CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels Bijlage 2 Beleidsregels parkeren

Besluitronde (raadsvergadering) 11 september 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: (AANGEPAST) Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Nijmegen Dukenburg 2021 -1 (Winkelcentrum - Weezenhof Herstelbesluit) (74/2024)18.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsregels parkeren 2024 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Gelet op artikel 3.1.2 van het besluit ruimtelijke ordening en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Besluit vast te stellen de:

Beleidsregels Parkeren 2024

Hoofdstuk 1– Inleiding Met deze nota beoogt de gemeente Nijmegen te sturen op de leefbaarheid, bereikbaarheid en

mobiliteit van Nijmegen. Nieuwe ontwikkelingen (nieuwbouw, functieverandering of uitbouw) kunnen gepaard gaan met een parkeerbehoefte, een parkeervraag en een toenemend parkeerdruk in de

openbare ruimte. Een te hoge parkeerdruk leidt tot ongewenst zoekverkeer en bereikbaarheids- en

leefbaarheidsprobleem. En een te grote en te eenvoudige beschikbaarheid aan parkeerplekken leidt tot ongewenste mobiliteitskeuzes. De gemeente Nijmegen tracht dit probleem - zo veel mogelijk - te

voorkomen door bij de initiatiefnemer de verantwoordelijkheid neer te leggen om te voorzien in de

parkeerbehoefte bij een ontwikkeling. Bij deze verantwoordelijkheidsstelling is het hoofdmotief dat een parkeervraag bij een ontwikkeling niet mag worden afgewenteld naar de openbare weg. In een

tegenovergestelde situatie zou de parkeerdruk op de openbare weg onder alle omstandigheden

ongunstig worden belast. Deze belasting is onwenselijk, bezien vanuit de hoofddoelstellingen van deze nota.

In de nota Parkeren 2020-2030 staat dat Nijmegen is een stad in ontwikkeling is waar op verschillende locaties ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Dit betreft inbreidingslocaties of hoog-stedelijke uitbreidingen die om een andere mobiliteitsaanpak vragen: minder ruimte voor de auto. De oude

parkeernormen dragen enerzijds niet bij aan de gewenste mobiliteitstransitie en zorgen anderzijds tot de realisatie van parkeerplaatsen die in de praktijk niet worden gebruikt en hoge kosten voor een initiatiefnemer. Er is behoefte aan nieuwe normen die ons de komende jaren bij ruimtelijke

ontwikkelingen de mogelijkheid biedt om flexibiliteit en maatwerk toe te passen. Dit vormt de basis voor de voorgestelde beleidsregels in deze nota. Deze versie is een doorontwikkeling van de versie 2022.

Om de stad leefbaar, aantrekkelijk en duurzaam bereikbaar te houden wil de stad er voor zorgen dat

mensen hun mobiliteitsgedrag gaan veranderen. Want als er niets verandert, dan slibt de stad dicht en ontstaan structurele verkeersinfarcten. Deze verandering over langere termijn noemen we de

mobiliteitstransitie. Hoe Nijmegen dat gaat doen, dat staat beschreven in de Agenda versnelling

mobiliteitstransitie. De gemeenteraad heeft op 7 juni 2023 de Agenda Versnelling Mobiliteitstransitie vastgesteld.

De wijze waarop bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning de parkeereis voor auto en fiets

berekend en onderbouwd moeten worden, staat in de beleidsregels parkeren. Hiernaast dient rekening te worden gehouden met onder andere de vigerende Spelregels invoering betaald parkeren gemeente Nijmegen, het Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren, de parkeerverordening, de

1/58

beleidsregels deelmobiliteit, de Huisvestingsverordening, het Facetbestemmingsplan Kamerverhuur of een opvolger van deze stukken.

Hoofdstuk 2 – Uitgangspunten parkeernormen Waarom parkeernormen voor auto en fiets? De gebruikelijke wijze om de parkeerbehoefte bij (sloop)nieuwbouw, functieverandering (transformatie) of uitbouw (verder samengevat met: ontwikkelingen) te bepalen is om gebruik te maken van

parkeernormen. Voor een duurzame bereikbaarheid en leefbaarheid van een gebied of locatie is het essentieel dat wordt gewaarborgd dat geen sprake is van te hoge autoparkeerdruk, ongewenst

zoekverkeer of onnodige automobiliteit. Ontwikkelingen mogen niet leiden tot overlast in de nabije omgeving.

Parkeerkencijfers, parkeernormen en parkeerbehoefte Met een parkeernorm wordt een berekening gemaakt van het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij een ontwikkeling. Het CROW heeft in publicatie 381 kencijfers opgenomen die als handvat kunnen dienen voor een gemeente om parkeernormen vast te stellen.

De in deze nota opgenomen Nijmeegse parkeernormen zijn afgeleid van deze CROW-

parkeerkencijfers. De basis voor de Nijmeegse parkeernormen is het minimum van de kencijfers van het CROW per functie. Alleen in de ‘2de schil / overloop” is, ten behoeve van een stapsgewijze

overgang, uitgegaan van het kengetal tussen minimum en gemiddeld. Deze keuze sluit aan bij de

gemeentelijke mobiliteitsdoelen. In het Ambitiedocument Mobiliteit (2019) wordt immers ingezet op het niet verder laten groeien van de totale verkeersbelasting van auto’s binnen de stad.

Toepassing van parkeernormen Bij het beoordelen van een ontwikkeling toetst de gemeente of rekening is gehouden met het vereiste aantal parkeerplaatsen. Om interpretatieverschil en willekeur bij toepassing van parkeernormen te

voorkomen, is het noodzakelijk dat de gemeente een eenduidige beleidslijn hanteert. Dit doet tevens recht aan rechtszekerheid en het rechtsgelijkheidsbeginsel waardoor de juridische houdbaarheid

verbetert. Er kunnen zich specifieke omstandigheden voordoen die aanleiding zijn om van de normen

in deze nota af te wijken. Een goede motivering is daarvoor essentieel. Dit wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt.

Parkeren oplossen op eigen terrein Iedere initiatiefnemer van een plan is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende

parkeerruimte. Een nieuwe ontwikkeling mag geen parkeerproblemen veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat de initiatiefnemer ervoor zorgdraagt dat er voldoende parkeerruimte ten behoeve van de

ontwikkeling wordt gerealiseerd. Dit dient op eigen terrein te worden opgelost. Bij ontwikkelingen waar ook de openbare ruimte wordt mee ontwikkeld, is het mogelijk om het plangebied geheel te zien als tijdelijk eigen terrein.

Eigen terrein betekent niet per definitie fysiek op eigen terrein. Een parkeervoorziening die ten

behoeve van een ontwikkeling is gerealiseerd, maar niet op het terrein van die ontwikkeling ligt, kan

ook worden beschouwd als ‘eigen terrein’. Dit is bijvoorbeeld het geval als een aantal parkeerplaatsen wordt geclusterd op een pleintje dat alleen toegankelijk is voor bewoners, of als een parkeergarage

wordt gerealiseerd die bedoeld is als gemeenschappelijke parkeervoorziening voor meerdere functies.

2/58

Zie artikel 3 tabel 10 voor de maximale loopafstanden die worden gebruikt tussen bouwobject en parkeerplaats.

