CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Stads- en Wijkmonitor 2021, samenvatting en hoofdopgaven

Besluitronde (raadsvergadering) 9 juni 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D18 d.d. 20 april 2021 inzake Stads- en Wijkmonitor 202119.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stads- en Wijkmonitor 2021 Samenvatting en informatie over de hoofdopgaven

12 april 2021 Opgesteld door: Ad Manders /bureau Onderzoek en Statistiek, gemeente Nijmegen

1

Voorwoord Met de jaarlijkse Stads- en Wijkmonitor geeft het gemeentelijke bureau Onderzoek en Statistiek (O&S) een beeld van de staat van de stad en deelgebieden daarbinnen. De monitor bestaat uit drie onderdelen: 1. Hoofdopgaven: informatie over de hoofdopgaven in de bestuursperiode 20182022. Bij de hoofdopgaven is ook een samenvatting van de Stads- en Wijkmonitor opgenomen. 2. Programma’s: informatie over de onderwerpen binnen de gemeentelijke programma’s, bijvoorbeeld economie en toerisme, werk en inkomen, bereikbaarheid, openbare ruimte en veiligheid. Hier vindt u verdiepende informatie over alle deelonderwerpen die bij de hoofdopgaven aan bod komen. 3. Wijken: informatie over de ontwikkelingen en stand van zaken in 36 Nijmeegse woonwijken. De volledige Stads- en Wijkmonitor is te vinden op de website https://www.nijmegen.nl/swm2021 (vanaf dinsdag 20 april 2021, 17.00 uur). Hieronder vindt u onderdeel 1: de samenvatting plus de informatie over de hoofdopgaven. In de tekst gaat het regelmatig over Nijmegen versus de benchmarksteden. Het gaat om de vaste set van steden, die bureau Onderzoek en Statistiek sinds 2013 bij stedenvergelijking hanteert. Bij de keuze voor die set is gekeken naar drie criteria: wel of geen kennisstad, bevolkingsomvang en nabijheid.

De set ziet er als volgt uit: zeven kennissteden (studentensteden) met tussen de 120.000 en 235.000 inwoners (Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg) en Arnhem (stad van vergelijkbare omvang nabij Nijmegen).

2

Inhoudsopgave Voorwoord Inhoudsopgave 1. Samenvatting 1.1. Aantrekkelijke stad 1.2. Economisch veerkrachtige stad 1.3. Sociale stad 1.4. Duurzame stad 2. Aantrekkelijke stad 2.1. Waardering bewoners voor stad en buurt 2.2. Belangstelling studenten voor Nijmegen 2.3. Belangstelling voor wonen in Nijmegen 2.4. Waardering ondernemers voor stad 2.5. Waardering bezoekers voor binnenstad 2.6. Waardering voor evenementen 2.7. Aantrekkingskracht op regio 2.8. Beeld van Nijmegen bij Nederlanders 2.9. Ranglijsten grote steden 3. Economische veerkracht 3.1. Banen 3.2. Ondernemersklimaat 4. Sociale stad 4.1. Inleiding 4.2. Gezondheid en welzijn 4.3. Zorg en ondersteuning 4.4. Inzet voor anderen 4.5. Inkomenssituatie 5. Duurzame stad 5.1. Energieverbruik en duurzame energie 5.2. Omgaan met grondstoffen 5.3. Duurzame mobiliteit 5.4. Leefmilieu

2 3 4 4 5 6 7 9 9 13 15 17 18 20 21 22 23 24 24 26 29 29 29 33 37 39 41 41 42 43 44

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

3

1. Samenvatting In de Stads- en Wijkmonitor schetsen we een beeld van Nijmegen op basis van statistieken en onderzoeken. In grote lijnen is dit het beeld van Nijmegen in relatie tot de hoofdopgaven van de huidige bestuursperiode: het werken aan een aantrekkelijke, economisch veerkrachtige, sociale en duurzame stad.

1.1. 

Aantrekkelijke stad

Bij het laatste bewonersonderzoek in 2019 gaven de Nijmegenaren hoge rapportcijfers voor de stad (7,8) en de woonbuurt (7,6). De cijfers waren iets hoger dan bij eerdere metingen. Geen enkele woonwijk scoorde onvoldoende; de rapportcijfers voor de afzonderlijke wijken lagen tussen de 6,6 en de 8,3. Wel zijn er binnen de wijken diverse buurten en kleinere gebieden die om extra aandacht vragen. Ook de binnenstad wordt hoog gewaardeerd. Het rapportcijfer van bezoekers steeg in 2018 naar een recordhoogte (7,7) en daalde licht in coronajaar 2020 (7,6). De coronacrisis heeft een forse impact op de binnenstad, onder meer: veel minder bezoekers (naar schatting 40% minder dan in 2018), veel minder bezoeken aan podiumvoorstellingen (-72% t.o.v. 2019), een halvering van het aantal museumbezoeken en filmbezoeken bij LUX en een flinke afname van het aantal banen in de horeca. Het beeld van bezoekers over de vooruitgang van de binnenstad - in de afgelopen tijd en in de komende periode jaren - is in 2020 duidelijk minder positief dan in 2018. Veel Nijmegenaren werken buiten de stad (46.000, 53% van de Nijmeegse werknemers). De uitgaande pendel is in vijf jaar tijd met 30% toegenomen. Nijmegen is een hooggewaardeerde woonstad die als uitvalsbasis naar werk elders in Nederland dient.

Als belangrijk knelpunt kwam bij het laatste bewonersonderzoek in 2019 opnieuw de verkeersdrukte in en om de stad naar voren. Diverse onderzoeken laten zien dat het oordeel over de bereikbaarheid met de fiets positiever is dan over de bereikbaarheid met de auto en het openbaar vervoer. In de afgelopen jaren nam het inwonertal snel toe (+11.300 in de periode begin 2013 tot begin 2020). Echter in 2020 zien we een lichte daling (- circa 300), die te maken heeft met een lagere vestiging van buitenlandse studenten, oversterfte door de coronapandemie en een laag woningbouwcijfer. In 2020 werden minder nieuwbouwwoningen opgeleverd dan in de jaren daarvoor (460 tegenover gemiddeld 1.000 in de acht jaar daarvoor). In 2020 vertrekt per saldo een groot aantal Nijmegenaren naar de regio. Aan verhuizingen binnen de regio liggen vaak woningredenen ten grondslag. De trendbreuk in 2020, minder of zelfs geen toename van het aantal inwoners, is in alle grotere Nederlandse steden te zien. De laatste jaren is het aantal studenten dat in Nijmegen op kamers woont afgenomen, maar tegelijk nam aantal studenten aan de Radboud Universiteit en HAN verder toe tot 44.000 in 2019/2020 (exclusief deeltijdstudenten). Een raming van de studentenaantallen binnen het hoger onderwijs in 2027/2028 laat voor Nijmegen een daling met 4% zien. De krapte op de woningmarkt houdt aan.

De coronacrisis heeft niet geleid tot een afkoeling van de koopmarkt; het koopwoningenaanbod is nog steeds laag en de woningprijzen zijn verder gestegen. We begint de gemiddelde woningprijs in 2020 wat

4

te schommelen. Ook blijft het moeilijk om een huurwoning te vinden. Dat geldt nog sterker voor starters dan voor doorstromers. De kans op succes wanneer men reageert op een huurwoning van een woningcorporatie is in 2020 verder gedaald naar 5%. Als we naar de bevolkingsprognoses kijken, neemt het aantal huishoudens in Nijmegen de komende 15 jaar tussen de 10.000 en 15.000 toe. Dat vraagt om veel nieuwbouw in Nijmegen-Noord en de rest van de stad, waarvoor ook al veel plannen bestaan. Het aandeel eenpersoonshuishoudens, dat al hoog is (54%), zal naar verwachting het sterkst groeien, naar meer dan 60% in 2040. ABF verwacht dat de woningmarktregio Nijmegen nog vele jaren tot de gebieden met naar verhouding het grootste woningtekort van Nederland zal behoren (in 2019 stond de regio op de derde plaats, na Amsterdam en Utrecht). Mede door corona is het aantal geregistreerde inbraken en diefstallen in 2020 verder afgenomen (-16% t.o.v. 2019); het aantal geregistreerde gevallen van overlast daarentegen nam met 38% toe.

1.2. 

