CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage evaluatie gemengde scholen beleid 2021

Besluitronde (raadsvergadering) 22 september 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D33 d.d. 13 juli 2021 inzake Evaluatie gemengde scholen beleid16.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie gemengde scholen-beleid Nijmegen

B

Bureau Onderzoek en Statistiek Gemeente Nijmegen 21 juni 2021

1 Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan

Samenvatting Gemengde scholenbeleid: 2 ambities, 4 pijlers Gemeente en schoolbesturen in Nijmegen zijn in 2008 gestart met een gemengde scholenbeleid. Het doel van dit beleid was enerzijds scholen gemengder maken en segregatie tegengaan en anderzijds meer kinderen in de eigen buurt naar school laten gaan. Dit in de verwachting dat het de onderwijskansen en –prestaties van kinderen met achterstandsrisico zou verbeteren en dat het integratie tussen verschillende groepen zou bevorderen. Deze ambities moesten via 4 pijlers gerealiseerd worden:  Centrale aanmelding voor het basisonderwijs met capaciteitsplafonds en voorrangsregels (Schoolwijzer). Door een maximum aan het aantal leerlingen te stellen en voorrang te geven aan leerlingen uit de buurt wordt voorkomen dat er een grote leerlingenstroom van buiten de wijk naar een school trekt.  Beinvloeden schoolkeuzegedrag van ouders. Door voorlichting en het ondersteunen van ouderinitiatieven stimuleren dat ouders voor een wijkschool kiezen.  Investeren in scholen waar sprake is van sociaaleconomische vlucht.  Door woningbouw gemengdere wijken maken, want het is logisch dat “woonsegregatie” samengaat met “schoolsegregatie”. Bij scholen waar op alle vier de pijlers inzet is geweest is vooruitgang te zien: minder kinderen lopen de school voorbij en de samenstelling van de school is gemengder.

Maar bij de meerderheid van de scholen en wijken is geen, of zelfs een tegengestelde ontwikkeling te zien.

2020: in specifieke gevallen verbetering, voor de stad als geheel meer voorbijlopers Als maat voor het in de eigen buurt naar school gaan gebruiken we het % voorbijlopers: het aandeel kinderen dat niet naar de dichtstbijzijnde basisschool gaat, maar een school bezoekt die minstens 300 meter verder van hun huis ligt. Bij een beperkt aantal scholen in Nijmegen ten zuiden van de Waal is het aandeel voorbijlopers afgenomen, o.a. bij Kleurrijk, Michiel de Ruyter, de Wieken en de Aldenhove. Dat zijn vooral scholen waar op meerdere pijlers inzet is geweest: er is een nieuw schoolgebouw gekomen, in de wijk is redelijk omvangrijke herstructurering van de woningvoorraad geweest en vanuit die nieuwbouwwoningen is een ouderinitiatief gestart. Samen zorgde dat voor een omslag. Maar voor Nijmegen als totaal is tussen 2008 en 2020 het percentage voorbijlopers gestegen van 30% naar 39%, stedelijk gezien is er geen vooruitgang geboekt op de ambitie “in de buurt naar school”. Bij deze groei zijn een aantal verklaringen te geven:  Vooral in Nijmegen-Noord is het aandeel voorbijlopers sterk gestegen, van een heel laag niveau (minder dan 10%) in 2008 tot een nog steeds lager dan gemiddeld niveau (33%) in 2020. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van Noord als nieuwbouwgebied. In 2008 waren er nog maar een paar scholen en daardoor ging ieder kind bijna vanzelf naar de dichtstbijzijnde school.

Anno 2020 is er veel meer aanbod aan scholen in Noord en daardoor krijg je ook meer spreiding en voorbijlopers.  De populariteit van “stadsscholen” (islamitisch onderwijs en de vrije school), die de hele gemeente, en zelfs een gebied daarbuiten, bedienen is toegenomen. Omdat deze stadsscholen meestal niet in de eigen woonbuurt staan drijft dit ook het aandeel voorbijlopers op. Deze ontwikkelingen zijn niet sterk genoeg om de totale toename van het aandeel voorbijlopers te verklaren.

Minder scholen met complexe populatie, Nijmeegse scholen nog steeds bovengemiddeld gesegregeerd Het criterium dat in 2008 gekozen werd om te bepalen of een school te weinig gemengd was (meer dan 30% leerlingen heeft lage startkans/risico op onderwijsachterstand) wordt in 2020 niet meer op dezelfde manier bepaald. Het is daardoor niet mogelijk exact op deze manier vast te stellen of segregatie in het basisonderwijs de

1

afgelopen 12 jaar is toe- of afgenomen. Op basis van (segregatie) analyses van de Onderwijsinspectie en DUO/ministerie OCW kunnen we wel het volgende constateren:  In 2008 hoorde een derde van de Nijmeegse scholen tot de 15% van de Nederlandse scholen die de meest complexe leerlinggroep had, met het meeste risico op onderwijsachterstand. Inmiddels geldt dat nog maar voor een kwart van de Nijmeegse scholen. Kleurrijk, de Wieken, Michiel de Ruyter en de Wingerd horen niet meer bij de scholen met de zwaarste leerlinggroep.  Naar migratieachtergrond bekeken zijn de scholen in Nijmegen (vergeleken met Nederland) gemiddeld gesegregeerd.  Naar opleidingsniveau gezien is de segregatie tussen de Nijmeegse scholen veel hoger, en ook een stuk hoger dan gemiddeld in Nederland. Dit is deels het gevolg van het feit dat er onder de inwoners van Nijmegen een groot verschil is in opleidingsniveau. Maar ook wanneer je kijkt naar vergelijkbare steden is de segregatie in Nijmegen aan de hoge kant.

Activiteiten op pijlers maar niet alleen vanuit “gemengde scholen-motieven” In de 12 jaar sinds de start van het gemengde scholen beleid zijn er de nodige ontwikkelingen/activiteiten geweest die onder de 4 pijlers van het beleid te vatten zijn. Centrale aanmelding en plaatsing: 5-10% van de kinderen niet naar eerste voorkeurschool Bij Schoolwijzer melden alle ouders hun kinderen aan en wordt voor matching tussen voorkeursschool en beschikbare plaatsen gezorgd. Bij de toewijzingsronde in maart, voorafgaand aan het schooljaar, kan zo’n 5 tot 10% van de nieuwe basisschoolkinderen niet terecht op de school van de eerste voorkeur. Dan treden de voorrangsregels in werking. Een van de voorrangsregels, voorrang voor kinderen voor wie de school een buurtschool is, komt voort uit de ambitie “in de buurt naar school”. In praktijk is het aantal kinderen dat extra naar een buurtschool gaat door de voorrangsregels beperkt: per jaar 5-10 tot maximaal 20-40 kinderen. Vanwege de ambitie “meer gemengd naar school” bestond in de beginjaren nog een aanvullende voorrangsregel: kinderen die bijdroegen aan een gemengde samenstelling hadden (na buurtkinderen) voorrang op de rest van de aanmeldingen. Deze voorrangsregel werd echter bijna nooit toegepast, omdat de beschikbare plaatsen al voor die tijd waren vergeven. De regel is daarom afgeschaft.

Schoolkeuzegedrag ouders beïnvloeden heeft meeste kans in herstructureringsgebied Schoolwijzer geeft een basisoverzicht van de scholen in Nijmegen (welke scholen zijn buurtscholen, wat is richting en onderwijsconcept van de scholen) maar verder is voorlichting en PR vooral een zaak van de scholen zelf. De meeste scholen en schoolbesturen vinden dit ook de juiste weg. Toch komen er uit het onderwijsveld ook suggesties om ouders breder voor te lichten: is een scholenmarkt (zoals bij het VO) ook voor het basisonderwijs een mogelijkheid, kunnen scholen uit een bepaald stadsdeel samenwerken in voorlichting aan ouders? Een (belangrijk) aandeel in de succesvolle ontwikkeling van Kleurrijk, de Wieken en Michiel de Ruyter, en mogelijk in de toekomst voor Aquamarijn, is toe te schrijven aan de ouderinitiatieven bij deze scholen. Een groepje ouders uit met name de woningen in het herstructureringsgebied in de wijken bij deze scholen zet zich in om gezamenlijk/tegelijkertijd hun kinderen aan te melden op de buurtschool met tot dan toe een eenzijdige leerlinggroep. Deze (succesvolle) interventie is eigenlijk niet te organiseren door scholen en/of de gemeente.

