CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Preview wijzigingsbesluit OP-2024-01

Besluitronde (raadsvergadering) 16 april 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Definitief besluit 'Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2024-01' (19/2025)46.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

GEMEENTEBLAD

Officiële uitgave van de gemeente Nijmegen

Omgevingsplan gemeente Nijmegen, wijziging 2024-01 De gemeenteraad van Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn vergadering van 16 april 2025. Besluit vast te stellen;

Concept

Artikel I Het "Omgevingsplan gemeente Nijmegen" conform de wijzigingen in Bijlage A (Thematische wijziging bodem en natuurinclusief bouwen)

Artikel II Dit besluit treedt in werking op 21 mei 2025. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 april 2025. De raadsgriffier, Drs. S.J. Ruta De voorzitter, Drs. H.M.F. Bruls

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Bijlage A Bijlage bij artikel I A

Concept

Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

2

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Afdeling 1.1 BEGRIPPEN EN REKEN- EN MEETBEPALINGEN [Red: Artikel 1.1 verplaatst van hoofdstuk 1 naar afdeling 1.1. ]

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstukdit22 van dit omgevingsplanomgevingsplan, tenzij in bijlage II daarvan is afgeweken.

2.

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

Afdeling 1.2 ALGEMENE BEPALINGEN VOOR ACTIVITEITEN Artikel 1.2 Geometrische begrenzing 1.

De regels in dit omgevingsplan gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente Nijmegen, tenzij nadrukkelijk anders is bepaald in dit omgevingsplan.

2.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat een overzicht van alle geografische informatieobjecten voor de toepassing van dit omgevingsplan.

Artikel 1.3 Normadressaat Aan de regels voor activiteiten in dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij in dit omgevingsplan nadrukkelijk anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 1.4 Algemene zorgplicht 1.

Degene die een activiteit als bedoeld in dit omgevingsplan verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen in hoofdstuk 2 en/of de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

2.

Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

g. h. i.

Concept

j.

metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

3.

De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

4.

Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

B Het opschrift van hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 2 [GERESERVEERD] C Hoofdstuk 4 wordt geplaatst na hoofdstuk 2. Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 4 3 AANWIJZINGEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING [Gereserveerd]

Afdeling 3.1 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 3.2 GEBIEDEN Paragraaf 3.2.1 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.2 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.3 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.4 [gereserveerd] [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.5 Beperkingengebieden Subparagraaf 3.2.5.1 Beperkingengebied energie - interferentiegebied Artikel 3.1 Aanwijzing Er is een Beperkingengebied energie - interferentiegebied.

3

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 3.2 Doelen Voor het Beperkingengebied energie - interferentiegebied geldt het volgende doel: a. het op efficiënte wijze benutten van de bodem voor bodemenergiesystemen;

Concept

Artikel 3.3 Regels voor interferentiegebieden Met het oog op efficiënt benutten van de bodem voor bodemenergiesystemen wordt voldaan aan de regels in: a. Paragraaf 7.3.1: Gesloten bodemenergiesysteem installeren.

Afdeling 3.3 THEMA'S Paragraaf 3.3.1 Bodem Subparagraaf 3.3.1.1 Bodembeheergebied Artikel 3.4 Aanwijzing Er is een Bodembeheergebied, waarin afgeweken mag worden van de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem op grond van de artikelen 4.1273, 4.1275 en 4.1279 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 3.5 Doelen Voor het Bodembeheergebied gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van het milieu; en c. het beheer van de bodem en watersystemen.

Artikel 3.6 Bodemfunctieklasse Het hele Bodembeheergebied, als bedoeld in artikel 3.4, is ingedeeld in de bodemfunctieklasse ‘wonen’.

Artikel 3.7 Regels voor het beschermen van de fysieke leefomgeving Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de mens wordt voldaan aan de regels in: a.

Paragraaf 4.2.1: Bodemgevoelig gebouw bouwen of uitbreiden of een bodemgevoelige locatie toevoegen.

Artikel 3.8 Regels voor het beschermen van het milieu Met het oog op het beschermen van het milieu en het beheer van de bodem en watersystemen, wordt bij activiteiten in de bodem voldaan aan de regels in: a. Paragraaf 7.2.2: Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit; b. Paragraaf 7.2.3: Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit; c. Paragraaf 7.2.4: Saneren van de bodem; d. Paragraaf 7.2.5: Nazorg na saneren van de bodem; e. Paragraaf 7.2.6: Toepassen van bouwstoffen; f. Paragraaf 7.2.7: Toepassen van grond of baggerspecie; g. Paragraaf 7.2.8: Opslaan van grond of baggerspecie; en h. Paragraaf 7.2.9: Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico.

