Stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan Kanaalknoop
Tekst van het document
Harde rand naar de NDW
T
CO
NC
EP
T
A.
Actieve plint naast de parkeergarage aan de noord- en zuidzijde van de kanaalknoop
Wo nen & w er ken
Ont m o e t e n
Sterke relatie tussen gebouwen en de openbare ruimte
B. 55 |
CO
NC
B.3.2 Binnentuin De binnentuin in dit deelgebied is een plek van rust in het verlengde van de ruis en reuring aan de zijde van de Nieuwe Dukenburgseweg. Deze plek is onderdeel van het gebouw en voor iedereen. Een bijzondere sequentie van (binnen)tuinen verbindt het maaiveld van de Nieuwe Dukenburgsweg met het kanaal. De volgende principes zijn leidend: •
De interactie tussen de functie in de plint en de binnentuin is helder aanwezig en kent een relatie met elkaar;
•
In de binnentuin is ruimte voor een terras van bijvoorbeeld een kantoor of bedrijfskantine;
•
Het groen van het openbare gebied loopt op passende wijze door het gebouw heen richting de binnentuinen om zo ook routing te suggereren;
•
De binnentuinen bevinden zich op meerdere niveau’s (van de Nieuwe Dukenburgseweg naar het kanaal) en zijn gericht op formeel en informeel ontmoeten;
•
Een binnentuin hoeft niet een geheel omsloten ruimte te zijn, het kan ook ruimte zijn tussen gebouwen/accenten.
Beeld A laat een binnentuin zien die meer als plek/plein is ingericht. Verschillende functies hebben aan deze binnentuin hun tweede voorkant (waarvan de andere kant aan een drukkere straat ligt). De binnentuin wordt hiermee een onderdeel van de
Ont m oet en Verb ond enheid
gebouwde omgeving. Beeld B geeft een voorbeeld van bijzondere zitelementen die passen in een binnentuin op een plek zoals deze. Beeld C laat zien dat een binnentuin ook een deels omsloten ruimte kan zijn in het midden van de stedelijkheid, maar toch rust biedt. Water kan hierbij helpen, alsmede bomen en zitelementen op de juiste plek om zo een menselijke maat en schaal te introduceren.
Interactie binnen- en buitenruimte 56 |
Eetgelegenheid
EP
T
CO
NC
Ver b o nd enhei d O n t mo e t en
A.
EP
T
B.
Stedelijke ontmoetings-/ rustplekken op de route tussen NDW en kanaal (onderdeel van de architectuur)
I ns ect en B i o d i v er si t e i t I n f i l t r a ti e
Groen loopt door in het gebouw C. 57 |
CO
NC
B.3.3 Sky Size Diverse hoogte-accenten definiëren de kanaalknoop in het weefsel van de stad. Deze hoogte-accenten benadrukken een eindpunt van een lijn (bijvoorbeeld vanaf Gofferpark richting
EP
de kanaalknoop). De diverse hoogte-accenten vormen samen een helder stedelijk ensemble en maken onderdeel uit van grotere volumes/ensembles (een toren staat niet op zichzelf). Het progamma in dit gebied kent een sterke mix tussen wonen en werken. Hoogteverschillen tussen de Nieuwe Dukenburgseweg en het kanaal worden architectonisch, maar wel als onderdeel van de routing en het openbare gebied opgelost. Dit zijn de leidende principes: •
Er is ruimte voor vier accenten van een maximale hoogte van 85 meter, waarbij alle torens een andere hoogte kennen.
