Startnotitie ontwikkeling beleidsplan huishoudelijk afval 2023-2030
Tekst van het document
Bewoners: meer service – meer directe betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid Om te komen tot een circulaire samenleving zijn we voor een belangrijk deel afhankelijk van onze inwoners om hun afval goed te scheiden. Voor een deel kunnen we dit in positieve zin beïnvloeden door het serviceniveau te verbeteren. Daardoor kan men zich makkelijker en laagdrempeliger van de herbruikbare stromen ontdoen. We zijn vanuit onze kant ook bereid om dat hogere serviceniveau te bieden. Van de kant van onze inwoners vragen we daarvoor om meer betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid bij het apart houden en gescheiden afgeven van herbruikbare stromen. Via onder meer informatiecampagnes ondersteunen we onze inwoners hierbij en bevorderen we het bewustzijn over het gezamenlijke belang.
We vragen van onze inwoners meer directe betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid bij het scheiden van het huishoudelijk afval.
Daar waar voor meerdere huishoudens een collectief voorzieningenniveau (inpandig of in de openbare ruimte) nodig is voor herbruikbare stromen, willen we verder gaan. Bij deze collectieve inzamelvoorzieningen voor herbruikbare stromen blijft er namelijk een substantiële kwetsbaarheid bestaan ten aanzien van de kwaliteit, doordat de containers misbruikt kunnen worden en de inhoud vervuild raakt. We willen hier dan ook toe naar een systeem waarbij de gebruikers van de collectieve voorziening ook een collectieve gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van de herbruikbare stromen. Daarbij willen we de gebruikers ook verleiden tot een goed scheidingsgedrag door dit waar mogelijk te koppelen aan een financiële incentive, waarbij goed scheidinggedrag wordt beloond en vervuiling van de herbruikbare stromen hiervan ten koste gaat. Doel is als het ware te komen tot een positieve variant van “de vervuiler betaalt” op collectief niveau. Een dergelijk systeem kan mogelijk worden ingericht via de servicekosten20. Daarvoor zoeken wij de medewerking en samenwerking met woningbouwcorporaties en VvE’s. In het beleidsplan zullen we de mogelijkheden nader uitwerken. Op deze wijze menen wij de kwaliteit van het aanbod uit deze collectieve voorzieningen beter te kunnen borgen.
20 Gelijk zoals in een hoogbouwcomplex de collectieve kosten voor de schoonmaak van de algemene ruimtes, het onderhoud van het
gebouw en de gemeenschappelijke voorzieningen worden verdisconteerd in de servicekosten per huishouden, kan dat in de basis ook met de kosten voor het gebruik van de collectieve afvalvoorzieningen in het complex. Met dien verstande dat die kosten ook nihil zijn als het huishoudelijk afval goed wordt gescheiden en de voorzieningen niet worden misbruikt om zich oneigenlijk te ontdoen van restafval. In het laatste geval moet de vervuilde fractie tegen hoge kosten als restafval worden afgevoerd ter verbranding hetgeen dan ten laste zou komen van de servicekosten.
21
We verkennen de mogelijkheid om aan het gebruik van een collectieve inzamelvoorziening voor herbruikbaar afval ook een collectieve (financiële) verantwoordelijkheid te verbinden in een vorm van positief belonen. Daartoe zoeken we de samenwerking met stakeholders. Sturen op kwaliteit in samenwerking met verwerkers: We gaan in gesprek met verwerkers om meer grip en sturing te krijgen op de kwaliteit bij de verwerking van de gescheiden ingezamelde herbruikbare afvalstromen. Als eerste moet inzichtelijk worden wat de feitelijke mate van hergebruik is na verwerking (i.e. het hergebruikspercentage). Daartoe brengen we in kaart welke processtappen er bij de verwerking worden doorlopen en waar en hoeveel er sprake is van uitval. Dat doen we als eerste voor GFT, plastic+ en oud papier. Daarnaast beogen we in samenspraak met de verwerkers te komen tot een beoordelingsset aan kwaliteitslabels die breder is dan enkel ‘goedgekeurd’ of ‘afgekeurd’. Daarmee kunnen we de kwaliteit per aangeboden vracht koppelen aan de inzamelroutes. Hierdoor ontstaat er een verfijnder en genuanceerder beeld van de kwaliteit van een herbruikbare stroom over de stad en over de tijd. Verder verkennen we de mogelijkheden om het hergebruik nog verder te bevorderen, zoals: • het beter communiceren over en scherper toezien op de aanwezigheid van bepaalde specifieke stoorstoffen of vervuiling in het aanbod.
• het wijzigen van inzamelroutes zodat een groter aandeel van het aanbod geschikt is voor verwerking; • het onderzoeken of verwerkers zelf nog stappen kunnen zetten in het proces van acceptatie tot eindproduct om het aanbod hoogwaardiger te kunnen verwerken is of een groter aandeel daarvan21. • het kwalitatief opwerken van residu-stromen uit het verwerkingsproces. • een analyse of bepaalde bestanddelen in een herbruikbare stroom beter apart kunnen worden ingezameld22 zodat de verwerking hoogwaardiger kan plaatshebben; Waar nodig en mogelijk maken we hierover contractuele afspraken. Tot slot kunnen we door afstemming met verwerkers en de achterliggende grondstoffenmarkt meer inzicht krijgen of en wanneer een gezamenlijke actie wenselijk is richting producenten, handelaren of de Rijksoverheid over de samenstelling van bepaalde producten in het afvalstadium23. 2.7. Monitoring – naar een gedifferentieerd beeld over de stad Inzamelresultaten op het niveau van stadsdelen We onderzoeken of we de inzamelresultaten kunnen aggregeren op stadsdeelniveau. En dat zowel kwantitatief als kwalitatief. Het gaat daarbij om de stromen GFT, oud papier, plastic+ en restafval. Daarmee zouden we een gemiddeld scheidingsgedrag per huishouden per stadsdeel over deze vier stromen kunnen verkrijgen.
Kwantitatief bezien onderzoeken we of de inzamelroutes van de vier stromen congruent zijn en ook niet door meerdere stadsdelen heen lopen. Kwalitatief bezien zullen we in elk geval afgekeurde vrachten bij een verwerker koppelen aan de bijbehorende inzamelroutes en daarmee aan het bijbehorende inzamelgebied. Afhankelijk van de bereidheid van verwerkers om mee te werken aan een bredere beoordelingset aan kwaliteitslabels (zie hierboven) kan
Bijvoorbeeld door te onderzoeken of bij afkeur van een vracht een kwalitatief goede deelpartij daarvan wellicht af te scheiden is zodat niet de hele vracht in de verbranding hoeft. 22 Zo speelt momenteel de vraag of we kerstbomen nog integraal moeten meenemen met het GFT of deze beter apart kunnen inzamelen. Achtergrond is dat een teveel aan kerstbomen belemmerend werkt bij het vergistingsproces van GFT bij de ARN. 23 Zo is het lot van een niet-herbruikbare chipszak als restafval al bij de productie ervan bezegeld, terwijl het lot van een krant vooral afhankelijk is van de bereidheid tot het gewenste scheidingsgedrag van een burger en daarmee samenhangend het gemak en aantrekkelijkheid om dat gedrag te kunnen gaan vertonen. Zo bepaalt de zwakste schakel in de keten in welke mate een product (hoogwaardig) kan worden hergebruikt of als restafval zal eindigen. 21
22
eventueel een nog verfijnder beeld van de kwaliteit van de ingezamelde herbruikbare stromen worden verkregen. Als geheel kan zo een gedifferentieerd beeld over de stad worden verkregen van de kwantitatieve en kwalitatieve inzamelresultaten. Deze monitoring stelt ons ook in staat om gerichter in te grijpen waar dat nodig is. Afhankelijk van de aard van de mindere resultaten (bv. minder goede scheidingsresultaten en/of een slechte kwaliteit van een bepaalde herbruikbare afvalstroom) is te bepalen welke middelen zijn in te zetten. Bijvoorbeeld meer communicatie of de inzet van afvalcoaches voor een meer directe informele benadering of de inzet van handhaving in geval er sprake is van misbruik of voortdurende verkeerd aanbiedgedrag.
We onderzoeken de mogelijkheid om de inzamelresultaten van GFT, oud papier, plastic+ en restafval te aggregeren op stadsdeelniveau.
Sorteeranalyses Om meer inzicht te verkrijgen in de samenstelling van de herbruikbare stromen zullen we jaarlijks een generieke representatieve sorteeranalyse laten verrichten van de stromen GFT, oud papier, plastic+, textiel, glas en luiers. Deze sorteeranalyses dienen vooral ook ter bepaling waar de aanwezige vervuiling en stoorstoffen uit bestaan. Sorteeranalyses van een herbruikbare afvalstroom uit een specifieke wijk met slechtere inzamelresultaten zullen we alleen dan uitvoeren als dat ook een duidelijke meerwaarde heeft en we deze informatie over de kwaliteit ook niet anders niet in beeld kunnen krijgen. Immers ook het meelopen van een afvalcoach bij een inzamelronde kan mogelijk dezelfde informatie opleveren, zodat er geen kostbare sorteeranalyses hoeven te worden uitgevoerd. 2.8. Overige uitgangspunten In aanvulling op de zienswijzen en uitgangspunten die reeds zijn vernoemd, zijn de volgende randvoorwaarden en uitgangspunten nog relevant voor de verder ontwikkeling van het nieuwe afvalbeleid. 1.
