CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Besluitronde (raadsvergadering) 10 mei 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dorp Lent -14 (Spoorstraat) (33/2023)18.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

29

nadelige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit ter plaatse. Het plan is daarmee NIBM. Bovendien kan worden opgemerkt dat er door de sloop van de bestaande woningen feitelijk ook enkele tientallen verkeersbewegingen per etmaal zullen vervallen. Ad b. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit. Op 16 januari 2009 is het Besluit “gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)” in werking getreden. Met deze amvb wordt de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen in de nabijheid van (snel)wegen beperkt. Het besluit heeft als doel het beschermen van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Over gemeentelijke wegen zegt het besluit niets en is derhalve geen beperking voor het plan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Ziekenhuizen, woningen, sportaccommodaties en horeca worden dus niet als gevoelige bestemming gezien. Een woning is dus geen gevoelige bestemming. Ter plaatse van het plan worden de bestaande grenswaarden niet overschreden. De nieuwe richtwaarden van de WHO die eind december zijn aangekondigd worden nog wel overschreden. De gemeente Nijmegen heeft zich daarom gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA).

Dit is een soort vervolg op het eerdere NSL waarin het Rijk, de provincies en gemeenten inzetten op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit. In het Schone Lucht Akkoord worden maatregelen voorgesteld voor de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens. In het Schone Lucht Akkoord wordt de bijdrage van de luchtvaart aan emissies in Nederland en de bijbehorende gezondheidseffecten in beeld gebracht. Aanpak en maatregelen worden uitgewerkt in de Luchtvaartnota en de daaropvolgende luchthavenbesluiten. De volgende doelen en ambities zijn afgesproken in het SLA: 1.

2.

3.

4.

Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht. Partijen erkennen dat éénieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord en voor het bereiken van het doel.

Conclusie Op basis van de voorgaande tekst wordt geconcludeerd dat het aspect Luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.

30

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

4.8

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. Conclusie In of nabij het plangebied zijn geen bedrijven gesitueerd die geurhinder veroorzaken. De functies die worden mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan, veroorzaken zelf geen geurhinder.

4.9

Externe veiligheid

De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Tevens word het plangebied beoordeeld op risicovolle transportroutes volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en buisleiding risico's volgens het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden. De volgende risicobronnen hebben invloed op het bestemmingsplangebied. Transportrisico's Het Spoor Nijmegen-Arnhem De routering vervoer gevaarlijke stoffen gemeente Nijmegen (N325, Prins Mauritssingel) De Betuweroute

Er liggen geen bedrijven in de buurt die vallen onder het Bevi en een invloedsgebied hebben over het plangebied. Toetsing aan Plaatsgebonden risico (PR) Onder het PR wordt verstaan de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een gevarenbron bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen van die bron. Voor het plaatsgebonden risico zijn grenswaarden (PR*10-6) als toetsingswaarden aangegeven voor kwetsbare objecten en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Daar waar gesproken wordt van een PR contour wordt de PR*10-6 contour bedoeld. Er ligt geen PR contour over het plangebied. De verantwoording van het groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans weer op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied van de beschouwde risicobron. Het groepsrisico dient verantwoord te worden. Transportrisico's

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

31

Het vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied leidt tot risico's in het plangebied. Naast het plangebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd over het spoor van Nijmegen naar Arnhem en terug, de Betuwelijn, en de N325/Prins Mauritssingel. Het spoor van Nijmegen naar Arnhem Naast het plangebied ligt de spoorlijn van Nijmegen naar Arnhem. Hierover worden gevaarlijke stoffen vervoerd van de categorieën A,B2 C3, D3 en D4; respectievelijk 700, 200, 1050,50 en 50 wagons per jaar volgens de prognose van het 'basisnet vervoer gevaarlijke stoffen'. Op basis van deze prognose is een risicoplafond vastgesteld. Alleen in de jaren 2016 en 2021 is er een overschrijding geweest van het vervoer van wagons met propaanachtige stoffen. In het Bevt is een aandachtgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord dient te worden (200 meter vanaf het spoor). Buiten deze zone dient in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Het plangebied Spoorstraat ligt binnen deze 200 meter zone. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART, 2017) zijn vuistregels geformuleerd op basis waarvan een inschatting kan worden gemaakt van het groepsrisiconiveau. Hieruit blijkt dat een RBM II berekening noodzakelijk is.

De ODRN heeft voor het plangebied een berekening (ODRN Spoorstraat 0 meting en nieuw) gemaakt van het groepsrisico voor de bestaande situatie en voor de situatie na de planontwikkeling. Hieruit blijkt dat het groepsrisico ter hoogte van het plangebied door alle ontwikkelingen in de laatste jaren toeneemt van 0,17 maal de oriëntatiewaarde naar 0,32 maal de oriëntatiewaarde. In onderstaande figuur is het groepsrisiconiveau weergegeven van de hoogst belaste kilometer waarbij de groene lijn de bestaande situatie weergeeft en de rode lijn de situatie met de ontwikkeling aan de Spoorstraat.

Afbeelding: Groepsrisico (Fn curve) ter hoogte van het plangebied. Voor de berekening van het groepsrisico is de uitgangssituatie (nul-situatie) vergeleken met de ontwikkeling van het plan. Hierbij zijn ook de nog niet gerealiseerde vlekken van Hof van Holland en de Dijkzone meegenomen (bestemmingsplancapaciteit). Omdat er in twee van de afgelopen 10 jaar een overschrijding heeft plaatsgevonden van het geprognotiseerde vervoer van propaan-achtige stoffen is ook een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd voor het geval er twee maal zoveel van deze stoffen zouden worden vervoer in de toekomst (1400 i.p.v. 700 wagons stoffen A per jaar). Ook in dat geval blijft het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde. Dit groepsrisiconiveau is weergegeven in de figuur als de blauwe lijn (0,63 x Oriëntatiewaarde).

