Rapport waardenkaart
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 3832
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar met boschjes afgewisseld …'
Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap
Colofon Opdrachtgever: Gemeente Nijmegen Titel: '… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar met boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap. Versie: 20-01-2021 Auteur: ir. L.J. Keunen & drs. B.J.G. van Snippenburg Projectcode: NYCU Bestandsnaam: RAAPrap_3832_NYCU_20210120
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
Samenvatting Alhoewel een groot deel van het grondgebied van de gemeente Nijmegen door bebouwde kom wordt ingenomen, beschikt de stad nog over een rijk landschappelijk erfgoed. Dat geldt niet alleen voor de resterende stukken buitengebied, maar ook voor het stedelijk g ebied zelf. In meer of mindere mate is er overal in Nijmegen wel sprake van gebiedskarakteristieken, structuren en elementen die hun ontstaan danken aan het moment toen het gebied nog landelijk was. Heel herkenbaar is dat op de buitenplaatsen Oosterhout en Brakkestein, die als rijksmonument beschermd zijn. Eén van Nijmeegs ‘verborgen schatten’ zijn echter ook de historische dorpskernen die door de stadsuitbreiding in stedelijk gebied zijn komen te liggen: Hees, Neerbosch, Hatert en door de uitbreiding van Nijmegen-Noord inmiddels ook Lent. Daarnaast zijn op vele plekken en op kleinere schaal nog relicten van dit ‘prestedelijk verleden’ aan te treffen, zoals het Grand Canal van Dukenburg, het open terrein van het Kops Plateau, de bospercelen van Heijendaal, maar zeker ook de wegenstructuur en kleine boerderijtjes van de Hatertse Hei. Samen vertellen al deze sferen, structuren en objecten het verhaal van de enorme gelaagdheid die de bebouwde kom én het omliggende buitengebied van Nijmegen kenmerken. Dit rapport is in de eerste plaats een toelichting op de kenmerkenkaart en de achterliggende GIS bestanden.
In hoofdstuk 2 van dit rapport gaan we dieper in op de bronnen en methoden van het onderzoek. Daarna belichten we de historische landschapsontwikkeling van Nijmegen in een korte landschapsbiografie in hoofdstuk 3. Vervolgens volgt de toelichting op de kaarten in meerdere hoofdstukken, te weten hoofdstuk 4 (de cultuurlandschappen en de prestedelijke landschappen), hoofdstuk 5 (de landschapselementen) en hoofdstuk 6 (de geïntegreerde bouwkundige en stedenbouwkundige aspecten). In hoofdstuk 7 kijken we nog eens door onze oogharen en werpen we een licht op belangrijke cultuurlandschappelijke ensembles in de gemeente Nijme gen.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[3]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Situering van het onderzoeksgebied ..................................................................................................... 7 1.3 Onderzoeksopzet en taakverdeling ....................................................................................................... 9 1.4 Dankwoord .......................................................................................................................................... 9 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 9
2 Methoden en bronnen ..................................................................................................................... 11 2.1 Algemene uitgangspunten .................................................................................................................. 11 2.2 Historisch cultuurlandschap ................................................................................................................ 12 2.3 Landschapselementen........................................................................................................................ 14 2.4 Historische bouwkunst en stedenbouw ................................................................................................ 17 2.5 Gebruik ............................................................................................................................................. 18
3 Een korte landschapsbiografie ........................................................................................................ 20 3.1 Ten geleide ....................................................................................................................................... 20 3.2 Hoofdstructuur van het landschap ....................................................................................................... 20 3.3 Ontginning van de woestenij: het scheppen van cultuurland in vogelvlucht ........................................... 22 3.4 De elite strijkt neer: landgoederen, buitenplaatsen en villaparken in de gemeente Nijmegen .................. 27 3.5 Stedelijke ontwikkeling en het historisch cultuurlandschap (1875 -heden) .............................................. 36
4 Cultuurlandschappen en prestedelijke landschappen: inventarisatie en kartering ............................. 52 4.1 Zandlandschap .................................................................................................................................. 52 4.2 Rivierenlandschap ............................................................................................................................. 75
5 Landschapselementen .................................................................................................................... 98 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 98 5.2 Inventarisatie en kartering .................................................................................................................. 98
6 Bouwkunst en stedenbouw ........................................................................................................... 156 6.1 Bouwkunst ........................................................................................................................................ 156 6.2 Stedenbouw...................................................................................................................................... 156
7 Bijzondere ensembles .................................................................................................................. 158 7.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 158 7.2 De ensembles (kaartbijlage 2) ........................................................................................................... 159
Literatuur ........................................................................................................................................ 173 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ................................................................... 177
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[4]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
1 Inleiding 1.1 Kader De omgeving van Nijmegen heeft regelmatig de aandacht getrokken van auteurs die er uit eigen waarneming over konden schrijven. Eén van hen was de 19e -eeuwse dominee Jacobus Craandijk (1834-1912), die in zijn zesde deel van Wandelingen door Nederland met pen en potlood meer dan vijftig pagina’s over Nijmegen en zijn omgeving schreef. Zijn beschrijving begint al veelbelovend: Wie Nijmegens omstreken noemt, die noemt een der parelen aan de kroon van ons wel eens te weinig bekend en daardoor vaak miskend vaderland.
Figuur 1. Dominee en reiziger Jacobus Craandijk (1834 -1912), die Nijmegen en omgeving zo beeldend beschreef (bron: Biografieportaal).
Zijn tekst gaat als volgt verder: ‘… Daarover is trouwens maar ééne stem onder allen, die er mogten vertoeven. En zij, die er nog vreemdelingen bleven, zijn er aan gewoon geworden, de landschappen en vergezigten in den omtrek dier aloude veste te hooren roemen als behoorende tot het schoon ste, dat binnen onze landpalen is te vinden. Van Beek en Ubbergen, van Berg en Dal, van den Duivelsberg en de Meerwijken, van Hees en Neerbosch weet ieder beschaafd Nederlander te spreken, hetzij door eigene aanschouwing, hetzij door wat hij er van hoorde verhalen. En wie het liefst uwen tegenwoordigen gids door bekende streken volgen, zullen hem zeker hun geleide niet weigeren, als het een bezoek geldt aan een oord, waaraan voor zoovelen de liefelijkste herinneringen zijn verbonden. Hij zelf is nog steeds niet geheel los van de meening, dat zijn eigenaardige taak meer het wijzen op minder bekende schoonheden in schaarsch bezochte
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[5]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
landstreken is. Maar het ‘elk wat wils’ brengt hij gaarne in toepassing. Nijmegens omstreken mogen ook waarlijk in Wandelingen door Nederland niet ontbreken. Bovendien, zelf door uitstekende leidslieden vergezeld, kan hij welligt ook nog wel iets nieuws voor dezen of genen aan het licht brengen en in zoover aan zijn opvatting van zijn taak niet gansch ontrouw zijn.’ Wat we hier lezen staat als reisverhaal niet op zichzelf, maar past in een bredere ontwikkeling in de late 19e eeuw. De opkomende Romantiek en de mogelijkheid tot het maken van reizen met nieuwe vervoersmiddelen, zoals de trein, komen hier bij elkaar. Toch was de aandacht voor cultureel erfgoed destijds nog vooral verbonden aan de elite, die tijd en middelen had om daaraan te besteden. Hierin schuilt ook één van de belangrijkste verschillen met de huidige situatie: door de toenemende welvaart is een bewuste omgang met cultureel erfgoed in de huidige tijd veel meer in de samenleving en ook in wet- en regelgeving ingebed. De waarde van cultureel erfgoed wordt tegenwoordig breed onderkend. De zorg voor cultureel erfgoed is tegenwoordig professioneler en minder vrijblijvend geworden dan voorheen.