Nieuwe entree van Winkelsteeg
Binnen het ensemble van de vier torens wordt gezocht naar een goede opbouw en hoogte van de individuele torens; •
Het geheel wordt zo vormgegeven dat ‘het gevoel’ ontstaat Winkelsteeg in te komen en uit te gaan (poort);
•
Er wordt gestreefd naar een hoge dichtheid, deels te bereiken door de hoogte-accenten. De onderbouw van de torens zorgt voor een menselijke maat en schaal op maaiveldniveau. Dit door te werken met setbacks, verspringingen en meerdere maaivelden;
•
Op meerdere lagen komt programma dat actief gebruik maakt
Wonen & werken
van de openbare en/of collectieve buitenruimte, waarmee doodse ruimtes worden voorkomen. Met name de ruimtes die op of langs de route liggen naar het kanaal worden actief geprogrammeerd. Beeld A laat zien op welke wijze hoogteverschillen in de architectuur kunnen worden opgelost. Meerdere trappen, groene ruimtes en programma in meerdere plinten maken van het gebouw een ‘trap’: een prettige route naar het kanaal en het gebouw als onderdeel van de openbare ruimte. Beeld B en C laten zien op welke wijze een toren altijd deel uitmaakt van een ensemble van meerdere torens en onderdeel wordt van een groter volume.
58 |
Wonen en werken in en op het hoogteverschil tussen NDW en kanaal. Tevens slim parkeren oplossen in deze zone
Setbacks in de gevel
T
CO
NC
EP
T
A.
Hoge dichtheid d.m.v. hoogteaccenten
Ver b o nd enhei d
Voorzieningen op verschillende niveaus tussen NDW en kanaal
C.
B. 59 |
CO
NC
B.3.4 Daklandschap
I ns ec t en
Daken op de hoogbouw worden als vanzelfsprekend ingezet voor duurzaamheidsdoeleinden. Vanwege de gevraagde opbouw Verb lijfplaat s en
van het volume ontstaan tevens meerdere daken die ook dienst
B i odi v e rsi te i t
EP
doen als overbrugging van het hoogteverschil tussen de Nieuwe Dukenburgseweg en het kanaal. Diverse daken maken deel uit van een route in en door dit gebied en worden ingericht als groene plekken voor spelen, ontmoeten en groen. Groen houdt niet op voor de gevel, maar in de gebouwen wordt hier op aangesloten richting andere daktuinen. Tijdelijk gebruik en een tijdelijke programmering van daken is mogelijk. De volgende principes zijn leidend: •
Daken gelegen aan routes of onderdeel van een netwerk zijn toegankelijk (A);
•
Daktuinen/-landschap
Diverse daken worden geprogrameerd om ook zo informeel ontmoeten mogelijk te maken (B);
•
De daken in samenhang vormen een groen en doorwaardbaar systeem, ook geschikt voor passanten;
•
Ruimtes grenzend aan een dak doen mee in de groene beleving van het dak.
De beelden hiernaast laten een aantal voorbeelden zien van
Ont m oet en
functionele daken als onderdeel van een groter systeem (A, B en
Ont m oet en
C). Alle ruimtes aan deze daken hebben een directe relatie met Spe l e n
het dak en de daken zijn openbaar toegankelijk. Ook hebben de daken allerlei verschillende functies en typen gebruik.
Openbaar toegankelijk dak 60 |
Multifunctioneel programma op het dak
T
CO
NC
Ve r b l i j f p l a a ts en
I ns ect en B i o d i ver si t e i t
EP
T
I n f i l t r a ti e
A.
B.
Groen loopt door in het gebouw
Tijdelijk gebruik C. 61 |
B.4 Gebied Kanaalknoop Zuid Kanaalknoop Zuid krijgt het meest landschappelijke karakter van de deelgebieden in de kanaalknoop en dient als overgang tussen de stedelijkheid aan de noordzijde naar onder andere park Winkelsteeg. De randen worden dus opener, de inrichting wat informeler - soms ook ruimer - en de schaal is kleiner en kent een fijnere korrel dan de andere gebieden. Ook wordt in dit gebied vooral gewoond, met af en toe ruimte voor kleinschalige werkvoorzieningen. De randen van dit deelgebied reageren sterk op de context. Aan de kant van park Winkelsteeg worden bestaande groene lanen gerespecteerd en opent het plan zich richting het park. Vanuit het plan is het park dan ook altijd zichtbaar en/of voelbaar. Aan de zuidzijde vindt een verweving plaats met het park en een resterende bossage. Objecten reageren hier op deze bossage en staan met ‘de voetjes’ in een parkachtige setting. De openbare ruimte wordt vormgegeven als doorlopend landschap en is in samenhang met elkaar ontworpen. Het karakter is informeel en asymmetrisch. In de wat compactere gebieden wordt groen in nauwe samenhang met kabels en leidingentracés ontworpen.
