Toelichting Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Tekst van het document
bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat) Toelichting
Versie: vastgesteld
Colofon bestemmingsplan
Dorp Lent - 14 (Spoorstraat) 28 november 2022 IDN: NL.IMRO.0268.BP141W14-VG01 Gemeente Nijmegen
Bureau Ruimtelijke Planvorming Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen www.nijmegen.nl
Toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
3
4
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 7 8 10
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige karakteristieken
11 11 12 12
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Relevant rijksbeleid Relevant provinciaal beleid Relevant gemeentelijk beleid
15 15 17 18
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17
Sectorale aspecten Stedenbouwkundige / landschappelijke aspecten M.e.r.-beoordeling Bedrijven en milieuzonering Wonen Geluid Trillingen Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Bodem Water Natuur Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Explosieven Kabels en leidingen Klimaat
23 23 24 24 25 26 27 28 31 31 34 36 41 43 46 49 50 50
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4
Juridische planbeschrijving Inleiding Verbeelding Systematiek van de planregels Beschrijving per bestemming
53 53 53 53 54
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Financiële haalbaarheid
57 57 57
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak
59 59
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
5
7.2
Overleg
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Overzicht onderzoeksrapporten
Bijlage 2
Bodemonderzoeken
Bijlage 3
Presentatie stedenbouwkundig plan
Bijlage 4
Verkeersgeneratie Spoorstraat
Bijlage 5
Digitale watertoets
Bijlage 6
Normale procedure Watertoets
Bijlage 7
Berekeningen externe veiligheid 1
Bijlage 8
Berekeningen externe veiligheid 2
Bijlage 9
Geluidonderzoek weg- en railverkeer
Bijlage 10
Trillingonderzoek spoor
Bijlage 11
Notitie beoordeling stikstof inclusief bijlagen
Bijlage 12
Onderzoek flora en fauna
Bijlage 13
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
Bijlage 14
Zienswijzennota
6
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
59
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Met het plan wordt beoogd om het gebied aan de Spoorstraat in Lent te ontwikkelen. In de huidige situatie zijn er in het plangebied diverse grondgebonden woningen gesitueerd en maakt het gebied een vergeten indruk. De woningen worden gesloopt en ter plaatse worden één hoger en drie lagere complexen gerealiseerd. De in totaal circa 450 woningen zijn bedoeld voor de huisvesting van studenten en net afgestudeerden (oud-studenten). De gemeente Nijmegen en SSH& (non-profit woningbouwcorporatie) zijn de initiatiefnemers van het project. Zij hebben een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld voor de locatie dat de basis vormt voor dit bestemmingsplan. Het plan past in de opgave die Nijmegen heeft als studentenstad. Tot 2030 is er vraag naar en een opgave voor zo'n 2.000 wooneenheden. In de woningvraag is een duidelijke tendens naar meer vraag naar studentenwoningen met eigen voorzieningen. Ook is sprake van een toenemende behoefte / vraag om na de studie te kunnen doorgroeien van een studentenwoning naar een starterswoning. Met het plan wordt daarom ook beoogd om een deel van de studenten na de studie te behouden, voor een bepaalde periode totdat zij kunnen doorstromen naar andere woonruimte. In verband met de sociale cohesie van en het ontmoeten op dit campus-achtige eiland zijn er in het plan mogelijkheden opgenomen voor ondersteunende voorzieningen zonder parkeeraanzuigende werking.
Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan wasruimte, koffiebar, fietsof kledingrepairshop, door bewoners af te huren logeerkamer of ontmoetingsruimten. Naar aanleiding van klachten over de verkeersveiligheid ter plaatse bestemmingsplan tot slot een nieuwe veilige(r) verkeersontsluiting mogelijk.
1.2
maakt
dit
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Spoorstraat in Lent. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door het spoortalud van de spoorlijn Arnhem - Nijmegen en aan de westzijde door de snelfietsverbinding "Het Groentje". Aan de noord- en zuidzijde wordt de grens gevormd door de Spoorstraat en de Graaf Alardsingel. De gronden in het plangebied zijn kadastraal bekend als: Gemeente Nijmegen, Sectie F, perceelnummers 87, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 101, 284, 285 en 680 (gedeeltelijk). Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 12.040m². Voor de realisatie van dit plan wordt eveneens een ontsluiting voorzien die tussen de bestaande brandweerkazerne en het spoortalud wordt aangelegd. Daartoe wordt er een verkeersbestemming opgenomen in dit plan. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in de directe omgeving weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is ingetekend op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
7
Afbeelding: ligging plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
1.3.1
Bestemmingsplan
De locatie is grotendeels gelegen in het vigerende bestemmingsplan "Dorp Lent" zoals vastgesteld door de gemeente Elst op 29 maart 1977 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Gelderland op 2 november 1977. De locatie heeft de volgende bestemmingen: Verkeersdoeleinden (artikel 2); Tuin (artikel 5); Erf (artikel 6); Eengezinshuizen in open bebouwing (artikel 10); Handel en nijverheid (A - garage, bouwonderneming, transportbedrijf (artikel 16).
Hieronder is een uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan "Dorp Lent" opgenomen.
8
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Het te bebouwen deel van het plangebied is rood omlijnd.
Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan, plangebied rood omlijnd Binnen de bestemmingen in het plangebied is de maximaal toegestane bouwhoogte voor woningen vastgelegd op twee bouwlagen. Dit betekent dat het realiseren van de hoge gebouwen niet binnen de vigerende bestemmingen past. Ook is het realiseren van woningen niet passend binnen de bestemmingen "Erf", "Tuin" en "Handel en nijverheid". Derhalve is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk om de realisatie van de woningen mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan vormt het juridisch-planologische kader voor het realiseren van de woningen ter plaatse. Nieuwe ontsluiting De locatie van de nieuwe ontsluiting is gelegen binnen de volgende bestemmingsplannen: Buitengebied Dorp Lent - 24 (Citadel College en sporthal) Dorp Lent 10 (Brandweer) Buitengebied Dorp Lent - 26 (Westelijke parallelroute)
De locatie van de ontsluiting ligt binnen de enkelbestemmingen "Groen", "Bedrijf" en "Verkeer". Binnen de bestemming "Groen" is de aanleg van een weg niet toegestaan.
