CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport “Geuronderzoek industrieterrein Nijmegen-West en Weurt, Eindrapport” van april 2024 met kenmerk GENYA5 van Olfasense

Besluitronde (raadsvergadering) 3 juli 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D31 d.d. 28 mei 2024 over Uitkomst geuronderzoek industrieterrein Nijmegen-West en Weurt15.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De gemeente Leudal formuleerde een eigen beleid met een norm voor individuele bedrijven en voor de cumulatieve situatie voor het bedrijventerrein Zevenellen. Andere overheden, zoals DCMR in het Rijnmondgebied, formuleerden juist zeer strenge normen voor individuele bedrijven om daarmee de verstorende invloed van cumulatie-effecten te voorkomen of op zijn minst te beperken. De discussie over cumulatie kan niet los gezien worden van de invloed van het verdisconteren van de meetonzekerheid bij controle en handhaving. Zoals in paragraaf 5.2.2 uitgelegd maakt de factor 2 meetonzekerheid het verschil tussen ‘aanvaardbare mate van geurhinder’ en ‘aanzienlijke geurhinder en zelfs ernstige hinder’ in bestaande situaties en ‘nul hinder’ en ‘relevante mate van hinder’ in nieuwe situaties. Dat is een situatie, die niet onveranderd kan blijven. Aan de factor 2 meetonzekerheid is helaas niets te doen. Sterker nog: er zijn al heel wat inspanningen nodig om die onzekerheid tot de afgesproken waarde terug te brengen. In de huidige situatie, waarin de factor 2 meetonzekerheid pas bij handhaving wordt toegepast en waarin het mogelijk is, dat een individueel bedrijf veel meer geurhinder veroorzaakt dan bij vergunningverlening beoogd, is het geen verrassing dat cumulatieve effecten zo’n grote rol kunnen spelen. Cumulatie is vaak simpel weg een optelsom van ‘te veel’.

Als het individuele ‘te veel’ kan worden voorkomen, door al bij vergunningverlening van individuele bedrijven de meetonzekerheid te verdisconteren (vergunnen van X/2 in plaats van X), dan wordt een nieuwe invulling aan cumulatie gegeven: cumulatie is dan een optelsom van ‘niet te veel’. De kans dat cumulatie in zo’n situatie óók tot geurhinderproblemen zou leiden is vele malen kleiner dan thans het geval. De vraag of er dan geen enkel restprobleem meer zou zijn, kan nu niet worden beantwoord. Er zijn geen onderzoeksgegevens beschikbaar, die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Eigenlijk is deze vraag op dit moment ook weinig relevant: er valt zóveel winst te halen door het terugdringen van de mogelijke geurhinder door individuele bronnen, dat de zorg om het dan resterende cumulatieve effect op dit moment van ondergeschikt belang is.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 34 van 64

6 Samenvatting en aanbevelingen In opdracht van Gemeente Nijmegen is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd voor het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt. De context en het doel van het onderzoek werden uitvoerig beschreven in de offerte-uitvraag. Kort samengevat: “Het geuronderzoek heeft als doel om te komen tot een goede actuele situatie van de geurbronnen en de (cumulatieve) geursituatie in het gebied Nijmegen West en Weurt. In 2007 en 2010 is dit onderzoek ook uitgevoerd om vanuit de beeldvorming inzicht te krijgen voor (toekomstige) bestuurlijke besluitvorming van het aspect geur.” Het onderzoek werd opgedeeld in een vooronderzoek en een hoofdonderzoek. Vooronderzoek: Het vooronderzoek had een indicatief karakter. Het was bedoeld om in beeld te brengen hoe de individuele geurbronnen op het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt feitelijk buiten hun terreingrenzen waarneembaar zijn. In het vooronderzoek is tevens een relatie gelegd met de klachtensituatie. Het was daarmee ook bedoeld om een beter beeld van de aan het industrieterrein toegeschreven geurklachten te krijgen. De invulling van het hoofdonderzoek werd bepaald op basis van de in het vooronderzoek verkregen inzichten over de waarneembaarheid van de bronnen en hun relatie met de geregistreerde klachten.

Uit de veldmetingen bleek, dat er zes bedrijven zijn, die benedenwinds duidelijk buiten de terreingrens tot geurwaarneming leiden: 1. APN 2. ARN. 3. Duynie/Novidon. 4. NIJG 5. RWZI 6. Draad Nijmegen Tot het jaar 2019 was het aantal klachten over geurhinder als gevolg van bedrijven beperkt tot enige tientallen per jaar. In het jaar 2021 nam het aantal klachten als gevolg van APN sterk toe: van enkel tientallen in de jaren ervoor naar 400 per jaar. In de klachtenaantallen van de overige bedrijven waren dat jaar geen bijzonderheden te zien. Het jaar 2022 laat voor wat APN betreft een vergelijkbaar beeld zien als 2021. Er zijn twee andere bedrijven, die dat jaar qua klachtenaantallen uitspringen boven de aantallen van de voorafgaande jaren. Dat geldt vooral voor de NIJG en in mindere mate voor de ARN. De rwzi Nijmegen komt in het klachtenoverzicht niet voor. Er zijn geen aanwijzingen, dat er, naast individuele invloeden van de afzonderlijke bedrijven, ook cumulatieve aspecten een rol zouden spelen in de geurklachten. In de periode tot en met 2019 zijn de aantallen klachten niet ongebruikelijk voor de grootte van het onderzoeksgebied en de aard van de in het gebied aanwezige bedrijven.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 35 van 64

