Overeenkomst doordecentralisatie Aloysius incl bijlagen
Tekst van het document
Gewijzigde economische omstandigheden en gewijzigd rijksbeleid zorgen er nu voor dat de schoolbesturen tegen financiële grenzen aan lopen. Het gaat dan om financiële consequenties in verband met gewijzigd rijksbeleid met betrekking tot nieuwbouw (wettelijke eisen ten aanzien van het binnenklimaat, Bijna Energie Neutraal Bouwen (BENG), gasloos en het klimaatakkoord 2050), sterk gestegen bouwprijzen en het ontbreken van extra middelen vanuit de rijksoverheid. De huidige DDC vergoeding is niet in lijn met deze eisen. De ambities om in 40 jaar alle gebouwen te vernieuwen zijn zonder extra middelen niet meer haalbaar. Van schoolbesturen wordt niet verwacht dat zij het onmogelijke realiseren en financiële verplichtingen aangaan die zij niet kunnen dragen. Partijen hebben afspraken gemaakt over aanvullingen en wijzingen op de geconsolideerde versie van de overeenkomst DDC in dit Addendum en op het convenant prestatieafspraken in een nieuwe gewijzigde versie.
IN AANVULLING/WIJZIGING OP DE OVEREENKOMST WORDT ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN Artikel 8 Nieuwbouw en Renovatie 1. De structurele financiële middelen die door het Rijk voor de onderwijshuisvesting aan gemeente en schoolbesturen beschikbaar worden gesteld, zijn niet toereikend voor het realiseren van het ambitieniveau om in 40 jaar alle schoolgebouwen te vernieuwen. Binnen de huidige context zal deze ambitie niet gehaald worden. Dit tekort leidt niet tot het verlagen van de gezamenlijke ambitie: leerlingen en personeelsleden hebben recht op een goede, gezonde en duurzame leer- en werkomgeving. In artikel 8.1 is bepaald dat de gezamenlijke bevoegde gezagen de inspanningsverplichting aanvaarden om binnen een periode van 40 jaar na het tot stand komen van de overeenkomst in 2008 alle schoollocaties te vernieuwen. Voor de korte termijn geldt: schoolbesturen gaan door met de vernieuwing van de huisvestingsportefeuille zolang hier structurele dekking voor is. Deze plannen en de financiële dekking worden transparant gedeeld met de gemeente en eventuele knelpunten worden constructief besproken binnen de mogelijkheden van de gemaakte afspraken. Partijen bespreken halfjaarlijks met elkaar de knelpunten. 2. Voor de middellange termijn geldt: partijen gaan met elkaar actief op zoek naar oplossingen om hun gezamenlijke ambitie zo goed mogelijk te realiseren.
Hierbij moet gedacht worden aan: meedoen aan landelijke innovatieve strategieën, actief te blijven lobbyen naar het Rijk om structureel te investeren in onderwijshuisvesting, het thema onderwijshuisvesting en verduurzaming integraal af te wegen in de stadsbegroting en nieuwe vormen van samenwerking te creëren in Nijmegen (bijvoorbeeld met de woningcorporaties). Paraaf gemeente
Paraaf Bevoegd gezag
3. Voor de lange termijn geldt: de afgesproken ambities om in 40 jaar alle schoolgebouwen te vernieuwen blijven bestaan, voor zover de uitgangspunten – beschreven in overweging C – dit ook mogelijk maken.
Aanvullende bepalingen
4. De volgende evaluatie wordt uitgevoerd in 2027,
OVERIGE BEPALINGEN: D. Het Addendum is onlosmakelijk aan de geconsolideerde versie van de overeenkomst DDC verbonden. Bij strijdigheden tussen de overeenkomst en het Addendum gaat hetgeen bepaald in het Addendum voor. E. Het Addendum gaat in per datum van ondertekening en zodra alle betrokken bevoegd gezagen indien nodig met instemming van hun Raden van Toezicht het Addendum hebben ondertekend. F. Voor zover in dit Addendum niet wordt afgeweken van de voorwaarden en bepalingen van de tussen partijen gesloten overeenkomst DDC met ingangsdatum 1 januari 2008, blijven deze ongewijzigd van kracht.
ALDUS ONDERTEKEND Met instemming van de Raad van Toezicht van het betreffende bevoegd gezag op 27 januari 2025 te Nijmegen
Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Nijmegen op 27 januari 2025 Gemeente Nijmegen Door: G. Visser wethouder
Aloysius Stichting Door: J. van Triest bestuurder
Paraaf gemeente
Paraaf Bevoegd gezag
Bijlage 3: Convenant Prestatieafspraken onderwijs d.d. 18 juli 2023
18 juli 2023 Convenant prestatieafspraken onderwijs
Ondergetekenden:
1
De publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Nijmegen, zetelende te Nijmegen, kantoor houdend op het adres Korte Nieuwstraat 6 te Nijmegen ten deze op grond van artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw G. Visser, wethouder wonen, zorg, onderwijs, vluchtelingenopvang, handelende ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouder en de burgemeester van de gemeente Nijmegen, d.d. 21 januari 2025, nr. , hierna ook te noemen: ‘de gemeente’.
2
alle schoolbesturen voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs die in de gemeente Nijmegen onderwijs verzorgen,
En
Overwegende dat: • In 2008 is door de gemeente en het onderwijs een aantal afspraken gemaakt over de prestaties op onderwijsgebied in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen. Deze afspraken zijn opgenomen in het convenant prestatieafspraken onderwijs d.d. 18 december 2007. • De gemeentelijke bijdrage voor onderwijshuisvesting is voorwaardenscheppend voor goed onderwijs en voor het realiseren van de maatschappelijke taak van schoolbesturen. Daarbij is tegelijkertijd aandacht voor het verduurzamen van de schoolgebouwen volgens het klimaatakkoord 2050. • In de overeenkomsten doordecentralisatie onderwijshuisvesting is vastgesteld welke financiële middelen voor de onderwijshuisvesting de gemeente jaarlijks beschikbaar zal stellen aan de schoolbesturen om te kunnen voldoen aan de gemaakte prestatieafspraken op onderwijsgebied. • Met het convenant prestatieafspraken onderwijs en de doordecentralisatieovereenkomst onderwijshuisvesting hebben de schoolbesturen zich verbonden om een aantal onderwijsinhoudelijke doelen te halen en heeft de gemeente zich verbonden om huisvestingsmiddelen en bevoegdheden over te dragen. • In april 2023 is de tweede evaluatie doordecentralisatie onderwijshuisvesting 2015-2022 afgerond. Bij deze tweede evaluatie is geconstateerd dat het convenant prestatieafspraken uit 2008 geactualiseerd moet worden.
Er hebben diverse bestuurlijke overleggen plaatsgevonden. Partijen hebben afspraken gemaakt over aanvullingen en wijzigingen op het convenant prestatieafspraken uit 2008. Deze zijn in dit convenant opgenomen.
Convenant Prestatieafspraken onderwijs 2023
1/5
•
•
•
Het streven is om de afspraken uit het convenant van toepassing te verklaren op alle schoolbesturen, dus ook de scholen waar nog geen doordecentralisatie overeenkomst mee is afgesloten; Partijen ook afspraken met elkaar willen maken over (nieuwe/veranderende) wetgeving zoals het passend onderwijs en de Jeugdwet en deze afspraken in het convenant willen vastleggen; Rekening gehouden wordt met dit convenant bij het opstellen van het Regionaal Plan Onderwijshuisvesting van het Voortgezet Onderwijs (RPO) en het regionaal portefeuillehouders overleg.
