Tussenevaluatie GRP Nijmegen 2017 t/m 2023
Tekst van het document
De in het GRP in 2016 geschetste autonome groei in benodigde middelen (van 16,5 miljoen euro in 2021 naar 24,5 miljoen euro in 2050) heeft ook zijn effect op de benodigde personele inzet, die zal dan ook ongeveer met 50% toenemen. In een nieuw op te stellen GRP zal met de actuele kennis van zaken naar de nieuwe ontwikkelingen en hun invloed op benodigde middelen worden gekeken.
5.5
Onderbrengen visie waterplan in het GRP
In het GRP 2017 t/m 2023 is het waterplan ingevoegd. Er is nu 1 totaalplan voor de watertaken in Nijmegen en op zich is dat positief. Toch zijn er wel wat kanttekeningen te maken:
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
28/40
-
-
-
-
-
Het waterplan is impliciet opgenomen in het GRP, de teksten zijn niet concreet genoeg en te weinig bindend, te vrijblijvend opgenomen. Dat zorgt voor interpretatieverschillen, discussie over de invulling van de oppervlaktewatertaken en over de toewijzing van personeel en financiën. Het huidige GRP verwijst wel naar het waterplan, maar bied niet de middelen om de ambities uit het waterplan volledig te realiseren (denk aan kwaliteit van de omgeving bijvoorbeeld). De ambities en streefbeelden uit het waterplan zijn ook niet altijd in het GRP terug te vinden waardoor er vanuit het GRP geen duidelijke verplichting of ambitie volgt om het waterplan te volgen. Een voorbeeld hiervan is de ambitie voor ecologie. Waterkwaliteitstaken zijn niet uit de rioolheffing te bekostigen, dus daarvoor moest aanvullende bekostiging worden gevonden. In het begin vielen deze taken daardoor tussen wal en schip. Voorbeelden hiervan zijn blauwalg- en botulismebestrijding, natuurvriendelijke oevers, onderhoud van natuur- en siervijvers zonder hemelwaterfunctie. Sommige taken konden wel vanuit de rioolheffing worden bekostigd, maar stonden niet goed in het GRP. Ook dat zorgde voor interne, vertragende discussies. Veel areaal wordt nog gemist. C-watergangen zijn veelal nog niet in kaart gebracht, evenals de manier waarop deze moeten worden beheerd.
Inmiddels zijn bovenstaande knelpunten in de praktijk wel geregeld maar het is goed in een nieuw GRP (of hoe dat plan of programma ook gaat heten) alle watertaken, ook die voor oppervlaktewater, goed in beeld te brengen en mee te nemen. Ongeacht of bekostiging vanuit de rioolheffing mogelijk is of niet. Op basis van het waterplan zijn in het afgelopen decennium wel delen van het stelsel geoptimaliseerd (optimalisatiestudies I, II en III) en zijn maatregelen uitgevoerd om het functioneren van het stelsel als geheel te verbeteren. Onder de Omgevingswet is (een deel) van de watervisie overigens geland in de Omgevingsvisie van Nijmegen. In het GRP zal het beleid om die visie te verwezenlijken verder handen en voeten moeten worden gegeven. Voordeel is dan -
dat alle doelen en ambities voor water in een beleidsstuk en de uitwerking worden opgenomen, dat er duidelijkheid is over de benodigde middelen en de bekostigingsbronnen, dat verantwoordelijkheden voor alle watertaken duidelijk vastliggen, dat er verbinding is tussen de verschillende organisatiedelen die met de watertaken bezig zijn.
Uiteindelijk leidt dit dan tot een concrete invulling van alle watertaken, een goede bijdrage aan klimaatadaptatie, minder risico voor de volksgezondheid en verbetering van de waterkwaliteit.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
29/40
6
Conclusies en aanbevelingen
In dit hoofdstuk staan de samenvattende conclusies op de evaluatievragen. De onderbouwing daarvan staat in de volgende hoofdstukken.
• • • •
Wat gaat er goed? Wat blijft er liggen en waar komt dat door? Liggen we op schema en zo nee, hoe komt dat dan? Wat zijn mogelijke oplossingen?
