CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma U&H fysieke leefomgeving Nijmegen 2025

Besluitronde (raadsvergadering) 29 januari 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D32 d.d. 10 december 2024 over Programma’s uitvoering en handhaving fysieke leefomgeving 202511.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma

Uitvoering en handhaving fysieke leefomgeving Nijmegen

2025

2

25

Inhoud Inleiding

Uitgangspunten

Focuspunten

Reguliere taken

Projecten

3

4

5

12

20

3

Inleiding Een bewoonbare, duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving

In Nijmegen willen we een bewoonbare, duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Om deze leefomgeving te beschermen en benutten, bestaan regels: het omgevingsrecht. Dit zijn regels op het gebied van ruimte, bouwen, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Als college van burgemeester en wethouders hebben wij de taak zorg te dragen voor de uitvoering en handhaving van een groot aantal van deze regels. In dit programma staat hoe we de BRIKS-taken1 in 2025 gaan uitvoeren. We geven daarmee invulling aan art. 13.8 van het Omgevingsbesluit.

Wij hebben de ambities voor onze stad vastgelegd in het coalitieakkoord 2022/2026: Ons Nijmegen, Stad van iedereen. De beleidsdoelen en prioriteiten voor de fysieke leefomgeving worden op dit moment vertaald in een nieuwe omgevingsvisie en naar (omgevingsplan)regels. Daarnaast hebben we, samen met onze regiopartners, in het regionale VTH-beleid (2023-2026) vastgelegd wat we beogen met onze bevoegdheden, wat we daarbij belangrijk vinden, hoe we deze taken willen uitvoeren en welke keuzes we daarin maken. Gezamenlijk vormt dit het beleidskader voor ons programma uitvoering en handhaving fysieke leefomgeving 2025 (zie bijlage 1). Omdat we ons programma afstemmen op het beleidskader, draagt het programma bij aan het realiseren van onze beleidsdoelen, zoals de CO2 reductie van 55% in 2030. 1. Alle vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavende taken die geen milieuactiviteiten betreffen, zoals bouw, reclame, inritten, kap en sloop, maar ook afwijken van het omgevingsplan, brandveilig gebruik van bouwwerken, aanlegactiviteiten en activiteiten in het kader van de Huisvestingswet en Leegstandswet. De uitvoering en handhaving van milieutaken is belegd bij Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). ODRN heeft zijn programma voor die taakuitvoering beschreven in het regionaal uitvoeringsprogramma 2025.

De beschikbare capaciteit is schaars, dus we moeten keuzes maken: we richten ons op de meest risicovolle activiteiten en prioriteiten uit het beleidskader. Dergelijke zaken toetsen we meer uitgebreid en diepgaand, we houden intensiever toezicht en we zetten zwaardere sancties in bij overtredingen. In dit programma hebben de meerjarige strategische doelstellingen uit ons beleidskader vertaald naar concrete focuspunten voor onze stad in 2025. Deze focuspunten zijn gericht op het verbeteren van de omgevingskwaliteit: duurzaam bouwen, bescherming van de omgeving rondom bouw- en sloopplaatsen, bevordering van constructieve- en brandveiligheid en natuurinclusief bouwen. Daarnaast hebben we ook veel aandacht voor het optimaliseren van de dienstverlening en de uitvoeringskwaliteit, nu we de BRIKS-taken weer zelf gaan uitvoeren. Dit doen we niet alleen. Bij het uitvoeren van onze werkzaamheden, is een goede samenwerking met onze partners van groot belang. Met partners zoals de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, Omgevingsdienst Regio Nijmegen en de Veiligheidsregio Gelderland zuid evalueren en overleggen we over (de verbetering van) onze samenwerking..

Leeswijzer In hoofdstuk 1 geven we aan welke uitgangspunten er gelden bij het uitvoeren van al onze taken. In hoofdstuk 2 beschrijven we de concrete focuspunten voor onze taakuitvoering in 2025. Hoofdstuk 3 bevat de activiteiten en projecten die we verrichten in onze reguliere VTH-taak en de capaciteit die we daarop inzetten. Een overzicht van de capaciteitsraming voor alle betrokken organisatieonderdelen, staat in bijlage 2.

4

Hoofdstuk 1

Uitgangspunten Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels is geen doel op zich. We voeren deze taken uit voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving in onze stad. Bij onze taakuitvoering van al onze werkzaamheden, hanteren we de volgende uitgangspunten.

Handelen naar bedoeling We doen wat nodig is, maar laten wat kan aan de maatschappij. Daarom handelen we naar de bedoeling achter de regel. Verantwoordelijkheid en vertrouwen We gaan uit van een eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners en bedrijven in het naleven van het omgevingsrecht. We werken daarom vanuit vertrouwen met hen samen. We stimuleren het bewustzijn over deze verantwoordelijkheid via voorlichting, meedenken en advisering. Integraal en duidelijk We kijken integraal en samen met onze partners naar alle betrokken belangen. We creëren daarmee overzicht en duidelijkheid voor onze inwoners en bedrijven en voorkomen het ‘van-het-kastje-naar-de-muur-effect’. Benaderbaar en transparant We zijn zichtbaar en bereikbaar voor onze inwoners en bedrijven. We handelen deskundig, transparant en duidelijk. Zo is onze communicatie niet voor meerdere uitleg vatbaar en begrijpen onze inwoners en bedrijven wat concreet van hen verwacht wordt.

Informatie gestuurd en risicogericht We kunnen niet overal tegelijk zijn. Daarom analyseren we data en komen tot informatie die in beeld brengt waar onze inzet nodig is. We zijn daarbij het meest gericht op de risicovolle activiteiten en de prioriteiten die we onszelf hebben gesteld. Afspraak is afspraak We zijn betrouwbaar, bieden rechtszekerheid en zijn duidelijk over wat van ons verwacht mag worden. Daarom is afspraak bij ons afspraak. Omgekeerd verwachten we dit ook van onze inwoners en bedrijven. Preventief en proactief We vinden voorkomen beter dan genezen. Daarom heeft preventie onze voorkeur boven controleren. Toch sprake van een overtreding? Dan handelen we proactief en daadkrachtig. Vlot en gelijk We doorlopen procedures op eenzelfde wijze en binnen de daarvoor gestelde termijnen. We bewaken daarbij een gelijke behandeling.

5

Hoofdstuk 2

Focuspunten In ons beleidskader2 staan de prioriteiten binnen de BRIKS-taken die volgen uit ons gemeentelijk beleid. In 2025 focussen we ons extra op een aantal van deze prioriteiten. Bijvoorbeeld omdat we de omgevingskwaliteit verder willen verbeteren, risico’s voor de fysieke leefomgeving willen verlagen of ongewenste (neven)effecten willen voorkomen. Dit zijn onze inhoudelijke focuspunten. Daarnaast kennen we ook organisatorische focuspunten. Deze dragen vooral bij aan het verbeteren van de uitvoeringskwaliteit en klanttevredenheid. Alle focuspunten voor 2025 zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt. Welke ontwikkelingen zien we? Nijmegen wil in 2050 klimaatneutraal zijn en in 2030 55% CO2reductie realiseren ten opzichte van 1990. Het verduurzamen van bestaande gebouwen levert een belangrijke bijdrage aan het bereiken van dit doel. Verduurzaming bestaat zowel uit besparen van energie (bijvoorbeeld isolatie), als uit benutten van hernieuwbare bronnen als zon, wind of geothermie. Als college zetten we al enige tijd in op het controleren van kantoorpanden op energiezuinigheid. Ook bevorderen we de verduurzaming van andere panden, zoals woningen en monumenten. Hoewel dit kansen biedt voor duurzaamheid, levert het soms ook risico's op. Reden waarom we ons in 2025, net als vorig jaar, focussen op duurzame nieuw- en verbouw en de risico’s die daarmee gepaard gaan.

