CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Totaaloverzicht openstaande moties tot en met 4 februari 2026

Besluitronde (raadsvergadering) 8 juli 2026, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Overzicht uitvoering aanvaarde raadsmoties tot en met 4 februari 2026 (53/2026)41.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Een belangrijk momentum in dit verband betreft de consultatieronde over de concept-provinciale energievisie in okt/nov 2024. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. April 2024: Bij aanbieding van de Raadsinformatiebrief Waterstof (20-12-2023) heeft het college aangegeven dat de strategie om waterstof te bevorderen onderdeel zal worden van de Locale Energie Strategie (LES) die momenteel opgesteld wordt. Hiermee zal ook uitvoering aan de motie “Gelukkig aan het waterstof” gegeven worden. In de LES zal beschreven worden hoe de voortgang van de energietransitie, inclusief de voortgang van de aanleg van het waterstofnetwerk bevorderd en gemonitord zal worden. Raadsbrief waterstof in Nijmegen: https://nijmegen.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/2e654ecf-9664-4b3c-89dd-908ae0540340#ff4bca87-7b61-421c-808b-ab0d287fa14e De 1e reactie geeft aan hoe de uitvoering van de motie deels gekoppeld kan worden aan de Beheerorganisatie. Voor het voeren van een lobbystrategie is echter de gemeente zelf aan zet om contacten te leggen met het Rijk, gemeenten, uitvoeringsorganisaties en andere stakeholders. Dit wordt opgepakt in het bredere kader van de energietransitie. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Motienummer 61

Onderwerp

Datum politieke Portefeuille avond houder

Programma

Concernmanager

Fractie(s)

210428.01

Groene energie ten koste van groen is niet groen

28 april 2021

Openbare Ruimte

Arno Koldenhof

GroenLinks, M. van Doorn PvdA, Partij voor de Dieren

Inhoud Motie:

Verzoekt het college: 1. In aanloop naar de RES 2.0 in de RES-regio Arnhem Nijmegen erop in te zetten de aanwezige natuurgebieden (blijvend) te ontzien bij de aan te wijzen locaties voor windturbines; 2. In aanloop naar de RES 2.0 in de RES-regio Arnhem Nijmegen erop in te zetten om zonnevelden dusdanig te plaatsen dat ze niet de natuur verstoren of verdringen en dat expliciet wordt ingezet op het versterken van natuur(waarden) en biodiversiteit; 3. Met de relevante energieleveranciers en andere organisaties en overheden binnen de RES-regio Arnhem-Nijmegen in gesprek te gaan, om te werken aan een plan om de gevaren en risico's voor vogels, vleermuizen en insecten door windturbines te beperken en daarbij alle inzichten en innovaties in ogenschouw te nemen; 4. De gemeenteraad te informeren over de vorderingen, de resultaten en eventuele implementatievoornemens. We voeren de motie uit. Inhoudelijk: Uitgangspunt in het Regionale Energiestrategie (RES) bod is nadrukkelijk de belangen van natuur mee te nemen. Bij het benoemen van de zoeklocaties zijn natuurgebieden vermeden; in het vervolgproces richten we ons via de integrale aanpak op koppelkansen, onder meer voor natuur en landschap. Uit het RES 1.0: Er liggen interessante kansen en uitdagingen om het natuur- en ecologienetwerk te versterken binnen onze RES-regio.

Er kunnen binnen de RESopgave accenten worden gelegd in het robuuster maken van het bestaande natuurnetwerk, door extra areaal toe te voegen of te werken aan de vermindering van de ongewenste stikstofuitstoot in deze gebieden. Ook klimaat-adaptieve maatregelen zoals tegengaan van verdamping door omvorming van naaldbossen en een robuuster waterbeheer voor de aanpak van verdroging in landbouw- en natuurgebieden is gewenst. • Het robuuster maken en versterken/vergroten van het areaal natuurgebieden. • Extra bosaanplant als compensatie voor de stikstofuitstoot waardoor stedelijke ontwikkelingsopgave kunnen plaatsvinden. • Investeren in nieuwe ecologische corridors om robuustere natuurnetwerken te ontwikkelen. • Transformeren naaldbossen naar loofbossen waardoor verdamping wordt tegengegaan. • Meer ruimte voor waterretentie en peilverhoging in agrarische- en natuurgebieden als waterbuffer voor de lente en zomer. • Aanpak verdroging en maatregelen ter voorkoming van een te lage grondwaterstand in agrarische- en natuurgebieden. • Bij planvorming voor verstedelijkingsopgave integraal aandacht besteden aan behoud en ontwikkeling natuurwaarden. • Versterking biodiversiteit door natuurvriendelijke agrarische productiemethoden, beheersmaatregelen en herstructurering intensieve veehouderij.

1e reactie:

T. van Elferen

Eerste indiener

College motie afvoeren Ja

Voortgang:

Deze uitgangspunten zullen in het RES 2.0 verder uitgewerkt worden in samenspraak met alle stakeholders. Hiermee wordt invulling gegeven aan de eerste drie punten van de motie. Procedureel: De werkorganisatie RES verzamelt alle reacties van de Raden op de RES 1.0 in een oplegnotitie. Deze oplegnotitie met daarin alle reacties zal uiterlijk 1 juli a.s. samen met het definitieve bod RES 1.0 worden ingediend bij het NPRES en PBL. Het RES traject kent een doorlooptijd tot 2030. De RES wordt in een cyclus van minimaal 2 jaar geüpdatet. De RES 2.0 is een nadere uitwerking en mogelijke herziening van de RES 1.0. Over de RES 2.0 vindt, net als bij de RES 1.0, weer besluitvorming plaats. De afspraken in de RES 1.0 en de reacties van de Raden vormen de basis voor het proces naar de RES 2.0. De RES 2.0 moet uiterlijk 1 maart 2023 worden ingediend bij het Rijk. De Raad zal gedurende het opstellen van RES 2.0 op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen, hierin zullen ook de natuurbelangen meegenomen worden, waarmee invulling aan het vierde punt gegeven wordt. Mei 2026: De RES 2.0 is inclusief planMER en de beantwoording van de zienswijze van de raad op 24 februari 2026 vastgesteld door het college van B&W. We stellen voor om de motie af te voeren.

Oktober 2025: RES 2.0 wordt inclusief een planMER in Q4 2025 als concept aan de raad aangeboden om de raad in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. April 2025: De tussentijdse actualisatie van de RES1.0 heeft inmiddels plaats gevonden: op 29 januari 2025 gaf de gemeenteraad wensen en bedenkingen aan; op 25 februari 2025 heeft het college de actualisatie onder de noemer ‘RES2024’ vastgesteld. Aansluitend zijn nu de voorbereidingen gestart om dit jaar te komen tot de RES2.0. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2024: Na de vaststelling van de RES1.0 is in 2022/2023 een planMER opgesteld - met daarin aandacht voor de effecten op natuurwaarden - als input voor de opvolging van de RES1.0. De huidige planning voor de RES is dat een actualisatie van de RES1.0 medio november 2024 wordt vastgesteld door het college van B&W. Vervolgens krijgt de raad de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te dienen in december/januari. Een volledige herrijking tot een RES2.0 is voorzien in 2025. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. April 2024: De landelijke Commissie m.e.r. bracht november 2023 een toetsingsadvies uit op de planMER voor de RES.

De commissie noemde als aandachtspunt voor uitwerking van de RES1.0 binnen gemeenten cq herijking tot de RES2.0 dat de informatie over natuur en landschap in de planMER volgens de Commissie nog van onvoldoende kwaliteit was. De RES2.0, waarin de adviezen van de Commissie m.e.r. over de gevolgen van grootschalige duurzame opwek voor de natuur, worden verwerkt, is momenteel in voorbereiding. De planning is dat deze eind 2e kwartaal van 2024 aangeboden kan worden aan de gemeenten voor vaststelling. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2023: Op dit moment ligt de planMER bij de Commissie m.e.r. ter beoordeling. Het gaat om een verplichte kwaliteitstoets, waarbij de commissie mogelijk vraagt om het rapport – middels een addendum - op punten aan te vullen. Vervolgstap is dat de consequenties van de planMER per gemeente met een maatwerkproces in beeld worden gebracht en doorgevoerd in de RES 2.0. Specifiek voor Nijmegen geldt dat de projecten die in RES 1.0 waren opgenomen binnen onze gemeentegrenzen, grotendeels zijn gerealiseerd: de wind- en zonneparken ten noorden van de Grift bij de A15 en op het ENGIE-terrein en het zonnepark langs de A73. In juli is de planMER over RES 1.0 aangeboden aan de gemeenteraad. Het planMER geeft de milieu- en natuureffecten objectief weer.