6.1
Wat gaat er goed en wat blijft er liggen?
Vooropgesteld: de gemeentelijke watertaken worden in Nijmegen goed ingevuld. Stedelijk afvalwater wordt adequaat ingezameld en afgevoerd, de inzameling en verwerking van hemelwater leidt alleen bij extreme neerslag hier en daar tot problemen en ook de grondwatermaatregelen die worden getroffen zorgen ervoor dat de bestemming die gebieden hebben, zo min mogelijk wordt belemmerd. Er zijn in of door de riolering nauwelijks calamiteiten. Veel werkzaamheden voor de gemeentelijke watertaken worden uitgevoerd. Het stelsel wordt ‘draaiende’ gehouden, veel maatregelen om problemen op te lossen zijn uitgevoerd. Als we kijken naar de werkambities en activiteiten, is de samenvattende conclusie dat er aan de werkambities hard wordt gewerkt. Capaciteitsgebrek voor de inzet op het GRP heeft evenwel een negatieve invloed op de voortgang. De aandachtspunten zijn bekend en die worden opgepakt om ze in het restant van de planperiode te kunnen realiseren. Bijsturing door de gemeenteraad op de werkambities is niet nodig. Ook op activiteitenniveau wordt grotendeels voldaan aan de voornemens. Door gebrek aan voor het GRP inzetbare personele capaciteit staan sommige zaken wel onder druk: -
het afronden van de ontwikkelperspectieven; het optimaliseren van beheeractiviteiten; het actualiseren van het incidentenplan uit 2011; het actualiseren van de nota ‘afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer’; het opstellen van beheerplannen voor een aantal soorten objecten; het opzetten van structureel meten en monitoren met data-analyse; het opstellen van jaarplannen voor oppervlaktewaterbeheer; structurele, herhaalde voorlichting over rioleringszaken via diverse media.
Aandachtpunt is de capaciteit van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen ODRN in relatie met de toename van het aantal aangevraagde omgevingsvergunningen. In het contract met de ODRN moet meer aandacht komen voor preventieve controle van zogenaamde indirecte lozingen. Dat moet in nauw overleg met de beheerafdeling gebeuren. Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
30/40
Als gekeken wordt naar de doelen, functionele eisen en maatstaven is de conclusie dat voor een groot deel aan de gestelde maatstaven wordt voldaan. Er is een aantal maatstaven waar deels of nog niet aan wordt voldaan. Naar verwachting kan, bij voldoende personele inzet, daar de resterende looptijd van dit GRP alsnog invulling aan worden gegeven. Qua personele capaciteit is er op de werkvloer een tekort voelbaar. Dat uit zich in het blijven liggen van werkzaamheden. Bovenstaande leidt er ook toe dat de daadwerkelijke uitgaven achterblijven bij de begroting en dat de voorziening eind 2021 hoger is dan in het GRP is geraamd. Dat er minder is uitgegeven en er meer geld in de voorziening aanwezig is dan geraamd betekent overigens niet dat de rioolheffing nu direct naar beneden kan worden bijgesteld. Bij het volgende GRP zal de hele financiële ontwikkeling in zijn geheel en in samenhang opnieuw tegen het licht worden gehouden en zal een bijbehorende rioolheffing worden berekend.
6.2
Liggen we op schema
Voor het grootste deel van de werkzaamheden ligt de gemeente op schema van het GRP. Een aantal werkzaamheden blijft achter, zoals in de vorige paragraaf weergegeven. Gebrek aan personele inzet is daarbij de rode draad, er zijn te weinig handen om het werk goed en volledig uit te voeren. De in het GRP aangegeven formatie is op papier wel voorhanden, maar veel werknemers worden voor andere taken ingezet. Daardoor blijft de inzet op de GRP-taken achter. Dat is, zeker op langere termijn, onwenselijk. Het kan leiden tot suboptimale oplossingen voor problemen en uiteindelijk tot kapitaalvernietiging. Financieel gezien blijft er geld over, dat in de voorziening terecht kom en dus beschikbaar blijft voor de uitvoering van maatregelen. In een nieuw GRP is de actuele stand van de voorziening input voor de rioolheffingsberekening. Hoe meer geld er in de voorziening zit, hoe lager de rioolheffing kan worden/blijven.
