CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksverslag ‘Verkenning naar maatwerkbanen’, augustus 2025

Besluitronde (raadsvergadering) 12 november 2025, gemeente NijmegenBij agendapunt: D13 d.d. 23 september 2025 over Verkenning naar maatwerkbanen16.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkenning naar maatwerkbanen Een evaluatie van de Nijmeegse aanpak en een vergelijking met andere gemeenten

Nijmegen, augustus 2025 Paul Brederveld

Inhoud 1. Aanleiding ................................................................................................................................................................. 3 2. Opzet van de verkenning ......................................................................................................................................... 3 3. De opzet van de maatwerkbanen in Nijmegen ....................................................................................................... 4 Definitie en doel van de maatwerkbaan in Nijmegen ............................................................................................. 4 De doelgroep voor maatwerkbanen ........................................................................................................................ 5 Betrokken organisaties en werkgeverschap ........................................................................................................... 5 Begeleiding ............................................................................................................................................................... 6 Praktische uitvoering ............................................................................................................................................... 6 4.

Overzicht van de verschillende vormen van maatwerkbanen................................................................................ 7 5. Detailoverzicht van de verschillende gesproken gemeenten ............................................................................... 12 Groningen ............................................................................................................................................................... 12 Den Haag ................................................................................................................................................................ 14 Oude-IJsselstreek .................................................................................................................................................. 16 Amsterdam ............................................................................................................................................................. 18 Goes ........................................................................................................................................................................ 19 Heerlen ...................................................................................................................................................................

21 Rotterdam .............................................................................................................................................................. 23 Tilburg .................................................................................................................................................................... 24 6. Bevindingen en aanbevelingen ............................................................................................................................. 28 Bevindingen uit de vergelijking met andere gemeenten ...................................................................................... 28 Veel gemeenten stoppen met maatwerkbanen ................................................................................................ 28 Bepaal wat het doel van de maatwerkbaan is: participatie of re-integratie .................................................... 28 Ga uit van de individuele mogelijkheden .......................................................................................................... 29 Bepaal goed wat de relatie is tussen de maatwerkbaan en andere regelingen............................................... 29 Beleg het werkgeverschap op de juiste plek .....................................................................................................

30 Beleg de maatwerkbanen bij de juiste uitvoeringsorganisatie ........................................................................ 31 Kijk goed naar de plek van de maatwerkbaan in de gehele dienstverlening ................................................... 31 Het aantal geschikte deelnemers is laag ........................................................................................................... 32 Maatwerkbanen kosten meer dan uitkeringen ................................................................................................. 32 Kan verdringing van vrijwilligers- en regulier werk wel voorkomen worden? ................................................. 32 Aanbevelingen vanuit het Nijmeegse perspectief................................................................................................. 33 Positionering van het project ............................................................................................................................ 33 Plek binnen de dienstverlening ......................................................................................................................... 33 Werk vanuit praktijkervaringen ......................................................................................................................... 33

2

1. Aanleiding In het Coalitieakkoord 2022-2026 is vastgelegd dat de gemeente Nijmegen maatwerkbanen beschikbaar gaat stellen. Deze banen zijn bedoeld om additioneel werk te creëren bij publieke en non-profit organisaties in de stad, en bedoeld om mensen die via reguliere dienstverlening en voorzieningen niet aan betaald werk geholpen kunnen worden, weer een inkomen en een toekomst te bieden. Deze afspraak uit het coalitieakkoord werd verder uitgewerkt in het collegevoorstel Kaders Nijmeegse Basisbanen van 22 februari 2022, de Subsidieregeling maatwerkbanen 2023 van 28 februari 2023 en het projectplan Nijmeegse Maatwerkbanen 2022 e.v. De gemeentelijke uitvoering van de maatwerkbanen verliep vanaf het eerste jaar moeizaam: Nijmegen realiseerde één plaatsing. De doelstelling en de budgetten werden desondanks naar boven bijgesteld om jaarlijks vanaf 2024 zeven banen te creëren en uiteindelijk in 2026 te groeien naar 22 banen in totaal. De gemeenteraad constateerde in een motie in december 2023 dat arbeidsbemiddeling van kwetsbare werkzoekenden een vak is, waarvoor de gemeente zelf de expertise niet meer in huis heeft. Deze taak is immers sinds 2015 bij het regionaal WerkBedrijf belegd. Eind 2023 heeft het college deze motie van de raad ‘Maak gebruik van elkaars expertise: een maatwerkbaan meer op maat’ aanvaard.

De oproep in de motie was om de expertise van WerkBedrijf te benutten om een impuls te geven aan de plaatsingen. WerkBedrijf heeft de opdracht in maart 2024 onder voorbehoud aangenomen, omdat men bij voorbaat twijfels had over de uitvoerbaarheid van de regeling maatwerkbanen. Na een half jaar heeft WerkBedrijf het instrument en de uitvoering van de maatwerkbanen geëvalueerd. De conclusie van deze evaluatie was dat de huidige arbeidsmarkt geen adoptievermogen biedt voor de maatwerkbaan, naast alle andere gesubsidieerde werk-mogelijkheden die er al zijn. De regeling maatwerkbanen werkt concurrerend met andere subsidiemogelijkheden. Voor kandidaten die aan het werk konden, bleken er via WerkBedrijf voldoende alternatieve voorzieningen voorhanden. Bovendien werkt WerkBedrijf regionaal voor alle zeven gemeenten in Rijk van Nijmegen, terwijl de maatwerkbanen een Nijmeegs initiatief zijn. WerkBedrijf wilde de uitvoering ervan om deze redenen niet verder voortzetten en gaf de opdracht terug aan de gemeente. In een voorstel aan de raad van 17 december 2024 stelde het college voor te stoppen met de uitvoering voor de maatwerkbanen, omdat de doelen ervan niet behaald konden worden.

In de raadsvergadering van 19 februari 2025 heeft de raad dit voorstel als volgt geamendeerd: “De raad besluit de maatwerkbanen als lokale werkgelegenheidsmaatregel tijdelijk te beëindigen, in afwachting van het onderzoek naar succesvolle implementaties van maatwerkbanen in andere steden.” Het voorliggende verslag is het resultaat van dit onderzoek, een nadere verkenning naar maatwerkbanen bij andere gemeenten in het land.

2. Opzet van de verkenning Om de implementatie van maatwerkbanen in verschillende gemeenten te vergelijken, hebben we ten eerste gekeken naar de bepalingen van de verschillende regelingen bij gemeenten. Daarnaast hebben we gesprekken gevoerd met medewerkers van die gemeenten om een beter beeld te krijgen van de implementatie en uitvoering van de regelingen. De gemeenten zijn bevraagd op de volgende onderwerpen: 1. 2. 3. 4. 5.

Doel en stand van het project; Kenmerken/criteria van de doelgroep; Werkgeverschap: hoe is dit ingericht; Matching van kandidaten aan werk; Begeleiding van geplaatste kandidaten;

3

6. 7. 8. 9.

Verhouding met de loonkostensubsidie1 en de no-riskpolis2; Uitstroom naar (regulier) werk; Kosten en baten; Succes- en faalfactoren.

Het is belangrijk om bij lezing van dit verslag in het achterhoofd te houden dat ‘de maatwerkbaan’ in iedere gemeente een andere benaming heeft. In de praktijk gaat het in iedere gemeente echter om hetzelfde concept: de gemeente financiert en creëert additionele banen voor bijstandsgerechtigden die geen reëel perspectief hebben op betaald regulier werk. De precieze doelstelling, opzet en financiering van deze maatwerkbanen verschilt per gemeente. We hebben de volgende gemeenten gesproken voor dit onderzoek: Groningen, Den Haag, Amsterdam, OudeIJsselstreek, Goes, Heerlen, Rotterdam en Tilburg. Daarnaast zijn er gesprekken binnen de gemeente Nijmegen en WerkBedrijf gesprekken gevoerd om de uitvoering van de maatwerkbanen in Nijmegen in beeld te brengen. Hiervoor is gesproken met klantmanagers Inkomen die betrokken waren bij het project, de gemeentelijk beleidsadviseur Werk en Inkomen en de projectleider van WerkBedrijf. De toenmalige projectleider binnen de gemeente Nijmegen is inmiddels niet meer werkzaam bij de gemeente Nijmegen.