 

Economisch veerkrachtige stad

Na 2017 trekt de banengroei over een breed front flink aan. Met een plus van circa 7.500 banen komt het aantal banen in de stad najaar 2020 op 105.500. De eerste cijfers over het verloop in coronajaar 2020 (cijfers tot najaar 2020) laten een groei van het totaalaantal banen in 2020 zien en een afname van het aantal banen in de horeca (850). Ongewis is hoe de coronatijd in de komende periode van invloed zal zijn op de werkgelegenheid. De werkloosheid daalde naar 4% in 2019. Dat was lager dan de 4,7% voorafgaand aan de economische crisis, die in 2008 begon. In 2020 zien we een toename naar 4,6%. Opvallend is dat het aantal startende bedrijven in heel 2020 nog wel iets is toegenomen, maar duidelijk minder dan voorheen. Het aantal stoppers nam wel duidelijk toe in 2020 (+19%), overigens zonder een stijging van het aantal faillietverklaringen. Daarmee is de sterke groei in de afgelopen jaren van het aantal inschrijvingen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel afgevlakt. Op de bedrijfsruimtemarkt is er sprake van krapte en het direct uitgeefbaar aanbod op de bedrijventerreinen is de laatste jaren geleidelijk afgenomen. De kantorenmarkt daarentegen werd in 2020 minder krap en de markt voor winkelruimte blijft onverminderd ruim.

Het ondernemersvertrouwen in de regio daalde na de start van de coronacrisis tot naar een historisch dieptepunt, maar nam vervolgens ook weer fors toe. Het laatste kwartaal van 2020 was er weer een terugval. De laatste meting voor de Monitor Vestigingsklimaat in 2018 liet zien dat de waardering van ondernemers voor het ondernemersklimaat in Nijmegen stabiel en hoger dan in andere steden was. In 2021 voeren we een nieuwe meting uit. Het aantal WW-uitkeringen was eind 2020 350 hoger dan tijdens de start van de coronacrisis. Die groei heeft vooral te maken met de toename van het aantal jongeren tot 27 jaar met zo’n uitkering. Ruim zes op de tien banen van werknemers in Nijmegen wordt vervuld door mensen die niet in Nijmegen wonen (circa 60.500 personen). Onder hen vooral veel mensen die in de gemeenten direct rond Nijmegen wonen (een derde van de inkomende pendel), maar ook veel die in de rest van Gelderland of Noord-Brabant wonen. De inkomende

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

5

pendel is in vijf jaar tijd met 23% gegroeid. Nijmegen is een belangrijke werkstad binnen de regio.

1.3. 

Sociale stad

De gemeente biedt bewoners met ondersteuningsvragen en problemen op allerlei manieren hulp, onder meer via: o Stips voor Nijmegenaren met informatie- en adviesvragen (23.000 bezoeken in 2019); o sociale wijkteams, die als toegangspoort voor de Wmo en jeugdzorg dienen (in 2020 10.000 aanmeldingen door 7.700 verschillende personen; in de loop van 2021 komen in de plaats van de sociale wijkteams brede basisteams jeugd en gezin en brede basisteams volwassenen); o algemene voorzieningen en preventieve hulpverlening; o allerlei maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo en jeugdhulp (afgestemd op de persoonlijke situatie); o Regieteams voor de aanpak van huishoudens met meervoudige problemen, die deels overlast veroorzaken (in 2020 waren er 401 casussen in behandeling); o het Veiligheidshuis voor hulpverlening op basis van een combinatie van zorg en strafrecht (dwang) in gevallen van complexe problematiek (in 2019 waren er 284 Nijmeegse casussen in behandeling); o diverse regelingen voor inkomensondersteuning. Het aantal cliënten voor maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo (hulpmiddelen, huishoudelijke hulp, ambulante begeleiding, dagbesteding, 24uursopvang, crisisopvang) nam toe van 11.170 over heel 2017 naar 12.640 over heel 2020 (+13%). Het gemiddelde rapportcijfer van cliënten voor de kwaliteit van de Wmovoorzieningen ligt op 7,5.

Bij de groei van het aantal Wmo-cliënten zijn de vergrijzing en het beleid gericht op zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen belangrijke factoren. Ongeveer de helft van de Wmo-voorzieningen wordt afgenomen door 65plussers en de afgelopen jaren nam het aantal ouderen in Nijmegen relatief sterk toe. Die sterke groei zal doorzetten - het aantal 70-plussers zal volgens de gemeentelijke prognose toenemen van 19.500 in 2020 naar 28.500 in 2035 - en zal leiden tot een grotere zorgvraag en ook tot een grotere behoefte aan woonruimte geschikt voor ouderen. Na enkele jaren van stijging is het aantal cliënten jeugdhulp is in 2020 licht gedaald naar circa 4.500. Het gaat om ruim 15% van alle Nijmegenaren onder de 18 jaar en circa 150 18-22-jarigen die verlengde jeugdhulp ontvangen. In een deel van de gevallen is verblijf buiten het eigen gezin noodzakelijk voor de behandeling of voor het veilig opgroeien van kinderen (plaatsing in een pleeggezin of gezinshuis). Het aantal cliënten jeugdhulp met verblijf is ongeveer gelijk gebleven (circa 500). Het gemiddelde rapportcijfer van cliënten voor de kwaliteit van de jeugdhulp ligt ruim boven de 7. Bij hulp en ondersteuning bieden aan personen en organisaties spelen bewoners een belangrijke rol. In 2019 gaf 14% van de Nijmegenaren mantelzorg en bood 19% hulp aan personen buiten het eigen huishouden.

Verder zette 26% zich in als vrijwilliger voor een organisatie en 23% voor de woonbuurt. Ruim de helft van de Nijmegenaren zette zich op minstens 1 van deze manieren in. Dit aandeel is sinds 2013 weinig veranderd. Al enige jaren zien we dat circa 12% van de huishoudens een inkomen heeft dat volgens het CBS risico op armoede geeft; 6% heeft dat al minstens 4 opeenvolgende

6

 

jaar. Kijken we naar een wat hogere inkomensgrens, dan zien we dat 22% van de huishoudens een inkomen tot 130% van het sociaal minimum heeft. Circa 15% van de huishoudens maakt gebruik van 1 of meer gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning. Onderzoek uitgevoerd door het Nibud laat zien dat wanneer minimahuishoudens gebruikmaken van bestaande inkomensregelingen, ze in hun basisbehoeften kunnen voorzien. Na enkele jaren van daling, nam het aantal bijstandsuitkeringen vanaf maart 2020 tot begin 2021 met 280 toe tot 7.400. Opvallend is dat het aantal aanmeldingen bij Bureau Schuldhulpverlening in 2020 (280) flink lager ligt dan in 2019 (376). Mogelijk gaan we pas later sterkere effecten van de coronacrisis op de inkomenssituatie van huishoudens zien. Er is veel gebruikgemaakt van steunmaatregelen van de overheid. Zo heeft circa 40% van de 8.400 zzp-ers gebruikgemaakt heeft van de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO). Een deel van de huishoudens heeft veel hulp en ondersteuning nodig. Als we kijken naar alle regelingen op het vlak van zorg, jeugd, inkomen en werk, blijkt dat 3.500 huishoudens gebruikmaken van minstens vijf regelingen. We hebben nog geen goed zicht of de effecten van de coronacrisis op het welzijn van de Nijmegenaren.

Wel komen uit peilingen van de GGD en het RIVM, die vanaf voorjaar 2020 zijn verricht, de volgende beelden naar voren: 15% van de Nijmegenaren is psychisch minder goed gezond (2% ernstig ongezond), circa 60% is eenzaam (46% enigszins en 13% ernstig) en veel inwoners sporten minder dan voor de coronacrisis (een kleinere groep is meer gaan sporten).

1.4. 

Duurzame stad

Een toenemend aantal Nijmegenaren geeft aan zich er van bewust te zijn hoeveel stroom en gas er in zijn of haar huishouden maandelijks wordt verbruikt (in 2021 66% van de Stadspanelleden, versus 50% in 2017). Het gemiddelde elektriciteitsverbruik per woning is al jaren aan het dalen (beperkte daling in 2019). En dat geldt ook voor het gemiddeld gasverbruik. Het aandeel van de woningen met een energielabel met minimaal energielabel B is gestegen van 20% in 2013 naar 39% in 2019. Het aantal woningen aangesloten op stadsverwarming steeg van 2.700 in 2011 naar ruim 6.200 in 2019. Tegelijk met de daling van het gemiddelde stroom- en gasverbruik van huishoudens, is het aantal huishoudens in de stad toegenomen, wat de daling van het totale energieverbruik van huishoudens drukt. Bij de zakelijke verbruikers is het totale stroom- en gasverbruik veel sterker afgenomen, vooral door sloop, sluiting en productiewijzingen. De helft van gebouwen met een energielabel, die geen woonbestemming hebben, heeft minimaal energielabel B. Het totale energieverbruik in Nijmegen is in de periode 2008-2019 met 18,4% gedaald. De meeste Nijmegenaren (negen van de tien stadspanelleden) vinden de toepassing van duurzame energie belangrijk. Het aantal woningen met een zonnestroominstallatie is gestegen van ruim 400 in 2011 naar richting de 9.700 in 2019 (12% van de woningen).

