Plan ‘Perspectief voor onze jeugd’ 2026-2029
Tekst van het document
Perspectief voor onze jeugd Een stevige basis voor de aanpak van jeugdcriminaliteit 2026-2029 Pagina 1 van 34
Inhoudsopgave Inleiding............................................................................................................................................................................ 4 Samenvatting ................................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1. Doelgroepen ............................................................................................................................................... 8 Kwetsbare jeugd of risicojeugd ............................................................................................................................... 8 Jonge aanwas........................................................................................................................................................... 9 Doorgroeiers............................................................................................................................................................. 9 Harde kern ................................................................................................................................................................ 9 Maatregelen ...........................................................................................................................................................
10 Hoofdstuk 2. Probleemanalyse ..................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 3. Programmalijnen ..................................................................................................................................... 12 Programmalijn 1 - Versterken van de basis voor succesvolle aanpak ...................................................................... 12 1.1 Integrale en doorlopende (netwerk-)analyse .................................................................................................. 12 1.2 Verstevigen samenwerking en informatie-uitwisseling .................................................................................. 13 Programmalijn 2 - Versterken (online) weerbaarheid en perspectief bieden risicojongeren en gezin ................... 15 2.1 Versterken beschermende factoren voor jongeren en gezin .......................................................................... 15 2.2 Proactieve wijkgerichte aanpak versterken (KansRIJK) ................................................................................. 17 2.3 Jeugd en cybercriminaliteit .............................................................................................................................
18 2.4 IPTA ................................................................................................................................................................... 19 Programmalijn 3 - Eerder ingrijpen en corrigeren jonge aanwas ............................................................................. 19 3.1 Versterken Persoonsgerichte Aanpak (Lokale PGA) ........................................................................................ 19 3.2 Jeugdcoaches ................................................................................................................................................... 20 3.3 Alleen Jij Bepaalt (AJB) .................................................................................................................................... 20 3.4 Jeugdboa’s ....................................................................................................................................................... 21 3.5 Straatkracht (Jeugdreclassering intensief) ..................................................................................................... 21 3.6 Bewustwording in de wijk ................................................................................................................................
22 3.7 Geldezels........................................................................................................................................................... 23 3.8 Project Hackright .............................................................................................................................................. 23 Programmalijn 4 - Intensivering aanpak doorgroeiers ............................................................................................. 23 4.1 Informatiegestuurd werken OM en Politie ...................................................................................................... 23 4.2 Een andere focus op opsporen ........................................................................................................................ 24 4.3 Doorbreken van de financiële aantrekkingskracht van ondermijnende criminaliteit ................................... 24 4.4 Een innovatieve persoonsgerichte aanpak voor doorgroeiers onder de paraplu van Zorg- en Veiligheidshuis ....................................................................................................................................................... 25 4.5 Nazorg (ex-)gedetineerden - RIO...................................................................................................................... 25 Hoofstuk 4.
Samenwerking partners ............................................................................................................................. 27 Programmastructuur Preventie met Gezag .......................................................................................................... 27 Pagina 2 van 34
Verbinding en samenhang bestaande structuren en programma’s ..................................................................... 28 Communicatie, zichtbaarheid en verbinding ........................................................................................................ 28 Hoofstuk 5. Leren en ontwikkelen ................................................................................................................................. 30 Hoofstuk 6. Risico's ........................................................................................................................................................ 31 Hoofstuk 7. Financiën .................................................................................................................................................... 33
Pagina 3 van 34
Inleiding Het rijk investeert met structurele middelen in de meest kwetsbare wijken en gebieden in Nederland, om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen actief worden in de (ondermijnende) criminaliteit of hierin doorgroeien. Deze aanpak vindt plaats onder de noemer Preventie met Gezag (PmG). In oktober 2023 heeft de gemeente Nijmegen een eerste subsidieaanvraag voor het programma PmG ingediend bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, in de vorm van het plan van aanpak Perspectief voor onze jeugd. Deze aanvraag is in december 2023 door het ministerie toegekend. Het brede doel van dit plan is om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen tussen de 8 en 27 jaar betrokken raken bij (georganiseerde en ondermijnende) criminaliteit of hierin verder afglijden.
“Repressie zonder preventie is eindeloos, preventie zonder repressie is tandeloos”. – Burgemeester van Nijmegen dhr. Bruls Om dit doel te realiseren, heeft Nijmegen in het plan van aanpak vier programmalijnen uitgewerkt. In 2024 is Nijmegen voortvarend van start gegaan en inmiddels is 1,5 jaar aan ervaring opgedaan — een relatief korte periode. Daarom bouwen we met deze nieuwe subsidieaanvraag in grote lijnen voort op het bestaande plan Perspectief voor onze jeugd. PmG is bedoeld als een lerend programma dat zich continu ontwikkelt op basis van nieuwe inzichten uit wetenschap en praktijk. De inhoud en ontwikkelingen rondom het landelijke kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies (KEI) worden actief benut en geïntegreerd in de lerende aanpak vanuit Nijmegen. De nieuwe aanvraag bestaat uit een voortgangsrapportage en een plan van aanpak. In de voortgangsrapportage wordt ingezoomd op de uitvoering en voortgang van de verschillende interventies. Met het plan van aanpak 2026– 2029 kijkt Nijmegen vooruit naar de komende jaren. In dit plan van aanpak leest u waarop Nijmegen de komende jaren de focus legt. Hoewel het zwaartepunt ligt op de periode van juni 2026 tot en met december 2029, benoemen we ook doelen en acties vanaf juni 2025.
De bijbehorende voortgangsrapportage heeft immers betrekking op de periode tot en met mei 2025, waardoor het logisch is om ook de daaropvolgende periode te belichten en te laten zien hoe opgedane inzichten richting geven aan de toekomst.
Pagina 4 van 34
Samenvatting Preventie met Gezag De gemeente Nijmegen zet in de periode 2026–2029 haar inspanningen voort binnen het landelijke programma Preventie met Gezag (PmG). De ambitie is het voorkomen dat kinderen en jongeren (8–27 jaar) betrokken raken bij ondermijnende of georganiseerde criminaliteit of hierin doorgroeien. Deze ambitie wordt waargemaakt door te investeren in weerbaarheid, het bieden van perspectief, het stellen van duidelijke grenzen en het aanpakken van de voedingsbodem van criminaliteit. In het Integraal Veiligheidsplan (IVP) Samen Veilig en Weerbaar (2022-2026)1 spreekt het college haar ambitie uit om risicojeugd en kwetsbare jongeren eerder in beeld te krijgen en te komen tot een aanpak van Jonge Aanwas in de criminaliteit. Tevens wordt in het IVP ingezet op de aanpak van verschillende vormen van ondermijning. De middelen van het Rijk maken het mogelijk om hierop een ambitieus programma te formuleren. De Nijmeegse aanpak PmG is integraal, lerend en programmatisch georganiseerd langs vier programmalijnen, met een stevige samenwerking tussen het sociaal domein, onderwijs, veiligheidspartners en de justitieketen. De gemeente bouwt voort op het eerdere plan Perspectief voor onze jeugd, waarin sinds 2024 met voortvarendheid ervaring is opgedaan.
