CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Provincie Gelderland Weemstra

Besluitronde (raadsvergadering) 22 september 2021, gemeente NijmegenBij agendapunt: D42 d.d. 13 juli 2021 inzake Versterking keten theater en jeugdtheater in Nijmegen en Gelderland13.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitwerking invulling functie jeugdtheater

Maart 2021

Partners in verbetering Partners in verbetering

Uitwerking invulling functie jeugdtheater Provincie Gelderland Gemeente Nijmegen

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

2 | 53

Inhoud H1 | Inleiding

5

1.1 Aanleiding

5

1.2 afbakening onderzoek

5

1.3 Vraagstelling

6

1.4 Verantwoording

6

H2 | Omgevingsanalyse

8

2.1 Beleidsmatige context

8

2.1.1 Cultuurbeleid OCW 2021-2024

8

2.1.2 Beleidsuitgangspunten Fonds Podiumkunsten 2021-2024

8

2.2.3 Advies jeugdpodiumkunsten BIS 2021-2024

9

2.1.4 Cultuurconvenant 2017-2020 landsdeel Oost

10

2.1.5 Cultuurmanifest Oost-Nederland 2017-2020

11

2.1.6 Stedelijke cultuurprofielen

11

2.1.7 Proeftuin jeugdtheater en dans

13

2.1.8 Cultuurdebat 8 februari 2021

14

2.2 Bevindingen BMC

14

H3 | Resultaten behoeftepeiling

15

3.1 Aanpak

15

3.2 Gemeenten

15

3.3 Podia

16

3.4 Scholen en ouders

16

H4 | Resultaten brainstormsessies

19

4.1 Aanpak

19

4.2 Brainstormsessies

19

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

3 | 53

H5 | Conclusies en scenario’s

21

5.1 Huidige invulling

21

5.2 Behoefte

21

5.3 Aanbevelingen korte termijn

22

5.4 Drie scenario's

23

5.3.1 Scenario 1: ‘het Utrechtse model’.

24

5.3.2 Scenario 2: ‘het Friese model’.

25

5.3.3 Scenario 3: ‘het huidige model’.

26

Bijlage 1: Trends en ontwikkelingen jeugdtheater

27

Bijlage 2: Verslagen brainstormsessies

29

Brainstormsessie 1: donderdag 3 december

29

Brainstormsessie 2: vrijdag 4 december

31

Bijlage 3: Enquêteresultaten

34

Aanpak

34

Enquête gemeenten en podium voorzieningen

34

Enquête scholen en ouders

40

Colofon

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

53

4 | 53

H1 | Inleiding 1.1 Aanleiding De directe aanleiding voor deze opdracht is het wegvallen van Theatergroep Kwatta uit de BIS (de Landelijke Culturele Basisinfrastructuur). Hiermee is een lacune ontstaan in Oost-Nederland op het gebied van jeugdtheater. In het advies van de Raad voor Cultuur aan het Ministerie van OCW wordt hierover opgemerkt dat samen met de provinciale en lokale overheden bekeken moet worden hoe er de komende jaren gebouwd kan worden aan versteviging van het aanbod op dit gebied. OCW heeft te kennen gegeven zich inhoudelijk te zullen committeren aan de plannen die hiervoor worden aangedragen. Voorwaarde is wel dat deze plannen ingekaderd worden binnen het in ontwerp zijnde Convenant landsdeel Oost. Ook dient het behoud van de functionaliteit en niet de keuze voor een instelling het uitgangspunt te zijn. Een andere aanleiding is een aanbeveling van de adviescommissie ‘Groei’ uit de zomer van 2020. In haar adviesrapport ‘Smaakt naar meer!’ beoordeelde deze commissie de aanvragen voor (cultuur)subsidieregelingen in Nijmegen. Over jeugdtheater in Nijmegen zegt de commissie: ‘De toekomst van Theatergroep Kwatta is door het negatieve subsidieadvies van de Raad voor Cultuur onzeker. De commissie vindt het onwenselijk dat daarmee ook een groot deel van de theatereducatie in de stad verdwijnt.’ Om die reden reserveert de commissie € 75.000 voor jeugdtheater.

1.2 Afbakening onderzoek De gemeente Nijmegen werkt met een ketenbenadering. Er worden vijf culturele ketens (muziek, theater & dans, film & media, beeldende kunst en literatuur) onderscheiden. Jeugdtheater valt vanzelfsprekend onder de functie ‘theater en dans’. Binnen deze ketens wordt invulling gegeven aan vier functies (educatie, productie, presentatie en facilitering). Ten behoeve van een heldere afbakening willen we ook in dit traject deze functies hanteren. We definiëren ze als volgt: ● Educatie: aanbod van cultuureducatie binnen- en buitenschools ten behoeve van kennismaking met en (verdieping van) het leerproces van kunst en cultuur. ● Productie: vanuit artistieke doelen (multi)disciplinair producties realiseren. ● Presentatie: presentatie van producties aan een breed publiek. ● Facilitering: het creëren van de randvoorwaarden voor educatie, productie, presentatie en programmering. Hoewel deze rapportage dus input levert voor ‘landsdeel Oost’, concentreren wij ons op de provincie Gelderland. Wij beperken ons daarnaast tot de leeftijdsgroep 4-12 jaar.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

5 | 53

1.3 Vraagstelling BMC ondersteunt dankzij deze rapportage de opdrachtgevers bij het uitwerken van de functie jeugdtheater in de provincie Gelderland voor de periode 2021-2024. De uitwerking vond plaats in samenspraak met de belangrijke stakeholders en is vertaald naar realistische scenario’s. De vraagstelling, die als vertrekpunt voor ons onderzoek dient, bestaat uit een inventarisatie en het uitwerken van de scenario’s. Inventarisatie ● Breng de huidige invulling (2017-2020) van de functie jeugdtheater in beeld. ● Bepaal de invloed die de (voorgenomen) besluiten van overheden op de functie jeugdtheater zullen hebben. Maak een schets van de nieuwe situatie in de periode 2021-2024 en geef de verschillen aan ten opzichte van de huidige situatie. ● Bepaal de behoefte/vraag bij CmK-coördinatoren en scholen en ouders van basisschoolkinderen (4 t/m 12 jaar) aan/naar jeugdtheater in de periode 2021-2024. Scenario’s ● Werk op basis van de uitkomsten van de inventarisatie in een aantal scenario’s (minimaal 2) uit hoe de functie jeugdtheater in 2021-2024 kan worden vormgegeven. ● Breng bij elk van de uitgewerkte scenario’s in beeld wat de consequenties zijn, in het bijzonder voor: o de vraag en het aanbod van de functie jeugdtheater; o de primaire stakeholders in de sector. ● Geef daarbij ook telkens aan: o de kansen en belemmeringen; o de financiële gevolgen.

● Geef een toelichting bij de scenario’s. ● Geef aanbevelingen ten aanzien van de uitvoering van de scenario’s.

1.4 Verantwoording We hebben dit onderzoek langs twee lijnen uitgevoerd: allereerst een behoeftepeiling via een enquête onder diverse partijen (gemeenten, onderwijs, theaters, publiek) en daarnaast ‘rondetafelgesprekken’ met verschillende cultuurpartijen (zowel makers als theaters) die nauw betrokken zijn bij jeugdtheater. De enquêtes richtten zich volledig op Gelderland, terwijl voor de gesprekken ook Overijsselse partijen werden uitgenodigd. Boven op de rondetafelgesprekken hebben we bovendien separate gesprekken gevoerd met OCW en de Raad van Cultuur.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

6 | 53

Met onze opdrachtgevers, de provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen, hebben we meermaals de voortgang besproken. In hoofdstuk 2 hebben we in de ‘omgevingsanalyse’ oog voor de beleidskaders, zowel landelijk als regionaal. We eindigen dit hoofdstuk kort met de bevindingen van BMC. In hoofdstuk 3 staan we stil bij de resultaten van de diverse behoeftepeilingen. In hoofdstuk 4 brengen we vervolgens de resultaten van de brainstormsessies onder de aandacht. Hoofdstuk 2 t/m 4 monden uit in de conclusie en scenario’s in hoofdstuk 5. In de bijlages demonstreren we achtereenvolgens trends en ontwikkelingen, verslagen van de brainstormsessies en de uitgebreide resultaten van de enquêtes.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