Aanbevelingen raad n.a.v. Rekenkameronderzoek ‘Afval of grondstof?’ De raad heeft in haar vergadering van 22 december 2021 de conclusies en aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek ‘Afval of grondstof?’ overgenomen. Deze vormen mede uitgangspunten voor de ontwikkeling van het nieuwe beleidsplan. Twee bevindingen noemen we hier expliciet: • De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor huishoudelijk afval gaat verder dan haar wettelijke zorgplicht; • Het verbeteren van de kwaliteit van het huishoudelijk afval is het leidende principe bij de ontwikkeling van het nieuwe afvalbeleid.
2.
Bronscheiding Plastic+ Eind 2021 heeft de GR MARN de eindrapportage “Onderzoek bron- en nascheiding plastic+” afgerond. Met dit onderzoek wordt duidelijk dat de huidige systematiek om het plastic+ gescheiden in te zamelen in onze regio (i.e. bronscheiding) zowel vanuit milieu- als vanuit kostenoogpunt de voorkeur heeft boven nascheiding. Om die reden gaan wij voor de nieuwe beleidsperiode uit van bronscheiding van het plastic+.
We continueren de gescheiden inzameling van plastic+.
3.
Kosteneffecten De belangrijkste kosteneffecten komen voort uit het principe van ‘omgekeerd inzamelen’. Het verlagen van het serviceniveau op de inzameling van restafval zal naar verwachting leiden tot een kostenbesparing. De omvang daarvan zal verschillen per scenario. Zoals aangegeven zullen we elk van deze scenario’s nader 23
uitwerken en de financiële consequenties ervan op hoofdlijnen in beeld brengen. Aan de andere kant zal een verhoging van het serviceniveau op de inzameling van de herbruikbare stromen leiden tot een kostenverhoging. Ook hier zal de omvang afhankelijk zijn van de aard en uitgebreid van de voorgestane maatregelen die we zullen gaan uitwerken. De ervaringen in andere gemeenten die het systeem van “omgekeerd inzamelen” reeds hebben ingevoerd, nemen we hier in mee. Wat de totale netto uitkomst van beide kosteneffecten zal zijn, is in dit stadium niet inzichtelijk. In het concept-afvalbeleidsplan zullen wij dit zo goed mogelijk in beeld brengen en vanuit het oogpunt van kostenbeheersing een afgewogen voorstel doen. 4.
Woonsituaties in relatie tot omgekeerd inzamelen De essentie van omgekeerd inzamelen is een combinatie van: o serviceverhoging op de inzameling van herbruikbare stromen en o serviceverlaging op de inzameling van restafval. De concrete vertaling van “omgekeerd inzamelen” naar de praktijk is mede afhankelijk van de woonsituatie van een huishouden. We maken daarbij onderscheid naar de volgende woningtypes: o Laagbouw (i.e. grondgebonden woning) o Hoogbouw: ▪ Nieuwe hoogbouwcomplexen ▪ Bestaande hoogbouwcomplexen ▪ Bovenwoningen Woonwijken bestaan veelal niet uniform uit een enkel woningtype maar zijn samengesteld. Als gevolg hiervan kunnen verschillende maatregelen in een woonwijk van toepassing zijn. Daarbij houden we er rekening mee dat als gevolg hiervan geen ongewenste neveneffecten optreden. Overigens is er ook in de huidige situatie een onderscheid in inzamelmethoden en –frequenties bij laagbouw- en hoogbouwwoningen.
5.
Voortbouwen op bestaand beleid In het huidige afvalbeleidsplan is “omgekeerd inzamelen” al als stip aan de horizon genoemd en deels ook al vertaald naar vigerend beleid. Daar waar van toepassing hebben wij op diverse locaties hier al uitvoering aan gegeven. Zo worden in recente nieuwbouwcomplexen de herbruikbare stromen GFT, oud papier en plastic+ gescheiden ingezameld via inpandige centrale containerruimtes, die 24/7 voor de bewoners toegankelijk zijn. Restafval moet in ondergrondse containers worden gedeponeerd die alleen met de afvalpas toegankelijk zijn. Hier is een tarief afvalstoffenheffing aan gekoppeld gelijk aan het tarief van de groene restafvalzak.
We bouwen voort op bestaand beleid.
24
3. Proces voor ontwikkeling nieuw afvalbeleidsplan 3.1. Proces en planning Betrokkenheid raad Het Rekenkameronderzoek heeft geleid tot een nauwe betrokkenheid van de raad bij het te ontwikkelen nieuwe huishoudelijke afvalbeleid. Dat zien wij als een positieve ontwikkeling. Om verdere stappen te kunnen zetten op weg naar een circulaire economie is namelijk een aantal fundamentele en principiële keuzes nodig. Voor een deel hebben andere gemeenten hier al ervaring mee. Voor een ander deel gaat het om keuzes die nieuw zijn voor Nederland en zich buiten de gebaande paden begeven en vooral ten doel hebben om beter te kunnen sturen op de kwaliteit van de herbruikbare stromen; een leidend principe voor het nieuwe afvalbeleid. Procesfasering en planning Mede om de betrokkenheid van de raad goed te kunnen borgen is het proces om tot het nieuwe afvalbeleidsplan te komen, onderverdeeld in 3 fases, hieronder verder toegelicht. Fase 1: Startnotitie afvalbeleid • In de startnotitie worden onze uitgangspositie, de kaders, kansen en beperkingen, doelen en onze visies op afvalscheiding en hergebruik beschreven en vastgelegd in een aantal uitgangspunten. De startnotitie bepaalt daarmee in belangrijke mate de strategie en het speelveld waarbinnen het beleid vorm zal moeten gaan krijgen.
De raad zal in een formele gespreksronde in de gelegenheid worden gesteld om te beoordelen of de startnotie voldoet aan de aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek en de eigen wensen. • De raad wordt aangeboden om voorafgaand aan de politieke behandeling van de startnotitie een technische toelichting te krijgen. Doel hiervan is de raad mee te nemen in onze overwegingen en draagvlak te krijgen voor de voorgestane aanpak en de verdere inhoudelijke uitwerking. • Planning: In april 2023 stellen wij de startnotitie vast en bieden deze aan de raad aan. Fase 2: Onderzoek en analyse op hoofdlijnen • In deze fase vindt de beleidsvorming plaats door het uitwerken en vertalen van onze visies en uitgangspunten naar de uitvoeringspraktijk, het ophalen van ervaringen in andere gemeenten, consultatie en input van stakeholders en raadpleging van (landelijke) onderzoeksrapporten. Dit moet uitmonden in een aantal scenario’s inclusief een kostenanalyse op hoofdlijnen, welke zijn verwoord in een “opbrengstnotitie”. Het zwaartepunt in deze scenario’s ligt vooral bij de consequenties om het serviceniveau op de inzameling van restafval te verlagen. Op basis van de opbrengstnotitie bepalen wij als college een voorkeursscenario. • De opbrengstnotitie met voorkeursscenario bieden wij aan de raad aan. Daarbij doen we tevens het aanbod om een technische toelichting hier op te geven.
Een technische toelichting geeft een verdieping op de achtergronden en overwegingen in de opbrengstnotitie en het voorkeursscenario en stelt de raad in de gelegenheid om hierover informatie in te winnen. De uitkomsten hiervan kunnen mede richtinggevend zijn voor fase 3. • Planning: De opbrengstnotitie stellen wij in juni 2023 vast en bieden deze aan de raad aan. Fase 3: Onderzoek en analyse – voorkeursscenario • In deze fase wordt het voorkeursscenario nader uitgewerkt ten aanzien van milieu, service en kosten. Daarin nemen we de bevindingen mee uit de technische toelichting over de “opbrengstnotitie”. Deze fase zal resulteren in het concept-afvalbeleidsplan dat wij ter vaststelling zullen aanbieden aan de raad. • Ook in dit stadium bieden wij de raad aan om voorafgaand aan de politieke behandeling van het concept-afval-beleidsplan een technische toelichting hier op te geven. • Planning: Het concept-afvalbeleidsplan stellen wij in oktober/november 2023 vast en bieden deze ter vaststelling aan aan de raad.
25
3.2. Participatie Stakeholders Om tot een nieuwe afvalbeleid te komen, is het van belang stakeholders te betrekken. Er is een breed scala aan stakeholders te onderscheiden, zoals: Interne stakeholders: • Bestuur: wethouder, college en raad • Interne afdelingen zoals de afdeling stadsbeheer, stadsontwikkeling en Maatschappelijke Ontwikkeling. Externe stakeholders: • Onze inwoners • Woningbouwcorporaties / VvE’s • Dar, ARN, MARN, RKN/Midwaste • Rijkswaterstaat, NVRD, VANG, NEDvang/Afvalfonds, • Het Goed en andere kringloopbedrijven • (Basis)scholen • Supermarkten • Regiogemeenten • Maatschappelijke organisaties • Afvalfonds/NEDvang • Verwerkers herbruikbare afvalstromen De meeste van deze stakeholders zullen we gedurende het verdere beleidsproces betrekken om informatie in te winnen, te consulteren, advies in te winnen of verdergaand te betrekken in de planvorming. Uiteraard zijn er nog meer (sub)doelgroepen te onderscheiden. We kiezen er echter voor om deze pas te betrekken als dat aan de orde komt naar aanleiding van de maatregelen die worden beschreven in het nieuwe afvalbeleidsplan. Met een zestal stakeholders willen we de participatie breder en intensiever insteken, omdat zij naar onze mening een belangrijke rol hebben in de ontwikkeling van het nieuwe afvalbeleid.
