Ruimtelijke onderbouwing met plancontour Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 10 (Relaishuis Station Heyendaal)
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 10 (Relaishuis Station Heyendaal)
15-01-2025 - Versie 7.0
Autorisatieblad
Ruimtelijke onderbouwing Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg - 10 (Relaishuis Station Heyendaal) Naam
Akkoord
Datum
Opgesteld door
Francien van Ojen
30-10-2024
Gecontroleerd door
Piet vd Sande
30-10-2024
Vrijgegeven door
Piet vd Sande
30-10-2024
Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking van ons vrijgaveproces. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Versie historie Versie 0.1
Naam Concept ruimtelijke onderbouw Definitieve ruimtelijke onderbouwing Versie 2.0 ruimtelijke onderbouwing Versie 3.0 ruimtelijke onderbouwing
Datum 23-12-2021
Korte toelichting Concept
08-02-2023
Definitief na verwerken opmerkingen omgevingsdienst Nijmegen
06-05-2024
Opmerkingen omgevingsdienst verwerken na aanvraag vergunning Opmerkingen omgevingsdienst 29-05
4.0
Versie 4.0 ruimtelijke onderbouwing
10-09-2024
Nieuwe bijlagen toegevoegd, naamgeving veranderd.
5.0
Versie 5.0 ruimtelijke onderbouwing
18-09-2024
Naamgeving aangepast, 2 tekstuele wijzigingen
6.0
Versie 6.0 ruimtelijke onderbouwing Versie 7.0 ruimtelijke onderbouweing
30-10-2024
Afmetingen relaishuis aangepast
15-01-2024
Update naar definitieve versie na ter visielegging ontwerp besluit
1.0
2.0 3.0
7.0
05-08-2024
1/32
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en context 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Procedure 1.5 Leeswijzer
4 4 4 5 6 6
2
Planomschrijving 2.1 Methodiek 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie
7 7 7 8
3
Juridische en beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Beleidstoetsing
9 9 9 9 9 10
4
Onderzoek en randvoorwaarden 4.1 Bodem 4.2 Watertoets 4.2.1. Regels waterschap Rivierenland 4.2.2. Verharding en compensatie 4.2.3. Hemelwater afvoer 12 4.2.4. Vuilwater afvoer 12 4.2.5. Water kwaliteit 12 4.2.6. Grondwater 4.2.7. Water veiligheid 4.2.8. Conclusies 4.3 Ecologie 4.4 Stikstof 4.5 Archeologie & cultuurhistorie 4.6 Geluid & milieuzonering 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Externe veiligheid 4.9 OO 4.10 Groen 4.11 Duurzaamheid 4.12 Verkeer 4.13 Kabels en leidingen 4.14 Milieueffectrapportage (MER)
11 11 11 11 12 12
Uitvoerbaarheid
26
5
12 12 13 13 13 13 13 16 17 20 21 21 21 23 24 24 25 25
2/32
5.1 Financiële uitvoerbaarheid 5.2 Procedure
26 26
Bijlagen
27
Colofon
32
3/32
1 1.1 Aanleiding
Inleiding
De Maaslijn is de spoorverbinding tussen Nijmegen, Venlo en Roermond. De lijn is grotendeels enkelsporig en niet volledig geëlektrificeerd. Het aantal reizigers is de afgelopen jaren gegroeid en in combinatie met de beperkte spoorcapaciteit leidt dit regelmatig tot vertragingen. Om de knelpunten op de Maaslijn op te lossen hebben de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het initiatief genomen om de Maaslijn op te waarderen. Met het project Opwaardering Maaslijn willen zij de betrouwbaarheid, robuustheid en kwaliteit van de dienstregeling te verhogen. Project Opwaardering Maaslijn is een langlopend project waarin meerdere ontwerp optimalisaties hebben plaatsgevonden. In een van deze optimalisaties is naar voren gekomen dat een extra relaishuis noodzakelijk is rond station Heyendaal te Nijmegen. Binnen project Opwaardering Maaslijn is een provinciaal Inpassingsplan opgesteld voor provincie Noord-Brabant en Limburg, maar niet voor provincie Gelderland. Voor de provincie Gelderland past de opwaardering van de Maaslijn namelijk binnen de geldende bestemmingsplannen. De provinciale inpassingsplannen zijn inmiddels vastgesteld. Het bouwen van het relaishuis is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg’ van de gemeente Nijmegen.
Middels een omgevingsvergunning dient dan ook, gemotiveerd door een ruimtelijke onderbouwing, van dit bestemmingsplan afgeweken te worden om het relaishuis te kunnen bouwen.
1.2 Ligging en context
Het plangebied bevindt zich in Nijmegen te Gelderland, binnen het stationsgebied van Station Heyendaal. Het plangebied (betreft het relaishuis plus bestrating, parkeerplaatsen en toegangsweg/inrit, weergegeven in figuur 1) wordt begrensd door een woonwijk aan de zuidkant van het spoor, en een busbaan aan de noordkant van het spoor. De exacte ligging van het ruimtebeslag relaishuis Heyendaal is weergegeven in figuur 1. In dit figuur is te zien dat het gaat om een relaishuis, met daar rondom bestrating. Tevens wordt er een toegangsweg gerealiseerd richting het relaishuis en parkeerplaatsen ten behoeve van beheer en onderhoud van het relaishuis.
4/32
Figuur 1 Ligging relaishuis Heyendaal 1.3 Vigerend bestemmingsplan
De betreffende locatie is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan ‘Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg (vastgesteld 15 februari 2017). In het bestemmingsplan heeft het betreffende perceel de bestemming ‘Verkeer’. Hierbinnen kan het gewenste relaishuis niet worden gerealiseerd. 5/32
Het bouwen van een nieuw relaishuis is omgevingsvergunningsplichtig. Om een omgevingsvergunning te verkrijgen moet de vigerende bestemming dit toestaan. Indien dit niet het geval is, kan er, op grond van artikel 2.12 lid 1 sub 1 onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), worden afgeweken van het bestemmingsplan indien voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. De motivering van deze goede ruimtelijke ordening vindt plaats in de ruimtelijke onderbouwing. 1.4 Procedure
Het realiseren van het relaishuis is in strijd met het bestemmingsplan ‘Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg’. Het bouwen van het relaishuis valt binnen de bestemming ‘Verkeer’. Binnen de regels van deze bestemming is het bouwen van gebouwen ten behoeve van de spoorweg niet toegestaan. Overige voorzieningen, zoals verhardingen en parkeerplaatsen ten behoeve van de spoorweg, zijn wel toegestaan. Voor de realisatie van het realishuis moet dan ook middels een omgevingsvergunning afgeweken worden van het bestemmingsplan ‘Nijmegen Groenewoud Kwakkenberg”.
1.5 Leeswijzer
In hoofdstuk 1 wordt een inleiding op het plan gegeven. In hoofdstuk 2 wordt het plan nader omschreven, de bestaande situatie en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante rijks-, provinciale- en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 komen diverse aspecten aan de orde die een sturende of belemmerende werking kunnen hebben op functies of ontwikkelingen binnen het bestemmingsplangebied, zoals cultuurhistorie, archeologie, flora en fauna. Dit leidt tot randvoorwaarden en eisen voor de uitvoer van het plan. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan.
