CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport “Geuronderzoek industrieterrein Nijmegen-West en Weurt, Eindrapport” van april 2024 met kenmerk GENYA5 van Olfasense

Besluitronde (raadsvergadering) 3 juli 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D31 d.d. 28 mei 2024 over Uitkomst geuronderzoek industrieterrein Nijmegen-West en Weurt15.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Geuronderzoek industrieterrein Nijmegen-West en Weurt

GENY22A5, april 2024 Olfasense B.V.

titel: rapportnummer: vervangt rapport: projectcode:

Geuronderzoek industrieterrein Nijmegen-West en Weurt GENY22A5 GENY22A4 GENY22A

opdrachtgever:

Gemeente Nijmegen Postbus 9105 6500 HG NIJMEGEN Nederland

contactpersoon:

de heer Swinkels

opdrachtnemer:

Olfasense B.V. Zekeringstraat 48 1014 BT Amsterdam Nederland

auteur(s): goedgekeurd:

Frans Vossen voor Olfasense B.V. door

drs. F.J.H. Vossen, directeur datum:

12 april 2024

copyright:

© 2024, Olfasense B.V.

disclaimer:

Dit rapport mag niet worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Olfasense B.V. of haar opdrachtgever. Olfasense B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Olfasense B.V. geleverde document. Olfasense B.V. is niet verantwoordelijk voor de door opdrachtgever aangeleverde informatie en de mogelijke invloed daarvan op de geldigheid van de resultaten.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 2 van 64

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

3

1

Inleiding

5

2

Vooronderzoek

7

2.1 Aanpak van het vooronderzoek 2.1.1 Algemeen 2.1.2 Klachtenanalyse 2.1.3 Veldwaarnemingen 2.1.4 Dossier-onderzoek

7 7 7 7 8

2.2 Resultaten van het vooronderzoek 2.2.1 Klachten over geur door industrie in periode 2014 t/m 2022 2.2.2 Locatie van klagers in periode 2019 – oktober 2021 2.2.3 Resultaten van de veldwaarnemingen 2.2.4 Resultaten van het dossieronderzoek

9 9 10 13 14

Geuremissie en –immissie door individuele bedrijven

15

3.1 Algemeen

15

3.2 Bespreking van de resultaten 3.2.1 APN 3.2.2 ARN 3.2.3 Duynie/Novidon 3.2.4 NIJG 3.2.5 rwzi Nijmegen 3.2.6 Draad Nijmegen

15 15 16 16 16 17 18

3.3 Relatie tussen geurimmissie en klachten 3.3.1 APN 3.3.2 ARN 3.3.3 Duynie/Novidon 3.3.4 NIJG 3.3.5 Rwzi Nijmegen 3.3.6 Draad Nijmegen 3.3.7 Samenvatting en conclusie

19 19 20 20 21 21 22 22

Cumulatieve situatie

23

4.1 Algemeen

23

4.2 Rekenresultaten 4.2.1 Geurimmissie ter plaatse van toetspunten 4.2.2 Geurcontouren

23 23 24

3

4

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 3 van 64

5

6

4.3 Bespreking van de resultaten

27

Consequenties van het onderzoek voor de keuze van een geurbeleid

28

5.1 Informatie uit uitgevoerd onderzoek

28

5.2 Klachtenregistratie,-afhandeling en -analyse

29

5.3 Voorstel voor de richting van toekomstig geurbeleid 5.3.1 Hinderlijkheid van een geur en normstelling 5.3.2 Meetonzekerheid van geurmetingen 5.3.3 Cumulatie

31 31 32 34

Samenvatting en aanbevelingen

35

Bijlagen

40

Bijlage A

APN

41

Bijlage B

ARN

47

Bijlage C

Duynie/Novidon

50

Bijlage D

NIJG

53

Bijlage E

rwzi Nijmegen

56

Bijlage F

Draad Nijmegen

62

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 4 van 64

1 Inleiding In opdracht van de Gemeente Nijmegen en de gemeente Beuningen is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd voor het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt. De context en het doel van het onderzoek werden uitvoering beschreven in de offerte-uitvraag. Kort samengevat: “Het geuronderzoek heeft als doel om te komen tot een goede, actuele beschrijving van de relevante de geurbronnen en van de (cumulatieve) geurimmissie in het gebied Nijmegen West en Weurt. In 2007 en 2010 is dit onderzoek ook uitgevoerd om vanuit de beeldvorming inzicht te krijgen voor (toekomstige) bestuurlijke besluitvorming van het aspect geur.” Een belangrijk punt wordt gevormd door het feit, dat de wijkvertegenwoordiging en TPN West nauw bij het onderzoek betrokken worden: •

De keuze van het adviesbureau dat het onderzoek zou mogen uitvoeren vond in nauw overleg met de wijkvertegenwoordiging en TPN West plaats.

•

De wijkvertegenwoordiging en TPN West werd de gelegenheid geboden om de veldwaarnemingen in de eerste fase van het onderzoek bij te wonen.

•

Er werd een snuffelochtend georganiseerd op 5 november 2022, waarin de wijze van uitvoering van de veldmetingen aan geïnteresseerden werd gedemonstreerd.

•

De resultaten van de eerste fase van het onderzoek werden met de wijkvertegenwoordiging en TPN West besproken.

Het vorige geuronderzoek in het gebied dateert uit 2010. De recente aandacht voor zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en het grote aantal klachten over geur, maken een actualisatie van de kennis van de situatie gewenst, zeker ook met het oog op de verplichtingen in de komende Omgevingswet. Het door Olfasense uitgevoerde onderzoek werd in twee delen opgedeeld: 1. Een vooronderzoek Het vooronderzoek had een indicatief karakter. Het was bedoeld om in beeld te brengen hoe de individuele geurbronnen op het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt feitelijk buiten hun terreingrenzen waarneembaar zijn. Het vooronderzoek had tot doel te komen tot een rangschikking van de relevantie van de in het gebied aanwezige bronnen op basis van waarneembaarheid: welke bronnen zijn relevant en welke minder relevant? Elk individueel bedrijf op het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt is daarbij bekeken en op relevantie beoordeeld. De waarneembaarheid is vastgesteld aan de hand van veldwaarnemingen. Daarbij werd er op een systematische manier benedenwinds van de verschillende bronnen bepaald óf er geur afkomstig van die bronnen kan worden waargenomen en zo ja, wat de intensiteit is (hoe sterk) en hoe onaangenaam de geur gevonden wordt. In het vooronderzoek is tevens een relatie gelegd met de klachtensituatie.

Het was daarmee ook bedoeld om een beter beeld van de aan het industrieterrein toegeschreven geurklachten te krijgen. De invulling van het hoofdonderzoek werd bepaald op basis van de in het vooronderzoek verkregen inzichten over de waarneembaarheid van de bronnen en hun relatie met de geregistreerde klachten.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 5 van 64

2. Het hoofdonderzoek In het hoofdonderzoek zijn er geurmetingen uitgevoerd bij een aantal op basis van de resultaten van het vooronderzoek geselecteerde bedrijven. De selectie van de betrokken bedrijven is gebeurd op basis van de waarneembaarheid buiten de terreingrenzen en de relevantie voor de in de afgelopen jaren geregistreerde klachten. De resultaten van het onderzoek zullen een belangrijke rol spelen bij de beantwoording van de vraag waarom er zoveel geurhinder als gevolg van het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt wordt ervaren. Het in het onderzoek verkregen inzicht en kennis zullen worden gebruikt bij het bepalen van een eigen geurbeleid voor de gemeente Nijmegen en de gemeente Beuningen.

Het voorliggende rapport vormt het eindrapport van het onderzoek. In hoofdstuk 2 worden de resultaten beschreven van het vooronderzoek. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het hoofdonderzoek gepresenteerd en besproken. Hoofdstuk 4 gaat in op het aspect cumulatie. In hoofdstuk 5 worden de consequenties van het onderzoek beschreven voor de keuze van een passen geurbeleid. Hoofdstuk 6 sluit af met de samenvatting en conclusies.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 6 van 64

2 Vooronderzoek 2.1 Aanpak van het vooronderzoek 2.1.1 Algemeen Het vooronderzoek bestond uit drie afzonderlijke onderdelen: 1. Analyse van de klachten in de afgelopen jaren 2. Veldwaarnemingen 3. Dossier-onderzoek

2.1.2 Klachtenanalyse Door de opdrachtgever werd een overzicht (in de vorm van een Excel-bestand) verstrekt van de klachten, die in de periode 2014-2022 in (voornamelijk) de regio Nijmegen werden geregistreerd. Een deelbestand van het klachtenoverzicht (2019 – okt. 2021) bevatte ook de adresgegevens van de klagers. Dat maakte het mogelijk om over die periode een klachtenkaart te maken: waar en tot waar wordt er over een bedrijf geklaagd?

