CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 21 Oplegnotitie MER de Grift Nijmegen

Besluitronde (raadsvergadering) 1 november 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Chw-bestemmingsplan Nijmegen Uitbreiding bedrijventerrein De Grift' (98/2023)17.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Oplegnotitie MER De Grift Nijmegen Aanvulling op basis van advies van Commissie m.e.r. op MER Bedrijventerrein de Grift Nijmegen Klant:

Gemeente Nijmegen

Referentie: BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status:

1.0

Datum:

31 juli 2023

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands Mobility & Infrastructure +31 88 348 70 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Oplegnotitie MER De Grift Nijmegen Sub titel: Aanvulling op basis van advies van Commissie m.e.r. op MER Bedrijventerrein

de Grift Nijmegen Referentie: BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Uw kenmerk Click or tap here to enter text. Status: 1.0 Datum: 20 juni 2023 Projectnaam: MER bedrijventerrein de Grift - Commissie MER Projectnummer: BI5542 Auteur(s): NB

Opgesteld door: NB Gecontroleerd door: Evk Datum: 20 juni 2023 Goedgekeurd door: TdB Datum: 20 juni 2023

Classificatie Projectgerelateerd

Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

1

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Advies Commissie m.e.r.

4

1.3

Werkwijze

5

1.4

Leeswijzer

6

2

Beleidskader duurzaamheid gemeente Nijmegen

7

2.1

Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging

7

2.2

Klimaatadaptatie

9

2.3

Energieneutraal

9

2.4

Duurzame mobiliteit

10

2.5

Circulair bouwen

10

2.6

Stedelijke herkenbaarheid: natuurinclusief bouwen

11

3

Terugblik: planontwikkeling bedrijventerrein De Grift

12

3.1

Inleiding

12

3.2

Voortraject: MER Waalsprong 2003/2007

12

3.3

Ontwikkelruimte voor De Grift

15

3.4

Gebiedsvisie De Grift

16

3.5

Het stedenbouwkundig raamwerk

18

3.6

Actualisatietoets: vertaling naar MER bedrijventerrein De Grift (2023)

23

4

Vooruitblik: duurzame ontwikkeling bedrijventerrein de Grift

26

4.1

Inleiding

26

4.2

Kernwaarden duurzame ontwikkeling De Grift

26

4.3

Duurzaamheidsalternatief

27

4.4

Aanzet monitoringsprogramma

32

5

Verkeer

34

6

Geluid

37

7

Stikstof

40

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

2

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Nijmegen wil het bedrijventerrein De Grift met circa 30 hectare netto uitbreiden als onderdeel van gebiedsontwikkeling de Waalsprong. Daarmee wordt het bestaande oppervlak bedrijvigheid in het gebied aanzienlijk vergroot. De Grift ligt in het meest noordelijke deel van de Waalsprong, tegen de A15 aan. Het is nu nog een gefragmenteerd gebied met bestaande bedrijvigheid en agrarisch bestemde grond. Het is de bedoeling dat De Grift zich verder ontwikkelt tot een belangrijke logistieke en regionale werklocatie. De uitbreiding van De Grift is een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals opgenomen in categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. De gemeente heeft daarom besloten om voor de uitbreiding van het bedrijventerrein een m.e.r-procedure te doorlopen. De m.e.r. onderzoekt de omgevings- en milieueffecten die ontstaan als gevolg van de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein.

Figuur 1-1 Plangebied MER Bedrijventerrein de Grift Nijmegen

Voordat de gemeente Nijmegen besluit over het bestemmingsplan voor de uitbreiding van de Grift zijn eerst de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. De gemeente Nijmegen heeft de Commissie m.e.r. gevraagd om de inhoud van het rapport te beoordelen. De Commissie m.e.r. adviseert, als onafhankelijke organisatie, over de inhoud van milieueffectrapporten. Commissie m.e.r. heeft op 10 mei 2023 een advies uitgebracht over het MER Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen (dd. 17 februari 2023). In haar advies constateert de Commissie m.e.r. bij de toetsing van het MER dat er essentiële informatie voor de besluitvorming ontbreekt. Daarop heeft de werkgroep van de gemeente Nijmegen besloten dat er een aanvulling op het MER noodzakelijk is om tot een volledig onderzoeksrapport te komen. Het betreft aanpassingen en uitbreiding op: • Alternatieven • Concretisering van ambities voor duurzaamheid • Geluid • Verkeer • Stikstof Voorliggende rapportage is de oplegnotitie bij het MER Uitbreiding bedrijventerrein De Grift Nijmegen dat na het advies van de Commissie m.e.r. is opgesteld. Het rapport gaat in op het advies en werkt vervolgens 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

3

Projectgerelateerd

de hierboven benoemde punten verder uit. Naast aanpassingen op het MER in voorliggend rapport zijn voor de volledigheid ook aanpassingen in het MER gemaakt voor het onderdeel Geluid. In de oplegnotitie wordt naar deze aanpassingen verwezen. De oplegnotitie vormt hiermee een aanvulling op het MER.

1.2

Advies Commissie m.e.r.

In haar voorlopig toetsingsadvies gepubliceerd op 10 mei 2023, stelt de Commissie m.e.r. dat het MER tekortschiet op een aantal punten. Voorliggende oplegnotitie beoogt meer diepgang en invulling te geven aan de punten die de commissie opmerkt in haar advies: De Commissie is van mening dat het MER een navolgbare opbouw heeft en tot logische conclusies komt. De bijlagen geven bruikbare informatie en vooral het beeldkwaliteitsplan wordt door de Commissie gewaardeerd. De Commissie merkt daarbij wel op dat de beschikbare informatie lastig te vinden is. Ook bevat het MER geen alternatieven of varianten voor het voornemen waardoor het MER feitelijk niet aan de formele inhoudseisen voldoet. Het opgenomen alternatief (wel/geen doortrekking A15) is geen alternatief, maar een scenario, omdat de keuze daarover niet aan het bevoegd gezag (gemeente Nijmegen) is. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER dat daarin belangrijke informatie ontbreekt. Het gaat om het onvoldoende concretiseren van de ambities en het ontbreken van duidelijke randvoorwaarden voor de aanbesteding. Hierdoor zijn er onzekerheden over het voornemen en zijn de milieugevolgen onvoldoende in beeld. De commissie gaat mee in het voornemen om een oplegnotitie op te stellen, waarin een uitgebreide onderbouwing van de achtergrond van het project is opgenomen en waaruit de locatiekeuze blijkt.

Er is veel informatie beschikbaar en ook moet een transparant overzicht van keuzes en besluitvorming worden opgemaakt. Hiernavolgend wordt het advies gedetailleerder uitgewerkt. Alternatieven De Commissie stelt daarnaast dat het MER te toetsend is ingestoken en echte alternatieven ontbreken. De Commissie constateert dat het MER alleen beschrijft en toetst en niet al bij het ontwerpproces is ingezet. Daardoor zijn er geen alternatieven onderzocht waarmee de hoeken van het speelveld zijn verkend. Daarnaast wordt de beschikbare informatie in het bestemmingsplan en de daarbij horende bijlagen niet altijd goed vertaald naar het MER. Hierdoor zijn in het MER bepaalde keuzes onduidelijk of onvolledig weergegeven. Duurzaamheid De Commissie vindt dat naast verduidelijking op het projectverleden en daarin gemaakte keuzes, het belangrijk is dat het accent gelegd wordt op de mogelijkheden binnen de toekomstige ontwikkeling van de Grift. Belangrijk is daarbij dat de gemeentelijke duurzaamheidsambities die het MER benoemt geconcretiseerd worden. De duurzaamheidsambities in het MER lopen vooruit op de (toen nog op te stellen) Omgevingsvisie en zijn in het MER te theoretisch en bieden geen handvatten voor effectbeoordeling. Bovendien merkt de commissie op dat de argumentatie voor XXL-logistiek als bijdrage voor het versterken van de circulaire economie ontbreekt.