Het is aan de bestuurders van colleges en gemeenteraden van andere gemeenten, om af te wegen wat zij met de uitkomsten van dit onderzoek gaan doen in de besluiten die zij nemen. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Mei 2023: Op 21 december 2022 heeft uw raad zienswijzen ingediend op de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) voor de planMER RES. In deze zienswijze roept u onder meer op om in de planMER mee te nemen hoe de natuur kan worden ontzien én versterkt. De planMER wordt naar verwachting in Q2 2023 opgeleverd en dient als input voor de RES 2.0. De RES 2.0 wordt vastgesteld door de gemeenteraden, provinciale staten en de algemeen besturen van de waterschappen. De uitgangspunten uit de RES 1.0, zoals hierboven beschreven, worden hierin meegenomen. Specifiek voor de bescherming van de wespendief heeft de provincie een strategie vastgesteld: In een zone van 1-8 km rondom de Veluwe mogen maar één of twee windparken komen met een stilstandsvoorziening. Door in te zetten op natuurherstel en innovatieve oplossingen zoals cameradetectie bij windturbines, kunnen er in de 1-8 km zone mogelijk in de toekomst wel meer windparken komen. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2022: De notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) van de plan-MER voor de RES 2.0 gaat in oktober naar de gemeenteraden.

De gemeenteraden hebben tot december de tijd om zienswijzen in te dienen. Uitgangspunt van het plan-MER is om de milieu-effecten van verschillende scenario’s inzichtelijk te maken. De discussie hoe deze milieu-effecten meewegen in de

RES is onderwerp van gesprek in de besluitvorming richting de RES 2.0. We stellen voor de motie niet af te voeren. Mei 2022: De colleges van alle gemeenten in de RES Arnhem Nijmegen hebben besloten om een gezamenlijke plan-MER uit te voeren voor de RES. Met een regionale plan-MER zorgen we voor inzicht in de milieueffecten (inclusief natuur en landschap) van duurzame energieopwekking en maken we expliciete afweging van de milieueffecten mogelijk bij de verdere uitwerking van de RES 1.0. De onderzoeksvragen worden uitgewerkt in een notitie reikwijdte en detailniveau, die aan de gemeenteraden wordt voorgelegd. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2021: De 16 gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen hebben het bod RES 1.0 vastgesteld en aangeboden aan NPRES en PBL. De uitwerking van de afspraken in het bod RES1.0 wordt nu opgestart evenals de voorbereiding van een nieuw bod RES2.0 dat in 2023 moet worden opgeleverd. We informeren de raad gedurende het opstellen van RES 2.0. Op dit moment is dit nog niet aan de orde. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Motienummer 62

Onderwerp

Datum politieke Portefeuille avond houder

Programma

Concernmanager

Fractie(s)

250416.02

Milieuperron als hoeksteen

16 april 2025

Openbare Ruimte

N. Sonneveldt

CDA, PvdA. SP, VVD

Inhoud Motie:

1e reactie: Voortgang:

J.P. Broeren

Eerste indiener College motie afvoeren M. Maas Nee

Roept het college op: 1. In het grondstoffenbeleid onderzoek te doen naar stadsbrede implementatie van milieuperrons in Nijmegen: a. Hierbij te onderzoeken hoe deze perrons kunnen worden ingericht voor meerdere (kleinschalige) afvalstromen zoals restafval, papier, plastic+, luiers, grofvuil, elektronische apparaten, batterijen en (frituur)vet. b. Aandacht te besteden aan effectieve schoonmaak- en handhavingsbeleid. c. Geleerde lessen uit andere gemeenten, waaronder bijvoorbeeld de gemeente Maastricht, te betrekken bij dit onderzoek. Wij voeren de motie uit. Wij zullen binnen het kader van het grondstoffenbeleid onderzoeken wat de mogelijkheden, de pro's en contra's en de ervaringen zijn ommilieuperrons in te zetten voor de genoemde afvalstromen. Daarbij zullen we in elk geval de ervaringen van gemeente Maastricht in betrekken.

Mei 2026:

We nemen deze motie mee in de uitvoeringagenda grondstoffen, voortkomend uit het grondstoffenbeleidsplan. Het grondstoffenbeleidsplan vormt de visie voor de richting die de gemeente Nijmegen de komende jaren wil inslaan. Het bevat doelstellingen op het gebied van recycling en de kwaliteit van grondstoffen. We stellen hierbij ook kaders vast hoe we tot deze doelstellingen willen komen. Concrete maatregelen worden uitgewerkt in de uitvoeringsagenda. Rond de zomer 2026 zal het grondstoffenbeleidsplan worden opgeleverd aan de gemeenteraad. In de uitvoeringagenda onderzoeken we of het nuttig is om bij de plaatsing van (ondergrondse) verzamelcontainers van restafval in milieuperrons te realiseren. Voor herbruikbare grondstofstromen zullen we geen extra (ondergrondse) verzamelcontainers plaatsen, omdat we deze zo veel mogelijk huis-aan-huis willen inzamelen. Dit beperkt de hoeveelheid ondergrondse containers van PMD, GFT en oud papier. Mocht het creëren van een milieuperron toch voordelig zijn dan onderzoeken we op een later moment - tijdens de uitvoering van het grondstoffenbeleid of een milieuperron kan worden ingericht. Uit het inwonersberaad is het advies gekomen onderzoek te doen naar een mobiele milieustraat. We nemen deze actie op in de uitvoeringsagenda van het grondstoffenbeleidsplan.

Dit valt onder de ambitie serviceverhoging en communicatie voor scheiding van herbruikbare grondstoffen. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2025: Binnen het kader van het grondstoffenbeleid onderzoeken we wat de mogelijkheden zijn om milieuperrons in te zetten voor de genoemde afvalstromen. We nemen ervaringen van andere gemeente hierin mee. Tijdens het inwonersberaad zal worden ingegaan op maatregelen voor reiniging in de stad, zoals schoonmaking en handhaving van containers of perrons. Vanwege capaciteitsproblemen is de uitwerking van het grondstoffenbeleidsplan echter vertraagd. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Motienummer 63

Onderwerp

Datum politieke avond

201216.04

Natuurlijk! Ook goed natuuronderzoek gaat volgens de Regels

16 december 2020 N. Vergunst C. Daemen

Inhoud Motie:

Verzoekt het College: 1. Voortaan bij projecten in en buiten Nijmegen te voldoen aan nationale en internationale natuurwetgeving; 2. Voortaan alleen goede natuuronderzoeksbureaus in te schakelen die fatsoenlijke quick scans en natuurtoetsen uitvoeren; 3. Voortaan voorafgaand aan projecten waarin er iets gebeurt met natuur omwonenden, natuurorganisaties en wetenschappers met kennis van zaken goed te betrekken bij de plannen, En gaat over tot de orde van de dag We voeren de motie uit. 1. 1. We voeren bij alle ruimtelijke projecten, waar de Wet Natuurbescherming van toepassing is, natuuronderzoek uit volgens de geldende regels en houden ons daarbij aan alle (inter)nationale regelgeving. Bijvoorbeeld bij de bouw van de Stadsbrug is compensatie gedaan voor aantasting van het Natura 2000 gebied. 2. 2. Natuuronderzoek gaat in twee stappen: een Quick scan, wat een bureaustudie is. Als er beschermde soorten zitten, die negatief beïnvloed worden door een project, volgt ook een Nader Onderzoek van een jaar. Omdat dit dus een tijdrovende procedure kan zijn, is voor de Waalsprongontwikkeling een Soortenmanagementplan Nijmegen-Noord opgesteld en heeft de provincie daardoor een gebiedsontheffing gegeven voor een aantal diersoorten. De verplichte monitoring heeft dit jaar al plaatsgevonden.