Naast verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, is het belangrijk dat nieuwbouw voldoet aan de eisen voor energie- en milieuprestatie. Dit krijgt hoge prioriteit bij het uitvoeren van onze reguliere werkzaamheden. Vanwege de hoeveelheid en diversiteit aan bebouwing, de verdichting van bebouwing in de stad en vermenging van allerlei functies, heeft omgevingsveiligheid (bouw- en sloopveiligheid) in het VTH-beleid een hoge prioriteit gekregen. Per 1 januari 2024 zijn de 2. Zie bijlage 1

Omgevingswet en een deel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Dit verandert deels de regelgeving rondom bouwen. Het technische toezicht op het nieuw bouwen van bouwwerken met gevolgklasse 1 (hoofdzakelijk grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen) wordt niet meer door ons uitgevoerd, maar door private kwaliteitsborgers. In 2025 wordt dit mogelijk uitgebreid met het verbouwen van dergelijke bouwwerken. We komen dus niet meer op elke bouwplaats voor een technische controle op de bouw. Wel hebben en houden we een rol in het toezicht op de omgevingsveiligheid en de voorschriften in het kader van welstand en omgevingsplan (het zogenaamde ruimtelijke spoor). Om deze taak te waarborgen, vormt de omgevingsveiligheid van sloop-en bouwplaatsen in 2025 een focuspunt. Ook brandveiligheid heeft in het VTH-beleid een hoge prioriteit gekregen. De risico’s op doden en gewonden bij brand zijn hoog en dat maakt dat we prioriteit geven aan het voldoen aan weten regelgeving om brand te voorkomen en om de gevolgen van brand te beperken. Dit geldt zowel voor nieuwbouw, verbouw als bestaande bouw. We willen de inzet daarop de komende jaren intensiveren, met name ten aanzien van bestaande bouw. Daarom is brandveiligheid in 2025 een nieuw focuspunt. Onze

aanpak stemmen we af met Veiligheidsregio Gelderland Zuid. Als college willen we een groene en gezonde stad voor mensen, flora en fauna. We streven naar behoud, versterking en uitbreiding van areaal, kwaliteit van groen en biodiversiteit. Het draagt bij aan onze gezondheid en welzijn en nodigt uit tot bewegen. Groen draagt ook bij aan een klimaatbestendige omgeving en zorgt voor een betere luchtkwaliteit. Daarnaast zorgt het voor een aantrekkelijkere woon- en werkomgeving. Genoeg redenen om het natuurinclusief bouwen in 2025 als nieuw focuspunt te kiezen. Hiervoor hebben we een toolbox ontwikkeld en extra capaciteit beschikbaar gesteld. Begin 2025 starten we met het uitvoeren van BRIKS-taken in eigen huis. De komende jaren brengen we de basis verder op orde en optimaliseren we de taakuitvoering en dienstverlening. In 2025 richten we ons op de dienstverlening en het voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria.

Wat zijn onze focuspunten voor 2025? ➢ Verminderen van CO2-uitstoot; ➢ Omgevingsveiligheid bij bouw- en sloopplaatsen; ➢ Brandveiligheid van bouwwerken; ➢ Natuurinclusief bouwen; ➢ Dienstverlening aan inwoners en bedrijven; ➢ Voldoen aan kwaliteitscriteria. In de volgende paragrafen werken we per focuspunt uit wat we op deze onderwerpen gaan doen.

6

Focuspunt 1: Het verminderen van CO2 uitstoot in de bebouwde omgeving Waarom is dit een focuspunt? Het verduurzamen van de bestaande gebouwenvoorraad is een belangrijke opgave. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat in 2050 zeven miljoen woningen en een miljoen andere gebouwen van het aardgas af moeten zijn. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste anderhalf miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Verduurzaming bestaat zowel uit het besparen van energie (bijvoorbeeld isolatie), als uit het benutten van hernieuwbare bronnen als zon, wind of geothermie. Naast verduurzaming van de bestaande woningvoorraad is het belangrijk dat nieuwbouw voldoet aan energie- en milieuprestatie eisen. We letten hierop bij het toetsen van aanvragen en het houden van toezicht. Waar treffen we dit aan? Dit ziet op alle bouwwerken. De komende jaren verduurzaamd een deel van de bestaande gebouwenvoorraad. Dit geldt ook voor monumenten. Veel maatregelen om te verduurzamen, hoeven niet gemeld of vergund te worden. We worden achteraf dan soms geconfronteerd met de negatieve gevolgen hiervan. Denk aan geluidhinder van een warmtepomp of verstoring van bijvoorbeeld de vleermuis als gevolg van isolatie. Bij nieuwbouw gevolgklasse 2 en 3 en alle verbouw toetsen we zelf aan de eisen voor energiezuinigheid en houden we daar tijdens de bouw toezicht op.

Grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfspanden (gevolgklasse 1) vallen onder de Wkb. Daar is het de taak van de private kwaliteitsborgers om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de eisen voor energiezuinigheid. Bij vergunningsvrije werkzaamheden is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Toezicht op energieverbruik door bedrijven wordt, namens ons, door ODRN uitgevoerd.

van kantoren en het stimuleren van verduurzaming van woningen en monumenten. Ook brachten we de CO2-uitstoot van onze eigen organisatie en gebouwen steeds verder terug. De komende jaren gaan we verder met het stimuleren van verduurzaming van bestaande gebouwen. We streven ernaar dat er in Nijmegen vanaf 2030 geen woningen meer zijn met energielabel E, F en G. Vanaf 2045 heeft elke woning minimaal energielabel B. We willen dat alle nieuwbouw en verbouw voldoet aan de eisen voor energiezuinigheid. Daarom willen we: ➢ Dat 100% van de nieuwbouw gevolgklasse 2 en 3 voldoet aan de normen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). ➢ Inzichtelijk maken of de private kwaliteitsborging bij nieuwbouw gevolgklasse 1 (en ook verbouw als deze wet in 2025 doorgaat) voldoende waarborgen biedt voor het voldoen aan de normen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) en zo niet, maatregelen treft om dit te verbeteren. ➢ Voorkomen dat als gevolg van verduurzaming van gebouwen ongewenste effecten optreden zoals geluidhinder, verstoring van natuur of ongezonde situaties en als het niet lukt deze te voorkomen, deze ongedaan te maken. ➢ Voorkomen dat als gevolg van verduurzaming van gebouwen monumenten worden aangetast.

•

Wat doen we daarvoor in 2025?

•

Bij de uitvoering: •

• Wat willen we bereiken? De afgelopen jaren hebben we ingezet op de energiezuinigheid

Geven we in het vooroverleg informatie en advies over energiezuinig bouwen en de mogelijke negatieve effecten daarvan en bespreken we de mogelijkheden om de risico’s op het optreden van deze negatieve effecten te voorkomen. Toetsen we representatief of de aangevraagde nieuwbouw of verbouw voldoet aan de norm voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).

Toetsen we representatief of de risico’s op mogelijke negatieve effecten van de energie-eisen de aangevraagde nieuwbouw of verbouw voldoende zijn afgedekt.

Bij de handhaving: •

• •

Controleren we op hoofdlijnen en kenmerkende details of wordt voldaan aan de norm voor Bijna Energieneutrale Bouwwerken (BENG). Wanneer niet wordt voldaan treden we handhavend op. Controleren en handhaven we bij kantoren op het voldoen aan energielabel C. Treden we op tegen de ongewenste effecten van verduurzaming.

Aanvullend voor dit focuspunt • Werken we preventief door tijdig en gericht informatie, advies en voorlichting te geven over de mogelijke ongewenste effecten van verduurzaming en hoe die voorkomen kunnen worden. Hiervoor ontwikkelen we een ‘preventieaanpak negatieve gevolgen verduurzaming’. We richten ons hierbij met name op bijzondere doelgroepen zoals eigenaren van monumenten en tussenpersonen zoals installateurs en aannemers. Onderzoeken we, door het zelf uitvoeren van een parallel (inspectie)traject, of met de Wkb bouwwerken met gevolgklasse 1 voldoen aan de BENG-normen en zo niet welke aanvullende maatregelen we kunnen treffen om dit te verbeteren.

Wat monitoren we hierbij? • % bij ons bekende kantoren dat voldoet aan energielabel. • % verbouw en nieuwbouw waar handhavend is opgetreden om het te laten voldoen aan de BENG-normen.

7

•

Aantal en soort klachtmeldingen en verzoeken om handhaving die het gevolg zijn van verduurzaming van de bestaande gebouwenvoorraad.