7 | 53

H2 | Omgevingsanalyse 2.1 Beleidsmatige context 2.1.1 Cultuurbeleid OCW 2021-2024 Vernieuwing en verbreding van aanbod Het recent vastgestelde landelijke cultuurbeleid moet veel meer culturele disciplines en genres includeren. De focus van het cultuurbeleid dient te worden verbreed door de BIS ook open te stellen voor andere genres en disciplines, zoals design, mode, e-cultuur, urban arts, popmuziek, musical en hedendaagse muziek. Cultuur van en voor iedereen De minister roept bovendien de culturele sector op om waar mogelijk drempels voor bezoekers te verlagen door het aanpassen van aanbod, het voeren van een gedifferentieerd prijsbeleid, het aanscherpen van marketingstrategieën en door gerichte inspanningen om een groter en diverser publiek te bereiken. De aan te scherpen Code Culturele Diversiteit moet zich meer op inclusiviteit gaan richten. Meer en meer is deze code een subsidievoorwaarde geworden. Een gezonde culturele arbeidsmarkt Het landelijke cultuurbeleid zet erop in dat de culturele arbeidsmarkt gezonder wordt en de betaling van werkenden in de sector op peil wordt gebracht. Een belangrijke maatregel hiertoe is de onderschrijving van de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit (zie ook hierboven) als subsidievoorwaarde. Het gaat om een knock-outcriterium: instellingen die de codes niet onderschrijven, ontvangen geen subsidie.

Over de toepassing van de codes gaat de minister periodiek met instellingen in gesprek, volgens het principe: pas toe en leg uit.

2.1.2 Beleidsuitgangspunten Fonds Podiumkunsten 2021-2024 Artistieke eigenheid Het Fonds Podiumkunsten richt zich op makers met een sterk eigen artistiek profiel. De artistieke eigenheid van aanvragers is het uitgangspunt. Het fonds geeft podiumkunstorganisaties vooral ruimte om te doen waarvan zij zelf vinden dat ze er goed in zijn. Het fonds ziet het als zijn taak om te zorgen voor doorstroming en dynamiek, maar ook voor continuïteit en het laten excelleren van de gezelschappen en ensembles die goed functioneren. Publiek staat centraal Het fonds streeft naar een actuele, relevante podiumkunstensector. Daarom wordt gestimuleerd dat organisaties in de podiumkunsten zich verhouden tot enerzijds ontwikkelingen in hun stad en regio en anderzijds ontwikkelingen op (inter)nationaal niveau. De vraag ‘voor wie maak je het?’ is net zo belangrijk als de artistieke kwaliteit van het werk.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

8 | 53

Het ‘lokale verhaal’ Het fonds heeft onderzocht hoe nauwere samenwerking tussen podia, festivals en producerende instellingen kan bijdragen aan een beter, steviger publieksbereik. Kansen ziet het fonds onder andere in het mogelijk maken van aanbod dat aansluit op het ‘lokale verhaal’. Samenwerking met gemeente en provincie Bij de ondersteuning van festivals en podia ligt samenwerking met gemeente en provincie voor de hand. Om te kunnen optreden en publiek op te bouwen moeten er voor makers voldoende podia en festivals zijn. Het is in eerste instantie een taak van gemeenten en provincies om daarvoor te zorgen. Het fonds gaat ervan uit dat het inhoudelijke gesprek met de (stedelijke) regio’s niet alleen leidt tot een gezamenlijke uitvoering van regelingen, maar ook oplossingen kan aandragen voor gedeelde uitdagingen. Diversiteit en inclusie De afgelopen jaren heeft het fonds meer ruimte gemaakt voor biculturele perspectieven in de podiumkunsten. Dit heeft ertoe geleid dat er andere verhalen dan voorheen worden gehoord en dat andere makers zich manifesteren. Het fonds blijft zich de komende jaren extra inzetten voor culturele diversiteit. Daarom zet het stimulerende programmatische regelingen in om netwerken van makers en organisaties aan te boren bij wie men nu nog onvoldoende bekend is.

Door uit te gaan van diversiteit en inclusie ontstaan er kansen om publiek te bereiken dat nu nog niet of weinig in de theaters en concertzalen of op festivals te vinden is.

2.1.3 Advies jeugdpodiumkunsten BIS 2021-2024 BIS veelzijdiger Op advies van de Raad voor Cultuur heeft de minister de subsidiecategorie voor jeugdpodiumkunsten uitgebreid naar alle disciplines, waardoor ook producerende instellingen voor jeugddans, jeugdmuziek en jeugdmuziektheater in aanmerking komen voor subsidiëring. Hiermee geeft de BIS voor jeugd een veelzijdiger beeld te zien en komt de BIS ten goede aan een bredere waaier van kunstenaars en publiek. Verfrissend elan Jeugdpodiumkunsten bereiken volgens de raad constant nieuw publiek en spelen goed in op de tijdgeest. Op het gebied van diversiteit en inclusie (op het podium en in de zaal) lopen de jeugdpodiumkunstinstellingen voorop. Het bereik is groot en breed, onder andere ook door de vele schoolvoorstellingen: van kinderdagverblijf tot middelbare scholen, inclusief speciaal onderwijs. In vergelijking met enkele jaren geleden ziet de raad in de jeugdpodiumkunsten een verfrissend elan. Overtuigd van de eigen kracht en nieuwsgierig naar het jeugdige publiek presenteren de aanvragers in de BIS prikkelende plannen, die optimistisch stemmen over het culturele klimaat waarin kinderen en jongeren van nu opgroeien.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

9 | 53

Over Kwatta De raad oordeelt positief over de artistieke kwaliteit van de producties van Kwatta en over haar educatiebeleid. De instelling draagt bij aan vernieuwing door nieuwe teksten en composities te laten schrijven. Met de keuze om een artistiek team te formeren rond de artistiek leider verbreedt Kwatta haar artistieke signatuur. Ook is Kwatta goed geworteld in de regio 025 Arnhem Nijmegen en is zij met haar werk voldoende zichtbaar in de rest van het land en internationaal. Kwatta heeft onlangs een zware periode doorgemaakt, waarin het haar niet lukte om de ontstane financiële problemen het hoofd te bieden. Conflicten binnen bestuur en organisatie leidden tot diverse wisselingen van het bestuur en tot een volledige wisseling van de staf, met uitzondering van twee medewerkers, onder wie de artistiek leider. De financiële situatie op het moment van aanvragen was instabiel. Daardoor loopt de instelling volgens de raad te grote risico’s.

2.1.4 Cultuurconvenant 2017-2020 landsdeel Oost Het is al enige tijd gebruikelijk om, parallel aan de landelijke beleidsperiode, in een convenant de samenwerkingsafspraken vast te leggen tussen Oost-Nederland en OCW. Doel van het convenant is om gezamenlijk de Oost-Nederlandse culturele infrastructuur te behouden en te versterken en samen op te trekken richting het rijk. Een nieuw convenant (vanaf 2021) is in de maak, maar wordt pas verwacht in P1 van 2021. Het vigerende convenant (dat dus 31 december 2020 afliep) is afgesloten tussen het Ministerie van OCW enerzijds en tien overheidsorganisaties binnen ‘landsdeel Oost’ anderzijds (twee provincies en acht gemeenten): Het volgende zien de partijen als ‘gezamenlijke verantwoordelijkheid’ met betrekking tot (jeugd)podiumkunsten: ● Partijen willen de BIS-instellingen in stand houden en doorontwikkelen. ● Partijen willen dat subsidiëring aansluit op de verplichtingen die daarbij horen en vice versa. ● Gelet op het bestuurlijke kader Cultuur en Onderwijs 2013-2023 zetten partijen zich in voor de versterking van de kwaliteit van cultuureducatie. ● Partijen onderschrijven de ambities van landsdeel Oost zoals beschreven in Cultuurmanifest (zie onder) en spannen zich in om deze ambities te betrekken bij een gezamenlijke visie voor het cultuurbeleid, zoals beschreven in artikel 5.