Vanaf 2020 is er sprake van één bron waar het merendeel van de klachten aan worden toegekend. Voor het optreden van cumulatieve effecten in de klachten over die bron zijn geen aanwijzingen. De huidige klachtenregistratie, -afhandeling en -analyse bestaat eigenlijk hoofdzakelijk uit de registratie van klachten. Het valideren van een geurklacht is in de gegeven complexe situatie veel moeilijker gebleken dan normaliter verwacht zou kunnen worden. De evaluatie van de geregistreerde klachten vindt daarnaast niet op een gestructureerde manier plaats. Er lijkt geen sprake te zijn van een concreet beoordelingskader en vaste afwegingsprocedure. Om serieus iets met klachten te kunnen doen, dient uitgewerkt te worden hoe de validatie van klachten verbeterd kan worden en hoe het optreden van gevalideerde klachten geëvalueerd en zo nodig omgezet in vervolgacties gaat worden. Hoofdonderzoek Het hoofdonderzoek bracht aan het licht dat de geuremissie en de geurimmissie van de meeste onderzochte bedrijven niet of maar weinig afweek van hetgeen van de bedrijven bekend was. Een uitzondering vormde de rwzi Nijmegen, die een duidelijk hogere geuremissie bleek te hebben dan eerder was beschreven. De relatie tussen geurimmissie en klachten voor de verschillende bedrijven bleek niet eenduidig.

Over APN en in mindere mate de NIJG werd in de afgelopen 2 jaar véél meer geklaagd dan op basis van de geurimmissiegegevens verwacht zou kunnen worden. De toename van de klachten en de absolute aantallen ervan zijn waarschijnlijk een gevolg van veranderingen in de gevoeligheid van de omwonenden voor de specifieke geur van APN. Het is zeer goed mogelijk dat de berichtgeving over APN een dergelijke verandering teweeg heeft gebracht. De verandering van de gevoeligheid van de omwonenden, heeft tot gevolg dat de hinderlijkheid van de geur van APN is veranderd. De categorie ‘hinderlijk’ waarin de geur van APN tot dusver werd ondergebracht is niet meer passend. APN zou moeten worden ingedeeld in de categorie ‘zeer hinderlijk’. Het is waarschijnlijk, dat het verhoogde klachtenaantal van de NIJG eveneens een gevolg is van de verhoogde gevoeligheid van de omgeving. Daar komt nog bij dat een aantal geuren (APN, NIJG, Draad Nijmegen) voor niet geoefende ruikers moeilijk uit elkaar gehouden kunnen worden. Voor de rwzi Nijmegen geldt, dat de voor dit bedrijf berekende geurimmissie iets hoger is dan de norm, die op het bedrijf van toepassing is. Deze wat hogere immissie heeft zich echter niet vertaald in relevante aantallen klachten.

Voor de overige bedrijven geldt, dat aantal jaarlijkse klachten uiterst beperkt is en dat ze voldoen aan de normen die volgens de provinciale beleidsregel van toepassing zouden zijn. Beide gegevens zijn in overeenstemming met elkaar. Uit de verkregen resultaten blijkt, dat de relatie tussen geurimmissie en geurklachten gevoelig is voor externe factoren. In het geval van APN (en in mindere mate de NIJG) is de natuurlijke relatie verstoord geraakt. Het aspect ‘geur’ is daardoor in de klachten over geurhinder een minder uitgesproken rol gaan spelen. Een klacht over geurhinder is meer een uiting van zorgen over de luchtkwaliteit en de gevolgen daarvan voor de gezondheid. Daarbij is er geen echte drempelwaarde voor de

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 36 van 64

geurperceptie meer: elke waargenomen geur wordt meteen aan de gezondheidsaspecten gekoppeld en is daarmee reden tot klagen. Het bovenstaande maakt dat de beschikbare toetsingskaders in het geval van APN (en mogelijk ook voor de NIJG) hun geschiktheid om een aanvaardbaar niveau van hinder te waarborgen hebben verloren. In zo’n situatie zou ‘aanvaardbaar niveau van hinder’ uitsluitend kunnen worden gewaarborgd als het bedrijf in kwestie zou worden gehouden aan de normering, die passend wordt gevonden voor ‘zeer hinderlijke geuren’.’ De emissiegegevens van de individuele bedrijven zijn gebruikt om de cumulatieve situatie te berekenen en in beeld te brengen. Vanwege het recente bekend worden dat APN voor 31 december 2023 gesloten zal worden zijn er twee cumulatieve berekeningen uitgevoerd: 1. Berekening 1 Cumulatieve berekening voor alle bronnen inclusief APN. 2. Berekening 2 Cumulatieve berekening voor alle bronnen exclusief APN. De cumulatieve immissie is getoetst aan de immissienormen voor de categorie ‘hinderlijk’ volgens de provinciale beleidsregel: •

Streefwaarde voor categorie ‘Wonen’: 0,15 ouE/m3 (uurgemiddeld) als 98-percentielwaarde

•

Richtwaarde voor categorie ‘Wonen’: 0,5 ouE/m3 (uurgemiddeld) als 98-percentielwaarde

