CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VOscholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking

Besluitronde (raadsvergadering) 20 december 2023, gemeente NijmegenBij agendapunt: D18 d.d. 21 november 2023 inzake Evaluatie Jongerenwerk18.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VOscholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VOscholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Auteurs Simon Mamahit Rosa Koetsenruijter Stijn Sieckelinck

Lectoraat Youth Spot Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Postbus 1025 1000 BA Amsterdam T. 06 21156083 W. www.hva.nl/youth-spot Hogeschool van Amsterdam, 2023

Datum 27-Sep-23

Het lectoraat Youth Spot werkt in structurele samenwerking met 18 welzijnsorganisaties en richt zich op de kwaliteitsverbetering van het jongerenwerk. Zij werkt bottom-up (onder meer op basis van de ‘tacit knowledge’ van jongerenwerkers) met een open blik naar stedelijke, landelijke en internationale ontwikkelingen in de werelden van jongeren, samenleving, wetenschap en beleid.

© 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door print-outs, kopieën, of op welke manier dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Hogeschool Amsterdam.

Samenvatting Op 9 Nijmeegse VO-scholen hebben schoolpersoneel en jongerenwerkers het afgelopen schooljaar gewerkt aan het implementeren van het jongerenwerk op school. Gelijktijdig is met een waarderend kader onderzocht in hoeverre deze implementatie is gelukt en welke meerwaarde daarmee gerealiseerd is. De onderzoeksresultaten leggen een aantal mogelijkheden tot versterking en verbetering bloot.

Jongerenwerk op school biedt de mogelijkheid tot een samenhangend aanbod van diensten en functies die gericht zijn op de brede ontwikkeling van leerlingen (Sarti et al., 2019a). Leerlingen kunnen bij jongerenwerkers terecht voor bijvoorbeeld een praatje, laagdrempelig advies, ontspanning met schoolgenoten, individuele coaching, naschoolse vorming en verwijzing naar meer gespecialiseerde hulp. Jongerenwerkers kunnen een belangrijke rol spelen bij het bereiken en motiveren van jongeren op school (Jeugdplatform Amsterdam, 2022). De combinatie van outreachend werken (ook buiten de school) en de presentiebenadering van jongerenwerkers sluit goed aan bij de behoeften van leerlingen en hun ouders. Steeds meer scholen in binnen- en buitenland ervaren dan ook de meerwaarde van jongerenwerkers in school (Moreland, 2021; Sonneveld et al., 2021; Van Dijk ea, 2022).

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 3 van 48

Hoe is jongerenwerk in 9 VO-scholen in Nijmegen geïmplementeerd? Daarvoor keken we naar de factoren (links in de figuur) waarvan we uit eerder onderzoek weten dat ze doelrealisatie van jongerenwerk op school bevorderen: 3 randvoorwaarden (structurele financiering, draagvlak, facilitering) en 4 werkzame elementen (partnerschap, bekendheid, toegankelijkheid, afstemming) (Rijnders ea., 2021), met bijzondere aandacht voor de relatie met aanwezige zorgstructuren. Eerder onderzoek toont drie randvoorwaarden voor samenwerking (uiterst links in de figuur). We stelden vast dat in Nijmegen niet alle randvoorwaarden vervuld waren. Bij een aantal scholen is het draagvlak op papier geregeld, maar minder in de dagdagelijkse praktijk. Sommige scholen zijn nog aan het uitzoeken hoe ze het jongerenwerk beter kunnen faciliteren. Bij andere scholen zijn deze randvoorwaarden wel op orde. Het grootste aandachtspunt is dat de financiering slechts een gering aantal uren jongerenwerk op school mogelijk maakt. In de meeste scholen is er slechts vier uur per week begroot. Deze gelimiteerde ureninzet wordt door alle Nijmeegse samenwerkingspraktijken ervaren als een obstakel.

Wat betreft de werkzame elementen van samenwerking (links midden) ontstond een gemengd beeld. We troffen veel plannen aan om de bekendheid van het jongerenwerk in school te vergroten, maar dat leidde niet overal tot effectieve strategieën; we zagen samenwerkingspraktijken worstelen met het expliciteren van hun verwachtingen in het partnerschap; we lazen plannen om jongerenwerk toegankelijker en benaderbaar te maken, maar die bleken lastig te realiseren binnen de beperkte uren; en we zagen samenwerkingspraktijken steeds beter afstemmen, met name tussen de zorgteams en de jongerenwerkers.

Welke meerwaarde van het jongerenwerk op school hebben betrokkenen ervaren? Het is bekend dat wanneer het jongerenwerk op school in staat wordt gesteld om haar functies (signalering, ondersteuning leerlingen, ondersteuning schoolpersoneel, versterken verbinding) te vervullen (rechtsmidden in de figuur), het als meerwaarde wordt ervaren door schoolpersoneel, zorgpersoneel, en leerlingen. In Nijmegen hebben zich drie categorieën scholen (van telkens drie scholen) afgetekend: we onderscheiden scholen waar beperkte, aanzienlijke en grote meerwaarde wordt ervaren: -

Meerwaarde beperkt: In deze scholen wordt slechts beperkt gesignaleerd omdat de onderlinge samenwerking moeizaam verloopt door gebrek aan bekendheid en connectie, problemen onder leerlingen te groot zijn, slechts kleine aantallen leerlingen ondersteund worden omdat er te weinig tijd is, en ontbreekt de verbinding met belangrijke partners binnen en buiten de school grotendeels, omdat de jongerenwerker zelden ook in de wijk van de school actief is.

-

Meerwaarde aanzienlijk: Op deze scholen wordt over het verloop van het onderzoek de toegevoegde waarde van jongerenwerk op school steeds meer ervaren. In de eerste plaats onder de leerlingen, maar ook in zekere mate onder het overige schoolpersoneel. Wat de functie signaleren betreft, wordt geïnvesteerd in de aansluiting met de leerlingen om relevante uitingen (zowel offline als online) op te pikken en individuele gesprekjes aan te kunnen gaan waar dat

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 4 van 48

nodig is, maar een duurzame signaleringsstructuur waar de jongerenwerker deel van uitmaakt ontbreekt nog. De verbinding met belangrijke partners binnen en buiten de school wordt betracht, maar levert nog niet veel meerwaarde op. -

Meerwaarde groot: Op deze scholen worden- over het verloop van het onderzoek regelmatig signalen opgepikt en indien nodig gedeeld middels een duurzame signaleringsstructuur. Jongerenwerkers bieden leerlingen ondersteuning door op een laagdrempelige manier benaderbaar te zijn en hen op een outreachende manier aan te spreken. Dit doen zij door veel op en buiten school met hen in contact te treden. Tevens is er een goede verstandhouding met het zorgteam, en dit straalt positief af op het draagvlak voor het jongerenwerk onder het overige schoolpersoneel. Doordat de jongerenwerkers zich in de leefwerelden van leerlingen begeven (thuis, school, de wijk, online), versterken ze de verbinding tussen actoren in en om de school. Wat de doelen van jongerenwerk op school betreft, zijn op deze scholen duidelijke aanwijzingen gevonden dat jongerenwerkers er bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen, ook een positieve invloed hebben op het pedagogische klimaat van de school, en via hun acties helpen om schooluitval tegen te gaan.

