CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

RE Actiepunten en plan van aanpak NEC-stadion_geanonimiseerd

Besluitronde (raadsvergadering) 31 januari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verzoek N.E.C. principe-uitspraak Goffertstadion (105/2023), beslispunt 114.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Overzicht e-mail document en

bijlagen De eerstvolgende pagina('s) bevatten de inhoud van het e-mail document met naam: RE Actiepunten en plan van aanpak NEC-stadion_clean.msg Daarnaast bevat deze e-mail bijlagen, in het onderstaande tabel staan de namen van de bijlagen en of ze meegenomen Zijn in het huidige document.

Parkeemormen 2016.pat

RE:

May

2» rsegen.ni>

EEEEGEEE

Actiepunten en plan van aanpak NEC-stadion

EBRD cictz.ni>

1, 2019, 6:11:57 AM UTC

Microsoft Exchange Server;converted from html;

Hallo Kg Bedankt voor je e-mail.

Ik heb inmiddels van begrepen dat de wethouders woningen op de Goffert niet op voorhand afwijzen. Wel is aangegeven dat met name de geluidsaspecten nader onderzocht moeten worden. Ook waren er zorgen over sociale veiligheid. Er geldt voor geluid een harde lijn: Conclusie wonen op het Goffertstadion Wonen op een plek als deze is “bijzonder”. Het betekent wonen in een mooie groene omgeving maar wel met een zware geluidsbelasting. Dat maakt dat het stadion wellicht het meest geschikt zou kunnen zijn om huisvesting te bieden aan bijzondere doelgroepen. Denk daarbij aan expats, internationale studenten, onderzoekers en buitenlandse werknemers van bedrijven zoals NXP en Synthon, die (tijdelijk) in Nijmegen verblijven. Momenteel is er bij zowel het bedrijfsleven, als bij de kennisinstellingen een stijgende vraag naar dergelijke voorzieningen in Nijmegen en blijft het aanbod achter. Het stadion is gunstig gepositioneerd ten opzichte van NTC en Heyendaal, is gelegen aan de doorgaande (snel)fietsroute tussen de beide campussen en is bereikbaar met het OV. Gezien de zware milieucategorie van het stadion en de aanwezigheid van andere grote geluidsbronnen in de directe omgeving (theater en festivals) lijkt het een bijzonder grote uitdaging te worden om een acceptabel geluidsniveau te realiseren voor de woningen.

Op dit moment zijn er geen akoestische onderzoeken voorhanden die uitsluitsel kunnen geven over de (on)mogelijkheid om woningbouw te realiseren in het stadion.

Zonder akoestisch onderzoek kan geen uitsluitsel gegeven worden over dejuridische haalbaarheid van wonen op deze locatie. De verwachting is dat het op zijn minst een bijzonder lastige opgave zal worden. Daarnaast speelt het aspect van de sociale veiligheid van de bewoners tijdens wedstrijden en de eventuele invloed van de woningen op de veiligheid van de wedstrijden een rol die meegewogen moet worden bij de keuze voor woningbouw op deze locatie. Als er gekozen wordt voor het realiseren van woningen in het Goffertstadion dan zijn sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen vanuit de woningbehoefte en ons gemeentelijke woonbeleid het beste te motiveren.’

Het is dan ook van belang dat varianten met woningen al vroegtijdig (schetsfase) akoestisch onderzoek ondergaan, dan pas kijken wat verder kan. Als ik je Plan van Aanpak bekijk zou dat in de eerste fase zitten bij Programma van Eisen (‘vaststelling kwalitatieve eisen woningen’). Zoals afgesproken zou je, los van het uiteindelijke programma, eerst een conceptuele studie doen naar de wijze waarop er nieuw volume aan het stadion toegevoegd kan worden. Deze studie wordt in een (besloten) vooroverleg met de Commissie Beeldkwaliteit besproken, zodat duidelijk is welke richting het best uitgewerkt kan worden. Bij de stedenbouwkundige en architectonische analyse zou ik je adviseren ook de cultuurhistorische waarden mee te nemen. Deze zijn toegelicht in de zogenaamde ‘redengevende beschrijving’ van het gemeentelijk monument. Ik zal mijn collega’s van Cultuurhistorie vragen de redengevende beschrijving naar je te mailen. De Commissie Beeldkwaliteit (2 architecten, 2 cultuurhistorici en een landschapsarchitect) vergadert deze maand op donderdagmiddag 9 en 23 mei. Geef maar door op welke datum je met de commissie in gesprek wil, dan zorg ik er voor dat het onderwerp op de agenda komt.

me cee oe _ stedenbouwkundige

NB In de bijlage de parkeernormen die in Nijmegen gelden. Zoals gezegd wordt het parkeerterrein voor het stadion dagelijks door het ziekenhuis gebruikt (Catherina Wilhelmina Ziekenhuis - CWZ). Bij de Novio Tech Campus (NTC) wordt beoogt eigen parkeergebouwen te realiseren (misschien welinteressant voor de piek-momenten). cr

x

7

Ss Nijmegen Gemeente Nijmegen

we...

bereikbaar op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag

Van: ea EE MCE E ER © dictzn Verzonden: woensdag 24 april 2019 17:04

Aan: =

5.1.2e

Onderwerp: Fwd: Actiepunten en plan van aanpak

Beste fia.

Ik hoop dat je goede paas dagen hebt_gehad.

Afgelopen vrijdag heb ik samen met5.1.24] 5.1.26 |(NEC) de plan van aanpak en de gewenste planningen besproken, (zie email/bijlagen). Een belangrijk besproken punt was de PvE.

Zover ik weet wasSet -2e]5.1.26 afgelopen tijd druk meejebezig geweest, en nu is zij even op vakantie. Ik vroeg me af of jedaarmee nog betrokken was, en/of iets meer van af weet?

Verder ben ik nog hard bezig met de verschillende opties van het stadion, en ik hoop binnen kort wat mooi's te kunnen laten zien aan jou. mvg

---------- Forwarded message

---------

Date: wo 24 apr. 2019 om 16:48

Subject: Actiepunten en plan van aanpak

To:

Ce:

5.1.2e

5.1.2e

<j

5.1.2e

<Ppeeermeocdietz.nl>

Gates

@nec-nijmegen.nl>

=—

Weeks es

487,

j

“Ue SSW ae > re

——

SSS

f

af

ht eg yg sd i

See clome! ae he 2)

Siete seese- ge”

ae eaeee ee Pa a ay Wee 2 Oe 2 ee _ eee Ory, aN Se ey

ae

ee ERE aaa CLL itigmel aylA

—2_ ss Meee _ ee eee ee Ses aeees ae eee

Se = aan \s ae Ty es ee ee a

eeet Pay

SURED DONG HA ESBS Feet HEE aT see

Dao

Dank voor je komst afgelopen vrijdag. Bijgaand de aangepaste planning. Mocht je vragen of opmerkingen hebben hoor ik dat graag. Verder nog wat actiepunten: - Afspraak Stadium Consultancy -->

-- Afspraak aad - Gia

8 Mei hebben we een meeting met de gemeente, heb je meer info (tijd, agenda en locatie)

- Afspraak (Ea IEEE / ontwikkelaar -->

Bijgaand ook een aantal nieuwe schetsen. Verder nog een vraag over de offerte. Zou je die getekend kunnen terugsturen? Dank en wij spreken elkaar. Senior Design Adviseur

Dietz Strategie

Ps.t.ze | www.dietz.nl

& Communicatie

Senior Design Adviseur

Dietz Strategie

s1.26 | Pi

& Communicatie

Bijlage: Parkeernormen 2016.pdf

J

ssyaijmegen me

Nr. 1761593 mei 2016

Officiéle uitgave van gemeente Nijmegen.

Beleidsregels parkeren Hoofdstuk 1 - Inleiding

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen bijeen in de vergadering

van10 mei 2016.