•

Grenswaarde voor categorie ‘Wonen’: 1,5 ouE/m3 (uurgemiddeld) als 98-percentielwaarde

De beide cumulatieve plaatjes blijken maar weinig te verschillen: Zowel in de situatie met APN nog in bedrijf als in de situatie na sluiting van APN treedt er overschrijding van de grenswaarde op aan de oostzijde van Weurt en aan de randen van de woonbebouwing van Nijmegen. Het wegvallen van APN als bron van geur vertaalt zich nauwelijks in een verbetering van de berekende cumulatieve geurimmissie. Theoretisch is de invloed van APN dus heel erg beperkt. In werkelijkheid is de situatie echter heel anders: door de veranderde gevoeligheid van de bevolking voor de geur afkomstig van APN is de feitelijke impact van die geur véél groter dan op basis van rangschikking in de categorie ‘hinderlijke’ geur verwacht zou kunnen worden. De veranderde gevoeligheid heeft tot gevolg gehad, dat de reactie op de geur van APN het best begrepen kan worden als deze bron als ‘zeer hinderlijke’ geur wordt beschouwd. De sterk-dominante invloed van APN op de klachtensituatie neemt niet weg, dat er geen enkele aanwijzing is verkregen, dat cumulatie een relevante rol speelt in de geurproblematiek als gevolg van het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt.

Het uitgevoerde onderzoek heeft ook aangetoond, dat de ervaren hinderlijkheid kan verschillen van hetgeen verwacht zou kunnen worden op basis van beschikbare toetsingskaders en dat de hinderlijkheid kan veranderen op basis van directe of indirecte berichtgeving over een bedrijf (of een vergelijkbaar bedrijf).

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 37 van 64

In de afgelopen maanden is er veel gesproken over de mogelijkheden en tekortkomingen van hedonische metingen en is een discussie op gang gekomen over waar het met het geurbeleid in Nederland naar toe zou moeten gaan. Er is een eerste opzet geformuleerd om te komen tot een landelijk geurbeleid, dat sterk gebaseerd is op het provinciale geurbeleid van Gelderland. De eerste voorzet is medio oktober aan een grote vertegenwoordiging van provinciale overheden en andere betrokkenen gepresenteerd. De reacties waren daarbij vrijwel zonder uitzondering positief. Slechts een enkele instantie gaf aan te betreuren, dat met het voorgestelde beleid een terugkeer naar landelijk beleid zou worden ingezet. Na de presentatie is het wachten welke ontwikkelingen gaan volgen. Het is niet meer dan logisch dat de Omgevingsdienst Regio Nijmegen en de gemeenten deze ontwikkelingen blijven volgen, om uiteindelijk aan de hand van de ontwikkelingen te bepalen welke beleidskeuze zij zelf voorstaan. De meetonzekerheid van een factor 2 in combinatie met de relatie die deze factor heeft op de hinder maakt, dat het vergunnen van een geurimmissieniveau, dat theoretisch correspondeert met ‘aanvaardbare hinder’ of ‘nul hinder’ feitelijk correspondeert met een hinderniveau dat beduidend hoger is dan het beoogde niveau.

Een groot aantal problematische geursituaties rond individuele bedrijven is een gevolg van deze discrepantie tussen theoretisch vergunde geurimmissie en de in praktijk mogelijke geurimmissie voordat handhavend kan worden opgetreden. Door een bedrijf niet méér geurimmissie te vergunnen, dan theoretisch zou corresponderen met een ‘aanvaardbaar niveau’ of een ‘nul-hinder niveau’ wordt gewaarborgd, dat het ‘aanvaardbaar niveau’ of het ‘nul-hinder niveau’ ook daadwerkelijk nooit zal worden overschreden zonder dat handhavend kan worden opgetreden. Het is van groot belang, dat de gemeente Nijmegen en de gemeente Beuningen deze kennis betrekken in hun afwegingen welk beleid zij voor de komende jaren gaan vaststellen. De aanpak van de provincie Flevoland zou daarbij als blauwdruk kunnen worden gehanteerd. In de huidige situatie, waarin de factor 2 meetonzekerheid pas bij handhaving wordt toegepast en waarin het mogelijk is dat een individueel bedrijf veel meer geurhinder veroorzaakt dan bij vergunningverlening beoogd, is het geen verrassing dat cumulatieve effecten zo’n grote rol kunnen spelen. Cumulatie is vaak simpel weg een optelsom van ‘te veel’.

Als het individuele ‘te veel’ kan worden voorkomen, door al bij vergunningverlening van individuele bedrijven de meetonzekerheid te verdisconteren, dan wordt een nieuwe invulling aan cumulatie gegeven: cumulatie is dan een optelsom van ‘niet te veel’. De kans dat cumulatie in zo’n situatie óók tot geurhinderproblemen zou leiden is vele malen kleiner dan thans het geval.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 38 van 64