Ook het aantal bedrijven met een zonnestroominstallatie is fors gestegen, van 131 in 2015 naar 438 in 2019. Naast de zonnestroom, zijn de vier windturbines langs de A15 goed voor 10 megawatt. Vier van de tien Nijmegenaren (Stadspanelleden) is in principe voorstander van plaatsing van windmolens binnen onze gemeente. Over het algemeen heeft men liever

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

7

dat windmolens buiten de directe woonomgeving worden geplaatst, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen of aan de rand van de stad. Het percentage hernieuwbare energie - ook wel duurzame of groene energie genoemd - is in Nijmegen toegenomen van circa 2% in 2016 naar 3,5% in 2018. Een actueler cijfer is nog niet beschikbaar. Nijmegen blijft opvallend presteren als het gaat om afvalscheiding. Het hergebruikpercentage voor huishoudelijk afval ligt op 72%. Dat is hoger dan in andere steden. Het hergebruikpercentage is na een langere periode van daling de laatste jaren niet verder gedaald. Een deel van de Nijmegenaren (Stadspanelleden) denkt het huishoudelijk afval beter te kunnen scheiden dan men nu doet: 20% beter en 26% iets beter. Nijmeegse particuliere tuinen zijn vergeleken met andere steden in grote mate verhard. In 2018 bedroeg het oppervlak steen gemiddeld genomen 67% van de totale tuin, tegenover 54% gemiddeld voor de benchmarksteden. Betegelde tuinen worden in verband gebracht met toename van zomerse hitte in de stad, wateroverlast en verslechtering van overlevingsmogelijkheden voor kleine dieren.

8

2. Aantrekkelijke stad 2.1.

Waardering bewoners voor stad en buurt

Rapportcijfer voor stad licht gestegen Nijmegenaren waarderen de stad als woon- en leefgemeente in 2019 gemiddeld met een 7,8. Dat is iets hoger dan in 2015 (7,6) en 2017 (7,7). Een ruime meerderheid vindt Nijmegen een mooie stad (89%) en is gehecht aan de stad (87%), ruim twee derde vindt de Nijmeegse binnenstad aantrekkelijk (68%) en driekwart is trots op de stad. Een derde van de Nijmegenaren geeft in 2019 aan dat Nijmegen in het voorgaande jaar vooruit is gegaan, 13% ziet achteruitgang. Het meest genoemd bij vooruitgang is de aanpak van de Waalkade, gevolgd door verbeteringen aan fietspaden, meer levendigheid/evenementen/culturele activiteiten, meer groen, nieuwbouw en verbetering van het winkel- en/of horeca-aanbod. De meest genoemde zaken bij achteruitgang zijn winkelleegstand, een verslechterde bereikbaarheid/verkeersdoorstroming (o.a. files), een toename van de verkeersdrukte en een afname van de veiligheid. Slechte verkeersdoorstroming en verkeersdrukte staan bovenaan in ranglijst stadsproblemen Aan de Nijmegenaren is in 2019 weer gevraagd wat de belangrijkste problemen in de stad zijn, waaraan de gemeente wat zou moeten doen. Na de opening van de Oversteek in 2013 daalde de slechte verkeerdoorstroming in de ranglijst van belangrijkste stadsproblemen in 2015 naar de vierde plaats. In 2019 staat dit knelpunt weer bovenaan (door 10% genoemd).

Hierbij aansluitend is het rapportcijfer van bewoners voor de bereikbaarheid van de stad met de auto gedaald van 6,9 in 2017 naar 6,5 in 2019 (was 5,9 in 2011). Daarbij moet bedacht worden dat in 2019 de renovatie van de Waalburg begon, waardoor er maar 1 rijstrook de stad in beschikbaar was en ook maar 1 rijstrook de stad uit. Voor de opening van de Oversteek werd de slechte verkeerdoorstroming door 16% als een van de belangrijkste stadsproblemen genoemd en lag het rapportcijfer van bewoners voor de bereikbaarheid van de stad met de auto op 5,9. De sterkste stijger op de ranglijst van belangrijkste stadsproblemen volgens bewoners is ‘slechte kansen voor starters op de woningmarkt’. En ook ’te hoge huizenprijzen’ behoort tot de stijgers. De grootste dalers (uit de top tien gevallen) zijn: ‘betaald parkeren te duur’, ‘te weinig banen’ en ‘aanpak voor Waalkade nodig’.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

9

slechte bereikbaarheid, trage verkeersdoorstroming, files

4%

verkeersdrukte

8% 8%

5%

rommel, zwerfvuil

4% 4%

criminaliteit

5% 5%

drugsoverlast

5% 4%

2%

te weinig groen

2%

slechte kansen starters op woningmarkt

1% 1%

10%

6%

6%

6%

2019

4% 3%

2017 2015

4%

4% 4% 4%

beperkt winkel-/voorzieningenaanbod

3% 2% 2%

te hoge huizenprijzen zwervers, dronken mensen

2% 2% 0%

3%

2%

4%

6%

8%

10%

12%

Figuur 1: Meest genoemde aan te pakken stadsproblemen volgens bewoners. Bron: Burgerpeiling, O&S.

Afname inbraak en diefstal en toename overlast en cyber-/gedigitaliseerde criminaliteit Het percentage Nijmegenaren, dat zich in de buurt vaak of soms onveilig voelt, is in de periode 2011-2019 geleidelijk gedaald van 19% naar 15%. Twee procent gaf in 2019 aan zich ‘vaak’ onveilig te voelen en 13% ‘soms’. Het rapportcijfer, dat bewoners in 2019 voor de veiligheid in de buurt gaven, was gelijk aan het gemiddelde voor de benchmarksteden (7,2). Het oordeel van burgers over het functioneren van de gemeente en de politie voor wat betreft de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid was in 2019 in Nijmegen positiever dan in de benchmarksteden. In 2021 vinden nieuwe metingen van de veiligheidsbeleving plaats. Sinds de start van de coronacrisis zien we sterke veranderingen in de aantallen geregistreerde misdrijven en incidenten:  Na een sterke daling van het aantal geregistreerde gevallen van inbraak en diefstal in de periode 2013 -2018, was er in 2019 sprake van een lichte toename. In 2020 is zien we weer een forse verdere daling (-16% ten opzichte van 2019). In de periode 2013-2019 zagen we in het algemeen een daling van het aantal geregistreerde geweldsdelicten.  In 2020 nam het aantal geregistreerde gevallen van bedreigingen, zedenmisdrijven en wapenbezit toe en nam het aantal geregistreerde gevallen van mishandelingen, straatroven, woningovervallen en huiselijk geweld af.

In totaal was in 2020 sprake van een lichte afname van het aantal geregistreerde geweldsdelicten (-3%).  Sinds de start van de coronacrisis is het aantal geregistreerde gevallen voor vijf soorten overlast flink gestegen: jeugdoverlast, geluidshinder, burengerucht, overlast van zwervers en overlast door verwarde personen. In totaal lag het aantal geregistreerde gevallen van overlast in 2020 38% hoger dan in 2019. Voor twee soorten overlast zien we dat de stijgende trend van de afgelopen jaren in 2020 is doorgezet: overlast van zwervers en drugs- en drankoverlast.

10

Politiegegevens duiden verder op een forse toename van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit in 2020 (naar schatting met 45% toegenomen ten opzichte van 2019).

Rapportcijfer voor buurt licht gestegen Nijmegenaren waarderen hun woonbuurt als plek om te wonen en leven in 2019 gemiddeld met een 7,6. Dat is iets hoger dan in 2015 (7,4) en 2017 (7,5). De score voor de sociale kwaliteit (verbondenheid van bewoners met buurt en buurtgenoten) is gelijk gebleven. Ook op de volgende punten is er weinig veranderd:  ruim twee derde van de bewoners is gehecht aan de buurt;  ruim driekwart voelt zich medeverantwoordelijk voor de buurt;  circa dertig procent zet zich in de vrije tijd in voor de buurt;  ruim zeventig procent vindt de buurt schoon;  ruim tachtig procent vindt dat er weinig vernield wordt in de buurt;  85% voelt zich in de buurt zelden of nooit onveilig;  ruim twee derde is tevreden over de groenvoorzieningen in de buurt;  twee derde is tevreden over het aanbod voor sporten en bewegen in de buurt;  19% heeft de indruk dat parkeeroverlast in de buurt vaak voorkomt;  16% ervaart in de buurt vaak geluidsoverlast. In vergelijking met 2017 hebben in 2019 minder Nijmegenaren de indruk dat jongerenoverlast vaak in de buurt voorkomt (10%) en hebben meer Nijmegenaren de indruk dat drugsoverlast (9%) en overlast van hard rijdend verkeer (33%) vaak voorkomen.

