Tussenevaluatie GRP Nijmegen 2017 t/m 2023
Tekst van het document
Tussenevaluatie GRP Nijmegen 2017 t/m 2023 De stand van zaken eind 2021
Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:
Tussenevaluatie GRP Nijmegen 2017 t/m 2023: De stand van zaken eind 2021 Nijmegen tussenevaluatie GRP 51007103 Gemeente Nijmegen NL22-648800269-27949 D1
Datum:
11-7-2022
Auteur: E-mailadres:
Karst Jan van Esch karstjan.vanesch@sweco.nl
Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:
Renske ter Horst
Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:
Elwin Leusink
Document referentie:
p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie _grp\w200 documentmanagement\nl22648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
2/40
Inhoudsopgave
Verantwoording .................................................................................................................................................. 2 0
Managementsamenvatting ...................................................................................................................... 4
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding ................................................................................................................................................... 6 Doel ......................................................................................................................................................... 6 Aanpak .................................................................................................................................................... 6 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 7
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Werkambities en werkzaamheden .......................................................................................................... 8 Waar gaat het over .................................................................................................................................. 8 Bevindingen werkambities ....................................................................................................................... 9 Bevindingen activiteiten .........................................................................................................................12 Ontwikkelingen ......................................................................................................................................16 Samenvattende conclusie .....................................................................................................................17
3
Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden ...................................................................19
4 4.1 4.2
Personeel en financiën ..........................................................................................................................20 Personeel ..............................................................................................................................................20 Financiën ...............................................................................................................................................21
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Overige vraagpunten .............................................................................................................................26 Bekostiging van nieuwe aanleg vanuit de rioolheffing ..........................................................................26 Doorontwikkelen ideaalcomplex voor vervangingsinvesteringen ..........................................................26 Invloed van de Omgevingswet ..............................................................................................................27 Effecten van ontwikkelingen ..................................................................................................................28 Onderbrengen visie waterplan in het GRP ............................................................................................28
6 6.1 6.2 6.3 6.4
Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................................30 Wat gaat er goed en wat blijft er liggen? ...............................................................................................30 Liggen we op schema ...........................................................................................................................31 Mogelijke oplossingen ...........................................................................................................................31 Overige aandachtspunten .....................................................................................................................32
Bijlagen
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
3/40
0
Managementsamenvatting
Deze rapportage bevat de tussenevaluatie van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van Nijmegen waarin is aangegeven hoe de gemeente haar gemeentelijke watertaken (voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen) invult. De gemeentelijke watertaken worden in Nijmegen goed ingevuld. Stedelijk afvalwater wordt adequaat ingezameld en afgevoerd, de inzameling en verwerking van hemelwater leidt alleen bij extreme neerslag hier en daar tot problemen en ook de grondwatermaatregelen die worden getroffen zorgen ervoor dat de bestemming die gebieden hebben zo min mogelijk wordt belemmerd. Er zijn in of door ons stelsel nauwelijks calamiteiten.
Wat gaat goed en wat blijft er liggen? In het GRP 2017-2023 zijn werkambities en activiteiten opgenomen. Aan beide wordt hard gewerkt. Gebrek aan de voor de watertaken beschikbare personele inzet heeft een negatieve invloed op de voortgang. De aandachtspunten zijn bekend en die worden goed opgepakt om ze in het restant van de planperiode te kunnen realiseren. Bijsturing door de gemeenteraad is niet nodig, wel door het management. Een aantal zaken staat wel onder druk: -
het afronden van de ontwikkelperspectieven; het optimaliseren van beheeractiviteiten; het actualiseren van het incidentenplan uit 2011; het actualiseren van de nota ‘afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer’; het opstellen van beheerplannen voor een aantal soorten objecten; het opzetten van structureel meten en monitoren met data-analyse; het opstellen van jaarplannen voor oppervlaktewaterbeheer; structurele, herhaalde voorlichting over rioleringszaken via diverse media.
Aanvullend zijn goede afstemming en afspraken met de ODRN nodig om voldoende zicht en preventieve controles op zogenaamde indirecte lozingen te krijgen. De daadwerkelijke uitgaven blijven achter bij de begroting en de voorziening is eind 2021 hoger dan in het GRP is verwacht. Dit hangt op verschillende manieren samen met het gebrek aan voor de gemeentelijke watertaken beschikbare personele capaciteit. Er zijn namelijk taken bij gekomen op het gebied van klimaatadaptatie en investeringsprojecten uitgesteld. De uitgaven worden daarom wel nog steeds voorzien.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
4/40
Liggen we op schema? Voor het grootste deel van de werkzaamheden ligt de gemeente op schema van het GRP. Een aantal werkzaamheden blijft achter, zoals hierboven aangegeven.
Mogelijke oplossingen Een eerste oplossing is om de in het GRP geraamde benodigde personele capaciteit van 10,4 fte ook daadwerkelijk in te zetten voor de GRP-taken. De gemeente is op dit moment op diverse niveaus bezig om hier invulling aan te geven. Voor een nieuw plan na 2023 is het raadzaam om opnieuw de benodigde personele inzet te berekenen vanuit de huidige ontwikkelingen, inclusief de inzet voor investeringen (voorbereiding, directievoering, toezicht).
Overige aandachtspunten De aanleg van de riolering in de Waalsprong wordt via kapitaallasten bekostigd uit de rioolheffing. In de praktijk leidt dat tot een hogere rioolheffing dan wanneer dat niet zou gebeuren. Daarnaast zullen deze kapitaallasten vele jaren op de rioolheffing blijven drukken. In 2021 is de bijdrage van deze kosten aan de rioolheffing circa 5%. De doorontwikkeling tot een ideaalcomplex in de vervangingen staat onder druk door ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie en energietransitie. De genoemde ontwikkelingen hebben hun invloed op de planning voor vervanging van de liggende riolering, waardoor dit de gewenste gelijkmatigheid in de hoeveelheid te vervangen riolering mogelijk in de weg staat. Ook integraal werken beïnvloedt de ‘bedrijfsvoering’. Bij het opstellen van een nieuw plan na 2023 zal opnieuw moeten worden onderzocht of het streven naar een ideaalcomplex op de uitgaven nog steeds haalbaar is en op welke termijn. De benodigde middelen nemen volgens het GRP 2017 t/m 2023 de komende decennia met 50% toe van circa 16,5 miljoen euro in 2021 tot 24,5 miljoen euro in 2050 (prijspeil 2016). Dat betekent naast een toenemende benodigde personele inzet ook een stijgende rioolheffing. Het volgende GRP (of een programma met een andere naam), een programma dat onder de Omgevingswet zal vallen, is een uitwerking van de Omgevingsvisie Nijmegen.
Aanbevolen wordt in het volgende GRP alle watertaken, dus inclusief die voor oppervlaktewater, op te nemen, inclusief ambities, streefbeelden, verantwoordelijkheden, benodigde middelen en bekostiging (dat kan de rioolheffing zijn of andere bronnen).