Waar uit de groepsinterviews met de professionals duidelijk ruimte voor verbetering ter sprake komt, laten de interviews met leerlingen uit deze scholen over de hele lijn meerwaarde laten zien. Dankzij de tussenkomst met de jongerenwerker gaat het naar eigen zeggen op alle scholen beter: ze laten minder absenties optekenen, tonen meer beheersing, halen betere cijfers, en gaan minder gebukt onder stress. De meeste volwassen respondenten zien kansen om het jongerenwerk op school te versterken in twee richtingen: -

meer ureninzet helpen mogelijk maken en in overleg scherpe keuzes maken voor wat er binnen de aangereikte kaders mogelijk is.

-

Meer benutten van de pedagogische driehoek die school, thuis en omgeving (offline en online) met elkaar verbindt (een succesfactor uit eerder onderzoek)

Als men de kans krijgt om hieraan te werken, is de verwachting dat het jongerenwerk op school door meer betrokkenen zal worden ervaren als een meerwaarde. Het tijdelijke karakter en de schaarse ureninzet bieden echter onvoldoende garantie voor continuïteit, wat een cruciale voorwaarde is voor goed jongerenwerk (Sonneveld, 2022) en jongerenwerk op school in het bijzonder (Sarti, 2019). Leerlingen en docenten moeten nu eenmaal op je kunnen bouwen.

Woord van dank De onderzoekers danken alle professionals die werkzaam zijn bij de scholen, de jongerenwerkorganisatie Bindkracht 10, de gemeente Nijmegen, de stagiaires en de leerlingen die hun medewerking verleenden aan deze studie. De professionals uit het jongerenwerk met wie we konden optrekken werken bij de

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 5 van 48

jongerenwerkorganisatie Bindkracht 10. Zonder de bereidwillige inzet van hun medewerkers waren we nooit tot deze waardevolle inzichten gekomen.

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 6 van 48

Inhoudsopgave

Samenvatting .......................................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave ....................................................................................................................................... 7 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 8 1. 1.1 1.2

Aanleiding en doelen onderzoek ............................................................................................. 9 Aanleiding .................................................................................................................................... 9 Onderzoeksopzet ...................................................................................................................... 12

2. 2.1 2.2

Implementatie .......................................................................................................................... 13 Randvoorwaarden ..................................................................................................................... 15 Werkzame elementen ............................................................................................................... 18

3. 3.1 3.2 3.3

Meerwaarde .............................................................................................................................. 27 Categorie 1: meerwaarde beperkt ............................................................................................. 28 Categorie 2: meerwaarde aanzienlijk ........................................................................................ 30 Categorie 3: meerwaarde groot ................................................................................................ 32

4. 4.1 4.2 4.3

Versterken ................................................................................................................................ 34 Mogelijkheden ter versterking ................................................................................................... 34 Aanbevelingen .......................................................................................................................... 39 Tot slot ....................................................................................................................................... 43

5.

Literatuur .................................................................................................................................. 44

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 7 van 48

Leeswijzer Hoofdstuk 1 schetst de maatschappelijke context en bespreekt dan de aanleiding en doelen van het onderzoek. In hoofdstuk 2 worden de antwoorden op de vraag naar implementatie gepresenteerd, aan de hand van uit eerder onderzoek bekende randvoorwaarden en werkzame elementen. Is aan alle randvoorwaarden voldaan en zijn de werkzame elementen terug te vinden? Hoofdstuk 3 gaat dieper in op de meerwaarde van jongerenwerk op school die door de betrokkenen is ervaren. Er is voor gekozen om deze geclusterd te presenteren om de situatie op verschillende scholen beter te kunnen weergeven. Waar is de ervaren meerwaarde nog beperkt, waar reeds aanzienlijk, en waar groot? Hoofdstuk 4 staat in het teken van de vraag naar versterking: wat is er nodig om het jongerenwerk op Nijmeegse scholen (nog) meer tot zijn recht te laten komen? Met aanbevelingen voor elk van de betrokken organisaties. Hoofdstuk 5 bevat een overzicht van de gebruikte literatuur. In de bijlage zit meer verantwoording van de gemaakte methodologische keuzes voor dit onderzoek.

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 8 van 48

1. Aanleiding en doelen onderzoek 1.1

Aanleiding

Scholen voor voortgezet onderwijs (VO) en jongerenwerkorganisaties werken steeds meer samen aan een positief schoolklimaat en aan de ontwikkeling van leerlingen. Jongerenwerkers, schoolpersoneel en professionals in en rondom school zitten allemaal in de positie dat ze – naast ouders en familie – invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkeling van jongeren. Voor scholen geldt dat zij voor de belangrijke en uitdagende taak staan jongvolwassenen af te leveren, die voorzien van een diploma de maatschappij in kunnen. De inzet van het jongerenwerk is dat het jongeren zodanig begeleidt en ondersteunt, dat zij zich kunnen ontwikkelen tot volwaardige individuen en in de gelegenheid worden gesteld zelfstandig een plek te verwerven in de volwassen wereld (Metz, 2011; 2017).

De groei in samenwerking tussen het jongerenwerk en VO sluit aan op de recentelijke aandacht voor de omstandigheden waarbinnen jongeren in Nederland opgroeien en onderwezen worden (Rijnders et al., 2021). Voorbeelden hiervan zijn een toename en verharding van jongeren die op jonge leeftijd in de criminaliteit belanden en in het algemeen een groeiende kansenongelijkheid (Rijnders et al., 2021). Vanuit leerlingen klinken steeds luidere zorgen over prestatie- en keuzedruk, wegens de invloed ervan op het mentaal welbevinden (Boer et al., 2021). Heel wat gemeenten, waaronder Nijmegen, zien jeugdigen verharden en de vatbaarheid voor criminaliteit en het gebruik van verdovende middelen toenemen. Tweede- en vierdeklassers van de middelbare school voelden zich in 2021 minder gelukkig dan vóór de coronaperiode (in 2019) (RIVM, 2022). Daarnaast is er een toename van zorgen over sociale mediagebruik (Thomee, 2018) en de hulpvragen daaromtrent (Nederlands Jeugdinstituut, 2022; Todorovic et al., 2023). Bovendien is er sprake van financiële tekorten en lange wachtlijsten in de jeugdhulp (Hilderink et al., 2020). Dit alles geeft aanleiding tot aandacht voor ‘preventief’ handelen om jongeren voldoende begeleiding te bieden bij hun opgroeien. Deze tendensen gaan niet aan Nijmegen voorbij.

Het lokale coalitieakkoord stelt: ‘zij [jongeren] hebben, in de bloei van hun leven, relatief veel last gehad van corona. Vooral de problematiek bij jongeren die al op achterstand stonden, is verergerd’ (Coalitieakkoord Nijmegen, 42). Het specificeert: ‘Als de overgang van jongeren naar volwassenheid (18-/18+) niet soepel verloopt, kunnen jongeren op verschillende terreinen (mentale gezondheid, wonen, werk/opleiding, inkomen, etc.) problemen krijgen die in elkaar grijpen en daardoor moeilijk op te lossen zijn’ (ibid, 41). Voor STORM (suïcide-preventie) en voor extra jongerenwerk reserveert de gemeente € 250.000 per jaar. De extra jongerenwerkers zijn te vinden op straat, op school, bij sportclub(s), op sociale media en in de jongerencentra. Bindkracht 10 is een lokale welzijnsorganisatie die onder andere professioneel jongerenwerk aanbiedt. Jongerenwerkers van Bindkracht 10 voorzien de Nijmeegse jeugd van een ontwikkelingsgericht vrijetijdsaanbod. Ze begeleiden en ondersteunen initiatieven die jongeren tussen de 10 en 23 jaar bedenken en ontwikkelen. Bijvoorbeeld Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 9 van 48

iets leuks of leerzaams op het gebied van sport, muziek, cultuur of games. Of over sociale media, drugs of vuurwerk. Jongeren voeren daarbij altijd zoveel mogelijk zelf de regie (Bindkracht10.nl).