Artikel 3.9 Register van verdachte bodemlocaties

4

1.

Er is een register van verdachte bodemlocaties.

2.

Het register wordt beheerd door het college van burgemeester en wethouders.

3.

Het register is voor eenieder langs elektronische weg toegankelijk.

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

4.

Het register wordt voortdurend geactualiseerd.

Subparagraaf 3.3.1.2 Bodemkwaliteit - bestaande stad tot 1945

Concept

Artikel 3.10 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945.

Subparagraaf 3.3.1.3 Bodemkwaliteit - bestaande stad 1945 tot 1965 Artikel 3.11 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965.

Subparagraaf 3.3.1.4 Bodemkwaliteit - bestaande stad vanaf 1965 Artikel 3.12 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1965 tot heden.

Subparagraaf 3.3.1.5 Bodemkwaliteit - Waalsprong Artikel 3.13 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong.

Subparagraaf 3.3.1.6 Bodemkwaliteit - Veur Lent Artikel 3.14 Aanwijzing 1.

Er is een Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent.

2.

Het bodemkwaliteitsgebied als bedoeld in het eerste lid is begrensd door de locatie bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent.

D Hoofdstuk 5 wordt geplaatst na hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 4 BESCHERMEN VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING [Gereserveerd]

Afdeling 4.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 4.1 Algemeen toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over het beschermen van de fysieke leefomgeving.

Afdeling 4.2 BODEM Paragraaf 4.2.1 Bodemgevoelig gebouw bouwen of een bodemgevoelige locatie toevoegen

5

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Concept

Artikel 4.2 Toepassingsbereik

6

Deze paragraaf gaat over: a. het toevoegen van een bodemgevoelige locatie of het uitbreiden van een bestaande bodemgevoelige locatie; b. het bouwen van een bodemgevoelig gebouw of het uitbreiden van een bestaand bodemgevoelig gebouw; c. het toevoegen van woonruimte in een bestaand bodemgevoelig gebouw; en d. het starten van een maatschappelijke voorziening in een bestaand bodemgevoelig gebouw, inclusief: 1. het starten van een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang; en 2. starten van een primair onderwijsvoorziening.

Artikel 4.3 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid van personen.

Artikel 4.4 Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem 1.

Als waarden voor de toelaatbare kwaliteit van een standaard bodem, als bedoeld in Bijlage XIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit als bedoeld in Bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

In aanvulling op het eerste lid gelden de volgende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van een standaard bodem: Aanvullende waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit Stofnaam

Waarde toelaatbare kwaliteit bodem (mg/kg droge stof)

Beryllium

30

Seleen

100

Tellurium

600

Thalium

15

Tin

900

Vanadium

250

Zilver

15

Dichlooranilinen

50

Trichlooranilinen

10

Tetrachlooranilinen

30

Pentachlooranilinen

10

4-chloormethylfenolen

15

Azinfosmethyl

0,1

Maneb

22

Acrylonitril

0,1

Butanol

30

1,2 Butylacetaat

200

Ethylacetaat

75

Diethyleen glycol

270

Ethyleen glycol

100

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Concept 7

Formaldehyde

0,1

Isopropanol

220

Methanol

30

Methylethylketon

35

Methyl-tert-buthyl ether (MTBE)

100

PFOS

0,059

PFOA

0,060

GEN X

0,057

PFBA

0,059

PFPeA

0,059

PFHxA

0,059

PFHpA

0,059

PFNA

0,059

PFDeA

0,059

PFUnDA

0,059

PFDoDA

0,059

PFTrDA

0,059

PFTeDA

0,059

PFHxDA

0,059

PFODA

0,059

PFBS

0,059

PFPeS

0,059

PFHxS

0,059

PFHpS

0,059

PFDS

0,059

4:2 FTS

0,059

6:2 FTS

0,059

8:2 FTS

0,059

10:2 FTS

0,059

PFOSA

0,059

8:2 diPAP

0,059

EtFOSAA

0,059

MeFBSA

0,059

MeFOSAA

0,059

MeFOSA

0,059

Chloride

390

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Concept

Fluoride

24

Respirabele asbestvezels

10

PCB28

0,822

PCB52

0,34

PCB101

0,729

PCB118

2,2

PCB138

0,388

PCB153

0,556

PCB180

0,206

Gemeente Nijmegen

3.