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
5/40
1
Inleiding
Deze rapportage bevat de tussenevaluatie van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van Nijmegen. In het GRP van 6 juni 2016 is aangegeven hoe de gemeente haar gemeentelijke watertaken (voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen) invult. Het huidige GRP heeft een looptijd van 2017 tot en met 2023. Dit is een relatief lange planperiode voor een gemeentelijk rioleringsplan. Door een tussenevaluatie uit te voeren beoordelen we of de doelen uit het GRP op ‘schema’ liggen en of eventuele bijsturing nodig is én gaan we na hoe het beschreven beleid uitwerkt in de praktijk. Daarnaast is het een moment om te zien of (technische) ontwikkelingen en veranderingen in wet- en regelgeving (voornamelijk de Omgevingswet) dit en een mogelijk volgend GRP beïnvloeden. Tenslotte dient de tussenevaluatie voor intern gebruik. De tussenevaluatie moet inzicht geven of het programma en middelen (budget en personeel) voldoende op elkaar zijn afgestemd en daarbij de vragen “doen we de goede dingen?” en “doen we de dingen goed?” beantwoorden.
1.1
Doel
De doelen van de tussenevaluatie zijn:
• Beoordelen of het bereiken van de doelen uit het GRP op schema ligt. • Beoordelen of bijsturing nodig of wenselijk is. • Bepalen van de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op de koers van het GRP. • Bepalen of budget en personele middelen afgestemd zijn op het programma van het GRP.
1.2
Aanpak
Centraal in de tussenevaluatie staan de vragen:
• • • •
Wat gaat er goed? Wat blijft er liggen en waar komt dat door? Liggen we op schema en zo nee, hoe komt dat dan? Wat zijn mogelijke oplossingen?
De tussenevaluatie is uitgevoerd aan de hand van de twee hoofdonderdelen van het GRP: 1. De zes in het GRP genoemde werkambities en twaalf beschreven werkzaamheden. 2. De doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden zoals die in het GRP zijn opgenomen.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
6/40
Aan de hand van de uitkomsten van deze onderdelen trekken we ook conclusies over de invulling van de zorgplichten/gemeentelijke watertaken en over de algemene doelen uit het GRP (volksgezondheid, milieu, kwaliteit leefomgeving, duurzaamheid en doelmatigheid). Daarnaast is gekeken naar aanvullende aspecten die speciale aandacht vragen:
• • • •
Bekostiging van nieuwe aanleg vanuit de rioolheffing. Doorontwikkeling naar een ideaalcomplex voor vervangingsinvesteringen. Invloed van de Omgevingswet op inhoud en proces van het GRP. Effecten (op onder andere benodigde middelen) van ontwikkelingen op het GRP; klimaatadaptatie, ontwikkelingsperspectieven (OWP), gezamenlijk programmeren, technische innovaties. • De ervaring en geleerde lessen bij het onderbrengen van de visie van het waterplan en de verdere realisatie daarvan, die nu voor het eerst volledig opgenomen is in het GRP 2017-2023. Er is gebruik gemaakt van schriftelijke input, van interviews en werksessies. Door de coronamaatregelen zijn de meeste bijeenkomsten online gehouden.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk wordt ingegaan op de werkambities uit het GRP en hoe het daar mee staat. Hoofdstuk drie gaat in op de doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. Hoofdstuk vier zoomt in op personele en financiële middelen. Hoofdstuk vijf beschouwt een aantal overige aandachtspunten. We sluiten af met conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 6.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
7/40
2
Werkambities en werkzaamheden
2.1
Waar gaat het over
In het GRP Nijmegen 2017-2023 zijn zes werkambities opgenomen met bijbehorende activiteiten. De werkambities zijn: 1) Klimaatadaptatie, energie en grondstoffen: We weten hoe we de gemeentelijke watertaken het best duurzaam kunnen ontwikkelen door: a) Per stadsdeel en in samenhang met andere beleidsvelden aan te geven hoe we de gevolgen van klimaatverandering (meer neerslag, intensievere neerslag, langere droge perioden, hitte) efficiënt kunnen opvangen, b) Te onderzoeken wat in Nijmegen de beste mogelijkheden zijn om energie te winnen uit afvalwater (en eventueel grondwater of oppervlaktewater) en, c) Te onderzoeken hoe we verantwoord waardevolle grondstoffen uit (afval)water kunnen winnen. 2) Samenwerking en dienstverlening: Met onze waterpartners en buurgemeenten werken we effectief en slagvaardig samen in de waterketen en het watersysteem. We bouwen samen kennis op, we delen onze kennis én we zorgen voor professionele dienstverlening aan onze burgers en bedrijven. 3) Beperken regenwateroverlast: We ontwikkelen een gestructureerde aanpak voor het voorkomen en beperken van regenwateroverlast. 4) Beperkt houden van gezondheidsrisico: We ontwikkelen een gestructureerde aanpak voor het beperkt houden van gezondheidsrisico van water en hitte in de openbare ruimte.
5) Tegengaan structurele grondwateroverlast: We bepalen welke inzet nodig is voor het tegengaan van structurele grondwateroverlast. 6) Optimaliseren beheeractiviteiten: We optimaliseren onze beheeractiviteiten door de toepassing van de principes van assetmanagement uit te breiden naar categorieën objecten anders dan riolen en rioolgemalen. In de planperiode willen we op deze ambities de volgende resultaten bereiken: 1. Per stadsdeel een specifieke strategie voor klimaatadaptatie (2020); Een concrete strategie voor het winnen van energie uit afvalwater (2021); Deelname aan tenminste één pilotproject met het winnen van energie uit (afval)water; Een concrete strategie voor het winnen van waardevolle grondstoffen uit (afval)water (2023). Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
8/40
2. Op enkele operationele beheertaken effectieve samenwerking met waterpartners of buurgemeenten (2020 en verder). 3. Toepassen van een concrete strategie voor het voorkomen en beperken van schade door hevige neerslag, op basis van modelmatig preventief onderzoek naar omvang, oorzaken en maatregelen (2020 en verder). 4. Hanteren van een concrete en uitgebalanceerde strategie voor het beperken van gezondheidsrisico’s van water en hitte in de openbare ruimte, mede gebaseerd op afweging van risico’s (2023). 5. Helderheid over de technische inzet voor het tegengaan van structurele grondwateroverlast, die we voor zover nodig toepassen (2018 en verder). 6. Naast riolen en gemalen ook toepassen van assetmanagement op: infiltratievoorzieningen, straatkolken, randvoorzieningen, putten, huis- en kolkaansluitingen, persleidingen, duikers en beschoeiingen. Dat betekent dat deze objecten risicogestuurd, planmatig en eenduidig onderhouden worden op basis van specifieke protocollen. In het GRP zijn in hoofdstuk vijf de activiteiten opgenomen om de werkambities te realiseren. Deze zijn onderverdeeld in twaalf categorieën: 1. Aanleg 2. Gegevensbeheer 3. Reinigen, inspecteren, beoordelen en onderhoudsmaatregelen 4. Vernieuwen: renoveren of vervangen 5. Verbeteren 6. Meldingen en klachten afhandelen 7. Vergunningen, toezicht en handhaving 8. Beleid, planvorming en advies 9.
Onderzoek naar het functioneren van stelsels en voorzieningen 10. Monitoren van het functioneren van stelsels en voorzieningen 11. Voorlichting en communicatie 12. Overige bijdragen.