32

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

De dichtheid van het aantal personen in het gebied wordt momenteel snel opgebouwd en neemt in enkele delen van het plangebied toe tot 120-150 personen per hectare. In het plangebied zelf stijgt het zelfs tot ongeveer 300 personen per ha. Het berekende groepsrisiconiveau stijgt dus van 0,17 naar 0,32 keer de oriëntatiewaarde. De toename is dus meer dan 10% waardoor op grond van het Bevt artikel 8, lid 1 een volledige verantwoording noodzakelijk is. Voor wat betreft de maatregelen om de risico's te beperken zal er in de stedenbouwkundige opzet van het plan rekening worden gehouden met vluchtwegen van de risicobron (het spoor) af. Voor zeer kwetsbare objecten geldt tevens dat deze worden uitgesloten in het plangebied. Alle gebruikers zouden dus bij noodgevallen ook gebruiken moeten kunnen maken van de vluchtwegen. Het risico van een plasbrand is op dit spoortraject gering waardoor er ook geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) is aangewezen in de Regeling Basinet. Daar komt bij dat er ter hoogte van het plangebied ook geen sprake is van een spoorwissel of spoorwegovergang waardoor de kans op een ongeval ter hoogte van het plange bied ook kleiner is. Als er sprake zou zijn van een PAG dan zou deze 30 meter groot kunnen zijn vanaf de buitenste spoorrail. Het bouwvlak van het plan ligt op ongeveer 29 meter afstand van het spoor. Effecten zijn dus niet geheel uit te sluiten.

Gezien de zeer geringe kans zijn aanvullende bouwkundige maatregelen aan de gevel echter niet kosteneffectief. De grootste bijdrage voor wat betreft het risico betreft echter een ongeval met een tot vloeistof verdicht gas. Tegen dit scenario zijn geen realistische maatregelen te nemen in de overdacht of de te realiseren gebouwen zelf. Bij het vervoer zelf zijn al maatregelen genomen door warme-Bleve vrij te rangeren. Hiermee is echter al rekening gehouden in de risicoberekening. Betuwelijn De Betuwelijn ligt op ongeveer 3 km van het plangebied. De ongevalsscenario's die het plangebied kunnen bereiken dragen niet bij aan een toename van het groepsrisico. In de beleidsvisie van de gemeente Nijmegen (Beleidsvisie, februari 2014) is hiervoor een standaardverantwoording opgesteld op pagina 33. Routering vervoer gevaarlijke stoffen over N325 Over de N325 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Over de Oversteek overigens niet. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het daaraan gepaard gaande externe veiligheidsrisico over de weg is relatief laag (zie Beleidsvisie, februari 2014). De weg wordt gebruikt ter bevoorrading van langs de weg gelegen risicovolle inrichtingen. Vervoerde stoffen zijn voornamelijk brandbare vloeistoffen (LF1/2) met een invloedsgebied van 30 meter en een beperkte hoeveelheid brandbaar gas (GF3) met een invloedsgebied van ongeveer 300 meter.

Op basis van een telling van Rijkswaterstaat van 2007 kan worden ingeschat dat het vervoer van (zeer) brandbare vloeistoffen 1.000 wagens in totaal is en van zeer brandbare gassen 130. De beoogde ontwikkeling ligt echter buiten het invloedsgebied van een plasbrand (30 meter). Het groepsrisico van deze weg ligt dan ook ruim beneden de oriëntatiewaarde. De kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen op de weg in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Gezien het beperkt risico van de weg zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen voor de risico's op van de weg niet realistisch. Voor ontwikkelingen binnen een afstand van 30-200 meter van deze weg is in de Beleidsvisie EV van de gemeente Nijmegen op pagina 34 een standaard verantwoording opgenomen. Cumulatie en domino-effecten: De kans op domino-effecten is verwaarloosbaar. Hiervan zou alleen sprake kunnen zijn indien bijvoorbeeld een spoorwagon met gevaarlijke stoffen ontspoort en op een vrachtauto met gevaarlijke stoffen botst. De kans daarop is nihil mede vanwege het feit dat de Oversteek niet gebruikt wordt als routering vervoer gevaarlijke stoffen. Ook de cumulatie van risico's in het plangebied leidt niet tot andere inzichten. De overlap van risicozones in het plangebied (spoor, weg, etc.) bestaat veelal uit zeer onwaarschijnlijke toxische scenario's. Het grootste risico komt

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

33

van het spoor waarvan uit bovenstaande berekening al blijkt dat het risico aanvaardbaar is. Conclusie: Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.10 Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Ter plaatse zijn de volgende bodemonderzoeken bekend: 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7.

34

Nipa Milieutechniek iov Archiplan Milieucoordinatie, Verkennend bodemonderzoek Spoorstraat 1 te Lent, rapportnummer 00-3974, d.d. 20-10-2000 (Niet onderzocht op asbest) Grontmij Nederland b.v., Verkennend bodem- en asbestonderzoek Spoorstraat 11, rapportnummer 4041/221186, d.d. 07-02-2008 Arcadis Advies, Verkennend onderzoek Spoorstraat 13 te Lent, rapportnummer 2138/110301/OA0/1B70, d.d. 18-12-2000 (Niet onderzocht op asbest) Grontmij Verkennend bodem- en asbestonderzoek locatie: Spoorstraat 15 te Lent, rapportnummer 99036146, d.d. 05-12-2007 Grontmij Verkennend bodem- en asbestonderzoek locatie: Spoorstraat 19-21 te Lent, rapportnummer 99036292, d.d. 09-05-2008 Arcadis Advies, Verkennend bodemonderzoek Spoorstraat 25 en 27 te Lent, rapportnummer 110302/OA9/6U7, d.d. 12-05-2000 (Niet onderzocht op asbest) Arcadis Advies, Verkennend bodemonderzoek Spoorstraat 29 te Lent, rapportnummer 110301/OA1/1T5, d.d. 03-05-2001 (Niet onderzocht op asbest)