3. De opzet van de maatwerkbanen in Nijmegen Definitie en doel van de maatwerkbaan in Nijmegen Een maatwerkbaan is een betaalde baan, gefinancierd door de gemeente, voor bijstandsgerechtigden die anderszins geen reëel perspectief hebben op betaald werk. De Nijmeegse maatwerkbaan kent vier eigenschappen.3 Maatwerkbanen: a. b. c. d.

Zijn niet-bestaande banen om verdringing van reguliere arbeidsplaatsen te voorkomen; Hebben een permanent karakter: doorstroom naar een reguliere baan is niet het doel; Zijn betaalde banen op basis van het wettelijk minimumloon; Worden gecreëerd in de publieke of semipublieke sector.

Het doel van de maatwerkbanen is om langdurig bijstandsgerechtigden een toekomst met een stabiele baan te bieden.4 Deze bijstandsgerechtigden nemen hierdoor deel aan het arbeidsproces en ontvangen een stabiel inkomen, waardoor ze bijstandsonafhankelijk worden. Hiermee verbetert hun welzijn: door te werken krijgen mensen meer zelfvertrouwen, meer zingeving, een beter sociaal netwerk, een beter zelfbeeld en meer ritme. Daarnaast heeft een maatwerk omdat het onder andere kostenbesparend werkt en de inkomsten uit premies en belastingen verhoogt. Financiering van deze maatwerkbanen vindt plaats door middel van een subsidie aan de werkgever: de gemeente subsidieert het wettelijk minimumloon en betaalt een vast bedrag per jaar voor begeleidingskosten aan werkgevers die een maatwerkbaan in hun organisatie creëren.

1

De loonkostensubsidie is bedoeld voor werkgevers die iemand met een ziekte of handicap in dienst nemen en vergoedt het verschil tussen de verminderde loonwaarde en het minimumloon. 2 De no-riskpolis compenseert een werkgever die een werknemer met een ziekte of een handicap aanneemt wanneer deze werknemer uitvalt door ziekte. 3 Collegevoorstel Kader Nijmeegse Banen (behandeldatum: 22 februari 2022) en projectplan Nijmeegse Maatwerkbanen 2022 e.v. 4 Projectplan Nijmeegse Maatwerkbanen 2022 e.v.

4

De doelgroep voor maatwerkbanen De doelgroep bestaat in de eerste plaats uit langdurig bijstandsgerechtigden. Het gaat hierbij vooral om mensen die ‘tussen wal en schip vallen’: ze komen niet in aanmerking voor andere regelingen en voorzieningen, maar zouden toch kunnen werken. In Nijmegen bestaat het bestand voor meer de helft van het bestand uit 55-plussers die langer dan vijf jaar afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Deze groep heeft een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Daarom is besloten minimaal de helft van de maatwerkbanen beschikbaar te stellen aan bijstandsgerechtigden van 50 jaar en ouder. Deze groep is dus een voorkeursdoelgroep voor de maatwerkbanen. Andere factoren spelen hierbij echter ook een rol. Dit is een voorkeursdoelgroep voor de maatwerkbanen. Minimaal de helft van de maatwerkbanen zou beschikbaar gesteld worden aan bijstandsgerechtigden van 50 jaar of ouder. Het projectplan Nijmeegse Maatwerkbanen 2022 e.v. geeft daarbij een lijst criteria waaraan een kandidaat moet voldoen om in aanmerking te komen voor een maatwerkbaan:        

Ontvangt drie jaar of langer een Participatiewet-uitkering; Is bij voorkeur ouder dan 50 jaar; Is gemotiveerd om te werken; Kampt met persoonlijke omstandigheden die belemmerend zijn voor de arbeidsinschakeling; Is in staat om in een structuur en in een zodanige omvang (werkduur) te werken dat uitstroom uit de bijstand mogelijk is; Heeft geen zinvolle dagbesteding; Heeft geen indicatie beschut werk of arbeidsmatige dagbesteding; WerkBedrijf heeft beoordeeld dat re-integratie via de beschikbare re-integratie-instrumenten (zoals opgenomen in de regionale Re-integratieverordening) niet haalbaar is.

Bij de kandidatenselectie werd een aantal van deze criteria nader ingevuld:  De verwachte (minimale) werkduur is 32 uur. Dit moest binnen een korte termijn haalbaar zijn;  Kandidaten met vrijwilligerswerk werden uitgesloten (dit kenmerk is in de praktijk losgelaten);  Kandidaten mochten niet ingeschreven staan of in aanmerking komen voor het doelgroepregister.5

De overweging bij de laatste twee criteria was ingegeven door het uitgangspunt in het Coalitieakkoord dat de maatwerkbanen bedoeld waren voor kandidaten die ‘tussen wal en schip vallen’, maar wel mogelijkheden hebben om te werken.

Betrokken organisaties en werkgeverschap De Nijmeegse maatwerkbanen zouden gecreëerd worden bij organisaties die behoren tot de Nijmeegse publieke of non-profitsector. Denk hierbij aan culturele, onderwijs-, sport-, overheids- en welzijnsorganisaties.6 Het werk moet een additioneel en structureel karakter hebben, waarbij het niet mag gaan om een bestaande, reguliere functie. In andere woorden: het gaat om taken en werk die binnen de organisatie blijven liggen, zinvol en van belang zijn, maar niet op een andere manier kunnen worden ingevuld. De maatwerkbaan mag geen reguliere baan binnen deze organisaties vervangen.

5

Doelgroepregister is een landelijke registratie bij UWV van iedereen die valt onder de Banenafspraak. Dit is het geval voor o.a. mensen met een Participatiewet-uitkering en een arbeidsbeperking en voor voormalig leerlingen van het praktijk- of voortgezet speciaal onderwijs. 6 Projectplan Nijmeegse Maatwerkbanen 2022 e.v.

5

De organisatie die de functie aanbiedt, wordt zowel formeel als materieel werkgever en moet in staat zijn een arbeidsovereenkomst van 32 uur per week gedurende minimaal een jaar te bieden, volgens de cao die van toepassing is voor de organisatie. De organisatie wordt dus volledig verantwoordelijk voor de werknemer: zij doen zowel de (administratieve) personeelstaken als de aansturing en begeleiding op de werkvloer, voor zover deze betrekking heeft op de uitoefening van de taken. Voor overige, niet-werkgerelateerde begeleiding zette de gemeente Nijmegen waar nodig een jobcoach van WerkBedrijf in. Er is om verschillende redenen gekozen om het volledige werkgeverschap bij de externe organisatie te beleggen. Enerzijds wilde het college hiermee de verantwoordelijkheid leggen bij de werkgever. Het is bovendien duidelijk voor alle partijen. Anderzijds bespaart deze constructie uitvoeringskosten voor de gemeente en voorkomt het risico’s op langdurige dienstverbanden en de financiële verplichtingen die daarbij horen. Om dezelfde reden is de werkgeversrol tussentijds ook niet bij WerkBedrijf belegd.

Begeleiding De werkgever is verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing, werkinstructies en begeleiding op de werkvloer. Bij de overgang van een bijstandsuitkering naar een maatwerkbaan gaat de klantmanager Inkomen in gesprek met de kandidaat om de financiële situatie in beeld te brengen en hem of haar te begeleiden bij de financiële overgang. Daarnaast blijft de klantmanager betrokken als vast aanspreekpunt wanneer er zorgvragen of financiële problemen spelen bij de werknemer. Eventuele jobcoaching kan worden ingezet via WerkBedrijf. De kosten hiervan zijn voor rekening van de gemeente.

