CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels Vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

Besluitronde (raadsvergadering) 31 maart 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2) (17/2021) (HAMERSTUK)26.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.9.5

Riolering / hemelwaterafvoer

De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de Heemraadstraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Vuilwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer'.

Figuur : overzicht riolering Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Voor dit plan is dat niet het geval. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant 'Duurzaam bouwen in het KAN' (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Voor plannen waarbij hemelwater in de bodem geïnfiltreerd wordt, moet een waterhuishoudkundig plan bij de gemeente worden ingediend. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet een goedgekeurd waterhuishoudkundig plan gevoegd zijn. De nota 'Afkoppelen en infiltratie hemelwaterafvoer' geeft de inhoud van een dergelijk plan weer. Hiertoe is onderzoek naar bodemgesteldheid en grondwaterstanden nodig. Geen bijgevoegd goedgekeurd plan betekent een niet-ontvankelijke bouwaanvraag. Belangrijke keuzen die al in het stadium van het schetsontwerp gemaakt moet worden, zijn:

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

35

het type infiltratievoorziening/filtervoorziening dimensies en het globale functioneren van de infiltratievoorziening(en) de locatie(s) van infiltratievoorziening(en) en noodoverlopen naar openbaar gebied de locatie voor eventuele uitbreiding van wateroppervlak (indien extra berging nodig is) Voor de werkzaamheden is geen watervergunning nodig. Het afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden.

4.10 Flora en Fauna De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.

4.10.1 Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. In en om Nijmegen gaat het om de Natura 2000 gebieden 'Uiterwaarden Waal' en de 'Gelderse Poort'. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die handelingen uitvoert met eventuele nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning Natuurbeschermingswet wordt aangevraagd. Deze vergunning moet bij de provincie aangevraagd worden. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van deze beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Voor de Natura 2000 gebieden geldt tevens de externe werking. Ontwikkelingen in de nabijheid van deze gebieden mogen geen significante gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden in deze gebieden.

Houd ook rekening met de stikstofdepositie. Hieronder wordt op het onderdeel Stikstof in gegaan.

36

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

Het plangebied heeft geen directe relatie met de beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in de omgeving van Nijmegen, er is ook geen significante schade te verwachten. Stikstof Eind mei 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft een streep gezet door het PAS. Iets specifieker: de Raad van State heeft geoordeeld dat het PAS niet meer gebruikt mag worden voor het geven van toestemming voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Er moet per geval een stikstofbeoordeling worden gemaakt om in beeld te brengen of wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens de stikstofstukken is de stikstofdepositietoename voor deze ontwikkeling niet groter dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage Bijlage 5 Aerius berekening). Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied (Rijntakken e.a.) zijn op voorhand uit te sluiten. De Wnb staat dus niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg. Er is een groot verschil tussen de beschikbare stikstofruimte en de geschatte benodigde stikstofruimte voor de gebruiksfase en aanlegfase van deze ontwikkeling.

Zelfs bij een worst case-benadering, te weten een ruim aangehouden emissie van 3 kg NOx/jr per woning, is de depositie volgens de stikstofberekeningen niet hoger dan 0,00 mol/ha/jr (zie bijlage Bijlage 5 Aerius berekening).

4.10.2 Beschermde soorten De soortenbescherming regelt de bescherming van dier- en plantensoorten. De Wet natuurbescherming kent drie aparte beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Europees); Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Europees); en Beschermingsregime andere soorten (Nationaal). Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De wet hanteert daarbij het "nee, tenzij principe". Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Dit betekent dat voor nieuwe ontwikkelingen waar negatieve effecten niet zijn uit te sluiten, een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd: een quick scan 'flora en fauna' en zo nodig een vervolgonderzoek. Alleen onder strikte voorwaarden zijn afwijkingen van de verbodsbepalingen mogelijk. Hiertoe moet een Wet natuurbescherming ontheffing voor soorten bij de Provincie aangevraagd worden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

37

Daarnaast is in de wet een zogenaamde 'algemene zorgplicht' opgenomen. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij uitvoering van activiteiten moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt worden. Op 11 juni 2018 heeft Bureau Waardenburg een quick scan beschermde soorten uitgevoerd op Heemraadstraat 2 (zie Bijlage 6 Notitie Quickscan Wnb basisschool Brakkenstein te Nijmegen met kenmerk 18-0399/18.04564/AnKar). Uit de quick scan blijkt dat op basis van de beschikbare informatie geen uitsluitsel kan worden gegeven over de betekenis van het schoolgebouw voor gebouwbewonende soorten vleermuizen. Om hierover uitsluitsel te kunnen geven is nader onderzoek nodig. Het bevoegd gezag van de Wnb eist dat een vleermuisonderzoek volgens het vleermuisprotocol 2017 wordt uitgevoerd. Dit onderzoek bestaat voor een puntlocatie of klein plangebied in totaal uit vijf ronden in de periode mei t/m september. Indien het schoolgebouw een functie heeft voor vleermuizen, kan naar het oordeel van het bevoegd gezag voor de ingreep een ontheffing van de Wnb noodzakelijk zijn.

Bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels om negatieve effecten op vogels - en daarmee overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb - te voorkomen. Door te werken buiten het broedseizoen wordt overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van broedende vogels voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Een aanvullend vleermuisonderzoek is noodzakelijk en reeds uitgevoerd. Uit dit vervolgonderzoek (zie Bijlage 7 Aanvullend Wnb onderzoek vleermuizen, van 6 november 2019 met kenmerk 18-0399/19.09081/AnKar) komen de volgende conclusies: Het schoolgebouw aan de Heemraadstraat 2 heeft geen functie voor vleermuizen. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht. Gewone dwergvleermuis verblijfplaatsen In het schoolgebouw in het plangebied zijn geen kraam-, zomer-, paar- of winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Ook in de omgeving van het plangebied zijn geen baltsterritoria of verblijfplaatsen vastgesteld. Overige vleermuissoorten Tijdens het veldwerk zijn geen waarnemingen gedaan van andere soorten vleermuizen. Het plangebied en schoolgebouw hebben geen functie voor vleermuizen. De sloop van het schoolgebouw veroorzaakt geen negatieve effecten op vleermuizen.