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Afbeelding: uitgevoerde bodemonderzoeken Conclusie Verwacht mag worden dat de bodemkwaliteit de herontwikkeling niet zal belemmeren. Met uitzondering van de werkplaats op huisnummer 23 zijn er geen bodembedreigende activiteiten bekend. De uitgevoerde bodemonderzoeken ondersteunen dit beeld. Er zijn hoogstens licht verhoogde gehalten gemeten. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de sloop van de panden bodemonderzoek te laten uitvoeren naar asbest in de bodem op de adressen Spoorstraat 1, 13, 25, 27 en 29. Voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat, op basis van de beschikbare onderzoeken, het niet aannemelijk is dat er zich ter plaatse vervuilingen in de bodem bevinden die de uitvoerbaarheid van het plan (milieukundig of kostentechnisch) zouden kunnen belemmeren.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

35

4.11 Water 4.11.1 Algemeen Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.

4.11.1.1 Plangebied Het plan behelst het mogelijk maken van de realisatie van woningbouw voor circa 300 studenten en 150 starters of oud-studenten die naar een zelfstandige woning willen doorstromen. Dit is vertaald naar een ruimtelijke structuur die bestaat uit groene, autovrije hoven. Het plangebied kent een groot hoogteverschil door de ligging tussen het spoortalud en het Groentje. Het plangebied wordt toegankelijk vanaf het fietspad. Het hoogteverschil met de lager gelegen omgeving wordt opgelost door onder de zuidelijke hoven een parkeergarage te maken en het dak als daktuin in te richten. Het autoverkeer vindt plaats via de Spoorstraat. Het plangebied ligt in de wijk Lent en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van de Waalsprong. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023, het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (2009) hierna WIW 2009 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Er vinden wijzigingen plaats als gevolg van de voorgenomen bestemming. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken Verbinden Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen.

Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.

4.11.1.2 Oppervlaktewater In of in de directe omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig. Aan de overzijde van de Griftdijk Noord ligt de B-watergang met nummer B106110. De volgende afbeelding toont een uitsnede uit de legger wateren. Behalve deze watergang laat de legger nog een aantal watergangen zien die ten gevolge van de ontwikkeling van andere nieuwe gebieden in de Waalsprong inmiddels verwijderd zijn.

36

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Afbeelding: Overzicht legger wateren Waterschap Rivierenland Het plangebied ligt in het gebied Spoorstraat. Voor dat gebied heeft de gemeente in 2009 een waterhuishoudkundig plan opgesteld. De Griftdijk Noord doorkruist dit gebied waar zich al een middelbare school, een sporthal, een brandweerkazerne en een parkeerterrein bevinden. In het gebied liggen drie wadi's die met elkaar verbonden zijn. Het hemelwater dat van daken en terreinen afstroomt, stroomt bovengronds naar die wadi's. Bij hevige neerslag kan water vanuit de wadi's via slokops en leidingen naar de watergang aan de overzijde van de weg overstorten. Voor het gebied Spoorstraat is in het WIW 2009 rekening gehouden met 2,3 hectare verhard oppervlak maar in het plangebied is sprake van meer verharding dan 2,3 hectare. De waterboekhouding biedt echter meer ruimte voor extra verharding in het overkoepelende gebied waartoe het plangebied behoort. Dit overkoepelende gebied betreft naast de Spoorstraat, het gebied ten noorden ervan waar onder andere de brandweerkazerne staat. In de wadi's is verder meer berging aanwezig dan 10 mm ten opzichte van het erheen afwaterende verharde oppervlak. Geconcludeerd wordt dat aanvullende waterberging op basis van de keur waarschijnlijk niet nodig is. Dit wordt in het waterhuishoudkundige plan van het plangebied verder uitgewerkt.

Een andere beperkende factor is de afvoer van water dat bij hevige neerslag vanuit de wadi's kan overstorten en vervolgens via de regenwaterleiding in de Graaf Alardsingel afgevoerd wordt. In 2017 is voor de verschillende gebieden aan weerszijden van de Graaf Alardsingel onderzocht van hoeveel verhard oppervlak hemelwater via de regenwaterleiding in die weg kan worden afgevoerd. Voor het gebied Spoorstraat is toen rekening gehouden met 2,3 hectare verhard oppervlak. De afvoer van hemelwater uit dit gebied naar de regenwaterleiding is dus in principe begrensd op een afwaterend verhard oppervlak van 2,3 hectare. Een groter afvoerend verhard oppervlak vergt dus ook voor het bepalen van de mogelijkheden in het afvoeren via die regenwaterleiding een hydraulische beoordeling. Dit wordt in het waterhuishoudkundige plan uitgewerkt.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

37

4.11.1.3 Grondwater Het plangebied bevindt grondwaterbeschermingsgebied.

zich

niet

in

een

grondwaterwingebied

of

Het uitgangspunt bij stedelijke uitbreidingen is grondwaterneutraal bouwen. Dat wil zeggen dat de oorspronkelijke grondwaterstanden en stromen in de omgeving niet wijzigen. Dit kan onder andere bereikt worden door maatregelen tijdens bouwrijp maken en bouw (bijvoorbeeld ophogen, goede structuur van het oppervlaktewatersysteem, voorkomen verdichting bodemstructuur) of een waterbestendig bouwkundig ontwerp van gebouwen (bijvoorbeeld kruipruimteloos bouwen). Om grondwateroverlast in bestaand stedelijk gebied te beperken zet de gemeente in eerste instantie in op bouwkundige maatregelen. Pas als die onvoldoende soelaas bieden, komen drainerende of onttrekkende oplossingen in beeld. Dit sluit ondergronds bouwen niet uit. Dat is mogelijk mits voldoende technische maatregelen worden getroffen zodat de bouw waterdicht is. In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen.

Het ingenieursbureau Royal Haskoning DHV heeft in het verleden een grondwatermodel opgesteld om de verwachte grondwaterstand bij T=10 hoogwater te berekenen. In 2018 is dat model herijkt vooral gericht op het zuidelijke deel van de Waalsprong. In het model zijn de huidige wijzigingen van verhard oppervlak en oppervlaktewater verwerkt. Op basis can de modellering en afspraken over drooglegging wordt voor dit plan gesteld rekening te houden met een minimaal wegpeil van NAP + 10,85 meter en een minimaal vloerpijl van NAP +11,00 meter.