Gelet op artikel 2.5.30 van de Bouwverordening en gelet op de parkeerregels in diverse Nijmeegse bestemmingsplannen, Besluit vast te stellen de: Beleidsregels Parkeren

Hoofdstuk 2 -Algemene bepalingen

A. Grondslag Op grond van de bouwverordening (artikel 2.5.30) dan wel op grond van een bestemmingplan moet er in bepaalde situaties worden voldaan aan regels ten aanzien van parkeren. Er gelden parkeerregels ten aanzien van bouwplannen en soms ook ten aanzien van het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken. In deze beleidsregels zullen we het hebben over een project als we doelen op een situatie waarin parkeerregels gelden Van de parkeerregels uit de bouwverordening kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing worden verleend. Van de parkeerregels uit bestemmingsplannen kan onder voorwaarden middels omgevingsvergunning worden afgeweken. Deze beleidsregels geven invulling aan de parkeerregels (ten aanzien van parkeren en stallen van auto’s) uit zowel de bouwverordening als uit bestemmingsplannen, inclusief het hiervan kunnen afwijken. B. Vaststelling en inwerkingtreding De beleidsregels treden in werking op de dag na publicatiedatum in het gemeenteblad, op welk tijdstip de onderhavige beleidsregels in de plaats zijn gesteld van de beleidsregels zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 19 februari 2013 en gepubliceerd in het gemeenteblad GB2013040.

C. Overgangsbepaling De (oude) beleidsregels ex artikel 2.5.30 van de Nijmeegse Bouwverordening zoals vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders van 19 februari 2013 en gepubliceerd in het gemeenteblad GB2013040, blijven van toepassing op omgevingvergunningsaanvragen die zijn ingediend vdoér de datum van inwerkingtreding van onderhavige beleidsregels. Dit leidt tot uitzondering daar waar de toepassing van de nieuwe beleidsregels gunstiger is voor de aanvrager van de omgevingsvergunning. In dat geval zijn onderhavige beleidsregels van toepassing. D. Ter inzage legging Zowel NEN 2580 als de ASVV 2012 worden tezamen met deze beleidsregels ter inzage gelegd bij de Stadswinkel.

Bijlagen De bijlagen 1 t/m 13 maken onverkort en integraal onderdeel uit van de beleidsregels.

Hoofdstuk3 - Artikelen Artikel 1. Parkeerbehoefte

1.

Bij de beantwoording van de vraag of voorzien wordt in voldoende parkeermogelijkheden moet alleen rekening worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project. Een eventueel bestaand legaal tekort kan buiten beschouwing worden gelaten.

2. | De toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project is het (positieve) verschil tussen 3. 4.

5.

1

de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie en de parkeerbehoefte van de direct daaraan voorafgaande bestaande situatie. Bij het bepalen van de toename van de parkeerbehoefte van een project wordt de berekende toename naar boven toe afgerond (op hele parkeerplaatsen). Een parkeerplaats moet voldoende bereikbaar en voldoende bruikbaar zijn om aangemerkt te kunnen worden als parkeerplaats in de zin van de parkeerregels. Voor zover deze beleidsregels niet uitdrukkelijk anders bepalen, moet een parkeerplaats voldoen aan ‘de regels’ die in het kader van bereikbaarheid en bruikbaarheid worden gesteld in CROW-publicatie ASVV 2012. Nadrukkelijk merken we op dat een parkeerplaats niet “meetelt” als er over een andere parkeerplaats moet worden gereden om op de openbare weg te kunnen komen (dit geldt echter niet voor zover het parkeerplaatsen op eigen terrein bij een grondgebonden woning betreft). Voor het bepalen van de parkeerbehoefte worden de parkeernormen gehanteerd zoals weergegeven inbijlage 1 van deze beleidsregels.

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

seeijmegen 6. 7.

Voor het bepalen van de stedelijkheidszone waarin het project wordt gerealiseerd (centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom), wordt de kaart met de stedelijkheidszones gehanteerd zoals die is weergegeven inbijlage 2 van deze beleidsregels. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte in geval van dubbelgebruik van parkeerplaatsen, worden de aanwezigheidspercentages gehanteerd zoals weergegeven in bijlage 3 van deze beleidsregels.

8. — In afwijking van de in bijlage 1 genoemde parkeernormen, geldt dat een legaal aanwezig gebouw 9. 10. 11.

12.

13.

14.

dat na een calamiteit (zoals brand) wordt herbouwd (indien en voor zover er sprake is van dezelfde functie en omvang) op een gelijke wijze in zijn parkeerbehoefte mag voorzien als vdér de calamiteit feitelijk het geval was. De parkeernormen en aanwezigheidspercentages genoemd in deze beleidsregels gelden ook bij het bepalen van de parkeerbehoefte van een bestaande situatie. Ten aanzien van het centrumgebied, zijnde binnenstad en omgeving (zoals begrensd in bijlage 4), geldt voor alle functies dat er niet voldaan hoeft te worden aan de parkeernorm voor zover die geldt voor het “aandeel bezoekers”. Bestaande parkeerplaatsen, indien en voor zover noodzakelijk om te voldoen aan de parkeerbehoefte van de bestaande situatie, die door het project verdwijnen, moeten, als regel, én op één worden gecompenseerd door nieuwe parkeerplaatsen. Daarbij geldt als biizondere compensatieregeling het volgende. Indien er als gevolg van de aanleg (evt. met ontsluiting) van een parkeerplaats op eigen terrein bij een woning een openbare parkeerplaats verdwijnt, geldt dat, ter compensatie van deze parkeerplaats, de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het project op ten minste 2 parkeerplaatsen wordt gesteld (indien de openbare parkeerplaats niet gecompenseerd wordt door de aanleg van een nieuwe openbare parkeerplaats).

De parkeerplaatsen die betrekking hebben op het “aandeel bezoekers” van de parkeernormen moeten te allen tijde voor die bezoekers onbelemmerd toegankelijk zijn. Voor zover er sprake is van parkeren op eigen terrein bij woningen met een garage met oprit ervoor, geldt dat parkeerplaatsen in die garage (niet zijnde een parkeergarage bij een appartementencomplex) niet meetellen als parkeerplaats in de zin van de parkeerregels. Een parkeerplaats op de oprit naar een garage wordt wel gezien als een parkeerplaats in de zin van deze beleidsregels.Ook wordt een garage zonder oprit gezien als een parkeerplaats. Als het voor de bereikbaarheid van een parkeerplaats nodig is dat er een vergunningsplichtige in- en uitrit wordt gerealiseerd, dan wordt, voor zover er sprake is van een omgevingsvergunningsplichtig project, altijd als voorschrift gesteld dat er pas een begin met het project mag worden gemaakt als de benodigde in- uitritvergunning is verleend. Als echter al duidelijk is dat een parkeerplaats niet zal kunnen ontsluiten naar de openbare weg, dan is deze parkeerplaats niet bereikbaar en telt deze dus niet mee.

Artikel 2. Uitgangspunt van de parkeerregels 1.

Het uitgangspunt van de parkeerregels is dat degene die een project wil realiseren er alles aan doet om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein (het terrein dat bij het project behoort) te realiseren.

2.

Een ontheffing danwel afwijking wordt bij voorbaat geweigerd als het project redelijkerwijs zodanig gewijzigd kan worden dat er alsnog of meer wordt voldaan aan het hiervoor genoemde uitgangspunt van de parkeerregels.

3. | Pas wanneer degene die een project wil realiseren met gegronde redenen kan aantonen (bijv. via een rendementsberekening) dat dit feitelijk en/of economisch gezien redelijkerwijs niet mogelijk is, kan het College van B&W besluiten om ontheffing danwel afwijking te verlenen in de gevallen als genoemad in artikel 3.

Artikel 3. Ontheffing danwel afwijking van de parkeerregels 1.

Daar waar de parkeerregels bepalen dat er ontheffing verleend danwel afwijking vergund kan worden indien het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, geldt het volgende.

Dit is het geval als er naar het oordeel van het College van B&W sprake is van een situatie waarin het bijzonder gemeentelijk belang van het project zwaarder weegt dan het niet (geheel) voldoen aan de parkeerregels. In bijlage 5 worden situaties beschreven ten aanzien waarvan het College bij voorbaat van mening is dat er sprake is van een situatie waarin het bijzonder gemeentelijk belang van het project zwaarder weegt dan het niet (geheel) voldoen aan de parkeerregels. Andere situaties worden door het College ad hoc beoordeeld.