Partijen komen het volgende overeen: 1. De gemeentelijke bijdrage voor onderwijshuisvesting is voorwaardenscheppend voor goed onderwijs en voor het realiseren van de maatschappelijke taak van schoolbesturen. In de ‘overeenkomst doordecentralisatie’ is vastgelegd welke financiële middelen voor de onderwijshuisvesting de gemeente jaarlijks beschikbaar zal stellen aan de schoolbesturen. In de evaluatie in 2014 is een aantal knelpunten in de uitvoering van de DDC-afspraken geconstateerd door de gemeente en de schoolbesturen. Deze knelpunten hebben na een onderhandelingstraject geleid tot een herijking van de DDC-overeenkomst en ondertekening van de geconsolideerde overeenkomst in november 2016. In april 2023 is de tweede evaluatie doordecentralisatie onderwijshuisvesting 2015-2022 afgerond. Partijen hebben afspraken gemaakt over aanvullingen en wijzingen op de geconsolideerde versie van de overeenkomst DDC en deze in een Addendum d.d. 10 oktober 2023 vastgelegd. 2. Partijen verbinden zich tot het verrichten van aantoonbare inspanningen ter realisatie van de, bij aangaan van het convenant afgesproken, prestatieafspraken. Vijfjaarlijks vindt een evaluatie plaats.
De resultaten van deze evaluatie zullen niet leiden tot een aanpassing van de geconsolideerde overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting door de Gemeente Nijmegen, waardoor de financiële positie die het voortbestaan van de school in brede zin, zowel onderwijskundig als infrastructureel, in gevaar kan worden gebracht dan wel worden geschaad. Evenmin heeft de Gemeente Nijmegen het recht tot terugvordering van een deel of het geheel van de gelden, toegewezen aan de school in het kader van doordecentralisatie huisvestingsgelden, gedurende de voorafgaande vijf jaren. Indien bij voortduring de afspraken uit het convenant niet worden nageleefd vormt dit onderdeel van de vijfjaarlijkse evaluatie van de geconsolideerde overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting, conform artikel 9.2 van deze overeenkomst. Dit kan leiden tot een wijziging van de overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 12.5 van de overeenkomst. 3. Schoolbesturen voor primair onderwijs (PO) conformeren zich aan de volgende prestatieafspraken op het terrein van: a. Passend onderwijs, jeugdzorg en jeugdbeleid Schoolbesturen en gemeente werken proactief samen op het gebied van de Jeugdwet en Passend Onderwijs en hebben regelmatig (ten minste één keer per jaar) overleg over de inhoud en uitvoering van het (passend) onderwijs, jeugdzorg en preventief jeugdbeleid. b. Spreiding en bereikbaarheid: 1.
Bereikbaarheid: Schoolbesturen PO dragen gezamenlijk zorg dat kinderen zoveel mogelijk dichtbij huis naar school kunnen gaan. Gemeente en schoolbesturen zijn zich bewust van het feit dat een aanzienlijk deel van de scholen onder de opheffingsnormen zit. De afspraak om in iedere wijk (voor wijkindeling, zie bijlage 1) een school te hebben, is daarom losgelaten. Voor een aantal scholen is samenvoeging een te prefereren aanpak voor zowel kwaliteit als meer efficiënte inzet van onderwijspersoneel en onderwijshuisvesting. Ondanks dat doen schoolbesturen hun best om ervoor te zorgen dat in zoveel mogelijk wijken er een school in stand wordt gehouden, passend Convenant Prestatieafspraken onderwijs 2023
2/5
bij het aantal kinderen die woonachtig zijn in de wijk en rekening houdend met een gezonde bedrijfsvoering, de menselijke maat en de beschikbare locaties. Voor elk individueel schoolbestuur betekent dit dat besluiten over het oprichten, verplaatsen, starten/opheffen van een disclocatie/nevenvestiging of opheffen van een school (brinnummer) niet eerder kunnen worden genomen dan na overleg met de gemeente Nijmegen en ter kennisname aan de andere schoolbesturen. In dit overleg dient de afweging voor oprichten, verplaatsen of opheffen van een school te worden gewogen ten opzichte van het totale aanbod aan primair onderwijs in de gemeente. 2. Pluriformiteit: Schoolbesturen houden een pluriform PO-aanbod in stand: in elk stadsdeel (voor stadsdeelindeling, zie bijlage 1) is het wenselijk dat een school voor openbaar onderwijs aanwezig is en per stadsdeel wordt diversiteit van onderwijsconcepten nagestreefd. Voor scholen met een unieke denominatie geldt de stad als verzorgingsgebied. Besluiten over het veranderen van denominatie en/of onderwijsconcept van een school kunnen niet eerder worden genomen dan na overleg met de gemeente Nijmegen. In dit overleg dient de afweging voor verandering van een school te worden gewogen ten opzichte van het totale aanbod aan primair onderwijs in de gemeente.
In gevallen waarbij de minister een school sluit wegens slechte prestaties, vervalt deze afspraak. 3. Opheffing: Gemeente en schoolbesturen zijn zich bewust van het feit dat indien scholen onder de opheffingsnorm zitten schoolbesturen genoodzaakt kunnen zijn een school te sluiten. Vóórdat besluiten worden genomen over het opheffen van een school of schoollocatie, treden schoolbesturen en gemeente in overleg met elkaar en met de gemeente op een dergelijk tijdstip dat beïnvloeding van de besluitvorming nog in alle redelijkheid mogelijk is. 4. Bevorderen gelijkwaardige kansen in het basisonderwijs en efficiënt omgaan met onderwijs(huisvestings)middelen: Het aannamebeleid van scholen dient gelijkwaardige kansen te bevorderen, de mogelijkheid te ondersteunen dat kinderen dichtbij huis naar school gaan en vormen van segregatie zoveel mogelijk tegen te gaan. Om dit te realiseren verbinden de schoolbesturen zich aan de volgende afspraken: a. Schoolbesturen ondersteunen het realiseren van een model voor centrale aanmelding en participeren in een te ontwikkelen stadsbrede aanpak, opdat ouders meer gelijke kansen hebben in het kiezen van scholen. b. Schoolbesturen ondersteunen keuzeprocessen van ouders met als doel dat scholen een afspiegeling zijn van een wijk. c.
Schoolbesturen zullen niet bouwen voor gevolgen van segregatie of leegstand elders: dit betekent concreet dat er geen uitbreiding plaatsvindt van een schoolgebouw nadat een nader af te spreken capaciteitsplafond is bereikt, tenzij demografische ontwikkelingen in een bepaalde wijk of een bepaald stadsdeel hiertoe aanleiding geven en/of tenzij dit noodzakelijk is vanwege denominatie of vanwege passend onderwijs. Het doel van een capaciteitsplafond is het begrenzen van de mogelijkheden voor verdere groei van segregatie in Nijmegen en niet te bouwen voor leegstand. c. Doorgaande ontwikkelingslijn van vóór- naar vroegschoolse periode: Gemeente en schoolbesturen streven er naar een koppeling tussen voorschoolse en schoolse voorzieningen te behouden en/of te realiseren. 4. Schoolbesturen voor voortgezet onderwijs (VO) en speciaal onderwijs (SO) conformeren zich aan de volgende prestatieafspraken op het terrein van: a. Passend onderwijs, jeugdzorg en jeugdbeleid Schoolbesturen en gemeenten werken proactief samen op het gebied van de Jeugdwet en Passend Onderwijs en hebben regelmatig (ten minste één keer per jaar) overleg over de inhoud en uitvoering van het (passend) onderwijs, jeugdzorg en preventief jeugdbeleid. Convenant Prestatieafspraken onderwijs 2023
3/5
b. Spreiding en bereikbaarheid: 1. Bereikbaarheid: Schoolbesturen VO dragen gezamenlijk zorg voor een goed bereikbaar en goed gespreid aanbod van VO-voorzieningen in Nijmegen. Daarnaast dragen de schoolbesturen VO er gezamenlijk zorg voor dat elke vorm van VO in de stad beschikbaar is. Voor elk individueel schoolbestuur betekent dit dat besluiten over het oprichten of opheffen van een school (brinnummer) niet eerder kunnen worden genomen dan na overleg met de gemeente Nijmegen. In dit overleg dient de afweging voor oprichten of opheffen van een school te worden gewogen ten opzichte van het totale aanbod aan voortgezet onderwijs in de gemeente. 2. Pluriformiteit: Schoolbesturen houden een pluriform VO-aanbod in stand: op stadsniveau dient er een keuze te blijven tussen openbaar en bijzonder onderwijs; diversiteit van onderwijsstromingen wordt nagestreefd. Voor elk individueel schoolbestuur betekent dit dat besluiten over het veranderen van denominatie van een school niet eerder kunnen worden genomen dan na overleg met de gemeente Nijmegen. In dit overleg dient de afweging voor verandering van een school te worden gewogen ten opzichte van het totale aanbod aan voortgezet onderwijs in de gemeente. 3.