Het zorgt voor sociale cohesie onder bewoners die zich ‘thuis’ voelen in hun regio, het is in grote delen van Nederland een inkomstenbron vanwege het toerisme en het geeft handvatten voor een kwalitatief hoogwaardig ruimtelijk beleid. De gemeente Nijmegen kan haar erfgoed blijvend positief blijven inzetten voor branding op het vlak van economie, wonen, onderwijs, recreatie en toerisme. De economische waarde van erfgoed is wetenschappelijk onderbouwd en de rol ervan in lokaal niveau voor de eigen gemeenschap en bezoekers doorgaans onbetwist.
Wettelijke plicht Het is niet toevallig, gezien de ontwikkelingen van de afgelopen decennia, dat door wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en de Monumentenwet vanaf januari 2012 landelijk r ekening dient te worden gehouden met cultuurhistorische (lees: cultuurlandschappelijke en historisch(steden)bouwkundige) waarden in bestemmingsplannen. Eerder al had archeologie een wettelijke en/of planologische vertaling gekregen en konden bouwhistorisc he waarden via de monumentenverordening worden geborgd. Daarmee hebben cultuurhistorische waarden inmiddels een volwaardige plek binnen de ruimtelijke ordening. Die positie wordt ook doorgetrokken in de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 zal ingaan.
In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft RAAP vanaf januari 2019 een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met een bijzondere focus op het prestedelijk erfgoed in de bebouwde kom, op schaal 1:9.000 opgesteld. Beide kaarten zijn geschikt om de basis te gaan vormen voor toekomstig cultuurhistorisch beleid (o.a. planologische borging) en zijn door hun digitale basis geschikt voor het digitaal stelsel van de Omgevingswet. Daarnaast kan het inspiratie bieden voor recreatie, erfgoededucatie en PRmarketingstrategieën of ruimtelijk ontwerp (inrichting en beheer). In deze studie besteden we vooral aandacht aan het tastbare, landschappelijke en gebouwde erfgoed.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[6]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
1.2 Situering van het onderzoeksgebied 1.2.1
Kengetallen
De gemeente Nijmegen ligt op de overgang van het stuwwallandschap van Nijmegen-Kleve naar het Holocene rivierenlandschap van de Over-Betuwe en het pleistocene rivierenlandschap nabij Wijchen. De gemeente heeft een omvang van 57,6 km² en kende op 31 mei 2018 in totaal 176.162 inwoners. Daarmee was Nijmegen in mei 2018 de tiende gemeente van Nederland naar inwonertal, maar naar oppervlakte in maart 2019 ‘slechts’ 223e van 355.
Figuur 2. De grenzen van de gemeente Nijmegen in 2019.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[7]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
1.2.2
Ruimtelijke groei van de gemeente
Nijmegen heeft in de afgelopen eeuw zeer regelmatig land van de buurgemeenten geannexeerd. De kern van de gemeente bestond uit het gebied waarin zowel de stad Nijmegen als de dorpen en buurtschappen Hees, Heesse Veld, Neerbos (Honigholt) met het Teersbroek, Hoge Veld, Hatert (Hulzen, Dukenburg, Overteersbroek), Nederooi (Ooij-Schependom 1) en Lent-Schependom lagen. 2 In 1822 werden Hatert en Neerbosch zelfstandige kadastrale gemeenten, een bijzondere situatie voor gebieden die op dat moment geen bestuurlijke zelfstandigheid hadden. 3 De eerste grenscorrectie na instelling van de gemeentelijke bestuursvorm kreeg zijn beslag in 1818, toen Nijmegen een stuk grond langs de Ubbergeseweg toebedeeld kreeg. In 1915 vond er opnieuw een grenscorrectie van de gemeente plaats, waardoor meer dan 300 inwoners van Groesbeek en Ubbergen Nijmeegs werden. Tegelijk ging een deel van Ooij-Schependom naar Ubbergen. 4 In 1963 gold voor 172 personen hetzelfde toen een grenscorrectie plaatsvond met Heumen. Veel minder inwoner s waren betroffen toen in juli 1980 en januari 1981 grenscorrecties plaatsvonden met Overasselt, Beuningen en Heumen. Tevens werd toen een stuk Nijmegen overgedaan aan Beuningen. Per 1 januari 1984 vond een grenscorrectie plaats met Wijchen, waarbij 75 hectare naar Wijchen overging, en 18 hectare terug werd verkregen.
Veel ingrijpender grenscorrecties vonden plaats op de nieuwjaarsdagen van 1996, 1997 en 1998, toen respectievelijk 364, 234 en 604 hectare van Valburg, Bemmel en Elst naar Nijmegen overgingen. In het laatstgenoemde jaar werd Lent bij de gemeente Nijmegen gevoegd. Lent maakte voordien deel uit van de gemeente Elst, waar het in 1818 bijgevoegd was. Omstreeks 2006 was er een kleine grenscorrectie met de gemeente Overbetuwe. Per 1 januari 2019 vonden tenslotte enkele kleinere grenscorrecties met de gemeente Berg en Dal, een fusiegemeente van Ubbergen, Groesbeek en Millingen, plaats. De huidige gemeente Nijmegen bestaat daardoor uit een grondgebied dat in 1822 nog over twaalf (kadastrale) gemeenten verdeeld was, namelijk Groesbeek, Hatert, Heumen, Lent, Neerbosch, Nijmegen, Overasselt, Ressen, Slijk-Ewijk, Ubbergen, Weurt en Wijchen. Nijmegen grenst op dit moment aan de gemeente Heumen in het zuiden, Wijchen en Beuningen in het westen, Overbetuwe en Lingewaard in het noorden en Berg en Dal in het oosten.
1.2.3
Ontsluiting
Nijmegen is als één van de grotere steden van Nederland door een uitgebreid netwerk aan weg -, spoor- en waterwegen ontsloten. De belangrijkste daarvan zijn over de weg de A73 in de richtin g Venlo en (via de A77) Keulen, de A50 in de richting van Arnhem/Utrecht en Eindhoven, de A15 richting Tiel, de N325 richting Arnhem en Kleve en de N326 richting Wijchen. Van regionaal belang zijn de N844 naar Malden en de N842 naar Groesbeek. Spoorverbindingen bestaan er in de richtingen Arnhem, ’sHertogenbosch en Venlo. De Betuweroute verloopt net noordelijk van de gemeente en heeft geen verbinding met het lokale wegen- of spoornetwerk. Over water heeft Nijmegen een belangrijke verbinding met zowel de richting Rotterdam als de richting Emmerich/Ruhrgebied via de Waal – met
De toevoeging ‘Schependom’ duidt erop dat het gaat om dat gedeelte van Ooij (en Lent) dat binnen het schependom Nijmegen lag. De vaak voorkomende spellingswijze Ooijse Sch ependom en Lents Schependom is dus feitelijk onjuist, want dat doet lijken alsof er schependommen waren die Ooijs danwel Lents waren. 2 Gorissen, 1956 3 https://kwartiervannijmegen.nl/processen -verbaal-gemeentegrenzen/proces-verbaal-nijmegen/ 4 Giesbertz, 1991 1
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[8]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
een kleine Waalhaven nabij de spoorlijn. Ook van betekenis is het Maas -Waalkanaal met een belangrijke Kanaalhaven op het bedrijventerrein ‘Noord - en Oostkanaalhavens’.