In aanvulling op het eerste en tweede lid gelden voor volkstuincomplexen, buurtmoestuinen en locaties die zijn aangewezen voor stadslandbouw de volgende waarden voor de toelaatbare kwaliteit van een standaard bodem in onderstaande tabel: Aanvullende waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit van volkstuincomplexen, buurtmoestuinen en locaties die zijn aangewezen voor stadslandbouw Stofnaam

Waarde toelaatbare kwaliteit bodem (mg/kg droge stof)

Molybdeen

94,8

Lood

351

Kobalt

1,5

Kwik

11,3

Cadmium

3,91

DDD

6,85

Aldrin

0,0508

Dieldrin

1,19

Endrin

1,99

PCB28

0,113

PCB52

0,0446

PCB101

0,0988

PCB118

0,342

PCB138

0,0509

PCB153

0,074

PCB180

0,0266

Gemeente Nijmegen

4.

8

Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de waarde toelaatbare kwaliteit bodem.

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

5.

De in het vierde lid genoemde zinsneden "de gemiddelde gemeten" en "in meer dan 25 m3 bodemvolume” zijn niet van toepassing als het gaat om de aanwezigheid van asbest en respirabele asbestvezels.

Concept

Artikel 4.5 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bodemgevoelige locatie of bodemgevoelige functie toevoegen

9

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemgevoelige locatie toe te voegen of een bestaande bodemgevoelige locatie uit te breiden.

2.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning woonruimte toe te voegen of een maatschappelijke voorziening te starten in een bestaand bodemgevoelig gebouw.

Artikel 4.6 Uitzondering op vergunningplicht 1.

Het verbod, zoals bedoeld in artikel 4.5, geldt niet in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965

2.

Het verbod, zoals bedoeld in artikel 4.5 eerste lid, geldt niet voor het uitbreiden van een bestaande bodemgevoelige locatie, met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 50 m2.

Artikel 4.7 Inperking van uitzondering: verdachte bodemlocaties Artikel 4.6 eerste lid is niet van toepassing op locaties die in het Register met verdachte bodemlocaties, als bedoeld in artikel 3.9, zijn aangewezen als verdachte bodemlocatie.

Artikel 4.8 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van nieuw te bouwen bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en 3. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing.

2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, op een verdachte bodemlocatie gelegen binnen het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965 of op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek zoals bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725; b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, als bedoeld in artikel 4.4, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

3.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740.

4.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong of op een locatie gelegen in het Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740. b. een bodemonderzoek naar het voorkomen van bestrijdingsmiddelen in de laag van 0,00 - 0,25 m-mv en de laag van 0,25 - 0,5 m-mv.

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 4.9 Eisen aan bodemonderzoek De resultaten van een bodemonderzoek worden verstrekt in het bestandsformaat .xml conform de vigerende versie van de Basisregistratie Ondergrond (IMBRO).

Concept

Artikel 4.10 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bodemgevoelige locatie of bodemgevoelige functie toevoegen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5 wordt alleen verleend als: a. de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 4.4; b. als uit de gegevens blijkt dat aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen; óf c. de bodem geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde doel door het stellen van voorwaarden.

Artikel 4.11 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.

In aanvulling op artikel 22.29 wordt een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 22.26, alleen verleend als: a. de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 4.4; b. als uit de gegevens blijkt dat aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen; óf c. de bodem geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde doel door het stellen van voorwaarden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965, tenzij de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft in het Register met verdachte bodemlocaties, als bedoeld in artikel 3.9, is aangewezen als verdachte bodemlocatie.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het uitbreiden van een bestaand bodemgevoelig gebouw, met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 50 m2.

Artikel 4.12 Voorschriften bij omgevingsvergunning 1.

Het bevoegd gezag kan, met het oog op het beschermen van de gezondheid van mensen, voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26.

2.

Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, als zij van oordeel is dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar de bodem door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.

3.

Indien de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 4.4, worden overschreden, verbindt het bevoegd gezag een voorschrift aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.5 of artikel 22.26, dat zij geïnformeerd worden over de wijze waarop er één of meerdere sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen.