38

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

4.10.3 Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator "binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen" vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. De indicator is nuttig om gebieden te identificeren waar een groentekort is. Het is zaak om nieuwe woongebieden dusdanig in te richten dat aan de topindicator groen wordt voldaan en dat er voldoende groen op loopafstand beschikbaar is. Het plangebied dient voldoende openbaar toegankelijk groen te bevatten met een diversiteit aan structuur en hoogtes (gras/struiklaag/boomlaag) wat zowel de biodiversiteit als de belevings- en gebruikswaarde bevorderd. Het plangebied voldoet aan deze norm.

4.10.4 Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau. Karakteristiek van het groen De wijk Brakkenstein wordt door de bewoners ervaren als zeer groen. Dit kenmerk heeft de wijk vooral te danken aan de groene omgeving. Landgoed de Driehuizen ligt aan de oostrand van de wijk.

Bosgebied Heumensoord strekt zich uit ten zuiden van de wijk. De campus van Heyendaal en het Park Brakkenstein vormen het groene decor aan de noordzijde. De twee kleine bosgebiedjes binnen de wijk (in de tuin van het voormalige klooster en het Bosje van Vroom) bepalen samen met de laanbeplanting het karakter van het groen dat als bosrijk ervaren wordt. De grote particuliere tuinen aan de westzijde dragen zeker ook bij aan dit karakter. De komende periode zijn er diverse ontwikkelingen (o.a. Kalorama, Kerk en Klooster, de atletiekbaan, bebouwing in het Bosje van Vroom) in Brakkenstein die het beeld voor de toekomst zullen veranderen. Kansen De continuïteit van de open groene ruimte dient als uitgangspunt voor de wijk Brakkenstein. De

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

39

nieuwe ontwikkelingen moeten worden aangegrepen om de karakteristieken van het groen in Brakkenstein te versterken. Zo dienen onderbrekingen in de laanbeplanting te worden hersteld en dient het groen integraal deel uit te maken van nieuwe ontwikkelingen. Het behoud van het historische groene karakter van Brakkenstein moet hierbij uitgangspunt zijn.

4.10.5 Handboek stadsbomen (2009) Het Handboek Stadsbomen is een uitwerking van het Groenplan "De Groene draad, kansen voor het Nijmeegse groen'. Het Handboek Stadsbomen vormt het kader voor inrichtingsplannen en beheerplannen voor de openbare ruimte waar het bomen betreft. Het handboek is daarnaast te definiëren als toetsingskader voor ruimtelijke plannen en initiatieven en biedt inzicht in de beleidsuitgangspunten ten aanzien van bescherming, aanplant, beheer en kap van bomen. De hoofddoelstelling van het Handboek Stadsbomen is het waarborgen van de duurzame instandhouding van het Nijmeegs bomenbestand door middel van behoud èn ontwikkeling. Het Handboek Stadsbomen heeft betrekking op alle bomen binnen de gemeentegrenzen. Dat zijn dus niet alleen de park-, laan- en straatbomen, maar ook bomen in tuinen en op particuliere terreinen. Voor bosopstanden, bosplantsoen en bomen in natuurgebieden gelden andere beleidskaders en wet- en regelgeving. Hoofdboomstructuur In het Handboek Stadsbomen is de hoofdbomenstructuur opgenomen en is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. De hoofdbomenstructuur leggen we niet vast in bestemmingsplannen maar wordt wel beschreven in de toelichting en speelt daarmee wel een rol in bestemmingsplannen. Zowel de Heemraadstraat als de Kanunnink Mijlinckstraat vallen onder de hoofdbomenstructuur.

De Heemraadstraat valt onder de secundaire hoofdstructuur en de Kanunnick Mijlinckstraat valt onder de wijkstructuur. Beide structuren worden met het plan niet negatief beïnvloed.

Bomen binnen het plangebied Binnen het plangebied zijn een groot aantal bomen aanwezig. Alle bestaande bomen blijven behouden en krijgen het nodige onderhoud. Slechts één tweestammige haagbeuk bij de huidige schoolplein-entree te dicht bij de toren komt wordt gerooid en gecompenseerd met drie bomen op het parkeerterrein.

4.10.6 Natuurinclusief bouwen Nijmegen is een van de groenste steden van Nederland. Niet alleen door de aanwezigheid van veel groen, maar ook vanwege de groene bestuurlijke ambities. Bij nieuwe ontwikkelingen zoals dit plangebied ontstaan kansen voor de natuur in de stad. Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Natuurinclusief bouwen aangenomen. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Door natuurinclusieve maatregelen wordt de leefomgeving voor gebouwbewonende diersoorten verbeterd en de biodiversiteit bevorderd. Ook hebben de maatregelen effect als anti-mug en anti-stress en geven belevingswaarden. Daarnaast verhoogt het de geluidsisolatie, luchtzuivering, waterbergingscapaciteit en warmteregulering in het stedelijk gebied. Dit verhoogt uiteindelijk de leefkwaliteit van de stad en biedt verschillende soorten een plek in de stad. Onderdeel van natuurinclusief bouwen is ook de toepassing van kruidendaken op de platte daken van nieuwbouw. Een groen dak heeft duidelijk meer waarde voor de biodiversiteit en de leefbaarheid. En tevens heeft het een functie voor de waterberging bij piekbuien, verbetert het