De nieuwe subsidieaanvraag sluit hierop aan en richt zich op verdieping, verbreding en verduurzaming van de ingezette aanpak. Programmalijnen De vier programmalijnen, met bijbehorende doelstellingen en interventies zoals beschreven in het oorspronkelijke plan van aanpak, blijven in dit vernieuwde plan behouden. • • • •
Programmalijn 1 - Versterken van de basis voor succesvolle aanpak Programmalijn 2 - Versterken (online) weerbaarheid en perspectief bieden risicojongeren en gezin Programmalijn 3 - Eerder ingrijpen en corrigeren jonge aanwas Programmalijn 4 - Intensivering aanpak doorgroeiers
Per interventie blikt Nijmegen vooruit op de komende periode. Er wordt beschreven: welke acties Nijmegen gaat uitvoeren, wat blijft behouden, wat wordt aangepast en waarmee stopt Nijmegen. Uitgangspunten Binnen het totale plan van aanpak hanteren we (gemeente Nijmegen en de partners binnen het programma PmG) een aantal uitgangspunten met elkaar: • • •
We behouden wat lokaal werkt en zetten in op het verstevigen van bestaande samenwerkingsverbanden, overlegstructuren en interventies. Waar nodig ontwikkelen we nieuwe interventies, waarbij we altijd uitgaan van de lokale context zodat we het benodigde lokale maatwerk kunnen bieden. We zetten in op het inzichtelijk krijgen van beschermende en risicofactoren per wijk en brengen focus op wijk- of stadsdeelniveau aan waar nodig. Daarbij gaat onze aandacht in eerste aanleg uit naar de bestaande kwetsbare stadsdelen. We geloven erin dat jeugdnetwerken fluïde zijn, criminaliteit zich niet aan de grenzen van een wijk of stadsdeel houdt, en dat een stadsbrede visie bijdraagt aan het vergroten van onze flexibiliteit.
Gemeente Nijmegen. (2022). Integraal Veiligheidsplan (IVP) Samen Veilig en Weerbaar 2022–2026. iBabs Publieksportaal. Document Nijmegen - Notitie Samen veilig en weerbaar - Integraal veiligheidsplan 2022-2026 iBabs Publieksportaal 1
Pagina 5 van 34
• • • • •
We zetten in op maatwerk. Om maatwerk mogelijk te kunnen maken is meer zicht op de verschillende doelgroepen, hun aard en omvang nodig. We verbinden het sociaal domein (incl. onderwijs) meer nadrukkelijk aan het veiligheidsdomein. Ook leggen we concrete dwarsverbanden met de aanpak ondermijning. We verstevigen de samenwerking tussen de gemeente en de justitieketen. We hanteren het uitgangspunt dat we integraal samenwerken met al onze partners en dat we ontwikkelen door te experimenteren en te leren. We delen onze kennis en ervaring in de regio en voorzien regiogemeenten van advies.
Gezamenlijke ambities In de komende periode wordt de aanpak op een aantal punten versterkt en uitgebreid. Allereerst is er een duidelijke focus op digitale veiligheid. De digitalisering van criminaliteit vraagt om nieuwe interventies en betere signalering. Nijmegen werkt aan risicobewustzijn en methodieken die jongeren beschermen tegen online werving en cybercriminaliteit. Daarnaast wordt de samenwerking met het onderwijs (specifiek V(S)O, MBO en groep 8 van het primair onderwijs) geïntensiveerd, met name rondom schoolveiligheid, vroegsignalering en het versterken van de ondersteuningsstructuren in en om scholen. Ook wordt er geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering van onderwijspersoneel. Een derde speerpunt betreft de samenwerking met politie en Openbaar Ministerie. In de aanpak van jonge aanwas/ doorgroeiers wordt ingezet op persoonsgerichte interventies, versterking van informatiegestuurde aanpakken, en het doorbreken van criminele structuren waarin jongeren worden geworven of ingezet. Tot slot is de monitoring en kennisontwikkeling een belangrijk aandachtspunt. Nijmegen wil systematisch leren van wat werkt, onderbouwd met kwalitatieve en kwantitatieve data. Daarom wordt stevig ingezet op lokale én landelijke monitoring. De inzichten die hieruit voortkomen worden benut voor bijsturing en beleidsontwikkeling.
Samenwerken en leren Binnen de vier programmalijnen werkt Nijmegen aan een sluitend netwerk van preventie, zorg en repressie. Dit gebeurt o.a. samen met partners als politie, Openbaar Ministerie (OM), Jongerenwerk, Stichting Halt, het Onderwijs, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de Gecertificeerde Instellingen (GI's), Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), en Reclassering Nederland en SVG Reclassering (2RO). Specifieke aandacht is er voor jongeren met verhoogde kwetsbaarheid, zoals jongeren met een licht verstandelijke beperking, in het praktijkonderwijs, of opgroeiend in gezinnen met meervoudige problematiek. De Nijmeegse inzet blijft gericht op het eerder en effectiever signaleren van risico’s, het organiseren van passende interventies op wijkniveau, en het versterken van de leefwereld van jongeren via sport, school, werk en vrije tijd. De methodiekontwikkeling (zoals KansRIJK, IPTA, Jeugdcoaches, AJB) wordt in deze periode verder uitgebouwd en onderbouwd. Hierbij wordt ook nadrukkelijk de aansluiting gezocht met het landelijke kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies. Kortom, Nijmegen gaat voor een aanpak die werkt op de lange termijn: samen met partners, met oog voor wat écht nodig is, en gebaseerd op wat we leren uit de praktijk.
Door integraal en domeinoverstijgend samen te werken en gericht te investeren in wat werkt, creëert Nijmegen structurele kansen voor jongeren en draagt ze bij aan een veilige en veerkrachtige stad.
Pagina 6 van 34
Leeswijzer Hoofdstuk 1 – Doelgroepen: Overzicht van wie Nijmegen met dit plan wil bereiken en waarom. Hoofdstuk 2 – Probleemanalyse: Beschrijving van trends, risico’s en beschermende factoren per wijk en doelgroep. Hoofdstuk 3 – Programmalijnen: Uiteenzetting van de vier programmalijnen, interventies en gewenste resultaten. Hoofdstuk 4 – Samenwerking: Toelichting op hoe de samenwerking is georganiseerd tussen partners in zorg, onderwijs, veiligheid en justitie. Hoofdstuk 5 – Leren en ontwikkelen: Hoe Nijmegen als lerend netwerk werkt en evalueert. Hoofdstuk 6 – Risico’s: Inzicht in belemmeringen en maatregelen voor succes. Hoofdstuk 7 – Financiën: Beknopt overzicht van de begrote kosten per programmalijn.
Pagina 7 van 34
Hoofdstuk 1. Doelgroepen Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) richt zich met PmG op de minderjaren en jongvolwassenen van 8 tot en met 27 jaar en maakt daarbij onderscheid tussen kwetsbare jongeren of risicojeugd, jonge aanwas, doorgroeiers en harde kern. Deze doelgroepen heeft Nijmegen in het eerdere plan van aanpak Perspectief voor onze Jeugd ook benoemd en uitgewerkt. Nijmegen gaat ook voor voorliggend plan uit van dezelfde doelgroep definities. De data die destijds is gebruikt acht Nijmegen nog steeds relevant. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke criteria er per doelgroep worden gehanteerd. De categorieën zijn niet sluitend, en het onderscheid tussen doelgroepen is niet in alle gevallen volledig scherp te maken. Er is daarom sprake van werkdefinities die ondersteunen bij het formuleren van ambities, doelstellingen en de programmalijnen. In het hoofdstuk ‘Probleemanalyse’ wordt dit onderbouwd en in bijlage 1 ‘Uitgebreide probleemanalyse’ is tevens meer achtergrondinformatie te vinden over de doelgroepen.
De focus van PmG ligt in eerste instantie op de doelgroepen kwetsbare jongeren of risicojeugd, jonge aanwas en doorgroeiers. De doelgroep harde kern vraagt vooral inzet van justitiële partners en is minder geschikt voor een integrale aanpak waarin preventie en gezag samenwerken en krijgt daarom, ook in de aankomende periode, niet de primaire focus in PmG. Dit neemt niet weg dat er ook oog moet zijn voor de doelgroep harde kern.