Hieronder lichten wij voor elk van deze zes stakeholders toe met welke vra(a)g(en) we de participatie ingaan, op welke passende wijze we de participatie willen invullen, vanuit welke positie op de participatieladder we dat doen en op welke termijn. Voor een tweetal stakeholders (bewoners en woningbouwcorporaties) zijn we dat traject reeds ingegaan, zoals we hier onder ook zullen aangeven. Participatie per stakeholder 1.
De gemeenteraad
Wat: De raad stelt het nieuwe afvalbeleid vast. Een nauwe betrokkenheid van de raad vanaf het begin van het beleidstraject is daarom van essentieel belang om tot een gedegen afweging en besluitvorming te komen. In dat beleidstraject onderscheiden we drie fasen die in paragraaf 3.1. zijn beschreven. Elke fase resulteert in een beleidsdocument op basis waarvan keuzes gemaakt moeten worden. In de huidige fase van deze startnotitie is dat een keuze ten aanzien van een 14-tal uitgangspunten. Met name de volgende uitgangspunten zijn daar in van belang omdat vooral die sterk bepalend zijn voor de verdere koers en strategie van het nieuwe afvalbeleid: De keuze voor het principe van “omgekeerd inzamelen” en dus de keuze om het serviceniveau op de inzameling van restafval te verlagen en dat op de herbruikbare stromen te vergroten; De keuze om de mogelijkheden te verkennen om aan het gebruik van een collectieve inzamelvoorziening voor herbruikbaar afval ook een collectieve (financiële) verantwoordelijkheid te verbinden in een vorm van positief belonen; dit mede in verband tot het uitgangspunt dat we van onze inwoners meer directe betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid vragen bij het scheiden van het huishoudelijk afval.
26
Wij zijn van mening dat het ten principale aan de raad is om een keuze te maken over “omgekeerd inzamelen” voor Nijmegen naar de toekomst toe. Wat betreft de voorgestane “collectieve verantwoordelijkheid” is behalve de steun van de raad voor dit belangrijke uitgangspunt, ook draagvlak en medewerking van met name woningbouwcorporaties onontbeerlijk. Vandaar dat deze keuze een centrale vraag is onze participatie met deze woningbouwcorporaties alsook VvE’s. Hoe: Elke fase resulteert in een beleidsdocument (i.e. startnotitie, opbrengstnotitie en concept-afvalbeleidsplan) dat wij aan de raad aanbieden. Daarbij doen wij de raad het aanbod om bij elk van deze documenten een technische toelichting te geven. Dat stelt de raad in staat om meer inzicht en verdieping te krijgen in de achtergronden en overwegingen die ten grondslag liggen aan elk beleidsdocument. Aanvullend op de beleidsdocumenten kan de raad desgewenst nadere onderzoeksvragen uitzetten. Wanneer: april 2023 tot en met vaststelling afvalbeleidsplan Positie participatieladder: beslissend
2.
Inwoners Wat: Specifiek voor hoogbouw- en bovenwoningen willen we bewoners laten inspreken over het voornemen om vormen van collectieve verantwoordelijkheid te introduceren daar waar herbruikbare afvalstromen via collectieve inzamelmiddelen worden ingezameld. Stadsbreed zijn we geïnteresseerd in de meningen en gedachten over het uitgangspunt om “omgekeerd in zamelen” meer service op herbruikbare stoffen en minder service op restafval) in Nijmegen in te voeren en de voorkeuren daarin. Hoe: Door middel van een aantal panels gaan we met bewoners van hoogbouw- en bovenbouwwoningen in gesprek over het voornemen en vormen van collectieve verantwoordelijkheid voor collectieve inzamelsystemen voor herbruikbare stromen. Deze panels hebben een beoogde omvang van 8-10 personen. Wat betreft de vraagstelling rondom “omgekeerd inzamelen” is reeds een digitale stadspanelenquête uitgevoerd. Daarin is een meningspeiling gedaan naar enerzijds de 3 mogelijke scenario’s om het serviceniveau op restafval te verlagen en anderzijds de uitvraag gedaan naar eigen ideeën en voorstellen om het serviceniveau op de herbruikbare stromen te verhogen. De data moeten hiervan nog nader worden uitgewerkt en zullen worden meegenomen in de opbrengstnotitie. Wanneer: april- juni 2023 Positie participatieladder: Inspreken t.a.v.
de vraagstelling over het voornemen en vormen van collectieve verantwoordelijkheid Informerend t.a.v. de vraagstelling over “omgekeerd inzamelen”.
3.
Woningbouwcorporaties (huur) Wat: De vraagstelling qua participatie met woningbouwcorporaties is tweeërlei. Zo zijn we op zoek naar draagvlak voor en medewerking aan de ideeën en uitgangspunten die zijn beschreven in deze startnotitie. In het bijzonder waar het vormen van “collectieve verantwoordelijkheid” betreft, is die medewerking onontbeerlijk om hier uitvoering aan te kunnen geven. Daarnaast zijn we op zoek naar de knelpunten en behoeften bij woningcorporaties over het huishoudelijk afvalbeheer om daarbij in gezamenlijkheid oplossingen voor te vinden binnen de kaders van de startnotitie.
27
Hoe: Middels 1-op-1 gesprekken en aansluitend collectieve gesprekken willen deze participatievragen met de woningbouwcorporaties aan de orde stellen. Met de 1-op-1 gesprekken is reeds een begin gemaakt. Deze gesprekken verlopen positief en constructief en er is een brede bereidheid bij alle partijen om samen op te trekken in de afvalopgaven die er liggen. Wanneer: Deze gesprekken zijn eind 2022 gestart en lopen door tot en met het concept-afvalbeleidsplan. Positie participatieladder: coproduceren 4.
Verenigingen van Eigenaars (hoogbouw en koop) Wat: De vraagstelling richting VvE’s is inhoudelijk identiek aan die van de woningbouwcorporaties. Hoe: Omdat er geen overkoepelende organisatie is die als gesprekspartner voor alle VvE’s in Nijmegen kan spreken, zullen wij een aantal VvE’s uitnodigen om over het nieuwe afvalbeleid en de uitgangspunten daarin in gesprek te gaan. Daarmee kunnen we een beeld krijgen over de gedachten en meningen van VvE’s over bijvoorbeeld collectieve verantwoordelijkheid bij het afvalbeheer. Wanneer: april – juni 2023 Positie participatieladder: inspreken
5.
Basisscholen Wat: Een openstaande maatregel uit het huidige beleidsplan is om in samenwerking met basisscholen inzamelpunten voor textiel en kleine elektrische apparaten te realiseren (i.e. het “scholenpakket”). De scholen zouden voor de ingezamelde kilo’s textiel een vergoeding ontvangen. Hierdoor raken de kinderen betrokken en gemotiveerd om afval te scheiden (educatie), is er een punt waar mensen hun textiel en kleine elektronische apparaten makkelijk kunnen afgeven als zij hun kinderen naar school brengen en kunnen de scholen de opbrengsten van deze stromen gebruiken om iets leuks voor de kinderen terug te doen. Hierdoor wordt er een win-win-win situatie gecreëerd. Naast dit voorstel willen we graag ook van de basisscholen horen waar hun behoefte ligt op het gebied van (huishoudelijk) afval en/of educatie en hoe we ze daar in zouden kunnen ondersteunen. Hoe: De basisscholen in Nijmegen vallen onder een drietal overkoepelende organisaties. Wij gaan het gesprek aan met deze drie organisaties om de mogelijkheden voor samenwerking te verkennen en leerlingen in aanraking te laten komen met het maatschappelijke vraagstuk van (correct) afval scheiden. Wanneer: april – juni 2023 Positie participatieladder: coproduceren / samenwerken
28
6.
Supermarkten Wat: We willen graag hebben over de mogelijkheden om bij de supermarkten inzamelpunten te faciliteren voor kleine elektrische apparaten, textiel en frituurvet (i.e. het supermarktpakket). Ook dit is openstaande maatregel uit het huidige beleidsplan. Bij een aantal supermarkten is dat voor deze of gene afvalstroom al het geval, maar vindt de inzamel plaats buiten Dar om. We willen in gesprek met supermarkten om hier een uniforme inzamelstructuur voor te ontwikkelen die toepasbaar is bij alle supermarkten. Een deel van de opbrengsten voor textiel en frituurvet zijn dan voor de supermarkten zelf. Daarnaast willen we graag het gesprek voeren met de supermarkten over wat ze zelf nog kunnen doen wat betreft afval scheiden / voorkomen en hoe we elkaar kunnen versterken in dit vraagstuk. Hoe: Supermarkten zijn georganiseerd in ketens waarvan de hoofdkantoren niet in Nijmegen liggen. We sonderen in hoeverre deze hoofdkantoren open staan voor een gesprek over kansen en mogelijkheden op het vlak van preventie en circulariteit van (huishoudelijke) afvalstromen. Indien die bereidheid er niet is, zullen wij met een aantal lokale betrokken supermarkten het gesprek aangaan om in een open gesprek te verkennen waar kansen liggen voor samenwerking. Wanneer: april – juni 2023 Positie participatieladder: coproduceren / samenwerken
3.3. Cyclisch werken Het nieuwe afvalbeleidsplan zal een looptijd hebben tot en met 2030. In uiterlijk 2026 zullen wij het beleidsplan herijken. Vanaf het eerste jaar na vaststelling van het beleidsplan zullen we in het kader van cyclisch werken jaarlijks aan de raad rapporteren wat de vorderingen zijn bij de implementatie van het beleid. De ervaring heeft geleerd dat de invoering van maatregelen vaak meer tijd heeft gekost dan op voorhand wordt ingeschat. Door cyclisch te werken willen wij in de nieuwe beleidsperiode hier beter op kunnen gaan sturen.