1.3.2
Facet bestemmingsplannen
Naast het bestemmingsplan "Dorp Lent" gelden er ter plaatse van het plangebied ook enkele facet bestemmingsplannen. De relevante facet bestemmingsplannen zijn hieronder kort toegelicht. Facet bestemmingsplan "Archeologie" Het facet bestemmingsplan "Archeologie" is vastgesteld door de gemeenteraad van Nijmegen
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
9
op 25 juni 2014. De planlocatie ligt binnen de gebiedsaanduiding "wetgevingszone - waarde archeologie 1". Gronden gelegen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - waarde archeologie 1' hebben een lage, middelhoge of nog onbekende archeologische verwachtingswaarde. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag op deze gronden bodemingrepen (zowel bouwen als werken en werkzaamheden) te doen of te laten uitvoeren met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 2.500m2 en dieper dan 0,30 meter onder het maaiveld, tenzij op basis van archeologisch onderzoek of anderszins is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Bij het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte wordt gekeken naar het totale gebied wat voor de ontwikkeling(en) in aanmerking komt. Het aspect Archeologie wordt verder toegelicht in paragraaf 4.13. Facet bestemmingsplan "Parkeren" Het facet bestemmingsplan "Parkeren" is vastgesteld door de gemeenteraad van Nijmegen op 13 september 2017. Dit facet bestemmingsplan voorziet in een regeling voor het parkeren voor de hele gemeente Nijmegen.
Op basis van dit bestemmingsplan is het verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen, wanneer er niet wordt voldaan aan de in het bestemmingsplan gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen. Een bouwplan moet voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeer- en stallingsbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels Parkeren. Het aspect verkeer en parkeren wordt verder toegelicht in paragraaf 4.14.
1.4
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met (separate) bijlagen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 'Planbeschrijving', dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.
Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt verslag gedaan van het (voor)overleg en de zienswijzen.
10
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied 'Spoorstraat' ligt tussen de Spoorstraat en fietspad Het Groentje, in Lent, Nijmegen Noord. Het plangebied ligt op een stedelijk knooppunt, waar verschillende infrastructuren bij elkaar komen. Het ligt aan het treinspoor, dat hier op een circa 7m hoge dijk ligt, met het treinstation Lent direct aan de zuidzijde van het plangebied. Voor het treinspoor geldt het Tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoor (TB PHS) Nijmegen en Westentree, welke is vastgesteld op 29 april 2022. Rond het plangebied komen enkele belangrijke doorgaande autowegen bij elkaar: de Graaf Alardsingel, de Prins Mauritssingel en de Margaretha van Mechelenweg. De westzijde van het plangebied grenst direct aan een drukke snelfietsroute die Nijmegen Noord naar het zuiden verbindt met de binnenstad en de campus, en naar het noorden met het dorp Elst. Het fietspad loopt vanaf de noordzijde van het plangebied geleidelijk op om de Graaf Alardsingel te kunnen kruisen middels een fiets/voetbrug over de Graaf Alardsingel. Het plangebied is daarmee voor alle soorten verkeer uitstekend verbonden en bereikbaar. Alle infrastructuur zorgt ook voor een hoop geluid (met name van spoor en Graaf Alardsingel) en vormt barrières tussen de verschillende buurten. Het spoor en het fietspad zorgen bovendien voor aanzienlijke hoogteverschillen aan de randen van het plangebied.
Afbeelding: Foto's van de bebouwing in het plangebied (boven: genomen vanaf Spoorstraat, onder: genomen vanaf "'het Groentje" De Spoorstraat is nu een onopvallend straatje langs het spoor met enkele woningen en loodsen, dat aan de zuidzijde eindigt bij een fietsenstalling en een trap die rechtstreeks toegang geeft tot de perrons. In het kader van de grootschalige ontwikkeling de Waalsprong is het gebied en de omgeving ingrijpend aan het veranderen, met het direct ten zuiden van de Graaf Alardsingel gelegen Hof van Holland als centrumgebied. Rond station Lent zal een hoogbouwcluster
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
11
ontstaan met enkele woontorens tot circa 70 meter hoog, waar ook het al gerealiseerde Van der Valk hotel aan de andere kant van het spoor deel van uitmaakt.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
In het plangebied is een woningbouwontwikkeling voorzien voor circa 300 studentenwoningen. Daarnaast is voorzien in 150 woningen voor afgestudeerden (oud-studenten). Deze woningen zijn bedoeld voor een aaneengesloten, vooraf bepaalde periode, om de afgestudeerde te helpen uiteindelijk door te stromen naar een vervangende meer passende woonruimte in middelhuur en/of hogere (huur-)segment. De stedenbouwkundige visie voor de ontwikkeling van de Spoorstraat rust op 4 principes: Het gebied wordt gezien als schakel tussen het hoogbouwcluster ten zuiden van de Graaf Alardsingel en de kleinschaligere woonbuurt die in de toekomst wordt gebouwd ten noorden van het plangebied. De ontwikkeling moet een zekere afschermende werking hebben van het geluid vanaf het spoor en de Graaf Alardsingel. Voor een goede woonkwaliteit is een sterke interne kwaliteit in het gebied nodig, met groene en luwe verblijfsgebieden en een menselijke maat. De ontwikkeling reageert op de randen, met voorkanten naar buiten toe en een goede aansluiting op maaiveld aan alle zijden (fietspad, Spoorstraat en aan de zuidzijde).
Ook zijn er in het plan mogelijkheden opgenomen voor ondersteunende voorzieningen zonder parkeeraantrekkende werking. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan wasruimte, koffiebar, fiets- of kledingrepairshop, door bewoners af te huren logeerkamer of ontmoetingsruimten. Deze worden mogelijk gemaakt in de onderste strip (begane grond) en zijn toegestaan in alle vier de bouwblokken. Hierbij geldt een totaal maximum oppervlakte van 250m2. Voor een goede auto-ontsluiting wordt er ten oosten van de brandweerkazerne een toegang tot het terrein gecreëerd, die vervolgens parallel aan het spoor doorloopt tot aan de toekomstige woonlocatie. Het voorgaande is verder toegelicht in de volgende paragraaf.