Aanbevelingen: Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek komt Olfasense tot de volgende aanbevelingen voor de Gemeente Nijmegen en de gemeente Beuningen: 1. Het validatie-proces van klachten dient verder te worden geoptimaliseerd. Doel: het verkrijgen van een betere balans tussen de uitkomsten van het validatie-proces en de geregistreerde klachten. 2. De evaluatie van klachten moet beter worden beschreven en gestructureerd. Doel: evaluatie dient met een bepaalde frequentie plaats te vinden (bv. eens per kwartaal) en er dient een objectief beoordelingskader te zijn voor het bepalen van de benodigde vervolgacties. De mogelijke vervolgacties dienen concreet te worden benoemd en vastgelegd. 3. Ten aanzien van de geurnormering in relatie tot de hinderlijkheid van een geur: volg -samen met de provincie- de ontwikkelingen die er op nationaal niveau plaatsvinden, maar trek, onafhankelijk van wat er op nationaal niveau gebeurt, in ieder geval één lijn. Doel: Géén discrepanties tussen provinciaal en gemeentelijk geurbeleid. 4. Bij de vaststelling van een aanvaardbaar hinderniveau: corrigeer de maximale toegestane geuremissie voor de factor 2 meetonzekerheid.

Doel: Op deze manier wordt voorkomen dat er onaanvaardbare hinder kan optreden voordat daadwerkelijk overschrijding van de emissielimiet kan worden aangetoond én wordt voorkomen dat cumulatieve effecten een relevante rol kunnen gaan spelen in de optredende hinder.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 39 van 64

Bijlagen

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 40 van 64

Bijlage A

APN

Geuremissieoverzicht Door Olfasense zijn de meetresultaten van het ODRA-onderzoek én het onderzoek van Witteveen+Bos bij APN worden gebruikt om een actueel beeld van de geuremissie en de geurimmissie, die daar een gevolg van is, te beschrijven. Uit het onderzoek is gebleken, dat de in 2023 vastgestelde geuremissie van de APN goed overeenkomt met de geuremissie, die in 2008 werd aangevraagd. Tabel 4 geeft een overzicht van de gebruikte emissiegegevens, die voor APN op basis van beschikbare informatie en op basis van de in 2023 uitgevoerde metingen werden afgeleid. Tabel 4: Emissiegegevens van APN Bronomschrijving

X

Y

H

Q

Emissie

Emissie

Emissieduur

[m]

[m]

[m]

[MW ]

[106 ouE/h]

[ouE/s]

[h/jr]

607 114

168.611 31.667

920 480

Brontype en emissiepatroon

Schoorsteen APN - PR-asfalt - nieuw asfalt

185233 428671

30

1,0

Productiehal

185264 428699

24

0

17,1

4.750

1.400

Puntbron met gebouwinvloed

Silohal

185267 428659

19,3

0

21,6

6.000

1.400

Puntbron met gebouwinvloed

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

Puntbron met thermische pluimstijging en gebouwinvloed

pagina 41 van 64

Toetsingskader Op grond van de uitspraak van de Raad van State d.d. 14 november 2007 is op APN het vervangende vergunningsvoorschrift 2.1 van toepassing. Dit voorschrift luidt als volgt: '2.1 Ter plaatse van geurgevoelige objecten in de zin van de NER (2006) mag het geurconcentratieniveau het 5 ouE/m3 als 99,99-percentiel niet overschrijden.' De geurimmissie van APN (alle bronnen) is aan bovengenoemde immissienorm getoetst. Daarnaast is de geurimmissie ook vergeleken met de normen volgens de beleidsregels geur bedrijven van de provincie Gelderland. De geur wordt daarbij in de categorie hinderlijk ingedeeld. Voor omgevingscategorie ‘Wonen’ is dan het volgende toetsingskader van toepassing: •

Grenswaarde: 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Richtwaarde: 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Streefwaarde: 0,15 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

Aangezien de emissieduur van APN beperkt is zal conform Artikel 9 van de beleidsregels behalve aan de normen als 98-percentielwaarden ook getoetst worden aan het 4-voudige van de normen als 99,9-percentielwaarde: •

Grenswaarde: 6 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde

•

Richtwaarde: 2 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde

•

Streefwaarde: 0,6 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 42 van 64

Geurimmissie Het resultaat van de verspreidingsberekening is gepresenteerd in figuur 6, 7 en 8. Figuur 6 toont de contour van 5 ouE/m3 als 99,99-percentielwaarde. Figuur 7 en 8 tonen de contouren van respectievelijk 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde en 0,6 ; 2,0 en 6,0 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde. De geurimmissie ter plaatse van een aantal gekozen toetspunten rondom het bedrijf en het industrieterrein, die representatief zijn voor de meest nabijgelegen woonbebouwing in de diverse windrichtingen is als volgt:

GENY22A APN Rapport: Model: Resultaten voor model:

Resultatentabel APN APN

Naam RS3 JS85 TVHS4 SW3 WKW254

Omschrijving 98% [OU/m³] 99,90% [OU/m³] 99,99% [OU/m³] Reekstraat 3 0,01 0,26 0,65 Jonkerstraat 85 0,01 0,37 0,87 Thomas van Heereveldstraa 0,02 0,59 1,18 Scheidingsweg 3 0,03 0,68 1,28 Wolfkuilseweg 254 0,17 2,22 3,33

DDBS42 DS45 MC

Doctor de Blecourtstraat Dorpstraat 45 Mondial college

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

0,02 0,01 0,01

0,71 0,47 0,34

1,27 1,09 0,64

pagina 43 van 64

Figuur 6 Geurcontour van 5 ouE/m3 als 99,99-percentielwaarde als gevolg van APN in de huidige situatie.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 44 van 64