Bij eventuele renovaties van gemeentelijke panden wordt er door ons altijd onderzoek gedaan naar vleermuizen en andere gebouw-bewonende soorten. Wij schakelen hiervoor een gerenommeerd Ecologisch bureau in (Waardenburg), die ook andere monitoring voor ons verzorgt en nu het Biodiversiteitplan voor ons opstelt. Bij de vergunning verlening voor de MTB-route is de aanvraag en dus ook het zoeken van een ecologisch bureau gedaan door de stichting MTB Routenetwerk Rijk van Nijmegen. Wij hebben daarin geen rol gehad. Een volgende keer zullen we daar beter op toezien. 3. 3. Bij Nijmeegse uitvoeringsprojecten is het standaard om omwonenden te betrekken bij de plannen. Indien het gaat om een project in een natuurgebied worden eventueel natuurorganisaties en wetenschappers met kennis van zaken betrokken. Bijvoorbeeld bij het beheerplan voor Park Staddijk is dat een uitvoerig proces geweest, waarin het IVN een grote rol speelde. De Natuurparelkaart is zelfs alleen door de wetenschappers en het IVN opgesteld. Voor de aanleg van gehele MTB route is ook een uitgebreid communicatieproces geweest vanuit de gemeente Berg en Dal en de stichting MTB Routenetwerk Rijk van Nijmegen. Helaas hebben de bewoners van de omgeving Kwakkenberg daar te weinig van gemerkt. In het vervolg zullen zij wel worden betrokken. Mei 2026: Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen te melden ten opzichte van oktober 2025.

We stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

1e reactie:

Voortgang:

Portefeuille houder

Programma

Concernmanager

Fractie(s)

Eerste indiener

Openbare ruimte

Nicole Sonneveldt

Partij voor de Dieren

E. Lauret

College motie afvoeren Nee

PA 4 feb. 2026: Het wordt een beetje een welles-nietes verhaal. De pijn zit hem erin dat we in Nijmegen te vaak hebben gezien dat beschermde en/of bedreigde soorten over het hoofd werden gezien of dat er slechte of geen natuuronderzoeken werden uitgevoerd, terwijl dat wel noodzakelijk was. Ondanks onze motie. En ja, binnen ieder ruimtelijk project zal een mate aan participatie plaatsvinden. Maar hoe kunnen wij als raad dan controleren of bij het uitvoeren van de QuickScans/natuuronderzoeken lokale kennis wordt geraadpleegd, afkomstig van inwoners, groengroepen en natuurorganisaties? Het is wat ons betreft essentieel voor de uitvoering van deze motie om per project aan te geven hoe en in hoeverre hieraan is voldaan. Vertrouwen is mooi, maar we zien in de praktijk dat onderzoekers regelmatig onvoldoende soortdeskundig zijn en/of te weinig betaald krijgen voor een fatsoenlijk onderzoek en/of onvoldoende onafhankelijk opereren ten opzichte van de opdrachtgever. Dan kun je dus niet vertrouwen op de ‘objectieve gegevens en deskundigheid van die onderzoekers’. Misschien is het goed hierover nog een keer een gesprek te voeren met college of dat er een informatief gesprek kan plaatsvinden.

Wellicht zijn concrete afspraken over de uitvoering van de beslispunten te maken, waardoor de motie dan wel kan worden afgevoerd Oktober 2025: In eerdere reacties hebben we aangegeven hoe we voldoen aan de strekking van de motie. Aanvullend hebben we de raad hierover uitvoerig geïnformeerd tijdens een technische toelichting, gehouden op woensdagmiddag 30 oktober 2024. Bij de technische toelichting lag de focus op beslispunt 1 en 2. Wat betreft beslispunt 3, willen we meegeven dat binnen ieder ruimtelijk project een mate aan participatie plaatsvindt. Ook wordt bij het uitvoeren van de quickscans/natuuronderzoeken lokale kennis geraadpleegd, afkomstig van inwoners, groengroepen en/of natuurorganisaties. Het is aan de onderzoekende partij te bepalen in hoeverre dit relevant is. Het is ondoenlijk om per project aan te geven hoe en in hoeverre hieraan is voldaan. Maar in z’n algemeenheid mag gesteld worden dat wij voor een professionele beoordeling uitgaan van c.q. vertrouwen op de objectieve gegevens en deskundigheid van de professionele onderzoekers. We stellen dan ook voor om de motie af te voeren. PA 2 juli 2025: Regelmatig voldoen quick scans en natuuronderzoeken nog niet aan wet- en regelgeving.

Ook is niet bij alle projecten controleerbaar of eventuele verplichte mitigatie/compensatie voor de natuur die verdwijnt wordt uitgevoerd en zo ja hoe/waar? Regelmatig zijn de onderzoekers van natuuronderzoeksbureaus niet soortdeskundig en/of houden ze zich niet aan bestaande onderzoeksprotocollen, wat ervoor zorgt dat het geen goed natuuronderzoeksbureau is. Regelmatig worden er geen natuurorganisaties betrokken bij plannen waarbij natuur wordt aangetast of negatieve effecten ondervindt. Wij willen graag kunnen controleren of omwonenden, natuurorganisaties en wetenschappers met kennis van zaken betrokken waren en zo ja, welke/hoe. Kan voortaan per project (waarbij natuur verdwijnt of negatieve effecten heeft) gerapporteerd worden hoe aan beslispunt 3 is voldaan? April 2025: Wij hebben de raad hierover uitvoerig geïnformeerd tijdens een technische toelichting, gehouden op woensdagmiddag 30 oktober. Wij stellen voor om de motie af te voeren. PA 18 december 2024: Deze motie willen wij nog niet afvoeren. Wij zijn blij dat de raad op korte termijn zal worden geïnformeerd over de nieuwe situatie die met het ingaan van de Omgevingswet is ontstaan en het proces en de stappen die in dat kader voor de onderzoeken gezet worden.

Afgelopen jaar werden nog regelmatig bedreigde en/of beschermde soorten over het hoofd gezien of werden er niet afdoende maatregelen genomen om negatieve effecten op soorten te voorkomen, dan wel werden geen mitigerende dan wel compenserende maatregelen getroffen. Dit jaar bijvoorbeeld nog de Rode lijstsoort Konijn bij plannen in de Winkelsteeg. Wij willen eerst zien dat dit in de praktijk ook echt goed gaat. Wij zien verder ook nog niet dat voorafgaand aan projecten waarin er iets gebeurt met natuur omwonenden, natuurorganisaties en wetenschappers met kennis van zaken goed worden betrokken bij voorgenomen plannen. Kan voortaan per project gerapporteerd worden hoe aan beslispunt 3 is voldaan? Dan kunnen we dat punt in ieder geval afvinken (als dat conform motie plaatsvindt). Als het volgend jaar allemaal goed gaat, zullen wij het afvoeren van deze motie overwegen. Oktober 2024: Aanvullend op de bestaande werkwijze die we hanteren bij de (inter)nationaal beschermde soorten is er vanuit de zorgplicht een algemene verplichting om zorg te dragen voor in het wild levende planten en dieren met specifiek aandacht voor bedreigde soorten (= genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten). Dit doen we door bedreigde soorten in kaart te brengen en mee te nemen in quickscans. Dat was voor 1 januari 2024 juridisch ook niet noodzakelijk.