In 2019 is de groep die vindt dat de buurt in het voorgaande jaar vooruit is gegaan wat kleiner (15% versus 17% in 2017) dan de groep die achteruitgang ziet (20% versus 17% in 2017). Er worden allerlei redenen voor de vooruitgang genoemd, zonder duidelijke uitschieters. De meeste genoemde redenen zijn:  de groenvoorzieningen (meer groen, beter onderhoud);  het onderhoud van wegen;  vooruitgang van het winkel/-voorzieningenaanbod;  nieuwbouw;  de contacten met buurtgenoten  aanpassingen in de verkeersinfrastructuur. Ook worden er allerlei redenen voor de achteruitgang genoemd, met als lichte uitschieters meer rommel/zwerfvuil, drukker verkeer/achteruitgang verkeersveiligheid en meer geluidsoverlast. Het oordeel van Nijmegenaren over zaken in de woonbuurt als sociale cohesie, overlast, criminaliteit, veiligheidsbeleving en fysieke leefomgeving ligt in de buurt van het gemiddelde voor de benchmarksteden (landelijke veiligheidsmonitor, 2019). Het totaaloordeel van bewoners over de leefbaarheid van de buurt is in Nijmegen iets gunstiger. Rommel/zwerfvuil nummer 1 in ranglijst belangrijkste buurtproblemen Aan de Nijmegenaren is in 2019 weer gevraagd welke buurtproblemen de gemeente met voorrang zou moeten aanpakken. Het meest genoemd is rommel/zwerfvuil (12% versus 8% bij de vorige metingen). Tegelijk zien we dat het aandeel dat de buurt schoon vindt niet veranderd is (73%).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

11

Ten opzichte van 2017 zijn er verder geen grote verschuivingen in de ranglijst van belangrijkste buurtproblemen. In vergelijking met 2015 worden in 2019 de volgende zaken wat vaker genoemd: verkeersveiligheid/verkeersdrukte, de noodzaak van verkeersmaatregelen, onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast, beperkt winkel/voorzieningenaanbod en knelpunten m.b.t. het onderhoud van wegen. Hetzelfde gebleven is dat diverse zaken met betrekking tot de openbare ruimte hoog scoren (rommel/zwerfvuil, onvoldoende parkeerplaatsen, groenonderhoud onvoldoende, knelpunten met betrekking tot onderhoud wegen). 12%

rommel, zwerfvuil

8% 8% 9% 10%

verkeersveiligheid, verkeersdrukte

7% 8% 8%

onvoldoende parkeerplaatsen, parkeeroverlast

6% 6% 6% 7%

criminaliteit/agressie/onveiligheid

geluidsoverlast

6% 5% 5%

groenonderhoud onvoldoende

5% 6% 6% 5% 4%

beperkt winkel-/ voorzieningenaanbod

2% 5% 6%

knelpunten m.b.t. onderhoud wegen

3%

2019

5%

verkeersmaatregelen nodig

3%

2017

2%

2015

4%

drugsoverlast

3% 3%

0%

2%

4%

6%

8%

10%

12%

14%

Figuur 2: Meest genoemde aan te pakken buurtproblemen volgens bewoners. Bron: Burgerpeiling, O&S.

Aansluitend bij de nummer 1 positie van ‘rommel, zwerfvuil’ gaan de meeste Meld & Herstel meldingen van bewoners over afval en vervuiling. Ook gaan veel meldingen over:  overlast (vaak over overlast door personen, gevolgd door overlast van fietsen, voertuigen en vuurwerk);  straatverlichting (vooral over defecte lampen);  groen (het meest over bomen, gevolgd door plantsoenen);  wegen, paden en pleinen (het meest over trottoirs/wandelpaden, gevolgd door wegen/pleinen; over fietspaden komen minder meldingen binnen). Positieve en negatieve ontwikkelingen in wijken Met de Wijkmonitor volgende we de ontwikkelingen in het woon- en leefklimaat in 36 woonwijken. Hieronder zijn enkele bevindingen uit de Wijkmonitor opgenomen, die voorjaar 2020 voor het laatst is geactualiseerd (voorjaar 2022 wordt dat opnieuw gedaan).

12

Meer details zijn opgenomen in de toelichting over wijkontwikkelingen onder “Programma’s” en in de conclusies over de afzonderlijke wijken onder “Wijken”:  In 8 wijken zien we positieve ontwikkelingen: Stadscentrum, Wolfskuil, Biezen, Hengstdal, Hazenkamp, Goffert, Hatertse Hei en Lent; in Wolfskuil blijft daarbij de waardering voor het woon- en leefklimaat vooralsnog achter.  In 5 wijken zien we negatieve ontwikkelingen; in 4 daarvan is het bewonersoordeel voor het woon- en leefklimaat beneden het gemiddelde (Meijhorst, Zwanenveld, Tolhuis en ’t Acker; deze wijken scoren wel voldoende tot ruim voldoende) en in 1 gemiddeld (Lankforst; bewonersoordeel ruim voldoende tot goed).  In 8 wijken is het bewonersoordeel over de buurt bovengemiddeld (6 wijken in Nijmegen-Oost plus Hazenkamp en Lent scoren goed tot zeer goed), in 19 wijken gemiddeld (ruim voldoende tot goed) en in 9 wijken beneden het gemiddelde (behalve de hierboven genoemde wijken Meijhorst, Zwanenveld, Tolhuis, ’t Acker en Wolfskuil scoren ook Aldenhof, Malvert, De Kamp en Neerbosch-Oost voldoende of ruim voldoende).  Hierbij moet bedacht worden dat ook in de relatief zwakkere Nijmeegse wijken het woon- en leefklimaat op een behoorlijk niveau is. Het laagste gemiddelde rapportcijfer van bewoners voor de wijk is een 6,6.

 Binnen een aantal wijken blijven er behoorlijke verschillen tussen goede en mindere buurten bestaan. In totaal zijn er binnen 13 van de 36 Nijmeegse woonwijken in totaal 26 buurten of deelgebieden met leefbaarheidsrisico’s. Deze deelgebieden van verschillende omvang scoren in de ‘Leefbaarometer’ zwak of onvoldoende op basis van basis van statistieken over woningen, bewoners, voorzieningen, veiligheid en de fysieke leefomgeving (de Leefbaarometer is een instrument van het ministerie van BZK, waarmee de leefbaarheid in alle bewoonde wijken en buurten in Nederland in beeld gebracht wordt). De betreffende 26 buurten of deelgebieden liggen vooral in Neerbosch-Oost, Hatert en Meijhorst, maar ook in andere wijken binnen Dukenburg, in Lindenholt en in Nijmegen-West.

2.2.

Belangstelling studenten voor Nijmegen

Aantal studenten verder gegroeid, maar aantal in Nijmegen wonende studenten nam af  In totaal studeerden in studiejaar 2019/2020 circa 44.000 voltijdstudenten aan de HAN en de Radboud Universiteit (tegenover 43.000 in 2018/2019).  In de afgelopen 20 jaar is het aantal HAN-studenten in Nijmegen verdrievoudigd. In 2019/2020 telde het Nijmeegse deel van de HAN 21.740 voltijdstudenten (versus 21.590 in 2018/2019). Kijken we naar de relatieve omvang (aantal studenten op de HAN t.o.v. aantal inwoners) dan staat Nijmegen boven alle andere benchmarksteden.  Het studentenaantal op de Radboud Universiteit is sinds 2000 met zo’n 60% gestegen. Vanaf 2010/2011 was dit aantal een aantal jaar redelijk stabiel. Vanaf 2017/2018 is er weer sprake van groei, tot 22.270 voltijdstudenten in 2019/2020 (versus 21.410 in 2018/2019). Kijken we naar de relatieve omvang (aantal studenten op de Radboud Universiteit t.o.v. aantal inwoners) dan staat Nijmegen vierde van de acht benchmarksteden.  Als we kijken naar het totaalaantal HBO- en WO-studenten dan is Nijmegen de vijfde studentenstad van Nederland, na Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Groningen. Voor de periode 2019/2020-2027/2028 wordt voor Nijmegen een afname van het aantal studenten verwacht (-4%), tegenover een landelijke daling van -0,3%. Die afname heeft