Figuur 7 Geurcontouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van APN in de huidige situatie.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 45 van 64

Figuur 8 Geurcontouren van 0,6 ; 2,0 en 6,0 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde als gevolg van APN in de huidige situatie.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 46 van 64

Bijlage B

ARN

Geuremissieoverzicht In het kader van het geuronderzoek werd de geuremissie van één van de bronnen van de ARN, namelijk de 30 m hoge schoorsteen van het biofilter compostering door middel van een geurmeting gekwantificeerd. Er werd een geuremissie vastgesteld van 178 .106 ouE/h. De emissie van deze bron werd bij de aanvraag revisievergunning geschat op 213 .106 ouE/h. De emissie werd nadien nooit door middel van metingen gevalideerd. De geuremissie van de overige bronnen is in dit onderzoek overgenomen uit het geurrapport bij de aanvraag van de vigerende vergunning. Door Olfasense is het resultaat van de metingen aan de schoorsteen van de compostering samen met de geuremissiegegevens van de overige bronnen gebruikt om een actueel beeld van de geuremissie en de geurimmissie, die daar een gevolg van is te beschrijven. De geuremissie van de 30 m hoge schoorsteen van het biofilter compostering lager te zijn dan eerder geprognosticeerd. Tabel 5 geeft een overzicht van de gebruikte emissiegegevens, die voor APN op basis van beschikbare informatie en op basis van de in 2023 uitgevoerde metingen werden afgeleid. Tabel 5: Emissiegegevens van ARN Bronomschrijving

X en Y

H

Q

Emissie

Emissie

Emissieduur

Brontype en emissiepatroon

[m]

[m]

[MW ]

[106 ouE/h]

[ouE/s]

[h/jr]

‘AVI-terrein’ basis

182812, 428879

3

0

20

5.556

8.760

Puntbron met gebouwinvloed

‘AVI-terrein’ werktijd

182812, 428879

3

0

144

40.000

2.600

Puntbron met gebouwinvloed

Schoorsteen Lijn 1

183151, 428723

80

3,9

32,5

9.028

8.760

Puntbron met warmte inhoud

Schoorsteen Lijn 2

183155, 428720

80

8,7

115

31.945

8.760

Puntbron met warmte inhoud

Stortplaats

182672,

1,5

0

4

1.111

8.760

Puntbron

429501 Slakkendepotbasis

182979, 429105

1,5

0

15

4.167

8.760

Oppervlaktebron

Slakkendepot werktijd

182979, 429105

1,5

0

150

41.667

800

Oppervlaktebron

Ontvangsthal basis

182972, 428722

26

0

5

1.389

8.760

Puntbron met gebouwinvloed

Ontvangsthal werktijd

182972, 428722

26

0

97,5

27.083

2.600

Puntbron met gebouwinvloed

Schoorsteen GFT

182846

30

0,74

178

49.537

8.760

Puntbron met warmte inhoud

428878

Toetsingskader Als toetsingskader voor de ARN is -conform de eerdere vergunningaanvraag- uitgegaan van het kader geldend voor hinderlijke geuren uit de provinciale beleidsregels.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 47 van 64

Geurimmissie Het resultaat van de verspreidingsberekening is gepresenteerd in figuur 9. Weergegeven zijn de contouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. De geurimmissie ter plaatse van een aantal gekozen toetspunten rondom het bedrijf en het industrieterrein, die representatief zijn voor de meest nabijgelegen woonbebouwing in de diverse windrichtingen is als volgt:

GENY22A ARN2 Rapport: Model: Resultaten voor model:

Resultatentabel ARN ARN

Naam RS3 JS85 TVHS4 SW3 WKW254

Omschrijving 98% [OU/m³] Reekstraat 3 0,94 Jonkerstraat 85 0,83 Thomas van Heereveldstraa 0,44 Scheidingsweg 3 0,35 Wolfkuilseweg 254 0,20

DDBS42 DS45 MC WW34 LS33

Doctor de Blecourtstraat Dorpstraat 45 Mondial college Weteringweg 34 Lagunesingel 33

0,21 0,24 0,37 0,46 0,68

HWS16 NHW198

Hogewaldstraat 16 Nederheidseweg 198

0,54 1,31

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 48 van 64

Figuur 9 Geurcontouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van de ARN in de huidige situatie. Het doorgerekende gebied was te klein om de contour van 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde volledig af te beelden.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 49 van 64

Bijlage C

Duynie/Novidon

Geuremissieoverzicht De geuremissie van Novidon Duynie werd in mei 2023 door Peutz beschreven in een geurrapport dat onderdeel uitmaakt van een aanvraag voor een wijzigingsvergunning. In het geurrapport is de geuremissie beschreven als gevolg van de silo’s op het adres Handelsweg 19 en Handelsweg 34 – 38 en tevens van de onderdelen van de afvalwaterzuivering en van de ruimteventilatie van het bedrijfsonderdeel waar grondstoffen verkleind en gemengd worden. Tijdens een bedrijfsbezoek aan Novidon Duynie werden door Olfasense 2 aanvullende, mogelijk relevante geurbronnen onderscheiden, namelijk de schoorstenen van de twee drogers. Aan de beide drogers zijn in het kader van het onderzoek door Olfasense geurmetingen uitgevoerd. Beide bronnen bleken een relevante geuremissie te hebben. De drogers werden daarom aan het overzicht van relevante bronnen toegevoegd. Tabel 6: Emissiegegevens van Novidon Duynie Bronomschrijving