2.2
Bevindingen werkambities
2.2.1
Klimaatadaptatie, energie en grondstoffen
Er zijn ontwikkelperspectieven (de route naar klimaatneutraal in 2050 voor ontwikkelingen) opgesteld voor de stadsdelen Dukenburg en Lindenholt. Het opstellen heeft door gebrek aan personele capaciteit relatief lang geduurd (2,5 jaar). Anno 2021 wordt een ontwikkelperspectief voor Noord opgesteld door een projectteam. Daarna zijn de ontwikkelperspectieven voor de overige stadsdelen aan de beurt. Door capaciteitsgebrek en corona treedt vertraging op. Een klimaatadaptatieplan is in ontwikkeling in vervolg op de stresstesten, dit is sinds eind 2020 vol aan de gang. Modellen zijn gevuld (Nijmegen werkt in SOBEK 1.0, modellen zijn gevuld in INFOWORKS. Nijmegen werkt aan de overgang naar dit pakket). In de periode 2021-begin 2022 wordt gewerkt aan het uitwerken van verschillende scenario’s en het opstellen van een toolbox met mogelijke maatregelen. Opgemerkt wordt dat in het huidige GRP onder financiën klimaatadaptatie niet wordt genoemd, dit in tegenstelling tot de ambities in het GRP. Het is belangrijk voor het nieuwe GRP (een programma Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
9/40
onder de omgevingswet dat waarschijnlijk een andere naam gaat krijgen) klimaatadaptatie wel te dekken, ook al is klimaatadaptatie groter dan het GRP. Het is belangrijk om maatregelen flexibel in te richten, omdat klimaatverandering doorgaat en ingespeeld moet kunnen worden op steeds grotere gevolgen. De stadsdelen Dukenburg en Lindenholt kennen nauwelijks knelpunten en de knelpunten die er zijn treden op bij de echt hevige piekbuien. De nieuwbouwgebieden in Noord worden klimaatbestendig ingericht. Centrum en de verschillende locaties langs de droogdalen Nijmegen-Oost en -Midden hebben de meeste aandacht nodig. Er is een versnelling ingezet, bijsturing is niet nodig. De afgelopen jaren zijn op de onderwerpen “winnen van energie en grondstoffen uit afvalwater” geen noemenswaardige projecten uitgevoerd. Grondstoffenterugwinning uit afvalwater blijkt toch meer op het terrein van het waterschap te liggen. Samen met een extern bureau is een potentiekaart riothermie gemaakt, overigens nog niet resulterend in concrete acties. Dit thema ligt meer op het gebied van energietransitie dan bij de watergroep(en). Daarom is de kaart gedeeld met de collega’s die bezig zijn met energietransitie, er is minder zicht op hoe concreet het daar wordt opgepakt. De voorlopige conclusie is dat het niet voor de hand ligt om hier vanuit het GRP en als gemeente op dit moment veel tijd in te stoppen.
Daarvoor is de opbrengst nog te gering. De ontwikkelingen worden gevolgd en indien mogelijk en zinvol wordt daarop aangesloten. Bijsturing is niet nodig.
2.2.2
Samenwerking regio
Nijmegen neemt deel aan de regionale samenwerking Rijk van Nijmegen. Tot nu toe is een gezamenlijk waterketenplan ‘Visie op de waterketen’ opgesteld. Ook wordt het nut gezien van kennisdeling. Er worden bijvoorbeeld pogingen gedaan om meer in elkaars systemen te kunnen kijken (door Wijchen, Nijmegen en het waterschap). Door de coronamaatregelen is dit nog niet heel succesvol. Er is geprobeerd om een gezamenlijk bestek voor pompen en gemalen op te stellen, maar dat is tot op heden nog niet gelukt. Nijmegen denkt mee bij het opstellen van nieuw beleid binnen de regio. Bijsturing is niet nodig.
2.2.3
Beperken regenwateroverlast
Meldingen en klachten zijn een belangrijke graadmeter voor regenwateroverlast. Er is een protocol gemaakt voor de inzameling van klachten die hierover gaan. Dit is onderdeel van een evaluatie over hoe de verschillende hulpmiddelen (enquête, huisbezoek, modelonderzoek) zijn ingezet in de afgelopen 10 jaar en hoe we die effectiever kunnen inzetten. Onder andere door vertrek van een medewerker heeft het nog geen concrete vervolg gekregen. Er wordt vanuit klimaatadaptatie veel onderzoek gedaan. Stresstesten zijn uitgevoerd, wateroverlastkaarten zijn opgesteld. Het opstellen van een concrete strategie staat op de actielijst vanuit het klimaatadaptatietraject, aan een uitvoeringsprogramma wordt gewerkt. Opgemerkt wordt dat er veel overlap is met het klimaatadaptatieplan in wording, waarin ook een strategie wordt opgenomen met projecten om wateroverlast op termijn te beperken.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
10/40
De nota ‘afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer’ is verouderd en moet worden herzien, onder andere de eisen die aan berging op eigen terrein worden gesteld. Bijsturing is niet nodig.
2.2.4
Beperkt houden van gezondheidsrisico’s
Gezondheidsrisico’s hebben de aandacht bij alle werkzaamheden. Zo worden de gezondheidsrisico’s van wadi’s onderzocht, zo wordt actiever gekeken naar (het plaatsen van) speeltoestellen in wadi’s. Een concrete strategie staat echter nog niet op papier, maar bijsturing is nog niet nodig.
2.2.5
Tegengaan van structurele grondwateroverlast
Er is onderzoek uitgevoerd naar hoogwater in de rivieren en de gevolgen voor de grondwaterstand, ook naar aanleiding van de aanleg van de nevengeul. Er zijn evenwel geen structurele klachten bekend, dus noodzaak lijkt niet groot. Bijsturing is niet nodig.
2.2.6
Optimaliseren beheeractiviteiten
Het optimaliseren van de beheeractiviteiten gaat niet zo snel als gewenst door capaciteitsgebrek. De riolen, pompen en gemalen zijn grotendeels op orde. Daarmee wordt het overgrote deel van onze voorzieningen goed beheerd. Er wordt geprobeerd 1 soort object per jaar aan te pakken. Dat staat onderdruk door gebrek aan personele capaciteit, maar ook door complexiteit, timing en omvang van het areaal. Zo is bij duikers besloten om de inventarisatie na de baggerwerkzaamheden van het waterschap plaats te laten vinden in verband met vervuiling door die werkzaamheden. Ook is de hoeveelheid duikers en de intensiviteit van het werk te groot om alles in één jaar te doen. Afgelopen jaren zijn specifieke normen en eisen ontwikkeld, die moeten in een rapportage worden opgenomen. Nijmegen vervult hier wel een pioniersrol door het inzetten van innovatieve technieken i.c. het inzetten van drones. Dit kost extra tijd wat betreft ontwikkeling. Het beheerplan voor de duikers is inmiddels af, reiniging en inspectie daarvan wordt in 2022 aanbesteed. Het object putten is nog niet op orde. De meest gegevens van de putten zijn niet in beeld. Voor putten moet de aanpak nog ontwikkeld worden. Dit kost tijd. Om deze objecten goed in beeld te krijgen is één jaar niet voldoende. Dit zal over meerdere jaren verspreid worden.