6/32
2
2.1 Methodiek
Planomschrijving
Deze ruimtelijke onderbouwing is nodig voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Voor project Opwaardering Maaslijn bleek de komst van een nieuw relaishuis noodzakelijk. Om het relaishuis te realiseren zijn verschillende mogelijke locaties onderzocht zoals: - De locatie van het oude seinhuis, in de spoorkuil Bottendaal, langs het spoor tussen station Nijmegen centraal en station Heyendaal. Deze optie is afgevallen omdat dit oude seinhuis niet in eigendom is van ProRail. - Uitbreiden van het bestaande relaishuis nummer 10, het relaishuis wat zich op het stationterrein Nijmegen centraal bevindt ter hoogte van kilometrering 16.820. Deze optie is afgevallen omdat veel extra kabelwerk gerealiseerd moet worden om dit relaishuis aan te sluiten op de Maaslijn. De gekozen locatie binnen de grenzen van het stationsgebied Heyendaal bleek de meest optimale locatie voor het realiseren van het relaishuis te zijn.
2.2 Huidige situatie
De locatie van het te realiseren relaishuis ligt in het verlengde van het bestaande perron aan de noordoost zijde van het bestaande spoor. Dit gebied bestaat in de huidige situatie uit braakliggend terrein dat wordt omringt door bomen. Aan de oostzijde van de beoogde locatie ligt een busbaan (Campusbaan). Het stationsgebied ligt verdiept en wordt aan beide kanten omringd door bomen. De huidige situatie van het station Heyendaal is weergegeven in Figuur 2.
Figuur 2 station Heyendaal en locatie relaishuis
7/32
2.3 Toekomstige situatie
Voor de bouw van het relaishuis is gezocht naar een locatie binnen het stationsgebied Heyendaal, zoals hierboven beschreven. Binnen het stationsgebied is gekeken naar de optimale locatie waarbij is gekeken naar de ligging van de damwand, in combinatie met de gewenste afstand van het relaishuis tot het spoor. Aan de noordzijde wordt het stationsgebied afgeschermd van de busbaan, door een damwand die overloopt in een talud. Gekozen is om de toegangsweg voor de damwand begint, aan te laten takken op de busbaan. Het relaishuis en de parkeerplaatsen zijn tegen het bestaande talud aan geplaatst1. Het relaishuis zal een maximale maatvoering hebben van 16.5 meter lang en 5.5 meter breed. De hoogte van het relaishuis bedraagt circa 4.5 meter. Ter hoogte van het relaishuis zullen parkeerplaatsen voor 4 personenvoertuigen worden gerealiseerd. De toegangsweg en de parkeerplaatsen zijn nodig om het relaishuis te kunnen bereiken voor onderhoudswerkzaamheden.
1
Het landschappelijk inpassingsplan van het relaishuis is voorgelegd aan de commissie Beeldkwaliteit Nijmegen. Zij hebben vertrouwen in een verdere uitwerking van het concept wat zal leiden tot een bouwplan waarover positief geadviseerd kan worden. Een uitgebreid verslag van deze bijeenkomst is toegevoegd in Bijlage III. 8/32
3
Juridische en beleidskaders
3.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt getoetst of de beoogde ontwikkeling past binnen de geldende beleidskaders van het Rijk, provincie en de gemeente.
3.2 Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (2020) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, vastgesteld september 2020) staan de plannen van het Rijk voor het leefomgevingsbeleid. In de Omgevingsvisie worden de nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving beschreven. Een daarvan is het stimuleren van openbaar vervoer, en bijvoorbeeld ook het spoorvervoer op middellange afstanden binnen Europa. Verbindingen over de weg, het water en het spoor zijn van groot belang voor transport en economie. Daarnaast draagt de ontwikkeling van het spoor bij aan een duurzaam alternatief voor luchtvaart en (vracht) auto vervoer. Het realiseren van het relaishuis valt hiermee onder de nationale opgave.
3.3 Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gelderland Gaaf Gelderland – 19 december 2018 In de omgevingsvisie Gelderland (vastgesteld december 2018) is door de Provincie Gelderland beschreven hoe de toekomst van de omgeving eruit moet zien. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dit wil provincie Gelderland bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hierbij zijn zeven ambities beschreven op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. Bij de ambitie bereikbaarheid wordt de volgende aanpak beschreven: “we blijven een veilig en toegankelijk Gelderse netwerk van (water)wegen, spoor, fiets- en voetpaden verbeteren en pakken knel- en knooppunten en ontbrekende schakels aan”. Het realiseren van het relaishuis ten behoeve van de Maaslijn past hiermee binnen de beleidskaders van de omgevingsvisie Gelderland. Omgevingsverordening Gelderland (2018) In de omgevingsverordening stelt de provincie regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. De onderwerpen die van belang zijn in de omgevingsverordening zijn ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem. Hiermee wordt richting gegeven aan de 7 ambities, zoals beschreven in de omgevingsvisie.
In de verordening zijn alle regels opgenomen die nodig zijn om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Het realiseren van het relaishuis heeft geen invloed op de thema’s zoals deze zijn genoemd in de omgevingsverordening.
3.4 Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Nijmegen Stad in beweging – 28 oktober 2020 De omgevingsvisie Nijmegen wordt beschreven hoe de stad Nijmegen ervoor staat en welke uitgangspunten gelden voor het gebruik van de ruimte in de stad tot 2040. Hierbij omschrijft Nijmegen vier opgaven. De economische veerkrachtige stad, de sociale en gezonde stad, de aantrekkelijke stad en de duurzame stad. Een van de integrale oplossingsrichtingen die genoemd wordt is duurzame mobiliteit. Het realiseren van het relaishuis is niet in strijd, maar draagt bij aan de ambities en oplossingsrichtingen, zoals beschreven in de omgevingsvisie van Nijmegen.
9/32
3.5 Beleidstoetsing
Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het bovengenoemde rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
10/32
4
4.1 Bodem
Onderzoek en randvoorwaarden
Voor de realisatie van het relaishuis vinden grondroerende activiteiten plaats welke mogelijk een effect hebben op de bodemkwaliteit. Op de locaties waar fysieke wijzigingen plaatsvinden is een historisch bodemonderzoek naar de bodemkwaliteit uitgevoerd (zie historisch bodemonderzoek Maaslijn Nijmegen-Roermond, Buro Antares 15 september 2015). In 2000 is, op basis van een historisch onderzoek (1996 en 2000), een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd als eerste aanzet om de mogelijke aanwezigheid van gevallen van bodemverontreiniging te onderzoeken. De volgende verdachte locaties zijn gedefinieerd binnen het stationsgebied Heyendaal: de volkstuinen, tuinhuis/schuur, het telecomgebouw. Alle verdachte locaties die zijn gedefinieerd bevinden zich bovenop de stuwwal, dus niet op de locatie waar het relaishuis gerealiseerd gaat worden. Rondom de spoorbaan zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd voor de verbouwing van het station en/of de uitbreiding van fietsenstallingen. In vrijwel alle bodemonderzoeken worden in de bovengrond bijmengingen met puin en koolas waargenomen. Analytisch is de grond hooguit licht verontreinigd met zware metalen en PAK’s. Dit bleek ook uit het verkennend bodemonderzoek 2022, uitgevoerd door Antea in het kader van de ontwikkeling station Heyendaal. Uit dit onderzoek blijkt dat de Wet bodembescherming geen aanleiding geeft tot vervolgonderzoek.
Ook geven de resultaten geen milieu hygiënische belemmeringen voor de voorgenomen werkzaamheden. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten wellicht niet. In mei 2015 zijn tevens locatie-inspecties uitgevoerd waarbij geen bijzonderheden zijn waargenomen die een aanvulling geven op bovengenoemde informatie. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de realisatie van het relaishuis. Bovendien is een relaishuis geen gevoelige bestemming, zoals beschreven in de wet bodembescherming.
4.2 Watertoets
Voor de bouw van het relaishuis is een watertoets opgesteld waarin de effecten van de bouw op de waterhuishouding beschreven. In deze paragraaf is de watertoets beschreven. De volledige watertoets is opgenomen in bijlage I van deze ruimtelijke onderbouwing.