Alle quickscans die nu uitgezet worden zullen voldoen aan de nu geldende wet- en regelgeving (Omgevingswet). De raad zal op korte termijn geïnformeerd worden over de nieuwe situatie die met het ingaan van de Omgevingswet is ontstaan en het proces en de stappen die in dat kader voor de onderzoeken gezet worden. Wij stellen voor om de motie alvast af te voeren. Pa 3 juli 2024: Wij hebben tot op heden nog te weinig bewijs gezien van natuuronderzoeken die conform_wet- en regelgeving verliepen. Zo werden diverse diersoorten zoals de Rode Lijstsoort Patrijs regelmatig over het hoofd gezien, of werden ze wel geconstateerd, maar werden ze niet meegenomen in het natuuronderzoek of werd de noodzaak van beschermende, mitigerende of compenserende maatregelen niet benoemd (laat staan uitgevoerd). We hebben nog onvoldoende gezien dat bij o.a. bestemmingsplannen aan de wetgeving en de specifieke zorgplicht voor o.a. Rode Lijstsoorten wordt voldaan. Voldoen aan wetgeving is hier meer dan het in kaart brengen van bedreigde soorten en het meenemen van bedreigde soorten in quick scans. Ze moeten ook worden meegenomen in de op quick scans volgende natuuronderzoeken.

Niet alleen moet daarbij voor een activiteit worden vastgesteld welke van nature in Nederland levende vogels (conform Vogelrichtlijn), welke van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn en welke dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, op de locatie of in de directe nabijheid van de locatie aanwezig zijn. Ook moet worden vastgesteld of er voor die soorten een belangrijk leefgebied of natuurlijke habitat is op de locatie of in de nabijheid van die locatie waar de activiteit wordt verricht.

Verder moet worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten. Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten moet worden nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten. Alle passende preventieve maatregelen moeten worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen. Tijdens en na het verrichten van de activiteit moet worden nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben. Het verrichten van de activiteit moet worden gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, moeten passende herstelmaatregelen worden getroffen. April 2024: Aanvullend op de bestaande werkwijze die we hanteren bij de (inter)nationaal beschermde soorten is er vanuit de zorgplicht een algemene verplichting om zorg te dragen voor in het wild levende planten en dieren met specifiek aandacht voor bedreigde soorten (=genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten).

Dit doen we door bedreigde soorten in kaart te brengen en mee te nemen in quickscans. We stellen voor om de motie af te voeren. PA 20 december 2023: Deze kan nog niet worden afgevoerd. We zijn blij dat steeds vaker inwoners en natuurorganisaties worden betrokken en dat sommige soorten structureler worden gemonitord, maar dat gebeurt nog niet overal/altijd. Vooral gaat er nog steeds veel mis bij natuuronderzoeken in Nijmegen: regelmatig worden beschermde soorten over het hoofd gezien en zijn onderzoeken dus onvolledig. Soms bijna stelselmatig, zoals bij de Patrijs. Zelfs na melding dat ergens een beschermde soort zit, volgt meestal geen of soms met moeite aanvullend natuuronderzoek. Laat staan dat er voldoende en juiste compenserende maatregelen worden genomen, als leefgebieden van deze soorten worden aangetast. Daardoor wordt dus nationale en internationale natuurwet- en regelgeving overtreden. Pas als dit goed gaat, kan deze motie worden afgevoerd. De motie vroeg niet om meer monitoring (advies is met de provincie in gesprek te gaan over de monitoring van Rode Lijstsoorten), wel om te voldoen aan natuurwetgeving. Dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling het standaardproces wordt doorlopen van Quickscans en Nader Onderzoek geeft blijkbaar geen garantie dat wordt voldaan aan natuurwetgeving.

De quickscans moeten gewoon goed zijn en alle in het gebied voorkomende beschermde soorten benoemen (dat is echt niet moeilijk met de gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna en de databank van waarneming.nl) en vervolgens moeten de beschermde soorten, die daar voorkomen en mogelijk nadeel ondervinden van de planontwikkeling, beschermd worden en moeten voldoende mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen. Oktober 2023: De biodiversiteitsagenda zal binnenkort naar het college gaan om vastgesteld te worden. Dit beleidsstuk is een abstracte versie van het eerder vastgestelde rapport “Biodiversiteit in Nijmegen”. In de Biodiversiteitsagenda staan doelen en uitgangspunten waarvan we willen dat die opgenomen worden (na integrale afweging met andere doelen) in de nieuwe Omgevingsvisie. Ook bevat de Biodiversiteitsagenda een abstracte verbeelding van de gewenste Hoofdgroenstructuur om op te nemen in de Omgevingsvisie. De biodiversiteitsagenda zal niet het probleem kunnen oplossen van te weinig monitoring. We hebben als gemeente noch het budget om alle beschermde soorten te monitoren, noch hebben de adviesbureaus daar personeel voor. Daarom voeren we elk jaar een gerichte monitoring uit, zoals dit jaar voor de 2e keer een vleermuismonitoring. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt het standaard proces doorlopen van Quickscan en Nader Onderzoek.

Daarmee hopen we zo goed als mogelijk is de biodiversiteit te beschermen en te versterken. We stellen voor om de motie af te voeren. PA 12 juli: Deze kan nog niet worden afgevoerd. We zijn blij dat steeds vaker inwoners en natuurorganisaties worden betrokken en dat sommige soorten structureler worden gemonitord, maar dat kan nog veel beter. Er gaat nog steeds veel mis bij natuuronderzoeken in Nijmegen: regelmatig worden beschermde soorten over het hoofd gezien en zijn onderzoeken dus onvolledig. Soms bijna stelselmatig, zoals bij de patrijs. Zelfs na melding dat ergens een beschermde soort zit, volgt soms geen of soms met moeite aanvullend natuuronderzoek. Dat is niet volgens de regels. Wij willen daarnaast de biodiversiteitsagenda afwachten in de hoop dat daarin maatregelen worden genoemd om zulke 'missers' te voorkomen. Mei 2023: Het rapport Biodiversiteit in Nijmegen is eind 2022 naar het college en naar de raad gegaan, waar het ter kennisgeving is aangenomen. In dit plan zat als bijlage het Natuurparelrapport. Inmiddels is een plan van aanpak opgesteld voor het vervolg en werken we aan de biodiversiteitsagenda, die bestaat uit een visiedeel, een verbeelding (kaart) en een globaal uitvoeringsprogramma. We verwachten de biodiversiteitsagenda voor de zomer van 2023 vast te stellen.

Doel van deze Biodiversiteitsagenda is dat het een bouwsteen wordt voor de actualisatie van de Omgevingsvisie. Daarnaast monitoren we al een aantal zaken: de vleermuismonitoring van 2022 zal herhaald worden. Dat geldt ook geldt voor de insectenmonitoring. En er is een start gemaakt met een monitoring met burgers in hun tuinen. Uiteindelijke doel is om burgers meer te betrekken in de monitoring van hun wijk (citizen science) of van de stad (vleermuizen) of van poelen (met IVN samen). Wij stellen voor om de motie af te voeren. Oktober 2022: Het externe rapport over Biodiversiteit in Nijmegen wordt op dit moment afgerond. We verwachten dit rapport dit najaar aan de raad voor te leggen. Met de raad willen we bespreken hoe we het behoud en de versterking van de biodiversiteit het beste kunnen vormgeven en borgen. In de eerste helft van volgend jaar zal mede op basis van de input van de raad een Biodiversiteitsagenda worden opgesteld. Tevens wordt dan het proces geschetst hoe deze Biodiversiteitsagenda meegenomen zal worden bij de actualisatie van de Omgevingsvisie. In deze Biodiversiteitsagenda zullen we ook nader ingaan op de onderzoeken en monitoring voor biodiversiteitsbehoud. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Mei 2022: Het Biodiversiteitsplan is nog niet afgerond. We verwachting het rond de zomer van 2022 gereed te hebben voor besluitvorming.