Afbeelding: Grondwaterstanden bij T=10 hoogwater

38

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

4.11.1.4 Riolering / hemelwater De riolering in het noordelijke gedeelte van het gebied Spoorstraat is uitgevoerd als duurzaam gescheiden stelsel. Afstromend hemelwater wordt via wadi's in de bodem geïnfiltreerd waarna drainageleidingen het vertraagd naar oppervlaktewater afvoeren. Bij hevige neerslag kan hemelwater vanuit de wadi's naar oppervlaktewater overstorten. Het afvalwater in het plangebied wordt naar de riolering afgevoerd. Een rioolgemaal pompt het naar de gemengde riolering van de kern Lent.

Afbeelding: Overzicht riolering noordelijk deel gebied Spoorstraat In het zuidelijke gedeelte van het gebied staan aan de Spoorstraat nu ongeveer 15 woningen. Deze zijn op de riolering aangesloten. Het gaat nog over de oude gemengde riolering. Voor elke woning gaat het in ieder geval om het afvalwater maar mogelijk ook om een deel van het hemelwater. Via die riolering die aan de westzijde van de woningen onderaan het talud van het Groentje ligt, stroomt het water naar een rioolgemaal dat zich nabij een wadi bevindt en het water naar de riolering van Lent pompt.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

39

Afbeelding: Overzicht riolering zuidelijk deel gebied Spoorstraat Ingenieursbureau Sweco heeft naar de aansluiting op de riolering gekeken en daartoe enkele opties onderzocht. De hoogteligging van de reeds aangelegde riolering in de nieuwe gebieden ten noorden en noordwesten van het plangebied maakt aansluiting onder vrij verval naar de riolering in die gebieden onmogelijk. De riolering in de Moormannstraat aan de overzijde van de Graaf Alardsingel ten zuiden van het plangebied, biedt wel een mogelijkheid voor aansluiting van de woningen van het plangebied onder vrij verval. In het waterhuishoudkundig plan van het plangebied wordt dit verder onderzocht. Daarbij wordt ook gekeken naar de eventuele consequenties van aansluiting van deze bebouwing voor (aansluitingen van) omliggende bebouwing. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om afvalwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Afvalwater moet verplicht via de openbare riolering afgevoerd worden, hemelwater moet in principe op eigen terrein verwerkt worden. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden afgevoerd via de openbare riolering. Het is niet mogelijk dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan gaan worden. Voor dit plan hoeven geen aansluitingen op de riolering aangevraagd te worden. De aansluitingen op de riolering dienen in het plan meegenomen te worden.

Voor plannen met infiltratie van hemelwater in de bodem moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen voor de realisatie van gebouwen dient een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd te zijn dat invulling geeft aan infiltratie en bovengrondse afwatering van hemelwater naar de openbare ruimte. Hemelwater mag alleen bovengronds naar de openbare ruimte afstromen. Het plan dient aan te sluiten bij het waterhuishoudkundige plan dat opgesteld moet worden voor de aanpassing van het waterhuishoudkundige systeem in de openbare ruimte. De nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van waterhuishoudkundige plannen weer. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam

40

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Het waterhuishoudkundig plan moet ook bij het waterschap worden ingediend. Voor de werkzaamheden is mogelijk een watervergunning vereist. De bovengrondse afwatering van hemelwater van dak en terrein van de brandweerkazerne mag ten gevolge van de plannen niet belemmerd worden en dient indien nodig op acceptabele wijze aangepast te worden. Waar afwatering nu bovengronds is, dient deze ook na realisatie van het plan op acceptabele wijze bovengronds te zijn. Openbare riolering mag niet op particulier terrein liggen. Particuliere riolering zowel gebouwals terreinriolering mag niet in de openbare ruimte liggen. Alle voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en hemelwater naar de openbare ruimte dienen op particulier terrein te liggen. In alle voorzieningen moet op particulier terrein een controleput geplaatst worden. Conclusie De aspecten (hemel-)water en riolering vormen geen belemmering voor het realiseren van het plan.

4.12 Natuur Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde planten- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Verder geldt er op grond van deze wet een algemene zorgplicht voor zowel beschermde als niet-beschermde soorten. Daarnaast zorgt de Wet ruimtelijke ordening voor de bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden, met bijbehorende Ecologische Verbindingszones (EVZ) die planologisch zijn begrensd. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar verbinden om (genetische) uitwisseling van soorten mogelijk te maken. Naast de Wet natuurbescherming en de Wet ruimtelijke ordening kan ook de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing zijn ingeval van bomenkap. Op bomenkap kan ook nog een aanlegvergunningplicht werken en werkzaamheden op grond van het bestemmingsplan van toepassing zijn. Voordat ruimte aan ontwikkelingen kan worden geboden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Nader onderzoek naar deze aspecten is verwerkt in de rapportage "Toetsing t.b.v.

project Spoorstraat Lent, Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming" die ook als bijlage bij de toelichting is opgenomen. Hierin zijn de volgende bevindingen opgenomen. Op basis van onderhavig onderzoek kan niet worden uitgesloten dat de geplande ingreep leidt tot vernietiging/verstoring van vaste verblijfplaatsen en jaarrond beschermde vogelnesten van de volgende beschermde soorten: huismus, gierzwaluw, vleermuizen, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) en steenmarter. Vernietigen/verstoren betekent een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor kleine marterachtigen geldt het SMP-N (Martens & Krijt, 2019), een ontheffing is niet nodig. Mitigerende maatregelen uit het SMP-N zijn van toepassing bij het bouwrijp maken van het gebied. Nader onderzoek