Praktische uitvoering In het eerste jaar heeft de gemeente Nijmegen de maatwerkbanen zelf uitgevoerd. De kaders voor de uitvoering worden beschreven in het projectplan Nijmeegse Maatwerkbanen 2022 e.v. Er is intern een projectleider aangesteld om het project uit te voeren. Om kandidaten te werven is er een bericht geplaatst in de nieuwsbrief die vanuit de afdeling Inkomen, Zorg en Leerrecht maandelijks aan alle bijstandsgerechtigden wordt verstuurd. Vervolgens hebben twee klantmanagers Inkomen uit de binnengekomen reacties een voorselectie gemaakt. Een aantal kandidaten viel af naar aanleiding van de briefselectie; met anderen werd een gesprek gevoerd. Uiteindelijk bevonden de klantmanagers 62 kandidaten geschikt om verder te gaan in het traject. Het was hierna aan de projectleider om deze kandidaten verder te spreken, te selecteren en uiteindelijk te matchen op een geschikte maatwerkbaan. De projectleider was hiermee de enige uitvoerende betrokkene bij het project. Achteraf is duidelijk geworden dat de projectleider onvoldoende ondersteund is bij het uitvoeren van het project. De gemeente bleek de expertise die ervoor nodig was onvoldoende in huis te hebben. In december 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin het college verzocht wordt de uitvoering van het project Maatwerkbanen te beleggen bij WerkBedrijf.

De raad constateerde dat de realisatie van de banen achterbleef en riep het college op om dit project met de expertise van WerkBedrijf uit te voeren. Begin 2024 is WerkBedrijf gevraagd om de verdere selectie, de matching en plaatsing van de kandidaten over te nemen. Deze opdracht heeft WerkBedrijf in maart 2024 onder voorbehoud en tijdelijk aangenomen, omdat men bij voorbaat twijfels had over de uitvoerbaarheid van de regeling. Na een half jaar (september 2024) heeft WerkBedrijf de opdracht teruggegeven aan de gemeente, om de redenen die in het raadsvoorstel van 17 december 2024 staan benoemd. Samengevat waren de aangemelde bijstandsgerechtigden niet in staat om te werken of zag WerkBedrijf juist mogelijkheden om hen via de reguliere weg naar werk te begeleiden. Een ander belangrijk argument om de opdracht terug te geven was dat werkgevers geen gebruik wilden maken van de regeling maatwerkbanen, omdat er aantrekkelijkere subsidiemogelijkheden waren. Verschillende subsidieregelingen naast elkaar bij één werkgever zorgt bovendien voor ongewenste verschillen in arbeidsvoorwaarden van werknemers. Bovendien werkt

6

WerkBedrijf regionaal. Uitvoering van een regeling en het aanbieden van een voorziening aan alleen Nijmeegse kandidaten past niet bij een regionale aanpak, noch bij een regionaal arbeidsmarktbeleid. WerkBedrijf heeft in deze periode 62 kandidaten gescreend die aangemeld waren door de gemeente. Bij het teruggeven van de opdracht door WerkBedrijf waren de bevindingen als volgt: er bleken knelpunten aan zowel de kant van de kandidaten als aan de werkgeverszijde. Een groot deel van de kandidaten bleek niet te kunnen werken vanwege complexe problematiek, was om andere redenen niet beschikbaar voor werk of paste beter op een ander re-integratietraject of -voorziening. Werkgevers bleken bovendien liever te kiezen voor aantrekkelijkere regelingen, dus het creëren van banen was lastig.

4. Overzicht van de verschillende vormen van maatwerkbanen Op de volgende pagina's vindt u een tabel waarin de Nijmeegse maatwerkbanen beknopt vergeleken worden met maatwerkbanen in andere gemeenten. Deze tabel dient als samenvatting. In hoofdstuk 5 gaat het verslag uitgebreid uit op iedere gemeente.

7

Nijmegen

Doel en stand van het project

Doelgroep/criteria

Werkgeverschap

Matching

Begeleiding

Een maatwerkbaan dient om langdurig bijstandsgerechtigden een toekomst met een stabiele baan en een inkomen te bieden.

Mensen die ‘tussen wal en schip vallen’, dat wil zeggen komt niet in aanmerking voor andere regelingen en trajecten. Is bij voorkeur 50 jaar of ouder, ontvangt minstens drie jaar een bijstandsuitkering, kan bij voorkeur minstens 32 uur werken.

Een publieke of semipublieke werkgever neemt kandidaat in dienst voor bij voorkeur minstens 32 uur per week.

Matching gebeurde eerst door gemeentelijke projectleider, later door WerkBedrijf. Kandidaat wordt gematcht aan functie bij werkgever.

Dagelijkse aansturing en begeleiding door werkgever. Verdere begeleiding kandidaat op financiën en welzijn door klantmanager Inkomen. Jobcoaching vanuit WerkBedrijf is mogelijk.

Een kandidaat is ouder dan 27 jaar, ontvangt een bijstandsuitkering, kan en wil minstens 24 uur werken en heeft moeite gedaan om weer te gaan werken.

Kandidaat komt in dienst van Thermiek BV, een rechtspersoon die 100% eigendom is van de gemeente Groningen.

Het project is sinds begin 2025 tijdelijk opgeschort. Tot dat moment is er slechts voor één kandidaat een maatwerkbaan gevonden.

Groningen

Groningen wil met basisbanen een doelgroep die anderszins geen regulier werk zal vinden, ruimte geven voor ontwikkeling en participatie.

De werkgever ontvangt subsidie ter hoogte van het bruto minimumloon voor 32 uur vermeerderd met 25% werkgeversafdrachten, plus een vast bedrag van € 2.000 per jaar voor begeleidingskosten. Er wordt een individueel takenpakket samengesteld, in overleg met kandidaat en verschillende non-profit organisaties in de stad, het liefst in de wijk van de kandidaat.

De regiehouder is de coach basisbanen, die de kandidaat ook begeleidt. Verplichte jobcoaching gebeurt door een extern ingehuurde jobcoach.

Verhouding tot loonkostensubsidie en no-riskpolis De kandidaat staat niet ingeschreven in het doelgroepregister vanwege voorliggende voorzieningen.

Kosten

Geen uitstroomverplichting. Een maatwerkbaan is een permanente baan.

De werkgever krijgt een subsidie ter hoogte van het bruto minimumloon voor 32 uur, werkgeverslasten en een jaarlijks bedrag voor begeleidingskosten. Per kandidaat per jaar: ongeveer €30.000.

Kandidaten staan vrijwel allemaal ingeschreven in het doelgroepregister. Thermiek BV maakt aanspraak op de loonkostensubsidie en no-riskpolis.

Denk hierbij aan taken als maatje van iemand anders of opruimklussen.

In juli 2025 zijn er 164 ‘basisbaners’ actief.

Uitstroom

Geen uitstroomverplichting. Een basisbaan is een permanente baan. Er is geen verwachting dat de kandidaat ooit uitstroomt naar de reguliere arbeidsmarkt. Ook wordt de basisbaan nooit omgezet in een reguliere aan.

Groningen betaalt het minimumloon op basis van de cao Sociaal Werk. Daarnaast zijn er kosten voor de begeleiding, ontwikkeling en de personeelsadministratie door Thermiek BV. Kosten per kandidaat per jaar: €30.700.

Matching gebeurt door een ‘coach basisbanen’ die in dienst is van de gemeente Groningen. Den Haag

De STiP-baan is een reintegratie-instrument met als doel uitstroom uit de bijstand te bevorderen en terugstroom in de bijstand voorkomen. Dit wordt gedaan door een werkplek te subsidiëren.

Een kandidaat ontvangt een bijstandsuitkering, kan genoeg uren werken om uit te stromen uit de bijstand (minstens 24 uur) en is gemotiveerd. Ook moet de kandidaat binnen 18 maanden in principe aan het werk kunnen.

Er zijn gemiddeld tussen de 250 tot 300 mensen met een STiP-baan. Amsterdam

Met de Werkbrigades wilde Amsterdam banen creëren voor mensen die met enige extra begeleiding klaargestoomd konden worden voor de reguliere arbeidsmarkt.

De doelgroep waren mensen met enige afstand tot de arbeidsmarkt, zowel bijstandsgerechtigden als niet-uitkeringsgerechtigden.

Een kandidaat komt in dienst van een werkgever op de reguliere arbeidsmarkt. Ook particuliere werkgevers zijn mogelijk.

Er wordt gekeken naar de wensen van de kandidaat, waarna accounthouders in een netwerk van aangesloten werkgevers zoeken naar een passende, bovenformatieve functie.