Daar waar de parkeerregels bepalen dat er ontheffing verleend danwel afwijking vergund kan worden indien er op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien, geldt het volgende. Dit is, in voorgeschreven volgorde, het geval wanneer:

2

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

seeijmegen a. b.

c. 2. 3.

de benodigde parkeer- of stallingsruimte door degene die een project wil realiseren binnen een redelijke loopafstand wordt gerealiseerd; of, wanneer dit niet het geval is, er voldoende ruimte op de openbare weg, binnen een redelijke loopafstand, aanwezig is om de parkeerbehoefte op te vangen of, wanneer ook dit niet het geval is, er, naar het oordeel van het college van B&W, voldoende mogelijkheden voor de gemeente zelf zijn om binnen een redelijke loopafstand een oplossing voor de parkeerbehoefte te realiseren. Wat een redelijke loopafstand is, is bepaald in bijlage 6. Een ontheffing/afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub b wordt per definitie niet verleend bij een project in het centrumgebied zijnde binnenstad en omgeving (zoals begrensd in bijlage 4). Voor een project in dit gebied is per definitie het uitgangspunt dat er niet voldoende ruimte op de openbare weg is om de parkeerbehoefte op te vangen.

4. — Een ontheffing/afwijking op grond van artikel 3 lid 1 van deze beleidsregels kan alleen worden

verleend als duidelijk is geworden dat een ontheffing/afwijking op grond van artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels niet mogelijk is.

Artikel 4. Ontheffing van parkeerregels uit de bouwverordening 1...

3.

Om voor een in artikel 2.5.30 lid 4 Bouwverordening jo. art. 3 lid 1 en lid 2 van deze beleidsregels genoemde ontheffingsmogelijkheid in aanmerking te komen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in te dienen bij het College van B&W. In het verzoek dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven waarom er redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan artikel 2.5.30 lid 1 van de Bouwverordening. In het verzoek dient de aanvrager aan te geven voor welke ontheffing hij in aanmerking komt/wil

4.

In het verzoek dient aanvrager expliciet aan te geven dat hij met een financiéle voorwaarde akkoord

2.

komen.

gaat, voor zover het betreft een verzoek om een ontheffing waaraan op grond van artikel 6 lid 1

van deze beleidsregels een financiéle voorwaarde wordt verbonden.

5. | Om voor een ontheffing op grond van art. 2.5.30 lid 4 aanhef en onder b Bouwverordening jo. 6.

artikel 3 lid 2 sub a van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven op welke andere wijze binnen een redelijke loopafstand de benodigde parkeer- of stallingruimte wordt gerealiseerd en dat er wordt voldaan aan bijlage 7. Om voor een ontheffing op grond van artikel 2.5.30 lid 4 aanhef en onder b Bouwerordening jo. artikel 3 lid 2 sub b van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voldoende ruimte op de openbare weg aanwezig is om de parkeerbehoefte op te vangen. In bijlage 8 wordt uitgelegd waar een verkeerskundig onderzoek/rapport in dit kader aan moet voldoen.

7.

Om voor een ontheffing op grond van artikel 2.5.30 lid 4 aanhef en onder b Bouwverordening jo. artikel 3 lid 2 sub c van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voor de gemeente voldoende mogelijkheden zijn om binnen een redelijke loopafstand een oplossing voor de parkeerbehoefte te realiseren.

Artikel 5. Afwijken van parkeerregels uit een bestemmingsplan 1.

2. 3. 4.

Om voor een afwijking van de parkeerregels uit een bestemmingsplan jo. art. 3 lid 1 en lid 2 van deze beleidsregels in aanmerking te komen, dient degene die een project wil realiseren hiervoor een gemotiveerde aanvraag omgevingsvergunning in te dienen bij het bevoegd gezag. Aanvrager dient gemotiveerd aan te geven waarom er redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan de parkeerregels van het bestemmingsplan. Aanvrager dient in de aanvraag aan te geven voor welke afwijkingsmogelijkheid genoemd in deze beleidsregels hij in aanmerking komt/wil komen. Aanvrager dient in de aanvraag expliciet aan te geven dat hij met een financiéle voorwaarde akkoord gaat, voor zover het betreft een verzoek om een ontheffing waaraan op grond van artikel 6 lid 1 van deze beleidsregels een financiéle voorwaarde wordt verbonden.

5. | Omvoor een afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub a van deze beleidsregels in aanmerking 6.

7.

3

te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven op welke andere wijze binnen een redelijke loopafstand de benodigde parkeer- of stallingruimte wordt gerealiseerd en dat er wordt voldaan aan bijlage 7. Omvoor een afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub b van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voldoende ruimte op de openbare weg aanwezig is om de parkeerbehoefte op te vangen. In bijlage 8 wordt uitgelegd waar een verkeerskundig onderzoek/rapport in dit kader aan moet voldoen. Om voor een afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub c van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voor de gemeente voldoende mogelijkheden zijn om binnen een redelijke loopafstand een oplossing voor de parkeer te realiseren.

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

sweijmegen Artikel 6. Bereikbaarheidsfonds

1.

2: 3.

Wanneer het College van B&W ontheffing danwel afwijking verleent op grond van artikel 3 lid 1 of artikel 3 lid 2 sub c van deze beleidsregels, wordt aan die ontheffing/afwijking als voorschrift verbonden dat de aanvrager van de omgevingsvergunning een compenserende financiéle bijdrage stort en dat er pas van de omgevingsvergunning gebruik mag worden gemaakt nadat de bijdrage door de gemeente is ontvangen. Het bedrag wordt gestort in het Bereikbaarheidsfonds. Het College van B&W kan, bij het verlenen van een ontheffing danwel afwijking als bedoeld in

het eerste lid, afzien van het stellen van een financiéle voorwaarde of kan als financiéle voorwaarde

opnemen dat een lager (dan genoemad in artikel 8 van deze beleidsregels) bedrag wordt gestort in het Bereikbaarheidsfonds. Dit kan bijvoorbeeld in het geval dat er op andere wijze, bijvoorbeeld via een anterieure overeenkomst, wordt voorzien in de kosten voor de realisatie van de parkeerplaatsen.

Artikel 7. Toepassingsgebied

De bijdrageregeling is van toepassing op het gehele grondgebied van gemeente Nijmegen. De gebiedsindeling is weergegeven in bijlage 2van deze beleidsregels. Er wordt een onderscheid gemaakt in “centrumgebieden”, “schil/overloopgebieden” en “rest bebouwde kom”.

Artikel 8. Hoogte bijdrage

1.De compenserende bijdrage (inclusief BTW) per parkeerplaats voor de verschillende stedelijkheidszones is hieronder in een tabel weergegeven. 2014

2015

2016

Centrum:

€ 18.617,20

€ 18.881,56

€ 18.881,56

Rest bebouwde kom:

€ 3.102,86

€3.146,93

€3.146,93

Schil/overloop:

€ 14.893,32

€15.105,25

€15.105,25

2. | Deze bedragen kunnen worden geindexeerd (op basis van de stijging van de bouwkosten). Deze

indexatie wordt dan in de Perspectiefnota vastgesteld. Indien en zolang er in een jaar niet is gein-

3. 4. 5.

dexeerd, gelden de bedragen van het daaraan voorafgaande jaar.

Bij het berekenen van de hoogte van de bijdrage wordt uitgegaan van de onafgeronde toename van de parkeerbehoefte. Als peildatum geldt de datum van indienen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Aan het betalen van een bijdrage kan de aanvrager van een omgevingsgunning geen rechten ontlenen aangaande het parkeren in de openbare ruimte en/of parkeervoorziening. Het stelt de aanvrager niet vrij van het betalen van een jaarlijks abonnement, dan wel het betalen van een jaarlijkse vergunning/ontheffing of het betalen bij een parkeermeter of een parkeerautomaat.

Artikel 9. Uitsluitingsclausule en hardheidsclausule 1.