De gedragscode Soortenbescherming gemeente is inmiddels vastgesteld en er wordt nu gewerkt aan het implementeren in de interne en externe organisaties. De afgelopen jaren en ook dit jaar wordt monitoring uitgevoerd door deskundige bureaus om onze kennis over diersoorten in de stad te vergroten, wat ook weer ten nutte komt van de procesvoering omtrent bouwontwikkelingen en ons groenbeheer. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2021: Het Biodiversiteitsplan wordt binnen enkele maanden afgerond en uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. Dit zal een bouwsteen zijn voor de actualisatie van de Omgevingsvisie. Binnenkort komt ook de Gedragscode Soortenbescherming gemeenten ter bespreking bij het college. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Mei 2021: Op dit moment wordt een Biodiversiteitsplan opgesteld door Bureau Waardenburg. Een groot deel van het plan gaat over biodiversiteit beschermen en versterken. De Natuurparelkaart wordt in dit plan opgenomen en er wordt een nieuwe Hoofdgroenstructuurkaart vastgesteld. Deze Hoofdgroenstructuur zal een gradatie krijgen van natuurgebieden die absoluut beschermd moeten worden tot nog aan te leggen groenstructuur (zoekgebieden voor ecologische verbindingen, die ook over private grond kunnen gaan). In het Biodiversiteitsplan komt ook de wet- en regelgeving aan bod, inclusief de nieuwe gedragscode van Stadswerk voor groenbeheer. Daarmee geeft dit Biodiversiteitsplan ook de basis voor ons (ecologisch) groenbeheer. Hoe dit juridisch vastgelegd moet worden zal verder worden uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren

Datum politieke Portefeuille avond houder

Onderwerp

230201.05

Ontwerpen voor 1 februari 2023 iedereen als leidend principe

Inhoud Motie:

1. Bovengenoemde uitspraak van de raad te hanteren als leidend principe bij alle vanaf nu door of in opdracht van de gemeente nieuw te ontwerpen openbare gebouwen, bouwwerken en inrichtingstrajecten voor publiek gebruik. 2. Wanneer het college (zwaarwegende) redenen heeft om (deels) af te willen of moeten wijken van ontwerpen voor iedereen, de gemeenteraad daarover actief, tijdig en onderbouwd, al dan niet voorzien van scenario's, te informeren. 3. Deze uitspraak van de raad als leidend principe te hanteren in de aangekondigde startnotitie (03 2023). 4. De aangekondigde startnotitie openbare ruimte te verbreden met een integrale toegankelijkheidvisie, samenhangend met de inclusieagenda, voor alles wat we als gemeente aanbesteden, (her)inrichten, ontwikkelen en bouwen in de openbare ruimte en voor publiek gebruik. 5. Voor de aangekondigde startnotitie de normen en criteria uit het huidige handboek toegankelijkheid openbare ruimten te vergelijken met andere voor Nederland geschikte bestaande normeringen zoals ITS, NEN, CROW en het Bouwbesluit. 6. In de startnotitie een duidelijke onderbouwde keuze te maken waarbij de ambitie is om te kiezen voor de norm die de beste mate van toegankelijkheid biedt.

1e reactie:

We gaan hiermee aan de slag en komen hierop terug door middel van een raadsbrief als de plannen concreter zijn. Dit zal uiterlijk in het derde kwartaal van 2023 zijn met een startnotitie, waarvoor deze motie een goede input biedt.

Voortgang:

Mei 2026: De actualisatie van het handboek wordt in het tweede kwartaal 2026 gepresenteerd aan het college. We stellen voor om de motie af te voeren.

J.P. Broeren

Programma

Concernmanager Fractie(s)

Eerste indiener College motie afvoeren A. Ranshuijsen Ja

Motienummer 64

Openbare Ruimte/ Arno Koldenhof Bereikbaarheid

CDA, ODV, PvdA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, Stadspartij Nijmegen, GewoonNijmegen.NU

Oktober 2025: De actualisatie van het handboek toegankelijkheid zal eind dit jaar door het college worden behandeld. Daarnaast is toegankelijkheid toegevoegd als leidend principe aan de Omgevingsvisie. Wij stellen voor de motie nog niet af te voeren. April 2025: Momenteel zijn we bezig met de actualisatie van het handboek Nijmegen toegankelijk. Deze actualisatie zal eind van dit jaar ter besluitvorming aan het college worden voorgelegd. De raad zal hierover geïnformeerd worden middels een brief. In de actualisatie wordt verder invulling gegeven aan deze motie. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2024: 1. We geven aan dit punt van de motie invulling door de vervolgstappen die we zetten voor toegankelijkheid. Deze stappen zijn aangekondigd in het vervolg toegankelijkheid wat in mei ter informatie naar de raad is gestuurd. Een belangrijke stap hiervoor is de actualisatie van het handboek Nijmegen toegankelijk. Met deze actualisatie zijn we bezig. Ervarinsdeskundigheid wordt daarnaast steeds vaker en tijdiger betrokken bij projecten en plannen. Dit past goed in de lijn van het VN-verdrag (niets over ons, zonder ons). In bijvoorbeeld het stationsdistrict wordt hieraan gewerkt door de pilot toegankelijkheid. Bij deze pilot wordt samengewerkt met het ZRCN aan een zo toegankelijk mogelijk stationsdistrict. 2.

Het Handboek Nijmegen Toegankelijk wordt geactualiseerd. Een doel hiervan is onder andere te ondervangen dat het uitgangspunt van universeel ontwerp - en toegankelijkheid in zijn algemeenheid - in alle plannen een gemotiveerd onderdeel moet zijn van de besluitvorming. Het zal nader moeten worden uitgewerkt tot op welk niveau deze motivatie moet worden gedaan; ambtelijk, bestuurlijk of politiek. Gezien de beschikbare ambtelijke capaciteit en veelsoortigheid van ruimtelijke plannen, is het denkbaar dat niet alle plannen die

noodgedwongen (deels) afwijken van het handboek politiek gemotiveerd kunnen worden. Het handboek kan hier richtlijnen/beleidsregels voor opleggen. 3. Dit is gebeurd. Daarnaast zullen we erop inzetten dit te blijven doen. Dit doen we door in de projecten en processen van de gemeente inclusie en toegankelijkheid beter te (leren) borgen. Zoals aangekondigd in het vervolg van toegankelijkheid dat in mei door het college is ingestemd is dit een stap waar we aan werken. 4. In de vervolgstappen die nog verder uitgewerkt worden kan gelezen worden dat we dit gaan doen. Dit vraagt onder andere bewustwording in de organisatie, waar we mee aan de slag gaan. 5. De verschillende normen zijn vergeleken. Daaruit komt dat het huidige handboek toegankelijkheid goed voldoet voor de openbare ruimte, maar dat we een aantal richtlijnen zullen moeten aanscherpen of toevoegen. Hier zijn we mee bezig samen met ervaringsdeskundigen. 6. We blijven bij ons huidige handboek en zullen deze actualiseren aan de hand van de aanbevelingen uit het onderzoek. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. 7. Dit is gebeurd. Daarnaast zullen we erop inzetten dit te blijven doen. Dit doen we door in de projecten en processen van de gemeente inclusie en toegankelijkheid beter te (leren) borgen.

Zoals aangekondigd in het vervolg van toegankelijkheid dat in mei door het college is ingestemd is dit een stap waar we aan werken. 8. In de vervolgstappen die nog verder uitgewerkt worden kan gelezen worden dat we dit gaan doen. Dit vraagt onder andere bewustwording in de organisatie, waar we mee aan de slag gaan. 9. De verschillende normen zijn vergeleken. Daaruit komt dat het huidige handboek toegankelijkheid goed voldoet voor de openbare ruimte, maar dat we een aantal richtlijnen zullen moeten aanscherpen of toevoegen. Hier zijn we mee bezig samen met ervaringsdeskundigen. 10. We blijven bij ons huidige handboek en zullen deze actualiseren aan de hand van de aanbevelingen uit het onderzoek. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. 11. Dit is gebeurd. Daarnaast zullen we erop inzetten dit te blijven doen. Dit doen we door in de projecten en processen van de gemeente inclusie en toegankelijkheid beter te (leren) borgen. Zoals aangekondigd in het vervolg van toegankelijkheid dat in mei door het college is ingestemd is dit een stap waar we aan werken. 12. In de vervolgstappen die nog verder uitgewerkt worden kan gelezen worden dat we dit gaan doen. Dit vraagt onder andere bewustwording in de organisatie, waar we mee aan de slag gaan. 13. De verschillende normen zijn vergeleken.