Ook staat het formele onderwijs voor grote uitdagingen. Het lerarentekort leidt tot hogere werkdruk en langere werkuren voor leraren, tot grotere klassen en onvoldoende begeleiding en kan daardoor invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs. De zoektocht naar oplossingen voor dit tekort binnen het formele onderwijs is complex en vraagt veel tijd (Asscher et al., 2022). Daarnaast staat de status van leerkrachten onder druk door de toename en toegankelijkheid van informatiebronnen buiten de klas, en de democratisering van kennis, mede bespoedigd door het gebruik van informatietechnologie. Invloeden van straat en internet houden niet op bij de schoolpoort. Al deze factoren kunnen doorwerken op de manier waarop leerkrachten met hun klas omgaan, de manier waarop ze zich presenteren en communiceren, en de manier waarop ze omgaan met conflicten en disciplinair beleid (El Hadioui, 2011). Veel scholen zijn zoekende in hun omgang met grootstedelijke jongeren die opgroeien te midden van 'pedagogische meerstemmigheid': een thuiscultuur, een (online) straatcultuur en een schoolcultuur met onderling tegenstrijdige ambities, boodschappen en waardepatronen (El Hadioui, 2011; Platform JEP, 2020).

De samenwerking tussen het jongerenwerk en VO maakt een gezamenlijke aanpak mogelijk die zich juist richt op de verschillende leefgebieden van jongeren zoals school, buurt en thuis (Sarti et al., 2019). Jongerenwerk op school biedt, net zoals het jongerenwerk in de wijk, vanuit de aanwezigheid – het present werken – op verschillende momenten en plekken op school een samenhangend aanbod van verschillende diensten gericht op socialisatie en persoonsvorming (Biesta, 2015).Dat kan in elke school verschillen. Zo bieden ze bijvoorbeeld een inloop, individuele begeleiding en voorlichtingslessen en organiseren ze groepsactiviteiten en pauze- en naschoolse activiteiten in en rondom school (Sarti et al., 2019). Gezien de toenemende hulpvragen van jongeren en de druk op de jeugdzorg en het onderwijs, kunnen jongerenwerkers een belangrijke rol spelen bij het bereiken en motiveren van jongeren op school (Jeugdplatform Amsterdam, 2022; Moreland, 2021; Sonneveld et al., 2021). Jongerenwerkers hebben vaak een meer gelijkwaardige en onafhankelijke positie dan docenten en kunnen meer aandacht en tijd besteden aan leerlingen dan docenten. Hierdoor kunnen zij beter aansluiten bij de wensen en behoeften van leerlingen als het gaat om over hun problemen te praten en hulp te vragen.

De combinatie van outreachend werken en de presentiebenadering van jongerenwerkers sluit goed aan bij deze behoeften van leerlingen. Tijdens en in de nasleep van de coronacrisis was er een extra aanleiding om jongerenwerkers in te zetten op VO-scholen. Jongeren bleken niet altijd raad te weten met het gebrek aan structuur en sociale contacten mede als gevolg van de sluiting van de scholen wat een negatief effect had op hun mentaal welbevinden (NJI, 2022). Scholen raakten soms het contact met leerlingen kwijt en werden geconfronteerd met anti-autoriteitsproblemen. Jongerenwerkers hielpen deze schade te beperken (zie Van Dijk et al., 2023): zij hielden contact met leerlingen en hun sociale omgeving, ondersteunden leerlingen waar nodig, activeerden leerlingen, gaven hun informatie en advies, en boden hun een positieve vrijetijdsbesteding door activiteiten te organiseren (Koetsenruijter e.a., 2023).

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 10 van 48

Jongerenwerk op school is een vak apart dat bepaalde capaciteiten vereist. Jongerenwerkers op school beoefenen immers een vorm van boundary spanning: ze overbruggen twee domeinen die uit zichzelf nog niet altijd in verbinding staan. Eigen aan boundary spanners is dat zij bij aanvang nog niet over ‘een goed gevulde rugzak’ met precies de juiste persoonlijke eigenschappen, kennis, vaardigheden en ervaring beschikken. Zij leren al doende wat er in bepaalde situaties mogelijk en nodig is: ‘Competencies are what the person develops while doing the job’ is daarvan een adequate beschrijving (De Groot, 2022). Eerder onderzoek laat zien dat, wanneer deze capaciteiten in vruchtbare (school)grond vallen, jongerenwerk op school kan bijdragen aan het versterken van de schoolcarrière van jongeren, een positief pedagogisch klimaat op school, en het voorkomen van schooluitval, (zie Eindproducten project jongerenwerk en voortgezet onderwijs).

Jongerenwerk op school in Nijmegen In 2021 kwamen Nijmeegse jongerenwerkers als proef op een aantal middelbare scholen als reactie op leerachterstanden veroorzaakt door de coronamaatregelen. Zij merkten er dat ze jongeren goed konden ontmoeten en beter de verbinding konden maken tussen school, wijk, thuis en online. In 2022 werd mede dankzij middelen uit Nationaal Programma Onderwijs dit initiatief uitgebreid naar 20 scholen (bijna alle VO-scholen in Nijmegen). Gaandeweg immers zagen scholen dat meer les niet automatisch meer rendement betekent, en dat er vooral ook sociaal-emotioneel veel nodig was. De proef met het jongerenwerk bood juist daar versterking. Aan deze samenwerking tussen het jongerenwerk en de scholen werden de volgende doelstellingen gekoppeld: •

Stimuleren van (talent)ontwikkeling

•

Bijdragen aan pedagogisch schoolklimaat en voorkomen deviant gedrag

•

Versterken schoolcarrières en voorkomen schooluitval

De gemeente Nijmegen, jongerenwerkaanbieder Bindkracht 10, en Samenwerkingsverband VO-VSO Nijmegen wilden de inzet van het jongerenwerk op VO-scholen in Nijmegen onderzocht zien, met bijzondere aandacht voor deze inzet van het jongerenwerk in relatie tot de aanwezige zorgstructuren op de scholen. Ook wilden zij graag de impact van het jongerenwerk op VO-scholen kwalitatief weergeven zodat zij meer zicht krijgen op de manier waarop het jongerenwerk mogelijk meerwaarde biedt op school vanuit de beleving van verschillende betrokkenen. Youth Spot is benaderd om dit onderzoek mee vorm te geven. Na overleg bleek het haalbaar om op 10 VO-scholen in Nijmegen onderzoek te doen. Daarin is zoveel mogelijk een evenredige verdeling van VO-scholen over de verschillende types, niveaus, populatie en omgeving van de VO-scholen is nagestreefd. Alle 10 geselecteerde VO- scholen in Nijmegen zijn vanaf september 2022 in het kader van dit onderzoek gevolgd. In tabel 1 worden deze scholen (gepseudonimiseerd) beschreven. Onderstaand overzicht is afkomstig van de openbare website ‘Scholen op de kaart’, aangevuld met informatie uit eigen desk research.