Na afloop van het traject is het de bedoeling dat de werkgever het arbeidscontract voortzet.

Het gaat hier altijd om ondersteunende functies, zoals kantinemedewerker of conciërge.

Kandidaten kregen een regulier arbeidscontract bij Pantar, het sociaal werkbedrijf van de gemeente Amsterdam.

Kandidaten deden vooral werk dat bleef liggen, zoals achterstallig onderhoud of opruimwerk in de openbare ruimte, op de gebieden schoon, groen en veilig. In een later stadium werden er Zorgbrigades toegevoegd die taken in de zorg uitvoerden.

Dagelijkse aansturing gebeurt door werkgever. Een jobcoach vanuit Den Haag Werkt is altijd betrokken en regiehouder. De kandidaat volgt de benodigde opleidingen en trainingen.

Kandidaten worden ingeschreven in het doelgroepregister. De werkgever kan daardoor gebruik maken van de loonkostensubsidie en no-riskpolis, zowel tijdens als na het traject.

Kandidaten stromen na een jaar uit. Het is de bedoeling dat de werkgever het arbeidscontract voortzet.

De werkgever krijgt een subsidie vanuit de gemeente Den Haag, bovenop de loonkostensubsidie van het UWV. Daarnaast zijn er kosten voor begeleiding en scholing van de kandidaat. Per kandidaat per jaar: ongeveer €30.000.

Begeleiding omvatte vooral werkbegeleiding en bemiddeling naar werk tegen het einde van het traject.

Inschrijving in het doelgroepregister was mogelijk.

De Werkbrigade was een traject van maximaal twee jaar, waarna de kandidaat een vervolgbaan moest vinden.

Per kandidaat per jaar: ongeveer €30.000.

8

De Werkbrigades zijn in 2022 beëindigd. Amsterdam geeft aan dat het instrument was uitgewerkt en er niet voldoende aanmeldingen meer waren. OudeIJsselstreek

Banen creëren voor een groep bijstandsgerechtigden die tussen wal en schip vielen en extra begeleiding nodig hebben om te werken. De maatschappelijke banen worden afgebouwd. De kosten zijn hiervoor een belangrijke reden. Daarnaast blijkt de doelgroep erg klein te zijn.

De kandidaat ontvangt een bijstandsuitkering, heeft geprobeerd werk te vinden, maar dit lukt niet. De deelnemer is gemotiveerd om te werken.

De basisbanen in Goes hebben tot doel structureel werk te creëren voor inwoners voor wie een reguliere baan niet haalbaar is, ter bevordering van hun welzijn en levenskwaliteit. Dit werk bestaat uit maatschappelijke taken. Het is daarbij mooi als het werk bijdraagt aan de sociale basis en leefbaarheid van Goes. Op dit moment is het nog een pilot, met plek voor acht kandidaten. Tot nu toe zijn er vier kandidaten geplaatst.

De loopbaancoach/klantmanager van Stoer maakt de inschatting of het instrument passend is. De kandidaten zijn gematcht door de projectleider. Deze heeft gezocht naar passende functies en vacatures. Kandidaten konden zelf aangeven wat zij wilden doen.

De kandidaat hoeft niet uit te stromen uit de bijstand. Het gaat erom dat de kandidaat zoveel werkt als mogelijk is.

Vanuit Stoer BV worden de kandidaten geplaatst bij maatschappelijke organisaties. Deze organisaties betalen hiervoor een kleine vergoeding.

De doelgroep zijn inwoners voor wie een reguliere baan niet haalbaar is. Selectie vindt plaats op een beperkt aantal criteria:

Kandidaten komen in dienst van het regionale ontwikkelbedrijf De Betho. Op moment hebben de kandidaten tijdelijke contracten.

De kandidaten worden gematcht op maatschappelijke functies, bij bijvoorbeeld het wijkbedrijf en zorgorganisaties. Hierbij wordt gekeken wat het best bij de kandidaat past.

Het doel is een arbeidsovereenkomst van 24 uur. Voldoende inkomen om uit de bijstand te stromen is het doel.

Werkgevers worden gevonden en benaderd via het werkgeversservicepunt van De Bevelanden.

Uiteindelijk zijn er acht maatschappelijke banen gecreëerd. Goes

Kandidaten komen in dienst van Stoer BV, waarvan de gemeente eigenaar is. Ze krijgen hier een arbeidsovereenkomst van zoveel uren als passend is.

  

Ze zijn 27 jaar of ouder Ze zijn gemotiveerd. Het lukt niet om een reguliere baan te vinden. Ze bevinden zich in de praktijk op trede 2 van de participatieladder. In de praktijk houdt dat in dat ze geen zorg ontvangen, maar ook niet werkfit zijn.

Matching verloopt op dit moment moeizaam.

De dagelijkse aansturing en begeleiding gebeurt door de organisatie de die werkplek aanbiedt. Een loopbaancoach van Stoer Versterkt is regiehouder op het traject. Los hiervan kan er jobcoaching worden ingezet.

De kandidaat kan worden ingeschreven in het doelgroepregister, maar dit is geen harde vereiste. De meeste kandidaten staan echter ingeschreven.

Brede jobcoaching en ontwikkelcoaching zijn belegd bij De Betho (SWbedrijf).

In de eerste instantie zoekt Goes kandidaten die niet ingeschreven staan of hoeven te worden in het doelgroepregister.

Dagelijkse aansturing ligt bij de werkplek. Daarnaast ondersteunen vrijwilligers de kandidaten met hun financiële administratie.

Stoer BV kan aanspraak maken op de loonkostensubsidie en no-riskpolis.

Ze sluiten het echter niet volledig uit dat inschrijven in het doelgroepregister toch mogelijk is.

Er was geen uitstroomverplichting. Het uitgangspunt was dat de baan permanent was.

Gemiddeld lagen de kosten rond de €20.000 tot €25.000 per kandidaat.

Door het beëindigen van het project zijn de meeste kandidaten alsnog uitgestroomd, vaak naar de organisatie waar ze al werkten.

Er zijn op het moment geen uitstroomdoelstellingen. Bij een succesvolle pilot worden de basisbanen permanente banen. Anders zullen de kandidaten alsnog uitstromen. De arbeidsovereenkomsten zijn op dit moment tijdelijk.

Op dit moment kost een basisbaan per kandidaat jaarlijks ongeveer €25.000 euro. Dit is een combinatie van de werkgeverslasten en de overhead van zowel De Bevelanden als De Betho.

Kandidaten worden gevonden door de regionale sociale dienst De Bevelanden.

9

Heerlen

Het doel is bijstandsgerechtigden met afstand tot de arbeidsmarkt uit te laten stromen uit een bijstandsuitkering. De basisbanen in Heerlen worden per 1 januari 2026 beëindigd. Het college is tevreden over het instrument, maar de kosten zijn hoog terwijl het om een klein aantal kandidaten gaat. Met het oog op het ravijnjaar is daarom besloten het programma te beëindigen. Er wordt wel gekeken naar een vervolgtraject.

Er zijn drie globale criteria om in aanmerking te komen voor een basisbaan. De kandidaat:  

Is inwoner van Heerlen; Valt binnen de doelgroepen nieuw beschut werk of Participatiewet; Kan met werk uitstromen uit de bijstand.

In de praktijk komen de meeste kandidaten uit de doelgroep Participatiewet.

Op het moment zijn er 23 actieve basisbanen in Heerlen. Rotterdam

Rotterdam heeft in 2021 een experiment met wijkbasisbanen uitgevoerd. Het doel was tweeledig: werk creëren dat bijdraagt aan de leefbaarheid in de wijk en mensen die langdurig aan de kant staan een baan te bieden. Uiteindelijk is het experiment na een jaar beëindigd. Hoewel de opzet beperkt was, zijn er minder banen gecreëerd dan beoogd. Het was moeilijk kandidaten en werkgevers te vinden. Daarnaast bleken de kosten hoog en stond het doel van de wijkbasisbaan onder spanning. Uiteindelijk zijn er zeven wijkbasisbanen gecreëerd.