4.2.1. Regels waterschap Rivierenland
Artikel 3.4 van de algemene regels van het waterschap Rivierenland (Verbod versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak) stelt dat het verboden is om zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen wanneer het nieuwe verhard oppervlak groter is dan 500 m2. Daarnaast moet de realisatie van nieuw verhard oppervlak waterneutraal worden uitgevoerd. Dit betekent dat de aanvrager voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na het gereedkomen van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien.
11/32
4.2.2. Verharding en compensatie
In tabel 1 zijn de verharde oppervlaktes van het te realiseren relaishuis weergegeven. Object Toegangsweg 4 Parkeerplaatsen Relaishuis Betegeling om relaishuis Totaal:
Oppervlak 112 * 4 = 448 m2 24 * 2,5 = 60 m2 16,5 * 5,5 = 91 m2 84 m2
Type verharding Half verharding Half verharding Groen dak Half verharding
684 m2
Tabel 1 Verharde oppervlaktes en type verharding Hoewel het totale nieuwe verharde oppervlak groter is dan 500 m2 hoeft er van het waterschap Rivierenland geen watercompensatie gerealiseerd te worden omdat er geen afwatering op riool of oppervlaktewater plaatsvindt en het regenwater op deze locatie goed kan infiltreren. Dit komt omdat de bodem, ter plekke van het relaishuis, bestaat uit goed doorlatend zand en de grondwaterstand ligt meer dan 10 meter onder maaiveld. Hierdoor is infiltratie goed mogelijk. Vanuit de Gemeente Nijmegen wordt er vereist dat er wordt voldaan aan de Nota afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer. Dit houdt in dat er dient te worden voorzien in ten minste 10 mm berging per m2 verhard oppervlak. De uitwerking van de wijze van afwatering is beschreven in bijlage VI. 4.2.3.
Hemelwater afvoer
De toegangsweg of het relaishuis kunnen niet worden aangesloten op een riool en wateren niet direct af op oppervlaktewater. Naast de weg is aan beide zijden ruimte om het afstromende regenwater te laten infiltreren. Hierdoor is infiltratie goed mogelijk. Ook het regenwater van het dak van het relaishuis kan middels een leiding afwateren op het maaiveld. Verder is er aan de hand van de nota “afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer (maart 2023)’’ getoetst welke maatregelen er nodig zijn om te voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afwatering. De resultaten zijn beschreven in bijlage VI bureauonderzoek afwatering. Er kan geconcludeerd worden dat de bodem zeer waarschijnlijk meer dan voldoende doorlatendheid heeft om het hemelwater lokaal te laten infiltreren. Het waterschap Rivierenland adviseert tevens dat er geen watercompensatie nodig is. Mede door de hoge doorlatendheid van de bodem zal half-verharding voor de toegangsweg en de parkeervakken worden toegepast. Voor het relaishuis wordt er een sedum dak toegepast. Deze oplossingen vragen het minste grondverzet en is er positieve ervaring met half-verharding in de Gemeente Nijmegen en dit werd tevens door de commissie beeldkwaliteit aangedragen.
4.2.4.
Vuilwater afvoer
Er is geen sprake van afvoer van vuilwater.
4.2.5.
Water kwaliteit
Vanwege het geringe gebruik van de toegangsweg is nauwelijks sprake van verontreinigende bestanddelen in het afstromende water. Bovendien zorgt de infiltratie van het water voor filtering en blijven eventuele verontreinigende stoffen dus achter in de bovengrond. Hierdoor zijn geen negatieve effecten te verwachten voor de grondwaterkwaliteit. 12/32
4.2.6.
4.2.7.
4.2.8.
Grondwater
Water veiligheid
Conclusies
4.3 Ecologie
Er vinden geen activiteiten in de ondergrond plaats en al het water dat afstroomt wordt ter plekke geïnfiltreerd waardoor de grondwateraanvulling hetzelfde zal blijven als in de huidige situatie. Er liggen in het projectgebied geen waterkeringen of andere kunstwerken met betrekking tot waterveiligheid. Het plan leidt tot een toename in verhard oppervlak (684 m2). Hoewel dit meer is dan 500 m2 waarboven compensatie dient te worden gerealiseerd, hoeft er geen compensatie gerealiseerd te worden omdat er niet wordt afgewaterd op het riool of oppervlaktewater. Tevens kan het afstromende water goed infiltreren in de bodem. Voor de toegangsweg en de parkeervakken zal half-verharding worden toegepast. Voor het relaishuis wordt er een sedum dak toegepast. Voor de overige wateraspecten worden geen negatieve gevolgen voorzien en dienen derhalve geen maatregelen genomen te worden. Geconcludeerd wordt dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het plan. Voor de het realiseren van het relaishuis is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden mogelijk effect hebben op beschermde natuurwaarden. Hiervoor is een Quickscan ecologisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn de effecten onderzocht op: - Beschermde natuurgebieden (Natura2000 en GNN); - Beschermde soorten (flora en fauna).
Het volledige quickscan onderzoek is opgenomen in bijlage II van deze ruimtelijke onderbouwing. Deze quickscan is gedaan voor het stationsgebied Heyendaal. Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld voor het realiseren van het relaishuis, toegangsweg en parkeergelegenheden. Dit is een kleiner plangebied dan het gebied dat onderzocht is in de quickscan (zie Figuur 4).Verder is er aan de hand van het beleidsdocument ‘’Natuurparels (maart 2020)’’ gekeken welke natuurparels uitgesloten kunnen worden uit het gebied en welke soorten mogelijk wel kunnen voorkomen. De volledige scan is opgenomen in bijlage VII. Natuurparels Spoorkuil Heyendaal is aangemerkt als een natuurparel en corridor en er zijn verschillende soorten aan dit deelgebied toegewezen (zie bijlage VII). Het spoor ligt hier verdiept in het landschap ten opzichte van de omgeving en aan beide perrons is een oplopend talud aanwezig. Er is aan de hand van expert judgement en het beleidsdocument ‘’Natuurparels (maart 2020)’’ een schatting gemaakt voor de aanwezigheid en afwezigheid van natuurparels in het projectgebied. Toets ‘’aanwezigheid natuurparels’’ via uitgevoerde quickscan ecologie: Aan de zuidzijde van het station staan enkele bomen (o.a. zomereik en ruwe berk) op het talud met een ondergroei van o.a. braam en Amerikaanse vogelkers.
Het talud aan de noordzijde van het station is bovenaan begroeid met struweel bestaande uit eenstijlige meidoorn, wilde liguster, Amerikaanse vogelkers en opslag van zomereik en populier. 13/32
Ook van de plantensoorten uit de categorie parelsoorten is het niet uit te sluiten dat deze binnen het plangebied voorkomen. Er is binnen het plangebied broedbiotoop aanwezig voor algemene soorten broedvogels uit de categorie bijzondere soorten. Tevens is het plangebied geschikt voor algemene soorten grondgebonden zoogdieren uit de categorie bijzondere soorten (haas en konijn).