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 11 van 48

1.2

Onderzoeksopzet

Om goed zicht te krijgen op de implementatie, meerwaarde en mogelijkheden voor versterking van de samenwerking tussen Bindkracht 10 en de VO-scholen is het Lectoraat Youth Spot (Hogeschool van Amsterdam) in het najaar van 2022 dit onderzoek gestart. Het doel van dit onderzoek was tweeledig (Lectoraat Youth Spot, 2020): 1. Het in beeld brengen van de randvoorwaarden, werkzame elementen en ervaren meerwaarde van de samenwerking (met bijzondere aandacht voor de relatie tot de aanwezige zorgstructuren) in ieder van de tien samenwerkingspraktijken in Nijmegen 2. Inzicht in hoe de samenwerking in ieder van de tien samenwerkingspraktijken in Nijmegenversterkt kan worden. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een praktijkgericht waarderend handelingsonderzoeksdesign.1 Daarbij ligt de nadruk op doorgronden van en aansluiten bij hoe bepaalde (meer)waarde wordt gecreëerd, maar is ook aandacht voor wat nog niet helemaal goed gaat. Tijdens drie groepsinterviews hebben jongerenwerkers en schoolpersoneel (zoals mentor, veiligheidscoördinator, teamleider, zorgcoördinator) van VO-scholen gezamenlijk samen met een onderzoeker van Youth Spot een gesprek gevoerd over de implementatie en meerwaarde van jongerenwerk op school. Vervolgens stelden zij gezamenlijk een actieplan op om jongerenwerk op school te versterken.

Daarnaast deden 20 leerlingen mee aan een kort interview met behulp van een creatieve werkvorm waarin gevraagd werd naar hun ervaringen met het jongerenwerk op school. In totaal deden bij aanvang tien scholen in de omgeving Nijmegen mee aan dit onderzoek. Deze scholen verschilden van elkaar in aantal leerlingen, onderwijsvisie en type onderwijs wat werd aangeboden. De meeste nadruk ligt op de omvang van de school en hierom zijn er drie soorten scholen geïdentificeerd:

1. Klein <300 (N=3) VMBO regulier en speciaal onderwijs en schakeltrajecten voor nieuwkomers. 2. Middel 300-500 (N=3) Regulier VMBO onderwijs tot gymnasium 3. Groot 500> (N=4) Regulier VMBO onderwijs tot gymnasium

Na het eerste contactmoment bleek een school wegens personeelsdruk niet in staat om deelname aan de nog geplande onderzoeksactiviteiten te verzekeren. Als gevolg zijn de data van deze ene school niet

1 Voor meer informatie, zie bijlage: Methodische Verantwoording: Onderzoeksbenadering en werkwijze.

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 12 van 48

meegenomen in deze rapportage. Voor meer informatie over de onderzoeksbenadering, zie hoofdstuk Methodische Verantwoording in de bijlage. In de volgende hoofdstukken beschrijven we de bevindingen van dit onderzoek naar jongerenwerk op 9 VO-scholen in Nijmegen. In onderstaande tabel staat een beknopt overzicht van hoe de toegepaste methoden zich verhouden tot de leidende onderzoeksvragen in dit project.

Onderzoeksvragen 1.

Onderzoeksmethoden

Hoe is jongerenwerk in de VO-scholen in Nijmegen geïmplementeerd? a.

Hoe zijn de randvoorwaardes voor jongerenwerk in school gerealiseerd (in ieder geval draagvlak, structurele financiering en facilitering van jongerenwerk in school)?

actieplannen en groepsinterviews

b.

Hoe zijn de uit eerder onderzoek opgehaalde werkzame elementen van jongerenwerk in school gerealiseerd (in ieder geval partnerschap, afstemming, bekendheid en toegankelijkheid) , met bijzondere aandacht voor de inzet van het jongerenwerk in relatie tot de aanwezige zorgstructuren op de VOscholen?

actieplannen en groepsinterviews

2.

Hoe draagt het jongerenwerk in de VO-scholen in Nijmegen, gezien vanuit de verschillende betrokkenen bij de samenwerking, bij aan: vroegsignalering, ondersteuning leerlingen, verbinden professionals en ondersteunen schoolpersoneel?

actieplannen, groepsinterviews en leerlinginterviews

3.

Waar is ruimte voor versterking van het jongerenwerk op school?

actieplannen, groepsinterviews, leerlinginterviews en achtergrondinformatie scholen

Tabel 2 Overzicht van onderzoeksvragen en -methoden

2. Implementatie Onderwijs en jongerenwerk zijn verschillende sectoren gepositioneerd in verschillende leefmilieus (school versus vrije tijd) die jongeren verschillende ontwikkelingsmogelijkheden bieden (El Hadioui 2011; Metz Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 13 van 48

2013). Een samenwerking tussen jongerenwerk en onderwijs is niet automatisch succesvol. Om de implementatie te peilen kan worden gekeken naar een aantal randvoorwaarden en werkzame elementen. Uit eerder onderzoek van lectoraat Youth Spot kwamen drie randvoorwaarden voor samenwerking tussen jongerenwerk en onderwijs naar voren en vier werkzame elementen die bijdragen aan een goed verloop van de samenwerking (Rijnders et al., 2021). Randvoorwaarden zijn eisen waaraan voldaan moet worden om samenwerking plaats te laten vinden (Rijnders et al., 2021). De drie randvoorwaarden zijn: structurele financiering, draagvlak, en facilitering van het jongerenwerk op school. Werkzame elementen zijn die onderdelen van de samenwerking waarvan uit eerder onderzoek blijkt dat deze bijdragen aan een goed verloop van de samenwerking (Rijnders et al., 2021). De vier werkzame elementen zijn: bekendheid, toegankelijkheid, afstemming, en partnerschap.

Randvoorwaarde

Belangrijke onderdelen die bijdragen

Financiering

Duurzame, structurele middelen Perspectief op voortzetting

Draagvlak

Afstemming en overeenstemming over aanleiding, werkwijze en doelen van het initiatief

Facilitering

Tastbare inspanningen van school om (het aanbod van) jongerenwerk in school te accommoderen en te integreren

Werkzaam element

Belangrijke onderdelen die bijdragen

Bekendheid

Bekendheid onder schoolpersoneel Bekendheid onder leerlingen

Partnerschap

Gelijkwaardige werkrelatie Heldere rol- taakverdeling

Toegankelijkheid

Team van goed op de school en leerlingen afgestemde jongerenwerkers Jongerenwerkers voldoende aanwezig en benaderbaar.

Afstemming

Tweerichtingsverkeer Vast aanspreekpunt vanuit de school Betrokken coördinator vanuit het jongerenwerk

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 14 van 48

Tabel 1. Overzicht randvoorwaarden en werkzame elementen in de samenwerking (gebaseerd op Rijnders ea., 2021)

De mate en manier waarin deze randvoorwaarden en werkzame elementen zijn vervuld, biedt informatie over hoe goed het jongerenwerk op school is geïmplementeerd. We beschrijven in dit hoofdstuk hoe de drie randvoorwaarden zijn gerealiseerd in de negen Nijmeegse samenwerkingspraktijken, en hoe deze versterkt kunnen worden. Vervolgens gaan we in op hoe de vier werkzame elementen van samenwerking zijn geïmplementeerd in de tien samenwerkingspraktijken, en hoe deze versterkt kunnen worden. De resultaten zijn gebaseerd op de groepsinterviews en actieplannen die op drie momenten zijn ingevuld.2

2.1

Randvoorwaarden

Hieronder beschrijven we de stand van zaken met betrekking tot de realisatie van de drie randvoorwaarden in de samenwerking tussen Bindkracht 10 enerzijds en de VO-scholen anderzijds.