De doelgroep waren mensen die langdurig afhankelijk waren van de bijstand, maar bij wie wel sprake was van een volledige loonwaarde. In de eerste plaats richtte Rotterdam zich op mensen die gemiddeld tien jaar in de bijstand zaten. Dit was het voornaamste selectiecriterium. De kandidaten zaten in Prestatie010, het activeringsprogramma van de gemeente Rotterdam.

Kandidaten zijn vaak al in dienst van werkontwikkelbedrijf Werk voor Heerlen en worden gedetacheerd aan een inlener, zoals de gemeente Heerlen, de Kredietbank Limburg en Werk voor Heerlen zelf. Kandidaten ontvangen het wettelijk minimumloon.

Werk voor Heerlen doet de matching. Zij hebben partners waarmee ze regelmatig contact hebben over beschikbare functies. De kandidaten zijn al bekend bij Werk voor Heerlen. Zij hebben vaak al een idee welke kandidaat bij een functie past en welke eventuele aanpassingen er nodig zijn.

Kandidaten kregen een arbeidscontract van minstens 32 uur, voor de duur van zes maanden. Deze contracten zijn met zes maanden verlengd.

Werk voor Heerlen zorgt voor de bredere jobcoaching. Zij voorzien ook in aanvullende trainingen en opleidingen. Ook na overname van de kandidaat door de inlener kan er gebruikgemaakt worden van begeleiding vanuit Werk voor Heerlen.

Na een jaar is het de bedoeling dat de inlener de kandidaat in dienst neemt. Is dit niet mogelijk, dan wordt de basisbaan verlengd, waarbij de inlener een vergoeding aan Werk voor Heerlen betaalt.

Kandidaten kwamen in dienst bij de publieke of semipublieke organisatie die die werkzaamheden aanbood. In de praktijk waren dit woningcorporaties, een welzijnsorganisatie en een lokaal maatschappelijk initiatief.

Aansturing op de werkvloer is de verantwoordelijkheid van de inlener.

Rotterdam heeft eerst werkgevers gezocht. Deze werkgevers hebben daarna zelf kandidaten gezocht, met behulp van de gemeente. In de praktijk werden de selectie en de matching opgepakt door een welzijnsorganisatie.

Aansturing gebeurde vanuit de werkgever. Overige begeleiding werd geleverd door de betrokken welzijnsorganisatie.

In Heerlen wordt de basisbaan ook gebruikt voor beschut werk. In het eerste half jaar gebruikt Werk voor Heerlen de forfaitaire loonkostensubsidie, daarna volgt er een loonwaardemeting en wordt de kandidaat vaak ingeschreven in het doelgroepregister.

Rotterdam selecteerde alleen kandidaten met een volledige loonwaarde. Kandidaten staan dus niet ingeschreven in het doelgroepregister.

Het uitgangspunt is dat de kandidaat na een jaar door de inlener overgenomen wordt in dezelfde functie. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan kan de basisbaan verlengd worden of wordt er een andere werkplek gezocht.

Heerlen heeft geen duidelijke prijs per traject gegeven.

Alle zeven kandidaten zijn uitgestroomd na beëindiging van het experiment. De meesten hebben hun baan behouden.

Omdat het een beëindigd experiment betrof, kon de gesproken beleidsmedewerker geen bedragen per traject aangeven.

Als de wijkbasisbanen waren voortgezet, dan was het doel om deze permanent te maken, zonder uitstroomverplichting. Niet alle raadsleden in Rotterdam stonden achter dit doel.

De ontwikkelings- en begeleidingskosten zijn €2.400 per traject. Hiernaast betaalt Heerlen het eerste jaar tussen de 50% en 100% van de loonkosten van de kandidaat, afhankelijk van de hoogte van de loonkostensubsidie.

De beleidsmedewerker gaf wel aan dat de kosten hoger lagen dan een bijstandsuitkering.

De werkgevers ontvingen vanuit de gemeente een subsidie voor ongeveer 50% van de werkgeverslasten op basis van het minimumloon. De overige kosten kwamen voor rekening van de werkgever.

10

Tilburg

Tilburg heeft verschillende plannen en een praktijkexperiment gehad, voordat ze de basisbaan hebben ingevoerd. In de huidige vorm ligt de basisbaan in Tilburg in het verlengde van de eerder ingevoerde ontwikkelbaan. Het doel is om mensen die na het doorlopen van een ontwikkelbaan nog steeds een te grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben van perspectief en vastigheid te voorzien, door ze een vaste basisbaan aan te bieden.

Kandidaten voor een basisbaan komen in aanmerking wanneer zij maximaal drie jaar hebben geparticipeerd aan een ontwikkelbaan, doorstroom naar een reguliere baan of beschut werk niet mogelijk is, ze minstens twaalf uur per week kunnen werken en gemotiveerd zijn te werken.

Kandidaten komen in vaste dienst van het regionale werk- en ontwikkelbedrijf Diamant-groep met een arbeidsovereenkomst van minstens twaalf uur per week tegen het wettelijk minimumloon. Op het moment werken alle kandidaten bij een bedrijfsonderdeel van Diamant-groep, zoals de kringloopwinkel of kinderboerderijen. Kandidaten kunnen echter ook gedetacheerd worden naar andere organisaties.

Matching gebeurt op basis van het doorlopen ontwikkeltraject en het profiel van de kandidaat. Tijdens de ontwikkelbaan leert Diamant-groep de kandidaat kennen en kunnen ze bepalen wat de beste vervolgstap is. Bij de huidige basisbanen zijn alle kandidaten gematcht aan het werk dat zij binnen Diamant-groep al uitvoerden.

Aansturing op de werkvloer gebeurt door de leidinggevende of werkbegeleider van de werkplek. Daarnaast is er bredere begeleiding vanuit Diamant-groep. Een klantregisseur van de gemeente kan ingeschakeld worden als dit nodig is.

Kandidaten staan ingeschreven in het doelgroepregister. Diamant-groep maakt hiermee gebruik van de loonkostensubsidie en de no-riskpolis.

Tilburg kent geen uitstroomdoelstellingen. Een basisbaan is, in principe, een baan tot aan het pensioen.

Op het moment kost een basisbaan gemiddeld €8.400 per jaar per kandidaat. Dit is inclusief alle begeleiding. Aangezien het inkomen van de kandidaten nog steeds aangevuld kan worden met een bijstandsuitkering, komt dit bedrag hier nog bovenop.

Kandidaten uit eerdere bestaande trajecten zijn bij aanvang ook doorgestroomd naar een basisbaan. Op dit moment zijn er 28 basisbanen.

11

5. Detailoverzicht van de verschillende gesproken gemeenten Groningen Doel: Groningen wil met basisbanen een doelgroep die anderszins geen regulier werk zal vinden, ruimte geven voor ontwikkeling en participatie. De verwachting is dat de kandidaten niet uit zullen stromen naar regulier werk. Een basisbaan is dus permanent. De Groningse basisbaan bevindt zich in de dienstverlening tussen beschut werk en de reguliere arbeidsmarkt in. Op het moment van het gesprek met de gemeente Groningen zijn er 164 mensen met een basisbaan. Groningen heeft ongeveer 10.000 bijstandsgerechtigden, waarvan er ongeveer 6.000 langere tijd een uitkering ontvangen. Het werkbedrijf en de uitvoering van de Participatiewet De re-integratietaken uit de Participatiewet zijn in Groningen op lokaal niveau geregeld. De structuur is hiermee anders dan in Nijmegen. Doelgroep: De doelgroep zijn bijstandsgerechtigden die al langere tijd een uitkering ontvangen en bij wie al veel ondersteuning is ingezet, maar het desondanks niet lukt om uit te stromen naar een reguliere baan. Om in aanmerking te komen voor een basisbaan hanteert Groningen de volgende criteria. Een kandidaat voor een basisbaan:    

Is ouder dan 27 jaar; Ontvangt een bijstandsuitkering; Wil en kan minstens 24 en maximaal 36 uur werken (voldoende om uit de bijstand te komen); Heeft aantoonbaar moeite gedaan om (weer) aan het werk te gaan.