Ondersteuning en stimulering is wel mogelijk en is in praktijk ook gegeven: bijvoorbeeld door ter beschikking stellen van ruimtes, meedenken met en ingaan op behoeftes van de nieuwe doelgroep (opvang) of ouders in contact brengen met ouders die bij een andere school een vergelijkbaar proces hebben doorgelopen. Dat deze initiatieven enkel ontstaan zijn/succesvol zijn geweest in combinatie met relatief grote nieuwbouwprojecten geeft aan dat je een behoorlijke groep nieuwe ouders/bewoners nodig hebt.

2

Investeren in gebouwen en kwaliteit scholen Bij het vormgeven van het gemengde scholenbeleid in 2008 werd bij de 3e pijler gedoeld op een project om interactie tussen leerlingen met verschillende achtergronden te verbeteren. Of dit project ook werkelijk is uitgevoerd is niet meer te achterhalen. Mogelijk betrokkenen herinneren zich dit in ieder geval niet. Er zijn wel op andere fronten flinke investeringen in scholen gedaan. Zo heeft een behoorlijk aantal scholen een nieuw schoolgebouw gekregen. De voornaamste drijfveer was de bouwkundige kwaliteit van de gebouwen, maar er zijn ook scholen waar sprake was van sociaaleconomische vlucht waar een nieuw gebouw is gekomen. Een nieuw gebouw alleen (Kleine Wereld, Toon) lijkt, zonder aanpassing van de omliggende wijk, niet voldoende effect te hebben om de ontwikkeling van de school te veranderen.

Ook inhoudelijk zijn er investeringen gedaan, die bijdragen aan het gemengde scholen beleid, maar vooral vanuit een breder kwaliteitsdoel voorkomen:  Steeds meer scholen ontwikkelen zich als “Brede school” waar onderwijs wordt gecombineerd met opvang en naschools aanbod  Ongeveer de helft van de scholen ontvangt gemeentelijk subsidie voor bestrijding van onderwijsachterstanden  Veel scholen, ondersteund door schoolbesturen, hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in het onderwijsconcept: meer dan 10 jaar geleden profileren scholen zich met bv Dalton-, Tom- of juist klassikaal onderwijs. Meer gemengde wijken door herstructurering In Wolfskuil, de Biezen (met onder andere Koningsdaal) en Willemskwartier/Nije Veld zijn de laatste 10-15 jaar omvangrijke herstructureringsprojecten uitgevoerd, met de bouw van 100-en nieuwe laagbouwwoningen. De plannen zijn ontwikkeld met het oog op het gemengder maken van de wijken in het algemeen, maar hebben natuurlijk ook zijn weerslag op de groep basisschoolkinderen: ook die wordt gemengder en gevarieerder. Het zijn juist deze wijken waar de scholen staan die de afgelopen jaren meer buurtkinderen getrokken hebben en waar de leerlinggroep gemengder is geworden.

Ouders over gemengde scholen en plaatsingsbeleid In een enquête onder ouders van kinderen die in het schooljaar 20/21 zijn gestart op het basisonderwijs hebben we geïnventariseerd hoe hun opvattingen over gemengde scholen(beleid) en hun ervaringen met het Nijmeegse plaatsingssysteem zijn.  Vooral de ambitie “in de eigen buurt naar school” wordt door een grote meerderheid van de ouders gesteund, 71% vindt dit heel waardevol, 24% een beetje waardevol.  Dat er een grens gesteld wordt aan het toe te laten aantal kinderen vindt een overgrote meerderheid van de ouders terecht, zeker als dat is om het aantal kinderen per groep niet te groot te laten worden (meer dan 90% is het hier mee eens). Het is echter voor ouders wel een lastig thema, met meerdere aspecten, want tegenover dit antwoord staat het daarmee tegenstrijdige gegeven dat ruim de helft van de ouders ook vindt dat buurtkinderen niet geweigerd mogen worden.  Bij meer aanmeldingen dan plaatsen vindt twee derde van de ouders de spelregels van Schoolwijzer goede verdeelregels. Andere opties beoordelen ouders veel minder goed (maximaal 22%).  44% van de ouders voelt Schoolwijzer als een (beperkte) inbreuk op hun keuzevrijheid en 12% zegt dat het proces van aanmelden en plaatsen niet goed/slecht is verlopen. Logischerwijze komt dit (veel) meer voor bij ouders van wie het kind niet op de eerste voorkeurschool geplaatst is.

Bij de genoemde problemen gaat het onder meer over de als onpersoonlijk ervaren communicatiewijze van Schoolwijzer, het gegeven dat niet alle regels op voorhand transparant zijn en de onmogelijkheid om de “urgentie” van de keuze in beeld te brengen.

3

Schoolwijzer: weinig effect op doelen gemengde scholen beleid, toch waardering Zoals hiervoor al beschreven wordt centrale aanmelding en plaatsing, Schoolwijzer, niet meer ingezet om gemengde scholen na te streven (de spelregel voor kinderen die bijdragen aan menging is afgeschaft) en is de bijdrage aan het meer in de eigen buurt naar school gaan beperkt. Schoolwijzer draag dus weinig bij aan de doelen van het gemengde scholenbeleid. Maar op andere fronten worden voordelen van dit verdeelsysteem wel gevoeld. In een situatie van overvraag worden op een onpartijdige en in principe transparante manier de beschikbare schaarse plaatsen verdeeld. Dit wordt zowel in landelijk onderzoek geconstateerd als bij de Nijmeegse scholen en schoolbesturen. Ook de ouders (zie hiervoor) vinden dat verdeling van plaatsen, wanneer er te veel aanmeldingen zijn, het beste via de spelregels van Schoolwijzer kan. Daarnaast heeft Schoolwijzer ook nog wat andere voordelen voor scholen: een vroeg inzicht in het te verwachten aantal nieuwe leerlingen en een het niet meer voorkomen van moeilijke gesprekken over afwijzingen. Daar tegenover staat dat het voor ouders van scholen waar geen tekort aan plaatsen is een soms moeilijk te nemen extra administratieve hobbel is.

Zijn “doelen achter de ambities” ook op andere manieren te bereiken? In totaliteit is er de afgelopen 12 jaar maar heel beperkte vooruitgang geboekt op de ambities van het gemengde scholenbeleid. Waar wel sprake was van succes ging dat altijd samen met vernieuwing van wijken, een aanpak van die veel inzet en een lange adem vereist. De onderwijssocioloog Bowen Paulle, op wiens werk het gemengde scholenbeleid mede geïnspireerd is, draagt tegenwoordig ook de mogelijkheden uit van een andere aanpak om de onderwijskansen van kinderen in een achterstandssituatie te verbeteren: High Dosage Tutoring. Een werkwijze waarin kinderen in een achterstandssituatie in zeer kleine groepjes door een tutor intensief worden begeleidt, in samenspraak met ouders en school1. Aan het samen naar school gaan en integratie tussen groepen met een verschillende achtergrond levert deze methode echter geen bijdrage.

1 https://www.uva.nl/shared-content/faculteiten/nl/faculteit-der-maatschappij-en-gedragswetenschappen/nieuws/2020/06/high-

dosage-tutoring-toont-wederom-dat-het-werkt.html

4

Inhoudsopgave

Samenvatting Inhoudsopgave Inleiding Onderzoeksvragen Activiteiten voor gemengde scholen beleid Pijler 1: Centrale aanmelding via Schoolwijzer Pijler 2: beïnvloeden schoolkeuzeproces van ouders Pijler 3: investeren in scholen Pijler 4: door woningbouw zorgen voor gemengdere wijken Krimp of groei van het aantal instromers van het basisonderwijs per wijk Effect: gaan leerlingen dichter bij huis en meer gemengd naar school? Dichter bij huis naar school Gemengd naar school Effecten en activiteiten per school Ouderenquête Bijlagen Responsoverzicht ouderenquête

1 5 6 6 7 7 12 15 17 20 22 22 25 29 36 42 42

5

Inleiding In 2003 is er door de gemeente Nijmegen een onderzoek ‘Leerlingstromen’ uitgevoerd waaruit bleek dat 43% van de Nijmeegse basisscholieren buiten hun eigen wijk naar school ging. Dit droeg bij aan een eenzijdige sociaaleconomische of etnische samenstelling op bepaalde scholen. Dit was aanleiding voor de gemeente en de Nijmeegse schoolbesturen om te gaan werken aan een gemengde-scholenbeleid. In 2008 is in samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen een projectplan gemengde scholen opgesteld. Dit plan beschreef twee, mogelijk tegenstrijdige, ambities: segregatie tegengaan en kinderen zoveel mogelijk in eigen buurt naar school laten gaan. Nijmegen motiveerde dit anti-segregatiebeleid vanuit twee perspectieven. Het eerste doel was de integratie van verschillende groepen en het tweede doel was het bevorderen van leerprestaties en schoolperspectieven. Deze doelen werden nagestreefd via 4 verschillende pijlers: 1. 2. 3. 4.