Wat moeten we hiervoor organiseren? • We ontwikkelen kennis en expertise bij onze medewerkers over energiebesparing, het benutten van hernieuwbare bronnen, de mogelijke negatieve effecten hiervan en de mogelijkheden om deze te voorkomen. • We werken het toetsen en toezichthouden uit in risicogerichte toets- en toezichtprotocollen per gebouwtype en borgen dat volgens deze protocollen wordt gewerkt. • We betrekken communicatie- en gedragsdeskundigen bij het opstellen van een preventieplan negatieve gevolgen verduurzaming.

8

Focuspunt 2: Het beschermen van de omgevingsveiligheid bij bouw- en sloopplaatsen Waarom is dit een focuspunt? Wettelijk geldt dat ter voorkoming van onveilige situaties of hinder tijdens bouw-of sloopwerkzaamheden maatregelen moeten worden genomen. De manier waarop hier invulling aan wordt gegeven, is afhankelijk van de locatie en de aanwezigheid van bebouwing en mensen in de omgeving. Dit biedt ruimte voor maatwerk en legt de verantwoordelijkheid neer bij diegene die de werkzaamheden uitvoert. Omdat hierbij grote (veiligheids)risico's kunnen ontstaan is het belangrijk om er toezicht op te houden dat deze verantwoordelijkheid ook wordt genomen. Met de inwerkingtreding van de Wkb, verandert onze toezichthoudende taak op dit onderwerp niet. Wel komen we daardoor niet meer op elke bouwplaats voor technisch bouwtoezicht. We moeten daarom expliciet tijd nemen om onze toezichtstaak op de omgevingsveiligheid te waarborgen. Aanvullend daarop heeft Rijkswaterstaat ons verzocht om meer aandacht te hebben voor het voorkomen van verwaaiing van (plastic) bouwafval, omdat we dergelijke stoffen steeds vaker zien in het water en in de openbare ruimte. Dit is schadelijk voor mens, dier en milieu.

gezondheid in de directe omgeving van bouw- en sloopwerkzaamheden waarborgen. ➢ Het voorkomen van verwaaiing van sloop- en bouwafval.

Waar treffen we dit aan? Omgevingsveiligheid is bij alle sloop- en bouwplaatsen in ons werkgebied relevant. Zwaartepunt ligt wel bij de druk bebouwde gebieden zoals de binnenstad, grote bouwprojecten en de werkzaamheden waarop wij geen technisch bouwtoezicht meer houden bij het in werking treden van de Wkb of die geheel melding- of vergunningsvrij zijn. Op die locaties komen we immers niet meer automatisch. Het juist opslaan van (plastic) bouwafval is ook op elke sloop- of bouwplaats relevant, maar het meest urgent bij werkzaamheden langs de rivieren.

•

Wat willen we bereiken? ➢ We willen incidenten voorkomen en de veiligheid en

•

We werken samen met andere afdelingen binnen gemeente die toestemmingen verlenen voor bijvoorbeeld steigers en hijskranen op openbare wegen. Zij kunnen betrokkenen informeren over de bouw- en sloopveiligheidsregels.

Wat doen we daarvoor in 2025?

Bij de uitvoering: •

•

We verstrekken bij elke sloopmelding, bouwmelding of vergunning voor bouwen of plaatsen van bouwobjecten, een informatiefolder over schone bouwplaatsen. Bij elke melding of aanvraag bekijken we welke maatregelen getroffen worden ter bescherming van de omgevingsveiligheid. We stellen nadere voorwaarden als dit nodig is.

Bij de handhaving: •

•

Op basis van onze kennis en ervaring bezoeken we risicogericht sloop- en bouwplaatsen en houden toezicht op de maatregelen die getroffen worden ter voorkoming van onveilige situaties, hinder en verwaaiing van bouwafval in de directe omgeving van de bouwplaats. Bij constatering van onvoldoende getroffen maatregelen, treden we in gesprek met initiatiefnemer en adviseren we het treffen van aanvullende maatregelen. Bij grote risico's voor de omgevingsveiligheid of -gezondheid wanneer initiatiefnemer niet tot aanvullende maatregelen overgaat, treden we direct handhavend op. Dit kan leiden tot direct stillegging van de werkzaamheden.

Aanvullend voor dit focuspunt •

We werken preventief door actief voorlichting te geven aan stakeholders en hen te adviseren over de bescherming van de omgevingsveiligheid. Hiervoor ontwikkelen we een ‘preventieaanpak bouw- en sloopveiligheid’.

Wat monitoren we hierbij? • % Inspecties waarbij handhavend is opgetreden om te voldoen aan gestelde eisen voor bouw- en sloopveiligheid. • Een overzicht van de niet genomen (relevante) maatregelen voor bouw- en sloopveiligheid naar hun soort. • Of er (maatwerk)regels voor de omgevingsveiligheid voor sloop- en bouwplaatsen worden gemist die plek moeten krijgen in het Omgevingsplan. • Het aantal incidenten met ziekenhuisopname, blijvend letsel en/of overlijden dat zich in een omgeving voorgedaan heeft als gevolg van sloop- of bouwwerkzaamheden. Wat moeten we hiervoor organiseren? • Dat we in ons vergunningenproces opnemen dat we de informatiefolder meezenden. • Dat we actief informatie verstrekken bij vergunningen of meldingen betreffende bouw- en sloopveiligheid (ook bij APV vergunningen die een andere afdeling van de gemeente Nijmegen verleend). Met als doel dat voorafgaand aan het bouwen en/of slopen een veiligheidsplan wordt gemaakt en ingediend indien noodzakelijk. • Bepalen in welke gebieden we de grootste risico's voor verwachten en organiseren dat we overzicht hebben en houden van de werkzaamheden daarbinnen. • Het opstellen van een toezichtprotocol voor het controleren van de omgevingsveiligheid bij sloop- en bouwplaatsen. • We betrekken communicatie- en gedragsdeskundigen bij het opstellen van een preventieplan bouw- en sloopveiligheid.

9

Focuspunt 3: Het toezien op brandveiligheidsmaatregelen bij bouwwerken Waarom is dit een focuspunt? Brandveiligheid is een focuspunt omdat het directe impact heeft op de veiligheid van mensenlevens, gebouwen en de omgeving. Onvoldoende brandveiligheidsmaatregelen kunnen leiden tot ernstige branden, met mogelijk fatale gevolgen, materiële schade en milieuschade. In openbare gebouwen, bedrijven en woningen is het essentieel dat maatregelen worden genomen. Denk aan het installeren van rookmelders, het creëren van vluchtroutes en het naleven van brandveiligheidsvoorschriften. Daarnaast speelt toezicht en handhaving een belangrijke rol. Regelmatige controles zorgen ervoor dat brandveiligheidsmaatregelen daadwerkelijk effectief zijn en blijven. Door ons te focussen op brandveiligheid, beheersen we risico’s beter en verkleinen we de kans op calamiteiten aanzienlijk. Waar treffen we dit aan? Risico’s op brand doen zich altijd en overal voor. Aandacht voor brandveiligheid van bouwwerken is daarom in elke fase (nieuwbouw, verbouw en bestaande bouw) belangrijk. In de gebruiksfase is voor sommige gebouwen met een bepaalde functie een melding brandveilig gebruik nodig omdat de brandveiligheidsrisico’s daar groter zijn. Dit betreft gebouwen met een slaapfunctie, zorgfunctie, bijeenkomstfunctie, kamerverhuur, kleine kinderopvang of gastouderopvang.

Het toetsen van deze gebruiksmeldingen en het toezicht op de naleving daarvan doen we niet zelf, maar is belegd bij Veiligheidsregio Gelderland Zuid (VRGZ). Daarnaast kennen we als Nijmegen situaties waarvoor weliswaar geen melding brandveilig gebruik nodig is, maar waar wel aanzienlijke brandveiligheidsrisico’s aanwezig zijn. Hierbij valt te denken aan de brandwerendheid van gevels van flatgebouwen en wonen boven functies met een verhoogd risico op brand. Denk aan horecabedrijven en garagebedrijven. Bij dit focuspunt richten we ons hierop.

Wat willen we bereiken? ➢ We willen het risico op brand zoveel mogelijk verlagen en de gevolgen van brand zoveel mogelijk beperken. Bij bestaande bouw geven we daarbij prioriteit aan situaties met een aanzienlijk brandveiligheidsrisico waarvoor geen meldingsplicht brandveilig gebruik geldt. ➢ We willen onze aanpak afstemmen met VRGZ en waar dat toegevoegde waarde heeft met hen samenwerken Wat doen we daarvoor in 2025?