Er is geen concrete definitie van de doelgroep. In de praktijk heeft de groep echter een aantal kenmerken. De doelgroep is overwegend 50-plus, mannelijk en alleenstaand.7 Daarnaast heeft de groep, op basis van gegevens uit 2020, de volgende kenmerken:    

Men heeft een geschiedenis van trajecten (er zijn meerdere vormen van ondersteuning geboden en die hebben niet tot resultaat geleid of tot terugval); Men is gemiddeld wat ouder; Er is sprake van een gebrek aan (actuele) kwalificaties; Er is sprake van meerdere problemen op meerdere levensgebieden, die elkaar vaak versterken. Deze hebben zich soms gedurende een langere periode opgebouwd en worden regelmatig veroorzaakt door één ingrijpende gebeurtenis, waarbij men de ‘verkeerde’ keuzes heeft gemaakt, omdat men op dat moment niet in staat was de situatie te overzien. Men is dan niet in staat om invloed uit te oefenen op de omgeving en de eigen situatie en beschikt niet over het netwerk om dit gezamenlijk op te lossen.

De doelgroep kent voor een groot gedeelte beperkingen waardoor zij niet passen op een reguliere baan. Inzet om te werken en het werk goed te willen doen weegt zwaarder dan het presteren. Werkgeverschap: Kandidaten komen in dienst bij Thermiek BV. Deze bv is eigendom van de gemeente Groningen en diende tot voor kort ook als werkgever voor de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Thermiek voert de administratieve personeelstaken, zoals verloning en administratie, uit en detacheert de kandidaten bij de organisaties waar ze gaan werken.

7

De praktijk van basisbanen: monitor van het experiment Basisbanen in Groningen, Kees Mosselman en Louise Polstra, Hanze Hogeschool Groningen, 2023

12

Kandidaten hebben een dienstverband van minstens 24 uur per week. Zij worden betaald volgens de cao Sociaal Werk, hoewel zij voor de overige arbeidsvoorwaarden niet onder deze cao vallen. Er is op het moment geen passende cao. De materiële werkgeverstaken, zoals begeleiding, zijn uitbesteed aan een drietal externe partijen. Matching: De matching van kandidaten aan werk gebeurt op taken en niet op functie. Dat houdt in dat de gemeente Groningen voor iedere kandidaat op zoek gaat naar taken die de kandidaat uit kan voeren, het liefst bij hem/haar in de buurt. Denk hierbij aan een maatje zijn voor eenzame ouderen of het reinigen van zogenaamde snoeproutes (de routes tussen scholen en supermarkten). Een werknemer wordt dus niet gematcht op een vastomlijnde functie, maar op een set taken die samen een takenpakket op maat vormen. Het samenstellen van deze set taken is maatwerk en gebeurt op individueel niveau. Als een taak niet passend blijkt te zijn, dan wordt er gezocht naar nieuwe taken die wel passen. Deze taken worden vaak gevonden in de publieke sector, bij onder andere buurthuizen, sportlocaties, buurtbewoners, verschillende buurtprojecten en wijkkranten. Selectie en matching gebeurt door een coach basisbanen bij de gemeente Groningen. Kandidaten kunnen zich persoonlijk aanmelden, maar in de regel worden ze uitgenodigd om mee te doen.

Dit laatste gold vooral voor de eerste groep deelnemers. Een loonwaardemeting maakt deel uit van de selectie en de matching. Begeleiding: De kandidaat wordt begeleid door zowel een coach basisbaan als een jobcoach. De jobcoach is het dagelijkse aanspreekpunt voor de werknemer en zorgt onder andere voor de werkbegeleiding en de formele administratie bij Thermiek BV, maar houdt ook het welzijn van de werknemer in het oog. De coach basisbaan is direct in dienst van de gemeente en begeleidt de kandidaat op meerdere leefgebieden. Denk hierbij aan het algemene welzijn, financiën en andere leefgebieden. Voor veel kandidaten is het hebben van een vaste baan iets nieuws, en zij moeten begeleid worden bij hun (nieuwe) financiële situatie (ze leren waar ze recht op hebben, waar ze geen recht meer op hebben etc.). De coach basisbanen matcht de kandidaat ook op taken. Wanneer een werkplek of taken niet blijken te passen bij de kandidaat gaat de coach basisbanen op zoek naar andere taken. Op dit moment heeft de gemeente Groningen 3,3 fte’s aan coaches basisbanen, met daarbij nog een leidinggevende. Verhouding tot andere regelingen: De basisbaan is geen vorm van beschut werk, ondanks alle begeleiding die erbij komt kijken. Zoals gezegd doet de gemeente Groningen een loonwaardemeting.

Inschrijving in het doelgroepregister bij UWV is vrijwillig, maar de meeste kandidaten staan wel ingeschreven. Hiermee komen ze in aanmerking voor zowel de loonkostensubsidie als de no-riskpolis. Uitstroom: Er is geen uitstroomdoelstelling. Dit is een bewuste keuze van de gemeente Groningen. Het hoofddoel van de regeling is participatie door middel van werk. Gezien de profielen van de kandidaten gaat Groningen ervan uit dat deze mensen tot hun pensioen een basisbaan nodig hebben. Een uitstroomdoelstelling leidt af van het hoofddoel. Een basisbaan wordt daarom ook nooit een reguliere baan bij een andere werkgever. Zo’n zestien kandidaten zijn wel uitgestroomd sinds de start van het project. Een klein deel van deze werknemers is uitgestroomd naar regulier werk. Daarnaast ‘stromen’ mensen uit door overlijden, pensioen en de overstap naar beschut werk. Geen van de kandidaten heeft ontslag genomen omdat ze ontevreden waren, noch heeft de gemeente Groningen kandidaten ontslagen. Groningen zet zich in om iedereen met een basisbaan binnenboord te houden. Kosten en baten: Groningen heeft het meest uitgebreide overzicht van de kosten gegeven. Een basisbaan kost per werknemer op jaarbasis €30.700.

Het gaat bij deze kosten om een arbeidsovereenkomst van gemiddeld 32 uur per week, op basis van de cao Sociaal Werk, inclusief loonkostensubsidie, werkgeverskosten, begeleiding en personeelsadministratie.

13

Voor 164 kandidaten liggen de totale kosten dus rond de € 5 miljoen per jaar. Deze kosten worden vooral betaald uit eigen middelen en besparingen op het tekort uit de BUIG. Op het moment van de invoering van de basisbaan had de gemeente Groningen een tekort op de BUIG, ook na gebruik van de vangnetregeling. Dit tekort werd uit eigen gemeentelijke middelen gedekt. De basisbaan heeft geleid tot uitstroom uit de bijstand en dus een minder groot tekort op de BUIG, wat weer wordt ingezet voor de basisbanen. Gezien de kosten per basisbaan is Groningen actief op zoek naar cofinanciering vanuit onder andere Europese subsidies, het Rijk, woningbouwverenigingen en zorgverzekeraars. De monitor De praktijk van basisbanen berekent de structurele nettokosten in 2022 voor de gemeente Groningen op €243.000 per jaar bij 50 deelnemers. Groningen heeft in dezelfde periode ook een maatschappelijke businesscase laten uitvoeren. Op basis hiervan stelt de monitor dat de jaarlijkse maatschappelijke baten bij 50 fulltime basisbanen €362.000 netto bedraagt. Succes- en faalfactoren: Groningen benadrukt dat een persoonlijke aanpak de belangrijkste succesfactor is.

Dat betekent dat je een goed kijkt naar wat de kandidaten nodig hebben en hen betrekt bij het proces om de baan het best passend te maken, maar ook dat je accepteert wat ze wel en niet kunnen, de gedragseigenschappen die ze hebben en accepteert dat deze baan tot hun pensioen is. Hierbij hoort ook actieve coaching en begeleiding. Daarnaast is het belangrijk het doel van de basisbanen goed te bepalen, je het klantenbestand goed in beeld te brengen en de basisbanen een goede plek te geven binnen het totaal van de dienstverlening. De grootste faalfactor is een gebrek aan aandacht en inzet voor de individuele kandidaten. Je kunt niet leunen op een groepsaanpak.