Structurele financiering Onderzoek naar jongerenwerk in zijn algemeenheid toont het belang van continuïteit om de preventieve waarde te kunnen realiseren (Sonneveld, 2022). Uit eerder onderzoek naar jongerenwerk op school is bekend dat het meestal enkele jaren kost om een productieve samenwerking op te bouwen. Resultaten van jongerenwerk worden voor scholen vaak pas op wat langere termijn zichtbaar. Bovendien is het belangrijk dat de financiering voldoende ureninzet mogelijk maakt om de beoogde doelen te kunnen behalen. Financieringstermijn en ureninzet zijn dan ook belangrijke onderdelen van deze randvoorwaarde. Wanneer langdurige financiering en ureninzet tekort schieten, blijft de mogelijke positieve bijdrage op de ontwikkeling van jongeren vooralsnog uit (Rijnders et al., 2021).

2.1.1. Termijn De financiering is bij de tien Nijmeegse samenwerkingspraktijken een jaar lang gedragen door de Gemeente Nijmegen. Een aantal jongerenwerkers heeft het signaal afgegeven dat zij door de genoemde termijndruk ervaren om de meerwaarde van het jongerenwerk op school in 1 jaar tijd te- moeten bewijzen ter behoud van deze financiering. Door het tijdelijke karakter van de financiering is in Nijmegen slechts beperkte continuïteit gegarandeerd. Deze zorg werd als volg verwoord in de interviews:

2 In dit hoofdstuk beschrijven we voorbeelden van wat jongerenwerk in bepaalde scholen doet. Bij sommige scholen

worden andere aspecten in de groepsinterviews en actieplannen benadrukt dan bij andere scholen. Het kan dus zijn dat voorbeelden die beschreven worden voor een bepaalde school ook gelden voor andere scholen . Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 15 van 48

‘Hoe korter de tijd is, hoe lastiger het is om een meerwaarde aan te tonen. Er wordt hier ook de hele tijd gezegd: "Het moet nog groeien." Dit soort dingen moeten ook groeien. Stel: je gaat over tien jaar dit gesprek nog een keer aan, dan zit je er toch heel anders bij. Of je die tien jaar gaat halen, is aan de gemeente.’ (Directeur, school 8)

2.1.2. Ureninzet Naast de reeds bekende en beschreven randvoorwaarden (Rijnders, 2021), is in Nijmegen een vierde randvoorwaarde aan het licht gekomen: de ureninzet. Voor veel samenwerkingspraktijken was het zoeken naar mogelijkheden om een goede samenwerking op te zetten binnen de geboden kaders die slechts ruimte lieten voor 1 dagdeel ureninzet per school. Over de hele lijn, in alle scholen, is namelijk een gebrek aan tijdsinzet, in de zin van te weinig fte naar boven gekomen. Bijna alle respondenten binnen de samenwerkingspraktijken spreken hun wens uit voor meer tijd, meer ureninzet van het jongerenwerk op school: ‘Eigenlijk ben jij gewoon druk met die vier uur, met leerlingen en themalessen en de inloop’ (docent, school 1); Het zijn maar vier kleine uurtjes dus wat is haalbaar daarin? Waar heb ik geen invloed op en waarop wel? We zouden er desalniettemin wel meer uit kunnen halen (Jongerenwerker, school 3).

Omdat jongerenwerkers al snel boven hun uren uitkwamen, kregen zij niet meer taken en rollen in school, terwijl daar wel behoefte aan was. Dit gebeurde ondanks de gezamenlijke wens om er meer voor de leerlingen te kunnen zijn: ‘Ik ben niet moeilijk. Als ik af en toe acht uur moet maken, dan is dat niet erg. Ik zeg niet: ik heb vier uur gedraaid, ik ben klaar. Nee, zo ben ik. Als ik acht uur moet draaien, maakt dat niet uit. Ik ben er niet streng in. Met die lessen van Halt draaide ik tien uur in de week. Ik ben flexibel, de school is flexibel, dus het is geven en nemen.’ (Jongerenwerker, school 4)

In Nijmegen zijn de middelen voor jongerenwerk op school dunner uitgesmeerd dan we in eerder onderzoek aantroffen: in Arnhem tot vier dagdelen per school (Koetsenruijter ea., 2023), in Amsterdam ten minste twee dagdelen per school (Van Dijk ea., 2023). Gezien de schaarse ureninzet meermaals op verschillende Nijmeegse scholen benoemd werd, lijkt het erop dat deze (minimale) uren randvoorwaardelijk zijn voor een goede implementatie. Het meest kernachtig samengevat: ‘je redt het niet in vier uur’ (Jongerenwerker, school 3 ).

Draagvlak Een tweede noodzakelijke voorwaarde voor de samenwerking tussen school en het jongerenwerk is het creëren en behouden van draagvlak voor het jongerenwerk onder schoolpersoneel, schoolmanagement, Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 16 van 48

en opdrachtgevers zoals gemeenten (Rijnders et al., 2021). In formele zin is dit draagvlak bij de start onder schooldirecties en de gemeente Nijmegen geregeld. Toch bleek het in de praktijk een wankele basis. Draagvlak op school gaat over in hoeverre men zich gesteund weet door de rest van het schoolpersoneel. In een derde van de scholen zien we dat het draagvlak toeneemt. Het voornaamste draagvlak binnen deze scholen komt van individuele mentoren of teamleiders en leden die actief zijn in de reeds aanwezige zorgstructuren. In evenveel scholen is er sprake van stagnatie. Er is slechts beperkte overeenstemming over hoe het jongerenwerk te werk zou moeten gaan en het blijft voor veel docenten nog onduidelijk waartoe het op school is. Op de resterende scholen zien we dat het draagvlak afbrokkelt door een gebrek aan gelijkwaardig partnerschap of het uitblijven van zichtbare resultaten.

Facilitering Uit eerder onderzoek weten we dat het jongerenwerk niet vanzelf zijn plek vindt op school. Facilitering draagt bij aan de inbedding van het jongerenwerk op school. Alleen wanneer het jongerenwerk gefaciliteerd wordt in bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van ruimtes binnen school, het vrijroosteren van leerlingen voor jongerenwerkactiviteiten of het koppelen van jongerenwerkers aan schoolpersoneel, kan er effectieve samenwerking plaats vinden (Rijnders et al., 2021). Op alle Nijmeegse scholen zijn plannen geformuleerd en inspanningen gedaan om jongerenwerk te faciliteren door het aanbod een betere plek te geven in de roosters en de reeds aanwezige faciliteiten. Terwijl er de wil was om het jongerenwerk op school te faciliteren, werden ingrijpende gebeurtenissen zoals aangekondigde schoolsluiting (school 6), verbouwing en verhuizing (op school 3) en wisselingen van personeel, onder wie de jongerenwerkers zelf (op scholen 1 en 9) als complicerend ervaren. De geplande inspanningen van school om (het aanbod van) jongerenwerk in school te accommoderen en te integreren moesten dan worden bijgesteld, uitgesteld en in een enkel geval ook opgegeven. Vanuit Bindkracht 10 zijn gedurende het schooljaar regelmatig bijeenkomsten georganiseerd om kennis en ervaringen van jongerenwerkers op verschillende scholen uit te wisselen.