Bij de uitvoering: •

• •

Geven we in het vooroverleg informatie en advies over de brandveiligheidsrisico’s bij bouwwerken met een verhoogd risico en bespreken we de mogelijkheden om de risico’s op het optreden van deze negatieve effecten te voorkomen. Toetsen we integraal of de aangevraagde nieuwbouw of verbouw voldoet aan de eisen voor brandveiligheid. Werken we samen met VRGZ om de brandveiligheid bij nieuwbouw of verbouw goed te borgen.

Bij de handhaving: •

• •

Voeren we een algehele controle van alle onderdelen uit bij nieuwbouw en verbouw . Bij de meest risicovolle functies zoals kinderopvang, kamerverhuur en zorgfunctie met bedgebied en logiesfuncties verdiepen we deze controles. Wanneer niet wordt voldaan treden we handhavend op. Werken we samen met VRGZ om de brandveiligheid bij nieuwbouw of verbouw gevolgklasse 2 of 3 goed te borgen Leveren we een actieve bijdrage aan het Horeca Actieteam (HAT) bij controles op onder andere brandveiligheid bij bestaande en nieuwe horecapanden.

Aanvullend voor dit focuspunt •

Houden actief en projectmatig toezicht op de brandveiligheid van bestaande bouwwerken met aanzienlijke brandveiligheidsrisico’s die geen melding brandveilig gebruik nodig hebben. Deze projecten stemmen we af met VRGZ en hierin werken we zoveel mogelijk met hen samen.

Wat monitoren we hierbij? • % Inspecties waarbij handhavend is opgetreden om te voldoen aan gestelde eisen voor brandveiligheid. • Een overzicht van de geconstateerde overtredingen brandveiligheid naar hun soort bij zowel nieuwbouw, verbouw als bestaande bouw. Wat moeten we hiervoor organiseren? • We ontwikkelen kennis en expertise bij onze medewerkers over brandveiligheidsrisico’s en de mogelijkheden om deze te verminderen. • We werken het toetsen en toezichthouden uit in risicogerichte toets- en toezichtprotocollen per functietype en borgen dat volgens deze protocollen wordt gewerkt. • We organiseren het projectmatig werken en de samenwerking daarbij met VRGZ bij het toezicht op de brandveiligheid van bestaande bouwwerken met aanzienlijke brandveiligheidsrisico’s, die geen melding brandveilig gebruik nodig hebben.

10

Focuspunt 4: Het bevorderen van meer natuurinclusief bouwen Waarom is dit een focuspunt? Wij willen een aantrekkelijke, duurzame stad. Binnen de provincie is Nijmegen de stad met het grootste aantal inwoners. Onze stad blijft groeien en we hebben daarmee een opgave om voldoende woningen en een prettige leefomgeving te realiseren. Voor onze inwoners, maar ook voor de beschermde flora en fauna in de omgeving. Daarbij is herstel, behoud, versterking en uitbreiding van groen en biodiversiteit belangrijk. Uitgangspunt in onze omgevingsvisie is dan ook dat we de natuur meenemen in onze plannen en kiezen voor natuurinclusief bouwen. Om het natuurinclusief bouwen beter te implementeren is de “Toolbox natuurinclusief bouwen, leidraad voor de gemeente Nijmegen’ opgesteld (eind 2023). Met het toepassen van deze toolbox krijgt biodiversiteit een volwaardige plek in het integrale (ontwerp)proces, wordt nagedacht over het natuurlijk systeem en dragen we gezamenlijk bij aan het behoud en versterking van bedreigde, maar ook de meer algemene, plant- en diersoorten. Ook leveren we met de groenmaatregelen uit de toolbox bijdrage aan het tegengaan van hittestress, wateroverlast en droogte en draagt het bij aan een gezonde leefomgeving.

➢ We willen de toolbox inclusief bouwen implementeren in onze VTH-processen, zodanig dat in de planvorming en bij uitvoering wordt getoetst aan en geadviseerd over natuurinclusief bouwen. Wat doen we daarvoor in 2025?

Bij de uitvoering: •

•

Bij de handhaving: • •

Waar treffen we dit aan? Natuurinclusief bouwen is zowel bij nieuwbouw als bij bestaande bouw relevant. Daarbij ligt de focus zowel op de gebouwen zelf, als de omgeving daaromheen. Wat betreft gebouwen is het belangrijk om geschikte verblijfsruimtes te creëren voor gebouw bewonende diersoorten. In de omgeving is het belangrijk om een geschikte leefomgeving te realiseren voor dieren en planten die in die specifieke omgeving horen. Wat willen we bereiken? ➢ Dat iedereen die gaat bouwen op de hoogte is van onze toolbox en de verplichting tot natuurinclusief bouwen.

Initiatiefnemers worden bij de inwerkingtreding van de beleidsregel natuurinclusief bouwen op de hoogte gebracht van de werkwijze en verplichting van de toolbox. De adviseur groen en ecologie adviseert bij procedures van conceptverzoeken en vergunningen over natuurinclusief bouwen en het voldoen aan de norm uit de toolbox. Voor een beter resultaat treedt de adviseur zo nodig in overleg met de initiatiefnemer.

• •

Als rayoninspecteurs op de bouw komen, controleren zij op hoofdlijn de toepassing van natuurinclusieve maatregelen. De adviseur groen en ecologie bezoekt (in overleg met de rayoninspecteur) steekproefsgewijs locaties en controleert gedetailleerd de uitvoering van natuurinclusief bouwen. Bij constatering van onvoldoende getroffen maatregelen, treden we in gesprek met initiatiefnemer en adviseren we over het alsnog treffen van maatregelen. Wanneer initiatiefnemer niet tot treffen van natuurinclusieve maatregelen overgaat, treden we direct handhavend op. Dit kan leiden tot stillegging van werkzaamheden.

Aanvullend voor dit focuspunt •

Iedereen die zich meldt bij het omgevingsloket met informatievragen rondom (ver)bouwen, informeren we over

•

de toolbox natuurinclusief bouwen en verwijzen we voor meer informatie naar de adviseurs groen en ecologie. Iedereen die een conceptverzoek indient met plannen om te gaan (ver)bouwen, informeren we over de toolbox natuurinclusief bouwen en verwijzen we voor meer informatie naar de adviseurs groen en ecologie.

Wat monitoren we hierbij? • Het aantal vergunningen waarin de toolbox natuurinclusief bouwen is toegepast. • Het aantal controles dat we uitvoeren op de realisatie van natuurinclusieve maatregelen en het percentage bezoeken waarbij geconstateerd wordt dat er bepaalde maatregelen niet of onvoldoende zijn getroffen. • Het aantal (ver)bouwlocaties waar de toolbox natuurinclusief bouwen daadwerkelijk is gerealiseerd. • Het aantal en de soorten natuurinclusieve maatregelen die worden toegepast. Wat moeten we hiervoor organiseren? • We nemen de werkwijze en verplichting van de Toolbox natuurinclusief bouwen op in de vergunningscheck van het DSO (digitaal stelsel omgevingswet). • We trekken 1,2 FTE aan specialistische kennis aan door adviseurs groen en ecologie in dienst te nemen die bij (ver)bouwen adviseren op natuurinclusief bouwen. • We borgen de advisering over natuurinclusief bouwen in onze werkprocessen van vergunningen. • We evalueren de werking van en het werken met de toolbox zodat we het natuurinclusief bouwen kunnen door ontwikkelen en steeds beter passend kunnen maken voor de Nijmeegse ambitie.