De Commissie adviseert daarom de ambities uit te werken en aan te geven in hoeverre dit als randvoorwaarden geldt voor de ontwikkeling van het terrein. De gemeente legt volgens de Commissie m.e.r. een te grote verantwoordelijkheid bij de ontwikkelaars door het stellen van kaders en randvoorwaarden inzake duurzaamheid in de uiteindelijke aanbesteding. Doordat het MER geen alternatieven en varianten bevat waarin dit thema aan bod is gekomen, zijn milieueffecten onzeker. Het MER zou hiervoor al concreet kaders moeten bieden. Het geheel zorgt ervoor dat er nog veel onzekerheden zijn over de concrete invulling van het voornemen en de bijbehorende mogelijke milieugevolgen. 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

4

Projectgerelateerd

Geluid De Commissie stelt in haar advies dat het verhaal voor geluid sterker kan worden neergezet dan nu het geval is. Er ontbreekt een aantal woongebieden in de berekeningen. Voor de volledigheid moet het Zuiderveld en de Wolfshoeksestraat in Reeth worden opgenomen. In een aanvulling op het geluidsonderzoek is daarbij gekeken naar de geluidseffecten op deze (geprojecteerde) woningen. Daarbij is ook ingegaan op de mogelijke reflectie en weerkaatsing van geluid door bestaande en nieuwe bebouwing in en om het plangebied. Naast een aanvulling op de geluidsberekeningen verlangt de Commissie m.e.r. dat dieper wordt ingegaan op doelstellingen en randvoorwaarden voor de toekomstige monitoring. De Commissie beveelt aan om de effecten van het bedrijventerrein op de leefomgeving, waaronder de geluidseffecten, bij de concrete invulling van een deelgebied te bewaken (monitoring) op basis van de vastgelegde randvoorwaarden voor deze woningen. De aanpak daarachter moet in het MER expliciet worden gemaakt. Verkeer Op het gebied van verkeer merkt de commissie op dat een toelichting op het gehanteerde verkeersmodel ontbreekt en dat de onderdelen parkeren, fietsen en duurzame mobiliteit explicieter kunnen worden gemaakt. Daarnaast geeft de eindconclusie voor verkeer een erg positief- en daarmee vertekenend beeld.

Er is een positief beeld geschetst, terwijl dat niet per se geldt voor de individuele onderdelen van het verkeersonderzoek. De Commissie beveelt daarnaast aan om, gezien de verdere uitwerking van de duurzaamheidsambities, de voorgestelde mitigerende maatregelen bij de invulling van het plan concreet uit te werken. Daarbij moet het plan concreter worden beoordeeld op kansen en knelpunten voor duurzame mobiliteit. Stikstof De gemeente maakt gebruik van externe saldering om de toename in stikstofdepositie te mitigeren. De Commissie kan zich vinden in deze oplossing, maar wijst ook op mogelijke bronmaatregelen om de stikstofdepositie te verminderen en aanvullende jurisprudentie waarnaar verwezen wordt. De Commissie beveelt daarom aan om mogelijke bronmaatregelen te onderzoeken en, waar mogelijk, te borgen in de aanbesteding. Dit is noodzakelijk om na te gaan wat met de ontwikkeling ook intern kan worden gedaan en wat er al dan niet elektrisch kan in aanleg- en operationele fase. Water In het MER staat dat de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift een neutraal effect heeft op het milieuaspect water. In haar zienswijze op het MER en het ontwerpbestemmingsplan geeft het Waterschap Rivierenland aan dat de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding nog onvoldoende in beeld zijn. Ook is het watertoetsproces nog niet volledig doorlopen.

Het ruimtebeslag dat nodig is voor het duurzaam beheer en onderhoud van het watersysteem moet nog worden vastgesteld. De Commissie beveelt aan om de benodigde aanpassingen en voorzieningen voor de waterhuishouding af te stemmen met het Waterschap voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan en de conclusies te betrekken in het definitieve bestemmingsplan. De gemeente is inmiddels in intensief overleg met het waterschap over het waterhuishoudkundig plan, om het proces van de watertoets goed af te ronden. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in het definitieve bestemmingsplan. In deze notitie zal daarom niet verder op water worden ingegaan.

1.3

Werkwijze

De gemeente neemt het advies van de Commissie m.e.r. over en kan zich vinden in de benoemde punten. De veronderstelling bij de vervolgaanpak is dat een groot deel van de ontbrekende informatie en achtergrond beschikbaar is (geweest) in de voorgeschiedenis van het project en de 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

5

Projectgerelateerd

achtergrondonderzoeken bij de bestemmingsplanwijziging. Er is al veel onderzocht in het kader van het project (sinds MER 2003). De aanwijzing van De Grift als XXL-locatie in het Regionaal Programma Werklocaties, de IOW-aanvraag, actualisatietoets en totstandkoming van het bestemmingsplan hebben een geresulteerd in de keuzes die ervoor gezorgd heeft dat het voorliggend MER het plangebied en programma toetst zoals het is. In deze aanvulling is daarom een toelichting opgenomen over het projectverleden: welke besluiten zijn genomen, wat is onderzocht, welke keuzes zijn gemaakt en hoe heeft dit geleid tot het stedenbouwkundig raamwerk. Bij de gebiedsontwikkelingen in Nijmegen staat duurzaamheid centraal. Zo wordt bij de ontwikkeling van De Grift vastgehouden aan de gemeentelijke ambities om in 2045 een ‘energie neutrale stad’ te zijn. De Commissie adviseert daarom de gemeentelijke ambities uit te werken en aan te geven in hoeverre dit als randvoorwaarden geldt voor de ontwikkeling van het terrein. Deze gemeentelijke duurzaamheidsambities in relatie tot De Grift zijn in deze aanvulling nader uitgewerkt. Verder is door verschillende specialisten een aanvulling gemaakt op de berekeningen en toelichting op de onderdelen geluid, verkeer en stikstof.

Voor de aanvulling op het geluidsonderzoek zijn zowel het MER rapport, het akoestisch onderzoek bij het bestemmingsplan én de oplegnotitie aangevuld. In de oplegnotitie wordt verwezen naar de aanpassingen die in het MER en akoestisch onderzoek worden gemaakt.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk bevat hoofdstuk 2 een toelichting op het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Nijmegen. Hoofdstuk 3 beschrijft de planontwikkeling voor de uitbreiding van De Grift: welke besluiten zijn in het verleden genomen, welke keuzes zijn gemaakt, en hoe verhoudt dit zich tot eerdere m.e.r.procedures. In hoofdstuk 4 zijn de duurzaamheidsambities voor de uitbreiding van De Grift nader uitgewerkt. De hoofdstukken 5, 6 en 7 gaan respectievelijk in op onderdelen verkeer, geluid en stikstof.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

6

Projectgerelateerd

2

Beleidskader duurzaamheid gemeente Nijmegen

Het beleidskader voor de verschillende facetten van duurzaamheid zijn in verschillende beleidsstukken vastgelegd. De Omgevingsvisie Nijmegen vormt het belangrijkste document. Eén van de vier hoofdopgaven van de Omgevingsvisie is het streven naar een duurzame stad. Nijmegen heeft de ambitie voorop te lopen op het gebied van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. ‘We gaan uit van duurzaam grondgebruik, waarbij ontwikkelingen waarde aan de stad toevoegen en een bijdrage leveren aan het oplossen van onze grote opgaven. Circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en energieneutraal zijn hierbij centrale (samenhangende) thema's.’ De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050).