2.3
Stedenbouwkundige karakteristieken
2.3.1
Structuur en bouwmassa
De visie uit de vorige paragraaf is vertaald in een ruimtelijke structuur die uitgaat van 4 groene, autovrije hoven. Het niveau van de hoven sluit aan op het niveau van het fietspad, zodat alle hoven direct toegankelijk kunnen worden vanaf het fietspad. Het hoogteverschil wordt opgelost door onder de zuidelijke hoven een parkeergarage te maken en het dak van de garage in te richten als dektuin. Aan de zuidzijde is een klein pleintje voorzien, met een goede fietsenstalling voor het station en een goede aansluiting op de trappen naar de perrons. De bebouwing is georiënteerd op zowel de hoven als de omgeving en is niet volledig gesloten, maar maakt doorzichten en verbindingen mogelijk tussen de hoven en de omgeving. Een lange, dichte wand langs het spoor en het fietspad dient te worden voorkomen. Alleen ten behoeve van het verkeerslawaai is een transparant geluidsscherm tussen de blokken toegestaan, maar dit dient de geleding van de ontwikkeling in 4 delen niet te verstoren.
12
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
De bebouwing kent een oplopende bouwhoogte van noord naar zuid. Aan de noordzijde is de bebouwing maximaal 4 lagen hoog, richting het zuiden loopt de bebouwingshoogte op tot 6 lagen. Aan de zuidzijde is een stevig hoogteaccent voorzien in de vorm van een woongebouw tot circa 45 meter, waarmee de koppeling met het hoogbouwcluster in Hof van Holland wordt gemaakt.
Afbeelding: plattegronden begane grond, verdieping en daken
2.3.2
Ontsluiting
Gezien de doelgroep is de ontsluiting voor fietsers en via het OV misschien wel het belangrijkste. Dat betekent een goede aansluiting op het fietspad, een hoge fietsparkeernorm van 2 fietsen per woning/kamer en veel aandacht voor de bereikbaarheid en de spreiding van fietsenstalling in het gebied, zowel publieke fietsenstallingen in de open lucht als (collectieve) inpandige fietsenbergingen. De pleinruimte die is voorzien aan de zuidzijde maakt de (secundaire) ingang van het station aantrekkelijker. Mogelijk biedt het plein ook ruimte voor een uitbreiding van de al aanwezige fietsenstalling naast de trap naar het perron. Ook is het mogelijk om een fietsverbinding door het plangebied te maken tussen de hoger gelegen snelfietsroute en het plein, waarmee de afstand tussen plein en snelfietsroute flink wordt verkort (in de huidige situatie sluit de snelfietsroute pas helemaal aan de noordzijde van het plangebied weer aan op het maaiveld, en leidt de Spoorstraat weer terug naar de (secundaire) ingang van het station). Het autoverkeer wordt deels afgewikkeld via de bestaande Spoorstraat. Deze wordt geherprofileerd om ruimte te bieden aan bijvoorbeeld parkeren, laden&lossen, pakketdiensten en afvalinzameling.
Wel wordt de noordelijke aansluiting ter hoogte van het Citaldel College aangepast en vervangen door een ontsluiting die tussen de brandweerkazerne en het spoortalud door loopt en aansluit op de Margaretha van Mechelenweg. De Spoorstraat blijft een doodlopende straat en eindigt op het plein, waar gekeerd kan worden. De oud-studenten hebben een private parkeerplek onder het dek onder de zuidelijke bouwblokken en hoven. De parkeerplaatsen voor de studenten zijn openbare parkeerplekken langs de Spoorstraat.
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
13
Afbeelding: dwarsdoorsnedes stedenbouwkundig plan
2.3.3
Groen en waterberging/duurzaamheid
Naast de wettelijke eisen die gesteld worden aan de bebouwing, is duurzaamheid ook op stedenbouwkundig niveau een belangrijk aspect, in de brede zin van het woord. Er is veel aandacht voor fietsen en OV, waarvan het gebruik wordt gestimuleerd. De hoven kennen een zo groen mogelijke inrichting en bieden door hun afgeschermde ligging en menselijke maat van de bebouwing een aangenaam verblijfsklimaat. Zo nodigen de hoven uit om naar buiten te gaan en elkaar te ontmoeten. Het belang van aangename en groene hoven is groot, aangezien de (zelfstandige) kamers en starterswoningen niet beschikken over een private buitenruimte. Naast ruimte voor ontmoeting, sport en spel bieden de (noordelijke, niet op een dek gelegen) hoven ook ruimte voor waterberging, zodat het water kan worden vastgehouden in het gebied. Ook langs de Spoorstraat is mogelijk ruimte voor waterberging. De beplanting is divers en bestaat uit inheemse bomen, struiken en planten die de biodiversiteit in het gebied vergroten. Bomen langs de Spoorstraat en in de hoven moeten zorgen voor voldoende schaduw in de openbare ruimte en op de gevels, zodat de binnen- en buitenruimte koel en aangenaam blijven.
2.3.4
Beeldkwaliteit
Er is geen apart beeldkwaliteitsplan voor dit plangebied gemaakt. Voor de beeldkwaliteit van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte in het plangebied wordt aansluiting gezocht bij het Beeldkwaliteitsplan Hof van Holland (mei 2017). Verder wordt verwezen naar de algemene welstandsnota van de gemeente Nijmegen (Uitwerkingsnota Beeldkwaliteit, januari 2014). Voor de openbare ruimte wordt verder verwezen naar het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) van de gemeente Nijmegen.
14
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Relevant rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 juli 2023 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Het is op korte termijn vaak sneller en goedkoper om in het buitengebied woningen of bedrijfsbebouwing te ontwikkelen. Echter op enig moment zijn investeringen in infrastructuur nodig, waardoor de kosten voor verstedelijken binnen of buiten bestaand stedelijk gebied weer anders worden. Daarbij, verstedelijkingsambities in het buitengebied raken ambities met betrekking tot bijvoorbeeld landschap en natuur, terwijl verdichten van bestaand stedelijk gebied kan raken aan ambities met betrekking tot gezondheid en hinder. In 2050 wonen meer mensen dan nu in de steden en stedelijke regio’s, die steeds belangrijker zijn geworden voor onze economie. Ook in meer landelijke regio’s woont en werkt nog steeds een substantieel deel van de bevolking. De kracht van Nederland ligt in zijn polycentrische netwerkstructuur van stedelijke en landelijke regio’s van verschillende schaal en dynamiek die door de kwaliteit van het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem functioneren. Het kloppend hart van land en economie is het Stedelijk Netwerk Nederland. Kern daarvan is het brede midden van Nederland, grofweg Randstad (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam-Den Haag), Amersfoort, Zwolle, Arnhem-Nijmegen, Brabantse stedenrij). Daar woont en werkt het merendeel van de bevolking.