De beschoeiingen langs oppervlaktewateren zijn geïnventariseerd en in beeld, maar moeten nog verwerkt worden in de nieuwe versie van de beheersoftware (BrutIS) en gekoppeld worden aan de BGT. Belangrijke vraag is op welke wijze de gegevens van deze objecten worden vastgelegd en in welk beheersysteem. Daar moet de komende jaren antwoord op worden gevonden. Objecten die daarna nog worden moeten worden opgepakt zijn infiltratietransportriolen, persleidingen en drainage. Daarbij wordt opgemerkt dat het over het algemeen bij deze objecten gaat om een beperkt deel van het areaal, waarvoor het ook de vraag is hoe belangrijk het is om hier beheerprotocollen voor beschikbaar te hebben. Als het effect van disfunctioneren van een soort object heel beperkt is, volstaat het ook om pas in actie te komen bij
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
11/40
disfunctioneren (piepsysteem), mits er in dat geval wel snel actie kan worden ondernomen. Bijsturing/aandacht is niet nodig.
2.3
Bevindingen activiteiten
2.3.1
Aanleg
Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) is op niveau, de eisen die hierin staan worden actueel gehouden. Er vindt een continue actualisatie en verbetering plaats. Functiecombinaties (integrale beoordeling van plannen) zijn in het HIOR geborgd. Nieuwe aansluitingen worden gemaakt, voor het aansluiten van nog niet aangesloten bestaande bebouwing is een vooronderzoek uitgevoerd. Dankzij de ontwikkeling van de Waalsprong zijn 20 ongerioleerde percelen aangesloten. De woonboten in de Lindenberghaven zijn aangesloten, de aanpak van ongerioleerde panden in de Waalhaven is in afwachting van de ontwikkelingen in dit gebied.
2.3.2
Gegevensbeheer
De gegevens van de vrijvervalriolering zitten in het rioleringsbeheersysteem ‘Kikker’. De gegevens van pompen en gemalen zijn opgenomen in SAM. Ook de gegevens van duikers en beschoeiingen zijn inmiddels bekend. Gegevens van inspectie en beoordelingen voor riolering en pompen en gemalen zijn op orde. De gegevens van overige objecten komen er vervolgens gestaag bij. Resultaten en gegevens van berekeningen worden bijgehouden, het vastleggen van monitoringsgegevens van het functioneren is een aandachtspunt. Gegevens van regenmeters in de gemeente worden vastgelegd. Bij bijzondere gebeurtenissen komt er zo nodig een apart onderzoek. Het afkoppelen in de stad wordt bijgehouden in een database.
2.3.3
Reinigen, inspecteren, beoordelen en onderhoudsmaatregelen
Alle objecten worden regelmatig gereinigd en geïnspecteerd. De inspectiefrequenties zijn onderbouwd voor riolering, pompen en gemalen, voor andere objecten nog lang niet allemaal. Om dat goed te onderbouwen moet een aantal inspectie- en beoordelingscycli zijn voorbijgegaan. Aanpassing kan pas na verloop van tijd. Effecten van reparaties worden nagegaan, maar niet altijd gedocumenteerd. Plaagdierenbestrijding en straatvegen worden uitgevoerd. Innovatieve technieken worden, gedoseerd, toegepast. Zo inspecteren we al met behulp van drones. Protocollen voor inspecteren en beoordelen van overige objecten moeten, indien nodig nog worden opgesteld.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
12/40
Waar mogelijk wordt meegewerkt met gezamenlijke regionale aanpak. Tot nu toe is dat in de uitvoering helaas nog niet succesvol.
2.3.4
Vernieuwen: renoveren of vervangen
In eigen opdrachten zou ongeveer 3 km riolering per jaar worden vernieuwd (vervangen/relinen). Daarnaast wordt meegelift in (integrale) projecten. Waar nodig worden pompen en gemalen en andere objecten vernieuwd of vervangen. De afgelopen jaren zijn de volgende lengtes gerealiseerd: Relinen 2017 2018 2019 2020 2021
130 m 92 m 1.367 m 2.087 m 428 m
Vervangen 2017 2018 2019 2020 2021
4.731 m 5.445 m 2.447 m 2.436 m 1.563 m
In 2019/2020 is er veel gerelined, vooral in het oude centrum. In dat gebied is het lastiger om riolering te vervangen. Gemiddeld over de looptijd van het GRP is er meer dan 3 km per jaar vernieuwd. Het jaar 2021 blijft achter, mogelijk door het afronden van het RIBO-bestek en vertragingen door corona.
2.3.5
Verbeteren
Op basis van regenwateronderzoeken zijn autonoom of meeliftend met andere projecten her en der aanpassingen gedaan. Momenteel loopt het onderzoek BBB Jonkerbos. Dit kan tot een goede optimalisatie, ook voor andere locaties leiden. De uitvoering van maatregelen uit de optimalisatiestudies stokt echter. Via het klimaatadaptatietraject komt veel concrete informatie naar boven over het functioneren van de riolering. Meten en Monitoren is echter, door personeelsgebrek, nog geen geoliede machine. Pas als dat goed is geborgd, kan begonnen worden met doelgericht verbeteren. Bij de genoemde projecten (Groenestraat-Muntweg, Broeder Koenraadpark) worden de overstortingen zover mogelijk teruggedrongen. Daarin zijn de afgelopen jaren al hele grote stappen gezet door daar waar het kon af te koppelen. De optimalisatie Broeder Koenraadpark en mogelijk overstortvijver Grootstalselaan/Park Malderborgh hangt samen met het onderzoek BBB Jonkerbos. Het waterplan uit 2001 en de actualisatie daarvan uit 2013 zijn in het GRP opgenomen zie hierover ook paragraaf 5.5. Er is veel uitgevoerd, met de uitvoering van OAS II uit 2008 is er veel is bereikt. Ook uit OAS III (2011) zijn verschillende maatregelen uitgevoerd.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
13/40
2.3.6
Meldingen en klachten afhandelen
Het afhandelen van meldingen en klachten gebeurt goed met het Meld&Herstelsysteem. Ook komen via het Waterservicepunt af en toe (grondwater)meldingen binnen, ook deze worden afgehandeld Het ‘Incidentenplan riolering’ is van 2011 en moet worden geactualiseerd (de contactgegevens zijn overigens wel op orde). Dat is tot nu toe blijven liggen door capaciteitsgebrek.
2.3.7
Vergunningen, toezicht en handhaving
Vergunningverlening, toezicht en handhaving gebeurt via de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). In het contract met ODRN is dit onderdeel niet voldoende geregeld, daardoor zijn er bijvoorbeeld geen preventieve controles. De afstand tussen ODRN en de beheerafdeling is te groot. Bij incidenten wordt wel adequaat overlegd tussen gemeente, waterschap en ODRN. De gemeente heeft ook een grote rol bij het toets-proces omtrent de advisering bij aanvragen van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen.. Wanneer er een vergunning aangevraagd wordt doet de ODRN slechts de coördinatie, de inhoudelijk toetsing gebeurt door wateradviseurs. Het afgelopen jaar zijn er meer aanvragen én een grotere aandacht voor een inhoudelijk én kwalitatieve toetsing. Naast het feit dat dit meer beslag legt op de capaciteit bij ODRN, gaat er ook veel meer tijd dan in het GRP is opgenomen naar dit proces. Dat heeft ervoor gezorgd dat er meer kwaliteit is en voorkomen is dat onterecht vergunningen worden afgegeven. Inmiddels is er binnen Nijmegen bijgestuurd door de aanstelling van twee plantoetsers die de wateradviseurs ontlasten. Overleg met ODRN blijft nodig.
