van circulariteit in nieuwe projecten. Daarnaast zetten we onze inkoopkracht in om innovatie en circulair ondernemen te stimuleren.

13

13

1.6 Monitoring Meten en monitoren is van cruciaal belang om de voortgang te bewaken en indien nodig tijdig bij te kunnen sturen. Het definieert of we ‘op koers liggen’ en hoe de gemeente Nijmegen haar ambities het best kan realiseren. Monitoring op circulaire economie is echter complex; het begrip circulair is diffuus en gaat over verschillende grondstoffen en halffabricaten. Daarnaast gaat het over alle niveaus op de R-ladder. Er is geen strakke afbakening wanneer we een product of bedrijf echt circulair noemen. Een hoogwaardig gerecycled product wordt circulair genoemd, terwijl deze misschien ook hergebruikt of voorkomen had kunnen worden. Omdat circulariteit een complex begrip is, is het moeilijk te meten en monitoren. In deze uitvoeringsagenda proberen wij daarom meetbare doelen te stellen. We kijken per thema hoe we de voortgang kunnen monitoren. De focus ligt hierbij op de stromen waar wij zelf invloed op hebben en op processen binnen de gemeente. Daarnaast sluiten we aan bij landelijke instrumenten rondom doorontwikkeling van monitoring en zoeken we samenwerking met de Groene Metropoolregio en de provincie Gelderland. Voorbeelden hiervan zijn het Dashboard Duurzame GWW, het Nieuwe Normaal en CB’23. Per focusthema geven wij een toelichting hoe we op de circulaire voortgang willen monitoren.

We rapporteren jaarlijks in het milieujaarverslag over de voortgang van onze gestelde doelen.

14

14

2

Doelen en aanpak

Dit hoofdstuk bevat een uitwerking van de doelen en aanpak per focusthema. Alle doelen zijn gericht

2.1 Bouw en Openbare ruimte Nijmegen is een fijne stad om te wonen en werken. De stad groeit en dat betekent dat we genoeg woningen, een goede infrastructuur en een prettige openbare ruimte nodig hebben. Naar verwachting neemt het aanbod van primaire bouwmaterialen, zoals zand en grind, de

op het direct of indirect

komende jaren aanzienlijk af. Hergebruik van vrijkomende materialen en toepassing van

terugdringen van het

biobased materialen wordt daardoor steeds belangrijker om de bouw en openbare ruimte

gebruik van primaire, abiotische grondstoffen.

haalbaar en betaalbaar te houden.

Doelen 1.

In 2030 sturen we bij al onze aanbestedingen in de openbare ruimte op een verlaagde milieu-impact. We sturen op flexibel en aanpasbaar ontwerp en streven naar een toepassing van ten minste 50% aan hergebruikte en/of duurzame materialen;

2.

In 2030 bouwen we 50% circulair in Stationsdistrict en Winkelsteeg en waar mogelijk ook in andere ontwikkellocaties en vastgoed in de stad. We sturen hierbij op het gebruik van biobased en hergebruikte materialen en op flexibele en adaptieve ontwerpen die aanpasbaar zijn voor toekomstig gebruik of demontage;

3.

In 2030 hebben we minimaal één functioneel materialendepot gerealiseerd, waar materialen uit de openbare ruimte efficiënt worden opgeslagen en vervolgens hergebruikt in toekomstige projecten;

4.

In 2030 verwerken we alle vrijkomende materialen zo hoogwaardig mogelijk, bijvoorbeeld als grondstof voor nieuwe materialen in de bouw en de openbare ruimte.

15

15

16

16

2.1.1 Circulair werken in de fysieke ruimte De gemeente Nijmegen wil ervoor zorgen dat circulariteit gemeentebreed meer wordt toegepast. Circulariteit wordt al regelmatig in projecten toegepast. Echter merken we dat het nog niet bij iedereen on ‘top-of-mind’ is en niet standaard wordt meegenomen in projecten. Met onderstaande aanpak willen we circulair werken hoger de agenda zetten binnen de gemeente en toewerken naar een standaard circulaire werkwijze. We maken afwegingen op basis van brede welvaart. We borgen dat we dilemma’s goed in beeld blijven brengen en hierin gefundeerde afwegingen maken.

Aanpak •

We ontwikkelen gestandaardiseerde werkmethodes voor het inbrengen, samenbrengen en afwegen van de verschillende ambities (o.a. circulariteit en duurzaamheid) in gebiedsontwikkelingsprojecten;

•

We onderzoeken of we een kennisprogramma kunnen opzetten om de kennis over circulariteit te vergroten. We sluiten waar mogelijk aan bij bestaande cursussen;

•

We onderzoeken hoe we ondersteuning organiseren bij circulair werken binnen GWW en gebouwde omgeving-projecten;

•

We onderzoeken welke financieringsmethoden er nodig zijn binnen projecten, beheer en onderhoud;

•

We borgen circulair denken in systemen en processen van de gemeente. Denk aan materiaalpaspoorten voor nieuwe gebouwen, databeheer in beheersystemen

•

We sluiten aan bij landelijke kennisplatforms.