2.1.3 Veldwaarnemingen De veldwaarnemingen zijn uitgevoerd door 2 Olfasense medewerkers met een gekwalificeerde neus 1 en gekwalificeerd om veldmetingen uit te voeren conform NEN-EN 16841 deel 2. Bij de veldwaarnemingen 2 is systematisch bepaald waar en tot waar elk van de op de bedrijventerrein aanwezige bronnen benedenwinds waarneembaar is, welke soort geur wordt waargenomen, wat de intensiteit en de hedonische waarde is. Elke meetdag begon met een uitgebreide rondgang over het industrieterrein om te bepalen welke bedrijven er benedenwinds buiten hun terreingrens waarneembaar waren. De verdere waarnemingen van de betreffende dag werden toegespitst op die bedrijven. Elke dag bleek dat er van het grote aantal bedrijven in het onderzoeksgebied, maar een zeer beperkt aantal is, dat in relevante mate benedenwinds buiten de eigen terreingrens waargenomen kan worden. Per als relevant geselecteerd bedrijf werd eerst een waarneming gedaan op relatief korte afstand; daarna werden er waarnemingen gedaan op steeds grotere afstand. Daarmee werd doorgegaan totdat er uiteindelijk geen geur meer waarneembaar was.

1

Volgens NEN13725

2

Veldwaarnemingen zijn dus niet hetzelfde als veldmetingen. Bij een veldmeting (die meestal op 1 bedrijf is gericht) wordt de norm letterlijk gevolgd; bij een veldwaarneming hoeft dat niet het geval te zijn (want het doel is dan anders).

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 7 van 64

De kwalificatie ‘waarneembaar’ heeft geen directe relatie tot een concentratie uitgedrukt in ouE/m3. Een geur die waarneembaar is heeft per definitie een geurconcentratie, die hoger is dan 1 ouE/m3. De waarnemingsafstand heeft ook géén relatie met geurcontouren waarmee de geurimmissie (geurbelasting) van een bedrijf inzichtelijk kan worden gemaakt: waarneming vindt momentaan plaats (binnen korte tijdspanne), terwijl contouren worden uitgedrukt als uurgemiddelde concentratie als 98-percentielwaarde (een statistische samenvatting van een langere periode) De waarnemingen zijn op 5 dagen uitgevoerd. De meetdagen zijn gekozen bij weersomstandigheden, die geschikt waren voor goede waarnemingen en relevant voor de plaatsen waar het meest over geurhinder door industrie wordt geklaagd: bij voldoende wind, stabiele windrichting en geen neerslag van betekenis. De weersomstandigheden tijdens de metingen werden verder niet geregistreerd of anderszins vastgelegd. In de verwerking van de resultaten spelen de weersomstandigheden ook geen rol. De waarnemingen werden over de hele dag verspreid. Per meetdag is daarmee een ‘plaatje’ op een topografische ondergrond verkregen van hoe de bedrijven op die dag in de omgeving waarneembaar waren.

2.1.4 Dossier-onderzoek Van elk van de in het veldonderzoek onderscheiden mogelijk relevante bronnen werd door de gemeente Nijmegen een zo compleet mogelijk geurdossier verstrekt. De omvang en inhoud van deze dossiers verschilde sterk.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 8 van 64

2.2 Resultaten van het vooronderzoek 2.2.1 Klachten over geur door industrie in periode 2014 t/m 2022 Tabel 1 geeft de verdeling van de klachten over de verschillende bedrijven binnen het onderzoeksgebied per individueel jaar weer. Tabel 1: Verdeling van klachten over verschillende industriële bedrijven en de verschillende jaren in de periode 2014-2022 Jaar: Klacht toegeschreven aan:

2014

2015

ARN

9

6

APN

15

3

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2

1

4

21

11

43

400

355

1

12

1

1

(naam bedrijf) 1 13

1

7

Boskalis Bouten Nederland Container TN

1 3

Dar

1 1

Derks GWW

1

De Ruyter Schroot

6

2

De Leeuw Metalen Duynie

1 1

EMR GDF-SUEZ/ENGIE

8

2

2

1

1

1

1

1

6

4

3

1

HKS HSF Logistics

2 1

29

1

3

Huisdier crematorium

4

Mead Johnson

2

NIJG

4

Rhenania

7

5

RIHO Sita

3

14

5

8

86

1

4

6

3

4

1

1

>5

1 1

Smit Draad

2

Stuiver Metalen VBI Weurt

8

1 1

Bedrijventerrein WKS Overig/onduidelijk

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

2 1

1 2

pagina 9 van 64

Tot het jaar 2019 is het aantal klachten over geurhinder als gevolg van bedrijven beperkt tot enige tientallen per jaar. In 2019 en 2020 is het aantal klachten iets groter, maar nog steeds beperkt van omvang zeker wanneer rekening wordt gehouden met de grootte van het industrieterrein, het aantal (grote) bedrijven en de afstand tussen bedrijven en bewoonde omgeving. In 2019 springen HSF Logistics en de NIJG er qua klachtenaantal bovenuit, in 2020 is dat APN. In het algemeen kan gesteld worden, dat wanneer klachtenaantallen per bedrijf beperkt blijven tot hooguit 10 stuks per jaar, er geen reden is om aan te nemen dat er sprake is van een probleemsituatie. In het jaar 2021 nam het aantal klachten als gevolg van APN sterk toe: van enkele tientallen in de jaren ervoor naar 400 per jaar. In de klachtenaantallen van de overige bedrijven waren dat jaar geen bijzonderheden te zien. Het jaar 2022 laat voor wat APN betreft een vergelijkbaar beeld zien als 2021. Er zijn twee andere bedrijven, die dat jaar qua klachtenaantallen uitspringen boven de aantallen van de voorafgaande jaren. Dat geldt vooral voor de NIJG en in mindere mate voor de ARN. De rwzi Nijmegen komt in het klachtenoverzicht niet voor. Er zijn géén aanwijzingen, dat er, naast individuele invloeden van de afzonderlijke bedrijven, ook cumulatieve aspecten een rol hebben gespeeld in de geurklachten.

In de periode tot en met 2019 zijn de aantallen klachten niet ongebruikelijk voor de grootte van het onderzoeksgebied en de aard van de in het gebied aanwezige bedrijven. Vanaf 2020 is er sprake van één bron waar het merendeel van de klachten aan worden toegekend. Voor het optreden van cumulatieve effecten in de klachten over die bron zijn geen aanwijzingen.

2.2.2 Locatie van klagers in periode 2019 – oktober 2021 2.2.2.1 Algemeen In de periode 2019- oktober 2021 werden ruim 1870 klachten over geurhinder in het gebied rond het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt geregistreerd. Ruim een derde deel heeft betrekking op industriële bedrijven. De koppeling van klachten aan een bedrijfsnaam vond plaats op basis van de in het klachtenoverzicht, kolom “VeroorzakerNaam”, geregistreerde naam. De gegevens in de kolom “Veroorzaker Juist” werden niet gebruikt, omdat in het merendeel van de gevallen ‘onbekend’ is vermeld. Wanneer de klachten van deze periode op een topografische kaart worden geprojecteerd ontstaat het beeld dat is weergegeven in figuur 1. De weergegeven ‘vlaggetjes’ geven in sommige gevallen (met name die in Nijmegen) méér dan 1 klacht weer. Bij inzoomen valt een vlaggetje weer uiteen in de individuele klachten. Figuur 2 is iets meer ingezoomd dan figuur 1.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 10 van 64

Figuur 1 Klachtenplaatje over periode 2019 – oktober 2021

Figuur 2 Klachtenplaatje over periode 2019 – oktober 2021 (iets ingezoomd)

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 11 van 64

APN is in de periode 2019-2021 verantwoordelijk het merendeel van de aan industriële bronnen toegeschreven klachten. Het aantal klachten over APN is in het jaar 2021 sterk toegenomen. Het bedrijf had dat jaar een zeer dominant aandeel in de geurklachten over het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt. Het jaar 2022 laat een vergelijkbaar beeld zien. Het overgrote deel van de klachten over APN blijkt uit Nijmegen te komen en met name de wijk Hees (vooral in het gebied dat wordt begrensd door de Neerbosscheweg, Paul Krügerstraat/Molenweg en Industrieweg, zie figuur 3).