X

Y

H

Q

Emissie

Emissie

Emissieduur

[m]

[m]

[m]

[MW ]

[106 ouE/h]

[ouE/s]

[h/jr]

Brontype en emissiepatroon

Silo’s Handelsweg 19

185242 428935

12,5

0

47

12.960

6.257

Puntbron

Silo’s Handelsweg 34-38

185064 429029

11

0

93

25.815

6.257

Puntbron

Voorbezinktank 1

185093 429018

6,5

0

0,84

234,4

8.760

Puntbron

Voorbezinktank 2

185096 429016

6,5

0

0,84

234,4

8.760

Puntbron

Beluchtingstank

185090 429012

6,5

0

0,32

89,4

8.760

Puntbron

Nabezinktank

185099 429026

4,5

0

0,24

65,3

8.760

Puntbron

Stortput en hamermolen Handelsweg 34 – 38

185076 429010

9,5

0

0,24

65,3

8.760

Puntbron met gebouwinvloed

Flashdroger

185119 429009

19

0,47

29

8.046

6.257

Puntbron met gebouwinvloed en warmte-inhoud

Droger na extruder

185136 428992

9,7

0,06

37

10.381

6.257

Puntbron met gebouwinvloed en warmte-inhoud

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 50 van 64

Toetsingskader De geurimmissie als gevolg van Duynie/Novidon is vergeleken met de normen volgens de beleidsregels geur bedrijven van de provincie Gelderland. De geur van werd door Peutz in het geurrapport ingedeeld in de categorie “minder hinderlijk”. Daarbij werd verwezen naar de resultaten van de hedonische metingen, die er eerder door TAUW werden uitgevoerd bij Duynie Ingrediënts te Katwijk. Ervan uitgaande dat de door Peutz gekozen indeling in de categorie “minder hinderlijk” ook van toepassing is op de aanvullend door Olfasense gekwantificeerde geurbronnen, is voor omgevingscategorie ‘Wonen’ het volgende toetsingskader van toepassing: •

Grenswaarde: 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Richtwaarde: 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Streefwaarde: 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

Geurimmissie Het resultaat van de verspreidingsberekening is gepresenteerd in figuur 10. Figuur 10 toont de contouren van respectievelijk 0,5 ; 1,5 en 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. De geurimmissie ter plaatse van een aantal gekozen toetspunten rondom het bedrijf en het industrieterrein, die representatief zijn voor de meest nabijgelegen woonbebouwing in de diverse windrichtingen is als volgt:

Novidon Duynie Rapport: Model: Resultaten voor model:

Resultatentabel Novidon Duynie Novidon Duynie

Naam RS3 JS85 TVHS4 SW3 WKW254

Omschrijving 98% [OU/m³] Reekstraat 3 0,14 Jonkerstraat 85 0,22 Thomas van Heereveldstraa 0,52 Scheidingsweg 3 0,97 Wolfkuilseweg 254 0,86

DDBS42 DS45 MC

Doctor de Blecourtstraat Dorpstraat 45 Mondial college

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

0,30 0,20 0,15

pagina 51 van 64

Figuur 10 Geurcontouren van 0,5 ; 1,5 en 5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van Novidon Duynie in de huidige situatie.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 52 van 64

Bijlage D

NIJG

Geuremissieoverzicht De geuremissie van de NIJG werd in juli 2023 door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) door middel van metingen vastgesteld. Deze metingen werden uitgevoerd ter controle op het naleven van de emissie eisen voor geur zoals vastgelegd in de vigerende vergunning van 12 oktober 2006 en ter vergelijking met de emissie eisen uit het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. ODRA kwam in haar onderzoeksrapport tot de conclusie, dat uit de resultaten van de metingen in het afgas van de centrale schoorsteen van de NIJG is gebleken, dat de emissie-eisen voor geur zowel uit de vergunning als het ontwerpbesluit na correctie voor de meetonzekerheid niet worden overschreden. Door Olfasense is de geurimmissie berekend, die er op basis van de in juli 2023 gemeten geuremissie kan worden vastgesteld. Omdat er geen sprake was van een vergelijking met een immissie-eis uit de vergunning werd daarbij géén rekening gehouden met correctie voor de meetonzekerheid. Tabel 7 geeft een overzicht van de emissiegegevens van de NIJG. Tabel 7: Emissiegegevens van de NIJG Bronomschrijving

Schoorsteen NIJG

X

Y

[m]

[m]

184132 428640

H

Q

Emissie

Emissie

Emissieduur

[m [MW ] ]

[106 ouE/h]

[ouE/s]

[h/jr]

53

1.546

429.444

5.214

0,99

Brontype en emissiepatroon

Puntbron met thermische pluimstijging

Toetsingskader Als toetsingskader is uitgegaan van het kader geldend voor hinderlijke geuren uit de provinciale beleidsregels. In deze hinderijkheidscategorie kan het bedrijf op basis van de resultaten van hedonische metingen uit 2018 worden ingedeeld. Voor omgevingscategorie ‘Wonen’ is dan het volgende toetsingskader van toepassing: •

Grenswaarde: 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Richtwaarde: 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Streefwaarde: 0,15 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 53 van 64