Afwezigheid natuurparels: Het plangebied kent maar weinig open zanderige plekken en is te klein om op zichzelf als leefgebied voor een subpopulatie zandhagedissen te fungeren. Ook is de spoorzone tussen station Heyendaal en de populatie zandhagedissen (ruim een kilometer verderop) maar matig geschikt als leefgebied. De aanwezigheid van de zandhagedissen kan daarom uitgesloten worden uit het plangebied. De spoorzone van het station kent wel een redelijk structuurrijke begroeiing, maar verder weinig plekken met kale grond om te zonnen. Op basis van biotoop en afstand van ruim een kilometer tot bestaande populaties worden er daarom geen beschermde reptielen verwacht. De bruine winterjuffer uit de categorie bijzondere soorten en parelsoorten is gebonden aan water en wegens de afwezigheid van water wordt deze soort niet verwacht voor te komen binnen het plangebied. Wilde averuit uit de categorie bijzondere soorten en parelsoorten kan uitgesloten worden uit het plangebied. In de aanvullende schouwronde in februari 2023 voor het zoeken naar eitjes van de bruine eikenpage zijn geen eitjes aangetroffen. Om deze reden kan de aanwezigheid van bruine eikenpage uitgesloten worden. Beschermde natuurgebieden
Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken bevindt zich op een afstand van ongeveer 2 kilometer. Gezien de aard van de werkzaamheden, de ligging van het plangebied en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten door verstoring op Natura 2000-gebied uitgesloten. Voor mogelijke stikstofdepositie op gevoelige habitattypen/soorten in Natura 2000-gebieden tijdens de realisatiefase van het project, zie volgende paragraaf. NNN (lokaal) Er is geen ruimtebeslag op het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de aard van de werkzaamheden en afstand van tenminste 750 meter worden indirecte negatieve effecten zoals verstoring en verontreiniging op de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN eveneens uitgesloten. Er is geen nadere toetsing benodigd. Beschermde soorten
Binnen het plangebied is een biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels en vleermuizen. In de Quickscan ecologie locatie Heyendaal is aangegeven welke maatregelen genomen dienen te worden, waardoor geen nader onderzoek naar soorten nodig is en ook geen Wnb ontheffing. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
14/32
-
-
Algemene broedvogels: Werkzaamheden waarbij beplanting wordt verwijderd, dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, moet voorafgaand aan de werkzaamheden door een ter zake kundige op het gebied van broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten, mag er niet worden gewerkt. Grondgebonden zoogdieren & amfibieën: Werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd, dienen van één kant uitgevoerd te worden. Vleermuizen: Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes te voorkomen dient gewerkt te worden tussen zonsopgang en zonsondergang
Invasieve exoten Tijdens het veldwerk zijn geen invasieve exoten waargenomen in het gebied waar het relaishuis wordt gerealiseerd. Houtopstanden Ten behoeve van het te realiseren relaishuis worden geen bomen gekapt. Binnen het stationsgebied Heyendaal worden wel bomen gekapt ten behoeve van project Station Heyendaal. Echter binnen het projectgebied van deze ruimtelijke onderbouwing is hier geen sprake van.
15/32
Figuur 4 onderzoeksgebied Quickscan ecologie + plangebied relaishuis Heyendaal Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet benodigd op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan. De volledige quickscan is als bijlage bijgevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing (zie bijlage II). 4.4 Stikstof
Voor het realiseren van het relaishuis dient te worden onderzocht of er een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming moet worden aangevraagd met betrekking tot stikstofdepositie. Dit is het geval wanneer activiteiten als gevolg van de realisatiefase van het project een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen veroorzaken, welke kunnen leiden tot significante negatieve effecten. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS versie 2023.2 (www.aerius.nl). Hierin worden de verschillende bronnen ingevoerd waarna AERIUS de stikstofdepositie berekend binnen een straal van 25 kilometer op Natura 2000-gebieden op basis van stikstof- en ammoniakemissie (NOx en 16/32
NH3). In AERIUS zijn de meest recente gegevens opgenomen wat betreft uitstoot van emissie veroorzakende activiteiten, verspreiding van emissie en aanwezige natuurwaarden. Voor een uitgebreide beschrijving van de gehanteerde uitgangspunten + de uitkomsten van AERIUS, zie bijlage IV. De Natura 2000-gebieden die binnen Nederland het dichtst bij het plangebied liggen zijn Rijntakken, Sint Jansberg en De Bruuk. Deze gebieden liggen respectievelijk op circa 2,6 km ten noorden, circa 9,1 km ten zuidoosten en circa 9,8 km ten zuidoosten van het plangebied. Het Natura 2000-gebied Rijntakken omvat 4 deelgebieden, waarvan deelgebieden Waal en Geldersepoort 2,6 km ten noorden van het plangebied liggen en aangewezen zijn in het kader van de Vogelrichtlijn en in het kader van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De andere twee deelgebieden binnen Rijntakken (Uiterwaarden IJssel en Uitwaarden Neder-Rijn) liggen verder van het plangebied. De gebieden Sint Jansberg en De Bruuk zijn beide aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn. In alle drie de gebieden (Rijntakken, Sint Jansberg en De Bruuk) bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen en/of -soorten die (bijna) overbelast zijn. In de AERIUS berekening is gekeken naar materieel op de bouwlocatie en bouwverkeer.
Conclusie Uit de berekening met het AERIUS model versie 2023.2 blijkt dat er, als gevolg van het realiseren van het project “relaishuis Heyendaal”, geen toename van stikstofdepositie optreedt op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of – soorten die (bijna) overbelast zijn. Negatieve effecten door stikstofdepositie als gevolg van voorliggend project zijn derhalve uit te sluiten. Dit betekent dat er voor de realisatiefase van het project, in het kader van stikstofdepositie, geen vergunning voor de Wet natuurbescherming hoeft te worden aangevraagd. Omdat in de gebruiksfase op jaarbasis minder verkeersbewegingen plaats gaan vinden dan tijdens de realisatiefase kan ook voor de gebruiksfase gesteld worden dat er geen depositie op Natura 2000-gebieden plaats zal vinden als gevolg van het gebruik van het gebouw. Ook daarvoor hoeft derhalve geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. 4.5 Archeologie & cultuurhistorie
Gemeente Nijmegen Op de archeologische Beleidskaart Gemeente Nijmegen, versie 1.03, is te zien dat er in de gemeente verschillende locaties zijn aangewezen als waarde 2, 3 of 4 (zie Figuur 5). Ook rondom station Heyendaal bevinden zich gebieden met een waarde 2. Echter op
17/32
De locatie waar het relaishuis komt, in de spoorzone, is de archeologische waarde 0 (zie uitsnede figuur 5).
Figuur 5 Archeologische Beleidskaart Gemeente Nijmegen versie 1.03
18/32
Figuur 6 Archeologische verwachting relaishuis Heyendaal Tevens is in Figuur 6 te zien dat het te ontwikkelen relaishuis, en het gehele emplacement, niet valt in een zone met een archeologische verwachting. Ten noorden en ten oosten bevindt zich een gebied met de verwachting laag. Er is verder gekeken naar de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Gelderland2. De spoorverbinding Nijmegen-Venlo locatie Heyendaal valt onder de categorie Belvoirgebied, zoals ook de rest van de provincie Gelderland. Dit betreft een cultuurhistorisch waardevolle aanduiding. Veder kent de locatie geen specifieke aanduidingen op het gebied van cultuurhistorie.
2
https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=ab18244f5ff74efc91ac5aeae4510bb7 19/32
De bouw van het relaishuis heeft geen invloed op deze cultuurhistorische waarden. Daarom is er vanuit cultuurhistorie geen belemmering om het relaishuis op deze locatie te realiseren. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor het realiseren van het relaishuis en er zijn geen aanpassingen aan het spoor noodzakelijk. 4.6 Geluid & milieuzonering
Daarnaast vindt er ook geen reconstructie plaats van omliggende wegen. Een relaishuis is bovendien geen geluidgevoelige bestemming. De bouw van het relaishuis heeft dan ook geen effect op het spoorlawaai en verkeerlawaai. Geluidonderzoek op grond van de Wet milieubeheer (railverkeer) en de wet geluidhinder (wegverkeer) is dan ook niet noodzakelijk. In het kader van de milieuzonering wordt een relaishuis wel beschouwd als een “Elektriciteitsdistributiebedrijf, met transformatorvermogen kleiner dan 10MVA (SBIcode 35 – C1), zoals beschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In deze publicatie staat beschreven dat de hindercontour voor de maatgevende parameter voor deze activiteit ten minste 30 meter ten opzichte van de dichtstbijzijnde milieugevoelige object is. De maatgevende parameter is in dit geval geluidshinder. Op het relaishuis wordt een airco-unit geplaatst om het klimaat in het relaishuis te reguleren. Deze airco-unit produceert geluid. Vanuit de richtlijnen geldt dat deze aircounit geluidhinder kan veroorzaken tot 30 meter vanaf de locatie van deze unit. Als er binnen de contour van 30 meter (zie figuur 7 binnenste cirkel) geen geluidgevoelige objecten (zoals woningen) aanwezig zijn, hoeft niet verder onderzocht te worden of de geluidsnormen worden overschreden.