Daaruit komt dat het huidige handboek toegankelijkheid goed voldoet voor de openbare ruimte, maar dat we een aantal richtlijnen zullen moeten aanscherpen of toevoegen. Hier zijn we mee bezig samen met ervaringsdeskundigen. 14. We blijven bij ons huidige handboek en zullen deze actualiseren aan de hand van de aanbevelingen uit het onderzoek. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. April 2024: De uitkomsten van het onderzoek gaan binnenkort naar de raad. We zullen dan ook aangeven hoe we verder gaan. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. PA 20 december 2023: Het onderzoek waarom is gevraagd is nog niet afgerond, daarom houden we motie actief Oktober 2023: Wordt onderzocht in het onderzoek dat is aangekondigd in de startnotitie toegankelijkheid. Deze is 6 september in de raad besproken. De motie kan alvast afgevoerd worden en informatie wordt in een later stadium met de raad gedeeld. We stellen voor om de motie alvast af te voeren. Mei 2023: Besloten is om deze complexe vraag voor ons te laten onderzoeken en hierop te laten adviseren door een externe partij. We hebben de vragen van de moties 23201.4 en 23201.5 voor een integraal onderzoek geformuleerd in de uitvraag voor meerdere uitgenodigde adviesbureaus om hiervoor een offerte te maken. Aan de hand van de offertes willen we de opdracht gunnen aan één van de aanbieders.

We stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Datum politieke Portefeuille avond houder

Onderwerp

221102.08

Stop het 2-11-2022 kapitaliseren van klimaatverandering – Reclames fossiel en bio-industrie vrij

Inhoud Motie:

Verzoekt het college 1. Bij contractverlengingen en toekomstige nieuwe contracten voor reclame in de openbare ruimte als voorwaarde te stellen dat er geen reclame voor fossiele producten en diensten en producten uit de bio- industrie worden getoond waaronder in ieder geval behoren: vliegreizen, cruiseschipvakanties, fossiele brandstoffen, voertuigen met fossiele brandstofmotoren, vleesproducten en producten uit de intensieve vee-industrie; 2. Zo snel mogelijk met alle reclame exploitanten die met de gemeente Nijmegen een lopende overeenkomst hebben, alsook met de aanvragers van vergunning-plichtige buitenreclame (reclame aan gebouwen) het gesprek aan te gaan en op basis van vrijwilligheid afspraken te maken over het spoedig terugdringen van reclame voor fossiele producten en producten uit de bio-industrie in de openbare ruimte, zo nodig met een actualisering van de bestaande overeenkomsten; 3. Zo nodig te onderzoeken en bij de Raad in beeld te brengen wat het financieel betekent om de reclame exploitanten te stimuleren tot het actualiseren van voornoemde lopende contracten in voorgaande zin. In januari 2021 zijn al artikel 39 vragen gesteld vanuit de fracties GroenLinks en Partij van de Dieren over het verbieden van fossiele reclames op de gemeentelijke reclamevoorzieningen.

In onze antwoordbrief van 9 februari 2021 hebben wij toen aangegeven dat we onvoldoende juridische ruimtezien om hier gevolg aan te kunnen geven. De overwegingen hiervoor waren dat: o Nijmegen de Nederlandse Reclame Code volgt over wat wel en niet aan reclame geuit mag worden; Deze code is door de reclamebranche vanuit zelfregulering ontwikkeld, juist om wettelijke regelgeving te voorkomen; o Er geen wetgeving is die zegt dat reclames over fossiele brandstoffen of anderszins verboden zijn, terwijl dat wel degelijk het geval is voor het verbod op tabaksreclame; o We als gemeente twee posities/rollen vervullen; namelijk enerzijds als private partij die commerciële contracten aangaat met reclamebureaus en anderzijds als overheid met een publiek belang. We begeven ons in een juridisch spanningsveld als we vanuit een positie als private partij invulling willen gaan geven aan een politieke wens die we vanuit onze positie als gemeentelijke overheid niet kunnen realiseren door het ontbreken van hogere wet- en regelgeving. Dit zien wij als een onwenselijk traject.

1e reactie:

J.P. Broeren

Programma

Concernmanager

Fractie(s)

Openbare Ruimte

Arno Koldenhof

CDA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA, SP

Eerste indiener College motie afvoeren Q. Lokker Ja

Motienummer 65

Deze overwegingen staan naar onze mening nog steeds onverkort overeind. Dat gezegd hebbende realiseren we ons ook dat er ondertussen meer gemeenten zijn die de reclames over fossiele brandstoffen weren. Om die reden willen we de ruimte en tijd nemen om in kaart te brengen welke overwegingen in deze gemeenten hebben gespeeld en welke juridische argumenten nog steeds dan wel niet meer valide zijn. Over de uitkomsten hiervan zullen wij terugkomen bij de raad en (in geval we van mening zijn dat de juridische ruimte aanwezig is om deze reclames te weren) aangeven wat de financiële consequenties zijn als we uitvoering zouden geven de motie.

Voortgang:

Mei 2026:

De motie ‘Reclames fossiel vrij in de APV’ is op 17 december 2025 aangenomen door de gemeenteraad, wat betekent dat reclame voor fossiele brandstof in de

openbare ruimte nu wordt verboden middels de APV. Reclame voor vlees- en fossiele brandstof worden wel bij contractverlenging aangepast. Er zijn nog lopende contracten die deze aanpassingen nog niet voor producten uit de bio-industrie toepassen, deze lopen tot 2028. We stellen voor om de motie af te voeren. Oktober 2025: Leveranciers lopen af en toe nog wat tegen onduidelijkheden aan in de richtlijnen. Aan de ene kant is de vraag wat we doen met aanbieders die niet mee willen (en juridisch gezien ook nog niet hoeven). Aan de andere kant geldt dat aanbieders die zich wel aan de nieuwe richtlijnen moeten houden op zoek zijn naar afgebakende definities. We moeten in de gaten houden waar zij tegenaan lopen. Dit blijkt niet gemakkelijk: zij komen nog steeds met dilemma’s bij ons aan. We blijven met de leveranciers in gesprek om scherpte te zoeken in de dilemma's. Er komen nog steeds vragen van mediabedrijven over de richtlijnen van de reclamerestricties bij ons binnen. Daarnaast krijgen wij ook nog regelmatig foto's van o.a. raadsleden over vleesreclame in de openbare ruimte. Dit komt deels doordat nog niet elke leverancier verplicht is om mee te werken, en deels omdat de precieze richtlijnen niet duidelijk zijn. Hierover blijven we in gesprek gaan. Daarnaast is er een motie binnengekomen over een wijziging in de APV.

Indien de reclamerestricties worden opgenomen in de APV zijn lopende contracten verplicht om zich houden aan de richtlijnen. Dit wordt tijdens de nieuwe wijziging van de APV in de raad besproken. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. April 2025: De reclame exploitanten hebben positief gereageerd om op basis van vrijwilligheid in verband met de lopende contracten te voldoen aan de wensen van de raad om bepaalde reclames niet meer te voeren. Vooralsnog heeft dit geen financiële consequenties. Voor de abri's is per 1-1-25 een nieuw contract afgesloten. De nieuwe leverancier heeft een aantal voorbeelden die in een grijs gebied vallen. Meerdere reclame exploitanten hebben aangegeven hierover met gemeente Nijmegen (en het liefst uit te gaan van landelijke kaders) in gesprek te willen. Dit zal op korte termijn plaatsvinden. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2024: 1. De gemeente gaat voorwaarden stellen aan de reclame uitingen die op reclamedragers in de openbare ruimte in beheer van de gemeente getoond worden. Deze voorwaarden worden onderdeel van nieuw af te sluiten overeenkomsten met exploitanten van reclamedragers.