Opheffing: Vóórdat besluiten worden genomen over het opheffen van een school of schoollocatie, treden schoolbesturen en gemeente in overleg met elkaar en met de gemeente op een dergelijk tijdstip dat beïnvloeding van de besluitvorming nog in alle redelijkheid mogelijk is. 5. Schoolbesturen voor primair, speciaal en voortgezet onderwijs zetten het budget voor onderwijshuisvesting zo in dat dit de kwaliteit van onderwijs optimaliseert en de maatschappelijke taak van schoolbesturen ondersteunt. Concreet gaat het om het inzetten van geld ter bekostiging van eventueel noodzakelijke gebouwelijke aanpassingen: a. die gericht zijn op het optimaliseren van ontwikkelingskansen van jeugdigen. Het gaat hierbij om het voorzien in geschikte ruimten voor de uitvoering van programma’s en/of projecten die ontwikkelingskansen van jeugdigen stimuleren. (Voor het PO wordt daarbij gedacht aan programma’s voor vóór- en vroegschoolse ontwikkelingsstimulering, extra taalstimulering, e.d.. Voor het VO gaat het om activiteiten als huiswerkbegeleiding, opvang van nieuwkomers, optimaliseren van kansen van leerlingen met een achterstand); b. die gericht zijn op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten in het VO. Het gaat hierbij om het voorzien in geschikte ruimten voor de uitvoering van programma’s en/of projecten die voortijdig schoolverlaten voorkomen.
Het gaat hierbij om activiteiten en voorzieningen ter voorkoming van voortijdig schoolverlaten; c. ten behoeve van de uitvoering van maatregelen gericht op zorg en hulpverlening in relatie tot het onderwijs. Het gaat hierbij om het voorzien in ruimten voor zorg- en hulpverleners, hulpverleningsnetwerken, sportactiviteiten, e.d.. d. Naar verwachting zijn in 2025 gemeenten wettelijk verplicht een meerjarig integraal huisvestingsplan onderwijs (IHPO) met een looptijd van minimaal zestien jaar vast te stellen en de schoolbesturen een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Met de doordecentralisatie overeenkomst is de zorgplicht onderwijshuisvesting naar de schoolbesturen doorgelegd, waardoor de verplichting voor een meerjarig integraal huisvestingsplan onderwijs nu bij de schoolbesturen ligt. Zij stellen een meerjarig huisvestingsplan op met een looptijd van minimaal 16 jaar conform de wettelijke bepalingen. Voor de nog niet doorgedecentraliseerde scholen waar de zorgplicht voor de onderwijshuisvesting bij de gemeente ligt, stelt de gemeente een meerjarig huisvestingsplan op. Deze huisvestingsplannen worden op elkaar afgestemd na overleg tussen gemeente en schoolbesturen, waardoor er ook rekening gehouden kan worden met landelijke, stads- of wijkontwikkelingen. 6.
De gemeente zet naast het budget voor onderwijshuisvesting ook andere budgetten in ter realisatie van gewenste maatschappelijke prestaties. Bij (toekomstige) specifieke Convenant Prestatieafspraken onderwijs 2023
4/5
subsidiebeschikkingen worden ten aanzien van de inzet van deze budgetten prestatieafspraken vastgelegd. 7. Evaluatie van dit convenant vindt gelijktijdig met de evaluatie van de geconsolideerde overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting plaats. Hiervoor wordt een evaluatieverslag opgesteld. Dit convenant wordt automatisch verlengd. Als uit de evaluatie blijkt dat gemeente en schoolbesturen nieuwe afspraken willen maken, zal dit leiden tot een opnieuw door beide partijen te ondertekenen, convenant. Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Nijmegen op 27 januari 2025 Ondertekenende partijen: Gemeente Nijmegen, vertegenwoordig door G. Visser, wethouder
(handtekening) Schoolbesturen: Aloysius Stichting, vertegenwoordigd door J. van Triest, bestuurder
(handtekening)
Convenant Prestatieafspraken onderwijs 2023
5/5
Bijlage 4: Kadastrale situatietekeningen 4a) Kadastraal perceel Scherpenkampweg 20 4b) Kadastraal perceel Hatertseweg 400
Scherpenkampweg 20 Kadastraal bekend: Neerbosch K 3642 met een oppervlakte van 7.835 m2 2018-05-08 0
10
20m
Schaal 1:1000
Hatertseweg 400 Kadastraal bekend: Hatert D 2066 met een oppervlakte van 14.040 m2 2018-05-08 0
10
20m
Schaal 1:1000
Bijlage 5: Aanhangsel Maatwerk
Doordecentralisatie overeenkomst Aloysius Aanhangsel maatwerk Versie: 10 januari 2025
AANHANGSEL MAATWERK BEHOREND BIJ OVEREENKOMST DOORDECENTRALISATIE ALOYSIUS
Ondergetekenden: 1. De publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Nijmegen, zetelende te Nijmegen, kantoor houdend op het adres Korte Nieuwstraat 6 te Nijmegen ten deze op grond van artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw G. Visser, wethouder wonen, zorg, onderwijs, vluchtelingenopvang, handelende ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouder en de burgemeester van de gemeente Nijmegen, d.d. 21 januari 2025, nr.
, hierna ook te noemen: ‘de gemeente’.
en 2. de Aloysius Stichting, statutair gevestigd te Voorhout, kantoor houdend op het adres Leidsevaart 2, 2215 RE te Voorhout, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurder, de heer J. van Triest; handelend als bevoegd gezag van de onderwijsinstelling; hierna ook te noemen: ‘het bevoegd gezag’. Partijen 1 en 2 hierna ook gezamenlijk aan te duiden als: partijen. Nemen het volgende in overweging: Partijen streven naar realisatie van renovatie van het schoolgebouw van Aventurijn aan de Hatertseweg 400 voor 250 leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs voor 40 jaar. De zorgplicht onderwijshuisvesting voor deze leerlingen en de leerlingen op Park Neerbosch (200 leerlingen) gaat met de ondertekening van de doordecentralisatie overeenkomst over naar Aloysius. Partijen komen het volgende overeen: Artikel 1: Maatwerkvergoeding In aanvulling op de structurele vergoeding als bedoeld in artikel 7 van de overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting Aloysius betaalt de gemeente eenmalig een aanvullend bedrag van € 15.865.000,00 als maatwerkvergoeding aan het bevoegd gezag als bijdrage in de kosten van de realisatie en instandhouding van de onderwijshuisvesting van bevoegd gezag. Het bevoegd gezag zal deze maatwerkvergoeding uitsluitend gebruiken voor de onderwijshuisvesting van de leerlingen van bevoegd gezag in Nijmegen.