2.3.8
Beleid, planvorming en advies
Onder deze noemer valt ongeveer al het GRP-werk van afdeling Stadsontwikkeling en de inhoudelijke opdrachtverlening van (onderzoeks)plannen die bij Stadsrealisatie worden gemaakt. De genoemde acties onder deze noemer worden uitgevoerd. Zo is er gewerkt aan het opzetten van de op dit moment succesvolle, campagne operatie steenbreek (in uitvoering door de Bastei), het opstellen van Ontwikkelingsperspectief van de watertaken per stadsdeel (Dukenburg-Lindenholt en Nijmegen-Noord), het inbrengen van waterbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er is overleg gevoerd met de regio (waterschap en regio gemeenten), gewerkt aan het opnemen van de GRP doelstellingen in de omgevingsvisie en het actualiseren van de afkoppel- en groendakensubsidieregeling. En onder de noemer van klimaatadaptatie is de basis gelegd voor een strategie om regenwateroverlast te minimaliseren. Door de versnelling in de woningbouwopgave en het gegeven dat de klimaatadaptatie opgave meer tijd en afstemming vergt dan oorspronkelijk gedacht, zijn er ook zaken die minder aandacht hebben gekregen. Dit zijn de uitvoeringsgerichte jaarplannen voor oppervlaktewater, de bijdrage aan meten en monitoren en de aanpassing van de verordening rioolaansluitrecht.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
14/40
2.3.9
Onderzoek naar het functioneren van stelsels en voorzieningen
Waar zinvol en nodig voert de gemeente optimalisatiestudies uit, innovatieve maatregelen verkent ze. Zo wordt gewerkt aan de NBWopgave in de Winkelsteeg, Energieweg en de Westkanaaldijk. Ook participeren we met DPRA-impulsgelden in een Wadi-onderzoek. Een innovatie waar mee wordt geëxperimenteerd is de toepassing van sensoren in kolken om de ledigingsfrequentie te optimaliseren. Via projecten en subsidies tracht de gemeente het regenwater af te koppelen en ter plaatse te laten infiltreren. Er zijn veel zogenaamde ‘postzegelprojecten’ waarbij het de vraag is of die robuust genoeg zijn. Ook grote(re) projecten zijn nodig om de gemeente klimaatrobuust te krijgen. Het effect van (nieuwe) maatregelen zoals infiltratiemogelijkheden in grondwaterbeschermingsgebieden voor het Broeder Koenraadpark wordt onderzocht. Zo is de gemeente in gesprek met Vitens/Provincie in het kader van het verplaatsen van de drinkwaterputten in Heumensoord. Als zich projecten voordoen binnen de grenzen van het grondwaterbeschermingsgebied Heumensoord worden verharde oppervlakken zoveel mogelijk van de gemengde riolering afgekoppeld. Dit mag alleen via bovengrondse voorzieningen. In 2022 starten enkele rioolvervangingsprojecten in de Hatertse Hei waar bovengronds afvoeren naar bovengrondse infiltratievoorzieningen kansrijk is.
De gemeente doet geen onderzoek naar het functioneren van afkoppelvoorzieningen op particulier terrein. De subsidie op groene daken en de operatie Steenbreek dragen bij aan het verminderen van verhard oppervlak. Er is een afkoppelsubsidie voor particulieren, maar er wordt ook particulier terrein ‘in natura’ afgekoppeld (actie ‘pijpe kappuh’). De Bastei en het Waterservicepunt spelen daarbij een belangrijke rol in de communicatie en begeleiding. Bijzondere gebeurtenissen onderzoekt en evalueert de gemeente. Waar zinvol wordt bijgedragen aan benchmarks (momenteel alleen de tweejaarlijkse enquête financiering gemeentelijk waterbeheer van de VNG). De inspectiefrequentie voor riolen wordt onderbouwd en geoptimaliseerd.
2.3.10 Monitoren van het functioneren van stelsels en voorzieningen Voor het goed in beeld houden van het stelsel en de verschillende voorzieningen is dit een belangrijk activiteit en het heeft de aandacht, er zijn diverse acties zoals een jaarlijkse overstortrapportage. De samenhang ontbreekt echter door personeelsgebrek. Het is belangrijk dat dat in het hele team geborgd gaat worden als onderdeel van de Plan-Do-Check-Act-cyclus. De overgang naar een goed eigen rekenprogramma om gerichte modelberekeningen te kunnen maken is hierbij van belang. Bijsturing is hier nodig.
2.3.11 Voorlichting en communicatie De in het GRP genoemde punten zijn deels gerealiseerd, De Bastei speelt hierin een belangrijke rol. Goed rioolgebruik is nog niet voldoende onder de Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
15/40
aandacht gebracht, ook wordt de informatie via diverse media niet structureel herhaald, dat is wel nodig. Er is discussie over de bijdrage aan Stichting RIONED, of de kosten opwegen tegen de opbrengst. Niet altijd is het doel van communicatie duidelijk. Dat doel moet eerst helder zijn voordat kan worden gecommuniceerd (bijvoorbeeld het niet mogen autowassen in Noord. Dit is aangegeven in de brochure “Water in de Waalsprong”. Het doel is schoon oppervlaktewater en een schone bodem. Dat moet dan helder worden gecommuniceerd). Voorlichting en communicatie gaat veelal over bewustwording: wat betekent klimaatverandering, wat is een goed gebruik riolering, hoe krijgen we schoner grondwater (provincie), wat is bewust watergebruik.
2.3.12 Overige bijdragen Deze acties gaan over de rioolheffing, plaagdierenbestrijding (in relatie met riolering), het straatvegen en andere financiële zaken. De rioolheffing wordt geïnd. Plaagdierenbestrijding zit verspreid in de organisatie, bekostiging gebeurt voor 50% vanuit de rioolheffing. Straatvegen idem, toerekening 33% aan de rioolheffing. Over de watersysteemheffing voor eigenaren van wegen is discussie gevoerd met het waterschap. Het gaat hier om de afspoeling van hemelwater van de wegen en de heffing die daarvoor moet worden betaald. De gemeente heeft hierover een zienswijze ingediend, die niet tot verandering heeft geleid. De gemeente betaalt de watersysteemheffing.
2.4
Ontwikkelingen
Er is een aantal ontwikkelingen die hun invloed hebben op werk, werkprocessen en het behalen van ambities van het GRP. Klimaatadaptatie is al aan de orde gekomen. Andere ontwikkelingen zijn: -
2.4.1
Energietransitie en drukte in de ondergrond; Integraal werken Personeelstekort.