Maar ook uitlopers buiten het brede midden (Groningen, Twente, Maastricht, Leeuwarden en Middelburg) behoren tot het Stedelijk Netwerk Nederland. Vergeleken met veel buitenlandse metropolen zijn onze grootste steden relatief klein. Daarom zijn de verbindingen, wegen en spoorwegen, tussen en binnen deze regio’s voor ons land zo belangrijk. Die maken dat Stedelijk Netwerk Nederland richting 2050 steeds meer als één geheel kan functioneren. De verdere verstedelijking is gepaard gegaan met de verduurzaming van Nederland en een goede kwaliteit van leven. Ook in de toekomst koesteren we de kleinschaligheid en diversiteit die onze steden en dorpen kenmerken. Stedelijke groei is voor een belangrijk deel binnen de bestaande bebouwde gebieden gefaciliteerd, maar ook op zorgvuldig gekozen en ingerichte
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
15
locaties daarbuiten. Er is gebouwd daar waar de vraag is en naar de behoefte van verschillende doelgroepen, waaronder starters. Er zijn veel daar waar de vraag is en naar de behoefte van verschillende doelgroepen, waaronder starters. Er zijn veel woningen voor de groeiende groep ouderen gerealiseerd en ook de inrichting van steden en dorpen en de organisatie van openbaar vervoer, zorg en detailhandel is daarop aangepast. We bieden iedereen de mogelijkheid om naar wens en betaalbaar te wonen, waarbij we de kwaliteit, leefbaarheid en identiteit van onze steden verder versterken. Met nieuwe stedenbouwkundige concepten hebben we veelvormige woonmilieus en nieuwe vormen van mobiliteit gecreëerd die voor alle leeftijdsgroepen prettig zijn om in te leven. Nieuwe ontwikkelingen hebben op goed bereikbare locaties plaatsgevonden. Gevolg planvoornemen Voorliggend plan heeft betrekking op een inbreiding in bestaand stedelijk gebied. Er wordt intensief gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte en het plan bestaat uit meerdere functies. Door voldoende studenten- en starterswoningen te realiseren wordt er bijgedragen aan een sterke en gezonde stad. Het plan sluit aan bij de kenmerken van het gebied. Het plan sluit aan bij de ontwikkelingen in de omliggende gebieden, zoals het project Hof van Holland.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Gevolg planvoornemen Op basis van het Barro en de bijbehorende kaarten zijn er geen nationale belangen in het geding. Alle op de kaarten aangegeven gebieden met een nationaal belang liggen op minimaal 500 meter van de planlocatie.
3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking
Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voortaan geldt een onderbouwing op basis van “behoefte” (in plaats van 'actuele regionale behoefte'). Dit houdt in dat de reikwijdte van de stedelijke ontwikkeling die een bestemmingsplan mogelijk maakt, leidend is voor het ruimtelijk verzorgingsgebied waarbinnen de Laddertoets moet worden gedaan. Ook is dit leidend voor het al dan niet plegen van regionale afstemming. Zowel bij een ontwikkeling binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied blijft het van belang de behoefte te onderbouwen (ook al lijkt artikel 3.1.6, lid 2, Bro anders te suggereren). De derde trede van de eerdere Ladderonderbouwing (de eis dat gemotiveerd moet worden in hoeverre ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied passend zijn of worden ontsloten) is geschrapt.
16
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Er is een nieuw onderdeel toegevoegd aan artikel 3.1.6 (lid 3) Bro waarmee de Laddertoets bij flexibele planvormen (wijzigings- of uitwerkingsplan) kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan. De in het plan voorziene ontwikkeling kan wel worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro wel van toepassing is. Algemeen Er wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking door nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk te laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied. Ook op regionaal en lokaal niveau is dit de ambitie. Het initiatief wordt gerealiseerd op een binnenstedelijke locatie, waarbij sprake is van verdichting en hoogbouw, passend binnen de gemeentelijke kaders.
3.1.4
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit Rijksbeleid omdat: 1. 2. 3. 4.
Er wordt gebouwd voor kleinere huishoudens in het betaalbare segment; Er sprake is van inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied; Het initiatief past binnen de regionale kwalitatieve uitgangspunten voor nieuwe woningbouwplannen; Er appartementen in een hoogstedelijk milieu voor een aandachtsgroep worden gerealiseerd die moeilijk aan een woning komen en waarvoor er een opgave bestaat.
3.2
Relevant provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Gelderland
Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland in werking getreden. Dit is een structuurplan van de provincie Gelderland. De provincie zet een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. 1.
2.
Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Bij de Omgevingsvisie horen vijf kaarten. Alleen op de themakaart "Ruimtelijk Beleid" zijn er markeringen opgenomen in het plangebied. Het betreft "Grote zonneparken mogelijk" en "Windenergie uitgesloten (wettelijk en provinciaal belang". Beide ontwikkelingen zijn niet voorzien in het plangebied. Op basis van het voorgaande is het bestemmingsplan in overeenstemming met het provinciale beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
17
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De doelstellingen uit de Omgevingsvisie zijn juridisch vertaald in de Omgevingsverordening Gelderland (december 2015). De verordening is daarna nog diverse keren geactualiseerd, voor het laatst in juli 2022. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de Provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De Omgevingsverordening heeft de status van een Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening. In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsverordening relevant: Hoofdstuk 2: Ruimte. In hoofdstuk 2 van de omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor onder andere nieuwe woonlocaties en recreatiewoningen.
Ten aanzien van voorliggend plan zijn de regels ten aanzien van woonlocaties relevant, met name artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda). De inhoud van dit artikel is: 1. 2.
a. b. c.
Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.
3.2.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat er wordt aangesloten bij de regionale woonagenda. Dit is verder toegelicht in de paragraaf 3.3 relevant gemeentelijk beleid.