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

41

Om de aan- dan wel afwezigheid van verblijfplaatsen/jaarrond beschermde vogelnesten van huismus, gierzwaluw, vleermuizen en steenmarter te bepalen dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden volgens de soortspecifieke protocollen. Dergelijk onderzoek vindt plaats in de periode maart-juni voor huismus, in de periode juni-juli voor gierzwaluw, in de periode mei-juli en augustus-september voor vleermuizen en in de periode maart-mei voor steenmarter. De ingreep valt onder de gedragscode voor gemeenten (Stadwerk, 2020). Voor huismus, gierzwaluw en steenmarter hoeft voor het opheffen van een nest- of verblijfplaats geen ontheffing te worden aangevraagd indien gewerkt wordt volgens de voorwaarden in de gedragscode. Voor vleermuizen is, afhankelijk van de functie en de soorten, mogelijk wel een ontheffing nodig. Maatregelen Voorafgaand/tijdens de werkzaamheden moeten de volgende maatregelen worden nageleefd om een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen: Werken buiten het broedseizoen. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaardperiode gehanteerd. De lengte en aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. Echter, ook buiten deze periode kan sprake zijn van broedgevallen en zijn deze eveneens beschermd.

Voor kleine marterachtigen dient gehandeld te worden conform SMP-N en de voorschriften uit de ontheffing. Voor huismus, gierzwaluw, vleermuizen en steenmarter worden op basis van de resultaten van veldonderzoek de benodigde randvoorwaarden en maatregelen bepaald.

Zorgplicht Omdat vanuit de zorgplicht algemene en vrijgestelde soorten bescherming genieten, moet met de geplande ingreep rekening gehouden worden met soorten zoals egel en muizen die zich mogelijk in het plangebied bevinden. Verstoring kan voorkomen worden door het plangebied kort voor de ingreep te maaien en schuilplaatsen te inspecteren. Daarnaast worden de werkzaamheden bij voorkeur aaneengesloten, bij daglicht en vanuit één rijrichting uitgevoerd zodat dieren kunnen vluchten. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied.

Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Zowel voor de aanleg- als de gebruiksfase zijn stikstofberekeningen uitgevoerd en hieruit blijkt dat de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie rapport in bijlage). Significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 gebieden indien daarbij gebruik wordt

42

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

gemaakt van interne saldering op basis van het huidige gebruik. Het planvoornemen is met interne saldering niet vergunningsplichtig in het kader van de Wet Natuurbescherming. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat niet de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. In Bijlage 11 van de toelichting is het stikstofrapport Spoorstraat te vinden. Bescherming van houtopstanden Aangezien er geen sprake is van “vellen” (alle activiteiten bedoeld die een boom of andere houtopstand ontsieren, ernstig beschadigen of tot de dood van de houtopstand kunnen leiden) van een of meer houtachtige gewassen uit een binnen de Wnb beschermde ‘houtopstand’ kan een overtreding van de Wet natuurbescherming m.b.t. bescherming van houtopstanden worden uitgesloten. Een ontheffing Wnb is dan ook niet noodzakelijk. Planologische gebiedsbescherming (niet Wnb) Er geldt géén belemmering tegen de voorziene ingreep met betrekking tot planologische gebiedsbescherming, waardoor een aanvullende toetsing (aan het verbod op ‘onevenredig’ of ‘significant’ aantasten van het GNN/GO (“Nee, tenzij-toets”) niet noodzakelijk wordt geacht.

Natuurkansen Om de natuurwaarden in het plangebied te verbeteren wordt aanbevolen om bij nieuwbouw verblijfsvoorzieningen voor vleermuizen en vogels te realiseren. Verblijfplaatsen kunnen o.a. gerealiseerd worden in gevels en daken. Daarnaast wordt geadviseerd om kruidenrijke groenstroken en voedselbomen zoals hazelaar te planten. Ook kunnen takkenrillen of struiken worden aangelegd/geplant om meer dekking in het gebied te creëren. Voor meer informatie over het creëren van verblijfplaatsen in nieuwbouw wordt verwezen naar de checklist groen bouwen: https://www.checklistgroenbouwen.nl/. Op het bouwplan wordt de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen toegepast. De toepassing hiervan wordt privaatrechtelijk vastgelegd. Hierdoor wordt deels invulling gegeven aan de aangenomen raadsmotie 'Natuurinclusief bouwen' van 14 november 2018. Conclusie Op basis van de voorgaande paragrafen vormen de aspecten flora, fauna en stikstof geen belemmering voor realisatie van het plan.

4.13 Cultuurhistorie en archeologie 4.13.1 Cultuurhistorie Vanaf 1 januari 2012 dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met cultuurhistorie. Dit is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. Gebied Om de cultuurhistorische waarden van het plangebied vast te stellen, is gekeken naar de beschikbare informatie van de gemeente Nijmegen (Historische atlas gemeente Nijmegen) en naar www.topotijdreis.nl.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

43

In 1815 is het plangebied nog onbebouwd. Het plangebied ligt aan de centrale ontsluitingsweg van het dorp Lent. In 1850 is de kern Lent gegroeid, maar het plangebied is nog steeds onbebouwd. Uit de beschikbare kaarten blijkt dat de locatie in gebruik is als grasland. De aanleg van de spoorlijn Arnhem - Nijmegen is in 1879 afgerond. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd de lijn geëlektrificeerd. Het plangebied is in dit jaar nog steeds onbebouwd. De eerste bebouwing verschijnt op de planlocatie omstreeks 1915. In hoofdstuk 2 van deze toelichting is reeds aangegeven hoe de Griftdijk samenhang heeft (gehad) met het plangebied.

Afbeelding: plangebied in 1850 en 1915 Op basis van de Historische atlas van de gemeente Nijmegen zijn in het plangebied geen cultuurhistorische, landschappelijke of andere elementen aanwezig. Monumenten In of nabij het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten gesitueerd.

Conclusie Bij uitvoering van het project zijn er geen cultuurhistorische waarden in het geding. Ook zijn er in of nabij het plangebied geen monumenten gesitueerd.