2:

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op grootschalige planontwikkelingen (vooral woningbouw) waarbij de openbare ruimte wordt meeontwikkeld. Ten aanzien hiervan vindt een ad hoc beoordeling plaats door het college van Burgemeester en wethouders. Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op door de gemeenteraad, vdér 3 oktober 2012, vastgestelde stedenbouwkundige plannen (niet-zijnde bestemmingsplannen) met “eigen” parkeernormen. In dat geval vindt er een ad hoc beoordeling door het college van Burgemeester en wethouders plaats.

Stroomschema

In bijlage 9 is een vereenvoudigde weergave (stappenplan en stroomschema) opgenomen van de bovenstaande beleidsregels. Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nijmegen, op 10 mei 2016. De Gemeentesecretaris a.i., Drs, R. Wever

De Burgemeester, Drs. H.M.F. Bruls

4

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

,

AN

2S

i Bijlagen:

1.

Parkeernormen

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Kaart met weergave van de stedelijkheidszones Aanwezigheidspercentages Begrenzing van het centrumgebied zijnde binnenstad en omgeving Situaties van bijzonder gemeentelijk belang _Redelijke loopafstanden Parkeerplaats op loopafstand van het project (erfdienstbaarheid) Vereisten parkeerkundig onderzoek

10.

NEN 2580

9.

11.

12. 13.

5

Stroomschema

Indicatie voor Kiss & Ride, rekenmethode

Begrenzing van de singels Concept notariéle akte

Gemeenteblad 2016 nr. 61593nei 2016

sweijmegen Bijlage 1.Parkeernormen De parkeernormen De in deze beleidsregels opgenomen parkeernormen zijn minimum normen. Bij het realiseren van een nieuwe functie zal men zelf zorg moeten dragen voor de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen. Daarbij dient men rekening te houden met het gebruik. Per functie zijn de parkeernormen in bijgaande tabellen verwoord. Er is een indeling gemaakt in de volgende categorieén: 1. woningen 2.

winkels

3.

werkgelegenheid

5.

gezondheidsinstellingen

7.

sociaal culturele voorzieningen

4. — onderwijsvoorzieningen 6.

8. 9.

—horeca

sportvoorzieningen overige voorzieningen

De toe te passen parkeernormen worden per functie onderverdeeld in centrumbied, schil/overloopgebied en rest bebouwde kom. Onder centrum wordt in dit geval verstaan het gebied rondom de treinstations en de binnenstad (knooppunten). In bijlage 2 zijn deze gebieden in het rood weergegeven. In de binnenstad zijn soms uitzonderingen van toepassing, daarom is dit deel gearceerd weergegeven (zie bijlage 2 en vergroot in bijlage 4). In bijlage 10 is uitgelegd wat op grond van NEN 2580 onder bruto vloeropperviakte en onder gebruiksoppervlakte wordt verstaan. 1.1.1 Woningen In Nijmegen kiezen we ervoor om de verscheidenheid aan woningen te vereenvoudigen en te relateren

aan de gebruiksoppervlakte (m? GO). We kiezen voor grootte als differentiatiecriterium (en niet meer

de woningwaarde), zodat onze parkeernormen duurzamer, dat wil zeggen minder afhankelijk van schommelingen, worden. Voor woningen worden de oppervilaktematen gehanteerd. De reden hierachter is dat oppervlakte een vast gegeven is vanuit de ‘Basisadministratie Adressen en Gebouwen’ (BAG). Om tot een eerlijke en objectieve norm te komen, wordt voor woningen uitgegaan van de gebruiksopperviakte (GO) volgens NEN 2580. Dit omvat enkel de voor bewoning geschikte vloeropperviakte waarbij bijvoorbeeld de vloer onder een schuine kap met een vrije hoogte van minder dan 1,5 meter niet wordt meegerekend (in bijlage10 is opgenomen hoe het GO wordt berekend). Tabel 2.3. Woningen (waaronder ook woonwagens, woonschepen, woonboten e.d.) WONINGEN Centrum Schil/ overloopge- Rest bebouwde Eenheid

Aandeel be-

woningen groot 2 135 m2 GO

bied

kom

1,40

1,60

1,85

per woning

0,3 pp

woningen midden 91 - 135 m2 GO

1,30

1,50

1,70

per woning

0,3 pp

woningen klein 50 - 90 m2 GO

nv.t.

1,30

1,45

per woning

0,3 pp

woningen midden centrum 71-90 m2 GO

115

nv.t

nv.t.

per woning

0,3 pp

woningen klein centrum 51-70 m2 GO

1,00

n.v.t.

nv.t.

per woning

0,3 pp

per woning

zoekers

woningen Zeer kleins 50 m2 GO (zelfstandig, oa. studio’s))

0,85

0,85

0,85

0,3 pp

studentenhuisvesting campuscontract

0,20

0,20

0,20

per kamer

0,05 pp

Studentenhuisvesting overig/ kamerverhuur (niet-zelfstandig)

0,40

0,40

0,40

per kamer

0,05 pp

Toelichting: De parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt (voor studentenkamers is dit minder). De parkeerplaatsen voor zover deze voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het “aandeel bezoekers” in de tabel) moeten onbelemmerd toegankelijk zijn. Voor het centrumgebied zijnde binnenstad en omgeving (bijlage 4)geldt een uitzondering. De parkeerbehoefte voor bezoekers hoeft niet te worden opgelost door de aanvrager. Zij kunnen terecht in de openbare parkeergelegenheden. Voor de studentenwoningen (onzelfstandige woningen) waarvoor een lagere norm geldt van 0,2, dient degene die een project wil realiseren statutair aan te tonen dat hij enkel projecten voor studenten realiseert. Onder studenten wordt verstaan ingeschrevenen aan een Nijmeegse instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. onderdeel b van de Wet Educatie of aan een Nederlandse Universiteit of Hogeschool zoals bedoeld in artikel 1.2. sub a en b van de wet op het Hoger Onderwijs. In het Campuscontract dient vastgelegd te worden dat de student weet dat de woonruimte enkel voor studenten is bestemd.

Ook dient statutair vastgelegd te worden dat de verhuurder bij het niet langer ingeschreven staan van een student aan een bovengenoemae instelling op grond van artikel 7:274 lid 1sub c BW het campuscontract

6

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

beéindigt. Daarmee voldoet degene die een project wil realiseren aan de “campuswetgeving” (criteria vastgelegd in B&W-besluit 16/06/2009 09.0005701). In het geval van een hospita/hospes situatie waarbij maximaal twee onzelfstandige kamers worden gerealiseerd, geldt enkel de parkeernorm voor woningen (waarbij de oppervlakte van de onzelfstandige kamers tot het GO van de woning wordt gerekend). Omdat ook het autobezit bij ouderen sterk toeneemt vallen de seniorenwoningen onder de categorie wonen. De grootte van de woning is dan maatgevend. Voor zorgwonen en voor beschermd wonen is de zorgtaak de voornaamste functie, daarom worden deze opgenomen in tabel 2.7 bij zorg.

Een studio is een zelfstandige woning < 50 m * GO en wordt nader omschreven als een én kamerap-

partement met een eigen adres. In bijlage 5 wordt ingegaan op bijzondere gevallen. Voor woningen gelijk aan of kleiner dan 50 m2 is een ontheffingsmogelijkheid/afwijkingsmogelijkheid opgenomen. 1.1.2. Winkels

Tabel 2.4. Winkelen en boodschappen WINKELEN EN BOODSCHAPPEN

Centrum Schil/ overloop-

gebied

Supermarkt

n.v.t.

Stadsdeelcentrum (Dukenburg)

4,1

Buurt/wijkwinkel

nvt

bouwmarkt

nov.t.

1,75

binnensteden hoofdwinkelgebied 3,4 (gearceerd gebied op figuur 1)

groothandel in levensmiddelen

tuincentrum

nv.t.

3,25

Restbe-

bouwde

Eenheid

kom

Aandeel

bezoekers

3,25

per 100m2bvo 93%

nv.t.

nv.t.

per 100m2bvo 85%

3)25

3)25

per 100m2bvo 79%

2,25

per 100 m2 bvo 87%

nv.t.