3.3
Relevant gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'
In de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging' beschrijft de gemeente haar visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad tot 2040. De Omgevingsvisie gaat om meer dan alleen ruimtelijke aspecten, zo beschrijft de visie hoe de inrichting van de fysieke leefomgeving kan bijdragen aan sociale, maatschappelijke en economische doelen. De Omgevingsvisie vervangt sectorale beleidsvisies voor thema's die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Hiermee biedt de Omgevingsvisie één integraal document met de kaders voor het ruimtelijk beleid van Nijmegen. De Omgevingsvisie bouwt o.a. voort op bestaand beleid, het coalitieakkoord 2018-2022, en de structuurvisie uit 2013. In oktober 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Door actualisatie blijft de Omgevingsvisie actueel.
18
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
De Omgevingsvisie dient 4 doelen: 1. 2. 3. 4.
Een kader en inspiratie bieden voor initiatiefnemers uit de stad Het geven van spelregels voor afstemming met de omgeving bij ontwikkelingen Het in samenhang presenteren van de Nijmeegse ambities, als uitgangspunt bij het werk van medewerkers van de gemeente Te gebruiken als sturingsinstrument voor het college van B&W en de gemeenteraad bij ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen
Groei binnen de bestaande stad De Omgevingsvisie constateert dat Nijmegen tot 2040 blijft groeien in aantal inwoners, werknemers en bezoekers. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingsvisie is het streven om die toekomstige groei te accommoderen binnen de bestaande grenzen van de stad. Zo blijft het aantrekkelijke landschap rondom de stad behouden en helpt verdichting bovendien om het draagvlak voor voorzieningen in stand te houden. Ruimte voor nieuwe woningen en werkgelegenheid wordt dus gezocht binnen de bestaande stadsgrenzen, waarbij de focus ligt op de volgende gebieden: Waalsprong, Waalfront, centrum/stationsomgeving, Kanaalzone/Winkelsteeg en campus Heyendaal. Ook wordt er gewerkt aan de opgave van een compacte, dynamische stad: Om de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk te houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave moet benut worden om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemenging. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar één- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen.
Ook wordt er gewerkt aan toekomstbestendige wijken om tot een inclusieve en vitale stad te komen, daarvoor wordt er gestreefd naar onder meer een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven worden ondersteund om verbeteringen te realiseren. De gemeente wil als stad bijdragen aan de gezondheid van de inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor wordt onder andere een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau ontwikkeld.
3.3.1.1
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met dit beleid omdat er sprake is van verdichting binnen het bestaand stedelijk gebied. Ook vinden de ontwikkelingen plaats bij een stedelijk knooppunt. Realisatie van betaalbare woningen voor starters en studenten, in een gemengde vorm, sluit aan bij het beleid om tot een inclusieve en vitale stad te komen.
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
19
3.3.2
Uitvoeringsagenda Wonen 2020-2025
In samenhang met de Nijmeegse omgevingsvisie is op basis van het woonbehoefteonderzoek een uitvoeringsagenda wonen opgesteld. Op basis van de uitvoeringsagenda zet de gemeente in op alle doelgroepen. Daarbij zetten zij zich extra in voor de doelgroepen die hulp nodig hebben op de woningmarkt. In de huidige markt zijn dat één en tweepersoonshuishoudens, starters, lage en middeninkomens en studenten. Ook wordt er gericht ingezet op ouderen en mensen met een hulpvraag. Er wordt ruimte gemaakt om de woonmogelijkheden van voorgaande doelgroepen in de bestaande voorraad en bij nieuwbouw te vergroten. Minimaal 10.000 woningen worden toegevoegd tot en met 2030. De komende jaren worden de meeste woningen in de Waalsprong en in het Waalfront gebouwd. Vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie wordt de focus naar de bestaande stad verlegd. Belangrijke gebieden om de woningbouwopgave en de versnelling in te vullen zijn: de binnenstad en stationsomgeving, de wijken en werklocaties rondom het Maas-Waalkanaal, campus Heyendaal en rondom de OV-knooppunten.
3.3.2.1
Conclusie
Voorliggend project heeft betrekking op het realiseren van woningen voor studenten en starters, in de vorm van appartementen. Hiermee wordt aangesloten op het beleid dat zich onder andere richt op het ondersteunen van doelgroepen die extra hulp nodig hebben, te weten starters en studenten en bouwen rondom OV-knooppunten.
3.3.3
Woondeal Regio Arnhem-Nijmegen
In maart 2020 heeft de gemeente Nijmegen samen met het Rijk, de provincie Gelderland en de regio Arnhem-Nijmegen een woondeal ondertekend. Doel van deze woondeal is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken. Met de woondeal gaan we een meerjarige samenwerking aan met het Rijk, provincie en regiogemeenten om vanuit de NOVI-propositie en de op stellen regionale verstedelijkingsstrategie samen invulling te geven aan de opgaven op de woningmarkt. Voor Nijmegen is de woondeal van belang om op korte en lange termijn invulling te geven aan de ontwikkeling van de stad. We willen tot 2030 minimaal 10.000 woningen bouwen, op korte termijn woningbouwversnelling realiseren en ook na 2030 zorgen voor een continue bouwstroom met een goede mix van woningen. Daarbij zetten we ons ook in voor voldoende betaalbare woningen voor kleine huishoudens. Met de ondertekening van de woondeal erkennen partijen het strategisch belang van de complexe gebiedsontwikkelingen in het Stationsgebied/Binnenstad en in de Kanaalzone. In deze gebieden komen woonopgaven samen met duurzaamheids-, werk-, leefbaarheids en mobiliteitsopgaven. Door de gemaakte afspraken ontstaat het gewenste perspectief voor de verdere ontwikkeling van deze gebieden.
3.3.3.1
Conclusie
Het project heeft betrekking op het realiseren van appartementen voor starters en studenten. Dit sluit aan op het beleidsdoel om voldoende betaalbare woningen voor kleine huishoudens te realiseren.
20
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
3.3.4
Conclusie gemeentelijk beleid
Het plan is niet in strijd met het gemeentelijke beleid. Er wordt aangesloten bij alle relevante beleidsdoelen, zoals blijkt uit voorgaande paragrafen.