40

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

de luchtkwaliteit en brengt het koelte in de stad en de woning. Een bijkomend voordeel is dat groene daken een communicatiemiddel is om het bewustzijn van bewoners te vergroten voor de klimaatverandering. Nijmegen is aangesloten bij de landelijke campagne Operatie Steenbreek. Het doel van deze campagne is om bewoners te enthousiasmeren om hun tuin te vergroenen. De negatieve gevolgen van verstening zoals wateroverlast en ook droogte, hittestress en minder biodiversiteit worden daarbij onder de aandacht gebracht. Beter is nog dat bij de ontwikkeling van dit plangebied groene (binnen)tuinen, groene daken en gevelgroen mee wordt ontworpen zodat verstening van de tuinen vanaf het begin zoveel mogelijk wordt voorkomen. Door de klimaatsveranderingen ontstaan er steeds meer milieuproblemen in de stedelijke omgeving. Door overmatige regenval ontstaat wateroverlast; de temperatuurstijging veroorzaakt hitte eilanden in overmatig stenige omgevingen en door het fijnstof probleem krijgen steeds meer mensen gezondheidsklachten. Groen kan ingezet worden om deze milieuproblemen te verzachten. Hemelwater kan opgevangen worden in groengebieden en door het vergroenen van stenige pleinen zal de temperatuur iets afnemen en diverse planten nemen fijnstof op uit de lucht. Groen kan op deze wijze bijdragen aan een beter en gezonder leefklimaat.

Vanwege de onlosmakelijke relatie tussen groen/natuur en water zal een deel van de waterberging in de groene ruimte worden gezocht. We streven naar een goed evenwicht tussen beide functies zodat het resultaat een impuls oplevert voor natuurwaarden en natuurontwikkeling.

Natuurinclusiviteit binnen de planontwikkeling In de gevels worden nestkasten voor vogels, vleermuizen en insecten opgenomen. Op de balkons en de dakterrassen wordt ruimte gecreëerd om groen toe te passen. Het gehele terrein wordt zo ingericht dat men via een groene route een mooi ommetje via het Bosje van Vroom kan maken. De gerooide stammen van de haagbeuk komen terug als zit- en speelplek aan deze route. Snoeihout wordt verzameld in een takkenril. Hemelwater wordt opgevangen in een wadi, de parkeerplaatsen bestaan uit halfverharding. Een bonte berm (1 a 2 keer maaien per jaar) zorgt voor voeding voor insecten het hele jaar rond, en daarmee ook voor vogels en vleermuizen. De appartementen op de begane grond krijgen een met ligusterhagen omzoomd terras.

4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie De hoofdambities van Nijmegen voor duurzaamheid richten zich op de energietransitie (streven energieneutraal in 2045), stimulering van circulaire economie (streven circulaire regio in 2050) en klimaatadaptatie (streven volledig klimaatneutrale stad in 2050). Deze ambities worden vooral ingegeven door de klimaatverandering die aanpassingen in ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk maakt. De Gemeenteraad van Nijmegen heeft haar visie op deze onderwerpen vastgelegd in de Kadernotitie Klimaat en de nota Duurzaamheid in Uitvoering.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

41

4.11.1 Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. De regionale stresstesten die zijn uitgevoerd hebben laten zien dat de regio gevoelig is voor alle klimaateffecten: te nat, te droog, te heet en overstroming. Een te veel aan verstening en het ontbreken van voldoende groen verergeren de problemen van te nat, te droog en te heet. In 2018 heeft de regio deze kwetsbaarheden digitaal in kaart gebracht in een regionale klimaateffectatlas, de storymap. Deze regionale klimaateffectatlas geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van kennis en informatie over de potentiële klimaatkwetsbaarheden van de regio. https://climadapserv.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=141dc8934ba849cfb1 dac8e8da5a94e3 Op 26 maart 2019 heeft het college de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) vastgesteld. In deze strategie staat beschreven wat de ambities en doelstellingen zijn voor de korte en langere termijn en hoe we binnen (en buiten) de regio met klimaatadaptatie aan de slag willen gaan. Thema's voor Nijmegen in deze strategie zijn 'een groenblauwe stad' en 'klaar voor de hitte'. Deze RAS is een interactief proces met overheden - gemeenten, waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland - in de regio Rijk van Nijmegen en Land van Maas & Waal, en met regionale stakeholders. De gemeente Nijmegen gaat de RAS vertalen naar een Lokale Adaptatie Strategie met lokale ambities en opgaven.

In het GRP 2017-2023 ligt accent op klimaatadaptatie en op de visie om als stad klimaatbestendig te zijn in 2050. Daarom zal extra aandacht worden gegeven aan duurzame stedelijke ontwikkeling, die rekening houdt met meer groen in de stad om hittestress tegen te gaan en minder verharding om beter met hevige regenval om te kunnen gaan. Zie paragraaf water voor nadere uitwerking. Natuurinclusief bouwen Nijmegen zet natuurinclusief bouwen in om natuur te integreren bij zowel de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen als de directe omgeving. Dit zijn maatregelen die helpen om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verminderen zoals hittestress, wateroverlast en droogte, en om de biodiversiteit te vergroten. In het ontwerp van zowel het gebouw als de omgeving zijn maatregelen opgenomen om de biodiversiteit te vergroten en aan te sluiten op de groene omgeving. Zo worden in de gevels nestkasten voor vogels, vleermuizen en insecten opgenomen en komen er op het terrein een beukenhaag, een takkenril en een bonte berm. Kijk in paragraaf 4.10.6 voor een nader uitwerking van natuurinclusief bouwen.