Monitoring Circulair werken We willen graag onderzoeken in hoeverre circulair werken wordt toegepast binnen de fysieke ruimte. Ons doel is om meer bewustwording te creëren en kennis te vergroten, zodat opdrachtgevers circulaire eisen eenvoudiger kunnen opnemen in hun projecten. We gaan bijhouden hoe vaak deze circulaire eisen worden meegenomen in projecten. Door het ontwikkelen van gestandaardiseerde werkmethoden wordt circulariteit binnen projecten geborgd. Daarnaast willen we via kennissessies inzicht krijgen in de vragen die leven rondom circulair werken en het draagvlak binnen de gemeente in kaart brengen. Daarnaast monitoren we de milieu-impact binnen de projecten met behulp van de beschikbare tools, zoals de circulaire impactladder, Het Nieuwe Normaal en het Dashboard Duurzame GWW. Deze methoden worden hieronder verder toegelicht binnen de verschillende thema’s.

17

Financieren en begroten De huidige manier van financieren en begroten gaat uit van een restwaarde van 0 aan het einde van de levensduur van een object. Daarnaast gaat het ook uit van inkoop van nieuwe materialen. We gaan verkennen of onze begrotingssystematiek op circulair werken aangepast kan worden en welke financiële constructies er mogelijk zijn om circulair werken in projecten, beheer en onderhoud te faciliteren. Onze ambities voor een circulaire stad kunnen gevolgen hebben voor de projectfinanciën. Op dit moment is het nog onduidelijk of de circulaire uitvoering van projecten in de toekomst meer of minder zal kosten. Om dit inzichtelijk te maken, zullen we de financiële gevolgen van onze circulaire ambities waar mogelijk meenemen in de projectbegrotingen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat we goed voorbereid zijn op eventuele financiële consequenties en onze ambities op een verantwoorde manier kunnen realiseren.

2.1.2 Circulaire bouw We hebben plannen om veel nieuwe woningen te bouwen, bijvoorbeeld in het Stationsdistrict, de Waalsprong en in Winkelsteeg. We ontwerpen gebouwen die lang meegaan en flexibel zijn. Zo kunnen we onderdelen in de toekomst gemakkelijk demonteren en opnieuw gebruiken.

Uitgangspunten Voor circulair bouwen hanteren we een paar belangrijke uitgangspunten: •

Slimmer bouwen en gebruiken: In plaats van alleen nieuwe gebouwen te maken, kijken we eerst of we bestaande gebouwen kunnen verdichten of renoveren. Zo voorkomen we onnodige sloop en nieuwbouw;

•

Slim ontwerpen: We ontwerpen nieuwe gebouwen zo adaptief mogelijk met een hoge losmaakbaarheid;

•

Hergebruik van materialen: Als bouwen of slopen toch nodig is, zorgen we dat zoveel mogelijk materialen worden hergebruikt;

•

Bewust materiaalgebruik: Als nieuwe materialen toch nodig zijn, kiezen we voor hernieuwbare, biobased materialen die minder impact op het milieu hebben.

Aanpak Circulariteit in bouw- en gebiedsontwikkelingsprojecten We nemen circulariteit mee in alle bouw- en gebiedsontwikkelingsprojecten, vanaf de initiatiefase tot en met de realisatie: •

We analyseren samen met de gebiedsontwikkelaars en de regio waar we nu staan met onze doelstellingen uit de Woondeal om 25% circulair te bouwen in 2025 en 50% in 2030. We maken inzichtelijk welke belemmeringen er zijn en welke stappen we moeten zetten om deze doelstelling te halen.

18

Voorbeeldproject: Hazenpark In de wijk Hazenkamp liggen de oude fabrieksgebouwen van Alfa Laval. Dit gebied ondervindt een transformatie naar een nieuwe woonbuurt Hazenpark. Bij de bouw van het Hazenpark komt een gevarieerd woningaanbod. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden van circulair bouwen, waarbij we materiaal van de huidige gebouwen en projectlocatie proberen te hergebruiken. In de nieuwe woningbouwplannen is het doel minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. In februari 2025 start de circulaire sloop van de huidige bebouwing op locatie. Hierbij worden vrijkomende materialen zo veel mogelijk hergebruikt. De materialen komen terug in het Hazenpark project, maar kunnen ook door andere geïnteresseerden worden opgehaald. Dit betreft onder andere lampen, deuren, brandhaspelslangen en meer.

•

We onderzoeken hoe we prestaties het beste in beeld kunnen (laten) brengen en gunningscriteria kunnen opstellen in aanbestedingen. Daarvoor kijken we bijvoorbeeld naar gebruik van Het Nieuwe Normaal (HNN) en de Circulaire Impactladder;

•

Voor projecten op grond van derden stellen we als minimumvereiste dat alle nieuwe projecten inzicht geven in hun prestatie;

•

Bij projecten op eigen grond organiseren we een tender voor gronduitgifte aan een ontwikkelaar. Hierbij hanteren we dezelfde minimumvereisten en voegen we extra prestatieindicatoren (gunningscriteria) toe, gebaseerd op het HNN en/of de circulaire impactladder. We sturen hierbij op toekomstwaarde (adaptiviteit en losmaakbaarheid), herkomst van materialen en milieu-impact. We maken deze indicatoren zo vroeg mogelijk meetbaar/ inzichtelijk met behulp van de circulaire impactladder;

19

19

•

Voor nieuwbouwprojecten waar we zelf opdrachtgever zijn, hebben we de ambitie om op alle vijf de thema’s van GPR minimaal een 7 te scoren, en als gemiddelde over alle thema’s minimaal een 8. De prestatie op circulariteit is onderdeel van deze score. Het streven is om elk jaar ten minste één project uit te voeren waarmee we ervaring opdoen met circulair bouwen;

•

We zetten een team op voor interne ondersteuning bij circulaire uitvoering van projecten (zie ook hoofdstuk Circulair werken);

•

We onderzoeken n.a.v. de Urban Mining Scan naar mogelijkheden voor een pilotproject voor circulair bouwen binnen opkomende nieuwbouw-, sloop- en renovatieprojecten;

•

We volgen de (landelijke) ontwikkelingen actief, onder andere door aan de relevante CityDeals deel te nemen, en onderzoeken waar (eigen) beleid botst met circulair bouwen;

•

Bij sloopprojecten onderzoeken we hoe de materialen zo hoogwaardig mogelijk kunnen worden hergebruikt.