● Indien er door veranderende omstandigheden nieuwe afspraken gemaakt dienen te worden over de BIS-instellingen, onderzoeken partijen of en hoe het Cultuurmanifest Oost-Nederland hierbij betrokken kan worden. ● Partijen voeren overleg over de rol van het rijk, provincies, gemeenten en culturele instellingen bij de uitvoering van het Cultuurmanifest Oost-Nederland en de experimenten (proeftuinen) die in dit verband worden uitgevoerd.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

10 | 53

2.1.5 Cultuurmanifest Oost-Nederland 2017-2020 Permanent investeren in talentontwikkeling Ambitie in het manifest is dat Oost-Nederland dé broedplaats is voor jong en nieuw talent: ‘Er is een samenhangende keten van opleidingen, instellingen en voorzieningen beschikbaar in de steden en in de relatieve rust en ruimte van het landelijk gebied. OostNederland is daarmee de afdeling R&D voor kunst en cultuur in Nederland.’ Het voorstel is tweeledig: 1. Opzetten van een proeftuin talentontwikkeling. Partners daarbij zijn onderwijsinstellingen, productiehuizen, werkplaatsen, podia, musea, presentatieplekken en het kunstvakonderwijs. Het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) is een belangrijke bouwsteen voor de doorontwikkeling van dit stelsel. 2. Rijk en provincie maken sluitende afspraken met onderwijsinstellingen over de opleiding van ambachtslieden voor de restauratiesector. Een krachtige en complete infrastructuur Voor de ontwikkeling en vernieuwing en het waarborgen van een breed aanbod zijn stevige en slagvaardige culturele instellingen noodzakelijk. Hieraan dragen rijk, gemeenten en provincie gezamenlijk bij. Dit leidt tot het volgende voorstel: 1. We willen afspraken maken over het financieringsniveau van de culturele instellingen die in landsdeel Oost de basis vormen van de culturele infrastructuur.

Deze instellingen dienen zich te kunnen ontwikkelen tot permanente motoren voor ontwikkeling en vernieuwing. 2. In het bijzonder willen we een proeftuin in de twee stedelijke regio’s Arnhem en Enschede. Profilering en publiek Toerisme en recreatie vormen economisch een belangrijke sector. Dit leidt tot het volgende voorstel: ‘We zetten in een proeftuin gezamenlijk in op meer ruimte voor en afstemming over crossovers tussen disciplines en andere sectoren, samenwerkingsvormen tussen festivals en de meer ‘gevestigde cultuur’.

2.1.6 Stedelijke cultuurprofielen Binnen de provincie Gelderland zijn er in 2018 drie stedelijke cultuurprofielen opgesteld vanuit drie verschillende regio’s: Arnhem-Nijmegen, Ede-Wageningen, en ApeldoornDeventer-Zutphen. Arnhem-Nijmegen: Groeidocument 025 Kenmerkend voor 025 is de aanwezigheid van een nagenoeg complete culturele keten voor alle kunstvormen: toneel, muziek, dans, film, letteren, beeldende kunst, vormgeving en mode. Daarnaast is ook erfgoed ruim aanwezig. De culturele keten op het gebied van podiumkunsten bestaat uit: ● als een satéprikker door de keten heen een brede basis van amateurkunst, cultuureducatie en een vitale humuslaag van kleine initiatieven; ● een innovatief middensegment met makers, gezelschappen, creatieve ondernemers en productiehuizen, waaronder De Nieuwe Oost;

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

11 | 53

● ●

topgezelschappen zoals Het Gelders Orkest, Introdans, Kwatta en Toneelgroep Oostpool; toonaangevende, internationale festivals als Go Short, InScience, Music Meeting, de Vierdaagse Feesten en State of Fashion. Daarnaast kent 025 tal van evenementen, manifestaties en festivals, zoals SONSBEEK, Theater Avenue, Wintertuin en Hoogte80.

Beide steden hebben een hoogwaardig cultureel voorzieningenniveau. Nijmegen liep voorop met onder andere Doornroosje, LUX, Bibliotheek Gelderland Zuid en De Bastei en concertgebouw De Vereeniging. Arnhem volgde de laatste jaren met Rozet, Theater aan de Rijn, Musis, Focus Filmtheater en de Canon van Nederland in het Openluchtmuseum. Beide steden investeren in talent en talentontwikkeling. Ze stellen budget beschikbaar voor projectmatige of incidentele activiteiten, bedoeld om ruimte te scheppen voor opkomend talent, beginnende initiatieven en experiment. Ook in fysieke zin wordt talent ondersteund, via het atelierbeleid voor kunstenaars en de ontwikkeling van broedplaatsen, zoals het Honigcomplex en Coehoorn Centraal. Bijzonder in 025 is ten slotte de combinatie van creatieve opleidingen, zoals ArtEZ, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en ROC Rijn IJssel met de ‘groene’ hbo opleiding Van Hall Larenstein en de wetenschappelijke opleidingen van Radboud Universiteit en Wageningen Universiteit. De creatieve en culturele sectoren in 025 zijn samen met het bedrijfsleven en het onderwijs aanjagers van innovatie en stedelijke ontwikkeling. De ambitie die er in dit regioprofiel in het kader van dit onderzoek uit springt is ‘talentontwikkeling’.

In het cultuurprofiel valt te lezen dat processen als flexibilisering van arbeid, nieuwe verdienmodellen, de veranderende vraag van het publiek en de invloed van digitale media zowel invloed hebben op de culturele infrastructuur als op de positie van de maker. Ede-Wageningen: de proeftuin van Nederland De regio wil vanuit de maatschappelijke waarde van cultuur beschikbaar en toegankelijk zijn voor de inwoners van alle leeftijden. In het bijzonder is er aandacht voor cultureel aanbod voor de jeugd. De gemeente Ede wil zo veel mogelijk aanmoedigen dat jonge Edenaren deelnemen aan kunst of kunst beoefenen via de verenigingen. Ook Wageningen kent een rijk verenigingsleven en vindt het belangrijk om deze verenigingen te ondersteunen. De ambitie die eruit springt is dat er kansen liggen om de jeugd meer te betrekken bij het maken van beslissingen en hen beter te bedienen. Talentontwikkeling is een speerpunt en heel concreet is er in beide gemeenten de wens tot een poppodium. Deze wensen zouden gebundeld kunnen worden. Spelers in het veld vragen om een gedeelde inzet, waarbij de gemeenten dan ook een gedeelde verantwoordelijkheid hebben. Apeldoorn-Deventer-Zutphen: Cultuurregio stedendriehoek Binnen de stedendriehoek, die overigens grotendeels buiten Gelderland ligt, springt programmalijn B eruit: Podiumtalent in Klassiek, Pop, Theater & Dans.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

12 | 53

Volgens het profiel zijn er verschillende sterke coalities van partners in de keten in deze regio die de brug slaan tussen cultuureducatie, (kunstvak)opleiding en (beroeps)praktijk. De combinatie van opleidings- en productieplekken met kleine en grote podia en andere speelplekken met geïnteresseerd publiek biedt jonge nieuwe makers en meer ervaren kunstenaars ruimte voor experiment. Een toenemend aantal makers uit de Randstad vestigt zich hier. Het versterken van het makersklimaat voor podiumkunstenaars en beeldend kunstenaars is een speerpunt. Ambitie is onder meer het vergroten van de bereikbaarheid van plekken voor talentontwikkeling, zowel fysiek als financieel, met name gericht op jongeren in het voortgezet onderwijs die onvoldoende gelegenheid krijgen om hieraan deel te nemen.