Kwetsbare jeugd of risicojeugd De doelgroep kwetsbare jeugd of risicojeugd is gericht op jongeren van 8 t/m 27 jaar die risico lopen om in de (ondermijnende) criminaliteit te worden getrokken of te stappen. Zij plegen op dit moment nog geen strafbare feiten, maar zijn door bijvoorbeeld de aanwezigheid van één of meerdere risicofactoren wel vatbaar voor criminaliteit. Het is de doelgroep die voor de jonge aanwas zit, ook wel geduid als ‘potentiële jonge aanwas’. In de interviews (zie hoofdstuk ‘Probleemanalyse’) zijn enkele specifieke doelgroepen benoemd die extra kwetsbaar lijken: jongeren met een licht verstandelijke beperking, jongeren in het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs en jongeren in gezinnen met multi-problematiek of waar sprake is van intergenerationele overdracht. Op basis van de gegevens op de website ‘Zicht op ondermijning’ kan een voorzichtige inschatting worden gemaakt van het aantal jongeren tussen de 8 en 23 jaar dat een hoog risico loopt op deelname aan ondermijnende drugscriminaliteit. Deze schattingen zijn gebaseerd op gegevens tot en met 2019 en geven slechts een indicatie. Het percentage jongeren in Nijmegen dat risico loopt op deelname aan ondermijnende drugscriminaliteit is volgende deze schatting 6%. Dit is vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde.
Op basis van het aantal jongeren tussen de 10 en 24 jaar in Nijmegen op 1 januari 2022 betekent dit ongeveer 2270 jongeren. Het percentage jongeren dat risico loopt, verschilt echter tussen de stadsdelen: het percentage risicojongeren in Lindenholt is het hoogst (10%), gevolgd door Oud-West en Dukenburg (9%) en Nieuw-West (7%). Het percentage is het laagst in Noord (3%). In de eerdere probleemanalyse is geconstateerd dat er behoefte is aan versterking van vroegsignalering, mogelijke uitbreiding van passende interventies en procesregie op deze doelgroep. Nijmegen heeft daartoe veel inzet Pagina 8 van 34
gepleegd op de signaleringsstructuur, wat wordt toegelicht in de voortgangsrapportage en in dit plan van aanpak (specifiek programmalijn 1). Hieruit blijkt kortgezegd dat de nieuwe werkwijze 'Samen sterk voor jeugd en veiligheid' ondersteunend is voor professionals waarbij zij signalen rondom kwetsbare jongeren kunnen delen en dat inmiddels de opschalingsstructuur is verbeterd.
Jonge aanwas Jonge aanwas zijn de jongeren (8 t/m 27 jaar) die door het verrichten van hand- en spandiensten de eerste stappen zetten in de criminaliteit. Ook op de aard en omvang van jonge aanwas is geen goed zicht. 2 De professionals geven aan dat de jongeren van wie zij vermoeden dat zij onder jonge aanwas vallen, woonachtig zijn in verschillende stadsdelen. In de eerdere probleemanalyse is geconstateerd dat er behoefte is aan een persoonsgerichte aanpak onder regie van de gemeente. Inmiddels is Nijmegen gestart met de lokale persoonsgerichte aanpak (lokale PGA) en de groepsaanpak. Beide aanpakken worden verder toegelicht in paragrafen 1.2 en 3.1. Hiermee geeft Nijmegen concreet invulling aan de eerder geconstateerde behoefte en kan zij in een vroeger stadium een passend aanbod voor jongeren creëren om te voorkomen dat jongeren (verder) afglijden in de criminaliteit.
Doorgroeiers Doorgroeiers zijn de jongeren van 12 t/m 27 jaar die reeds strafbare feiten plegen en bij wie een toename van strafbare feiten zichtbaar is, waar sprake is van drugs- of wapencriminaliteit of criminaliteitsvormen als geweld en witwassen, en die in contact staan met criminele samenwerkingsverbanden en/of criminele vrienden en/of criminele familieleden. In de eerdere probleemanalyse is geconstateerd dat er niet voldoende zicht is op de omvang van de doelgroep doorgroeiers, dat er behoefte was aan nader onderzoek over de grootte van deze doelgroep en een passende overlegstructuur met een integrale aanpak. Inmiddels is hier met de start van de jonge aanwas tafel (onder de paraplu van Zorg- en Veiligheidshuis) invulling aan gegeven. Deze inzet is toegelicht in paragraaf 4.4.
Harde kern Naast deze doelgroepen is er nog een zogenoemde ‘harde kern’. Dit zijn beroepscriminelen met een stevige verzameling antecedenten en een grote actieradius, die vaak regionaal, landelijk en zelfs internationaal actief zijn. Zicht op deze jongeren, die al verwikkeld zijn in de georganiseerde criminaliteit en al een aansturende rol en/of sleutelpositie hebben verworven, ontbreekt. Het aanpakken van deze jongeren heeft mogelijk een ontwrichtende werking voor de ondermijnende criminaliteit. Deze jongeren kunnen binnen de strafrechtketen worden aangepakt. Zorg en hulpverlening is voor deze jongeren veelal een gepasseerd station. Zij kunnen, als blijkt dat ze tijdens en/of na detentie wél openstaan voor hulp, eventueel voor een nazorgtraject in het Zorg- en Veiligheidshuis worden geagendeerd.
Op basis van een voorzichtige schatting van de jeugdcoaches zijn er in Nijmegen tussen de 145 en 190 jongeren die onder de doelgroep jonge aanwas kunnen vallen, waarvan mogelijk ook een aantal jongeren al tot de doorgroeiers behoort. 2
Pagina 9 van 34
Onderstaande afbeelding biedt een overzichtelijke weergave van de genoemde doelgroepen: profielen, feitelijke inzichten, signalen en trends.3
Maatregelen Voor de doelgroep risicojongeren zijn de preventieve maatregelen gericht op het voorkomen dat kinderen en jongeren zich tot jonge aanwas gaan ontwikkelen. Voor de doelgroep jonge aanwas is een combinatie van preventieve en corrigerende maatregelen erop gericht dat zij niet zullen doorgroeien en zich positief zullen ontwikkelen. Voor de doelgroep doorgroeiers zullen repressieve maatregelen in combinatie met herstelgerichte maatregelen worden ingezet. Voor alle doelgroepen geldt dat vanuit een levensloopbenadering interventies ingezet dienen te worden die passen bij de levensfase van de jongere en zijn of haar leefomgeving. Daarnaast is bij de aanpak ook aandacht voor het feit dat een jongere ook zelf slachtoffer kan zijn. Daarnaast richten de justitiële partners – en daar waar nodig met medewerking van de gemeente – zich niet alleen op jongeren, maar ook op de (kopstukken binnen) criminele organisaties die jongeren werven, faciliteren en/of waar jongeren zich bij aansluiten. Het is zaak om met elkaar de inzet vanuit vrijwillig, civielrechtelijk, strafrechtelijk en bestuursrechtelijk kader in beeld te krijgen en vandaar uit een visie te ontwikkelen op kansen en uitdagingen. Dit vraagt een langdurige inzet van alle betrokken partners.
3
Overzicht gedeeld vanuit het OM in het Arrondissementaal Platform Jeugd (APJ) op 26 augustus 2024.
Pagina 10 van 34
Hoofdstuk 2. Probleemanalyse Om een beeld te krijgen van de problematiek op het gebied van ondermijnende jeugdcriminaliteit is in Nijmegen in 2023 een probleemanalyse opgeleverd bij het plan van aanpak. Deze is vooral gebaseerd op wat professionals in de wijken zien, op geregistreerde criminaliteit door de politie (art. 8 Wet Politiegegevens) en cijfers van de gemeente Nijmegen. Deze probleemanalyse geeft een overzicht van zorg- overlast-, en criminaliteitsaspecten per wijk en een beeld van de risico- en beschermende factoren per gebied. Tevens valt op dat de betrokken professionals zich bewust zijn van en waakzaam zijn voor stigmatisering ten aanzien van focuswijken en het belang van aandacht voor jongeren in de gehele stad. De bevindingen en de conclusies die in het eerdere plan van aanpak zijn benoemd zijn nog steeds van toepassing. Om deze reden heeft Nijmegen besloten om geen nieuwe analyse uit te voeren en voort te bouwen op de reeds bestaande analyse. De genoemde conclusies in het eerdere plan van aanpak hebben als leidraad gediend voor de doelstellingen waarmee Nijmegen in 2024 voortvarend is gestart. In de voortgangsrapportage reflecteert Nijmegen op deze eerste periode en in dit plan van aanpak bouwen we hierop voort. Vanuit de lerende aanpak heeft Nijmegen oog voor ontwikkelingen, zowel landelijk als regionaal en lokaal.