Klimaatadaptieve maatregelen Naast natuurinclusief bouwen kunnen nog meer maatregelen genomen worden om ons aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden door de klimaatverandering. In het plan zijn een aantal maatregelen opgenomen: parkeren op waterdoorlatende grasbetontegels Het verwerken van regenwater in een wadi Zoveel mogelijk inpassing van bestaande en volwassen bomen en groen. Deze geven direct schaduw in vergelijking met nieuwe bomen en de biodiversiteit die al in de bestaande bomen aanwezig is blijft behouden. Daarnaast kunnen er maatregelen genomen worden op gebouwniveau, denk bijvoorbeeld aan: Gevelgroen en groendaken. Deze dragen bij aan een betere waterberging en terugdringen van hittestress. Overstekken en geïntegreerde zonneweringen in gebouwen

42

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

4.11.2 Energie Nijmegen heeft het doel om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit is uitgewerkt in de nota Duurzaamheid in Uitvoering. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het energieverbruik en kan daarmee een grote bijdrage leveren aan de doelstelling. De kansen zitten in het beperken van de energiebehoefte, het opwekken van hernieuwbare energie en in aardgasvrij bouwen. Het instrument GPR kan de energieprestaties van een gebouw in beeld brengen. Deze software staat via de gemeente Nijmegen ter beschikking aan ontwikkelaars in dit gebied. De ontwikkelaar kan deze systematiek ook gebruiken om haar ontwerpen te optimaliseren en te toetsen op bouwbesluitaspecten zoals energieprestatie en materiaalprestatie.

Energiebehoefte beperken De energiebehoefte van een gebouw bestaat uit de warmte- en koudevraag en kan in kaart worden gebracht met een energiescan. De energiebehoefte wordt bepaald door een samenspel van factoren, zoals de verhouding glas ten opzichte van dichte gevel, de mate van isolatie, de mate van kierdichting, de aanwezigheid van koudebruggen, de vorm (geometrie), de ligging en de bezonning van een gebouw. Hierbij kan ook onderzocht worden of oververhitting in een gebouw een probleem kan zijn en hoe de ventilatie geoptimaliseerd kan worden. De huidige regelgeving stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Vanaf 1 januari 2021 wordt bijna energie neutrale bouw (BENG) de norm. Wij adviseren de woningen nu al op deze ambitie te opwerpen en vervolgens te toetsen in hoeverre dit in de geraamde bouwsommen past. Dit geeft de mogelijkheid om indien het budget te krap is voor volledig energieneutrale woningen, die elementen achterwege te laten (zoals zonnepanelen) die bij een verdere verduurzamingsslag alsnog toegevoegd kunnen worden, terwijl er wel een optimale gebouwschil en daarop afgestemde installatie ontworpen worden.

Hernieuwbare energie opwekken De resterende energiebehoefte kan (deels) worden opgewekt met zonne-energie. Nijmegen heeft de ambitie dat alle geschikte daken vol liggen met zonnepanelen. Naast de standaard zonnepanelen komen er steeds meer opties op de markt, denk aan geïntegreerde zonnedaken en -gevels en zonnedakpannen.

Aardgasvrij Voor nieuwbouw is het sinds 1 juli 2018 niet meer mogelijk een nieuwe gasaansluiting te verkrijgen, zodat gezocht moet worden naar een alternatieve warmtevoorziening. Een aantal van deze alternatieven valt voor deze locatie om diverse reden af. Een open en gesloten bodemenergiesysteem is niet toegestaan vanwege de ligging in het grondwaterbeschermingsgebied. Daarnaast is een aansluiting op het Nijmeegse warmtenet niet mogelijk, omdat die voorlopig niet in de wijk Brakkenstein is voorzien. Blijft over de systemen met warmtepompen op basis van lucht of in combinatie met een ijsbufferingssysteem. Voor beide systemen moet ruimte in/op het gebouw worden gereserveerd. Luchtwarmtepompen kunnen bijvoorbeeld op het dak worden geplaatst, waarbij de geluidsproductie een aandachtspunt is. Voor een warmtepomp aangesloten op een ijsbufferingssysteem is ruimte in de kelder voor het buffervat nodig en ruimte op het dak voor zonnecollectoren/-panelen om het systeem energetisch in balans te houden. Als voor warmtepompen wordt gekozen dan is in de woningen een lage temperatuur afgiftesysteem benodigd. Bovendien moet het warmtapwater naar een hogere temperatuur worden gebracht ter voorkoming van de legionella bacterie in de leidingen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

43

4.11.3 Circulair en biobased bouwen Het gebruik van grondstoffen zorgt voor uitputting van de aarde en de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang om het gebruik van grondstoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door hergebruikte materialen te gebruiken en door het gebouw zodanig te ontwerpen dat hergebruik van materialen mogelijk is. Daarnaast zijn biobased materialen, zoals hout, stro en vlas, een goed alternatief. Voordelen ten opzichte van steen en beton zijn comfort en gezondheid (vanwege positieve effecten geluiddemping, luchtvochtigheid en binnenluchtkwaliteit), een betere binnenluchtkwaliteit, opslag van CO2 en natuurlijke afbreekbaarheid. Ook voor de buitenruimte kan gebruik worden gemaakt van circulaire en biobased materialen voor bijvoorbeeld stoeptegels, erfafscheidingen, etc.

4.11.4 Duurzame mobiliteit Het autobezit in Nederland neemt nog altijd toe. Dit leidt tot opstopping van de wegen en uitstoot van broeikasgassen en luchtvervuilende stoffen. Om alternatief vervoer aantrekkelijk te maken, kan in de ontwikkeling rekening worden gehouden met: Goede voorzieningen voor fietser en voetganger Toegankelijkheid van openbaar vervoer Voorzieningen voor (elektrische) deelmobiliteit, zoals (bak)fiets, scooter en auto Daarnaast komen er naar verwachting steeds meer elektrische auto's in het straatbeeld. We adviseren om hierop in te spelen door te zorgen voor voldoende capaciteit van het elektriciteitsnet en laadvoorzieningen.

4.12 Verkeer en parkeren 4.12.1 Bereikbaarheid Gemotoriseerd verkeer Het plangebied ligt kadastraal gezien aan de Heemraadstraat 2, het gemotoriseerd verkeer wordt via een parkeerplaats achter de gebouwen aan de Kanunnik Mijllinckstraat ontsloten. Heemraadstraat en de Kanunnik Mijllinckstraat functioneren als erftoegangswegen binnen een 30km/u zone.