2.1.7 Proeftuin jeugdtheater en dans In de Proeftuin jeugdtheater en dans werken Introdans, productiehuis de Nieuwe Oost, Toneelgroep Oostpool en concertzaal Musis uit Arnhem samen met Theatergroep Kwatta, concertgebouw De Vereeniging (beide uit Nijmegen) en het Enschedese Theater Sonnevanck. De proeftuin ontstond in 2019. Er zijn verschillende doelen te onderscheiden:  een nieuwe generatie betrekken bij jeugdtheater en jeugddans;  een ‘productienetwerk’ creëren;  de publieksgroep 4-18 jaar bedienen;  de potentie van ‘mogelijkmakers’ benutten: zakelijk leiders en creative producers.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

13 | 53

2.1.8 Cultuurdebat 8 februari 2021 Opvallende punten uit het cultuurdebat waarin minister Van Engelshoven maatregelen heeft aangekondigd die op redelijke korte termijn mogelijk oplossingen bieden en waarvan in dit onderzoek en de geadviseerde structuur mogelijk gebruikgemaakt kan worden: ● Het programma Cultuureducatie Met Kwaliteit (CmK) wordt voortgezet, maatregelen voor afzonderlijke disciplines en onderwijsniveaus worden in dit programma geïntegreerd. Voortaan is er voor iedere gemeente evenveel budget beschikbaar per leerling: € 0,79. Voorheen ontvingen gemeenten die niet tot de G9 behoren slechts € 0,55. Extra budget: € 3,5 miljoen per jaar. ● Er komt een nieuw programma Cultuurparticipatie, door het Fonds Cultuurparticipatie uitgevoerd als matchingsregeling in samenwerking met de regio’s. Beschikbaar budget: € 5,8 miljoen per jaar. Er komt, ook in samenwerking met de regio’s, een matchingsfonds verbreding en vernieuwing. Beschikbaar budget: € 2 miljoen per jaar. ● De landelijke basisinfrastructuur (BIS) wordt sterk uitgebreid. Er komt onder meer ruimte voor vernieuwende genres zoals urban arts, ontwerp en popmuziek, voor regionale musea en voor een ‘future lab design en technologie’. Het budget voor de BIS stijgt met € 44 miljoen naar € 375 miljoen.

2.2 Bevindingen BMC Binnen het brede cultuurbeleid landelijk valt op dat inclusiviteit (het openstellen van de BIS voor andere genres en disciplines) en diversiteit (bereik van een groter en diverser publiek) hoogtij vieren. Dit zie je dus ook terug meer specifiek binnen de podiumkunsten en daarbinnen het jeugdtheater: de vraag van het publiek is belangrijker geworden. Hieraan verwant geldt bovendien dat het ‘lokale verhaal’ aan belang wint. Gezelschappen die lokaal programmeren met een productie over een lokaal thema worden bij het Fonds voor Cultuurparticipatie warm ontvangen. Dit soort producties laat ook vaak de maatschappelijke betrokkenheid van een instelling zien. Wat daarnaast opvalt is het landelijk denken in ‘ecosystemen’. Hiermee wordt een cultureel systeem bedoeld, van basis tot top en van dorp tot grote stad/regio, waarin wisselwerking is tussen instellingen en tussen instellingen en het publiek. Hier wordt een evenwichtssituatie nagestreefd, waarin de grenzen enigszins willekeurig zijn en natuurlijk worden gevormd. In dit ‘ecosysteem’ mag best geïntervenieerd worden, zolang er maar niet te veel vanuit (BIS-)instellingen gedacht wordt. Samenwerking binnen de regio wordt van harte gestimuleerd. Ook zaken als talentontwikkeling en het versterken van het makersklimaat worden gestimuleerd met het oog op een ecosysteem dat in balans is.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

14 | 53

H3 | Resultaten behoeftepeiling 3.1 Aanpak In de periode november 2020 tot januari 2021 hebben we een enquête uitgezet voor een viertal doelgroepen die via het Rijksprogramma Cultuureducatie Met Kwaliteit (CmK) met jeugdtheater in Gelderland actief in aanraking komen: ● scholen; ● ouders; ● gemeenten; ● podiumkunstvoorzieningen. In totaal hebben 29 scholen, 21 ouders, 22 gemeenten (21 Gelderse gemeenten en de gemeente Enschede) en 8 podia de vragenlijst ingevuld. In bijlage 3 hebben we de volledige resultaten opgenomen. Dit hoofdstuk bevat de belangrijkste conclusies. Om het onderscheid tussen de vier doelgroepen helder te houden, gebruiken we hieronder de termen ‘gemeenten’, ‘podia’, ‘scholen’ en ‘ouders’. De resultaten kunnen worden beschouwd als een indicatie van de behoefte aan jeugdtheater in Gelderland. In het kader van dit onderzoek geven we hiermee volop voeding aan de ontwikkelde scenario's. Als referentiejaar hebben wij het (pre-corona) schoolseizoen 2018-2019 genomen.

3.2 Gemeenten In 9 gemeenten zijn professionele organisaties voor jeugdtheater actief die binnen de gemeente theaterlessen verzorgen en in 11 gemeenten zijn professionele organisaties voor jeugdtheater actief die binnen de gemeente voorstellingen geven. Beperkte bekendheid De bekendheid van het jeugdtheater bij de gemeenten is beperkt. Iets minder dan de helft van de gemeenten is bekend met de jeugdtheatervoorstellingen zelf en met de producties van de jeugdtheatervoorstellingen en slechts 4 gemeenten hebben zicht op de samenwerking tussen jeugdtheatergezelschappen en onderwijsinstellingen. Nauwelijks prestatieafspraken De gemeenten hebben nauwelijks tot geen prestatieafspraken met jeugdtheaterorganisaties en podia. Desondanks zijn er wel een aantal gemeenten die denken dat prestatieafspraken met jeugdtheaterorganisaties of podia een bijdrage kunnen leveren aan bijvoorbeeld de zichtbaarheid van jeugdtheater. Gebrekkig zicht op mogelijke samenwerkingspartners Volgens slechts 8 gemeenten zijn er logische samenwerkingspartners voor de jeugdtheaterorganisaties in hun gemeente. Bijvoorbeeld: theaters, podia op andere locaties, onderwijs, bibliotheek, dorpshuis, (andere) landelijke en regionale jeugdtheatervoorstellingen, amateurkunstverenigingen, culturele en kunstinstellingen.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

15 | 53

Nauwelijks beleid op jeugdtheater 19 van de geënquêteerde gemeenten hebben geen specifiek beleid met betrekking tot jeugdtheater. Slechts 1 gemeente heeft specifiek beleid met betrekking tot jeugdtheater en 1 gemeente heeft binnen het cultuurbeleid veel aandacht voor jeugdtheater. In 15 gemeenten zijn er middelgrote podia (met meer dan 200 stoelen). Geen van deze 15 gemeenten hanteert een verdeelsleutel over lokaal en provinciaal aanbod op het gebied van jeugdtheater. ‘Rol provincie vooral op het gebied van financiën en promotie’ De ondersteunende rol van de provincie voor het jeugdtheater bestaat volgens de gemeenten met name uit het financieel ondersteunen en het promoten van jeugdtheater. 15 gemeenten geven aan dat de provincie een rol heeft in het financieel ondersteunen van jeugdtheater en 11 gemeenten geven aan dat de provincie een rol heeft in het promoten van jeugdtheater. Hiernaast geven 6 gemeenten aan dat de provincie een rol heeft bij het zorgen voor vervoer en 6 gemeenten geven aan dat de provincie (nog) een andere rol heeft, bijvoorbeeld: de verbinding met het onderwijs, zorgen dat het onderwijs meer ruimte biedt voor cultuur, het stimuleren van producten waarvan scholen laagdrempelig gebruik kunnen maken.

3.3 Podia Vooral landelijk vrije producenten De meeste producties binnen de 8 ondervraagde podia betreffen voorstellingen van landelijke vrije producenten, gevolgd door producties van BIS-instellingen uit Gelderland. Bij de overgrote meerderheid van de voorstellingen gaat het om eigen programmeringen. Bij deze voorstellingen kwamen in totaal ook de meeste bezoekers. 7.134 leerlingen met speciaal vervoer 3 van de 8 podia geven aan dat 112 scholen jeugdtheatervoorstellingen met speciaal vervoer (bus) bezochten. Het ging daarbij om 7.134 leerlingen. In de meeste gevallen (95%) ging het daarbij om scholen uit de eigen gemeente.