11

Focuspunt 5: Het verbeteren van de uitvoeringskwaliteit Waarom is dit een focuspunt? Naast focuspunten om de omgevingskwaliteit te verbeteren hanteren we ook een aantal focuspunten bij het verbeteren van onze uitvoeringskwaliteit. Met uitvoeringskwaliteit bedoelen we de wijze waarop we het werk organiseren en hoe goed we ons werk uitvoeren. Met het oog op het verbeteren van uitvoeringskwaliteit, voeren we bij Nijmegen vanaf 1 januari 2025 weer zelf alle werkzaamheden uit die geen milieuactiviteiten betreffen. De belangrijkste reden om deze werkzaamheden weer in onze eigen organisatie uit te voeren, is het komen tot een integrale taakuitvoering en het optimaliseren van de dienstverlening. Om dit te bereiken focussen we ons in 2025 op: ➢ De dienstverlening aan inwoners en bedrijven; ➢ Het voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. Waar treffen we dit aan? Dienstverlening is bij al onze processen belangrijk. De regels binnen het omgevingsrecht zijn namelijk al ingewikkeld genoeg. De hulp die inwoners en bedrijven daarbij nodig hebben hoort dat niet te zijn. Wij willen daarom van meerwaarde zijn. Hiervoor moeten we binnen onze vergunning-, toezicht- en handhavingsprocessen voorlichten, meedenken en adviseren. Niet alleen over welke regels gelden, maar ook over de bedoeling van deze regels.

Hoe goed we al onze werkzaamheden uitvoeren is daarbij van groot belang om de kwaliteit van onze leefomgeving te kunnen beschermen en verbeteren. Wettelijk zijn we dan ook verplicht om zorg te dragen voor een goede uitvoeringskwaliteit van al onze werkzaamheden. Om aan deze zorgplicht te kunnen voldoen, gelden er landelijke kwaliteitscriteria. Deze criteria stellen eisen aan onze processen, de inhoud van die processen en aan de deskundigheid van medewerkers, die deze processen

uitvoeren. Als we aan die criteria voldoen, is de organisatie in staat om de werkzaamheden adequaat uit te kunnen voeren.

• •

Wat willen we bereiken? ➢ Omdat de kern van ons werk grotendeels bestaat uit het op verzoek leveren van een dienst, willen we dit binnen een zo kort mogelijke doorlooptijd doen. ➢ We willen dat onze dienstverlening passend, persoonlijk, transparant en betrouwbaar is en zo wordt ervaren. ➢ We willen komen tot een integrale dienstverlening. ➢ We willen volledig voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. Wat doen we daarvoor in 2025? • We borgen een goede bereikbaarheid via post, mail, telefoon en voor fysieke afspraken. • We leggen onze werkprocessen vast en houden evaluaties op de werking ervan. • We maken klantreizen op onze hoofdprocessen en stellen deze bij om de dienstverlening te optimaliseren. • We zorgen voor correspondentie in begrijpelijke taal. • We organiseren dat we kunnen monitoren hoe onze dienstverlening wordt ervaren en passen zo nodig onze processen op die ervaring aan. • We toetsen op het voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria en formuleren maatregelen daar waar we niet voldoen.

Wat monitoren we hierbij? • Conceptverzoeken kennen een doorlooptijd van 3 weken, als er geen behandeling op de omgevingstafel plaatsvindt. • Conceptverzoeken kennen een maximale doorlooptijd van 6 weken, wanneer wel behandeling op de omgevingstafel plaatsvindt.

•

•

Op aanvragen voor vergunningen of handhaving wordt in 100% van de gevallen binnen de wettelijke termijn besloten. Hercontroles op overtredingen voeren we in 100% van de gevallen binnen 2 werkdagen na afloop termijn uit. Klanten waarderen onze dienstverlening gemiddeld met een 8. We voldoen voor 100% aan de gestelde kwaliteitscriteria of kunnen uitleggen waarom we op onderdelen ervoor kiezen dit niet te voldoen.

Wat moeten we hiervoor organiseren? • Het vormen van een werkgroep die werkt aan het optimaliseren van werkprocessen (minder schakels, korte doorlooptijden, klantcontact, etc.). • Het uitvoeren van een interne audit op de kwaliteitscriteria. • Het organiseren van monitoring en verslaglegging (aan de raad).

12

Hoofdstuk 3

Reguliere taken Reguliere werkzaamheden voeren we uit voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving in onze stad. Hierbij hanteren we de prioriteiten en uitgangspunten uit het VTH-beleid en passen de daarin omschreven aanpak toe. We vinden dit voldoende om de risico’s te beheersen die worden beschermd door de regels die ervoor zijn gesteld. Op onze genoemde focuspunten zetten we extra in. We formuleren wat we willen bereiken en welke activiteiten of projecten daaraan bijdragen. De uitvoerende en handhavende taken die geen focuspunt vormen, vallen onder de reguliere taakuitvoering. Daarvoor geldt dat toepassing van onze uitvoerings- en handhavingsstrategie uit het VTH-beleid voldoende is om de risico’s te beheersen. Jaarlijks kijken we naar aanleiding van de ontwikkelingen of herijking nodig is. De diepgang van het beoordelen van vergunningsaanvragen, de frequentie en aard van toezicht en de wijze van handhaven, vinden plaats binnen de wettelijke kaders, landelijke afspraken en in lijn met het VTH-beleid. We onderscheiden de volgende reguliere taken: • Uitvoering • Handhaving • Advies Hierna beschrijven we per onderdeel hoe we deze reguliere taken uitvoeren en hoeveel capaciteit we daarvoor ramen.

13

Uitvoering Wat is onze aanpak? Wij beoordelen aanvragen, meldingen en informatieplichten, die zien op de activiteiten bouwen, reclame, inritten, kappen, slopen, gebruik in strijd met het omgevingsplan, monumenten, uitvoeren van werkzaamheden, brandveilig gebruiken, gelijkwaardigheid, bouwobjecten, leegstand en huisvesting. In onze taak richten we ons op het voorkomen van risico’s voor de leefomgeving. Het is van belang dat begrepen wordt waarom bepaalde regels belangrijk zijn en welke belangen daarmee beschermd worden. Dat vergroot het omgevingsbewustzijn en de bereidheid om er meer rekening mee te houden. In dit kader richten wij ons vooral op communicatie, betrokkenheid en samenwerking. Dit leidt tot toename van de bekendheid met regels, acceptatie van regels en de verantwoordelijkheid voor naleving ervan. Hierdoor kunnen we vanuit vertrouwen samenwerken met de initiatiefnemer en uitgaan van het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Dit maakt dat we graag persoonlijk contact hebben, in overleg treden en aanvragen beoordelen vanuit ‘ja, mits’. Het stelt ons in staat om onze aandacht in de beoordeling vooral te richten op de meest risicovolle aspecten. Wij stimuleren onze inwoners en bedrijven/ondernemers met een ruimtelijk initiatief om in een zo vroeg mogelijk stadium met ons in contact te treden.

We willen zo snel mogelijk duidelijkheid verstrekken over de wenselijkheid en haalbaarheid van een initiatief, daar waar deze in beginsel in strijd is met ons omgevingsplan. Onze omgevingsvisie (in combinatie met onderliggend beleid) vormt in beginsel het beoordelingskader voor deze ruimtelijke initiatieven. Wat geven we prioriteit? De volgende activiteiten of aspecten hebben hierbij prioriteit: ➢ Brandveiligheid (eveneens focuspunt)

➢ Constructieve veiligheid ➢ Omgevingsveiligheid (eveneens focuspunt) ➢ Gezondheid ➢ Energiezuinigheid ➢ Het slopen van asbest (uitvoering ligt bij ODRN) ➢ Het slopen, verbouwen, wijzigen of gebruiken van monumenten ➢ Natuurinclusief bouwen stimuleren (eveneens focuspunt) ➢ Verduurzaming van bouwwerken en de mogelijke negatieve effecten daarvan (eveneens focuspunt) Wat doen we niet? Onze uitvoeringsorganisatie is niet zodanig van omvang, dat we alles tegelijk en met dezelfde intensiteit kunnen oppakken. Zoals elke andere gemeente in dit land moeten ook wij prioriteiten stellen. Dat is voor een groot deel al vastgelegd in beleid. Het regionaal VTH beleid bevat – naast hoge prioriteiten – ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten beoordelen we op basis van onze kennis en ervaring slechts op hoofdlijn. Bij gemiddelde prioriteit toetsen we alleen de meest relevante voorschriften inhoudelijk (zoals die voor gezondheid). Voor wat betreft de bouwtechnische toetsing, is onze uitvoeringsstrategie vertaald naar toetsniveaus die aangeven wat we wel en wat we niet toetsen (zie toetsmatrix bijlage 3). We willen aanvragen vlot afhandelen. Daarvoor is een complete aanvraag nodig. Bij een conceptverzoek kunnen we aanvragers hierover adviseren.