1.3 Onderzoeksopzet en taakverdeling De projectleider namens RAAP, ir. Luuk Keunen, nam de kartering van de landschappen, de waardering van de landschappen in het buitengebied, de vaststelling van de herkenbaarheid van het prestedelijk landschap, de inventarisatie van een deel van de landschapselementen, de integratie van de bouwkunst & stedenbouw, de bepaling van de ensembles en de rapportage voor zijn rekening. Drs. Bjorn van Snippenburg zorgde voor de inventarisatie van een g root aantal landschapselementen alsmede de waardering daarvan. De digitalisering van de bouwkunst- en stedenbouwkundige informatie werd verzorgd door CeesJan Frank (MAB). 5 Luuk Keunen voegde ook een aantal databases, aangeleverd door de gemeente Nijmegen, toe aan de digitale kaart (o.a. militair erfgoed en fasering van de stadsontwikkeling). 6 De veldfotografie werd uitgevoerd door projectleider Luuk Keunen, projectmedewerker Eelco Alink en de stagiairs Noa Huitema en Dean Mepschen (Saxion, Deventer). Technische ondersteuning werd verzorgd door Tom Vanzieleghem en Laura Boukje Stelwagen.
1.4 Dankwoord We danken Pauline Jansen voor het projectleiderschap namens de gemeente Nijmegen. Haar collega Vanessa Jolink was betrokken bij de opdrachtformulering. Kiki van Heijst en Mayke Haaksman lazen kritisch het concept mee en begeleidden de afronding.
1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit rapport gaan we dieper in op de bronnen en methoden van het onderzoek. Daarna belichten we de historische landschapsontwikkeling van Nijmegen in een korte landschapsbiografie in hoofdstuk 3. Vervolgens volgt de toelichting op de kaarten in meerdere hoofdstukken, te weten hoofdstuk 4 (de cultuurlandschappen en de prestedelijke landschappen), hoofdstuk 5 (de landschapselementen) en hoofdstuk 6 (de geïntegreerde bouwkundige en stedenbouwkundige aspecten). In hoofdstuk 7 kijken we nog eens door onze oogharen en werpen we een licht op belangrijke cultuurlandschappelijke ensembles in de gemeente Nijmegen.
5
De architectuurhistorische en stedenbouwkundige onderdelen v an de cultuurhistorische waardenkaart zijn in een tweede fase toegevoegd aan de digitale kaart en worden in dit rapport niet inhoudelijk toegelicht. 6 Ook deze databases worden in dit rapport niet inhoudelijk toegelicht.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[9]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[10]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
2 Methoden en bronnen 2.1 Algemene uitgangspunten In dit rapport en op de bijbehorende kaartbijlagen willen we de aanwezige cultuurlandschappelijke waarden op het grondgebied van de gemeente Nijmegen laten zien. Het gaat daarbij zowel om de gebieden die nu nog steeds als landelijk gebied te beschouwen zijn, als om de gebieden die binnen het stedelijk gebied liggen. Onder cultuurlandschappelijke waarden verstaan we in dit geval ruimtelijke structuren, sporen, objecten en relicten uit het verleden, bovengronds gelegen, waaraan een wetenschappelijke, politieke en/of maatschappelijke waarde wordt toegekend. Wel refereren we soms aan verdwenen structuren, omdat die de context van nog bestaande sporen mede bepalen. De kaartbeelden zijn gekoppeld aan een geografisch informatiesysteem (GIS met databases) met exacte gegevens over de geografische ligging en aard van waardevolle cultuurlandschappelijke elementen. De presentatieschaal van de cultuurhistorische waardenkaart is 1:9.000. Ten behoeve van de kartering zijn onder meer de volgende bronnen gebruikt: - Geomorfologische kaart 1:50.000, bodemkaart 1:50.000 (Alterra); - Kadastrale minuutplans, 1832 (via HisGIS Gelderland); - Topografisch-Militaire Kaart (TMK), 1850, als veldminuut, in nettekening en steendruk; - Chromotopografische Kaart des Rijks (bonneblaadjes), ca. 1870, ca. 1900, ca.
1930; - Topografische Kaart van Nederland, ca 1950-heden; - Recente luchtfoto’s, hoogtebeelden (AHN2); - Groendata uit de top10vec en BGT; - Het Dataportaal en de Historische Atlas van de gemeente Nijmegen; - Algemene en specifieke literatuur over Nijmegen (zie literatuurlijst en bronnenverantwoording in GIS-databases), alsmede historisch manuscriptkaartmateriaal (Gelders Archief, Regionaal Archief Nijmegen); - Onderzoeksmateriaal zoals verzameld tijdens het historisch -geografisch onderzoek in Lent (gepubliceerd in Keunen e.a., 2018). - Historische databases van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (m.n. oud groen , van ecoloog Bert Maes). Alle objecten, bestaand en verdwenen, hebben in de database een uniek ID -nummer gekregen, te weten een tweecijferige code voor het thema, een tweecijferige code voor de geometrie (punt = 01, lijn = 02, vlak = 03) en een drie- of viercijferig volgnummer voor het element. De codes voor de thema’s zijn als volgt: - Landschap
11
- Infrastructuur
12
- Waterstaat
13
- Verkaveling
14
- Opgaand groen
15
- Militair erfgoed
16
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[11]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
- Bestuur en recht
17
- Industrie en nijverheid
18
- Relief
19
- Landgoederen en buitenplaatsen
20
- Religieus en funerair erfgoed
21
- Gezondheidszorg
22
- Recreatie en toerisme
23
- Nederzettingslocaties
24
- Ensembles
25
2.2 Historisch cultuurlandschap 2.2.1
Achtergrond en uitgangspunten
Wat wel, wat niet? Het prestedelijk landschap en het landschap in het huidige buitengebied van de gemeente Nijmegen is een complex geheel dat is ontstaan onder invloed van natuurlijke en menselijke factoren. Daarbij speelde allereerst de geologie een rol. De mens heeft zich laten leiden door de aardkundige uitgangssituatie en deze door het gebruik ook deels zelf aangepast. De enorme dynamiek van met name het rivierenlandschap blijkt onder meer uit het fysisch -geografisch onderzoek dat is uitgevoerd in de context van de aanleg van de Spiegelwaal. 7 Bij de typering van het historisch cultuurlandschap beschrijven we de wijze waarop de mens haar invloed heeft laten gelden in het landschap, daarmee het natuurlijk landschap geleidelijk heeft omgevormd, en welke elementen daarmee samenhangen. Het landschap dat geanalyseerd wordt is in de eerste plaats het landschap kort voor de verstedelijking , met alle structuren uit verschillende perioden daarin. 8 Dat is gedaan omdat het primaire doel is om relicten te kunnen beschermen die met dat prestedelijke verleden samenhangen. Alhoewel over de vele gedaanten van het landschap voorafgaand aan die laatste fase veel te zeggen valt, ligt daar nu niet de nadruk o p. Wel gaan we in hoofdstuk 3 beknopt in op de wat langere termijn, met name de periode vanaf de late middeleeuwen to t de verstedelijking.