E Hoofdstuk 6 wordt geplaatst na hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 6 5 [GERESERVEERD] [Gereserveerd] F Hoofdstuk 7 wordt geplaatst na hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 7 6 BOUW-, AANLEG- EN SLOOPACTIVITEITEN [Gereserveerd]

10

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Afdeling 6.1 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.2 [GERESERVEERD]

Concept

[Gereserveerd]

11

Afdeling 6.3 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.4 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.5 [GERESERVEERD] [Gereserveerd]

Afdeling 6.6 DUURZAAMHEID Paragraaf 6.6.1 Algemene bepalingen Artikel 6.1 Algemeen toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het bevorderen van duurzaamheid bij bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Paragraaf 6.6.2 Natuurinclusief bouwen Artikel 6.2 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over: a. natuurinclusief bouwen van een hoofdgebouw; en b. het treffen van natuurinclusieve maatregelen bij het uitbreiden of ingrijpend wijzigen van een bestaand hoofdgebouw, waarbij tenminste 25% van de oppervlakte van de bouwschil wijzigt.

Artikel 6.3 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking In afwijking van artikel 6.2 is deze paragraaf niet van toepassing op ontwikkelgebieden waar vóór 1 januari 2024 een overeenkomst is gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over natuurinclusief bouwen.

Artikel 6.4 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behouden en bevorderen van de biodiversiteit.

Artikel 6.5 Bijzondere aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een ingevuld format in bijlage B van de Toolbox Natuurinclusief Bouwen; en b. voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de natuurinclusieve maatregelen, tekeningen van: I. alle gevels van het bouwwerk; en II. een dakaanzicht.

2.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of ingrijpend wijzigen van een bestaand hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een ingevuld format in bijlage B van de Toolbox Natuurinclusief Bouwen; en b. voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de natuurinclusieve maatregelen, tekeningen van: 1. alle gevels van het bouwwerk in de bestaande toestand;

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

2. 3. 4.

Concept

3.

alle gevels van het bouwwerk in de nieuwe toestand; een dakaanzicht in de bestaande toestand; en een dakaanzicht in de nieuwe toestand.

Het tweede lid geldt vanaf 1 januari 2026.

Artikel 6.6 Specifieke beoordelingsregels binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het bouwen van een hoofdgebouw wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het bouwplan voorziet in voldoende natuurinclusieve maatregelen, waarbij getoetst wordt aan de normen in de Toolbox Natuurinclusief Bouwen, als vastgesteld op 28 november 2023, met dien verstande dat wanneer de voornoemde toolbox wordt gewijzigd, aan de hand van de meest recente versie van de toolbox wordt bepaald of er sprake is van voldoende natuurinclusieve maatregelen.

2.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitbreiden of ingrijpend wijzigen van een bestaand hoofdgebouw als bedoeld in artikel 6.2 aanhef onder b, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als a. het bouwplan voorziet in voldoende natuurinclusieve maatregelen, waarbij getoetst wordt aan de normen in de Toolbox Natuurinclusief Bouwen, als vastgesteld op 28 november 2023, met dien verstande dat wanneer de voornoemde toolbox wordt gewijzigd, aan de hand van de meest recente versie van de toolbox wordt bepaald of er sprake is van voldoende natuurinclusieve maatregelen.

3.

Het tweede lid geldt vanaf 1 januari 2026.

Artikel 6.7 Vergunningvoorschrift: in stand houden natuurinclusieve maatregelen Het bevoegd gezag verbindt, met het oog op het behoud van de biodiversiteit, een voorschrift aan de omgevingsvergunning over het in stand houden van de toegepaste natuurinclusieve maatregelen. G Hoofdstuk 8 wordt geplaatst na hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 8 7 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN [Gereserveerd]

Afdeling 7.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 7.1 Algemeen toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over milieubelastende activiteiten.

Artikel 7.2 Oogmerken De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; en b. het beschermen van het milieu, waaronder: 1. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem.

Afdeling 7.2 BODEMBEHEER Paragraaf 7.2.1 Algemene bepalingen Artikel 7.3 Algemeen toepassingsbereik Deze afdeling gaat over bodembeheeractiviteiten.

12

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 7.4 Eisen aan bodemonderzoek

Concept

Wanneer op grond van de regels in deze afdeling een bodemonderzoek wordt geëist, worden de resultaten van het bodemonderzoek verstrekt in het bestandsformaat .xml conform de vigerende versie van het IMBRO.

Paragraaf 7.2.2 Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 7.5 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

Artikel 7.6 Maatwerkregels: bijzondere indieningsvereisten informatieplicht 1.

In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden bij een activiteit, als bedoeld in artikel 7.5 en artikel 4.1219 Besluit activiteiten leefomgeving, de resultaten van voorafgaand bodemonderzoek verstrekt aan het bevoegd gezag.

2.