6,4

nv.t.

6,4

per 100m2bvo 82%

per 100m2bvo 80%

nv.t.

2,25

2,55

grootschalige detailhandel showroom

0,7

5/5 0,9

6,5 1,3

per 100 m2bvo 85% per 100m2bvo 35%

(week)markt

0,2

0,2

0,2

perm1 meter

kringloopwinkel

AAS:

1,15

2,35

per 100m2bvo 89%

1,65 4,6 2,25

per 100m2bvo 91% per 100m2bvo 95% per 100 m2 bvo 93%

9,6

per 100m2bvo 94%

bruin- en witgoedzaken

3,2

5,55

woonwinkel woonwarenhuis meubel/woonboulevard

1,15 Nut. Nwv.t.

1,55 N.v.t. 1,85

outletcentrum

N.v.t.

winkelboulevard

N.v.t.

3,45

8,8

7,35

3,95

Opmerkingen

per 100m2bvo 89%

marktkraam

85%

Incl. buitenruimte

Incl. buitenruimte

indien geen pp achter de kraam, dan 1 pp per kraamhouder extra

per 100m2bvo 92%

per 100m2bvo 94%

Toelichting: . bvo: bruto vloeroppervlak (volgens NEN 2580) . arb.pl: arbeidsplaats

. .

.

.

Voor de binnenstad wordt een parkeernorm van 3,4 per 100 m? bvo gehanteerd. Dit is de minimum norm uit de CROW-publicatie 317. Gelet op het grote fietsaandeel in Nijmegen is in vergelijking

met andere steden (0.a. Breda) het vereiste aantal parkeerplaatsen per 100 m? bvo geringer. Groothandel in levensmiddelen

Een groothandel in levensmiddelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad. Bekende ketens zijn Makro, HANOS en Sligro. Binnenstad of hoofdwinkelcentru m

De binnenstad is vaak het oudste deel van de stad dat door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervult (centrale winkelgebieden). De bedoelde (met name grotere) centra zijn voor een belangrijk deel gericht op het zogenoemde funshoppen en op winkelen (het aanschaffen van goederen met een hoge drempelwaarde en een lage aankoopfrequentie). «*Stadsdeelcentra

Zijn ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern in een gemeente. . Bruin- en witgoedzakenHet gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen. .

Winkelboulevard

.

Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).

.

7

Outletcentrum

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

sweijmegen .

Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een opper-

vlakte van 5.000 tot 40.000 m? bvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels.

.

.

.

.

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (>1.000 m? bvo) in (perifeer)

stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk). Woonwarenhuis:

Het betreft grootschalige detailhandelszaken die een breed assortiment voeren met betrekking tot het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Voorbeelden van dergelijke woonwinkels zijn Kwantum, Profijtmeubel, Trendhopper en Leen Bakker. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens worden deze normen ook gebruikt voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.

Werkgelegenheid Het komt vaak voor dat een bedrijf over meerdere functies beschikt. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is de dominante functie bepalend. Alleen als de functies gelijkwaardig zijn, dan dient de parkeerbehoefte te worden berekend naar evenredigheid van de functionaliteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een autobedrijf. De functies ‘showroom’ en ‘garage’ zijn even sterk aanwezig. Tabel 2.5. Werkgelegenheid WERKGELEGENHEID

Centrum Schil / overloop-Rest bebouwde Eenheid

Aandeel

commerciéle dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

1,55

kantoor (zonder baliefunctie)

gebied

kom

bezoekers

1,85

2,25

per 100 m2 bvo

20%

AS.

1,55

1,65

pes 100 m2

5%

bedrijf arbeidsintensief/bezoekers- 1,35

1,75

2:15:

per 100 m2

5%

1,05

1735

1355

per 100 m2

95%

bedrijf arbeidsextensief/bezoekers-0,65

0,75

0,95

per 100 m2

5%

extensief (laboratorium, werk-

VO

bvo

plaats, industrie, garagebedrijf)

bedrijfsverzamelgebouw

extensief (loods, opslag, transport-

bvo

bvo

bedrijf)

Opmerking

Toelichting: . Bvo: bruto vloeroppervlak (volgens NEN 2580) . arb.pl: arbeidsplaats . Commerciéle dienstverlening (Kantoren met een baliefunctie, frontoffice): dienstverlening met veel zakelijk of privé bezoek, consultants, advocatenkantoren, makelaars, (zakelijke) banken, overheidsgebouwen, uitzendbureaus, etc. . Kantoor (zonder baliefunctie, backoffice): administratief werk, callcenters, verzekeringskantoren, detachering, enz. . Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers) . Bedrijfsverzamelgebouw: mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven . Het aandeel bezoekers staat voor het percentage of aantal bezoekers waarmee in de parkeernorm rekening is gehouden. De weergegeven parkeernorm is dus inclusief bezoekersparkeren. Bij bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief, bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief en bedrijfsverzamelgebouw zijn de parkeernormen exclusief het vrachtwagenparkeren. *Laden en lossen is geen parkeren, maar voor het laden en lossen van goederen geldt (voor zover de bouwverordening danwel het bestemmingsplan dit bepaalt) dat, indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte, hierin in voldoende mate op eigen terrein moet worden voorzien. Laad- en losvoorzieningen tellen niet mee in parkeerberekeningen.

1.1.3 Onderwijsvoorzieningen Tabel 2.6. Onderwijsvoorzieningen ONDERWIJSVOORZIENINGEN

Centrum Schil/ overloop-Rest begebied bouwde

ROC, MBO

4,2

Eenheid

kom

48

5,2

Per 100 leerlin- 7% gen

8

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

Aandeel Opmerking bezoekers

Bezoekers zijn leerlingen

vice aS

Hogeschool

8,3

8,9

9,5

Universiteit

11,7

13,5

14,7

4

43

4

5

6

0,75 0,9

0,75 flea

0,75 1,2

Middelbare school (vmbo, havo; 3,3 vwo) avondonderwiljs of vrijetiidson-

derwijs basisonderwijs Kinderdagverblijf (creche)

Per100stu-

72%

Bezoekers zijn studenten

Per100stu-

48%

Bezoekers zijn studenten

denten denten

Per 100 leerlin- 11% gen

Bezoekers zijn o.a., leerlingen

per 10 studen- 95%

ten per leslokaal per arb.pl.

Bezoekers zijn studenten

0% 0%

Exclusief kiss & ride arb.pl. = maximaal gelijktijdig

aanwezige medewerkers; exclusief kiss & ride

peuterspeelzaal

0,9

1,1

1,2

per arb.pl.

0%

arb.pl. = maximaal gelijktijdig

aanwezige medewerkers; exclusief kiss & ride

Kiss-and-Ride

Wat is “Kiss-and-Ride”: het laten stilstaan van een voertuig op een daarvoor bestemde rijstrook specifiek bedoeld voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van personen. Wat is “halen en brengen”: het met de auto halen en brengen van kinderen. De ouders brengen het kind naar binnen bij het “brengen” of wachten op het schoolplein bij het “ophalen”. De parkeernorm voor “halen en brengen” is opgenomen in de normen genoemad in tabel 2.6. De parkeernormen voor “Kiss-and-Ride” parkeerplaatsen zijn niet opgenomen in de normen genoemd in tabel 2.6 Daar waar in tabel 2.6 onder “opmerking” is opgenomen dat de normen “exclusief kissand- ride” zijn, zal de genoemde onderwijsvoorziening in aanvulling op de wel genoemde normering, moeten voorzien in voldoende Kiss-and-Ride parkeerplaatsen/in een reéle Kiss-and-Ride voorziening. Het aantal plaatsen dat nodig is voor Kiss-and-Ride is afhankelijk van de beschikbare ruimte en het verzorgingsgebied van de onderwijsvoorziening. Uitgangspunt is dat Kiss-and-Ride beschikbaar wordt gemaakt in de openbare ruimte om verdere verharding van de schoolomgeving tegen te gaan. Een school heeft een eigen verantwoordelijkheid om ouders en hun kinderen te stimuleren om zoveel mogelijk lopend of met de fiets naar school te gaan.