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

13

te maken met een verwachte daling van het aantal HBO-studenten (aantal WOstudenten zal nog blijven stijgen). Een onzekerheid hierbij is het effect van de coronacrisis op de ontwikkeling van het aantal internationale studenten. In de afgelopen jaren is het aantal buitenlandse studenten in Nederland en Nijmegen toegenomen. In 2019/2020 stabiliseerde het aantal internationale studenten dat in Nijmegen een volledige opleiding volgt (ruim 2.900). Daarnaast kwamen er dat studiejaar circa 1.200 studenten die voor een specifiek studieonderdeel naar Nijmegen. Vergeleken met andere studentensteden is het aandeel buitenlandse studenten in Nijmegen laag. In totaal woonden er in het studiejaar 2019/2020 ongeveer 19.300 HBO- en WOstudenten in Nijmegen (inclusief deeltijd- en duaal studenten), tegenover 20.200 in 2018/2019. In 2015/2016 werd het hoogste aantal in Nijmegen woonachtige studenten bereikt: 20.700. Dat dit aantal gedaald is, terwijl het aantal studenten aan de HAN en de Radboud Universiteit verder steeg, heeft te maken met het nieuwe leenstelsel, ingevoerd in september 2015, waardoor studenten langer thuis blijven wonen. Van de voltijdstudenten op de Radboud Universiteit was in 2019/2020 61% uitwonend (versus 64% in 2018/2019), van de voltijdstudenten op de HAN 36% (versus 39% in 2018/2019). In 2020 leidde de coronacrisis tot een afname van de instroom van buitenlandse studenten.

Studenten belangrijke factor in groei inwonertal De studenten zijn al vele jaren een belangrijke factor bij de groei van het inwonertal van Nijmegen. Van de vele jongeren, die naar Nijmegen komen om een opleiding te volgen, verlaat een deel na een aantal jaar de stad. Maar er blijft ook een behoorlijk deel in Nijmegen wonen. Van alle studenten, die hier in de periode 1994-2014 aan de Radboud Universiteit afstudeerden, bleek 35% in 2014 in Nijmegen te wonen. En van de studenten aan de Radboud Universiteit, die in de periode 1994-2014 op het moment van afstuderen in Nijmegen woonden, bleek ruim de helft in 2014 nog steeds in Nijmegen woonachtig te zijn. In de jaren 2013 tot en met 2017 is het aantal inwoners sterk gegroeid van circa 166.400 op 1 januari 2013 naar circa 175.900 op 1 januari 2018 (gemiddeld +1.900 per jaar). In 2018 en 2019 is de groei wat lager, naar circa 177.700 op 1 januari 2020 (gemiddeld +900 per jaar). Het inwonertal in Nijmegen groeide sinds begin 2013 sterker (+6,8%) dan gemiddeld in de benchmarksteden (+4,7%). In Arnhem en Eindhoven was de groei het sterkst. In 2020 is het beeld anders: het Nijmeegse inwonertal daalt met circa 300 naar rond de 177.400 op 1 januari 2021. Die daling heeft te maken met een lagere vestiging van buitenlandse studenten, oversterfte door de coronapandemie en een laag woningbouwcijfer.

In 2020 werden minder nieuwbouwwoningen opgeleverd dan in de jaren daarvoor (460 tegenover gemiddeld 1.000 in de acht jaar daarvoor). Door de jaren zien we een samenhang tussen de nieuwbouwproductie en inwonersverlies aan de regio. In 2020 vertrekt per saldo een groot aantal Nijmegenaren naar de regio. De trendbreuk in 2020, minder of zelfs geen toename, is in alle grotere Nederlandse steden te zien.

14

Arnhem

7,7%

Eindhoven

7,3%

NIJMEGEN

6,8%

Tilburg

5,4%

Groningen

5,1%

Leiden Enschede

4,5% 0,7%

Maastricht -1,0%

0,0%

1,0%

2,0%

3,0%

4,0%

5,0%

6,0%

7,0%

8,0%

9,0%

Figuur 3: Groei aantal inwoners in periode 1 januari 2013 – 1 januari 2020. Bron: CBSStatline.

Prognose: flinke groei inwonertal Het inwonertal van Nijmegen zal de komende jaren groeien. Het hoofdscenario in de gemeentelijke prognose, opgesteld in 2018, gaat uit van 192.500 inwoners in 2030 en 198.500 in 2035. De prognoses van het CBS (195.000 in 2030 en 199.000 in 2035) en ABF (196.420 in 2030 en 199.950 in 2035) liggen daar bij in de buurt. In een voorzichtiger scenario - uitgaande van een terugloop van de vestiging van studenten en een lager bouwprogramma - komen we uit op 185.000 inwoners in 2030 en 188.500 in 2035. Ook in diverse benchmarksteden - Arnhem, Eindhoven, Groningen, leiden en Tilburg - zal het inwonertal flink blijven groeien. Landelijk zal de bevolking tot 2040 blijven toenemen, waarbij de groei in de steden relatief sterk zal zijn. In de periode 2040-2060 zal die groei scherp afvlakken. Het aantal huishoudens in Nijmegen zal naar verwachting de komende 15 jaar met tussen de 10.000 en 15.000 toenemen tot rond de 110.000.

2.3.

Belangstelling voor wonen in Nijmegen

Diverse factoren van belang voor aantrekkingskracht Nijmegen Het grote aantal studenten in Nijmegen, van wie een deel na de studie in Nijmegen blijft wonen, is van belang voor de groei van het inwonertal. Het studentenaantal van de Radboud Universiteit is sinds 2000 met zo’n 60% gestegen en het aantal studenten aan de Nijmeegse HAN-vestigingen is vanaf 2000 verdrievoudigd. Voor de periode 2019/20202027/2028 wordt voor Nijmegen een afname van het aantal studenten verwacht (-4%), tegenover landelijk een meer stabiel beeld (-0,3%), maar het absoluut aantal studenten in Nijmegen blijft hoog. Ook diverse andere ontwikkelingen zijn van belang bij de voorziene groei van Nijmegen:  De leeftijd waarop traditionele gezinshuishoudens gevormd worden is hoger geworden. Meer mensen blijven langer of voor altijd alleenstaand en/of kinderloos. Deze mensen, en ook steeds meer huishoudens met kinderen en hoger opgeleiden, kiezen vaak voor de diversiteit van een stedelijke woonomgeving.  Concentratie van kennis, hoogopgeleiden en bedrijven binnen de kenniseconomie in (universiteits)steden zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsmilieu. We zien dat Nijmegen een hooggewaardeerde woonstad is die als uitvalsbasis dient voor werk elders in Nederland (45.000 Nijmegenaren werken buiten de stad, vooral buiten de regio).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

15

Voor de komende jaren staat er veel nieuwbouw gepland in Nijmegen-Noord en Waalfront en op andere locaties in de stad.

Minder nieuwbouw in 2020, krapte op woningmarkt blijft groot In de jaren 2012 tot en met 2019 werden er in Nijmegen gemiddeld bijna 1.000 woningen per jaar gebouwd (versus bijna 700 gemiddeld voor de benchmarksteden). De piek lag in 2016 en 2017. In 2020 daalde het aantal nieuwbouwwoningen naar 460 tegenover ruim 900 gemiddeld voor de benchmarksteden). In de komende jaren zal er nog veel gebouwd worden. In Nijmegen-Noord en Waalfront en ook op andere plekken in de stad staan locaties in de planning. Het aantal bewoners in Nijmegen-Noord (begin 2021 bijna 21.000) zal volgens het hoofdscenario in de gemeentelijke prognose groeien naar circa 32.000 in 2030. Nijmegen telt inmiddels circa 82.300 woningen: 43,5% koopwoningen en 39,5% huurwoningen van corporaties en 16,5% huurwoningen van overige verhuurders. Ten opzichte van de benchmarksteden is er in Nijmegen naar verhouding wat meer corporatiehuur en wat minder particuliere huur. Het aandeel koopwoningen ligt dicht in de buurt van het gemiddelde. Ondanks de toename van de woningvoorraad, is er sprake van krapte op de woningmarkt, zowel voor huur- als voor koopwoningen.  Van de circa 32.000 corporatiewoningen behoort circa 96% tot de sociale huurwoningen (de maandelijkse huur onder de liberalisatiegrens bepaalt of een huishouden een sociale huurwoning of een woning in de vrije sector bewoont; in 2020 lag deze grens op 737 euro).