Energietransitie en drukte in de ondergrond
De ondergrond is erg vol, maar het lukt nog steeds om de benodigde werkzaamheden uit te voeren en stelsels aan te leggen. Wel is het zo dat door afkoppelen er steeds meer buizen in de grond komen (er komt indien nodig een HWA-leiding bij). Ook komen er meer kabels voor data en elektra. Werkzaamheden in de ondergrond leiden altijd tot de afweging of riolering ‘mee kan gaan’. Dat wordt zoveel mogelijk integraal aangepakt. De energietransitie gaat nog niet zo snel als eerder aangenomen, maar komt ongetwijfeld. Als die transitie echt begint, zal dat ook invloed hebben op
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
16/40
rioleringsplanningen. Vervangingen kunnen naar voren moeten worden gehaald. Daar moet in het nieuwe GRP aandacht voor zijn.
2.4.2
Integraal werken
Bij veel projecten wordt al integraal gewerkt. De komende omgevingswet is daar een grote aanjager van. Belangrijk is dan wel dat er ook een samenhangende objectregistratie (SOR) is. De kwaliteit van de data moet goed op orde zijn, rioleringsdata moeten aansluiten bij de GWSW, dat verhoogt de uitwisselbaarheid. Integraal werken zorgt ervoor dat rioleringsprojecten goedkoper kunnen worden uitgevoerd, maar dat riolering soms wel ‘voortijdig’ wordt vervangen. Daardoor kan de kwaliteit van het stelsel worden verhoogd. Aan de andere kant gaan sommige rioleringsprojecten ook in de vertraging omdat op andere onderdelen wordt gewacht. De samenwerking en afstemming tussen stadsontwikkeling en stadsbeheer kan beter. Er zal overigens altijd een zekere spanning blijven tussen sectoraal en integraal. Flexibel zijn is dan belangrijk. Dat betekent dat er goed inzicht moet zijn in de kwaliteit van het stelsel en het werkelijke functioneren zodat beslissingen over projecten goed onderbouwd kunnen worden genomen.
2.4.3
Personeelstekort inzet GRP
Over de hele linie wordt krapte in de personele bezetting ervaren. Natuurlijk verloop en vertrek van medewerkers naar elders hebben daar invloed op. Met de huidige bezetting is de uitvoering van alle taken niet meer te waarborgen. Vooral beheertaken lijden daaronder. Dat geldt ook voor personeel dat bezig is met projecten. Die zijn niet benoemd in de personele bezetting zoals die in het GRP is opgenomen (10,4 fte). Er zijn te weinig toezichthouders. Die kunnen weliswaar worden betaald uit de projectbudgetten, maar ze zijn binnen de organisatie niet aanwezig. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van uitvoering van projecten.
2.5
Samenvattende conclusie
Aan de werkambities wordt hard gewerkt. Gebrek aan voor de inzet op het GRP beschikbare personele capaciteit heeft een negatieve invloed op de voortgang. De aandachtspunten zijn bekend en die worden goed opgepakt om ze in het restant van de planperiode te kunnen realiseren. Bijsturing door de gemeenteraad op de werkambities is niet nodig, wel door het management. Ook op activiteitenniveau wordt grotendeels voldaan aan de voornemens. Door gebrek aan personele capaciteit staan in ieder geval de volgende zaken wel onder druk: -
het afronden van de ontwikkelperspectieven; het actualiseren van het incidentenplan uit 2011; het optimaliseren van beheeractiviteiten het actualiseren van de nota ‘afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer’; het opstellen van beheerplannen voor een aantal soorten objecten; het opzetten van structureel meten en monitoren met data-analyse; het opstellen van jaarplannen voor oppervlaktewaterbeheer;
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
17/40
-
structurele, herhaalde voorlichting richting inwoners en bedrijven over rioleringszaken via diverse media.
In het contract met de ODRN moet meer aandacht komen voor preventieve controle van zogenaamde indirecte lozingen. Daarover moet in nauw overleg met de beheerafdeling het gesprek met ODRN worden aangegaan.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
18/40
3
Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden
Net als in 2016 is ook nu gekeken naar de tabel met Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden (GRP bijlage 5). De bevindingen van 2021 zijn in de volgende tabellen weergegeven. Er wordt voor een groot deel aan de gestelde maatstaven voldaan, zie de figuren hieronder. In de figuren is per categorie het aantal maatstaven aangeven. Er is een aantal maatstaven waar deels of nog niet aan wordt voldaan. Naar verwachting kan, bij voldoende personele inzet, daarop de komende looptijd van het GRP nog een duidelijke aanvullingsslag plaatsvinden.
Op basis van dit overzicht kunnen we concluderen dat we goed op weg zijn naar het voldoen aan de functionele eisen die we stellen en dus aan de realisatie van onze doelen. In de bijlagen staan de volledige tabellen met doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
19/40
4
Personeel en financiën
Voldoende middelen zijn nodig om de gemeentelijke watertaken goed in te kunnen vullen en om de ambities en voornemens uit het GRP te kunnen waarmaken.
4.1
Personeel
In het GRP is opgenomen dat er 10,4 fte nodig is om alle taken goed uit te kunnen voeren, exclusief de bezetting op projecten. Deze bezetting moet dan full time met de watertaken bezig zijn. De praktijk is echter anders. Mensen worden ingezet/gevraagd op andere taken. Vanuit de projectenkant wordt een toenemend beroep gedaan op de beheermedewerkers. Hier is met de raming in het GRP geen rekening mee gehouden. Zoals ook al in hoofdstuk drie aangegeven, blijven er taken liggen door gebrek aan personele capaciteit. Binnen projecten lijkt er voldoende capaciteit, hoewel ook daar de druk toeneemt. Het steeds meer integraal werken vergt ook daar extra inzet, wat de druk doet toenemen. In het GRP is de hiervoor benodigde inzet echter niet zichtbaar gemaakt. Uitgaande van een Voorbereiding- en Toezichtspercentage van 15% in projecten, is per miljoen euro investering een personele inzet van circa 1,5 fte nodig1 voor voorbereiding en toezicht. In 2021 was het geraamde investeringsbedrag totaal 4,5 miljoen euro. Dat betekent dat dit aan personeelsinzet circa 6,75 fte heeft gevraagd. Ook inefficiëntie leidt tot extra inzet. Een voorbeeld hiervan is de kolkenreiniging Dat gebeurt nu niet altijd goed, er is te weinig toezicht om dat te signaleren. Dat zorgt voor meer verstopte kolken dan nodig is, wat weer tot gevolg heeft dat er bij hevige neerslag wateroverlast kan ontstaan.
Dat moet dan weer worden opgelost, hetgeen (niet geraamde) tijd kost. Personeelsverloop heeft ook een negatieve invloed op de voortgang van werkzaamheden. Ervaring vertrekt naar elders, het kost extra tijd en inzet om dat weer op te vangen. Op basis van het GRP is er budget om 10,4 fte in te kunnen zetten voor de GRP-taken. Om die taken goed uit te voeren, moet dit budget ook alleen daaraan worden besteed. Dat is lastig omdat er door de beschikbare capaciteit gewerkt wordt aan een vol programma met veel ambities en projecten. In de praktijk blijkt veelal dat bijvoorbeeld projecten, meldingen, politieke vragen onbewust ‘voorrang’ krijgen op werkzaamheden die onder het GRP vallen.
Conclusie Als de in het GRP aangegeven 10,4 fte ook daadwerkelijk fulltime aan de watertaken zou werken (exclusief investeringen), zou dat naar verwachting genoeg moeten zijn. Dat is echter niet het geval doordat mensen ook gevraagd worden andere taken op te pakken.