Figuur 3 Ingezoomd beeld van de locaties in Nijmegen-West waar in de periode 20192021 over APN werd geklaagd

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 12 van 64

2.2.3 Resultaten van de veldwaarnemingen Uit de veldmetingen bleek, dat er zes bedrijven zijn, die benedenwinds duidelijk buiten de terreingrens tot geurwaarneming leiden: 1. APN De geur van APN was voor de waarnemers makkelijk te herkennen en werd omschreven als asfalt/bitumen-geur. 2. ARN De geur van ARN wordt gedomineerd door composteringsgeur. Op kortere afstand werd ook wel afval/huisvuil-geur waargenomen. 3. Duynie/Novidon Er werd een geur waargenomen die getypeerd werd als ‘zurig, braaksel’. De plaats van waarneming en de windrichting duidden daarbij op Duynie/Novidon als mogelijke bron. 4. NIJG De geur van de NIJG werd herkend als een mengelmoes van verbrandingsgeur en een fenolachtige geur. De waarnemers noteerden dat de geur van de NIJG enige verwantschap vertoont met de geur van APN en mogelijk ook van Draad Nijmegen BV (zeer nadrukkelijk fenolachtig). Voor niet geoefende ruikers is het onderscheid tussen de verschillende geuren moeilijk te maken. 5. RWZI Benedenwinds van de rioolwaterzuivering werden er twee typen geur waargenomen: geur van H2S (afkomstig van de open voorbezinktanks) en de geur van geurstoffen die aan wasmiddelen worden toegevoegd (typisch afkomstig van de beluchtingstanks en de nabezinktanks). De geuren afkomstig van de rioolwaterzuivering verdwijnen vrij makkelijk en snel in de achtergrond. 6.

Draad Nijmegen De geur van Draad Nijmegen BV is sterk fenolachtig en wordt als onaangenaam gekwalificeerd. De geur kan goed worden onderscheiden van andere geuren. Tabel 2 geeft een overzicht van resultaten van de 5 veldmeetdagen. Tabel 2: Overzicht van de resultaten van de veldwaarnemingen Verste waarnemingsafstand (m) APN

ARN

Duynie /Novidon

NIJG RWZI

Draad Nijmegen BV

Meting 1

1030

1939

7**

1600

1250

1610

Meting 2

2942

1957

646

181

62

**

639

Meting 3

--

*

2316

--

***

1704

557

656

Meting 4

--

*

1736

599

3684

1183

--***

Meting 5

3234

2249

1073

2499

1107

437

Gemiddelde waarnemingsafstand

2402

2039

581

1934

832

836

: APN niet in bedrijf : uitsluitend direct aan de terreingrens waarneembaar, waarde wél meegenomen. *** : geen benedenwindse waarneming gedaan *

**

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 13 van 64

De resultaten van de veldwaarnemingen laten zien dat er drie bronnen zijn die gemiddeld tot op een afstand van ongeveer 2 kilometer waargenomen kunnen worden: APN, ARN en NIJG. De waarnemingsafstand van ARN lag daarbij steeds in dezelfde orde van grootte. De waarnemingsafstanden van APN en de NIJG waren veel variabeler. Beide bronnen werd op 1 dag tot op meer dan 3 kilometer afstand waargenomen. De waarnemingsafstand van de NIJG was moeilijker te bepalen dan die van de andere bronnen, doordat de geur van deze bron door de hoge schoorsteen en grote warmte-inhoud pas op redelijk grote afstand op maaiveldhoogte waarneembaar is. De waarneembaarheid van de drie andere bronnen was duidelijk minder dan die van de bovengenoemde ‘grote drie’, maar daarmee niet verwaarloosbaar. Zowel Duynie/Novidon, de rwzi Nijmegen en Draad Nijmegen BV konden tot een afstand van meer dan een kilometer benedenwinds worden waargenomen en zouden daarmee enigszins relevant kunnen zijn voor de klachtensituatie.

2.2.4 Resultaten van het dossieronderzoek Het dossieronderzoek was erop gericht te bepalen welke bronnen bij de in het veldonderzoek geselecteerde bedrijven opnieuw door middel van metingen gekwantificeerd zouden moeten worden om een actueel beeld van de feitelijke geuremissie te verkrijgen. Het dossier onderzoek leidde tot het in tabel 3 samengevatte voorstel voor uit te voeren metingen. Tabel 3: Overzicht van de bronnen die op basis van vooronderzoek werden geselecteerd voor metingen Bedrijf APN

ARN Duynie/Novidon NIJG Rioolwaterzuivering Nijmegen Draad Nijmegen

Te kwantificeren bron

Bijzonderheden

Centrale schoorsteen

Meting door ODRA

Productiehal

Meting door W+B in opdracht van ODRA

Silohal

Meting door W+B in opdracht van ODRA

Schoorsteen compostering

Meting door Olfasense

Droger na extruder

Meting door Olfasense

Flashdroger

Meting door Olfasense

Centrale schoorsteen

Meting door ODRA

Voorbezinktanks

Meting door Olfasense

Ventilatie slibontwatering

Meting door Olfasense

Dakluiken

Meting door Olfasense

Afzuigkappen

Meting door Olfasense

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 14 van 64

3 Geuremissie en –immissie door individuele bedrijven 3.1 Algemeen De geuremissie van de individuele bedrijven en de geurimmissie, die daar een gevolg van is, is samengevat in bijlage A tot en met F. Per bedrijf werd een deelrapport opgesteld. De geurimmissie werd vergeleken met de geurimmissiewaarden die er volgens de provinciale beleidsregels 3 geur bedrijven op van toepassing zouden zijn, óók indien een bedrijf onder het bevoegd gezag van de gemeente valt. Tot dusver heeft de gemeente Nijmegen de provinciale regels gevolgd. De geurimmissiegrenswaarden zijn uitgedrukt in de vorm van een combinatie van een uurgemiddelde geurconcentratie (in Europese odour units per m3 ofwel ouE/m3) en een percentielwaarde.

3.2 Bespreking van de resultaten 3.2.1 APN Uit het onderzoek is gebleken, dat de in 2023 vastgestelde geuremissie van de APN goed overeenkomt met de geuremissie, die in 2008 werd aangevraagd. Uit de verspreidingsberekening blijkt dat de vergunde norm van 5 ouE/m3 als 99,99percentielwaarde uitsluitend in een klein gebied rondom APN wordt overschreden. Binnen dit gebied bevinden zich geen geurgevoelige objecten; er is daarmee géén sprake van overschrijding van de geurnorm. De berekende contour correspondeert goed met de contour in het geurrapport bij de vergunningaanvraag uit 2008. Wanneer de geurimmissie wordt vergeleken met de normen voor hinderlijke geuren in de provinciale beleidsregels voor geur bedrijven blijkt dat de immissienormen als 99,9percentielwaarde meer limiterend zijn dan die als 98-percentielwaarde. De grenswaarde van 6,0 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde blijkt slechts in een klein gebied rond het bedrijf te worden overschreden; binnen dit gebied bevindt zich geen woonbebouwing. De richtwaarde van 2,0 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde wordt overschreden ter plaatse van enkele woningen gelegen tussen de Wolfkuilseweg en de Bredestraat. De streefwaarde van 0,6 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde wordt overschreden ter plaatse van de rand van Weurt en een groot deel van de westelijke woonwijken van Nijmegen.

De resultaten van de berekeningen maken duidelijk, dat toetsing aan de door de Raad van State opgelegde geurnorm van 5 ouE/m3 als 99,99-percentielwaarde een iets ander beeld van de geurimmissie rond APN geeft dan dat verkregen wordt door de vergelijking met de geurnormering, die op basis de provinciale beleidsregels voor geur bedrijven van toepassing zou zijn.

3

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 15 van 64

3.2.2 ARN Uit het onderzoek is gebleken, dat de geuremissie van de 30 m hoge schoorsteen van het biofilter compostering met een emissie van 178 .106 ouE/h ruim lager was dan de waarde van 213 .106 ouE/h waar in het geurrapport bij de vergunningaanvraag van werd uitgegaan. Als toetsingskader voor de ARN is -conform de eerdere vergunningaanvraag- uitgegaan van het kader geldend voor hinderlijke geuren uit de provinciale beleidsregels. Uit de verspreidingsberekening blijkt dat de grenswaarde van 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde niet wordt overschreden. De berekende geurimmissie ter plaatse van het dichtstbijzijnde woonhuis bedraagt 1,31 ouE/m3 als 98-percentielwaarde De richtwaarde van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde wordt in een klein deel van Weurt, Beuningen-Oost en het noordelijk deel van Lindenholt overschreden. De streefwaarde van 0,15 ouE/m3 als 98-percentielwaarde wordt in een groot gebied overschreden. Binnen de contour bevinden zich de woongebieden van Nijmegen (noordwestelijk deel van de stad), Weurt, Beuningen en woongebied noordelijk van de Waal (Oosterhout).