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
21
22
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
4.1
Stedenbouwkundige / landschappelijke aspecten
4.1.1
Landschappelijke aspecten
Om de (historische) landschappelijke kwaliteiten van het landschap in het plangebied vast te stellen, is de kaart "Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie" van de Provincie Gelderland relevant. Voor het plangebied is op deze kaart enkel aangegeven dat de locatie is gelegen op rivierklei gronden, aangeduid als poldervaaggronden. Deze gronden zijn zavel- en kleigronden waarin periodieke hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Ze hebben geen veen binnen 80 cm en geen donkere bovengrond. Het is de meest voorkomende subgroep in Nederland. De Griftdijk is, zoals in de naam is opgesloten, een voormalige dijk (droge verbinding) langs De Grift; een oude waterroute tussen Arnhem en Nijmegen, waarover ook transport plaats vond. Over de Griftdijk heeft een weg gelopen en een tramroute, zodat de nattere zones in de Betuwe via Elst doorgaanbaar waren tussen Arnhem en Nijmegen. Van de Griftdijk is ter plaatse niets meer over; het profiel is volledig verdwenen bij de aanleg van de snelfietsroute met viaduct. De Spoorstraat is inmiddels een kleine woonstraat parallel aan het spoortalud en met de achterzijde parallel aan de later omgelegde Griftdijk. Dergelijke woonclusters zijn in het buitengebied en nabij dorpen in de Betuwe meer voorkomend. De Spoorstraat was een laatste restant van oudere dorpsrandbebouwing langs één van de toegangswegen naar Lent.
Omdat met de opwaardering van het spoorlichaam en aanleg van het station, de verlegging van de hoofdinfrastructuur en de komst van ontwikkelingen als Van der Valk, het Citadel College aan de overzijde van het snelfietspad en de ook nu in volle gang zijnde centrumontwikkeling ten zuiden en westen van de planlocatie, tot een volledige gebiedstransformatie heeft geresulteerd, zijn er in en direct nabij het plangebied geen wezenlijke landschappelijke of cultuurhistorische kenmerken meer aanwezig die van betekenis kunnen zijn bij de toekomstige gebiedsontwikkeling.
4.1.2
Stedenbouwkundige aspecten
In de huidige situatie is de locatie bebouwd met deels verouderde en gedateerde grondgebonden woningen en een bedrijfsloods. Voorliggend plan voorziet in het slopen van deze bebouwing en het oprichten van nieuwe woningen in vier verschillende complexen. Daarmee zal de gebiedsontwikkeling gaan aansluiten bij de centrumvorming ten zuiden van de planlocatie en de gebiedsontwikkeling ten noorden van de locatie. Ook wordt aansluiting gezocht bij het vervoersknooppunt, wat deze locatie zeer geschikt maakt voor de doelgroepen studenten en starters. De planlocatie ligt door alle ontwikkeling rond de locatie inmiddels wat geïsoleerd. Dat wordt versterkt door de ruimtelijke inklemming tussen het spoortalud en het talud van het fietsviaduct. De stedenbouwkundige opgave is dan ook om op maaiveldniveau een goede aanhechting en ontsluiting naar de omgeving te maken om daarmee deze geïsoleerde ligging niet als nadelige bijkomstigheid te laten bestaan. Dat wordt opgelost door in het plangebied prettige en representatieve groene verblijfsplekken te maken tussen de gebouwen en de buitenleeflagen aan te laten sluiten bij de toegangen vanaf de Spoorstraatzijde (oostelijk) en op het verdiepingsniveau fietspadzijde (westelijk).
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
23
In de derde dimensie (de hoogte) is het van belang dat de bebouwing qua schaal en maat zal aansluiten bij de omliggende stadsontwikkeling. Daartoe wordt bebouwing in verschillende hoogtes opgebouwd, zoals bij de planbeschrijving is aangegeven. De bebouwing krijgt een eigen beeldtaal en zal op complex niveau een eenduidige uitstraling krijgen, met alzijdig naar buiten gerichte voorgevels. Dit maakt dat de plek voldoende contact zal maken met de omgeving en een goede invulling geeft bij dit infrastructurele knooppunt met openbare betekenis.
4.2
M.e.r.-beoordeling
Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1. 2.
projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten.
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. 2.
het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst).
Het project voor het realiseren van studenten- en startersappartementen is een activiteit welke is genoemd in het Besluit m.e.r. (onderdeel D 11.2). De drempelwaarde van 100 hectare of meer en/of aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen wordt niet overschreden, daarom kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt opgesteld in de vorm van een aanmeldnotitie (zie Bijlage 13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van de aanmeldnotitie zal het bevoegd gezag, i.c. het college van burgemeester en wethouders, een beslissing nemen inzake de mer-plicht. Dit besluit wordt genomen, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies en gevoelige functies op een verantwoorde afstand van elkaar gesitueerd worden. Dit dient twee doelen: 1. 2.
het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Bij de planontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven, om de kwaliteit van het leefmilieu te garanderen en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde handreiking Bedrijven en milieuzonering. Hierin wordt per bedrijf aangegeven wat de milieu-invloed op de omgeving is en welke indicatieve
24
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
afstand hierbij minimaal in acht moet worden genomen. Van deze indicatieve afstand kan worden afgeweken indien op basis van een onderzoek de daadwerkelijke afstand kan worden bepaald. Daarnaast geldt voor inrichtingen waar dieren worden gehuisvest geurspecifieke regelgeving, waarin milieu-afstanden zijn bepaald. Plangebied en omgeving Nabij het plangebied zijn de volgende functies gesitueerd waarvoor, op basis van de handreiking Bedrijven en milieuzonering van de VNG, richtafstanden gelden: Functie Grootste afstand Brandweer 50 meter (geluid) Middelbare school 30 meter (geluid) Gemengde centrumfunctie 10 meter (geluid) (Detailhandel / kantoren) Sporthal 50 meter (geluid) Station Nijmegen Lent 100 meter (geluid) Hotel 10 meter (geluid) Tabel: milieuzonering functies omgeving plangebied
Afstand tot plangebied 80 meter 33 meter 60 meter 52 meter 10 meter 75 meter
Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, wordt aan alle richtafstanden voldaan, behalve de richtafstand ten opzichte van het treinstation. Echter in paragraaf 4.5 "Geluid" is verantwoord dat er ter plaatse geen sprake is van overschrijding van de maximaal te ontheffen geluidsnormen. Omgekeerde werking In het plangebied worden in de plint van de bebouwing functies mogelijk gemaakt waarvoor een richtafstand geldt. Het betreft functies met een maximale richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid (functies zoals fietsreparatie, koffiebar). Vanwege de ligging op de begane grond en de ligging in stedelijk gebied is dit geen belemmering voor de planrealisatie. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor realisatie van het plan.