Ondanks dat de cijfers omtrent jeugdcriminaliteit al jaren dalen, zijn er een aantal signalen in de samenleving van belang om in de gaten te houden. Zo blijkt uit de Monitor Jeugdcriminaliteit 2023 dat er tussen 2018 en 2022 meer meiden verdacht werden van criminaliteit en dat er een kleine toename is geconstateerd van vermogensdelicten.4 Daarnaast worden in het maatschappelijke debat zorgen geuit over de verharding van jeugdcriminaliteit. Hier wordt door het WODC verder onderzoek naar gedaan. Nijmegen volgt de ontwikkelingen op het gebied van jeugdcriminaliteit op de voet. De aanpak wordt waar nodig aangevuld en aangepast.
4
Bron: WODC. (2023). Monitor Jeugdcriminaliteit 2023. Den Haag: WODC.
Pagina 11 van 34
Hoofdstuk 3. Programmalijnen Binnen de vier programmalijnen werkt Nijmegen aan verschillende doelen. Nijmegen conformeert zich aan de doelstellingen zoals deze uiteen zijn gezet in het eerdere plan van aanpak. Binnen alle programmalijnen streeft Nijmegen naar een integrale aanpak, zodat de interventies elkaar versterken en een logisch geheel vormen. Daartoe worden zo min mogelijk losse interventies ingezet. Hierbij is ook een zorgvuldige afweging van de zwaarte van de interventies noodzakelijk: niet te zware interventies inzetten voor een lichte doelgroep en andersom. Nijmegen versterkt wat er al is en sluit zoveel mogelijk aan bij het al bestaande pedagogische aanbod in de Nijmeegse wijken. Onderstaande programmalijnen zijn fluïde: er bestaat een wisselwerking tussen de programmalijnen. Waarbij het wenselijk is dat interventies vanuit de ene programmalijn, wanneer nodig, ook inzetbaar zijn binnen andere programmalijnen. In onderstaande ordening zijn de interventies genoemd bij de programmalijn waarin ze hun basis vinden.
Programmalijn 1 - Versterken van de basis voor succesvolle aanpak 1.1 Integrale en doorlopende (netwerk-)analyse In de voortgangsrapportage wordt duidelijk dat het in beeld brengen van de verschillende doelgroepen geen gemakkelijke opgave is. Nijmegen implementeert en ontwikkelt in 2025-2026 de basisstructuur in de wijken gericht op vroegtijdige signalering van jongeren die betrokken raken bij problematische jeugdgroepenbeginnende jeugdcriminaliteit. Dit vraagt van partners om hun zichtbaarheid in de wijken (meer integraal) te verstevigen. Wanneer de informatiepositie versterkt wordt, wordt het zicht op risico jongeren of jonge aanwas meer in beeld gebracht. Door de jeugdgroepenaanpak dichter tegen de wijken aan te organiseren is er mee verbinding tussen de verschillende overlegtafels. Landelijk zijn er ook ontwikkelingen nodig op wat wel en niet kan binnen informatiedeling. Met de komst van de AVG blijft het voor professionals zoeken welke informatie ze wel/ niet kunnen of mogen delen afhankelijk van hoe ze er persoonlijk of vanuit de organisatie mee omgaan. Dit Pagina 12 van 34
bemoeilijkt de samenwerking tussen PmG partners en daarmee ook het beeld van de aard en omvang van de verschillende doelgroepen. In 2026 gaat vanuit PmG en verkenning plaatsvinden tussen de afdelingen Veiligheid, Maatschappelijk Ontwikkeling en Onderzoek en Statistiek om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om op basis van data die bij gemeente Nijmegen beschikbaar zijn een analyse van onze doelgroepen te maken.
1.2 Verstevigen samenwerking en informatie-uitwisseling Zoals in de voortgangsrapportage is aangehaald zijn de randvoorwaarden voor samenwerking nu goed georganiseerd. Parallel heeft Nijmegen in de uitvoering geïnvesteerd in het verstevigen van de samenwerking. Domeinoverstijgende samenwerking is essentieel voor de doelstellingen vanuit PmG. In de uitvoering merkt Nijmegen op dat de aansturing van professionals in de eigen lijnorganisatie nog tot uitdagingen leidt. Samenwerking tussen de diverse organisaties vergt namelijk ook een cultuurverandering. Er is behoefte om elkaars cultuur en taal te leren kennen en te leren vertrouwen in elkaars expertise. Hiertoe zal Nijmegen vanaf 2026 met een afvaardiging van de diverse organisaties investeren in vertrouwen in elkaar. Dit doet zij door het organiseren van leersessies en netwerkbijeenkomsten. Daarnaast zijn in 2025 trainingen gestart voor professionals om bekend te raken met de methodische werkwijze voor de aanpak van jeugdgroepen – beginnende jeugdcriminaliteit en de nieuwe, gezamenlijke werkwijze eigen te leren maken. Dit gebeurt vanuit de verschillende stadsdelen. Afhankelijk hiervan wordt gekeken welke vervolgtraining of coaching on the job nodig is.
De ambitie van Nijmegen is om de ‘overige zorgmeldingen’ van de politie overbodig te maken door een sluitend netwerk van professionals (vanuit de driehoek school-thuis-wijk) intensief met elkaar te laten samenwerken. Nijmegen zal met de partners vanuit PmG de mogelijkheden tot preventieve inzet en een adequate reactie op deze meldingen verkennen vanuit onder andere buurtcoaches, jongerenwerk, Halt en Jeugdreclassering. De komende vier jaar zal Nijmegen inzetten op deze ontwikkeling (overige zorgmeldingenjeugd worden integraal besproken en opgepakt door de meest logische partner). Indien Nijmegen dit succesvol weet door te voeren, dan kunnen de overige zorgmeldingen richting Veilig Thuis komen te vervallen. Doorontwikkeling werkwijze ‘Samen sterk voor jeugd en veiligheid’ De werkwijze ‘Samen sterk voor jeugd en veiligheid’ met bijhorende convenanten zijn bestuurlijk ondertekend en vormen een goede basis voor samenwerking. Ook hier is onderstreept dat vertrouwen in elkaar en een gedeeld beeld cruciaal zijn om de aanpak te laten slagen. Dit vraagt om een sterke focus op verbindend leiderschap en een lange termijn investering vanuit alle partijen. Tevens vraagt dit om een duidelijke opdrachtformulering rondom het jongerenwerk, zie ook paragraaf 2.1. De doorontwikkeling van de werkwijze omvat diverse onderdelen.