62 |
CO
NC
EP
T
CO
NC
EP
T
63 |
CO
NC
B.4.1 Plint Het groen en het landschap lopen als het ware door Kanaalknoop Zuid heen en alle gebouwen worden hieraan georiënteerd. In de plinten wordt vooral gewoond, waarbij het bestaande en
EP
nieuwe groen en de aansluitende ruimte als verlengstuk van de woonkamer moeten voelen. Kinderen leren hier op een veilige manier fietsen, de setting is rustig en buren ontmoeten elkaar bij het van huis weggaan of het thuiskomen. We spreken ook hier niet van straten, maar van plekken en ruimtes die in nauwe samenhang worden ontworpen als landschap. De woningen die grenzen aan deze ruimtes dragen zorg voor de ‘ogen op de plek’. Grote raampartijen kunnen hier aan bijdragen. De plint reageert sterk op het openbare gebied en het geheel mag wel compact groen stedelijk aanvoelen - mits binnen een passende maat en schaal. De
Functie temperatuur
volgende principes zijn leidend: •
De materialisatie van de plint is natuurlijk en bestaat uit aardse tinten (B);
•
De ruimte voor de woningen kent een gradiënt van een wat meer privé karakter tot een collectiever karakter en is gericht op verblijven en laagdrempelig ontmoeten (A);
•
De profielen zijn asymmetrisch om zo een wat meer landschappelijke en natuurlijke inrichting te realiseren en waar
Verb lijfplaat s en
Verb lijfpla atse n
nodig de zon de ruimte te geven om de plinten van genoeg daglicht te voorzien; •
In de wat compactere ruimtes zorgen hoge plinten voor genoeg daglicht;
•
I ns ec t en
O n tmoe te n
De plinten en facades hebben een uitnodigend en open karakter, passend bij de woonfunctie (C);
•
De woningen aan de zijde van de openbare ruimte krijgen een passende programmering.
De beelden laten diverse mogelijkheden zien van woningen die grenzen aan groenere ruimte, waarbij het slim positioneren van groene vlakken en bomen logische zoneringen maken tussen privé en openbaar.
Natuurlijke materialen en aardse tinten 64 |
Semi-openbare ruimte
T
CO
NC
H o n d u i t l at en
A.
EP
T
B.
Kleine plintkorrel aan de straat
Ko el e r o u tes
I nf i l t r a ti e
B i o d i v er si t e i t
Ruimte voor groen C. 65 |
CO
NC
B.4.2 Binnentuin De binnentuinen maken onderdeel uit van de landschappelijke
EP
inrichting van dit deelgebied. Bepaalde systemen gericht op biodiversiteit en, bijvoorbeeld, de afvoer van regenwater lopen door in deze gebieden en sluiten aan op de grotere structuren in Winkelsteeg Zuid. De binnentuinen zijn gericht op rust en kennen een open karakter. De inrichting is informeel van aard. Binnentuinen kunnen ook in gezamenlijkheid beheerd of ingezet worden voor kleinschalige voedselproductie door bewoners. Elke binnentuin kan gezien worden als een kleine gemeenschap. Dit zijn de belangrijkste principes: •
Binnentuinen vormen een onderdeel van het grotere netwerk van landschap;
•
De binnentuinen doen mee in het openbare en collectieve
Open binnentuin
groen (en wandel)netwerk (B); •
De binnentuinen krijgen een luw karakter (C);
•
Doordat parkeren in hubs plaatsvindt hebben de binnentuinen de ‘volle grond’ (geen gebouwd parkeren eronder). Hiermee wordt een groene, lommerrijke en klimaatadaptieve inrichting een uitgangspunt;
•
Woningen krijgen beperkte privé-buitenruimtes als verlengstuk van de collectieve tuinen (A).