2.1

Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 Stad in beweging

Op 28 oktober 2020 stelde de gemeenteraad van Nijmegen de Omgevingsvisie 2020-2040 vast: Nijmegen - Stad in beweging. In de Omgevingsvisie staan uitgangspunten voor het gebruik van de ruimte in Nijmegen. Het geeft daarmee de komende jaren richting aan de ontwikkeling van de stad. De Omgevingsvisie stelt dat Nijmegen een compacte (kleine) en leefbare stad moet blijven, zodat mensen zich gemakkelijk lopend, fietsend of met het OV kunnen verplaatsen. Het groene omliggende landschap blijft en ondanks de verwachte groei moet Nijmegen een aangename stad blijven. In de visie staan vier opgaven centraal: 1. economisch veerkrachtige stad; 2. sociale en gezonde stad; 3. aantrekkelijke stad; 4. duurzame stad. In de Omgevingsvisie zijn daarbij onder meer de volgende ambities opgenomen: • Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatneutrale stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. • Gezamenlijk versterkt de gemeente de groenkwaliteiten. Groen draagt bij aan onze gezondheid en ons welzijn, het zorgt voor vermindering van hittestress en voor een betere luchtkwaliteit. • We willen de biodiversiteit in de stad behouden en versterken door natuurparels (groene gebieden met een hoge biodiversiteit) onderling en met de natuurgebieden buiten de stad te verbinden.

• Bij de ontwikkeling van Nijmegen wordt uitgegaan van het natuurlijk systeem en versterken dit waar mogelijk. Duurzame mobiliteit De regio Arnhem-Nijmegen werkt gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan wordt ingezet op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kan een aantal maatschappelijke doelen worden bereikt. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad. Energieopgave Het doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie werkt de gemeente aan een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin worden keuzes gemaakt voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

7

Projectgerelateerd

Figuur 2-1: Omgevingsvisie 2020-2040

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

8

Projectgerelateerd

2.2

Klimaatadaptatie

Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. De afgelopen zomers zijn er verschillende hitterecords gebroken en hevige regenval komt steeds frequenter voor. Dat levert risico's op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Om te kunnen anticiperend op het veranderende klimaat heeft de rijksoverheid het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie in het leven geroepen. Hierdoor hebben gemeenten, waterschappen en provincies de verplichting om de opgave voor ruimtelijke adaptatie in beeld te krijgen en te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn voor een klimaatbestendige en water robuuste inrichting. Met de regio is vanaf 2017 aan de slag gegaan om middels stresstesten en risicodialogen een strategie op te stellen. De regio waarbinnen de Grift ligt, is gevoelig tot zeer gevoelig voor hitte, droogte en wateroverlast. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas. De regio's Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal hebben met de Provincie Gelderland, het Waterschap Rivierenland en regionale stakeholders de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld. Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld.

In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe de regio met klimaatadaptatie aan de slag gaat. In de RAS zijn zes actiethema's benoemd om de uitdagingen aan te pakken. De ambitie is om idealiter in 2035 en uiterlijk 2050 een klimaat bestendige regio te zijn. De gemeente Nijmegen is gestart met het vertalen van de RAS naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven. Zo zijn er klimaatstresstesten gedaan om te zien welke maatregelen genomen moeten worden om de negatieve effecten van de klimaatverandering beter op te kunnen vangen in de stad. Op 20 september 2022 heeft B&W de Raad geïnformeerd over de uitkomsten van de klimaat-stresstesten en de ontwikkeling van de klimaatadaptatiestrategie. Naar aanleiding van de uitkomst van de stresstesten zijn maatregelen genomen. Zo zijn bijvoorbeeld de watersingels in de Waalsprong aangepast, zodat ze beter tegen droge periodes bestand zijn. Daarnaast worden nieuwe normen ontwikkeld op het gebied van klimaatadaptatie en stelt de gemeente prioriteitsgebieden vast als uitwerking van de Omgevingsvisie 'Nijmegen Stad in Beweging'. In de omgevingsvisie is klimaatadaptatie een randvoorwaarde: de gemeente wil de negatieve effecten van klimaatverandering en hittestress zoveel mogelijk minimaliseren.

Bij het ontwikkelen van de stad is daarom klimaatadaptatie een randvoorwaarde. Nijmegen is uiterlijk in 2050 een klimaatbestendige stad, die goed is voorbereid op de gevolgen van hitte, droogte en wateroverlast. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2017-2023 ligt het accent op klimaatadaptatie en op de ambitie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht aan duurzame stedelijke ontwikkeling worden gegeven, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan.

2.3

Energieneutraal

Nijmegen heeft de ambitie om uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Energiebesparing is een eerste vereiste om de energievraag te minimaliseren. Het gaat daarbij om het minimaliseren van zowel de energievraag van gebouwen als die van bedrijfsprocessen. De energie die dan nog gebruikt wordt is zoveel mogelijk duurzaam opgewekt. Uitgangspunt van de gemeente Nijmegen is dat bij nieuwbouw alle daken zoveel mogelijk vol komen te liggen met zonnepanelen. Alle daken dienen dan ook geschikt te zijn voor zonnepanelen.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

9

Projectgerelateerd

2.4

Duurzame mobiliteit

In de nota 'Nijmegen goed op weg' heeft Nijmegen haar ambities voor mobiliteit voor de periode 2019 tot 2030 vastgelegd. Deze nota is vastgesteld in de gemeenteraadsvergadering van 25 september 2019. Regionale samenwerking is hierbij essentieel om de bereikbaarheid van Nijmegen en van de regio Arnhem Nijmegen te verbeteren. Alleen op die manier kan de gemeente er voor zorgen dat ze regionaal, nationaal en internationaal bereikbaar blijft. Daarom wordt intensief samengewerkt met regio, provincie en Rijk. De verwachting is dat het aantal inwoners van Nijmegen fors blijft groeien. Ook het aantal banen zal meegroeien, naar verwachting met 10.000 extra banen de komende 10 jaar. Extra mensen betekent ook extra verplaatsingen. Extra verplaatsingen betekent extra druk op de soms toch al volle bestaande wegen, fietspaden, bussen en treinen. Dit betekent niet alleen dat - zonder extra maatregelen - de bereikbaarheid van Nijmegen onder druk komt te staan, maar ook dat inwoners steeds meer de negatieve kanten van de mobiliteit gaan ervaren, denk aan geluidshinder, slechte luchtkwaliteit of verkeersonveiligheid. De ruimtelijke opgaven van Nijmegen hierbij zijn dat de stad aantrekkelijk, duurzaam, economisch veerkrachtig en sociaal en gezond wil zijn. De ruimtelijke mogelijkheden in de stad om de mobiliteitsgroei te faciliteren zijn echter beperkt.

Waar in het verleden vooral werd gewerkt aan uitbreiden van de infrastructuur ligt het accent nu meer op het efficiënter benutten van de bestaande infrastructuur. In het ambitiedocument ‘Nijmegen Goed op Weg’ wordt hierbij de verkeersveiligheid benoemd als randvoorwaarde voor alle ontwikkelingen in de stad. Om de groei van de stad te faciliteren wordt ingezet op de meest duurzame en ruimte-efficiënte vervoermiddelen: lopen, fiets en OV. Dit betekent niet dat er niet geïnvesteerd wordt in het wegennet; de auto blijft een rol spelen in het Nijmeegse verkeerssysteem. De ambities in de Omgevingsvisie voor duurzame mobiliteit zijn: • We stimuleren duurzaam vervoer, onder andere door op strategische punten elektrische laadpunten aan te leggen, zodat bedrijven makkelijker overgaan op elektrisch vervoer van goederen. • We stimuleren efficiënter vervoer om de stad bereikbaar te houden. • We zetten in op de transitie naar duurzame mobiliteit met gebruik van schone brandstoffen • en schone vervoersmiddelen. • We benutten de mobiliteitsinfrastructuur zo efficiënt mogelijk; het stimuleren van efficiënte en schone stadslogistiek.