3.4 Scholen en ouders De respons van ouders is zeer laag gebleken. Daar waar relevant hebben we resultaten van ouders meegenomen in de resultaten van dit onderzoek Muziek en theater meest aangeboden én hoogst gewaardeerd De kunstvorm die op de scholen het meest werd aangeboden is muziek, gevolgd door dans en theater. Dit zijn ook de kunstvormen waar leerlingen/kinderen de meeste interesse in hebben. De belangrijke kunstvormen voor leerlingen/kinderen zijn volgens de scholen en de ouders muziek en theater.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

16 | 53

Ouders tevreden over theaterbezoek, scholen niet Theaterbezoek voor jeugdigen is volgens een meerderheid van de ouders onderdeel van de opvoeding van hun kind en moet ook onderdeel zijn van het cultuuraanbod op school. Volgens meer dan de helft van de ouders komt hun kind voldoende in aanraking met jeugdtheater op school en in de vrije tijd. De scholen geven echter aan dat ze het belangrijk vinden dat kinderen in hun vrije tijd ook jeugdtheatervoorstellingen kunnen bezoeken, of zelf theater kunnen maken. Scholen zouden leerlingen vaker en meer gestructureerd theater willen laten maken Op ruim de helft van de scholen wordt ook zelf jeugdtheater gemaakt. Deze scholen zijn daar weliswaar redelijk tevreden over, maar zouden willen dat hun leerlingen vaker of de mogelijkheid hebben om zelf theater te maken. Bovendien geven ze aan dat het zelf theater maken vaak helaas geen structureel onderdeel is van het lesprogramma. Het is vaak hapsnap en, afhankelijk van de leerkracht, een sluitpost. Er zijn enkele scholen die er concreet mee bezig zijn door theater/drama als speerpunt te maken in het cultuurbeleidsplan, te werken met kernconcepten waarin theater regelmatig voorkomt of door een theaterdocent op school met de leerlingen te laten werken.

Ontbreken van kennis en kunde vaakst de reden voor het niet aanbieden van theater De scholen die kinderen niet aanbieden zelf theater te maken geven hiervoor vier redenen. Vaakst genoemd wordt: de kennis en kunde ontbreekt. Gevolgd door: de tijd ontbreekt, het past niet in het lesprogramma of de kosten zijn te hoog. Niet alle scholen bieden kinderen aan theatervoorstellingen te bezoeken 8 (van de 29) scholen bieden kinderen niet aan om voorstellingen bij te wonen. De overgrote meerderheid hiervan geeft aan dat wel te willen. Ruim de helft van de scholen biedt de leerlingen wel de mogelijkheid om jeugdtheatervoorstellingen bij te wonen in het theater of op school. Deze scholen zijn vrijwel allemaal tevreden over de voorstellingen. Belemmeringen met vervoer, meestal vanwege de kosten Ongeveer een derde van de scholen geeft aan dat er belemmeringen zijn ten aanzien van vervoer. Belemmeringen betreffen onder meer de beperkte beschikbaarheid van ouders om leerlingen te vervoeren. De scholen die dit aanbod niet hadden is gevraagd naar de redenen. De meestgekozen reden is: de kosten. Scholen tevreden over aanbod, maar kritisch over mogelijkheden zelf te spelen In het algemeen zijn de meeste scholen (ongeacht of ze het wel of niet aangeboden hebben) tevreden over het jeugdtheateraanbod in het schooljaar 2018-2019.

Het meest tevreden zijn de scholen over de artiest of de theatergroep die optreedt, de locatie waar de voorstelling wordt gegeven en het tijdstip waarop de voorstelling plaatsvindt. Het minst tevreden zijn ze over de mogelijkheid voor kinderen om zelf theater te spelen en over de kosten. Ouders enthousiast over jeugdtheater Een grote meerderheid van de ouders geeft aan dat ze meer zouden willen weten over jeugdtheateraanbod.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

17 | 53

Bijna alle ouders geven aan dat ze zouden willen betalen voor een jeugdtheatervoorstelling waar hun kinderen in hun vrije tijd naartoe gaan. Ook geven bijna alle ouders aan dat jeugdtheatervoorstellingen buiten de schoolomgeving toegankelijk moeten zijn. Vervoer een aandachtspunt wat scholen betreft De huidige faciliterende rol van de gemeente voor het jeugdtheater bestaat volgens de scholen vooral uit: promoten, zorgen voor een locatie en financieel ondersteunen. De gewenste faciliterende rol van de gemeente voor het jeugdtheater bestaat volgens de scholen vooral uit: financieel ondersteunen en zorgen voor vervoer.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

18 | 53

H4 | Resultaten brainstormsessies 4.1 Aanpak We hebben met (groepen van) actoren een tweetal uitgebreide brainstormsessies gehouden. De stakeholders die we hebben uitgenodigd zijn te verdelen in twee categorieën. Er ontstond een uitwisseling van inzichten en meningen die van meerwaarde was bij het formuleren van de scenario’s. De volgende partijen zijn uitgenodigd: ● Productie: De nieuwe Oost, Introdans, Oostpool, Nederlandse Reisopera, Kwatta, Sonnevanck, Het Gelders Orkest, Gnaffel, Beumer en Drost, Maanlanders, Phion, Gajes, Barst Theaterproducties, Het Theaterschip; ● Presentatie: Stadsschouwburg Nijmegen, De Lindenberg Nijmegen, Theater aan de Rijn Arnhem, Musis Arnhem, Agnietenhof Tiel, Amphion Doetinchem, De Gruitpoort Doetinchem, ’t Mozaïek Wijchen, Theater Harderwijk, De Storm Winterswijk, Stadsschouwburg Lochem, De Fransche School Culemborg, Theater Junushoff Wageningen, Toneel Op Stelten Almelo. In bijlage 2 zijn de uitgebreide gespreksverslagen te vinden. Hieronder de belangrijkste bevindingen.

4.2 Brainstormsessies Na structurering en analyse blijven de volgende vijf aandachtspunten op de zeef liggen. 1. Divers, kwalitatief en lokaal aanbod van jeugdtheater staat onder druk ● Gemeentelijke theaters hebben niet altijd de financiële ruimte om gesubsidieerd jeugdtheater te boeken. Dit zou je wel gemeentelijk kunnen afdwingen (via prestatieafspraken). Schoolvoorstellingen kampen nu met de concurrentie van het vrije aanbod. ● Het is wenselijk meer te focussen op betekenis (en kwaliteit van de receptieve ervaring) dan op de kwantiteit. ● Keuze voor het lokale in plaats van landelijke vrije producenten zou goed zijn. 2. Er wordt volop samengewerkt (partijen weten elkaar uiteindelijk wel te vinden), maar de infrastructuur is nog wel wat versnipperd Mede dankzij het feit dat Gelderland een relatief grote culturele infrastructuur kent, is er van systematische samenwerking tussen de verschillende functies van de keten lang niet altijd sprake. Zo weten instellingen niet altijd goed wie ze aan gemeentekant moeten hebben en er is aan onderwijskant ‘een woud’ van beslissers. Bovendien: gezelschappen zouden meer samen kunnen optrekken op inhoud. Theaters doen dit al beter. 3. Curriculum (1): meer coördinatie en borging zou goed zijn.

De gewenste coördinatie en samenhang heeft vooral betrekking op de volgende punten: ● Het zou goed zijn (voor leerlingen en gezelschappen) dat het aanbod van oostelijke gezelschappen gebundeld wordt in kunstmenu's en (CmK-)leerlijnen;

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

19 | 53

● ● ●

Het aanbod is nu deels provinciaal en deels lokaal, maar dat onderscheid is niet altijd helder. Binnen- en buitenschools aanbod zou uit elkaar moeten worden getrokken, zodat het complementair aan elkaar is. Zorg dat je leeftijdscategorie 12-18 jaar niet uit het oog verliest.