Langzaam verkeer Het plangebied wordt voor de voetganger en fietser vanuit de Heemraadstraat en de Kanunnik Mijllinckstraat ontsloten.

Openbaar vervoer Voor gebruik van het openbaar vervoer is het plangebied aanwezen op de haltevoorzieningen van de Kanunnik Mijllinckstraat en St. Annastraat, deze bevinden zich respectievelijk op ca. 200m. en 750m. loopafstand.

4.12.2 Expeditie Het expeditie verkeer ontsluit op dezelfde wijze als het overige gemotoriseerde verkeer.

44

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

4.12.3 Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de beleidsregels parkeren. Dit is een uitwerking van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nota "Parkeren in Nijmegen, auto en fiets, 2020 - 2030" en "Beleidsregels Parkeren Nijmegen, Parkeernormen Auto en Fiets". De gemeente Nijmegen heeft een stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijke" en het plangebied 'Heemraadstraat 2' valt in gebied "1e schil". Het benodigd aantal parkeerplaatsen is binnen onderhavig plangebied te realiseren.

4.12.4 Verkeersveiligheid Om de verkeersveiligheid te vergroten richten we onze wegen, waar mogelijk en wenselijk, in als 30 km/uur straten, belangrijke voorwaarde hierbij is dat de auto-intensiteit voldoende laag is. Dit is verwoordt in het Ambitiedocument mobiliteit 2019-2030 'Nijmegen Goed op Weg'. Op de wegen binnen de bebouwde kom geldt voor de GOW-plus, GOW-basis en de industrieterreinen een maximum snelheid van 50 km/h. Voor de overige wegen binnen bebouwde kom geldt 30 km/h. Het plangebied ligt aan een erftoegangsweg, binnen bebouwde kom, hiervoor geldt een maximumsnelheid van 30 km/h.

4.13 Cultuurhistorie en archeologie 4.13.1 Cultuurhistorie De bestaande school is gebouwd in 1960-1963 naar ontwerp van architect J.D.A. Okhuijsen, als rooms-katholieke lagere school voor jongens. Het oorspronkelijke ontwerp is niet meer gaaf aanwezig, omdat het gebouw is opgehoogd en uitgebreid. Het gebouw heeft maar beperkte architectuurhistorische waarden. Ook heeft de school slechts beperkte stedenbouwkundige waarden, omdat het aan de rand van de wijk gelegen is. In opdracht van de raad is in 2019 een inventarisatie gebouwgebonden naoorlogse kunst uitgevoerd. Alle gebouwgebonden kunst uit de periode 1940-1990 is geïnventariseerd en gewaardeerd. Zo ook het kunstwerk aan de gevel van de school aan de Heemraadstraat. Dit kunstwerk heeft de waardering 'gemiddeld' gekregen. De raad heeft de wens de nog aanwezige gebouwgebonden kunstwerken in Nijmegen zoveel mogelijk te behouden en bij sloop van een gebouw indien mogelijk te herplaatsen. De kunstwerken vertegenwoordigen een tijdsbeeld en een tijdsgeest. In de naoorlogse periode werd 1% van de bouwkunsten een kunstwerken besteed. De kunstwerken hadden vaak een onderwerp dat paste bij de functie van het gebouw. Het kunstwerk betreft Michaël en de Draak. Een afbeelding met de aartsengel Michaël past bij de oorspronkelijke katholieke schoolfunctie van het gebouw.

In het plangebied is er geen sprake van waardevolle cultuurhistorische structuren of ensembles. Conclusie Gelet op bovenstaande zijn er geen cultuurhistorische waarden die in het bestemmingsplan verankerd moeten worden. Wel zal het kunstwerk Michaël en de draak behouden moeten blijven en het advies is om het een plek te geven in het nieuwe gebouw, zodat de herinnering aan de oorspronkelijke katholieke school op deze plek levend kan worden gehouden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

45

4.13.2 Archeologie Het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen is er, in overeenstemming met Malta en de Erfgoedwet, op gericht om het bodemarchief zoveel mogelijk te ontzien. Indien dat niet mogelijk is, wordt voorafgaande aan de bodemverstoring archeologisch onderzoek verricht. De wijze van onderzoek wordt bepaald op basis van de vast te stellen archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingrepen. De archeologische (in bredere zin: cultuurhistorische) kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die mede als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. De Structuurvisie voor Nijmegen uit 2013 legt nadrukkelijk een koppeling tussen archeologie en lokale identiteit, en als bron of inspirator voor toerisme, een economisch belangrijke factor in de economie van de gemeente Nijmegen. Het zal duidelijk zijn dat een betere bescherming van het bodemarchief en vooral ook het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om een zo goed mogelijk inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het bodemarchief. Om deze reden heeft de gemeente Nijmegen een archeologische beleidskaart ontwikkeld (ABAK), waarop de belangrijkste archeologische vindplaatsen en zones en hun waardering zijn aangegeven.

Deze kaart is onderdeel van de Nota Nieuw Beleid (2013) en in een bijgewerkte vorm van het facetbestemmingsplan archeologie (2014). De op de kaart aangeduide waarden vormen de basis voor nieuwe bestemmingsplannen, waar nodig aangevuld met nieuw onderzoek. Het streven van de gemeente Nijmegen is in eerste instantie gericht op behoud in situ. Planaanpassingen kunnen de kosten voor archeologisch onderzoek overbodig maken of sterk beperken. Initiatiefnemers wordt dan ook aangeraden in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan inzake de mogelijkheden om te kijken naar de best mogelijke opties. Het kan daarbij gaan om adviezen voor de soort van archeologisch onderzoek die het beste gekozen kan worden of om de mogelijkheden van archeologie sparend bouwen te bekijken.