1 Overeenkomst doordecentralisatie Aloysius – Aanhangsel maatwerk
Paraaf Bevoegd Gezag
Paraaf Gemeente
Doordecentralisatie overeenkomst Aloysius Aanhangsel maatwerk Versie: 10 januari 2025 Artikel 2: Aankoop percelen De gemeente verkoopt tegen boekwaarde per 31-1-2025 de grond en de gebouwen op de Hatertseweg 400 en de Scherpenkampweg 20 conform de doordecentralisatieovereenkomst aan het bevoegd gezag. De kavels worden geleverd in de huidige staat. De renovatiekosten voor de Aventurijn aan de Hatertseweg 400 zijn voor rekening van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag ontvangt een maatwerkvergoeding van € 15.865.000,00 (zie artikel 1). Van dit bedrag betaalt de stichting vervolgens de koopprijs van de grond en opstallen aan de gemeente bij de levering van de grond (zie overeenkomst doordecentralisatie Aloysius, artikel 3.1 t/m 3.3). Artikel 3: Bouwheerschap Het bevoegd gezag treedt op als bouwheer van de renovatie Aventurijn aan de Hatertseweg 400 conform het projectplan “renovatie De Aventurijn Nijmegen – 4e concept” d.d. 14 november 2023. Het bevoegd gezag is daarmee opdrachtgever aan de verschillende adviseurs en aannemers van het bouwproces en zorgt voor de communicatie met leerlingen en ouders, betrokkenen en omgeving. Het in het projectplan gereserveerde bedrag “10% project onvoorzien” (zijnde ca. € 1.400.000,00) is niet opgenomen in de maatwerkvergoeding van artikel 1.
Er kan alleen een beroep op deze reservering worden gedaan voor grote onvoorziene risico’s, zoals opgenomen in bijlage A van dit aanhangsel maatwerk. Zodra één van deze risico’s zich voordoet, stelt het bevoegd gezag de gemeente hiervan op de hoogte en geeft een onderbouwing. De stuurgroep bepaalt gezamenlijk of er redenen zijn om (een deel van) het gereserveerde bedrag uit te betalen. Uitbetaling van dit gereserveerde bedrag vindt plaats bij in gebruik name van de locatie Aventurijn na renovatie of indien noodzakelijk zoveel eerder in overleg. Artikel 4: Bewegingsonderwijs Partijen hebben vastgesteld dat volgens de verordening voorziening huisvesting onderwijs 2015 van de gemeente Nijmegen 4 zaaldelen bewegingsonderwijs nodig zijn bij 450 leerlingen in de eindsituatie, maar dat voor het bevoegd gezag op de locatie Hatertseweg 400 twee (kleine) gymzalen (o.b.v. de bestaande maten) volstaat en op de locatie Park Neerbosch een sportzaal. Het bevoegd gezag realiseert bij de renovatie van de Aventurijn twee (kleine) gymzalen (o.b.v. de bestaande maten) ten behoeve van het bewegingsonderwijs op de Hatertseweg 400. De gemeente realiseert een sportzaal (zijnde twee zaaldelen van 22 x 12 x 7 meter) op Park Neerbosch ten behoeve van het bewegingsonderwijs op Park Neerbosch. Het eigendom en de exploitatie van de twee gymzalen op de Hatertseweg 400 blijft bij het bevoegd gezag.
Het eigendom en de exploitatie van de sportzaal op Park Neerbosch blijft bij de gemeente. Bevoegd gezag is verplicht 32 uur per week gebruik te maken van de sportzaal op Park Neerbosch tegen de (reguliere) uurtarieven voor alle sportzalen binnen de gemeente. Artikel 5: Tijdelijke huisvesting gedurende de nieuwbouw In afwachting van de realisatie van de renovatie van de Aventurijn aan de Hatertseweg 400 is tijdelijke huisvesting nodig. Voor tijdelijke huisvesting is het gebouw van voCampus op de Hatertseweg 404 in beeld. De kosten voor deze tijdelijke huisvesting zijn van 1 juli 2025 tot en met 1 juli 2026 voor rekening van de gemeente. Gebruikerslasten zijn voor rekening bevoegd gezag. Er volgt nog een ingebruikname overeenkomst tussen de gemeente en bevoegd gezag. Artikel 6 Aankoopplicht Park Neerbosch Uitzondering op artikel 6 van de overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting Aloysius is de aankoop van Park Neerbosch (Scherpenkampweg 20) door de gemeente. De aankoopplicht als bedoeld in artikel 6 is op het pand van toepassing vanaf 1 januari 2045. Bij een voorgenomen onttrekking aan de onderwijsbestemming voor die datum, treden partijen met elkaar in overleg om te bezien op welke wijze het pand kan worden herbestemd, waarbij het voorgezet gebruik van de gymnastiekvoorziening zoveel als 2 Overeenkomst doordecentralisatie Aloysius – Aanhangsel maatwerk
Paraaf Bevoegd Gezag
Paraaf Gemeente
Doordecentralisatie overeenkomst Aloysius Aanhangsel maatwerk Versie: 10 januari 2025 mogelijk zal worden gewaarborgd. In het geval het aantal leerlingen zodanig terugloopt, dat de exploitatie van het onderwijsgebouw niet kan worden voortgezet, is de gemeente verplicht het pand op de voet van artikel 6 aan te kopen. Artikel 7: Ruimtelijke Ordenings Procedures Op basis van het haalbaarheidsonderzoek en het voorlopig ontwerp is geen omgevingsplanwijziging nodig. Indien uit de verdere uitwerking dit wenselijk blijkt treden partijen in overleg over de noodzaak. De effecten hiervan op financiën en tijd zijn voor rekening bevoegd gezag. Artikel 8: Voorbereidingskrediet Op 27 februari 2024 is middels een beschikking aan bevoegd gezag een bouwvoorbereidingskrediet voor de renovatie van de Aventurijn toegekend van in totaal € 514.000,00 (incl. BTW) tot eind VO-fase (Voorlopig Ontwerp). Dit voorbereidingskrediet wordt verrekend met het maatwerkbedrag vermeld in artikel 1 van deze maatwerkovereenkomst. Artikel 9: Schatkistbankieren Het bevoegd gezag zal voor de renovatie van de Aventurijn gebruik gaan maken van schatkistbankieren c.q. de overeenkomst van garantstelling. Het maatwerkwerkbedrag genoemd onder artikel 1 van deze overeenkomst had als uitgangspunt een rentepercentage van 3,0%.