In Nijmegen wordt volop gebouwd. Als we de stad bereikbaar willen houden voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer én auto’s, blijft er minder ruimte over voor parkeren op straat. Daarom is een

belangrijk uitgangspunt van voorliggende beleidsregels dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers géén parkeervergunning krijgen (zie beleidsregel 5). Parkeerplekken komen in of onder het nieuwe

gebouw, op eigen terrein, of worden gereserveerd in bestaande, nabijgelegen parkeergarages. Hiermee creëren we vooraf duidelijkheid naar projectontwikkelaars en potentiële bewoners (of bedrijven) die zich oriënteren op een nieuwbouwproject. Voor bezoek wordt per ontwikkeling maatwerk geleverd. De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor communicatie van het al dan niet beschikbaar zijn van parkeerplaatsen op eigen terrein richting toekomstige bewoners en gebruikers, alsmede het

beschikbaar stellen van parkeerplaatsen aan de beoogde doelgroepen zoals opgenomen in de parkeerbalans.

Uitsluiting van nieuwbouw vindt plaats door instellen van een zogenoemd nulplafond in het ‘Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren’. De gemeente kan afwijken van de regel om geen

parkeervergunningen te verstrekken als bij nieuwbouw wordt voldaan aan tenminste één van de in dit artikel 3 beschreven afwijkingscriteria / vrijstellingen.

Hoofdstuk 3 - Algemene bepalingen A.

Definities

•

Acceptabele loopafstand: de kortste looproute over de openbare weg van ingang van het pand

•

Autoparkeereis: het aantal na saldering te realiseren autoparkeerplaatsen ten behoeve van een

•

Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen voor een bepaalde

•

Autoparkeerplaats: de minimaal benodigde ruimte om een auto te parkeren conform NEN 2443

•

Bestaande functie: de laatst (legaal) vergunde situatie

•

Binnenstad: het deel van het historische centrum, inclusief stationsgebied, zoals weergegeven

.

Bijzonder gemeentelijk belang: een project van grote betekenis voor de stad waarbij de

•

BVO / bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van één of meerdere ruimten van een

•

CROW: onafhankelijk kennisinstituut op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en

tot aan de parkeerplaats of ingang van de parkeervoorzieningen. ontwikkeling.

functie nodig zijn.

(parkeergarages en parkeerterreinen).

in kaart 1.

leefbaarheid van de stad, het klimaat en werkgelegenheid een doelstelling is

vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek overeenkomstig NEN 2580.

verkeer en vervoer. CROW ontwikkelt onder andere kencijfers op het gebied van verkeersgeneratie en fietsparkeren. •

Dubbelgebruik: bij dubbelgebruik wordt dezelfde autoparkeerplaats gebruikt voor

verschillende functies. De autoparkeerplaats moet dan altijd vrij toegankelijk zijn voor de gebruikers

3/58

van deze functies. Volledig dubbelgebruik is alleen mogelijk als het maatgevende moment waarop de parkeerbehoefte het grootst is, niet samenvalt voor de verschillende functies. •

Eigen terrein: het bouwoppervlak waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd, daaronder

•

Fietsparkeerbalans: in een fietsparkeerbalans wordt de fietsparkeereis berekend en

begrepen het daarbij behorende terrein dat als parkeerterrein is bestemd.

onderbouwd of en in welke mate dubbelgebruik van fietsvoorzieningen door verschillende functies mogelijk is. Hierbij wordt op verschillende tijdsmomenten gekeken naar het gebruik door de verschillende functies. •

Fietsparkeereis: het aantal na saldering te realiseren fietsparkeerplaatsen ten behoeve van een

•

Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen voor een bepaalde

•

Fietsparkeerplaats: de ruimte die nodig is om een gangbare fiets te kunnen stallen, conform

•

Fietsparkeur: toetsing en certificatie van fietsparkeersystemen op basis van eisen zoals te

•

Gereguleerd parkeergebied: een gebied waar een vorm van parkeerregulering is ingevoerd,

•

Maatgevende moment: het moment waarop de parkeerbehoefte van verschillende functies

•

Mobility-as-a-Service: een mobiliteitsconcept, waarbij de consument gebruik maakt van

•

Openbare parkeercapaciteit: de voor alle parkeerders vanaf de openbare weg toegankelijke

•

Parkeerkencijfer: een pp de praktijk gebaseerd cijfer van de verwachte parkeerbehoefte.

•

Parkeernorm: het aantal auto-/ fietsparkeerplaatsen dat voor een functie gerealiseerd moet

ontwikkeling.

functie nodig zijn. Fietsparkeur.

vinden op www.fietsparkeur.nl.

zoals betaald parkeren, vergunninghoudersparkeren of een blauwe zone. binnen een ontwikkeling het hoogst is.

verschillende transportmiddelen via één abonnement. parkeercapaciteit.

worden, uitgedrukt in een aantal auto-/ fietsparkeerplaatsen per eenheid, bijvoorbeeld een oppervlakte-eenheid. •

Salderen: het berekenen van de parkeereis op basis van het verschil tussen de parkeervraag in

de nieuwe situatie en de parkeervraag in de oude situatie (voor en na het realiseren van een

ontwikkeling, rekening houdend met aanwezigheidspercentages van de oude en nieuwe functie). •

Sociale huur: woningen waar bij het aangaan van de huurovereenkomst de huur niet hoger is

•

WVO: winkelvloeroppervlak

B.

Grondslag

dan de sociale huurgrens. In 2023 ligt deze grens op €808,06 per maand.

Voorheen was toetsing van de parkeernormen geregeld in de Bouwverordening. Met ingang van 1 juli 2018 dienen parkeernormen echter opgenomen te worden in het bestemmingsplan.

In 2017 is een paraplubestemmingsplan vastgesteld, waarmee de beleidsregels parkeren van

toepassing is verklaard op alle bestemmingsplannen waarin de parkeernormen nog niet waren

opgenomen. Voor alle nieuwe bestemmingsplannen geldt de verplichting om een parkeernorm voor te schrijven, dan wel te verwijzen naar de Nota Parkeernormen.

4/58

In het facetbestemmingsplan is een dynamische verwijzing naar de beleidsregels parkeren opgenomen. Dit houdt in dat wanneer gedurende de planperiode de beleidsregels parkeren wijzigen, de gewijzigde regels gelden. De bestemmingsplannen en beheersverordeningen hoeven daardoor niet opnieuw te worden herzien wanneer de beleidsregels parkeren wijzigen.

In alle nieuwe bestemmingsplannen is / wordt een parkeerregeling opgenomen met een dynamische verwijzing naar de beleidsregels parkeren. In deze regels is sprake van het parkeren en stallen van voertuigen - hieronder vallen ook fietsen.

C.

Vaststelling en inwerkingtreding

De beleidsregel worden vastgesteld in de collegevergadering van 19 december 2023 en treden één dag na publicatie in het Gemeenteblad inwerking.FF

D.

Overgangsbepaling

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die is ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit, wordt afgedaan op grond van de tot de inwerkingtreding van dit besluit geldende regels. Dit tenzij

toepassing van de nieuwe beleidsregels gunstiger voor de aanvrager van de omgevingsvergunning is. In dat geval zijn onderhavige beleidsregels van toepassing.

Bijlagen De bijlage 1 maakt onverkort en integraal onderdeel uit van de beleidsregels.

5/58

Hoofdstuk 4– Artikelen Artikel 1 Onderbouwing parkeernormen Nijmegen BELEIDSREGEL 1: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals weergegeven in kaart 1.

Parkeernormen zijn maatwerk Bij het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen is het de kunst om deze zo vast te stellen dat ze zo veel mogelijk recht doen aan de situatie ter plaatse. Dit betekent ook dat binnen een gemeente

verschillende parkeernormen voor eenzelfde functie kunnen gelden afhankelijk van de locatie van de functie (verschillende gebieden). Zaken als bereikbaarheid met het openbaar vervoer, fiets en het autobezit spelen daarbij een rol. De hoogte van de parkeernormen verandert in de tijd.