2.5

Circulair bouwen

In de Omgevingsvisie zijn ten aanzien van circulair bouwen de volgende ambities opgenomen: • Nijmegen is in 2050 een volledig circulaire stad, waarin geen grondstoffen verloren gaan. • We willen samen met de regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley circulair verstedelijken door het accent te leggen op ketenbenaderingen, het sluiten van kringlopen en het benutten van hernieuwbare bronnen. De gemeente wil daarin een voorbeeld voor Nederland zijn. • Met circulaire verstedelijking wordt naast circulariteit op zichzelf ook klimaatadaptatie en energietransitie bedoeld. Met een samenhangende aanpak willen de gemeente de stad van de toekomst creëren. Zo wil ze alleen op slimme plekken bouwen, waarbij ov- en fietsgebruik sterk kunnen worden gestimuleerd. De gemeente wil circulair bouwen. In de planvorming willen de gemeente circulair/modulair bestemmen. De regio Arnhem-Nijmegen wil zich profileren als circulaire regio. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen om uiteindelijk in 2050 te komen tot een circulaire leefomgeving. De gemeente streeft ernaar om zoveel mogelijk circulair, modulair en los maakbaar te bouwen. Bij voorkeur wordt gebruik 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

10

Projectgerelateerd

gemaakt van hernieuwbare organische bouwmaterialen (bijvoorbeeld hout, hennep, vlas, etc.). De GRPmethodiek kan gebruikt worden als ontwerptool en beoordelingsmethodiek om de duurzaamheid van gebouwen in beeld te brengen1. In de Grond- weg en waterbouw onderschrijft Nijmegen de uitgangspunten van het manifest duurzaam GWW; samen met onze ketenpartners wil de gemeente de verduurzaming in de sector structureel aanjagen. Voor het afwegen van duurzame keuzen maken wordt onder andere gebruik gemaakt van het ambitieweb en Dubocalq. Uitgangspunt is om zo min mogelijk verharding toe te passen en waar verharding nodig is te kijken naar meer duurzame oplossingen, zoals klinkers of duurzaam asfalt.

2.6

Stedelijke herkenbaarheid: natuurinclusief bouwen

We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor ‘natuurinclusief bouwen’. Dat betekent dat de gemeente bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in gebouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). Daarnaast wil de gemeente ook de aanwezigheid, gezondheid en het welzijn van dieren in onze openbare ruimte beschermen en waar nodig bevorderen. Op die manier kunnen kan de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving worden versterkt. Voor de ontwikkeling van de Waalsprong breed geldt dat natuurinclusief bouwen een must is. In navolging van een raadsmotie (14 november 2018) en ter uitvoering van het Soortenmanagementplan-Nijmegen is de ‘Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong’ opgesteld. Doel hiervan is het implementeren van natuurinclusief bouwen in de bouwplannen. Deze toolbox is gebaseerd op de omgeving, de gewenste soorten en de ambitie en is gekoppeld aan de ‘Leidraad natuurinclusief bouwen, renoveren en verduurzamen’ van de Provincie Gelderland.

Het systeem richt zich in eerste instantie op de gebouwgebonden soorten gewone dwergvleermuis, huismus, gierzwaluw maar op basis van de ecologische potenties en behoeften, worden er binnen de deelgebieden bepaald op welke soorten en aanvullende maatregelen de focus wordt gelegd. Voor de Waalsprong geldt vanaf 2020 het in het Soorten Managementplan (SMP-N) vastgelegde minimumambitieniveau. Dit betreft geïntegreerde voorzieningen in bebouwing. Om tot duurzame vestiging van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te komen, zijn nestvoorzieningen alleen niet genoeg. Wanneer de soorten geen plek hebben om te foerageren, is de waarde van de nestvoorzieningen daar beperkt. De toolbox bevat daarom tevens groene omgevingsmaatregelen waardoor de stedelijke biodiversiteit wordt versterkt, de belevingswaarde voor de toekomstige gebruikers wordt vergroot en een bijdrage wordt geleverd aan klimaatadaptatie. In de toolbox is het minimaal aantal te realiseren nestvoorzieningen voor het bedrijventerrein benoemd. Hiervan mag maximaal 25% ingewisseld worden met groene maatregelen. Het treffen van meer groene maatregelen is uiteraard mogelijk en ook zeer gewenst. Het SMP-N is op 12 maart 2019 en de Toolbox natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, Leidraad voor de Waalsprong is op 4 februari 2020 door het college vastgesteld.

Onderdeel van het SMP is een periodieke ecologische monitoring van de doelsoorten van het SNP in de Waalsprong. Dit geeft een actueel beeld van de toestand van de natuur en de effectiviteit van de ecologische maatregelen.

1

GPR-gebouw is een digitaal instrument om de duurzaamheid van een woongebouw, een kantoorgebouw of een onderwijsgebouw in kaart te brengen door middel van rapportcijfers voor de thema's energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

11

Projectgerelateerd

3

Terugblik: planontwikkeling bedrijventerrein De Grift

3.1

Inleiding

De Grift maakt al sinds de vaststelling van het 'Structuurplan land over de Waal' (1994) onderdeel uit van de Waalsprong en ligt in het meest noordelijke deel hiervan, tegen de A15 aan. De Grift is een gefragmenteerd gebied met veel bestaande bedrijvigheid. De Grift moet zich nu ontwikkelen tot een belangrijke werklocatie van Nijmegen. De ambitie is om in de Waalsprong niet alleen te voorzien in de lokale en regionale woningbehoefte, maar ook om ruimte te bieden aan bedrijven met bijbehorende werkgelegenheid als duurzame economische dragers voor de stad. Het de bedoeling om de nu nog onbebouwde aangrenzende terreinen de komende jaren verder te ontwikkelen als bedrijventerrein met de daarbij behorende infrastructuur. In het MER Waalsprong 2003 is de invulling van de ontwikkeling op de Grift als onderdeel van de volledige opgave van de Waalsprong onderzocht. Hierin zijn de milieueffecten van een ontwikkeling met een relatief hoog percentage logistiek (40%) versus ontwikkelingen met een lager percentage logistiek (30 en 20%) in beeld gebracht. De uitbreiding van bedrijventerrein De Grift (hierna aangeduid als: uitbreiding De Grift) maakt samen met de projecten binnen Knoop 38 (Park 15 en RTG; beide in de gemeente Overbetuwe) onderdeel uit van Knoop Nijmegen. Knoop Nijmegen is als bovengemiddeld knooppunt in de goederenvervoerscorridor A15 aangeduid in het MIRT.

Dit komt vanwege de goede ligging aan de vervoersassen over spoor, weg en water (de containerterminal BCTN), de nabijheid van Duitsland, de aanwezige bedrijventerreinen en de uitbreidingsmogelijkheden daarvan. Knooppunt Nijmegen is o.a. aangewezen voor ontwikkelingen ten behoeve van XXL-logistiek. Het Regionaal Programma Werken (RPW) 2021-2024 laat zien dat er in de regio ruimte en behoefte (marktvraag) is voor ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. De Grift is binnen Knoop Nijmegen aangewezen als locatie voor de huisvesting van XXL-logistiek. Reden voor de gemeente Nijmegen om de planontwikkeling voor De Grift op te pakken. Dit hoofdstuk licht de planontwikkeling en de daarin gemaakte keuzes tot aan MER de Grift 2023 toe. Het resultaat daarvan is het stedenbouwkundig raamwerk. Dit is feitelijk beschouwd als het voorkeursalternatief voor de gebiedsontwikkeling. Aan de hand van een actualisatietoets is bepaald welke onderzoeken in het MER Grift 2023 noodzakelijkerwijs onderzocht dienden te worden.