Samenwerking met regionale partijen •

We werken in de GMR nauw samen met andere partijen, zoals bouwondernemingen en woningcorporaties, aan het regionaal programma ‘circulair en conceptueel bouwen, waarin concrete en bindende afspraken worden opgenomen over doelstellingen en prestaties op het vlak van circulair en conceptueel bouwen;

•

We kijken samen met de GMR en gemeente Arnhem naar de mogelijkheden om een convenant af te sluiten met de bouwsector en ontwikkelaars;

•

We bouwen aan de regionale coöperatie Via-T, waarin onderwijs en praktijk worden samengebracht om duurzame technieken en materialen in de bouw (o.a. ook biobased isoleren) te demonstreren en toe te passen;

•

We zetten in op het creëren van meer fysieke ruimte voor de transitie naar een circulaire economie. Deze ruimte is nodig voor bijvoorbeeld materialendepots of circulaire bouwprojecten. We werken hierin samen met kennisinstituten en brancheorganisaties zoals Lente Akkoord 2.0, FSC-Nederland, CROW en DGBC.

Communicatie •

We zorgen voor gemeentebrede kennisvergroting over het thema duurzaam en circulair bouwen (zie ook hoofdstuk Circulair werken);

•

We implementeren de Circulaire Ladder en Het Nieuwe Normaal voor tenders en monitoring;

•

We nemen de uitgangspunten voor circulair bouwen op in de Omgevingsvisie en het omgevingsplan;

•

We werken samen met ontwikkelaars en projectleiders binnen de gemeente Nijmegen.

20

20

Monitoring Circulaire Bouw We meten de voortgang van de doelstellingen met behulp van de circulaire impactladder en de instrumenten van het Nieuwe Normaal. Jaarlijks rapporteren we in het milieujaarverslag over de integratie van circulariteit en duurzaamheid in zowel lopende als nieuwe projecten. Eind 2024 ontwikkelde Metabolic een Urban Mine Scan voor de gemeente Nijmegen. Hierin maakten zij de grondstoffen stromen van de toekomstige nieuwbouw, sloop en renovatieprojecten inzichtelijk. De Urban Mining Scan dient als startpunt van de monitoring van de bouwopgaven. Daarnaast kunnen we gebruik maken van het CO2 Dashboard van de klimaatmonitor van de gebouwde omgeving.

2.1.3 Circulaire Openbare ruimte Als gemeente zijn we opdrachtgever voor aanleg, beheer en onderhoud van de wegen en de openbare ruimte. Onze directe invloed op het gebied van circulariteit in de openbare ruimte is daardoor groot. Onze openbare ruimte is een schatkist aan waardevolle objecten en grondstoffen: denk aan grond, asfalt, gebakken klinkers, verkeersborden en meer. De komende jaren staan we voor een vervangingsopgave (vervangingsgolf) in de openbare ruimte. Hierbij komen ook veel van dit soort materialen vrij, dit biedt kansen om ze weer te hergebruiken. Binnen de kaders die we hebben, besteden we de openbare ruimte zo circulair en duurzaam mogelijk aan. Daarbij hebben we ook aandacht voor andere beleidsopgaves zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, energietransitie en leefbaarheid. Ons gemeentebestuur heeft met het vaststellen van de Omgevingsvisie, het ondertekenen van de Green deal duurzaam GWW 2.0 en de regionale ambitieverklaring Circulaire Regio haar ambities voor een duurzame openbare ruimte vastgelegd. Voor de circulaire aanleg, beheer en onderhoud van de openbare ruimte hanteren we een aantal uitgangspunten, die hieronder verder worden toegelicht.

Uitgangspunten circulaire aanleg, beheer en onderhoud We zetten in op circulariteit bij de aanleg, beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dit doen we met de volgende uitgangspunten: •

We bekijken eerst of een ingreep in de openbare ruimte noodzakelijk is;

•

Vervolgens zetten we in op levensduurverlenging van objecten en materialen (zoals wegen, verkeersborden, bruggen) door ze zo lang mogelijk in stand te houden met optimaal beheer en onderhoud;

21

21

•

We zetten in op ‘hergebruik tenzij’ vanuit de projecten en onderhoudscontracten. Eerst worden vrijkomende materialen binnen het project hergebruikt. Als dit niet mogelijk is worden objecten en materialen hergebruikt vanuit een ander project. Als dit niet mogelijk is dan worden materialen hergebruikt binnen de regio. Hiervoor gebruiken we de digitale materialenbank DuSpot om vrijkomende materialen uit te wisselen;

•

Als er geen herbruikbare materialen beschikbaar zijn, dan ontwerpen we objecten die meerdere levenscycli vooruit kunnen. Daarnaast ontwerpen we met duurzaam materiaalgebruik (met lage Milieu Kosten Indicator en CO2-footprint).