Centrale aanmelding en plaatsing met capaciteitsplafonds per school (Schoolwijzer) Beïnvloeden schoolkeuzegedrag ouders Investeren in scholen waar sprake is van sociaaleconomische vlucht Door woningbouw meer gemengde wijken creëren

Om na te gaan of het beleid succesvol is werden twee indicatoren voorgesteld: o Het percentage leerlingen met een lage startkans (gewichtsleerlingen). Het uitgangspunt was dat dit percentage per school niet boven de 30% zou mogen liggen. o Het percentage ‘voorbijlopers’, het aandeel van de basisschoolkinderen dat de dichtstbijzijnde school minstens 300 meter voorbijloopt om een andere basisschool te bezoeken. In 2008 ging 30% van de basisschoolkinderen naar een basisschool minstens 300 meter verder van hun woning dan de dichtstbijzijnde school of naar een school buiten Nijmegen. Het komende jaar zullen de afspraken over het gemengde scholenbeleid worden vernieuwd. Als basis daarvoor evalueren we (de effecten van) het gemengde scholen beleid tot nu toe.

Onderzoeksvragen In deze evaluatie gaan we antwoord geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Wat voor activiteiten zijn er geweest voor de 4 pijlers? 2. Zijn de Nijmeegse basisscholen nu meer of minder gesegregeerd? En worden zij meer of minder bezocht door kinderen uit de buurt dan bij de start van het anti-segregatiebeleid? 3. Welke rol heeft de inzet op de 4 pijlers gehad op de samenstelling van de leerlingenpopulaties op de Nijmeegse basisscholen? 4. Hoe kijken ouders naar het gemengde scholen beleid: wat is voor hen belangrijk bij schoolkeuze, wat is hun opvatting over gemengde scholen, hoe zijn hun ervaringen met (de spelregels van) Schoolwijzer. De antwoorden op deze vragen zijn verzameld via: o Analyses van verschillende bestanden (bevolkingsregistratie Nijmegen, leerlingenregistratie DUO/Leerplicht, aanmeldingen en plaatsingen Schoolwijzer, nieuwbouwstatistiek). o Een enquête onder ouders die een kind hebben aangemeld dat in het schooljaar 20/21 start in het basisonderwijs. o Informatieverzameling (schriftelijk en via interviews) bij gemeente Nijmegen/schoolbesturen/scholen/ deelnemers ouderinitiatief. o Gebruik van al bestaand onderzoek naar dit thema.

6

Activiteiten voor gemengde scholen beleid Pijler 1: Centrale aanmelding via Schoolwijzer Opzet Schoolwijzer In het Nijmeegse onderwijsbeleid is het streven om sociaaleconomische segregatie in het basisonderwijs tegen te gaan en te bevorderen dat kinderen zoveel mogelijk in hun eigen wijk naar school gaan. Om dit vorm te geven is in 2009 Schoolwijzer opgericht door de zes schoolbesturen samen met de gemeente Nijmegen. Schoolwijzer is het Nijmeegse instrument voor centraal aanmelden voor het basisonderwijs. Ouders kunnen hun kind aanmelden zodra het 2 jaar en 9 maanden oud is, waarbij zij in volgorde voorkeuren voor één of meer basisscholen kunnen uitspreken. Door dit vaste inschrijfmoment is het niet meer mogelijk via een vroege inschrijving een hoge plaats op de wachtlijst “veilig te stellen”. In de ervaring van scholen deden vooral hoogopgeleide ouders zo’n vroege inschrijving, en waren de beschikbare plekken al bezet als lager opgeleide ouders zich meldden. Een kenmerk van het centrale aanmeldpunt is dat kinderen niet meer bij verschillende scholen aangemeld kunnen zijn waardoor een beter zicht is op het aantal benodigde plekken. In maart voorafgaand aan het eerste schooljaar worden de aanmeldingen geplaatst, waarbij rekening gehouden wordt met een leerlingenplafond per school. Deze leerlingplafonds zijn een cruciaal onderdeel van Schoolwijzer.

De gedachte is vooral ruimte is voor kinderen uit de buurt en dat beperkt ruimte moet worden geboden aan leerlingen van buiten de buurt en wijk, de ‘voorbijlopers’. Daarnaast is het niet gewenst dat scholen meer leerlingen krijgen dan in hun school passen en bij moeten bouwen, terwijl er op andere goede buurtscholen nog voldoende ruimte is. Het vaststellen van de leerlingplafonds is een lastige afweging tussen individuele en gemeenschappelijke belangen en idealen van scholen/schoolbesturen. Indien er meer aanmeldingen zijn dan het leerlingplafond toe laat, dan worden de voorrangsregels toegepast: 1. Eerst broertjes en zusjes 2. Buurtkinderen 3. Overige kinderen uit Nijmegen 4. Kinderen van buiten Nijmegen Oorspronkelijk zat daar ook nog de voorrangsregel ‘kinderen die bijdragen aan een gemengde samenstelling’ bij. Deze regel is echter al een paar jaar geleden losgelaten, want in de praktijk kwam deze regel vaak niet aan de beurt. Doel van deze samen vastgestelde voorrangsregels is de verdeling van schaarse plaatsen transparant te laten verlopen met gelijke, objectieve kansen voor kinderen in gelijke omstandigheden.

Er zijn een aantal onderwijsvormen die buiten deze afspraken vallen: o Het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs o De school voor taalwerving voor nieuwkomers in Nederland (NT2-onderwijs: Bloemberg) o De Leonardo-afdeling van de Hazesprong en Unit wit van het Talent (onderwijs voor gediagnosticeerde meer/hoogbegaafde kinderen) o De afdeling tweetalig primair onderwijs bij de Lanteerne (tot einde van de pilot eind 2022)

Analyse aanmeldingen en plaatsingen Schoolwijzer In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van de plaatsingen (groep 0/1) voor de schooljaren 2010-2011, 20142015, 2020-2021 en 2021-2022. We kijken daarbij naar de plaatsingen in de maartronde2.

Er kan geen analyse van voorkeuren en plaatsingen van alle leerlingen uitgevoerd worden. Na de hoofdronde van maart volgen er nog meerdere latere rondes. Kinderen kunnen in meerdere/alle rondes meedoen. Door de gehanteerde werkwijze (AVG) is het niet mogelijk te zien of en welke meerdere aanmeldingen bij hetzelfde kind horen en daardoor is analyse op kindniveau onmogelijk. 2

7

Een stabiel beeld bij aanmeldingen Door de jaren heen is het patroon bij de aanmeldingen behoorlijk stabiel:  85% nieuwe basisschoolkinderen in de maartronde Het aantal leerlingen dat voor de maartronde aangemeld wordt schommelt tussen de 1300 en 1500, maar dat is vooral het gevolg in schommelingen van de grootte van de groep kinderen die het basisonderwijs instroomt. Het aantal aanmeldingen bedraagt globaal genomen steeds zo’n 85% van het aantal kinderen dat in het komende schooljaar 4 jaar zal worden. Het is zowel voor ouders en kinderen (in de eerste ronde is de kans om op de school van 1e voorkeur te komen het grootst), als voor scholen (vroeg een goed beeld van de nieuwe instroom) als vanuit het gemengde scholenbeleid (dan kan bij overvraag volgens de spelregels geplaatst worden) van belang dat zoveel mogelijk kinderen voor de maartronde zijn aangemeld.  Driekwart van de kinderen heeft eerste voorkeur voor een buurtschool Het aandeel dat als eerste voorkeur een school heeft die een buurtschool (een van de drie meest nabije scholen) is, is stabiel door de jaren. Dat geldt ook voor het aandeel dat al een broer of zus op de school van eerste voorkeur heeft (45%).  Belangstelling voor stadsscholen neemt toe Vrije School Meander en de school voor islamitisch basisonderwijs Hidaya zijn stadsscholen.

Hun aanbod is specifiek, en gericht op kinderen uit heel Nijmegen en zelfs daar buiten. Door de jaren heen neemt de belangstelling voor deze scholen toe, hoewel die nog steeds maar een beperkt deel uitmaakt van de totale groep instromers in het basisonderwijs.

aanmeldingen voor maartronde

10/11 1322

14/15 1506

20/21 1367

21/22 1472

als % verwachte instroom

85%

86%

80%

87%

met 1e voorkeur voor broer/zusschool buurtschool stadsschool

45% 74% 3%

46% 74% 6%

45% 81% 7%

45% 75% 7%

Figuur 1 Aanmeldingen groep 0/1, maartronde Schoolwijzer, voor 4 schooljaren, bron: bestand Schoolwijzer

Minder kinderen naar eerste voorkeurschool In de jaren 10/11 en 14/15 kreeg 96% van de aangemelde kinderen een plaats toegewezen op de school van de eerste voorkeur. Dat aandeel is nu gezakt: tot 93% in 20-21 en 89% voor het komende schooljaar 21/22. Als je kijkt naar de onderliggende gegevens dan zie je dat dit vooral het gevolg is van een sterke afname van het aandeel kinderen in Nijmegen-Noord dat naar de 1e voorkeur-school gaat.