Nijmegen gaat in de doorontwikkeling van PmG de vroegtijdige signalering versterken. Professionals hebben een te groot gat ervaren tussen de signalering vanuit de wijken en de huidige Top-X aanpak in het ZVH. Daarom heeft Nijmegen de groepsaanpak en de Lokale PGA dichter tegen de wijk aan georganiseerd om meer preventief in te kunnen zetten. Ze heeft daarbij een structuur bewerkstelligd voor opschaling, waarmee de criteriabepalingen beter in beeld kunnen worden gebracht voor de Jeugdgroepen aanpak, Lokale PGA en de jonge aanwastafel in het ZVH. In 2025-2026 worden de criteriabepalingen voor de doelgroepen gezamenlijk met de convenant partners verder uitgewerkt. Nijmegen gaat in 2025-2026 jeugdgroepen systematisch analyseren volgens de methodische werkwijze van het 7-stappenmodel.5 Eind 2026 evalueert Nijmegen met de convenantpartners deze werkwijze. Nijmegen faciliteert de werkwijze door onder andere verschillende formats te ontwikkelen ter ondersteuning aan de overleggen (informatie groepsaanpak, duidingsinstrument bureau Beke, plan van aanpak groepsaanpak en LPGA) en door ingebruikname in 2025/2026 van de ondersteunende applicatie PlusMinMee. Daarnaast heeft
Wegwijzer Jeugd & Veiligheid. (z.d.). Het 7-stappenmodel voor jeugdgroepen. https://wegwijzerjeugdenveiligheid.nl/instrumenten/het-7-stappenmodel/ 5
Pagina 13 van 34
Nijmegen nauwlettend aandacht voor rolinvulling en taakverdelingen. Zo is de doelgroep van de buurtsportcoaches onderling afgestemd op de leeftijdscategorie 12+ en ontwikkelt Nijmegen de criteria voor aanmelding bij de jonge aanwas tafel ZVH. Ook heeft Nijmegen aandacht voor de verhouding van rollen van de regisseur sociaal en de regisseur fysiek in hun betrokkenheid bij casuïstiek, alsook de samenhang tussen het managersoverleg preventieplatforms 12+ en managersoverleg PmG. Zodoende beoogt Nijmegen de werkwijze ‘Samen sterk voor jeugd en veiligheid’ in de komende periode te verstevigen. Er wordt in 2025 per stadsdeel opnieuw gekeken naar de inrichting van de wijkbriefings en de frequentie hiervan. Het is noodzakelijk om ook de samenhang met de preventieplatforms hierin mee te nemen. Nijmegen streeft naar het zo dicht mogelijk tegen elkaar aan te organiseren/samenvoegen van de preventieplatforms en wijkbriefings. De deadline voor het opstellen van de procesafspraken (o.a. over frequentie, voorzitterschap) is juni 2025. De regisseurs veiligheid en regisseurs sociaal maken gezamenlijk met betrokken partners vanaf 2026 een wijkanalyse en ontwikkelplan over de toekomstige inrichting per wijk (gericht op beschermende- en risicofactoren). In 2027 evalueert Nijmegen dit plan in het managersoverleg PmG om vanaf daar het plan waar nodig bij te schaven.
Samenwerking met het onderwijs versterken Vanuit PmG versterkt Nijmegen de netwerksamenwerking tussen de veiligheidsketen en het onderwijs om de veiligheid in en om scholen te bevorderen. Nijmegen is gestart bij de V(S)O scholen, omdat de ervaring leert dat hier de meest kwetsbare jongeren zitten. In schooljaar 2024-2025 heeft Nijmegen bijeenkomsten georganiseerd met een aantal scholen. Ze heeft de uitdagingen rondom schoolveiligheid verkend en de eerste stappen gezet om de samenwerking in en om de school te verstevigen. Dit is ook benoemd in de voortgangsrapportage. Er wordt commitment ervaren bij de scholen waar Nijmegen de meest kwetsbare doelgroep signaleert. Zij herkennen de problematiek en werken samen met de gemeente en partners bij het vormgeven van een gedegen aanpak. Nijmegen start in schooljaar 2025-2026 met de uitvoering van de 4 genoemde actiepunten die in de voortgangsrapportage zijn benoemd. Deze zijn: • • • •
Duiding van rollen, taken en verantwoordelijkheden van school en partners in en rondom school. Vergroten van ouderbetrokkenheid Vergroten deskundigheidsbevordering op het thema ondermijning en signalering Inzichtelijk maken en organiseren van een passend aanbod dat in en om school ingezet kan worden
In de periode 2026-2029 werkt Nijmegen deze stapsgewijs uit met de scholen en evalueert jaarlijks de voortgang en resultaten. Gezien de veelheid van thema’s die het onderwijs (moet) oppakken, realiseert Nijmegen zich dat dit gefaseerd aangepakt dient te worden. Daarom start Nijmegen met de scholen waar energie zit om aan de slag te gaan. Deze energie wil Nijmegen ten volle benutten. Vanuit het lerende karakter van het netwerk wil Nijmegen in de periode 2026-2029 de geleerde lessen meenemen in de doorontwikkeling van de aanpak voor het onderwijs in bredere zin, waarbij ook het MBO en groep 8 van het primair onderwijs meegenomen worden. Hiervoor werkt Nijmegen in 2026 een concreet plan van aanpak uit. Een belangrijke stap die in schooljaar 2024-2025 is gezet, is de ontwikkeling en opstart van het VO-team. Nijmegen heeft met Buurtteam Jeugd en Gezin (het lokale team), het samenwerkingsverband VO-VSO en de gemeente onderzocht hoe het buurtteam beter in school kan worden gepositioneerd om de aansluiting tussen het onderwijs en jeugdhulp te verbeteren. In maart 2025 is de gezinswerker van het buurtteam gestart op vier vo-scholen in Nijmegen. Nijmegen start met de gezinswerker, maar de komende jaren zal dit VO-team groeien met andere partners die onderdeel zijn van de ondersteuningsstructuur op school.
Nijmegen onderzoekt ook of en op welke manier partners uit de veiligheidsketen hierop aan kunnen haken.
Pagina 14 van 34
Tot slot inventariseert Nijmegen de behoefte omtrent deskundigheidsbevordering in het onderwijs in 2026-2027 in samenwerking met Jennifer van den Broek, onderzoeker in de criminologie die tevens als docent op het VO werkt. Met de resultaten geeft Nijmegen vanaf schooljaar 2027-2028 een passend aanbod vorm dat breed inzetbaar is binnen het onderwijs. Doel is om de kennis van onderwijspersoneel te vergroten om signalen van vormen van ondermijnende criminaliteit te herkennen en hoe hierin te kunnen handelen. Nijmegen merkt op dat het onderwerp schoolveiligheid ook in beleid moet worden ingebed om de samenwerking en inzet hierop te bestendigen. Hiertoe zal het onderwerp schoolveiligheid worden meegenomen in de reguliere accountgesprekken met het onderwijs, zodat er doorlopend meer samenwerking plaatsvindt tussen het onderwijs en de gemeente. Dit faciliteert tevens het daadkrachtig kunnen inspelen op fenomenen en trends die zich voordoen.
Programmalijn 2 - Versterken (online) weerbaarheid en perspectief bieden risicojongeren en gezin 2.1 Versterken beschermende factoren voor jongeren en gezin Nijmegen is zich ervan bewust dat beschermende factoren in het jongerenwerk bijdragen aan het creëren van een positieve omgeving en aan het versterken van de veerkracht van jongeren. Hierdoor worden ze minder vatbaar voor risicosituaties en probleemgedrag. Dit gebeurt door het stimuleren van sociale bindingen, het bieden van kansen voor betrokkenheid en het versterken van persoonlijke vaardigheden. Op het moment van schrijven van deze aanvraag zit Nijmegen in het proces van het herijken van de opdracht van het jongerenwerk en de jeugdcoaches. Een integrale opdracht die raakt aan welzijn, jeugdhulp, onderwijs en veiligheid. De opdracht is onderverdeeld in vijf opgaven:
Pagina 15 van 34
1.
Opgroeien in de samenleving van nu Het jongerenwerk speelt in op belangrijke uitdagingen en kwetsbaarheden van jongeren. Deze inzet is goed methodisch onderbouwd, ontwikkelingsgericht, passend bij de leefwereld en de hedendaagse samenleving en vanuit een gezamenlijke analyse op de problematiek in de verschillende Nijmeegse wijken. Het gaat hierbij o.a. om de online leefwereld, polarisatie en een inclusieve samenleving, onderwijs en het schooljongerenwerk, meidenwerk.
2.