Nijmegen is in ontwikkeling: het aantal inwoners en de werkgelegenheid blijft de komende jaren

toenemen. Om deze groei te kunnen faciliteren vinden diverse ruimtelijke ontwikkelingen plaats. De

parkeernormen die tot 2020 werden gehanteerd droegen niet bij aan de gewenste mobiliteitstransitie

(minder automobiliteit) en zorgden tot de realisatie van onnodig veel parkeerplaatsen en hoge kosten voor een initiatiefnemer.

In het parkeerbeleid zoals op 25 november 2020 vastgesteld door de gemeente (ParkeernotaNijmegen2020-2030.pdf) is daarom opgenomen dat de parkeernormen zouden worden geactualiseerd. De in deze beleidsregels opgenomen parkeernormen bieden ons handvatten om de komende jaren bij ruimtelijke ontwikkelingen flexibiliteit en maatwerk toe te passen. Hiermee sluit de

parkeernormsystematiek aan op onze ambitie om de auto een minder dominante positie in het straatbeeld te geven en duurzaam vervoer te stimuleren

Gebiedstypen De basis voor de zone-indeling wordt gevormd door centrumzones met daar omheen verschillende ringen: binnenstad (stadscentrum + stationsgebied), centrum, schil 1e ring, schil 2de ring, rest bebouwde kom en buitengebied.

Bij het bepalen van deze zones is uitgegaan van logisch afgebakende gebieden met duidelijke grenzen. Daarbij is rekening gehouden met de ruimtelijke ontwikkelingen zoals op dit moment bekend.

Voor de gebieden rondom de treinstations is niet de stedelijkheidsgraad, maar de aanwezigheid van

een OV-knooppunt en daarmee goede alternatieven voor het gebruik en parkeren van de auto leidend

geweest (stations Lent, Dukenburg, Heijendaal Campus, station Goffert/NTC). Deze worden gezien als zijnde onderdeel van het gebied ‘centrum’.

De gebiedsindeling is te vinden op KaartViewer - Mobiliteit (nijmegen.nl), onder ‘Thema – Beleid – stedelijkezones tbv parkeernormering’. Deze indeling is ook weergegeven in kaart 1.

6/58

Kaart 1. Stedelijkheidszones t.b.v. parkeernormering

7/58

8/58

Artikel 2. De parkeernormen BELEIDSREGEL 2: Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.

De in dit artikel opgenomen autoparkeernormen zijn vaste normen (er mogen niet meer of minder

autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd bij een ontwikkeling). Bij het bepalen van de autoparkeereis wordt gebruik gemaakt van onderstaande autoparkeernormen.

Per functie zijn de parkeernormen in bijgaande tabellen verwoord. Er is een indeling gemaakt in de volgende categorieën: 1.

Woningen

2.

Werken

3.

Winkelen en boodschappen

4.

Sport, cultuur en ontspanning

5.

Horeca en (verblijfs-)recreatie

6.

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

7.

Onderwijsvoorzieningen

De toe te passen parkeernormen zijn per functie onderverdeeld naar de in artikel 1 beschreven gebiedstypen.

In onderstaande tabellen staat een paar keer de afkorting ‘n.v.t.’. Dit betekent dat het CROW voor de

betreffende functie en gebied geen parkeerkencijfer heeft. Wanneer bij een functie ‘n.v.t.’ staat en een parkeernorm toch nodig is bij een ontwikkeling, dan wordt gekeken of voor de betreffende functie de parkeernorm van het meest vergelijkbare gebied kan worden gebruikt of voor de betreffende functie

een parkeernorm van een vergelijkbare functie kan worden gebruikt. Als dit niet mogelijk is, dan dient de aanvrager -op basis van ervaringen bij vergelijkbare ontwikkelingen aan te tonen welke

parkeernorm toepasbaar, De gemeente beoordeelt de onderbouwing en bepaalt of deze toereikend is. Ten aanzien van de binnenstad (zoals begrensd in geel op kaart 1), geldt voor alle functies dat er niet voldaan hoeft te worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bezoekers van deze functies kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden.

1.

Woningen

Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. Er is hierbij gekozen om aan te sluiten op de type woningen en de kengetallen zoals gehanteerd door het CROW en niet meer te kiezen voor onze eigen differentiatiecriteria gebaseerd op grootte van de woning. De parkeervraag van een appartement is immers anders dan die van een vrijstaande woning.

Voor de categorieën ‘Koop, 2-onder-een-kap’, ‘Koop, rij’, ‘Koop, appartement duur’ en ‘Koop,

appartement gemiddeld’ wordt voor wat betreft het centrum en Schil 1e ring afgeweken van de CROWkencijfers. Hier is, vanwege de ontwikkelingen in deze zones zoals onder andere Hof van Holland, gekozen voor een parkeernorm van 1,3 per woning, zodat iedere woning over een parkeerplaats

beschikt. De CROW-kencijfers gaan hieruit van 0,9 tot 1,3 parkeerplaats per woning (inclusief 0,3 bezoek).

Onderstaande parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor

bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt (voor studentenkamers is dit minder). De parkeerplaatsen voor zover deze

9/58

voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel bezoekers” in onderstaande tabel) moeten altijd toegankelijk en beschikbaar zijn voor bezoekers. Het is dus niet noodzakelijk dat de

parkeercapaciteit voor bezoekers altijd op gemeentelijk terrein moet worden gerealiseerd. Dit kan ook op eigen terrein, al dan niet voorzien van een slagboom. De parkeercapaciteit voor bezoekers kan

echter niet in bijvoorbeeld een afgesloten parkeerkelder worden gerealiseerd die van buitenaf niet vrij toegankelijk voor bezoekers is.

In vrijwel de hele gemeente passen we een bezoekersnorm van 0,25 per woning toe (dit was voorheen 0,30 – deze verlaging betekent dat in onderstaande tabel de meeste parkeernormen met 0,05 zijn

verlaagd). In de zone Binnenstad zoals weergeven in kaart 1 geldt echter een bezoekersnorm van 0,00

per woning. Bezoeker kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages).

Binnen -stad

Centrum

Schil 1e

Schil 2e

Rest

Buiten-

ring

ring

BBK

gebied

Bezoek

Koop, vrijstaand

1,15

1,25

1,35

1,55

1,65

2,00

0,25

Koop, 2-onder-een-kap

1,05

1,25

1,25

1,45

1,55

1,75

0,25

Koop, rij

0,95

1,25

1,25

1,35

1,35

1,55

0,25

Koop, appartement duur

0,95

1,25

1,25

1,35

1,45

1,65

0,25

0,85

1,25

1,25

1,25

1,25

1,45

0,25

0,95

0,75

0,85

1,05

1,05

1,15

0,25

Huur, huis, (middel)duur

0,95

0,95

1,15

1,35

1,35

1,55

0,25

Huur, huis, sociale huur

0,75

0,75

0,85

1,05

1,05

1,15

0,25

midden/goedkoop incl.

0,55

0,55

0,65

0,85

0,85

1,00

0,25

Huur appartement, duur

0,85

0,85

1,05

1,25

1,25

1,50

0,25

Kamerverhuur (per kamer)

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,50

0,05

Studentenwoning

0,20

0,20

0,20

0,20

0,20

0,20

0,05

Kleine eenkamerwoning

0,50

0,50

0,50

0,50

0,60

0,60

0,2

0,70

0,70

0,70

0,70

0,70

n.v.t.