Bij het definitief afsluiten van deze overeenkomst van garantstelling tussen De Staat der Nederlanden, de gemeente en het bevoegd gezag zal bij een afwijking van meer dan 0,5% een verrekening plaats vinden over het meerdere. Dit betekent dat bijv. bij een afwijking van 0,75% (positief of negatief): 0,25% wordt verrekend en 0,5% niet. Artikel 10: Huurovereenkomst Hatertseweg 400 Met het aangaan van deze doordecentralisatie overeenkomst wordt de huurovereenkomst Hatertseweg 400 van 24 oktober 2012, de nadere afspraken m.b.t. huurvergoeding Hatertseweg 400 d.d. 5 november 2012 en de 1st allonge op de huurovereenkomst Hatertseweg 400 d.d. 17 juli 2019, per 31-1-2025 beëindigt en treedt deze overeenkomst daarvoor in de plaats. Artikel 11: Langere termijn qua leerlingenontwikkeling De leerlingen van Aloysius komen via het samenwerkingsverband. De toegang tot dit onderwijs wordt bepaald door het vastgestelde beleid hierover en minder op basis van de demografische ontwikkelingen. Bij grote afwijkingen (meer dan 20%) als gevolg van (landelijke) beleidswijzigingen gaan partijen met elkaar in gesprek. Artikel 12: Rekening en verantwoording Er vindt achteraf geen verrekening plaats van eventuele mee- of tegenvallers met uitzondering van artikel 3 en 9. Artikel 13: Bijlagen De volgende bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze overeenkomst: • •
Bijlage A: Definitie project-onvoorzien Bijlage B: Rekenmodel doordecentralisatie Aloysius d.d. 27-3-2024
3 Overeenkomst doordecentralisatie Aloysius – Aanhangsel maatwerk
Paraaf Bevoegd Gezag
Paraaf Gemeente
Doordecentralisatie overeenkomst Aloysius Aanhangsel maatwerk Versie: 10 januari 2025 Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Nijmegen op 27 januari 2025. De gemeente Nijmegen
Het bevoegd gezag
G. Visser Wethouder
J. van Triest Bestuurder bevoegd gezag
4 Overeenkomst doordecentralisatie Aloysius – Aanhangsel maatwerk
Paraaf Bevoegd Gezag
Paraaf Gemeente
Bijlage 5A: Overeenkomst doordecentralisatie Aloysusius - Aanhangsel maatwerk Definitie Project-onvoorzien
Memo Aan
C.c
Bestuurlijk overleg Renovatie VSO Aventurijn Plaats
Datum
Zwolle
21 juni 2024
Kenmerk
Behandeld door
2230316.240621.RB
Edwin Knol en Remco Bresser
Onderwerp
Definitie Project-onvoorzien
1. Inleiding Het schoolgebouw aan de Hatertseweg 400 huisvest VSO Aventurijn. Stichting Aloysius en gemeente Nijmegen zijn overeengekomen dat het schoolgebouw in eigendom wordt overgedragen aan Stichting Aloysius en door Stichting Aloysius wordt levensduurverlengend gerenoveerd en verduurzaamd. De gemeentelijke taken voor de huisvesting van VSO Aventurijn worden middels een nog te sluiten doordecentralisatieovereenkomst door de gemeente overgedragen aan het schoolbestuur. In de concept-overeenkomst is een afspraak opgenomen dat er een reservering van “10% projectonvoorzien” wordt aangehouden, die door de gemeente beschikbaar kan worden gesteld wanneer er zich bij de levensduurverlengende renovatie en verduurzaming grote onvoorziene risico’s voordoen. In het overleg over de doordecentralisatie tussen Stichting en Aloysius en gemeente Nijmegen is afgesproken dit Projectonvoorzien nader te definiëren, zodat vooraf beter duidelijk is welke risico’s onder dit Project-onvoorzien vallen en welke risico’s tot het reguliere onvoorzien in een bouwproject behoort. Voor het ‘reguliere onvoorzien’ is in het investeringskostenbudget ook een post gereserveerd, die ter beschikking staat aan het schoolbestuur.
2. Definitie Project-onvoorzien De post Project-onvoorzien dient voor het afdekken van onvoorziene kosten die direct voortkomen uit het inzetten van het huidige gebouw op de huidige locatie voor het onderwijs van VSO Aventurijn. In onderstaande, niet-limitatieve opsomming zijn mogelijke situaties waarvoor de post Project-onvoorzien weergegeven: ▪ ▪
▪
▪
Sloop en saneren: tegenvallers bij het strippen en sloop van het bestaande gebouw, zoals het moeten saneren van aanwezig asbest en bodemverontreiniging; Constructies: niet voorziene, substantiële aanpassingen in de fundering en draagstructuur van het gebouw als gevolg van een onvoorziene te beperkte draagkracht van de bestaande fundering en draagstructuur en eventuele verzakkingen. In het investeringskostenbudget is er van uitgegaan dat de fundering en draagstructuur ongewijzigd blijft en toereikend is om het gebouw levensduurverlengend te renoveren en te verduurzamen; Installaties t.b.v. netcongestie: Tijdelijke en definitieve kosten die voortkomen uit de netcongestie: in het investeringskostenbudget is ervan uitgegaan dat de complete installatie wordt vervangen, inclusief de toevoeging van een trafo. Hierbij is ervan uitgegaan dat de elektra-aansluiting wordt verzwaard. Maatregelen voor de netcongestie zijn niet opgenomen. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan het tijdelijk of definitief overbruggen van het tekort in aansluitvermogen en planaanpassingen om de energieprestatie te halen wanneer teruglevering vanwege netcongestie niet mogelijk is; Aanvullende eisen vanuit de omgevingsvergunning: in de investeringskosten is er uitgegaan van een van rechtens verkregen niveau, wat betekent dat het huidige kwaliteitsniveau gehandhaafd blijft. In het
Paraaf gemeeente Nijmegen www.icsadviseurs.nl
Paraaf bevoegd gezag Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Memo
▪
▪
▪
▪
investeringskostenbudget zijn geen kosten gereserveerd voor hogere eisen dan het rechtens verkregen niveau, die vanuit de behandeling van de omgevingsvergunningaanvraag zouden kunnen worden gesteld; Eventuele extra kosten als gevolg van aanwezige flora en fauna en stikstofdepositie: recent is een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige flora en fauna en de relatie met Natura 2000 gebieden. In dit onderzoek is een aantal risico’s door de mogelijke aanwezigheid van broedvogels, vleermuizen en steenmarters benoemd en is aangegeven dat hiervoor aanvullend onderzoek nodig is. Ook zal een stikstofdepositieberekening moeten worden opgesteld om vast te stellen of de bouwplannen geen invloed hebben op de in de omgeving aanwezige Natura 2000 gebieden. In het plan is geen rekening gehouden met omvangrijke maatregelen en vertragingen als gevolg van aanwezige flora en fauna en stikstofdepositie; Aanvullende milieu-eisen gemeente: in de investeringskosten is geen rekening gehouden met kosten als gevolg van eventuele eisen voor afkoppeling van hemelwater en infiltratie daarvan, biodiversiteit en energieprestatie van het gebouw; Buitenplanse infrastructurele aanpassingen: in de investeringskosten is ervan uitgegaan dat de bestaande ontsluiting van het perceel met de bestaande inrit gehandhaafd kan blijven.
Er is geen rekening gehouden met eisen of wensen van de gemeente om de inritconstructie aan te passen. Bovenmatige prijsstijgingen: in het investeringskosten is rekening gehouden met een kostenstijging van maximaal 3% per jaar. Extremere prijsstijgingen en eventuele vertragingen kunnen ertoe leiden dat de opgenomen reservering niet toereikend is.
Bovengenoemde risico’s kennen niet alleen een kostenrisico, maar kunnen ook leiden tot vertraging. Wanneer dit consequenties heeft voor de planning, en daarmee mogelijk leidt tot een verschuiving van de periode dat tijdelijke huisvesting nodig is, dan stemmen Aloysius en de gemeente af over de oplossing die hiervoor voorhanden zijn. In het investeringskostenbudget is ook een post voor ‘regulier onvoorzien’ opgenomen. Deze post wordt ingezet voor: ▪
▪
Nadere planuitwerking tijdens het ontwerp: de uitwerking van het ontwerp vindt van grof naar fijn plaats. In de eerste fasen van het ontwerp zijn nog niet alle details uitgewerkt. Voor de uitdetaillering van het ontwerp is een reservering opgenomen, die gedurende het proces vrijvalt naar het bouwkostenbudget. Bij start van de bouwwerkzaamheden is het deel ‘nadere planuitwerking’ gereduceerd tot 0. Onvoorziene kosten tijdens de uitvoering die niet specifiek hun oorzaak hebben in de staat van het gebouw en locatie, maar voortkomen uit onvoorziene zaken en omissies in het technisch ontwerp (bestek en tekeningen). Deze post onvoorzien is qua omvang vergelijkbaar met een post onvoorzien die in geval van nieuwbouw wordt opgenomen.
3. Gevraagd besluit Het bestuurlijk overleg wordt gevraagd de voorgestelde definitie van het Project-onvoorzien vast te stellen.
In het bestuurlijk overleg van 27 juni 2024 is ingestemd met deze definitie Project-onvoorzien met de kanttekening dat de rol van de gemeente als publiekrechtelijke toetser tot discussie kan leiden. Onderzoek is nodig om aan de voorkant duidelijkheid te krijgen over de aanvullende milieu-eisen en omgevingsvergunning.