Bij het verstrekken van de resultaten aan het bevoegd gezag, als het gaat om een locatie gelegen op een verdachte bodemlocatie in het Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad vanaf 1965 of op een locatie gelegen in een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad 1945 tot 1965, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek, als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725; en b. de op de locatie aanwezige invasieve exoten.

3.

Bij het verstrekken van de resultaten aan het bevoegd gezag, als het gaat om een locatie gelegen in een Bodemkwaliteitsgebied - bestaande stad tot 1945, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740; en b. de op de locatie aanwezige invasieve exoten.

4.

Bij het verstrekken van de resultaten aan het bevoegd gezag, als het gaat om een locatie gelegen in een Bodemkwaliteitsgebied - Waalsprong, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaande uit in ieder geval een vooronderzoek NEN 5725 en verkennend bodemonderzoek NEN 5740; b. een bodemonderzoek naar het voorkomen van bestrijdingsmiddelen in de laag van 0,00 - 0,25 m-mv en de laag van 0,25 - 0,5 m-mv; en c. de op de locatie aanwezige invasieve exoten.

Paragraaf 7.2.3 Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 7.7 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.

Artikel 7.8 Maatwerkregels: bijzondere indieningsvereisten meldingsplicht In aanvulling op artikel 4.1225 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden bij een activiteit, als bedoeld in artikel 7.7 en artikel 4.1224 Besluit activiteiten leefomgeving, de op de locatie aanwezige invasieve exoten gemeld aan het bevoegd gezag.

Paragraaf 7.2.4 Saneren van de bodem Artikel 7.9 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het saneren van de bodem.

13

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 7.10 Maatwerkregels: saneren van de bodem in het Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent

Concept

Bij een overschrijding van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem, als bedoeld in artikel 4.4, op een locatie in het Bodemkwaliteitsgebied - Veur Lent is paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing.

14

Artikel 7.11 Maatwerkregels: aanbrengen laag grond of baggerspecie 1.

In afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in samenhang met artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, heeft een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte, als genoemd in onderstaand tabel voor het aangegeven bodemgebruik. Minimale dikte van de afdeklaag Bodemgebruik

Minimale dikte leeflaag (in cm)

Industrie/bedrijven

50

Gemeente Nijmegen

2.

In aanvulling op artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving moet de kwaliteit van de leeflaag ook voldoen aan artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 7.12 Maatwerkregels: verwijderen van verontreiniging als saneringsaanpak In afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, als bedoeld in artikel 4.4 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan het niveau van de waarde die gelijk is aan de waarde zoals opgenomen in artikel 7.13.

Artikel 7.13 Terugsaneerwaarden 1.

Op de locatie bodem - deelgebied tot 1900 gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

88

54

Kwik

0,83

0,3

Lood

465/2101

100

Nikkel

70

70

Zink

399

200

Barium

395

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

6,8

3

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Concept 15

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig2)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

De terugsaneerwaarde voor een bodemgevoelige locatie (tuin, moestuin of speelplaats) bij een standaard bodem bedraagt 210 mg/kg ds. In andere gevallen is de terugsaneerwaarde voor een standaard bodem 465 mg/kg ds. 2 PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA.

2.

Op de locatie bodem - deelgebied 1900 tot 1945 gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

114

54

Kwik

0,86

0,3

Lood

405/2101

100

Nikkel

70

70

Zink

576

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

16

3

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig2)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Gemeente Nijmegen

Concept

1

De terugsaneerwaarde voor een bodemgevoelige locatie (tuin, moestuin of speelplaats) bij een standaard bodem bedraagt 210 mg/kg ds. In andere gevallen is de terugsaneerwaarde voor een standaard bodem 405 mg/kg ds. 2 PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 3.

Op de locatie bodem - deelgebied 1945 tot 1965 gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

64

54

Kwik

0,39

0,3

Lood

208

100

Nikkel

70

70

Zink

299

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

6,8

3

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 4.

Op de locatie bodem - deelgebied 1965 tot heden gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem

16

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

54

54

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Concept 17

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Kwik

0,3

0,3

Lood

100

100

Nikkel

70

70

Zink

212

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

PCB

0,04

0,04

DDT

0,2

0,2

DDE

0,13

0,13

DDD

0,04

0,04

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 5.

Op de locatie bodem - deelgebied Waalsprong en de locatie bodem - deelgebied Veur Lent gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

54

54

Kwik

0,3

0,3

Lood

110

100

Nikkel

70

70

Zink

244

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Concept 18

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

PCB

0,04

0,04

DDT

1,7

1,7

DDE

2,3

2,3

DDD

0,84

0,84

Drins

0,03

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 6.