Bestaande archeologische waarden in het plangebied Het plangebied Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2) ligt momenteel in een gebied met de waarde 1. Waarde 1 wordt toegekend aan een gebied als er sprake is van een onbekende, lage of middelhoge verwachting. Deze waarde geldt voor circa 65% van het grondgebied van de gemeente Nijmegen. In veel gevallen is de waarde terug te voeren op het ontbreken van nadere kennis omtrent de situatie ter plekke. Voor deze waarde geldt dat er in het kader van omgevingsvergunningen een ondergrens geldt voor het doen van archeologisch onderzoek. Deze grens is gerelateerd aan het oppervlakte van het plangebied, namelijk groter dan 2.500 m2, en een ingreep die dieper gaat dan 30 cm. Daarnaast zijn er de algemene vrijstellingen uit het Bor, Bijlage II. Onderzoeken en aangepaste waarden archeologie in het plangebied Vooraf was er in het plangebied zelf geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. De waarde 1 stond hier dus grotendeels voor een onbekende waarde. De weinige onderzoeken die in de wijdere omgeving zijn uitgevoerd konden het beeld niet beter toespitsen. Inmiddels is er een bureauonderzoek opgesteld en is het verwachtingsmodel dat daarin werd geformuleerd getoetst door middel van een booronderzoek.

Dit heeft opgeleverd dat het zuidelijk deel van het plangebied geen archeologische resten (meer) bevat, waar in het noordelijk deel een hoge verwachting bestaat op het aantreffen van een vindplaats uit de Tweede Wereldoorlog. Hiervan is een rapportage opgesteld, zie Bijlage 8: H. van Enckevort en P. van de Geer, Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek aan de Heemraadstraat 2 in Nijmegen, Archeologische Berichten Nijmegen - Briefrapport 308, 2020 (conceptversie).

46

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

In het rapport wordt duidelijk gemaakt dat in het gedeelte waar de gebouwen gepland worden, aan de zuidzijde, geen archeologische resten (meer) te verwachten zijn. Het gedeelte in het noorden wat nu bekend staat als "de tennisbanen", waar de parkeervoorzieningen gaan komen, bevat waarschijnlijk de resten van stellingen uit de Tweede Wereldoorlog.

Deze gegevens leiden tot een aanpassing van de bestemmingsplanwaarden.

Bestemmingsplanregels Voor het zuidelijke deel van het bestemmingsplangebied gaat de waarde 0 gelden: hier komt dus vergunningenstelsel vanwege archeologie op te rusten. Het noordelijk deel krijgt de dubbelbestemming waarde 2 (hoge verwachting). Hier geldt een vergunningenstelsel vanwege archeologie voor ingrepen die groter zijn dan 50 m2 en die dieper dan 30 cm onder maaiveld zullen gaan.

Benodigd onderzoek In het gedeelte met een dubbelbestemming Waarde archeologie 2 geldt een vergunningenstelsel. De ondergrenzen voor een vergunningplicht zijn ingrepen met een oppervalk van meer dan 50 m2 en die dieper dan 30 cm onder maaiveld reiken. Vanaf dat punt is een omgevingsvergunning nodig en kan er archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.

Er zijn in het algemeen verschillende opties voor het te verrichten archeologisch onderzoek, die hieronder kort worden weergegeven.

Uitgebreid archeologisch onderzoekschema, naar de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

47

Het ruitje in het midden van de bovenstaande afbeelding staat voor het rapport dat moet aantonen hoe het met de archeologie binnen het plangebied is gesteld. De daarboven staande onderzoekstappen kunnen elkaar opvolgen, maar er kan ook gekozen worden om maar één bepaald soort onderzoek uit te voeren. In het algemeen geldt dat hoe lager men in de boom komt, hoe hoger de kosten worden, maar ook dat de data die gegenereerd worden steeds beter worden. Als een onderzoek onvoldoende duidelijkheid biedt kan het nodig zijn een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Elk project is maatwerk, waarbij het aan te bevelen is nauw contact te houden met het bevoegde gezag: de gemeente Nijmegen. Op basis van het advies kan de gemeente maatregelen opleggen. Deze variëren van het vrijgeven van het terrein tot het nemen van langdurige fysieke beschermingsmaatregelen. Een andere vorm kan het behoud van de archeologische waarden zijn door middel van een opgraving. Dit wordt ook wel behoud ex situ genoemd.

Meldingsplicht art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet Archeologische vondsten dan wel waarnemingen gedaan bij niet-archeologisch onderzoek moeten gemeld worden op basis van de artikelen 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Dit soort vondsten wordt aangeduid als toevalsvondst. Om het documenteren van toevalsvondsten en waarnemingen mogelijk te maken, verdient het aanbeveling de volgende standaardtekst bij de vergunningverlening op te nemen, die refereert aan de wettelijke meldingsplicht van archeologische waarden (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet): Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.10). Degene die bij het opsporen van archeologische monumenten, zonder het verrichten van een opgraving, waarnemingen doet, waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat die waarnemingen van belang zijn voor de archeologische monumentenzorg, meldt die waarnemingen zo spoedig mogelijk bij Onze minister (artikel 5.11). Deze melding kan in de praktijk worden gedaan bij het bevoegd gezag archeologie van de gemeente Nijmegen.

48

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (met legenda) en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en planregels.

5.2

Systematiek van de planregels

Voor het bestemmingplan wordt gebruik gemaakt van het Standaard bestemmingsplan van de gemeente Nijmegen. Het Standaard bestemmingsplan is gebaseerd de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) waarin landelijke standaarden voor planregels en verbeelding zijn geformuleerd. De standaardisatie maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op een vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Het bestemmingsplan wordt zowel in analoge als digitale vorm opgesteld. Bij interpretatieverschillen heeft het digitale bestemmingsplan voorrang. De planregels van het bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2) bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsplanregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.2.1

Inleidende regels

Bij de inleidende regels wordt ingegaan op de begrippen en de wijze van meten.