3.2.3 Duynie/Novidon Uit het geuronderzoek is gebleken, dat de flash droger en de droger na de extruder een relevante geuremissie hebben. De geurimmissie als gevolg van Duynie/Novidon is berekend op basis van de bronnen in het geurrapport bij de vergunningaanvraag, aangevuld met de emissies van de beide drogers en vergeleken met het door Peutz voorgestelde toetsingskader voor ‘minder hinderlijke’ geuren volgens de provinciale beleidsregel. Gebleken is dat de richtwaarde van 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde niet wordt overschreden ter plaatse van woningen. Binnen de contour van de streefwaarde van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde bevindt zich het oostelijk gedeelte van Weurt en de meest westelijk gelegen woonbebouwing van Nijmegen. Duynie/Novidon, vestiging Handelskade 19 en 34-38, voldoet daarmee aan de normen die volgens de provinciale beleidsregel van toepassing zouden zijn. Het onderzoek heeft daarmee geen bevestiging gevonden voor het feit dat Duynie/Novidon in het vooronderzoek als potentieel relevante geurbron uit de bus was gekomen.

3.2.4 NIJG Uit de resultaten van de in 2023 door ODRA 4 uitgevoerde metingen in het afgas van de centrale schoorsteen van de NIJG is gebleken, dat “de emissie-eisen voor geur, zowel uit de vergunning als het ontwerpbesluit, na correctie voor de meetonzekerheid niet worden overschreden”. Door Olfasense is de geurimmissie berekend, die er op basis van de in juli 2023 gemeten geuremissie kan worden vastgesteld. Omdat er geen sprake was van een vergelijking met een immissie-eis uit de vergunning werd daarbij géén rekening gehouden met correctie voor de meetonzekerheid. Als toetsingskader is uitgegaan van het kader geldend voor hinderlijke geuren uit de provinciale

4

ODRA-rapport EM-23-27, 18 juli 2023.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 16 van 64

beleidsregels. In deze hinderijkheidscategorie kan het bedrijf op basis van de resultaten van hedonische metingen uit 2018 worden ingedeeld 5. Uit de verspreidingsberekening is gebleken, dat de emissie van de NIJG niet leidt tot overschrijding van de grenswaarde volgens de provinciale beleidsregels. De richtwaarde wordt overschreden in een groot deel van Weurt. Overschrijding van de streefwaarde vindt plaats in een groot deel van noordwest Nijmegen, Weurt, Oosterhout, Waalsprong en Lent.

3.2.5 rwzi Nijmegen Uit het geuronderzoek is gebleken dat de geuremissie van een voorbezinktank met een waarde van 508 .106 ouE/h per tank in de zomer en 51,3 .106 ouE/h in de herfst een veelvoud bedraagt van de geuremissie van 3,85 .106 ouE/h per tank, die in 2001 in het geurrapport werd beschreven bij de aanvraag van de vigerende vergunning. Bij de verdere verwerking van de gegevens is aangenomen dat de gemeten hoge emissie van 508 .106 ouE/h per tank gedurende 2 maanden per jaar optreedt en dat er geurende de 10 overige maanden sprake is van een geuremissie van 51,3 .106 ouE/h per tank. De geuremissie van de slibontwatering bleek beperkt van grootte en bleek vergelijkbaar met de emissie van een beluchtingstank. Voor de geurimmissie van de omgeving is deze bron niet erg relevant. Uit een verspreidingsberekening is gebleken dat een geurimmissie van 1,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde (norm voor woonomgeving volgens Activiteitenbesluit en grenswaarde provinciale beleidsregel) binnen een straal van ongeveer 1200 meter wordt overschreden. Binnen dit gebied bevindt zich een deel van de woonbebouwing van Weurt en wat woningen in het buitengebied. Aan de rand van Weurt (Thomas van Heereveldstraat) is een geurimmissie berekend van 1,64 ouE/m3 als 98-percentielwaarde, hetgeen 10% hoger is dan de norm.

Bij de zwaarst belaste woning bedraagt de berekende geurimmissie ruim 5,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde. De norm voor een verspreid liggende woning buiten de bebouwde kom of op een bedrijventerrein van 3,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde wordt er met 55% overschreden.

5

Door omwonenden wordt de indeling in de categorie ‘hinderlijk’ in twijfel getrokken en zou indeling in de categorie ‘zeer hinderlijk’ meer passend zijn (Bron: bewonersavond Kinderdorp Neerbosch, 30 januari 2024).

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 17 van 64

3.2.6 Draad Nijmegen De metingen aan de afzuigkap van Sicme 2 en aan de dakluiken bij Draad Nijmegen hebben laten zien, dat de geuremissie van die bronnen niet groter was dan beschreven in het geurrapport bij de vergunningaanvraag. De geurimmissie in de huidige situatie is daarom berekend op basis van de vergunde geuremissies van de verschillende bronnen. In afwijking van het geurrapport bij de aanvraag uit 2015 is Draad Nijmegen ingedeeld in de categorie 'hinderlijke’ geur 6. Uit een vergelijking van de berekende geurimmissie met de normen geldend voor de categorie 'hinderlijke’ geur in de provinciale beleidsregel is gebleken, dat ter plaatse van de categorie Wonen wordt voldaan aan de grenswaarde en aan de richtwaarde. De streefwaarde wordt overschreden in Weurt en het noordwestelijk deel van Nijmegen.

6

De reden voor deze afwijking van het geurrapport bij de aanvraag uit 2015, waarin de geur in de categorie ‘minder hinderlijk’ werd ingedeeld, is gelegen in het feit, dat de geur van Draad Nijmegen tijdens het vooronderzoek als duidelijk onaangenaam werd gekwalificeerd.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 18 van 64

3.3 Relatie tussen geurimmissie en klachten 3.3.1 APN Uit het onderzoek is gebleken, dat de in 2023 vastgestelde geuremissie van de APN goed overeenkomt met de geuremissie, die in 2008 werd aangevraagd. Uit de verspreidingsberekening blijkt dat de norm van 5 ouE/m3 als 99,99-percentielwaarde uitsluitend in een klein gebied rondom APN wordt overschreden. Binnen dit gebied bevinden zich geen geurgevoelige objecten. De berekende contour correspondeert goed met de contour in het geurrapport bij de vergunningaanvraag uit 2008. Uit een vergelijking met de immissienormen, die er volgens de provinciale beleidsregels op APN van toepassing zijn, is gebleken, dat de richtwaarde van 2 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde bij enkele woningen wordt overschreden. De streefwaarde van 0,6 ouE/m3 als 99,9-percentielwaarde wordt overschreden ter plaatse van de rand van Weurt en een groot deel van de westelijke woonwijken van Nijmegen. Het aantal klachten over APN is met name in de jaren 2021 en 2022 explosief toegenomen. Deze toename is vanuit het inzicht in de geurimmissie als gevolg van APN niet verklaarbaar: er is geen enkele aanwijzing verkregen, dat er in de geurimmissie als gevolg van het bedrijf in de afgelopen jaren iets is veranderd.

De toename van de klachten en de absolute aantallen in de afgelopen 2 jaar zijn waarschijnlijk een gevolg van veranderingen in de gevoeligheid van de omwonenden voor de specifieke geur van APN. Het is zeer goed mogelijk dat de berichtgeving over APN een dergelijke verandering teweeg heeft gebracht. Vooral publicaties over de mogelijke schadelijkheid van de door APN geëmitteerde stoffen kunnen ertoe hebben geleid, dat de tolerantie voor de geur als gevolg van APN tot nul is afgenomen. Zodra de geur van APN wordt waargenomen en herkend, treedt er een gevoel van ongenoegen en dus van hinder op. In dat kader is het begrip ‘peak-to-mean’ ratio 7 (PMR) relevant. Deze ratio (verhouding) geeft de verhouding weer tussen de hoogte van de piekconcentratie binnen een bepaalde tijdsduur en de gemiddelde concentratie van die tijdsduur. De PMR is van vele factoren afhankelijk. In de geurliteratuur worden vaak PMR waarden in de orde van grootte van 10 genoemd tussen een uurgemiddelde geurconcentratie en de concentratie gedurende kortstondige pieken (gedurende bijvoorbeeld 10 seconden) binnen dat uur. Een kortstondige blootstelling aan een geur met een concentratie van enkele (bv. 3-5) ouE/m3 kan waarneming én herkenning van de geur tot gevolg hebben, met een negatieve vervolgreactie tot gevolg.