•

Vrijkomende materialen die aan het einde van hun levensduur zijn, verwerken we zo hoogwaardig mogelijk.

Aanpak: Materialendepot •

Voor circulair aanleg, beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een materialendepot nodig; een ruimte om materialen en grondstoffen die vrijkomen uit de openbare ruimte tijdelijk op te slaan. Bijvoorbeeld materialen uit een straat die heringericht wordt. Wanneer een nieuwe inrichting toch nodig is dan hergebruiken we objecten en materialen die nog van voldoende kwaliteitsniveau zijn. We onderzoeken hoeveel herbruikbare materialen er vrijkomen bij projecten, die we nu laten vervallen aan de aannemer. Op basis hiervan maken we een inschatting wat we nodig hebben aan ruimte en coördinatie.

Organisatie •

We starten een werkgroep duurzame openbare ruimte in het fysieke domein (Stadsbeheer, Stadsrealisatie en Stadsontwikkeling) en stellen een gezamenlijke Roadmap Duurzame Openbare Ruimte op. Hierin staan de acties uitgewerkt gericht op het behalen van de ambitie in 2030;

•

We borgen circulair opdrachtgeven en aanbesteden van de openbare ruimte in onze organisatie. We maken hiervoor gebruik van de aanpak duurzaam GWW en de bijbehorende toolbox en de handleiding circulair inkopen die we samen met de GMR hebben ontwikkeld. We nemen circulariteit mee in alle fases van een project, van initiatief tot uitvoering. We sluiten hiervoor aan bij het centraal planningsteam voor projectmatig werken. Zo kunnen we er in de planning rekening mee houden dat projecten waar materialen vrijkomen en projecten waar de vrijkomende materialen kunnen worden toegepast goed op elkaar aansluiten, bijvoorbeeld door ze gezamenlijk aan te besteden;

•

We leveren input aan de actualisatie van de beleidsnota “Geef ze de openbare ruimte” en de nota kapitaalgoederen. We integreren circulaire doelstellingen in de werkwijze van

22

22

Stadsbeheer. Dit doen we door circulariteit onderdeel te maken van het HIOR. Daarnaast gaan we bekijken hoe we onze materialen inzichtelijk kunnen maken (bijvoorbeeld met materiaalpaspoorten); •

We maken een materiaalstroomanalyse voor de openbare ruimte. Hiermee onderzoeken we of we nog meer materialen kunnen hergebruiken of duurzamer kunnen inkopen;

•

We zetten in op 10% minder verharding in de openbare ruimte in 2030 en sluiten hiermee aan bij de klimaatadaptatiestrategie (oktober 2023);

•

We onderzoeken of we een kennisprogramma kunnen opzetten voor betrokken collega’s, zoals projectleiders, ontwerpers, werkvoorbereiders en opzichters. We kijken of we hiervoor kunnen aansluiten bij bestaande cursussen of trajecten en/of dat we een combinatie kunnen maken met andere opgaven, zoals klimaatadaptatie (zie ook hoofdstuk Circulair werken);

•

We sluiten aan bij landelijke trajecten, zoals de strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infra die opgesteld is door het Rijk en het Nieuwe Normaal van Cirkelstad.

Innovatie •

We zijn launching customer door duurzame innovaties in de praktijk te testen en hiervoor leerruimte te creëren binnen projecten. We onderzoeken welke duurzame alternatieven er zijn voor bijvoorbeeld asfalt en beton. We monitoren en evalueren de toegepaste innovaties en zetten in op opschaling van succesvolle pilots.

Samenwerking •

We zijn actief in relevante, landelijke netwerken, zoals de betonketen, de asfaltketen en de groenketen van BouwCirculair en de CoP Duurzaam GWW van Stadswerk;

•

We werken nauw samen met de Groene Metropoolregio en onze regiogemeenten. Door samen te werken, kunnen we de markt stimuleren om met meer circulaire en klimaatneutrale oplossingen te komen. De regio Arnhem Nijmegen besteedt elk jaar voor ruim € 400 miljoen aan in de GWW, waarmee we een duurzame transitie in de sector kunnen aanjagen;

•

We nemen deel aan de buyergroup circulaire viaducten en bruggen en passen de inzichten hieruit toe. We doen een pilot om onze bruggen meer uniform en demontabel te ontwerpen, zodat ze makkelijker hergebruikt en onderhouden kunnen worden.

Monitoring Circulaire Openbare Ruimte We monitoren de voortgang. We maken zoveel mogelijk gebruik van landelijke tools en volgen de ontwikkelingen hiervan. We sluiten aan bij de kennistafel Monitoring van de GMR voor regionale afstemming hierover.

23

23

2.2 Zorg Introductie De zorgzector in Nijmegen is landelijk koploper op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Het Radboud UMC, CWZ en Sint Maartenskliniek hebben samen met Rijnstate en de ARN de intentie om dé circulaire zorgregio van Nederland te worden. De gezondheidzorg is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de totale Nederlandse CO2-uitstoot en steeds groter wordende afvalstromen. De Radboud Universiteit en het Radboud UMC hebben voor de periode 2021-2025 een duurzaamheidsbeleid opgesteld. Eén van de vier richtinggevende ambities is het bevorderen van een circulaire economie. Hierin hebben zij als doelstelling dat zij het gebruik van primaire grondstoffen minimaliseren en de verspilling van materialen en voedsel tegengaan. In de Uitvoeringsagenda Circulaire Stad sluiten wij aan bij de gestelde doelen van de zorg in Nijmegen.