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 17 van 48

2.2

Werkzame elementen

Hieronder beschrijven we de stand van zaken met betrekking tot de realisatie van de vier werkzame elementen in de samenwerking tussen Bindkracht 10 enerzijds en de negen VO-scholen anderzijds. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar de inzet van het jongerenwerk in relatie tot de aanwezige zorgstructuren op de VO-scholen, zoals (benaming verschilt per school) het zorgteam, het Zorg Advies Team (ZAT), de zorgcoördinator, conciërges, remedial teachers, leercoaches, jeugdcoaches. Kortom alle professionals met een zorgopdracht op school.

Bekendheid Bekendheid zorgt ervoor dat leerlingen en schoolpersoneel kennis hebben van de aanwezigheid van het jongerenwerk op school, en dat zij weten waarvoor zij een beroep op het jongerenwerk kunnen doen (Rijnders et al., 2021).

2.2.1. Bekendheid onder schoolpersoneel

Jongerenwerk is niet automatisch bekend onder het schoolpersoneel. Zo verzucht een mentor bij aanvang van het schooljaar: ‘Ik denk dat een heleboel mentoren niet weten dat ze gewoon even op jullie af kunnen stappen’ (school 5). In de onderzochte samenwerkingspraktijken heeft de meerderheid (7 van de 93) in hun eerste actieplannen dan ook ingezet op het vergroten van bekendheid onder schoolpersoneel. In de opstartfase beoogden deze praktijken dat zoveel mogelijk medewerkers de jongerenwerkers leerden kennen, wat hun rol is in school (en daarbuiten) en op welke manier zij een beroep kunnen doen op hun inzet. Ingezette vormen hiervoor waren bijvoorbeeld een presentatie over het jongerenwerk voor schoolpersoneel, deelname aan een teamoverleg, of een berichtje plaatsen in de interne nieuwsbrief. School 9 ervaart dat bekendheid vraagt om doorlopende aandacht: ‘Gedurende het jaar stromen er ook docenten in. Daarom mogelijkheid creëren voor de jongerenwerkers om zich gedurende het jaar voor te stellen aan de nieuwe docenten. Wie zijn de jongerenwerkers en wat doen zij op school? Dit kan bijvoorbeeld door een briefje op te hangen waar de jongerenwerkers op geïntroduceerd worden of door even kort aan te sluiten bij de teamvergadering als er nieuwe docenten zijn’. Actieplan, school 9)

Na verloop van tijd worden allerlei initiatieven en materialen ontwikkeld om schoolpersoneel (in het bijzonder mentoren) bekend te maken met de rol die het jongerenwerk kan vervullen in school. Wanneer dankzij deze acties succes hebben, krijgt de samenwerking meer vorm en kunnen de

3 Voor de toelichting bij de aantallen, zie Methodologische verantwoording

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 18 van 48

samenwerkingspraktijken gaan inzetten op het aanknopen van contacten met het overige schoolpersoneel. Al lopen ze daarbij wel nog aan tegen praktische obstakels, zoals blijkt uit deze ervaring van een jongerenwerker: ‘Het is wel lastig hoor om te gaan communiceren met de mentoren. Puur praktisch, je hebt geen mailadres en die ga je ook niet krijgen. Dus dat zou je met posters of iets dergelijks moeten doen.’ (Jongerenwerker, school 1))

2.1.2.

Bekendheid onder leerlingen

Door de meeste samenwerkingspraktijken (7 van de 9) zijn het voorbije jaar op papier acties geformuleerd gericht op het vergroten van bekendheid van het jongerenwerk onder leerlingen: denk aan voorstelrondjes, brochures met aanbod en herkenbare Bindkracht 10 kleding en materialen. Bij de opstart bleek het echter niet vanzelfsprekend om bekendheid te generen onder de doelgroep omdat het aanbod van het jongerenwerk zelf nog onvoldoende duidelijk voor het voetlicht kon worden gebracht. Dit wordt door de jongerenwerker zelf gezien als obstakel: ‘Maar het mag best wel meer. We mogen naar de leerlingen toe beter communiceren, in de nieuwsbrief en tijdens rondleidingen enz. De ouders worden hier vaak erg enthousiast van maar wat we als Bindkracht [jongerenwerk] doen is nog wel onduidelijk.’ (Jongerenwerker, school 1)

Op de meeste scholen lijkt de bekendheid onder leerlingen toegenomen aan het einde van het schooljaar. Dit werd gerealiseerd door een introductiepraatje bij de brugklassen, het aansluiten bij lessen of themadagen, het organiseren van aansprekende activiteiten in de school, het dragen van herkenbare kleding van Bindkracht 10 en het verspreiden van dit activiteitenaanbod via posters. Tegelijk worden weinig structurele keuzes gemaakt om het aanbod van het jongerenwerk blijvend onder aandacht te brengen. Weinig scholen hebben afspraken of strategieën op papier die de bekendheid onder leerlingen kunnen helpen vergroten. Tevens is er lang onduidelijkheid over het aanbod van het jongerenwerk. Bekendheid lijkt vaak te ontstaan op basis van overeenkomsten met leerlingen. Leerlingen met een biculturele achtergrond en/of islamitische levensbeschouwing vinden schijnbaar makkelijker de weg naar de jongerenwerker met deels dezelfde culturele achtergrond. Voor de leerlingen met minder overeenkomsten blijft de jongerenwerker minder bekend. Zodoende blijven er - door toegenomen problematiek en achterblijvend ondersteuningsaanbod (zie hoofdstuk 1) – heel wat leerlingen verstoken van de diensten van de jongerenwerkers.

Dit verklaart mogelijk waarom ook tijdens het derde en laatste contactmoment de geformuleerde acties vaak nog steeds gericht zijn op het vergroten van de bekendheid onder grotere groepen leerlingen. De leerlingen die bereikt worden geven in de interviews aan dat ze met de jongerenwerker in contact gekomen zijn via een introductie in de klas, via een mentor, een docent, of een ouder. Of gewoon omdat men met elkaar een praatje aanging tijdens de pauze: ‘Hij zat in aula en hij

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 19 van 48

begon gezellig een gesprek met me’ (Leerling, school 7) Gevraagd naar de reden waarom ze in contact gekomen zijn met de jongerenwerker worden genoemd: een gebrek aan ontmoeting en ontspanning, de wens om een extra vormende bezigheid in/na school, of een conflict thuis of op school.

Partnerschap Jongerenwerk en school zijn beide aparte voorzieningen die vanuit hun eigen professionaliteit samenwerken in een gezamenlijke aanpak die zich richt op de persoon van de jongere, op school en in de buurt (Sarti et al., 2019). Partnerschap draagt eraan bij dat beide partijen een gedeeld doel hebben en kunnen profiteren van elkaars expertise en ervaring. Hierdoor kunnen jongerenwerk en school elkaar aanvullen (Rijnders et al., 2021). Belangrijke onderdelen die kunnen bijdragen aan partnerschap zijn: 1. een gelijkwaardige werkrelatie en 2. een heldere rol- en taakverdeling. Met een gelijkwaardige werkrelatie wordt een duurzame werkrelatie bedoeld waarin het jongerenwerk en de school evenveel zeggenschap hebben, elkaars expertise (h)erkennen, en het vertrouwen hebben dat eenieder vanuit de eigen professionaliteit een bijdrage levert aan het gezamenlijke doel van de samenwerking. Een heldere rol- en taakverdeling houdt in dat duidelijk is wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van zowel het jongerenwerk als de school en dat beide partijen dit van elkaar weten en ernaar handelen. Dit voorkomt rolverwarring en zo blijft het eigen karakter van het jongerenwerk en de school gewaarborgd (Rijnders et al., 2021).