29
1 .8 9 6
S u b to ta a l
30
395
4 .1 6 6
H
H
6,4 %
6 2 ,1 %
4.7 3 3
7 4 .0 2 5
0,0 % 0,0 %
5,6 %
0,5 %
0,0 % 0,2 %
TO TA A L
H H
17 155
H H
1 8 ,4 %
0,0 % 0,1 %
0,0 %
0,0 % 0,2 % 0,1 %
3,8 % 1,1 % 1,4 % 1,5 % 0,3 % 0,1 % 0,0 % 0,6 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,6 %
2,5 % 5,3 %
2 0 13
7 0 .1 5 7
4.4 9 8
38
3 .8 6 5
453
0 142
1 8 .9 9 6
153
10 87 6
28 173 36
947
612
1 .3 8 1 2 .4 1 9 748 951 1 .0 3 7 200 36
4 .0 8 0 1 .8 9 0 4 .2 0 2
7.9 2 0
163
7 .7 5 7
2.2 3 4
597 96
61
82
1 .2 9 7 101
3 6 .5 0 9
1 9 .0 9 5
2 .1 1 9
1 5 .2 5 1 44
Tonnage
6 2 ,7 %
6,4 %
0,1 % 0,0 %
5,5 %
0,6 %
0,0 % 0,2 %
1 9 ,1 %
0,0 % 0,1 % 0,0 %
0,0 %
0,0 % 0,2 % 0,1 %
3,4 % 1,1 % 1,4 % 1,5 % 0,3 % 0,1 % 0,0 % 0,9 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,3 %
2,7 % 6,0 %
1 1 ,3 %
0,0 % 0,2 %
1 1 ,1 %
1,2 %
0,9 %
0,1 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,1 %
0,0 %
0,0 %
0,1 %
2 4 ,8 %
3,0 %
2 1 ,7 %
% H erg
2 0 14
6 8 .8 5 4
4.3 7 3
3 .6 4 7
612
114
1 6 .7 1 4
130 100
10 84 48
25 86 23
691
128
3 .4 7 0 2 .9 2 5 3 .4 9 9 187 997 1 .8 9 3 628 886 753 108 42
7.8 4 0
59
7 .7 8 1
2.1 9 3
690 120
58
78
1 .1 8 9 59
3 7 .7 3 4
1 8 .8 8 9
2 .5 2 3 9
1 5 .5 8 5 728
Tonnage
6 3 ,1 %
6,4 %
0,0 % 0,0 %
5,3 %
0,9 %
0,0 % 0,2 %
1 7 ,8 %
0,2 % 0,1 %
0,0 % 0,1 % 0,1 %
0,0 %
0,0 % 0,1 % 0,0 %
2,7 % 0,9 % 1,3 % 1,1 % 0,2 % 0,1 % 0,0 % 0,2 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,0 %
4,2 % 5,1 % 0,3 %
1 1 ,4 %
0,0 % 0,1 %
1 1 ,3 %
1,3 %
1,0 %
0,1 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,1 %
0,0 %
0,0 %
0,1 %
2 6 ,3 %
3,7 % 0,0 %
2 2 ,6 %
% H erg
2 0 15
6 5 .9 5 1
4.5 2 8
3 .8 6 5
557
106
1 3 .9 8 0
14 112 314 15 111 78
39 114 22 102 207
666 5
2 .5 1 6 2 .6 0 1 3 .2 5 1 167 632 1 .0 8 0 666 836 241 155 36
8.3 2 6
59
8 .2 6 7
1.9 9 5
581 119
60
77
1 .1 0 3 54
3 7 .1 2 3
3 .3 6 9 0 0 1 5 .4 2 5 1 .9 3 5
1 6 .0 9 2 303
Tonnage
6 6 ,6 %
6,9 %
0,0 % 0,0 %
5,9 %
0,8 %
0,0 % 0,2 %
1 6 ,4 %
0,2 % 0,1 %
0,0 % 0,2 % 0,5 %
0,1 % 0,2 % 0,0 % 0,2 % 0,3 %
1,6 % 1,0 % 1,3 % 0,4 % 0,2 % 0,1 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,0 % 0,0 %
3,9 % 4,9 % 0,3 %
1 2 ,6 %
0,0 % 0,1 %
1 2 ,5 %
1,2 %
0,9 %
0,1 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,1 %
0,0 %
0,0 %
0,1 %
2 9 ,5 %
5,1 % 0,0 %
2 4 ,4 %
% H erg
6 5 .8 9 1
4.5 1 9
3 .8 3 0
556
133
1 4 .8 0 5
103 67
15 121 301
43 115 15 104 226
790 1
2 .8 1 0 2 .7 8 4 3 .5 7 7 170 651 1 .0 3 4 706 752 208 175 40
8.4 0 1
59
8 .3 4 2
2.0 0 2
614 136
61
92
1 .0 5 5 44
3 6 .1 6 5
1 4 .3 7 7 964
4 .3 9 7
1 6 .0 1 8 410
2 0 16
6 9 ,0 %
6,9 %
0,0 % 0,0 %
5,8 %
0,8 %
0,0 % 0,2 %
1 7 ,2 %
0,2 % 0,1 %
0,0 % 0,2 % 0,5 %
0,1 % 0,2 % 0,0 % 0,2 % 0,3 %
1,6 % 1,1 % 1,1 % 0,3 % 0,3 % 0,1 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,2 % 0,0 %
4,2 % 5,4 % 0,3 %
1 2 ,7 %
0,1 %
1 2 ,7 %
1,2 %
0,9 %
0,1 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,1 %
0,0 %
0,0 %
0,1 %
3 1 ,0 %
6,7 % 0,0 %
2 4 ,3 %
% H erg
2 0 17
6 7 .1 7 8
4.4 8 2
3 .7 9 8
549
135
1 6 .1 1 8
103 66
15 143 333
32 124 27 127 229
613 29
3 .0 7 9 3 .3 3 0 3 .9 1 9 212 643 1 .0 8 9 796 787 212 173 36
7.9 9 9
59
7 .9 4 0
2.3 2 4
855 131
62
124
1 .1 0 3 50
3 6 .2 5 4
1 3 .8 3 4 849
4 .9 6 3
1 5 .5 2 3 1 .0 8 5
Tonnage
6 9 ,2 %
6,7 %
0,0 % 0,0 %
5,7 %
0,8 %
0,0 % 0,2 %
1 8 ,5 %
0,2 % 0,1 %
0,0 % 0,2 % 0,5 %
0,0 % 0,2 % 0,0 % 0,2 % 0,3 %
1,6 % 1,2 % 1,2 % 0,3 % 0,3 % 0,1 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,9 % 0,0 %
5,0 % 5,8 % 0,3 %
1 1 ,9 %
0,0 % 0,1 %
1 1 ,8 %
1,6 %
1,3 %
0,1 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,2 %
0,0 %
0,0 %
0,1 %
3 0 ,5 %
7,4 % 0,0 %
2 3 ,1 %
% H erg
2 0 18
6 8 .2 9 8
4.4 6 9
5 0 8 .9 6 7 ,1 5 0 3 5 .1 1 9 3 .7 8 9 .9 8 2
1 3 5 .1 1 5
1 7 .7 2 8
1 1 4 .3 9 8 8 1 .4 6 4
1 5 .4 7 5 1 6 2 .4 9 6 3 8 0 .9 0 4
8 2 0 .2 0 7 1 4 7 .6 4 3 1 2 .9 9 5 7 7 .5 1 4 1 3 4 .3 7 9 2 3 .8 7 6 1 4 1 .0 3 4 2 9 4 .1 5 3
2 .9 8 8 .7 6 3 3 .9 1 2 .6 6 7 4 .2 5 6 .9 7 2 2 6 3 .4 2 0 6 8 8 .6 5 3 1 .1 6 7 .1 3 4 8 6 6 .2 8 9 7 7 1 .6 3 1 1 8 5 .8 0 1 1 7 8 .9 6 6 4 1 .4 4 0
7.5 3 6
5 9 .0 0 0
7 .3 3 1 .0 8 0 1 4 5 .8 9 6
2.3 4 9
7 9 1 .4 7 2 1 9 2 .5 0 0
5 7 .3 9 0
1 5 8 .0 8 0
1 .1 0 2 .1 6 5 4 6 .9 8 8
3 6 .2 1 6
1 3 .3 4 9 .5 9 9 7 9 9 .5 3 9
1 5 .4 3 6 .4 8 6 1 .2 4 9 .9 7 2 7 0 .3 2 0 5 .3 0 9 .6 2 5
Tonnage
7 0 ,1 %
6,5 %
0,0 % 0,0 %
5,5 %
0,7 %
0,0 % 0,2 %
2 0 ,6 %
0,2 % 0,1 %
0,0 % 0,2 % 0,6 %
1,7 % 1,3 % 1,1 % 0,3 % 0,3 % 0,1 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,2 % 0,2 % 0,0 % 0,1 % 0,2 % 0,0 % 0,2 % 0,4 %
5,7 % 6,2 % 0,4 %
1 1 ,0 %
1 0 ,7 % 0,2 % 0,0 % 0,1 %
1,5 %
1,2 %
0,1 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,2 %
0,0 %
0,0 %
0,1 %
3 0 ,5 %
0,1 % 7,8 % 0,0 %
2 2 ,6 %
% H erg
2 0 19
6 9 .0 1 8
4.5 3 1
5 0 1 .1 9 8 1 1 8 .5 4 1 3 .7 9 1 .7 8 2
1 1 9 .7 2 5
1 8 .5 0 9
1 2 7 .3 2 2 7 7 .3 0 2
1 6 .4 9 6 9 7 .7 0 7 3 7 8 .0 1 4
1 0 1 .3 3 8 1 4 2 .7 4 0 2 4 .9 9 7 1 6 2 .0 4 8 3 3 9 .6 3 1
8 1 7 .8 0 2 1 5 8 .7 0 5
3 .2 9 6 .7 9 2 3 .8 9 3 .1 0 3 4 .4 5 4 .5 5 6 2 2 5 .2 3 2 8 1 7 .7 1 3 1 .1 5 6 .2 4 8 8 9 4 .5 1 6 8 6 9 .0 2 2 2 2 6 .4 7 5 1 9 0 .7 9 9 4 0 .8 2 5
7.2 2 3
5 9 .0 0 0
4 .6 8 8 .4 2 0 2 .4 7 5 .6 2 6
2.7 3 1
1 .2 2 9 .7 8 5 1 7 0 .7 2 0
5 5 .6 0 5
1 6 5 .8 3 3
1 .0 6 9 .2 5 4 3 9 .3 6 0
3 6 .0 2 4
2 2 .9 0 2 1 3 .6 3 7 .9 3 4
1 4 .9 0 1 .6 1 5 1 .7 9 3 .2 5 9 8 0 .9 0 0 5 .5 8 7 .5 7 0
Tonnage
6 9 ,7 %
6,4 %
0,0 % 0,0 %
5,5 %
0,7 %
0,0 % 0,2 %
2 0 ,9 %
0,2 % 0,1 %
0,0 % 0,1 % 0,5 %