8

100% 95% 90%

100%

98%

96% 96%

95% 93%

92% 89%

97% 94%

88%

85% 80%

80% 75% 70% alle aanmeldingen

aanmeldingen Noord 10-11

14-15

20-21

aanmeldingen rest Nijm

21-22

Figuur 2. Aandeel kinderen dat op eerste voorkeurschool geplaatst wordt, bron: bestanden Schoolwijzer

In de rest van Nijmegen is er geen duidelijke trend in de ontwikkeling van het aandeel naar de eerste voorkeur. In Nijmegen-Noord is sprake van een sterke dynamiek die samenhangt met het nieuwbouwkarakter van dit stadsdeel: het aantal kinderen (per wijk) is sterk in beweging en er zijn de afgelopen jaren meerdere scholen gesticht. Dit zorgt voor frictie tussen vraag en aanbod en een daling in het aandeel kinderen in Noord dat naar de eerste voorkeurschool gaat.

totaal

10/11 96%

14/15 96%

20/21 93%

21/22 89%

met vk broer/zusschool met vk buurtschool met vk voor school niet buurt of br/z

100% 99% 75%

100% 97% 89%

99% 94% 80%

100% 92% 70%

Figuur 3 % geplaatst op eerste voorkeurschool, maartrondes, bron: bestanden schoolwijzer

In alle geanalyseerde jaren zie je dat van de kinderen met een broer of zus op de school van eerste voorkeur nagenoeg iedereen in de maartronde een plaats op de 1e voorkeurschool krijgt. Bij kinderen met een eerste voorkeur voor een buurtschool daalt met de jaren het aandeel dat een plaats op de voorkeurschool krijgt, tot 92% in de maartronde van 2021. Kinderen met een voorkeur voor een school die geen buurtschool is en waar ook geen broer of zus op school zit hebben een lagere kans om een plaatsing op hun voorkeursschool te krijgen. Scholen waar leerlingen niet geplaatst kunnen worden In onderstaand overzicht van scholen waar kinderen worden afgewezen is ook de frictie van de laatste jaren in Nijmegen Noord terug te zien. De scholen met de meeste afwijzingen (Uitdaging en Talent) staan in Nijmegen Noord. En ook andere scholen in Noord staan op de lijst (Geldershof, Verbinding). Voor de Boomgaard en de Oversteek zijn wel nog plaatsen over. Deze eerst genoemde school is pas net open en de Oversteek bevindt zich in het oudste deel van Noord. Hier dalen de leerlingenaantallen de afgelopen jaren sterk. Op deze scholen wordt een belangrijk deel van de kinderen die niet op hun eerste voorkeurschool terecht kunnen opgevangen.

9

10/11 Uitdaging Talent Hazesprong Hidaya St. Nicolaasschool Petrus Canisius Wieken Montessorischool Meander vrijeschool voor basisonderwijs Geldershof Klein Heyendaal Michiel de Ruyterschool Verbinding De Driemaster Brakkenstein Klokkenberg

14/15 18

17

20/21 15 26 18 5

15 12 9 11 9

21/22 39 30 12 16 7 12

7 8 5

11 9

8 7 7 6 6 6

6

Figuur 4 Aantal niet geplaatste leerlingen in de maartronde op scholen waar minstens 3 leerlingen afgewezen worden, bron: bestanden Schoolwijzer

Op de lijst is ook de toenemende belangstelling voor Vrije School en islamitisch onderwijs te zien: de laatste 2 jaar zijn er afwijzingen voor Meander en Hidaya. Een laatste ding dat opvalt is dat in de beginjaren van Schoolwijzer de overvraag vooral bij traditioneel populaire scholen te vinden was (Hazesprong, Nicolaasschool, Klein Heyendaal, Petrus Canisius). De overvraag bij deze scholen is meestal wat kleiner geworden, mogelijk als gevolg van een terugloop van het aantal instromers in de wijken waar deze scholen liggen. Door Schoolwijzer beperkt aantal kinderen extra naar buurtschool In alle gevallen waar scholen minder aanmeldingen krijgen dan er plaatsen zijn heeft Schoolwijzer geen invloed gehad op de spreiding van leerlingen en het al dan niet in de buurt of gemengd naar school gaan. Alleen in die gevallen waar sprake was van overvraag treden de spelregels van Schoolwijzer in werking en worden kinderen voor wie de school een buurtschool is met voorrang behandeld. Dit werkt op twee manieren door: 1. Door de spelregels van Schoolwijzer gaan, na toewijzing aan broertjes/zusjes, de beschikbare plaatsen naar kinderen voor wie de school een buurtschool is. Als verdeling op een andere manier plaats heeft, bijvoorbeeld op volgorde van aanmelding, hoeft dat niet het geval te zijn. 2.

Kinderen die door de spelregels van Schoolwijzer geen plaats krijgen op hun 1e voorkeurschool, die geen buurtschool is, kunnen als alternatief wel voor een buurtschool kiezen. De omvang van het eerste effect is lastig in te schatten, omdat je niet weet wie toegelaten zou zijn met een andere werkwijze of dat ouders zonder Schoolwijzer een andere keuze zouden hebben gemaakt.. Wel kunnen we zeggen dat, gegeven de in Schoolwijzer geuite voorkeuren, maximaal 20-40 extra buurtkinderen per jaar voorrang krijgen op een plaats op hun voorkeursschool. Dat is namelijk het aantal niet-buurtkinderen dat niet toegelaten wordt op de 1e voorkeurschool. Dit is de maximale groep die mogelijk plaatsen kan innemen die met de verdeling via Schoolwijzer naar buurtkinderen gaan. Door het tweede effect gaan er jaarlijks 5-10 kinderen meer naar een buurtschool dan wanneer iedereen zijn eerste voorkeur zou kunnen volgen. De spelregel waarmee kinderen die bijdroegen aan een gemengde schoolsamenstelling voorrang kregen kwam in praktijk zelden “aan de beurt”. Voor dat deze regel in werking kon treden waren de plaatsen bij populaire scholen al opgevuld. Mede daarom is deze spelregel een aantal jaar geleden afgeschaft. Daarmee heeft Schoolwijzer ook in theorie geen actieve invloed meer op de menging van scholen.

10

Andere onderzoeken over Schoolwijzer/centrale aanmelding In de loop der jaren zijn er meerdere onderzoeken, binnen en buiten Nijmegen, gedaan waarin aandacht was voor centrale aanmelding of meer in het bijzonder Schoolwijzer. Dat varieert van een evaluatie van Schoolwijzer zelf (Blik op de toekomst, 2020), onderzoeken van het Landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen (Quick-scan toelatingsbeleid funderend onderwijs, 2019 en Naar een gelijk speelveld voor ouders in het basisonderwijs, 2020) tot een onderzoek in opdracht van het ministerie OCW (Toelatingsbeleid en toegankelijkheid, Oberon ea 2020). Daarnaast is ook in het kader van de huidige evaluatie informatie verzameld bij de Nijmeegse schoolbesturen. Ook daarin wordt het nodige naar voren gebracht over centrale aanmelding en Schoolwijzer: 

 

  

Transparantie is een krachtig kenmerk van Schoolwijzer/verdeling via centrale aanmelding. Bij andere systemen/gemeenten bestaan problemen als verschillende en onduidelijke toelatingscriteria bij scholen in dezelfde plaats en een voordelige positie van hoog opgeleide ouders die vaak eerder inschrijven dan laag opgeleide ouders. (blik op de toekomst, Quick-scan, Gelijk speelveld). Loting en een vast aanmeldmoment kunnen ook ongunstig uitpakken voor ouders met een lage SES: zij laten zich over het algemeen hier eerder door “afschrikken” dan ouders met een hoge SES (Oberon). Voor scholen waar geen overvraag is is de meerwaarde van Schoolwijzer beperkt (Blik op de toekomst, info evaluatie). Vooral als ze veel leerlingen hebben met risico op onderwijsachterstand is Schoolwijzer voor de ouders soms lastig. Ondersteuning is bij deze ouders nodig. Positieve punten zijn wel een vroeg beeld van de instroom en het “in beeld brengen” van de school door benoeming als buurtschool op de site van Schoolwijzer. Voor de stadsscholen Hidaya en Meander schuren de uitgangspunten van Schoolwijzer soms met de doelgroep. Deze scholen bedienen ook leerlingen van buiten de stad, maar in de voorrangsregels van Schoolwijzer komen die op de laatste plaats (info evaluatie, Blik op de toekomst).