4.4
Wonen
Uit het provinciale, regionale en gemeentelijke beleid komt het volgende naar voren over wonen: Tot 2030 is er in Nijmegen de opgave om zo'n 10.000 woningen te bouwen. Daarna is er een aanvullende opgave van 5.000 woningen tot 2040. Naast de kwantitatieve opgave is er ook een kwalitatieve opgave, waarbij aandacht wordt gevraagd voor onder andere de kleinere huishoudens. Er is vooral behoefte aan betaalbare (sociale) en middeldure huur en koop. Ook is er behoefte aan flexibele woonvormen. Het initiatief past binnen de regionale kwalitatieve uitgangspunten voor nieuwe woningbouwplannen: Inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte (sociale woningbouw goedkoop, middeldure huur, levensloopbestendig, woningen voor kleine huishoudens): het initiatief draagt bij aan de doeltypen studenten huurwoningen en ex studenten woningen. Inbreiding gaat voor uitbreiding: het initiatief vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Innovatieve en flexibele woonvormen en woonmilieus: er worden appartementen voor een aandachtsgroep gerealiseerd in een hoogstedelijk milieu die moeilijk aan een woning komen en waarvoor we een opgave hebben. Het programma bestaat uit huurwoningen
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
25
specifiek voor de doelgroep studenten en voor een kleiner deel uit sociale/middeldure huurappartementen voor de doelgroep ex-studenten. Deze woningen die ontwikkeld gaan worden, geven invulling aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag.
4.5
Geluid
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. Onderzoek geluid In opdracht van gemeente Nijmegen heeft DGMR, adviseurs voor bouw, industrie, verkeer, milieu en software in november 2022 een akoestisch onderzoek weg- en railverkeer gedaan voor het plan Spoorstraat Lent (rapport: M.2022.0111.03.R001). Hieronder zijn de conclusies overgenomen. Het onderzoek is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. Conclusies geluid Op meerdere gevels wordt de voorkeursgrenswaarde van een of meerdere bronnen overschreden. Op alle gevels wordt voldaan aan de maximaal toegestane waarde. Vervolgens is nagegaan of wordt voldaan aan de eisen uit het hogere waarden beleid van gemeente Nijmegen. Omdat het plangebied bestaande bebouwing vervangt en omdat alle te realiseren woningen zich binnen een straal van 500 meter vanaf een ov-knooppunt bevinden wordt voldaan aan twee criteria van het hogere waarden beleid.
Daarnaast kunnen volgens de wet geluidhinder geluidsbelastingen tussen de voorkeurswaarde en de maximale waarde worden toegestaan nadat is aangetoond dat het (technisch, verkeerskundig, financieel of stedenbouwkundig) niet mogelijk is om maatregelen te treffen waarmee de geluidsbelasting kan worden verlaagd. Bronmaatregelen Wegverkeer Voor wegverkeer zijn de maatgevende wegen de Graaf Alardsingel en de Prins Mauritssingel. Deze wegen zijn al voorzien van een geluidreducerend wegdek (met uitzondering van de kruispunten en de in- en uitvoegstroken waar geen stil asfalt kan worden toegepast). Het is daarom niet mogelijk om de geluidsbelasting van deze wegen te verminderen door het asfalt te vervangen. De wegen zijn onderdeel van de hoofdwegenstructuur, daarom is het niet wenselijk om de rijsnelheid te verlagen. Bronmaatregelen railverkeer Het spoor van langs plangebied wordt uitgerust met raildempers. De schermen en raildempers zijn al verwerkt in de geluidberekeningen. Overdrachtsmaatregelen wegverkeer De plaatsing van een scherm langs de onderzochte wegen is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig opzicht niet wenselijk. Bovendien zijn geluidschermen niet effectief voor de hoogbouw. Overdrachtsmaatregelen railverkeer Langs het spoor staan al geluidschermen met een hoogte van 1,5 m vanaf bovenkant spoor.
26
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
Gevelmaatregelen Bij de bouwaanvraag moet worden aangetoond dat het binnenniveau van de woningen voldoet de aan de eisen van het Bouwbesluit. In tabel 7 van het akoestisch onderzoek is per gevel inzichtelijk gemaakt wat de benodigde gevelisolatie dient te zijn om te voldoen aan een aanvaardbaar binnenniveau. Hierbij zou eventueel gebruik kunnen worden gemaakt van loggia's / balkons, die een afschermend effect hebben op het invallend geluid. Gecumuleerd geluidniveau De locatie is zwaar geluidbelast door zowel weg- als railverkeer. Dit zien we terug in de gecumuleerde geluidsbelastingen en de bijbehorende kwalificaties in tabel 7 van het akoestisch onderzoek. Omdat het gebouwontwerp is aangepast ontstaan relatief rustige gebieden tussen de gebouwen. Verder moeten de woningen voldoen aan de indelingseisen van gemeente Nijmegen en aan de eisen van het Bouwbesluit. Hiermee wordt een acceptabel woonklimaat in de woningen gerealiseerd. De gunstige ligging ten opzichte van het treinstation en het nieuwe stadshart in Nijmegen Noord, de uitstekende fietsverbinding naar het oude centrum van Nijmegen en naar Arnhem zijn argumenten om woningbouw op deze locatie toch toe te staan. Toetsing aan Beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder gemeente Nijmegen 2013 In de huidige situatie is de planlocatie bebouwd. Deze woningen worden gesloopt om ruimte te maken voor nieuwe bebouwing.