1,7 % 1,3 % 1,3 % 0,3 % 0,3 % 0,1 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,2 % 0,2 % 0,0 % 0,1 % 0,2 % 0,0 % 0,2 % 0,5 %
5,6 % 6,5 % 0,3 %
1 0 ,5 %
6,8 % 3,6 % 0,0 % 0,1 %
2,2 %
1,8 %
0,1 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,2 %
0,0 %
0,0 %
0,1 %
2 9 ,8 %
0,1 % 8,1 % 0,0 %
2 1 ,6 %
% H erg
In dit overzicht is geen rekening gehouden met de nascheiding van grof huishoudelijk afval (GHA-rest) en bouw- en sloopafval (BSA).
8 -1 1 -2 0 22
152
H H
1 9 .8 3 0
6 76
29 131 39
1 .1 6 1
429
1 .2 9 1 2 .7 9 9 791 1 .0 3 5 1 .1 0 5 218 45
H H H
H H H H H H H H H H H H H H H H H H H H
4 .7 4 7 1 .8 6 9 3 .9 0 7
1 1 ,5 %
8.4 8 2
H H H
0,0 % 0,4 %
267
H H
1 1 ,1 %
8 .2 1 5
H
S u b to ta a l
M e ta le n O u d p a p ie r e n k a rto n A fg e k e u rd o u d p a p ie r e n k a rto n K C A - in z a m e lro n d e d e ta illis te n T e x tie l A fg e k e u rd te x tie l V e rp a k k in g s g la s L u ie rs e n in c o n tin e n tie m a te ria a l D ra n k e n k a rto n s K u n s ts to fv e rp a k k in g
D ec en trale b ren g s y ste m e n
S u b to ta a l
G ro f h u is h o u d e lijk re s ta fv a l G ro f tu in a fv a l H outafval B H outafval C P u in (g e m e n g d B S A ) S c h o o n p uin M e ta le n O u d p a p ie r e n k a rto n S c h o n e g ro n d KCA K C A A sbest M e u b ila ir V lo e rb e d e k k in g K o e l- e n v rie s a p p a ra tu u r IC T a p p a ra tu u r T e le v is ie s O v e rig g ro o t w itg o e d O v e rig w it- e n b ru in g o e d R u b b e r a fv a l E N (2 0 1 7 ) m a tra s s e n R u b b e r a fv a l v a n a f 2 01 8 A u to b a n d e n V la k g la s O ve rig e d e elstrom e n h erbruik b aa r G las T e x tie l L u ie rs e n in c o n tin e n tie m a te ria a l E P S (p ie p s c h u im ) K u n s ts to f H a rd e k u n s ts to f H a rd e k u n s ts to f - a fk e u r G ips O ve rig e d e elstrom e n (d ak b e d ekking )
M ilieu stra at
O u d p a p ie r e n k a rto n v ia v e re n ig in g e n O u d p a p ie r e n k a rto n v ia D a r-p e rs o n e e l S c h ille n T extiel via inz am elv ergu n nin g en
(G e su b sid ieerd e) in zam elin g aan h u is
0,1 %
2,2 %
H
H
H e rb ru ik b a a r a fv a l
In g e z a m e ld d o o r H e t G o e d w in k e lv e rk o o p In g e z a m e ld d o o r H e t G o e d re s ta fv a l
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,1 %
0,0 %
3.1 7 6
96
H H H H
IC T a p p a ra tu u r T e le v is ie s O v e rig g ro o t w itg o e d O v e rig w it- e n b ru in g o e d
S u btotaal g ro fv u ilo p h a a ld ie n s t
106
H
K o e l- e n v rie s a p p a ra tu u r
0,0 %
0,2 %
1,7 %
0
2 3 ,6 %
2,6 %
2 1 ,0 %
% H erg
1 .2 8 9 100
1 .4 3 7 148
H
3 7 .8 0 4
2 0 .3 0 3
1 5 .5 5 5 50
H
H
S u b to ta a l
2 0 12
Tonnage
H
H e rg e b ru ik
G ro f h u is h o u d e lijk re s ta fv a l G ro f tu in a fv a l K la n te n d ie n s t K o e lk a s te n
G ro fvu ilo p h a ald ien st
G F T -a fv a l V erv uild e G F T k e rs tb o m e n /s n o e ia fv a l K u n s ts to fv e rp a k k in g d ra n k k a rto n s a fg e k e u rd k u n s ts to f H u is h o u d e lijk re s ta fv a l H oo g b o uw re s ta fv a l
H u ish o u d elijke afv alsto ffen
A F V A L S T O F F E N O V E R Z IC H T 2 0 20
7 1 .7 6 8
5.1 9 9
1 3 3 .3 7 8 2 .0 3 3 1 1 .5 6 8 5 9 0 .3 9 8 4 3 .3 0 2 4 .4 1 8 .7 6 4
1 8 .0 4 8
1 1 0 .5 9 2 8 2 .9 1 5
8 5 6 .3 0 1 1 9 3 .8 3 9 4 .0 1 9 8 0 .1 7 3 1 5 0 .4 4 7 2 4 .9 4 7 1 3 4 .8 0 8 3 6 5 .4 7 6 0 1 9 .6 1 8 1 0 3 .4 1 7 4 1 5 .4 8 3
3 .3 6 9 .1 1 9 2 .9 0 4 .6 4 0 4 .6 8 0 .7 7 2 2 8 2 .5 0 2 1 .0 2 4 .8 9 1 1 .0 3 7 .1 9 2 9 3 8 .2 8 4 8 0 2 .2 6 6 2 3 9 .1 7 1 1 9 0 .7 7 3 3 6 .8 1 8
7.6 7 7
5 9 .0 0 0
3 .5 5 7 .1 3 0 4 .0 6 0 .8 9 2
2.0 6 6
1 .2 0 9 .1 5 0 1 7 7 .5 4 0
2 6 .9 4 4
1 4 6 .8 2 4
4 7 8 .9 9 6 2 6 .1 0 0
3 8 .7 7 8
8 .6 7 2 1 4 .1 0 2 .7 3 1
1 6 .0 6 1 .0 8 0 1 .9 9 2 .3 0 1 7 4 .8 7 0 6 .5 3 8 .1 8 5
Tonnage
7 0 ,5 %
7,2 %
0,0 % 0,0 %
6,2 %
0,0 % 0,8 %
0,0 % 0,2 %
1 9 ,0 %
0,2 % 0,1 %
0,0 % 0,1 % 0,6 %
1,4 % 1,3 % 1,1 % 0,3 % 0,3 % 0,1 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,2 % 0,3 % 0,0 % 0,1 % 0,2 % 0,0 % 0,2 % 0,5 %
4,0 % 6,5 % 0,4 %
1 0 ,7 %
5,0 % 5,7 % 0,0 % 0,1 %
2,0 %
1,7 %
0,0 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,2 %
0,0 %
0,0 %
0,0 %
3 1 ,6 %
0,1 % 9,1 % 0,0 %
2 2 ,4 %
% H erg
2 0 21
7 1 .6 5 8
5.0 6 4
1 4 7 .7 4 4 588 1 2 .6 4 0 5 9 6 .6 2 8 2 .0 5 7 4 .2 6 5 .6 1 1 3 8 .4 4 2
1 8 .3 8 6
1 1 0 .6 2 3 1 0 5 .1 6 0
8 3 3 .3 1 8 2 5 0 .1 8 5 1 7 .6 6 0 6 3 .6 6 7 1 5 0 .7 2 7 2 4 .5 5 9 1 3 7 .9 8 2 3 2 7 .8 9 4 3 .4 5 7 2 2 .5 8 7 1 1 2 .2 4 3 4 5 0 .9 4 5
3 .3 4 3 .4 8 8 2 .8 9 9 .1 1 0 4 .8 7 9 .2 4 4 2 3 2 .5 2 3 1 .0 3 7 .9 8 9 1 .0 7 7 .7 4 5 9 3 4 .2 8 8 8 5 3 .8 4 7 2 4 1 .3 4 1 2 4 7 .8 8 8 2 7 .2 1 0
7.5 8 9
5 9 .0 0 0
3 .4 5 8 .7 8 2 4 .0 7 0 .8 8 5
1.8 5 4
1 .1 4 5 .3 0 3 1 2 5 .2 8 0
1 6 .5 0 7
1 1 5 .1 7 8
4 3 3 .7 0 8 1 8 .1 7 7
3 8 .7 6 6
3 1 .1 2 8 1 3 .7 2 3 .5 0 7
1 7 .3 1 8 .1 1 7 6 4 1 .2 5 5 8 5 .3 4 0 6 .9 6 6 .6 7 1
Tonnage
7 3 ,0 %
7,1 %
6,0 % 0,1 % 0,0 % 0,0 %
0,0 % 0,8 %
0,0 % 0,2 %
1 9 ,5 %
0,2 % 0,1 %
1,5 % 1,3 % 1,2 % 0,3 % 0,3 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,2 % 0,3 % 0,0 % 0,1 % 0,2 % 0,0 % 0,2 % 0,5 % 0,0 % 0,0 % 0,2 % 0,6 %
4,0 % 6,8 % 0,3 %
1 0 ,6 %
4,8 % 5,7 % 0,0 % 0,1 %
1,8 %
1,6 %
0,0 %
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,2 %
0,0 %
0,0 %
0,0 %
3 4 ,0 %
0,1 % 9,7 % 0%
2 4 ,2 %
% H erg
Bijlage A: Detailoverzicht resultaten gescheiden inzameling huishoudelijk afval 2012-2021