Paraaf gemeeente Nijmegen
www.icsadviseurs.nl
Paraaf bevoegd gezag
2/2
Bijlage 5b Rekenmodel doordecentralisatie Aloysius d.d. 27-3-2024
Paraaf gemeente Nijmegen
Paraaf bevoegd gezag
Bijlage 6: Koopovereenkomst Hatertseweg 400
BIJLAGE 6
KOOPOVEREENKOMST VOOR DE VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN DOOR DE GEMEENTE NIJMEGEN
Hatertseweg 400 Nijmegen
Gemeente Nijmegen – Aloysius stichting
(BIJLAGE 6, BEHOREND BIJ OVEREENKOMST DOORDECENTRALISATIE ONDERWIJSHUISVESTING ALOYSIUS) De ondergetekenden: 1.
de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Nijmegen, zetelende te Nijmegen, kantoor houdend aan de Korte Nieuwstraat 6 te Nijmegen, ten deze op grond van artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw G. Visser, wethouder Wonen, Zorg, Onderwijs en Vluchtelingenopvang, handelende ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2025, nummer …………., hierna: Verkoper of Gemeente, en
2.
de Aloysius Stichting, statutair gevestigd te gemeente Teylingen, kantoor houdend op het adres Leidsevaart 2, 2215 RE te Voorhout, ingeschreven in de registers van de Kamer van Koophandel onder nummer 28079229, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurder, de heer J. van Triest, handelend als bevoegd gezag van de onderwijsinstelling, hierna ook te noemen: Koper,
Verkoper en Koper worden samen genoemd: Partijen, hebben in aanmerking genomen dat: a.
Verkoper eigenaar is van het schoolgebouw met ondergrond en aanhorigheden, gelegen aan de Hatertseweg 400 te Nijmegen, kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie D, nummer 2066, ter grootte van 14.040 m2;
b. Koper en Verkoper voornemens zijn een overeenkomst doordecentralisatie onderwijshuisvesting aan te gaan en Koper het onder a. vermelde schoolgebouw met ondergrond en aanhorigheden van Verkoper wenst te kopen; c.
het Koper bekend is dat de Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020 (hierna: de Algemene Verkoopvoorwaarden en/of AVGN 2020, bijlage 1), integraal onderdeel uitmaken van deze overeenkomst (hierna: de Koopovereenkomst);
d.
Verkoper en Koper, waar het Verkoper betreft op ambtelijk niveau, overeenstemming hebben bereikt over de inhoud van deze koopovereenkomst (hierna: Koopovereenkomst), welke Koopovereenkomst aan de zijde van Verkoper pas tot stand komt (totstandkomingsvoorbehoud) na een besluit van het college van burgemeester en wethouders tot het sluiten van deze Koopovereenkomst en een rechtsgeldige ondertekening.
zijn het volgende overeengekomen: Artikel 1 Considerans Het bepaalde in de considerans maakt volledig deel uit van deze Koopovereenkomst. Artikel 2 Het Verkochte 1. Verkoper verkoopt aan Koper, die van Verkoper koopt, het perceel kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie D, nummer 2066, ter grootte van 14.040 m2, hierna te noemen: het Verkochte, een en ander zoals vermeld op de als bijlage 2 bij deze overeenkomst gevoegde situatietekening met nummer 585513 (versie 1). Het Verkochte betreft een schoolgebouw met ondergrond en aanhorigheden en is gelegen aan de Hatertseweg 400 te Nijmegen. 2 Paraaf Verkoper
Paraaf Koper
2.
Het Verkochte wordt verkocht met de bestemming ‘Maatschappelijk’.
Artikel 3 Koopsom De Koopsom voor het Verkochte bedraagt € 3.800.000,00 (zijnde de boekwaarde 2024), te vermeerderen met overdrachtsbelasting1 en vermeerderd met de bedragen die overigens voor rekening van de Koper komen overeenkomstig het bepaalde in de Algemene verkoopvoorwaarden. Artikel 4 Notariële akte van levering De voor de eigendomsovergang vereiste notariële akte van levering zal worden verleden ten overstaan van één van de notarissen van notariskantoor Hekkelman te Nijmegen en wel op 31 januari 2025 of zoveel eerder of later als partijen gezamenlijk nader overeenkomen. Artikel 5 Waarborgsom of bankgarantie Dit artikel is niet van toepassing. Artikel 6 Rechten en lasten 1. Verkoper heeft kennisgegeven van alle hem bekende lasten uit hoofde van erfdienstbaarheden, kettingbedingen, kwalitatieve verplichtingen en overige lasten en beperkingen, kenbaar uit de openbare registers als bedoeld in artikel 3:16 BW, blijkend en/of voortvloeiend uit de na te noemen akte, ingeschreven in het Kadaster in Register Hypotheken 4 op 24 oktober 2012 deel 62096 onder nummer 19 (bijlage 3). De in deze akte vermelde erfdienstbaarheden etc. op pagina 3 (nummer 8-11) zijn niet meer relevant en hoeven daarom niet meer in de akte van levering te worden opgenomen. 2.
Op het Verkochte rust(en) blijkens de Basisregistratie Kadaster en het Digitaal Stelsel Omgevingswet geen bijzondere publiekrechtelijke lasten en beperkingen.
3.
Koper aanvaardt uitdrukkelijk al die lasten en beperkingen en feitelijkheden die niet kenbaar zijn uit de openbare registers maar die voor hem kenbaar zijn uit de feitelijke situatie of anderszins en ongeacht of deze voor Koper een wezenlijk zwaardere belasting betekenen.
Artikel 7 Milieukundige onderzoeken Onroerende zaak met een andere bestemming dan wonen/woondoeleinden Door de gemeente is geen bodemonderzoek uitgevoerd. Het Verkochte wordt ‘as is’ geleverd. Artikel 8 Garantieverklaringen van Verkoper Verkoper garandeert, onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 7, het volgende: 1. Verkoper is bevoegd tot verkoop en levering van het Verkochte; 2.
1
het Verkochte wordt geheel vrij van huur/huurkoop/pacht overgedragen: het Verkochte zal ten tijde van de feitelijke levering geheel vrij van huur zijn en/of van huurkoopovereenkomsten en/of pachtovereenkomsten of andere aanspraken tot gebruik;
Overdrachtsbelasting: volgens artikel 15, lid 1 onder k. van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer is de overdracht van het
Verkochte vrijgesteld van overdrachtsbelasting voor zover het Verkochte voor onderwijs is bestemd. De Belastingdienst dient hier echter een akkoord op te geven, dat naar verwachting pas na ondertekening van deze Koopovereenkomst kan worden gegeven.
3 Paraaf Verkoper
Paraaf Koper
3.
aan Verkoper zijn van overheidswege of door nutsbedrijven geen veranderingen betreffende het Verkochte voorgeschreven of aangekondigd (zoals aanschrijvingen ingevolge de Woningwet dan wel Omgevingswet), welke nog niet zijn uitgevoerd, behoudens een voornemen van Liander voor de plaatsing van een middenspanningsruimte op het Verkochte;
4.
aan Verkoper is niet bekend dat het Verkochte: a. is aangewezen of is betrokken in een procedure tot aanwijzing als rijksmonument in de zin van artikel 3.1 van de Erfgoedwet; b. is aangewezen als (rijksbeschermd) stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.34, lid 4, van de Omgevingswet of een gemeentelijke erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.16 lid 1 van de Erfgoedwet, dan wel als gemeentelijk monument in het omgevingsplan dan wel krachtens een gemeentelijke verordening; c. In het Omgevingsplan, kenbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet, zijn geen functieaanduiding als provinciaal monument of daarmee samenhangende regels opgenomen, geen functieaanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht of daarmee samenhangende regels opgenomen, geen functieaanduiding als gemeentelijk monument of daarmee samenhangende regels opgenomen;
5.
het Verkochte is niet betrokken in een landinrichtingsplan en is niet ter onteigening aangewezen;
6.
op het Verkochte is geen voorkeursrecht als bedoeld in Hoofdstuk 9 (Voorkeursrecht) van de Omgevingswet gevest, dan wel een voorkeursrechtbeschikking afgegeven;
7.
ten opzichte van derden bestaan overigens geen verplichtingen uit hoofde van een voorkeursrecht of optierecht;
8.
aan Verkoper zijn geen nog niet ingeschreven maar wel voor inschrijving vatbare feiten als bedoeld in artikel 3:17 Burgerlijk Wetboek bekend;
9.
het recht van Verkoper op het Verkochte is niet voorwaardelijk en niet onderworpen aan tijdsbepaling.