Voor elke 100 huishoudens die tot de doelgroep sociale huurwoningen behoren, zijn er 91 van die woningen onder de liberalisatiegrens beschikbaar. Ten opzichte van de wat kleinere doelgroep voor huurtoeslag is er een klein overschot aan betaalbare corporatiewoningen. Doordat een deel van de betaalbare corporatiewoningen bewoond wordt door mensen met een wat hoger inkomen, ontstaan niettemin tekorten.  Wie reageert op een huurwoning van een corporatie had in 2020 een kans van 5% op succes. De slaagkans (aantal toewijzingen gedeeld door het aantal reacties) is lager dan in de voorgaande jaren, toen er al sprake was van een licht dalende tendens (van 12% in 2014 naar 7,7% in 2019). Voor starters liggen de slaagkansen lager (3,9%) dan voor doorstromers (5,7%). Gemiddeld zijn huishoudens die een woning toegewezen krijgen en aanvaarden 1,5 jaar intensief aan het zoeken geweest.  Na het dieptepunt in 2013 trok de markt voor de bestaande koopwoningen flink aan. In de periode daarna zien we het aanbod aan bestaande koopwoningen in hoog tempo opdrogen. Het aantal transacties in een kwartaal is even hoog als het aanbod aan koopwoningen. Door de verkrappende markt stijgt de gemiddelde woningprijs naar circa €325.000 in 2020. Ook landelijk stijgt die prijs en deze ligt nog steeds iets hoger dan in Nijmegen.

Tijdens het coronajaar 2020 begint de gemiddelde woningprijs in Nijmegen wel wat te schommelen.  Binnen Nederland behoort de woningmarktregio Nijmegen tot de gebieden met de hoogste percentages woningtekort; in 2019 stond de regio in de top drie, na Amsterdam en Utrecht. ABF verwacht dat het woningtekort in de woningmarktregio Nijmegen tot 2025 zal toenemen (van plek 3 naar plek 1) en daarna wat minder groot zal worden. Tegelijk verwacht ABF dat deze regio nog vele jaren tot de gebieden met naar verhouding het grootste woningtekort zal behoren.

16

De vraag naar woningen zal in Nijmegen groot blijven. De bevolkingsprognoses van het CBS en ABF laten voor Nijmegen een flinke toename van het aantal huishoudens tot 2035 zien (plus 10.000 tot 15.000). Daarbij wordt het eenpersoonshuishouden het dominante huishoudenstype; van 54% van alle huishoudens (de zelfstandig én onzelfstandig wonende huishoudens) in 2020 naar ruim zestig procent van de huishoudens in 2040. Dit zal leiden tot een groeiende behoefte aan etagewoningen. De geplande nieuwbouw in NijmegenNoord is niet voldoende om de verwachte huishoudensgroei op te kunnen vangen. Daarom zijn er ook plannen voor nieuwbouw in de rest van Nijmegen. Druk op woningmarkt voor studenten wat afgenomen Door meer aanbod en het licht dalende aantal studenten dat hier komt wonen, neemt de spanning op de Nijmeegse markt voor studentenhuisvesting (SSH& plus particulier) sinds 2015 wat af. Het aantal studenten aan de Radboud Universiteit en HAN is verder gegroeid (naar 44.000 voltijdstudenten), maar het aandeel van die studenten dat in Nijmegen woont is afgenomen (van circa 20.700 in 2015/2016 naar circa 19.300 in 2019/2020). Wel wordt de Nijmeegse woningmarkt voor studenten in de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2020 nog steeds als krap bestempeld.

2.4.

Waardering ondernemers voor stad

Waardering van ondernemers voor woon- en leefklimaat gestegen De waardering van ondernemers voor het ondernemersklimaat is sinds 2010 tamelijk stabiel. Het gemiddelde rapportcijfer hiervoor ligt in 2018 op 6,6 (in 2021 vindt een nieuwe meting plaats).  De hoogst beoordeelde aspecten van het ondernemersklimaat zijn de nabijheid van kennisinstellingen (7,8), het culturele en evenementenaanbod (7,7), het woon- en leefklimaat (7,5) en het imago van Nijmegen (7,3). In de periode 2008-2016 steeg het gemiddelde rapportcijfer van ondernemers voor het imago van de stad van 6,7 naar 7,3. Het rapportcijfer van ondernemers en instellingen voor het woon- en leefklimaat in Nijmegen steeg nog sterker: van 6,7 in 2008 naar 7,5 in 2016. In 2018 zijn deze rapportcijfers gelijk gebleven.  De laagst beoordeelde aspecten van het ondernemersklimaat zijn de lokale lasten (5,6), de gemeentelijke regelgeving (5,9) en de bereikbaarheid van de stad (6,1). Het rapportcijfer voor de bereikbaarheid van de stad is het sterkst gedaald (van 6,7 in 2016 naar 6,1 in 2018). Na de opening van De Oversteek steeg dit rapportcijfer naar 6,9. Het rapportcijfer voor de directe bedrijfsomgeving schommelt sinds 2008 tussen de 6,9 en 7,1 (7,0 in 2018).

 De hoogst beoordeelde aspecten van de directe bedrijfsomgeving zijn de bereikbaarheid per fiets (8,2), de huisvesting (7,7) en de bereikbaarheid per openbaar vervoer (7,4). Het rapportcijfer voor de huisvesting is het meest gestegen (van 6,9 in 2016 naar 7,7 in 2018).  De laagst beoordeelde aspecten zijn het parkmanagement/de winkeliersvereniging (6,1) en de bereikbaarheid voor vrachtverkeer (6,2).

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

17

2.5.

Waardering bezoekers voor binnenstad

Waardering bezoekers voor binnenstad blijft hoog De afgelopen decennia is er veel veranderd in de binnenstad. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van de Mariken- en Moenenstraat, het opknappen van de ringstraten, het vernieuwde Plein 44, de aanleg van de parkeergarage onder de van Schaeck Mathonsingel, de nieuwe fietsenstalling onder Plein 44, de aanleg van extra groen, de bouw van Doornroosje en De Bastei, de afname van het aantal winkels en de groei van het aantal horecagelegenheden en hotels, de nieuwe inrichting van de Waalkade en de toeristische route “De groene lijn”. De algemene waardering van bezoekers voor de Nijmeegse binnenstad lag in 2018 op 7,7. Dat was het hoogste cijfer sinds de start van de peilingen onder bezoekers ruim twintig jaar geleden. De daaropvolgende meting in 2020 is sterk beïnvloed door de effecten van de coronapandemie. De bezoekers zijn eind oktober, begin november geënquêteerd, toen de winkels beperkt toegankelijk en de horecagelegenheden gesloten waren. De bezoekers is gevraagd bij hun oordelen niet alleen te kijken naar de situatie van dat moment, maar naar heel 2020. De coronacrisis heeft niet geleid tot een sterke verandering van het oordeel over de binnenstad. De algemene waardering voor de binnenstad ligt iets lager dan in 2018, namelijk op 7,6.

Behalve om een algemeen oordeel, vragen we de bezoekers om zestien aspecten van de binnenstad te beoordelen.  Ondanks de beperkingen van dat moment, blijven waarderingen voor het aanbod aan winkels, horeca, cultuur en evenementen over het algemeen op peil.  De waardering voor de meeste onderdelen van de ambiance van de binnenstad (sfeer/gezelligheid, inrichting, netheid, veiligheid, groen in binnenstad) is in 2020 ruim voldoende. Met een 6,3 voor het groen in de binnenstad blijft dit aspect - ondanks een stijging in de laatste metingen - wat achter op de andere scores. “Meer groen” is ook het meest genoemd als een aanpakprioriteit voor de gemeente m.b.t. de binnenstad. Voor de netheid is de waardering licht gedaald. Dit kan verklaard worden door de omschakeling van de horeca op afhalen, die leidde tot meer zwerfafval.  De meeste aspecten van de bereikbaarheid van de binnenstad worden voldoende tot goed beoordeeld. Enkel de parkeertarieven krijgen met een 5,4 een onvoldoende. Dat is wel flink hoger dan de 3,9 in 2012. Ook het oordeel over de beschikbaarheid van parkeerplaatsen steeg verder door, naar een 7 (versus 5,7 in 2012). Verder worden de bereikbaarheid per fiets, de stallingsmogelijkheden en de bereikbaarheid per openbaar vervoer hoog gewaardeerd, ondanks de lichte daling van de scores ten opzichte van 2018.

Bezoekers zien terugkijkend over de laatste jaren per saldo nog steeds meer vooruitgang in de Nijmeegse binnenstad dan achteruitgang, maar wel veel minder dan in 2018. Hetzelfde geldt voor de komende jaren: nog steeds per saldo meer mensen die vooruitgang verwachten i.p.v. achteruitgang, maar de stemming is duidelijk minder positief dan in 2018.