Koop, appartement middelduur

Koop, appartement goedkoop

Huur, appartement, sociale huur

Zorgwonen / beschut wonen (per kamer)

0,25 (incl

personeel)

Tabel 1: Autoparkeernormen woningen (parkeernorm geldt per zelfstandige woning of waar vermeld per kamer)

10/58

Toelichting: •

Prijscategorieën Nijmegen conform Uitvoeringsagenda Wonen (prijspeil 2023): o

o

Huur

Koop

sociaal

≤ € 808,06

Middelduur

€ 808,06 - € 1.116,85

Duur

> € 1.116,85

Goedkoop

< € 220.000

Middelduur

€ 220.000 - € 280.000

Duur

> € 280.000

De huurgrenzen voor sociale huur worden jaarlijks geactualiseerd op basis van landelijke

huurregelgeving. De laatst geldende huurregelgeving is van toepassing op deze beleidsregels. De maximale huurprijs voor middeldure huur is de huurprijs die gekoppeld is aan 185 punten in het

woningwaarderingsstelsel. De laatste aanpassing van het woningwaarderingsstelsel is van toepassing op deze beleidsregels. De koopgrenzen zijn gebaseerd op het woonbehoefteonderzoek uit 2019.

Indien nodig worden deze koopgrenzen geactualiseerd op basis van de lokale doorrekening van het driejaarlijkse Woon Onderzoek Nederland (WoON).

In gebieden waar de Verordening doelgroepen woningbouw Nijmegen (link) van toepassing is, is het niet mogelijk om in de categorie middeldure huur en de koopsector woningen te realiseren met een minimummetrages onder de 50m2. •

Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw (zoals een flat) of een

•

Zorgwonen is een woonvorm die valt onder de bestemming Wonen, maar waarbij specifiek is

woning met één woonlaag die is ontstaan na een woningsplitsing.

aangegeven dat de bewoners met ondersteuning wonen en er een gemeenschappelijke ruimte

aanwezig is. Er is geen 24 uurs zorg of begeleiding aanwezig. Deze woonvorm wordt ook wel beschut wonen genoemd. •

Voor de functie kamerverhuur geldt in heel Nijmegen een parkeernorm van 0,5 parkeerplaats

per kamer. Deze parkeernorm geldt alleen voor (delen van) complexen bestaande uit niet-zelfstandige eenheden. Kamerverhuur is in de definitie van wonen namelijk altijd onzelfstandig. •

Een studentenwoning is een woonruimte (maximaal 50 vierkante meter GO) voor studenten in

een gebouw of deel van een gebouw, al dan niet met een eigen (door de het college toegekend)

huisnummer, eigen toilet en douche en keuken (zie ook de vigerende Huisvestingsverordening). Bovenstaande parkeernorm geldt voor (delen van) complexen bestaande uit kleinere

eenkamerwoningen die alleen aan studenten worden verhuurd. De verhuurder van de betreffende studentenwoningen moet als zodanig ingericht zijn op de verhuur aan studenten en het daarop toezien. De bewijslast / onderbouwing hiervan ligt altijd bij de initiatiefnemer. •

Kleine eenkamerwoning: een zelfstandige sociale huurwoning (dus geen vrije sector of koop) -

(een studio of tiny house) met een eigen adres en een vloeroppervlak van maximaal 50 vierkante meter GO. •

In het geval van een hospita/hospes situatie, waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers

worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het grondoppervlak van de woning wordt gerekend). •

Het realiseren van één parkeerplaats op eigen terrein wordt niet toegestaan indien dit ten koste

gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het verharden van

voortuinen t.b.v. van parkeren. Er wordt hiervoor geen inritvergunning verleend. Voor meerdere

11/58

parkeerplaatsen op eigen terrein kan wel een openbare parkeerplaats worden opgeheven. In dat geval dient dit positief bij te dragen aan de parkeerbalans. Hierbij wordt een openbare parkeerplaats als 1 gerekend en een particuliere parkeerplaats als 0,6. Dit verschil ontstaat doordat een openbare

parkeerplaats inwisselbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. Deze regeling geldt echter niet in gebieden waar parkeerregulering is ingevoerd.

2.

Werken Binnen

Centru

Schil

Schil

Rest

Buiten-

0,9

0,9

1,3

1,4

1,4

2,3

1,3

1,3

1,6

1,7

2,0

3,3

1,1

1,1

1,5

1,6

1,9

2,1

0,4

0,4

0,5

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

1,1

1,2

1,3

1,7

-stad Kantoor zonder baliefunctie

Commerciële

dienstverlening Bedrijf

arbeidsintensief /

bezoekersextensief Bedrijf

arbeidsextensief /

bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebo uw

Opslagbedrijf

n.v.t.

m

0,07

1e ring

0,07

2e ring

0,07

BBK

0,07

gebied

0,07

Eenheid

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

100m2 BVO

unit

Bezoe k

5%

20%

5%

5%

5% 95%

(min 2 pp)

Tabel 2:Autoparkeernormen Werken

Toelichting: •

Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.

•

Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie

•

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een

•

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf

•

Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te

werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers). (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers). huisvesten.

12/58

Aan-huisgebonden beroepen In de bestemmingsplannen zijn regels opgenomen voor de uitoefening van een aan-huisgebonden beroep in samenhang met wonen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis.

Voor wat betreft parkeren geldt dat op eigen erf / terrein moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat wanneer: •

parkeren op eigen erf verkeerskundig niet mogelijk is, c.q.

•

stedenbouwkundig niet aanvaardbaar is, of

•

om een andere reden niet mogelijk is,

het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten mag betreffen dat daardoor extra

verkeersmaatregelen -waaronder parkeervoorzieningen- noodzakelijk worden in het openbaar gebied. De aanvrager van omgevingsvergunning moet aantonen dus dat er in de directe omgeving voldoende alternatieve vrije parkeergelegenheid is (zie ook bijlage 1).

13/58

3.

Winkelen en boodschappen Binnen-

Centrum Schil 1e

Schil 2e

Centrumfuncties

3,1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

100 m2

99%

Mandjessupermarkt

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

n.v.t.

100 m2

89%

Buurtsupermarkt

0,9

0,9

1,7

2,2

2,4

n.v.t.

100 m2

89%

Full-service

2,1

2,1

3,0

3,7

3,9

n.v.t.

100 m2

93%

Grote supermarkt

4,9

4,9

5,8

6,3

6,7

n.v.t.

100 m2

84%

Groothandel

n.v.t.

n.v.t.

4,9

4,9

4,9

n.v.t.

100 m2

80%

Groothandel

n.v.t.

n.v.t.

5,4

5,4

5,4

n.v.t.

100 m2

80%

Buurtcentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,1

2,6

2,7

n.v.t.

100 m2

72%

Wijkcentrum

n.v.t.

3,1

3,3

3,8

4,1

n.v.t.

100 m2

79%

Stadsdeelcentrum

n.v.t.

3,7

4,2

4,7

5,3

n.v.t.

100 m2

85%

kleinschalige

1,3

1,3

1,6

1,7

2,0

3,3

Weekmarkt

0,15

0,15

0,15

0,15

0,15

0,15

100 m2

85%

Kringloopwinkel

n.v.t.

n.v.t.

0,9

1,0

1,4

2,0

100 m2

89%

Bruin- en

2,9

2,9

4,8

5,2

6,6

8,5

100 m2

92%

Woonwarenhuis /

0,9

0,9

1,3

1,4

1,4

1,7

100 m2

91%

stad

supermarkt

(XL)

specialist

algemeen

(gemiddeld)

Solitaire

detailhandel

witgoedzaak

woonwinkel

ring

ring

Rest BBK

Buitengebied

Eenheid

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

100m2 BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

bezoek

80%

14/58

Woonwarenhuis

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4,0

4,4

100 m2

95%

Meubelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

1,6

1,7

2,0

n.v.t.