4.13.2 Archeologie

Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer van de verstoring van het bodemarchief de kosten van het onderzoek en de eventuele op te leggen maatregelen dient te dragen. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de (voormalige) Monumentenwet 1988 via de Wijzigingswet Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz, 1-9-2007). Met het in werking treden van de Erfgoedwet op 1-7-2016 is de Monumentenwet 1988

44

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

grotendeels vervallen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de hoofdstukken II, paragrafen 2 en 3, IV, V, paragrafen 1 en 9, en VI van de Monumentenwet 1988, zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze wet, nog van toepassing. Hoofdstuk V regelt de Archeologische Monumentenzorg. Het Besluit ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, lid 5 regelt de omgang van het bestemmingsplan met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. Dit komt er op neer dat tenzij dit reeds in een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer is vastgelegd, er ten minste in het bestemmingsplan wordt aangegeven hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Provinciaal beleid Het plangebied ligt niet binnen de contouren van de Limeszone, zoals gedefinieerd in het Barro (art. 2.13) en vertaald in de provinciale Erfgoedverordening 2.58-60. Gemeentelijke beleid Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht.

De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven. Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek.

Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken. Bestemmingsplan De contouren van het plangebied Spoorstraat liggen binnen het facetbestemmingsplan archeologie (2014). Het facetbestemmingsplan wordt hieronder nader toegelicht. Facetbestemmingsplan archeologie (2014) Binnen de contouren van het plangebied Spoorstraat, te Nijmegen ligt momenteel een dubbelbestemming archeologie waarde 1. Binnen de contouren van het plangebied Spoorstraat zijn op dit moment geen andere waarde aanwezig. De overige waarden zijn dan ook niet

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

45

opgenomen in dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplanregels Het bovengenoemde beleid is opgenomen in het onderhavig bestemmingsplan. Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

Uitvoerbaarheid Gezien de relatief lage indicatieve archeologische waarde die het gebied heeft, het feit dat de gronden in het verleden reeds geroerd zijn en gezien de beperkte omvang van het gebied, is het voldoende aangetoond dat archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.14 Verkeer en parkeren Het Nijmeegse mobiliteitsbeleid is vastgesteld in het Ambitiedocument Mobiliteit 2019-2030. In dit document wordt het Nijmeegse mobiliteitsbeleid geformuleerd aan de hand van een viertal grote opgaven voor de stad: een aantrekkelijke stad, een duurzame stad, een economisch veerkrachtige stad en een sociale en gezonde stad. De herontwikkeling van het plangebied sluit met name aan bij een tweetal uitwerkingen van “een aantrekkelijke stad:”

46

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Intensiveren rond knooppunten. Vanuit mobiliteit vindt nieuwbouw of herontwikkeling bij voorkeur plaats rondom mobiliteitsknooppunten zoals treinstations of in de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer of snelle fietsroutes. Op deze manier kunnen de extra verplaatsingen op een duurzame manier worden opgevangen binnen de bestaande infrastructuur. Inzetten op actieve en duurzame mobiliteit. Om te kunnen faciliteren in de groei van de stad, wordt ingezet op de meest duurzame en meest ruimte-efficiënte vervoersmiddelen: lopen, fiets en openbaar vervoer.

Ontsluitingsstructuur De stedelijke hoofdwegen in de Waalsprong zijn onderdeel van de toegangswegen naar de stad en vervullen een functie voor het verbinden van stadsdelen en de bereikbaarheid met de regio. De ontsluitingsstructuur voor gemotoriseerd verkeer in de omgeving van het plangebied wordt gevormd door een aantal gebiedsontsluitende wegen: de Prins Mauritssingel, de Graaf Alardsingel, de Margaretha van Mechelenweg, de Griftdijk Noord en de Italiëstraat. De Prins Mauritssingel (tot station Lent) en de Graaf Alardsingel maken onderdeel uit van de S100. Deze wegen verbinden de Waalsprong via respectievelijk de Waalbrug en de Oversteek met de binnenstad van Nijmegen en de wijken ten zuiden van de Waal. Ten noorden van station Lent wordt de Prins Mauritssingel de S110 / N325. Doorgaand verkeer wordt geweerd van de Griftdijk Noord door middel van een knip ter hoogte van de Oosterhoutse Plas (tussen de Italiëstraat en de Van Boetzelaerstraat). Tijdens werkdagen is het alleen ontheffingshouders toegestaan om in de ochtend- en avondspits deze knip te passeren. Het voornemen is dat deze knip wordt uitgebreid naar een 24 uurs maatregel. Het plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten voor gemotoriseerd verkeer via het kruispunt met de Griftdijk en de Margaretha van Mechelenweg.

Autoverkeer van en naar het parkeerterrein naast de brandweerkazerne en het terrein van het Citadel College maakt eveneens gebruik van deze aansluiting. Het voornemen is om de ontsluiting voor autoverkeer van het gebied tussen de Margaretha van Mechelenweg, de spoordijk en de Graaf Allardsingel ca. 150 meter naar het noorden te verplaatsen. Het grote kruispunt van Margaretha van Mechelenweg en Griftdijk wordt daarmee een (kleiner) T-kruispunt voor het autoverkeer. En in de zone tussen Citadel College en brandweer kazerne wordt de huidige, complexe knoop van auto-entree en de verschillende één- en tweerichting fietspaden ontvlochten en blijven daar alleen fietspaden over; de verbinding van de Griftdijk naar het Groentje en het twee richting fietspad langs de Margaretha van Mechelenweg. Met een doorsteek vanaf het parkeerterrein blijft het Citadel college bereikbaar voor diensten en logistiek verkeer. Op de drukke oversteek over de Margaretha van Mechelenweg verbetert de oversteekbaarheid voor fietsers. De ontsluiting van het Spoorstraatgebied inclusief brandweerkazerne, parkeerterrein en Citadel college krijgt de vorm van een nieuw T-kruispunt direct ten noorden van de brandweerkazerne. Ook zal het parkeerterrein naast de brandweerkazerne op een andere plek een aansluiting krijgen. De wijzigingen in inrichting moeten juridisch planologisch mogelijk worden gemaakt.