Doelen: De gemeente Nijmegen sluit aan bij en ondersteunt de gestelde doelen uit het duurzaamheidsbeleid 2021-2025 van Radboud UMC en Radboud Universiteit, hierin staan onderstaande doelen vermeld; •

We gaan de verspilling van grondstoffen in de zorg tegen;

•

We verbeteren de afvalrecycling, waarbij in 2030 het afval voor maximaal 25% uit restafval bestaat;

•

We vervangen de wegwerpproducten door herbruikbare materialen, waarbij in 2026 geldt dat ten minste 20% van de (medische) hulpmiddelen herbruikbaar is.

Aanpak Onderzoek •

We faciliteren waar mogelijk (pilot)projecten, onderzoeken en initiatieven uit de zorgsector in de regio Nijmegen om scheiding en verwerking van ziekenhuisafval te verbeteren. Vanuit onze rol als aandeelhouder bij de ARN ondersteunen wij duurzame en circulaire investeringen.

•

We zoeken samenwerking met het Radboud UMC, CWZ en Sint Maartenskliniek om kansen die voorbij komen te benutten en op de hoogte te blijven van elkaars ontwikkelingen.

24

24

Regelgeving •

We ondersteunen ziekenhuizen bij het vinden van ruimte in de wet- en regelgeving voor de verwerking van afvalproducten uit de zorg. We zoeken hiervoor samenwerking met de ODRN. We onderzoeken of we kunnen bijdragen aan het wegnemen van belemmerende weten regelgeving, bijvoorbeeld via agendering bij landelijke netwerken.

Bewustwording De zorg in regio Nijmegen zet in op gedragsmaatregelen en communicatie om bewustwording bij inwoners te vergroten. Circulaire zorg wordt bijvoorbeeld zichtbaar gemaakt door een virtuele tour door de ziekenhuizen. Daarnaast kunnen toegankelijke instructies medewerkers en bezoekers motiveren om duurzaam te handelen.

2.3 Maakindustrie De maakindustrie vervult een belangrijke economische functie in het Rijk van Nijmegen en het stedelijk Netwerk Arnhem-Nijmegen. Deze sector in Nijmegen is divers en maakt gebruik van uiteenlopende grondstoffen, zoals metalen, mineralen en chemische basisproducten. De maakindustrie in het Rijk van Nijmegen bestaat uit verschillende subsectoren, elk met unieke materiaalstromen. De sector biedt mogelijkheden om binnen de eigen processen de overgang naar een circulaire economie te stimuleren en te realiseren. Veel bedrijven in deze sector zijn onderdeel van internationale productieketens. Wanneer zij de transitie naar een circulaire economie lokaal in de regio Nijmegen vormgeven, kan dit een positieve uitwerking hebben op de gehele keten. De Economische Visie van Nijmegen benadrukt de circulaire economie als een kernonderdeel van het economische beleid. Hierin wordt toegelicht hoe wij bedrijven ondersteunen en faciliteren om meer circulair te ondernemen.

Doel: Aansluiten bij de economische visie Voor de maakindustrie sluiten we aan bij de Economische Visie van Nijmegen. In deze visie is de ambitie vastgelegd om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren, met een tussendoel van 50% circulariteit in 2030. De Economische Visie streeft naar een verhoogde bewustwording en beter inzicht in bedrijfsafval, en beoogt het netwerk van circulaire bedrijven te versterken. Wij blijven nauw betrokken bij het bureau Economie en ondersteunen hen in het bereiken van de circulaire doelstellingen.

25

25

Aanpak Vanuit de Uitvoeringsagenda Circulaire Stad zetten wij in op de volgende twee acties: •

We sluiten aan bij de Circulaire Raad van het Rijk van Nijmegen. Hierin nemen overheid, onderwijs en ondernemers plaats, met als doel concrete projecten in een verbindend regionaal circulair programma uit te voeren. De Circulaire Raad bestaat uit verschillende bestuursleden en ondernemers van ARN, gemeente Beuningen, Dar, HAN, MARN, gemeente Nijmegen, Rabobank, Radboud Universiteit, Radboud UMC, RvN@ en InterChem. We organiseren onder andere netwerkbijeenkomsten, een circulaire award (de Cirkel) en het Lifeport festival circulair en zetten in op het ontwikkelen van concrete (pilot)projecten.

•

We sluiten aan bij het overleg van speerpunt ‘Grondstoffen en ketens’ van de GMR. Dit speerpunt omvat activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling tot een circulaire topregio. De GMR ondersteunt waar mogelijk met het sluiten van grondstof- en productieketens door inzicht te geven in beschikbare grondstoffen. Onderwerpen van overleg zijn onder andere circulaire inkoop en grondstoffenhubs.