Bij nieuwbouw moet goed worden onderzocht of er in de openbare ruimte voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor Kiss-and-Ride . Bouwt een school nieuw op een al bestaande locatie en verandert het leerlingenaantal niet/nauwelijks, dan hoeft alleen parkeren voor personeel en parkeren voor het “halen en brengen” te worden gerealiseerd op eigen terrein. Per onderwijsvoorziening wordt getoetst wat een reéle oplossing is. Hoeveel parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, wordt bepaald op basis van type en grootte van de school en dus niet alleen op basis van beschikbare ruimte. In overleg tussen onderwijsvoorziening en de gemeente wordt gezocht naar deze reéle oplossing. Op basis van ervaringscijfers kan de school aantonen hoeveel Kiss-and-Ride parkeerplaatsen er nodig zijn. Voor iedere afzonderlijke locatie wordt dit maatwerk. Dus als de school zorgt voor een verkeersveilige schoolomgeving, dan is er maatwerk mogelijk. Mocht Kiss-and-Ride echt niet mogelijk zijn, dan volgt een bestuurlijke afweging. In bijlage 11 is het rekenmodel voor Kiss-and-Ride opgenomen. Op die manier wordt een indicatie gegeven van het aantal benodigde parkeerplaatsen. De grootste parkeerdruk ontstaat op piekmomenten bij het halen en brengen van kinderen.

1.1.4 Zorginstellingen De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners.

Tabel 2.7. Zorginstellingen ZORGINSTELLINGEN

Centrum Schil/overloop- Rest bebouw- Eenheid gebied de kom

Aandeel bezoekers

ziekenhuis

1,4

1,6

1,7

per 100 m2 bvo

29%

Verpleeghuis/beschermd

0,6

0,6

0,6

per wooneenheid

60%

Inclusief personeel

Zorgwonen

0,85

0,85

0,85

Per wooneenheid

0,3 parkeerplaats

Personeel valt onder bezoekers.

huisarts(en)praktijk (-centrum)

2,05

2,45

2,95

per behandelkamer 57%

Hospice

0,6

1

1,4

per wooneenheid

apotheek

2,25 1,25

2,75 1,45

3,15 1,5

per apotheek 45% per behandelkamer 57%

wonen

psycholoog fysiotherapiepraktijk (-centrum)

9

1,25

1,45

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

1,5

90%

per behandelkamer 57%

Opmerking

minimum 3 pp per huisartsenpost

sweijmegen tandartsenpraktijk (-cen-

1,55

1,95

2,35

per behandelkamer 47%

consultatiebureau

1,25

1,55

1,85

per behandelkamer 50%

1,55

1,85

2,15

per behandelkamer 55%

trum)

consultatiebureau voor ouderen

gezondheidscentrum

1,3

1,6

1,9

per behandelkamer 38%

Toelichting: . De norm betreft zowel het aantal parkeerplaatsen voor bezoek als personeel. Het betreft minimum normen.

. .

.

Verpleeghuis/beschermd wonen: beschermd wonen valt bestemmingsplantechnisch gezien in het algemeen onder de bestemming “maatschappelijke doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie. Zorgwonen is een woonvorm die bestemmingsplantechnisch gezien in het algemeen valt onder de bestemming “Wonen”. De bewoners wonen (zelfstandig) met ondersteuning/zorg van derden. Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau.

1.1.5 Horeca

Tabel 2.8. Horeca

HORECA

Centrum

Schil / overloopge-

Rest bebouwde kom Eenheid

Aandeel bezoe-

fastfoodrestaurant

5

5

90%

]

9

6

per 100 m2 bvo

restaurant

5

15

13

per 100 m2 bvo

80%

discotheek

6,1

12,3

18,4

per 100 m2 bvo

99%

camping (kampeerterrein)

nv.t.

132

i

per standplaats

90%

bungalowpark (huisjescomplex)

nov.t.

1,6

1,6

per bungalow

91%

café/bar/cafetaria

5

bied

per 100 m2 bvo

per kamer

kers

90%

Hotel (1*, 2* en 3*)

0,2

0,3

0,5

Hotel (4* en 5*)

0,5

0,8

1

per kamer

78%

69%

Pension, B&B, hostel

0,15

0,25

0,4

per kamer

95%

Toelichting: . bvo: bruto vloeroppervlak (volgens NEN 2580) . Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen” uit komt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2 bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek. . Voor pensions geldt een lagere parkeernorm dan voor hotels, omdat een verblijf in een pension vaak langer duurt en geschiedt door groepen die minder mobiel zijn. Denk bijvoorbeeld aan werknemers die voor een project tijdelijk gehuisvest worden. De parkeernorm is afgeleid van de laagste norm voor een 3*-en hotel. . In het centrumgebied, zijnde de binnenstad en omgeving (zie bijlage 4)hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers. Zij kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn. .

Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de vijf sterrencategorieén. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In Nijmegen zijn de categorieén samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie. . Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm. . Lichte horeca binnen de singels, zie bijlage 5 “Situaties van bijzonder gemeentelijk belang”. 1.1.6 Sociaal culturele voorzieningen

10

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

sewiimegen Tabel 2.9. Sociaal culturele voorzieningen Sociaal culturele voorzieningen

Centrum

—Schil/ overloopge-

Rest bebouwde kom Eenheid

Aandeel bezoe-

Museum

0,4

0,6

0,95

per 100 m2 bvo

95%

Bibliotheek

0,45

0,75

1,05

per 100 m2 bvo

97%

Bioscoop

32

7,9

11

per 100 m2 bvo

94%

filmtheater/filmhuis

2,6

5,2

Tt

per 100 m2 bvo

97%

theater/ schouwburg

ie

7,9

9,8

per 100 m2 bvo

87%

Musicaltheater

2,9

3,4

3,9

per 100 m2 bvo

84%

Wijkgebouw verenigingsgebouw

2 2

2 2

2 Z

per 100 m2 bvo per 100 m2 bvo

90% 95%

Casino

5,9

6,1

6,5

per 100 m2 bvo

86%

sociaal cultureel centrum

2

bied

2

2

per 100 m2 bvo

kers

90%

Toelichting: bvo: bruto vloeroppervlak (volgens NEN 2580) . Filmtheater/filmhuis Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideéle/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. .

Musicaltheater

Een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) live theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. 1.1.7 Sportvoorzieningen Tabel 2.10. Sportvoorzieningen SPORTVOORZIENINGEN sporthal (binnen)

Sportzaal

sportveld (buiten)

Centrum Schil/ overloop-Rest bebouwde gebied kom 1,45 2,05 2,65

Aandeel Opmerking bezoekers per 100m2bvo 96% met wedstrijdfunctie + 0,15 per tribuneplaats

1,05

per 100m2bvo 94%

20

1,85

20

2,65 20

Eenheid

per ha netto terrein

95%

exclusief kantine, kleedkamer, oefenveld en toiletten (= 2 per 100 m2)

Dansstudio

1S:

3,8

3,4

4,7

10,8

per 100 m2 bvo 93%

fitnesscentrum Squashhal Tennishal

1,7 1,6 0,3

4,4 2,4 0,4 2,5

6,2 2h 0,5

2,5

per 100m2bvo 90% per 100m2bvo 84% per 100m2bvo 87% Per baan

95%

golfbaan (18 holes)

nv.t.

nv.t.

95,6

per 18 holes,

98%

Golfoefencentrum

nv.t.

nv.t.

50,7

per centrum

93%

Bowlingcentrum

1,6

2,2

2,8

per baan

89%

biljart- /snookercentrum

0,85

1,05

1,35

per tafel

87%

Stadion

0,12

0,12

0,12

per zitplaats

99%

zwembad overdekt

nv.t.

9,8

10,6

per 100 m2 bas- 97%

zwembad openlucht

nv.t.