100 m2

93%

Winkelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

3,2

3,3

3,7

n.v.t.

100 m2

94%

Outletcentrum

n.v.t.

n.v.t.

7,8

8,3

8,6

9,4

100 m2

94%

Bouwmarkt

n.v.t.

n.v.t.

1,5

1,6

2,0

2,2

100 m2

87%

Tuincentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,0

2,1

2,3

2,6

100 m2

89%

Groencentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,0

2,1

2,3

2,6

100 m2

89%

Showroom

n.v.t.

0,7

0,9

0,9

1,3

1,3

100 m2

35%

(zeer groot)

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

BVO

Tabel 3. Autoparkeernormen Winkelen en Boodschappen

Toelichting: •

Centrumfuncties: De autoparkeereis voor de binnenstad (zie kaart 1) wordt voor horeca en

detailhandel / funshoppen) berekend middels een algemene parkeernormen van 3,1 parkeerplaats per 100 m2 BVO. •

Er worden vier typen supermarkten onderscheiden -

Mandjessupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2

winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft waarbij het gebruik van winkelwagens is uitgesloten in de

omgevingsvergunning. De winkel leent zich daarom niet voor het grootschalig inslaan van boodschappen. -

Buurtsupermarkt - dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2

winkelvloeroppervlak -WVO) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied (=de directe omgeving) heeft. -

Fullservice supermarkt - dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor

-

Grote supermarkt (XL) – hebben een (zeer) uitgebreid assortiment met een oppervlakte

groente, vlees, kaas en brood. De oppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 WVO. groter dan 2.500 m2 WVO (en vaak kleiner dan 4.000 m2 WVO). Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid. •

Groothandel specialist: een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of

kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep

15/58

op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen. •

Groothandel algemeen: een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan

•

Stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum: ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor

de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.

doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied en waarbij collectieve parkeergarages worden gerealiseerd (dus niet iedere winkel zijn eigen parkeergarage). -

Een stadsdeelcentrum is altijd een aanvulling op een binnenstad of een

hoofdwinkelcentrum (50+ winkels). Bovendien is hier het merendeel van het centrum planmatig ontwikkeld. Bijvoorbeeld Nijmegen Dukenburg. -

Een wijkcentrum heeft een specifiek ondersteunende functie. Hieronder vallen onder

andere winkelconcentraties met 5-10 winkels en 2 of meer supermarkten of winkelgebieden met 10+ winkels in de detailhandel. Bijvoorbeeld Hof van Holland. -

Een buurtcentrum is een winkelconcentratie met minimaal 5 winkels en maximaal 9

winkels in de detailhandel. Daarnaast is er een of geen supermarkt in dit type winkelgebied aanwezig. •

Solitaire kleinschalige detailhandel: detailhandel (exclusief supermarkt) gevestigd op een

solitaire locatie, dus niet in een stadsdeel-, wijk- en buurtcentrum. Een ontwikkeling is kleinschalig op het moment dat de parkeerbehoefte kleiner of gelijk is aan drie parkeerplaatsen. •

Weekmarkt: bij een weekmarkt kunnen globale parkeerkencijfers worden gehanteerd - er moet

•

Bruin- en witgoedzaken: het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen (elektronica,

een forse marge in acht worden genomen.

huishoudelijke apparaten) die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen. •

Woonwarenhuis/woonwinkel (overig): dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment

hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij o.a. om

meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. •

Woonwarenhuis (zeer groot): dit zijn grootschalige detailhandelszaken die een breed

assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Hieronder vallen ook

gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. •

Winkelboulevard: een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak

grote detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema). •

Outletcentrum: een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen (o.a. kleding,

accessoires, speelgoed, interieur) op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 WVO). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels. •

Tuincentrum (inclusief buitenruimte): het betreft de middelgrote en grootschalige

detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 WVO). Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen

16/58

verkocht, zoals dierartikelen, seizoenartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en

decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). •

Groencentrum (inclusief buitenruimte): het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 WVO). Er

worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals

tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoenartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuin­centrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

4.

Sport, cultuur en ontspanning Binnen -stad

Centru m

Schil 1e Schil 2e Rest ring

ring

BBK

Buiten- Eenhei gebied

Bibliotheek

0,2

0,2

0,5

0,6

0,8

1,1

Museum

0,3

0,3

0,5

0,6

0,9

n.v.t.

Bioscoop

2,2

2,2

6,9

7,4

10

12,7

Filmtheater/filmhuis

1,6

1,6

4,2

4,7

6,7

8,9

Theater/schouwburg

5,8

5,8

6,4

7,2

8,3

10,5

Musicaltheater

2,4

2,4

2,9

3,2

3,4

4,6

Casino

5,2

5,2

5,6

5,9

6,0

7,5

Bowlingcentrum

1,1

1,1

1,7

2,0

2,3

2,3

Biljart-/snookercentrum

0,6

0,6

0,8

0,9

1,1

1,5

d

100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO Per

baan Per

tafel

bezoek

97%

95%

94%

97%

87%

86%

86%

89%

87%

17/58

Binnen

Centru

Schil 1e Schil 2e Rest ring

ring

BBK

Buiten- Eenhei

1

1

3,3

3,6

4,9

6,9

-stad

Dansstudio

Fitnesstudio/sportschoo l

Fitnesscentrum

Welnesscentrum

Sauna, hammam

Sporthal (zie toelichting voor grotere aantallen bezoekers).

m

gebied

0,9

0,9

2,9

3,2

4,2

6

1,2

1,2

3,9

4,2

5,7

6,9

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

8,8

9,8

2

2

4,1

4,4

6,1

6,8

1,2

1,2

1,8

1,9

2,4

3,2

Sportzaal

0,8

0,8

1,6

1,7

2,4

3,3

Tennishal

0,2

0,2

0,3

0,4

0,4

0,4

Tennisbaan / padelbaan

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

2,5

Squashhal

1,5

1,5

2,3

2,4

2,6

3,1

Zwembad overdekt

n.v.t.

9,7

9,7

10,2

10,5

12,3

Zwembad openlucht

n.v.t.

9,1

9,1

9,6

11,9

14,8

d

100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100

bezoek

93%

87%

90%

99%

99%

96%

94%

m2

87%

baan

95%

BVO

100 m2

BVO 100 m2

bassin 100 m2

bassin

84%

97%

99%

18/58

Binnen

Centru

Schil 1e Schil 2e Rest ring

ring

BBK

Buiten- Eenhei

Sportveld

13,0

13,0

13,0

13,0

13,0

13,0

Stadion

0,04

0,04

0,04

0,04

0,04

0,04

-stad

m

gebied

Kunstijsbaan (<400m)

0,9

0,9

1,1

1,2

1,4

1,8

Kunstijsbaan (400m)

n.v.t.

n.v.t.

1,8

1,9

2,1

2,5

Ski- en snowboardhal

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2,1

n.v.t.

Jachthaven

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Golfcentrum (P&P)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

49

54

Golfbaan (18 holes)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

85

108

Indoorspeeltuin/kinders peelhal (klein/gem)

Indoorspeeltuin/kinders peelhal (groot)

Indoorspeeltuin/kinders peelhal (zeer groot)

0,4

0,4

1,2

1,6

1,9

2,6

1

1

1,8

2,3

2,8

3,6

2,2

2,2

3,1

3,6

4

4,9

Kinderboerderij

0,4

0,4

1,2

1,6

1,9

2,6

Manege

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,3

d

Per ha netto

terrein Zitplaat s

100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO Ligplaa ts

per

centru m

per 18 holes 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO per

box

bezoek

95%

99%

98%

98%

98%

-

93%

98%

97%

98%

98%

97%

90%

19/58

Binnen

Centru

Schil 1e Schil 2e Rest ring

ring

BBK

Buiten- Eenhei

4

4

4

4,0

4

4

-stad

Dierenpark

m

gebied

Attractie- en pretpark

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4

4

Volkstuin

n.v.t.

n.v.t.