De dichtstbijzijnde woning vanaf het relaishuis bevindt zich in deze situatie op meer dan 60 meter van het relaishuis (zie figuur 7 buitenste cirkel). Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
20/32
Figuur 7 Afstand relaishuis tot woningen. Binnenste cirkel = 30 meter, buitenste cirkel = 60 meter 4.7 Luchtkwaliteit
Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Binnen de Wm is de volgende grondslag relevant om te onderbouwen dat dit project voldoet aan de wetgeving voor luchtkwaliteit: - Niet in betekenende mate bijdragen. Aantonen dat het project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging (artikel 5.16, eerste lid, onder c Wm); Het te realiseren relaishuis functioneert als beveiliging voor het spoor. Enkel voor onderhoud vinden in zeer geringe mate vervoersbewegingen plaats richting het te bouwen relaishuis. Deze ontwikkeling is dusdanig klein dat deze geen effect heeft op de ‘luchtkwaliteit’ in de omgeving. Het project draagt dus ‘niet in betekende mate’ bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit.
4.8 Externe veiligheid
Voor de aanleg van het relaishuis is het aspect externe veiligheid niet van toepassing. Er worden geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Daarnaast is een relaishuis geen inrichting in het kader van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
4.9 OO
21/32
Ontplofbare Oorlogsresten vormen een risico voor de uitvoering van werkzaamheden. Het is van belang dat de kans op het aantreffen van explosieven in het onderzoeksgebied onderzocht wordt.
Figuur 8 Bodembelastingkaart CE Uit een snelle analyse via RailMaps is te zien dat er, op de locatie waar de toegangsweg komt te liggen, sprake is van verdacht gebied. De locatie waar het relaishuis wordt gerealiseerd, is geen sprake van verdacht gebied. Op de Milieu atlas Nijmegen is te zien dat het gaat om verdacht gebied op dumpmunitie op de locatie waar de toegangsweg komt te liggen. Ter hoogte van het te realiseren relaishuis is sprake van een verdacht gebied geschutmunitie.
Figuur 9 NGCE Milieuatlas Nijmegen 22/32
Concluderend kan gesteld worden dat het mogelijk is dat in het gebied conventionele explosieven en/of dumpmunitie en geschutmunitie in de grond aanwezig is. Voordat tot de uitvoering van het realiseren van het relaishuis wordt overgegaan is aanvullend onderzoek noodzakelijk. 4.10 Groen
Op de locatie waar het relaishuis plus toegangsweg en parkeerplaatsen gerealiseerd worden, zijn geen bomen aanwezig. Op het emplacement, waar het relaishuis gerealiseerd wordt, is een groenstrook aanwezig tussen de keerwand en het spoor. Mogelijk vindt er aantasting van deze groenstrook door de bouw van het relaishuis plaats. Echter is deze groenstrook niet aangeduid als plantsoenvak in de Groenatlas Nijmegen. In paragraaf 4.3 ecologie, houtopstanden, is tevens beschreven dat er geen bomen geraakt worden. In de uitvoeringsagenda bomen 2021-2025 wordt het belang van bomen voor de gemeente Nijmegen beschreven waarbij vier doelstellingen centraal staan: - Het bomenareaal jaarlijks uitbreiden met 625 bomen - Zorgvuldiger omgaan met de bescherming van bomen en compenseren van verlies omgevingskwaliteit - Werken met een compensatieregeling van waaruit de baten ingezet worden om groene waarden van gekapte bomen te compenseren - Investeren in kwalitatief goede nieuwe en bestaande platplaatsen van bomen. Omdat er in dit project geen houtopstanden of bomen gekapt worden, en de ontwikkeling langs het spoor plaatsvindt waardoor planten van bomen niet mogelijk is in verband met veiligheid, is dit beleidsdocument niet van toepassing. De gemeente Nijmegen hecht ook veel waarde aan de 3-30-300 regel (coalitieakkoord 2022-2026).
Deze regel houdt in dat vanuit iedere woning uitzicht moet zijn op 3 bomen, 30% bladerdek van bomen en 300 meter als maximale loopafstand tot het dichtstbijzijnde park of groene recreatieve ruimte. Doordat het project geen houtopstanden of bomen kapt, en het terrein geen openbare ruimte betreft, vormt deze regel geen belemmering op de ontwikkeling van het relaishuis. In het monitoringsplan biodiversiteit (april 2024) is aangegeven dat de gemeente Nijmegen streeft naar een gezonde leefomgeving voor plant, dier en mens waarbij biodiversiteit zeer belangrijk is. De hoofdgroenstructuur (bestaand en gewenst) van gemeente Nijmegen moet nog in details uitgewerkt worden. Deze is momenteel nog niet beschikbaar. Omdat er geen houtopstanden of bomen worden gekapt, wordt niet verwacht dat dit project leidt tot belemmeringen van dit monitoringsplan. Verder zijn er in het ontwerp van het relaishuis de volgende aandachtspunten uit de omgevingsvisie en beleidsdocumenten ‘’de gezonde stad’’ en ‘’de groene draad’’ meegenomen: natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Om ‘’natuurinclusief en klimaatadaptief te bouwen wordt om het hekwerk van het plangebied groen aangebracht in de vorm van beplanting en het relaishuis zal worden voorzien van een sedum dak. In het coalitieakkoord 2022-2026 wordt ook ingegaan op het vergroenen van private terreinen door minder verharding toe te passen.
Door het toepassen van halfverharding op de toegangsweg wordt hier zoveel mogelijk invulling aan gegeven.
23/32
4.11 Duurzaamheid
In de grond- weg en waterbouw onderschrijft gemeente Nijmegen de uitgangspunten van de Green Deal Duurzaamheid GWW 2.0. Samen met ketenpartners wil gemeente Nijmegen de sector structureel verduurzamen. Zo streeft de gemeente naar een gesloten grondbalans. Een nadere uitwerking van het relaishuis, bijvoorbeeld betreft materiaalkeuze, zal plaatsvinden in de volgende fase op basis van het Esthetisch programma van eisen Opwaardering Maaslijn. Onderdeel daarvan is dat gebouwen zo circulair mogelijk uitgevoerd worden met maximaal gebruik van natuurlijke materialen. Hiertoe behoort onder andere een dak met sedumbeplanting. Ten behoeve van de planologische vastlegging van het project vormt duurzaam GWW 2.0 geen belemmering voor het realiseren van het relaishuis.