Op de locatie bodem - deelgebied Waalsprong kassen gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

61

54

Kwik

0,3

0,3

Lood

115

100

Nikkel

70

70

Zink

244

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

PCB

0,04

0,04

DDT

1,7

1,7

DDE

2,3

2,3

DDD

0,84

0,84

Drins

2

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Concept

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA. 7.

Op de locatie bodem - deelgebied Waalsprong ophoging gelden de onderstaande terugsaneerwaarden: Terugsaneerwaarden in mg/kg droge stof, standaard bodem Stofnaam

Traject 1

Traject 2

Cadmium

1,2

1,2

Koper

61

54

Kwik

0,3

0,3

Lood

115

100

Nikkel

70

70

Zink

244

200

Barium

380

380

Kobalt

30

30

Molybdeen

3

3

PAK

3

3

PCB

0,04

0,04

DDT

1,7

1,7

DDE

2,3

2,3

DDD

0,84

0,84

Drins

2

0,03

PFOA

0,0019

0,0019

PFAS (overig1)

0,0014

0,0014

Asbest

100

100

Overige stoffen

≤2*AW én ≤ W

≤2*AW én ≤ W

Gemeente Nijmegen 1

PFOS, GEN X, PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDeA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFTeDA, PFHxDA, PFODA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFDS, 4:2 FTS, 6:2 FTS, 8:2 FTS, 10:2 FTS, PFOSA, 8:2 diPAP, EtFOSAA, MeFBSA, MeFOSAA en MeFOSA.

Paragraaf 7.2.5 Nazorg na saneren van de bodem Artikel 7.14 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omge-

19

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

vingsvergunning of een maatwerkvoorschrift, of bij een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.

Concept

Artikel 7.15 Register van locaties met nazorg 1.

Er is een register van locaties met nazorg.

2.

Het register wordt beheerd door het college van burgemeester en wethouders.

3.

Het register is voor eenieder langs elektronische weg toegankelijk.

4.

Het register wordt voortdurend geactualiseerd.

Artikel 7.16 Nazorg na afloop van saneren van de bodem 1.

De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen in het register van locaties met nazorg treft de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.

Paragraaf 7.2.6 Toepassen van bouwstoffen Artikel 7.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toepassen van bouwstoffen.

Artikel 7.18 Maatwerkregels: aanwijzing meldingsplichtige gevallen In aanvulling op artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving, is het verboden de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1257 van het Besluit activiteiten leefomgeving, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het starten van de activiteit te melden, voor zover de activiteit betrekking heeft op het toepassen van: a. AVI bodemassen; b. immobilisaten en/of metaalslakken; of c. producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt.

Artikel 7.19 Maatwerkregels: bijzondere indieningsvereisten meldingsplicht Een melding als bedoeld in artikel 7.18 bevat: a. de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en een onderbouwing van de functionaliteit van de toepassing; b. de dimensionering van de functionele toepassing; c. de verwachte datum van het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1257 van het Besluit activiteiten leefomgeving; d. de verwachte datum waarop het werk zal zijn voltooid; e. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen AVI bodemassen, immobilisaten en/of metaalslakken en producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt; f. als deze op grond van het Besluit bodemkwaliteit bij de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit moet worden verstrekt: een afleverbon; g. de kwaliteit van de AVI bodemassen, immobilisaten en/of metaalslakken en producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt; h. de hoeveelheid AVI bodemassen, immobilisaten en/of metaalslakken producten/mengsels waarin metaalslakken zijn verwerkt in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; en i. de coördinaten van de ontvangende landbodem, tenzij het adres daarvan is vermeld.

Paragraaf 7.2.7 Toepassen van grond of baggerspecie Artikel 7.20 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het op of in de landbodem toepassen van grond of baggerspecie.

20

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 7.21 Maatwerkregels: bijzondere kwaliteitseisen In afwijking van de kwaliteitseisen, als genoemd in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, gelden kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Nota Bodembeheer 2021 die is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Nijmegen op 22 december 2021.

Concept

Artikel 7.22 Maatwerkregels: gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1267, vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is artikel 4.1267, eerste lid, onder f, van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing op grond die is vrijgekomen in het Bodembeheergebied en vervolgens weer wordt toegepast in het Bodembeheergebied.