De volgende reclame mag niet worden gevoerd in deze overeenkomst: • Fossiele producten en diensten en producten uit de bio-industrie • Vliegreizen • Cruiseschipvakanties • Fossiele brandstoffen • Voertuigen met fossiele brandstofmotoren • Vleesproducten • En producten uit de intensieve vee-industrie 2. Aan exploitanten van lopende overeenkomsten van reclamedragers in de openbare ruimte hebben we de vraag gesteld of zij op basis van vrijwilligheid kunnen stoppen met het tonen van reclame voor fossiele producten en producten uit de bio-industrie. Aanpassing aan de bestaande contracten is juridisch niet mogelijk. Echter de exploitanten hebben allemaal toegezegd de onderdelen bij punt 1 op te volgen. Wanneer de gemeente geen eigenaar is van reclamedragers kunnen geen voorwaarden gesteld worden aan het type reclame uitingen. Dat is onder andere het geval bij reclame op particulier terrein (bijvoorbeeld lichtbakken, doosletters, neonreclame, naamborden, uithangborden, andere gevelreclames en reclamezuilen). 3. Er zijn geen financiële gevolgen nu de exploitanten meegaan in het verzoek van de gemeente om de opsomming bij 1 op te volgen. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

April 2024: De raad mag regels stellen over “de huishouding” van de gemeente. Hierbij wordt de raad begrenst door hogere regelgeving. Gemeentelijke regelgeving mag niet in strijd zijn met hogere regelgeving of zaken regelen die de hogere wetgever exclusief aan zichzelf wil houden. Daarnaast mag het alleen gaan om zaken die binnen de gemeente spelen. Op dit moment regelt de landelijke wetgever de verboden op het maken van reclame, denk daarbij bijvoorbeeld aan reclame voor gokken en tabak. Dit is een indicatie dat het regelen van het verbod op het maken van reclame voor een bepaald onderwerp, als een taak van de landelijke wetgever wordt gezien. Daarnaast hanteren we, als gemeente, voor de vraag of een reclame-uiting acceptabel is, de Nederlandse Reclame Code. Deze code is gezamenlijk opgesteld door de marktpartijen waarbij de Reclame Code Commissie bij klachten oordeelt of een reclame aan de Code voldoet. Bij het verlengen van bestaande contracten worden de voorwaarden die in het oorspronkelijke contract staan een op een verlengd. De diverse reclamecontracten lopen de komende 3 jaar af en worden dan opnieuw in de markt gezet. Bij nieuwe aanbestedingen/afsluiten van contracten tav de buitenreclames in de stad worden contractuele voorwaarden gesteld waarin de wensen van de raad worden verwerkt. Denk hierbij aan vliegreizen, cruiseschip vakanties, etc. 2.

Alle huidige reclame exploitanten worden vóór het zomerreces gevraagd om te stoppen met reclames voor fossiele producten en bioindustrie in de openbare ruimte. 3. Afhankelijk van de reacties van de reclame exploitanten brengen wij in beeld wat de financiële consequenties zijn. 1.

Een van de reclamecontracten loopt per 31 december 2024 af. In de nieuwe overeenkomst die per 1 januari 2025 ingaat worden de wensen van de raad meegenomen. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2023: Wij verwachten uiterlijk november duidelijkheid te hebben over de mogelijkheden op een verbod op fossiele brandstoffen en de overwegingen die daarbij in andere gemeenten zijn gehanteerd. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Mei 2023: Momenteel is een projectteam bezig met Citydressing, dit omvat ook de herbeoordeling van alle contracten voor buitenreclame. Onderdeel hiervan is het onderzoek naar mogelijkheden voor een verbod op fossiele brandstoffen op gemeentelijke reclamevoorzieningen. De juridische en financiële consequenties van dit verbod worden momenteel in kaart gebracht. Echter, omdat het project nog in uitvoering is, kan er nog geen uitsluitsel worden gegeven over hoe Nijmegen juridisch kan omgaan met een eventueel verbod op fossiele brandstoffen. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Datum politieke Portefeuille avond houder

Onderwerp

240619.06

Van rommel naar 19 juni 2024 parel - de koers naar een schoon Nijmegen

Inhoud Motie:

Verzoekt het college om: 1. In de Stadsbegroting 2025-2029 ruimte te maken voor de inzet van stadsconciërges, die een actieve rol spelen in het signaleren en aanpakken van afval en verloederingsproblemen door rommel laten ophalen en met vervuilers in gesprek te gaan zonder direct te beboeten en een signaalfunctie vervullen om handhaving efficiënter in te zetten 2. De mogelijkheden te onderzoeken om stadconciërges te betrekken vanuit het programma maatwerkbanen. 3. De procedure voor het melden van kapotte of volle containers bij DAR te vereenvoudigen, zodat bewoners dit sneller en gemakkelijker kunnen doen. 4. Een campagne op te zetten gericht op het aanspreken van bewoners op verloedering en asociaal gedrag en hen bewust maakt van hun verantwoordelijkheid voor een schone stad. Insteek is om in het najaar te starten met de inzet van maatwerkbanen in het centrum. Hiervoor gaan we eerst het takenpakket bepalen aan de hand waarvan we een functieprofiel kunnen opstellen. Met het functieprofiel kunnen we onderzoeken of er mensen zijn waarbij dit profiel op het lijf geschreven is. We willen de inzet van een (of meerdere) stadconciërge(s) in ieder geval een jaar proberen. Bij voldoende resultaten kunnen we deze werkwijze definitief implementeren.

Daarnaast gaan we in samenwerking met de afdeling communicatie en Dar een campagne(strategie) opzetten gericht op het aanspreken van bewoners (en ondernemers en gebruikers) op verloedering en asociaal gedrag en hen bewust maakt van hun verantwoordelijkheid voor een schone stad. De inzet van gedragsbeïnvloeding is geen garantie op een schonere stad, maar kan wel helpen in het beheersbaar houden van de verloedering. We gebruiken de inzet van gedragsbeïnvloeding al regelmatig, maar dit is vaak lokaal- en probleemgebonden. Nu is de insteek om dit breed aan te vliegen. Na de zomer gaan we dit verder uitwerken, zodat we richting het einde van het jaar of begin volgend jaar de campagne kunnen uitrollen. Intussen kijken we samen met Dar in hoeverre de procedure voor het melden van kapotte of volle containers is te vereenvoudigen. Dit kan deze zomer al onderzocht worden, zodat we na de zomer indien mogelijk een eenvoudigere procedure hebben. Dat weten we ook wat ervoor nodig is om dit evt. te implementeren. Mei 2026:

1e reactie:

Voortgang:

J.P. Broeren

Programma

Concernmanager

Fractie(s)

Openbare Ruimte

Arno Koldenhof

GroenLinks, Stadspartij Nijmegen

Eerste indiener College motie afvoeren Ja W. Grutters

Motienummer 66

1. De Stadscongierge is inmiddels structureel opgenomen in de stadbegroting en de functie is vervuld. In 2026 gaan we de rol en werkzaamheden nog verder doorontwikkelen 2 Zie april 2025. Dit is geen mogelijkheid gebleken. 3 Zie april 2025. Er is intussen een groot deel van de gewenste verbeteringen doorgevoerd waardoor meldingen via de website nu makkelijker gedaan kunnen worden. Ook de uitleg bij de terugmeldingen is verduidelijkt, en er vindt een verbeterslag plaats voor de interne afhandeling van meldingen. Momenteel wordt nog gewerkt aan doorontwikkeling van de Dar-app qua functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid welke in 2027 zijn beslag krijgt.