I nfilt rat ie
Yog a Ve rbl i j f pl aatse n
De beelden laten zien op welke wijze een binnentuin vorm kan krijgen. Het parkachtige karakter is leidend in de binnentuin. De
Biod ivers it eit
overgangen tussen openbare ruimte, collectieve ruimte en privéruimtes reageren hier passend op.
Verlengen van het landschap 66 |
Rust
T
CO
NC
EP
T
B.
Plek om gemeenschap op te bouwen
B i o d i ver s i tei t
Ver b l i j f p l a a t s en
In se c t e n
Fauna/flora A.
C. 67 |
CO
NC
B.4.3 Urban Size Aan de zuidzijde loopt het meer lommerrijke parklandschap door tot in het plangebied. Diverse urban villa’s staan hier als
Verb lijfplaat s en
losse objecten in een parkachtige setting, waarbij de vorm en
EP
B i odi v e rsi te i t
richting van het gebouw reageren op dit parkachtige landschap: het landschap is leidend. Er kan ook gedacht worden aan een ensemble van gebouwen die zich openen en voegen naar het landschap (B). Het landschap wordt eventueel opgetild om half verdiept parkeren mogelijk te maken. Dit zijn de leidende principes: •
Gebouwen als ensembles in een parkachtig landschap. Qua schaal overheerst het landschap;
•
De kappen en daken zijn gevarieerd;
•
De blokken zijn compact en klein van schaal (A);
•
Het gevoel overheerst dat ‘je woont in het landschap’ (C);
•
Eventueel parkeren onder een opgetild maaiveld, met
Woonensembles openen naar het groen
doorlopend landschap en ruimte voor bomen. De beelden aan de rechterzijde laten een aantal mogelijkheden zien waarbij de woongebouwen duidelijk ondergeschikt zijn en reageren op de vormentaal van het landschap. Het kleurgebruik is ingetogen en het landschap is ingezet als leidend principe van
Biod ivers it eit
de ontwikkeling. Grote balkons en terrassen geven bewoners de mogelijkheid om echt ‘in’ dit landschap te wonen. De inrichting is soms informeel en op strategische plekken (bijvoorbeeld plekken
Biod ivers it eit I ns ec t en
met meerdere fietsbewegingen) wat meer formeel.
Parkeren half verdiept 68 |
Wonen in het landschap
T
CO
NC
A.
EP
T
B.
Kleinschalige blokken
Mogelijkheid voor grondgebonden woningen
C. 69 |
CO
NC
B.4.4 Mid Size Deze typologie bevindt zich tussen de knoop en de zuidelijke rand van dit deelgebied. Het doel is ook dat er meerdere formele
EP
en informele routes ontstaan om bijvoorbeeld te struinen en door het gebied te meanderen. Het spelen met de hoogtes van de gebouwen biedt in de blokken ruimte voor de zon. De organisatie van de blokken onderling is gericht op maximaal zicht naar het landschap. Centraal in dit gebied is de organisatie gericht op het maken van diverse bijzondere landschappelijke ruimtes die een afwisseling kennen in vorm en maat en schaal (B). De volgende principes zijn leidend: •
De hoogte varieert tussen de 5 en 7 lagen met soms een accent van maximaal 10 lagen;
•
Accenten eindigen of worden geplaatst aan het einde van
Balkon naar en boven het groen
zichtassen of bij het markeren van een bijzondere ruimte; •
Accenten overheersen niet: de korrel, maat en schaal is duidelijk afwijkend ten opzichte van Kanaalknoop Noord;
•
Een uitzondering op de hoogtes is mogelijk bij toepassing van grondgebonden woningen;
•
Aan het openbaar gebied is ruimte voor compacte voortuinen als verlengstuk van het landschappelijke karakter;
•
Blokken worden samengesteld uit diverse hoogtes, lange wanden met éénzelfde hoogte worden vermeden, speelsheid is uitgangspunt;
•
Ont m oet en
Balkons aan de blokken zijn gericht naar het groen of hangen boven het groen (C);
•
Blokken zijn poreus en transparant en richten zich op het park (qua openingen).