Curriculum (2): daarnaast is een accentverschuiving naar receptieve kunstvorm wenselijk Kies receptieve kunstvormen waarmee leerlingen niet vanzelfsprekend in aanraking komen, zodat leerlingen de kans krijgen om te ontdekken of ze affiniteit hebben met musiceren, dansen, toneelspelen, filmen, zingen enzovoorts. Door diversiteit hierin ontdekken de leerlingen ieder waar hun voorkeur naar uitgaat. 4. Rollen: overheid voor het wat (doelstellingen!); instellingen voor het hoe ● ‘Schoenmaker, blijf bij je leest’: Ambtenaar/wethouder moet niet op stoel van theaterdirecteur gaan zitten. ● Reken instellingen niet te veel af op bereik, maar koppel de doelstellingen aan beleidsterreinen zoals onderwijs en maatschappij. En wees ambassadeur! ● Zet geen hek om de provincie! Een hooggewaardeerde productie uit Enschede kan heel goed geprogrammeerd worden. 5. Makers/talent: ruimte voor experiment ● Durf als overheid te stimuleren dat vraag en aanbod op nieuwe manieren bij elkaar gebracht worden. ● Experiment moet gestimuleerd worden. ● Breng bovendien het talent in beeld.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

20 | 53

H5 | Conclusies en scenario’s 5.1 Huidige invulling De functie jeugdtheater binnen Gelderland wordt vormgegeven door de verschillende partijen binnen de vier functies (productie, educatie, presentatie en facilitering) van de keten. Een keten is grofweg een samenwerkingsverband tussen organisaties die naast hun eigen doelstellingen één of meer gemeenschappelijk gekozen (of door de politiek opgelegde) doelstellingen nastreven. Deze ketenpartners zijn zelfstandig, maar ze zijn ook afhankelijk van elkaar waar het gaat om het bereiken van de gezamenlijke doelstellingen. De sleutel voor de invulling van de functie jeugdtheater is in handen van de partijen die de opdracht (inclusief randvoorwaarden) verstrekken: de overheden. We hebben het dan in eerste instantie over de provincie, maar ook over de gemeenten binnen de provincie. De opdracht die zij verstrekken is (indirect) geformaliseerd in de uitvoeringsovereenkomst met partijen binnen de andere functies van de keten. Elk van deze functies bestaat weer uit verschillende ‘ketenpartners’. Binnen de productiefunctie gaat het primair om makers, de theatergezelschappen; binnen de presentatiefunctie gaat het primair om de theaters en binnen de educatiefunctie gaat het primair om scholen. Voor de goede orde: deze functies lopen in elkaar over, waardoor partijen (soms) actief zijn binnen verschillende functies.

In regioprofielen en proeftuinen zien we al wel volop samenwerking, al is het soms nog wat vrijblijvend.

5.2 Behoefte De vraag vanuit het onderwijsveld, maar ook vanuit de podia, biedt voldoende kansen om jeugdtheater zichtbaarder en prominenter aanwezig te laten zijn in Gelderland en landsdeel Oost. Daarbij past een structuur van onderlinge samenwerking van makers van jeugdtheater. Deze samenwerkingsgraad kan wel een impuls gebruiken. De structuur van BIS-organisaties is sterk in ontwikkeling. De belangrijkste aanpassing is een enorme uitbreiding van de culturele basisinfrastructuur, zowel in het aantal instellingen als in genres. Daarbij wordt een nieuw onderscheid gemaakt tussen zogenoemde ‘ketenvoorzieningen’ en ‘topinstellingen’. De ketenvoorzieningen worden ‘plekken voor talent- en genreontwikkeling en presentatie’. De huidige BIS-partijen kunnen producties in de theaters prima aan door hun samenwerking binnen jeugdtheater op het gebied van educatie in het onderwijs. Door het wegvallen van Kwatta als BIS-instelling kan er een mogelijk kortdurend productietekort ontstaan ten opzichte van de vraag naar jeugdtheater; andere makers kunnen echter hun productie opschalen en daarmee het productietekort compenseren. Dit is niet gebonden aan de plaats waar deze organisaties gevestigd zijn. Dit is gemeente- en zelfs provincie- overstijgend.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

21 | 53

Tegelijkertijd blijkt dat de vraag vanuit het onderwijs groter is dan de huidige productiecapaciteit van de bevraagde organisaties aankan en dat er vanuit de podia de behoefte en latente vraag is om meer jeugdtheater te programmeren, waardoor er meer spreiding van jeugdtheater gerealiseerd kan worden dan nu. Dit is van toepassing bij de podia waar een professionele jeugdtheaterorganisatie niet is gevestigd in de desbetreffende gemeente. Hier staat het aanbod onder druk. Het ligt dan voor de hand om te concluderen dat er geen probleem is en de huidige producenten het aanbod zelf kunnen opschalen en dat daarmee de vraag voldoende wordt bediend. Niets is minder waar. Producties ontwikkelen en spelen is verre van kostendekkend. De vragende partijen, met name in het onderwijs, hebben niet de middelen om kostendekkende vergoedingen te kunnen betalen aan de producerende instellingen en daarom zijn deze instellingen aangewezen op bijdragen vanuit het rijk, de provincie en gemeenten. Juist in de keten liggen kansen om de functie van jeugdtheater zichtbaarder te maken en meer te waarderen, niet alleen op rijks- en provinciaal niveau, maar ook op gemeentelijk niveau voor geheel landsdeel Oost. Hierbij is het met name van belang dat overheden heldere doelen formuleren, die ze vervolgens vertalen naar hun opdracht aan de instellingen.

In onze eerdere constateringen viel al op dat gemeenten nagenoeg geen beleid maken op het gebied van jeugdtheater en dat er tegelijkertijd op gemeentelijk niveau aan podia opdrachten worden gegeven om meer geld ‘uit de markt’ te halen. Voor podia betekent dit dat er veel vanuit het vrije producentenaanbod geprogrammeerd wordt, vanuit de ervaring dat deze producties door landelijke aandacht van media en marketingcapaciteit een groter publiek en dus inkomsten zullen genereren. Tevens ervaren podia de druk om juist de lokale makers op het gebied van jeugdtheater (veelal amateurgezelschappen gesubsidieerd door de gemeente) vanuit lokaal belang en verbondenheid te programmeren.

5.3 Aanbevelingen korte termijn De scenario’s in de volgende paragraaf (5.4) hebben betrekking op de (middel)lange termijn. Voor de korte termijn raden wij het volgende aan: ● OCW heeft aangegeven in het door ons gevoerde gesprek in december 2020 dat er voor de volgende BIS-periode mogelijk ruimte is. Uit dat gesprek is niet gebleken dat er op korte termijn financiële ruimte is voor jeugdtheater in landsdeel Oost. Echter, gezien diverse coronamaatregelen adviseren wij om dit voorjaar hierover in gesprek te gaan met OCW. ● Voor het aankomende seizoen (2021-2022) zou een gemeente een opdracht kunnen neerleggen bij een partij/partijen door ze te vragen productiecapaciteit uit te breiden ten faveure van de desbetreffende gemeente. Hier is opdrachtgeveropdrachtnemerschap aan de orde, gebaseerd op vraag uit het onderwijs, de makers en de podia. ● Op basis van inhoud en organisatie kan een productionele subsidie met randvoorwaarden gegund worden. Het uitschrijven van een tender in het culturele veld in Gelderland/Overijssel zou hiervoor een passend instrument kunnen zijn.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

22 | 53

●

●

De verandering in structuur/organisatie moet volgen uit het artistiek-inhoudelijke aanbod. De drie scenario’s hieronder zouden uitgewerkt en uitgediept moeten worden in samenspraak en overleg met alle stakeholders in deze keten. Nadat er een keuze gemaakt is, kunnen makers/producenten, podia, gemeenten, provincie, rijk en de coördinatiepunten cultuureducatie (CCE's) ieder vanuit hun eigen expertise bijdragen in de ontwikkeling van jeugdtheater in Gelderland. Het verder ontwikkelen van dit gehele ecosysteem voor jeugdtheater vergt de moed om oude systemen los te laten en reeds bestaande ontwikkelingen actief met elkaar te verbinden. Gebruik dit onderzoek als vertrekpunt, niet als eindpunt.

5.4 Drie scenario's Beleidsmatige afstemming en verankering van beleid tussen provincie en gemeenten over jeugdtheater en op gemeentelijk niveau afspraken maken met podia zijn belangrijke componenten om jeugdtheater succesvoller te maken. Daarvoor is nodig dat mogelijke rijksmiddelen ingezet kunnen worden om te kunnen inkopen bij de huidige producenten door enerzijds financiering vanuit het onderwijs en anderzijds garantie op ‘uitkoop’-kosten voor de podia. Dit resulteert in een drietal scenario's die wij op hoofdlijnen weergeven. Daarbij geven wij mee dat: Scenario 1 is een bewuste keuze om volledig vraaggestuurd te werken door de nadruk te leggen op de financiering van jeugdtheater via het onderwijs. Omdat dit in Utrecht ook gebeurt, noemen we dit ‘het Utrechtse model’. Dit model vergt voorbereiding en afstemming met alle stakeholders en is voor de korte termijn (binnen een halfjaar) moeilijk te realiseren. Scenario 2 is een keuze om makers en podia intensiever met elkaar te verbinden via een garantiefonds met betrekking tot jeugdtheater. Eerder zagen we een dergelijk model in Friesland in het kader van de Culturele Hoofdstad-activiteiten, dus we noemen dit ‘het Friese model’. Dit model is op korte termijn te realiseren: de infrastructuur en de diverse stakeholders zijn reeds bezig met een coronafonds; hier zou bij aangesloten kunnen worden qua uitvoering.