2.4 Voeding en voedsel Vanuit (inter-)nationale wetgeving hebben gemeenten een zorgplicht voor inwoners op het gebied van gezondheid. Veel taken rondom volksgezondheid zijn vanuit de nationale overheid gedelegeerd aan lokale overheden. Hierbij hoort bijvoorbeeld het verbeteren van beschikbare, gezonde voeding bij inwoners. Daarnaast speelt gezond en duurzaam voedsel een cruciale rol bij verschillende beleidsdoelen. Binnen het thema voeding en voedsel zoeken we verbinding met maatschappelijke beleidsvelden, zoals armoedebestrijding en gezondheidsbeleid, economische zaken en stadslandbouw. We proberen verschillende beleidsdoelen zoveel mogelijk te verbinden. In onze gemeente lopen al veel projecten die gericht zijn op gezonde voeding en het bevorderen van verbinding tussen mensen. De GGD Gelderland Zuid en de Voedselbank hebben een belangrijke rol in het stimuleren van gezonde en voldoende voeding. Daarnaast lopen er diverse initiatieven in de wijken van onder meer Huis van Compassie, Bindkracht 10, Wijkatelier, De Wijkfabriek en Van Tuin Tot Bord.

26

26

Deze initiatieven zijn vooral gericht op gezonde voeding voor kwetsbare groepen en verbinding tussen mensen. Gemeente Nijmegen hecht ook belang aan lokale, duurzame productie van voedsel in en om onze stad. Daarnaast hebben we aandacht voor het ruimtelijke aspect van duurzame en gezonde voeding; een gezonde leefomgeving helpt om gezondere en duurzamere keuzes te maken. Zo mag er in Nijmegen vanaf 2025 geen reclame meer gemaakt worden voor onder meer vleesproducten. Sinds 2016 is Nijmegen fairtrade gemeente. Hiermee dragen we uit dat we eerlijke handel belangrijk vinden, geven we het goede voorbeeld en dragen we eraan bij om de beweging te vergroten.

Doel Als gemeente willen we een gehele circulaire voedselvoorziening in 2050 in de stad. We erkennen echter dat onze invloed hierin beperkt is, waardoor we deze doelstelling niet als haalbaar beschouwen. Toch zetten we ons in om deze transitie zo effectief mogelijk te stimuleren. We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld, door duurzaam, gezond en lokaal voedsel binnen onze organisatie te stimuleren. Binnen een volledige circulaire voedselvoorziening verstaan wij de volgende principes: •

Het aanjagen van de eiwittransitie;

•

Het voorkomen van voedselverspilling;

•

Hoogwaardige verwerking van restproducten;

•

Verbeterde fysieke leefomgeving;

•

Korte voedselketens in de regio.

27

27

Aanpak Aanjagen eiwittransitie •

We ondertekenen in Q1 van 2025 de Plant Based Treaty en dragen bij aan de eiwittransitie. De doelstelling is om de Plant Based Treaty te ondertekenen tijdens de introductie van het broodje Nimma in het restaurant Stadhuis eind maart 2025.

Plant Based Treaty De Plant Based Treaty dient als oproep aan overheden om de eiwittransitie hoger op de agenda te zetten. Gemeenten die de Plant Based Treaty ondertekenen worden aangemoedigd om betekenisvolle veranderingen door te voeren en maatregelen op te nemen op het gebied van eiwittransitie en vergroening binnen eigen mogelijkheden en prioriteiten. De Plant Based Treaty kent drie belangrijke principes: Stoppen (Relinquish) – Het uitbreiden van veehouderij moet worden gestopt. Dit betekent onder andere geen nieuwe boerderijen en het behoud van bossen die vaak worden gekapt voor landbouwgrond. Omleiden (Redirect) – Overheden worden aangemoedigd om subsidies en beleid te richten op plantaardige voeding in plaats van dierlijke producten. Dit zou kunnen door bijvoorbeeld plantaardige voeding te promoten op scholen en in overheidsgebouwen. Herstellen (Restore) – Ecosystemen die zijn aangetast door landbouwactiviteiten zouden hersteld moeten worden. Bij ondertekening geeft de gemeente Nijmegen een verklaring af waarin staat waarom zij tot ondertekening is overgegaan en waarom zij zich inzet voor een duurzamer voedselsysteem.

Voedselverspilling voorkomen •

We stimuleren en faciliteren bestaande en nieuwe initiatieven die voedselverspilling voorkomen, zoals lokale burger-voedselinitiatieven, lokale ketenondernemers en inkopers, grote ketenpartijen en partijen in en om het landelijk gebied.

28

28

Stimuleren van korte ketens •

We stimuleren stadslandbouw in de regio Nijmegen;

•

We stimuleren de vraag naar regionale producten bijvoorbeeld binnen onze eigen aanbestedingen of met horeca en zorginstellingen;

•

We onderzoeken of we samen met ketenpartijen (producenten, distributeurs, verwerkers, verkopers en bereiders van voedsel) een plan van aanpak kunnen maken om de vraag naar regionaal geproduceerd voedsel te bevorderen.

•

Omgeving •

Om een gezonde leefomgeving te bevorderen wordt de Visie op Gezondheid Nijmegen 2040 opgesteld. In het uitvoeringsprogramma Gezondheid 2025-2028 staan diverse acties beschreven die bijdragen aan dit doel. Zo is een van de initiatieven het ontwikkelen van een overzichtskaart van de voedselomgeving in de verschillende stadsdelen en wijken van Nijmegen. En het verbinden van voedselpartners aan partners van het armoedebeleid.