Dit rapport moet ook los worden gezien van de archeologische potenties van de ondergrond, al zijn er inhoudelijk natuurlijk wel dwarsverbanden. Landschap in lagen De genese van het landschap kan op verschillende manieren worden ontraf eld. 9 Eén van de manieren om inzicht te krijgen in deze complexe materie is de ontleding ervan, bijvoorbeeld wanneer een
7
Zie voor een theorievorming over deze dynamiek achtereenvolgens Heunks & Van Hemmen, 2016; W illemse, 2019 Bij de inventarisatie belichten we in de eerste plaats de periode vanaf de vroege middeleeuwen, omdat vanaf dat moment het historisch cultuurlandschap is gevormd zoals we dat nu nog terugvinden. De Romeinse tijd, hoe interessant ook, blijft daarom hier buiten beschouwing. 9 Hidding e.a., 2001, p. 12. 8
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[12]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
landschap in korte tijd meerdere gedaanten heeft gekend . Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe opeenvolgende fasen in de landschapsontwikkeling zich ten opzichte van elkaar verhouden. 10 Het model biedt ruimte voor uiteenlopende invalshoeken, zoals infrastructuur, landgebruik, occupatie, territoria, etc., en biedt daarnaast ruimte om de ontwikkelingen van deze lagen door de tijd inzichteli jk te maken. Een voorbeeld is hoe de 19e-eeuwse bebossing zich verhoudt ten opzichte van de situatie aan het einde van de 20e eeuw, of hoe het areaal akkerland van de 19e eeuw zich verhoudt tot de hedendaagse situatie. In de landschapstypering en -beschrijving hebben we aspecten van deze lagenbenadering meegenomen. Landschapstypologie Het kadastraal minuutplan en de daarop gebaseerde Topografisch-Militaire Kaart (TMK) zijn de vroegste landsdekkende kaarten waarbij op perceelsniveau bebouwing, landgebruik én landschapselementen zijn gekarteerd. Deze kaarten vormen ook inhoudelijk de meest complete en geografisch meest correcte laag waarop het landschap uit de 19e eeuw van de gemeente Nijmegen zichtbaar is. Beide kaarten vormen dan ook het uitgangspunt bij het inzichtelijk maken van de landschapsontwikkeling in de gemeente. Vooral met behulp van deze kaart en en ondersteund door jonger kaartmateriaal uit de 20e eeuw is een landschapstypologie opgesteld.
Voor ons zicht op eerdere tijdslagen zijn we afhankelijk van archeologische en schriftelijke bronnen en aardkundige interpretaties. Deze leveren echter zowel ruimtelijk als in temporeel opzicht een versnipperd beeld dat lastig toepasbaar is op het gewenste schaalniveau. Dit probleem is deels ondervangen door aan de hand van de landschapstypologie niet alleen het 19e -eeuwse landschap maar ook de ontwikkelingen daarvoor te beschrijven. Het 19e -eeuwse landschap is dus slechts een hulpmiddel om de voorgaande perioden en de periode daarna te beschrijven en mag niet als eindstadium of hoogtepunt van het historisch cultuurlandschap worden gezien. Hoofdzaak is, zoals hiervoor beschreven, om de achtergronden te leren van het landschap waarvan nu bovengronds nog relicten aanwezig zijn. Vaak zijn het verschillende tijdsperiod en of fasen in de geschiedenis; we hoeven maar te denken aan het gefaseerde ontstaan van de kolken bij Oosterhout. Jongere landschappen In de 20e eeuw heeft zich een aantal grootschalige ruimtelijke transformaties voorgedaan, waarvan ruilverkavelingen, landinrichtingsprojecten en uiteraard verstedelijking de belangrijkste zijn. Hierbij zijn nieuwe lagen aan het landschap toegevoegd, waarbij soms wel en soms niet rekening is gehouden met de toen aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten in het landschap.
De m ate waarop deze cultuurhistorische kwaliteiten zijn opgenomen in deze nieuwe laag blijkt wanneer we het kaartbeeld van 1850 vergelijken met het huidige landschap en met kaartbeelden uit de tussenliggende periode.
2.2.2
Kartering (kaartbijlage 1)
Bij de kartering van landschapstypen zijn we uitgegaan van historische verschillen tussen landschappen zoals ze zich op kaartmateriaal uit de afgelopen twee eeuwen manifesteren. Daarbij zijn het kadastraal minuutplan (ca 1832) met de TMK (ca 1850) en topografische kaarten uit de periode daarna, tot het moment van (geleidelijke) verstedelijking, als ijkpunten gehanteerd. Steeds hebben we op basis van het historisch onderscheid tussen deze landschappen gebieden begrensd. Daarbij zijn we
10
Hidding e.a., 2001. p. 8.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[13]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
zoveel mogelijk uitgegaan van de historische of huidige wegen en/of kavelgrenzen als begrenzing, zodat enerzijds de grens historisch te onderbouwen is, maar daarnaast een vertaling naar het bestemmingsplan mogelijk is. Bij het typeren van elk deelgebied hebben we allereerst een indeling in hoo fdlandschappen gemaakt. Daarna is verder in sublandschappen onderverdeeld. Bovendien zijn er twee hoofdgroepen, namelijk de landschappen in het zandgebied en die in het rivierengebied. Daarbij hebben we een zo helder mogelijk onderscheid tussen de aanwezige landschappen proberen aan te brengen. Steeds moest daarbij gelet worden op een aantal aspecten: - een onderverdeling die recht doet aan de grote variatie aan landschappen die in de gemeente Nijmegen te vinden is, op het gebied van genese, historische ruimt elijke kenmerken (bebouwing, beplanting / openheid/geslotenheid, structuur/verkaveling, reliëf) en geomorfologische/bodemkundige eigenschappen; - een onderverdeling die nog zo gecomprimeerd is dat niet elk verschil tot weer een nieuw type leidt; - een onderverdeling die de ‘couleure locale’ eer aandoet. Afhankelijk van de veelvormigheid zijn sommige hoofdlandschappen in slechts enkele, en andere in een groot aantal subtypen onderverdeeld.
Op basis van een dergelijke benadering is het ons inziens goed werkbaar om de landschapskarakterisering door te vertalen naar concreet gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld in beheer, planontwikkeling en bescherming. De gebruikte methodiek sluit nauw aan op systematieken zoals die in de afgelopen 20 jaar door organisaties als Alterra en Overland voor de typering van landschappen in een Wageningse traditie zijn ontwikkeld. De basis voor deze traditie is gelegd door de afdeling Historische Geografie van de vroegere Stichting voor Bodemkartering en Staring Instituut in Wagening en.