18

7,6 7,7

algemeen oordeel

7,5 7,5

kwaliteit winkels

7,3 7,3

variëteit winkels

8,1 8,1

horeca-aanbod cultureel aanbod

7,5 7,4

evenementenaanbod

7,6 7,5

sfeer/gezelligheid

7,7 7,7

2020 2018

7,2 7,1

inrichting 6,3 6,2

groen in binnenstad

7,1 7,3

netheid

7,5 7,6

veiligheid

8,0 8,2

bereikbaarheid fiets 7,3 7,5

fietsstalling

7,7 7,9

bereikbaarheid OV bereikbaarheid auto

6,9 6,9

parkeerplaatsen

7,0 6,8 5,4 5,2

parkeertarief 4

4,5

5

5,5

6

6,5

7

7,5

8

8,5

Figuur 4: Waardering bezoekers voor aspecten van stadscentrum (gemiddelde rapportcijfers). Bron: Stadscentrummonitor, O&S.

Bij de Burgerpeiling in 2019 geeft 68% van de Nijmegenaren aan de binnenstad aantrekkelijk te vinden; 11% vindt de binnenstad niet aantrekkelijk. De ene groep Nijmegenaren is positiever over de binnenstad dan de andere. Ruim driekwart van de 1634-jarige Nijmegenaren vindt de Nijmeegse binnenstad aantrekkelijk, versus ruim de helft van de 65-plussers. En 72% van de Nijmegenaren met een hogere sociaaleconomische status vindt de binnenstad aantrekkelijk, versus 60% van degenen met een lagere sociaaleconomische status. Daarbij moet bedacht worden dat 16-34-jarigen en de personen met een hogere sociaaleconomische status vaker in de binnenstad komen dan de 65-plussers en de personen met een lagere sociaaleconomische status. Coronacrisis heeft binnenstad hard geraakt Diverse gegevens van voor de coronacrisis lieten zien dat er een functieverschuiving voor de binnenstad gaande was: een afname van winkels en winkelvloeroppervlak en een toename van horecagelegenheden, cultuurbezoeken en hotelovernachtingen. Vanaf 2016 was de horeca een grotere werkgever dan de detailhandel. Echter de coronacrisis heeft de binnenstad hard geraakt:  De groei van het aandeel online inkopen is in een stroomversnelling gekomen. Het aantal winkels en het winkelvloeroppervlak zijn in periode 2006 tot 2021 met 20 tot 25% afgenomen.

Binnen dat krimpende winkelvloeroppervlak blijft het percentage leegstaand oppervlak laag (6,7% in januari 2021), ook in vergelijking met andere

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

19

stadscentra. Wel zien we een flinke concentratie van die leegstand in de Molenpoortpassage. Locatus schat het verlies aan binnenstadbezoekers op basis van summiere steekproeftellingen op 40%. Locatus heeft eind september steekproefsgewijs geteld nog niet in de tweede lockdown, maar wel met sterk gelimiteerde inpandige horeca en beperkt toegankelijke winkels - en raamde het aantal bezoekers op weekbasis op 123.000 (versus 210.000 in 2018). In de jaarcijfers parkeren zien we in 2020 23% minder parkeertransacties en 30% minder afgezette parkeertijd dan in 2019. De jaren daarvoor was de trend ook al licht dalend. Na de stijging van het jaarlijks aantal bezoeken aan podiumvoorstellingen in de binnenstad in de periode 2015 (358.000) tot 2019 (429.000), kelderde dit aantal in 2020 naar 121.000 (-72%). En na een recordaantal filmbezoeken in LUX in 2019 (253.000), nam dit aantal af tot 128.000 in 2020 (-49%). Ook het aantal bezoeken aan Museum Het Valkhof en De Bastei (in totaal 123.000 in 2019) nam met bijna de helft af (63.000 in 2020). De banencijfers tot najaar 2020 laten een verlies van ruim 500 horecabanen in de binnenstad zien.

2.6.

Waardering voor evenementen

Evenementen worden hoog gewaardeerd Voor de coronacrisis was dit het beeld met betrekking tot evenementen:  In Nijmegen vinden jaarlijks circa 40 evenementen met meer dan 2.000 bezoekers plaats. Het jaarlijks aantal vergunningplichtige evenementen ligt op circa 215, met een piek in 2017 (247). Van die evenementen vindt 47% in Nijmegen-Centrum plaats (ruim 100 per jaar met een piek van 119 in 2017).  Als we kijken naar de leeftijd, het opleidingsniveau en de woonplaats van de bezoekers zien we dat met de evenementen uiteenlopende doelgroepen worden bereikt.  Twee evenementen springen er sterk uit: De Vierdaagsefeesten en de Vierdaagsemarsen. In de landelijke ranglijst voor 2019 van vrij toegankelijke evenementen - op basis van bezoekaantal en mediawaarde - staan de Vierdaagsefeesten en -marsen op de eerste respectievelijk derde plaats. De Vierdaagsefeesten trekken veruit de meeste bezoeken: ruim 1,6 miljoen bezoeken in 2019.  Andere evenementen, die veel bezoekers/deelnemers trekken, zijn onder meer de Zevenheuvelenloop en de concerten in het Goffertpark. Bezoekers en deelnemers geven hoge rapportcijfers voor de Nijmeegse evenementen. De bezoekers van culturele evenementen geven gemiddeld een 8,2, de bezoekers van sportevenementen een 8 en de deelnemers aan sportevenementen een 8,3.

Evenementenbezoekers, die Nijmegen niet goed kennen, gaan vaak met een positiever beeld van de stad naar huis.  In 2017 vinden meer Nederlanders ‘evenementenstad’ een passende omschrijving voor Nijmegen (48%) dan in 2015 (34%). Mogelijk komt dit door de media-aandacht die gepaard ging met de bijzondere evenementen in 2016 (100e Vierdaagse; Giro d’Italia).

20

2.7.

Aantrekkingskracht op regio

Winkelaanbod in Nijmegen belangrijk voor gemeenten ten zuiden van Waal Atlas voor gemeenten heeft in 2013 een modelmatige analyse gedaan, waarbij alleen gekeken is naar de niet-dagelijkse boodschappen (op basis van gegevens over de bereidheid om te reizen voor niet-dagelijkse boodschappen, gecombineerd met gegevens over het winkelaanbod). Vooral bewoners van omliggende gemeenten aan de zuidkant van de Waal zullen Nijmegen voor niet-dagelijkse boodschappen bezoeken, maar ook bewoners van de gemeenten Overbetuwe en Lingewaard. Het in 2016 uitgevoerde Koopstromenonderzoek regio Arnhem-Nijmegen (I&O Research) laat zien dat 59% van de bestedingen in Nijmegen voor niet-dagelijkse boodschappen uit Nijmegen zelf komt. Daarnaast is er toevloeiing uit vooral Berg en Dal en ook uit Beuningen en Wijchen. Voor de dagelijkse boodschappen is de toevloeiing kleiner. Andersom vloeien er bestedingen van Nijmegenaren voor niet-dagelijkse boodschappen af naar de regio: 67% van de bestedingen door Nijmegenaren voor niet-dagelijkse boodschappen wordt in Nijmegen zelf gedaan, 14% via internet en 18% komt in de regiogemeenten terecht, verdeeld over vele gemeenten. Daarbij is de afvloeiing naar Duiven nog het grootst is (3%). Van de bestedingen door Nijmegenaren voor dagelijkse boodschappen wordt 88% in Nijmegen gedaan.

De afvloeiing gaat in meerdere richtingen (meeste afvloeiing richting Overbetuwe en Duitsland). Bij de keuze voor waar men dagelijkse boodschappen gaat doen, is nabijheid nog steeds de belangrijkste factor. Cultuuraanbod voor ommeland nog belangrijker dan winkelaanbod Volgens modellen van Atlas voor gemeenten uit 2013 is ook het omvangrijke culturele aanbod in Nijmegen belangrijk voor de gemeenten in de omgeving. De in 2019 bij de Nijmeegse podia uitgevoerde publieksonderzoeken laten zien dat ruim de helft van de bezoekers van Doornroosje, 40 tot 45% van de bezoekers van De Vereeniging, de Stadsschouwburg en Merleyn en 21 tot 26% van de bezoekers van LUX en Het Lindenberg Theater van buiten Nijmegen komen. Uit een in 2018 uitgevoerde peiling onder het Arnhemse stadspanel bleek dat bijna de helft van de cultuurbezoekers uit Arnhem in de voorgaande drie jaar culturele instellingen/activiteiten in Nijmegen bezocht had. Andersom gaf 40% van de Nijmeegse cultuurbezoekers aan culturele instellingen/activiteiten in Arnhem bezocht te hebben. Ook het culinaire aanbod in Nijmegen trekt bewoners uit omliggende gemeenten, maar de gerichtheid op Nijmegen is minder sterk dan voor het culturele aanbod, vanwege het aanbod van kwaliteitsrestaurants in het ommeland.