Scenario 3 is een meer conventionele oplossing door middelen bij een bestaande producerende organisatie te beleggen. Hierdoor bestaat het risico dat er in de keten weinig zal veranderen en er geen structurele oplossing zal ontstaan. Wij noemen dit een suboptimale oplossing. We noemen dit ‘het huidige model’. Voor alle drie de scenario's geldt echter wel een belangrijk aandachtspunt/voorwaarde. De provincie zal in overleg met gemeenten moeten afstemmen hoe beleid op jeugdtheater geïntegreerd kan worden in lokaal beleid. Dit overleg is zoals wij begrepen hebben nu niet structureel. Tegelijkertijd is er als gevolg van de coronapandemie wel een wenkend perspectief. Immers, de provincie heeft een structuur opgezet van regio's in Gelderland waarbinnen gemeenten plannen presenteren voor de toekomst van onder andere de culturele infrastructuur.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

23 | 53

Hierin speelt Cultuur Oost een belangrijke rol met betrekking tot het bevragen van gemeenten en het organiseren van bijeenkomsten. Deze structuur zou misschien ook toegepast kunnen worden voor het thema jeugdtheater.

5.4.1 Scenario 1: ‘het Utrechtse model’ De vraag is leidend; middelen naar onderwijs Inhoudelijke ontwikkeling/aanbod ● De school bepaalt haar vraag vanuit haar eigen visie op cultuuronderwijs en legt die voor aan de jeugdtheaterinstellingen, die op basis daarvan hun aanbod ontwikkelen/aanbieden. ● Er is een intermediairfunctie: het cultuureducatiesteunpunt. Dit heeft contact met de school én de producent; het bepaalt echter niet de vraag, maar brengt beide partijen actief bij elkaar (netwerk). ● Het aanbod van gesubsidieerde producenten komt tot stand in samenspraak met scholen/steunpunten. Onderwijsgestuurde thema's kunnen aan bod komen in voorstellingen. Gezamenlijke doelstellingen ● Iedere gemeente ontwikkelt beleid ten aanzien van jeugdtheater. De provincie neemt het voortouw om dit te stimuleren en te begeleiden. ● Ieder kind in de provincie maakt kennis met een professioneel jeugdtheatergezelschap. Publieksbereik ● Producenten organiseren programmadagen voor zowel podiumprogrammeurs als ICC’ers en koppelen deze aan elkaar. Hierdoor kan de brug geslagen worden tussen publiek in/van de school naar publiek in de vrije tijd. ● Cultuureducatiesteunpunten treden op als adviseur, niet als inkoper. ● Podia gaan langere relaties aan met gesubsidieerde jeugdtheatergezelschappen en bouwen samen aan publieksbereik.

Ketensamenwerking ● Jeugdtheaterproducenten realiseren lokale verankering door het actief erbij betrekken van lokale amateur-jeugdtheaterorganisaties. ● Cultuursteunpunten faciliteren met budget voor specifiek jeugdtheatervoorstellingen. Dit kunnen landelijke, provinciale en lokale middelen zijn. Voordelen ● Producenten komen nauwer in contact met en kunnen inspelen op directe vragen van scholen. ● De infrastructuur van CCE’s bestaat reeds en kan effectiever benut worden. ● Op gemeentelijk niveau kan 'couleur locale' worden aangebracht door gemeentelijk geborgd beleid. Matching met gemeentelijk budget is kansrijk. ● Er valt een combinatie te maken met de in ontwikkeling zijnde vervoersregelingen voor cultuurbezoek. Nadelen/risico’s ● Landelijke (BIS-)middelen voor jeugdtheater worden beschikt richting producerende organisaties. ● Provincie en gemeenten dienen overeenstemming te bereiken over specifiek geborgd jeugdtheaterbeleid. ● Jeugdtheatergezelschappen kunnen risico's nemen om meer producties te maken en hun capaciteit te vergroten. ● Cultuureducatiesteunpunten kopen niet meer zelf in.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

24 | 53

5.4.2 Scenario 2: ‘het Friese model’ Een garantiefonds voor podia en producenten Om jeugdtheater meer zichtbaar te maken stemt de provincie met zowel het rijk als gemeenten af hoe middelen voor jeugdtheater ingezet kunnen worden. De provincie is ‘aan zet’. Een matchingsregeling lijkt een geëigend instrument te zijn om rijksbudget, provinciaal budget en gemeentelijk budget samen te brengen. Het bedrag zou ondergebracht kunnen worden in een garantie-/risicofonds voor podia en producenten. Dit kan ondergebracht worden in bijvoorbeeld een samenwerking van de professionele gesubsidieerde jeugdtheaterinstellingen en de Oostelijke VSCD-podia. Deze inhoudelijke partijen creëren de kaders en leveren een bijdrage aan onder andere de artistiek inhoudelijke kaders en de toewijzingscriteria. Inhoudelijke ontwikkeling/aanbod ● Binnen dit scenario is er vanuit de overheden een focus op de presentatie van jeugdtheaterproducties aan een breed publiek in het onderwijs en in de vrije tijd. ● Talentontwikkeling is een belangrijke pijler. Gezamenlijke doelstellingen ● Iedere gemeente ontwikkelt specifiek beleid en maakt prestatieafspraken met podia voor gesubsidieerde jeugdtheatervoorstellingen. ● Gemeenten gaan eigen budget inzetten om beleidsmatig gestuurd jeugdtheater voor het voetlicht te brengen. ● Gemeenten en provincie vinden elkaar en stimuleren elkaar in jeugdtheaterbeleid.

Publieksbereik ● Schoolvoorstellingen worden door theaters niet gezien als concurrentie van de vrije voorstelling. ● Jeugdtheaterinstellingen krijgen de kans om in gemeenten met podia (schouwburg/theater) publiek op te bouwen. Ketensamenwerking ● Spreiding van jeugdtheater door het opzetten van een risicofonds voor podia. ● Inkoop door podia die samenwerken met de cultuureducatiesteunpunten geborgd door afgestemd lokaal beleid in relatie tot provinciaal beleid. De intermediair koopt niet in. ● Podia en gesubsidieerde producenten zoeken elkaar inhoudelijk meer op, onder andere door programmeursdagen (zie vrije producentenverkoop). Voordelen ● Expertise ten aanzien van inkoop en kennis van publiek komt bij de podia te liggen. ● Makers kunnen extra bijdragen krijgen om meer te produceren, gebaseerd op de vraag. ● De relatie onderwijs – podia wordt directer, waardoor talentontwikkeling meer kans kan krijgen op lokaal niveau.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

25 | 53

Nadelen/risico’s ● Gesubsidieerde producenten maken reizende voorstellingen; de relatie en borging met lokale podia kost tijd om publiek op te bouwen. ● Podia en gesubsidieerde producenten gaan gezamenlijk optrekken; gesubsidieerde jeugdtheatergezelschappen bevinden zich in de grote steden (025). Spreiding door Gelderland is van belang.

5.4.3 Scenario 3: ‘het huidige model’ Oplossing binnen een bestaande organisatie Dit betreft een derde scenario, waarin beschreven wordt wat de voor- en nadelen zijn als één organisatie de functie jeugdtheater in al haar aspecten zou uitvoeren. Wij beschrijven in dit scenario de voor- en nadelen en mogelijkheden. Nadrukkelijk beschrijven wij hier geen ingrediënten waaraan een opdracht aan een organisatie zou moeten voldoen, of een keuze voor welke organisatie, aangezien dit zich buiten de scope van onze opdracht bevindt. Inhoudelijke ontwikkeling/aanbod ● Binnen dit scenario is er geen significante verandering ten opzichte van voorheen. ● Aanbod zal kwantitatief kunnen groeien. Gezamenlijke doelstellingen ● Meerdere gemeenten die nu reeds beleid hebben gemaakt omtrent jeugdtheater of op basis van een uitvraag willen samenwerken kunnen gezamenlijk hun uitvraag vormgeven en dit afstemmen met één opdrachtnemer. Publieksbereik ● Het publieksbereik zal afhankelijk zijn van de vraag per deelnemende gemeente in een uitvraag bij een organisatie. Ketensamenwerking ● Een bestaande organisatie kan blijven samenwerken met het culturele veld. ● De verbinding tussen podia, onderwijs en makers moet vanuit bestaande structuren onderhouden blijven en is niet beleidsbepalend op gemeentelijk niveau. Voordelen ● Overheden behouden één aanspreekpunt/organisatie.