Samenwerkingen •

We verbinden bestaande beleidsvelden en starten een werkgroep circulaire en gezonde voeding;

•

We faciliteren het initiatief fairtrade gemeente Nijmegen om fairtrade producten voor iedereen beschikbaar te maken en kopen zelf voedsel en drank zoveel mogelijk fairtrade in;

•

We sluiten aan bij de netwerkbijeenkomst van De Streek op Tafel. Hierin worden verschillende partijen uitgenodigd van zowel armoede, stadslandbouw als gezondheid. Het doel is een netwerk op te bouwen van verschillende duurzame en sociale initiatieven;

•

We nemen deel aan de regionale samenwerking De Groene Mantel van de GMR waarin we een gezonde en toekomstbestendige voedselvoorziening en robuuste verbindingen tussen natuurgebieden versterken.

Monitoring Het monitoren van de gewenste resultaten op het gebied van voedsel is momenteel complex. Deze informatie wordt niet uitsluitend op gemeentelijk niveau vastgelegd. We volgen voornamelijk de voortgang van de uitgevoerde projecten. Daarnaast kunnen we het eetgedrag zowel intern als extern evalueren door middel van enquêtes. Indien er in de toekomst betere indicatoren beschikbaar zijn, zullen we hier uiteraard op sturen.

29

29

2.5 Afval De afgelopen decennia is onder invloed van landelijk overheidsbeleid sturing gegeven om bedrijfsmatige en huishoudelijke afvalstromen te voorkomen (i.e. preventie) en anders her te gebruiken. Door de wettelijke zorgplicht voor de (gescheiden) inzameling en verwerking van huishoudelijk afval kunnen gemeenten hier actief en direct zelf op sturen. In Nijmegen is de situatie anno 2023 dat we 75% van het huishoudelijk afval gescheiden inzamelen waarmee we 62% circulaire herbruikbare grondstoffen terugbrengen in de keten (2023). Daartoe heeft de gemeente Nijmegen in de loop der jaren meerdere maatregelen genomen om afval circulair te verwerken. Enkele voorbeelden hiervan zijn: -

Verwerking van GFT naar groengas en compost;

-

De gescheiden inzameling en ververwerking van luiers;

-

Gescheiden inzameling en verwerking van papier, PMD, glas, textiel, luiers en GFT;

-

De inrichting van 4 regionale milieustraten waar 26 stromen gescheiden kunnen worden aangeboden;

-

Het invoeren van de ja/ja sticker in de gemeente Nijmegen.

Gratis luiers en incontinentiemateriaal scheiden

De gemeente Nijmegen werkt samen met Dar,

Sinds 1 maart 2023 kan iedereen in de gemeente Nijmegen gratis luiers en incontinentiemateriaal inleveren. Afvalenergiecentrale ARN maakt van het plastic in luiers en het incontinentiemateriaal plastic korrels. Van deze korrels kunnen producenten nieuwe plastic producten maken, bijvoorbeeld autobumpers en plastic straatmeubels. Ook wordt er energie teruggewonnen uit urine en ontlasting.

de raad zal worden aangeboden. Dat beleid

Volle luierzakken kunnen naar speciale luiercontainers worden gebracht in de openbare ruimte, die kunnen worden geopend met een afvalpas.

samenwerking met afvalverwerkers ook bij

ARN en andere stakeholders aan een nieuw grondstoffenbeleidsplan, dat in 2025 aan

30

heeft als inzet om nog meer grondstoffen van goede kwaliteit terug te winnen uit het huishoudelijk afval voor hergebruik. Het voornemen is dat onder meer te bereiken door het gescheiden aanbieden van herbruikbare stromen voor onze inwoners aantrekkelijker te maken en het serviceniveau op restafval te verlagen. Daarnaast streven we ernaar om in het verwerkingsproces een groter aandeel aan herbruikbare circulaire grondstoffen terug te winnen.

30

Daar waar het afvalbeleid zich richt op terugwinning en (hoogwaardig) hergebruik van circulaire grondstoffen uit het huishoudelijk afval (R2), is de focus van deze circulaire uitvoeringsagenda om stromen hoger op de R-ladder te plaatsen. We focussen ons daarom op het reduceren, hergebruiken en repareren van spullen. Daarnaast kunnen we inwoners mogelijkheden bieden en stimuleren om meer circulair te consumeren. De circulaire uitvoeringsagenda en het afvalbeleid zijn daardoor complementair aan elkaar. Daar waar ze elkaar raken zoeken we de synergie. Het afval (huishoudelijk alsook bedrijfsmatig) dat nog niet circulair terug in de keten wordt gebracht, wordt verbrand bij “Afval Energie Centrales” (i.e. AEC’s) met terugwinning van de energie (R1). In onze regio is dat ARN BV te Weurt. Bij ARN wordt jaarlijks ca. 300.000 ton afval verbrand, waarvan 30.000 ton huishoudelijk restafval uit de regio Nijmegen, 30.000 ton huishoudelijk restafval uit de regio de Vallei en 240.000 ton bedrijfsafval. De teruggewonnen energie wordt afgezet als warmte en elektriciteit.

Doelen •

Vanuit de circulaire uitvoeringsagenda zetten we in op afvalpreventie, consuminderen en reparatie;

•

Vanuit het afvalbeleidsplan richten wij ons primair op de Europese doelstelling om in 2025 55% van het huishoudelijk afval te recyclen, in 20230 60% en in 2035 65%. Omdat de raad zich heeft uitgesproken voor een ambitieus afvalbeleid, hebben wij ambitie om de lat voor Nijmegen hoger te leggen dan deze doelstellingen. Welke hergebruiksdoelstelling ambitieus maar ook realistisch is, zal in het afvalbeleidsplan worden bepaald.