1
1 miljoen investering betekent 15% V&T inzet, dat is 150.000 euro. Gemiddeld tarief medewerker 75 euro per uur, dat betekent 2000 uur V&T inzet. 1 fte is 1310 uur.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
20/40
Bijsturing door de gemeenteraad is niet nodig, wel door het management door de mensen die taken te laten doen waarvoor het budget is bedoeld.
4.2
Financiën
In hoofdstuk 6 van het GRP komen ook de financiële middelen aan bod. Onderscheid is gemaakt in investeringen en exploitatielasten.
4.2.1
Investeringen Waalsprong
Onderstaand is een overzicht gegeven van de investeringen in de Waalsprong t/m 2021.
De investeringen zijn binnen de totale kredietruimte gebleven. Deze investeringen worden langjarig afgeschreven en leiden dus tot kapitaallasten. De kapitaallasten bedragen eind 2021 ruim € 800.000. Uitgaande van een totaal kostenniveau in 2021 van circa € 16 miljoen euro, is de bijdrage van de Waalsprong aan de rioolheffing circa 5%. De komende jaren wordt nog aanvullend geïnvesteerd. Rond 2030 zijn de geprognotiseerde kapitaallasten maximaal, circa € 1,1 miljoen euro.
Figuur 4-1: Verloop kapitaallasten Waalsprong
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
21/40
4.2.2
Investeringen bestaand areaal
In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de ramingen uit het GRP en de realisatie in de afgelopen jaren.
Deze investeringen worden direct afgeboekt, er wordt niet langjarig op afgeschreven en ze leiden niet tot kapitaallasten. Te zien is dat in de planperiode van dit GRP de werkelijk investeringen achter zijn gebleven bij de ramingen. Anno 2021 is er een ‘achterstand’ van 6,3 miljoen euro. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat dat allemaal werken betreft die niet zijn uitgevoerd. Werken kunnen ook goedkoper zijn uitgevallen dan geraamd. Ook kunnen werken, bijvoorbeeld in het kader van integraal werken, zijn verschoven in de tijd. Het beeld strookt met het beeld dat er werkzaamheden blijven liggen door gebrek aan personele capaciteit
4.2.3
Exploitatie
In het GRP zijn de exploitatielasten onderverdeeld in 12 activiteiten. Een analyse hierop is anno 2021 lastig uit te voeren omdat er sinds de vaststelling van het GRP er enkele stelselwijzigingen zijn doorgevoerd. Bijvoorbeeld zijn de interne verrekeningen extracomptabel geworden en zijn ook de personeelslasten verbijzonderd in een apart deelproduct. In de volgende tabellen is onderscheid gemaakt in ‘onderhoud’ (GRP 5.2.3) en ‘overige lasten’ (GRP overige paragrafen).
Ramingen GRP
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
22/40
Begroting In de begroting van de ‘overige lasten’ zijn in tegenstelling tot de kolom uit het GRP, ook de investeringskosten opgenomen. Dat maakt vergelijking met het de waarden uit het GRP onmogelijk. Wel wordt hierna de begroting vergeleken met de realisatie.
Realisatie
NB In 2021 is er 457.000 voordeel op onderhoud door dwangsomoplegging Plaza Foods.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
23/40
Te zien is dat er de afgelopen jaren minder geld is uitgegeven dan begroot. Dat strookt met het gegeven dat er werk blijft liggen omdat de personele inzet op de gemeentelijke watertaken te krap is. Uiteindelijk heeft dat zijn effect op de stand van de voorziening, die hoger is dan de raming in het GRP. Bij het opstellen van het volgende GRP wordt uitgegaan van het werkelijke beginsaldo van de voorziening, die heeft effect op de benodigde hoogte van de rioolheffing.
Voorziening
Rioolheffing In Nijmegen is de rioolheffing een eigenarenheffing gerelateerd aan de WOZwaarde van het perceel. De afgelopen jaren is de WOZ-waarde gestegen, het percentage voor de rioolheffing is daarmee gedaald. 2020: 0,0679% 2021: 0,0609% 2022: 0,0546%
De begrote rioolheffing voor een boekjaar wordt in het jaar ervoor door de raad vastgesteld bij behandeling van de Stadsbegroting. Het gaat dus om een doorrekening in het jaar X van de verwachte rioleringskosten in het jaar X+1. Die verwachte kosten bepalen de hoogte van de begrote rioolheffing, waarbij kostendekkendheid uitgangspunt is. De inning van de rioolheffing in een boekjaar is vervolgens een autonoom proces en staat los van de gemaakte werkelijke kosten in dat boekjaar. De werkelijk geïnde rioolheffing kan in het boekjaar dus hoger of lager uitvallen dan begroot. In de hiernaast weergegeven tabel is dat effect weergegeven. Het totale resultaat van de drie onderdelen Onderhoud en Overige kosten en rioolheffing wordt bij de jaarrekening vereffend met de voorziening.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
24/40
4.2.4
Conclusie
De afgelopen jaren zijn er werkzaamheden blijven liggen, daardoor is in de exploitatie minder geld uitgegeven dan waar in het GRP van is uitgegaan. Ook de investeringen zijn achtergebleven bij de raming uit het GRP. De stand van de voorziening is per 31-12-2021 dan ook hoger dan waar in het GRP van is uitgegaan. Het betreft veelal uitstel van werkzaamheden, waardoor de bijbehorende uitgaven de komende tijd nog wel komen. Ook zullen nieuwe ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie en energietransitie ook voor riolering en stedelijk water de komende perioden tot meer en/of vervroegde investeringen kunnen leiden. Dat er minder is uitgegeven en er meer geld in de voorziening aanwezig is dan geraamd betekent dus niet dat de rioolheffing nu direct naar beneden kan worden bijgesteld. Bij het volgende GRP zal de hele financiële ontwikkeling in zijn geheel en in samenhang opnieuw tegen het licht worden gehouden en zal een bijbehorende rioolheffing worden berekend.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
25/40
5
Overige vraagpunten
Naast de hiervoor aangestipte onderwerpen zijn er nog de volgende vraagpunten die in dit hoofdstuk aan de orde komen:
• • • •
Bekostiging van nieuwe aanleg vanuit de rioolheffing. Doorontwikkeling naar een ideaalcomplex voor vervangingsinvesteringen. Invloed van de Omgevingswet op inhoud en proces van het GRP. Effecten (op onder andere benodigde middelen) van ontwikkelingen op het GRP; klimaatadaptatie, ontwikkelingsperspectieven (OWP), gezamenlijk programmeren, technische innovaties. • De ervaring en geleerde lessen bij het onderbrengen van de visie van het waterplan en de verdere realisatie daarvan welke nu voor het eerst volledig opgenomen is in het GRP 2017-2023.