3.2

Voortraject: MER Waalsprong 2003/2007

De ontwikkeling van bedrijventerrein De Grift is sinds eind jaren ’90 onderdeel van de gebiedsontwikkeling Waalsprong. Daarmee waren ook de milieueffecten van deze ontwikkeling onderdeel van het MER Waalsprong 2003. Bij het opstellen van dit MER was de gemeente Nijmegen zich ervan bewust dat de ontwikkeling van de omvangrijke stadsuitbreiding - gezien de jarenlange realisatietijd - niet bij de start geheel zou kunnen worden vastgelegd. Daarom zijn in het MER Waalsprong 2003 bouwstenen en alternatieven breed onderzocht op milieueffecten. Nadien heeft nog een actualisatie van het MER plaatsgevonden vanwege een wijziging in de verkeersstructuur: Aanvulling MER Waalsprong 2007. MER Waalsprong 2003 De ontwikkeling van de Waalsprong is in het MER Waalsprong 2003 als een voorgenomen activiteit beschreven: het vertrekpunt van het ontwerpproces. Het gezoneerde bedrijventerrein De Grift is daarin bestemd als vestigingsplaats voor kleinschalige en middelgrote logistieke, distributieve en industriële bedrijvigheid en een hulpwarmtecentrale voor het warmtenet.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

12

Projectgerelateerd

In het MER Waalsprong 2003 is gevarieerd in verschillende onderdelen: •

•

•

•

•

•

Profiel In het MER Waalsprong 2003 is gevarieerd in het percentage logistiek en gemengde bedrijvigheid. Vanwege het stadium van ontwikkeling was een meer gedetailleerde profilering niet mogelijk. Wel konden naar aanleiding van andere bouwstenen (bebouwingsintensiteit en bestaande woningen) uitspraken worden gedaan over noodzakelijke beperkingen op het gebied van bedrijfscategorieën. Bebouwingsintensiteit In het MER Waalsprong 2003 is gevarieerd in grotendeels gelijkvloers, deels gestapeld of merendeels gestapeld bouwen. In combinatie met de bouwsteen profiel werden conclusies getrokken over bebouwingshoogten, verhard oppervlak en parkeeroplossingen. Bestaande woningen In het MER Waalsprong 2003 was uitgangspunt om voor (de uitbreiding van) het bedrijventerrein De Grift een geluidzone vast te stellen. Het beleid van zowel de gemeente Nijmegen als de provincie Gelderland was erop gericht om woonbebouwing op gezoneerde bedrijfsterreinen te voorkomen. De bestaande woningen werden verdeeld in twee clusters (woningen oostzijde Griftdijk en woningen Stationsstraat) en er is onderzocht wat de consequenties zouden zijn van het al dan niet handhaven van deze clusters op de gebruiksmogelijkheden van het bedrijventerrein en op de te vestigen geluidszone.

Bestaande bedrijven In het MER Waalsprong 2003 is onderzocht of herstructurering van bestaande bedrijven leidt tot efficiënt ruimtegebruik en een minimalisatie van de geluidszonering. Daarbij is een situatie onderzocht waarin bedrijven aan de zuidzijde van de Stationsstraat geen bijdrage meer leveren aan de geluidzone en een situatie dat de huidige bedrijven zich verplaatsen naar een akoestisch gunstigere plek op het terrein of met een lager bronvermogen werken dan waarvoor zij op het moment van het MER een vergunning hadden. Windturbines In het MER Waalsprong 2003 zijn de effecten op het bedrijventerrein onderzocht van 5 windturbines in een lijnopstelling en van 11 windturbines in een parkopstelling. Structuur groen en water In het MER Waalsprong 2003 was de water- en groenstructuur gekoppeld en onderzocht in drie varianten: een geconcentreerde groen/waterstructuur langs de A15, een structuur met een dooradering over het terrein en een geconcentreerde groen/waterstructuur langs de Griftdijk.

Figuur 3-1: Overzicht onderzochte groen/waterstructuren De Grift (MER Waalsprong 2003)

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

13

Projectgerelateerd

•

•

Ontsluitingstructuur en toegankelijkheid Omdat uitgangspunt was om het bedrijventerrein zo dicht mogelijk op de snelweg te ontsluiten en het bedrijfsverkeer door woonwijken te vermijden, was in het MER Waalsprong 2003 een ontsluiting vanaf de Griftdijk een gegeven. In het MER is de verbinding van de ontsluiting op de Stationsstraat onderzocht en de effecten hiervan op de interne verkeersstructuur van het nieuwe bedrijventerrein. Ook werd het effect onderzocht van een transferium en een voorstadhalte in de nabijheid. Interne zonering Interne zonering is in het MER Waalsprong 2003 op twee manieren onderzocht: 1) een interne zonering naar geluidproductie vanwege de geluidcontour; 2) in drie modellen voor de bestemmingen die deze contour zouden kunnen krijgen (akoestische verkaveling). Deze drie modellen waren een specificatie van de mogelijke functies aan de randen van het terrein: ontwikkelen zichtlocatie A15, ontwikkelen Griftdijk als bedrijfslint en ontwikkeling Stationsstraat als lint.

Een integrale beoordeling van de milieueffecten van bedrijventerrein De Grift aan de hand van de programmaonderdelen en bouwstenen in het MER Waalsprong 2003 heeft tot de volgende bevindingen geleid: • Het ontwikkelen van het bedrijfsterrein De Grift heeft een positieve invloed op de werkgelegenheid in de Waalsprong. Vooral de wijze waarop het bedrijfsterrein wordt ingevuld bepaalt de omvang in werkgelegenheid. Een groter aandeel gemengde bedrijvigheid, intensiever ruimtegebruik en het vergroten van de ontwikkelingsmogelijkheden door het uitplaatsen van gevoelige functies zoals wonen heeft een groot positief effect op de werkgelegenheid. Daardoor neemt echter ook de verkeersintensiteit op met name Griftdijk Noord toe, met de kans op filevorming in de ochtendspits. Als meer wordt uit gegaan van gemengde bedrijvigheid in combinatie met intensivering en vergroting van de ontwikkelingsmogelijkheden, zoals bij het alternatief Duurzaamheid, neemt ook de kans op filevorming in de avondspits toe. • In ecologisch opzicht zijn de verschillen tussen de onderzochte manieren waarop het bedrijfsterrein ingevuld kan worden klein. Een brede groenstrook langs de A15 is het meest gunstig. Het handhaven van bestaande groenstructuren rond bestaande bebouwing op korte termijn is gunstiger dan het opnieuw aanleggen van bebouwing met bijbehorend groen.

Ook voor de grondbalans zijn de verschillen klein. In alle gevallen is de grondbalans zeer waarschijnlijk niet sluitend te krijgen. Er is bij alle alternatieven een vrij groot overschot aan grond. Een hoger aandeel gemengde bedrijvigheid heeft over het algemeen een gunstig effect op de grondbalans dan een hoger aandeel logistiek. • De ruimtelijke kwaliteit is het meest gediend met groenstroken langs de A15 en Griftdijk-Noord. Plaatsen van windmolens langs de A15, in de groenstrook, versterkt de nieuwe identiteit van het bedrijfsterrein als noordelijke stadspoort. Het handhaven van de bestaande woningen en uitgaan van gemengde bedrijvigheid sluit het beste aan bij de karakteristiek van het gebied. Intensivering (stapeling) doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. De meeste landschappelijke en natuurlijke elementen, vooral langs de A15, zijn over het algemeen goed in te passen. • Tussen de verschillende mogelijkheden waarop het bedrijfsterrein ingevuld kan worden, zitten nauwelijks verschillen in de effecten voor grondwateronttrekking, geluidbelasting, luchtkwaliteit en aanwezige archeologische vindplaatsen.” In haar toetsingsadvies over het MER gaf de Commissie m.e.r. over het vervolgtraject aan dat met het MER Waalsprong 2003 volledig aan de richtlijnen is voldaan.

Aanvullende informatie is in het vervolgtraject alleen nodig als de plannen zo ingrijpend wijzigen dat ze buiten de gehanteerde bandbreedte in het MER komen.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

14

Projectgerelateerd

Aanvulling MER Waalsprong 2007 Het MER Waalsprong 2003 is in 2007 aangevuld met betrekking tot wijzigingen in de verkeersstructuur in de ‘Aanvulling MER Waalsprong 2007’. In deze aanvulling zijn de milieueffecten onderzocht als gevolg van (alternatieven voor) maatregelen voor een betere doorstroming op de Prins Mauritssingel / A325 richting het centrum van Nijmegen. Dit zou ook met de tweede stadsbrug en verbreding van rijksweg A50 een knelpunt blijven vormen. In het collegealternatief werd de Prins Mauritssingel ten opzichte van het voorkeursmodel uit het MER 2003 verbreed naar 2 x 3 stroken en werden de parallelroutes (Griftdijk en Vossenpelsseroute) ingezet voor het verkeer. De Dorpensingel-Oost zou in dit alternatief vervallen. Daarnaast werd gevarieerd met de ligging en de vorm van het splitsingspunt naar de Waal- en Stadbrug. In het draagvlakalternatief werd vastgehouden aan de knip in de Vossenpelsseroute en aan de aanleg van de Dorpensingel-Oost – beide conform het voorkeursmodel – en werd daarnaast een extra parallelroute langs de Prins Mauritssingel geïntroduceerd.

Figuur 3-2: onderzochte varianten verkeersstructuur Waalsprong

De uitgangspunten in bovengenoemd voortraject zijn meegenomen in de totstandkoming van de gebiedsvisie en het voorliggend stedenbouwkundig raamwerk en plan voor de ontwikkeling van de Grift anno 2023. Vanwege gewijzigde omstandigheden en nieuwe wet- en regelgeving valt de ontwikkeling (en de delen die de milieueffecten veroorzaken) niet meer binnen de bandbreedte van de uitgangspunten van de alternatieven die in het MER Waalsprong 2003/2007 zijn onderzocht. De verwachte effecten van het nu voorliggend stedenbouwkundig plan waren aanleiding om voor een groot deel van de omgevingsaspecten het MER Waalsprong 2003/2007 aan te vullen of te actualiseren. Zie daarvoor ook paragraaf 3.6 van dit rapport.

3.3

Ontwikkelruimte voor De Grift

De markt voor bedrijventerreinen, perifere detailhandel en kantoorlocaties is over het algemeen (boven)regionaal. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om voldoende en geschikte ruimte voor de vestiging van nieuwe bedrijven en voor de ontwikkeling van bestaande bedrijven. De gemeenten in de Groene Metropoolregio maken samen met de provincie Gelderland regionale programmeringsafspraken met betrekking tot bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel. Dit wordt vastgelegd in het Regionaal Programma Werklocaties (hierna: RPW). In 2019 en 2020 is onderzoek gedaan naar de uitgifte van de

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

15

Projectgerelateerd

werklocaties. Hieruit kwam naar voren dat door een historisch hoge uitgifte het overaanbod aan bedrijventerreinen fors is teruggedrongen. Nieuwe ramingen laten tot 2030 een ontwikkelruimte van 120 hectare voor nieuwe bedrijfskavels zien. Daarvan is in de regio ruim 40 hectare noodzakelijk voor de huisvesting van grote logistieke bedrijven (XXL-logistiek). Medio 2020 werd daarom besloten om het RPW te gaan herzien. Dit nieuwe Regionaal Programma Werklocaties 2021-2024 (vastgesteld door Gedeputeerde Staten in juni 2021) bevat de keuzes die de gemeenten in de Groene Metropoolregio maken voor het in balans brengen van vraag en aanbod naar werklocaties. Het Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem-Nijmegen 2021-2024 vormt dan ook de kaders voor het regionaal beleid ten aanzien van bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel en is het regionale toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Nieuwe initiatieven en ontwikkelingen worden getoetst aan deze kaders. Zo ook de uitbreiding van De Grift. Specifiek voor bedrijventerreinen is het volgende afgesproken: van de 120 ha ontwikkelruimte voor bedrijventerreinen is ruim veertig hectare noodzakelijk om in de regio grote logistieke bedrijven (XXLlogistiek) te kunnen huisvesten. Het RPW 2021-2024 benoemt expliciet twee knooppunten als het gaat om ruimte voor nieuwe locaties voor XXL-logistiek.

Knoop 38 met Park15 en De Grift is er daar één van. In samenspraak met de provincie Gelderland zijn vooruitlopend op de herziening van het RPW ArnhemNijmegen Randvoorwaarden voor XXL logistiek opgesteld. Sturing van de ontwikkelingen voor XXL-logistiek is hiervan het gemeenschappelijk doel. Om nieuwe ontwikkelingen ten behoeve van XXL-logistiek mogelijk te maken moeten gemeenten, ontwikkelaars en eindgebruikers voldoen aan die randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden zijn op te delen in vijf thema’s: clustering, landschappelijke inpassing, duurzaamheid, toegevoegde waarde voor de regio en organisatiegraad. Naar aanleiding van de randvoorwaarden voor XXL-logistiek heeft de regio het adviesbureau PosadMaxwan gevraagd om advies over de meest geschikte locatie voor uitbreiding ten behoeve van XXL-logistiek. Vanuit het perspectief van clustering en landschappelijk inpassing komt PosadMaxwan tot een prioritering van ontwikkellocaties binnen knooppunt Nijmegen e.o. en knooppunt EMZ. Zij adviseren de potentiële ontwikkellocaties in overweging te nemen, met op volgorde een voorkeur voor: Park15 (locatie A en B), De Grift (D t/m H), 7Poort (D) en DocksNLD (D) – Duits grondgebied. Zij beoordelen deze locaties als meest geschikt, omdat uitbreiding geen (of slechts zeer beperkt) negatieve gevolgen heeft voor bestaand aantrekkelijk en open landschap.

Dit is met nadruk een prioritering vanuit landschappelijk oogpunt. Daarnaast zijn ook andere, economische overwegingen en de visie en besluitvorming van lokale en regionale overheden in Nederland en Duitsland van belang. De locatie De Grift is opgenomen op de ruimtelijk-economische beleidskaart voor XXL-logistiek in het RPW. De ruimtevraag naar XXL-logistiek bedraagt 69 hectare in de periode tot 2030. Omdat het beschikbare aanbod bijna volledig is uitgegeven, is er op korte termijn behoefte aan uitbreidingsruimte voor XXLlogistiek. Hiervan is 12,5-15 ha beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Grift, onderdeel van het logistieke knooppunt Nijmegen. Voor XXL–logistiek gelden in het bijzonder aanvullende randvoorwaarden op het gebied van duurzaamheid en zorgvuldige ruimtelijke inpassing. In juni 2021 heeft de gemeente Nijmegen toestemming gekregen om het bedrijventerrein De Grift uit te breiden met 15 hectare voor XXL-logistiek in Noord, 8,4 hectare voor regionale bedrijvigheid (reguliere logistiek, stadsdistributie, maakindustrie en klassiek-gemengd) in Noord en Zuid. In aanvulling op de afspraken in het RPW wordt er nog maximaal 7 hectare voor kleinschalige lokale bedrijvigheid (klassiekgemengd/maakindustrie; kavels tot 5.000 m2) mogelijk gemaakt.