5.2.2

Bestemmingsplanregels

De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen hebben verleend. Een omgevingsvergunning wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de planregels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de welstandsnota. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: bestemmingsomschrijving; bouwregels; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels;

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

49

afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid.

5.2.3

Algemene regels

Onder het kopje algemene regels zijn de regels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Hierbij gaat het om de volgende bepalingen: Anti-dubbeltelregel: deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: regels over beeldende kunst, bouwwerken ten algemenen nutte en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels: er zijn regels opgenomen over het toestaan van aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten, bed en breakfast, buitenschoolse opvang en kinderdagverblijven, evenementen en verkoopstandplaatsen. Algemene aanduidingsregels: in deze bepaling is de bescherming van het grondwaterbeschermingsgebied opgenomen. Algemene afwijkingsregels: in deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een omgevingsvergunning te verlenen ten behoeve van niet-ingrijpende bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. Overige regels: in de overige regels staan bepalingen omtrent parkeren opgenomen. Daarnaast is een bepaling opgenomen over de voorrang van dubbelbestemmingen op enkelbestemmingen.

5.2.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht die aansluit bij het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregels Als laatste is de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.

5.3

Beschrijving per bestemming

Groen De bestemming Groen is opgenomen voor de groenvoorzieningen, bijbehorende voorzieningen zoals: sport- en speelvoorzieningen, terrassen, hondenuitlaatplaatsen, in- en uitritten en fietsen voetpaden; wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, overstortvijvers, rioolbuffers, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen; erfafscheidingen en geluidwerende voorzieningen, zoals geluidswallen en geluidsschermen; ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, luifels en balkons, ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming; en (bouw)werken ten algemenen nutte. Tuin De bestemming Tuin is opgenomen voor de tuinen en groenvoorzieningen, gebouwen behorend

50

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

bij het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw(en), ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, zoals (brand)trappen, keldertoegangen, koekoeken, bloemkozijnen, luifels en balkons en voor wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Verkeer De bestemming Verkeer is opgenomen voor wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing (waaronder terrassen), verkeerswegen (waaronder fiets- en voetpaden), openbaar vervoer, kunstwerken (zoals bruggen en andere waterstaatkundige werken), parkeervoorzieningen en fietsenstallingen. Tevens zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen, waterhuishoudkundige en geluidwerende voorzieningen, ondergeschikte bouwwerken ten behoeve van het aangrenzende hoofdgebouw in de naastgelegen bestemming en voor bouwwerken voor algemeen nut. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer zoekgebied groen' dient minimaal 20% van de aanduiding te bestaan uit groenvoorzieningen; Wonen De gronden die bestemd zijn als 'Wonen' zijn primair bedoeld voor het wonen. Daarnaast zijn aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten toegestaan (voorwaarden zie artikel 10.1). Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: gebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

De hoofdgebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak, dat geheel mag worden bebouwd. De goot- en bouwhoogte zijn op de verbeelding weergegeven. Aan- en uitbouwen, overkappingen en erfafscheidingen zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan. Waarde-Archeologie 2 (dubbelbestemming) In gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt de archeologische dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2. Ten behoeve van deze dubbelbestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden opgericht. Indien er ten behoeve van de andere, op de gronden geldende bestemming een bouwwerk wordt opgericht van meer dan 100 m2, een diepte van meer dan 30 cm en meer dan 3 meter uit de fundering van een bestaand gebouw, dient aan de hand van archeologisch onderzoek of anderszins te worden aangetoond dat er op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk indien, bijvoorbeeld op basis van archiefonderzoek, kan worden aangetoond dat de grond in het verleden al diepgaand verstoord is. Er kan, na advies van de archeologisch deskundige, een omgevingsvergunning worden verleend voor bouwwerken ten behoeve van overige geldende bestemmingen. Tevens is een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden vereist. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

51

52

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid In de nieuwe situatie wordt het voormalige schoolgebouw aan de Heemraadstraat 2 (voor rekening en risico van een projectontwikkelaar) gesloopt. Ook wordt een transformatie van het bestaande voormalige schoolgebouw nader bekeken. Op dit terrein aan de Heemraadstraat worden circa 38 appartementen ontwikkeld en gerealiseerd door een projectontwikkelaar (grondverkoop). Het achterliggende terrein waar nu 2 tennisbanen liggen (die worden verwijderd) wordt in het bouwplan betrokken ten behoeve van de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein. Het perceel maakt deel uit van de grondexploitatie Onderwijshuisvesting, deelplan Heemraadstraat 2, welke op 29 maart 2017 door de gemeenteraad van Nijmegen is vastgesteld. Het plangebied is gelegen in de wijk Brakkenstein. De grondexploitatie bevat de aankoop en verkoop van grond en gebouwen, sloop- en grondwerk en de gemeente-lijke plankosten. De totale investering van de grondexploitatie bedraagt afgerond bijna € 2 mln. Dekking vindt plaats door verkoop van grond voor appartementen en de grondexploitatie Onderwijshuisvesting. Derhalve kan gesteld worden dat de bestemmingswijziging financieel-economisch uitvoerbaar is. Via beschikbare budgetten en grondverkoop is het kostenverhaal verzekerd en hoeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vastgesteld te worden.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

53

54

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Inspraak

Voor dit bestemmingsplan is op 29 juli 2020 een vooraankondiging gepubliceerd. Op 6 juli 2020 en 17 december 2020 is voor direct omwonenden en overige belanghebbenden een digitale informatieavond gehouden om het bouwplan en het bestemmingsplan toe lichten. Van deze avonden is een opname gemaakt welke via www.nijmegen.nl/heemraadstraat beschikbaar is gesteld. In het voortraject is met de Wijkraad gesproken en op 25 november 2019 is het proces aan de wijk toegelicht. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een periode van zes weken ter visie gelegen (van donderdag 17 december 2020 tot en met woensdag 27 januari 2021). Binnen deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het plan kenbaar te maken. De tervisielegging is gepubliceerd op de gemeentelijke website en in de "Staatscourant". Tegen het ontwerpbestemmingsplan is geen zienswijze ingekomen.