6.3
Mogelijke oplossingen
Een eerste oplossing voor het gebrek aan personele capaciteit is om de geraamde 10,4 fte (exclusief projecten) ook daadwerkelijk in te zetten voor de taken waar ze voor bedoeld zijn. Als dat niet gebeurt, moet externe aanvulling plaatsvinden. Daarna kan worden onderzocht of de geraamde 10,4 fte en de beschikbare capaciteit bij projecten nog past bij de huidige stand van zaken, bijvoorbeeld als gekeken worden naar ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie en energietransitie. De verwachting is dat dat (veel) meer personele inzet gaat vergen omdat steeds meer integraal gewerkt moet gaan worden en er wellicht rioleringswerkzaamheden naar voren in de tijd moeten worden gehaald. In het nieuwe GRP is het aan te bevelen om de totale benodigde personele capaciteit te beschrijven, inclusief de benodigde inzet voor investeringen (voorbereiding, directievoering, toezicht). Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
31/40
6.4
Overige aandachtspunten
De aanleg van de riolering in de Waalsprong wordt via kapitaallasten bekostigd uit de rioolheffing. In de praktijk leidt dat tot een hogere rioolheffing dan wanneer dat niet zou gebeuren (in 2021 5%). Daarnaast zullen deze kapitaallasten vele jaren op de rioolheffing blijven drukken. De doorontwikkeling tot een ideaalcomplex in de vervangingen staat onder druk door ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie en energietransitie. De uitwerking hiervan zal mogelijk wijkgericht gaan plaatsvinden waardoor ook geschoven zal moeten worden in de planningen voor vervanging van de liggende riolering. Dat kan de gewenste gelijkmatigheid in de hoeveelheid te vervangen riolering in de weg staan. De genoemde ontwikkelingen hebben hun invloed op de uit te voeren maatregelen. Ook integraal werken beïnvloedt de ‘bedrijfsvoering’. Omwille van de afstemming kan het nodig blijken om vervangings- en verbeteringswerkzaamheden zoals al eerder aangegeven naar voren te halen. Dat heeft invloed op de benodigde inzet van personele en financiële middelen. De benodigde middelen nemen volgens het GRP 2017 t/m 2023 de komende decennia met 50% toe van circa 16,5 miljoen euro in 2021 tot 24,5 miljoen euro in 2050 (prijspeil 2016). Dat betekent naast een toenemende benodigde personele inzet ook een stijgende rioolheffing.
Het volgende GRP, een programma dat onder de Omgevingswet zal vallen, is een uitwerking van de Omgevingsvisie Nijmegen. Het programma moet vooraf ter inzage worden gelegd (6 weken), er moet worden nagedacht over passende participatie en het wordt volgens de omgevingswet vastgesteld door het college van B&W. Dat heeft zijn invloed op het hele totstandkomingsproces van dit programma. In het volgende GRP alle watertaken, dus inclusief die voor oppervlaktewater, op te nemen, inclusief ambities, streefbeelden, verantwoordelijkheden, benodigde middelen en bekostiging (dat kan de rioolheffing zijn of andere bronnen).
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
32/40
Bijlagen
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
Bijlage 1: Deelnemers overleggen, (digitale) werksessies Startoverleg Chris Hendriks Eduard Schilling Heino Welman Frank Wattenberg Sjoerd de Vreng
Werksessie ontwikkelingen Chris Hendriks Sjoerd de Vreng Frank Wattenberg Heino Welman (digitaal) Eduard Schilling (digitaal)
Werksessie Financiën (digitaal) Chris Hendrikse Jos van de Pas Ellen van de Waterbeemd Eduard Schilling
Werksessie Personeel (digitaal) Chris Hendriks Erik ten Have Eduard Schilling
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
Bijlage 2: Evaluatie op doelen, eisen, maatstaven In deze bijlage staan de tabellen met de evaluatie op doelen, eisen, maatstaven.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx