Subsidieaanvraag Architectuurcentrum Nijmegen
Tekst van het document
JAARPROGRAMMA ACN 2022 Het Architectuurcentrum Nijmegen (ACN) betrekt een zo breed mogelijk publiek bij de ruimtelijke ontwikkeling van Nijmegen. Door actuele thema’s op het gebied van stedelijke ontwikkeling en architectuur op de agenda te zetten, verbinden we (inter-)nationale trends en gebeurtenissen aan de Nijmeegse context. Activiteiten organiseren we zelfstandig en in coproductie met partners. Centraal in het jaarprogramma 2022 staat de special PLEK: plaatsmaken voor de rechtvaardige stad. Ons basisprogramma bestaat verder uit: ACN college, ACN café, ACN verkent, de Dag van de Architectuur, Architectuurprijs Nijmegen, Hoog // Diep en de Bouwkamer Nijmegen.
OVER HET ACN Platformfunctie Het ACN is het onafhankelijke Nijmeegse platform voor bijeenkomsten, excursies, college en debat, waar experts de actualiteit en tendensen in de architectuur, bouw, bestuur en creatieve sector presenteren, waar we het gesprek aangaan met inwoners van de stad en waar we reflecteren op de koers van de stedelijke ontwikkelingen. Het liefst op locatie, zodat praktijkvoorbeelden tot leven komen. Het ACN kiest bewust voor thema’s van regionale of landelijke betekenis, stedelijke dilemma’s die ons allemaal aangaan en grote impact hebben op het leven in onze steden en onze regio. Daarbij willen we een brug slaan tussen het sociale domein - de mensen die in Nijmegen wonen, werken en leven - en cultuur, waarbij thema's vanuit het sociale domein het vertrekpunt vormen om activiteiten in 'de ruimte' te organiseren. We zoeken daarbij expliciet naar samenwerkingspartners in de regio Arnhem-Nijmegen. Komend jaar werken we daarom samen met Arthouse LUX, Radboud Reflects, gemeente Nijmegen, De Nieuwe Oost I Wintertuin, Architectuurcentrum CASA-Arnhem, GoShort en de landelijke architectuurplatforms voor de Dag van de Architectuur. Doelgroepen en formats De activiteiten van het ACN richten zich op een divers publiek: van de geïnteresseerde leek tot het spreekwoordelijke vakpubliek.
We stemmen programmaformat, doelstelling en doelgroep op elkaar af en stimuleren ontmoeting en interactie tussen verschillende doelgroepen. Afgelopen jaar deden we dat bijvoorbeeld door het gesprek over het stationsgebied in de publieke ruimte te voeren tijdens ‘Het station als ontmoetingsplek’, door deelnemers samen te brengen op het stadseiland tijdens ‘Bij eb is je eiland groter’ en door communities online aan te laten haken, bijvoorbeeld tijdens ‘Meet me on the rooftop’. Zo konden we ondanks coronabeperkingen mensen met elkaar blijven verbinden. Ons programma kent de volgende herkenbare formats: ● ACN presenteert: Presentaties en debat over stedelijke actualiteit en brede ontwikkelingen vanuit het jaarthema ● ACN college: Colleges door architecten en beeldend kunstenaars die vaak opereren op het snijvlak van autonome kunst, filosofie, stedenbouw en architectuur ● ACN café: Vrijdagmiddagborrel op locatie en presentatie van nieuwe projecten in de wijk. Deze laagdrempelige activiteit wordt in 2022 weer hervat ● ACN verkent: Excursies, rondleidingen en fietstochten onder leiding van lokale experts en gastrondleiders met een (niet-) ruimtelijke achtergrond of verrassende invalshoek ● Hoog // Diep: Stadsredactie over ruimtelijke ontwikkelingen in en om de stad gemaakt door experts met een groot hart voor- en een scherpe blik op onze leefomgeving
Professionalisering De cultuursector kenmerkt zich door grote diversiteit, maar voor de gehele sector geldt hetzelfde: het werken met gemengde financiering, risicobeheer, toezicht en verantwoording is zwaarder gaan tellen. Daarom handelt en denkt het ACN naar de geest en richtlijnen van de Governance Code Cultuur: hét instrument voor goed bestuur en toezicht in de culturele sector. In het kader van deze code en vanwege de ANBI-status, maakt het ACN haar (financiële) jaarverslagen openbaar. Door in te zetten op het betrekken van uiteenlopende doelgroepen, een veelzijdig aanbod en het scheppen van een creatief klimaat, dragen we bovendien bij aan de doelstellingen binnen de Cultuurvisie Nijmegen 2020. Het bestuur van de Stichting Architectuurcentrum Nijmegen houdt actief toezicht op de organisatie, adviseert het projectbureau en is verantwoordelijk voor het beleid van het ACN. Bestuursleden werken onbezoldigd en het bestuur hanteert een rooster van aftreden. Om de continuïteit en het imago van de culturele sector te ondersteunen wordt bewust ingezet op het beperken van (onbetaalde) overuren. Tarieven liggen tussen de €30,- en €50,- per uur en sprekers en opdrachtnemers van het ACN ontvangen een passende vergoeding (Fair Practice). Het bestuur spant zich extra in voor inclusiviteit, zowel binnen de eigen organisatie als bij de activiteiten die het ACN ontplooit.
In onze relatief witte, hoogopgeleide stad, zetten we in op een evenwichtige man-vrouw verhouding in de eigen organisatie en in het programma, bieden we een platform aan mensen met een andere culturele achtergrond, betrekken we wijkbewoners die we niet snel tegenkomen in de zaal en agenderen we activiteiten in het kader van culturele diversiteit en de inclusieve stad. Het jaarprogramma 2022 zien we als een beginpunt voor een diversere programmering. Vorig jaar heeft het ACN de portefeuilles Inclusiviteit en Vernieuwing toegevoegd aan het bestuur en mede daarom breiden we het bestuur uit met een extra lid. Toch blijven diversiteit binnen ons publieksbereik en de eigen organisatie een uitdaging. We denken hier met dit jaarprogramma nog bewuster aan te werken en verkennen momenteel de mogelijkheid om advies in te winnen over diversiteitsbeleid, onder meer via de HR-voucher regeling van de Rijkscultuurfondsen.
Samenstelling Het bestuur wordt gevormd door: Martin-Paul Neys (1969) – voorzitter, portefeuille Governance en Inclusiviteit / architect bij Level of Detail Rens Rikken (1976) – secretaris, portefeuille Stakeholders / adjunct-directeur bij Van Wijnen Projectontwikkeling Coralie van der Burg (1973) – penningmeester, portefeuille Bouwkamer / Project- en Procesmanager bij Stout Groep Koen Fleuren (1976) – portefeuille Communicatie / hoofd Huisvestings- en Vastgoedmanagement bij het vastgoedbedrijf van de Radboud Universiteit
Wander Hendriks – portefuille Vernieuwing / stedenbouwkundige bij gemeente Nijmegen en voorheen bij De Urbanisten. Het programma wordt mede vormgegeven en samengesteld door de leden van de ACN denktank: Thea van den Heuvel - architectuurfotograaf en Bouwkamerambassadeur Mathieu Schouten - senior landschapsarchitect bij Gemeente Nijmegen Ward Boeijen – architect en eigenaar BoeijenJong Architecten Peter Camp – organisatiesocioloog en schrijver van De gekookte kikker, Gebouwen met een ziel, De Broedfactor en Wonen in de 21ste eeuw Koen Geraedts – architect, context specialist en eigenaar Atelier Herbestemming Mieke Dings, architectuur- en stadshistorica bij Bureau Dinges Nanet Hendriks, junior planontwikkelaar bij Giesbers Ontwikkelen en Bouwen. Zij heeft als jongste lid van de denktank een scherpe blik voor de behoeftes en wensen van de generatie Z.
Het projectbureau bestaat uit: Pepijn Sluiter – directeur ACN, architect Dave Willems – programmamaker, redactie en programmamaker bij Radboud Reflects Syl Versteegen – communicatie, communicatiemedewerker bij bibliotheek Gelderland Zuid Erik de Gans – administratie, zelfstandig ondernemer op gebied van toerisme, recreatie en cultuurhistorie Michiel Kruidenier – rondleidingen en excursies, architectuurhistoricus, auteur en publicist Paul van Hontem – collegereeks, architect en stedenbouwkundige Voor de uitvoering van ons programma wordt het ACN ondersteund door tien vrijwilligers. Totstandkoming jaarprogramma 2022 Het jaarprogramma voor 2022 is tot stand gekomen na meerdere overlegrondes van onze denktank, waarin de leden op basis van eigen expertise en consultatie van zijn of haar achterban thema’s hebben ingebracht. Deze input hebben we zorgvuldig gewogen en resulteerde in een unaniem gedragen jaarthema.
Het concept hebben we besproken met externe experts binnen en buiten ons netwerk: Tim Zwanikken, strategisch adviseur fysieke leefomgeving, Noël Vergunst, wethouder wonen en grondbeleid, Harm Tilman, schrijver, docent en moderator, Kiki Kolman, programmamaker, moderator en freelance journalist, Leon van Meijel, architectuurhistoricus, Vincent Reukers, projectontwikkelaar VanWonen, Jooske Baris, senior adviseur strategie en externe relaties gemeente Nijmegen en voormalig directeur platform Stad, Esther Lamers, directeur van woningbouwcorporatie Woonwaarts en bestuurslid Aedes.
REFLECTIE 2021 Ons jaarprogramma 2021 richt zich op de kansen in de Tussenruimte. We grijpen de lessen die we leren van de coronacrisis aan om de ruimtelijke kwaliteit en het gebruik van de stad toekomstbestendiger in te richten. We nemen de ruimte tussen onze muren, huizen, wijken en steden als uitgangspunt, om van daaruit nieuwe kansen te agenderen in passende, inhoudelijke en verfrissende programmavormen. Welke waardevolle inzichten heeft de crisis ons opgeleverd? En waar raken ze aan de onderliggende transities in de tussenruimte? TUSSENRUIMTE We openden het jaarprogramma midden in de lockdown met
de livestream De ideale woning. In samenwerking met Arthouse LUX zochten we naar lockdownoplossingen voor de eigen woningplattegrond. Architect Olaf Gipser (Olaf Gipser Architects) liet zien wat Open Bouwen betekent: een methode waarbij muren en installaties kunnen worden verplaatst en aangepast. Golden vóór de pandemie lofts en fluïde ruimtes als ideaal, inmiddels zoeken we flexibiliteit juist door meer te compartimentaliseren om thuiswerken beter mogelijk te maken, aldus Gipser. Het toevoegen van meerwaarde voor de gemeenschap door het ontwerpen van collectieve ruimte past wel in een langdurige trend: het bouwen van een hoogwaardige woonomgevingen met minder privéruimte en meer gedeelde faciliteiten, biedt bewoners meer mogelijkheden tot onderling contact. Nijmegenaren stuurden foto’s in van hun eigen thuiswerkplek, waarvan Gipser de meest bijzondere van feedback voorzag. Pepijn Sluiter, directeur van het ACN, presenteerde het jaarprogramma 2021 en dansgezelschap 2Deform verbeeldde op pulserende beats hoe de ruimte tussen ons in onder druk staat van verandering (290 weergaven). Begin maart keken we samen met JOKAN (Jong Onroerend Goed Arnhem Nijmegen) in Meet me on the rooftop! naar kleine ontmoetingsruimten en collectieve niet-commerciële werkruimte dichtbij.
Bart Mispelblom Beyer, architect en medeoprichter van TANGRAM architekten, stelde dat werken bij huis veel interessanter is dan werken vanuit huis, maar dat vraagt wel om de juiste voorzieningen. Hij toonde met geslaagde voorbeelden aan hoe het afstaan van één vierkante meter woonruimte bij woningbouwopgaven van 100 of meer woningen, ineens collectieve werkruimtes en een kinderopvang mogelijk maakt. Architect Edward Schuurmans (KCAP) vertelde hoe hun plan voor 570 woningen in De Waalhoven in Nijmegen samenwerken en ontmoeten stimuleert. In dit voor Nijmegen nog ongebruikelijke plan mogen bewoners zelf verandering aanbrengen aan paden en volkstuinen om bijvoorbeeld een fruitgaard aan te leggen. In het gesprek sloten woongroepbewoner Arne Broekhoven en makelaar Janneke Wenting aan om verder te praten over de transitie naar meer collectieve woonruimtes en de rol van ontwikkelaars en adviseurs. Broekhoven vertelde dat de woongemeenschap door zijn collectieve opzet verrassend coronaproof bleek: ruimtes die weinig gebruikt werden transformeerden tot extra werkruimtes en het gastenverblijf werd een quarantaineverblijf. Wenting benadrukte dat het ook de taak van de ontwikkelaars en adviseurs is om woningzoekenden mee te nemen in nieuwe collectieve concepten (224 weergaven).
Van de eigen woning en collectieve ruimtes, richtten we de blik verder naar buiten in de livestream De staat van de straat. Met planoloog Marco te Brömmelstroet en architect Walter Dresscher bogen we ons over de leefbaarheid van onze straten. Waar de lockdown leidde tot minder verkeer en tot een herovering van de eigen straat met picknicktafels en opblaasbare zwembaden, legt de auto buiten deze uitzonderlijke situatie om een zware privéclaim op onze publieke ruimte. Te Brömmelstroet liet zien hoe de straat door een eenzijdige verkeerskundige blik een vraagstuk van efficiëntie en doorstroming is geworden in plaats van een ruimte die recht doet aan alle gebruikers. Dresscher presenteerde zijn concept ’Vrijstraat’, waarin hij met een slimme manier van autodelen ‘geparkeerd blik’ plek liet maken voor waardevolle publieke ruimte. Nijmegenaren Silke Spierings en Jan van Dooren pitchten lokale initiatieven voor autodelen en riepen Nijmegenaren op zich aan te sluiten. Nijmeegse straatmuzikanten zorgden voor een intieme muzikale omlijsting (207 weergaven). In mei zijn we in samenwerking met gemeente Nijmegen, bouwer/ontwikkelaar Van Wijnen en architect Sjoerd Raaijmakers (De Loods Architecten) gestart met het project Gevonden Ruimte. Met dit onderzoek brengen we de
mogelijkheden van braakliggende tussenruimten en locaties die een herontwikkeling verdienen in kaart, om ideeën aan te jagen op onverwachte locaties: braakliggende ruimte, leegstaande gebouwen, of niet gebruikte nutslocaties. Vanuit die tussenruimte verkennen we de mogelijkheden voor (architectonische) interventies door omwonenden, gebruikers en mensen met goede ideeën. Het eindproduct dient als inspirerend document voor bewoners en initiatiefnemers die zich de ruimte willen toe-eigenen als buurtverbinder, woonkans of voor tussentijds gebruik. Het Stationsgebied, de meest publieke entree van Nijmegen en nieuwe schakel tussen Nijmegen-Oost en West, wordt de komende jaren grondig verbouwd. Hiermee kan het station een belangrijke bijdrage leveren aan het creëren van meer verbondenheid en interactie tussen verschillende bevolkingsgroepen. Lukt het Nijmegen de komende jaren om een bewust ontworpen inclusieve publieke ruimte aan de stad toe te voegen? Tijdens de Dag van de Architectuur vroegen we aan inwoners, forenzen en thuislozen hoe Nijmegen van het station een betere en uitnodigende plek kan maken. Onder begeleiding van theatermaker Lotte van den Berg (Building Conversation) gingen doelgerichte bezoekers en toevallige passanten met elkaar in gesprek om hun ervaringen en verwachtingen te delen. De gesprekken werden gevoerd rond een vlak van drie bij drie meter.
Aan de hand van verplaatsbare objecten die steeds een gevoel of idee symboliseerden, maakten deelnemers spelenderwijs contact en verbeeldden ze wat zij belangrijk vonden. “Ik heb vandaag voor het eerst mensen leren kennen op het station.” “Op dit moment hebben mensen allemaal een verschillend beeld van hoe zij dit station zien, maar door in gesprek te gaan merk je dat iedereen de verandering hetzelfde zou willen zien.” “Nijmegen kent veel mensen die kleur geven aan de stad. Ze moeten alleen niet verleid worden het stationsplein meteen te verlaten.” “De warmte, gastvrijheid, de relaxetheid, dat is er eigenlijk allemaal al. Als je iets wilt veranderen aan de fysieke omgeving dan moet je datgene eren wat er al is en dat alleen maar optillen en zichtbaar maken.” Deelnemers zetten hun gedachten op papier, we vatten de dag samen in een videoreportage en Building Conversation schreef hun bevindingen op in dichtvorm. De resultaten nemen we mee als input tijdens het vervolg van deze actie: het programma De rechtvaardige stad in oktober (35 live deelnemers, 850 weergaven). Bouwen of niet bouwen, is al maanden de vraag die boven het Stadseiland hangt. Architectuurcentrum Nijmegen en literatuurorganisatie De Nieuwe Oost | Wintertuin nodigden illustrator Emma Ringelding en schrijver Corinne Heyrman uit om het eiland zelf een stem te geven.
Voor hun artistieke onderzoek onder de titel ‘Bij eb is je eiland groter’ (naar de gelijknamige bundel van K. Michel), nodigden ze Nijmegenaren uit om mee te doen en eigen ervaringen en verhalen over het stadseiland aan te dragen. Heyrman en Ringelding verbleven op het eiland en aan wal en ontwierpen tien billboards die in september op het eiland stonden. Eind september volgde een expeditie met de makers en droegen de winnaars van onze schrijfwedstrijd hun werk voor over de identiteit van het eiland. Op deze manier doen we een stap terug uit het actuele debat en startten we het denken over wat Veur-Lent nu eigenlijk voor Nijmegen betekent. Het Stadseiland is dus geliefd en de stadspeiling over eventuele bebouwing actueel. Wordt er gebouwd? Waar? Wie mogen hier wonen? Eind 2021 organiseren we in samenwerking met De Bastei mogelijk een (politiek) debat over de definitieve toekomst van deze veelbesproken tussenruimte. In september en oktober gaan we samen met CASA Arnhem op Expeditie Overbetuwe in het grootschalige tussengebied
tussen Arnhem en Nijmegen. Voorbij de gemeentegrenzen van de eigen stad wandelen we met vier experts door het gedeelde buitengebied tussen Waal en Rijn, Dodewaard en Doornenburg, het voormalig Ambt van Over Betuwe. Voor de meeste Arnhemmers en Nijmegenaren is dit onbekend terrein, terwijl beide steden steeds meer leunen op dit gebied, voor bewoning, recreatie, energie en logistiek, met alle gevolgen van dien. In een alternatieve vierdaagse gaan zelfbenoemd ontdekkingsreiziger Hans Jungerius, architect en docent voedseltransitie aan ArtEZ Txell Blanco, architectuurhistorica Mieke Dings en landschapsarchitect Marc Nolden op ontdekkingstocht om deze ‘blinde vlek’ te verkennen. Podcastmakers Jozien Wijkhuijs en Corinne Heyrman ontsluiten de vier expedities als audiotour voor een breed publiek. Eind oktober kijken we samen met Radboud Reflects wat ervoor nodig is om een stad open en inclusief te maken tijdens ons programma De rechtvaardige stad. Hoe dragen architectuur en de inrichting van een stad bij aan gelijkheid, betrokkenheid en diversiteit? En hoe zien we dit terug in de huidige plannen voor het Nijmeegse stationsgebied? We nodigen studenten en bewoners uit om mee te denken en praten over wat een rechtvaardige stad voor hen betekent. Met presentaties en bijdragen van architect Arna Mačkić, sociaal geograaf Arnoud Lagendijk en spoorbouwmeester Eric Luiten.
Het programma dient als aanloop naar ons jaarprogramma voor 2022. In december sluiten we het jaarthema Tussenruimte af met een avond over de ontwikkelvisie voor het industrie- en bedrijventerrein Winkelsteeg. Deze enorme ruimte, tussen Goffertpark en Dukenburg, met een invloedssfeer op verschillende schaalniveaus, wordt het grootste binnenstedelijke ontwikkelgebied van Nederland. Hoe laat dit monofunctionele werkgebied zich ontwikkelen tot een dynamische woon-werk-wijk? Welke strategie wordt ingezet om met deze ‘ontbrekende schakel’ de psychologische afstand tussen Dukenburg en Nijmegen te verkleinen? Met aandacht voor de Utrechtse Merwedekanaalzone als vergelijkbare opgave en het begrip ‘MetroMix’: onderscheidende gemengde woon- en werkmilieus, die passen bij de woningbouwopgaven in de stedelijke regio's. Wat nemen we mee naar 2022? Daar waar de lockdowns tijdens de coronacrisis zorgden voor een permanente shift naar (meer) thuiswerken en een nieuw programma voor de ruimte in en om het huis, is er door coronamoeheid en de wens de wooncrisis met lange halen op te lossen ook een verlangen naar ‘het oude normaal’ ontstaan. De lessen uit de pandemie leiden niet vanzelfsprekend tot radicaal andere architectuur, stedenbouw en de inrichting van de openbare ruimte. Tegelijkertijd wordt de tussenruimte in de stad steeds schaarser en onder druk van de woningbouwopgave ook waardevoller.
Het blijft dus van belang om de noodzaak tot verandering te agenderen. Wat nemen we mee? Waar het Open Bouwen veel vraagt van de bewoners, gaan we dieper in op de vraag wat de ideale flexibele plattegrond is op basis van actuele maatschappelijke behoeftes, zoals ruimte voor mantelzorg, langer thuiswonende jongeren en woonwensen uit andere culturen. In het vervolg op ‘Het station als ontmoetingsplek’ en ‘De rechtvaardige stad’ in 2021, onderzoeken we welke ontwerpstrategie ingezet moet worden om raakvlakken te creëren tussen de verschillende vormen van publiek domein die rond het stationsgebied ontstaan. De plekken die we dit jaar definiëren binnen ‘Gevonden Ruimte’, zetten we volgend jaar in voor een kaveltour voor woningzoekenden tijdens de Dag van de Architectuur. Ook het belang van buurten met voorzieningen dicht bij huis, belichten we vanuit het sociaal-maatschappelijk belang voor de hele stad in ons jaarprogramma 2022 ‘PLEK: plaatsmaken voor de rechtvaardige stad.’
Twee jaar geleden richtte het ACN zich in het jaarprogramma op de stad als ecosysteem, waarin we onderzochten hoe de stad klimaatbestendiger en klimaatvriendelijker kon worden. Klimaatverandering is vooral een probleem van overconsumptie, iets wat de Britse econoom Kate Raworth mooi illustreert in haar model Doughnut Economics. Onze economie kent een ‘ecologisch plafond’, de buitenrand van de donut. Wanneer we daar doorheen gaan, komen we op gevaarlijk terrein, waar we te maken krijgen met allerlei milieuproblemen, zoals vervuiling, het verlies aan biodiversiteit en temperatuurstijging. Onze economie kent ook een ondergrens, de binnenrand van de donut, het sociale fundament. Op het moment dat we daar doorheen gaan, komen onder meer gezondheid, sociale gelijkheid en huisvesting in het geding. Door de groeiende ongelijkheid in de samenleving, betreedt een flink deel van de Nederlanders nu ook de binnenste ring van de donut, terwijl we nog net zo hard vechten tegen klimaatverandering. We overschrijden dus zowel de grenzen van het ecologisch plafond als van het sociale fundament. Komend jaar kijken we naar de binnenste ring en staat de inclusieve samenleving centraal in ons jaarprogramma. In samenwerking met onze programmapartners vragen we ons af welke maatschappelijke en ruimtelijke interventies bijdragen aan een rechtvaardige stad.
We benaderen PLEK tweeledig: de stad als fysieke plek om te wonen en de stad die voor iedereen toegankelijke publieke ruimtes biedt. Hoe stimuleert de inrichting en de groei van de stad nieuwe beelden, confrontatie, perspectiefwisseling, wokeness en nieuwe rituelen, of spreekt het je autonome en kritische zelf aan? En welke rol kunnen het ontwerp en de architectuur van de stad spelen in de behoefte aan contact en gemeenschapszin? Voorbij de meritocratie Onze samenleving wordt blootgesteld aan verschillende mechanismen die ervoor zorgen dat sommigen er sociaal en economisch op vooruit gaan, terwijl anderen achterblijven. De huidige wooncrisis verdiept de kloof tussen de haves en de have-nots, gentrificatie scheidt families die decennia in dezelfde wijk of stad samenleefden, een jonge generatie merkt dat welvaart geen vanzelfsprekendheid is, een grote groep mensen ziet de mogelijkheid om sociaal op te klimmen steeds kleiner worden en Nederlanders met een migratieachtergrond moeten voor een gelijkwaardige behandeling steeds opnieuw voor zichzelf opkomen. Deze mechanismen manifesteren zich het sterkst in de stad.
Terwijl globalisering de groei van historische en mooi vormgegeven Westerse dienstensteden versterkt en perspectief biedt aan een ontwikkelde bovenlaag, worden mensen die afhankelijk zijn van minder geschoold werk en minder verdienen naar de rand van de stad en de economie geduwd. Ons geïdealiseerde idee van zelfredzaamheid zorgt voor een competitieve mentaliteit die het eigenbelang plaatst boven het gemeenschappelijke belang. De stad is daarmee de metafoor geworden van onze meritocratie: een maatschappij waarin de sociaaleconomische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten en waar een nieuwe elite de kansen voor de onderlaag bewust of onbewust verkleint. Is een samenleving op basis van onze verdienste een rechtvaardige samenleving? Want, zijn onze successen daadwerkelijk het resultaat van onze eigen inspanningen, of heeft niet iedereen in onze samenleving zondermeer dezelfde kansen? De woningmarkt als wig Het bezit van een huis is een van de belangrijkste aanjagers van ongelijkheid geworden. Wat begon met extreme huizenprijzen in de Randstad, leidt ook in Nijmegen tot onmacht en teleurstelling. Het aantal verliezers is namelijk vele malen groter dan het aantal ‘winnaars’ dat zich dieper in de schulden steekt in de hoop te profiteren van de koers op de woningmarkt. Wie geen vermogen bezit, blijft achter.
Deze vermogensverdeling drijft daarmee een wig in economie en samenleving en maakt van het woningtekort
een structureel probleem in het streven naar brede welvaart en kansengelijkheid. De oorzaken zijn uiteenlopend: hoewel er nog nooit zoveel vierkante meter woonruimte per Nederlander beschikbaar was, is er een toenemend tekort aan geschikte woningen, lage rente en beleggerskrediet stuwen de waarde van de woningprijs verder op, er wordt te weinig (tijdelijk) gebouwd voor doorstroming van senioren en starters, woningbouwcorporaties kunnen moeilijker bouwen vanwege de verhuurdersheffing, en het langjarig stimuleren van eigen woningbezit boven huur door de overheid, heeft huren een slechter imago gegeven. Dit alles vergroot de woonarmoede: de afgelopen tien jaar verdubbelde het aantal daklozen. De afgelopen twintig jaar is het percentage huurders dat moeite heeft om de huur te betalen verdrievoudigd. In Nijmegen is de nood hoog: in het lijstje steden-metwoningnood staat Nijmegen na Amsterdam en Utrecht op de derde plaats. Hoe kan onze stad de woonkansen voor woningzoekenden vergroten en daarmee de kloof tussen mensen met en zonder eigen woning verkleinen? Welke mechanismen maken deze crisis zo ingewikkeld? En zijn er alternatieven die ervoor zorgen dat het geld op de markt eerlijker verdeeld wordt? Bij de nieuwe generatie staan inclusiviteit en diversiteit hoog op de agenda. Groepen die zich niet gehoord voelen eisen hun plek op in de samenleving.
Hoe zorgen we dat goedbedoelde oplossingen van het woonprobleem ook écht inclusief zijn en bijdragen aan de rechtvaardige stad? Jaarprogramma 2022 Komend jaar onderzoekt het ACN hoe we komen tot een solidaire, gezonde en rechtvaardige stad, die niet alleen kansen biedt aan degenen die ze weten te pakken, maar ook zorgt voor diegenen die gewoon op zoek zijn naar een volwaardig bestaan: een leuk huis, een fijne baan, een gezellige buurt en waardering voor wie je bent. Dat doen we door verbinding en perspectiefwisseling te organiseren en inclusieve stedenbouw en architectuur te agenderen. Door lokale netwerken, stadsambassadeurs en bewonersinitiatieven in gesprek te brengen over een meer inclusieve samenleving. We bieden het podium aan
geslaagde voorbeelden en ontwerpvoorstellen die groepen en individuen dichter bij elkaar brengen en trekken de stad in om de kloof tussen de kansrijken en kansarmen bespreekbaar en concreet te maken. Zwaartepunt in het programma wordt het Woonprogramma in samenwerking met Arthouse LUX, waarin we kansrijke ontwikkelingen voor een inclusieve Nijmeegse woningmarkt op de agenda zetten: co-housing, wooncoöperaties, tijdelijke woonvormen en een slagvaardige sociale en middenhuursector. En we werken steeds met een Woonpanel in ons publiek: een selectie van (jonge) woningzoekers met verschillende achtergronden die nu door het systeem benadeeld worden. Zo dwingen we onszelf laagdrempelig te communiceren en toetsen we voorstellen meteen aan hun realiteit. Maar eerst brengen we de oorzaken en ontwikkelingen nog beter in beeld.
Wat gaan we doen Het Architectuurcentrum Nijmegen brengt experts en bewoners van de stad samen om vooruitstrevende inrichtings- en ontwerpoplossingen te bespreken en daarmee richting te geven aan een meer solidaire, veilige en gelijkwaardige stad. We stellen bestaande normen en uitgangspunten ter discussie en dragen concrete oplossingen en interventies aan om: 1. Inclusiviteit op de woningmarkt te vergroten 2. Het ontwerpen van betekenisvolle, open en toegankelijke publieke ruimtes te stimuleren 3. De ideeën van een nieuwe generatie door te laten klinken in het debat over de stad We bieden een afwisselend programma over ontwerpoplossingen die gelijkheid bevorderen: van de indeling van de woonplattegrond tot de inrichting van de publieke ruimte. Van ontwerpprincipes uit andere culturen tot kleinschaligheid in inclusieve wijken. We presenteren een rijk aanbod aan woontypologieën, woonmilieus en samenlevingsvormen voor een zo groot mogelijk aantal doelgroepen. Een aanbod van woningtypen dat bovendien recht doet aan de culturele gevarieerdheid van de stad. Samen met programmapartners spreken we hiermee een breed publiek en een gevarieerd vakpubliek aan.
Met dit jaarprogramma wil het ACN: ● Nijmegen als open en toegankelijke woonstad op de agenda zetten ● Stedenbouwkundige principes voor het ontwerp van uitnodigende, vrije ontmoetingsplaatsen onderzoeken en stimuleren ● Bewoners inspireren om meer eigen initiatief te nemen bij hun woonbehoefte en de inrichting van de stad ● Ontwerpers, beleidsmakers, politici en inwoners uit de regio samenbrengen en hun visie op en ervaring met inclusieve buurten en wijken uit laten wisselen ● In totaal 1.500-2.500 mensen deel laten nemen Elk programmaonderdeel is op zichzelf te bezoeken maar het programma is als complete serie opgezet. Het ACN kiest bewust voor het woonprogramma als rode draad en afwisseling tussen thema’s die de stad door de bril van rechtvaardigheid en inclusiviteit bekijken. Uit elke activiteit halen we een onderdeel waarmee we een aanloop nemen naar de volgende activiteit. Zo verbreden en verdiepen we. Januari_ PLEK, plaats maken voor de rechtvaardige stad + uitreiking Architectuurprijs Nijmegen Uit stadsgesprekken van Gemeente Nijmegen in het kader van de nieuwe omgevingsvisie, bleek dat een overgrote meerderheid van de ondervraagden vindt dat Nijmegen een sociale stad is. ‘Gastvrij Nijmegen’ prijkt niet voor niets op een van de pijlers van de Waalbrug. Het Havanna aan de Waal toonde zich opvallend ruimhartig tijdens de
vluchtelingencrises van 2015 en 2021 en de term ‘ongedeelde stad’ staat dik gedrukt in de collegeakkoorden om het streven naar een inclusieve stad te beschrijven. Tegelijkertijd waren de betrokken partijen het unaniem eens dat de stad relatief veel ongelijkheid kent en dat de fysieke indeling van de stad daar een rol in speelt. Het MaasWaalkanaal vormt een harde sociale, economische en politieke barrière tussen de Lindenholt, Dukenburg en de rest van de stad, het verdwijnen van de industrie uit het Waalfront leidt tot onvrede en onzekerheid over de identiteit van het gebied bij de oorspronkelijke bewoners, de massale verhuizing van midden- en hoge inkomens naar de VINEX wijken in Nijmegen Noord lijkt een nieuwe tweedeling in te luiden. Welke mechanismes, privileges en controlebehoeftes houden de stad in zijn greep en hoe doorbreken we die? Welke rol speelt het ontwerp bij het vergroten of verkleinen van ongelijkheid in de stad? En hoe kun je inwoners in de volle breedte actief betrekken bij ruimtelijke planvorming? Om deze vragen te beantwoorden en het jaarthema te introduceren, nodigen we Wouter Veldhuis uit. Veldhuis is architect, stedenbouwkundige en directeur van MUST, een stedenbouwkundig bureau dat gericht is op de ontwikkeling van een rechtvaardige leefomgeving.
Hij is lid van StadForum, een onafhankelijke denktank die de gemeente Amsterdam adviseert over stedelijke ontwikkeling en sinds 2020 Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving. In het essay ‘Verkenning van de rechtvaardige Stad, stedenbouw en de economisering van de ruimte’ (samen met Simon Franke) schetst hij de gevaren van een te eenzijdige economische blik op het gebruik van de ruimte in onze steden, waardoor essentiële maatschappelijke functies worden verdrongen. Tegelijkertijd biedt hij een nieuw perspectief, in de (her)waardering van de publieke of fundamentele economie, in het elan van de stadmakers en in nieuw zelfvertrouwen bij maatschappelijke organisaties. Veldhuis pleit voor een rechtvaardige verdeling van onze schaarse ruimte, voor een overheid die pal staat voor het publieke belang en tegelijkertijd mensen de ruimte geeft zichzelf te kunnen ontplooien. Wat is volgens Veldhuis een bij Nijmegen passende strategie? En bestaat dé rechtvaardige stad? We nodigen hem van tevoren in Nijmegen uit voor een (her)ontdekking van de stad. Het jaarthema wordt bij een breed publiek geïntroduceerd, want aansluitend op de lezing volgt de altijd belangwekkende uitreiking van de Architectuurprijs Nijmegen, dé prijs voor het beste gebouw van de stad, met deze editie bijzondere aandacht voor inclusief ontwerp.
Van de prijsuitreiking maken we een prikkelende, inhoudelijke avond vanuit de Stadsschouwburg van Nijmegen. Februari_Goud geld: oorzaken van de wooncrisis Stijgende huizenprijzen met meer dan 10% per jaar, particuliere beleggers die goed zijn voor 40% van alle transacties in de grote steden, een groeiende bevolking en dalende huishoudensgroottes. Nijmegen bouwt flink door om aan de vraag naar woningen te kunnen voldoen: ‘100.000 woningen erbij’, geven overheid en ontwikkelaars als antwoord op de crisis. Maar deze crisis gaat boven bouwen vooral over betaalbaarheid. Tijdens het gesprek ‘Spanning op de woningmarkt’ van Radboud Reflects prikte planoloog Erwin van der Krabben een aantal ‘quick fixes’ door als mythe. Veel bouwen heeft pas op lange termijn effect. Goedkopere bouwgrond of bouwmethoden worden in een krappe markt meteen weer duur. Afschaffing van de overdrachtsbelasting leidt tot prijsstijging en een plafond voor de particuliere huursector schrikt de markt af, om er een paar te noemen. We hebben voldoende harde plancapaciteit, stelde hij, daar ligt het niet aan. Er is een grote marktmacht van projectontwikkelaars omdat ze grondposities gekocht hebben – een kwart van alle
transacties in Nijmegen. De markt heeft ons dus in zijn greep, terwijl wonen een recht is.
En hoe faciliteer je de woonwensen van andere culturen in een land waar bouwbesluit en budget heilig zijn?
De Nederlandse woningmarkt is bovendien een doorstroommarkt. Het maken van wooncarrière wordt gezien als welvaartsverhogend, maar onze wooncultuur blijkt kwetsbaar: we hebben veel vermogen, maar ook de hoogste hypotheekschuld van Europa. Daar komt bij dat de markt bol staat van het krediet dat investeerders en particuliere beleggers nu investeren. Het belangrijkste gevolg is een tekort aan betaalbare woningen. Ten slotte is de grondmarkt eigenlijk een markt in bouwrechten geworden. Projectontwikkelaars, speculanten en bouwers weten hierdoor als grondeigenaar een steeds groter deel van de waardestijging naar zich toe te trekken en kunnen een voor hen gunstig bouwtempo bepalen, terwijl de grondposities van publieke partijen zijn gekrompen.
Tijdens dit programma dat we samen met Arthouse LUX vormgeven, gaan we op zoek naar plattegronden die geschikt zijn voor meer-generatiewonen, gastvrije gezinnen en samenwonende singels. Woningen die multifunctioneel en verschillend kunnen worden gebruikt, door toevoeging van een gastenkamer, werkkamer of extra badkamer. Configuraties die we straks meer kunnen waarderen dan onze kerngezinswoning.
In afwachting van landelijke besluitvorming over het afschaffen van startersleningen en jubeltonnen, zelfbewoningsplicht of een nieuwe puntentelling voor huurwoningen, wordt het de hoogste tijd om te zien wat Nijmegen zelf kan doen om meer inwoners op korte termijn betaalbaar te laten wonen. Om de woningmarkt beter te begrijpen, organiseren we in samenwerking met Radboud Reflects een inhoudelijk debat. We spreken met specialisten over uiteenlopende factoren zoals de informele regels en gewoonten op de grondmarkt, hoe de gemeentelijke schulden het beleid beïnvloeden en wat de voor- en nadelen zijn van het scheiden van ontwikkelrecht en eigendomsrecht. En we besteden aandacht aan de particuliere huurmarkt. Die is nauwelijks gereguleerd en dit leidt tot extreem hoge huren, kleine woningen en een grotere druk op de openbare ruimte. Met Dirk Schoenmaker, hoogleraar Banking and Finance aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam, directeur vastgoedontwikkeling VanWonen Mireille Jeurnink, wethouder stedelijke ontwikkeling en grondbeleid Noël Vergunst en hoogleraar Erwin van der Krabben, deskundig op financiering van gebiedsontwikkeling en het functioneren van grond- en vastgoedmarkten. Met Strijbosch Thunnissen Bedrijfsmakelaars praten we verder over de huursector. Zij ontwikkelen landelijke activiteiten op het gebied van beleggingsmakelaardij.
Met dit programma analyseren we het probleem en bespreken we het begin van een oplossing. Hoe kunnen we de Nijmeegse woningbouw toegankelijker en daarmee rechtvaardiger maken? Kun je hier als stad zelf over beslissen?
We vragen de van oorsprong Antiliaanse architect Lyongo Juliana en architect met Surinaamse roots Lindsey van de Wetering in te gaan op de vraag hoe architectuur uit andere culturen kan inspireren tot inclusieve ontwerpen. Juliana maakt architectuur die de autochtoon/allochtoon-discussie overstijgt door historisch besef te creëren en zich zonder waardeoordeel te verdiepen in de eindgebruiker. Vorig jaar onderzocht hij als Architect in Residence in opdracht van ARCAM de mate van diversiteit en inclusiviteit van de Amsterdamse architectuur. Juliana kan als geen ander laten zien hoe inclusieve architectuur eruit ziet. Lindsey van de Wetering maakte een ontwerp voor een conservatorium in Paramaribo in een vergeten tuin, met veel oog voor lokale bouwtradities en de verschillende culturen. Voor haar ontwerp voor De Lusthof (Purmerend) paste zij Surinaamse bouwtradities toe voor meer sociale ontmoeting: een drempelzone, een zone tussen privé en openbaar. We kunnen volgens Van de Wetering leren van de warme zomers in Suriname nu het klimaat hier verandert. Bovendien dragen thuiswerken en verdere digitalisering van ons leven bij aan een leven dat zich steeds meer thuis afspeelt. De voorbeelden geven gehoor aan de roep om meer diversiteit in onze woonvormen, vormen die beter aansluiten bij een samenleving van kleinere huishoudens en de behoefte om meer samen te wonen.
Daarna spreken we met Juliana en Van de Wetering over hoe de vanzelfsprekendheid van onze culturele waarden veelal leidt tot te eenzijdige ontwerpkeuzes. Hoe leer je jezelf als ontwerper aan om breder te kijken? Leidt cultureel diverse architectuur ook tot meer sociale erkenning of is een inclusief ontwerp vooral een universeel ontwerp? En hoe kan een nieuwe generatie architecten met een niet-Nederlandse achtergrond een grotere stempel drukken op onze gebouwde omgeving?
We duiken meteen de diepte in. Zo leggen we een stevig fundament onder ons jaarprogramma en maken de complexiteit van de woningmarkt inzichtelijker voor een breed publiek. Voor meer scherpte in het gesprek, vragen we Koen Roordink, advocaat bouwrecht bij Poelmann van den Broek. Inzichten delen we met programmapartners, bijvoorbeeld bij het opzetten van politiek debat in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.
We plaatsen de discussie in historisch perspectief en vragen de Molukse gemeenschap in Nijmegen hoe zij zich aan de rijtjeshuizen - die voor hen in de zestiger jaren in Hatert werden gebouwd - aan konden passen. Vanuit de eenvoudige huizen aan de rand van deze nieuwe wijk konden de Molukkers alsnog in de samenleving integreren, zo was het idee. Hoe hebben zij zich destijds met de woningen en de buurt leren identificeren?
Maart_Nieuwe woonculturen Ontwerpers met een niet-Nederlandse achtergrond als Arna Mačkić, Afaina de Jong en Lyongo Juliana, constateren dat belangrijke beslissingen over de stad en haar gebouwen veelal worden gemaakt door witte Nederlandse mannen van middelbare leeftijd. De sector is niet divers genoeg en is daardoor niet in staat om de woonwensen van mensen met een niet-Nederlandse achtergrond te representeren. Veel ontwerpen worden – bewust of onbewust – bedacht met de Nederlandse gebruiker in gedachte. Hoe kan een beter beeld van de diversiteit van eindgebruikers leiden tot architectuur die ruimte biedt aan nieuwe Nederlanders en tegelijkertijd aan andere actuele maatschappelijke behoeftes, zoals ruimte voor mantelzorg en langer thuiswonende jongeren?
Als intermezzo draagt de winnaar van Wintertuins Schrijfwerkplaats een column voor over wonen in een andere cultuur. In de Schrijfwerkplaats leren volwassenen die Nederlands leren creatief schrijven. Vanuit de meest inclusieve plek in de stad, de Bibliotheek Nijmegen. Gespreksleider is Lema Salah, historicus en diversiteit – en inclusiviteitsexpert. Momenteel is zij als PhD-onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit. Als moderator zoekt zij naar raakvlakken tussen wetenschap en de culturele sector in het kader van actuele maatschappelijke discussies. Hoog // Diep: Door de ogen van … In het verlengde van dit gesprek trekken Hoog // Diepjournalisten Fabian de Bont, Mieke Dings, Jozien Wijkhuijs en fotograaf Anne Hopman de stad in om mensen met een
andere culturele achtergrond te vragen wie ze zijn, hoe ze Nijmegen zien en hoe ze in de stad wonen. Persoonlijke ervaringen worden in tekst en beeld gepubliceerd om het gesprek over inclusief ontwerpen en een diverse sector verder te voeden. April_Ik wil een huurwoning! Slagkracht voor corporaties Daar waar de particuliere huursector vogelvrij is, heeft de sociale huursector juist dringend behoefte aan meer speelruimte. Sinds woningcorporaties met de komst van de Woningwet niet meer voor middeninkomens mogen ontwikkelen, zijn zij de sluitpost geworden van de ooit zo geprezen Nederlandse sociale volkshuisvesting. Wat kunnen woningcorporaties doen om weer te bouwen voor de middelhoge inkomens, starters en jongeren? En wat doen de Nijmeegse corporaties nu om de acute woningnood te ledigen? Esther Lamers, directeur van woningbouwcorporatie Woonwaarts en Michel Pott, projectmanager bij woningcorporatie Talis tonen de vindingrijkheid van de Nijmeegse corporaties. Volgens Lamers blijven we te lang in onze eengezinswoningen zitten en is er ruimte zat in de stad. Zij ziet mogelijkheden voor verdichting aan de rafelranden van Dukenburg en de Graafseweg. Met een mix van maatregelen kunnen de corporaties hun wooncapaciteit met 25% laten groeien, aldus Lamers.
Oplossingen voor de korte termijn zijn er in verschillende categorieën: Woonwaarts maakt van eengezinswoningen meerdere zelfstandige eenheden, Talis biedt met zogenaamde ‘Friends’ contracten gedeelde woonkamers en gescheiden slaapkamers aan en Portaal vervangt garageboxen door nieuwe woningen. Problemen zijn er ook: de kostendelernorm bemoeilijkt nieuwe contractvormen voor eenzame ouderen, bij verdichting in de bestaande stad stuiten corporaties op regelgeving, bezwaar uit de buurt en strenge welstandseisen. En dan hebben we het nog niet over geld gehad. Tijdens deze avond praten we over wat er goed gaat en wat er beter moet. We beginnen met het ambitieuze plan van corporaties en gemeente voor de bouw van 500 circulaire flexwoningen en werkruimtes voor de creatieve industrie aan de Nieuwe Dukenburgseweg (NDW21). De woningen zijn bedoeld voor starters, studenten, expats en spoedzoekers. Wanneer kunnen ze erin? Daarna kijken we naar de betere buurten: Brakkenstein, Kwakkenberg en Hazekamp. Corporaties kopen hier in onderling overleg villa’s op om de meest gesegregeerde wijken - die van mensen met de hoogste inkomens inclusiever te maken. Door meer mensen per vierkante meter villa te laten wonen, werken ze zo aan het begin van de oplossing: huishoudensverdichting en een grotere doorstroming.
Een mooi voorbeeld komt van Stichting Droombankje dat kamers verhuurt aan economisch daklozen in het voormalige kantoorgebouw van De Gemeenschap. “Wij moeten investeren in sociale woningbouw op A-locaties en beleggers moeten investeren in duur op mindere locaties.” aldus Lamers. Zijn er nog meer locaties voor flexwoningen binnen de gemeente? Bieden leegstaande winkels, opslagruimten en bedrijfsruimten mogelijkheden? En hoe omzeilen we de kostendelernorm om de eenzaamheidsproblematiek onder ouderen op te lossen? Ten slotte vragen we ons af hoe we van flexwoningen ook nog architectuur maken. Stedenbouwkundige Tom van Tuijn pleit voor flexwonen als strategie bij groei. Hij ontdekte door onderzoek voor het College van Rijksadviseurs dat flexwoningen meer kunnen zijn dan een snelle oplossing voor een praktisch probleem en ontwikkelde een eigen visie voor gemeenten die groeien. De volwassen variant van flexwonen noemt hij ‘geleidelijk wonen’ en die biedt volgens hem alleen maar voordelen. “Flex is een heel breed begrip.
Je zou nu al kunnen nadenken over wat er uiteindelijk blijft op die plek.” In het tweede deel van de avond dagen we bezoekers en ons Woonpanel uit om creatief na te denken over inspraak en zeggenschap over hun woon- en leefomgeving. De bezoekers gaan in kleinere groepen uiteen met door de corporaties gegeven verdichtingscases. In deze groepen bedenken ze waarom ze daar zouden willen wonen, welke bezwaren bestaande bewoners kunnen hebben tegen de plannen en wanneer zij zich als buurtbewoner betrokken voelen bij de besluitvorming. Aan het einde van de avond komen we weer terug bij elkaar, bespreken we kort de ideeën en vragen Lamers om hierop te reageren. Welke plannen vallen goed? Waar moeten corporaties rekenen op weerstand? Deze avond vindt plaats in Arthouse LUX. De multifunctionele theaterzaal heeft de mogelijkheden om zowel een plenair programma als een onderdeel in kleinere groepen te faciliteren. Het ligt in hartje Nijmegen en is een goede plek om te reflecteren op casussen die betrekking hebben op de stad en haar inwoners. Actie: Wij de Wijk In wijken met meer dan 50% corporatiebezit, stapelen problemen zich op: schulden, armoede, overlast en een grote behoefte aan psychische zorg. Contact tussen bewoners is niet vanzelfsprekend door een vaak achtergestelde sociaaleconomische positie, verschil in afkomst, hangjongeren en burenruzies.
Zo ook in de relatief anonieme bloemkoolwijk Voorstekamp (Lindenholt). In opdracht van het Platform Nijmeegse Woningcorporaties organiseert LUX ‘Wij de Wijk’, een programma om bewoners onderling en met hun wijk te verbinden. Het ACN is gevraagd mee te denken over een strategie. Samen met bewoners kijken we kritisch naar ongastvrije plaatsen in de wijk. Hoe zouden ze hun wijk zelf vorm willen geven? Eigen kracht en kennis bundelen we in maakgroepen die kleine ingrepen voor de wijk bedenken: artistieke interventies die meer geborgenheid, identiteit en beschutting bieden. De opgave verkennen we onder leiding van Camila Pinzon Cortes en Pepijn Verpaalen (URBANO). Zij stellen in het concept Wrijving van subculturen een nieuwe werkwijze voor die draait om onderlinge empathie bij alle partijen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van een gebied. “Get to know the unknown” is hun uitgangspunt. Het resultaat is ook voor ons nog een verrassing. Met Wij de Wijk komen we in contact met Nijmegenaren die ons een nieuw perspectief op het leven in de stad bieden. Mei_De 10 minuten stad Verder is beter, was lang het uitgangspunt. Het zorgde de afgelopen decennia voor veel binnenstedelijke mobiliteitsvoorzieningen, afgelegen en kansarmere stadsranden en vereenzaming binnen woonwijken.
Versterkt door de pandemie wordt nabijheid inmiddels weer het startpunt voor stadsontwerp, zoals ook bleek tijdens ons programma Meet me on the Rooftop!. Zowel diversiteit van woningtypologieën als de nabijheid van voorzieningen en werkgelegenheid hebben een positief effect op kansengelijkheid en sociale cohesie: kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen, zijn gebaat bij het perspectief dat middeninkomens in de wijk kunnen bieden. En met goede fysieke loop- en fietsverbindingen met kapitaalkrachtiger delen van de stad, blijven mensen in hun wijk wonen, ook wanneer ze gaan studeren of een andere baan krijgen. Wijken blijven zo divers en inclusief. Hoe geeft de gemeente Nijmegen structuur aan de inclusieve stad op de schaal van de wijk en van de regio? Arnhem en Nijmegen werken momenteel met gemeenten als Wijchen, Beuningen en Malden aan het regionale verstedelijkingsconcept. De gezamenlijke
woningbouwopgave vormt hierbij het uitgangspunt voor een gedeelde ruimtelijke opgave. Het dorp, de buitenwijken en binnensteden raken met elkaar verbonden in grootschalige netwerken en daarbij staat ‘nabijheid’ centraal: minder denken vanuit wijken maar sturen op functiemening, het stimuleren van wonen naast je bedrijf, thuiswerken en nieuwe verbindingen voor fietsers en voetgangers. Landschapsarchitect bij de gemeente Mathieu Schouten denkt mee over de regionale plannen en licht toe waarom het verstedelijkingsconcept de stad inclusiever maakt. Concreet kijken we naar twee actuele plekken waar functies als wonen, werken, winkelen en recreëren gemengd worden ontwikkeld. In Winkelsteeg en de Kanaalzone-Zuid wil de gemeente een impuls geven aan monofunctionele bedrijventerreinen en woonwijken uit de jaren zestig en zeventig. Door het toevoegen van 150.000m² bedrijfsruimte en het bouwen van een groot deel van de 10.000 woningen die Nijmegen de komende jaren moet bouwen, wordt een impuls gegeven aan de menging van wonen en werken. Nieuwe verbindingen over het Maas-Waalkanaal, de verbinding met Campus Heyendaal en prettige fiets- en looproutes, moeten de psychologische afstand tussen de stadsdelen rond het kanaal verkleinen. PosadMaxwan en SITE Urban Developement werkten in opdracht van de gemeente aan de ontwikkelvisie op het gebied.
We vragen urban designer bij PosadMaxwan Laura Thomas welke rol ‘nabijheid’ speelde bij het ontwikkelen van hun visie. Aansluitend kijken we naar de belangrijkste ontwikkeling in de Waalsprong met Jeroen de Willigen, partner en creatief directeur bij De Zwarte Hond. De Willigen werkte met het Theater Zuidplein aan een inclusieve omgeving in Rotterdam Zuid en is nu supervisor van de architectenselectie voor het Hart van de Waalsprong in opdracht van AM en VanWonen. Het lukt architecten en gemeente moeilijk om te zorgen voor diversiteit aan woontypologieën en woninggroottes die verder reiken dan het oprekken van de beukmaat, hoorden we dit jaar van Job Floris (MONADNOCK). Iets waar wel dringend behoefte aan is en bovendien deel van de opgave. Welke middelen heeft de architect om bovenstaande visie kracht bij de zetten? En hoe ga je als gemeente, ontwikkelaar of architect om met het verschil tussen ambities op beleidsniveau, die op projectniveau vaak als ‘risico’ worden ingeschat? Met dit programmaonderdeel doen we een appèl aan grote marktpartijen om hun woningaanbod diverser te maken. We reflecteren op de voorziene ontwikkelingen met CeesJan Pen, planoloog en verbonden aan de Hogeschool Tilburg of met Gert-Joost Peek, lector gebiedsontwikkeling en transitiemanagement. Als afsluiting vragen we spoken word artist Lev Avitan om een poëtische samenvatting te maken van de avond.
Wat betekenen ‘nabijheid’ en ‘diversiteit’ voor hem? Het werk van Lev Avitan is geëngageerd en expressief; hij vertelt graag verhalen die een kritisch en verdiepend beeld schetsen van de maatschappij. Vanuit filosofische invalshoeken weet hij zijn eigen levenservaringen in poëzie te vangen en bruikbaar te maken voor een breder publiek. Wederom in samenwerking met Arthouse LUX. Juni_Kansen voor co-housing Beschikbare bouwgrond voor kleinschalige projecten blijkt schaars. Des te belangrijker zijn gemeentelijke kavels voor co-housing of collectieven die gezamenlijk sociale huurwoningen opkopen. In ‘collectieve woonstad’ Nijmegen werden in de afgelopen jaren aansprekende co-housing projecten ontwikkeld: van sociale huur tot collectief particulier opdrachtgeverschap. Co-housing inspireert door zijn langdurige kwaliteit, de sociale impuls voor de wijk en zijn onderscheidende architectuur. De woonvorm biedt bovendien kansen voor meer eigen initiatief en maakt de stad inclusiever: collectieve woonvormen zorgen ervoor dat
we ons verbonden kunnen voelen en geven zeggenschap over wonen en samenleven terug aan de bewoners zelf. In veel opzichten een ideale woonvorm dus. Tegelijkertijd is co-housing vaak een woondroom van gelijkgestemden, die minder toegankelijk is voor mensen die niet in hetzelfde netwerk zitten. Hoe bereik je de mensen die wel op zoek zijn naar nieuwe vormen van samenleven, maar de weg niet goed kennen? Hoe zorg je ervoor dat de kloof tussen de kostprijs en marktprijs niet alsnog een afstand creëert tussen de eerste en de tweede generatie bewoners? En zijn er nog voldoende locaties beschikbaar? Tijdens deze activiteit kijken we positief kritisch naar kansen voor co-housing. We spreken met de wethouder wonen Noël Vergunst over nieuwe CPO-locaties, grondprijzen en voorwaarden en inspireren met de nieuwste co-housing projecten: Starters Coen van Dijk en Liselotte Joore (CPO Nimma) presenteren hun plan voor een van de beschikbare CPO-kavels aan de Krekelstraat. ArchitectuurMAKEN licht hun ontwerp toe voor het met goede intenties bedachte maar schreeuwend dure Hortus Ludi (Dura Vermeer) aan de Dobbelmanweg. Samen met Tjeerd Haccou, ontwerper van Schoon Schip Amsterdam, geven we regionaal bekendheid aan het platform Crowdbuilding om co-housing voor een bredere doelgroep toegankelijk te maken.
Tot slot presenteren we aan de vooravond van de Dag van de Architectuur nieuwe locaties met woonkansen uit ons onderzoek ‘Gevonden Ruimte’ in de stad. Met dit programma willen ACN en LUX Co-housing bij een breder publiek van woningzoekenden en geïnteresseerden onder de aandacht brengen als een manier om zelf aan het roer van de eigen woonwens te gaan staan. September_Het station als verblijfsplek Gemeente Nijmegen, ProRail, NS en de Provincie Gelderland werken de komende zeven jaar aan de vernieuwing van het Nijmeegse stationsgebied. Tijdens de planvorming spant de gemeente zich in om Nijmegenaren te betrekken via Spoorcafés en inspraakavonden. De nadruk ligt bij presentatie van de voorlopige plannen steeds op het ontwarren van de vervoersstromen: kruisende paden van fietsers, bussen en voetgangers worden zoveel mogelijk gescheiden. In de ruimte die na het oplossen van deze mobiliteitsknoop overblijft is er plaats voor terrassen en meer groen. Aanvullend op de huidige aanpak, zetten we het belang van de publieke ruimte daarom opnieuw op de Nijmeegse agenda. Het station – transformerend van een monofunctionele publieke voorziening naar een multifunctionele en gelaagde ‘hub’ – wordt de afgelopen decennia steeds verder afgesloten van het publieke domein.
Voordat het woord stadshuiskamer was uitgevonden, boden perrons en stationshal een dak boven het hoofd van zo’n beetje iedereen. Inmiddels worden stations beheerst door efficiëntie en veiligheid. Nijmegen is geen uitzondering. Het hangt tussen perron en uitgang vol met camera’s. Kille poortjes, een lege hal, leeg plein, nauwelijks zitplaatsen en een dakloze vrouw tegen het glas op de grond bepalen op een willekeurige maandagmorgen het beeld. In dit vervolg op ‘Het station als ontmoetingsplek’ en ‘De rechtvaardige stad’ in 2021, onderzoeken we welke ontwerpstrategie ingezet kan worden om raakvlakken te creëren tussen de verschillende vormen van publiek domein die rond het stationsgebied ontstaan. Kunnen we bij de herinrichting van het nieuwe Stationsgebied de confrontatie tussen het station als dynamisch economisch centrum, als rustpunt en als ontmoetingsplek voor bewoners en forenzen als uitgangspunt nemen voor het nieuw te ontwerpen plein en tunnel? Waar raken deze sferen elkaar? Kunnen we toeeigening door gebruikers waarderen en durven we
beheersing los te laten? En hoe wordt hier bij het ontwerp van dit gebied rekening mee gehouden? Als voorbeeld voor een plek die kan werken als stedelijke katalysator maar die niet is voorgeprogrammeerd, vragen we architect Albert Herder (Studioninedots) hoe je als ontwerper ruimte geeft aan de geleefde stad door zelf niet teveel te ontwerpen. Studioninedots ontwierp een ‘WanderVoid’ voor het Amsterdamse Westbeat. Een publieke superruimte ontworpen zonder vooropgestelde functie of voor een specifieke doelgroep. Een neutrale ruimte, die uitnodigt tot gebruik en improvisatie, die open is en de eigen verbeelding aanspreekt. Hoe maken gebruikers zich die plekken eigen? Heeft ook Nijmegen behoefte aan een bewust ontworpen Urban Void op deze plek? Ontwerper Hilde Blank, dacht als directeur Concepts bij AM na over grote maatschappelijke opgaven waar de ontwikkelaar zich toe moet verhouden. Inclusiviteit is een van de thema’s die ze omarmde. “Binnen het ruimtelijk domein bestaat er relatief weinig kennis over welke aspecten de inclusieve stad tot een succes kunnen maken.” zo heeft Blank ervaren.
“Alle partijen hebben hele concrete wensen en er wordt gehandeld en uitgeruild om die met elkaar te combineren.” Aan de hand van eigen ervaring en een prijsvraag die ze uitschreef voor AM, vragen we Blank wat de beste strategie is om van de Nijmeegse stationsomgeving een inclusieve plek te maken. Hoe kun je als opdrachtgever abstracte begrippen als inclusiviteit, sferen en rafelranden doorformuleren tot een heldere ontwerpopgave? Voorbeelden bespreken we met gebiedsmanager van de gemeente Nijmegen Paul Matthieu, directeur stations bij ProRail Astrid Bunt en architect Jan Peter Wingender (Office WinHov). Office WinHov is in november 2020 begonnen met de transformatie en westelijke uitbreiding van het station. Moderatie: journalist en schrijver over inclusieve stedenbouw Floor Milikowski. Oktober_Samen sterker Een voor Nederland relatief nieuwe organisatievorm is de wooncoöperatie. Een coöperatie wordt opgericht door een groep mensen die een woonbehoefte delen, samen passende woningen bouwt en die tegen kostprijs verhuurt aan haar leden. Omdat de woningen eigendom blijven van de coöperatie, blijven ze betaalbaar. Een coöperatief project gaat niet over individueel woonbezit en is daarmee fundamenteel anders dan een co-housing project: het onttrekt zich aan marktwerking.
Het voorkomt zo ook dat er een nieuwe generatie rijken ontstaat: na aflossing van de hypotheek blijft de gebruiker huur betalen, geld dat ten goede komt aan nieuwe woningbouwprojecten. Klinkt goed! Havanna aan de Waal indachtig passen coöperaties uitstekend bij het sociale karakter van de Waalstad. Iedereen wint wanneer woonlasten stabiel blijven. Hoe werkt het en hoe krijgen wooncoöperaties ook in Nijmegen voet aan de grond? Wat kunnen we leren van de eerste coöperaties uit Amsterdam en Rotterdam? Hoe zit het financieel in elkaar? En wat is de rol van de architect? We vragen het aan Ninke Happel, architect en medeoprichter van Happel Cornelisse Verhoeven. Geïnspireerd door de Zwitserse Genossenschaften – wooncoöperaties die begin vorige eeuw opkwamen als antwoord op de woningnood – werkte Happel vijf jaar lang aan het Rotterdams Woongenootschap. “Het is duurzamer als huurders en kopers beseffen dat ze maar een passant zijn. Dat hun keuzes ook invloed hebben op de bewoners na hen. Dat vind ik zo mooi aan een coöperatie. Ze dient het individuele belang van goede en betaalbare woningen, maar ook het collectieve belang van duurzame huisvesting. Bij coöperatieve projecten gaat het over de vraag ‘hoe willen wij in de toekomst wonen?’ in plaats van ‘hoe wil ík wonen?’”
Daarnaast kijken we met de bewoners van de vele woongroepen die Nijmegen rijk is naar hun toekomst in de stad. Een groot aantal woongroepen uit de jaren 70 en 80 moet op dit moment zijn hypotheek oversluiten. De woongroepen hebben de panden destijds met bijzondere financieringsconstructies aangekocht, waarbij elke nieuwe bewoner voor een deel mede-eigenaar werd. In deze contracten is ook vastgelegd dat ze de oude medeeigenaren bij een herfinanciering moeten uitbetalen. Juist dat laatste brengt de woongroepen in problemen. We gaan in gesprek met gemeente, geïnteresseerden en initiatiefnemers onder leiding van Bernard Smits, bestuurder van Woningbouwvereniging Gelderland (WBVG). Hij ziet het woonbeleid als paniekvoetbal: “Als Nederland volop zou investeren in collectieve woonvormen, zoals eigenlijk overal in het buitenland is gebeurd, kan er veel ruimte worden gewonnen, meer gezamenlijkheid worden gecreëerd en eenzaamheid worden bestreden”. Wil de gemeente garant staan voor de hypotheek van de woongroepen? Of moeten zij op zoek naar een nieuwe collectieve woondroom? November: Kwartiermakers Met intensivering en meer hoogbouw in de Nijmeegse binnenstad en het stationsgebied, wordt ruimte gecreëerd voor starters en doorstroommogelijkheden voor bestaande bewoners.