3.4

Gebiedsvisie De Grift

Uitgangspunt voor de ontwikkeling van De Grift is een duurzame gebiedsontwikkeling, zoals verwoord in de 'Gebiedsvisie De Grift' (door het college van B&W vastgesteld in april 2020). Inpassing van bedrijvigheid in 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

16

Projectgerelateerd

dit gebied vindt in nauwe afstemming plaats met de ambities voor duurzaamheid, groen en water. De gebiedsvisie is een actualisatie van het Ambitiedocument de Grift uit 2015. Het ambitiedocument legt de grondslag voor de ontwikkeling van de Grift naar aanleiding van besluitvorming in de gemeenteraad in 2013 om De Grift te ontwikkelen aan de hand van de thema’s: De duurzame Grift, Logistiek cluster en Energie voor de stad. Aan deze afweging lagen destijds het regionaal programma bedrijventerreinen, een markttoets en een verkenning naar kwantiteit en kwaliteit van de gemeentelijke bestaande en geplande bedrijventerreinen ten grondslag. De Grift is altijd bedoeld als werklocatie. Door de zichtlocatie langs de A15 is het ook van belang te kiezen voor een groene inbedding. Bij het bepalen van het ambitieniveau wordt rekening gehouden met belangrijke randvoorwaarden t.a.v. archeologie, cultuurhistorie, milieu en veiligheid. De Afslag 38/ Griftdijk Noord vormt een van de toegangswegen naar de stad. De gemeente wil deze entree naar de stad verder vormgeven. De gemeente dient bij de gebiedsontwikkeling rekening te houden met de bestaande bedrijven en woningen, de ligging van kabels en leidingen maar ook milieu-en geluidszoneringen.

Figuur 3-3: Gebiedsvisie De Grift

Ambities voor de uitbreiding zijn: • Voor de Grift Noord wordt ingezet op (grootschalige) logistiek. De gemeente actualiseert daarbij de marktonderbouwing voor de Grift op basis van nieuwe inzichten. • Aantrekken van werkgelegenheid in lijn met de Economische Visie 2020-2025. • We zetten erop in dat alle grootschalige nieuwbouwontwikkeling gebruikt wordt om zonne-energie of duurzame energie op te wekken, waar mogelijk in combinatie met groenvoorziening en waterberging. Denk hierbij aan zonnepanelen, of groen op de daken. Inmiddels zijn vier windturbines gerealiseerd en wordt gewerkt aan een energiepark aan de oostzijde van Grift noord. • In het Waterhuishoudkundig Inrichtingsplan Waalsprong (WIW) van november 2009 staat het kader voor het watersysteem in De Grift waaraan het moet voldoen bij een nieuwe inrichting van dit gebied. Grootschalige logistiek vraagt veel ruimte en zorgt voor extra verharding. Hierdoor is het extra belangrijk om te komen tot een duidelijk waterhuishoudkundig plan in samenwerking met waterschap Rivierenland. Vanwege de waterbergingsbehoefte en het belang van een volwaardige

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

17

Projectgerelateerd

•

• •

stadsentree is een stevige inzet gericht op handhaving en versterking van de groen- en water structuur nodig. Voor een watergang met groen is een strook langs de A15 nodig. Voor de Waalsprong is een Soortenmanagementplan opgesteld. Dit plan is ook van toepassing op De Grift. Dit betekent dat de ontwikkeling ook moet voorzien in structuren waarmee het leefgebied van diverse soorten wordt gemitigeerd. De sloten in het gebied van het toekomstige bedrijventerrein De Grift zijn in potentie geschikt voor de grote modderkruiper. Wanneer inpassing van bestaande watergangen niet mogelijk is bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt een structuur van watergangen aangelegd met waar mogelijk geschikte milieus voor de grote modderkruiper. De ontwikkeling van De Grift sluit aan bij de ambities voor natuurinclusief bouwen. Bereikbaarheid is een voorwaarde voor een goed functionerend bedrijventerrein. De wegenstructuur in De Grift is verkeersveilig, biedt voldoende capaciteit en staat ten dienste aan de behoefte van nieuwe bedrijven.

3.5

Het stedenbouwkundig raamwerk

De Grift in haar context De Grift is goed gelegen aan de A15 en de Betuweroute. De afslag 38 op de A15 ontsluit De Grift en het naast gelegen Overbetuwse Park 15. De Grift is echter meer dan alleen een bedrijfsterrein waar grote logistieke bedrijven zich zullen huisvesten. Het is ook de noordwestentree van Nijmegen. De poortfunctie en de goede infrastructurele bereikbaarheid gaan hand in hand met landschappelijke kenmerken die naast bereikbaarheid de plek ook een eigen identiteit geven. Een identiteit die onlosmakelijk verbonden in met: • Grote landschappelijke structuren; het stromenlandschap tussen de waal en de Rijn, een landschap van agrariërs en oude houtwallen en onderdeel van vele vogel vliegroutes en foerageergebieden. • Regionale energienetwerken: De grift is met het nieuwe transformatorstation het kernpunt van hoogspanning, laagspanning en hernieuwbare energiebronnen. • Infrastructuur: een wegennetwerk geënt op eeuwenoude structuren die hedendaags een web vormen van lokale, regionale en internationale wegen en een goed bereikbare Betuweroute. • De stad Nijmegen met grote groene, klimaat adaptieve en sociaal maatschappelijke ambities. • De Grift zelf: waar een bestaand functioneel bedrijventerrein ligt met oog op de toekomst.

De Grift als locatie voor een bedrijventerreinuitbreiding is een logisch vervolg op wat er in de directe omgeving gebeurt en al aanwezig is: aan de westzijde van de afslag is/wordt Park15 gerealiseerd, een logistiek bedrijventerrein. De Provincie is bezig met de planvoorbereiding voor de Railterminal Gelderland. De partijen Overbetuwe, Nijmegen en de Provincie werken samen aan de verbetering van de bereikbaarheid voor auto, fiets en OV door de aanpak van Afslag 38. Tel daarbij op de uitstekende bereikbaarheid van De Grift dankzij de ligging aan de goederenvervoerscorridor A15, de nabijheid van containerterminal BCTN, als ook de nabijheid van (geschoold) personeel. Nijmegen ziet kansen voor een modern bedrijvenpark en willen de thema’s duurzaamheid en energie verder vormgeven. Met het aanwezige windpark en zonnepark van ruim 4 hectare in het oostelijk deel van De Grift en het onlangs in gebruik genomen nieuwe transformatorstation nabij Afslag 38 wordt een boost gegeven aan de stabiliteit van het energienetwerk ten behoeve van de woningbouw in Nijmegen Noord en voor de bedrijvenontwikkeling Knoop 38.

Vier ruimtelijke hoofdprincipes Bepalend voor het raamwerk zijn: het te realiseren programma (zie ook paragraaf 3.3), aansluiting zoeken bij bestaande structuren en kenmerken van een gebied (landschappelijke inpassing), ontsluiting van de gebieden, de vereisten vanuit water en groen. Deze ingrediënten hebben alleen ruimtelijk een grote weerslag. De ambities uit de gebiedsvisie zijn vertaald naar 4 ruimtelijke hoofdprincipes die de basis vormen voor een stevige ondergrond van de gebiedsontwikkeling. De hoofdambities worden samengeweven in een integraal raamwerk waar altijd aandacht is voor de basisprincipes.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

18

Projectgerelateerd

Figuur 3-4. Ontwikkelstructuren bedrijventerrein De Grift

Hoofdwegen oost-west georiënteerd De wegenstructuur in en om De Grift wordt gekenmerkt door een oost-west oriëntatie (A15, Stationsstraat) met de Griftdijk als verbindingsas. De bestaande bedrijventerreinen in De Grift worden via een aantal doodlopende wegen ontsloten, deels vanaf de Griftdijk en deels vanaf de Stationsstraat. Deze wegen (Koopmansweg, Groothandelsweg en Griftdijk) zijn specifiek bedoeld voor de ontsluiting van de bestaande bedrijventerreinen en zijn te smal voor de ontsluiting van het nieuwe bedrijventerrein en het daarmee gepaard gaande zware vrachtverkeer dat XXL logistiek met zich meebrengt. Daarom zal er een nieuwe hoofd ontsluitingsroute moeten worden aangelegd. Een groot deel van de aan- en afvoer van goederen van dit terrein zal via de A15 (afslag 38 Elst) verlopen. Om de lengte van de route van de zware vrachtauto's over het stedelijk weggennet te beperken heeft het de voorkeur De Grift Noord vanaf de Griftdijk zo dicht mogelijk bij de afslag te ontsluiten. Wel kunnen de wegen op het bestaande bedrijventerrein mogelijk dienen als noodroute voor het hulpverkeer en calamiteitenroute als de reguliere ontsluitingsroute is afgesloten. Er is voor de ontsluiting van het bedrijventerrein op de Griftdijk door bureau Goudappel Coffeng in 2015 een aantal varianten onderzocht.