Op alle onderzochte scholen in Nijmegen zijn er plannen gemaakt om de taken van het jongerenwerk op school te verhelderen en de rol af te bakenen met het overige aanbod op school. In de praktijk botst men echter op te weinig ureninzet om verschil te kunnen maken (zie 2.1. Randvoorwaarden) en een gelijkwaardige samenwerking met het schoolteam op poten te zetten. Maar ook is er nog verlegenheid wie waarin initiatief moet tonen. Dit is mogelijk te wijten aan een gebrek aan inzicht in wat het jongerenwerk te bieden heeft. In sommige scholen staan (foutieve) associaties met jongerenwerk in de weg van gelijkwaardig partnerschap, zoals uit onderstaand voorbeeld blijkt: ‘Voor sommige scholen is het gewoon helemaal nieuw. Een jongerenwerker wordt gelijk met iemand van de straatcultuur in verband gebracht, dat hoeft helemaal niet zo te zijn.’ (Mentor, school 4)

Van de gelijkwaardigheid die nodig is voor een duurzaam partnerschap is niet overal sprake. Op enkele scholen krijgt het schoolpersoneel wel beter zicht op wie de jongerenwerkers zijn en wat zij doen in de school en is men bereid om meer in te zetten op het uitbreiden en sterker inbedden van de rol van het jongerenwerk op school. Daar zien we een explicitering en uitbreiding van taken en rollen (zoals aansluiten bij voorlichtingen van externe partners) die de indruk geeft dat de werkrelatie gelijkwaardiger wordt en het draagvlak voor en vertrouwen in het jongerenwerk op school groeit. Zoals uit onderstaand citaat blijkt: Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 20 van 48

‘Het is letterlijk nadat jullie waren aangesloten bij die training van [naam gespecialiseerde zorgaanbieder], collega's tegen mij zeiden dat we meer moesten doen met die Bindkracht mensen. Het signaal kwam binnen, en ook het besef dat wij een belangrijke schakel zijn. Het kwam echt binnen. Ik denk dat dit in de toekomst ook nog wel echt gaat groeien’ (Mentor, school 8)

De wisselende ervaringen met het partnerschap wijzen erop dat er tijd en capaciteit nodig is voordat er binnen scholen een goed en volledig beeld ontstaat van wat de rollen en taken vanuit het jongerenwerk (kunnen) zijn en op welke manier jongerenwerkers van meerwaarde zouden kunnen zijn in de school. Slechts een minderheid van de samenwerkingspraktijken maakt gebruik van de opstartfase om de rol- en taakverdeling te verhelderen. In de meeste scholen wordt pas al doende ondervonden wat voor partnerschap mogelijk is. In de meeste gevallen wordt ook na de startfase nauwelijks gearticuleerd wat het doel is van de samenwerking en duurt het een aantal maanden alvorens het aansluiten van de jongerenwerker bij de overleggen – hoewel formeel afgesproken- vanzelfsprekend wordt gevonden. Het partnerschap is dus zelden vooraf voldoende ingekleurd en vraagt om blijvend gesprek of onderhandeling: ‘Ik spreek ook wel eens collega's van andere scholen. Ik merk dat ze hier en daar wel worden tegengewerkt of niet vrij zijn in hun rol.’ (Jongerenwerker, school 4) Een voorbeeld waaruit blijkt dat partnerschap niet vanzelfsprekend is, troffen we aan op school 3, waar volgens de zorgcoördinator sprake was van drugsproblematiek. ‘Het ging om een hele groep. Die gingen in hun auto een rondje rijden, ze kwamen er daar weer uit en dan hadden ze het nodige bij zich.

Daar waren grote zorgen om.’ De politie wordt ingeschakeld en er wordt een plan opgesteld. Ondertussen wordt hierover niks gedeeld met de jongerenwerker. Rond de tafel met de politie erbij uit de zorgcoördinator daarover haar verbazing: ‘Ik heb gezegd, “het lijkt ons handig hier de jongerenwerker bij te betrekken en er werd nadrukkelijk gezegd om dat niet te doen. Zij hadden een actieplan en daar mochten wij niet hun in de wielen gaan zitten.”’

Toegankelijkheid Toegankelijkheid houdt in dat het jongerenwerk voldoende benaderbaar en goed bereikbaar is voor zowel leerlingen als schoolpersoneel. Een goede toegankelijkheid van het jongerenwerk maakt het mogelijk dat leerlingen en de school het jongerenwerk daadwerkelijk weten te vinden waardoor zij gebruik kunnen maken van het jongerenwerk (Sarti et al., 2019). Ook betekent het dat het jongerenwerk zo is ingebed dat zij, waar nodig, leerlingen en schoolpersoneel kan bereiken (Rijnders et al., 2021). In Nijmegen zijn door Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 21 van 48

bijna alle scholen plannen geformuleerd om de toegankelijkheid van de jongerenwerkers te vergroten, met wisselend succes.

2.2.1.Voldoende aanwezig en benaderbaar Voldoende aanwezigheid en benaderbaar zijn houdt in dat de omvang en de inzet van jongerenwerkers past bij het doel van de samenwerking tussen jongerenwerk en school, en dat schoolpersoneel en leerlingen ook daadwerkelijk contact kunnen maken met de jongerenwerkers. De omvang en de inzet van jongerenwerkers in school kan afhankelijk zijn van de grootte en uitdagingen van de school. Zo zijn zoals aangestipt bij de randvoorwaarden jongerenwerkers in eerder onderzoek tussen de twee tot vijf dagen per week, één of twee dagdelen aanwezig op scholen en voeren zij verschillende soorten activiteiten uit. Een structurele aanwezigheid en benaderbaarheid van jongerenwerkers is nodig om zowel voor leerlingen als schoolpersoneel voldoende aanwezig en benaderbaar te zijn. Alleen als jongerenwerkers worden ervaren als benaderbaar, kan het contact ontstaan wat nodig is om ‘er te zijn’ voor leerlingen: ‘Ja. En ik denk ook, want jongerenwerk is natuurlijk ook gewoon voor het praatje, voor laagdrempelig contact, dat je daar ook veel meer aan toe kan komen, dat het dan niet alleen maar hulpvragen kunnen zijn maar inderdaad door die activiteiten ook veel meer die gezelligheid die ook belangrijk is.’ (Docent, school 9)

Op ongeveer de helft van de onderzochte scholen is gepoogd om meer aanwezig en benaderbaar te zijn. Concreet wilden zij dit bereiken door structuur en voorspelbaarheid te bieden voor zowel leerlingen als schoolpersoneel wat betreft de momenten waarop jongerenwerkers vindbaar en aanspreekbaar zijn. Bijvoorbeeld via het opzetten van vaste inloopspreekuren, het organiseren van wekelijkse laagdrempelige activiteiten, vaste contactmomenten met de leerlingenraad en op vaste momenten rondlopen, zoals tijdens pauzes of dagstart. Waar dit gelukt is, oogt dit waardering: ‘Jongerenwerk helpt ons hier enorm bij want we kunnen niet alle kinderen bereiken. Daarnaast hebben kinderen ook mensen nodig die niet ‘schools’ zijn. Daarin kan er een vertrouwensband worden opgebouwd bij [naam jongerenwerker]. Dat is iets wat wij niet bij iedere leerling kunnen.’ (Zorgcoördinator, school 1)

2.2.2.