1,1

1,2

1,2

1,3

n.v.t.

n.v.t.

5

6,3

8

11

Plantentuin (botanische tuin)

Sociaal cultureel centrum

Wijk- of verenigingsgebouw

Kartbaan

2

2

2

2,0

2

2

2

2

2

2,0

2

2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2,1

n.v.t.

Klimhal

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2.1

n.v.t.

Bordeel

1

1

1

1,0

1

1

Overige sexinstelling

0,5

0,5

1

1,0

1

1

d

per ha netto

terrein per ha netto

terrein per 10 tuinen per

tuin 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100 m2

BVO 100

bezoek

99%

99%

100%

99%

90%

95%

90%

m2

90%

Kamer

90%

BVO

100 m2

BVO

90%

Tabel 4. Autoparkeernormen Sport, cultuur en ontspanning

Toelichting: •

Filmtheater/filmhuis: een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar

films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. •

Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende)

theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers.

20/58

•

Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen.

•

Fitnessstudio/sportschool: met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere

Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.

voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten. •

Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele

centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. •

Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige

(combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels,

bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen

kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-

/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. •

Kunstijsbaan: er wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter

kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt

onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats). •

Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd): al dan niet in combinatie met een golfbaan

kan er sprake zijn van een golf(oefen)cen­trum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door

bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). •

Golfbaan (18 holes): indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70

•

Indoorspeeltuin/kinderspeelhal: indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende

hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.

speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal

verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die aanmerkelijk groter zijn. •

Sportzaal: een ruimte die geschikt is om op trainingsniveau om diverse zaalsporten in te

•

Sporthal: een ruimte met kantine en tribune, die geschikt is om op wedstrijdniveau diverse

beoefenen, zoals zaalvoetbal, tafeltennis, basketbal, volleybal en dergelijke.

zaalsporten / balsporten in te beoefenen. Bij grotere aantallen bezoekers is de parkeernorm te laag en is maatwerk vereist. Hierbij wordt uitgegaan van 0,15 parkeerplaats per tribune- / zitplaats. •

Sportveld: de parkeernorm is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten.

21/58

5.

Horeca en (verblijfs-)recreatie Binnen- Centru stad

m

Schil 1e

Schil 2e

Camping

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

n.v.t.

1,1

Bungalowpark

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

1,5

2

Hotel (1*, 2*, 3*)

0,16

0,16

0,28

0,30

0,42

0,63

Hotel (4*, 5*)

0,42

0,42

0,68

0,72

0,93

1,18

4

4

4

4,5

5

n.v.t.

8

8

8

8,5

12

n.v.t.

Fastfoodrestaurant 5

5

5

5,0

15

15

Pension, BB, hostel 0,15

0,15

0,25

0,3

0,4

0,4

Discotheek

4,1

4,1

10,3

11,3

16,4

18,8

3

3

4

4,8

5

n.v.t.

Café / bar / cafetaria

Restaurant

Evenementen-, beurs-,

congresgebouw

ring

ring

Rest

Buiteng ebied

Eenheid Standpl aats

Bungalo w

per

kamer per

kamer 100 m2 BVO

100 m2 BVO

100 m2 BVO per

kamer 100 m2 BVO

100 m2 BVO

bezoek

90%

91%

77%

65%

90%

80%

90%

95%

99%

99%

Tabel 5. Autoparkeernormen Horeca en (verblijfs-)recreatie

Toelichting: •

Er is sinds 2013 een beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het

stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen

alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte

horeca en vice versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven (artikel 5 “Bijzondere gevallen”). •

Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in

dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het pand.

22/58

•

Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een

aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen”

uitkomt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2 bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek. •

Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één

van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met

twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In

Nijmegen zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie. •

Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden

dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm. •

In de binnenstad (zie kaart 1) hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers.

Zij kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De

vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn. •

Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden

dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm.

23/58

6.

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor

mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners. Binnen- Centru stad

m

Schil 1e

Schil 2e

1,8

1,8

2,2

2,3

2,7

3

2

2

2,5

2,6

2,9

n.v.t.

1

1

1,2

1,3

1,5

1,7

1

1

1,3

1,4

1,6

1,9

1,2

1,2

1,5

1,6

1,8

2,1

1,3

1,3

1,7

1,8

2,1

2,4

Gezondheidscentrum

1,3

1,3

1,6

1,7

1,9

2,2

Ziekenhuis

1,3

1,3

1,5

1,6

1,6

1,9

Huisartsenpraktijk (centrum)

Apotheek Fysiotherapiepraktijk (centrum)

Consultatiebureau Consultatiebureau ouderen

Tandartsenpraktijk (centrum)

beschermd wonen (24uurs zorg)

ring

ring

Rest

Buiteng ebied

Eenheid bezoek Behand

elkamer Apothe ek

Behand

elkamer Behand

elkamer Behand

elkamer Behand

elkamer Behand

elkamer 100 m2 BVO

57%

45%

57%

50%

38%

47%

55%

29% 100%

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

n.v.t.

Hospice

0,6

0,6

1

1,2

1,4

1,4

Psycholoog

1,25

1,25

1,45

1,45

1,5

1,5

Crematorium

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

25,1

25,1

Begraafplaats

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,0

26,6

26,6

woonee (incl. nheid

Woonee nheid

behand

elkamer Plechtig heid

Plechtig heid

personee l)

90%

57%

99%

97%

24/58

Gevangenis

1,4

1,4

1,9

2,0

3

3,4

Religiegebouw

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

10

cellen Gebeds -plaats

37%

-

Tabel 6. Autoparkeernormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Toelichting: •

Verpleeghuis / beschermd wonen (24-uurs zorg): beschermd wonen valt

bestemmingsplantechnisch gezien in het algemeen onder de bestemming “maatschappelijke

doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto. •

Gezondheidscentrum: een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak

•

Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke

gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau. hulp en zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale

relatie met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen

woonruimte te hebben. Er worden hiervoor soms aparte ruimtes gebouw, die gebruikt worden voor het verlenen van mantelzorg. Hiervoor geldt geen parkeereis.

25/58

7.

Onderwijsvoorzieningen Binnen- Centru stad

m

Schil 1e

Schil 2e

Rest

Buiten-

0,8

0,8

1

1,1

1,1

1,4

peuterspeelzaal

0,8

0,8

1

1,1

1,1

1,4

basisonderwijs

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

2,3

2,3

3

3,2

3,3

3,9

Kinderdagverblijf (crèche)

Middelbare school (vmbo, havo; vwo)

ring

ring

BBK

gebied

ROC, MBO

3,2

3,2

3,8

4,0

4,2

4,9

Hogeschool

6,3

6,3

6,9

7,2

7,5

8,9

Universiteit

avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

9,7

9,7

11,5

12,1

12,7

14,8

3

3

4

4,5

5

9,5

Eenheid bezoek 100 m2 BVO

100 m2 BVO

-

-

per

loslokaa l

per 100 leerling en

per 100 leerling en

per 100 student en

per 100 student en

per 10

student en

11%

7%

72%

48%

95%

Tabel 7. Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen (exclusief halen en brengen)

26/58

Toelichting: In bovenstaande parkeernormen voor onderwijsvoorzieningen is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het aantal

leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x

reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel.