Er is daarbij steeds uitgegaan van een directe aansluiting van de uitbreiding (Grift Noord) op de Griftdijk. Er is gekeken naar één kruispunt met de Windmolenweg (dit is de ontsluitingsweg van het bestaande terrein de Rietgraaf), een bajonetaansluiting aan de zuidkant van bedrijventerrein De Rietgraaf en een bajonetaansluiting aan de noordkant van bedrijventerrein de Rietgraaf. Aanvullend is ook gekeken naar een VRI of rotonde als kruispuntoplossing.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

19

Projectgerelateerd

Figuur 3-5: Bajonetaansluiting aan noordkant Rietgraaf (links) en bajonetaansluiting aan zuidkant Rietgraaf (rechts)

Omdat er veel verkeer rijdt op de Griftdijk vergt elke oplossing (kruispunt met verkeerslichten of een rotonde) relatief veel ruimte. De beschikbare ruimte is echter beperkt door de ligging van de aanwezige bebouwing ter weerszijden van de weg en de eisen die gesteld worden aan het tracé van gebiedsontsluitingswegen, zoals de Griftdijk. Conclusie is dat een aansluiting van De Grift noordelijk van de Rietgraaf de beste mogelijkheden biedt, zowel voor de korte als de lange termijn. Een grote rotonde (twee rijstroken per richting op de Griftdijk) biedt weliswaar voldoende capaciteit, maar vergt te veel ruimte gelet op het talud en de aanwezigheid van het Roekenbosje. Voor de vormgeving van deze aansluiting heeft daarom een Taansluiting met een verkeersregelinstallatie de voorkeur. De regeling kan worden afgestemd op de nabijgelegen regeling op de aansluiting bij de A15. Herkenbare verdeling kavelgroottes Het te realiseren programma is divers: 15 hectare XXL (kavels > 4 hectare), 8 hectare regionaal bedrijvigheid (kavels 0,5-4 hectare) en lokale bedrijvigheid (tot 5.000 m2). Voor de bedrijfskavels geldt dat een bepaalde lengte-breedte verhouding wenselijk is om de kavels efficiënt te kunnen gebruiken. Dit vraagt voor de logistieke kavels een forse maat en verhouding.

In de verkavelingsopzet voor de uitbreiding wordt rekening gehouden met de aansluiting op de bestaande bedrijvigheid: langs de A15 zijn grootschalige kavels voorzien en ten zuiden van de ontsluiting de minder grootschalige kavels om zo aan te sluiten bij de bestaande bedrijvigheid van Park15 en De Grift. Ook in De Grift Zuid en West wordt qua kavelgrootte en bouwhoogte aangesloten bij de omliggende functies. Zo zijn in De Grift Zuid aan de westzijde van het bestaande bedrijf Barenbrug de grotere kavels bedacht en nabij de Griftdijk zijn de meer kleinschalige kavels gesitueerd. Orthogonale waterstructuur In het gebied van De Grift zijn al watergangen aanwezig. Het watersysteem van De Grift is een op zichzelf staand systeem (d.w.z. het maakt geen onderdeel uit van het watersysteem van de Waalsprong bestaande uit plassen, singels en wadi’s). De Grift watert af op de A-watergang langs de A15 en verlaat het gebied in de noordoosthoek (tegen A15 en ‘Roekenbos’ aan). De huidige watergangen in het gebied zorgen ook voor de afwatering van het bestaande bedrijventerrein aan de Stationsstraat. Grift West watert af op de 31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

20

Projectgerelateerd

naastgelegen watergang. De uitbreiding brengt een waterbergingsopgave met zich mee, er komt immers meer verharding bij. Ook dit water moet worden geborgen en afgevoerd worden richting de noordoosthoek van het gebied. Kamerstructuur met gevarieerde grenzen In en rondom het plangebied zijn enkele groenstructuren aanwezig. Ook Park15 kent een bepaalde landschappelijke opzet. De gedachte voor de uitbreiding van De Grift is dat niet alleen rondom sprake is van een groenstructuur maar ook tussen de kavels zelf. Hiermee wordt een zodanige groenstructuur op het bedrijventerrein gerealiseerd dat voldaan wordt aan het Soortenmanagementplan-Nijmegen. Hierdoor ontstaat in de uitbreiding een structuur van groene kamers. Stedenbouwkundig raamwerk Aan de hand van hoofdprincipes en het te realiseren programma is een stedenbouwkundig raamwerk voor de uitbreiding van De Grift opgesteld, zie onderstaande afbeelding.

Figuur 3-6: stedenbouwkundig raamwerk uitbreiding De Grift

Bereikbaarheid en ontsluiting De uitbreiding van De Grift is gelegen onder aan de aflag 38 van de A15. Via de Griftdijk en de Stationsstraat zijn de drie deelgebieden van de uitbreiding bereikbaar. Om de bereikbaarheid van het gebied te vergroten worden de Griftdijk en de kruising Griftdijk-Stationsstraat aangepast. De rijbanen worden heringericht, er komen nieuwe kruispunten en er wordt extra ruimte geboden aan de fietsers middels een snelfietsroute richting Elst en Nijmegen-centrum. De Grift Noord krijgt een hoofdontsluiting rechtstreeks op de Griftdijk, waardoor een rechtstreekse verbinding met het rijkswegennet ontstaat. De ontsluitingsweg is zo gelegen dat aan weerszijden voldoende ruimte is om grootschalige (XXL) kavel te realiseren. Daarnaast kan er mogelijkerwijs in de verre toekomst ook ten oosten van dit gebied nog bedrijvigheid worden ontwikkeld en ontsloten. De Grift West en De Grift Zuid zijn via een insteekweg direct ontsloten op de Stationsstraat en kunnen vervolgens via de Griftdijk snel naar de A15 of richting het centrum van Nijmegen. Enkele kavels in De Grift Zuid hebben een directe inrit vanaf de Stationsstraat.

31 juli 2023

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BI5542-RHD-XX-XX-RP-X-0001

21

Projectgerelateerd

Voor langzaam verkeer is de uitbreiding van De Grift bereikbaar via de fietsvoorzieningen langs de Griftdijk en de Stationsstraat. Ook langs de nieuwe ontsluitingsweg in De Grift Noord wordt een fietsvoorziening aangelegd. Aanvullend zal vanaf de kruising Stationsstraat/Griftdijk een langzaam verkeersaansluiting op De Grift Noord worden gerealiseerd. Haltering van OV is langs de Griftdijk voorzien ten noorden en zuiden van het kruispunt met de Stationsstraat. Landschap, groen en water Op het bedrijventerrein komt een groenblauwe (openbare) hoofdstructuur. Deze hoofdstructuren worden onder andere gevormd door bestaande sloten, het Roekenbosje en de oost-west verbinding aan de A15. Daarbij wordt de bestaande structuur versterkt en vergroot. Sloten met plas-draszones zullen worden toegevoegd, waar een rijke vegetatie van waterplanten kan groeien. Dit zal overlopen in robuuste groenstructuren die de randen buiten het gebied zullen verbinden met de al aanwezige groene aderen van het gebied. De hoofdstructuren zijn herkenbaar door een diversiteit aan groen en vormen samen met de ondergrond de basis voor flora en fauna die Nijmegen overal in de stad herbergt. Groen wordt functioneel ingezet voor waterberging en infiltratie om ook in de periodes van droogte genoeg grondwater te hebben om de flora te doen groeien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=db817855-491b-4aaa-8508-d5d33bce8511