2.3 Landschapselementen 2.3.1
Inventarisatie en kartering (kaartbijlage 1)
Inleiding In thematische databases en naar categorie onderverdeeld op de kaart hebben we een groot aantal prestedelijke landschapselementen opgenomen. Voor elk landschapselement is in de achterliggende database de specifieke bron opgenomen. Hieronder benoemen we een en ander op hoofdlijnen. Infrastructuur De historische wegen, paden, spoorlijnen en objecten die daaraan gerelateerd zijn/waren (locaties van tolhuizen en van spoor-gerelateerde bebouwing) zijn voornamelijk geïnventariseerd aan de hand van het kadastraal minuutplan uit 1832, de TMK van enkele jaren later , de Chromotopografische Kaart des Rijks, naoorlogse topografische kaarten en literatuur. Daarbij is ook opgenomen uit welke periode, bepaald naar aard van de bron, deze structuur dateert. In deze globale tijdsperioden is aangegeven wanneer deze lijnelementen zijn aangelegd, rechtgetrokken of verdwenen.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[14]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
Zoveel mogelijk zijn alleen structuren met een prestedelijke oorsprong opgenom en. De binnenstad, die op zichzelf is opgenomen als structuur van vóór de moderne stadsuitbreidingen en daarmee de facto een soort prestedelijke structuur, vormt daarop een uitzondering. Ook spoorstructuren, die een interlokale functie hadden, zijn binnen de stadsuitbreidingen doorgetekend. Door deze benadering kan het voorkomen dat wegen uit de vroege 20e eeuw in het (voormalige) buitengebied wél in de inventarisatie voorkomen, maar wegen uit dezelfde periode die als onderdeel van een planmatige ontwikkeling zijn aangelegd, ontbreken. Waterstaat Aan de hand van de hiervoor al vaker aangehaalde kaartseries uit de 19e en 20e eeuw zijn de aanwezige water-gerelateerde zaken met een menselijke oorsprong gekarteerd. Voor wat betreft de watergangen en waterpartijen hebben we opgenomen of ze nog bestaan, verdwenen zijn of (indien van vóór 1832) verschoven zijn. Menselijke oorsprong moeten we hier ruim interpreteren: het gaat zowel om bewust aangelegde structuren (zoals dijken, weteringen en kanalen), maar ook om obj ecten die ontstaan zijn als gevolg van de menselijke ruimtelijke inrichting, zoals kolken. Tevens zijn locaties van water-gerelateerde kunstwerken, zoals bruggen, duikers, gemalen, sluizen en vonders, opgenomen.
Daarbij is aangegeven of de objecten nog aan wezig zijn, losstaand van hun huidige fysieke uitvoering. Verkaveling Bewaard gebleven kavelgrenzen zeggen iets over de gaafheid van het landschap ten opzichte van de referentieperiode. Meer dan wegen en waterlopen is de verkaveling immers onderhevig aan landbouwkundige vernieuwingen, zoals schaalvergroting. De kavelgrenzen hebben we ingetekend op basis van een vergelijking tussen de kadastrale minuutplans uit 1832, de enige gemeentedekkende volledige kaart van de verkaveling vóór 1850, een recente luchtfot o en het AHN2. We hebben alleen de kavelgrenzen tussen percelen aangegeven; wanneer een historische weg of waterloop op de kaart staat is op basis daarvan al duidelijk dat daar in het verleden ook een kavelgrens lag en is die kavelgrens niet ingetekend. Kavelgrenzen die niet meer bestaan zijn niet opgenomen. Voor Hees en Neerbosch, dorpen met een deels nog landelijke context, hebben we op basis van een detailstudie van het Monumenten Advies Bureau ook verkavelingsrelicten uit jongere – doch landelijke – perioden kunnen opnemen. 11 Die informatie was echter vlakdekkend niet voor de hele stad beschikbaar en vraagt plaatselijk nog om een detailleringsslag.
Opgaand groen Op basis van een vergelijking tussen de groenlagen uit de relevante bestanden uit de Geoserver van de gemeente Nijmegen, de top10vec en de BGT met de huidige luchtfoto en historisch kaartmateriaal is bepaald welke (opgaande) groenstructuren historisch genoemd kunnen worden. Het gaat daarbij om de structuren. Op basis van de bomendatabase van de gemeente zijn laanstructuren als lijnen ingetekend. Na samenvoeging van de top10vec en de BGT bleken nog de nodige groenstructuren niet in beide lagen aanwezig te zijn, waardoor er ook (beperkt) aanvullend gekarteerd is. Dat betrof hoofdzakelijk houtsingels en lanen (bomenrijen) in het landelijk gebied. Afhankelijk van de bron is een structuur als vlak of als lijn ingetekend. In grote lijnen is dat onderscheid naar de ruimtelijke vorm gemaakt, maar
11
Monumenten Advies Bureau, 2006
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[15]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
soms ook zijn relatief brede lijnobjecten, zoals oude lanen, a ls vlakelement (bosje) in de database opgenomen. In een enkel geval komen groenstructuren in beide kaartlagen voor. De vergelijking is gemaakt met kaartmateriaal van net voor de Tweede Wereldoorlog, dus voorafgaand aan de belangrijkste transitie in de aankleding / ‘stoffering’ van het landschap na die oorlog. Een nader onderscheid naar ouderdom tussen de verschillende groenstructuren hebben we niet gemaakt. Op basis van een database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (opgesteld door ecolooog Bert Maes) hebben we contouren van gebieden waar oud (inheems) groen aanwezig of te verwachten is, opgenomen. 12 Militair erfgoed Bepalend voor het nog herkenbare militair erfgoed is de fase direct voorafgaand aan de Vestingwet van 1874: welke structuren lagen er nog op dat moment? De kartering daarvan, zowel in de landschappenlaag als de elementenlaag, aan de hand van kaart - en literatuurstudie vormt de kern van dit onderdeel. De laag is aangevuld met elementen die toen al geheel of gedeeltelijk verdwenen waren of geen functie meer hadden, zoals de forten Knodsenburg en Hollandia. Om een structuur of een periode te begrijpen hebben we namelijk soms ook verdwenen structuren of objecten gekarteerd, daarbij vooropstellend dat de kartering van verdwenen zaken geen s pecifiek archeologisch doel had.
Niet álles wat archeologisch relevant zou kunnen zijn is dus in kaart gebracht. Bestuur en recht Binnen de categorie ‘bestuur en recht’ hebben we allereerst de historische (kadastrale) gemeentegrenzen in kaart gebracht. Daarbij zijn zowel de gebieden begrensd als met lijnen aangegeven waar in de huidige structuur die grenzen nog fysiek te herkennen zijn. Tevens zijn, op basis van literatuur- en kaartstudie, plaatsen aangegeven waar straffen werden voltrokken, zoals de verschillende galgenplekken van Nijmegen. Industrie en nijverheid Voor het onderdeel ‘industrie en nijverheid’ hebben we in hoofdzaak naar twee aspecten gekeken, namelijk enerzijds naar (vooroorlogse) bedrijventerreinen, zowel de oudere steenfabriekslocaties als de vroegste ‘moderne’ bedrijventerreinen (inclusief vuilstortplaatsen), en daarnaast naar winningslocaties. Structuren die verband houden met deze bedrijvigheid, zoals wegen, kanalen en spoorlijnen, zijn in andere themalagen uitgewerkt. De combinatie van beide lagen levert een beeld van de completere systemen op. Historisch reliëf In de laag met historisch reliëf komen heel verschillende aspecten terug. Veel structuren hebben een relatie met landgebruik voor bos- of landbouw (rabattenstructuren, kruinige percelen, etc.). Daarnaast zien we infrastructurele zaken als karrensporen en zelfs de afdruk van niet meer gebruikte voormalige voetbalvelden.