7

https://www.cmar.csiro.au/airquality/peaktomean.html

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 19 van 64

De verandering van de gevoeligheid van de omwonenden, heeft tot gevolg dat de hinderlijkheid van de geur van APN is veranderd. Het is niet uit te sluiten, dat ook de beleving van andere op het bedrijventerrein aanwezige bedrijven erdoor is veranderd. De categorie ‘hinderlijk’ waarin de geur van APN tot dusver werd ondergebracht is niet meer passend. APN zou moeten worden ingedeeld in de categorie ‘zeer hinderlijk’. Elke waarneming en herkenning van de geur van APN, hoe kort dan ook, kan leiden tot ongenoegen en dus een uiting van hinder in de vorm van een klacht. Inmiddels is op 7 november 2023 bekend geworden, dat APN vóór 31 december 2023 haar activiteiten op de locatie zou stoppen. Aan de bijdrage van deze bron aan de geurimmissie in de omgeving is daarmee een eind gekomen. De verhoogde gevoeligheid van de omgeving bij het waarnemen van een geur van het industrieterrein zal daarmee echter niet meteen weggenomen zijn.

3.3.2 ARN Tot het jaar 2022 werden er over ARN jaarlijks slechts een handvol klachten geregistreerd. In 2022 nam dat aantal plots toe tot 21 stuks. Het is niet onaannemelijk dat de berichtgeving rond het door de gemeente Nijmegen rond het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt bij deze toename een rol heeft gespeeld. De toename in 2022 houdt geen verband met een wijziging in de geuremissie en-immissie als gevolg van het bedrijf. Uit de verspreidingsberekening blijkt dat de grenswaarde van 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde niet wordt overschreden. De berekende geurimmissie ter plaatse van het dichtstbijzijnde woonhuis bedraagt 1,31 ouE/m3 als 98-percentielwaarde De richtwaarde van 0,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde wordt in een klein deel van Weurt, Beuningen-Oost en het noordelijk deel van Lindenholt overschreden. Klaarblijkelijk is de berekende geurimmissie als gevolg van ARN niet dusdanig van omvang, dat er –los van het jaar 2022- voor omwonenden reden is om in relevante mate over te klagen. De hinderlijkheidscategorie (‘hinderlijk’) , waarin het bedrijf is ingedeeld, kan daarmee als passend worden gekwalificeerd.

3.3.3 Duynie/Novidon Het aantal jaarlijkse klachten over Duynie/Novidon is uiterst beperkt. Het bedrijf voldoet aan de normen die volgens de provinciale beleidsregel van toepassing zouden zijn. Beide gegevens zijn in overeenstemming met elkaar. Er is geen enkele aanwijzing gekregen om Duynie/Novidon als een bron met een relevante bijdrage aan de geurimmissie en de daarvan ondervonden hinder te blijven zien.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 20 van 64

3.3.4 NIJG Tot het jaar 2022 werden er over de NIJG jaarlijks minder dan 10 klachten geregistreerd. Alleen 2019 sprong daar met 14 klachten enigszins bovenuit. In 2022 nam het aantal klachten plots fors toe tot 86 stuks. Uit de resultaten van de in 2023 uitgevoerde metingen in het afgas van de centrale schoorsteen van de NIJG is gebleken, dat de emissie-eisen voor geur, zowel uit de vergunning als het ontwerpbesluit, na correctie voor de meetonzekerheid niet worden overschreden. Uit de verspreidingsberekening is gebleken, dat de emissie van de NIJG niet leidt tot overschrijding van de grenswaarde volgens de provinciale beleidsregels. De richtwaarde wordt overschreden in een groot deel van Weurt. Overschrijding van de streefwaarde vindt plaats in een groot deel van noordwest Nijmegen, Weurt, Oosterhout, Waalsprong en Lent. Het is niet onaannemelijk dat de berichtgeving rond het door de gemeente Nijmegen rond het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt een rol bij de plotselinge toename van de klachten heeft gespeeld. De toename in 2022 houdt in ieder geval géén verband met een wijziging in de geuremissie enimmissie als gevolg van het bedrijf. Uit de veldwaarnemingen is gebleken, dat een aantal geuren (APN, NIJG, Draad Nijmegen) voor niet geoefende ruikers moeilijk uit elkaar gehouden kunnen worden.

De toegenomen gevoeligheid voor de geur van (in ieder geval) APN kan zich daarnaast ook hebben uitgebreid naar andere geuren, waaronder die van de NIJG. Nadat de APN per 2024 is weggevallen als bron van geur, zal de vergrote gevoeligheid niet meteen verdwenen zijn. Er dient ermee rekening worden gehouden dat er nog geruime tijd nodig zal zijn om terug te keren naar een meer normale respons op geurwaarneming.

3.3.5 Rwzi Nijmegen Over de rwzi Nijmegen is in de afgelopen jaren in het geheel niet geklaagd. De geuremissie en de geurimmissie van de rwzi Nijmegen is veel groter gebleken, dan tot dusver bekend was. Uit een verspreidingsberekening is gebleken dat een geurimmissie van 1,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde (norm voor woonomgeving volgens Activiteitenbesluit en grenswaarde provinciale beleidsregel) binnen een straal van ongeveer 1200 meter wordt overschreden. Binnen dit gebied bevindt zich een deel van de woonbebouwing van Weurt en wat woningen in het buitengebied. Aan de rand van Weurt (Thomas van Heereveldstraat) is een geurimmissie berekend van 1,64 ouE/m3 als 98-percentielwaarde, hetgeen 10% hoger is dan de norm. Bij de zwaarst belaste woning bedraagt de berekende geurimmissie ruim 5,5 ouE/m3 als 98percentielwaarde. De norm voor een verspreid liggende woning buiten de bebouwde kom of op een bedrijventerrein van 3,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde wordt er met 55% overschreden. Ondanks de beperkte overschrijding van de op de rwzi Nijmegen van toepassing zijn de geurnormen treden er geen geurklachten op.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 21 van 64

3.3.6 Draad Nijmegen Het aantal jaarlijkse klachten over Draad Nijmegen is uiterst beperkt. Het bedrijf voldoet aan de normen die volgens de provinciale beleidsregel van toepassing zouden zijn. Beide gegevens zijn in overeenstemming met elkaar. Er is geen enkele aanwijzing gekregen om Draad Nijmegen als een bron met een relevante bijdrage aan de geurimmissie en de daarvan ondervonden hinder te blijven zien.

3.3.7 Samenvatting en conclusie De relatie tussen geurimmissie en klachten voor de verschillende bedrijven is niet eenduidig. Over APN en in mindere mate de NIJG werd in de afgelopen 2 jaar véél meer geklaagd dan op basis van de geurimmissiegegevens verwacht zou kunnen worden. De toename van de klachten en de absolute aantallen zijn waarschijnlijk een gevolg van veranderingen in de gevoeligheid van de omwonenden voor de specifieke geur van APN. Het is goed mogelijk dat de berichtgeving over APN een belangrijke rol heeft gespeeld bij deze verandering. De verandering van de gevoeligheid van de omwonenden heeft tot gevolg dat ook de hinderlijkheid van de geur van APN is veranderd. De categorie ‘hinderlijk’ waarin de geur van APN tot dusver werd ondergebracht is niet meer passend. APN zou moeten worden ingedeeld in de categorie ‘zeer hinderlijk’. Het is waarschijnlijk, dat het verhoogde klachtenaantal van de NIJG eveneens een gevolg is van de verhoogde gevoeligheid van de omgeving. Het feit dat een aantal geuren (APN, NIJG, Draad Nijmegen) voor niet geoefende ruikers moeilijk uit elkaar te houden zijn, zal daar een rol bij hebben gespeeld. Voor de ARN en de rwzi Nijmegen geldt, dat de voor deze bedrijven berekende geurimmissie iets hoger is dan de normen, die op de bedrijven van toepassing zijn.