Bijlage B: Overzicht contracten verwerking afvalstromen INZAMELING
Verwerker
Contractpartij
GFT-afval
ARN
MARN
Snoeiafval (kerstbomen)
ARN
nvt
Plastic+
ARN
MARN
Huishoudelijk fijn restafval
ARN
MARN
Technisch niet te verwerken afval
ARN
MARN
Huishoudelijk grof restafval
ARN
MARN
Metalen
HKS
Midwaste
Snoeiafval
Van Iersel
ARN
AEEA (producentenvergoeding)
Road2Work
nvt
Oud papier en karton
Prezero
Midwaste
Asbest
ARN
MARN
Autobanden zonder velg
Granuband
nvt
BSA
Van Happen
nvt
Dakbedekking
Heijting
nvt
EPS (piepschuim)
EPS nederland
nvt
Frituurvet
Afvalstoffendienst den bosch
nvt
Gips
Heijting
nvt
Grond
Grondbank
nvt
Harde kunststof(incl. afkeur) Hout A/B
Kunststof recycling nederland (KRN) Vierhouten
Regie Kunststoffen Nederland (RKN) Midwaste
Hout C
Milieuservice Boxtel/Heijting
Midwaste
KCA - overig/afgewerkte olie
Afvalstoffendienst den bosch
nvt
Luiers- en incontinentie afval
ARN
nvt
Matrassen
Retourmatras
Midwaste
Puin
APN / duravermeer
nvt
Restafval grof
ARN
MARN
Rubberafval
Granuband
nvt
Textiel
Wolkat/Saver
Midwaste
Verpakkingsglas
GRI glasrecycling
Midwaste
Vlak glas
Vlakglas nederland
nvt
Overzicht huishoudelijke afvalstromen per maart 2022
31
Bijlage C: Status maatregelen beleidsplan 2013-2022 1.
Verbeteringen in huidige werkwijze van inzameling
Betreft: Ook binnen het huidige inzamelsysteem zijn verbeteringen mogelijk. Zo kan men denken aan een onderzoek naar het inzamelen van blik of drankenkartons (melk- en sapverpakkingen) bij het plastic in de gratis “plastic Hero zak” voor kunststof verpakkingen. Deze stromen hoeven dan niet langer in de groene zak. Dat is in het voordeel van de burger. Stand van zaken: Deze maatregel is uitgevoerd. Zo is de gescheiden inzameling van plastic verpakkingen verbreed naar drankkartons en blik. Verder is het netwerk van glas- en textielcontainers uitgebreid en beter gespreid over de stad, zodat deze voor meer mensen makkelijker bereikbaar zijn. De glas- en textielcontainers zijn zoveel mogelijk ondergronds gebracht vanuit beeldkwaliteit. 2.
Meer afvalscheiding door inzetten van andere inzamelmiddelen of variëren met vergoedingen
Betreft: We blijven onderzoeken of verbeteringen in afvalscheiding mogelijk zijn door andere inzamelmiddelen in te zetten zoals een oud papier container en door te variëren met de verrekening van de kosten van afval. Stand van zaken: Deze maatregel is uitgevoerd. Zo hebben we bij grondgebonden woningen een container uitgezet als inzamelmiddel voor oud papier en karton. Verder is een pilot schillenboer opgezet. Daarbij wordt GFT bij een tweetal galerijflats wekelijks bij de voordeur van elk appartement opgehaald. De bewoners hebben daartoe een GFT-emmer van 25 liter zodat het gescheiden houden en afgeven van GFT voor de bewoners eenvoudig en laagdrempelig is. Tevens kan zo de kwaliteit van het aangeboden GFT goed worden gecontroleerd. Met SSH& hebben we afspraken gemaakt over een op de doelgroep studenten gerichte wijze van inzamelen. Daarbij zijn ook afspraken gemaakt om het principe van “de vervuiler betaalt” in te richten middels een collectief systeem waarbij de hoeveelheid aangeboden restafval wordt verdisconteerd in de servicekosten. De pilot schillenboer en het collectieve systeem van de vervuiler betaalt bieden kansrijke handvatten voor het nieuwe afvalbeleid. 3.
Invoeren mini afvalzak naast de bestaande
Betreft: het invoeren van de mini restafvalzak (25 liter) - als service, maar ook als extra diftarprikkel. Stand van zaken: Deze maatregel is uitgevoerd. Bewoners kunnen hun restafval aanbieden in een groene restafvalzak van 50 liter of een rode restafvalzak van 25 liter. 4.
Nieuw beleid voor hoogbouw
Betreft: we maken verschil in het inzamelbeleid tussen hoogbouw en laagbouw. Binnen de hoogbouw maken we bovendien nog onderscheid in nieuwe en bestaande hoogbouwcomplexen. Bij nieuwe hoogbouwcomplexen zal de inzameling van de herbruikbare stromen GFT, plastic+ en oud papier inpandig plaatsvinden. Restafval zamelen we in via ondergrondse restafvalcontainers die te openen zijn met de afvalpas. Bij bestaande hoogbouwcomplexen onderzoeken we andere inzamelsystemen. Stand van zaken: Het inpandige inzameling van de herbruikbare stromen GFT, oud papier en plastic+ bij nieuwe hoogbouwcomplexen is staand beleid. Bestaande hoogbouwcomplexen vragen door hun diversiteit om meer maatwerk. Er loopt een succesvolle pilot schillenboer zoals beschreven bij maatregel 2. Andere pilots zijn in ontwikkeling of moeten nog worden opgestart. De uitkomsten van al deze pilots moeten in het nieuwe beleid leiden tot inzetbare instrumenten om de inzameling bij bestaande hoogbouw te verbeteren. 5.
Beleid gericht op (basis-) scholen, supermarkten en doe het zelfwinkels
Betreft: Door het inzamelen van specifieke afvalstromen bij basisscholen, instellingen, supermarkten en doe-hetzelfwinkels verhogen we de service op herbruikbaar afval. Door het delen van de voordelen ‘snijdt het mes van twee kanten’. Basisscholen willen we inzetten als inzamelpunten voor textiel en kleine elektrische apparaten. Supermarkten kunnen in combinatie met deze twee stromen ook frituurvet in gaan zamelen. Doe-het-zelf-winkels
32
komen in beeld voor klein chemisch afval, zoals verfblikken en dergelijke. We willen de voordelen uit de inzameling met deze nieuwe partners delen. Stand van zaken: Deze maatregel is nog niet uitgevoerd en nemen we over in het nieuw te ontwikkelen afvalbeleid. 6.