Paragraaf 7.2.8 Opslaan van grond of baggerspecie Artikel 7.23 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het op de landbodem opslaan van grond of baggerspecie.

Artikel 7.24 Maatwerkregels: eindonderzoek bodem In aanvulling op artikel 4.1250, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving is het uitvoeren van een eindonderzoek van de bodem niet van toepassing als grond op een elementenbodemvoorziening wordt opgeslagen.

Paragraaf 7.2.9 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Artikel 7.25 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 7.26 Bodem: mitigerende maatregelen Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 7.25, verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

Afdeling 7.3 ENERGIE Paragraaf 7.3.1 Gesloten bodemenergiesysteem installeren Artikel 7.27 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem.

Artikel 7.28 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen van negatieve interferentie tussen bodemenergiesystemen onderling; b. het voorkomen van negatieve effecten op andere ondergrondse functies.

Artikel 7.29 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a. in een Beperkingengebied energie - interferentiegebied of een interferentiegebied dat is aangewezen in de provinciale omgevingsverordening; of b. met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer.

21

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Concept

Artikel 7.30 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.29 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de lussen van het gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd; b. de coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van het systeem in meters onder het maaiveld; c. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen of andere ondergrondse functies in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; d. een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; e. informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; en f. de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen, installeren en van degene die de boringen zal verrichten.

Artikel 7.31 Beoordelingsregels omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.29 wordt alleen verleend als: a. het bodemenergiesysteem geen interferentie kan veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem waardoor het doelmatig functioneren van een van de systemen kan worden geschaad; b. het bodemenergiesysteem geen belemmering vormt voor de uitvoering van door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde bodemenergieplannen; c. het bodemenergiesysteem geen negatieve interferentie kan veroorzaken met andere ondergrondse functies; en d. er geen sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie. H Hoofdstuk 3 wordt geplaatst na hoofdstuk 8. Hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 3 8 [GERESERVEERD] [Gereserveerd] I Het opschrift van hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 9 [GERESERVEERD] J Het opschrift van hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 10 [GERESERVEERD] K Het opschrift van hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 11 [GERESERVEERD] L

22

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Het opschrift van hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 12 [GERESERVEERD]

Concept

M Het opschrift van hoofdstuk 13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 13 [GERESERVEERD] N Het opschrift van hoofdstuk 14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 14 [GERESERVEERD] O Het opschrift van hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 15 [GERESERVEERD] P Het opschrift van hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 16 [GERESERVEERD] Q Het opschrift van hoofdstuk 17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 17 [GERESERVEERD] R Het opschrift van hoofdstuk 18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 18 [GERESERVEERD] S Het opschrift van hoofdstuk 19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 19 [GERESERVEERD] T Het opschrift van hoofdstuk 20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

23

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Hoofdstuk 20 [GERESERVEERD] U

Concept

Het opschrift van hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

24

Hoofdstuk 21 [GERESERVEERD] V Het opschrift van hoofdstuk 22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN BRUIDSSCHAT W Na artikel 22.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 22.6 [Vervallen] [Gereserveerd] X Artikel 22.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.6 [Vervallen] [Vervallen] Y Artikel 22.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen 1.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4; en b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en. c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: 1. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Concept

2.

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: a. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of b. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.

Z Artikel 22.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.30 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie [Vervallen] 1. De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. 2.

Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

3.

Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.

AA Artikel 22.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit [Vervallen] Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 22.29. BB Artikel 22.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;

25

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

e. f. g.

Concept

h.

i.

j.

k j.

4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4.

een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; en als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie: 1. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

CC Na subparagraaf 22.3.6.2 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:

Subparagraaf 22.3.6.3 [Vervallen] Artikel 22.106 [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.107 [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.108 [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.109 [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.110 [Vervallen] [Gereserveerd]

Artikel 22.111 [Vervallen] [Gereserveerd]

26

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 22.112 [Vervallen] [Gereserveerd]

Concept

Artikel 22.113 [Vervallen] [Gereserveerd] DD Subparagraaf 22.3.6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Subparagraaf 22.3.6.3 [Vervallen]

Artikel 22.106 [Vervallen]

Artikel 22.107 [Vervallen]

Artikel 22.108 [Vervallen]

Artikel 22.109 [Vervallen]

Artikel 22.110 [Vervallen]

Artikel 22.111 [Vervallen]

Artikel 22.112 [Vervallen]

Artikel 22.113 [Vervallen] [Vervallen] EE Paragraaf 22.3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 22.3.7 Bodembeheer [Vervallen]

Subparagraaf 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem [Vervallen]

27

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 22.125 Toepassingsbereik

Concept

[Vervallen] Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift.

Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem [Vervallen] 1. De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie treft de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van een afdeklaag. 2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor tijdelijke beschermingsmaatregelen die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.

Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit [Vervallen]

Artikel 22.127 Toepassingsbereik [Vervallen] 1. Deze paragraaf is van toepassing op het graven in de bodem waarbij het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3 en sprake is van: a. locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is verleend als bedoeld in artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is; of b. locaties of gebieden waar de bodem diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals dat blijkt uit: 1. een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder b, van de Omgevingswet; of 2. een bodemkwaliteitskaart vastgesteld op grond van artikel 25c, derde lid van het Besluit bodemkwaliteit. 2.

Graven in de bodem als bedoeld in het eerste lid omvat ook: a. het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie; b. het tijdelijk opslaan van grond; en c. het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het graven in de waterbodem.

Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit [Vervallen] 1. Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.127, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en c. de verwachte duur ervan.

28

2.

Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing: a. als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond; of b. op het graven in de bodem in verband met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur.

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond

Concept

[Vervallen] Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen wordt grond die bij het graven is vrijgekomen niet langer dan acht weken na beëindiging van het graven in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie opgeslagen.

Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven [Vervallen] Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen, wordt de activiteit milieukundig begeleid volgens BRL SIKB 6000 als het graven plaatsvindt op een locatie waar een afdeklaag is aangebracht als saneringsaanpak en de ontgraving dieper reikt dan deze afdeklaag.

Subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico [Vervallen]

Artikel 22.131 Toepassingsbereik [Vervallen] Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

Artikel 22.132 Bodem: mitigerende maatregelen [Vervallen] Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 22.131, verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.

Subparagraaf 22.3.7.4 Gereserveerd [Vervallen]

Artikel 22.133 Gereserveerd [Gereserveerd] [Vervallen]

Artikel 22.134 Gereserveerd [Gereserveerd] [Vervallen]

Artikel 22.135 Gereserveerd [Gereserveerd] [Vervallen]

Artikel 22.136 Gereserveerd [Gereserveerd] [Vervallen] FF

29

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

Artikel 22.260 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Artikel 22.260 Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem

30

[Vervallen] 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a. in een interferentiegebied dat is aangewezen in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke verordening of omgevingsverordening; of b. met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer. 2.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de lussen van het gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd; b. de coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van het systeem in meters onder het maaiveld; c. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend; d. een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; e. informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; en f. de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen, installeren en van degene die de boringen zal verrichten.

3.

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het bodemenergiesysteem geen interferentie kan veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem waardoor het doelmatig functioneren van een van de systemen kan worden geschaad; en b. er geen sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie.

Concept

(van 24-2-2025 15:39)

GG Na het lichaam wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Concept

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten Beperkingengebied energie interferentiegebied

/join/id/regdata/gm0268/2024/b1bafb0db34d4c85bfa2bae7a388195a/nld@202502-24;13572629

bodem - deelgebied 1900 tot 1945

/join/id/regdata/gm0268/2024/1747a7d8383f48db8285bbfa3b9f240e/nld@2025-02-24;13572629

bodem - deelgebied 1945 tot 1965

/join/id/regdata/gm0268/2024/81a4b406c29d47b697398dd746e321f0/nld@202502-24;13572629

bodem - deelgebied 1965 tot heden

/join/id/regdata/gm0268/2024/49ff20e32c174eb9b796147d8126f537/nld@202502-24;13572629

bodem - deelgebied tot 1900

/join/id/regdata/gm0268/2024/b1b2610a884f4076bc44f86d4a9babf0/nld@202502-24;13572629

bodem - deelgebied Veur Lent

/join/id/regdata/gm0268/2025/4ae4fe7f0643438d92a727d615db8ddd/nld@202502-24;13572629

bodem - deelgebied Waalsprong

/join/id/regdata/gm0268/2024/a7ba285e4c424f22904611c37e7483ee/nld@202502-24;13572629

bodem - deelgebied Waalsprong kassen /join/id/regdata/gm0268/2024/057ed04dd242494590ecf1bd4c96027a/nld@202502-24;13572629 bodem - deelgebied Waalsprong ophoging

/join/id/regdata/gm0268/2024/ab21d17e2fb9402192624a2f772bc177/nld@202502-24;13572629

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=a30a45f2-0b3e-496b-bf90-4f04f8f023c4