Deze wat hogere immissie heeft zich echter niet vertaald in relevante aantallen klachten. Voor de overige bedrijven geldt, dat het aantal jaarlijkse klachten uiterst beperkt is en dat ze voldoen aan de normen die volgens de provinciale beleidsregel van toepassing zouden zijn. Beide gegevens zijn in overeenstemming met elkaar. Uit de verkregen resultaten blijkt, dat de relatie tussen geurimmissie en geurklachten gevoelig is voor externe factoren. In het geval van APN (en in mindere mate de NIJG) is de natuurlijke relatie verstoord geraakt. Het aspect ‘geur’ is daardoor in de klachten over geurhinder een minder uitgesproken rol gaan spelen. Een klacht over geurhinder lijkt meer een uiting van zorgen over de luchtkwaliteit en de gevolgen daarvan voor de gezondheid. Daarbij is er geen echte drempelwaarde voor de geurperceptie meer: elke waargenomen geur wordt meteen aan de gezondheidsaspecten gekoppeld en is daarmee reden tot klagen en zorg. Het bovenstaande maakt dat de beschikbare toetsingskaders in het geval van APN (en mogelijk ook voor de NIJG) hun geschiktheid om een aanvaardbaar niveau van hinder te waarborgen hebben verloren. In zo’n situatie zou ‘aanvaardbaar niveau van hinder uitsluitend kunnen worden gewaarborgd als het bedrijf in kwestie zou worden gehouden aan de normering, die passend wordt gevonden voor ‘zeer hinderlijke geuren’.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 22 van 64

4 Cumulatieve situatie 4.1 Algemeen De cumulatieve situatie is berekend op basis van de geuremissiegegevens van alle gekwantificeerde bedrijven. De geuremissie van Duynie/Novidon is daarbij niet gecorrigeerd voor het feit, dat deze geur ten behoeve van het individuele geurrapport werd beschouwd als ‘minder hinderlijk’. Vanwege het feit, dat APN voor 31 december 2023 gesloten zal is, zijn er twee cumulatieve berekeningen uitgevoerd: 1. Berekening 1 Cumulatieve berekening voor alle bronnen inclusief APN. 2. Berekening 2 Cumulatieve berekening voor alle bronnen exclusief APN. De cumulatieve immissie is getoetst aan de immissienormen voor de categorie ‘hinderlijk’ volgens de provinciale beleidsregel: •

Streefwaarde voor categorie ‘Wonen’: 0,15 ouE/m3 (uurgemiddeld) als 98-percentielwaarde

•

Richtwaarde voor categorie ‘Wonen’: 0,5 ouE/m3 (uurgemiddeld) als 98-percentielwaarde

•

Grenswaarde voor categorie ‘Wonen’: 1,5 ouE/m3 (uurgemiddeld) als 98-percentielwaarde

4.2 Rekenresultaten 4.2.1 Geurimmissie ter plaatse van toetspunten 4.2.1.1 Cumulatief inclusief APN De cumulatieve geurimmissie ter plaatse van de toetspunten is als volgt: Cumulatie Rapport: Model: Resultaten voor model: Naam

Resultatentabel Cumulatief Cumulatief

Omschrijving

98% [OU/m³]

99,50% [OU/m³]

99,90% [OU/m³]

DDBS42 Doctor de Blecourtstraat DS45 Dorpstraat 45 MC Mondial college WW34 Weteringweg 34 LS33 Lagunesingel 33

1,4 1,3 1,4 1,4 2,0

2,4 2,5 3,6 3,7 4,5

4,2 5,1 7,4 7,7 8,7

HWS16 Hogewaldstraat 16 NHW198 Nederheidseweg 198

1,7 4,3

3,8 11,4

7,5 23,7

RS3 Reekstraat 3 JS85 Jonkerstraat 85 TVHS4 Thomas van Heereveldstraa SW3 Scheidingsweg 3 WKW254 Wolfkuilseweg 254

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

2,7 6,1 2,2 2,1 1,7

6,1 14,3 4,9 3,9 2,8

11,7 28,7 9,4 7,1 4,8

pagina 23 van 64

4.2.1.2 Cumulatief exclusief APN De cumulatieve geurimmissie ter plaatse van de toetspunten, nadat APN zal zijn gesloten, is als volgt: Cumulatie min APN Rapport:

Resultatentabel

Model:

Cumulatief min

APN

Resultaten voor model:

Cumulatief min

APN

Naam

Omschrijving

98% [OU/m³]

99,50% [OU/m³]

99,90% [OU/m³]

DDBS42 Doctor de Blecourtstraat DS45 Dorpstraat 45 MC Mondial college WW34 Weteringweg 34 LS33 Lagunesingel 33

1,4 1,3 1,4 1,4 2,0

2,5 2,5 3,6 3,7 4,6

4,8 4,9 7,6 7,1 9,0

HWS16 Hogewaldstraat 16 NHW198 Nederheidseweg 198

1,7 4,3

3,8 11,1

7,5 22,3

RS3 Reekstraat 3 JS85 Jonkerstraat 85 TVHS4 Thomas van Heereveldstraa SW3 Scheidingsweg 3 WKW254 Wolfkuilseweg 254

2,8 6,0 2,2 2,0 1,6

6,4 14,9 4,9 3,9 2,7

12,3 29,4 9,8 7,4 4,5

4.2.2 Geurcontouren De geurcontouren in de beide cumulatieve situaties zijn weergegeven in figuur 4 en 5.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 24 van 64

Figuur 4 Cumulatieve geurcontouren van 0,15(te groot voor kaart) ; 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde in de huidige situatie (met APN nog in bedrijf)

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 25 van 64

Figuur 5 Cumulatieve geurcontouren van 0,15 (te groot voor kaart); 0,5 en 1,5 ouE/m3 als 98-percentielwaarde in de huidige situatie (met APN gesloten)

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 26 van 64

4.3 Bespreking van de resultaten De beide cumulatieve plaatjes verschillen maar weinig. Zowel in de situatie met APN nog in bedrijf als in de situatie na sluiting van APN treedt er overschrijding van de grenswaarde volgens de provinciale beleidsregel op aan de oostzijde van Weurt en aan de randen van de woonbebouwing van Nijmegen. Het wegvallen van APN als bron van geur vertaalt zich nauwelijks in een verbetering van de berekende cumulatieve geurimmissie. Theoretisch is de invloed van APN dus heel erg beperkt. In werkelijkheid is de situatie echter heel anders: door de veranderde gevoeligheid van de bevolking voor de geur afkomstig van APN is de feitelijke impact van die geur véél groter dan op basis van rangschikking in de categorie ‘hinderlijke’ geur verwacht zou kunnen worden. De veranderde gevoeligheid heeft tot gevolg gehad, dat de reactie op de geur van APN het best begrepen kan worden als deze bron als ‘zeer hinderlijke’ geur wordt beschouwd. De sterk dominante invloed van APN op de klachtensituatie neemt niet weg, dat er bij de analyse van de klachten van de afgelopen jaren geen enkele aanwijzing is verkregen, dat cumulatie een relevante rol speelt in de geurproblematiek als gevolg van het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 27 van 64

5 Consequenties van het onderzoek voor de keuze van een geurbeleid 5.1 Informatie uit uitgevoerd onderzoek Tot dusver heeft de gemeente Nijmegen het provinciale geurbeleid gevolgd. De laatste wijziging van dit beleid dateert van 19 april 2023. In de loop van 2023 is het duidelijk geworden dat hedonische metingen een veel minder bepalende rol dienen te spelen bij het bepalen van een passend toetsingskader voor geur. Welke rol dergelijke metingen in de toekomst zullen krijgen is op dit moment niet duidelijk. Vooral het feit dat er nog geen enkel uitzicht is of er ooit een officiële NEN-norm (met prestatiekenmerken) voor hedonische metingen kan/zal worden vastgesteld, speelt daarbij een belangrijke rol. Hedonische metingen blijven vooralsnog metingen, die niet volgens een officiële norm worden uitgevoerd en waarvan de onzekerheid in het meetresultaat onbekend is. De specifieke situatie van APN bevestigt, dat er méér is dan alleen een hedonische meting, die bepaalt hoe ‘hinderlijk’ een geur is. Er kunnen factoren in het spel zijn, die een geur meer hinderlijk maken dan puur op basis van de hedonische waarde verwacht zou kunnen worden. Een dergelijke verandering kan plots optreden: tot 2019 was het aantal klachten over geurhinder over APN niet buitensporig hoog. In de jaren daarna nam het aantal klachten explosief toe, vooral naar aanleiding van de berichtgeving over APN.