De onderliggende verkeersbestemming moet op dit verbrede profiel worden aangepast en zal aan de zijde van de brandweerkazerne worden verruimd. In de huidige situatie is het plangebied ingericht als verblijfsgebied en er geldt een maximum snelheid van 30 km/u. In de nieuwe situatie blijft dit het geval. Doorgaand autoverkeer door het

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

47

gebied is niet mogelijk. Fietsverkeer De Waalsprong wordt ontsloten door een netwerk van doorgaande snelfietsroutes. Bij station Lent komen verschillende snelfietsroutes in Nijmegen Noord samen. Het is een verdeelpunt richting fietsbrug De Snelbinder en de Waalbrug. Het plangebied sluit direct aan op de noordelijke oprit naar / het noordelijke landhoofd van Het Groentje. Bij deze fietsbrug komen de fietsroutes langs de Griftdijk en de Margaretha van Mechelenweg samen. Via deze fietsbrug kruist het fietsverkeer ongelijkvloers met de Graaf Alardsingel. En vandaar onder de spoorlijn door richting De Snelbinder en de Waalbrug. Aan de andere zijde van de oprit naar Het Groentje staat het Citadel College. Deze middelbare school trekt (vanzelfsprekend) veel fietsverkeer en het terrein van de school sluit rechtstreeks aan op de fietspaden. Openbaar vervoer Het plangebied is zeer goed ontsloten voor openbaar vervoer. Het ligt direct naast station Nijmegen Lent en heeft daarmee rechtstreekse treinverbindingen richting Nijmegen – Oss – 's Hertogenbosch en verder, en richting Elst – Arnhem – Zutphen. Bij station Lent halteren twee HOV (bus)lijnen. Lijn 300 rijdt over de Prins Maurits Singel en verzorgt een verbinding van Arnhem via Bemmel en het centrum van Nijmegen naar Heyendaal.

Lijn 331 rijdt via de Griftdijk, de Italiëstraat en de Graaf Alardsingel en verzorgt een verbinding van Arnhem via Elst en het centrum van Nijmegen naar Dukenburg. Lijn 331 halteert ook op de Graaf Alardsingel nabij het Citadel College. Verder rijden bussen van twee buslijnen over de Graaf Alardsingel en de Griftdijk. Een stadsbus van Nijmegen CS naar Oosterhout en een streekbus van Brakkenstein naar Elst en Arnhem. De dichtst bij zijnde halte van deze lijnen is ter hoogte van de Dijkstraat. Parkeren Het benodigde aantal parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie van het plangebied worden berekend aan de hand van de “Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets”. Dit is een uitwerking van de door raad vastgestelde nota “Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030”. Voor de berekeningen is bepalend dat de gemeente Nijmegen stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk” heeft. Het gebied tussen de spoordijk, de Graaf Alardsingel en de Margaretha van Mechelenweg ligt op de grens van twee parkeerzones. De Spoorstraat en het Citadel College liggen in de zone 'Centrumgebied.' De brandweerkazerne en de nabijgelegen parkeerplaats liggen in de zone '1e schil.' Het plangebied valt binnen de zone die in de parkeernota is aangewezen als “betaald parkeren” gebied.

Een ontwikkeling binnen het plangebied met een gebouwde parkeervoorziening maakt het noodzakelijk dat betaald parkeren daadwerkelijk wordt ingevoerd. Op basis van het nu bekende stedenbouwkundige plan wordt aan de norm voldaan. Bij de bouwaanvraag zal moeten worden aangetoond dat aan de dan geldende parkeernormen wordt voldaan.

48

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

4.15 Explosieven Bij projecten waarbij de grond wordt geroerd, moet uitgesloten worden dat men op munitie uit de 2e wereldoorlog stuit. Vanwege de ligging van de gemeente Nijmegen aan het front, wordt er bij projecten onderzoek uitgevoerd naar het risico op achtergebleven en onontplofde munitie. De gemeente Nijmegen heeft voor het plangebied een notitie opgesteld. De notitie is hieronder overgenomen. Notitie munitie gemeente Nijmegen Het plangebied is verdacht op geschutsmunitie ( geheel) en afwerpmunitie (gedeeltelijk):

Afbeelding: verdachtheid locaties op aanwezigheid explosieven (Blauw = geschutsmunitie, bruin = afwerpmunitie) Afwerpmunitie: VGA_440917001 Afwerpmunitie 260 lbs brisantbommen (geallieerd) Exemplarisch afgeworpen Verticale afbakening situationeel te bepalen, als vuistregel wordt maximaal -4,5 m MV gehanteerd.

Geschutsmunitie: VGG_001

Geschutmunitie Tot en met 17 cm (Duits)

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

49

Tot en met 155 mm (geallieerd)

Tientallen

Verschoten Verticale afbakening maximaal -2,5 m MV De verdachte gebieden zijn vastgesteld n.a.v. een gemeentebreed vooronderzoek in 2016. Vanuit de Arbowetgeving heeft de opdrachtgever/initiatiefnemer de verplichting om werkzaamheden veilig uit te laten voeren. Onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten hoort hier ook bij. Alle grondroerende werkzaamheden die uitgevoerd worden in na de oorlog ongeroerde grond dienen onder OOO-condities uitgevoerd te worden. Dat betekent dat die gebieden voorafgaande aan de civieltechnische werkzaamheden moeten worden onderzocht of de werkzaamheden worden onder begeleiding van een daartoe gecertificeerd opsporingsbedrijf uitgevoerd. Om te kunnen beoordelen welke gebieden na de oorlog geroerd zijn of niet kan de opdrachtgever/initiatiefnemer als tussenstap voor het veldonderzoek nog een bureauonderzoek laten uitvoeren.