Waardering voor het feit dat Schoolwijzer “onnodige” nieuwbouw van scholen voorkomt (Blik op de toekomst) Samenwerking tussen schoolbesturen is noodzakelijk en bijzonder (Blik op de toekomst, Quick-scan) Centrale aanmelding, zoals in Nijmegen georganiseerd, is een goede manier om inschrijven op meerdere scholen, met de daarbij horende onduidelijkheid over de te verwachten instroom, te vervangen (gelijk speelveld)

11

Pijler 2: beïnvloeden schoolkeuzeproces van ouders

Bij de start van het Gemengde Scholen-beleid en in de jaren daarna zijn verschillende manieren geopperd/ gebruikt om de schoolkeuze van ouders te beïnvloeden: 1. Voorlichting aan ouders bij aanmelding 2. Via “scholentochten” ouders met meerdere buurtscholen kennis laten maken 3. Stimuleren en ondersteunen van ouderinitiatieven 4. Het aanstellen van een “onderwijsconsulent” om voorlichting aan ouders te geven en eventuele ouderinitiatieven te ondersteunen 5. Samenwerking met kinderopvanginstellingen In informatieverzameling en gesprekken met scholen/schoolbesturen en ouders betrokken bij een ouderinitiatief binnen de gemeente is een inventarisatie gemaakt van de activiteiten en ervaringen op deze gebieden. Voorlichting aan ouders bij aanmelding Aan dit voornemen is een beperkte invulling gegeven, door voorlichting aan ouders op de site van Schoolwijzer. Een ouder die zijn kind aanmeldt via Schoolwijzer krijgt daar een volledig overzicht van de Nijmeegse scholen, met benoeming van de voor hen geldende “buurtscholen” en de twee stadscholen. Per school wordt ook vermeld wat de onderwijsvorm en overtuiging is. Voor verdere informatie wordt doorverwezen naar de sites van de verschillende scholen.

Enerzijds wordt deze aanpak door de betrokkenen gewaardeerd:  Het is goed dat de aandacht wordt gevestigd op de buurtscholen en stadscholen, een misschien minder bekende school wordt daardoor op de kaart gezet  Schoolwijzer kan zich beter niet wagen aan een inhoudelijke duiding van de scholen, dat moet aan de scholen zelf worden overgelaten  Het is de bedoeling dat ouders zich gestimuleerd voelen bij meerdere scholen langs te gaan/open dagen te bezoeken. Maar anderzijds blijven er ook kansen liggen:  Het is misschien een idee via de site van Schoolwijzer door te linken naar bijvoorbeeld Scholen op de kaart, waar ouders meer kwalitatieve informatie over scholen kunnen vinden  Er zou in een wijk/stadsdeel meer samenwerking tussen de scholen moeten zijn in voorlichting aan de ouders. Dat kan op verschillende manieren worden vormgegeven. Zo is er in Nijmegen-Noord een gezamenlijk voorlichtingsboekje voor nieuwe ouders van basisschoolkinderen  In principe is er de mogelijkheid vanuit Schoolwijzer om voorlichting te geven op kinderdagverblijven en andere daarvoor geschikte locaties. In praktijk staat de capaciteit van Schoolwijzer dit nauwelijks toe.  Misschien zou een scholenmarkt, conform voor het VO georganiseerd wordt, een toevoeging kunnen zijn Scholentochten In de eerste jaren van het gemengde scholenbeleid, rond 2010, zijn enkele scholentochten gehouden.

Op één dag konden ouders meerdere scholen bezoeken, soms zelfs via een georganiseerde busrit. De laatste scholentocht is al lang geleden. Terugkijkend zijn de gevoelens van de betrokkenen op zijn minst gemengd:  Het bezoek aan de minst populaire school voelde als een “moetje”, de ouders kwamen hoogstens uit beleefdheid even kijken  Maar het daadwerkelijk bezoek aan een school draagt zeker bij aan een bewuste schoolkeuze. Het kan (ten onrechte bestaande) beelden corrigeren  Kan een digitale scholentocht de fysieke scholentocht vervangen?

12

Stimuleren en ondersteunen van ouderinitiatieven Met een ouderinitiatief wordt bedoeld dat een groep ouders (met een hoger opleidingsniveau/inkomen/SES) zich samen inzet om de eenzijdige samenstelling van de buurtschool te veranderen door tegelijkertijd meerdere kinderen in te schrijven bij de buurtschool. De afgelopen jaren is bij meerdere Nijmeegse scholen en wijken sprake geweest van zo’n initiatief: de Wieken (wolfskuil), Kleurrijk (Willemskwartier/Nije Veld), Aquamarijn (Waterkwartier/Biezen) , Michiel de Ruyter3 (Wolfskuil). Met ouders en een leerkracht van Kleurrijk en Aquamarijn hebben we gesproken over hun ervaringen. Belangrijke conclusies/ervaringen van de betrokkenen:  Voor het slagen van een ouderinitiatief is samenloop met herstructurering/nieuwbouw in een wijk eigenlijk een noodzakelijke voorwaarde.

Er moeten genoeg ouders zijn met een ander profiel dan de traditionele schoolpopulatie om de verandering te kunnen realiseren  “massa maken” is heel belangrijk, het eerste nieuwe groepje kinderen dat naar de school gaat is het belangrijkst/moeilijkst bij elkaar te krijgen  In de buurt naar school gaan is een heel natuurlijke keuze: het is praktisch, voor ouders (brengen en halen) en kinderen (spelen met vriendjes) en logisch, als je in een wijk wilt wonen wil je er toch ook naar school gaan  Er zijn een paar ouders nodig die de kar van het ouderinitiatief beginnen en gaan trekken. Je moet het geluk hebben dat die ouders zich aandienen. Overigens krijgen de deelnemers aan een ouderinitiatief daar ook veel voor terug in de vorm van relaties binnen de wijk, vriendschappen en voldoening.  De mate van inzet die van de ouders moesten leveren en de werkwijze varieerde bij de ouderinitiatieven. Dit kwam mogelijk door de periode waarin ze speelde (al een aantal jaar geleden tot tamelijk recent) of afhankelijk van het feit of het de echte opstart van een initiatief betrof of een vervolg in een later jaar. Ook verschilde het van vooral veel persoonlijk contact tot ook veel overleg en contact via de WhatsAppgroep.  De school moet goed inspelen op het ouderinitiatief.

Dat kan op veel manieren: door ruimte in de school beschikbaar te stellen voor bijeenkomsten, door te kijken hoe zij het voor de nieuwe doelgroep aantrekkelijk kunnen maken (is er opvang, kunnen kinderen bij elkaar in de klas) en door kwalitatief goed onderwijs te geven en daar enthousiast over te vertellen  Zowel vanuit het ouderinitiatief als vanuit de scholen wordt benoemd dat aandacht voor de oude doelgroep ook belangrijk is. Er moet niet het beeld ontstaan dat de oude doelgroep niet goed is, maar dat er gestreefd wordt naar een meer gemengde samenstelling van de school die een afspiegeling van de wijk is.  Een nieuw schoolgebouw (zowel bij Kleurrijk als Aquamarijn aan de orde) helpt: het complete aanbod daar (met keuken, opvang, sport, consultatiebureau etc.) is aantrekkelijk voor ouders  De gemeente of schoolbesturen kunnen ouderinitiatieven ondersteunen door: o Te zorgen voor een blauwdruk met ervaringen/activiteiten van andere projecten o Ruimtes voor bijeenkomsten ter beschikking te stellen o De ouders in contact te brengen met oudergroepen die hetzelfde gedaan hebben, de boodschap dat het elders gelukt is stimuleert sterk o Te zorgen voor opvang/BSO/TSO Bij meerdere initiatieven is zulke steun ook daadwerkelijk gegeven.

Onderwijsconsulent

3 Er is geen verslag van deze ouderinitiatieven en door verloop in personeel en ouders waren er ook niet altijd betrokkenen

te vinden die uit eigen ervaring over deze initiatieven konden vertellen.