Vooral publicaties over de mogelijke schadelijkheid van de door APN geëmitteerde stoffen zullen er een rol bij hebben gespeeld, dat de tolerantie voor de geur als gevolg van APN sterk is afgenomen. Het uitgevoerde onderzoek heeft ook aangetoond, dat de ervaren hinderlijkheid van een geur ook minder kan zijn, dan verwacht op basis van beschikbare toetsingskaders. Het onderzoek laat immers zien, dat de geurimmissie als gevolg van de rwzi Nijmegen hoger is dan de van toepassing zijnde normen. Toch zijn er nog nooit klachten over de rwzi binnengekomen. Het onderzoek heeft laten zien dat bronnen zowel hinderlijker als minder hinderlijk kunnen worden gevonden dan de geurcategorie waarin ze op voorhand op basis van hedonische gegevens of op basis van andere indicaties zouden worden ingedeeld. Met het oog op het voorkomen van klachten is vooral het risico van onderschatting van het hinderpotentieel van een geur of van een bedrijf het meest problematisch.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 28 van 64

5.2 Klachtenregistratie,-afhandeling en -analyse De klachtenregistratie heeft de afgelopen jaren plaatsgevonden middels een systeem (S@men), waarvan ook andere overheden gebruik van maakten. Per 1 januari 2024 is dit beëindigd. Klachten dienen voortaan te worden ingediend bij de Gelderse omgevingsdiensten of bij provincie Gelderland. Dat kan via een online meldformulier 8 of telefonisch. Mogelijk dat er op termijn nog verdere vernieuwingen plaatsvinden, bijvoorbeeld door het mogelijk te maken dat burgers middels een app op hun mobiele telefoon hun klacht kenbaar kunnen maken en kunnen registreren. Plaats en tijdstip van een klacht worden dan meteen geregistreerd en alle gegevens centraal opgeslagen. De registratie van klachten is echter niet het zwakste punt in het klachtenafhandelingsproces. Bij het analyseren van de klachtensituatie van het industrieterrein Nijmegen-West en Weurt sprong in het oog, dat áls al de veroorzaker van de klacht benoemd kon worden er slechts zelden kon worden bevestigd, dat uit validatie was gebleken dat de veroorzaker juist was benoemd. Voor validatie is er méér nodig dan het administratief vastleggen wat de klager heeft gemeld. Er dient vervolgonderzoek plaats te vinden om de juistheid van de vermoedens te bepalen.

Daarvoor is het nodig dat de weergegevens ten tijde van de klacht worden gecontroleerd, er moet worden bepaald of de mogelijke veroorzaker ook daadwerkelijk in bedrijf was en liefst dient er zo snel mogelijk na het binnenkomen van de klacht bepaald te worden wat de situatie ter plaatse en in de omgeving van de klager is. Uit een mondelinge toelichting 9 van de ODRN is gebleken, dat -afhankelijk van de aard en het moment van binnenkomen van de klacht- de toezichthouder de situatie ter plaatse gaat onderzoeken. De validatie van een geurklacht is in de gegeven complexe situatie echter moeilijker gebleken dan normaliter verwacht zou kunnen worden. Validatie is echter niet het enige zwakke punt in de klachtenverwerking. Een snel reagerend, continu evaluatiesysteem, dat het aantal klachten over een tijdspanne van pakweg enkele weken of een maand afzet tegen een vooraf bepaalde meetlat (beoordelingskader), ontbreekt. Evaluatie lijkt thans op een veel grotere tijdsschaal te gebeuren, bij voorbeeld eens per jaar. Er lijkt geen sprake te zijn van een concreet beoordelingskader en vaste afwegingsprocedure voor het bepalen van een passende reactie in geval van een buitengewoon aantal klachten. Controlemetingen door het team meten en advies van de ODRA lijken verband te houden met de resultaten van evaluatie van klachtensituaties.

8

Via www.milieuklachtgelderland.nl

9

Door de heer Korevaar (in Teams -overleg op 1 maart 2024)

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 29 van 64

De huidige klachtenregistratie, -afhandeling en -analyse bestaat eigenlijk hoofdzakelijk uit de registratie. Ondanks de geuite, milde kritiek op het ontbreken van een eigentijds jasje in de vorm van een app, is dit het enige onderdeel van de klachtenverwerking, dat redelijk functioneert en op orde is. De twee overige essentiële onderdelen, de validatie en de evaluatie, zijn niet op een dusdanige manier ontwikkeld, dat daar steun aan kan worden ontleend bij het onder controle houden van klachtensituaties. Om serieus iets met klachten te kunnen doen, dient uitgewerkt te worden hoe validatie van klachten op een gestructureerde manier vorm gegeven wordt en hoe het optreden van gevalideerde klachten geëvalueerd en zo nodig omgezet in vervolgacties gaat worden.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 30 van 64

5.3 Voorstel voor de richting van toekomstig geurbeleid 5.3.1 Hinderlijkheid van een geur en normstelling In de tweede helft van 2023 is er veel gesproken over de mogelijkheden en tekortkomingen van hedonische metingen en is een discussie op gang gekomen over waar het met het geurbeleid in Nederland naar toe zou moeten gaan. Er is een eerste opzet geformuleerd om te komen tot een landelijk geurbeleid, dat sterk gebaseerd is op het provinciale geurbeleid van Gelderland. Het zou neerkomen op een indeling van geuren in 3 hinderlijkheidscategorieën: hinderlijke geuren, minder hinderlijke geuren en neutrale geuren. De indeling in categorieën is daarbij voor een groot deel reeds bepaald en gebaseerd op verscheidene soorten gegevens (hedonische waarde, hinderenquêtes, praktijkervaringen, et cetera). Het overgrote deel van de bedrijven en bedrijfstakken is daarbij ingedeeld in de categorie ‘hinderlijk’. Er is slechts een beperkt aantal bedrijven en bedrijfstakken ingedeeld in de twee andere categorieën. Voor elk van de hindercategorieën zijn 3 normen geformuleerd: een streefwaarde (geen hinder), een richtwaarde (aanvaardbare hinder) en een grenswaarde (bij overschrijding ernstige hinder). De normen, die tot dusver zijn voorgesteld, zijn van toepassing op geurgevoelige objecten, die de hoogste mate van bescherming verdienen, en hebben betrekking op bestaande situaties.

Het is vooralsnog opengelaten op welke wijze er met nieuwe situaties of minder gevoelige bestemmingen zou moeten worden omgegaan. Feitelijk zijn daarbij twee mogelijkheden: gebruik van andere percentielwaarden (99,5P en 95P) of het stellen van andere normen (in plaats van de richtwaarde de streefwaarde of de grenswaarde). De verschillende percentielwaarden voor bestemmingen met verschillende gevoeligheid werden in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw vrij algemeen toegepast. Dit raakte in onbruik op het moment dat er lokaal beleid werd geformuleerd waarin onderscheid werd gemaakt in grens-, richt- en streefwaarden. Binnen Nederlandse deskundigen bestaat er een lichte voorkeur voor de variant met verschillende percentielen. Deze voorkeur is echter niet op onderzoeksresultaten (feiten) gebaseerd, maar op het gevoel, dat het principieel beter is om voor bestemmingen met verschillende gevoeligheid verschillende aantallen overschrijdingsuren van een basisconcentratie toe te passen. Theoretisch gezien is het zo dat beide opties nauwelijks van elkaar verschillen voor wat betreft beschermingsniveau. Het is daarmee meer een kwestie van smaak dan van ratio. De eerste voorzet voor het landelijke beleid is medio oktober 2023 aan een grote vertegenwoordiging van provinciale overheden en andere betrokkenen gepresenteerd. De reacties waren daarbij vrijwel zonder uitzondering positief.

Slechts een enkele instantie gaf aan te betreuren, dat met het voorgestelde beleid een terugkeer naar landelijk beleid zou worden ingezet. Inmiddels zijn 6 maanden zijn verstreken en is het (nog steeds) wachten welke ontwikkelingen gaan volgen. Het is niet meer dan logisch dat de Omgevingsdienst Regio Nijmegen en de gemeenten deze ontwikkelingen blijven volgen, om uiteindelijk aan de hand van de ontwikkelingen te bepalen welke beleidskeuze zij zelf voorstaan. Vooralsnog lijkt het de meest logische keuze voor de gemeenten Nijmegen en Beuningen om het provinciale beleid te blijven volgen, totdat duidelijk is geworden of er daadwerkelijk een landelijk geurbeleid gaat komen en -zo ja- hoeveel vrijheden, dat nog zal bieden om een lokale variant daarop te ontwikkelen.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 31 van 64

Mocht het niet tot een landelijk beleid komen, dan zou de meest logische keuze voor de beide gemeenten zijn om ofwel het provinciale beleid als zodanig te blijven volgen of om dat beleid als algemeen kader te gebruiken aangevuld met eigen verfijningen en karakteristieken.