Artikel 9 Bouwplicht Dit artikel is niet van toepassing. Artikel 10 Energieprestatiecertificaat De Verkoper heeft een energieprestatiecertificaat dan wel gelijkwaardig document als bedoeld in het Besluit energieprestatie gebouwen aan Koper overhandigd en bij deze overeenkomst gesloten (bijlage 4). Artikel 11 Bijzondere bepalingen Vestiging recht van overpad Ten gunste van het naastgelegen perceel kadastraal bekend gemeente Hatert, sectie D, nummer 5255 en ten laste van het Verkochte wordt een recht van overpad gevestigd om met motorvoertuigen (leerlingenvervoer ten behoeve van de naastgelegen school Talita Koemi) te komen en te gaan naar de openbare weg.
4 Paraaf Verkoper
Paraaf Koper
Vestiging recht van opstal kunstwerk op Verkochte Het op het Verkochte aanwezige kunstwerk “Mens in zijn wereld” van kunstenaar Ed van Teeseling wordt niet in eigendom overgedragen aan Koper maar blijft in eigendom, beheer en onderhoud van de Gemeente, waartoe een recht van opstal zal worden gevestigd op het Verkochte ten behoeve van de Gemeente, waarbij de volgende bepalingen van kracht zijn. a. Tijdens de ophanden zijnde grootschalige verbouwing (2025-2026) zorgt de Koper dat het kunstwerk wordt beschermd. Kosten voor herstel van beschadigingen tijdens deze periode zijn voor rekening van Koper. b. Vooralsnog is het uitgangspunt dat het kunstwerk op zijn huidige locatie blijft staan na de grootschalige verbouwing (2025-2026). Indien de herinrichting van de buitenruimte door de grootschalige verbouwing een andere locatie oplevert, treden Partijen met elkaar in overleg om nadere afspraken te maken. De nieuwe locatie wordt nader afgestemd met de erve(n) van kunstenaar Ed van Teeseling. De kosten van verplaatsing zijn voor rekening Koper. c. Koper geeft de Gemeente toestemming voor het onderhoud en de instandhouding van het kunstwerk. Voor deze toestemming is geen vergoeding in welke vorm dan ook verschuldigd. d.
De Gemeente staat in voor constructieve veiligheid en deugdelijkheid van het kunstwerk en vrijwaart Koper voor schadeaanspraken van derden ongeacht van welke aard of omvang. e. De Gemeente draagt zorg voor het deugdelijk beheer en onderhoud van het kunstwerk en zal het kunstwerk periodiek inspecteren op veiligheid en deugdelijkheid. Alle kosten die (in)direct verband houden met het onderhoud komen voor rekening van de Gemeente. Het kunstwerk zal worden verwijderd als de onderhoudskosten dusdanig hoog zijn dat instandhouding van het kunstwerk niet meer verantwoord is. f. Koper verleent alle medewerking aan de Gemeente om haar onderhouds- en beheertaak naar beste vermogen te kunnen uitvoeren. g. Indien Koper toekomstig onderhoud of verbouwingen uitvoert aan het terrein en/of de opstallen en het noodzakelijk is hiervoor het kunstwerk te verwijderen, zal de Gemeente hiervoor zorgdragen. Koper dient de gemeente hier minimaal 3 maanden van tevoren over te infomeren. De kosten voor de verwijdering en terugplaatsing zijn voor rekening van de Stichting Aloysius (of opvolgende verkrijger). Hiermee wordt nadrukkelijk niet bedoeld de ophanden zijnde verbouwing van 2025. h. Indien de inrichting van de buitenruimte (terrein en/of gebouw) of het gebouw zodanig wijzigt, treden partijen met elkaar in overleg om nadere afspraken te maken. i. Afspraken over het onder h.
bepaalde worden door Koper en de Gemeente nader afgestemd met de erve(n) van kunstenaar Ed van Teeseling. Voorkeursrecht en aankoopplicht Gemeente In de Overeenkomst Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting Aloysius waarvan deze Koopovereenkomst een bijlage is, zijn afspraken vastgelegd omtrent onder meer de mogelijkheid tot vervreemding. Voor de nadere uitwerking van deze afspraken wordt verwezen naar deze Overeenkomst, bij partijen bekend. Artikel 12 Afwijkingen van de Algemene verkoopvoorwaarden De hiernavolgende bepalingen uit de Algemene verkoopvoorwaarden zijn (deels) niet van toepassing c.q. zijn (deels) aangevuld c.q. wordt anderszins van deze bepalingen afgeweken, steeds als hierna vermeld. In afwijking van artikel 2.4 van de Algemene verkoopvoorwaarden komen de kosten voor de verschuldigde overdrachtsbelasting, voor zover niet vrijgesteld op grond van artikel 15, lid 1 onder k Wet Belasting van Rechtsverkeer voor rekening van de Gemeente. Artikel 13 Slotbepaling Deze Koopovereenkomst bevat alle afspraken tussen Partijen ter zake van de verkoop en levering van het Verkochte.
5 Paraaf Verkoper
Paraaf Koper
Artikel 14 Bijlagen De bij deze Koopovereenkomst gevoegde bijlagen maken onverbrekelijk deel uit van deze Koopovereenkomst. Deze bijlagen zijn eveneens door ondertekening van de Koopovereenkomst voor akkoord ondertekend. De bijlagen bestaan uit: 1. 2. 3. 4.
AVGN 2020; Situatietekening met nummer 585513, versie 1; Akte en eigendomsinformatie Kadaster; Energieprestatiecertificaat.
Aldus overeengekomen en ondertekend. Datum 27 januari 2025
Datum 27 januari 2025
………………………….. Verkoper G. Visser, wethouder
…………………………. Koper J. van Triest, bestuurder
6 Paraaf Verkoper
Paraaf Koper
Bijlage 1
ALGEMENE VERKOOPVOORWAARDEN VOOR DE VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN DOOR DE GEMEENTE NIJMEGEN 2020
2
Inhoud Inleiding ....................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen ................................................................................................. 5 Art. 1.1 Toepasselijkheid .................................................................................................................................... 5 Art. 1.2 Definities ................................................................................................................................................ 5 Art. 1.3 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) ....................... 5 Hoofdstuk 2: (Overige) voorwaarden .............................................................................................. 6 Art. 2.1 Koopovereenkomst ............................................................................................................................... 6 Art. 2.2 Gebruik................................................................................................................................................... 6 Art. 2.3 Risico overgang...................................................................................................................................... 6 Art.
2.4 Betaling Koopsom ................................................................................................................................. 6 Art. 2.5 Staat van Aflevering ............................................................................................................................... 6 Art. 2.6 Lasten, baten en belastingen ................................................................................................................ 7 Art. 2.7 Over- en ondermaat .............................................................................................................................. 7 Art. 2.8 Verkaveling ............................................................................................................................................ 7 Art. 2.9 Milieukundige onderzoeken, risicoverdeling bij levering van een ...................................................... 7 onbebouwde/bebouwde Onroerende zaak ...................................................................................................... 7 Art. 2.10 Aanvullende bepaling ten aanzien van een onbebouwde/bebouwde Onroerende zaak met de bestemming bedrijfsterrein/bedrijvigheid ....................................................................................................... 8 Art.