13

Aan het idee een onderwijsconsulent aan te stellen is nooit invulling gegeven. Uit de reacties op de hiervoor behandelde onderwerpen (voorlichting en ondersteuning ouderinitiatieven) blijkt dat wel degelijk een invulling/taak voor zo’n functionaris wordt gezien. Samenwerking met kinderopvanginstellingen Samenwerking/afstemming met de kinderopvanginstellingen is een heikel thema binnen het gemengde scholen beleid. Er zijn daar twee botsende overwegingen. Enerzijds wordt het belang van doorlopende leerlijnen, warme overdracht en blijven in de vertrouwde omgeving onderkend. Dit pleit ervoor om doorstroming van kinderopvang naar basisonderwijs op dezelfde locatie te stimuleren. Anderzijds kan zo’n maatregel ook juist segregatie in de hand werken. Ouders die geen gebruik maken van opvang hebben dan minder kans op plaatsing op zo’n school. Het verlegt ook het moment waarop ouders moeten handelen weer naar een jongere leeftijd. En een van de positief beoordeelde kenmerken van de centrale aanmelding is juist dat inschrijving niet mogelijk is voor een kind 2 jaar en 9 maanden is. Dit dilemma is ook zichtbaar in de ontwikkeling van spelregels van Schoolwijzer. Kort zijn doorstromers vanaf de kinderopvang één van de voorrangsgroepen geweest, maar deze regel is kort na de invoering weer ingetrokken.

Ook vanuit de stadscholen gezien was de voorrangsregel voor doorstroming binnen kindcentra ongelukkig: omdat deze scholen onderwijs aan kinderen uit de hele stad bieden is de nadruk op het belang van doorstroming binnen een kindcentra ongunstig voor hen. In praktijk is er wel de nodige samenwerking tussen scholen en kinderopvanginstellingen. Zo wordt via het overdrachtsdocument “Alle kinderen in Beeld” actief de overgang van kinderopvang naar basisschool bevorderd. Vooral wanneer school en opvang vlak bij elkaar of in hetzelfde gebouw ondergebracht zijn kan er sprake zijn van intensieve samenwerking. Een voorbeeld hiervan is dat het al genoemde informatieboekje van Nijmegen-Noord ook via opvanginstellingen wordt verspreid.

14

Pijler 3: investeren in scholen De derde pijler van het gemengde scholen beleid is gericht op het investeren in scholen waar sprake is van een sociaal economische vlucht. Deze investering kan op twee manieren, namelijk in gebouwen en in de kwaliteit van het onderwijs. In dit hoofdstuk zullen we beide aspecten bespreken.

Investeren in kwaliteit van onderwijs Bij de start van het gemengde scholenbeleid nam de gemeente deel aan een project van het CPS: ‘Scholen integreren: verbeteren van interactie’. Dit project had als doel het verbeteren van de interactie tussen verschillende groepen leerlingen. Basisschool Groot Nijeveld, een school waar sprake was van segregatie, had zich als eerste aangemeld voor deze ondersteuning. Of dit project ook werkelijk van de grond gekomen is is twijfelachtig: we hebben er geen documentatie over kunnen vinden en mogelijk betrokkenen herinneren zich het niet.

Figuur 5. Brief aan de raad (10 juni, 2008).

Een andere vorm van investeren in de kwaliteit van onderwijs is de ontwikkeling van brede scholen en de inzet van het onderwijsachterstandenbeleid. In brede scholen wordt de school gecombineerd met opvangvoorzieningen en buitenschoolse activiteiten. Voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt extra geld ter beschikking gesteld voor bv vroegschoolse educatie, naschoolse taalklassen of extra ondersteuning in onderwijstijd. Deze investeringen bestaan naast het gemengde scholenbeleid. Een laatste voorbeeld van investeren in kwaliteit ligt in aandacht/aanpassing van het onderwijsconcept. De scholen die we gesproken hebben in het kader van de evaluatie geven aan dat daar zeker aandacht en energie van scholen en schoolbesturen in is gestopt.

Investeren in gebouwen Sinds de start van het gemengde scholen beleid heeft er bij 9 bestaande basisscholen nieuwbouw plaats gevonden (VSA, 2021). In Tabel 1 is zichtbaar in welk jaar deze nieuwbouw heeft plaats gevonden. Voor een aantal scholen geldt dat er in tijden van nieuwbouw sprake was van een hoog aandeel leerlingen met een lage startkans. Zo behoorden de Kleine Wereld, het kleurrijk, de Aquamarijn en Octaaf tot de 15% zwaarste scholen van Nederland in het jaar voorafgaand aan de nieuwbouw4.

Met ingang van het schooljaar 2019/2020 hanteert het ministerie van Onderwijs namelijk een nieuwe achterstandsindicator. Voor de vergelijking over jaren heen kijken we daarom of de Nijmeegse scholen ieder jaar behoren tot de 15% lichtste of 15% zwaarste scholen van Nederland. 4

15

Tabel 1. Basisschool naar nieuwbouw, wijk en leerlingengewicht in jaar van nieuwbouw. Bron: VSA, DUO Basisschool

Nieuwbouw

Wijk school

Lage startkans

De Kleine Wereld

2010

Grootstal

15% zwaarste

Het Kleurrijk

2011

Nije Veld

15% zwaarste

Prins Mauritsschool

2013

Zwanenveld

Gemiddeld

De Geldershof

2013

Lent

Gemiddeld

Aquamarijn

2014

Biezen

15% zwaarste

De Buut

2016

Hunnerberg

15% lichtste

De Klokkenberg

2017

Hunnerberg

15% lichtste

Brakkenstein

2018

Brakkenstein

15% lichtste

Kindcentrum Toon (het Octaaf)

2020

Neerbosch-Oost

15% zwaarste

Uit informatie van schoolbesturen blijkt dat de beslissing om te investeren in een nieuw schoolgebouw vooral een is die genomen wordt vanwege de bouwkundige kwaliteit van de scholen en niet vanuit de bedoeling een school met een complexere leerlinggroep aantrekkelijker te maken. Wel bestaat de indruk dat er bij zulke scholen, als nieuwbouw dan toch nodig is, wel een extra stapje gezet wordt.

16

Pijler 4: door woningbouw zorgen voor gemengdere wijken De laatste pijler die in het gemengde scholen beleid benoemd wordt is het gemengder maken van wijken door woningbouw. De basisschool vormt namelijk vaak een afspiegeling van de bevolking in de wijk. Wonen er in een wijk veel kinderen met een lage startkans, dan is de kans groot dat er op de basisschool ook veel kinderen zitten met een lage startkans. Nieuwbouw geeft een positieve impuls aan de wijk en trekt nieuwe bewoners. In dit hoofdstuk gaan we in op de invloed van nieuwbouw op het gemengder maken van de wijken. Specifiek wordt er gekeken naar het aantal nieuwe laagbouwkoop en huurwoningen in de wijk.

Nieuwbouw en herstructurering Vanaf het jaar 2009 zijn er ruim 4.100 nieuwe laagbouw koop- en huurwoningen in Nijmegen bijgekomen. Dit zijn ruim 2.500 koopwoningen en ruim 1600 huurwoningen. De grootste groei heeft plaats gevonden in Noord, in de wijken Lent, Oosterhout en Ressen. Hier gaat het over het algemeen om complete nieuwbouw wijken met verder weinig invloed op een mogelijke herstructurering van de wijk. In andere Biezen, Nije Veld en Wolfskuil is er wel specifiek gebouwd met als doel de wijk te herstructureren. Deze wijken zijn interessant voor de vierde pijler van het gemengde scholen beleid.

Figuur 6. Aantal nieuwbouwwoningen (koop- en huur laagbouw) per wijk, 2009 - 2020.

Biezen In de Biezen zijn er de afgelopen tien jaar herstructureringen doorgevoerd. Aan de westzijde van de wijk is Park West gerealiseerd en daarnaast is het gebied tussen Biezen en de Waal(haven) ontwikkeld tot woongebied met diverse (stedelijke) voorzieningen. Volgens de wijkprofessionals is Biezen door de lopende herstructurering aantrekkelijk om te wonen vanwege de ligging nabij het centrum en het woningaanbod dat door de nieuwbouw, appartementen en duurdere koopwoningen, divers is geworden. In de wijk Biezen kwamen er tot 2014 126 nieuwe woningen bij (46 koop en 80 huur). Vervolgens zijn er vanaf 2017 nog ruim 300 woningen bijgekomen, waarvan 180 koop- en 142 huurwoningen. In de wijk Biezen bevindt zich basisschool Aquamarijn.