Wanneer een aanvraag niet compleet is stellen we aanvragers eenmaal in de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. Doen zij dit niet tijdig of leveren zij zijn niet alle gevraagde gegevens aan, laten we de aanvraag buiten behandeling.

Hoe borgen we dit? De concrete stappen die we zetten, werken we per procedure uit in ons VTH applicatie (Rx.Mission). Waar we op letten in de behandeling van aanvragen en meldingen, werken we zoveel mogelijk uit in toetsprotocollen. We doen dit aan de hand van de vaste toets- en beoordelingskaders en de gewenste diepgang daarbij. Dit stelt ons beter in staat om de kwaliteit en uniformering van toetsing te borgen. Wat hebben we hiervoor te organiseren? Als we onze taken adequaat uit willen voeren, dient aan een aantal randvoorwaarden voldaan te worden: • De vaste toets/beoordelingskaders en de gewenste diepgang zijn uitgewerkt in toetsprotocollen en deze worden conform afspraak gebruikt. • Er is voldoende tijd en ruimte binnen de organisatie om te leren en verbeteren (denk hierbij aan het eigen maken van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet, toepassen van het vier-ogen-principe en ruimte voor standaardadvisering en procesaanpassingen) en het onder de knie krijgen van het nieuwe VTH systeem Rx.Mission. Hoeveel capaciteit zetten we daarvoor in? Deze taken worden uitgevoerd door het team Omgevingsloket. In 2025 reserveren we 26.730 uur voor de uitvoering van BRIKS-taken, inclusief de bijdrage vanuit dit team aan projecten, Wkb en piket.

De globale capaciteitsverdeling is hierbij als volgt: • 22.950 uur voor casemanagement BRIKS • 3.780 uur voor juridische advisering uitvoering BRIKS

14

Welke werkzaamheden voeren we hiervoor uit? ✓ Beantwoorden van klantvragen, geven van voorlichting en adviseren over procedures Bij ons Omgevingsloket kunnen inwoners en ondernemers terecht met algemene vragen aangaande de regelgeving, processen en andere VTH-informatie. We besteden in 2025 veel aandacht aan het verder opleiden, coachen en begeleiden van onze medewerkers, zodat ze in staat zijn om – in nauwe samenwerking met overige betrokken collega’s – onze inwoners en ondernemers van de juiste informatie te voorzien. Naast deze informatievoorziening op verzoek, zullen we ook op eigen initiatief informatie en voorlichting geven over de gevolgen van activiteiten voor de leefomgeving aan initiatiefnemers. Denk hierbij aan het verstrekken van informatie over natuurinclusief bouwen, omgevingsveiligheid, duurzaam bouwen en het organiseren van participatie bij ruimtelijke initiatieven. ✓ Behandelen van meldingen Ontvangen meldingen toetsen we alleen aan de indieningsvereisten. Wel doen we een globale check op andere meldingen / of vergunningsplichten en de omgevingsveiligheid. ✓ Beoordelen meldingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Een nieuwe categorie meldingen ontvangen we op grond van de Wkb. De Wkb is van toepassing op nieuwbouw gevolgklasse 1. Mogelijk dat in de loop van 2025 de Wkb ook op verbouw gevolgklasse 1 van toepassing wordt.

Ook bij de Wkb hanteren we onze uitgangspunten en werken we vanuit vertrouwen. Wkb bouwmeldingen toetsen we marginaal op enkele belangrijke

aspecten, zoals: of het juiste risicoprofiel is gekozen en of de juiste lokale omstandigheden zijn meegenomen. Bij Wkb gereedmeldingen aan het bevoegd gezag controleren we administratief of er een verklaring bij zit dat het bouwwerk voldoet. Wanneer een kwaliteitsborger een verklaring afgeeft dat het bouwwerk op voor ons relevante risico’s niet voldoet, geven we dit door aan toezicht voor handhavend optreden. ✓ Beoordelen van vergunningaanvragen Ontvangen (omgevingsvergunning)aanvragen beoordelen we aan de hand van vaste wettelijke procedures, waarbij we op inhoud vooral aandacht hebben voor de aspecten met hoge prioriteit. We hanteren hierbij ons toetsprotocol. ✓ Behandelen van informatieplichten Naast vergunningen en meldingen, hebben we ook te maken met zogenaamde informatieplichten. De informatieplicht stelt ons in staat toezicht uit te oefenen. Of we dat doen, hangt af van de risico’s die met de activiteit gemoeid zijn. ✓ Beleidsadvisering De uitvoering van deze taken levert veel kennis en ervaring op over wat werkt, wat niet, over wat er in onze leefomgeving speelt en/of urgent(er) wordt. Zo zien we of regelgeving en onze uitvoering daarvan de gewenste resultaten oplevert of dat we moeten bijsturen. We reserveren tijd om te evalueren en te adviseren om beleid en uitvoering te verbeteren.

✓ Juridische advisering Juridische advisering bij (complexe) juridische zaken, in de bezwaarfase of bij beroepsprocedures.

15

Handhaving Wat is onze aanpak? We zien toe op een juiste uitvoering van de activiteiten bouwen (ook bij evenementen), reclame, slopen, monumenten, gebruik conform ruimtelijke regels, welstand, uitvoeren van werkzaamheden en huisvesting (zoals kamerverhuur). We zijn in ons toezicht gericht op het beschermen van een goede kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van risico’s en het stimuleren van goed naleefgedrag. We zijn bewust van de preventieve werking die uitgaat van toezicht, waardoor we een deel van de overtredingen voorkomen. Ook komt zo in beeld wat buiten ons zicht plaatsvindt en wat ongemerkt tot nadelige gevolgen leidt voor de omgeving of zelfs ondermijnend is. Hiervoor werken we gebiedsgericht en risicogericht. We zijn zichtbaar en handelen oplossingsgericht naar de bedoeling van regels. Indien nodig, treden we handhavend op. Dit doen we zoveel mogelijk door op informele wijze het gesprek aan te gaan en afspraken te maken over herstel van de overtreding. Wordt daarmee niet vlot een oplossing bereikt, of is sprake van een overtreding met acuut gevaar of ander spoedeisend belang, dan treden we daadkrachtig op om de omgeving te beschermen. Hierbij hanteren we de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). Voor de inzet van het strafrecht maken we gebruik van de diensten van ODRN.

Wat geven we prioriteit? De volgende activiteiten of aspecten hebben hierbij prioriteit: ➢ Calamiteiten met acuut gevaar ➢ Brandveiligheid (focuspunt) ➢ Constructieve veiligheid ➢ Omgevingsveiligheid (focuspunt) ➢ Gezondheid ➢ Energiezuinigheid

➢ Het slopen van asbest (uitvoering ligt bij ODRN) ➢ Het slopen, verbouwen, wijzigen of gebruiken van monumenten ➢ Verduurzaming van bouwwerken en de mogelijke negatieve effecten daarvan (focuspunt) ➢ Intrekken van vergunde maar niet uitgevoerde activiteiten ➢ Opsporen van onbekende activiteiten ➢ Grote evenementen (type A) zoals de vierdaagse Omdat we onze aandacht op de meest risicovolle en prioritaire zaken richten, doen we de dingen die er echt toe doen. In het VTH-beleid is opgenomen dat we deze aspecten met een hoog risico grondig controleren op alle kritische details. Voor wat betreft het bouwtechnische toezicht, is onze handhavingsstrategie vertaald naar toezichtniveaus die aangeven wat we wel en wat we niet controleren (zie toezichtmatrix bijlage 4). Wat doen we niet? Het VTH-beleid bevat ook gemiddelde en laag geprioriteerde activiteiten en aspecten. Lage prioriteiten controleren we niet actief. Activiteiten of aspecten met een gemiddelde prioriteit controleren we op basis van onze kennis en ervaring alleen op de meest relevante voorschriften (zoals die voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid). Ook zetten we in 2025 geen structurele capaciteit in op: • Het behandelen van klachten over laag geprioriteerde activiteiten. • Het behandelen van klachten over gemiddeld geprioriteerde activiteiten zonder relevante risico's.