Goed afgestemd team

Een team van goed op de school en op de leerlingen afgestemde jongerenwerkers houdt in dat het team van jongerenwerkers dusdanig is samengesteld dat zij binnen de schoolcontext passen en over de kennis, ervaring en competenties beschikken om afgestemd te raken op de school en de leerlingen. Als er geen match is tussen de schoolpopulatie en het schoolpersoneel enerzijds en wat de jongerenwerker Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 22 van 48

meebrengt aan houding, expertise of ervaring anderzijds, zal de samenwerking daar hinder van ondervinden. en goede match tussen jongerenwerkers onderling, met de leerlingen en met het schoolpersoneel draagt bij aan de toegankelijkheid van het jongerenwerk. Het team van jongerenwerkers kan hierdoor sneller en makkelijker aansluiten op de leefwereld van jongeren, het gedrag van de leerlingpopulatie eerder duiden en daardoor signalen van de leerlingen sneller oppikken en bespreekbaar maken (Sarti et al., 2019b).

De meeste Nijmeegse samenwerkingspraktijken hebben in de periode van onderzoek via de actieplannen niet ingezet om de afstemming met de school te versterken. Daarmee loopt men het risico om langs elkaar heen te werken. Uit eerder onderzoek weten we bijvoorbeeld dat “de persoonlijkheid [van de jongerenwerker] wel moet passen bij het ‘karakter’ van de school en de uitdagingen en kansen die daar liggen (Van Dijk ea., 2022). Dit wordt bevestigd in Nijmegen. Daarnaast is in meerdere scholen de behoefte aan meer vrouwelijke jongerenwerkers onderwerp van gesprek: ‘… zou het interessant zijn om naast [naam jongerenwerker] nog een vrouwelijke collega te hebben’ (Bindkracht coördinator, school 2) ‘En elke keer loopt het dus vast op het man-vrouw verschil, waarbij - met alle respect voor jouw goede bedoelingen, daar gaat het niet om - jij de man bent, in dit geval ook, jongens jou dus automatisch anders zullen benaderen, jou andere dingen zullen vertellen, dan wij te horen krijgen.’ (Mentor, school 3)

Op een van de negen scholen zouden jongens uit Islamitische gezinnen te weinig respect hebben voor vrouwelijke docenten en team. Dit zorgt voor een tweespalt in de school tussen mannen en vrouwen. Mannelijke collega’s hebben niet zoveel problemen met de jongens, maar vrouwelijke collega’s voelen zich ronduit slachtoffer, zo blijkt uit de woorden van deze (vrouwelijke) mentor: ‘Ze zijn respectloos naar docenten toe, worden er voortdurend uitgeknikkerd, zetten daar een grote mond over op en vinden dat dan interessant. Ik heb gisteren met beide jongens lang gesproken….Je praat met die kinderen. Het valt niet echt. Het komt ook omdat het ze een bepaalde status geeft, ze zijn met zijn tweeën, het wordt interessant gevonden.’ (Mentor, school 3)

De jongerenwerker op deze school speelt in bovengeschetste specifieke situatie nauwelijks een rol, en wordt ook slechts mondjesmaat betrokken omdat hij enigszins voorbij lijkt te gaan aan het ervaren gevoel van onveiligheid. Doordat de reactie van de jongerenwerker niet helemaal aansluit op de behoeften vanuit de vrouwelijke teamleden, wordt de jongerenwerker door deze groep docenten als ontoegankelijk ervaren.. Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 23 van 48

Afstemming Afstemming tussen jongerenwerk en schoolpersoneel houdt in dat er doorgaande informatie-uitwisseling plaatsvindt op verschillende niveaus waarmee het jongerenwerk en school elkaars werkprocessen versterken. Afstemming draagt er onder andere aan bij dat in een vroegtijdig stadium de benodigde ondersteuning wordt aangeboden en er eerder passende hulp gevonden kan worden. Uit eerder onderzoek weten we dat voldoende afstemming wordt ervaren wanneer er sprake is van: 1) korte communicatielijnen 2) een vast aanspreekpunt vanuit de school, en 3) een betrokken coördinator vanuit het jongerenwerk (Sarti et al., 2019b).Voldoende afstemmen betekent ook dat men waakt voor te veel afstemmen. Daartoe helpen afspraken over welke informatie gedeeld wordt en welke informatie beter tussen jongerenwerker en leerling blijft. Op scholen 1, 7 en 8 geven leerlingen bijvoorbeeld aan dat ze het juist prettig vinden dat niet alles wat ze met de jongerenwerker delen meteen in de lerarenkamer rondgaat of op straat ligt.

2.3.1. Korte communicatielijnen

Voor het versterken van de afstemming is het ten eerste van belang om korte communicatielijnen te onderhouden zodat jongerenwerkers en schoolpersoneel informatie met elkaar kunnen delen. Dit kan zowel tijdens formele als informele overlegmomenten (Sarti et al., 2019b). De meeste scholen zijn zich bij aanvang bewust dat vlotte afstemming een belangrijke factor is om de doelen te kunnen bereiken. Zij hebben in de opstartfase ingezet op het creëren en benutten van korte communicatielijnen binnen school, tussen jongerenwerk en de zorgcoördinator of het Zorg Advies Team (ZAT) en mentoren door meermaals contact te leggen en informatie te delen waarvan kon worden verondersteld dat die interessant was voor de collega’s van de aanwezige zorgstructuur. Bijna alle scholen beogen deze korte lijnen te realiseren door in te zetten op het incidenteel (schriftelijk) delen van signalen, bieden van terugkoppelingen en updates, en/of het incidenteel afstemmen van handelen. Deze afstemming is nog zelden ingebed in doorlopende structuren en afspraken. Enkele scholen weten hier stappen in vooruit te zetten. We zien dat het in kleine scholen minder tijd kost om de informele omgang beter te regelen. Onderstaand citaat suggereert dat dit komt omdat de zorgstructuur op deze scholen minder ingewikkeld en toegankelijker is om bij aan te haken.

‘Ik heb laatst in gesprek gezeten met een zorgpartner van ons, en die zegt: wat me hier opvalt is dat jullie de naam kennen van iedereen die binnenkomt en van zorg meewerkt. Jullie werken samen met die zorgmedewerker, kijken naar het kind, en vragen om de expertise van degene die je invliegt, en dat ga je samen doen. Ik denk dat het daarin zit’ (Directie, school 4)

De meeste samenwerkingspraktijken zetten dus in op het incidenteel vormgeven van overleggen tussen ZAT en jongerenwerk. Enkele scholen laten jongerenwerkers incidenteel aansluiten bij de structurele

Jongerenwerk op 9 Nijmeegse VO-scholen: een onderzoek naar implementatie, meerwaarde en versterking Lectoraat Youth Spot, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, Hogeschool van Amsterdam © 2023 Copyright Hogeschool Amsterdam 24 van 48

overleggen met het ZAT. Ook enkele grotere scholen laten op dit vlak een positieve ontwikkeling zien, dus omvang is niet alles bepalend hierin: ‘De afstemming [met ZAT] is wekelijks, altijd op donderdag. Daarin weten we elkaar goed te bereiken, dus dat is fijn, dat we daarvoor een vast moment hebben. Er is minder ruis tot geen ruis, als ik het zo mag zeggen, voor mijn gevoel. Je ziet nu wel dat alles stabieler is, minder chaos.’ (Jongerenwerker, school 7)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=70653d3c-a43e-45c2-b9b7-5b88fa8b2765