De beelden laten zien op welke wijze groen en routing deel uitmaken van de architectuur en de belevingswaarde van de ruimtes. Beeld A laat zien hoe een opgetild gebouw toegang biedt tot het binnengebied en zo het poreuze karakter versterkt. De inrichting van het groen is informeel en de kleurstelling en materialisatie van het gebouw versterken de natuurlijke en landschappelijke beleving.
70 |
Voortuinen
Differentiatie in hoogte
T
CO
NC
H o n d u i t l a t en
A.
EP
T
B.
Poreus gebouw
Open blok C. 71 |
CO
NC
B.4.5 Daklandschap Het daklandschap is divers. Op sommige daken wordt gekeken, sommige daken krijgen een functioneel karakter en andere daken bieden een fantastisch uitzicht over, bijvoorbeeld, het park
EP
Winkelsteeg. Dit zijn de leidende principes: •
Energiewinning, waterretentie en klimaatinstallaties worden op passende wijze op daken opgelost (B);
•
Diverse daken worden geschikt gemaakt als dakterras voor privé (A) of collectief gebruik en bieden zicht op de omgeving;
•
De rand richting het park kent een wat meer terrasachtige opbouw waarbij bewoners optimaal zicht hebben op het park. Het dak voelt als een verlengde van dit park. Beeld C laat dit zien.
C ollec t ieve d aken
Biod ivers it eit
Zicht op het landschap 72 |
Energie/zonnenpanelen/ waterretentie
T
CO
NC
A.
EP
T
B.
C o l l ect i eve d a ken F un c t i onel e d a ken
Kleine voedselproductie/ kruidentuin
C. 73 |
CO
NC
B.5 Sport
F u nc t ionele dake n
Aan de noordzijde van de kanaalknoop komt een bijzonder
EP
gebouw, gelegen aan het ‘urban sports park’. Dit gebouw is qua korrelgrootte dusdandig dat er ruimte is om de voetbalvelden Ve rbon de n h e i d
op het dak te plaatsen. Dit gebouw maakt (het dak) deel uit van de (semi-) openbare structuren van Winkelsteeg en vormt een belangrijke schakel tussen NTC en de kanaalknoop. De volgende principes zijn leidend voor dit gebouw: •
Het gebouw krijgt naast de werkfunctie ruimte voor parkeren en sporten op het dak. Tevens wordt er ruimte gereserveerd om de plint goed te laten aansluiten op het urban sports parc (eventueel in functie) (B);
•
Een deel van het dak ‘vouwt’ zicht richting de openbare ruimte
Interactie tussen dak en landschap
om zo een integraal onderdeel te vormen van het urban sports parc (C); •
De hoeken van het gebouw verdienen bijzondere aandacht en krijgen een functie naast parkeren en sport, om zo ook dit gebied waar mogelijk te activeren en van de ‘ogen op straat’ te voorzien;
•
Het gebouw aan het sport park moet een herkenbare en zichtbare bestemming worden. Daarom krijgt het gebouw een klein accent in de hoek die grenst aan dit sport park
•
Opbreken van de plint om eentonige uitstraling te voorkomen (A). Ont m oet en
De beelden aan de rechterzijde laten zien op welke wijze een dak bijdraagt aan de verbinding tussen dak en maaiveld en welke invulling deze overgang kan krijgen in de inrichting.
Opbreken van de plint 74 |
Accent richting het Sportpark
T
CO
NC
EP
T
Atrium om lichtinval te creëren
A.
Bal sp o r ten Sp el en
Sportvoorzieningen op het dak B.
C. 75 |
Colofon TITEL
Winkelsteeg | Stedenbouwkundig - en Beeldkwaliteitsplan Kanaalknoop
O P D R AC HTG EV ER
Gemeente Nijmegen
STATU S
Definitief
DAT U M
18 januari 2023
D O C U M ENTNU MMER
230112_S-BKP_Kanaalknoop
P R OJE C TNU MMER
818.01
P R OJE C TTEA M
76 |