Het inzetten van nieuwe communicatiemethoden en middelen met aandacht voor afvaleducatie op basisscholen
Betreft: [1] Voor het implementeren van de maatregelen wordt een communicatieplan opgesteld. Dit krijgt het karakter van een actieplan. Dat actieplan laten we jaarlijks terugkomen als onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) van gemeente en Dar. [2] De gebruikelijke, jaarlijkse, afvalkalender van Dar gaan we aanvullen met een “app” zodat de informatie over afval specifiek en actueel toegesneden per adres gegeven kan worden. Met de invoering van een perceelsgebonden informatiesysteem gaat Dar met de tijd mee. [3] Onderzocht wordt of boodschappen meegegeven kunnen worden bij of op de afvalzakken die iedereen koopt. [4] Om de belevingswereld van de burger beter te doorgronden en zo nog gerichter te communiceren, willen we een specialist op het gebied van massacommunicatie en psychologie of een universiteit betrekken bij het ontwijken van nieuwe ideeën op het gebied van communicatie en gedragsbeïnvloeding. [5] We bieden basisscholen ondersteuning bij de educatie rondom het scheiden van afval en bieden de faciliteiten om dat ook mogelijk te maken in de klassen zelf. Stand van zaken: Maatregel [1] wordt grotendeels uitgevoerd. Zo verricht Dar jaarlijks een vast palet aan communicatiemaatregelen rondom de reguliere inzameling en zijn er aanvullend jaarlijkse speerpunten waar extra aandacht aan wordt gegeven in de communicatie.
De vertaling van al deze acties naar een vast omlijnd communicatieplan moet nog zijn beslag krijgen. Met de introductie van de Dar-app is maatregel [2] uitgevoerd. Daarin zijn de inzameldagen en -tijden terug te vinden alsook zijn er specifieke boodschappen mogelijk. Op enig moment heeft dat er ook toe geleid dat de papieren afvalkalender is afgeschaft. Het meegeven van boodschappen op de afvalzakken (maatregel [3]) heroverwegen we als middel van communicatie. De inzet van gedragswetenschappers is bestaande praktijk (maatregel [4]) en vindt vooral plaats om specifieke interventies te kunnen plegen. Maatregel [5] is uitgevoerd. Zo is bij Dar een ‘regionale coördinator educatie’ aangesteld en is basisscholen een aanbod gedaan om mee te liften op de huishoudelijke inzamelstructuur van Dar met GFT, oud papier, plastic+ en restafval waarbij eveneens gratis inzamelbakjes voor elke klas zijn aangereikt om het scheiden van afval daar mogelijk te maken. 7.
Handhavingsprotocollen verbeteren
Betreft: Handhaving is belangrijk voor een succesvol afvalbeleid. De nadruk op de eigen verantwoordelijkheid vraagt om effectieve wegen om burgers expliciet op die eigen verantwoordelijkheid te wijzen, wanneer ze het niet zo nauw nemen met hun afval. Onze handhaving gaat uit van een protocol, waarbij expliciet pas met sancties corrigerend wordt opgetreden nadat ‘afval-overtreders’ met een ‘goed gesprek’ op hun verantwoordelijkheden gewezen zijn. Wanneer dit geen verbetering oplevert en waarschuwingen niets uitrichten wordt uiteindelijk wel gesanctioneerd. Stand van zaken: Deze maatregel is niet uitgevoerd en vergt een heroverweging. In het nieuw te ontwikkelen afvalbeleid onderzoeken we op welke wijze het instrument ‘toezicht en handhaving’ het beste kan bijdragen aan een succesvol afvalbeleid en wat daarvoor nodig is. 8.
Doelgroepenbeleid: studenten
Betreft: Een succesvol afvalbeleid vergt bij een specifieke doelgroep als studenten om een gerichte benadering. Voor studenten die wonen in ‘gangen-complexen’ blijven we in nauw overleg met de SSH& specifiek beleid maken om de kansen op afvalscheiding te verhogen. Daarbij kunnen soms uitzonderingen op het beleid worden gemaakt (bijvoorbeeld: gesubsidieerde afvalzakken, bovengrondse afsluitbare papiercontainers, etc.). Stand van zaken: Deze maatregel is uitgevoerd. Met SSH& zijn afspraken gemaakt om te komen tot meer maatwerk in het aanbieden en inzamelen van de (herbruikbare) afvalstromen en fijn restafval. Zo zijn op nagenoeg alle complexen verzamelcontainers voor de herbruikbare stromen en restafval aanwezig, zodat studenten zich 24/7 hiervan kunnen ontdoen. Deze containers zijn te openen met een sleutel. Het principe van “de 33
vervuiler betaalt” voor het aanbieden van restafval is vertaald naar een collectief systeem waarbij de kosten zijn verdisconteerd in de servicekosten. Ook voor de inname en inzameling van de (herbruikbare) grof afvalstromen van studenten zijn maatwerkafspraken gemaakt met SSH&. Daardoor kunnen studenten het grof afval eenvoudig gescheiden aanbieden met minimale overlast naar de omgeving. 9.
Gezamenlijke afvalinzameling van ondernemers en huishoudens in de binnenstad onderzoeken
Betreft: In goed overleg met ondernemers en bewoners van de binnenstad gaan we samen met Dar onderzoeken of gezamenlijke inzameling van bedrijfs- en huishoudelijk afval een optie is. Zo mogelijk zetten we een pilot op om hier ervaring mee op te doen. Stand van zaken: Deze maatregel is in uitvoering. Met de realisatie van een netwerk van ondergronds restafvalcontainers wordt een collectieve inzameling van huishoudelijk en bedrijfsmatig restafval mogelijk. In 2023 wordt deze maatregel nader uitgewerkt. 10. Versterken van de regionale samenwerking Betreft: We willen Dar graag positioneren als dé regionale regisseur en adviseur voor de uitvoering van ons afvalbeleid, maar ook om de voordelen van schaalvergroting optimaal te benutten. De taken op het gebied van afvalbeleid van GR MARN verschuiven naar Dar. ARN gaan we nog beter benutten als een belangrijke schakel in deze afvalketen. Daarnaast gaan we in samenwerking met de regio inzetten op projecten die de regionale afvalketen kunnen versterken. Stand van zaken: Deze maatregelen zijn uitgevoerd. Zo zijn er vier regionale milieustraten ontwikkeld die voor al onze inwoners open staan. Met de invoering van de afvalpas hebben we de toegankelijkheid en het acceptatiebeleid op deze milieustraten verbeterd.
Verder zijn de capaciteitsproblemen rondom de oud papier inzameling in de regio in gezamenlijke verantwoordelijkheid adequaat aangepakt. Tevens hanteren we eenzelfde inzamelstructuur voor de gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal. De ontwikkeling van een regionaal textielplan moet nog zijn beslag krijgen. In samenwerking met ARN is een vergistingsinstallatie voor GFT ontwikkeld. Daarnaast heeft ARN uit eigen innovatie een verwerkingsinstallatie voor luiers en incontinentiemateriaal ontwikkeld en gerealiseerd. Ook naar de toekomst toe blijven we inzetten op regionale samenwerking daar waar dat ons afvalbeleid ten goede komt. 11. We gaan door met de afvalzak en onderzoeken ontwikkelingen Betreft: We besluiten om in ieder geval nog de komende vijf jaar met afvalzakken door te gaan, om Dar daarmee op verantwoorde wijze te kunnen laten investeren (bijvoorbeeld in meer 2- compartimenten voertuigen). Hierdoor kunnen we kosten van de DVO met Dar laag houden. We volgen de ontwikkelingen in de afvalwereld. Wanneer daar aanleiding voor is gaan we een vergelijkend scenario onderzoek naar andere (diftar-) aanbiedingsvormen uitvoeren, met een doorrekening van alternatieven. Scenario’s die hieruit komen leggen we dan voor aan de Raad voor de keuzes naar de verdere toekomst. Stand van zaken: Deze maatregel is uitgevoerd.
In het nieuw te ontwikkelen afvalbeleid werken we scenario’s uit voor alternatieve wijzen om het fijn restafval in te zamelen. 12. Pilot ondergrondse inzameling en tariefpasje op ondergrondse containers: het gebruik van huidige ondergrondse containers laten betalen met afvalpasje, zodat men daarvoor geen groene zakken meer hoeft te kopen Betreft: We doen een pilot ondergrondse inzameling bij een nieuw hoogbouwcomplex of supermarkt. En daar waar nu al gebruik gemaakt wordt van ondergrondse containers (bijvoorbeeld Grootstal) gaan we het afvalpasje als tariefpasje inzetten voor het doorbelasten van diftar. Dit verhoogt de service omdat men niet langer speciale dure zakken hoeft te kopen en verlaagt de kosten omdat nu zeker niet iedereen die zakken gebruikt en aan het afval meebetaalt. Stand van zaken: Alle bestaande ondergrondse restafvalcontainers zijn op de afvalpas gezet. Voor de hele binnenstad hebben we een netwerk van ondergrondse restafvalcontainers gerealiseerd. Alle huishoudens in de binnenstad dienen daar hun restafval in te deponeren met de afvalpas. De binnenstad dient feitelijk als een 34
pilotgebied. De opgedane ervaringen zullen mede richting geven aan de keuzes in het nieuwe afvalbeleid hoe we het restafval in de rest van de stad naar de toekomst toe willen gaan inzamelen. 13. Participatie maatschappelijke instellingen en kansarme groepen Betreft: [1] We streven naar een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en ‘win-win’ oplossingen, waarbij maatschappelijke organisaties en bedrijven kunnen participeren in ons afvalbeleid. Scholen en maatschappelijke instellingen, kunnen naast supermarkten worden ingezet als schakel bij inzameling. We delen de voordelen van afval met maatschappelijke instellingen; we helpen elkaar zo. [2] Ook stellen we sociale eisen aan het werk in onze afvalbranche, zodat dit werk een rol heeft in het begeleiden van kansarmen naar de arbeidsmarkt. Stand van zaken: De maatregel onder [1] moet nog zijn beslag krijgen (zie ook maatregel 5) en nemen we over in het nieuwe afvalbeleid. De maatregel onder [2] is staand beleid. Het krijgt onder meer vorm in de samenwerking met kringloopwinkel Het Goed. 14. Verantwoorde en transparante verwerking en sluiten van grondstoffenkringloop Betreft: We stellen graag hoge eisen aan de verantwoorde verwerking van ons gescheiden afval. Een zwarte keerzijde van hoge prijzen voor afval, is het risico van export van afvalproblematiek naar ontwikkelingslanden (bijv.