% halen en

brengen met de auto Groep 1 t/m 3

Groep 4 t/m 8

Kinderdagverblijf / BSO

Gastouder opvang

30% (30-60%) 5% (5-40%) 50% (50-80%) 50%

Reductiefactor parkeerduur

Reductiefactor

aantal kinderen per auto

Aantal pp per kind

0,5

0,75

0,113

0,25

0,85

0,011

0,25

0,75

0,094

0,25

0,75

0,094

Tabel 8. Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen - halen en brengen van kinderen

Voor parkeren bij gastouderopvang hoeft alleen rekening te worden gehouden met een extra

parkeerbehoefte voor halen en brengen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte bij gastouderopvang dient deze binnen 100 meter van de locatie aanwezig te zijn.

27/58

Artikel 3. Toepassing parkeernormen Auto Dit artikel gaat in op de wijze van toepassing van parkeernormen. Welke berekeningen moeten plaatsvinden en hoe deze moeten worden uitgevoerd. Ook wordt ingegaan op het gebruik van

bestaande parkeerplaatsen, de toepassing van dubbelgebruik (aanwezigheidspercentage) en wat de mogelijkheden zijn als men niet aan de parkeereis kan voldoen.

BELEIDSREGEL 3: De autoparkeereis wordt bepaald door de parkeervraag van de laatstelijk vergunde

situatie af te trekken van de parkeervraag van de nieuw te vergunnen functie (salderen), tenzij sprake is van een leegstand langer dan 7 (zeven) jaar gemeten tussen het moment van het afgeven van een

omgevingsvergunning voor de nieuwe functie en datum van de beëindiging van het vergunde gebruik waarmee wordt gesaldeerd.

Bij functiewijziging (bij 1. verbouw of 2. (gedeeltelijke) sloop met nieuwbouw op een locatie waarbij

voorheen (gedeeltelijk) gebruik werd gemaakt van parkeerplaatsen in de openbare ruimte), geldt geen aanvullende parkeerverplichting als uit een parkeerbalans blijkt dat de parkeervraag die bij de nieuwe

functie hoort, op alle momenten in de week lager of gelijk is aan de parkeervraag van de oude functie. In de parkeerbalans moet worden uitgegaan van de vigerende parkeernormen en met de

aanwezigheidspercentages van de nieuwe en de oude functie (= de maatgevende momenten). In dit geval hoeven er bij een functieverandering dus geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Als de parkeerbehoefte van de nieuwe functie één of meerdere momenten hoger is dan die van de

bestaande functie, dan moet het verschil aan parkeerplaatsen tussen beide extra worden aangelegd op eigen terrein. Als dit niet kan, dan dient de initiatiefnemer een onderzoek door een verkeerskundig adviesbureau met ervaring op het gebied van parkeertellingen, uit te laten voeren. Het

onderzoeksgebied, het aantal tellingen en de momenten waarop wordt geteld, moeten vooraf in

overleg met de gemeente worden vastgesteld. Het parkeeronderzoek dient om aan te tonen dat binnen een redelijke loopafstand (zie tabel 10) de parkeerdruk in de openbare ruimte op de maatgevende

momenten, met toevoeging van de ontwikkeling, onder de 85% blijft. Als de parkeerdruk boven de 85% uitkomt, dan kan de functiewijziging alleen plaatsvinden als de toekomsten bewoners / werknemers

van het betreffende complex geen parkeervergunning voor op straat krijgen. Dit wordt vastgesteld in het Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren.

Als het gebouw of terrein waar de beoogde ontwikkeling is voorzien langer dan 7 (zeven) jaren niet

meer in gebruik is, dan beschouwen we de parkeerbehoefte van de oude functie als 0. Kortom, in een dergelijk geval bij iedere invulling volledig in de parkeerbehoefte moeten worden voorzien.

BELEIDSREGEL 4: Bij een bouwontwikkeling of gebruikswijziging hoeft alleen te worden voorzien in de extra parkeerbehoefte. Hierbij wordt voor zowel de oude als de nieuwe parkeereis het aantal reële parkeerplaatsen gehanteerd, afgerond in hele getallen zoals omschreven in beleidsregel 3 (een

parkeereis van 1,3 en 1,9 worden bijvoorbeeld beide afgerond naar 2 parkeerplaatsen). Indien dit

afgeronde aantal benodigde parkeerplaatsen bij de nieuwe functie hoger is dan bij de oude functie, moet het verschil aan parkeerplaatsen worden aangelegd.

BELEIDSREGEL 5: Het realiseren van parkeerplaatsen bij ontwikkelingen moet op eigen terrein

plaatsvinden tenzij de aanvrager onderbouw voldoet aan tenminste één van de in dit artikel beschreven afwijkingscriteria / vrijstellingen. Huurders, kopers en werknemers van nieuwbouw krijgen geen

parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Hierdoor zijn er minder parkeerplaatsen op straat nodig (dit resulteert er dus in dat niet elke adres een parkeerplaats heeft).

28/58

Bepalen van de autoparkeereis Stap a: bepalen van de parkeerbehoefte

Stap b: inspannings verplichting van de aanvrager

Stap c: alternatieven

Stap d: parkeren in de openbare ruimte

Stap e: verlenen van ontheffing

Figuur 1: Stroomschema bepalen van de parkeereis

Kwaliteitseisen: De maten van een parkeerplaats die toegankelijk zijn vanaf de openbare weg zijn voor haaks parkeren

2,5x5m voor een enkele parkeerplaats. Voor een dubbele parkeerplaats bij een woning (geen openbaar parkeerterrein) moet rekening worden gehouden met 4,5x5. Voor langsparkeren minimaal 2,0x6,0m.

Iedere parkeerplaats moet direct bereikbaar zijn vanaf de openbare weg (het mag dus niet zo zijn dat je over een andere parkeerplaats moet rijden om op de openbare weg te kunnen komen). Dit geldt

echter niet voor zover het parkeerplaatsen op eigen terrein bij een grondgebonden woning betreft. Voor bereikbaarheid en bruikbaarheid wordt verwezen naar de vigerende CROW-richtlijnen (ASVV).

Parkeren voor minder validen: Bij het bepalen van de behoefte voor parkeerplekken voor minder validen houden we rekening met de vigerende CROW-richtlijnen: op 50 ‘gewone’ parkeerplaatsen moet één AGPP beschikbaar zijn. Bij nieuw te bouwen instellingen moet rekening worden gehouden met het aanleggen van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen conform deze richtlijn.

Het uitgangspunt hierbij is dat instellingen / voorzieningen waar een gehandicapte uit medische noodzaak naar toe moet gaan, over tenminste één algemene gehandicaptenparkeerplaats in de nabijheid van de ingang beschikt.

Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen maken onderdeel uit van de parkeereis.

Stap a: bepalen van de parkeerbehoefte Een parkeerbalans laat zien hoeveel parkeerplaatsen op basis van de parkeernormen en met saldering

nodig zijn. Afronding van het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen vindt altijd naar boven plaats. Bij het opstellen van de parkeerbalans kan gebruik worden gemaakt van de volgende uitgangspunten:

Bestaande situatie In bestaande situaties kan het reeds aanwezige aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering worden gebracht op de nieuwe, totaal (bestaande bebouwing en uitbreiding) vast te stellen

parkeerbehoefte. Dit geldt uitsluitend als er sprake is van overcapaciteit. In overige situaties wordt de extra parkeerbehoefte vastgesteld op basis van het aantal m² uitbreiding.