In de database is ook niet-geïdentificeerd reliëf opgenomen. Op de kaart hebben we dit niet weergegeven.
12
Zie hiervoor http://landschapinnl.nl/bronnen-en-kaarten/kaart-groen-erfgoed
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[16]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
Landgoederen en buitenplaatsen De landschappelijke elementen die heel specifiek aan landgoederen en buitenplaatsen zijn verbonden, inventariseren we binnen deze categorie. Daarvoor maken we gebruik van historisch kaartmateriaal en veldwaarnemingen, maar ook van het Actueel Hoogtebestand Nederland. Onder deze categorie is ook de inventarisatie van landgoedkwaliteiten van het Gelders Genootschap opgenomen. 13 Religieus en funerair erfgoed Op basis van een vergelijking tussen historisch kaartmateriaal en recente topogra fische kaarten hebben we historische kerkhoven en begraafplaatsen , zowel bestaand als verdwenen, in kaart gebracht. Hierbij achten we begraafplaatsen uit alle perioden in principe cultuurhistorisch waardevol / relevant. Daarnaast zijn ook voor het voormalige buitengebied relevante en geheel of gedeeltelijk nog bestaande kloosterterreinen in deze laag ondergebracht. De reden van opname is dat zij door hun omvang en vaak groene karakter van belang zijn voor de ruimtelijke structuur van een gebied, vaak al vóór de verstedelijking. Ze moeten wel substantieel en voor langere tijd als zodanig in gebruik geweest zijn; een enkel decennium als onderkomen in een villa maakt iets nog geen kloosterterrein. Bovendien moet het om een landelijke context gaan.
Gezondheidszorg Het onderdeel ‘gezondheidszorg’ heeft zich gericht op terreinen van instellingen voor gezondheidszorg buiten de binnenstad. Het betreft zowel inrichtingen als ziekenhuisterreinen, die op basis van historisch kaartmateriaal en literatuur geïnventariseerd zijn. Als einddatum hebben we circa 1960 aangehouden, en voorwaarde was, dat het een substantieel terrein zou zijn, dat historisch -geografisch van belang is (meer dan alleen een huisperceel). Recreatie en toerisme Op basis van kaart-, literatuur- en websitestudie hebben we terreinen van (voormalige) recreatie en toerisme in kaart gebracht. Het betreft overwegend sportterreinen die voorheen in het buitengebied lagen. Zowel bestaande als verdwenen sportterreinen zijn opgenomen.
2.4 Historische bouwkunst en stedenbouw 2.4.1
Inleiding
Bouwkunst en stedenbouw is geen separaat onderdeel van deze inventarisatie geweest, in de eerste plaats omdat we ons voornamelijk richten op de periode vóórdat stedenbouw aan de orde kwam. De opgenomen informatie is dus vooral informatief. Een waardering van bouwkunst en stedenbouw heeft evenmin plaatsgevonden, met uitzondering van de vaststelling van de herkenbaarheid van de prestedelijke landschappen. Een deel van de bouwkunst en stedenbouw (m.n. de waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige gebieden) is niet op de pdf weergegeven, om de kaart leesbaar te houden.
13
Aanlevering door Gelders Genootschap aan de gemeente Nijmegen, 25 april 2019.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[17]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
2.4.2
Historische bouwkunst
Op basis van een digitale aanlevering door de gemeente Nijmegen 14 hebben we waardevolle objecten, zowel beschermd als onbeschermd, op de kaart opgenomen. Het betreft panden, maar ook gebieden als het landgoed Oosterhout, het Kronenburgerpark, begraafplaatsen, buitenplaatsen als Brakkestein en grotere parken als de Goffert.
2.4.3
Stedenbouw
Inleiding Het stedenbouwkundige erfgoed is in beperkte mate in deze cultuurhistorische waardenkaart opgenomen; we hebben ons in de eerste plaats op het buitengebied en het prestedelijk landschap gericht. Er heeft derhalve geen vlakdekkende historisch-stedenbouwkundige typering van buurten en wijken plaatsgevonden. In de navolgende alinea’s geven we weer wat op stedenbouwkundig vlak wel in beeld is gebracht. Stadsgezichten Op basis van een aanlevering door de gemeente Nijmegen zijn zowel de rijks - als gemeentelijk beschermde stadsgezichten op de kaart opgenomen. Buitenplaatsen Tevens zijn, op basis van digitale informatie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de twee buitenplaatsen opgenomen die op basis van de Erfgoedwet een rijksbescherming genieten. Zij zijn aangeduid met een ‘bolletjeslijn’, zoals ze traditioneel bekend staan. Historische nederzettingslocaties Historische nederzettingslocaties die samen de bebouwingsstructuur van een groot deel van het (voormalig) buitengebied weergeven, zijn als puntlocaties geïnventariseerd aan de hand van het kadastraal minuutplan uit 1832. Er is een typologische onderverdeling gemaakt naar kerkelijke en burgerlijke bebouwing, die op de kaart is weergegeven. Van de erven in het buitengebied is opgenomen of ze als herkenbaar solitair erf (los van de aanwezige bebouwin g) nog bestaan of verdwenen zijn.
Hoofddoel van het opnemen van deze laag is om inzichtelijk te maken welke historische bebouwingsstructuur bij een specifiek landschap hoorde en hoeverre dat door de huidige stedelijke overbouwing nog herkenbaar is. Alle punten die afkomstig zijn van het kadastraal minuutplan zijn tevens als vlakje weergegeven. Daar hangt verder geen data aan, en moet in samenhang met de punten gebruikt worden.
2.5 Gebruik De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen bevat een zeer grote hoeveelheid informatie en is in de eerste plaats een GIS-product, dat straks via de gemeentelijke GIS -viewer gebruikt kan worden. Van de daarvan afgeleide analoge kaarten is om praktische redenen niet alle informatie te lezen. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met meerdere puntsymbolen op één locatie die
Aangeleverd is het gecomprimeerde bestand ‘BESCHERMD.zip’, waarin de bestanden GEBIEDEN.shp en OBJECTEN.shp aanwezig waren. 14
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[18]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
elkaar afdekken, toponiemen die elkaar zouden overlappen als ze allemaal zichtbaar zouden zijn, meerdere eigenschappen van één object (opgenomen in het GIS) die niet allemaal in het symbool tot uiting kunnen komen en de gekozen afbeeldingsschaal van 1:9.000. Wij raden derhalve aan telkens naast (of in plaats van) de analoge kaarten ook het GIS en de toelichtende rapportage te raadplegen om na te gaan welke informatie over een specifieke locatie voorhan den is.