Veel middelbare scholieren en MBO-studenten uit de regio In totaal gaan er in het schooljaar 2020/2021 ruim 14.000 leerlingen naar de 15 scholen voor voortgezet onderwijs in Nijmegen. Bijna de helft van die leerlingen woont buiten de stad, voornamelijk in de directe regio. Sinds 2015 loopt het aantal leerlingen terug. De daling met ongeveer 1.500 leerlingen tussen de schooljaren 2015/2016 en 2020/2021 komt vooral door een teruggang van het aantal leerlingen uit de regiogemeenten. Deze terugloop was voorzien en zal naar verwachting ook de komende jaren doorzetten. Het aantal kinderen in de middelbare schoolleeftijd in Nijmegen zal niet veel veranderen, maar in veel gemeenten in de regio wordt een behoorlijke daling verwacht. Het ROC-Nijmegen is de grootste aanbieder van middelbaar beroepsonderwijs in Nijmegen. In het studiejaar 2020/2021 volgen bijna 10.000 studenten hier onderwijs. De

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

21

laatste 5 jaar is dat aantal ieder jaar iets toegenomen. Ongeveer een kwart van de studenten woont in Nijmegen, de rest vooral in de regio rond Nijmegen. Van de 3.900 Nijmeegse MBO-ers volgt ongeveer een derde een opleiding buiten Nijmegen, vooral op het Rijn-IJsselcollege in Arnhem. Veel pendel naar werk vanuit en naar de stad Ruim zes op de tien banen van werknemers in Nijmegen wordt vervuld door mensen die niet in Nijmegen wonen (circa 60.500 personen). Onder hen vooral veel mensen uit gemeenten direct rond Nijmegen (een derde van de inkomende pendel), maar ook veel die in de rest van Gelderland of Noord-Brabant wonen. De inkomende pendel is groter dan de uitgaande pendel (circa 46.000 Nijmegenaren werken buiten de stad, veelal buiten de regio). De interactie van Nijmegen met de rest van Nederland groeit. In vijf jaar tijd is de inkomende pendel met 23% gegroeid. De uitgaande pendel groeide nog sterker, met 30%. Nijmegen is de werkstad binnen de eigen regio evenals een hooggewaardeerde woonstad die als uitvalsbasis naar werk elders in Nederland dient.

2.8.

Beeld van Nijmegen bij Nederlanders

Nederlanders die Nijmegen bezoeken positief over aanbod Onderzoek onder Nederlanders naar het imago van Nijmegen uit 2015 en 2017 laat zien dat het beeld van Nijmegen vooral bepaald wordt door de Vierdaagse, de ligging aan de rivier, de opleidingsmogelijkheden en het historisch karakter. Nederlanders vinden vooral de omschrijving ‘historische stad’ goed bij Nijmegen passen (70%), gevolgd door ‘loopstad’ (67%) en ‘studentenstad’ (60%). Niet heel veel Nederlanders zien Nijmegen als een ‘cultuurstad’, terwijl Nijmegen een relatief groot cultuuraanbod heeft. Het rapportcijfer van Nederlanders voor de stad steeg van 6,8 in 2015 naar 7,0 in 2017. Het algemene beeld van de stad wordt positiever naarmate men vaker in Nijmegen komt. Mensen die Nijmegen nooit bezochten geven een 6 en regelmatige bezoekers een 7,7. De belangrijkste bezoekredenen veranderden niet: voor bezoekers waren dat het bezoeken van bekenden, winkelen, het bekijken van de binnenstad, horecabezoek en wandelen en fietsen in de omgeving. Voor mensen met belangstelling om de stad te gaan bezoeken is dat het bekijken van de binnenstad, gevolgd door de geschiedenis van de stad ervaren, winkelen en wandelen/fietsen in de omgeving.

De Nederlanders, die Nijmegen bezocht hebben, oordelen veelal positief over het aanbod waarvoor men Nijmegen heeft bezocht (winkelen, horecabezoek, bezienswaardigheden binnenstad, ervaren geschiedenis, musea, culturele voorstellingen). De Vierdaagse speelt een bescheiden rol als het gaat om de redenen om Nijmegen te bezoeken. Uit onderzoek onder de bezoekers van de Vierdaagsefeesten weten we dat deze vooral uit Nijmegen en omgeving komen. Toename recreatief bezoek aan Nijmegen In de jaren tot aan de coronacrisis was het recreatieve bezoek aan Nijmegen aan het toenemen. Het aantal hotelovernachtingen is sinds 2012 meer dan verdubbeld, van circa 143.000 in 2012 naar rond de 300.000 in 2018 en 2019 (inclusief B&B’s). Het aantal hotels in Nijmegen is in de periode 2008-2017 toegenomen van 10 naar 23. De meeste daarvan liggen in of in de buurt van het centrum. Met name zijn er middelgrote en kleine hotels bijgekomen. In totaal is het aantal kamers toegenomen van circa 400 in 2008 (ongeveer 800 bedden) naar circa 650 in 2017 (ongeveer 1.200 bedden). Toch telt Nijmegen in vergelijking met de benchmarksteden een duidelijk lager aantal hotelbedden (7,2 per 1.000 versus

22

gemiddeld 15,5 voor de benchmarksteden, en gemiddeld 11,7 voor de benchmarksteden exclusief Maastricht, dat een bijzonder hoge capaciteit van 42 per 1.000 inwoners heeft). Daarbij moet wel bedacht worden dat er binnen een straal van 15 kilometer van Nijmegen nog eens 24 hotels staan. Ook zijn er meer Bed & Breakfasts en aanbieders van gastenkamers gekomen. In 2017 telde de stad Nijmegen ruim 50 Bed & Breakfast accommodaties en ruim 300 accommodaties die via Airbnb werden aangeboden.

2.9.

Ranglijsten grote steden

Nijmegen scoort hoog in ranglijsten grote steden Atlas voor gemeenten stelt jaarlijks een ranglijst woonaantrekkelijkheid voor de 50 grootste steden op. Dit gebeurt op basis van acht indicatoren: bereikbaarheid banen per auto en openbaar vervoer, cultureel aanbod, veiligheid, percentage koopwoningen, culinair aanbod, nabijheid natuurgebieden, aanwezigheid universiteit en percentage vooroorlogse woningen. In 2008 stond Nijmegen in de ranglijst woonaantrekkelijkheid voor het eerst in de top 10 (negende plaats). De hoogste notering werd in 2009 bereikt (vijfde plaats). In 2020 staat Nijmegen op de achtste plaats. Dat is hoger dan alle andere steden in onze vaste set van benchmarksteden. De hoge positie van Nijmegen heeft vooral te maken met de universiteit (derde plaats ‘aanwezigheid universiteit’), het podiumkunstenaanbod (vijfde plaats ‘cultuuraanbod’) en de mooie omgeving (zestiende plaats ‘nabijheid van natuurgebieden’). Nijmegen staat achtste in de ranglijst van 50 grootste steden voor de cultuurindex (Atlas voor gemeenten, editie 2018). Hierin is aanbod podiumkunsten, erfgoed, beeldende kunst, letteren en film meegenomen. Vooral op gebied van arthouse films en popmuziek scoort Nijmegen relatief gunstig.

Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

23

3. Economische veerkracht 3.1.

Banen

Forse groei werkgelegenheid sinds 2016 In 2011 telde Nijmegen voor het eerst meer dan 100.000 banen. Tijdens de “tweede dip” van de recessie gaan er daarna circa 2.500 banen verloren. Van 2014 tot 2017 verloopt de banenontwikkeling opmerkelijk vlak (rond de 97.500 banen). Na 2017 trekt de banengroei over een breed front flink aan. Met een plus van circa 7.500 banen komt het aantal banen in de stad najaar 2020 op 105.500 banen. De eerste cijfers over het verloop in coronajaar 2020 (cijfers tot najaar 2020) laten een groei van het totaalaantal banen in 2020 zien en een afname van het aantal banen in de horeca (-850). Hoewel Nijmegen na de recessie een flinke groeispurt heeft gemaakt, was de banengroei in enkele benchmarksteden - Eindhoven, Groningen, Tilburg - nog sterker. Het aantal banen in Nijmegen-Centrum ligt op circa 14.000. In de periode 2011-2019 nam de werkgelegenheid in de detailhandel af (van circa 3.000 naar ruim 2.500), terwijl de werkgelegenheid in de horecasector steeg (van ruim 2.600 naar ruim 3.000). Sinds 2016 was de werkgelegenheid in de horecasector in het stadscentrum van Nijmegen groter dan de werkgelegenheid in de detailhandel. De eerste cijfers over het verloop in coronajaar 2020 (cijfers tot najaar 2020) laten zien dat dit door het verlies van horecabanen nu niet meer het geval is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4e0b048b-5473-431c-9144-2b098c08506d