Geurimmissie Het resultaat van de verspreidingsberekening is gepresenteerd in figuur 11. Weergegeven zijn de contouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. De geurimmissie ter plaatse van een aantal gekozen toetspunten rondom het bedrijf en het industrieterrein, die representatief zijn voor de meest nabijgelegen woonbebouwing in de diverse windrichtingen is als volgt:

GENY22A NIJG2 Rapport: Model: Resultaten voor model:

Resultatentabel NIJG NIJG

Naam RS3 JS85 TVHS4 SW3 WKW254

Omschrijving 98% [OU/m³] Reekstraat 3 0,09 Jonkerstraat 85 0,09 Thomas van Heereveldstraa 0,83 Scheidingsweg 3 0,94 Wolfkuilseweg 254 0,48

DDBS42 DS45 MC

Doctor de Blecourstraat 4 Dorpstraat 45 Mondial college

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

0,26 0,16 0,27

pagina 54 van 64

Figuur 11 Geurcontouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van de NIJG in de huidige situatie.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 55 van 64

Bijlage E

rwzi Nijmegen

Geuremissieoverzicht In het kader van het uitgevoerde geuronderzoek werd de geuremissie van twee bronnen van de RWZI, namelijk het open oppervlak van de voorbezinktanks en de ventilatielucht van het slibontwateringsgebouw door middel van een geurmetingen gekwantificeerd. De geuremissie van de overige bronnen van de RWZI is in het onderzoek overgenomen uit het geurrapport bij de aanvraag van de vigerende vergunning. Uit de metingen bleek, dat de geuremissie van de voorbezinktanks zowel in zomercondities als bij meer gematigde omstandigheden in de herfst véél hoger was dan beschreven in het geurrapport bij de vergunningsaanvraag. De geuremissie van het slibontwateringsgebouw bleek beperkt van grootte te zijn en weinig relevant voor de geurimmissie buiten de terreingrenzen. De resultaten van de metingen zijn samen met de gegevens van de overige bronnen gebruikt om een actueel beeld te beschrijven van de geuremissie en de geurimmissie, die daar een gevolg van is. Tabel 8 geeft een overzicht van de emissiegegevens van de rwzi Nijmegen. Tabel 8: Emissiegegevens van de rwzi Nijmegen Bronomschrijving

X en Y

H

Q

Emissie

Emissie

Emissieduur

[m]

[m]

[MW ]

[106 ouE/h]

[ouE/s]

[h/jr]

Lavafilter 1

183160, 428779

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Lavafilter 2

183157, 428786

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Lavafilter 3

183161, 428801

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Lavafilter 4

183283, 428867

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Lavafilter 5

183286, 428870

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Lavafilter 6

183290, 428874

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Lavafilter 7

183303, 428890

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Lavafilter 8

183242, 428958

5

0

3,28

911

8.760

Puntbron

Voorbezinktank 1

183164, 428847

1,5

0

508 51,3

141.233 14.250

1.460 7.400

Oppervlaktebron

Voorbezinktank 2

183219, 428904

1,5

0

508 51,3

141.233 14.250

1.460 7.400

Oppervlaktebron

Voorbezinktank 3

183271, 428957

1,5

0

508 51,3

141.233 14.250

1.460 7.400

Oppervlaktebron

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

Brontype en emissiepatroon

pagina 56 van 64

Bronomschrijving

X en Y

H

Q

Emissie

Emissie

Emissieduur

[m]

[m]

[MW ]

[106 ouE/h]

[ouE/s]

[h/jr]

Beluchtingstank 1

183121, 428884

1,5

0

4,0

1.111

8.760

Oppervlaktebron

Beluchtingstank 1

183121, 428884

1,5

0

4,0

1.111

8.760

Oppervlaktebron

Beluchtingstank 2

183179, 428939

1,5

0

4,0

1.111

8.760

Oppervlaktebron

Beluchtingstank 3

183232, 428999

1,5

0

4,0

1.111

8.760

Oppervlaktebron

Beluchtingstank 4

183342, 429025

1,5

0

4,0

1.111

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 1

183081, 428925

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 2

183031, 428975

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 3

183137, 428985

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 4

183089, 429034

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 5

183189, 429035

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 6

183137, 429086

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 7

183298, 429072

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Nabezinktank 8

183345, 429121

1,5

0

1,95

542

8.760

Oppervlaktebron

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

Brontype en emissiepatroon

pagina 57 van 64

Toetsingskader Toetsingskader volgens Activiteitenbesluit Het toetsingskader voor zuiveringstechnische werken is beschreven in artikel 3.5b van het Activiteitenbesluit. Voor zuiveringstechnische werken die zijn opgericht vóór 1 februari 1996 geldt het overgangsrecht. Dit is op de RWZI Nijmegen, die medio jaren 80 werd gebouwd van toepassing. Volgens lid 4 t/m 6 van het artikel zijn dan de volgende geurnormen van toepassing: •

1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde geldend ter plaatse van geurgevoelige objecten

•

3,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde geldend ter plaatse van geurgevoelige objecten op een bedrijventerrein of buiten de bebouwde kom.