● De productiecapaciteit kan bij een organisatie ‘naar keuze’ belegd worden. ● Bestaande organisatiestructuren van makers kunnen in stand blijven en uitbreiding van capaciteit kan relatief snel gebeuren. Nadelen/risico’s ● Gemeenten zullen moeten ‘kiezen’ wie zij een opdracht gunnen. Dit kan prille samenwerkingen in het culturele veld onder druk zetten. ● Versnippering blijft. ● Kans op samenwerking tussen meerdere podia is minder waarschijnlijk. ● De kans op nieuwe verbindingen met meerdere gemeenten is beperkt. ● Spreiding van jeugdtheater blijft onder druk staan.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

26 | 53

Bijlage 1: Trends en ontwikkelingen jeugdtheater Meer verbinding met andere domeinen ‘Cultuur’ wordt steeds vaker ingezet om ook andere beleidsdoelstellingen te verwezenlijken, bijvoorbeeld om de woonaantrekkelijkheid van een stad te vergroten of om buitenlandse bezoekers aan te trekken. Ook zien wij in toenemende mate een relatie met het sociaal domein, waar cultuurbeleving en -beoefening kunnen bijdragen aan sociale cohesie, veiligheid en gezondheid, bijvoorbeeld op wijkniveau. Unieke kleinschalige events Een trend die we, althans pre-corona, landelijk signaleren is dat er steeds meer nichefestivals ontstaan. Door de toegenomen concurrentie wordt de druk voor organisatoren om onderscheidend te programmeren opgevoerd. Een sterke profilering helpt bij het aantrekken van een specifiek publiek. Een kleinschalige, intieme opzet ademt bovendien een gemoedelijke sfeer. Een goed voorbeeld van een dergelijk evenement is Into The Great Wide Open. Zij kunnen gemakkelijk meer kaarten verkopen, maar doen dit bewust niet. Totaalbeleving en multidisciplinair Het verschil tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur verdwijnt. Was er vroeger sprake van een door de ‘elite’ bewust in stand gehouden scheiding tussen ‘echte kunst’ en ‘vermaak’, tegenwoordig vermengen de diverse kunstdisciplines zich moeiteloos.

Cross-over (een mix van stijlen en disciplines) speelt een belangrijke rol in de beleving en waardering van kunst en cultuur en draagt ook bij aan de toegankelijkheid ervan. Maatschappelijke betrokkenheid Culturele instellingen en festivals worden meer en meer een plek waar mensen van gedachten wisselen, de maatschappij bezien, reflecteren én samen ontspannen. Culturele uitingen kunnen ook de aandacht vestigen op voor de stad belangrijke onderwerpen en ontwikkelingen. Dit vernieuwende aanbod heeft een grote aantrekkingskracht op de jongere publiekssegmenten: van jongeren/studenten tot dertigers. Clustering cultureel-maatschappelijke voorzieningen Een duidelijke trend is de clustering van cultureel-maatschappelijke voorzieningen in één gebouw of complex (cultuurhuizen, kunstclusters). De ambitie is dan om programmatische, ruimtelijke en organisatorische meerwaarde te bereiken door clustering van functies. En: voor minder geld meer publiek bereiken. Toenemende concurrentie De cultuurconsument en -toerist hebben tegenwoordig erg veel keuzemogelijkheden en zijn (bijgevolg) minder trouw: er wordt massaal geshopt tussen verschillende kunstvormen.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

27 | 53

Dat betekent dat instellingen en organisaties een steeds grotere inspanning moeten leveren om het publiek en/of deelnemers voor de activiteiten aan zich te binden. Anders gezegd: er komt steeds meer concurrentie in de vrijetijdssector. Subsidie is niet vanzelfsprekend Niet alleen vanwege de veranderende economische omstandigheden, maar ook door gewijzigde politieke opvattingen over de inzet van publieke middelen voor culturele en cultureel-maatschappelijke activiteiten is subsidie geen vanzelfsprekend meer. Bovendien wordt het investeren in een gebouwelijke exploitatie door overheden als steeds bezwaarlijker ervaren. Het ondersteunen van activiteiten en evenementen is directer en concreter. Deze situatie dwingt tot een herbezinning op de rol van de overheid in het culturele en cultureel-maatschappelijke veld en vraagt tegelijkertijd om meer ‘ondernemerschap’ aan de kant van de instellingen. De (nasleep van de) coronacrisis Grote aantallen die samenkomen voor culturele uitingen zijn, zolang er geen wereldwijd vaccin beschikbaar is tegen COVID-19, voorlopig onmogelijk. Digitale programma’s komen in de plaats van fysieke ontmoeting. Door de kabinetsmaatregelen ter bestrijding van de crisis staan verdienmodellen onder druk. Bovendien zullen onder invloed van een recessie de budgetten vanuit overheidslichamen in de sector onder druk komen te staan.

Verminderde belangstelling voor vrijwilligerswerk De jongere generaties zijn in algemene zin minder geïnteresseerd in of enthousiast te maken voor vrijwilligerswerk. Door ‘vergrijzing’ ontstaat er een geleidelijke uitval van vrijwillige medewerkers. Tevens is er concurrentie van initiatieven die ook met vrijwilligers werken.

Invulling functie jeugdtheater provincie Gelderland

28 | 53

Bijlage 2: Verslagen brainstormsessies Brainstormsessie 1: donderdag 3 december Aanwezigen: Mirjam Lieke Annemieke Ilse Monique Ben

Radstake Bisseling Vervoort Peeman Wijnker Coelman

directeur/programmeur zakelijk directeur algemeen manager zakelijk directeur hoofd Educatie hoofd Publiciteit en Educatie

Schouwburg Lochem Theater Sonnevanck Introdans Interactie Theatergroep Kwatta Phion Nationale Reisopera

Inhoud Infrastructuur/netwerk is diffuus en versnipperd, maar er wordt volop samengewerkt - Voor ‘makers/gezelschappen’ is zowel binnen gemeenten als binnen theaters niet altijd duidelijk wie de contactpersoon is. - De infrastructuur is complex: veel aanbieders en een ‘woud’ van beslissers aan de onderwijskant. - We hebben een brug nodig tussen programmerende partijen en gezelschappen. - Vervoer naar theaters wordt door scholen ervaren als een grote drempel voor theaterbezoek. - Busvervoer van scholen naar podia moet beter worden geregeld. Is nu vaak erg versnipperd en er is weinig budget (aldus scholen). - Samenwerken doe je als je er allebei beter van wordt. Maar meer samenwerking is niet echt mogelijk. Voorwaarde van coproductie: er moet artistieke meerwaarde zijn. - De focus ligt al heel erg op buiten! We zijn helemaal niet zo intern bezig als vaak gedacht wordt. - Helderheid in organisatiestructuren (bijv. cultuurpunten) is nodig: wie vertegenwoordigt wie? Ook: contactgegevens/aanspreekpunten. - Een stevige jeugdtheaterfunctie en idem infrastructuur is voor beide domeinen – onderwijs en vrije tijd – voor geheel Gelderland van belang. Curriculum: accentverschuiving naar receptieve kunstvorm en meer borging - Gelderland bestaat uit meerdere cultuurpunten, die zijn gebaseerd op de (latente) behoefte van scholen al het aanbod samen te stellen in kunstmenu's.

Het zou goed zijn (voor leerlingen en gezelschappen) dat het aanbod van oostelijke gezelschappen vast opgenomen wordt in kunstmenu's en (CmK-)leerlijnen (zoals Pr8 Programma Arnhem). - Alle deelnemende scholen in het CmK-programma zouden verplicht moeten worden ervoor te zorgen dat receptief aanbod een structureel onderdeel van het curriculum wordt. - Aansluiten bij inhoud provinciale aanvraag CmK Overijssel: landelijk gesubsidieerde gezelschappen uit de regio spelen op alle scholen in de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=606938d6-89f4-469a-a8ca-e38a5f1b3d64