4.12 Verkeer
Zowel voor de aanlegfase als ook de gebruiksfase is gekeken naar de verkeerskundige situatie rondom het relaishuis. Zowel voor de aanlegfase als ook de gebruiksfase zal een ontheffing worden aangevraagd om over de busbaan (campusbaan) te mogen rijden. In de aanvraag wordt gevraagd toegang te verlenen via de campusbaan tot het terrein waar het relaishuis staat. Deze ontheffing wordt aangevraagd op het moment dat ook de bouwvergunning wordt aangevraagd. In onderstaande paragraaf is de situatie van de toerit beschouwd, op basis waarvan een ontheffing naar alle waarschijnlijkheid wordt verleend. Er wordt ingeschat dat na de aanlegfase het onderhoud personeel 3 tot 4 per jaar naar het relaishuis moet. Verder zullen de inspecteurs en onderhoudsaannemer op onregelmatige tijden voor storingsherstel, onderhoud terrein en reset assentellers na werkzaamheden bij het relaishuis moeten zijn. Gecumuleerd zal het relaishuis ongeveer maandelijks bezocht moeten worden. Zoals hiervoor geschetst dient het relaishuis bereikbaar te zijn voor onderhoudspersoneel. Gezien de plaatselijke situatie kan de onderhoudsweg alleen via een uitrit op de busbaan toegankelijk worden gemaakt. De uitrit is visueel weergegeven in bijlage V: uitwerking inpassing relaishuis.
De toegangsweg is naar aanleiding van de opmerkingen opnieuw bekeken en binnen de beperkte beschikbare mogelijkheden aangepast (zie ook pdf 119 en verder). Er is sprake van beperkt beschikbare ruimte met enig hoogteverschil tussen het terrein met relaishuis en de busbaan. Dit heeft na vragen over de verkeersveiligheid geleid tot een aangepast ontwerp van de aansluiting op de busbaan. Hierin is gekozen voor een inritconstructie zodat voertuigen bij het oprijden van de toerit worden gedwongen vaart te minderen. Bij het ontwerp is rekening gehouden met ontwerpvoertuigen conform de ASVV (2021). Het ontwerp is door middel van een rijcurveanalyse getoetst, waaruit blijkt dat het ontwerp de beoogde voertuigen kan accommoderen (Personenauto, MB Sprinter 2018). Voertuigen kunnen, zonder te stoppen, de inrit inrijden waardoor verkeer op de busbaan zo min mogelijk hinder ondervindt. Voertuigen kunnen met aangepaste snelheid de inrit uitrijden, waarbij bestuurders worden gestimuleerd om haaks op de busbaan uit te komen. Daarnaast is er op de toerit ruimte voorzien waar bestuurders kunnen steken met het voertuig. Het toegangshek heeft voldoende afstand tot de rijbaan, waardoor de overhang buiten de verharding van voertuigen niet voor problemen zal zorgen. Dit hek zal vervolgens aansluiten op de bestaande situatie. 24/32
Hieruit volgend is gekozen om het hekwerk op de locatie waar de toegangsweg aantakt op de campusbaan, naar binnen toe te plaatsen (zie bijlage V), zodat de onderhoudsvoertuigen niet op de campusbaan hoeven te wachten op het opengaan van het hek. Hierdoor wordt de busbaan niet geblokkeerd door de voertuigen en het zicht op het verkeer vanuit de uitrit wordt niet belemmerd aan de linkerkant. Bovendien om voldoende zicht te garanderen aan de rechterkant van de uitrit, wordt het hekwerk vanaf de uitrit tot ongeveer 10-15 meter niet beplant (zie bijlage V). Tot slot is er geconcludeerd dat de bocht (draaicirkel) bij de uitrit linksaf vanaf de toegangsweg voor zowel regulier bouwverkeer als onderhoudsbusjes te maken is. Conclusie Voor het aspect verkeer zijn er geen belemmeringen voor het realiseren van het relaishuis. 4.13 Kabels en leidingen
Uit Kabels & leidingen onderzoek is naar voren gekomen dat er geen raakvlakken zijn met relevante planologische leidingen (denk aan gasleidingen, hoogspanningskabels en grote waterleidingen). Kabels & leidingen vormen hiermee geen belemmering voor dit plan. Wel is er een raakvlak met een Britisch Telecom kabel tracé. Echter kan de verlegging van deze categorie 2 kabel, tijdens de uitvoering opgepakt worden en vormt hiermee geen risico voor de uitvoering.
4.14 Milieueffectrapportage (MER)
Op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer dient bekeken te worden of het voor een plan of activiteit verplicht is om een milieueffectrapportage op te stellen. De activiteiten en plannen waarvoor dit verplicht is zijn opgenomen in de bijlage Onderdeel C en D van het Besluit mer. Het bouwen van een relaishuis voor het spoor is geen activiteit welke is opgenomen in het Besluit mer. Omdat deze activiteit onder zowel onderdeel C als D van de bijlage van het Besluit mer niet wordt genoemd is het ook niet noodzakelijk om middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling (art. 2 lid 5 Besluit mer) te bekijken of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.
25/32
5
Uitvoerbaarheid
5.1 Financiële uitvoerbaarheid
De financiële middelen voor het project Opwaardering Maaslijn, waar relaishuis Heyendaal ook onder valt, worden beschikbaar worden gesteld vanuit het Rijk en de provincies Gelderland, Limburg, Noord-Brabant. De bestuursovereenkomst uit februari 2020 ligt hier aan ten grondslag. Als gevolg van recente kostenontwikkelingen was er ten tijde van de vaststelling van het ontwerp inpassingsplan sprake van een dekkingstekort. Het Rijk en de Provincie Limburg hebben in een bestuurlijk overleg van 30 juni 2021 aanvullende afspraken gemaakt met betrekking tot de kostenverdeling tussen het Rijk en de Provincie Limburg als gevolg van de toename kostenraming, indexatie en projectrisico’s. Deze zijn vastgelegd in een kamerbrief d.d. 7 juli 2021 (IENW/BSK-2021/196424). In de Kamerbrief Bestuurlijke Overleggen MIRT 9, 10 en 11 november 2022, voortgang MIRT, moties en toezeggingen MIRT d.d. 14 november 2022 is opgenomen dat na de aanbesteding (medio 2023) duidelijkheid zal ontstaan of en in welke mate aanvullend budget benodigd zal zijn. Hierover zal de Kamer dan nader geïnformeerd worden. Het bouwen van een nieuw relaishuis is omgevingsvergunningsplichtig. Om een omgevingsvergunning te verkrijgen moet de vigerende bestemming dit toestaan.
Indien dit niet het geval is, kan er, op grond van artikel 2.12 lid 1 sub 1 onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), worden afgeweken van het bestemmingsplan indien voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. De motivering van deze goede ruimtelijke ordening vindt plaats in de ruimtelijke onderbouwing.
5.2 Procedure
Deze ruimtelijke onderbouwing beschrijft of met het afwijken van het bestemmingsplan door de bouw van het relaishuis nog wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Op basis van deze beschrijving wordt de procedure gevoerd om het afwijken goed te keuren. Het ontwerpbesluit van het voornemen om gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, e.a. (artikel 2.1, lid 1, sub c Wabo) te gebruiken is op 21 november 2024 door de gemeente Nijmegen gepubliceerd. Tijdens de tervisielegging van 6 weken zijn geen zienswijzen ontvangen. Eind maart 2025 vindt de behandeling voor het afgeven van de Verklaring van geen bedenking plaats. Na het afgeven daarvan kan, indien de aanvraag aan de eisen voldoet, de omgevingsvergunning bouwen worden verstrekt. Het ontwerp daarvan wordt gepubliceerd en ter visie gelegd voor zienswijzen Eventuele zienswijzen worden beantwoord, waarna na vaststelling, een beroepsprocedure kan volgen. Na inwerktreding van de omgevingsvergunning is de mogelijkheid geschapen om het relaishuis daadwerkelijk te realiseren op de beoogde locatie. Tevens zal er een melding activiteitenbesluit moeten plaatsvinden. Echter is hiervoor meer detail informatie nodig over het ontwerp van het relaishuis, zoals het type verwarmingselement wat geplaatst wordt. Dit zal nog ontworpen worden, en dan zal ook de melding activiteitenbesluit plaatsvinden.