17

Nieuwbouw Biezen 2009-2020 150 100

laagbouw koop

50 0

laagbouw huur 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Figuur 7. Nieuwbouw, laagbouw koop en huur in de wijk Biezen, 2009-2020

Nije veld Een andere wijk die de afgelopen tien jaar met herstructurering te maken heeft gehad is Nije Veld. Vanaf 2009 werden specifiek in het Willemskwartier en de Muntenbuurt meer koopwoningen dan huurwoningen gebouwd om de wijk een evenwichtigere verhouding tussen dure en goedkope woningen te geven. In de jaren 2011 en 2012 kwamen er ongeveer 75 koopwoningen bij en 20 huurwoningen. In het jaar 2016 kwamen er nog 71 huurwoningen bij in Nije veld. Tot slot zijn er in 2018 nog ongeveer 40 nieuwe laagbouw koopwoningen en 30 huurwoningen bij aan de Génestetlaan in het Willemskwartier. In de wijk Nije Veld vind je basisschool Kleurrijk.

Nieuwbouw Nije Veld 2009-2020 100 0

2009

2010

2011

2012

2013

2014

laagbouw koop

2015

2016

2017

2018

2019

2020

laagbouw huur

Figuur 8. Nieuwbouw, laagbouw koop en huur in de wijk Nije Veld, 2009-2020

Wolfskuil Ool in Wolfskuil is specifiek gebouwd is met als doel de wijk te herstructureren, waar vanaf 2005 een deel van de (goedkope huur) woningen is afgebroken en vervangen door nieuwe (koop)woningen). In 2015 kwam daar het nieuwbouwproject ‘Nieuw Nachtegaalplein’5 als onderdeel van de bredere herontwikkeling van de wijk bij. Tussen 2016 en 2018 zijn daar nog ongeveer 70 nieuwe koopwoningen bijgekomen en ruim 140 laagbouw huurwoningen. De wijk Wolfskuil heeft twee basisscholen: de Wieken en Michiel de Ruyter.

Nieuwbouw Wolfskuil 2009 - 2020 60 40

laagbouw koop

20 0

laagbouw huur 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Figuur 9. Nieuwbouw, laagbouw koop en huur in de wijk Wolfskuil, 2009-2020

5 https://www.klokgroep.nl/nieuwbouwprojecten/nieuw-nachtegaalplein-nijmegen/

18

Daarnaast zijn er de afgelopen jaar in mindere mate nieuwe woningen in de wijken Hatert, Neerbosch-Oost en Grootstal gebouwd.

Leidde de nieuwbouw tot meer gemengde wijken? Hoewel het voor de hand ligt dat door de herstructurering/nieuwbouw in Biezen, Nije Veld en Wolfskuil een andere bewonersgroep in de wijk is komen wonen is dat nog lastig te zien in de beschikbare gegevens. Op verschillende manieren kunnen we daar een beeld van krijgen:  Waardering van de wijken in de Wijkmonitor In de Wijkmonitor, waar (de ontwikkeling van) alle Nijmeegse wijken getypeerd wordt zien de professionals in de Biezen, Nije Veld en Wolfskuil positieve ontwikkelingen in hun wijken. De bevolkingssamenstelling wordt gemengder, sociale samenhang neemt toe, de wijken zijn aantrekkelijker geworden om te wonen. De bewoners van de Biezen en Wolfskuil geven (in de Stadspeiling) ook aan dat de wijk vooruitgaat. In Nije Veld is de laatste jaren sprake van een stabiele waardering door de bewoners, na een verbetering in de periode daarvoor.  Neemt het aantal huishoudens met een laag inkomen af? In de inkomensstatistieken is geen afname van het aandeel huishoudens met een laag inkomen te zien in de herstructureringswijken. Hoewel met een bouwstroom van 200-400 woningen op een totale woningvoorraad van 3000 tot 4000 woningen niet snel grote effecten op de inkomensverdeling te verwachten zijn was een lichte verbetering toch wel in de lijn der verwachting geweest.

 Neemt het aandeel kwetsbare gezinshuishoudens per wijk af? Op basis van het Sociaal Statistisch Bestand6 (stapeling van gebruik van gemeentelijke regelingen per huishouden) kunnen we specifiek kijken naar de situatie van gezinnen met kinderen in de verschillende wijken: zijn er nu relatief gezien minder kwetsbare huishoudens onder de gezinnen dan een aantal jaar geleden? Ook deze ontwikkeling is nog niet te zien. Door de beperkte aantallen gezinshuishoudens per wijk kunnen we slechts een typering in drieën (gemiddeld/bovengemiddeld/onder gemiddeld) geven. En op dat niveau is in de wijken nog weinig veranderd. Tabel 2. Wijken met een (sterk) bovengemiddelde score op het % huishoudens met kinderen tot 12 jaar, met 5 of meer regelingen, 2013-2020. wijk

2013

2016

2018

2019

Biezen

bovengemiddeld

Nije Veld Wolfskuil

2020

bovengemiddeld

gemiddeld

gemiddeld

bovengemiddeld

bovengemiddeld

bovengemiddeld

bovengemiddeld

bovengemiddeld

bovengemiddeld

gemiddeld

gemiddeld

gemiddeld

gemiddeld

gemiddeld

6 Zie https://swm2021-nijmegen.pcportal.nl/stapeling-voorzieningengebruik

19

Krimp of groei van het aantal instromers van het basisonderwijs per wijk Sinds 2008 zijn er jaarlijks ongeveer 1400 – 1600 kinderen in de leeftijd om zich aan te mogen melden voor een basisschool. In 2013 en 2014 was dit aantal het hoogst, respectievelijk 1613 en 1611 kinderen en in 2010 het laagst (1419 kinderen). De laatste jaren lijkt het aantal kinderen te stabiliseren en is het aantal leerlingen weer ongeveer gelijk (rond 1550) aan het aantal in 2008 (zie Figuur 10). 1700 1600 1500 1400 1300

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

kinderen basisschoolleeftijd Figuur 10. Jaarlijkse instroom van kinderen met basisschoolleeftijd in Nijmegen

Met name groei in Lent en Ressen, afname van instroom in Oosterhout en stadsdelen Oost, Dukenburg en Lindenholt Het aantal leerlingen dat per schooljaar instroomt heeft invloed op het wel / niet moeten afwijzen van kinderen voor de basisschool. Is er sprake van krimp in een bepaalde wijk, dan is het waarschijnlijk dat er ook voor kinderen waarbij de school niet een buurtschool is, plaats is. Simpelweg omdat er meer plek is en het plafond moeilijker wordt bereikt. In een wijk waar het aantal leerlingen dat per schooljaar instroomt snel groeit is het mogelijk dat ook kinderen, waarbij de school een buurtschool is, worden afgewezen. Hoewel de instroom van kinderen met basisschoolleeftijd in Nijmegen als geheel in 2020 vergelijkbaar is het met het aantal kinderen in 2008, hebben er in verschillende wijken wel ontwikkelingen plaats gevonden. Met name het aantal instromers in Lent en Ressen is de afgelopen jaren flink toegenomen. In Lent is er een toename van ruim 140 instromers extra en in Ressen gaat het om ruim 40 instromers erbij. In Ressen is de groei gestart sinds in 2018 de eerste nieuwbouwwoningen zijn opgeleverd. Ook in Biezen, en Nije Veld (wijken waar ook nieuwbouw heeft plaatsgehad) en Hazekamp en Zwanenveld kwamen er meer instromers. Al is de groei daar niet zo groot als de twee in de wijken van Noord.

Figuur 11. Toe- en afname aantal instromers in het basisonderwijs tussen 2008 en 2020, bron BRP

Aan de andere kant is er bij sommige wijken ook sprake van een afname van instromers. De grootste afname is in Oosterhout, het oudste deel van het stadsdeel Noord, met 50-60 instromers minder per jaar. Ook de wijken in Oost hebben te maken met een afname van instromers. Daarnaast is ook in wijken in Dukenburg en Lindenholt sprake van een afname van het aantal instromers. In de andere wijken was er sprake van een

20

afname of toename van 10 instromers of minder en is het beeld stabieler. wijknaam stadsdeel Lent Noord Ressen Noord Biezen Oud-West Nije Veld Midden Hazenkamp Midden Zwanenveld Dukenburg Haven- en Industrieterrein Nieuw-West Galgenveld Oost Lankforst Dukenburg Malvert Dukenburg Bottendaal Oost Heseveld Nieuw-West Altrade Oost Tolhuis Dukenburg De Kamp Lindenholt Hengstdal Oost Hatertse Hei Zuid Oosterhout Noord

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 verschil 108 115 123 107 128 156 141 169 178 220 234 252 250 142 3 2 1 1 1 1 0 0 1 6 29 57 47 44 50 60 45 58 58 60 65 63 65 71 74 66 71 21 41 44 40 42 45 68 48 66 62 66 53 54 57 16 46 43 64 60 58 61 61 59 52 57 65 64 62 16 39 34 43 52 49 40 52 57 44 37 49 56 52 13 0 1 1 1 1 0 0 0 0 0 3 6 10 10 44 40 45 49 45 47 41 48 39 40 37 44 34 -10 33 22 30 21 29 20 26 20 28 24 17 17 21 -12 33 31 18 29 19 16 28 21 18 27 20 32 19 -14 36 24 34 25 32 28 40 24 31 22 30 25 20 -16 68 75 58 65 57 66 63 66 72 53 58 56 52 -16 48 37 47 43 53 51 57 52 43 41 38 45 31 -17 42 36 34 33 38 30 40 33 31 27 27 33 25 -17 61 64 45 66 53 55 61 54 53 46 38 44 44 -17 66 64 54 71 81 66 66 52 54 57 45 50 46 -20 59 43 47 50 39 53 43 62 55 48 36 37 37 -22 166 130 162 175 162 172 170 132 122 107 115 106 112 -54

Figuur 12. Ontwikkeling leerlingenaantallen per wijk, voor de wijken met de meeste sterke schommelingen, 2008 - 2020.