In afwijking van beleidsregel 3 geldt voor gebieden waar een collectieve parkeernorm wordt toegepast

(zoals een centrumfunctie, stadsdeelcentrum, wijkcentrum en buurtcentrum), dat bij transformatie van

detailhandel naar woningen het bezoekersaandeel niet mag worden gesaldeerd. In dit geval mag alleen het vaste parkeerdeel worden meegenomen in de saldering. Voor centrumfuncties geldt dat de

parkeernorm van 3,1 pp/100m2 voor 99% uit bezoekers bestaat. Het vaste deel is hier dus maar 0,031

29/58

pp/100 m2 BVO. De reden hiervoor is dat het bezoekersparkeren veelal in een van de bestaande

parkeergarages plaatsvindt en dat zeker in de binnenstad / centrum en ondersteunende, grotere

winkelgebieden zoals Dukenburg, de omzetting van detail naar woningen niet tot minder bezoekers leidt.

Verbouw c.q. functiewijziging en sloop Bij een wijziging van gebruik en bij een verbouwing wordt op basis van de parkeernormen een

parkeereis berekend. Hierbij geldt dat de berekende parkeereis op basis van de nieuwe functie, wordt verminderd met de parkeereis (berekend volgens parkeernormen in artikel 2) van de laatste (legaal)

vergunde functie die komt te vervallen (zie beleidsregel 3). Als de parkeerplaatsen tot het openbaar domein blijven behoren, kan dit ook in de planvorming worden geregeld. De initiatiefnemer van de

nieuwe functie krijgt dan een beschikking dat hij een aantal parkeerplaatsen minder hoeft te realiseren en ook geen compensatiebedrag hoeft te betalen.

Nieuwbouw Bij een nieuwe planontwikkeling moet worden voldaan aan de parkeernorm die voor de functies gelden. Ook moet de parkeerbehoefte die voortkomt uit de parkeerbalans worden toegewezen aan de functies die binnen de parkeerbalans zijn aangedragen.

Parkeren bij (grootschalige) planontwikkeling (incl. ontwikkelen openbare ruimte) Bij nieuwe ontwikkelingen is parkeren op eigen terrein een randvoorwaarde. Als de initiatiefnemer

binnen het plangebied kan voldoen aan de parkeernorm dan wordt dat de randvoorwaarde (parkeren op eigen terrein is dan gelijk aan parkeren in het plangebied). Na oplevering worden dit openbare parkeerplaatsen, maar er is voldaan aan de parkeernorm.

Bij het vernieuwen van een woonwijk door woningcorporaties (sloop-nieuwbouw) is het vaak lastig om het parkeren volgens de nieuwe normen op te lossen. De openbare ruimte kan niet geheel worden verhard voor parkeerplaatsen. Per project wordt maatwerk geleverd. Berekend wordt wat de

hoeveelheid parkeerplaatsen zou moeten zijn in de bestaande situatie. Die wordt vergeleken met de hoeveelheid parkeerplaatsen die nodig is in de nieuwe situatie. Het verschil van het aantal

parkeerplaatsen moet worden opgelost bij een toename. De bestaande situatie is het uitgangspunt. Als er parkeerplaatsen vervallen door de planontwikkeling, dan moeten die wel elders worden gecompenseerd.

Parkeren op eigen terrein bij woningen Voornamelijk bij woningen blijkt in de praktijk dat garages niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte. Aangezien hier bij de parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan hierdoor parkeeroverlast in de straat ontstaan. De instandhouding van de parkeerplaatsen op

eigen terrein is dan ook wenselijk. Een oprit naar de garage die voldoet aan de afmetingen van een parkeerplaats wordt gezien als parkeerplaats op eigen terrein.

De bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein is lager dan de bezetting van openbare

parkeerplaatsen. Immers, als de eigenaar van een woning niet thuis is, kan een ander deze

parkeerplaats niet gebruiken. Het realiseren van een enkele parkeerplaats op eigen terrein ten koste van een openbare parkeerplaats betekent dus een achteruitgang in parkeercapaciteit. Het realiseren

30/58

van een enkele parkeerplaats op eigen terrein wordt dan ook niet toegestaan indien dit ten koste gaat van een parkeerplaats in de openbare ruimte (zie ook bijlage 1).

Bijzonderheden eigen terrein: •

Voor zover er sprake is van parkeren op eigen terrein bij woningen met een garage met oprit

ervoor, geldt dat parkeerplaatsen in die garage (niet zijnde een parkeergarage bij een

appartementencomplex) niet meetellen als parkeerplaats in de zin van de parkeerregels. Een

parkeerplaats op de oprit naar een garage wordt wel gezien als een parkeerplaats in de zin van deze beleidsregels. Een garage zonder oprit wordt gezien als een parkeerplaats. •

Als het voor de bereikbaarheid van een parkeerplaats nodig is dat er een vergunningsplichtige

in- en uitrit wordt gerealiseerd, dan wordt, voor zover er sprake is van een

omgevingsvergunningsplichtig project, altijd als voorschrift gesteld dat er pas een begin met het

project mag worden gemaakt als de benodigde in- uitritvergunning is verleend. Als echter al duidelijk is dat een parkeerplaats niet zal kunnen ontsluiten naar de openbare weg, dan is deze parkeerplaats niet bereikbaar en telt deze dus niet mee. •

Bestaande parkeerplaatsen op maaiveld, die door een ontwikkeling verdwijnen, moeten één op

één worden gecompenseerd door nieuwe parkeerplaatsen. Daarbij geldt als bijzondere

compensatieregeling het volgende. Indien er als gevolg van de aanleg (evt. met ontsluiting) van een parkeerplaats op eigen terrein bij een woning een openbare parkeerplaats verdwijnt, geldt dat ter

compensatie van deze parkeerplaats, de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project op ten minste 2 parkeerplaatsen wordt gesteld (indien de openbare parkeerplaats niet gecompenseerd wordt door de aanleg van een nieuwe openbare parkeerplaats. •

Als er op eigen terrein maar één auto kan worden geparkeerd, dan is opheffen van openbare

parkeercapaciteit ten behoeve van parkeren op eigen terrein alleen toestaan als er aantoonbaar,

voldoende overcapaciteit in de openbare ruimte is om de afname van openbare parkeerplek op te

vangen. Daarvoor moet initiatiefnemer dan een parkeeronderzoek conform beleid opstellen (zie bijlage 1) .

Omgekeerd geldt dat als bij het opheffen van parkeergelegenheid ten behoeve van openbare

parkeercapaciteit (bijvoorbeeld door opheffen van de uitritconstructie) altijd uit wordt gegaan van de extra openbare parkeercapaciteit.

Reductiefactor autoparkeereis: aanbieden alternatieven voor de auto Voor ruimtelijke ontwikkelingen die een duurzaam karakter hebben is het mogelijk een reductiefactor op de autoparkeereis toe te passen. Dit geldt voor ontwikkelingen met 20 of meer appartementen.

Deze reductiefactoren zijn niet van toepassing op kleine particuliere initiatieven zoals woningsplitsing. In deze paragraaf staan drie reductiefactoren toegelicht die bij initiatieven toegepast kunnen worden. Per reductiefactor staat beschreven aan welke criteria moet worden voldaan en welke reductie op de autoparkeereis daarmee mogelijk is. De ontwikkelende partij kan middels een mobiliteitsplan de onderbouwing aandragen voor een parkeerbalans met minder parkeerplaatsen dan volgens de parkeernormen in deze beleidsregels gerealiseerd zouden moeten worden.

•

Extra fietsparkeerruimte: als een ontwikkeling in een gebied met betaald parkeren voorziet in

extra fietsparkeervoorzieningen, dan kan het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen met maximaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=61d4130d-20e2-44d5-898a-1efd470fc38c