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[19]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
3 Een korte landschapsbiografie 3.1 Ten geleide In dit hoofdstuk beogen we een aantal hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van Nijmegen te behandelen. In een gemeente met een dusdanig hoge dichtheid aan kennis en publicaties is het onmogelijk details tot in de puntjes uit te werken en alle visies uit de literatuur daarop los te laten. We willen hier vooral de hoofdlijn schetsen. In de hoofdstukken 0 en 5 gaan we dieper op de afzonderlijke landschapstypen en –elementen in, gekoppeld aan de legenda van de bijbehorende kenmerkenkaart. Daarin besteden we ook aandacht aan de historische achtergrond van bepaalde fenomenen. Dit hoofdstuk moet vooral als een overkoepelend verhaal gezien worden, waarbinnen vele verbijzonderingen mogelijk zijn.
3.2 Hoofdstructuur van het landschap Gedurende het grootste deel van het holoceen hebben de rivieren in de bovenstroomse riviervlakte van de Rijn een meanderend karakter gehad. 15 Een van de kenmerken van meanderende rivieren is dat ze in de loop van hun bestaan een brede strook met beddingzand in de ondergrond vormen, de meandergordel. 16 Dit is het directe gevolg van de voortdurende verplaatsing van de hoofdgeul die het kronkelende karakter aan dit type rivieren geeft. 17 Het voormalige dorpsgebied van Lent ligt bijna volledig op de zandafzettingen van de door geologen onderscheiden meandergordel van Ressen. 18 Deze ontstond tussen het midden-neolithicum en de late ijzertijd en bestaat uit afzonderlijke generaties meandertreinen en crevassewaaiers. 19 Tot in de Romeinse tijd volgde de hoofdtak tussen Lent en Ubbergen/Nijmegen een ingesleten dalvlakte. Hier bestaan de rivierafzettingen tot zeker 2 m + NAP uit zandige kronkelwaarden en restgeulen van verschillende generaties meanderbochten uit de periode tussen de gevorderde midden bronstijd en de laat-Romeinse tijd. 20 Langszij deze dalvlakte komen ten oosten van de Waalbrug en in de Ooijpolder erosieresten van oudere terrasvlakten voor. 21 Vanaf de 3e eeuw tot in de late 8e eeuw worden de Romeinse rivierkronkelwaarden aan de Lentse zijd e gedurende een lange fase met extreem hoogwaters doorsneden en afgedekt door crevassen.
22 In deze eeuwen moet de rivier ter hoogte van de nieuwetijdse Waalbedding worden gezocht. Van deze vroegmiddeleeuwse rivier zijn - op de crevassen na - geen afzettingen bekend. Een vol-middeleeuwse Waalloop uit de 11e of 12e eeuw is wel aangetroffen onder de spoorbrug tegen de Oosterhoutsedijk aan. 23 Pas in de late 8e of vroege 9e eeuw neemt tijdens een relatief droge periode met weinig hoogwaters de rivierinvloed op het gebied af en wordt de riviervlakte als akker geëxploiteerd vanuit Lent, dat in die tijd op dezelfde plaats ligt als de huidige dorpskern. 24 Het overgrote deel van de huidige Nijmeegse kern is gebouwd op ongestuwde spoelzandwaaiers, die aan de flank van de stuwwal van Nijmegen-Kleve liggen. Deze spoelzandwaaiers werden gevormd door
15
Törnqvist 1993b, dit betreft het oostelijke rivierengebied in Nederland en het Rijndal net over de landsgrens. Törnqvist 1993a; Gouw & Berendsen 2007. 17 Brice 1974; Törnqvist 1993a; Schuurman 2005 . 18 W eerts 1996, 144; Cohen et al. 2009, 59. De gehele Ressense stroomgordel wordt gedateerd tussen 3600 en 200 vChr. 19 W eerts 1996, 144. 20 Vosselman, W illemse & Verhelst 2018; W illemse 2019. 21 Cohen et al. 2012; W illemse 2019. 22 W illemse, 2019 23 Ibid. Zie ook §11.4 in Porreij-Lyklema & Verhelst 2018. 24 Verhelst 2019; Keunen e.a., 2018. 16
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[20]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
het afglijden van de bovenlaag, toen met water doordrenkt was, alsmede door windafvlakking. 25 De stuwwal zelf, opgebouwd uit grindrijk opgestuwd riviermateriaal, vinden we nog onde r het oostelijk deel van Nijmegen, waarbij het Valkhof een uitloper daarvan is. In de stuwwal hebben zich door verschillende vormen van erosie dalen uitgesleten, zoals het Hengstdal. De mens heeft bijvoorbeeld bij de Voerweg een handje geholpen. De binnenstad van Nijmegen bestaat uit versneden delen van één plateau. Ze werden onder meer Valkhof, Lindenberg, Klokkenberg, Hundisberg en Hessenberg genoemd. 26
Figuur 3. Een bewerking van het Actueel Hoogtebestand Nederland toont heel fr aai de reliefverschillen in en rond Nijmegen. In rood herkennen we de gestuwde afzettingen met de vele droogdalen in de randen, daaromheen in geelgroen-tinten de spoelzandwaaiers en daaromheen de rivierafzettingen (bron: AHN).
25 26
Ekkers, 2005, 19-21 Uitterhoeve e.a., 2018, 6-7
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[21]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
3.3 Ontginning van de woestenij: het scheppen van cultuurland in vogelvlucht 3.3.1
Middeleeuwse ontginningen op de hogere zandgronden (750-1300)
Al ver voor de komst van de Romeinen was er in de omgeving van Nijmegen sprake van bewoningscontinuïteit. De omgeving van Nijmegen bleef na het vertrek van de Romeinse overheersers in de vroege 5e eeuw bevolkt, maar van een bloeiperiode was zeker geen sprake, en pas vanaf de vroeg-Karolingische tijd lijkt sprake te zijn geweest van een economische opbloei. 27 De vroegste nog bestaande ontginningen moeten we vermoedelijk zoeken in het rivierenlandschap rond Lent. Daar heeft waarschijnlijk de bevolkingsgroei in de vroege Karolingische tijd geleid tot de ontginning van voordien al extensief gebruikte gronden. 28 In dezelfde periode moeten we wellicht de eerste ontginningen op de spoelzandwaaier bij Nijmegen zoeken, de voorgangers van het latere akkercomplex Het Veld. Gorissen gaat voor het Altradeland ten zuidoosten van de stad en voor het veld ten zuidwesten van de stad uit van een Karolingische bosontginning (ca 750 – ca 950 29), gevolgd door een Ottoonse bosontginning (ca 950 – ca 1025) ten oosten van de stad. Langs de Graafseweg zou een ‘Salisch -Staufische bosontginning’ (ca 1025 – ca 1250) liggen, en die ziet hij ook rond de dorpen Hatert en Hees. 30 Aanwijzingen voor ontginningen bij Hees zijn er uit de eerste helft van de 13e eeuw. De kerk werd gebouwd op het Roth, op een plaats waar (bos) gerooid was dus.