• Controleren van gereedmeldingen van bouwwerken gevolgklasse 1, tenzij de kwaliteitsborger relevante risico's meldt. • Het controleren op technische bouweisen van bestaande horecapanden, tenzij we relevante risico's verwachten.

• •

Het controleren van sloopmeldingen zonder asbest, tenzij we relevante omgevingsrisico's verwachten. Het controleren van niet risicovolle aspecten bij hoog geprioriteerde bouwwerken (bijvoorbeeld het vervangen van kozijnen in een ziekenhuis).

Naar melders communiceren we duidelijk over waar we van zijn en waarvan niet en waarom we al dan niet overgaan tot handhaving. In onze handhavingsprocedure beperken we ons legalisatieonderzoek tot of er concreet zicht op legalisatie bestaat (ligt er een ontwerp omgevingsplan ter inzage of ligt er een aanvraag omgevingsvergunning die het college voornemens is te vergunnen). Het staat de overtreder altijd vrij om legalisatie via een aanvraag zelf te onderzoeken. Dan betaalt deze net als niet-overtredende initiatiefnemers leges voor de planbeoordeling. Hoe borgen we dit? Waarop en met welke diepgang we toezicht houden is vastgelegd in de toezichtmatrix. Deze is uitgewerkt in werkinstructies en toezichtprotocollen die tijdens het toezicht worden gehanteerd. Op deze manier borgen we dat toezicht zoveel mogelijk uniform plaatsvindt en er bij het toezicht voldoende aandacht is voor de prioriteiten. Dit is echter niet in beton gegoten: op basis van onze kennis en ervaring kijken we steeds wat (het meest) nodig en effectief is. Dit kan ook betekenen dat we goed naleefgedrag belonen met minder toezicht. Ook reserveren we tijd om 'vrij in het veld' aanwezig te zijn, zodat we ruimte hebben om onbekende activiteiten op te sporen. Wanneer sprake is van een overtreding wordt dit vastgelegd en afgehandeld conform de LHSO.

16

Wat hebben we hiervoor te organiseren? In hoeverre we slagen de taak uit te voeren zoals we nu plannen, hangt samen met de mate waarin we slagen om: • Voldoende capaciteit van voldoende kwaliteit te organiseren voor het uitvoeren van deze taken. • De toezichtprotocollen en LHSO altijd en juist toe te passen / gebruiken. • Onze administratieve last te verlagen. • De ICT ondersteuning voor in het veld te verbeteren. • Ruimte te creëren voor leren en verbeteren (denk hierbij aan het eigen maken van nieuwe regelgeving zoals de Omgevingswet, Wkb, toepassen van gezamenlijke controles en ruimte voor standaardisering en procesoptimalisatie).

elk rayon is een team van rayoninspecteurs actief. Zij houden risicogericht toezicht. Hierbij worden de toezichtmatrix en de daaruit afgeleide toezichtprotocollen gevolgd. Dit betekent dat we onze controlefrequentie en de diepgang van het toezicht afstemmen op het risico dat met de activiteit gemoeid is, de prioriteit die we aan het onderwerp hebben gegeven, het type bouwwerk of soort evenement dat het betreft en onze ervaring met (het gedrag van) de uitvoerder. Bij zeer complexe bouwwerken kan ervoor gekozen worden een risicoanalyse op bouwwerkniveau te maken en dit vertalen naar een specifiek toezichtplan op maat. Wanneer blijkt dat een vergunde activiteit niet wordt uitgevoerd, neemt de rayoninspecteur het initiatief tot intrekking van de vergunning.

Hoeveel capaciteit zetten we daarvoor in? Deze taken worden uitgevoerd door het team Omgevingstoezicht en Advies. In 2025 reserveren we 22.937 uur voor toezicht en handhaving inclusief de bijdrage vanuit dit team aan projecten, Wkb en piket.

Sloopmeldingen controleren we alleen als we relevante risico’s verwachten voor de directe omgeving en naastgelegen panden. Het onderdeel asbest controleert ODRN namens ons.

De globale capaciteitsverdeling is hierbij als volgt: • 6.467 uur voor het behandelen van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken • 12.690 uur voor toezicht en handhaving • 3.632 uur juridische advisering handhaving Welke werkzaamheden voeren we hiervoor uit? ✓ Gebiedsgericht toezicht We houden toezicht op een juiste uitvoering van vergunde of gemelde activiteiten. Ook zien we toe op het naleven van regels van activiteiten die niet bij ons gemeld (hoeven te) worden. Hiervoor hebben we de gemeente ingedeeld in drie rayons. In

De rayoninspecteurs houden binnen hun rayon ook toezicht op welstand, informatieplichten en algemeen geldende regels zoals zorgplichten, regels voor omgevingsveiligheid, het juist opslaan van (plastic)bouwafval en regels die gelden voor bestaande bouw. Hierbij richten zij zich ook op het opsporen van onbekende activiteiten zoals illegale (ver)bouw en ad hoc controles met of voor partners zoals de veiligheidsregio of de afdeling veiligheid van de gemeente, bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan het Horeca Actie Team (HAT). Hierbij wordt men name gelet op prioritaire onderwerpen en aspecten met een hoog risico. ✓ Behandelen van klachten en verzoeken Klachten en verzoeken om handhaving die gerelateerd zijn aan BRIKS-activiteiten worden opgepakt door een toezichthouder

BRIKS. We werken ook hierbij risico- en prioriteitgericht. Dat betekent dat we klachten en verzoeken niet oppakken als zich geen relevante risico's voordoen. Het kan ook zijn dat we later een controle uitvoeren omdat het risico zich niet direct voordoet. Aan de hand van het risico en de prioriteit bepalen we of en zo ja wanneer en hoe we een klacht in behandeling nemen. We communiceren altijd duidelijk over waarom we een klacht of verzoek wel of niet oppakken en op welke termijn. Hierin wegen we ook mee of melder zelf eerder al actie heeft ondernomen. ✓ Toezicht op strijdig gebruik / afwijken omgevingsplan Als gemeente houden we ook toezicht op gebruik dat in afwijking is van het omgevingsplan. We hanteren hierbij een piepsysteem, wat betekent dat we aan de hand van klachten of andere signalen nagaan of activiteiten zoals het gebruik van panden en terreinen voldoen aan de regels van het omgevingsplan. Jaarlijks ontvangen we ongeveer 150 meldingen over (mogelijk) strijdig gebruik. Wanneer sprake is van mogelijk strijdig gebruik, bijvoorbeeld illegale kamerverhuur of ongeoorloofd bouwen, voeren we een controle uit. Dit doen we altijd onaangekondigd. Wanneer strijdig gebruik wordt vastgesteld, toetsen we eerst of er sprake is van overgangsrecht en als dat niet het geval is treden we handhavend op.

Meestal door het opleggen van een last onder dwangsom om de situatie weer in overeenstemming te brengen met het omgevingsplan. We werken hierbij nauw samen met de afdelingen wonen en zorg en met de wijkregisseurs van de gemeente. Daarnaast werken we hierbij regelmatig samen met politie en woningcorporaties. ✓ Beoordelen van nadeelcompensatie Een aantal keer per jaar ontvangen we meldingen van

17

belanghebbenden die aangeven onevenredig te worden benadeeld door een besluit in de ruimtelijke ordening van de gemeente. In die gevallen doen we onderzoek zodat we het mogelijke nadeel kunnen beoordelen en daarover kunnen adviseren. Wanneer sprake is van grote en complexe gevallen, huren we een gespecialiseerd bureau in. ✓ Controles basisadministratie gebouwen (BAG) Op verzoek worden in specifieke situaties controles uitgevoerd voor de basisadministratie gebouwen. Doel hiervan is om vast te stellen of de gegevens in de BAG nog juist en actueel zijn. Dit betreft alleen die gevallen waarvan grote onduidelijkheid bestaat en welke niet op andere wijze is te controleren door de BAG-medewerker zelf (zoals met luchtfoto's of door raadpleging bouwarchief). Expliciet betreft dit niet het controleren van vergunningsvrije bouwwerken. ✓ Horecacontroles Nijmegen heeft een Horeca-actieteam (HAT). Rayoninspecteurs dragen hieraan bij door deel te nemen aan integrale HATcontroles. Zij maken hiervan een verslag en wanneer er sprake is van overtredingen adviseren zij over het handhavingstraject. ✓ Handhaving Bij overtredingen treden we passend en uniform op, in lijn met ons VTH-beleid en conform de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). We kunnen hierbij inzetten op herstel en/of bestraffing. Dit doen we vanuit eigen constatering of op verzoek.