5.1
Bekostiging van nieuwe aanleg vanuit de rioolheffing
Met ingang van 2015 is besloten om de kapitaallasten van de aanleg van voorzieningen voor afvalwater en hemelwater in de woongebieden van de Waalsprong vanuit de rioolheffing te bekostigen en niet de kosten te betalen vanuit de grondexploitatie. Daarbij zijn met ingang van 2017 ook de rentelasten van verworven grond én de aanleg van oppervlaktewater meegenomen. Eind 2021 is het totale gekapitaliseerde bedrag voor de Waalsprong € 35,3 miljoen (zie ook paragraaf 4.2.1). In de praktijk leidt dat tot een hogere rioolheffing dan wanneer dat niet zou gebeuren. De kosten van de uitbreiding worden dan gedragen door alle rioolheffingsbetalers in plaats van alleen door de kopers van de gronden in de betreffende ontwikkeling. De kapitaallasten worden opgenomen in het totaal van kosten die vanuit de rioolheffing moeten worden gedekt. Dat betekent dat als dit gebeurt, de kosten ‘schoksgewijs’ omhoog gaan en de rioolheffing dat verloop moet volgen (als de voorziening niet toereikend is om deze ‘schok’ op te vangen). Zoals eerder aangegeven, bedragen in 2021 de kapitaallasten van de Waalsprong ruim € 800.000. Uitgaande van een totale geraamde kostenomvang in 2021 van 16,5 miljoen euro, betekent dat het aandeel van de kapitaalasten van de Waalsprong hierin, en dus ook in de rioolheffing, circa 5% bedraagt.
5.2
Doorontwikkelen ideaalcomplex voor vervangingsinvesteringen
In het GRP is opgenomen dat wordt toegewerkt naar een volledige toepassing van het ideaalcomplex met ingang van 2030. Investeringen worden dan direct ten laste van de exploitatie gebracht. Er zijn dan geen rentelasten meer.
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
26/40
Voorwaarde is dat een zeer gelijkmatige investeringsopgave kan worden gerealiseerd. Het is de vraag of de huidige ontwikkelingen dat mogelijk gaan maken. Uit het GRP 2017-2023 blijkt dat de in 2017 geraamde uitgaven toenemen van 16,5 miljoen euro in 2021 tot 24,5 miljoen euro in 2050 (prijspeil 2017). Een stijging van bijna 50% die zich ook zal vertalen in de rioolheffing. Klimaatadaptatie zal een toename van investeringen vragen. Ook het aanhaken bij de energietransitie, waarbij een wijkgerichte aanpak voor de hand ligt, zal tot een verschuiving en intensivering van vervangings- en verbeteringsopgaven kunnen leiden. Gevolg kan zijn dat dat leidt tot pieken in het investeringsvolume. Deze ontwikkelingen kunnen de succesvolle toepassing van een ideaalcomplex in de weg staan. Ook wordt de aanleg van riolering in de Waalsprong bekostigd uit de rioolheffing. Dit gebeurt via kapitaallasten. Deze lopen mogelijk nog tientallen jaren door. Bij het opstellen van het nieuwe GRP zal opnieuw moeten worden onderzocht of het streven naar een ideaalcomplex op de uitgaven nog steeds haalbaar is en op welke termijn.
5.3
Invloed van de Omgevingswet
Naar verwachting wordt per 1-1-2023 de Omgevingswet van kracht. Het Gemeentelijk Rioleringsplan op grond van de Wet milieubeheer komt dan te vervallen en is geen verplichte planvorm meer. De Omgevingswet kent het facultatieve “Gemeentelijk Rioleringsprogramma”, ook wel het Water- en Rioleringsprogramma genoemd. Ondanks dat het GRP/WRP facultatief is, is het wel belangrijk om zo’n programma op te blijven stellen. Citaat uit de memorie van toelichting bij de Omgevingswet Het gemeentelijk rioleringsplan, zoals dat op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer door de gemeenteraad moet worden vastgesteld, wordt overgeheveld naar de Omgevingswet als facultatief programma. Het gemeentelijk rioleringsprogramma is in het wetsvoorstel weliswaar niet meer een verplicht programma, maar het is om verschillende redenen voor gemeenten, medeoverheden en burgers en bedrijven van belang. Dit instrument stelt gemeenten in staat het beleid en de maatregelen die worden opgesteld om de taken op het gebied van stedelijk afvalwater (volgend uit de richtlijn stedelijk afvalwater), afvloeiend hemelwater en voor het treffen van grondwatermaatregelen na te komen en in samenhang te beschrijven. Het stimuleert gemeenten het rioolstelsel op orde te houden en maakt aan burgers en bedrijven inzichtelijk wat zij op dit gebied van de gemeente kunnen verwachten.
Ook bevordert het gemeentelijk rioleringsprogramma een goede beleidsafstemming tussen gemeenten en waterschappen en maakt het de besteding van de rioolheffing transparant.
Daarnaast zal er een duidelijk verband moeten zijn tussen de Omgevingsvisie en het GRP/WRP. In de Omgevingsvisie komt het waterbeleid van Nijmegen op hoofdlijnen. De uitwerking van dat beleid komt in het programma en
Sweco | Projectnummer: 51007103 Datum: 11-7-2022
Versie: D1
Document referentie: p:\5325\51007103_nijmegen_tussenevaluatie_grp\w200 documentmanagement\nl22-648800269-27949 nijmegen tussenevaluatie grp 2017-2023 d1.docx
27/40
omgevingsplan terecht. Hoe beleidsrijker de Omgevingsvisie op het gebied van water is, hoe beleidsarmer het GRP/WRP kan zijn. Tot slot verandert de besluitvorming. Werd het GRP conform de Wet milieubeheer nog vastgesteld door de gemeenteraad, het programma conform Omgevingswet wordt formeel vastgesteld door het college van B&W. De begroting en rioolheffing blijven overigens op het bord van de gemeenteraad liggen. Het GRP/WRP moet voor besluitvorming op grond van de AWB zes weken ter inzage worden gelegd.
GRP’n die voor de datum invoering Omgevingswet zijn vastgesteld, blijven geldig tot het moment dat de planperiode afloopt of dat het college van B&W het plan intrekt.
5.4
Effecten van ontwikkelingen
Ontwikkelingen hebben effecten op onder andere benodigde financiële en personele middelen in het GRP. Het gaat dan om klimaatadaptatie, ontwikkelingsperspectieven (OWP), gezamenlijk programmeren, technische innovaties. Het GRP 2017-2023 is geschreven met de kennis van 2016. Op basis daarvan zijn de werkambities en activiteiten ontwikkeld. Nieuwe ontwikkelingen hebben daar hun invloed op. Op het gebied van klimaatadaptatie zijn inmiddels stresstesten uitgevoerd die wellicht een ander licht op knelpunten werpen. Ontwikkelperspectieven worden opgesteld, waardoor grof geraamde maatregelen meer gedetailleerd kunnen worden ingevuld. Dat kan leiden tot andere of meer maatregelen dan eerst werd gedacht en dus tot een ander verloop in de benodigde middelen. Het gezamenlijk programmeren of integraal werken kan ertoe leiden dat rioleringswerken verschuiven in de tijd. Dat kan zowel naar achteren als naar voren. Dat heeft invloed op de financiële middelen. Als werken vanwege de afstemming naar voren worden gehaald betekent dat een stukje kapitaalvernietiging. Hoe dat in totaliteit uitwerkt, is nog onbekend. Daarnaast spelen de ontwikkelingen die in paragraaf 5.2 zijn genoemd (klimaatadaptatie, energietransitie).