Den Haag Doel: In 2016 kwam er een voorstel vanuit de toenmalige wethouder van de PvdA om voor 1.000 mensen met afstand tot de arbeidsmarkt banen te creëren. Dit zijn de STiP-banen geworden. STiP staat voor Sociaal Traject in Perspectief. Om het doel te bereiken werden veel vrijwilligersfuncties omgezet naar STiP-banen (‘omstippen’). Uiteindelijk kregen deze 1.000 mensen een traject van drie jaar aangeboden. 55% van de kandidaten stroomde duurzaam uit naar een baan. Dit houdt in dat zij minimaal twee jaar niet terugvielen in een uitkering. In 2020 heeft Regioplan in opdracht van de gemeente Den Haag een onderzoek uitgevoerd, waaruit een aantal veranderingen volgden: de duur van het traject verkort tot twee jaar, de begeleiding is geïntensiveerd en het opleidingsbudget vergroot. STiP-banen hebben, ook nu nog, twee doelen: 1. Uitstroom uit de bijstand. 2. Terugstroom in de bijstand voorkomen.

STiP-banen zijn een re-integratie-instrument: er worden banen op de reguliere arbeidsmarkt gecreëerd/gevonden. Deze worden gedurende één jaar gesubsidieerd, met de mogelijkheid om ze nog een jaar te verlengen. De werkgever gaat de verplichting aan om de STiP-baan na afloop om te zetten in een reguliere baan, tenzij dit echt onmogelijk blijkt te zijn. De regeling wordt uitgevoerd door Den Haag Werkt, het werkontwikkelbedrijf van de gemeente Den Haag dat de Wsw en de re-integratietaak van de Participatiewet uitvoert. Er zitten tussen de 250 en 300 mensen in een traject. Den Haag heeft ongeveer 24.000 bijstandsgerechtigden.

14

Doelgroep: STiP-banen zijn gericht op bijstandsgerechtigden die arbeidspotentieel hebben, maar die op een of meerdere levensgebieden tegen problemen aanlopen waardoor het moeilijk is om werk te vinden en te houden. Denk hierbij aan gezondheidsproblemen, schulden, mentale problemen of huisvesting. Het gaat om mensen die tussen beschut werk en een reguliere baan, al dan niet met inschrijving in het doelgroepregister, in vallen. Er zijn drie criteria om in aanmerking te komen voor een STiP-baan: 1. 2. 3.

De kandidaat ontvangt een bijstandsuitkering. Hoe lang de deelnemer een uitkering ontvangt is hierbij van ondergeschikt belang; belangrijker is wat hij/zij kan leren. De kandidaat kan minstens 24 uur werken, hoewel het belangrijker is hoeveel nodig is om uit te stromen uit de uitkering. De kandidaat is gemotiveerd en in staat om werken.

Werkgeverschap: Kandidaten beginnen met een proefperiode van twee maanden, waarin hun werkvaardigheden worden vastgesteld en een loonwaardemeting wordt gedaan. Hierna komt de kandidaat direct in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor minstens 27 uur, maar zoveel uren als nodig zijn om uit de bijstand te komen. Zowel het formele als het materiële werkgeverschap komt dus bij deze werkgever te liggen. Verder is dit een normale arbeidsovereenkomst. Dit houdt in dat de werkgever ook aan de ketenregeling arbeidscontracten8 is gebonden. De eerste contracten zijn tijdelijk. Na het overschrijden van een derde contract of in totaal drie arbeidsjaren, is er sprake van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Een STiP-baan kan bij zowel een (semi-)publieke als een commerciële werkgever gecreëerd worden. Het subsidiebedrag verschilt wel tussen deze werkgevers. Voor de (semi-)publieke sector en het onderwijs is dit maximaal €920 per maand bij een dienstverband van 80% tot 100% van de in de branche gebruikelijke werkweek. Voor commerciële werkgevers is dit bedrag €550 per maand. Bij minder dan 80% procent wordt de subsidie naar rato verlaagd.9 Naast de STiP-subsidie kan een werkgever aanspraak doen op de loonkostensubsidie en de no-riskpolis.

Na afloop van het traject is de werkgever verplicht de kandidaat in dienst te houden zonder de STiP-subsidie, tenzij er toch geen match tussen de werkgever en de kandidaat blijkt te zijn. Matching: Wanneer een inwoner zich meldt voor een uitkering, maakt het team Brede Intake een afweging. Als de inwoner binnen 18 maanden aan het werk kan, wordt de kandidaat verwezen naar Den Haag Werkt. Anders wordt de inwoner doorverwezen naar Inkomen, Participatie en Voorzieningen. STiP-banen vallen onder Den Haag Werkt. Na aanmelding voert STiP zelf een intake uit om te beoordelen of de deelnemer echt passend is en welke begeleiding en inzet er nodig is. Bij definitieve aanmelding gaat een accountmanager STiP op zoek naar een passende functie bij werkgevers die zich aangemeld hebben voor STiP-banen. Bij de matching zelf wordt er eerst naar de deelnemer gekeken en daar wordt een functie bij gezocht: welk werk wil de deelnemer doen? Hierbij maakt STiP gebruik van verschillende diagnose-instrumenten en gebruiken ze welzijnsprofielen om meerdere leefgebieden in kaart te brengen. Er wordt verder gekeken dan alleen de wens van de deelnemer. Een voorbeeld hiervan is een kandidaat die piloot wilde worden. Bij doorvragen kwamen zijn onderliggende interesses naar voren en uiteindelijk werkt hij als trambestuurder. Daarnaast worden ook vrijwilligersfuncties ‘omgestipt’.

Dit gebeurt echter meestal bij een andere werkgever op een andere locatie.

8

De ketenregeling arbeidscontracten bepaalt wanneer een tijdelijk arbeidscontract overgaat naar een vast arbeidsovereenkomst. In de meeste gevallen vindt dit plaats na drie tijdelijke arbeidscontracten in een periode van maximaal drie jaar.

15

STiP-banen zijn altijd bovenformatief en ondersteunend, in ieder geval tot het einde van het traject. Begeleiding: Op de werkvloer begeleidt de werkgever de deelnemer in de dagelijkse uitvoering van zijn/haar taken en bij ‘kleine’ kwesties. Eventueel kan de werkgever hiervoor aanvullende training en ondersteuning krijgen. Hiernaast begeleidt een jobcoach vanuit STiP de deelnemer in bredere zin. Deze jobcoach is de regiehouder voor het traject en kijkt mee op het welzijn en de doelen van de deelname. Hierbij wordt gebruik gemaakt van methodische kandidaatontwikkeling. Er is voor iedere kandidaat een scholingsbudget beschikbaar. De kandidaat volgt in de loop van het traject trainingen en opleidingen om werk- en vakvaardigheden te leren, inclusief sollicitatietrainingen. Verhouding tot andere regelingen: de STiP-baan valt tussen beschut werk en een reguliere baan in. In de eerste proefperiode vindt er een loonwaardemeting plaats en de kandidaat wordt ingeschreven in het doelgroepregister. De werkgever kan hierdoor aanspraak maken op de loonkostensubsidie en de no-riskpolis. Uitstroom: Na een of maximaal twee jaar stroomt de kandidaat uit. De kandidaat heeft dan al een arbeidsovereenkomst bij de werkgever. Den Haag verwacht van de werkgever dat hij deze overeenkomst verlengt. Den Haag geeft aan dat op dit moment 74% van de kandidaten duurzaam uitstroomt naar werk.

Dit is een daling ten opzichte van eerdere jaren en Den Haag streeft ernaar dit weer boven de 80% te krijgen. Duurzame uitstroom betekent in dit geval dat de kandidaat minstens twee jaar geen aanspraak maakt op een uitkering. Wat er na deze twee jaar gebeurt, is niet bekend. Kosten en baten: In een eerste gesprek gaf de projectleider aan dat een STiP-baan ongeveer €30.000 per jaar per traject kost. Duidelijk is dat de kosten hiermee hoger liggen dan de directe baten. Er is contact geweest over een opvolggesprek met verdere vragen over de kosten en baten van STiP-banen. Helaas was dit gesprek niet op tijd mogelijk. Succes- en faalfactoren: Den Haag noemt de volgende succesfactoren: 1. 2. 3. 4. 5.