De beweging naar voren (sociale basis) Het jongerenwerk levert een bijdrage aan het voorkomen, verkorten en versnellen van individuele jeugdhulp door jongeren eerder en beter in beeld te hebben, in te zetten op de werkzame elementen van het jongerenwerk en intensiever samen te werken met netwerkpartners in de sociale basis, buurtteams en jeugdzorg.
3.
Jeugd en Veiligheid Het jongerenwerk en de jeugdcoaches leveren een bijdrage aan preventie van jeugdcriminaliteit, dit vraagt inzet op de doelgroep Jeugd en Veiligheid als het gaat om: A) B) C)
Problematische jeugdgroepen en het voorkomen en terugdringen van overlast Jongeren met een hoog risico om in de drugscriminaliteit te belanden of hierin door te groeien Inzet op momenten met een potentieel risico op overlast zoals de jaarwisseling, voetbalwedstrijden, de kermis, situaties met maatschappelijke onrust e.d. D) Optimale samenwerking met veiligheidspartijen als politie, handhaving, jeugdboa’s, de (jeugd)reclassering en bureau Halt. Hier valt ook de samenwerking onder zoals beschreven in de werkwijze groepsaanpak en de lokale persoonsgerichte aanpak. 4.
Vakmanschap Het jongerenwerk en jeugdcoaches werken vanuit een stevige professionele- en methodische basis, vanuit leidende principes en een gedeelde visie. Samenwerking met netwerkpartners om optimaal te kunnen acteren op alle leefgebieden van jongeren is een pre. Het is hierbij belangrijk dat jeugdcoaches en jongerenwerkers vanuit hun rol, taak en verantwoordelijkheid kunnen acteren.
5.
Slimmer investeren en rijker verantwoorden Het jongerenwerk werkt meer data- en opgave gericht. Ze brengen focus aan bij jongeren in een sociaal kwetsbare situatie en prioriteren hierin. We willen het rendement van hun inzet zichtbaar maken door de inzet te verantwoorden aan de hand van indicatoren die impact meten. We doen dit in samenhang- en in samenwerking: A) B) C)
Sturen op een sterke sociale basis Stadsdeelprogrammeren De regisseurs sociaal en veiligheid
In de opdracht heeft Nijmegen deze leidende principes en opgaven opgenomen. Op korte termijn wordt deze opdracht aan het college van B&W voorgelegd ter besluitvorming. Daarna werkt Nijmegen per Q3 2025 de opdracht verder uit in een uitvoeringsplan. Jan Dirk de Jong, lector jeugdcriminaliteit aan de Hogeschool Leiden, voorziet dit traject van een actieonderzoek, training en begeleiding. Voor de aanpak PmG betekent dit dat de doelgroep jongeren met een hoger risico op crimineel gedrag straks eerder en beter in beeld is. Zoals in de voortgangsrapportage is benoemd is Nijmegen, parallel aan de herziening van bovenstaand genoemde opdracht, alvast gestart met het verkennen van de formering van een ambulant team. Beoogd wordt om dit team te bestendigen en in 2025-2026 verder te professionaliseren met als doel dat het ambulant team frequent aanwezig zal zijn in de wijken waar jongerenoverlast speelt. Zij maken contact met de jongeren, zijn van betekenis voor de jongeren, kunnen begrenzen en opschalen indien nodig. Naast reguliere inzet op hotspots in de wijk,
Pagina 16 van 34
zullen zij er zijn op die momenten dat veel jongeren uit de doelgroep bij elkaar komen zoals, onder meer, tijdens de jaarwisseling en de kermis. Naast het ambulante team vraagt Nijmegen bij de herziene opdracht voor het jongerenwerk ook, onder andere, extra aandacht voor de online leefwereld van jongeren. Zie ook paragraaf 2.3.
2.2 Proactieve wijkgerichte aanpak versterken (KansRIJK) Voor de methodiekontwikkeling van KansRIJK zijn recente overzichtsstudies bestudeerd, gesprekken gevoerd met wetenschappers (onder andere Geert-Jan Stams) en praktijkprofessionals betrokken via focusgroepen. De opbrengsten hiervan zijn vertaald naar de doelgroep, doelen en werkzame elementen. In vergelijking met andere justitiepartners beschikken de GI’s met KansRIJK en Straatkracht (Jeugdreclassering intensief) over een innovatief en aanvullend aanbod binnen de reguliere jeugdreclassering. Dit vormt zowel een waardevolle bijdrage aan het programma als een mooie versterking van de profilering van de jeugdreclassering. Het is daarom extra belangrijk dat de GI’s deze interventies conform afspraak en zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. Het afgelopen jaar is er, vanuit Jeugdbescherming Gelderland en de William Schrikker Stichting, gewerkt aan de oprichting van een KansRIJK-team. In samenwerking met de gemeente is geïnvesteerd in de bekendheid van KansRIJK bij netwerkpartners, zoals buurt- en wijkteams, leerplicht, scholen en politie. Nu het schooljaar al geruime tijd bezig is, worden signalen vanuit scholen en leerplicht beter opgevangen en melden jongeren zich aan bij de Jeugdreclassering.
Bij de doorontwikkeling bestaat de wens om leerplicht en de buurtteams Jeugd en Gezin beter met elkaar te verbinden en elkaars expertise te benutten. Dit met als doel KansRIJK-trajecten aan te bieden aan jongeren die zich bezighouden met beginnende criminaliteit en veel op straat rondhangen, een zorgelijke doelgroep. De verwachting is dat met de komst van de nieuwe jonge aanwas tafel binnen het ZVH deze doelgroep beter in beeld komt, zodat Nijmegen hen ook aan KansRIJK kan koppelen. De aankomende periode ligt voor Nijmgen de focus vooral op het oppakken van casuïstiek en het gezamenlijk leren en doorontwikkelen vanuit deze praktijk. Landelijk richten de GI’s zich in deze periode onder andere op methodiekontwikkeling. Het landelijke projectteam KansRIJK werkt hierin nauw samen met HALT om in het komende jaar nauwkeurig te bepalen welke interventie voor welke jongere passend is. Met een betere analyse aan de voorkant vanuit de keten van PmG werkt Nijmegen zo meer gericht samen volgens het matched-care principe in plaats van stepped-care6. Binnen de jeugdzorg betekent het matched-care principe dat interventies worden afgestemd op de specifieke behoeften, ontwikkelingsfase en omstandigheden van de jongere, waardoor zorg effectiever en efficiënter kan worden ingezet (NJi, 2021). Dit voorkomt onder- of overbehandeling en bevordert betere uitkomsten voor jongeren en hun gezinnen.
Vanuit de landelijke projectleiders van KansRIJK en Straatkracht is de notitie ‘Financiering GI in PmG plannen 2026-2029’ gedeeld. Nijmegen onderstreept het genoemde belang van KansRIJK en is voornemens voort te bouwen op deze landelijke ontwikkelingen. Nijmegen hoopt dat de landelijke projectgroep het komende jaar initiatief neemt om een aantal acties op landelijk niveau op te pakken. Tegelijk constateert ze dat in de lokale verbinding met het landelijke niveau nog winst te behalen is. Zowel vanuit de GI’s als de gemeenten Nijmegen en Arnhem bestaat de wens dat de landelijke projectleiders KansRIJK en Straatkracht een monitoringsdocument ontwikkelen, zodat dit voor de GI’s beter werkbaar wordt.
“Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg”. - Jeugdreclasseerder
6
NJi (2021). Matched care in de jeugdzorg: op maat passende zorg voor jeugdigen. Nederlands Jeugdinstituut. https://www.nji.nl/nl/Matched-care
Pagina 17 van 34
2.3 Jeugd en cybercriminaliteit Het doel van Nijmegen in de aanpak van digitale criminaliteit is om te voorkomen dat jongeren afglijden in deze vorm van criminaliteit. Nijmegen zet daarbij in op het vergroten van risicobewustzijn en het bieden van handelingsperspectief. Met een beperkt aantal structurele interventies probeert Nijmegen binnen de doelgroep zoveel mogelijk jongeren te bereiken. Een voorbeeld hiervan is HackShield. In de komende jaren wil Nijmegen hier meer aandacht voor genereren. De eerste campagne is inmiddels uitgevoerd en de eerste stappen voor de introductie van ‘HackShield in de klas’ op Nijmeegse basisscholen zijn gezet. Dit traject zet Nijmegen de komende periode voort. Vanwege de veelheid aan interventies binnen ons programma en de noodzaak tot prioritering, zijn er de afgelopen periode nog geen aanvullende acties ondernomen rond jeugd- en cybercriminaliteit. In 2025-2026 gaat Nijmegen samen met haar netwerkpartners een plan van aanpak opstellen met gerichte interventies, waarin ook aandacht is voor de voortdurende ontwikkelingen op dit gebied. Inmiddels is een verkenning gestart naar potentieel geschikte interventies, met specifieke aandacht voor kwetsbare jongerengroepen die mogelijk extra preventieve ondersteuning nodig hebben, zoals jongeren met een licht verstandelijke beperking of laaggeletterden.
De uitkomsten van deze verkenning worden meegenomen in de besluitvorming over vervolgstappen en gewenste interventies voor de periode 2026-2029. Daarnaast is Nijmegen aangesloten bij landelijke werkgroepen en neemt ze deel aan (rijks)bijeenkomsten over jeugd, cybercriminaliteit en online weerbaarheid. Deze betrokkenheid zet zij voort in de periode 2026-2029. Zo versterken ze haar inzicht in de maatschappelijke trend waarbij delictgedrag zich steeds meer naar de digitale wereld verplaatst, terwijl ze tegelijkertijd alert blijft op het feit dat bewustwording en methodiekontwikkeling hierin achterblijven. Tot slot blijft Nijmegen deelnemen aan de regionale expertgroepen op het gebied van digitale (on)veiligheid en de monitoring van het (regionale) cyberbeeld. Waar mogelijk zoekt ze de samenwerking met andere gemeenten in Gelderland-Zuid, zoals ze ook doet bij de inzet van HackShield, om zo de gezamenlijke impact te vergroten.
Pagina 18 van 34
2.4 IPTA In 2024 is een IPTA-coach (Integraal Persoonsgericht Toeleiden naar Arbeid) gestart binnen het nazorgteam voor jeugdige ex-gedetineerden. In het afgelopen jaar stelde Nijmegen al vast dat de begeleiding intensiever en persoonlijker kon worden ingericht dan door sommige andere partners kon worden geboden. De IPTA-coach begeleidt kwetsbare jongeren intensief richting dagbesteding, school of werk, zodat zij een zelfstandig bestaan kunnen opbouwen. Zoals benoemd in de voortgangsrapportage, ervaren veel werkgevers nog weerstand om deze jongeren een kans op betaald werk te bieden. Aanvullend op de IPTA-coach heeft Nijmegen daarom geïnvesteerd in het opbouwen van een portfolio van passende werkgevers in de regio. In de komende periode werkt Nijmegen verder aan de doorontwikkeling van de IPTA-coach, zowel landelijk als lokaal in Nijmegen. Het ontbreken van werk of opleiding is immers een belangrijke risicofactor voor delictgedrag. Het Handboek IPTA beschrijft de werkzame elementen van de interventie.7 In maart 2025 is de methode voorgelegd aan het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). De erkenningscommissie voor justitiële interventies heeft de interventie inmiddels erkend als ‘goed onderbouwd’ — een belangrijke stap, ook voor jongeren in Nijmegen. De komende jaren ligt de focus in Nijmegen op het verder verankeren van de IPTA-coach binnen de gemeentelijke domeinen.
De inzet is nog niet overal bekend. Daarom is de IPTA-coach onderdeel van Nijmegens brede aanpak op de nazorg voor (ex-)gedetineerden. Er wordt samengewerkt met het team Leerrecht, het Doorstroompunt en de afdeling Werk & Inkomen. Door de multimodale aanpak binnen het nazorgteam kan de IPTA-coach snel schakelen tussen en binnen gemeentelijke afdelingen. Daarnaast is er een verbinding met het team jeugdcoaches dat de interventie School-Werk-Fit uitvoert. In 2026 versterkt Nijmegen de inzet van de IPTA-coach. Ze onderzoekt welke doelgroep het best past, hoe de aanmeldprocedure verbeterd kan worden, en neemt daarin ook de leeftijdsgrens en delictgeschiedenis mee. Het werkgeversaanbod wordt uitgebreid, in samenwerking met Werkbedrijf Rijk van Nijmegen en Wmo-dagbesteding.
Programmalijn 3 - Eerder ingrijpen en corrigeren jonge aanwas 3.1 Versterken Persoonsgerichte Aanpak (Lokale PGA) Het doel van de lokale PGA is het realiseren van blijvende gedragsverandering bij jongeren, om te voorkomen dat zij opnieuw overlast veroorzaken, de openbare orde verstoren, in de criminaliteit belanden en/of hun eigen veiligheid of die van anderen in gevaar brengen. In programmalijn 1 is beschreven hoe de Nijmeegse basisstructuur is versterkt en hoe Nijmegen inzet op doorontwikkeling in de komende periode. Om ook de structuur van de lokale PGA – samen met de betrokken convenantpartners – verder vorm en inhoud te geven, is in de periode Q2 2025–2026 tijd en aandacht nodig. De basis is inmiddels gelegd voor een stedelijke, domeinoverstijgende overlegtafel, gekoppeld aan de stadsbrede groepsaanpak. Door deze structuur te benutten, ontstaat beter inzicht in hoe het netwerk rondom vroegsignalering, vroeginterventie, preventie en repressie onderling versterkt kan worden. Dit vraagt om een pioniersfase waarbij Nijmegen inzet op vroegtijdige signalering, het vergroten van het zicht op jonge aanwas en het ontwikkelen van passende interventies. Een effectieve aanpak vereist samenwerking tussen partners uit verschillende domeinen. Om die samenwerking te versterken, is er behoefte aan meer wederzijds begrip voor elkaars cultuur, taal en werkwijze.
Deze noodzaak werd onderstreept tijdens de lokale netwerkbijeenkomst op 15 mei 2025. In de periode 2026–2029 organiseert Nijmegen daarom leersessies waarin ook de lokale PGA centraal zal staan. De verwachting is dat de inzet van een lokale PGA leidt tot een toename van bestuurlijke maatregelen, doordat Nijmegen meer zicht gaan krijgen op de problematiek en wat er nodig is. Daarom heeft Nijmegen binnen PmG 7
Het handboek IPTA is nog in concept en wordt uitgewerkt door het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Pagina 19 van 34
ingezet op uitbreiding van de juridische capaciteit, zodat deze maatregelen zorgvuldig en effectief kunnen worden uitgevoerd. Naast de sturingsstructuur zoals benoemd in hoofdstuk 4, is in Nijmegen op uitvoeringsniveau een focusgroep gestart. Deze werkgroep richt zich onder andere op het ontwikkelen van de benodigde werkprocessen voor de lokale PGA. De groep bestaat uit vertegenwoordigers van professionals uit het PmG-netwerk en staat onder regie van de gemeente. Het team sluit nauw aan bij bestaande wijkoverleggen (zoals wijkbriefings, preventieplatforms en de veilige wijkteams), zodat de aanpak zorgvuldig wordt ingebed in de bestaande structuren. Naast deze lokale investering neemt Nijmegen in 2025–2026 ook deel aan een landelijke leergang over de lokale PGA. Door deelname kan Nijmegen, samen met andere steden, leren hoe deze aanpak nog effectiever kan worden ingezet in de komende jaren.