2.11 Bouwplicht ........................................................................................................................................... 8 Art. 2.12 Bouwrijp ............................................................................................................................................... 9 Art. 2.13 Archeologie .......................................................................................................................................... 9 Art. 2.14 Explosieven .......................................................................................................................................... 9 Art. 2.15 Natuur .................................................................................................................................................. 9 Art. 2.16 Faillissement en beslag ....................................................................................................................... 9 Art. 2.17 Hoofdelijkheid/ondeelbaarheid ....................................................................................................... 10 Art. 2.18 Gedoogplicht openbare voorzieningen ............................................................................................ 10 Art.
2.19 Meewerken aan controle ................................................................................................................... 10 Art. 2.20 Kettingbeding .................................................................................................................................... 11 Art. 2.21 Boetebeding ...................................................................................................................................... 11 Art. 2.22 Geen overdracht van rechten ............................................................................................................ 11 Art. 2.23 (Buitengerechtelijke) ontbinding/vernietiging................................................................................. 12 Art. 2.24 Nietigheid/vernietigbaarheid/anderszins niet van toepassing ....................................................... 12 Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
3
Art. 2.25 Geen rechtsverwerking ..................................................................................................................... 12 Art. 2.26 Reststroken ........................................................................................................................................ 12 Art. 2.27 Toepasselijk recht, geschillenregeling .............................................................................................. 12 Hoofdstuk 3: Slotbepalingen ......................................................................................................... 12 Art. 3.1 Vaststelling en inwerkingtreding ........................................................................................................ 12 Art. 3.2 Aanduiding ........................................................................................................................................... 12
Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
4
Inleiding Dit zijn de Algemene verkoopvoorwaarden die de gemeente Nijmegen hanteert bij de verkoop van onroerende zaken van de gemeente Nijmegen aan een Koper, voor zover niet voortvloeiend uit of gekoppeld aan een anterieure overeenkomst. In het geval van een transactie voortvloeiend uit of gekoppeld aan een anterieure overeenkomst, bevat die anterieure overeenkomst alle transactievoorwaarden. Het is daarom van belang dat een Koper van deze voorwaarden, net als van de voorwaarden die zijn opgenomen in de Koopovereenkomst waarmee deze Algemene verkoopvoorwaarden een onverbrekelijk geheel vormen, kennis neemt. Voor zover er bijzondere afspraken zijn gemaakt buiten wat standaard in de Koopovereenkomst staat (onder andere naam Koper, omschrijving Verkochte en Koopsom) en buiten of in afwijking van deze Algemene verkoopvoorwaarden, zullen deze worden opgenomen in de Koopovereenkomst. Voor het tot stand komen van een Koopovereenkomst met de gemeente Nijmegen geldt een zogenaamd totstandkomingsvoorbehoud. Dit houdt in dat er pas een overeenkomst met de gemeente Nijmegen tot stand komt indien het college van burgemeester en wethouders daartoe besluit, waarbij het college van burgemeester en wethouders steeds een eigen afwegingsbevoegdheid heeft.
Het besluit van burgemeester en wethouders de Koopovereenkomst aan te gaan kan alleen maar worden genomen indien en nadat aan het college van burgemeester en wethouders een al door de Koper ondertekende en, zonder verder voorbehoud ten aanzien van de bevoegdheid, aanvaarde Koopovereenkomst kan worden voorgelegd. De gemeente Nijmegen is pas aan de Koopovereenkomst gebonden na een besluit van het college van burgemeester en wethouders én na bevoegde ondertekening van de Koopovereenkomst namens de gemeente Nijmegen, terwijl in bepaalde gevallen een procedure van wensen en bedenkingen van de raad van de gemeente Nijmegen aan een besluit van het college vooraf kan gaan. Na ondertekening van de Koopovereenkomst door de Koper en de Verkoper als hiervoor vermeld zijn beide partijen verplicht alle medewerking te verlenen aan het tot stand komen van de levering van hetgeen waarop de Koopovereenkomst betrekking heeft, de daarvoor benodigde notariële akte van levering te tekenen en uiteraard ook overigens tot nakoming van alle (andere) verplichtingen over en weer.
Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
5
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Art. 1.1 Toepasselijkheid Deze Algemene verkoopvoorwaarden zullen, tenzij de gemeente Nijmegen in voorkomend geval anders bepaalt, onderdeel uitmaken van iedere Koopovereenkomst met betrekking tot de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen. Deze Algemene verkoopvoorwaarden vormen met de Koopovereenkomst één onverbrekelijk geheel.
Art. 1.2 Definities Aflevering: College: Gemeente: Het Verkochte: Koopovereenkomst:
Koper: Levering:
Onroerende zaak: Reststrook:
Restverontreiniging:
Verkoopbesluit: Verkoper: Wettelijke rente:
de feitelijke ter beschikking stelling aan de Koper van de Onroerende zaak; het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen; de gemeente Nijmegen de door de Gemeente verkochte Onroerende zaak; de overeenkomst waarbij de Gemeente als Verkoper zich onder meer verbindt de Onroerende zaak aan de Koper te leveren en de Koper zich verbindt daarvoor een prijs in geld te betalen (de Koopsom); de Koper van de Onroerende zaak en opvolgende verkrijger(s); het ondertekenen van de voor overdracht van het Verkochte vereiste notariële akte, gevolgd door de inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers; het object van de verkoop; een strook openbare gemeentegrond met geen of relatief weinig functionele waarde voor wat betreft het publieke gebruik (te beoordelen door Verkoper), die in aanmerking komt voor verkoop door Verkoper ter vergroting van een direct aangrenzend perceel; iedere verontreiniging die in de verkochte en geleverde Onroerende zaak aanwezig is en die niet blijkt uit met betrekking tot die Onroerende zaak uitgevoerde en aan de Koper ter beschikking gestelde onderzoeken en gegevens; het besluit van het College tot het aangaan van de Koopovereenkomst; de gemeente Nijmegen; de wettelijke handelsrente (art.
6:119a BW) tenzij de Koper een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, want in dat geval wordt onder wettelijke rente de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW verstaan.
Art. 1.3 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) Het is de (beoogde) Koper bekend dat de Gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan doen naar de integriteit van de (beoogde) Koper dan wel het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies kan vragen over de integriteit van de (beoogde) Koper met wie een vastgoedtransactie wordt of is aangegaan, alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, een en ander ter beoordeling door de Gemeente. De Gemeente bedingt hierbij tevens (artikel 5a aanhef en sub b Wet Bibob) dat de Koopovereenkomst kan worden opgeschort of buitengerechtelijk kan worden ontbonden dan wel de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich een van de situaties, bedoeld in artikel 9, lid 3, Wet Bibob voordoet met dien verstande dat de Gemeente het LBB om advies zal vragen alvorens die opschorting of ontbinding in te roepen.
Algemene verkoopvoorwaarden voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Nijmegen 2020
6
Dit laat onverlet de bevoegdheid van de Gemeente tot opschorting of ontbinding buiten de gevallen als bedoeld in art. 9 lid 3 Wet Bibob. Opschorting of ontbinding is mogelijk tot uiterlijk het moment van het passeren van een akte van levering ten aanzien van een vastgoedtransactie. Indien de Gemeente op grond van het eigen Bibob-onderzoek of het advies van het LBB tot een conclusie komt, te weten een ernstig gevaar, mindere mate van gevaar dan wel een integriteitsrisico, en daaraan gevolgen verbindt, dan geeft dat de (beoogde) Koper geen aanspraak op vergoeding van schade, rente of kosten, ook niet indien dit eigen Bibob-onderzoek of het advies van de LBB (achteraf gezien) onjuist zou zijn of onjuistheden zou bevatten.