✓ Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wkb is van toepassing op nieuwbouw gevolgklasse 1. Mogelijk dat in de loop van 2025 de Wkb ook op verbouw

gevolgklasse 1 van toepassing wordt. Hoewel veel aan de kwaliteitsborgers zal worden overgelaten, voert team Omgevingstoezicht en Advies toch enkele werkzaamheden uit. Wanneer een kwaliteitsborger bij de gereedmelding namelijk een verklaring afgeeft dat het bouwwerk op voor ons relevante risico’s niet voldoet, treden we handhavend op en mag het bouwwerk niet gebruikt worden, zolang de gebreken niet zijn verholpen. Omdat sprake is van een nieuw instrument kiezen we er in 2025 voor om 10% van de bouwwerken met gevolgklasse 1 steekproefsgewijs te controleren op de eisen voor duurzaamheid en brandveiligheid. Overige niet-relevante gebreken laten we over aan private partijen onderling. We richten ons daarbij vooral op de niet seriematige woningbouw omdat we verwachten dat daar het risico op afwijkingen het grootst is. Wanneer hierbij relevante afwijkingen worden geconstateerd, informeren wij de kwaliteitsborger en de instrumentaanbieder hierover. Afhankelijk van de uitkomst van deze steekproeven bekijken we eind 2025 of we in 2026 hiermee door moeten gaan. ✓ Bereikbaarheid- en beschikbaarheid buiten kantoortijden (piket) Er doen zich regelmatig calamiteiten voor die ernstige gevolgen kunnen veroorzaken voor de fysieke leefomgeving.

Daarom wordt capaciteit gereserveerd die ingezet wordt bij calamiteiten en die gericht is op het beperken van acuut onveilige situaties die niet kunnen wachten. Denk hierbij aan brand in gebouwen, ingestorte gevels door aanrijdingen, afgewaaide daken bij noodweer, etc. De piketdienst is 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar. Bij calamiteiten wordt door de piketmedewerker een risico inschatting gemaakt en worden zo nodig direct passende maatregelen genomen of opgelegd.

18

Advisering Wat is onze aanpak? Binnen het team Omgevingstoezicht en Advies is ook een aantal adviseurs werkzaam. Zij hebben een specialistische taak in het gehele VTH-proces. Concreet gaat het om adviseurs op de volgende aspecten: • Constructieve veiligheid • Cultuurhistorie • Groen en Ecologie • Bouwtechniek

Hoeveel capaciteit zetten we daarvoor in? Deze taken worden uitgevoerd door het team Omgevingstoezicht en Advies. In 2025 reserveren we 7.695 voor advisering inclusief eventuele bijdrage aan projecten. Welke werkzaamheden voeren we hiervoor uit? ✓ Advisering constructieve veiligheid De adviseurs constructieve veiligheid houden zich bezig met het waarborgen van de structurele veiligheid van bouwwerken. Zij beoordelen constructieve ontwerpen, adviseren en ondersteunen collega’s bij hun werkzaamheden op dit onderwerp en onderzoeken en adviseren bij incidenten en gebreken in constructies. Zij doen dit zowel in de vergunningsfase als in de toezichtsfase. Daarnaast adviseren zij aan de afdeling Veiligheid van de gemeente Nijmegen bij evenementen over de constructieve veiligheid van bouwsels. Denk hierbij aan podia, tribunes en layerconstructies. ✓ Advisering cultuurhistorie De adviseurs cultuurhistorie adviseren op bouwkundige en monumentale aspecten bij verbouw, restauratie en onderhoud van cultuurhistorisch erfgoed en ondersteunen collega’s in de

vergunningverlening en het toezicht bij hun werkzaamheden op dit onderwerp. Daarnaast treden zij op als vraagbaak voor inwoners en collega's bij bijvoorbeeld restauraties en onderhoud van monumenten. ✓ Advisering groen en ecologie De adviseurs groen en ecologie informeren, adviseren en inspireren collega’s en initiatiefnemers bij bouw- en verbouw over groen, ecologie en natuurinclusief bouwen. Zij beoordelen of sprake is van de bijzondere omstandigheid 'groen en ecologie' of ‘natuurinclusiviteit’ bij aanvragen, meldingen en initiatieven. Zij leveren ook specialistisch advies bij kapaanvragen. ✓ Bouwtechnische advisering De bouwtechnisch adviseurs leveren ondersteuning in vergunningsprocedures inzake Besluit bouwwerken leefomgeving / bouwfysica in complexe gevallen en bij het beoordelen van gelijkwaardigheid. Daarnaast adviseren zij inzake Besluit bouwwerken leefomgeving in complexe toezichten handhavingssituaties en bij juridische procedures (bezwaar en/of beroep). Zij leveren en expliciete bijdrage aan de beoordeling op categorie 2 en 3 bouwwerken voldoen aan de normen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).

19

Ondersteuning Aan de primaire taken die in de uitvoering en handhaving worden verricht, wordt ondersteuning geboden door een aantal (staf)medewerkers. Hieronder worden de ondersteunende werkzaamheden die door deze medewerkers worden uitgevoerd kort beschreven. Daarnaast wordt er vanuit de rest van de organisatie ook capaciteit geleverd voor indirecte ondersteuning. Bijvoorbeeld vanuit P&O, communicatie en bij het oppakken van de organisatorische aandachtpunten en projecten.

✓ Administratieve ondersteuning Administratief medewerkers registreren klachten, meldingen, aanvragen, verzoeken en inkomende post. Zij controleren deze op juistheid en volledigheid. Verder verzorgen zij planningen, postverzending en archivering. Ook bieden zij ondersteuning bij het verrichten van bulktaken in de primaire taakuitvoering. ✓ Procesadviseurs De procesadviseur van elk team is meewerkend senior en draagt daarnaast zorg voor de operationele cyclus van dat team. De procesadviseur staat aan de lat voor de jaarlijkse programmering, werkinstructies, protocollen en voor de monitoring en evaluatie van de werkzaamheden van het team. De procesadviseur levert sturingsinformatie aan het management. ✓ Regisseur U&H De regisseur U&H is namens de gemeente Nijmegen accounthouder voor ODRN en bevordert de samenwerking met alle ketenpartners zowel intern als extern. De regisseur zorgt ervoor dat de programma’s van de verschillende ketenpartners op elkaar worden afgestemd en dat kansen voor samenwerking en afstemming in de uitvoering worden benut.

✓ Strategisch adviseur De strategisch adviseur zorgt voor de meerjarige doorontwikkeling van U&H en is projectleider bij (organisatorische) verander- en verbeterprojecten. ✓ Management Er is een manager Omgevingsloket en een manager Omgevingstoezicht en Advies. Deze managers geven integraal leiding en dragen zorg voor de bedrijfsvoering, managementinformatie en de bestuurlijke afstemming. ✓ Secretariële ondersteuning De secretarieel medewerker beheert (afdelings)agenda’s en ondersteunt en faciliteert bij besprekingen.

20

Hoofdstuk 4

Projecten In sommige gevallen kiezen we voor een projectmatige aanpak. Deze projecten worden aanvullend op, of ondersteunend aan de reguliere taken uitgevoerd. In 2025 starten we met zes inhoudelijke projecten ter verbetering van de omgevingskwaliteit en met drie projecten gericht op het verbeteren van de uitvoeringskwaliteit en/of de dienstverlening. In de eerste maanden van 2025 ligt de prioriteit bij het opstarten van de werkzaamheden in eigen huis. Daarom kiezen we ervoor een aantal projecten later in het jaar te starten en door te laten lopen in 2026. De zes inhoudelijke projecten die we in 2025 gaan uitvoeren, worden in opdracht van de manager Omgevingsloket of Omgevingstoezicht en Advies uitgevoerd, afhankelijk waar het zwaartepunt van het project ligt. Er wordt een projectleider uit één van de twee teams aangewezen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=ba83f7ba-213a-4230-a564-0b7ee7dc3000