10,1

12,9

fitnessstudio/sportschool

Tennisbaan

1,4

2,5

per 100m2bvo 87%

60ha

sin

per 100 m2 bas- 99% sin

Manege (paardenhouderij) 0,4

0,4

0.4

per box

90%

Kartbaan

6

6

6

per 100 m2

90%

Klimhal

6

6

6

per 100 m2

90%

ski- en snowboardhal

6

6

per 100 m2 sneeuw

90%

kunstijsbaan (Kleiner dan

1,15

1,35

1,65

per 100m2bvo 98%

kunstijsbaan (400 meter)

nv.t.

2,05

2,35

per 100m2bvo 98%

Wellnesscentrum

nv.t.

8

9,3

per 100m2bvo 99%

400 meter)

sauna, hammam

2,5

4,6

Toelichting:

11

6

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

6,6

met wedstrijdfunctie + 0,15 per tribuneplaats

per 100m2bvo 98%

Feitelijk gebruik ligt rond de 0,32 per zitplaats

. . .

bvo: bruto vloeroppervlak (volgens NEN 2580) Fitnessstudio/sportschool Met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa

.

Fitnesscentrum

.

. . . .

. . .

. . .

.

.

750 m? bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten.

Bij een fitnesscentrum gaat om zogenoemde grotere multifunctionele centra (groter dan 1500 m?

bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. Golfbaan (18 holes) Indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruikers plaatsvindt, is dit 25-50% meer. Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd) Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijke centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een drive range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). Bowlingcentrum Een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke. Zwembad (combi)

Een combizwembad is een zwembad met zowel overdekte als openluchtzwembassins. Kunstijsbaan Bij de normen wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte kunstijsbaan (voor lange baanschaatsen), gecombineerd met een baan van 30 x 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Welinesscentrum

Hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieén aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. 1.1.8 Overige voorzieningen

Tabel 2.11. Overige voorzieningen OVERIGE VOORZIENINGEN Centrum_ Schil/ overloop-Rest bebouwde Eenheid

Aandeel be- Opmerking

evenementenhal

gebied

kom

4

5,5

7,5

per 100 m2 bvo

99%

congresgebouw

4

5,5

7,5

per 100 m2 bvo

99%

Themapark

nv.t.

8

8

per hanettoterrein

99%

rl aol (kinderspeel- 3,5 al)

4,3

5,3

per 100 m2 bvo

97%

Volkstuin

1,15

1,25

1,35

per 10 tuinen

100%

religiegebouw (kerk, moskee, 0,15 synagoge, enz.)

0,15

0,15

per zitplaats/gebeds- 98% plaats

Bordeel overige sexinstelling

1 0,5

opslagbedrijven (bv. Shurgu- 0,07 ard)

1 1

0,07

1 AS:

0,07

per kamer per 100m2 bvo

Crematorium

nv.t.

22/5

30,1

per (deels) gelijktijdi- 99% ge plechtigheid

begraafplaats

nv.t.

31,6

31,6

per (deels) gelijktijdi- 97% ge plechtigheid

Jachthaven 0,6 kinderboerderij (stadsboerde-n.v.t.

0,6 18,8

0,6 22,5

per ligplaats per gemiddelde

Dierenpark

8

8

per ha. netto terrein

99%

275 215

30,5 3,25

per gemiddelde tuin per 10 cellen

37%

beursgebouw

Attractie- en pretpark

rij)

4

nv.t.

8

plantentuin (botanische tuin) n.v.t. penitentiaire inrichting 1,65

12

5,5

8

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

7,5

8

per 100 m2 bvo

perhanettoterrein

per unit

boerderij

zoekers 99%

99%

90% 90%

95%

minimaal 2 plaatsen realiseren

Centrum in openbare parkeergarages

,

en

Eee

i Uitvaartcentrum

0,15

0,15

0,15

Per zitplaats

98%

Toelichting: . bvo: bruto vloeroppervlak (volgens NEN 2580) . Indoorspeeltuin/kinderspeelhalIndoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden

voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een

wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De

afmetingen variéren meestal van 1.500 m? bvo tot 3.500 m? bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die beduidend groter zijn, zoals Speelstad Oranje en Kidzcity in Utrecht, met respectievelijk een

grootte van 11.500 m? bvo en 5.000 m? bvo.

13

Gemeenteblad 2016 nr. 61593nei 2016

. Bijlage 2. Kaart met weergave van de stedelijkheidszones

Stedelijkheidszones tbv parkeernormering Nijmegen december 2015

-a&a& tonnes

| Leg nda

ME centrumgebied

Schilloverloopgebied

kom (5restbebouwde

Zie bijlage 4 voor een uitvergroting van het Centrumgebied, zijnde binnenstad en omgeving

14

Gemeenteblad 2016 nr. 61393mei 2016

,

Male

2S

i Bijlage 3. Aanwezigheidspercentages Functie

Werkdag Werkdag Werkdag Koopochtend

middag

avond

avond

werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag nacht

middag

avond

middag

woningen bewoners

50

50

90

80

100

60

80

70

woningen bezoekers Kantoor/ bedrijven

10 100

20 100

80 5

70 5

0 0

60

100

70

0

0

0

0

Commerciéle dienstverlening

100

100

5

75

0

0

0

detailhandel

30

60

10

75

0

100

0

0

0

Grootschalige detailhandel

60

sociaal cultureel

10

40

100

100

0

60

90

25

Supermarkt

30

60

40

80

0

100

40

0

Sportfuncties binnen Sportfuncties buiten

50 25

50 25

100 50

100 50

0 0

100 100

100 25

75 100

bioscoop/theater/podium

5

25

90

90

0

40

100

40

sociaal medisch: arts/maatschap/ therapeut/consultatiebureau

100

a

10

10

0

10

10

10

Verpleeg/verzorgingstehuis

0

100

60

50

50

100

60

60

100

25 5

60

60

60

Ziekenhuis medewerkers

75

100

40

40

25

40

40

40

dagonderwijs avondonderwijs

100 0

100 0

0 100

0 100

0 0

0 0

75

0 0

0

0 0

0

museum

20

45

0

0

0

100

0

90

restaurant

30

40

90

95

0

70

100

40

café

30

40

90

85

0

75

100

45

30

Gemeenteblad 2016 nr. 61593nei 2016

70

100

80

ziekenhuis patiénten inclusief bezoekers

bibliotheek

15

70

0

30

100

70

0

100

100

100

,

i Bijlage 4. Begrenzing van het centrumgebied zijnde binnenstad en omgeving

.

to

S ; “ Mi —. .

7)

J

7)r i i rl | i

i

/

,

)

y;

i

fe

;

aC

F

Hf)

Nia a S a

Ye

‘bee

: :

j = Bi Chi

ing oe ft

j

(ME

- ay y “t\ A

re

:

ed

if

/ at as : a, ae s e gi : se S e egpis KA ee 4 i ont mR a Ht! (t 3 a. a j

i

Fmt | far ‘

i

fi

5

oe

f

{

ASN,

-

RE) oe a

is ReReE x} ox oes — ss

a —

Le an al ec S e sagan Sit ike. anlb ee fn, ae he ii % a—|

ES a —— = SONG — \ \, Hl~ nla >: Ae a, ASS

LFS

ee "

oar al

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

5 y

Sl pee

\ L f) A

‘yyet rir fs" 5 ven ; eae a , . my i |

eNO NENW,

Artikel

16

he

vA, ia, ~!

;

i

Bi

a

«

ye

NE

sweijmegen Bijlage 5: Situaties van bijzonder gemeentelijk belang

Van situaties van bijzonder gemeentelijk belang als bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze beleidsregels is (in ieder geval) sprake in de volgende gevallen: 1.Het betreft een aanvraag omgevingsvergunning die ziet op wonen boven ‘winkels, kantoren, horeca, en/of (andere) commerciéle functies’ binnen het ‘centrumgebied binnenstad en omgeving’ (bijlage 4). Indien en voor zover er niet voldaan kan worden aan de parkeernormen, verleend/vergund het college een ontheffing/afwijking, met inachtneming van het volgende. Er hoeft geen bijdrage in het bereikbaarheidsfonds betaald te worden. Er wordt middels deze regeling geen ontheffing/afwijking van de parkeerregels verleend/vergund voor zover de parkeerbehoefte toeneemt als gevolg van een toename van het aantal m2 aan gebruiksopper-

vlakte (GO).