textiel, elektrische apparaten en gevaarlijke stoffen). In arme exportlanden wordt afval vaak onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden verwerkt of alsnog gestort of verbrand met dramatische milieueffecten ter plaatse. We zijn ons bewust van de zwarte keerzijde van de afvalindustrie en we zijn op ons hoede. We willen daarom de hele afvalketen voor alle afvalstromen inzichtelijk hebben en vragen waarborgen voor de verantwoorde verwerking van afval en het sluiten van de grondstoffenkringloop. Stand van zaken: De uitvoering van deze maatregel blijkt lastig. Veel stromen doorlopen meerdere stappen in de verwerkingsketen met veel betrokken partijen en dat vaak in een internationale markt. Naar de toekomst toe zullen we daar meer inzet op moeten plegen en ook de samenwerking met en ondersteuning van de Rijksoverheid moeten opzoeken om meer transparantie in de afvalbeheerketens te verkrijgen.
35
Bijlage D: Samenstelling fijn huishoudelijk restafval in Nijmegen (2021)
36
Bijlage E: Toelichting op de kaders voor een nieuw gemeentelijk afvalbeleid 1.
Wet milieubeheer De Wet milieubeheer regelt twee zaken die voor het gemeentelijk afvalbeleid van belang zijn: • de zorgplicht van gemeenten voor de inzameling en verantwoorde verwerking van huishoudelijk afval en • de afvalhiërarchie. De wet geeft ook kaders mee voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen waar gemeenten bij hun beleid rekening mee dienen te houden. Zo dient er bijvoorbeeld minimaal één plek in de gemeente te zijn waar huishoudelijke afvalstoffen afgegeven kunnen worden.
2.
Besluit Gescheiden Inzameling Huishoudelijk afval (Besluit GIHA) Het Besluit GIHA bepaalt dat: • De gemeente wettelijk verplicht is om de stromen gft (i.e. groente-, fruit- en tuinafval), papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen gaat deze wettelijke verplichting in per 1 januari 2025. • De burgers de plicht hebben deze stromen te scheiden en gescheiden aan te bieden voor inzameling. Het besluit bevat de mogelijkheid om in bepaalde gevallen af te wijken van het gescheiden inzamelen. Voor metaal, kunststof en glas kan bijvoorbeeld van de verplichting worden afgeweken als een andere manier van inzamelen het potentieel voor hergebruik of recycling niet beïnvloedt. Nascheiden van kunststof en metalen uit restafval blijft daarom mogelijk. Als wordt afgeweken van gescheiden inzameling moet dit altijd in de afvalstoffenverordening zijn opgenomen. Ook moet regelmatig worden getoetst of nog steeds aan de afwijkingsgronden wordt voldaan.
3.
Het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP-3) Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) is het beleidskader voor afval in de circulaire economie in Nederland. Alle overheden moeten bij de uitvoering van hun taken op het gebied van afval rekening houden met het LAP. Het belangrijkste onderdeel is de ‘minimumstandaard’, die aangeeft hoe de verschillende afvalstromen verwerkt moeten worden. Dit zorgt ervoor dat afval niet laagwaardiger wordt verwerkt dan gewenst is.
4.
Beleid Rijksoverheid t.a.v. een circulaire economie - Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) Het beleid van de Rijksoverheid en het programma VANG worden nader toegelicht in paragraaf 2.5.
5.
Rekenkameronderzoek “Afval of grondstof?” De Rekenkamer heeft op 12 oktober 2021 haar eindrapport over het onderzoek ‘Afval of grondstof?’ openbaar gemaakt. Centrale vraag in het onderzoek was: Wat is de kwaliteit van het ingezamelde huishoudelijk afval in de gemeente Nijmegen, over welke informatie beschikt de gemeente Nijmegen daarbij, hoe stuurt de gemeente Nijmegen daarin en in welke context speelt het kwaliteitsvraagstuk. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een set van aanbevelingen om naar de toekomst toe meer huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen en te komen tot een betere kwaliteit. Dit met als uiteindelijk doel om meer hergebruik (recycling) te realiseren. De raad heeft deze aanbevelingen op 22 december 2021 overgenomen. De aanbevelingen vormen daarmee een belangrijk kader voor het nieuwe beleidsplan.
6.
Gemeentelijke duurzaamheidsbeleid - Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie heeft de gemeente Nijmegen haar visie op duurzaamheid vastgelegd. Hierin komen diverse aspecten op het gebied van milieubeheer samen. Voor het nieuwe afvalbeleidsplan zijn de doelstellingen met het realiseren van een circulaire economie relevant. De focus voor het nieuwe afvalbeleid ligt dan ook primair op het herwinnen van secundaire grondstoffen uit het huishoudelijk afval en secundair op het bijdragen aan het realiseren van klimaatdoelstellingen.
7.
De Europese Kaderrichtlijn Afval De Kaderrichtlijn Afvalstoffen is van invloed op het nationale en lokale afvalbeleid. De aanpassing van de richtlijn in 2018 hebben een behoorlijke impact hebben op de gemeentelijke afvalbeheerpraktijk. Een belangrijk aspect van de richtlijn zijn de recycledoelstellingen die worden gesteld voor lidstaten. Hoewel er wel algemene recycledoelstellingen voor 2020 waren, zijn er in 2018 doelstellingen geformuleerd specifiek
37
voor stedelijke afval24. Deze doelstellingen zijn in drie tijdsvakken verdeeld. In 2025 moet de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd zijn tot minimaal 55 gewichtsprocent, in 2030 tot 60 gewichtsprocent en in 2035 tot 65 gewichtsprocent. De Kaderrichtlijn Afval ziet ook toe op strenge regels voor bioafval. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat bioafval gescheiden wordt van ander afval en gerecycled wordt voor 1 januari 2024. Dat betekent dat er niet alleen een verplichting is voor het gescheiden houden en inzamelen van GFT (na)bij elk huishouden, maar ook de horeca en aanverwante bedrijven gehouden zijn om hun bioafval te scheiden en apart af te laten voeren ter verwerking. Dit geeft het scheiden van bedrijfsafval een impuls. Tegelijkertijd zal dit consequenties hebben voor de inzamelstructuur van deze bedrijfsafvalstroom in de binnenstad. Dat biedt een aanknopingspunt om de inzamelstructuur in de binnenstad te verbeteren. Verder worden er in de richtlijn meer eisen gesteld aan de uitgebreide producentenaansprakelijkheid. Dit betekent dat producenten gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor het uiteindelijke afval dat hun producten oplevert. 8.
Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid – UPV In Nederland zijn er momenteel voor verschillende productgroepen regels opgenomen met betrekking tot producentenverantwoordelijkheid. Deze zijn vastgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Producenten zijn daardoor verantwoordelijk voor de door of namens hen op de markt gebrachte producten als deze in het afvalstadium zijn beland. Zo dient er een landelijk passend innamesysteem te zijn waar men zich kosteloos van die producten kan ontdoen. De producenten dragen ook de financiële lasten van dit innamesysteem en de verwerking van de ingenomen producten. Aan de producentenverantwoordelijkheid zijn bindende doelstellingen verbonden ten aanzien van het hergebruik van de producten. Voor het afvalbeleidsplan zijn de UPV-ontwikkelingen rondom een tweetal stromen actueel: a. UPV Verpakkingen: De producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen beperkt zich vooralsnog tot de verpakkingen die vrijkomen bij huishoudens. Gemeenten zamelen deze verpakkingen in in opdracht van de verpakkingsindustrie. Per 1 januari 2023 is de producentenverantwoordelijkheid uitgebreid naar de verpakkingsstromen die vrijkomen bij bedrijven. Gelijk de verplichte gescheiden inzameling van bioafval zal ook dit een impuls geven aan het scheiden en hergebruiken van afvalstromen uit bedrijven.
Tegelijkertijd zal dit consequenties hebben voor de inzamelstructuur van deze bedrijfsafvalstroom in de binnenstad. Dat biedt een aanknopingspunt om de inzamelstructuur in de binnenstad te verbeteren. b. UPV textiel: Voor textiel wordt momenteel een UPV voorbereid. Naar verwachting zal deze dit jaar nog gepubliceerd worden. Het perspectief hiervan is dat de inzameling en het hergebruik van textiel op een hoger plan getild kan gaan worden. De exacte uitwerking van de UPV en implicaties hiervan zijn nog niet inzichtelijk maar nemen we mee in het afvalbeleidsplan.
9.
Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 / Integraal Circulaire Economie Rapportage (2023) In het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’ uit 2016 schetst het kabinet hoe we onze economie kunnen ombuigen naar een duurzaam gedreven. De ambitie is om in 20250 volledig circulair te zijn en in 2030 50% minder verbruik te hebben van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 geeft hier verder uitvoering aan waarbij over de voortgang tweejaarlijks wordt gerapporteerd.