Leg je de cijfers over de groei en krimp naast de scholen die vroeger/de afgelopen jaren leerlingen hebben moeten afwijzen dan zie je in een redelijk aantal gevallen samenhang:  De groei van de instroom in Lent en Ressen gaat samen met een groeiend aantal afwijzingen: o Het Talent heeft in de schooljaren 14/15, 20/21 en 21/22 steeds meer leerlingen af moeten wijzen (18, 26 en 30 leerlingen). o De Uitdaging in Ressen, geopend vanaf het schooljaar 2017/2018 heeft de afgelopen twee schooljaren 15 en 39 leerlingen af moeten wijzen. o De Geldershof (sinds schooljaar 14/15) en de Verbinding (schooljaar 21/22) hebben in mindere mate ook leerlingen moeten afwijzen.  In de begintijd van Schoolwijzer werden bij Klein Heyendaal (Galgenveld) en de Driemaster (Bottendaal) leerlingen afgewezen. Dat komt de laatste jaren niet meer voor. En juist in de wijken rond deze scholen is het aantal instromers teruggelopen.  Bij de Hazesprong (Hazenkamp) zijn gedurende de hele Schoolwijzerperiode meer leerlingen aangemeld dan er geplaatst konden worden. Mogelijk is dit een effect van het hoogbegaafden-onderwijs op deze school. Het ligt voor de hand dat ouders, wanneer ze een kind op de Leonardoafdeling hebben, broertje en zusjes ook graag op deze school hebben.

Daarnaast heeft de wijk waar deze school staat, en het ernaast liggende Nije Veld, te maken met een groei van het aantal instromers Voor stadscholen zoals Hidaya en vrije school Meander zal de krimp of groei van wijken geen effect hebben.

21

Effect: gaan leerlingen dichter bij huis en meer gemengd naar school? In dit hoofdstuk kijken we of leerlingen in het basisonderwijs dichter bij huis en gemengder naar school gaan dan bij de start van het gemengde scholen beleid. Vervolgens kijken we voor afzonderlijke scholen hoe ontwikkelingen op deze vier pijlers in samenhang effect hebben gehad op het gemengd of in de buurt naar school gaan.

Dichter bij huis naar school In Nijmegen als geheel steeds meer voorbijlopers Het schooljaar 2010-2011 was het eerste jaar dat volgens de voorrangsregels is geplaatst. Om te volgen of kinderen een school in hun woonomgeving bezoeken kijken we naar het aandeel ‘voorbijlopers’ onder de basisschoolkinderen. Met voorbijloper bedoelen we de kinderen die naar een basisschool gaan die minstens 300 meter verder van hun woning ligt dan de dichtstbijzijnde school of een school buiten Nijmegen. De eerste jaren was er sprake van een stabiel percentage voorbijlopers. De jaren daarna neemt het percentage voorbijlopers toe naar 39% in het huidige schooljaar.

50% 40%

30%

30%

31%

31%

31%

33%

34%

35%

36%

37%

37%

38%

39%

30% 20% 10% 0%

08-09 09-10 10-11 11-12 12-13 13-14 14/15 15/16 16/17 17/18 18/19 19/20 20/21

Figuur 13. % voorbijlopers: kinderen die naar een basisschool gaan die minstens 300 meter verder van hun woning ligt dan dichtstbijzijnde school of een school buiten Nijmegen, bron: bestanden Leerplicht.

Voor Nijmegen als geheel is het percentage voorbijlopers dus toegenomen, maar dit is niet overal in gelijke mate het geval. Tussen scholen en wijken zijn er flinke verschillen in ontwikkeling.

Verschillen tussen stadsdelen en wijken Vooral in Nijmegen-Noord is er een flinke toename van het aandeel voorbijlopers te zien tussen de jaren 2008 en 2020 (zie Figuur 15 en 15Figuur 15). Dit hangt sterk samen met de geschiedenis van dit stadsdeel gedurende deze periode. Noord is een sterk groeiende nieuwbouwwijk, met in de startjaren nog maar weinig basisscholen. Bijna alle kinderen gingen naar de ene (of twee) basisschool/scholen die in de wijk stond en dat was daarmee dus vanzelf naar de dichtstbijzijnde school. Je ziet dan ook dat in 2008 het aandeel voorbijlopers veel en veel lager is dan in de andere stadsdelen. Met de komst van meerdere scholen sinds die tijd is er voor ouders en kinderen meer te kiezen. Het percentage voorbijlopers ligt nu ongeveer op het stedelijk gemiddelde: er is nu ook een relevante groep kinderen die weliswaar binnen het eigen stadsdeel naar school gaat, maar wel naar een school die meer dan 300 meter verder van hun huis ligt dan de dichtstbijzijnde. De sterke stijging van het aandeel voorbijlopers in Nijmegen-Noord en de lager dan gemiddelde stijging in de rest van de stad bepalen samen de ontwikkeling van het stedelijke percentage.

22

45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Noord

Rest

Totaal

Figuur 14 Ontwikkeling voorbijlopers Noord en rest stad, bron: bestanden Leerplicht

Kijk je naar de verschillende stadsdelen in Nijmegen ten zuiden van de Waal dan zie je da ook in Zuid en Lindenholt het percentage voorbijlopers met de jaren gestegen. In Lindenholt speelt mogelijk de sluiting van de scholen Kampus en Bloemberg (als algemene basisschool) een rol. In andere delen van de stad (Centrum, Midden, Oud-West, Dukenburg) is het aandeel voorbijlopers tamelijk stabiel. 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

08/09

14/15

20/21

Figuur 15 Aandeel voorbijlopers per stadsdeel, op drie moment, bron: bestanden Leerplicht

Verschillen tussen scholen Tussen scholen zijn flinke verschillen, zowel in de mate waarin ze voorbijgelopen worden als in de ontwikkeling daarvan (Figuur 16).

23

Figuur 16. Voorbijlopers per school (percentage van kinderen voor wie de school de dichtstbijzijnde is en die een school bezoeken die minstens 300 meter verder is), bron: Leerplicht

 

Onder de scholen met de hoogste percentages voorbijlopers zijn twee types te onderscheiden. Enerzijds de stadscholen Hidaya en de Vrije School Meander, met een uitgesproken profiel, dat lang niet voor alle buurtkinderen aantrekkelijk is en die bezocht worden door kinderen uit de hele stad en daarbuiten. Anderzijds scholen die minder populair zijn en om die reden worden voorbijgelopen Het aantal kinderen dat naar een stadsschool gaat is de laatste 10 jaar flink toegenomen: bezoek aan Hidaya en Meander steeg tussen 2008 en 2020 van 2,9% naar 4,6% van alle Nijmeegse basisschoolleerlingen. Aangezien de leerlingen van deze scholen heel vaak niet in de directe omgeving wonen betekent dit een stijging van het percentage voorbijlopers in Nijmegen Bij de (oudere) scholen in Noord is het percentage voorbijlopers flink toegenomen. Zoals hiervoor ook bij de ontwikkeling van voorbijlopen in Noord is toegelicht heeft dat te maken met het toenemen van het aantal scholen en daarmee de keuzemogelijkheden in Noord. Andere scholen die in 2020 meer voorbijgelopen worden zijn de Vossenburcht, Luithorst, Meiboom, Aquamarijn, TOON, Kleine Wereld. Maar er zijn ook scholen waar het aandeel voorbijlopers juist is gedaald: het sterkst bij Kleurrijk en Michiel de Ruyter. Verderop gaan we nog verder in op de ontwikkelingen per school.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=6d8a25cc-7721-420d-9007-cefdaf7df2ab