Aanpak Afvalpreventie: Textiel Textiel is nog altijd een van de sectoren waar consumptie hoog is en veel wordt weggegooid. We hebben op dit moment genoeg kleding om de komende zes generaties van kleding te voorzien. Een derde van de gemiddelde Nederlandse kledingkast is zelfs al een jaar of langer niet meer gedragen. We zien de textielindustrie daarom als een belangrijke sector om op in te zetten. Textiel is ook een thema waar we in samenwerking met de GMR op inzetten. •

In 2025 willen we een pilot opzetten om meer bewustwording onder inwoners te creëren omtrent dit onderwerp;

•

Wij zijn voornemens om een initiatief van ‘This is Free Fashion’ te omarmen. Dit initiatief organiseert een pop-up weggeefwinkel in de binnenstad van Nijmegen waar inwoners

31

31

gratis tweedehands kleding kunnen krijgen, zelf kleding kunnen inbrengen en tegelijkertijd worden geïnformeerd over de problematiek rondom ons koopgedrag; •

We onderzoeken of we reparatie van kleding kunnen stimuleren;

•

Via de VNG kijken we of er heffing kan komen op niet-recyclebaar textiel en wegwerpmode.

Afvalpreventie: Repaircafés De reparatie-economie is een belangrijke factor in het verminderen en voorkomen van afval. Door spullen te repareren in plaats van weg te gooien, wordt de levensduur verlengd. Hiermee voorkomen we dat producten vroegtijdig bij het afval belanden en de vraag naar nieuwe grondstoffen en materialen toeneemt. Reparatie staat daarom ook hoog op de R-ladder. We zetten in op de reparatie-economie door de volgende acties op te pakken: •

Begin 2025 organiseren we een bijeenkomst met de repaircafé’s in Nijmegen om de behoeften van alle partijen te inventariseren. We betrekken hierbij ook onderwijsinstellingen om kennis over reparatie te vergroten en het netwerk uit te breiden. Op basis van deze informatie besluiten wij op welke manier financiële danwel andere ondersteuning gewenst en mogelijk is;

•

We zien nut in het zichtbaarder maken van locaties waar inwoners terecht kunnen voor reparaties. We onderzoeken de mogelijkheid tot het oprichten van een reparatieplatform en aansluiting bij Europees initiatief ‘Sharepair’.

Rethink: Deeleconomie Een deeleconomie gaat over het delen van bezittingen. Door goederen en diensten uit te lenen, kunnen mensen voorkomen dat ze een product of dienst aanschaffen voor slechts eenmalig of beperkt gebruik. •

We verkennen hoe we in de gemeente Nijmegen de deeleconomie kunnen stimuleren. We willen bestaande initiatieven van inwoners, zoals in buurten of wijken, en vanuit de markt inzichtelijk krijgen en ondersteunen. Daarnaast bekijken we of we zelf de deeleconomie kunnen bevorderen via (pilot)projecten.

Re-use: Hergebruik grondstoffen •

We volgen de ontwikkeling van Road2Work (van de Dar), waarbij elektronische stromen worden gesorteerd, uit elkaar gehaald en weer verkocht;

•

Samen met de Dar onderzoeken we de mogelijkheden voor een circulair ambachtscentrum. We willen het inwoners zo makkelijk mogelijk maken om alternatieven te vinden voor het kopen van nieuwe spullen;

32

32

•

We onderzoeken of we meer ruimte kunnen bieden voor de kringloopwinkels zodat zij extra opslagruimte hebben;

•

We bieden hulp aan om circulaire initiatieven uit te rollen bij Nijmeegse evenementen.

Recycling van reststromen •

We gaan in gesprek met Dar en ARN om te onderzoeken welke kansen er zijn om afvalstromen hoogwaardiger te verwerken; Zo ondersteunen wij de middellange termijnplannen van ARN voor een nascheiding-installatie. Met name voor bedrijfsafval zou hiermee een deelstroom kunnen worden omgebogen van verbranden naar hergebruik. Mogelijk biedt het ook kansen voor veegafval en het afval uit prullenbakken.

Monitoring Binnen de circulaire uitvoeringsagenda monitoren we de lopende projecten en initiatieven. Deze projecten zijn voornamelijk bedoeld om de bewustwording bij inwoners en bedrijven te vergroten. Wij verwachten de eerste jaren dat hier geen meetbare CO2-reductie in te zien is. De groeiende initiatieven geven wel aan in hoeverre inwoners bezig zijn met consuminderen en hergebruik. In het nieuwe afvalbeleid krijgt monitoring een prominente plek. Als eerste beogen wij om op stadsdeelniveau inzicht te verkrijgen in de ingezamelde hoeveelheden van de verschillende huishoudelijke stromen. Dat stelt ons ook in staat om de concrete effecten van ingevoerde maatregelen te kunnen beoordelen. Daarnaast beogen wij om voor de belangrijkste huishoudelijke stromen de massabalans-keten van inzameling, verwerking en vermarkting in beeld te brengen. Daarmee kunnen wij beter bepalen waar kansen liggen om in samenwerking met verwerkers verder hoogwaardig(er) verwerking te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a63ed958-35af-496b-a80d-c900efe4aee8