Toetsingskader volgens provinciale beleidsregel Een rioolwaterzuiveringsinrichting kan worden ingedeeld in de categorie ‘hinderlijk’ volgens de beleidsregel geur bedrijven van de provincie Gelderland. Daarmee zou voor omgevingscategorie ‘Wonen’ het volgende toetsingskader van toepassing zijn: •

Grenswaarde: 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Richtwaarde: 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Streefwaarde: 0,15 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 58 van 64

Geurimmissie Het resultaat van de verspreidingsberekening is gepresenteerd in figuur 12 en 13. In figuur 12 is getoetst aan de op de RWZI van toepassing zijnde geurnormen uit in artikel 3.5b van het Activiteitenbesluit. Weergegeven zijn de contouren van 1,5 en 3,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde. In figuur 13 is getoetst aan het toetsingskader voor hinderlijke geur uit de provinciale beleidsregels. Weergegeven zijn de contouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. De geurimmissie ter plaatse van een aantal gekozen toetspunten rondom de RWZI en het industrieterrein, die representatief zijn voor de meest nabijgelegen woonbebouwing in de diverse windrichtingen is als volgt:

8

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 59 van 64

Figuur 12 Geurcontouren van 1,5 en 3,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde (normen uit Activiteitenbesluit) als gevolg van de RWZI Nijmegen in de huidige situatie.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 60 van 64

Figuur 13 Geurcontour van 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde (richt- en grenswaarde provinciaal beleid) als gevolg van de RWZI Nijmegen in de huidige situatie. Het doorgerekende gebied was te klein om de contour 0,15 ouE/m3 als 98percentielwaarde (streefwaarde) af te kunnen afbeelden.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 61 van 64

Bijlage F

Draad Nijmegen

Geuremissieoverzicht In het kader van het geuronderzoek werd de geuremissie van twee van de bronnen van Draad Nijmegen door middel van geurmetingen gekwantificeerd: die van de afzuigkap van Sicme 2 en de gezamenlijke geuremissie van de vier dakluiken. De keuze voor deze bronnen werd gebaseerd op de informatie in het geurrapport bij de aanvraag revisievergunning. De emissie van de dakluiken nam volgens dat rapport bijna 56% van de totale geuremissie voor hun rekening. De emissies van de afzuigkap van Sicme 2 had de grootste geuremissie van de afzuigkappen van de 4 Sicme lijnen. Voor de overige bronnen is in het onderzoek uitgegaan van de waarden uit het geurrapport uit 2015. Door Olfasense zijn de resultaten van de metingen bij Draad Nijmegen samen met de geuremissiegegevens van de overige bronnen gebruikt om een actueel beeld van de geuremissie en de geurimmissie, die daar een gevolg van is, te beschrijven. De metingen aan de afzuigkap van Sicme 2 en aan de dakluiken hebben laten zien, dat de geuremissie van die bronnen niet groter was dan beschreven in het geurrapport bij de vergunningaanvraag.

Toetsingskader In geurrapport bij de revisieaanvraag uit 2015 werd de geur van Draad Nijmegen ingedeeld in de categorie ‘minder hinderlijk’ volgens de beleidsregel geur bedrijven van de provincie Gelderland. Bij deze indeling werd verwezen naar de resultaten van hedonische metingen aan monsters van de afzuigkappen van de Sicme machines en aan de dakluiken. Daarbij werd een gemiddelde H=-2waarde vastgesteld van respectievelijk 7,3 en 9,9 ouE/m3. De indeling in de categorie ‘minder hinderlijk’ is niet in overeenstemming met de resultaten van veldwaarnemingen, die in voorbereiding op het meetonderzoek in de omgeving van Draad Nijmegen werden gedaan. Tijdens de veldwaarnemingen bleek dat de geur afkomstig van Draad Nijmegen zeer goed herkenbaar was ten opzichte van achtergrondgeur. Zodra de geur werd waargenomen werd deze als onaangenaam gekwalificeerd. In afwijking van het geurrapport van 2015 is de geur van Draad Nijmegen daarom ingedeeld in de categorie hinderlijk van de provinciale beleidsregel. Daarmee is voor omgevingscategorie ‘Wonen’ het volgende toetsingskader van toepassing: •

Grenswaarde: 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Richtwaarde: 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

•

Streefwaarde: 0,15 ouE/m3 als 98-percentielwaarde

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 62 van 64

Geurimmissie Het resultaat van de verspreidingsberekening is gepresenteerd in figuur 14. Weergegeven zijn de contouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde. De geurimmissie ter plaatse van een aantal gekozen toetspunten rondom het bedrijf en het industrieterrein, die representatief zijn voor de meest nabijgelegen woonbebouwing in de diverse windrichtingen is als volgt:

DRNY Rapport: Model: Resultaten voor model:

Resultatentabel DRNY DRNY

Naam RS3 JS85 TVHS4 SW3 WKW254

Omschrijving Reekstraat 3 Jonkerstraat 85 Thomas van Heereveldstraa Scheidingsweg 3 Wolfkuilseweg 254

DDBS42 DS45 MC

Doctor de Blecourtstraat Dorpstraat 45 Mondial college

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

98% [OU/m³] 0,14 0,35 0,34 0,33 0,30 0,50 0,34 0,31

pagina 63 van 64

Figuur 14 Geurcontouren van 0,15 ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde als gevolg van Draad Nijmegen in de huidige/vergunde situatie.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 64 van 64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4142b95a-4372-4eaf-9c89-b94c6420704e