2.Het betreft een aanvraag om een tijdelijke omgevingsvergunning voor een door of namens het college van burgemeester en wethouders erkend “Tijdelijk Anders Gebruiken en bestemmen” (TAG) initiatief. Indien en voor zover er niet voldaan kan worden aan de parkeernormen, verleend/vergund het college een ontheffing/afwijking, met inachtneming van het volgende. Indien het “niet kunnen voldoen aan de parkeernormen” betrekking heeft op maximaal 10 parkeerplaatsen, verleend/vergund het college een ontheffing/afwijking. Daarbij hoeft er geen bijdrage in het bereikbaarheidsfonds betaald te worden.

ndien het “niet kunnen voldoen aan de parkeernormen” betrekking heeft op meer dan 10 parkeerplaatsen, beoordeelt het college ad hoc of, en zo ja, onder welke voorwaarden er medewerking wordt verleend aan een ontheffing/afwijking. 3 .Het betreft een aanvraag om een omgevingsvergunning die ziet op zeer kleine woningen (kleiner dan of gelijk aan 50 m2 GO) binnen de singels (voor een begrenzing van de singels zie bijlage 12). Indien en voor zover er niet voldaan kan worden aan de parkeernormen, verleend/vergund het college een ontheffing/afwijking, met inachtneming van het volgende. Voor elke vereiste parkeerplaats waarin niet kan worden voorzien, worden er ten minste 2 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Deze fietsparkeerplaatsen moeten op eigen terrein (bij het project) worden gerealiseerd. Als de fietsparkeerplaatsen niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden, wordt een ontheffing/afwijking van de parkeerregels verleend/vergund indien er een alternatief wordt gerealiseerd binnen maximaal 30 meter loopafstand vanaf de hoofdtoegang van het gebouw waar de aanvraag betrekking op heeft. De fietsparkeerplaatsen moeten inpandig worden gerealiseerd (in een bestaand gebouw, danwel in een nieuw te plaatsen gebouw). De fietsparkeerplaatsen moeten, ter beoordeling van het college, voldoende bereikbaar en bruikbaar zijn.

Indien het Bouwbesluit voor het gebouw waarop de aanvraag ziet, een berging voorschrijft, dan komt de ruimte voor de fietsparkeerplaatsen bovenop de minimale ruimte die op basis van het Bouwbesluit voor de berging is vereist. 4.Het betreft een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een door of namens het college van burgemeester en wethouders, middels collegebesluit, erkend “Pilot project”. Het college kan pilot projecten erkennen/aanwijzen op het gebied van autoluw wonen en / of duurzame mobiliteit. Voorwaarde voor erkenning/aanwijzing is dat de pilot is ingegeven vanuit het belang van duurzaamheid, klimaatneutraalheid of “groen”. Het is aannemelijk dat voornamelijk pilotprojecten van kleinschalige aard en / of in centrumgebieden kunnen voldoen aan deze voorwaarden. Het college kan aan het besluit tot toewijzen of erkennen van een “Pilot project” voorwaarden in het kader van parkeren stellen die bij het verlenen/vergunnen van een ontheffing/afwijking in acht moeten worden genomen. Een van die voorwaarden kan zijn dat de aanvrager kan garanderen alsmede privaatrechtelijk kan waarborgen dat het duurzame, niet tijdelijke karakter van de gestelde voorwaarden geborgd wordt.

5 .Het betreft een aanvraag om een tijdelijke omgevingsvergunning voor maximaal 2 jaar (deze termijn is niet te verlengen) van een bouwwerk dat ondersteunend is aan de functie van het hoofdgebouw op het perceel (bijv. een extra schoollokaal of een opslagruimte bij een bestaande school) of dat ter vervanging dient van het hoofdgebouw op het perceel (bijv. een vervangend tijdelijk gebouw na brand). Indien en voor zover er niet voldaan kan worden aan de parkeernormen, verleend/vergund het college een ontheffing/afwijking met inachtneming van het volgende. Er hoeft geen bijdrage in het bereikbaarheidsfonds betaald te worden. Parkeerplaatsen die door realisatie van het tijdelijk bouwwerk niet meer bruikbaar/bereikbaar zijn, moeten meteen gecompenseerd worden. 6 .Het betreft een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project binnen het centrumgebied, zijnde binnenstad en omgeving (zie bijlage 4) waarbij het gebruik van een bestaand pand (dat op grond van het bestemmingsplan de bestemming “dienstverlening” en/of “detailhandel” heeft) wordt gewijzigd in lichte horeca (dit is een horeca-inrichting in de lichtste categorie, waar geen alcohol wordt geschonken, oftewel een broodjeszaak, lunchroom, croissanterie, ijssalon, koffiebar of tearoom).

Indien en voor zover er niet voldaan kan worden aan de parkeernormen, verleend/vergund het college een ontheffing/afwijking met inachtneming van het volgende. Er hoeft geen bijdrage in het bereikbaarheidsfonds betaald te worden.

17

Gemeenteblad 2016 nr. 61393anei 2016

Er wordt middels deze regeling geen ontheffing/afwijking van de parkeerregels verleend/vergund voor zover de parkeerbehoefte toeneemt als gevolg van een toename van de bruto viloeroppervlakte.

18

Gemeenteblad 2016 nr. 61593nei 2016

GEMEENTE

,

Mes

aS

i Bijlage 6: Redelijke loopafstanden Centrum gebied

Rest bebouwde kom

Woningen

400 meter

600 meter

400 meter

Werkgelegenheid Onderwijsvoorzieningen Zorginstellingen

750 meter 400 meter 150 meter

500 meter 100 meter 100 meter

Sociaal culturele voorzieningen

600 meter

400 meter

Sportvoorzieningen

600 meter

250 meter

Overige voorzieningen

600 meter

400 meter

Winkelen en boodschappen

Horeca

19

Schil/overloopgebied &

Gemeenteblad 2016 nr. 61593nei 2016

600 meter

100 meter

250 meter

Bijlage 7. Parkeerplaats op loopafstand van het project

In deze bijlage staat hoe omgegaan moet worden met een verzoek inzake het verlenen van een ontheffing/afwijking op grond van artikel 3 lid 2 sub a van deze beleidsregels voor de situatie dat er parkeerplaatsen elders worden gerealiseerd ten behoeve van het project. Allereerst moet gekeken worden of er redenen zijn om de ontheffing/afwijking bij voorbaat te weigeren. Bijvoorbeeld in de volgende situaties: . de parkeerplaats is (via een omgevingsvergunning) gekoppeld aan een ander gebouw/project. . de parkeerplaats mag bestemmingsplantechnisch niet worden gebruikt ten behoeve van het project (het is namelijk denkbaar dat een parkeerplaats enkel en alleen gebruikt mag worden door de gebruikers van het perceel waarop de parkeerplaats aanwezig is). . de parkeerplaats ligt niet binnen een redelijke loopafstand van het gebouw/project. Als er niet bij voorbaat een reden is om de ontheffing/afwijking te weigeren, dan zal een ontheffing/afwijking worden overwogen mits er in overleg met en goedkeuring door de gemeente Nijmegen een notariéle akte wordt opgesteld en wordt gepasseerd met dezelfde inhoud, opbouw en strekking als de concept akte in bijlage 13.

Voor zover de notariéle akte pas gepasseerd zal worden nadat de aangevraagde omgevingsvergunning is verleend, zal er alleen een ontheffing/afwijking worden verleend/vergund indien het college (op grond van een, met de gemeente Nijmegen in overleg tot stand gekomen, concept notariéle akte) de overtuiging heeft gekregen dat er na verlening van de omgevingsvergunning een notariéle akte gepasseerd zal worden die voldoet aan de daaraan gestelde eisen. In zulk een geval zal standaard als voorschrift in de omgevingsvergunning worden opgenomen dat er niet begonnen mag worden met het uitvoering geven aan het vergunde project zolang de notariéle akte niet is gepasseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=44cac39a-094a-4ca0-aa62-e960fee6b5aa