Hiermee wordt voldaan aan criterium 1 van het gemeentelijke geluidbeleid, namelijk dat de woning bestaande bebouwing vervangt. Daarnaast bevindt het plangebied zich op een maximale afstand van ca. 400 meter ten opzichte van het OV-knooppunt Nijmegen-Lent (ten zuiden van het plangebied). Hiermee wordt voldaan aan criterium 5 van het gemeentelijke geluidsbeleid, namelijk dat de woning ligt binnen een straal van 500 meter vanaf een OV-knooppunt. Het plan komt dus in aanmerking voor hogere waarden. Tegelijkertijd met de ter inzage legging van dit (ontwerp) plan wordt het (ontwerp) besluit hogere grenswaarden ter inzage gelegd. Conclusie Op basis van het voorgaande vormt het aspect Geluid geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.6
Trillingen
Het project aan de Spoorstraat in Lent vindt plaats naast de spoorlijn Arnhem - Nijmegen. Door het treinverkeer op dit spoor worden trillingen veroorzaakt. Op de locatie zullen de bestaande grondgebonden en vrijstaande woningen wijken voor nieuwbouw. De nieuwbouw zal voor wat betreft de woonfuncties bestaan uit appartementenbouw met bouwhoogtes van 4 tot 11 lagen. De vervangende nieuwbouw zal dus veel zwaarder zijn dan de bestaande woningen en daardoor meer last kunnen hebben van trillingen. Onderzoek trillingen In opdracht van gemeente Nijmegen heeft DGMR, adviseurs voor bouw, industrie, verkeer, milieu en software in november 2022 een trillingonderzoek spoor gedaan voor het plan Spoorstraat Lent (rapport: M.2022.0111.05.R001). Hieronder zijn de conclusies overgenomen. Het onderzoek is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
27
De ontwikkellocatie aan de Spoorstraat in Lent ligt binnen het invloedsgebied van het spoor qua trillingen. De gemeente wil op deze locatie appartementengebouwen toestaan met een bouwhoogte van 14 tot 45 m hoog. De prognoses gebaseerd op conventionele bouwwijzen (steen-/betonconstructie) geven aan dat voor dit type gebouwen het meest oostelijke deel van het plangebied gezien vanaf het spoor net binnen de contour Vmax = 0,2 ligt. Trillingssterkten zijn dan mogelijk hoger en voldoen dan niet aan de streefwaarde (A2) geldend voor nieuwbouw met een woonfunctie in de nachtperiode. Het meer westelijke en grootste deel van de kavel ligt buiten de Vmax = 0,2 contour. Bij conventionele bouw is het voldoen aan deze streefwaarde dan haalbaar. Er zal in dat geval geen tot weinig hinder als gevolg van trillingen vanaf het spoor optreden. Voor gebouwen met van het gangbare afwijkende constructies, zoals brugdelen, sterk uitkragende delen, grote vloeroverspanningen óf gebouwen met een lichte constructie in staal, hout of combinatie daarvan, kunnen hogere trillingssterkten optreden. Voor alle gebouwen in het als risicogebied trillingshinder aangemerkte gebied, tot tenminste 100m afstand van het spoor, is door deskundigenonderzoek aan te tonen dat aan de SBR-B wordt voldaan, al dan niet na het treffen van alle doelmatige of kosteneffectieve maatregelen.
Dit is vastgelegd in de bestemmingsplanregels. Conclusie Op basis van het voorgaande vormt het aspect Trillingen geen belemmering voor het realiseren van het plan. In de bestemmingsplanregels is vastgelegd dat door deskundigenonderzoek aangetoond moet worden dat aan de SBR-B wordt voldaan, al dan niet na het treffen van alle doelmatige of kosteneffectieve maatregelen. Het is voldoende aannemelijk dat hieraan kan worden voldaan en daarmee is het bestemmingsplan op dit aspect uitvoerbaar.
4.7
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervallen. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Toetsing Bij toetsing van een ruimtelijk plan op luchtkwaliteit moet conform regelgeving gelet worden op de volgende 2 aspecten: a. b.
Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit. Het plan als te beschermen object tegen slechte luchtkwaliteit.
Ad a. Het plan als veroorzaker van verkeer en daardoor bron van slechte luchtkwaliteit.
28
vastgesteld bestemmingsplan Dorp Lent - 14 (Spoorstraat)
In de Wet milieubeheer titel 5.2 ('Wet luchtkwaliteit') zijn luchtkwaliteiteisen opgenomen. Deze betreffen de stoffen: zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof (PM10), koolmonoxide, benzeen, benzo(a)pyreen, lood en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen overschrijdingen geconstateerd voor de stoffen NO2 en PM10. Het luchtkwaliteitonderzoek beperkt zich dan ook tot deze twee stoffen. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in onderstaande tabel. De regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteitseisen is verder uitgewerkt in AMvB's en Ministeriële regelingen. Bij het faciliteren van ruimtelijke plannen moet volgens de Nederlandse wetgeving de verandering van de luchtkwaliteit door het plan worden getoetst.
Een ruimtelijke ontwikkeling kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, of; de luchtkwaliteit door de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in combinatie met aan het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°), of; bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege de ruimtelijke ontwikkeling, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, of; De ruimtelijke ontwikkeling is beschreven in, past binnen, of is in elk geval niet strijdig met een vastgesteld programma zoals het NSL (Wm artikel 5.16.1.d), of; er geen grenswaarden worden overschreden door de ruimtelijke ontwikkeling.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De kleinere deeltjes van PM2,5 dringen dieper in de longen door (WHO, 2006; Brunekreef en Forsberg, 2005). In de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van zijn daarom sinds 2008 grens- en richtwaarden voor PM2,5 opgenomen. Voor PM2,5 geldt een Europese grenswaarde van 25 µg/m3 voor het jaargemiddelde. De WHO beschouwt deze grenswaarde als interimdoelstelling op weg naar een advieswaarde van 10 µg/m³ (WHO, 2006). Momenteel ligt een nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit ter consultatie waarin nieuwe advieswaarden zijn opgenomen voor PM2,5; PM10 en NOx van respectievelijk 5 µg/m3, 15 µg/m3 en 10 µg/m3. Wat betreft de bijdrage van een plan aan de luchtkwaliteit is het Besluit Niet In Betekenende Mate Bijdragen (Luchtkwaliteitseisen) van belang, die gelijk met de wetswijziging van kracht is geworden. Plannen die niet meer dan 3% bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeven niet getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen in de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5. Het plan voorziet in de realisatie van ongeveer 150 starterswoningen en 300 studentenkamers. Deze ritgeneratie veroorzaakt geen verkeersaantrekkende werking die een verslechtering van meer dan 3% veroorzaakt. Uit de berekening van de NIBM-tool blijkt dat de ritgeneratie geen