4 Deze campagne nemen we mee in de uitwerking van de adviezen van het inwonersberaad. Hiervoor is inmiddels een projectleider gestart die dit oppakt We stellen voor om de motie af te voeren. Oktober 2025: 1 We hebben in de voorstelbegroting ruimte gemaakt voor de stadsconciërge vanaf 2026. Tevens hebben we een voorkeurs-kandidaat op het oog om deze functie vanaf januari 2026 te gaan invullen. Iemand met ruime ervaring in de Nijmeegse openbare ruimte, met het verbinden van inwoners en ondernemers en het aanspreken op gedrag. Wij verwachten vanaf januari een vliegende start te maken met het invullen van deze functie. Momenteel zijn we aan het proefdraaien met de werkzaamheden van de stadsconciërge, de interne afstemming tussen de afdelingen en de betrokken partijen met als aandachtgebied het centrum. 2 Zie april 2025. Dit is geen mogelijkheid gebleken. 3 Zie april 2025. Momenteel wordt o.a. gewerkt aan doorontwikkeling van de Dar-app qua functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid 4 Deze campagne zien we volgend jaar als onderdeel van de grotere uitwerking rondom de adviezen van het inwonersberaad, de kenteringsaanpak afvalhotspots (Motie Afvalbalans) Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. April 2025: Er zijn maatwerkbanen onderzocht, de meldingenprocedure is onder de loep genomen en vandaar zijn we later van start kunnen gaan met de stadsconciërges. 1.

We nemen de inzet van de stadsconciërge en financiering van deze motie mee in de begroting van 2026- 2029 omdat: 2 Samen met het Werkbedrijf is geconcludeerd dat zij geen invulling kunnen leveren vanuit maatwerkbanen. De competenties, benodigde persoonlijke begeleiding en de daardoor beperkte pool met mogelijke kandidaten sluiten niet aan bij de benodigde competenties voor de stadsconciërge op het vlak van zelfstandig en proactief werken, signaleren en communiceren. 3 Dar heeft hiertoe onderzoek gedaan naar de bruikbaarheid, vindbaarheid en gebruiksgemak van de meld-mogelijkheden en de website. Er is een overzicht gemaakt van verbeteringen op de korte en lange termijn. Dit uitwerking daarvan is een aandachtspunt in de dienstverlening en wordt nader uitgewerkt. 4 Eind vorig jaar was er urgentie om een aanpak te maken op het probleem van de ‘Illegale zak’ (foutief en illegaal aanbieden van afval op straat). Daarnaast is er voor 2025 geen budgetruimte voor de uitvoering van de actiepunten in deze motie. Mede hierdoor is er nog geen campagne uitgewerkt op verloedering en asociaal gedrag. We onderzoeken wel hoe we dit mee kunnen nemen in het vervolg van de aanpak van de illegale zak omdat gedragsbeïnvloeding daarin ook een belangrijke component is. De financiering willen we bij de dilemma’s onder de aandacht brengen zoals aangegeven onder 1.

Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2024: Zie 1ste reactie, geen nieuwe ontwikkelingen. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Motienummer 67

Onderwerp

250129.11

Voorkom een klimaatwaterbed houd rekening met scope 3 uitstoot

Inhoud Motie:

Roept het college op: Onderstaande te onderzoeken: 2. Hoe scope 3-emissies in het vervolg beter inzichtelijk gemaakt kunnen worden, en welke beleidsmaatregelen of samenwerkingsverbanden hierop gericht kunnen worden. 4. Hoe we samen kunnen werken met andere gemeenten en regio's om kennis en instrumenten te delen die gericht zijn op het in kaart brengen en reduceren van scope 3-uitstoot. 5. Hierover aan de raad te rapporteren in Q4 2025

1e reactie:

We voeren deze motie uit. Door met behulp van een extern bureau in kaart te brengen wat de scope 3 CO2-emissies zijn die Nijmegen veroorzaakt en welke impact gemeentelijk en regionaal beleid kan hebben om de scope 3-emissies te verminderen. Hierbij betrekken we de lokale circulaire agenda die in voorbereiding is. Mei 2026: De beslispunten 1 en 3 zijn niet aangenomen door de gemeenteraad. Het voorstel blijft daarmee om de motie af te voeren.

Voortgang:

Datum Portefeuille politieke houder avond 29 januari 2025 T. van Elferen

Programma

Concernmanager

Fractie(s)

Openbare Ruimte

Arno Koldenhof

Partij voor de Dieren, GroenLinks

Eerste indiener College motie afvoeren F. De Gram Ja

PA 4 feb. 2026: Van deze ziet de indiener niet terug dat beslispunt 3 wordt uitgevoerd, en hoe dat komt. Oktober 2025: Ter uitvoering van deze motie hebben wij CE Delft gevraagd om de scope 3-emissies van de gemeente Nijmegen en inwoners van Nijmegen laten berekenen en om te reflecteren op de uitvoeringsagenda Circulaire stad 2025-2030 met de vraag of hier impactvolle maatregelen in ontbreken. Ons voornemen is om het rapport in oktober bij de Voortgangsbrief energietransitie nr 8 aan te bieden aan de raad. De motie is hiermee uitgevoerd, wij stellen voor om de motie af te voeren. April 2025: Conform de motie rapporteren wij uiterlijk in Q4 2025 aan de raad in reactie op punt 2, 4 en 5 van de motie. Wij stellen voor om de motie nog niet af te voeren.

Motienummer 68

Onderwerp

Datum politieke avond

Portefeuille houder

Programma

Concernmanager

Fractie(s)

Eerste indiener

250326.01

Water keren

19 februari 2025

C. Daemen

Wonen en Stedelijke ontwikkeling

A. Koldenhof

CDA, PvdA, SP

A. Galijasevic

Inhoud Motie:

1e reactie:

Voortgang:

College motie afvoeren Nee

2.

Te onderzoeken wat mogelijke en uitvoerbare oplossingen zijn op het gebied van afwatering, drainage en infiltratie in stadsdelen Nijmegen/West en hierin mee te nemen wat de kosten en baten zijn. In de mogelijke oplossingsrichtingen in ieder geval ook mee te nemen: a. Wat en wanneer de mogelijkheden zijn voor het aftoppen van grondwater door middel van diepliggende buizen, waardoor het overschot aan grondwater vervoerd kan worden naar bestaande, dan wel nieuw aan te leggen sloten. b. Ook te onderzoeken wat de mogelijkheden tot drainage zijn op het terrein waar nu zwembad West ligt en dat binnen een aantal jaren weg gaat. c. Te onderzoeken welke maatregelen getroffen moeten worden om structurele grondwateroverlast in openbaar gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken? d. Te onderzoeken welke potentiële materiele impact en andere risico's er zijn bij een structurele hogere grondwaterstand voor de bestaande bebouwing. e. Te onderzoeken wat de verantwoordelijkheden zijn van het Waterschap en Rijkswaterstaat om water terug te winnen 3. De uitkomsten van dit onderzoek met de raad te delen uiterlijk in Q3 van 2025. We onderzoeken samen met het waterschap wat de mogelijkheden zijn om het watersysteem in Nijmegen West toekomstbestendig in te richten.

Dit onderzoek omvat: - het aftoppen van de hoge grondwaterstanden door middel van drainage en afvoer van het overtollige grondwater op bestaande of nieuw aan te leggen sloten, - de mogelijkheden voor drainage op het terrein van zwembad West, - welke maatregelen getroffen moeten worden om structurele grondwateroverlast in de openbare ruimte zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, - welke potentiële materiele impact en andere risico's er zijn bij een structurele hogere grondwaterstand voor de bestaande bebouwing. - wat de verantwoordelijkheden zijn van het Waterschap en Rijkswaterstaat om water terug te winnen. We streven ernaar om de uitkomsten van dit onderzoek met de raad te delen uiterlijk in Q3 van 2025. Mei 2026: Het onderzoek loopt. De opdracht is in februari 2026 verstrekt. De verwachting is dat de raad in de tweede helft van 2026 geïnformeerd wordt over de resultaten van het onderzoek. We stellen voor om de motie nog niet af te voeren. Oktober 2025: Om uitvoering te geven aan dit onderzoek hechten we waarde aan de zorgvuldige formulering van een goede onderzoeksvraag, die zowel is afgestemd met de klankbordgroep van de bewoners, interne medewerkers en deskundigen van het waterschap. In verband met het ontbreken van interne capaciteit heeft het uitzetten van het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=1d8fe95c-73e7-4905-b14f-26396ab699f1