26/32
Bijlagen I Adviesnota water II Quickscan ecologie III Verslag vergadering Commissie Beeldkwaliteit IV Adviesnota AERIUS-berekening V Uitwerking inpassing Relaishuis (hieronder opgenomen) VI Bureauonderzoek afwatering VII Analyse natuurparels in Heyendaal (hieronder opgenomen) VIII Historisch bodemonderzoek (2015) IX Verkennend bodemonderzoek (2022) X Advies Brandweer Gelderland Zuid
27/32
Adviesnota Kennislijn Gebouwen en Infra
Aan Van Opsteller Controleur Kenmerk Projectnummer Onderwerp Datum
ProRail Movares GIJ Alkemade, P Dorst MHAM de Nijs D80-GAL-KA-2100023 RM006190 Watertoets onderstation Heyendaal - Maaslijn 29-10-2024
Inleiding
Binnen het project Maaslijn wordt er een nieuw relaishuis bij station Heyendaal in Nijmegen gerealiseerd. Tevens wordt er een toegangsweg aangelegd en parkeerplaatsen voor onderhoud. In deze notitie wordt ingegaan op de effecten van het plan op verschillende wateraspecten. Regels waterschap Rivierenland
Artikel 3.4 van de algemene regels van het waterschap Rivierenland (Verbod versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak) stelt dat het verboden is om zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen wanneer het nieuwe verhard oppervlak groter is dan 500 m2. Daarnaast moet de realisatie van nieuw verhard oppervlak waterneutraal worden uitgevoerd. Dit betekent dat de aanvrager voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na het gereedkomen van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Verharding en compensatie
In tabel 1 zijn de verharde oppervlaktes weergegeven. Tabel 1: Verharde oppervlaktes en type verharding.
Object Toegangsweg 4 Parkeerplaatsen Relaishuis Betegeling om relaishuis Totaal:
Oppervlak 112 * 4 = 448 m2 24 * 2,5 = 60 m2 16,5 * 5,5 = 91 m2 84 m2
Type verharding Half verharding Half verharding Groen dak Half verharding
684 m2
Hemelwaterafvoer
De toegangsweg of het relaishuis kunnen niet worden aangesloten op een riool en wateren niet direct af op oppervlaktewater. Naast de weg is aan beide zijden ruimte om het afstromende regenwater te laten infiltreren. De bodem bestaat ter plekke van het onderstation uit goed doorlatend zand en de grondwaterstand ligt meer dan 10 meter onder maaiveld. Hierdoor is infiltratie goed mogelijk. Ook het regenwater van het dak van het onderstation kan middels een leiding afwateren op het maaiveld. Hoewel het totale nieuwe verharde oppervlak groter is dan 500m2 vereist het waterschap Rivierenland geen watercompensatie gerealiseerd te worden omdat er geen afwatering op riool of oppervlaktewater is en het regenwater op deze locatie goed kan infiltreren. Vanuit de Gemeente Nijmegen wordt er vereist dat er wordt voldaan aan de Nota afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer. Dit houdt in dat er dient te worden voorzien in ten minste 10 mm berging per
D80-GAL-KA-2100023 / Concept / Versie 0.1 / 5 oktober 2021 1/2 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367
Adviesnota Kennislijn Gebouwen en Infra
m2 verhard oppervlak. De uitwerking van de wijze van afwatering is vastgelegd in Bureauonderzoek afwatering (Maaslijn Heijendaal – Bureauonderzoek afwatering, D80-P-HSMEMO-24002962, Movares 29-10-2024) Vuilwaterafvoer
Er is geen sprake van afvoer van vuilwater. Waterkwaliteit
Vanwege het geringe gebruik van de toegangsweg is nauwelijks sprake van verontreinigende bestanddelen in het afstromende water. Bovendien zorgt de infiltratie van het water voor filtering en blijven eventuele verontreinigende stoffen dus achter in de bovengrond. Hierdoor zijn geen negatieve effecten te verwachten voor de grondwaterkwaliteit. Grondwater
Er vinden geen activiteiten in de ondergrond plaats en al het water dat afstroomt wordt ter plekke geïnfiltreerd waardoor de grondwateraanvulling hetzelfde zal blijven als in de huidige situatie. Waterveiligheid
Er liggen in het projectgebied geen waterkeringen of andere kunstwerken met betrekking tot waterveiligheid. Conclusies
Het plan leidt tot een toename van verhard oppervlak van 684 m2. Hoewel dit meer is dan de 500 m2 waarboven compensatie dient te worden gerealiseerd, vereist het waterschap geen watercompensatie. De gemeente vereist echter een minimale berging van 10 mm per m, de invulling hiervan is vastgelegd in het Bureauonderzoek afwatering. Voor de overige wateraspecten worden geen negatieve gevolgen voorzien en dienen derhalve geen maatregelen genomen te worden. Geconcludeerd wordt dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het plan.
D80-GAL-KA-2100023 / Concept / Versie 0.1 / 5 oktober 2021 2/2 Movares Nederland B.V. / Utrecht Kamer van Koophandel 30124367
Quickscan ecologie station Heyendaal
Effecten op beschermde gebieden en soorten
07 februari 2023 – Versie 3.0
Autorisatieblad
Quickscan ecologie station Heyendaal
Akkoord
Datum
Opgesteld door
Naam Langezaal, HFM & Jansen, M
7-2-2023
Gecontroleerd door
Kooij, CA van der & Hulst, KJ van der Ojen, FAD van
7-2-2023
7-2-2023
Vrijgegeven door
Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking van ons vrijgaveproces. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
B85-HLA-KA-2100040 / Proj.nr. RM006190 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 18 oktober 2021 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
Samenvatting Er is een quickscan ecologie opgesteld voor werkzaamheden aan station Heyendaal in Nijmegen. Hierbij zijn de voorgenomen werkzaamheden getoetst aan het wettelijk kader (Wet natuurbescherming en provinciale verordening). Er zijn de volgende bevindingen gedaan: Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken bevindt zich op een afstand van ongeveer 2 kilometer. Gezien de aard van de werkzaamheden, de ligging van het plangebied en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000gebied zijn negatieve effecten door verstoring op Natura 2000-gebied uitgesloten. Voor mogelijke stikstofdepositie op gevoelige habitattypen/soorten in Natura 2000-gebieden tijdens de realisatiefase van het project dienen de effecten middels een projectspecifieke AERIUS-berekening inzichtelijk gemaakt te worden. Het project zal in de gebruiksfase niet leiden tot een toename in stikstofemissie. Er is geen ruimtebeslag op het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de aard van de werkzaamheden en afstand van tenminste 750 meter worden indirecte negatieve effecten zoals verstoring en verontreiniging op de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN eveneens uitgesloten. Er is geen nadere toetsing benodigd. Binnen het plangebied is biotoop aangetroffen die geschikt is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt.
Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels en vleermuizen. Indien maatregelen worden genomen zoals aangegeven in paragraaf 4.2 is geen nader onderzoek benodigd. Tijdens het veldwerk zijn twee soorten exoten waargenomen: Er staat één grotere hemelboom helemaal in de noordoosthoek van het plangebied. Hieromheen staan enkele zaailingen. De reuzenberenklauw groeit in de zuidelijke berm aan het einde van het perron (westkant). Binnen het plangebied staan houtopstanden (bomen en struweel). Deze worden door de voorgenomen ingreep (deels) gekapt. De houtopstanden maken onderdeel uit van een oppervlakte bos van tien are (1.000 m2) of meer, of maken onderdeel uit van rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. Om te bepalen of deze houtopstanden beschermd zijn door de Wnb, moet worden bekeken of de houtopstanden binnen of buiten de grens bebouwde kom Wnb onderdeel houtopstanden vallen. Deze grens moet worden opgevraagd bij de gemeente Nijmegen. Indien de houtopstanden buiten deze grens liggen, is de Wnb van toepassing en geldt er een meldingsplicht en een herplantplicht. Mogelijk kan voor de kap van de houtopstanden tevens een omgevingsvergunning van de gemeente aan de orde zijn vanwege bepalingen in de APV of planregels in het bestemmingsplan. Dit dient nader te worden bekeken. Paragraaf 4.3 beschrijft kansen voor natuur.
B85-HLA-KA-2100040 / Proj.nr. RM006190 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 18 oktober 20213 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
1/28
Inhoudsopgave Samenvatting
1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Locatie 1.3 Activiteiten 1.4 Wettelijk kader 1.5 Doel
3 3 3 5 6 7
2
Methode 2.1 Beschermde gebieden 2.2 Beschermde soorten 2.3 Beschermde houtopstanden
8 8 8 9
3
Resultaten 3.1 Beschermde gebieden 3.1.1. Natura 2000-gebieden 3.1.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) 3.1.3. Groene Ontwikkelingszone 3.2 Beschermde soorten 3.2.1. Vaatplanten 3.2.2. Vogels 3.2.3. Grondgebonden zoogdieren 3.2.4. Vleermuizen 3.2.5. Reptielen 3.2.6. Amfibieën 3.2.7. Vissen 3.2.8. Ongewervelden 3.3 Invasieve exoten 3.4 Houtopstanden
10 10 11 11 11 12 12 13 16 17 19 19 20 21 22 22
4
Conclusie 4.1 Beschermde gebieden 4.2 Beschermde soorten 4.2.1. Maatregelen 4.1 Invasieve exoten 4.2 Houtopstanden 4.3 Kansen voor natuur
23 23 23 25 25 25 26
5
Bronnen
27
Colofon Bijlage I: wet- & regelgeving
B85-HLA-KA-2100040 / Proj.nr. RM006190 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 18 oktober 20213 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
2/28
Inleiding 1.1 Aanleiding
Om meer reizigers te vervoeren op het spoortraject Nijmegen-Roermond (Maaslijn), wordt de Maaslijn opgewaardeerd. Onder de opwaardering valt onder andere: het elektrificeren van de Maaslijn, het realiseren van een spoorverdubbeling, het harder rijden van treinen en het aanleggen van nieuwe relaishuizen. Zo is ook bij station Heyendaal een relaishuis noodzakelijk om de techniek voor spoorbeveiliging onder te brengen. Doordat het aantal personen op het traject Nijmegen-Roermond alleen maar toeneemt, is ProRail ook voornemens om station Heyendaal op te waarderen. In voorliggende rapportage worden de effecten op beschermde gebieden en soorten in kaart gebracht middels een quickscan ecologie. De quickscan is uitgevoerd op 7 oktober 2021 en een aanvullend deel is in januari 2023 onderzocht. Dit is omdat de volledige scope van de werkzaamheden in 2021 nog niet bekend was en het plangebied daarom later uitgebreid moest worden.
1.2 Locatie
Het plangebied bevindt zich in de gemeente Nijmegen in de provincie Gelderland. Het betreft het huidige station Nijmegen Heyendaal (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. en Figuur 2.2). Het spoor ligt hier verdiept in het landschap ten opzichte van de omgeving en aan beide perrons is een oplopend talud aanwezig. Een voetgangersbrug overspant de twee aanwezige sporen en beide perrons zijn met de straat aan de desbetreffende zijde verbonden. Aan de zuidzijde van het station staan enkele bomen (o.a. zomereik en ruwe berk) op het talud met een ondergroei van o.a. braam en Amerikaanse vogelkers. Het talud aan de noordzijde van het station is bovenaan begroeid met struweel bestaande uit eenstijlige meidoorn, wilde liguster, Amerikaanse vogelkers en opslag van zomereik en populier. De spoorzone ten westen van het perron kent een vegetatie met soorten als zandblauwtje, dwergviltkruid en bezemkruiskruid. Over het algemeen is het schrale zandgrond met kiezels en een begroeiing kenmerkend voor spoorbermen. De randen zijn wat ruiger met onder andere veel braam.
B85-HLA-KA-2100040 / Proj.nr. RM006190 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 18 oktober 20213 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
3/28
Figuur 2.1: Locatie waar het relaishuis gepland is (zuidelijke oranje vlak) en waar de tijdelijke toegangsweg (oranje lijn) en parkeerplaats (noordelijke oranje vlak) gerealiseerd gaan worden. De toegangsweg en parkeerplaats zijn tijdens het tweede veldbezoek onderzocht.
B85-HLA-KA-2100040 / Proj.nr. RM006190 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 18 oktober 20213 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
4/28
Figuur 2.1: Overzichtsfoto’s van het huidige station Nijmegen Heyendaal en de spoorbermen. 1.3 Activiteiten
Het precieze ruimtebeslag van het project opwaardering station Heyendaal is nog onbekend. In Figuur 2.1 is weergegeven waar het relaishuis, toegangsweg en parkeerplaats dienen te komen. Dit is de noordwestzijde van het plangebied. In Figuur 2.2 is weergegeven hoe de voorkeursvariant van het opgewaardeerde station eruit komt te zien. Grofweg vindt het ruimtebeslag plaats zoals weergegeven in Figuur 2.3.
B85-HLA-KA-2100040 / Proj.nr. RM006190 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 18 oktober 20213 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
5/28
Figuur 2.2: Impressie voorkeursvariant opwaardering station Nijmegen Heyendaal.
Figuur 2.3: Ruimtebeslag van de opwaardering station Nijmegen Heyendaal weergegeven als gebied tussen de paarse pijltjes. 1.4 Wettelijk kader
Bij een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden effect hebben op beschermde natuurwaarden. Het volgende wettelijk kader is gehanteerd: Wet natuurbescherming (Wnb), onderdelen beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden; Provinciaal beleid (provinciale Verordening): beschermde gebieden die vallen onder het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en overige beschermde gebieden in de
B85-HLA-KA-2100040 / Proj.nr. RM006190 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 18 oktober 20213 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
6/28
provincie Gelderland verbindingszones).
(Groenep
Ontwikkelingszone
en
ecologische
Zie voor uitleg over het wettelijk kader bijlage 1. Omdat de Maaslijn aangewezen is als een hoofspoorweg, is conform artikel 1.3 van het Besluit natuurbescherming het ministerie van LNV bevoegd gezag, met als uitvoerende tak de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Dit wettelijk kader is van toepassing bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ter aanvulling is tijdens de oriënterende veldbezoeken voor de quickscan ook gelet op aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten (exoten). De provincies, het Rijk en de waterschappen zijn verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die op de Unielijst zijn geplaatst. Dit is een Europese lijst met een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Voor deze soorten geldt de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen of zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. 1.5 Doel
Het doel van de quickscan is toetsing van de voorgenomen ingrepen aan het wettelijk kader ten aanzien van natuur zoals hierboven aangegeven. Voorliggende rapportage betreft een quickscan ecologie waarmee middels een bureaustudie en biotoopverkenning een goede eerste indruk over de natuurwaarden in het plangebied wordt verkregen. Er wordt duidelijkheid gegeven over eventuele vervolgstappen: is er aanvullend veldonderzoek nodig? En is het nodig om een ontheffing of vergunning aan te vragen? Indien mogelijk wordt aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen of te verzachten (mitigerende maatregelen).