5.3.2 Meetonzekerheid van geurmetingen De meetonzekerheid van geurmetingen speelt in het voorliggende onderzoek voor de gemeente Nijmegen en de gemeente Beuningen, geen belangrijke rol. Er zijn slechts 2 bedrijven waar geuremissiewaarden gemeten zijn, die hoger zijn dan eerder vergund, namelijk bij de NIJG en de rwzi Nijmegen. Bij de NIJG kon vanwege de meetonzekerheid niet vastgesteld worden dat er overschrijding van de vergunde emissiewaarde optrad. De NIJG is een bedrijf dat vrijwel elk voorgaand jaar in de klachtenoverzichten naar voren kwam. Bij de rwzi Nijmegen was er duidelijke overschrijding van de vergunde emissiewaarde van 1 van de bronnen. Het toepassen van de meetonzekerheid bracht in die constatering geen verandering. De meetonzekerheid van geurmetingen, die zijn uitgevoerd volgens NTA9065 is vastgelegd in NTA9065-2 (2023), paragraaf 13.1 (p. 24) en bedraagt een factor 2. Deze factor is al vanaf de totstandkoming van het Document Meten en Rekenen Geur (voorganger van de NTA9065) gehanteerd. De factor is bij de revisie van de eerdere versie van de NTA9065 (2012) gehandhaafd, ondanks de signalen, dat deze factor volgens de resultaten van ringtesten slechts met verhoogde inspanning haalbaar zou zijn (zie tabel 2 van NTA9065-2 (2023)). Bij vergunningverlening wordt er met de factor 2 meetonzekerheid geen rekening gehouden.

Indien er metingen bij een bedrijf hebben plaatsgevonden wordt de geurimmissie op basis van ongecorrigeerde emissiegegevens berekend en getoetst aan de van toepassing zijnde immissiegrenswaarden. Bij handhaving wordt de meetonzekerheid in het meetresultaat echter wél verdisconteerd. Indien op een bedrijf een emissienorm X van toepassing is, kan er pas met zekerheid vastgesteld worden dat er sprake is van overschrijding van X indien er méér dan 2X is gemeten. Een dergelijke aanpak is gebruikelijk bij een controlemeting van welke grootheid dan ook. Iedere meting heeft zijn eigen meetonzekerheid. Bij controle van de rijsnelheid van een motorvoertuig wordt de meetonzekerheid (de meetfout’) van het meetresultaat afgetrokken voordat de toetsing wordt uitgevoerd. Een aspect, dat tot dusver niet expliciet is benoemd bij de meetonzekerheid, die voor geurmetingen in de NTA9065 is vastgelegd, is de vraag wat die factor 2 betekent voor de hinder. De normering voor geur is gebaseerd op kennis van de dosis-effect relatie 10. In bestaande situaties is het doel dat er een dusdanige geurimmissie (de ‘dosis’) wordt gerealiseerd, dat daarmee een aanvaardbaar niveau van geurhinder (het ‘effect’) wordt bereikt. In geval van nieuwe situaties wordt er gestreefd naar een verwaarloosbaar niveau van hinder (‘nul-hinderniveau’).

Een aanvaardbaar niveau van geurhinder houdt in dat er een hinderpercentage in de orde van grootte van 12% wordt bereikt en dat er geen noemenswaardige ernstige hinder optreedt. Het ‘nul-hinderniveau’ correspondeert met een situatie waarin de hinder niet verschilt van het basisniveau (ruis).

10

De dosis-effect relatie voor geur is een grafiek met op de X-as de dosis (uitgedrukt als geurconcentratie als 98percentielwaarde) en op de Y-as het corresponderende hinderpercentage.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 32 van 64

De vraag: “Wat betekent het voor de geurhinder als de geurimmissie het dubbele bedraagt van het niveau, dat overeenkomt met het ‘aanvaardbaar niveau’ of van het niveau, dat overeenkomt met het ‘nul-hinder niveau’ “? kan uitsluitend worden beantwoord op basis van de dosis-effect relatie. Uit onderzoek, dat werd uitgevoerd in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw, is gebleken dat deze relatie enigszins afhankelijk is van het type geur en met name van de hinderlijkheid ervan. Ervan uitgaande dat de meest geuren in de categorie ‘hinderlijk’ kunnen worden ingedeeld, kan op basis van de beschikbare kennis van de dosis-effect relatie voor geur gesteld worden, dat een verdubbeling van de geurimmissie tot een forse toename leidt van de ermee corresponderende hinder. Uitgaande van een immissienorm corresponderend met ‘aanvaardbare hinder’ zou een verdubbeling van die norm betekenen dat er een véél hoger percentage gehinderden (20 – 25%) optreedt en dat er ook als sprake is van een significant niveau van ernstige hinder. Uitgaande van een immissienorm corresponderend met ‘nul hinder’ zou een verdubbeling van die norm betekenen dat er een significant niveau van hinder optreedt.

Dit inzicht is zeer relevant bij het vaststellen van een geurbeleid: De meetonzekerheid van een factor 2 in combinatie met de relatie die deze factor heeft op de hinder maakt, dat het vergunnen van een geurimmissieniveau, dat theoretisch correspondeert met ‘aanvaardbare hinder’ of ‘nul hinder’ feitelijk correspondeert met een hinderniveau dat beduidend hoger is dan het beoogde niveau. Een groot aantal problematische geursituaties rond individuele bedrijven is een gevolg van deze discrepantie tussen theoretisch vergunde geurimmissie en de in praktijk mogelijke geurimmissie voordat handhavend kan worden opgetreden. Door de provincie Flevoland is dit probleem al eerder als zodanig onderkend en verholpen door het verdisconteren van de meetonzekerheid, die toegepast zou moeten worden bij handhaving, bij de vergunningverlening van een bedrijf: in plaats van een emissie X, die theoretisch zou corresponderen met het gewenste maximale hinderniveau, wordt bij vergunningverlening uitgegaan van een vergunbaar emissieniveau van X/2. Door een bedrijf niet méér geurimmissie te vergunnen, dan theoretisch zou corresponderen met een ‘aanvaardbaar niveau’ of een ‘nul-hinder niveau’ wordt gewaarborgd, dat het ‘aanvaardbaar niveau’ of het ‘nul-hinder niveau’ ook daadwerkelijk nooit zal worden overschreden zonder dat handhavend kan worden opgetreden.

Het is van groot belang, dat de gemeente Nijmegen en de gemeente Beuningen deze kennis betrekken in hun afwegingen welk beleid zij voor de komende jaren gaan vaststellen. De aanpak van de provincie Flevoland zou daarbij als blauwdruk kunnen worden gehanteerd.

Olfasense B.V. • GENY22A5 • 12 april 2024

pagina 33 van 64

5.3.3 Cumulatie Rond grote industrieterreinen wordt in probleemsituaties vaak het woord ‘cumulatie’ in de mond genomen. Daarmee wordt de suggestie gewekt, dat de hinder een gevolg is van de optelsom van de individuele bijdragen van de op het industrieterrein aanwezige bedrijven, die op zich alle voldoen aan de individuele geurnorm, die op hen van toepassing is. De werkelijkheid is echter heel anders: hinder als gevolg van cumulatie van bedrijven, die individueel aan de geurnormering voldoen, is in Nederland eigenlijk alleen bekend van mengvoederbedrijven, die op korte afstand van elkaar liggen (Utrecht, Lochem, Veghel, Ederveen,….) en van intensieve veehouderij. In andere hindersituaties (bv. Brouwhuis in Helmond, Roelofshoeve in Duiven, Tilburg-Noord, Moerdijk, Chemelot in Geleen, Rijnmond,…) is gebleken, dat de hinder niet zozeer door de cumulatie werd veroorzaakt, maar vooral door het feit dat de hinderlijkheid van 1 of meerdere bronnen veel groter was dan bekend. Toch neemt dat niet weg, dat overheden het zinvol kunnen achten om een eigen beleid te formuleren waarin ook cumulatie een plaats is toebedeeld. De gemeente Helmond is een voorbeeld van een gemeente met een op het proviciale geurbeleid gebaseerd eigen beleid met daarin specifieke normen geldend voor de cumulatieve geurbelasting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=4142b95a-4372-4eaf-9c89-b94c6420704e