Intensieve persoonlijke begeleiding met een brede blik. Je moet investeren in de mens over de hele breedte. Een persoonlijke aanpak. Niet op de korte termijn denken. Dergelijke banen besparen geen geld op de korte termijn. Houd nauw contact met andere orderdelen van de organisatie (schuldhulpverlening, huisvesting etc.), terwijl STiP wél de regie houdt. Dus: werk integraal binnen de leefgebieden waar ondersteuning nodig is. Accepteer dat ontwikkeling soms niet mogelijk is.

De grootste faalfactor is als je ‘te snel’ wilt gaan met de kandidaten. Verandering kost voor deze mensen tijd, dus ga er niet vanuit dat je kandidaten gemakkelijk en ‘zomaar ergens’ kan plaatsen.

Oude-IJsselstreek Doel: Oude-IJsselstreek is een aantal jaar geleden uit de gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie Laborijn gestapt en heeft zelf de nieuwe uitvoeringsorganisatie Stoer opgericht. Stoer voert voor de gemeente alle Participatiewettaken uit, maar wordt apart gepositioneerd. In deze periode is Oude-IJsselstreek ook begonnen met maatschappelijke banen. Het originele idee voor de uitvoering van de Participatiewet was om iedere bijstandsgerechtigde een dienstverband te geven. Dit bleek niet mogelijk te zijn. Naar aanleiding hiervan heeft Oude-IJsselstreek maatschappelijke banen gecreëerd voor een groep bijstandsgerechtigden die tussen wal en schip vielen en extra begeleiding nodig hebben om te werken. Het

16

gaat hierbij om permanente arbeidsplekken, zonder een uitstroomverplichting, voor die mensen voor wie al het andere al geprobeerd is. Het karakter van de maatschappelijke banen is dus participatief. De originele doelstelling was om 45 plekken de creëren. Dit is niet gelukt: uiteindelijk zijn er acht plekken gemaakt. Oude-IJsselstreek heeft ongeveer 620 bijstandsgerechtigden. Het voornemen is om de regeling af te bouwen. Hier zijn verschillende redenen voor: deels het niet halen van de doelstellingen, deels dat het aanbod ook kan worden opgevangen met andere werkwijzen zoals werkervaringsplaatsen, en deels de kosten van een maatschappelijke baan. Doelgroep: Het gaat om mensen die tussen wal een schip vallen en extra begeleiding nodig hebben om te kunnen werken. Het gaat daarbij om de minst kansrijke groep mensen in de bijstand. Om in aanmerking te komen voor een maatschappelijke baan, hanteert Oude-IJsselstreek beperkte criteria:  De cliënt ontvangt een bijstandsuitkering;  Alles is al geprobeerd en werk vinden lukt niet;  De deelnemer is gemotiveerd om te werken. De kandidaat hoeft niet uit te stromen uit de bijstand. Het gaat erom dat de kandidaat zoveel werkt als mogelijk is. Werkgeverschap: De kandidaten komen in dienst van Stoer BV, eigendom van de gemeente Oude-IJsselstreek. Zij doen de verloningen en de detachering.

In Oud-IJsselstreek zat er geen harde ondergrens aan het aantal gewerkte uren. Dit kon variëren van 8 tot 36 uur, met een gemiddelde van 24. Dit betekent ook dat een deel van de deelnemers naast loon uit arbeid ook nog bijstand ontving. De kandidaat komt te werken bij een lokale, niet-commerciële organisatie. Deze organisatie betaalt een inleenvergoeding aan Stoer BV. Matching: De loopbaancoach/klantmanager van Stoer Versterkt maakt de inschatting of het instrument passend is. De acht kandidaten die geplaatst zijn, zijn gematcht door de projectleider. Deze heeft gezocht naar geschikte functies en vacatures in de gemeente. Hierbij konden kandidaten ook zelf aangeven wat zij wilden doen. Het werk dat verricht wordt mag geen verdringing zijn van regulier werk en vrijwilligerswerk. Bij voorkeur is het een nieuw gecreëerde functie. Bij vacatures die al bestaan moet het aantoonbaar zijn dat er geen passende kandidaten waren en de vacature niet regulier vervuld kon worden. Begeleiding: De dagelijkste aansturing en begeleiding gebeurt door de organisatie die de werkplek aanbiedt. Dit was een expliciete eis in het raadsvoorstel. Een loopbaancoach van Stoer Versterkt is daarnaast de regiehouder op het hele traject en volgt de cliënt. Los hiervan kan er nog jobcoaching worden ingezet.

Verhouding tot andere regelingen: De deelnemer kan ingeschreven worden in het doelgroepregister en Stoer BV kan gebruik maken van de loonkostensubsidie en de no-riskpolis. Dit gebeurt bij de meeste deelnemers ook. Het is echter geen harde vereiste. Er wordt alleen loonwaardemeting gedaan als hiervoor een aanleiding is. Uitstroom: Er was geen uitstroomverplichting. Het uitgangspunt van de maatschappelijke baan was dat de baan voor het leven was. Aangezien de regeling wordt beëindigd, stromen de kandidaten alsnog uit. Een deel is uitgestroomd naar een reguliere baan bij de organisatie waar ze al werkten. Een deel is uitgestroomd naar beschut werkt. Twee kandidaten zijn nog in dienst: een gaat binnenkort met pensioen, de andere blijft in dienst van de gemeente.

17

Kosten en baten: In 2023 bedroegen de loonkosten voor zeven deelnemers €11.878 per maand. Een deel van deze kosten werd gedekt door de loonkostensubsidie, maar ook door een werkgeversbijdrage van ongeveer €1.500 per jaar. Na aftrek van deze baten kostte een maatwerkbaan €8.054 per maand. Hierbij zijn de kosten van loopbaanbegeleiding niet in meegenomen. De precieze kosten zijn tijdens het gesprek niet naar voren gekomen. Het gemiddelde ligt tussen de €20.000 en €25.000 per kandidaat per jaar. De kosten werden betaald vanuit de eigen middelen van de gemeente. Oud-IJsselstreek is een nadeelgemeente wat betreft de BUIG-middelen. Succes- en faalfactoren: Ondanks het feit dat Oude-IJsselstreek de maatschappelijke banen afbouwt, beschouwt de gesproken beleidsmedewerker ze als een succes. Het stopzetten is financieel gedreven: er zijn geen middelen voor voortzetting. De maatschappelijke baan heeft een positief effect op het welzijn van de deelnemer. Voor het succes van het project zijn een aantal factoren essentieel:    

Openheid richting de werkgevers om realistische verwachtingen te behouden en commitment te krijgen. Goede begeleiding en de tijd nemen voor de kandidaat. Aan de voorkant goed kijken wat iemand nodig heeft. Een persoonlijke aanpak.

Amsterdam Amsterdam heeft op het moment geen uitgebreid project vergelijkbaar met maatwerkbanen. Er lopen twee programma's: buurtbanen, waarbij sleutelfiguren in de buurt bepaalde taken in het belang van de buurt uitvoeren, en buurtmedewerkers. Buurtmedewerkers lijken het meest op maatwerkbanen, maar het zit nog in een pilotfase, waarbij er in drie stadsdelen ongeveer zeven mensen actief zijn. Deze uitwerking heeft daarom betrekking op de Werkbrigades. Dit project is ongeveer twee jaar geleden stopgezet en wordt afgebouwd. Er zitten nog zo'n 80 mensen in Werkbrigades. Doel: In 2016 had de gemeente Amsterdam achterstallig onderhoud te plegen op het gebied van werk en inkomen. De toenmalige wethouder (SP) wilde werk scheppen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Regelingen als de loonkostensubsidie bestonden al, maar Amsterdam wilde zich richten op mensen die niet in het doelgroepregister stonden en met enige extra begeleiding klaargestoomd konden worden voor de reguliere arbeidsmarkt. De Werkbrigades deden vooral werk in de openbare ruimte. Later kwamen er zogenaamde Zorgbrigades bij, onder andere om meer vrouwen aan te trekken. In totaal hebben ongeveer 900 mensen deelgenomen aan de Werkbrigades. De Werkbrigades zijn stopgezet omdat het moeilijker werd om deelnemers vinden die zowel gemotiveerd waren als in staat om te werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=26d6260b-580c-41c6-9c62-6ccefc879799