3.2 Jeugdcoaches In Nijmegen zijn vanuit PmG twee jeugdcoaches toegevoegd aan het team. Dit maakt het mogelijk dat jeugdcoaches vaker aanwezig zijn in de wijken, structureel aanwezig kunnen zijn op het voortgezet speciaal onderwijs én het School-Werk-Fit-programma verder kunnen professionaliseren. Afgelopen jaar hebben de jeugdcoaches zich gericht op het aantrekken van sleutelfiguren, met name in het werkgebied Nijmegen-Noord. Nijmegen constateert dat het betrekken van deze sleutelfiguren bijdraagt aan het voorkomen van overlast. Tegelijkertijd vergt de vraag hoe sleutelfiguren structureel kunnen bijdragen aan de bredere aanpak binnen het jongerenwerk om verdere uitwerking. Dit vormt een onderdeel van de opdracht aan het jongerenwerk en de jeugdcoaches. Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is Nijmegen bezig met een herziening van de opdracht aan het jongerenwerk en de jeugdcoaches. Belangrijke speerpunten hierbij zijn professionalisering en een betere verantwoording van de resultaten. In dit kader verkent Nijmegen de mogelijkheid om een ambulant team te formeren. Dit proces wordt begeleid en geadviseerd door lector Jan-Dirk de Jong. Zoals opgenomen in ons programmaplan is de wens om de methodiek van de jeugdcoaches te laten toetsen door het NJI met het oog op certificering.
Om dit te realiseren, is het van belang om scherp te krijgen wat de jeugdcoach onderscheidt en wat de kern is van diens werkwijze. In samenwerking met de Radboud Universiteit en de Erasmus Universiteit Rotterdam hopen we hierin meer inzicht te verkrijgen. Op basis van een eerder verschenen paper wordt momenteel vervolgonderzoek uitgevoerd naar de werkzame elementen in de aanpak van jeugdcoaches. De onderzoeksresultaten worden eind 2025 verwacht. In de periode 2026–2029 zet Nijmegen in op verdere professionalisering van de jeugdcoaches door: • De inzet van een ambulant team in samenwerking met het jongerenwerk; • Heldere taak- en bevoegdheidsafspraken voor de inzet van rolmodellen en sleutelfiguren; • Versterking van vakmanschap en impact in de wijk; • Versteviging van de samenwerking binnen de keten; • Toetsing van de School-Werk-Fit-methodiek door het NJI.
3.3 Alleen Jij Bepaalt (AJB) De combinatie van vroegtijdige signalering en het aanbieden van AJB stelt Nijmegen in staat om tijdig in te zetten op gedrag en jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar – met name diegenen die onderwijs volgen op de praktijkschool of binnen de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo – perspectief te bieden. Deze interventie is erkend door het NJI en wordt bekostigd door het Ministerie van JenV. Op basis van de eerste positieve ervaringen met AJB is het de intentie om deze interventie in 2025-2026 sterker te verbinden aan bestaande structuren binnen sportontwikkeling en het jongerenwerk/jeugdcoaches. In Nijmegen is Pagina 20 van 34
inmiddels een nieuwe AJB-coördinator gestart. Nog vóór de zomer van 2025 wordt, in samenwerking met de regisseur jeugd, beleidsadviseur jeugd & onderwijs en de sportconsulent, een plan opgesteld met werkafspraken over de benodigde vervolgstappen binnen het bredere netwerk voor de komende periode. Door gezamenlijk te kijken naar een betere afstemming bij de keuze van school of sportvereniging, kan Nijmegen gerichter bepalen waar AJB het meest effectief kan worden ingezet. In 2025-2026 worden daarnaast de eerste lokale resultaten verzameld van de toepassing van AJB, waarna in 2026 wordt verkend welke kansen er liggen voor verdere doorontwikkeling van de interventie. Nijmegen onderzoekt met het Ministerie van JenV naar mogelijkheden om met twee teams uit te breiden.
3.4 Jeugdboa’s Met de komst van de jeugdboa’s versterkt Nijmegen de vroegsignalering in de Nijmeegse wijken, verbetert ze de balans tussen preventieve en repressieve interventies en krijgt ze beter zicht op wijkoverstijgende, fluïde jeugdnetwerken.
“Elke jongere is een investering in een betere morgen. We zijn er niet alleen op de momenten dat het moet, maar ook op de momenten dat het gewoon fijn is om er te zijn.” - Jeugdboa Nijmegen In 2024-2025 lag de nadruk op het opleiden van jeugdboa’s. In de komende periode verschuift de focus naar de inbedding en doorontwikkeling van deze functie binnen het team Toezicht en Handhaving, maar ook binnen het bredere netwerk van politie, jongerenwerk en jeugdcoaches. Toezicht en Handhaving werkt hierbij samen met andere PmG-gemeenten waar de jeugdboa recent is ingezet. Door deze samenwerking leren de betrokken partijen met én van elkaar. De afstemming tussen verschillende functies – zoals jongerenwerkers, jeugdagenten, jeugdcoaches en jeugdboa’s – vraagt om heldere taakomschrijvingen en een duidelijke afbakening van de rollen. Dit is essentieel voor een effectieve aanpak gericht op jongeren en het voorkomen dat zij (verder) afglijden richting criminaliteit. In 2026 gaan de beleid- en kwaliteitsadviseur van Toezicht en Handhaving, de regisseur jeugd en de wijkagent PmG gezamenlijk aan de slag met deze opgave. De inzet en verdere ontwikkeling van de jeugdboa is tevens opgenomen in de jaarlijkse interne opdracht van de afdeling Veiligheid aan Toezicht en Handhaving. Deze opdracht wordt jaarlijks herijkt op basis van evaluaties en nieuwe inzichten.
Vooralsnog blijft de inzet van jeugdboa’s gefocust op stadsdeel Noord en de wijken Dukenburg en Lindenholt. Mocht uit de overleggen van het veilige wijkteam blijken dat op basis van actuele data andere keuzes nodig zijn, dan zal dit in onderlinge afstemming gebeuren. Tot slot werkt Toezicht en Handhaving op dit moment aan de voortgangsplannen voor de komende jaren. De mogelijke uitbreiding van de capaciteit aan jeugdboa’s wordt hierin meegenomen als onderdeel van verschillende scenario’s.
3.5 Straatkracht (Jeugdreclassering intensief) Hoewel Nijmegen trots is op de stappen die zijn gezet, blijft de instroom in Straatkracht-casuïstiek momenteel achter. Met Straatkracht – dat voortaan ‘jeugdreclassering intensief’ (JR-intensief) zal heten – blijft het een uitdaging om de juiste jongeren te vinden die daadwerkelijk baat hebben bij deze trajecten. Dit is een landelijke tendens. De jongeren die in aanmerking komen voor JR-intensief hebben doorgaans een midden- tot hoog recidiverisico, met aanzienlijke risico’s op schade voor zowel henzelf als de samenleving. Vaak gaat het om zware delicten, zoals High Impact Crimes (HIC) of betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit. Dit vraagt, vanuit het principe van proportionaliteit, om een intensieve begeleiding die aansluit bij zowel de ernst van het delict als de persoonlijke omstandigheden en het recidiverisico van de jongere in kwestie. Landelijk wordt door het
Pagina 21 van 34
projectteam onderzocht of er binnen de huidige toelatingscriteria ruimte is om de instroom in JR-intensief trajecten te vergroten. JR-intensief wordt een vast onderdeel van de reguliere werkwijze en methodiek van de Jeugdreclassering. Wanneer deze trajecten via een justitieel kader verlopen, is het de vraag wat dit betekent voor de financieringsstructuur richting de GI’s. In de nieuwe begroting heeft Nijmegen (nog) geen specifiek budget opgenomen voor JR-intensief vanwege de geringe instroom van casuïstiek. Op het moment dat casuïstiek zich leent voor JR-intensief zal gekeken worden naar benodigde middelen en bekostiging. Nijmegen zet daarnaast in op versterking van de preventieve inzet vanuit de GI’s, gericht op een bredere PmG-doelgroep.