4.16 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen (pers-)leidingen gesitueerd die moeten worden beschermd middels een dubbelbestemming. Wel zijn er de noodzakelijke nutsleidingen aanwezig (zoals stroom, gas, water en telecommunicatie). Deze zijn toegestaan binnen de enkelbestemmingen die nu op de percelen rusten. Deze regeling is overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

4.17 Klimaat De gemeente Nijmegen heeft veel aandacht voor het klimaat en energieverbruik. Al in 2013 heeft de regio een routekaart opgesteld om energieneutraal te zijn in 2050. In 2018 is deze routekaart geactualiseerd. Er wordt in de regio samengewerkt aan duurzaam en circulair inkopen en aanbesteden, bewustwording van inwoners (onder meer met het energieloket) en het verduurzamen van bedrijventerreinen. De regionale hoofddoelstelling is om in 2030 de CO2-uitstoot met 55% te verminderen en in 2050 terug te brengen met 95%. Onder andere in de Omgevingsvisie 2020-2040 van de gemeente Nijmegen zijn (beleids-)uitspraken gedaan met betrekking op het klimaat en energieverbruik. Hieronder worden deze kort toegelicht en is omschreven hoe het project aan de Spoorstraat in Lent hierbij aansluit. De gemeente Nijmegen wil het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets stimuleren. Voorliggend project is direct naast het station Nijmegen-Lent gelegen en naast snelfietsverbinding "Het Groentje". Door deze directe ligging bij beide faciliteiten, is het voor bewoners van de nieuwe woningen aantrekkelijk met de fiets of het openbaarvervoer te reizen. De gemeente Nijmegen zet in op energiebesparing en duurzame opwekking. Hierbij wordt maximaal ingezet op oplossingen binnen het stedelijk gebied.

Voorliggend plan biedt de mogelijkheid om de daken te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Ook krijgen de gebouwen geen aansluiting op het gasnet en is isolatie een belangrijk aandachtspunt. Door goed te isoleren kan het energiegebruik worden terug gedrongen. De locatie ligt op het tracé van het warmtenet, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie 2020-2040. Dit betekent dat de woningen kunnen worden aangesloten op het warmtenet,

50

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

waardoor er stadswarmte geleverd kan worden. Zodoende wordt er gas bespaard en hoeft men ook geen elektriciteit in te zetten om de woningen te verwarmen.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

51

52

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gronden ontwikkeld en bebouwd mogen worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan.

5.2

Verbeelding

Op de verbeelding zijn aangegeven: de grens van het plangebied; de enkelbestemming 'Verkeer'; de enkelbestemming 'Wonen'; de gebiedsaanduiding 'overige zone - afwijken bouwvlak'; de gebiedsaanduiding 'overige zone - trillinghinder'; de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - waarde archeologie 1'; de functieaanduiding 'kamerverhuur'; de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - aan huis verbonden beroep'; de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ondersteunende commerciele activiteiten'; bouwvlakken, aanduidingen voor aantallen woningen en maximale bouwhoogten.

Op de verbeelding is de begrenzing van het plangebied vastgelegd, evenals de van toepassing zijnde bestemming(en) hierbinnen. De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000. Naast dat er bij het tekenen van de verbeelding de uitgangspunten uit de SVBP2012 zijn gehanteerd, is er ook aangesloten op de systematiek die de gemeente Nijmegen hanteert voor de bestemmingen, zoals opgenomen in het plangebied.

5.3

Systematiek van de planregels

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

53

De Inleidende regels (hoofdstuk 1) bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de "Wijze van meten" (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de bestemmingsomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Indien er sprake zou kunnen zijn van conflicterende belangen, is er, middels functieaanduidingen een nadere detaillering van de doeleinden opgenomen waarin wordt vermeld welke doeleinden prevaleren. Vervolgens wordt in de bebouwingsregeling aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt.

Voor de duidelijkheid is een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht. In onderhavig plan zijn er binnen het plangebied twee bestemmingen opgenomen: 'Wonen' en 'Verkeer'.

5.4

Beschrijving per bestemming

5.4.1

Enkelbestemming Wonen

De gronden binnen de enkelbestemming "Wonen" zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wonen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aan huis verbonden beroep' voor aan huis verbonden beroepsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 7.1; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ondersteunende commerciële activiteiten' voor ondersteunende commerciële activiteiten zoals bedoeld in artikel 33.4.1 bijbehorende voorzieningen zoals (verkeers)wegen en andere verhardingen, parkeervoorzieningen, fietsenstallingen, groen- en speelvoorzieningen; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 6.2.

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b.

gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

Binnen deze bestemming is er een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om het aantal woningen met 10% uit te breiden.

5.4.2

Enkelbestemming Verkeer

De gronden binnen de enkelbestemming "Verkeer" zijn bestemd voor: a.

54

wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing, verkeerswegen (waaronder busbanen, fiets- en voetpaden), openbaar vervoer (waaronder hoogwaardig openbaar vervoer),

vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)

b. c. d. e.

f.

kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; bijbehorende voorzieningen zoals: groen- en speelvoorzieningen; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; erfafscheidingen; ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels, balkons en overstekende (dak)goten, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; (bouw)werken ten algemenen nutte zoals bedoeld in artikel 6.2.

5.4.3

Gebiedsaanduiding 'overige zone - trillinghinder';

Op de gronden met de aanduiding overige zone - trillinghinder is het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de bestemming uitsluitend toegestaan indien uit een trillingsonderzoek blijkt dat de streefwaarden van de trillingssterkte Vmax en Vper voor 'nieuwe situaties', zoals bedoeld voor de betreffende gebouwfuncties in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden. In afwijking van het voorgaande kan een hogere trillingssterkte Vmax worden toegestaan onder de voorwaarden dat: a. b. c.

uit een trillingsonderzoek blijkt dat maatregelen om de trillingssterkte te verlagen niet doelmatig of kosteneffectief zijn; alle doelmatige of kosteneffectieve maatregelen om de trillingssterkte te verminderen worden getroffen; uit een trillingsonderzoek blijkt dat tenminste de streefwaarden voor 'een bestaande situatie', zoals bedoeld in Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch, niet worden overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=0b76056b-cc7c-42a7-9fb7-e843aba05b85