7.2

Overleg

7.2.1

Provincie Gelderland

Op 20 juli 2020 heeft de Provincie Gelderland aangegeven dat zij zich kunnen vinden in onderhavig bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

55

56

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

Regels

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

57

58

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2) met identificatienummer NL.IMRO.0268.BP16005-VG01 van de gemeente Nijmegen.

1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

aanbouw

een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat op de grond staat, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat een aparte ruimte vormt die al dan niet vanuit het hoofdgebouw bereikbaar is.

1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

aangebouwd bijgebouw

een bijgebouw dat direct grenst aan een aan- of uitbouw en niet tevens aan het hoofdgebouw. Voor een aangebouwd bijgebouw geldt de definitie van een bijgebouw, met uitzondering van de eis van vrijstaandheid. Wanneer een aangebouwd bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.

1.7

aan huis verbonden beroepsactiviteiten

een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Prostitutie is uitgesloten.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

59

1.8

aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het verlenen van diensten en/of; het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen) en/of; het voeren van de administratie van bedrijfsactiviteiten die (behoudens genoemde administratieve werkzaamheden) niet ter plaatse worden uitgeoefend; het verstrekken van logies en ontbijt (bed and breakfast);

waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in of bij de woning met behoud van de woonfunctie ter plaatse kan worden uitgeoefend. Een seksbedrijf is uitgesloten.

1.9

achtergevel

de bestaande achtergevel van het hoofdgebouw.

1.10

achtergevellijn

de achterste grens van het bouwvlak en het verlengde daarvan.

1.11

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of houden van dieren.

1.12

archeologisch deskundige

de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het College van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologie.

1.13

archeologische waarden

Onder archeologische waarden kunnen worden verstaan: archeologische verwachtingswaarden; vastgestelde archeologische waarden of resten.

1.14

archeologische verwachtingswaarde

de kans op archeologische vondsten of informatie.

1.15

archeologisch onderzoek

onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling beschikkend over een certificaat conform de Erfgoedwet.

1.16

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

60

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

1.17

bed and breakfast

een overnachtingsmogelijkheid gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed- en breakfast heeft maximaal 4 kamers en 8 slaapplaatsen.

1.18

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel plaatsvindt uitsluitend als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

1.19

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk moet worden geacht.

1.20

bedrijvigheid

het uitoefenen van een bedrijf, met aanverwante activiteiten als laden en lossen en parkeren.

1.21

beperkt kwetsbaar object

Onder beperkt kwetsbaar object wordt verstaan: verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen/woonschepen/woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; kantoorgebouwen, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt. hotels en restaurants, voorzover zijn niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; winkels, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt. sporthallen, zwembaden en kampeerterreinen; sport- en kampeerterreinen en terreinen voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet als kwetsbar object kunnen worden aangemerkt; bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; objecten die met bovenstaande gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of electriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen dat ongeval.

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

61

1.22

beschermd stadsbeeld

stadsbeelden die overeenkomstig de bepalingen van de gemeentelijke monumentenverordening zijn aangewezen als beschermde stadsbeelden en waarvan een kaart met daarop aangegeven de begrenzing van het te beschermen gebied is opgenomen in het gemeentelijk monumentenregister Nijmegen.

1.23

beschermd stadsgezicht

stadgezicht dat ingevolge artikel 9.1 Erfgoedwet jo. artikel 35 van de Monumentenwet 1988 is aangewezen, met ingang van de datum van publicatie van die aanwijzing in de Nederlandse Staatscourant.

1.24 a.

b.

bestaand

bestaande bouwwerken: een legaal bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; bestaand gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.25

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.26

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.27

BEVI-bedrijf

bedrijf vallend onder de werkingssfeer van artikel 2 lid 1 a tot en met f van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen.

1.28

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

1.29

bijgebouw

een, vrijstaand, in functioneel en bouwkundig opzicht aan het hoofdgebouw ondergeschikt gebouw op hetzelfde bouwperceel, dat op de grond staat. Als functioneel ondergeschikt gebouw wordt verstaan een gebouw dat bedoeld en ingericht is ten behoeve van (huishoudelijke) berging, hobby- en/of stallingsruimte. Als een vrijstaand bijgebouw wordt gebruikt ten behoeve van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten of huisvesting in verband met mantelzorg, dan is de eis van functionele ondergeschiktheid niet van toepassing.

62

vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Brakkenstein - 5 (Heemraadstraat 2)

1.30

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.31

bouwhistorisch onderzoek

in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis en bouwhistorische kwaliteit van een monument in de vorm van een bouwhistorische inventarisatie, -verkenning, -opname of -ontleding, uitgevoerd overeenkomstig de “Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek”.

1.32

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.33

bouwkundige afscheiding

gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn.

1.34

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. Daar waar gesproken wordt over de 'eerste bouwlaag' wordt bedoeld de bouwlaag op (dan wel bij benadering op) de begane grond. De 'tweede bouwlaag' is de bouwlaag direct boven de 'eerste bouwlaag'.

1.35

bouwmarkt

een geheel of gedeeltelijk overdekt detailhandelsbedrijf met een overdekt verkoopvloeroppervlak van minimaal 1.000 m2, waarop een volledig of nagenoeg volledig assortiment van bouw- en doe-het-zelf producten uit voorraad wordt aangeboden.

1.36

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.37

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=25a30335-acf9-439d-8be7-f57ad11398ae