31 Na-Staufische ontginningen (dus na ca 1250) ziet Goriss en in de Biezen en het Nije Veld. 32 Thissen heeft dit beeld genuanceerd. Zo zag hij in het Altradeland nog ontginningsactiviteiten in de tweede helft van de 13e eeuw. 33 Het Nije Veld was volgens hem een stedelijk ontginnings - of grondverdelingsproject, hetgeen wijst op een geringere ouderdom, zoals Gorissen al in zijn model had verwoord. 34
3.3.2
Laatmiddeleeuwse expansie naar de lagere gronden (1300-1500)
Zoals we verderop in dit rapport ook nader zullen uitwerken, was er in de 14e eeuw sprake van een aantal ontginningsprojecten in de omgeving van Nijmegen, die als cope kunnen worden beschouwd. Landschappelijk-ruimtelijk valt de hoge mate van regelmaat op. Parellellen zien we in de veengebieden van West-Nederland, maar ook in gebieden als het Nijbroek aan de IJssel t egenover Deventer. 35 Waar in de voorgaande periode het land van de holocene rivierenlandschappen waarschijnlijk al goeddeels in cultuur gebracht was, breekt in deze periode de bloeiperiode van de pleistocene rivierterrasontginningen aan. Door een verbeterde afwatering van de komgebieden kreeg men de mogelijkheid om ook de stroomopwaarts gelegen broekgebieden van het Teersbroek en omgeving te ontwateren. Naarmate men de Nieuwe Wetering hogerop doortrok, hoe beter stroomopwaarts gelegen
27
Klep & Thissen, 2005, 55 Mondelinge mededeling Nico W illemse en Erik Verhelst (RAAP) 29 De jaartallen zijn niet van Gorissen, maar heeft auteur dezes toegevoegd. 30 Gorissen, 1956, 38 31 Brauer & Termeer, 2011, 10 32 Gorissen, 1956, 38 33 Thissen, 2000, 78 34 Thissen, 2000, 80 35 Thissen, 1999 28
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[22]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
gebieden te ontwateren en te gebruiken waren. De 14e eeuw kunnen we daardoor wel bestempelen als de eeuw van de grote broekontginningen, overal in Gelderland. 36
Figuur 4. Ontginningsmodel van Friedrich Gorissen (bron: Gorissen, 1956).
36
W artena, 1975; Driessen & Van de Ven, 2004, 37 -38
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[23]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
3.3.3
Kleinschalige ontginningen in de nieuwe tijd (1500-1800)
Na de bloeiperiode van de ontginningen in de late periode was de rek er enigszins uit. Men had nauwelijks de mogelijkheden de ontginningen verder uit te rollen, maar de bevolking nam wél toe. Daartoe werd de oplossing gezocht in intensivering van het gebruik van het bestaande cultuurland. 37 De focus lag daardoor minder op het ontginnen van nieuwe woeste gronden, die bovendien ook relevant bleven voor het bestaande agrarisch systeem. Naarmate men de bestaande landerije n intensiever wilde bemesten waren de woeste gronden alleen maar belangrijker, en daar kwam nog eens bij dat een groot deel van de heide bij Nijmegen, eertijds zelfs tot aan de stad, tot de domeingronden van het Nederrijkswald behoorde en dus niet zonder m eer ontgonnen kon worden. 38 Slechts zeer plaatselijk waren kleine ontginningen mogelijk, zowel aan de zuidoostzijde van Nijmegen (Valenbaart, Mariënboom) als geïsoleerd in het veld (Heijendaal, Brakkestein). Vooral tussen 1645 en 1665 nam het aantal ontginningen toe, door het einde van de Tachtigjarige Oorlog en het stijven van de welvaart (zie ook § 3.4.3). 39 De bekende oude heideontginningen zoals Heijendaal zijn begonnen als agrarische ontginning, en werden secundair uitgebreid en omgevormd naar een buitenplaats. 40
3.3.4
Heideontginningen en bebossing in de nieuwe en nieuwste tijd (1700-1900)
Omstreeks het jaar 1800 waren er nog maar twee gebieden in de huidige gemeente Nijmegen over die je woeste grond zou kunnen noemen, namelijk het Nederrijkswald en de Hatertse Heide, met het aangrenzende heidegebied bij de St. Teunis- of Antoniemolen. Andere terreinen, zoals de Weeseheijdekamp, waren vermoedelijk pas zeer recent van heide in cultuurland omgezet. Nog tot ver in de 19e eeuw lagen er domeingronden in de huidige gemeente Nijmegen die eertijds deel hadden uitgemaakt van het Nederrijkswald. Nadat het bos daar geleidelijk was gedegr adeerd werd er vanaf de 18e eeuw op meer professionele manier aan bosbouw gedaan. De Kwakkenbergweg vormde in de vroege 19e eeuw nog de scheiding tussen uit het domein verkochte gronden in het noorden en domeingronden in het zuiden. Beide delen werden na p rotest van gene zijde na een besluit van de Tweede Kamer in 1915 van de gemeente Groesbeek aan de gemeente Nijmegen overgedaan. Ook het zuidelijke deel was toen privaat eigendom, en de eigenaar, een steenkolenhandelaar uit Rotterdam, verkocht zijn gronden graag aan de gemeente Nijmegen ter bebouwing met villa’s. 41 Anders was het met de Hatertse Hei, die al veel eerder in eigendom van de stad Nijmegen was. Daar werd in 1846 gestart met de ontginning ten behoeve van landbouwgrond. De verstedelijking zou daar een secundair fenomeen worden.
De inrichting van de nieuwe heideontginning werd zeer systematisch, en we herkennen deze nog altijd in de huidige structuur van de buurt terug.
37
Vangheluwe & Spek, 2008 Thissen, 1999, 27 39 Bouwer, 2003, 152 & 155 40 Segers, 1999 41 Bouwer, 2003, 230-231 38
RAAP-rapport 3832 / versie 20-01-2021
[24]
'… Aan beide zijden is 't bouwland, van lanen doorsneden, hier en daar me t boschjes afgewisseld ...' Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Nijmegen, met bijzondere aandacht voor het prestedelijk landschap.
Figuur 5. De Tranchotkaart, opgesteld in het eerste kw art van de 19e eeuw. Rechtsboven herkennen we de beboste stuwwal, middenlinks de Hatertse Hei. Al het witte was reeds ontgonnen bouwland. De stad Nijmegen valt net bovenaan buiten beeld.
3.3.5
Plaatsnamen als gids naar het vroegere landschap
Plaatsnamen zijn vaak de best bewaard gebleven elementen uit voorgangers van onze huidige taal. Ze weerspiegelen de interpretatie die men toen van het landschap maakte. Ze kunnen uit heel verschillende perioden dateren. Zo is Nijmegen afgeleid van het Romeinse Noviomagus, ‘nieuwe markt’. 42 Lent is vermoedelijk van Germaanse oorsprong en duidt op een ‘aanlegplaats’, wellicht aan een crevassegeul. 43 Andere plaatsnamen verwijzen veel eerder naar het type begroeiing van het moment van naamgeving. Een voorbeeld is Hees (‘struikgewas, kreupelhout’), dat een indicatie geeft voor een landschap dat op het moment van naamgeving al intensief gebruikt moet zijn. 44 Het tegenovergestelde van Hees is Neerbosch, dat net als zijn vroegere naam Honicholt en de plaatsnaam Oosterhout juist wijst op hoog opgaand geboomte. 45